Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Iedere ziekte en elke kwaal.

juli 13, 2017

Matteüs 9:35–10:4

35 ¶  Jezus trok rond langs alle steden en dorpen, hij gaf er onderricht in de synagogen, verkondigde het goede nieuws over het koninkrijk en genas iedere ziekte en elke kwaal. 36  Toen hij de mensenmenigte zag, voelde hij medelijden met hen, omdat ze er uitgeput en hulpeloos uitzagen, als schapen zonder herder. 37  Hij zei tegen zijn leerlingen: ‘De oogst is groot, maar er zijn weinig arbeiders. 38  Vraag dus de eigenaar van de oogst of hij arbeiders wil sturen om de oogst binnen te halen.’ 1 ¶  Daarop riep hij zijn twaalf leerlingen bij zich en gaf hun de macht om onreine geesten uit te drijven en iedere ziekte en elke kwaal te genezen. 2  Dit zijn de namen van de twaalf apostelen: als eerste Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, 3  Filippus en Bartolomeüs, Tomas en de tollenaar Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Taddeüs, 4  en ten slotte Simon Kananeüs en Judas Iskariot, die hem zou uitleveren. (NBV)

Geen wonder dat Jezus van Nazareth handen te kort komt als je iedereen van elke ziekte en elke kwaal weet te genezen. Maar staat dat er eigenlijk wel? Het Griekse woord dat hier met ziekte wordt vertaald kan ook worden vertaald als kwelling en het woord dat met kwaal wordt vertaald kan ook worden vertaald als zwakte. En dan staat er iets anders dan een beschrijving van het werk van de gemiddelde dokter. Dan staat er dat Jezus van Nazareth de mensen weer moed en kracht gaf, zoals schapen weer kracht kunnen krijgen als ze goed en vers gras te eten krijgen. Maar daar is een herder voor nodig die ze naar grazige weiden brengt. Het ene beeld heeft verband met het andere. Sterke zieken die verzekeringen en overheden kunnen aanspreken op de zorg waar ze recht op hebben zijn heel wat lastiger dan zwakke en zielige figuren die maar moeten bidden met gevouwen handen en gesloten ogen of ze misschien beter mogen worden. Maar om de massa sterker en weerbaarder te maken is kader nodig, zijn mensen nodig die het goede voorbeeld geven en zelf ook de mensen helpen sterker en weerbaarder te worden.

Zo koos Jezus van Nazareth 12 mensen die hij er op uit kon zenden om al die mensen die opnieuw wilden beginnen ook daadwerkelijk te helpen weerbaarder en sterker te worden. Mattheüs geeft een hele rij namen en bij een paar discussiëren de geleerden nog wie nou wie is. Je vindt de rij ook bij Lukas die de mannen zendelingen of Apostelen noemt omdat ze er op uit worden gestuurd. Eén ervan is Simon bijgenaamd Kananeüs. Die bijnaam onderscheidt hem van Simon Petrus waar we waarschijnlijk meer van gehoord hebben. Dat Kananeüs staat in de Nieuwe Bijbelvertaling. Het stond ook al in de Statenvertaling uit 1619 op deze manier vertaald. In de Bijbelvertaling van 1951, die de laatste 50 jaar bijna overal is gebruikt staat nog Simon de Zeloot. Je moet dus nooit de Bijbel letterlijk nemen, want je moet altijd vragen naar welke Bijbel, of beter naar welke vertaling uit welke grondtekst je moet luisteren. Het gaat om de betekenis. Die bijnaam Kananeüs gaat terug op een woord dat in het Bijbelboek Exodus wordt gebruikt voor IJveraar. En dat was ook de bijnaam voor de beweging van de Zeloten die in de tijd van Jezus verzet pleegden tegen de Romeinse bezetting. Ze gingen gewelddadig verzet niet uit de weg .

Deze Simon, zo wordt aangenomen, had zich na verloop van tijd bij Jezus aangesloten, maar hij bleef “de IJveraar”. De reuk van terrorisme bleef hem volgen. Niet zo vreemd want terrorisme heeft tot in onze tijd vaak een religieuze bodem. Maar dat Jezus van Nazareth juist die leerlingen leerde de tijdgeest van fatalisme en negativiteit te bestrijden en om te zetten in de geest van saamhorigheid en oog hebben voor de zwaksten is duidelijk. Dat er mensen rondtrokken om de massa te bevrijden van kwelling en weerbaarder te maken is ook duidelijk. Veel mensen vinden dat we vandaag net zo gezonden worden als de Apostelen in de dagen van Jezus van Nazareth. We weten nu waar we dan aan moeten werken. Niet met geweld en terreur, we worden niet met geweld en terreur onderdrukt, maar met tekenen van liefde en saamhorigheid. Want mensen die kracht nodig hebben om beter te worden, om onafhankelijk te blijven van de medische industrie en in staat moeten blijven zelf beslissingen te nemen over hun eigen lot hebben die saamhorigheid nodig. Ze moeten weten dat er mensen zijn die om hen geven en die hen willen steunen in de beslissingen die ze nemen, bij de vragen die ze willen stellen, bij de keuzes die ze willen maken. Dat is mensen kracht geven en moed om de situatie onder ogen te zien. Zo maak je blinden ziende en zet je lammen weer in beweging. Een dagtaak waar wel elke dag weer aan mogen gaan staan.

