Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Bereid hieruit heilige zalfolie

september 15, 2017

Exodus 30:22-38

22 ¶  De HEER zei tegen Mozes: 23-24 ‘Neem de fijnste specerijen: vijfhonderd sjekel dikvloeibare mirre, half zoveel geurige kaneel-tweehonderdvijftig sjekel dus-, tweehonderdvijftig sjekel geurige kalmoes en vijfhonderd sjekel kassia, alles volgens het ijkgewicht van het heiligdom, en een hin olijfolie, 25  en bereid hieruit heilige zalfolie, een geurig mengsel zoals een reukwerker dat maakt. Met deze heilige zalfolie 26  moet je de ontmoetingstent zalven, de ark met de verbondstekst, 27  de tafel en de lampenstandaard met alle bijbehorende voorwerpen, het reukofferaltaar, 28  het brandofferaltaar met het gerei, en het wasbekken en het onderstel ervan. 29  Hierdoor wijd je deze voorwerpen en worden ze allerheiligst; alles wat ermee in aanraking komt wordt zelf ook heilig. 30  Zalf ook Aäron en zijn zonen; zo heilig je hen om mij als priester te kunnen dienen. 31  Tegen de Israëlieten moet je zeggen: “Dit is heilige zalfolie, hij is alleen voor de HEER bestemd, in alle komende generaties. 32  Hij mag over niemands lichaam uitgegoten worden en u mag niets op dezelfde manier bereiden: deze olie is heilig en mag door u niet ontheiligd worden. 33  Wie eenzelfde mengsel bereidt of er iets van gebruikt voor een onbevoegde, moet uit de gemeenschap gestoten worden.”’ 34  De HEER zei tegen Mozes: ‘Neem balsemhars, cistushars en galbanum, en naast deze specerijen zuivere wierook, van alles een gelijke hoeveelheid, 35  en bereid daaruit reukwerk, een mengsel zoals een reukwerker dat maakt. Meng er zout door, het moet zuiver en heilig zijn. 36  Wrijf een deel ervan fijn en leg dat in de ontmoetingstent, voor de verbondstekst, op de plaats waar ik je zal ontmoeten. Behandel het als allerheiligst. 37  Dit reukwerk is heilig, alleen voor de HEER bestemd; reukwerk voor jezelf mag niet op dezelfde manier bereid worden. 38  Wie iets soortgelijks maakt om van de geur te genieten, moet uit de gemeenschap gestoten worden.’ (NBV)

We worden tegenwoordig overvoerd met kook en bakprogramma’s. Recepten, hoe exotischer hoe beter. En heel Holland bakt. Bijna zouden we vergeten dat ook in de Bijbel de nodige recepten voorkomen. Vandaag lezen we er een paar. Geen recepten overigens voor maaltijden of het bakken van taarten of koeken maar recepten voor het uitvoeren van rituelen. We hebben tegenwoordig weinig rituelen over. Series handelingen die belangrijke momenten in het leven of in de samenleving markeren. Toch is daar veel behoefte aan. Hoewel huwelijken op een stadhuis aan het loket kunnen worden gesloten geven veel mensen toch de voorkeur aan de trouwzaal met aparte kleding en een leuke toespraak op z’n minst. Zelfs kerken worden tegenwoordig afgehuurd voor het sluiten van een burgerlijk huwelijk. Ook bij begrafenissen en crematies spelen kleding, vervoer, toespraken en muziek een grote rol. Toen Mozes alle zaken voor de Heilige Tent had laten maken moesten die voorwerpen, de kist, de kandelaar, de tafel met het brood, het brandofferaltaar, het reukofferaltaar, de tent zelf, het wasbekken, afgezonderd worden van de gewone voorwerpen opdat iedereen ze zou herkennen als bijzonder. Daarvoor moest die bijzondere zalfolie worden gemaakt.

Alle voorwerpen moesten geolied worden maar die zalfolie mocht nergens anders voor worden gebruikt en niemand mocht het namaken. En dat is toch handig. Als we ergens een tegel tegenkomen met een lieve heersbeestje weten we dat daar iemand slachtoffer is geworden van geweld, zinloos geweld noemen we dat meestal, als onderscheid met geweld gebruikt door de overheid om de orde te handhaven. Het ritueel neerleggen van dat soort tegels herinnert ons er aan dat we voortdurend dat zinloze geweld moeten bestrijden. Zo staan er langs wegen en straten ook kruisen, bordjes of palen met bloemen er bij. Het zijn gevaarlijke verkeerspunten waar, vaak dodelijke, ongelukken zijn gebeurt. met het leggen van bloemen houden nabestaanden de slachtoffers in gedachten en de tekens zelf doen ons beseffen dat we in het verkeer voorzichtig en behoedzaam moeten zijn. De Bijbel geeft ons veel voorbeelden van dit soort rituelen. De zalfolie was ook een geneesmiddel. De voorwerpen van het Heilige Tent werden genezen van hun verleiding tot hebzucht. Niemand immers zou het nog in het hoofd halen zich iets van die tent toe te eigenen. Die tegels  en die verkeerssymbolen helpen soms onze samenleving te helen, zinloos geweld en verkeersonveiligheid zijn kwalen waar we allemaal maar al te graag van verlost worden.

