Houd mensen zoals hij in ere

Filippenzen 2:19-30 19 In vertrouwen op de Heer Jezus hoop ik dat ik Timoteüs snel naar u toe kan sturen; het zal mij goeddoen te weten hoe het met u gaat. 20 Er is buiten mij niemand die zich zo oprecht om u bekommert als hij, 21 want alle anderen streven hun eigen belangen na … Lees verder

Vol vreugde

Filippenzen 2:12-18 12 Geliefde broeders en zusters, u bent altijd gehoorzaam geweest toen ik bij u was. Wees het des te meer nu ik niet bij u ben. Blijf u inspannen voor uw redding, en doe dat in diep ontzag voor God, 13 want het is God die zowel het willen als het handelen bij … Lees verder

Vervloekt

Rechters 5:23-31 23 Vervloekt zij Meroz, dat de HEER geen hulp bood, vervloekt-zo spreekt de engel van de HEER -, vervloekt zijn inwoners, zij sloten zich niet bij de helden aan. 24 Gezegend zij Jaël, boven alle vrouwen, Jaël, de vrouw van Cheber, de Keniet. Was ooit een tent gezegend met een vrouw als zij? … Lees verder

Zing een lied!

Rechters 5:11b-22 11b Daar trok het volk van de HEER ten strijde, voorwaarts vanuit de steden. 12 Ga voorop, Debora, vuur ons aan en zing een lied! Barak, val aan! Grijp de vijand, jij zoon van Abinoam! 13 Daar trok wie ontkomen was mee met de aanvoerders, het volk van de HEER kwam naar mij, … Lees verder

De kronkelpaden

Rechters 5:1-11a 1 Die dag zongen Debora en Barak, de zoon van Abinoam, dit lied: 2 ‘Loof de HEER, omdat Israël zijn haren dreigend loswierp, loof de HEER, omdat Israël zich meldde voor de strijd. 3 Koningen en vorsten, luister en hoor toe hoe ik de HEER bezing, een lied zing voor de HEER, de … Lees verder

Tentpin en een hamer

Rechters 4:11-24 11 In de buurt van Kedes had een zekere Cheber zijn tenten opgeslagen bij de eik in Saänannim. Deze Cheber was een Keniet die zich had afgescheiden van zijn stamgenoten, nakomelingen van Mozes’ schoonvader Chobab. 12 Sisera kreeg bericht dat Barak de Tabor op gegaan was. 13 Daarom riep hij zijn soldaten onder … Lees verder

Aan een vrouw.

Rechters 4:1-10 1 Na de dood van Ehud deden de Israëlieten weer wat slecht is in de ogen van de HEER. 2 Daarom leverde de HEER hen uit aan koning Jabin van Kanaän, die regeerde in Hasor. De bevelhebber van diens leger heette Sisera; hij had zijn legerkamp in Charoset-Haggojim. 3 Jabin beschikte over negenhonderd … Lees verder

Wonderbaarlijk is het

Matteüs 21:33-46 33 Luister naar een andere gelijkenis. Er was eens een landheer die een wijngaard aanlegde en hem omheinde. Hij groef er een kuil voor de wijnpers en bouwde een uitkijktoren. Toen verpachtte hij hem aan wijnbouwers en ging op reis. 34 Tegen de tijd van de druivenoogst stuurde hij zijn knechten naar de … Lees verder

De wil van zijn vader

Matteüs 21:23-32 23 Toen Hij naar de tempel was gegaan en daar onderricht gaf, kwamen de hogepriesters en de oudsten van het volk naar Hem toe. Ze vroegen Hem: ‘Op grond van welke bevoegdheid doet U die dingen? En wie heeft U die bevoegdheid gegeven?’ 24 Jezus gaf hun ten antwoord: ‘Ik zal u ook … Lees verder

Kom van je plaats

Matteüs 21:10-22 10 Toen Hij Jeruzalem binnenging, raakte de hele stad in rep en roer. ‘Wie is die man?’ wilde men weten. 11 Uit de menigte werd geantwoord: ‘Dat is Jezus, de profeet uit Nazaret in Galilea.12 Jezus ging de tempel binnen en joeg iedereen weg die daar iets kocht of verkocht. Hij gooide de … Lees verder

Over de vorsten

Ezechiël 19:1-14 Ezechiël 19:1-14 1 Zing nu over de vorsten van Israël dit klaaglied: 2 “Eens was je moeder een krachtige leeuwin! Door leeuwen omringd bracht zij haar welpen groot. 3 Een van haar welpen koos zij uit. Hij werd een sterke leeuw, hij leerde zijn prooi te vangen, ook mensen verslond hij. 4 De … Lees verder

Inzicht en inkeer

Ezechiël 18:21-32 21 Als een slecht mens zich afkeert van de zonden die hij heeft begaan, zich houdt aan al mijn bepalingen en handelt naar recht en gerechtigheid, zal hij zeker in leven blijven en niet sterven. 22 De misdaden die hij heeft begaan zullen hem niet worden aangerekend; vanwege zijn rechtvaardige daden zal hij … Lees verder