Een slaaf niet boven zijn heer.

juli 13, 2017

Matteüs 10:24-33

24  Een leerling staat niet boven zijn leermeester en een slaaf niet boven zijn heer. 25  Een leerling moet er genoegen mee nemen te worden als zijn leermeester, en de slaaf als zijn heer. Als ze de heer des huizes al Beëlzebul genoemd hebben, waarvoor zullen ze dan zijn huisgenoten wel niet uitmaken? 26  Wees dus niet bang voor hen. Want niets is verborgen dat niet onthuld zal worden en niets is geheim dat niet bekend zal worden. 27  Wat ik jullie in het duister zeg, spreek dat uit in het volle licht, en wat jullie in het oor gefluisterd wordt, schreeuw dat van de daken. 28  Wees niet bang voor hen die wel het lichaam maar niet de ziel kunnen doden. Wees liever bang voor hem die in staat is én ziel én lichaam om te laten komen in de Gehenna. 29  Wat kosten twee mussen? Zo goed als niets. Maar er valt er niet één dood neer als jullie Vader het niet wil. 30  Bij jullie zijn zelfs alle haren op je hoofd geteld. 31  Wees dus niet bang, jullie zijn meer waard dan een hele zwerm mussen. 32  Iedereen die mij zal erkennen bij de mensen, zal ook ik erkennen bij mijn Vader in de hemel. 33  Maar wie mij verloochent bij de mensen, zal ook ik verloochenen bij mijn Vader in de hemel. (NBV)

Het klinkt ons al vrij radicaal in de oren, maar in een samenleving waar slaven op de laagste ladder stonden, soms lager dan de dieren, was dit wel heel revolutionair. Matteüs begint dan ook met de uitspraak van Jezus te citeren dat de slaaf niet meer hoeft te zijn dan de meester, of de leerling meer dan de leraar, maar toch. Je kunt je ook vandaag de dag niet voorstellen dat de buschauffeur niet boven de bestuursvoorzitter van de busmaatschappij gesteld moet worden. Maar dat ze gelijk zijn is dus hier duidelijk. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Jezus waarschuwt voor de oorlog die je ontketent als je dit van de daken gaat schreeuwen. Je kiest wel steeds de goede kant, en hij heeft er weet van als je ten val komt en uiteindelijk zal het allemaal wel goed komen, maar Jezus is gekomen om het zwaard te brengen.

Goed en kwaad zullen eindelijk duidelijk worden. Het kind van de uitgeprocedeerde asielzoekster is niet minder dan een van de dochters van Maxima en Alexander, en we worden geroepen om van allebei evenveel te houden. Toch staat er in dit stuk een uitspraak die veel mensen in verwarring heeft gebracht. Die over die mussen, die bijna niets kosten maar dat er niet één dood valt als de Vader het niet wil. Want wat wil dat nu betekenen? We weten allemaal dat er mussen doodvallen. Ze dreigen zelfs uit te sterven als we niet oppassen. En te zeggen dat onze liefde voor de natuur het uitsterven van mussen kan voorkomen is te goedkoop. Het is wel waar maar dat zal er hier niet worden bedoeld. Wil God dan dat mussen doodvallen? En wil God dat onze geliefden ziek worden en doodgaan? In een God die dat toestaat willen we niet geloven.

Maar er staat nog iets, dat van die haren op je hoofd, die allemaal geteld zijn. Als je niet kaal bent kun je je daarover verbazen. Niemand met een gezonde haardos heeft de eigen haren geteld maar volgens Jezus van Nazareth God wel. Dat zet dat “willen” in een ander daglicht. Dat willen dat hier staat is dan ook niet een willen met een voorafgaand besluit, maar meer een weet er van hebben. Ook al gebeurt het, je wil het niet, het raakt je en God wil door alles dat aan zijn minste schepsels gebeurd geraakt worden. Als je dus bittere ellende overkomen is kan dat je troosten. Niemand die zich om je bekommerd? God heeft er weet van. Kijk weer om naar mensen die dat nodig hebben en je komt er bovenuit. Je mag van anderen houden als van jezelf en als je merkt hoeveel je van een ander kan houden dan weet je ook hoeveel jezelf waard bent. In de vijftiende eeuw schreef iemand eens op dat het eigenlijk de enige troost is die we hebben, dat God er weet van heeft wat er met je gebeurt. Sinds die tijd is dat aan heel veel mensen geleerd. Maar je leert het pas echt als je weet hebt van de ellende van de anderen, en daar wat aan wil doen.

Iedereen gaat naar hem toe

juli 13, 2017

Johannes 3:22-36

22 ¶  Daarna ging Jezus met zijn leerlingen naar Judea. Daar bleef hij enige tijd en hij doopte er. 23  Johannes doopte toen ook, in Enon, dicht bij Salim, een waterrijk gebied. Daar kwamen de mensen naartoe om zich te laten dopen. 24  Johannes was immers nog niet gevangengezet. 25  Er ontstond een discussie tussen de leerlingen van Johannes en een Jood over het reinigingsritueel. 26  Ze gingen naar Johannes en zeiden tegen hem: ‘Rabbi, de man die bij u aan de overkant van de Jordaan was, over wie u een getuigenis afgelegd hebt, is aan het dopen en iedereen gaat naar hem toe!’ 27  Johannes antwoordde: ‘Een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt. 28  Jullie kunnen van mij getuigen dat ik gezegd heb: “Ik ben de messias niet, maar ik ben voor hem uit gezonden.” 29  De bruidegom krijgt de bruid; de vriend van de bruidegom staat te luisteren en is blij dat hij de stem van de bruidegom hoort. Dat vervult mij met grote vreugde. 30  Hij moet groter worden en ik kleiner. 31  Hij die van boven komt staat boven allen, wie uit de aarde voortkomt is aards en spreekt de taal van de aarde. Hij die uit de hemel komt en boven allen staat, 32  getuigt van wat hij gezien en gehoord heeft, en toch wordt zijn getuigenis door niemand aanvaard. 33  Wie zijn getuigenis wel aanvaardt, bevestigt daarmee dat God betrouwbaar is. 34  Hij die door God gezonden is, spreekt de woorden van God, en God schenkt de Geest in overvloed. 35  De Vader heeft de Zoon lief en heeft alle macht aan hem overgedragen. 36  Wie in de Zoon gelooft heeft eeuwig leven, wie de Zoon niet wil gehoorzamen zal dat leven niet kennen; integendeel, Gods toorn blijft op hem rusten.’ (NBV)