Gelijke delen van enkele soorten hars en wierook, dat moest elke dag branden in de Heilige Tent. Iedereen die daar voorbij kwam zou het direct merken. Hier is iets bijzonders aan de hand, daar woont Hij zelf, daar is de wet van de liefde. Niemand mocht zich dat reukwerk toe-eigenen. Temidden van alle dagelijkse geuren van het volk en van het vee moest dit iets heel speciaals en bijzonders zijn. Wij kennen dat tegenwoordig niet meer, een geur voor allemaal. Wij sluiten geuren uit, hoogstens maken we kunstmatige geuren en verkopen die als echt. Deodoranten, geurverspreiders in huis nergens mag het meer natuurlijk ruiken, desnoods gebruiken we geurvreters. Stadsbewoners die op het platteland gaan wonen veroorzaken grote problemen door hun verzet tegen agrarische geuren.  Het is dat wij niet meer willen weten dat we zweten, we willen niet meer weten hoe het leven ruikt. Daarom verstoppen we het. In Israël werden de geuren van het dagelijks leven nog tegenover de heilige geur uit de Tabernakel gesteld. Dat liefhebben van God met heel je hart en heel je verstand is dus ook met al je zintuigen, zelfs je neus mag je gebruiken om je naaste lief te hebben.

 

Leven voor altijd

september 14, 2017

Psalm 133

1 ¶  Een pelgrimslied van David. Hoe goed is het, hoe heerlijk als broeders bijeen te wonen! 2  Goed als olie op het hoofd die neervalt op de baard, de baard van Aäron, en neervalt op de hals van zijn gewaad, 3  als de dauw van de Hermon die neervalt op de bergen van Sion. Daar geeft de HEER zijn zegen: leven voor altijd. (NBV)

We zingen vandaag wel een heel klein Psalmpje mee. Veel mensen zullen vinden dat dat geen wonder is. De Psalm bezingt de vreugde van het samenwonen met mensen uit eigen kring. In de kerk is daar vaak geen sprake van. Het “eigen volk eerst” wordt daar bestreden, je moet vreemdelingen behandelen alsof die er ook bij horen en je moet zelfs je vijanden lief hebben. Ook onderling zijn mensen in kerken het vaak zeer oneens met elkaar. Er zijn heel veel, bijna ontelbare, kerkgenootschappen  en dat zou niet moeten mogen. Daar is dan toch een misverstand. Vanaf de eerste dag na de opstanding van Jezus is er onderling discussie. We kennen het verhaal van de ongelovige Thomas, de apostel van eerst zien en dan geloven. De volgelingen van Jezus van Nazareth zaten nog steeds bij elkaar in een huis in Jeruzalem. En over dat bij elkaar zitten gaat de kleine Psalm die we vandaag lezen. Alleen hebben we hier weer te maken met een groot vertaalprobleem. In het Duits wordt vertaald met “Geschwester” waar wij broeders lezen.

In het Hebreeuws staat een woord dat familie van de zelfde stam aanduidt. Een goed Nederlands woord is er niet voor. Huub Oosterhuis heeft deze Psalm ook vertaald en hij laat het in het midden, bij hem luidt het eerste vers : “Alleen kan ook, met twee of drie, met twaalf, of zeven maal zeven, eendrachtig.” Daar hoor je de belofte van Jezus van Nazareth in terug dat waar twee of drie in zijn naam bijeen zijn hij ook aanwezig zal zijn. In het verhaal over die apostel Thomas verscheen hij inderdaad. Onze Psalm heeft het dan over Priesters die gezalfd zijn. De gemeenschap van gelovigen van de Weg van Jezus van Nazareth wordt ook wel een gemeenschap van Koningen en Priesters genoemd. Zo lezen we de Psalm als een oproep om samen te zijn in de Geest van de God van Israël, in de Geest van Jezus van Nazareth voor ons Heidenen. Het idee dat je op je eentje ook wel Christen kan zijn wordt hier ter discussie gesteld. Gelovigen in de nieuwe wereld van Jezus van Nazareth geloven nu eenmaal in een samenleving, een samenleving waaraan iedereen deel kan hebben. En een samenleving heb je nu eenmaal niet op je eentje, die heb je alleen maar samen.

