Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Jullie moeten mijn getuigen zijn

mei 19, 2017

Johannes 15:18-27

18 ¶  Wanneer de wereld je haat, bedenk dan dat ze mij eerder haatte dan jullie. 19  Als jullie bij de wereld zouden horen, zou ze jullie hebben liefgehad als iets van haarzelf, maar jullie horen niet bij haar, want ik heb jullie uit de wereld weggeroepen. Daarom haat ze jullie. 20  Denk aan wat ik gezegd heb: een slaaf is niet meer dan zijn meester. Ze hebben mij vervolgd, dus zullen ze ook jullie vervolgen; maar wie zich aan mijn woorden gehouden heeft, zal zich ook aan jullie woorden houden. 21  Dit alles zullen ze jullie vanwege mij aandoen, want ze kennen hem niet die mij gezonden heeft. 22  Ze zouden niet schuldig zijn als ik niet was gekomen en tegen hen had gesproken. Maar nu hebben ze geen excuus voor hun zonde. 23  Wie mij haat, haat ook mijn Vader. 24  En ze zouden niet schuldig zijn als ik niet bij hen had gedaan wat niemand anders ooit heeft gedaan. Maar ze hebben het gezien en toch mij en mijn Vader gehaat. 25  Zo ging in vervulling wat in hun wet geschreven staat: “Ze hebben mij zonder reden gehaat.” 26 ¶  Wanneer de pleitbezorger komt die ik van de Vader naar jullie zal zenden, de Geest van de waarheid die van de Vader komt, zal die over mij getuigen. 27  Ook jullie moeten mijn getuigen zijn, want jullie zijn vanaf het begin bij mij geweest. (NBV)

Je moet er altijd voorzichtig mee zijn. Je kunt de woorden die Jezus sprak tot zijn leerlingen niet zomaar op jezelf en de gelovigen van vandaag  betrekken. Wij hebben niet met Jezus zelf op aarde rondgewandeld. Aan de andere kant zijn de verhalen in de vier Evangelieboeken daar niet voor niets opgeschreven. Ze zijn bestemd voor gelovigen die ver na de leerlingen hebben geleefd en geloofd. Wat Jezus van Nazareth heeft gezegd volgens die verhalen moeten mensen die mee willen doen in het verhaal van Jezus van Nazareth zich op z’n minst aantrekken. Hier gaat het weer eens over de tegenstelling tussen “de wereld” en het “uit de wereld” waar Jezus van Nazareth zijn leerlingen naar toe heeft geroepen. Dit verhaal over de haat sluit aan op het verhaal hiervoor over de Liefde. In de wereld is de haat, daar houden mensen niet van elkaar, daar kijken ze raar tegen elkaar aan als ze soms eens iets anders geloven als ze zelf doen of als ze andere gewoonten hebben als ze zelf hebben.

Mensen die onvoorwaardelijk van mensen houden en alles over hebben voor de minsten in de samenleving worden gehaat. Die komen altijd aan met verhalen over onheil, over honger,over kinderarbeid, over schendingen van mensenrechten, over gerechtelijke dwalingen, over buitensporige winsten, over exorbitante zelfverrijking en noem maar op. Die mensen vertellen nooit eens hoe goed ze zelf zijn, hoe mooi hun kleren, hoe dik hun bankrekening, hoe snel hun auto en hoe groot hun huis. Bij die mensen kan altijd alles, dag en nacht. Ze worden daarom extra in de gaten gehouden. Ze worden het eerst gearresteerd als er gedemonstreerd wordt. Hun publicaties worden het eerst verboden en hun samenkomsten illegaal verklaard. Het verhaal van Jezus van Nazareth over de bevrijding van de armen gaat nog steeds door maar het verzet tegen de komst van zijn koninkrijk gaat ook nog steeds door.

Wij kennen God alleen door het verhaal over Jezus van Nazareth, in dat verhaal hebben wij de roep gehoord om in zijn verhaal mee te gaan doen. Maar juist dat verhaal over een Joodse Rabbi in een ver verleden die een slavendood stierf aan een kruis in een uithoek van het Romeinse Rijk moet volgens de ongelovigen toch nooit het begin kunnen zijn van een nieuwe wereld waar geen honger is en alle oorlog en ellende is uitgebannen. Alleen de Geest waarin Hij alles deed, de Geest van onvoorwaardelijke onbaatzuchtige liefde, de Geest waarin zijn leerlingen de wereld zijn ingetrokken ondanks vervolging, smaad, laster en hoon, alleen die Geest kan ook vandaag laten zien waar het om gaat in dit verhaal. Alleen als we handelen in die Geest van Liefde zijn wij getuigen van de waarheid en waarachtigheid van dat verhaal, en van de grote daden van God, dan breekt het licht door.

Vrienden noem ik jullie

mei 18, 2017

Johannes 15:1-17

1 ¶  ‘Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de wijnbouwer. 2  Iedere rank aan mij die geen vrucht draagt snijdt hij weg, en iedere rank die wel vrucht draagt snoeit hij bij, opdat hij meer vruchten draagt. 3  Jullie zijn al rein door alles wat ik tegen jullie gezegd heb. 4  Blijf in mij, dan blijf ik in jullie. Een rank die niet aan de wijnstok blijft, kan uit zichzelf geen vrucht dragen. Zo kunnen jullie geen vrucht dragen als jullie niet in mij blijven. 5  Ik ben de wijnstok en jullie zijn de ranken. Als iemand in mij blijft en ik in hem, zal hij veel vrucht dragen. Maar zonder mij kun je niets doen. 6  Wie niet in mij blijft wordt weggegooid als een wijnrank en verdort; hij wordt met andere ranken verzameld, in het vuur gegooid en verbrand. 7  Als jullie in mij blijven en mijn woorden in jullie, kun je vragen wat je wilt en het zal gebeuren. 8  De grootheid van mijn Vader zal zichtbaar worden wanneer jullie veel vrucht dragen en mijn leerlingen zijn. 9 ¶  Ik heb jullie liefgehad, zoals de Vader mij heeft liefgehad. Blijf in mijn liefde: 10  je blijft in mijn liefde als je je aan mijn geboden houdt, zoals ik me ook aan de geboden van mijn Vader gehouden heb en in zijn liefde blijf. 11  Dit zeg ik tegen jullie om je mijn vreugde te geven, dan zal je vreugde volkomen zijn. 12  Mijn gebod is dat jullie elkaar liefhebben zoals ik jullie heb liefgehad. 13  Er is geen grotere liefde dan je leven te geven voor je vrienden. 14  Jullie zijn mijn vrienden wanneer je doet wat ik zeg. 15  Ik noem jullie geen slaven meer, want een slaaf weet niet wat zijn meester doet; vrienden noem ik jullie, omdat ik alles wat ik van de Vader heb gehoord, aan jullie bekendgemaakt heb. 16  Jullie hebben niet mij uitgekozen, maar ik jullie, en ik heb jullie opgedragen om op weg te gaan en vrucht te dragen, blijvende vrucht. Wat je de Vader in mijn naam vraagt, zal hij je geven. 17  Dit draag ik jullie op: heb elkaar lief. (NBV)

