Column

Recente Publicaties

David zelf liep achter de baar

2 Samuel 3:28-39 28  David vernam pas naderhand wat er gebeurd was. Toen riep hij uit: ‘Ik en mijn koningshuis zijn tegenover de HEER onschuldig aan de dood van Abner, voor nu en altijd! 29  Moge het bloed van Abner, de zoon van Ner, gewroken worden aan Joab en zijn...

David wist hier niets van.

2 Samuel 3:17-27  17  Abner onderhandelde met de oudsten van Israël: ‘Eigenlijk hebt u altijd David al als koning gewild. 18  Grijp dan nu uw kans, want de HEER heeft David beloofd dat hij door zijn toedoen zijn volk Israël zal redden uit de handen van de Filistijnen...

Ben ik soms zo’n hondsvot uit Juda?

2 Samuel 3:1-16 1 De strijd tussen het huis van David en het huis van Saul duurde lang. Maar terwijl David steeds sterker werd, werd het huis van Saul steeds zwakker. 2  David kreeg in Hebron zes zonen: de oudste was Amnon, een zoon van Achinoam uit Jizreël; 3  de...

Laten er kampvechters naar voren treden

2 Samuel 2:12-32 12  Abner, de zoon van Ner, trok met het leger van Sauls zoon Isboset uit Machanaïm op naar Gibeon. 13  Ook Joab, de zoon van Seruja, was uitgerukt met het leger van David. Bij het waterbekken van Gibeon troffen ze elkaar, ieder aan een kant van het...

Naar welke stad zal ik gaan?

2 Samuel 2:1-11 1 Enige tijd later wendde David zich tot de HEER en vroeg: ‘Zal ik naar Juda gaan?’ ‘Goed, ‘antwoordde de HEER. ‘Naar welke stad zal ik gaan?’ vroeg David, en de HEER antwoordde: ‘Naar Hebron.’ 2  Daarop trok David naar Hebron. Hij nam zijn beide...

Ach, dat je helden moesten vallen!

2 Samuel 1:17-27 17 Toen hief David een klaaglied aan over Saul en zijn zoon Jonatan. 18  Hij heeft gezegd dat alle Judeeërs dit lied, het Lied van de boog, moesten leren. Het staat opgetekend in het Boek van de Oprechte: 19  ‘Als een gevelde hinde, Israël, ligt jouw...

Ik ben een Amalekiet

2 Samuel 1:1-16 1 Saul was gesneuveld en David had de Amalekieten verslagen en was alweer twee dagen terug in Siklag. 2  Op de derde dag liet zich iemand uit het legerkamp van Saul aandienen. Hij had zijn kleren gescheurd en stof over zijn hoofd geworpen. Bij David...

Of laat hij hen wachten?

Lucas 18:1-8 1 Hij vertelde hun een gelijkenis over de noodzaak om altijd te bidden en niet op te geven: 2  ‘Er was eens een rechter in een stad die geen ontzag had voor God en zich niets aan de mensen gelegen liet liggen. 3  Er woonde ook een weduwe in die stad, die...

Zo zal het ook gaan

Lucas 17:20-37 20 Toen de Farizeeën Jezus vroegen wanneer het koninkrijk van God zou komen, antwoordde hij hun: ‘De komst van het koninkrijk van God laat zich niet aanwijzen, 21  en men kan niet zeggen: “Kijk, hier is het!” of: “Daar is het!” Maar weet wel: het...

Het was een Samaritaan.

Lucas 17:11-19 11 Op weg naar Jeruzalem trok Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea. 12  Toen hij daar een dorp wilde binnengaan, kwamen hem tien mensen tegemoet die aan huidvraat leden; ze bleven op een afstand staan. 13  Ze verhieven hun stem en...

Trek je zwaard en steek me dood

1 Samuel 31:1-13  1 Ondertussen leverden de Filistijnen slag met de Israëlieten. Het leger van Israël sloeg op de vlucht en velen sneuvelden in het Gilboagebergte. 2  De Filistijnen drongen tot bij Saul en zijn zonen door en doodden zijn drie zonen Jonatan, Abinadab...

Ze moeten de buit samen delen.

1 Samuel 30:16-31 16  De Egyptenaar leidde David naar het kamp van de Amalekieten. Daar zaten ze, in groepjes verspreid, te eten en te drinken. Ze deden zich te goed aan de enorme buit die ze in het land van de Filistijnen en in Juda hadden vergaard. 17  De volgende...