Huub Oosterhuis besluit zijn vertaling van deze Psalm met “zo voelt de nieuwe wereld die komen zal”. In de Nieuwe Bijbelvertaling, die wij hier lezen staat ” leven voor altijd”. Dat is dus hetzelfde. Samen, in een gemeenschap van gelovigen, mogen we alvast ervaren wat ons te wachten staat in die nieuwe wereld. Daar zorgen mensen voor elkaar en voor de minsten op de aarde, daar zingen mensen voor elkaar, daar is iedereen welkom, daar worden verhalen verteld van die nieuwe wereld, daar mag je er nog best aan twijfelen, maar daar mag je het ook zien gebeuren. Die samenleving stuurt je de Weg op, de Weg van Jezus van Nazareth. Die samenleving inspireert je om anderen te helpen, om zicht te krijgen op wie de minsten zijn, om kracht te krijgen om je in te zetten voor hen die zwak zijn en onderdrukt. Daar wordt je dus gezegend, zodat van jou en van allen in die samenleving zegen mag uitgaan, het goede dus. Die samenleving is vlak bij, in de kerk om de hoek van de straat. Stap maar eens binnen.

 

Laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen

september 13, 2017

Galaten 5:1-12

1 ¶  Christus heeft ons bevrijd opdat wij in vrijheid zouden leven; houd dus stand en laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen. 2  Luister naar wat ik, Paulus, tegen u zeg: als u zich laat besnijden, zal Christus u niets baten. 3  Ik verzeker u dat iedereen die zich laat besnijden verplicht is om de wet volledig na te leven. 4  Als u probeert door God als een rechtvaardige te worden aangenomen door de wet na te leven, bent u van Christus losgemaakt en hebt u Gods genade verspeeld. 5  Want door de Geest hopen en verwachten wij dat we op grond van geloof als rechtvaardigen worden aangenomen. 6  In Christus Jezus is het volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is. Belangrijk is dat men gelooft en de liefde kent, die het geloof zijn kracht verleent. 7  U was zo goed op weg, wie heeft u verhinderd de waarheid te blijven volgen? 8  Niet hij die u geroepen heeft. 9  Bedenk goed: Al een beetje desem maakt het hele deeg zuur.  10  De Heer geeft mij de overtuiging dat u en ik het daar volledig over eens zijn. Maar degenen die u in verwarring brengen zullen worden gestraft, wie ze ook zijn. 11  En wat mijzelf betreft, broeders en zusters, als ik nog altijd de besnijdenis zou verkondigen, waarom word ik dan vervolgd? Dan zou het kruis toch zijn kracht verliezen en niet langer een struikelblok zijn? 12  Ze moesten zich laten castreren, die onruststokers! (NBV)

Je kunt wat doen voor je eigen zieleheil. Mediteren, bidden, bijbellezen, niet vloeken, alleen heteroseksueel leven en tal van andere regels en voorschriften volgen. Kerken en voorgangers zijn er goed in om, door de eeuwen heen, telkens weer nieuwe regels en voorschriften te verzinnen. Hele kerkelijke wetboeken zijn er verschenen en week in week uit komen er groepen mensen bij elkaar om onder het motto van Bijbelstudie de Bijbel af te speuren naar nieuwe regels waar zij zich wel aan moeten houden en waar alle andere mensen geen weet van hebben. Paulus veroordeelt deze praktijken. Alleen het vertrouwen dat de armen bevrijdt zullen worden en als de liefde voor de naaste even groot is als de liefde voor jezelf tellen. Als er al regels zijn en als die al door gelovigen worden overtreden dan mogen die gelovigen telkens weer opnieuw beginnen met de Weg van Jezus van Nazareth. Dat noemt Paulus genade. We zien het in onze samenleving zo vaak gebeuren. Als kinderen de wet overtreden moeten ze opgesloten worden.

Het klinkt zo logisch, ongestraft kun je de verkeerde dingen immers niet laten passeren. Maar als je naar opgroeiende kinderen en jongeren kijkt vanuit de Liefde zoals Jezus van Nazareth ons die geleerd heeft dan weten we dat het er om gaat om gevangenen te bevrijden. Dan hebben we dus geleerd dat het gaat om die kinderen en jongeren weer een goede plaats in onze samenleving te geven. Dat verschaft ons niet het eenvoudige recept van opsluiten maar dwingt ons om een paar mijl verder te gaan en plannen te maken om elk van die kinderen en elk van die opgroeiende jongeren om te doen keren van de weg van het kwade en weer op een goede plek in onze samenleving mee te laten doen. Volgens Paulus is het kennelijk onbelangrijk of je het kwade van die kinderen nu wel of niet tegenkomt maar is het belangrijk dat je met Liefde die kinderen weet te bereiken en hen weer tot het goede weet te brengen.