Vruchtbaarheid speelt door de hele Bijbel heen een grote rol. Israel had het gebod gekregen te delen met elkaar als grootste garantie op vruchtbaarheid. Als je samen deelt hoef je immers nooit zonder te zijn. Daarom het gebod te delen met de familie, de armen, de levieten en de vreemdelingen. En zelfs één keer per zeven jaar te delen met de aarde door de aarde niet te bebouwen maar te leven van wat spontaan op zou komen. Jezus van Nazareth trekt die geboden door tot op zichzelf. Het gaat er niet alleen om als volk te delen maar uiteindelijk gaat het er om ook jezelf te willen delen. Daardoor is Jezus van Nazareth de ware wijnstok. De wijnstok die vrucht draagt. Het gaat er de wijnstok niet om meer wijnstokken voort te brengen, of meer ranken, nee om meer druiven voort te brengen. Om meer druiven voort te brengen moeten zelfs ranken gesnoeid worden. Als je dus bereid bent om zo te gaan leven dat het niet meer om gaat er zelf beter van te worden maar te zorgen dat anderen er beter van worden, dat de minsten op aarde recht wordt gedaan, desnoods door jezelf op te offeren, dan is vruchtbaarheid gegarandeerd.

Dan kun je vragen wat je wilt en dan zal het ook gebeuren. Dan vraag je dus niet meer iets voor jezelf. Dan is vragen ook niet meer een probleem bij een ander, bij God bijvoorbeeld, neerleggen, maar dan is vragen moed verzamelen om zelf aan de slag te gaan. Dan is vragen zoeken naar het goede om het goede te doen en niet dan het goede. Het goede is immers niet altijd de ander te geven als dat wat voor zichzelf vraagt. Delen met een ander vraagt ook van de ander de bereidheid te delen. Iemand helpen op te staan is soms belangrijker en vruchtbaarder dan iemand te laten zitten en het eten maar te brengen en aan te reiken. Het gaat er altijd om ook die ander vruchtbaar te laten zijn voor de samenleving. Daarin wordt de grootheid van God pas duidelijk. Dat wat echte Liefde kan is zo groots dat niets ter wereld het daarbij kan halen. Dat kan hele volken bevrijden van geweld en onderdrukking.

De boodschap van de Bijbel is  heel eenvoudig. Jezus van Nazareth zelf zou eens opmerken dat zelfs een kind het kan begrijpen. En in deze passage lezen we de kern van de Bijbelse boodschap in al haar eenvoud: “Heb elkaar lief”. Het lijkt bijna een lied zoals het hier is opgeschreven. “Jullie moeten mij lief hebben en ik heb jullie liefgehad”, dan heb je de Vader lief en dan heb je elkaar lief. Als je Jezus liefhebt ben je geen slaafse volgeling van iemand die het bij het rechte eind heeft, nee dan ben je een vriend en kun je zelfs hem de waarheid zeggen. Juist als je gehoord hebt wat Jezus van Nazareth je te zeggen hebt dan weet je dat je dat zelf niet hebt hoeven te kiezen maar dat je zijn Weg mag gaan. In het verhaal van Jezus van Nazareth zijn het de leerlingen die geroepen zijn om Hem te volgen. In de Christelijke Kerk gelooft men daarom vanouds dat alle gelovigen geroepen zijn om Hem te volgen. Als je je naaste liefhebt als jezelf dan kun je niet anders dan die roep van Jezus van Nazareth doorgeven, hoe meer mensen immers hun naaste liefhebben als zichzelf hoe dichterbij het Koninkrijk van Jezus van Nazareth komt. We mogen er elke dag weer opnieuw mee beginnen, ook vandaag.

Ontferm u over wie twijfelen

mei 17, 2017

Judas 14-25

14  Zij zijn het ook over wie Henoch, de zevende vanaf Adam, geprofeteerd heeft toen hij zei: ‘Ik zie de Heer komen met zijn heilige tienduizendtallen 15 ¶  om over allen zijn vonnis uit te spreken; alle goddeloze zondaars zal hij veroordelen voor alle goddeloze daden die ze in hun goddeloosheid bedreven hebben en voor de harde woorden waarmee ze hem hebben beledigd.’ 16  Ze doen niets anders dan zeuren en zagen, ze laten zich leiden door hun begeerten, brallen maar wat en praten anderen naar de mond om er zelf beter van te worden. 17  Maar, geliefde broeders en zusters, denk aan wat de apostelen van onze Heer Jezus Christus al hebben gezegd: 18  ‘Aan het einde van de tijd zullen er spotters komen, die zich laten leiden door hun goddeloze begeerten.’ 19  Het zijn mensen die verdeeldheid zaaien en alleen op het aardse gericht zijn; ze hebben de Geest niet. 20  Maar u, geliefde broeders en zusters, moet uw leven bouwen op het fundament van uw zeer heilige geloof. Laat u bij het bidden leiden door de heilige Geest, 21  houd vast aan Gods liefde, en zie uit naar de barmhartigheid van onze Heer Jezus Christus, die u het eeuwige leven zal schenken. 22  Ontferm u over wie twijfelen 23  en red anderen door hen aan het vuur te ontrukken. Uw medelijden met nog weer anderen moet gepaard gaan met vrees; verafschuw zelfs de kleren die ze met hun lichaam bezoedeld hebben. 24  (24-25) De enige God, die de macht heeft u voor struikelen te behoeden en u onberispelijk en juichend van vreugde voor zijn majesteit te laten verschijnen, die ons redt door Jezus Christus, onze Heer, hem behoort de luister, de majesteit, de kracht en de macht, vóór alle eeuwigheid, nu en tot in alle eeuwigheid. Amen. 25 (NBV)

Vandaag het tweede en laatste deel van dit kleine briefje dat bijna helemaal aan het einde van de Bijbel staat. Er zijn binnen en buiten de Kerk altijd een heleboel mensen geweest, ze zijn er nog, die het allemaal zeer goed en zeer zeker weten. Binnen de Protestantse Kerken wordt dan vaak op Johannes Calvijn gewezen als iemand die het allemaal zo goed wist. Wel die Johannes Calvijn wijst er op dat die spotters die hier genoemd worden niet pas in een onduidelijke toekomst komen. Of dat de aanwezigheid van spotters die wij aan kunnen wijzen er op duiden dat het einde der tijden nabij zou zijn, maar dat die spotters er zijn sinds de komst van Christus. Die komst was voor Calvijn het begin van het einde van de geschiedenis, maar wanneer die geschiedenis ten einde loopt blijft onbekend. Als we nu de mensen nemen waartegen in het eerste deel van deze brief werd gewaarschuwd, de mensen binnen de kerk die het geloof te eigen bate benutten en we tellen daarbij op de mensen van buiten de kerk die elk geloof ontkennen en bespotten, dan hebben we de brief van Judas aardig samengevat.