Hoe stook je in een gelukkig huwelijk? Soms door te zeggen dat de een meer geliefd is dan de ander. Dan ontstaat er concurrentie en dus verwijdering en wrijving. Zo niet tussen de neven Johannes en Jezus. Johannes zag zichzelf als wegbereider, de man van de advent dus, een wegbereider voor Jezus. Dat had hij nooit onder stoelen of banken gestoken en toen Jezus ook ging dopen en kennelijk veel mensen trok ging hij er niet anders over denken. het was en bleef een feest en de beste vriend van de bruidegom lijkt dan aan de kant te staan maar bij hem steekt de bruidegom nog feestelijker af. Die doop overigens wordt hier gezien als reinigingsritueel, voor het feest ga je je eerst wassen en dan begint het feest. Al het stof van alledag wordt afgespoeld.

Veel mensen wilden daar hun hele huishouden, inclusief de kinderen, in meenemen en dat gebeurde dan ook. Daarom denken veel mensen dat tegenwoordig in de meeste kerken alleen de kinderen gedoopt kunnen worden. Dat is niet zo. Er zijn wel een paar kerken waar kinderen niet gedoopt kunnen worden, die moeten wachten tot ze zelf kunnen beslissen, maar als u in de plaatselijke protestantse kerk actief wilt worden en U bent nooit gedoopt aarzel dan niet de predikant te vragen om gedoopt te worden, die zal dat graag doen. Je verbind je dan wel aan de kerk zoals die er nu uitziet. In de geschiedenis is dat wel eens veranderd en dan stappen er mensen uit de kerk en beginnen een nieuwe. Bij de fusie tussen de Hervormde, de Gereformeerde en de Lutherse Kerk is dat ook gebeurd. Mensen nemen elkaar het verzet tegen veranderingen nog wel eens kwalijk. Nergens voor nodig natuurlijk, je kunt er tegen of niet.

Voor de lezers van de Evangelist Johannes was er een hele grote verandering gaande. De Tempel in Jeruzalem was verwoest en ze moesten gaan geloven dat Jezus van Nazareth direct bij de God van Israël vandaan was gekomen. Er was wel discussie ontstaan over de goddelijkheid van Jezus van Nazareth. Maar de notie dat de God van Israël ook door de dood heen naast de mensen zou blijven staan die zijn Weg wilden gaan, vast blijven houden aan het houden van de naasten als van zichzelf was voldoende om in die Weg van Jezus van Nazareth te gaan geloven. Als je dat gelooft dan is er ineens ook geen angst meer voor de dood. Dan kun je gaan leven alsof je eeuwig leeft, in de woorden van de Bijbel: dan krijg je het eeuwige leven. Dan hoef je niet meer voor jezelf of voor je nageslacht te zorgen, elke dag heeft genoeg aan zichzelf. Dan zorgen we alleen nog voor een betere wereld voor alle mensen, een wereld met rechtvaardige handelsverhoudingen, een wereld waar iedereen mee mag doen, zonder honger, zonder geweld, een wereld waar ieder tot zijn recht komt. Daar mogen we elke dag weer opnieuw mee beginnen, ook vandaag weer.

Maar wie standhoudt tot het einde

juli 13, 2017

Matteüs 10:16-23 Lees de rest van dit bericht »

Heb medelijden met ons

juni 20, 2017

Matteüs 9:27-34

27 Toen Jezus van daar verderging, volgden hem twee blinden die luidkeels riepen: ‘Heb medelijden met ons, Zoon van David!’ 28  En nadat hij een huis was binnengegaan, kwamen de blinden naar hem toe. Jezus vroeg hun: ‘Gelooft u dat ik dit kan doen?’ Ze antwoordden: ‘Zeker, Heer!’ 29  Daarop raakte hij hun ogen aan en zei: ‘Zoals u gelooft, zo zal het ook gebeuren.’ 30  En hun ogen gingen open. Jezus waarschuwde hen uitdrukkelijk: ‘Zorg ervoor dat niemand het te weten komt!’ 31  Maar na hun vertrek verspreidden ze het nieuws over hem in de hele omgeving. 32  Terwijl ze het huis weer verlieten, bracht men iemand bij hem die bezeten was en niet kon spreken. 33  Nadat de demon was uitgedreven, begon de stomme te spreken. De mensenmassa stond versteld, men zei: ‘Zoiets hebben we in Israël nog nooit gezien!’ 34  Maar de Farizeeën zeiden: ‘Het is dankzij de vorst der demonen dat hij demonen kan uitdrijven.’ (NBV)

Je kunt het nu eenmaal niet iedereen naar de zin maken, je kunt niet de hele wereld op je nek nemen. Het zal ook tegen Jezus van Nazareth wel eens gezegd zijn. Volgens het verhaal van Mattheüs zijn er niet alleen leerlingen, en zendelingen, de Apostelen, die op hun eigen taak worden voorbereid maar komen er ook steeds meer zieken die op een nieuwe manier verder willen. Als er dan twee blinden komen, die van hun gebedel en afhankelijkheid af willen zijn, die hun huidige leven niet meer zien zitten,  gebiedt Jezus ze uitdrukkelijk er met niemand over te praten. Dat lukt natuurlijk niet. Iedereen die het lukt uit een ellendige toestand op te staan en het achter zich te laten wil het delen.