Een klein beetje zuurdesem kan het hele deeg zuur maken en dan kan je er echt geen ongezuurde broden meer van bakken. Mensen bedoelen het soms niet eens zo slecht maar maken door hun fanatisme de boel vaak meer kapot dan dat ze iets bereiken. In de dagen van Paulus waren het de mensen die de Joodse Wet ook wilden opleggen aan de Heidenen. Vooral de besnijdenis speelde daarbij een rol. Wanhopig roept Paulus uit dat ze zich maar moesten laten castreren. Een Heidense gewoonte die vaak uit religieuze overwegingen werd gedaan. Maar ja, mensen overdrijven wel eens. We zullen de wanhopige oproep van Paulus niet herhalen maar we hopen wel dat, zoals de zwarte kousenkerk maar een kleine minderheid van het Christendom is, ook zal doordringen dat het Salafisme maar een hele kleine minderheid vertegenwoordigd. Mensen willen een Wereld van Liefde. De God van Israël heeft ons de weg daarheen gewezen, Jezus van Nazareth heeft ons laten zien hoe die weg te gaan. En elke dag opnieuw mogen we opstaan om weer als nieuw die weg te gaan, ook vandaag weer.

Het is goed als u zich inspant

september 12, 2017

Galaten 4:12-31

12 ¶  Broeders en zusters, ik smeek u, wees zoals ik, want ik ben zoals u. U hebt mij nooit enig kwaad gedaan. 13  Herinnert u zich niet de eerste keer dat ik u het evangelie heb verkondigd? Ik kwam bij u toen ik ziek was, 14  en hoewel mijn ziekte u er alle aanleiding toe gaf, hebt u mij toch niet veracht of verstoten. U hebt mij in uw midden opgenomen als een engel van God, als Christus Jezus zelf. 15  Toen prees u zich gelukkig. Wat is daar nu nog van over? Ik kan van u getuigen dat u zelfs uw ogen zou hebben uitgerukt om ze mij te geven. 16  Ben ik dan nu ineens uw vijand geworden, omdat ik u de waarheid zeg? 17 ¶  Die anderen doen alles voor u, maar hun bedoelingen zijn slecht: ze drijven een wig tussen u en mij, en dan moet u alles voor hén doen. 18  Het is goed als u zich inspant, maar doe het dan ook voor de goede zaak, en doe het bovendien altijd, dus niet alleen wanneer ik bij u ben. 19 ¶  Kinderen, zolang Christus geen gestalte in u krijgt, doorsta ik telkens weer barensweeën om u. 20  Hoe graag zou ik nu bij u willen zijn en op een andere toon met u spreken, want ik maak me zorgen over u. 21 ¶  Vertelt u eens, u wilt u onderwerpen aan de wet, maar luistert u wel naar de wet? 22  Er staat geschreven dat Abraham twee zonen had: een van zijn slavin en een van zijn vrijgeboren vrouw. 23  De zoon van de slavin dankte zijn geboorte aan de loop van de natuur, maar die van de vrijgeboren vrouw aan de belofte. 24-25 Dit is een beeld: de vrouwen staan voor twee verbonden. Hagar staat voor het verbond van de berg Sinai in Arabia, dat slaven baart. Als beeld van dat verbond belichaamt Hagar het huidige Jeruzalem, dat met zijn kinderen in slavernij leeft. 26  Maar het hemelse Jeruzalem is vrij, en dat is onze moeder, 27  want er staat geschreven: ‘Wees verheugd, onvruchtbare vrouw, jij die niet baart. Jubel en juich, jij die geen weeën kent. Want zij die zonder man is, heeft meer kinderen dan zij die met een man is.’ 28  En u, broeders en zusters, bent net als Isaak kinderen van de belofte. 29  Maar zoals de zoon die krachtens de natuur geboren werd de zoon vervolgde die krachtens de Geest geboren werd, zo worden nu ook wij vervolgd. 30  Maar wat zegt de Schrift? ‘Jaag de slavin en haar zoon weg, want de zoon van de vrijgeboren vrouw mag niet de erfenis delen met de zoon van de slavin.’ 31  Daarom dus, broeders en zusters, zijn wij geen kinderen van de slavin, maar van de vrijgeboren vrouw. (NBV)

Span je alleen in voor de goede zaak is de raad van Paulus aan de Galaten. En dat is ook een goed advies voor ons. Er zijn ook deze week weer allerlei mensen die ons ongetwijfeld zullen willen wijsmaken dat er wetten en regels zijn die ons verhinderen de armoede te bestrijden en de armen bevrijding aan te zeggen. Dat hongerigen gevoed moeten worden is goed maar daar zouden organisaties en instanties voor zijn, ja je moet hongerigen misschien wel laten hongeren omdat dat beter voor hen is, laat ze eerst maar eens vier weken proberen zonder geld te overleven. Gevangenen bezoeken kan natuurlijk al helemaal niet, daar zijn pasjes en toestemmingen voor nodig. Die bezoekgroepen rond de justitiepastores zijn soms alleen maar lastig. Gevangenen sluit je op. Na hun straf zijn er wel de Exodushuizen die vanuit de kerken zijn opgezet en waar ex gevangenen worden begeleid bij hun terugkeer naar de samenleving maar die huizen krijgen toch maar zelden een gewone plaats in een woonwijk. Mensen willen liever dat ex gevangenen anoniem en ongemerkt tussen hen komen in wonen. Met die wetten en regeltjes willen mensen macht over je uitoefenen. Hoe ordelijk en redelijk ze soms klinken, als ze afhouden van de liefde voor de naaste, van het brengen van het evangelie van de bevrijding, zijn ze verkeerd.

