Selecteer een pagina

Jesaja 28:23-29

23 Hoor mij aan en leen mij je oor, luister aandachtig naar mijn woorden. 24 Als een boer zaaien wil, ploegt hij dan alle dagen? Blijft hij voren trekken in zijn land? 25 Als hij het land geëffend heeft, strooit hij toch komijn en karwij, zaait tarwe in rijen, gerst in vakken en spelt langs de rand van zijn akker? 26 Het is zijn God die hem daarin onderricht, die hem leert wat hij moet doen. 27 Zo dorst men komijn niet met een dorsslede en over karwij rolt men geen wagenrad; komijn wordt met een stok uitgeklopt en karwij met een roede. 28 Graan moet voor brood worden fijngemalen; maar een boer blijft niet eindeloos dorsen: hij stuurt zijn paarden en het wagenrad eroverheen, maar hij laat het niet verpletteren.29 Ook dit vindt zijn oorsprong bij de HEER van de hemelse machten: zijn beleid is wonderbaarlijk en hij volvoert het in grote wijsheid. (NBV)

Soms vraag je je af waar mensen het vandaan halen. Wat zijn oog ziet maken zijn handen, ze heeft een druk huisgezin maar het is altijd opgeruimd en ze is altijd vrolijk. Hoe kan het dat mensen soms nauwelijks hoeven te studeren om ingewikkelde vraagstukken op te lossen? In het boek van de profeet Jesaja wordt het voorbeeld van de boer gebruikt, de akkerbouwer. Tegenwoordig hebben we landbouwscholen en in ons land is er eigenlijk geen boer die geen opleiding heeft gehad maar dat is nog geen 100 jaar het geval. Ook in ons land werd eeuwen lang het land bebouwd zonder dat de boeren daarvoor een opleiding hadden en de kennis die ze hadden opgebouwd over weer en natuur is nog steeds legendarisch. Volgens de passage van vandaag uit het boek van de profeet is het God die de kennis heeft verschaft. Hoe dan? Stond God ooit voor de klas? Zo werkt het niet, nog steeds niet. Maar als mensen echt van hun bezigheid houden dan ontwikkelen ze de kennis schijnbaar vanzelf.

Soms is een aanleg nodig, soms heb je spieren nodig die zo in het lichaam zitten dat bepaalde bewegingen gemakkelijker afgaan dan bij mensen bij wie de spieren anders in elkaar zitten. Maar wie zich open stelt voor de dingen die men liefheeft zal zich de kennis spelenderwijs eigen maken. Liefde maakt niet blind maar geeft kennis. Gezond verstand doet de rest. Er zijn uitspraken in dit gedeelte die iedereen die het leest zal beamen, ook al heeft men er geen verstand van. Natuurlijk moet je niet eindeloos blijven dorsen, dat heeft geen zin, als de korrels uit de aren zijn dan mag je het kaf van het koren scheiden, als je de korrels tot stof slaat met de dorsvlegels dan gaat kostbaar meel verloren. Elke handeling vraagt haar eigen gereedschap, ook dat weten we. In elke doe het zelf winkel is er een grote variëteit aan gereedschap. De leek weet soms niet wat te kiezen, maar de echte liefhebber weet precies wat er nodig is voor het karwei dat men onder handen heeft.

Als dat al niet geldt voor het bewerken van het land of het maken van dingen hoeveel te meer zal het dan waar zijn voor het omgaan met mensen. Niemand hoeft zich ooit af te vragen hoe om te gaan met een zieke, er zijn is voldoende, luisteren en meevoelen doet de rest. Niemand hoeft zich af te vragen hoe te troosten, ruimte maken voor het tonen van verdriet maakt dat men het samen kan dragen. Niemand hoeft zich af te vragen wat te geven aan iemand die honger heeft, een stuk brood en een brok vis zijn voldoende. Zo heeft iemand zonder kleding gewoon wat kleren nodig en iemand die bedroefd is een hand om de schouder. Zo heeft een vluchteling een veilige plaats met toekomst nodig. Bij mensen kan het nog eenvoudiger. Als je zelf niet weet wat iemand nodig heeft dan kun je dat ook gewoon vragen. Samen zoeken naar het nodige maakt het dan nog waardevoller. Voor ieder is nodig de Liefde voor de naaste, de liefde die God ons geschonken heeft, die liefde ligt in jezelf te wachten, stel je er maar voor open.