Als je na veel gepieker eindelijk een licht opgaat en de juiste weg vindt dan straal het je uit. Jezus helpt er zelf bij door iemand die van gekkigheid niet meer kon praten weer het woord terug te geven. Mensen voortdurend terugbrengen tot de samenleving was zijn doel. De leiders van de samenleving in de dagen van Jezus roepen dat hij het goede doet door de macht van het kwade, en ook in onze dagen wordt weer gezegd dat het echt zorgen voor mensen niet deugt en te duur is, of op termijn te duur zal worden. Mensen die goed willen blijven doen wordt bespot als softies. Maar werknemers weten dat je niet vroeg genoeg kan beginnen met het onderhoud van je collega’s, neem eens wat van ze over, laat ze niet alleen staan en bovenal zorg ook voor jezelf.

Het kwade verdrijf je namelijk niet met het kwade, maar met het goede. Of het nu een kwaad regiem is, of een slechte situatie, je moet in beweging komen met het goede om het kwade te verdrijven. Oorlog roept bijvoorbeeld alleen oorlog en geweld op. Daarom zal het ook wel bijna een mensenleeftijd duren voordat de laatste sporen van de oorlog in Syrië Irak verdwenen zijn. Want voor het doen van het goede, bouwen aan wat Jezus van Nazareth het Koninkrijk van God noemde, moet je er heilig in geloven. En in de landen waar wij ook met de oorlog mee doen worden de mensen op geen enkele manier geholpen samen een vreedzame samenleving op te bouwen. Ook al zie je het goede niet groeien, iedere keer dat je er opnieuw mee begint komt het echt, ook in onze dagen.

Het meisje is immers niet gestorven

juni 19, 2017

Matteüs 9:18-26

18 ¶  Hij was nog niet uitgesproken of er kwam een leider van de synagoge naar hen toe die voor Jezus neerviel en zei: ‘Mijn dochter is zojuist gestorven. Kom alstublieft en leg haar de hand op, dan zal ze weer leven.’ 19  Jezus stond op en volgde hem met zijn leerlingen.20  Plotseling naderde hen van achteren een vrouw die al twaalf jaar aan bloedverlies leed. Ze raakte de zoom van zijn bovenkleed aan, 21  want ze dacht: Als ik alleen zijn bovenkleed maar kan aanraken, zal ik al genezen worden. 22  Jezus draaide zich om, en bij het zien van de vrouw zei hij: ‘Wees gerust, uw geloof heeft u gered.’ En vanaf dat moment was de vrouw genezen. 23  Toen Jezus bij het huis van de leider van de synagoge aankwam en er de fluitspelers en de luid weeklagende menigte zag, 24  zei hij: ‘Ga naar huis, het meisje is immers niet gestorven, ze slaapt.’ Men lachte smalend. 25  Nadat iedereen was weggestuurd, ging hij naar binnen. Hij pakte het meisje bij de hand, en ze stond op. 26  Het verhaal hierover verspreidde zich in de hele omgeving.

Je moet maar durven. Iedereen denkt dat het meisje dood is. De begrafenisonderneming is al bezig met de eerste fase van het begrafenisproces, het huilen en de openbare rouw. Zo ging dat in de tijd van Jezus van Nazareth. Alleen de vader van het meisje deed niet mee. Die was de leider van de synagoge, zeg maar de kerk van het dorp, daar waar elke dag uit de Wet werd voorgelezen en een keer in de week de Wet ook kon worden uitgelegd. Hij geloofde dat Jezus van Nazareth haar weer tot leven kon brengen. Als je onvoorwaardelijk van mensen houdt dan kun je veel en daar ging de hele stoet. Jezus, de 12 apostelen en al die leerlingen die steeds achter hem aan gingen. Het was een gedrang van jewelste. Geen wonder dat er zelfs mensen waren die hem niet lastig wilden vallen. Vrouwen hebben vanouds die neiging. Niet klagen, niet zeuren, flink zijn en doorgaan, ook al ben je dood en doodziek. Zo’n vrouw kwam Jezus tegen, als je die man alleen maar aanraakt ben je al beter dacht ze, hij gaat met de belangrijke mensen mee. Maar Jezus van Nazareth zag ook haar en haar geloof dat ze beter kon worden.