Paulus brengt de boodschap dat er maar één Heer is, God, of, misschien herkenbaarder, Jezus van Nazareth. Zelfs Paulus zelf zet zich niet op de eerste plaats hebben we geleerd. De Galaten worden dan ook opgeroepen het goede doen niet te laten afhangen van de aanwezigheid van Paulus maar het goede te doen omwille van de zaak van het Koninkrijk van God zelf. Zo zullen we ook een nieuwe werkweek moeten ingaan. We zijn niet uit op conflicten met mensen die het over ons te zeggen denken te hebben maar we zijn uit op bevrijding van de armen, voeden van de hongerigen, kleden van de naakten, steunen van de zwakken. Je zou overigens bijna denken dat Paulus een anti-Islamist was met zijn typeringen van Hagar en haar zoon Ismael. Maar de Islam bestond nog niet in de dagen van Paulus, de Islam is pas een paar honderd jaar later ontstaan. Als je trouwens nauwkeurig leest dan verbindt Paulus Hagar en Ismael met de Sinaï, de berg waar het volk Israel de richtlijnen voor een menselijke samenleving ontving. . Sara, de moeder van Israel, wordt dan verbonden met de Christenen, de kinderen van de vrijheid.

Voor Paulus is de Hebreeuwse Bijbel de verzameling boeken waarin de komst van Jezus van Nazareth werd beloofd. Jezus van Nazareth als de eerstgeboren mens die de Liefde, zoals God die wilde, volhield door de dood heen. Zijn leven, sterven en opstanding maakt dat we er allemaal in mogen delen en er allemaal aan mogen meedoen. Voor Jezus van Nazareth was het hart van het Oude Testament die richtlijnen uit de woestijn, niet doden, niet liegen, niet stelen en je naaste liefhebben als jezelf, zoals in het Evangelie van Mattheüs staat beschreven. op die manier staan we in de traditie. Het Koninkrijk van God kiest overal en altijd voor het leven, dat Koninkrijk verschaft elk mens recht. Dat biedt bevrijding voor de armen, daar gaan de lammen lopen, de blinden zien en de doven horen. Daar zijn geen wetten die zeggen wat je allemaal wel mag doen en wat verboden is, daar heerst niet het moeten en verbieden, daar is de vrijheid. Die vrijheid dan beleefd in de Geest van God. Weg dus met de slavenmentaliteit van gehoorzaam zijn aan regels en fatsoen en leve de vrijheid van samen delen en respect voor ieder medemens.

U houdt u werkelijk aan vaste feestdagen

september 11, 2017

Galaten 4:1-11

1 ¶  Ik bedoel dit: zolang een erfgenaam onmondig is, verschilt hij in niets van een slaaf, ook al is hij reeds de eigenaar van de hele erfenis. 2  Hij staat onder voogdij en toezicht tot het door zijn vader vastgestelde tijdstip is gekomen. 3  Op dezelfde manier waren ook wij, toen we nog onmondig waren, onderworpen aan de machten van de wereld. 4  Maar toen de tijd gekomen was zond God zijn Zoon, geboren uit een vrouw en onderworpen aan de wet, 5  maar gezonden om ons vrij te kopen van de wet opdat wij zijn kinderen zouden worden. 6  En omdat u zijn kinderen bent, heeft God ons de Geest van zijn Zoon gegeven, die ‘Abba, Vader’ roept. 7  U bent nu geen slaven meer, u bent kinderen van God en als zijn kinderen bent u erfgenamen, door de wil van God. 8 ¶  Toen u God nog niet kende, was u onderworpen aan goden die helemaal geen goden zijn. 9  Hoe is het dan toch mogelijk dat u die God hebt leren kennen, meer nog, door God gekend bent, u opnieuw tot die zwakke, armzalige machten wendt en u daaraan als slaven onderwerpen wilt? 10  U houdt u werkelijk aan vaste feestdagen, maanden, seizoenen en jaren? 11  Ik vrees dat al mijn inspanningen voor u volkomen zinloos zijn geweest. (NBV)

Nu  de zomer voorbij is en het al herfst is komt de tijd van de feestdagen weer in zicht. Feestdagen geven vrijheid, werk en school kunnen even worden vergeten om je te richten op de mensen om je heen. Maar veel mensen voelen zich ook gebonden door de feestdagen. Er wordt zoveel verwacht, het moet ineens leuk en gezellig zijn. Op verjaardagen zit het bezoek gezellig te keuvelen terwijl de jarige rondrent om bezoek binnen te laten, koffie te schenken, taart te snijden en te zorgen dat iedereen krijgt wat de bedoeling is. Ook feesten als Sint Nicolaas en Kerst kennen zo hun vaste patronen. Vaak zo vast dat er meer werk gaat zitten in de patronen dan in het genieten. Feestdagen worden op die manier rituele verplichtingen en geen feestdagen in de zin van Jezus van Nazareth en het verhaal van het volk Israel. Als het volk Israel de bevrijding uit de slavernij vierde deden ze of die bevrijding net was gebeurd. Het verhaal werd verteld, maar niet of het eeuwen geleden gebeurde maar of het vandaag gebeurde.