Maar wie blijven er dan over? Dat zijn de mensen die niet zo sterk van zichzelf overtuigd zijn. Zij immers zien voor zichzelf niet direct nut in het geloof. Zij antwoorden slechts op de liefde waarvan ze horen. Daar willen ze bij zijn, zo zouden ze ook willen zijn, als Jezus van Nazareth, zoals God mensen roept om te zijn, maar dat verzaken ze zo vaak. Natuurlijk wordt er gesproken over barmhartigheid, de liefde van God. Daar kun je alleen op vertrouwen. Ook in deze brief wordt het weer gezegd dat je uit mag zien naar de barmhartigheid van God. Ondertussen moet je je maar bezig houden met mensen die te lijden hebben van al het kwade in de wereld. De meisjes die verleid worden door jongens die hen willen uitbuiten en ten koste van hen een lui en rijk leven willen leiden, de jonge vrouwen die gedwongen worden in de prostitutie te werken, de jonge jongens die misbruikt worden door volwassen mannen om hun lusten te bevredigen. Verafschuw zelfs de kleding die uitdrukking geeft aan het lijden waarin ze terecht zijn gekomen. Zie het als teken om op te staan tegen dat lijden.

En dan nog iets. Ook in dit kleine briefje wordt over God en wordt over Jezus van Nazareth gesproken als over de Heer van de wereld. Op het eind wordt zelfs gesproken over de luister, de majesteit, de kracht en de macht die die Heer zou hebben. Toch lijkt het er niet op dat het voor gelovigen gemakkelijker wordt als God de Heer van de wereld is. Het kwade verdwijnt niet, God laat het kennelijk toe. Zit dat zo? Het valt te betwijfelen. Het koninkrijk van God is niet zoals de koninkrijken in deze wereld. God is een Heer die zich stelt tegenover al die anderen die zich Heer durven noemen. Daardoor kan elke gelovige zich onttrekken aan elke aardse macht. Wie ook verbied de armen te helpen, op te komen voor de ontrechten, gelovigen worden door het verbod niet getroffen. Dat geeft een kracht die ons altijd weer moet doen opstaan als wij het onrecht ontdekken. Want hoe dan ook, of we het overleven of niet, het zal altijd zo zijn dat het goede het moet winnen van het kwade. Daar valt niet aan te twijfelen. Al die andere beweringen over God en wat we met God aan moeten, twijfel gerust, maar blijf je hand uitsteken naar je naaste, naar de arme en de minste in de wereld. Ook vandaag.

 

Barmhartigheid zij u

mei 16, 2017

Judas 1-13

1 ¶  Van Judas, dienaar van Jezus Christus en broer van Jakobus. Aan allen die geroepen zijn en aan wie de liefde van God, de Vader, en de bescherming van Jezus Christus ten deel vallen. 2  Barmhartigheid zij u, vrede en liefde, in overvloed. 3 ¶  Geliefde broeders en zusters, het was mijn vaste voornemen u te schrijven over de redding van ons allen, maar ik zie mij nu genoodzaakt u in deze brief op te roepen om te strijden voor het geloof dat voor eens en altijd aan de heiligen is overgeleverd. 4  Er hebben zich namelijk ongemerkt mensen onder u gemengd van wie het vonnis al lang geleden schriftelijk is vastgelegd: goddelozen, die de genade van onze God misbruiken als voorwendsel voor losbandigheid en die onze enige meester en Heer, Jezus Christus, verloochenen. 5  Ik wil u eraan herinneren-ook al weet u dit alles wel-dat de Heer zijn volk weliswaar voor eens en altijd uit Egypte heeft bevrijd, maar later allen die niet geloofden gedood heeft. 6  Denk ook aan de engelen die hun oorspronkelijke positie ontrouw werden en de hun toegewezen plaats verlieten: tot het oordeel op de grote dag houdt hij hen met onverbreekbare boeien in de onderwereld gevangen. 7  En herinner u ook Sodom en Gomorra en de naburige steden. Net als die engelen pleegden ze ontucht en liepen ze achter wezens aan die anders waren dan zijzelf, en nu liggen ze daar als afschrikwekkend voorbeeld, gestraft met een nooit dovend vuur. 8 ¶  En toch doen deze zogenaamde zieners precies hetzelfde: ze bezoedelen hun lichaam, verwerpen het gezag van de Heer en lasteren de hemelse machten. 9  Zelfs de aartsengel Michaël waagde het niet de duivel te beschuldigen en te veroordelen toen hij met hem twistte over het lichaam van Mozes. Hij zei alleen: ‘Moge de Heer u straffen.’ 10  Maar deze mensen lasteren alles waarvan ze geen weet hebben; en wat ze, net als redeloze dieren, instinctmatig wél begrijpen wordt hun ondergang. 11  Wee hun! Ze gaan de weg van Kaïn, net als Bileam geven ze zich voor geld over aan bedrog, en net als Korach gaan ze aan hun opstandigheid ten onder. 12  Ze zijn een schandvlek op uw liefdemaaltijden: ze doen zich schaamteloos te goed en zorgen alleen voor zichzelf. Wolken zonder water zijn het, voortgejaagd door de wind, bomen die zelfs in het late najaar geen vrucht dragen, tweemaal afgestorven, ontworteld, 13  wilde golven op zee die hun eigen schande opschuimen, dwaalsterren die voor eeuwig de diepste duisternis wacht. (NBV)

Vandaag lezen we uit een heel klein briefje, ergens achter in de Bijbel. We zijn er in twee dagen mee klaar. Maar ook dit Bijbelboek is niet zomaar een Bijbelboek. Het heeft een eigen belang en het is goed het gelezen te hebben. Wie de brief precies geschreven heeft weten we niet. De Judas aan wie de brief is toegeschreven was een broer van Jezus van Nazareth. Maar de brief is kennelijk geschreven zo’n 100 jaar nadat deze broer geleefd had. De inhoud van de brief staat echter helemaal in de traditie van de Apostelen. De schrijver ziet in de gemeente een probleem dat de Christenheid altijd zal achtervolgen en bezoedelen. Altijd weer zijn er mensen die het geloof in Jezus van Nazareth en hun positie tot hun eigen genot weten te gebruiken. De vrijheid die het Evangelie biedt misbruiken ze. Behalve het Heb-Uw-Naaste-Lief-als-Uzelf zijn er in het Christendom eigenlijk geen regels. Jezus van Nazareth heeft het kwade overwonnen en dus zijn er altijd weer zogenaamde christenen die denken sterker te zijn als het kwade, er boven te staan. Maar mensen zijn God niet.