Zien wij de gewone mensen langs de kant van de weg ook?  Zo vaak gebeurd het dat we zieke mensen niet echt zien zitten. De bezuinigingen op de zorg zullen mensen treffen in het mogelijk maken deel te nemen aan de samenleving. Huiswerkbegeleiding voor kinderen die niet in staat zijn op school stil te blijven zitten en het thuis zelf te doen. Vervoer en hulp voor thuiswonende ouderen. Nee mensen achter de geraniums laten zitten, op bed laten liggen of ziek en getekend langs de weg laten gaan is waar we naar terug gaan.  We lezen in dit Bijbelgedeelte over twee zieken, een meisje dat het leven liet en een vrouw die aan bloedverlies leed. Voor ons zijn dat verschillende zaken. Maar als je weet dat het leven van een mens huist in het bloed dan gaat het twee keer over hetzelfde, bij de een is het leven geweken en bij de ander vloeit het leven langzaam weg. Wij lijken het leven voor veel mensen vaak onnodig zwaar te maken, werk en sociale contacten zijn immers voor ons leven wat het bloed was voor mensen in de dagen van Jezus van Nazareth. Voor Jezus was het een kwestie van opstaan, wie contact zoekt met de levende gaat zelf leven. Wie opstaat tegen de dood zal leven. Jezus greep het meisje bij de hand, ze slaapt riep hij, en ze stond op.

Maar zijn wij bereid de gehandicapten, de Wajongers, de zieken van vandaag de hand te reiken en ze te laten opstaan tegen een bezuinigende overheid? Laten we wakker blijven vandaag. En er is nog een aspect in het verhaal. Het begint in de synagoge, bolwerk van mannelijke godsdienstigheid. Eén van de regels was dat je een vrouw die haar maandelijkse bloeding had niet mocht aanraken. Maar je weet het niet dus raak je een vrouw niet aan, vrouwen worden dan de onaanraakbaren en een vrouw die dat niet pikt geeft al haar geld uit om er maar onderuit te kunnen komen, tot Jezus haar duidelijk maakt dat die aanraking zonder verdere seksuele bedoeling niet tot onreinheid leidt maar tot sociaal contact. Een meisje van 12 jaar, die leeftijd wordt uitdrukkelijk genoemd, staat op het punt die maandelijkse bloedingen te krijgen. Je zal dan een vader hebben die het  toppunt van godsdienstigheid is. Niet eten is dan een mogelijkheid om dat onaanraakbare te ontlopen. Maar daar ga je aan dood. Jezus doorbreekt dat nog een keer door haar een hand te geven, en eten. Aan ons om na te denken wie wij tot onaanraakbaren maken en of dat wel terecht is.

Gelukkig wie zorgt voor de armen

juni 18, 2017

Psalm 41

1 Voor de koorleider. Een psalm van David. 2 Gelukkig wie zorgt voor de armen;  in kwade dagen zal de HEER hem uitkomst geven,  3 de HEER zal hem beschermen en in leven houden, men prijst hem gelukkig in het hele land. ‘Lever hem niet uit aan zijn vijanden!’ 4 Op zijn ziekbed zal de HEER hem tot steun zijn. ‘Hoe lang hij ook ziek ligt, u keert zijn lot ten goede.’ 5 Ik zeg: ‘HEER, wees mij genadig, genees mij, ik heb tegen u gezondigd.’ 6 Mijn vijanden verwensen mij, ze zeggen: ‘Wanneer sterft hij en verdwijnt zijn naam?’ 7 Wie mij bezoekt, heeft mooie woorden, maar zijn hart is vol kwade gedachten; staat hij buiten, hij spreekt ze uit. 8 Wie mij haten hopen het ergste voor mij en fluisteren aan mijn bed tegen elkaar: 9 ‘Een dodelijke kwaal heeft hem geveld, wie zo ziek ligt, staat nooit meer op.’ 10 Zelfs mijn beste vriend, op wie ik vertrouwde, die at van mijn brood, heeft zich tegen mij gekeerd. 11 Toon mij, HEER, uw genade en laat mij opstaan, dan zal ik hun geven wat ze verdienen. 12 Hieraan zal ik weten dat u mij liefhebt: als mijn vijand niet langer juicht, 13 als u mij bijstaat, omdat ik onschuldig ben, en mij voorgoed laat wonen in uw nabijheid. 14 Geprezen zij de HEER, de God van Israël, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen, amen. (NBV)

De opschriften boven deze dagelijkse overwegingen zijn altijd ontleend aan het Bijbelgedeelte dat we eerst lezen. En vandaag was dat gemakkelijk. De regel die het meest aanspreekt is de eerste regel. Na het opschrift boven het lied dat we vandaag zingen dan. Want iedereen die voor de armen zorgt wordt gelukkig geprezen. Nu is de zorg in ons land iets heel praktisch, twee handen en twee voeten en die in dienst stellen van degene die het met eigen handen en voeten niet meer redt. Maar de Hebreeuwse term die hier met “zorgt” is vertaald heeft een wijdere betekenis. Daar klinkt ook in mee dat je een open oog kunt hebben voor de positie van armen, dat je hen recht wil doen, dat je je samenleving, of je eigen leven, zo inricht dat armen tot hun recht komen en worden geholpen. Dan wordt je gelukkig geprezen, dan ben je als het ware een bovenste beste. In onze dagen van directe behoeftebevrediging zouden we kunnen denken dat als je nu maar voor de armen zorgt er jou niks meer zal kunnen overkomen, je doet immers wat in de Bijbel staat.

Je hoort dat ook wel eens van namaak evangelisten: “Geef je hart aan Jezus en niks kan je meer overkomen” klinkt het dan. Maar zo zit het leven niet in elkaar. De psalm spreekt al over de gevolgen voor de degene die voor de armen zorgt als die ziek wordt. Voor zijn vijanden hoeft die niet bang te zijn, die vijanden zijn er dus wel. En op zijn ziekbed zal de Heer tot steun zijn. Mooi is dat, het ziekbed is er dus wel degelijk en direct beter worden is er ook niet bij want hoe lang hij ook ziek ligt, uiteindelijk keert God het lot van de zieke ten goede. Nee wie zorgt voor de armen heeft daarmee geen verzekering tegen ziekte en onheil afgesloten. Maar wie zorgt voor de armen heeft weet van de rijkdom die hij overhoudt als ziekte en onheil hem treffen. Liefde voor anderen, liefde voor de zwaksten is zo’n onuitputtelijke bron van rijkdom dat ziekte en onheil daarbij vaak in het niet vallen. Daarom kan de dichter om vergeving vragen want de ziekte van eigenwaan en eigendunk plaagt hem en houdt hem af van het zorgen voor de armen.