Het grootste feest voor Jezus van Nazareth was te mogen eten en drinken met zijn vrienden, delen wat er te delen was met mensen die van dat delen afhankelijk waren. En zo schrijft ook Paulus aan de Galaten, de Turken rond Ankara, en dus aan ons. De Feesten van Christenen zijn geen feesten van moeten of feesten van zo hoort het, maar het zijn feesten van bevrijding. Daar waar de armen bevrijdt worden van de dwang van de armoede, daar waar mensen weer mee mogen doen, weer een plaats krijgen in de samenleving breekt het feest pas echt los. Dat feest is niet gebonden aan een datum of een periode in het jaar. We hoeven niet te wachten tot kerst om de armen en thuislozen uit de stad een maaltijd te bereiden. Dat kunnen we elke dag doen. De vrijwilligers van de voedselbanken kunnen vertellen wat een feest het kan zijn als mensen weer eens een complete maaltijd op tafel kunnen zetten.

We hoeven niet te wachten tot een verjaardag om buren en buurtgenoten op visite uit te nodigen om elkaar beter te leren kennen en ergernissen over elkaars culturele uitingen uit te wisselen, dat kunnen we elke dag doen. We hoeven echt niet te wachten tot Sint Maarten om de kinderen uit de buurt iets leuks te geven. Ons Koninkrijksdeel Sint Maarten heeft onze bereidheid te delen nu al meer dan nodig. Hangjongeren zoeken elke dag afleiding en volwassenen om hen te leren op een goede manier met elkaar en met hun tijd om te gaan, daar kunnen we ook los van het lichtjesfeest wat aan doen. Het bevrijdingsfeest kan vandaag beginnen, als er tenminste echte bevrijding heeft plaatsgevonden. En aan die bevrijding kunnen we elk moment gaan werken, die inspanningen zijn nooit zinloos.

Een rechtsgeldig testament

september 10, 2017

Galaten 3:15-29

15  Broeders en zusters, ik geef u het voorbeeld van een rechtsgeldig testament, een testament dat door een mens bekrachtigd is. Niemand kan zo’n testament ongeldig verklaren of er iets aan toevoegen. 16  Nu gaf God zijn beloften aan Abraham en zijn nakomeling. Let wel, er staat niet ‘nakomelingen’, alsof het velen betreft, maar het gaat om één: ‘je nakomeling’ en die nakomeling is Christus. 17  Ik bedoel dit: de wet, die vierhonderddertig jaar na de belofte werd gegeven, maakt het testament dat door God bekrachtigd is niet ongeldig. De wet kan de belofte nooit ontkrachten. 18  Immers, als de erfenis afhankelijk van de wet zou zijn, zou ze niet afhankelijk zijn van de belofte, maar het is nu juist door zijn belofte dat God zijn genade aan Abraham heeft geschonken. 19 ¶  Waarom dan toch de wet? De wet is later ingevoerd om ons bewust te maken van de zonde, in de tijd dat de nakomeling aan wie de belofte was gedaan nog komen moest. Ze werd door engelen aan een bemiddelaar gegeven. 20  Maar bemiddeling is niet nodig wanneer er maar één is die handelt, en God handelt alleen. 21  Is de wet daarom in strijd met Gods belofte? Absoluut niet. Als de wet leven zou kunnen brengen, zou de wet ons ook rechtvaardig kunnen maken. 22  Maar de Schrift heeft alles in de macht van de zonde gelegd, zodat de belofte kon worden gegeven op grond van geloof in Jezus Christus, aan wie op hem vertrouwen. 23  Voordat dit geloof kwam, werden we door de wet bewaakt; we leefden in gevangenschap tot het geloof geopenbaard zou worden. 24  Kortom, de wet hield toezicht op ons totdat Christus kwam, zodat we door ons vertrouwen op God als rechtvaardigen konden worden aangenomen. 25  Maar nu het geloof gekomen is, staan we niet langer onder toezicht, 26  want door het geloof en in Christus Jezus bent u allen kinderen van God. 27  U allen die door de doop één met Christus bent geworden, hebt u met Christus omkleed. 28  Er zijn geen Joden of Grieken meer, slaven of vrijen, mannen of vrouwen-u bent allen één in Christus Jezus. 29  En omdat u Christus toebehoort, bent u nakomelingen van Abraham, erfgenamen volgens de belofte. (NBV)