De schrijver van de brief is heel goed op de hoogte met de Joodse Mythen en legenden die naast de Bijbel een plek hadden gevonden in de cultuur van Israël en soms ook graag in Griekse en Romeinse kringen werden gelezen en zo een weg hadden gevonden naar de Christelijke gemeenten. Hij haalt onder meer voorbeelden aan uit het boek “De hemelvaart van Mozes” en het “eerste boek Henoch”. In die boeken heeft de Duivel een eigen plaats en gestalte. Maar omdat Joden en Christenen niet geloven in de Duivel, maar geloven in God, hebben die boeken geen plaats gekregen in de Bijbel. Toch zijn in het verband met mensen die beweren het kwade te hebben overwonnen de voorbeelden uit deze boeken op hun plaats. Want ook al heeft God de Duivel overwonnen, voor Christenen in en door Jezus van Nazareth, tonen de Engelen in deze verhalen nog eerbied voor de Duivel. Ze lachen de Duivel niet uit, beschimpen hem niet, dagen hem niet uit, en doen niet of ze hem al verslagen hebben. En als zelfs de Engelen zich hoeden voor de Duivel, hoe zouden mensenkinderen dan kunnen beweren immuun te zijn voor het kwade.

Juist als mensen denken te weten wat goed is en wat kwaad en zelf het kwade denken te kunnen overwinnen en mijden dan denken ze gelijk te zijn aan God. Dat was de zonde waarmee Adam begon, het eten van de boom van kennis van goed en kwaad om daarmee gelijk te worden aan God. Als we willen weten wat het goede is dan moeten we ons voortdurend bij laten lichten door het Woord van God. Al die verschillende verhalen uit de Bijbel werpen een licht op ons leven, lichten ons bij op de Weg die we hebben te gaan. Nooit kunnen we die Weg zelf op eigen kracht gaan. Het zijn altijd de stok en de staf van onze God waarop we moeten steunen. Maar waarop we ook mogen steunen en vertrouwen. Daarom is het goed elke dag weer opnieuw het Woord van God te horen en zijn oproep om de naaste lief te hebben als onszelf, onze broeders en zusters te zien en naar de minsten van hen onze hand uit te steken. Dat is het goede doen en niet dan het goede. Voor het kwade dat we doen kunnen we dan ook echt vergeving vragen. Op naar het goede dus, ook vandaag.

Niet gedwongen maar vrijwillig

mei 15, 2017

1 Petrus 5:1-14

1 ¶  Ik doe een beroep op de oudsten onder u. Als uw mede-oudste en als ooggetuige van Christus’ lijden, en omdat ik evenals u zal delen in de luister die binnenkort zal worden geopenbaard, vraag ik u: 2  Hoed Gods kudde waarvoor u de verantwoordelijkheid hebt, houd goed toezicht-niet gedwongen maar vrijwillig, zoals God dat wil, en niet om er zelf beter van te worden maar met belangeloze toewijding. 3  Stel u niet heerszuchtig op tegenover de kudde die aan u is toevertrouwd, maar geef het goede voorbeeld. 4  Dan zult u wanneer de hoogste herder verschijnt de krans van de luister ontvangen, die nooit verwelkt. 5 ¶  En u, jongeren, moet van uw kant het gezag van de oudsten erkennen. Overigens, in de omgang met elkaar moet ieder van u altijd de minste willen zijn, want God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt hij zijn genade. 6  Onderwerp u dus nederig aan Gods hoge gezag, dan zal hij u op de bestemde tijd een eervolle plaats geven. 7  U mag uw zorgen op hem afwentelen, want u ligt hem na aan het hart. 8 ¶  Wees waakzaam, wees op uw hoede, want uw vijand, de duivel, zwerft rond als een brullende leeuw, op zoek naar een prooi. 9  Stel u tegen hem teweer, gesterkt door uw geloof, in het besef dat uw broeders en zusters, waar ook ter wereld, onder hetzelfde leed gebukt gaan. 10 ¶  Maar al moet u nog korte tijd lijden, God, de bron van alle genade, heeft u geroepen om in Christus Jezus deel te krijgen aan zijn eeuwige luister. God zal u sterk en krachtig maken, zodat u staande zult blijven en niet meer zult wankelen. 11  Hem komt de macht toe, voor eeuwig. Amen. 12  Met de hulp van Silvanus, die ik als een betrouwbare broeder beschouw, heb ik u deze korte brief geschreven, om u moed in te spreken en om u er nadrukkelijk van te verzekeren dat het werkelijk de genade van God is die u staande houdt. 13  De uitverkorenen in Babylon en mijn zoon Marcus groeten u. 14  Groet elkaar met een kus als teken van uw onderlinge liefde. Vrede zij met u allen, die één bent in Christus. (NBV)

Er zijn toch maar weinig kerkleiders, oudsten zeg maar, die in de loop van de geschiedenis deze passage uit 1 Petrus hebben gelezen. Zelfs de zich opvolger van Petrus noemende Paus kun je er toch niet van verdenken dat hij zich op hetzelfde niveau stelt als de parochiebesturen binnen zijn kerk. In de Protestantse kerken gaat het misschien wat minder hiërarchisch toe maar ook daar dwingt men bij tijd en wijle voorgangers en kerkenraden tot zaken die men niet wil. En toch is de briefschrijver geheel in de lijn met het verhaal van Jezus van Nazareth. Hij citeert zelfs het boek Spreuken als hij spreekt over God die de hoogmoedigen weerstaat maar de nederigen genade geeft. En dat U na aan Zijn hart ligt leest U al in Psalm 55. Zo vreemd is deze omkering van waarden dus niet. In de wereld zijn de machthebbers hoogverheven, in de gemeenschap met Jezus van Nazareth zijn het de dienaren, de minsten, die de macht hebben en de dienst uitmaken. Zo hoort het ook in de kerk te gaan, juist als voorbeeld voor de wereld. Maar we zijn hardleers en zo gaat het dus meestal niet.

Die oudsten die door studie kennis hebben verworven over de Bijbel, die vanuit het hart van het verhaal uitleg kunnen geven en het licht van de Bijbel kunnen laten schijnen over de samenleving zodat we aan de slag kunnen in het Koninkrijk van God, verdienen onze aandacht. Als zij in staat zijn zich als dienaren op te stellen verwerven zij vanzelf gezag. Soms lijken ze roependen in de woestijn. Maar als we zelf van tijd tot tijd terugkeren tot het lezen van de Bijbel dan zullen we merken dat ze het aanhoren meer dan waard zijn, meer als die kerkleiders en oudsten die zich voornaam voordoen, met prachtige gewaden en een grote omhaal van woorden, waar veel aan religie te beleven valt,  maar die niets weten te doen voor de armen in de wereld en van rechtvaardigheid geen weet hebben. Ieder van ons kan overigens de oudsten van de eigen gemeente helpen door zelf de minste te willen zijn. In iedere kerk en in iedere gemeente is altijd zoveel werk dat handen meer zeggen dan kritiek. Daarin kan zelfs het geringste kerklid het voorbeeld zijn voor de leiders, ook vandaag. Je moet waakzaam blijven want de lasteraar gaat rond als en brullende leeuw.  Vanouds wordt hier “duivel” vertaald.