De psalmist is gevoelig voor het blijven van zijn naam, zijn vijanden hebben medelijden met hem want die goede naam zal verdwenen zijn als hij is heengegaan. Ze noemen de ziekte een straf van God en dat terwijl de dichter juist gericht was op het eren van God, op het navolgen van zijn gebod tot het houden van de naaste als van zichzelf. Uit die dodende situatie wil de dichter opstaan, niet tot eigen roem en eer maar tot eer van de God van Israël die mensenogen opent voor de armen die onrecht worden aangedaan. Wij vergeten vaak hoe het zit. Hoe eenvoudige arbeiders een deel van hun karig loon bij elkaar legden om een ziekenkas te beginnen zodat collega’s die geen dokter konden betalen toch de behandeling zouden krijgen die ze verdienden. Die zorg voor zieken bleek voor de hele samenleving succesvol, zo’n succes dat we nu klagen dat de last van de ziekenkas, het ziekenfonds, de ziektekostenverzekering ons te zwaar wordt. Pas daarmee op, let op wat het effect is voor de zwaksten, voor de armen, voor de zieken. Dan weten we het succes er weer van te waarderen, met dank aan de God van Israël die ons de ogen opent en gelukkig prijst wie voor de arme zorgt, ook vandaag.

Nieuwe wijn in oude zakken

juni 17, 2017

Matteüs 9:9-17

9 ¶  Toen Jezus van daar verderging, zag hij bij het tolhuis een man zitten die Matteüs heette, en hij zei tegen hem: ‘Volg mij.’ Hij stond op en volgde hem. 10  Toen hij thuis aanlag voor de maaltijd, kwam er ook een groot aantal tollenaars en zondaars, die samen met hem en zijn leerlingen aan de maaltijd deelnamen. 11  De Farizeeën zagen dit en zeiden tegen zijn leerlingen: ‘Waarom eet uw meester met tollenaars en zondaars?’ 12  Hij hoorde dit en gaf als antwoord: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel. 13  Overdenk eens goed wat dit wil zeggen: “Barmhartigheid wil ik, geen offers.” Ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’ 14 ¶  Daarop kwamen de leerlingen van Johannes bij hem en vroegen: ‘Waarom vasten wij en de Farizeeën wel regelmatig, en uw leerlingen niet?’ 15  Jezus antwoordde: ‘Bruiloftsgasten kunnen toch niet treuren zolang de bruidegom bij hen is? Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, dan zullen ze vasten. 16  Niemand verstelt een oude mantel met een lap die nog niet gekrompen is. Want dan trekt de nieuwe lap de mantel kapot en wordt de scheur nog groter. 17  Evenmin giet men jonge wijn in oude leren zakken. Anders scheuren de zakken, dan wordt de wijn verspild en gaan de zakken verloren. Maar gaat de nieuwe wijn in nieuwe zakken, dan blijven beide behouden.’ (NBV)

Het verhaal over het optreden van Jezus van Nazareth begint niet bij Kerstmis. Daar beginnen een paar van de boeken van het Nieuwe Testament wel mee maar als je het hele verhaal doorleest dan zie je dat het optreden van Jezus van Nazareth begint met zijn neef Johannes. Die ging staan op de grens van de woestijn en het beloofde land en riep de mensen op opnieuw te beginnen met de Wet die ze in de woestijn hadden gekregen, die Wet van je naaste liefhebben als jezelf. Als teken daarvan werd je onder gedompeld in het water van de Jordaan zodat je het stof van je oude leven kon afspoelen en als het ware opnieuw werd geboren, als nieuw mens kon je op weg gaan die Wet waar te maken. Johannes had gezegd dat Jezus van Nazareth de volgende halte in het verhaal zou zijn. Die zou pas laten zien wat het betekent onvoorwaardelijk te leven volgens de Wet uit de woestijn.

Dat Jezus van Nazareth niet opzij ging voor een beetje gekkigheid hebben we de al eerder gelezen, dat zieken die opnieuw wilden beginnen de kans kregen beter te worden hebben we ook gezien. Maar de hele samenleving vernieuwen is nog wat anders nietwaar.  Als dan de volgelingen van Johannes vragen waarom er wel veel gegeten maar weinig gevast wordt wijst Jezus op de vreugde der Wet. Ook wij kennen tijden waarop we ons moeten oefenen in het niet zo belangrijk vinden van geld en goederen, net zo goed als we feest mogen vieren als de onrechtvaardige importheffingen op producten uit arme landen worden afgeschaft. Als er dus vandaag extra gedronken moet worden, neem eens wat Max Havelaar koffie.