Heeft U zich wel eens afgevraagd waar toch de namen Oude en Nieuwe Testament vandaan komen? Ze komen uit deze passage uit de brief aan de Galaten. Als we het over een testament hebben dan bedoelen we de laatste wilsbeschikking van iemand, al of niet al overleden. In dat testament regel je wie je erfenis krijgt en wie niet. Maar als we aan het woord testament de bijvoeglijke naamwoorden “oude” of “nieuwe” toevoegen dan hebben we het direct over de Bijbel. De Hebreeuwse Bijbel is dan het Oude Testament en wat de Christenen er later aan hebben toegevoegd heet samen het Nieuwe Testament. Het is de beeldspraak van Paulus in zijn strijd tegen het opleggen van de Joodse wetten en regeltjes aan de Heidenen die mee willen doen aan de bouw van het Koninkrijk van Recht en Liefde, het Koninkrijk van God.  Paulus beroept zich daarbij op de belofte van God aan Abraham.

In de tijd van Abraham was er nog geen leer van Mozes en waren er zeker nog geen wetten en regeltjes zoals die in de dagen van Jezus van Nazareth door het Joodse volk werden nageleefd. Het enige dat Abraham had was zijn vertrouwen dat hij op een nieuwe manier een volk zou moeten stichten. Niet rond vruchtbaarheidsgoden, niet rond goden die aan grond waren gebonden, niet rond maan of zonnegoden, niet rond natuurgoden maar met een God die met je meetrok en die je kon aanspreken op recht en rechtvaardigheid. Die God beloofde dat eens zelfs de dood niet meer zou tellen als het ging om de liefde voor de mensen. Voor Paulus ging die belofte in vervulling bij Jezus van Nazareth. Daarom noemt hij het “het testament van Abraham”. Abraham heeft de belofte nagelaten als erfenis voor de nakomeling die dat wist te volbrengen.

Daarmee is het Oude Testament dus niet het verouderde testament waar sommigen het voor verslijten maar het testament dat vanouds ook onze erfenis bepaalt en laat zien wat onze weg is. Het Nieuwe is dan dat, in de belofte van Jezus van Nazareth, ook wij Heidenen mee mogen doen met de armen bevrijding aanzeggen, met de bouw van dat Koninkrijk van God. Voor Abraham was die God al niet de God van een stukje grond ergens op de aarde, maar was die God op de hele bewoonde wereld aanwezig. Die belofte gold en geldt dus voor de hele bewoonde wereld. Voor Abraham was er geen verschil tussen mensen met en mensen zonder zijn God, voor Paulus geldt dat dus ook in de nieuwe gemeenten van de mensen van de Weg. Daarom is het ook dat als wij het over de armen hebben we de armen van de hele bewoonde wereld op het oog hebben. Juist in deze tijd waarin de economieën van alle landen met elkaar samenhangen, globalisering noemen we dat, moeten we ons bewust zijn dat we dringend onze samenleving zo moeten inrichten dat daar geen mensen aan dood gaan van honger en armoede, waar ook ter wereld. Die erfenis dragen we ook met ons mee.

 

Een daad van gerechtigheid

september 9, 2017

Galaten 3:1-14

1 ¶  Galaten, u hebt uw verstand verloren! Wie heeft u in zijn ban gekregen? Ik heb u Jezus Christus toch openlijk en duidelijk als de gekruisigde bekendgemaakt? 2  Ik wil maar één ding van u weten: hebt u de Geest ontvangen door de wet na te leven of door te luisteren en te geloven? 3  Bent u werkelijk zo dwaas weer op uw eigen kracht te vertrouwen, en niet langer op de Geest? 4  Is alles wat u hebt meegemaakt dan voor niets geweest? Dat kan toch niet! 5  Geeft God u de Geest en goddelijke krachten omdat u de wet naleeft? Of geeft hij ze omdat u naar hem luistert en op hem vertrouwt? 6 ¶  Van Abraham wordt gezegd: ‘Hij vertrouwde op God, en dat werd hem als een daad van gerechtigheid toegerekend.’ 7  U ziet dus dat zij die geloven kinderen van Abraham zijn. 8  Nu heeft de Schrift voorzien dat God ook andere volken door geloof zou aannemen en daarom aan Abraham verkondigd: ‘In jou zullen alle volken gezegend worden.’ 9  En dus wordt iedereen die gelooft samen met Abraham, de gelovige, gezegend. 10  Maar iedereen die op de wet vertrouwt is vervloekt, want er staat geschreven: ‘Vervloekt is eenieder die niet alles doet wat het boek van de wet bepaalt.’ 11  Dat niemand door de wet voor God rechtvaardig wordt, is volkomen duidelijk, want er staat ook geschreven: ‘De rechtvaardige zal leven door geloof.’ 12  De wet daarentegen is niet gegrond op geloof, want er staat: ‘Wie doet wat de wet voorschrijft, zal leven.’ 13  Maar Christus Jezus heeft ons vrijgekocht van deze vloek door voor ons te worden vervloekt, want er staat geschreven: ‘Vervloekt is ieder mens die aan een paal hangt.’ 14  Zo zouden door hem alle volken delen in de zegen van Abraham en zouden wij, zoals ons is beloofd, door het geloof de Geest ontvangen. (NBV)