Maar lasteraar is eigenlijk een betere vertaling en als je niet in de duivel geloofd is die vertaling misschien ook wel gelijk een betere waarschuwing. In de tijd dat deze brief werd geschreven gingen er vele vooroordelen over de Christenen rond. Ze zouden een ezel aanbidden, ze zouden kinderen offeren, ze zouden mensenvlees eten en noem maar op. De waarschuwing uit deze brief is dus niet een vroom praatje om je niet in te laten met een geestelijke tegenstander van God. Die tegenstanders zijn al lang overwonnen, maar wat mensen in de strijd kunnen brengen tegen het idee dat slaven moeten worden vrijgelaten, afgoden afgezworen en rijkdom eerlijk gedeeld is onuitputtelijk. Daarvoor moeten we zelfs tot in onze tijd uitkijken. Het voorbeeld van Jezus van Nazareth, de oproep van Johannes de doper een mantel weg te geven als je er twee hebt aan iemand die er geen heeft, mag niet in het publieke debat terecht komen. Hongeren en dorsten naar gerechtigheid mag achter de eigen voordeur maar moet niet onze samenleving beïnvloeden.  Elke dag moeten we laten zien dat we een woord voor de wereld hebben, ook vandaag weer.

 

Het goede blijven doen

mei 14, 2017

1 Petrus 4:12-19

12 ¶  Geliefde broeders en zusters, wees niet verbaasd over de vuurproef die u ondergaat; er overkomt u niets uitzonderlijks. 13  Hoe meer u deel hebt aan Christus’ lijden, des te meer moet u zich verheugen, en des te uitbundiger zal uw vreugde zijn wanneer zijn luister geopenbaard wordt. 14  Als u gehoond wordt omdat u de naam van Christus draagt, prijs u dan gelukkig, want dat betekent dat de Geest van God in al zijn luister op u rust. 15  Laat niemand van u moeten lijden omdat hij een moordenaar is, een dief, misdadiger of onruststoker. 16  Maar als u lijdt omdat u christen bent, schaam u dan niet en draag die naam tot eer van God. 17  Besef goed dat de tijd van het oordeel is aangebroken. Dat oordeel begint bij Gods eigen mensen. Als het bij ons begint, hoe zal het dan aflopen met hen die weigeren het evangelie van God te aanvaarden? 18  Als zij die rechtvaardig leven al ternauwernood gered kunnen worden, hoe moet het dan gaan met hen die zondigen doordat ze God niet gehoorzamen? 19  Daarom moeten allen die lijden omdat God dat wil, het goede blijven doen en hun leven toevertrouwen aan hem op wie wij mogen vertrouwen omdat hij ons heeft geschapen. (NBV)

Dit gedeelte heeft veel verzetsstrijders in de Tweede Wereldoorlog gesteund. Het was niet gemakkelijk in verzet te komen tegen de Duitse bezetter. Uiteindelijk nam ook maar een klein deel van de bevolking daadwerkelijk deel aan het verzet. Verraad lag altijd op de loer. Martelingen, gevangenis, executie wachtten hen die gepakt waren. Maar de christelijke opdracht is altijd en onder alle omstandigheden het goede blijven doen. Onderduikadressen zoeken, bonnen zoeken, mensen beschermen, dat was de kern van het verzet. Dat gold ook voor de mensen van de slaventrail. De organisatie die in de negentiende eeuw slaven in Noord Amerika hielp ontsnappen naar Canada. Velen van hen waren Christenen, ze waren vaak niet zwart, maar blank en hielpen vanuit eigen overtuiging. Ook zij liepen vaak gevaar voor hun eigen leven. Dat gold ook voor mensen die de Apartheid bestreden in Zuid-Afrika. De blanken onder hen verloren familie, vrienden en kennissen in de blanke maatschappij alleen omdat zij in anders gekleurde mensen hun broeders en zusters herkenden. Maar ook zij konden niet anders dan het goede te blijven doen en niet dan het goede.

In onze dagen lijkt het veel veiliger om het goede te doen. Maar zij die zich openlijk uitspreken voor samen leven en samen maaltijd houden met de vreemdelingen in ons land kunnen haatmails en geweld verwachten. Niet van een fanatieke religieuze minderheid maar van grote groepen Nederlanders die van delen nooit gehoord schijnen te hebben. De briefschrijver citeert een tekst uit het boek Spreuken, het elfde hoofdstuk vers 31, waar het gaat over de rechtvaardige die met moeite wordt gered en waar de schrijver van het boek zich afvraagt hoe het dan de goddeloze en de zondaar zal vergaan. Die vraag moeten we in onze samenleving dus ook stellen als het gaat om die tallozen die zich afzetten tegen een samenleving waarin mensen van verschillende afkomst en overtuiging vreedzaam naast elkaar kunnen leven. Een samenleving waarin we bereid zijn te delen met de armsten in de wereld omdat die armsten onze broeders en zusters zijn. Die tallozen in ons land zal het Evangelie moeten worden voorgehouden. Niet door enkelingen maar door allen die in God geloven, niet af en toe maar onophoudelijk.

Juist in een land waar zovelen er trots op lijken te zijn dat ze “God in hun hart” hebben gesloten, of nog erger “Jezus in hun hart hebben”, wat dat dan ook zou mogen betekenen, mag je toch verwachten dat de roep om liefde tot de naaste onophoudelijk klinkt. Daar mag je van mensen die zich Christelijk noemen verwachten dat ze zich niet op de rijken richten. En niet die rijken middeninkomens toedichten. Zich dus niet verzetten tegen inkomensnivellering maar zich richten op de armen in eigen land en de armsten in de wereld. Je mag van hen verwachten dat ze kinderen die hier zijn geboren als hun eigen kinderen beschouwen en niet langer als vreemdelingen. Als mensen zeggen dat ze hun leven hebben toevertrouwd aan hun Schepper waarom doen dan zo weinig mensen iets voor de vreemdelingen in ons land en tegen de vreemdelingenhaat? Waarom wachten wij met het bekeren van de mensen om ons heen tot de Weg van Jezus van Nazareth? Een vraag om vandaag een antwoord op te vinden, een antwoord dat die mensen van het verzet uit de geschiedenis gevonden hadden in de Bijbel.