Probeer de zaken opnieuw aan te pakken, want we weten al dat het op de oude manier niet werkt, zoals oude zakken zullen scheuren als je er nieuwe wijn in doet. Het wordt Calvinisten, overtuigde protestanten, nog wel eens verweten dat ze niet kunnen genieten, dat ze geen feest kunnen vieren. Als ze dat wel doen wordt ze overigens snel verweten dat ze geen echte protestanten zijn. Beide is onterecht. Gelovigen zorgen dat ze bij bewustzijn blijven, onmatig eten en drinken is er niet bij, maar genieten van eten en drinken wel degelijk. Gelovigen amuseren zich niet ten koste van anderen, anderen gebruiken als lustobject is er bijvoorbeeld absoluut niet bij. Gelovigen genieten nog het meest als het iemand in nood weer goed gaat, als iemand die aan de grond zat weer opstaat en verder kan in het leven, als iemand die het niet meer zag zitten weer een weg ziet in het leven. Dat is genieten zoals Jezus van Nazareth dat deed. En dan mag je best een feest bijwonen, alles is geoorloofd al is niet alles nuttig.

 

Terug naar zijn eigen stad

juni 16, 2017

Matteüs 9:1-8

1 ¶  Hij stapte weer in de boot en stak over, terug naar zijn eigen stad. 2  Daar probeerden een paar mensen een verlamde bij hem te brengen die op een draagbed lag. Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Wees gerust, uw zonden worden u vergeven.’ 3  Daarop zeiden enkele schriftgeleerden bij zichzelf: Wat een godslasterlijke taal! 4  Jezus doorzag hun gedachten en zei: ‘Waarom hebt u zulke boosaardige gedachten? 5  Wat is gemakkelijker, te zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op en loop”? 6  Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei hij tegen de verlamde: ‘Sta op, pak uw bed en ga naar huis.’ 7  En hij stond op en ging naar huis. 8  Bij het zien hiervan werden de mensen met ontzag vervuld en ze loofden God, om de macht die hij aan mensen heeft verleend. (NBV)

In het algemeen spreekt men over de wonderen die Jezus heeft gedaan, maar als je het op je in laat werken is het vaak veel wonderbaarlijker dat we er zelf zo weinig van bakken. Stel je nou voor dat vrienden een zieke bij je brengen. een zieke die gelooft dat de ziekte komt door wat de ouders fout gedaan hebben, en wat de zieke zelf zoal fout heeft gedaan. Wij weten wel dat ziekte volstrekt niet komt door wat je fout gedaan hebt, ja sommige ziekten loop je op omdat je ondanks waarschuwingen iets stoms hebt gedaan, maar dat hoeven anderen je niet na te dragen. Dat gebeurde wel bij de zieke die bij Jezus werd gebracht. Jezus begon gewoon met iets aardigs te zeggen, je zonden zijn je vergeven. Natuurlijk God straft niet met ziekten en kwalen en wat je fout hebt gedaan weet je zelf als eerste en pas op het einde der tijden komt ook de eindafrekening. Maar daar werd zo over gemopperd dat het bijna een rel werd.

We kennen het wel, hoe kunnen we nou aardig zijn voor iemand die dat niet verdient, hoe kunnen we opkomen voor een asielzoeker of een ex-gedetineerde bijvoorbeeld. Maar aardig zijn is goedkoop, het is gemakkelijk en het verdient ook gemakkelijk, mensen doen eerder aardig terug tegen iemand die vriendelijk voor ze is dan tegen iemand die voortdurend kritiek uit. Moeilijker is het mensen ook echt voor zichzelf in beweging te brengen. Jezus doet het met de zieke, sta op klinkt het, neem je bed op en ga naar huis. Het wordt ook voor ons tijd om in beweging te komen. Jezus was teruggegaan naar zijn eigen stad. Nu kennen we die Jezus als Jezus van Nazareth, daar was hij opgegroeid en daar woonden zijn ouders, Jozef en Maria. Maar toen Johannes de Doper gevangen was genomen was hij ondergedoken in Kafernaüm, dat betekent “huis van troost”. En troost wordt daar gegeven.

Zieken, vooral chronisch zieken, hebben het ook in onze samenleving niet gemakkelijk. Ze zitten vast aan een eigen risico en ondanks toezeggingen in de Kamer krijgen ze eigenlijk niks terug. En chronisch zieken kunnen hun ziektekosten niet beïnvloeden, ze zijn er soms voor hun leven van afhankelijk. Vrienden zijn dus heel erg belangrijk om een plaats in de samenleving te kunnen behouden. Voor veel zieken geld overigens dat er veel vrienden zijn en dat zij zich niet beschroomd hoeven te voelen een beroep te doen op die vrienden, de meeste vrienden doen het graag en worden zelfs boos als ze niet om hulp worden gevraagd als die hulp nodig is. Omdat juist zieken zich snel te veel voelen en het gevoel hebben dat ze de samenleving tot last zijn dienen gezonden extra gevoelig te zijn voor het verlenen van hulp aan zieken. De vrienden in dit verhaal zijn het goede voorbeeld voor ons. En als mensen soms iets niet goed hebben gedaan is het niet aan ons om daarover te oordelen, dat mogen we nu net aan God overlaten, en God vergeeft.

