Selecteer een pagina

Ezechiël 34:23-30

23  Ik zal een andere herder over ze aanstellen, een die ze well zal weiden: David, mijn dienaar. Hij zal ze weiden, hij zal hun herder zijn. 24  Ik, de HEER, zal hun God zijn, en mijn dienaar David hun vorst. Ik, de HEER, heb gesproken. 25  Ik zal een vredesverbond met ze sluiten, ik zal het land vrij van wilde dieren maken, zodat ze zelfs in de woestijn veilig kunnen wonen en in de bossen onbezorgd kunnen slapen. 26 Ik zal mijn schapen en het land rondom mijn heuvel zegenen, en ik zal de regen op gezette tijden doen neerdalen. Het zal regen zijn die zegen geeft. 27  De bomen zullen vrucht dragen, de akkers zullen een goede opbrengst geven en zij zullen veilig leven in hun land. Ze zullen beseffen dat ik de HEER ben wanneer ik het juk breek waaronder ze gebukt gaan, en ze uit handen van hun onderdrukkers red. 28  Ze zullen niet meer door andere volken worden geplunderd en niet meer worden verslonden door de wilde dieren, ze zullen veilig wonen en niemand zal ze nog opschrikken. 29  Ik zal akkers voor ze aanleggen die geroemd zullen worden, in het hele land zal niemand meer van honger omkomen en ze zullen niet langer door andere volken worden vernederd. 30 Ze zullen beseffen dat ik, de HEER, hun God, bij hen ben en dat zij, het volk van Israël, mijn volk zijn-spreekt God, de HEER.(NBV)

Die rare profeet Ezechiël. Wat heeft hij in dit gedeelte weer te vertellen tegen de ballingen in Babel. Dat de God van Israël ze niet los laat dat weten ze nu wel. Dat de koningen van voor de ballingschap de verkeerde beslissingen genomen hebben is ook wel duidelijk. En dat de afgoderij en het verwaarlozen van de armen, van de weduwen en de wees het hele volk op het verkeerde pad had gebracht is ook wel duidelijk. Ook andere profeten hadden hen daarvoor gewaarschuwd. Ze hadden er niet naar geluisterd en nu zaten ze hier, bij de rivieren van Babylon. Ze hadden hun luiten aan de wilgen gehangen en iedere keer dat ze aan Jeruzalem moesten denken dan huilden ze.

Ze wilden best geloven dat de ellende ooit over zou zijn. Dat ze weer terug zouden keren naar Jeruzalem. Dat in het omringende land weer schapen zouden grazen. Dat ze boomgaarden kunnen aanleggen en dat de bomen weer vrucht zouden dragen. Het was immers het land geweest dat overvloeide van melk en honing. Maar waar komt Ezechiël nu mee aanzetten? Ze krijgen David weer als koning? David de koning naar Gods hart, zoals ze in de verhalen van Samuël hadden kunnen lezen. Maar na David kwam Salomo en daarna splitste het land zich en kwamen er rijen andere koningen waarvan de meesten zeker niet deden wat de God van Israël van het volk wilde.

Ezechiël vertelde ze dat ze een andere bestuurscultuur moesten hebben. Dat gaat niet met de oude koningen. Dat gaat wel met een Koning die echt uit het huis en geslacht van David was. Wij kennen dat ook. In de afgelopen 10 jaar zijn de armen armer geworden en de rijken rijker. Wie afhankelijk was van de overheid om te overleven werd als crimineel behandeld. Velen zagen de problemen die ze hadden alleen maar groter worden. Er toen het land getroffen werd door een ziekte was er nauwelijks geld meer om de gezondheidswerkers, die met gevaar voor eigen leven dag en nacht hun leven in hadden gezet voor de zieken, extra te belonen. Ook voor ons heeft Ezechiël dezelfde boodschap. Ook wij hebben een landsbestuur nodig dat recht en gerechtigheid voorop stelt. Dat de armsten en de minsten weer tot hun recht laat komen. We moeten de komende tijd misschien er wat harder om vragen.