Ook aan de doden is het evangelie verkondigd

mei 13, 2017

1 Petrus 4:1-11

1 ¶  Nu dan, omdat Christus tijdens zijn leven op aarde heeft geleden, moet u zich net als hij wapenen met de gedachte dat wie in zijn aardse leven geleden heeft, met de zonde heeft afgerekend. 2  Zo iemand laat zich gedurende de rest van zijn leven niet meer leiden door menselijke verlangens maar door Gods wil. 3  U hebt al genoeg tijd verspild aan allerlei zaken waarin de ongelovigen plezier hebben: losbandigheid, wellust, dronkenschap, bras- en slemppartijen en verwerpelijke afgodendienst. 4 ¶  Zij vinden het vreemd dat u niet langer meedoet aan hun liederlijke uitspattingen en ze spreken daarom kwaad over u. 5  Maar ze zullen zich daarvoor moeten verantwoorden tegenover hem die zich gereedhoudt om recht te spreken over levenden en doden. 6  Ook aan de doden is het evangelie verkondigd, opdat ook zij, al zijn ze naar hun leven op aarde door de mensen veroordeeld, bij God in de geest kunnen leven. 7 ¶  Het einde van alles is nabij. Kom daarom tot bezinning en wees helder van geest, zodat u kunt bidden. 8  Heb elkaar vóór alles innig lief, want liefde bedekt tal van zonden. 9  Wees gastvrij voor elkaar, zonder te klagen. 10  Laat ieder van u de gave die hij van God gekregen heeft, gebruiken om de anderen daarmee te helpen, zoals het goede beheerders van Gods veelsoortige gaven betaamt. 11  Voert u het woord, laat dan Gods woorden doorklinken in wat u zegt. Helpt u anderen, doe dat dan vanuit de kracht die God u geeft. Want zo doet u alles tot eer van God, dankzij Jezus Christus, aan wie alle eer en macht toekomt, voor eeuwig. Amen. (NBV)

Je ziet de dominee op zondag toch echt niet op het Kerkhof de preek houden. Zo’n dominee zou door de kerkenraad snel naar een psychiater worden verwezen. Een beroep op 1 Petrus 4 vers 6 zal die dominee niet helpen. De schrijver van deze brief moet dus iets anders bedoelen dan dat er ook op het kerkhof moet worden gepreekt op zondag. Het moderne begrip van comazuipen maakt ons misschien duidelijk waar het hier om gaat. De Statenvertaling en de Naardense Bijbel hebben het tenminste ook over wijnzuiperijen waar de Nieuwe Bijbelvertaling het heeft over bras- en slemppartijen. Wie zich daaraan overgeeft is zichzelf niet. En als je er zelfs van in coma raakt dan lijk je dood. Ja als je stomdronken bent dan ben je eigenlijk al dood. Gelovigen weten best van drinken en feestvieren. Maar gelovigen hebben zoveel ontzag voor mensen dat ze zonder alcohol ook heel goed kunnen en zich er voor hoeden om hun eigen persoonlijkheid te verliezen. Voortdurend zijn ze immers gericht op het welzijn van anderen. Anderen zijn nooit voorwerpen waarmee je je eigen lust kunt bevredigen. En meedoen met feesten omdat het zo hoort, omdat je er een idool mee eert, een moderne afgod mee aanbidt is er al helemaal niet bij.

Christenen worden daarom nogal eens uitgemaakt voor saaie pieten. Dat hebben ze ook wel een beetje aan zichzelf te danken. Ze doen vaak net of ze niet mee mogen doen. Maar Paulus had al geschreven dat alles geoorloofd is. Het gaat er dan ook niet om dat ze niet mogen, maar dat ze niet willen. Zo gaan we immers niet met elkaar en met anderen om. Daar is niks saais aan, want samen genieten is ook voor christenen het hoogste goed. Wijn behoort zelfs bij de maaltijd die het hoogste is wat de christelijke gemeenschap kan bereiken, de maaltijd waarbij je alles deelt, tot jezelf toe. De wijn staat dan voor het levensvocht, voor het bloed dat bij alle levenden door de aderen stroomt. Van dat leven blijf je af zegt de Bijbel. Wijn kan je dus aansterken, bemoedigen, verwarmen, weer leven geven, maar wijn zal je nooit mogen bedwelmen, van het bewuste leven mogen beroven. Daarom kan de schrijver van de Petrusbrief zeggen dat ook aan doden de boodschap van bevrijding is verkondigd. Het succes van de verspreiding van het geloof in Jezus van Nazareth heeft in de eerste eeuwen van onze jaartelling de mensen doen geloven dat het einde van de wereld nabij was. Als iedereen zou geloven dan zou het einde immers echt komen? Dat laatste blijft waar maar we zijn inmiddels tot de ontdekking gekomen dat het einde van de wereld nog ver weg is want het zal nog wel even duren voordat iedereen echt gaat geloven.

Voor ieder van ons als mens blijft het toch zaak om te doen alsof het einde nabij is. We leven immers maar kort en hebben dus relatief weinig tijd om mensen te winnen voor het Koninkrijk van God. Daarom blijft het verhaal van de Bijbel belangrijk ook al moeten we de vermaningen voor het einde der tijden niet al te letterlijk nemen voor onze tijd. Zo’n oproep om gastvrij voor elkaar te zijn bijvoorbeeld mag ons best weer eens aan het denken zetten. Elk zomer zwermen veel Nederlanders uit over de wereld en elke herfst komen ze terug met verhalen over de enorme gastvrijheid die er in andere landen heerst. Zelfs binnen ons land zijn er verhalen over de grote verschillen in gastvrijheid tussen de verschillende provincies. Nu zal het gericht zijn op de verdienste uit toerisme wel mee een bron zijn van gastvrijheid maar toch is de een gemakkelijker in het ontvangen van vreemdelingen dan de ander. En juist in het ontvangen van vreemdelingen kan de gelovige zich onderscheiden van de ongelovige. Het ontvangen van de rijke vreemdeling uit een aan ons verwante cultuur is niet moeilijk, zeker niet als die vreemdeling een taal spreekt die we tenminste nog een klein beetje kunnen verstaan. Maar de arme vreemdeling, uit een ander continent, met niet alleen een onverstaanbare taal maar ook een onbegrijpelijk geloof en een totaal onbekende cultuur en leefwijze. Die gastvrij weten te ontvangen, die recht weten te doen in je eigen samenleving, dat is pas getuigen van de macht van God. Dat getuigen wordt elke dag van ons gevraagd, ook vandaag weer.