Zijn leerlingen volgden hem

juni 15, 2017

Matteüs 8:23-34

23 ¶  Hij stapte in de boot en zijn leerlingen volgden hem. 24  Plotseling begon het meer enorm te kolken, zodat de boot bijna door de golven werd verzwolgen. Maar Jezus sliep. 25  Ze maakten hem wakker en riepen: ‘Heer, red ons toch, we vergaan!’ 26  Hij zei tegen hen: ‘Waarom hebben jullie zo weinig moed, kleingelovigen?’ Toen stond hij op en sprak de wind en het water bestraffend toe, en het meer kwam geheel tot rust. 27  De mensen zeiden vol verbazing: ‘Wat is dit toch voor iemand, dat zelfs de wind en het water hem gehoorzamen?’ 28 ¶  Toen hij aan de overkant in het gebied van de Gadarenen kwam, liepen hem vanuit de grafspelonken twee bezetenen tegemoet. Ze waren zo gevaarlijk dat niemand daar langs durfde te gaan. 29  Ze begonnen te schreeuwen en te roepen: ‘Wat hebben wij met jou te maken, Zoon van God? Ben je hier gekomen om ons pijn te doen nog voordat de tijd daarvoor is aangebroken?’ 30  Een eind verderop liep een grote kudde varkens te grazen. 31  De demonen smeekten hem: ‘Als je ons uitdrijft, stuur ons dan naar die kudde varkens.’ 32  Hij antwoordde hun: ‘Vooruit!’ Ze verlieten de twee mannen en trokken in de varkens. Toen stormde de hele kudde van de steile helling af het meer in, en de dieren kwamen om in de golven. 33  De varkenshoeders sloegen op de vlucht, en toen ze in de stad kwamen vertelden ze het overal rond, ook wat er met de bezetenen was gebeurd. 34  Nu trok de hele stad uit, Jezus tegemoet. Toen ze hem gevonden hadden, verzochten ze hem dringend hun gebied te verlaten. (NBV)

Storm op zee is vanouds een uitermate beangstigend gebeuren. In de Joodse cultuur gold de zee als een sterk symbool voor de dood. Zelfs op een meer kan het gevaarlijk zijn. Het is dan ook geen wonder dat de volgelingen van Jezus buitengewoon bang werden toen ze naar de overkant van het meer voeren en er storm op stak. Maar angst is een slechte raadgever. Vroeger stond er op de brandinstructies die in het warenhuis Vroom en Dreesman hingen: “Paniek is erger dan brand”. Warenhuizen hadden daar ervaring mee, als er brand uitbreekt komen er vaak meer mensen om omdat ze onder de voet worden gelopen of anderszins door de uitgebroken paniek geen uitweg meer zien dan dat er daadwerkelijk door brand of rook omkomen. Jezus maant zijn volgelingen dan ook tot kalmte, en stilt de storm. Het onder ogen zien van de werkelijke situatie, de mogelijkheden onderzoeken is altijd vruchtbaarder dan je laten leiden door angst en teneer te laten slaan door de onmogelijkheden . Is daarom dit verhaal een verhaal van persoonlijke groei? Dat zou gemakkelijk zijn, als jij bang bent en het ongeluk grijpt je ben jij alleen verantwoordelijk.

Maar zo zit het niet. Tot de volgelingen van Jezus behoren een aantal ervaren vissers. Zij waren gewend om onder alle omstandigheden het meer te bevaren. Ze weten dan ook wat te doen tijdens de storm. Maar de angst en paniek kunnen totale verlamming tot gevolg hebben. Jezus roept hen tot de werkelijkheid door ze uit te schelden voor kleingelovigen. Wij kunnen elkaar tot de werkelijkheid terug roepen. En twee weten meer dan een. Het vinden van oplossingen is een zaak van samen en niet van alleen, het is een zaak van mogelijkheden verkennen en niet van angst en paniek. Dat wil niet zeggen dat het altijd even gemakkelijk is, dat oplossingen voor de hand liggen, dat het altijd goed af zal lopen, maar er wordt meer mee gered dan bij het ieder voor zich. Maar wat heeft die bootreis nu te maken met varkens? Je hebt van die mensen die zich voortdurend aangevallen voelen. Ze zijn zelf ooit zo erg beschadigd dat ze zich niet meer voor kunnen stellen dat er iemand om hen geeft. Ruzie maken en uitdagen is het enige wat ze nog kunnen. Elke vriendelijke opmerking zullen ze omdraaien tot het een belediging is. Twee van die mensen woonden in het 10 stedenland, een verbond van 10 steden aan de overkant van de Jordaan onder leiding van Damascus. Een onrustig en betwist gebied, tot op de dag van vandaag.

Toen Jezus het meer was overgestoken en geland was ontmoetten ze die mensen. Matteüs schrijft tenminste dat er twee waren, maar Matteüs schrijft bijna overal in zijn boek dat er twee zijn als het belangrijk is. De twee begonnen gelijk te schreeuwen en te dreigen, zich ook te verdedigen, “kom jij ons pijn doen voor het daarvoor tijd is?” zo riepen ze. Jezus was niet beledigd, hij verdedigde zich niet, hij luisterde slechts, want toen uiteindelijk de mannen vroegen of hun gekkigheid in een kudde varkens mocht komen hoefde Jezus slechts “Vooruit” te roepen en de kudde varkens zette zich in beweging en stortte zich van een rots, de gekte was over. Varkens zijn immers net zo onrein als die gekkigheid. Je kunt je de schrik van de varkenshoeders wel voorstellen toen hun kudde zich ineens in beweging zette en niet meer te stoppen was. Je zou willen dat in datzelfde gebied vandaag de dag mensen zouden willen luisteren op de manier waarop Jezus naar mensen luisterde. Niet de gekkigheid voorop zetten. Niet zich bij voorbaat aangevallen voelen, beledigingen beledigingen laten en op zoek gaan naar het goede, het menselijke in de mensen. Er zijn Joden en Palestijnen die dat zouden willen, maar ergens staat ook geschreven dat pas als alle mensen op deze manier met elkaar om zouden willen gaan het daar ook zal lukken. Aan ons dus om er een begin mee te maken.