 

Laat u door niets in verwarring brengen

mei 12, 2017

1 Petrus 3:13-22

13  Overigens, wie zou u kwaad doen als u zich volledig inzet voor het goede?14  Maar zelfs als u zou lijden omwille van de gerechtigheid, dan bent u toch gelukkig te prijzen. Wees daarom niet bang voor de mensen en laat u door niets in verwarring brengen; 15  erken Christus als Heer en eer hem met heel uw hart. Vraagt iemand u waarop de hoop die in u leeft gebaseerd is, wees dan steeds bereid om u te verantwoorden. 16 ¶  Doe dat dan vooral zachtmoedig en met respect, houd uw geweten zuiver; dan zullen de mensen die zich honend over uw goede, christelijke levenswandel uitlaten, zich schamen over hun laster. 17  Het is beter te lijden, indien God dat wil, omdat men goed doet dan omdat men kwaad doet. 18 ¶  Ook Christus immers heeft, terwijl hij zelf rechtvaardig was, geleden voor de zonden van onrechtvaardigen, voor eens en altijd, om u zo bij God te brengen. Naar het lichaam werd hij gedood maar naar de geest tot leven gewekt. 19  Hij is naar de geesten gegaan die gevangen zaten, om dit alles te verkondigen 20  aan hen die ten tijde van Noach weigerden te gehoorzamen, toen God geduldig wachtte en de ark gebouwd werd. In de ark werden slechts enkele mensen, acht in totaal, van de watervloed gered, 21 ¶  en dat water is een voorafbeelding van het water van de doop, waardoor u nu wordt gered. De doop wast niet het vuil van uw lichaam, het is een vraag aan God om een zuiver geweten. Hierom kunt u vragen dankzij de opstanding van Jezus Christus, 22  die de hemel is binnengegaan en nu aan Gods rechterhand zit, terwijl de engelen, machten en krachten aan hem onderworpen zijn. (NBV)

De oorlog en het lijden in de wereld, die de wereld maken tot een plaats van verwarring, brengen ook ons vaak in verwarring. Als we het goede willen doen en niet dan het goede, wat is dan het goede en hoe weten we dat. Ons eigen lot maakt ons niet uit, zelfs al zouden we zelf moeten lijden dan weten we dat we de gerechtigheid nastreven. Maar de oorlog is er niet verder door weg en het lijden van de mensen wordt er niet minder door. In de Nieuwe Bijbelvertaling staat dan de opwekking niet bang te zijn voor de mensen. Een vertaling in hedendaags Nederlands die we snappen. Maar de Naardense Bijbel geeft wat beter weer wat er bedoeld wordt : “Vreest niet wat zij te vrezen geven”. Dat oorlog niet minder wordt en dat lijden niet ophoudt is iets wat men ons voortdurend voorhoud. Bijna iedereen in Nederland gelooft inmiddels dat het nooit vrede op aarde zal worden. En dat betekent eigenlijk dat men het geloof heeft opgegeven. Want als Christus, de Bevrijder, de Heer van de wereld is, dan komt er onherroepelijk een tijd dat het vrede is en dat alle tranen gedroogd zullen zijn. Dat is het Evangelie van de bevrijding van de armen dat we mogen verkondigen en waarin alle mensen van de wereld mogen gaan geloven.

Want oorlog en het geweld dat daar mee gepaard gaat en lijden voor mensen dat het veroorzaakt, zijn geen natuurwetten. Dat lijden van mensen is het direct gevolg van mensen die oorlog voeren. Daarom roept de Bijbel op onophoudelijk te ijveren voor de vrede. De hoop op een betere wereld die daardoor in ons leeft kunnen we verantwoorden. Ook rationeel, als je nadenkt over de wereld, dan is vrede en het uitbannen van lijden de enige optie die er is in het leven, niemand wil immers dat anderen blijven lijden. Als je dat wil dan vinden we je toch al heel snel ziek en gestoord. Christenen worden nog al eens bespot om hun zachtmoedigheid, om hun onophoudelijk roepen om vrede en vasthouden aan rechtvaardigheid voor de armsten. Maar wie nadenkt over de wereld, het leven en de mensen zal moeten toegeven dat er een betere wereld is als we alle mensen respecteren en tot hun recht laten komen. Daarom is het goede te doen en niet dan het goede dat wat ons te doen staat, of we geloven of niet.

Daarbij hebben we natuurlijk het voorbeeld van Jezus van Nazareth. Die zichzelf opofferde om een bloedige opstand van zijn volk te voorkomen. Pas veertig jaar later liet men zich toch verleiden tot die opstand en werd zelfs de Tempel in Jeruzalem verwoest. Dat de schrijver van deze brief de lezers oproept tot zachtmoedigheid en vasthouden aan dat voorbeeld is dus niet verwonderlijk. Maar dat geldt ook voor ons. De gewoonte onder de volken is om kwaad met kwaad te vergelden. Maar wapens en soldaten sturen daar waar voedsel en gerechtigheid worden gevraagd roept voortdurend nieuw geweld op. We weten dat er geen vloed meer zal komen die alle mensen zal wegvagen zoals in de dagen van Noach. Voor ons maakt het dus niet meer uit hoe lang het duurt voordat iedereen in de wereld het voorbeeld van Jezus van Nazareth volgt, zolang we er zelf maar mee bezig zijn en anderen mee nemen om er ook mee aan de slag te gaan.

 

Toen Israël wegtrok uit Egypte

mei 11, 2017

Psalm 114

1 ¶  Toen Israël wegtrok uit Egypte, het volk van Jakob dat vreemdtalige land verliet, 2  werd Juda zijn heiligdom, Israël zijn koninkrijk. 3  De zee zag en vluchtte, de Jordaan trok zich terug, 4  de bergen schrokken op als rammen, als lammeren sprongen de heuvels op. 5  Waarvoor, zee, neem je de vlucht, Jordaan, trek jij je terug? 6  Waarvoor, bergen, schrikken jullie op als rammen, springen jullie, heuvels, als lammeren op? 7  ‘Voor het aanschijn van de Heer, beef, aarde! voor het aanschijn van de God van Jakob. 8  Hij verandert de rots in een bron, hard gesteente in een stroom van water.’ (NBV)

Vandaag zingen we thuis mee met psalm 114. Een korte psalm. Zo kort dat toen in het begin van onze jaartelling mensen het Oude Testament gingen vertalen in het Grieks en in het Latijn ze per ongeluk de psalmen 114 en 115 bij elkaar telden. Pas later toen opnieuw uit de grondtekst werd vertaald ontdekte men dat er twee psalmen zijn. Deze psalm kan ook kort zijn want het treft het hart van de hele Bijbel. Waarin hebben we de God van  Israël nu echt leren kennen? Het antwoord is dat we die God leerden kennen omdat Israel uit Egypte trok. Dat deed ze niet vanzelf maar het was die God die het volk uit Egypte, uit het slavenhuis heeft geleid. Een ontzagwekkend gebeuren volgens deze psalm. De bergen, de rivieren en de zee verschrikken ervan zo ontzagwekkend.

In liederen klinken die zaken altijd wat groter maar hier wordt de echte “bigger bang” bezongen. Uiteindelijk zou midden in het gebied van Juda, in Jeruzalem, het heiligdom met de Wet van de Woestijn, de richtlijnen voor de menselijke samenleving, gevestigd worden. De korte psalm klatert er over als een bergbeek. Helder als glas, verkoelend in dit hete weer is de boodschap, uit harde rots ontspringt een bron. Jezus zal het later over levend water hebben. Wij kunnen met de psalmist onder de indruk raken van het bevrijdend werk dat aan Israel is geschiedt. Een heel volk uit de slavernij bevrijden is niet zomaar iets. Er zijn nog veel volken in de wereld die in slavernij gehouden worden.

Vandaag denken we daarbij in het bijzonder aan de Congo. Wie diamanten draagt, of wie een draagbare telefoon heeft is direct verbonden met de Congo. Daar delven de armen diamanten en de grondstoffen die van het grootste belang zijn voor onze draagbare telefoons. Slechts een handjevol Congolezen heeft daar een goed inkomen aan. De mensen die het werk verzetten niet, die worden door bewapende soldaten aan het werk gehouden.  Voor echte ontwikkeling zijn de inwoners van ons en de rest van de wereld afhankelijk. Zolang de Europese landen weigeren de hoge invoerrechten op industriële producten op te heffen kunnen de arme landen zelf niet meer verdienen aan hun grondstoffen dan een schijntje. Maar dat ook hun bevrijding uit onze slavernij komt staat vast. De zee zal op de loop gaan en de bergen zullen springen als lammeren. Dat staat vast.

Jaloezie knaagt aan je botten.

mei 10, 2017

Spreuken 14:19-35

19 ¶  Slechte mensen moeten buigen voor goede, goddelozen kloppen op de poorten van rechtvaardigen. 20 ¶  Een arm mens wordt zelfs door zijn vriend gehaat, wie rijk is heeft veel vrienden. 21 ¶  Wie zijn medemens veracht, is een zondaar, gelukkig hij die zich bekommert om de armen. 22 ¶  Wie kwaad smeden, komen zij niet op een dwaalweg? Wie goed doen, oogsten zij geen liefde en trouw? 23 ¶  Elke inspanning levert iets op, loze praatjes leiden enkel tot gebrek. 24 ¶  Wijzen worden met rijkdom gekroond, dwaasheid is de tooi van dwazen. 25 ¶  Een betrouwbare getuige redt levens, een valse getuige liegt en bedriegt. 26 ¶  Ontzag voor de HEER geeft een krachtig vertrouwen, het biedt je kinderen een schuilplaats. 27  Ontzag voor de HEER is de bron van het leven, het hoedt je voor de strikken van de dood. 28 ¶  De luister van een koning is een talrijk volk, bij gebrek aan onderdanen gaat een machthebber ten onder. 29 ¶  Wie geduldig is geeft blijk van groot inzicht, wie onbesuisd is stapelt dwaasheid op dwaasheid. 30 ¶  Een tevreden geest geeft een goede gezondheid, jaloezie knaagt aan je botten. 31 Wie een verschoppeling onderdrukt, beledigt zijn schepper, wie zich over een arme ontfermt, eert hem. 32 Een goddeloze gaat door zijn slechtheid ten onder, een rechtvaardige vindt als hij sterft een schuilplaats. 33 In de geest van een verstandig mens is wijsheid, zelfs onder dwazen wordt zij herkend. 34 Rechtvaardigheid verheft een volk, zonde maakt het te schande. 35 Een verstandige dienaar geniet de gunst van de koning, diens woede treft de dienaar die zijn taak verwaarloost.(NBV)

Vandaag weer een schijnbaar losse verzameling stellingen van de Spreukendichter. Maar ook in dit gedeelte rijst het beeld op van een wedstrijd tussen de Wijze, de gelovige in de God van Israël, en de dwaze, de goddeloze. De Wijze wint de wedstrijd. De nuchterheid waarmee sommige stellingen worden geformuleerd heeft de bedoeling je aan het denken zetten. Als jaloezie knaagt aan je botten hoe zit het dan met je eigen jaloezie? Ben je jaloers op iemand die een partner heeft die er mooier uitziet dan je eigen partner, of ben je jaloers op iemand die een partner heeft omdat jij geen partner hebt, of omgekeerd, op iemand die geen partner heeft en jij wel vastzit aan iemand voor wie je ook verantwoordelijkheid draagt? Zo stelt elke stelling een aantal vragen aan iedere gelovige en blijft de hoofdvraag waar je voor gaat, voor de liefde voor de naaste of voor de liefde voor jezelf.

Maar hoe zit het dan met de rijkdom waarmee de wijzen gekroond worden. Die rijkdom laat zich toch niet echt uitdrukken in goud en juwelen. Die rijkdom laat zich ook niet uitdrukken in een talrijk nageslacht, de Heer bekommert zich immers ook om de onvruchtbaren en rijke vrouwen als Sara en Hanna kregen uiteindelijk maar één kind waarmee ze de hemel te rijk waren. Die rijkdom laat zich ook niet uitdrukken in gezondheid. De man die door dik en dun de God van Israël trouw bleef vond zichzelf terug terwijl hij met een potscherf zijn zweren zat te krabben op een mesthoop. Wat is dan de rijkdom van de Wijzen anders dan de Wijsheid zelf. En het begin van die wijsheid is het ontzag voor de God van Israël, dat is zelfs de bron van het leven zegt de Spreukendichter de schrijver van Deuteronomium na, we hebben de keus tussen leven en dood, kies dan het leven.

Zoals bijna overal in de Bijbel komt ook de Wijsheid uit op de manier waarop je met je naasten omgaat. Wie een verschoppeling onderdrukt beledigt zijn schepper en de schepper van de mens is de God van Israël. Wie zich over een arme ontfermt eert iemand. Wie? Daar kunnen geleerden nog wel eens over strijden. Wordt de arme geëerd door je over die arme te ontfermen? Of eer je de schepper van de mens die arme geworden is? Ook de arme is een waardevol schepsel van de God die ook jou geschapen heeft. In de arme is een broeder, een zuster te ontdekken. En Jezus van Nazareth zou dit gedeelte vertalen in de uitspraak dat wat we de minsten gedaan hebben we aan Jezus van Nazareth gedaan hebben. Terecht dat geleerden zeggen dat wat we aan de minsten gedaan hebben we aan God zelf gedaan hebben. Daarmee hebben we God geëerd, hebben we laten zien dat we God liefhebben met heel ons hart, met heel ons verstand. Elke dag mogen we dat opnieuw doen en bij al onze daden mogen we ons afvragen hoe we daarmee onze naaste helpen, ook vandaag mag dat weer.