Het is misschien een voor de hand liggende vraag. Leef je fatsoenlijk en houd je je aan de regels en omgangsvormen of laat je je leiden door de Geest van de Liefde en doe je daarbij wel eens iets dat eigenlijk niet hoort of zelfs niet mag maar doe je dat uit Liefde voor je naaste en omdat je uit Liefde voor die naaste eigenlijk niet anders kan? Het zijn de vragen die Paulus stelt, het zijn de vragen die binnen het Gereformeerde verzet in de Tweede Wereldoorlog leefden. Mag je verzet plegen tegen een misdadige overheid? Natuurlijk is een ordelijke samenleving te verkiezen boven een samenleving waarin ieder maar doet wat goed is in eigen ogen. In het verkeer weten we dat het beste, we rijden allemaal rechts want als de een rechts en de ander links gaat rijden komen er grote ongelukken. Die ongelukken komen er dan soms ook als mensen zich vergissen en we vertrouwen er zo sterk op dat de regels worden nageleefd dat we die mensen spookrijders zijn gaan noemen. Toch reden er mensen aan de verkeerde kant van de weg omdat er in een sneeuwstorm een file was ontstaan en mensen van warme drank en wat eten moesten worden voorzien. De regels voor de menselijke samenleving beginnen in de woestijn, bij de afstammelingen van Abraham.

Abraham wordt gezien als de vader van alle gelovigen. Joden en Islamieten geloven dat ze rechtstreeks van Abraham afstammen. Hun besnijdenis is daarvan het bewijs. Maar Christenen wijzen op Paulus die in deze brief aan de Turken in Galatië schreef dat niet de besnijdenis de verdienste van Abraham was maar zijn geloof. Iedereen die gelooft dat de armen werkelijk bevrijd worden, dat de Liefde van God door de dood heen is gedragen door Jezus van Nazareth en dat wij met hem uit de dood van deze wereld mogen opstaan en gaan werken aan zijn Koninkrijk hoort bij Abraham. Als je je door wetten en regeltjes laat leiden en niet door de Liefde dan loop je een groot risico. Die liefde maakt dat je er desnoods duizend keer per dag opnieuw mee mag beginnen, maar die wetten en regeltjes zijn zomaar overtreden en dat valt niet meer goed te maken. Het is juist de Liefde van God waar je altijd een beroep op mag doen door je naaste lief te hebben als jezelf. Het gaat dus aan te blijven werken aan het voeden van de hongerigen, het kleden van de naakten en het bezoeken van de gevangenen.

Je kunt niet alles, je kunt zeker niet de hele wereld op je nek nemen dus moet het samen. Dus moet het ook komen van ons volk, moeten we ons samen in de wereld sterk gaan maken voor de zwaksten in de wereld. Onze welvaart is voor een gedeelte gebaseerd op oneerlijke handelsverhoudingen. Die handelsverhoudingen zijn zo oneerlijk dat ze miljoenen in Afrika, Azië en Latijns Amerika tot bittere armoede dwingen. Ook daar zijn rijken die dat in stand willen houden. Dat sommige jongeren verleid worden tegen die rijken in arme landen in het geweer te komen is jammer. Wij willen immers dat de wereld er op een andere manier gaat uitzien. Niet macht en geweld en het recht van de sterkste moeten gelden maar het recht van elk mens op een menswaardig leven. Dat is de rechtvaardigheid die Abraham deed kiezen voor bondgenootschappen met zijn buren en een leven in de bergen, de vruchtbare vlakten aan de anderen overlatend. Als volgelingen van Abraham zullen we hem moeten volgen in rechtvaardige bondgenootschappen met de andere volken in de wereld, daar worden we allemaal beter van.

Ikzelf leef niet meer

september 8, 2017

Galaten 2:15-21

15  Hoewel wij Joden van geboorte zijn en geen zondaars uit andere volken, 16  weten we dat niemand als rechtvaardige wordt aangenomen door de wet na te leven, maar door het geloof in Jezus Christus. Ook wij zijn tot geloof in Christus Jezus gekomen om daardoor, en niet door de wet, rechtvaardig te worden, want niemand wordt rechtvaardig door de wet na te leven. 17  En in ons streven om door Christus rechtvaardig te worden, blijkt dat wijzelf ook zondaars zijn. Betekent dit dat Christus dus in dienst staat van de zonde? Natuurlijk niet. 18  Maar wanneer ik weer aanneem wat ik had verworpen, maak ik van mezelf opnieuw een overtreder. 19  Want ik ben gestorven door de wet en leef niet langer voor de wet, maar voor God. Met Christus ben ik gekruisigd: 20  ikzelf leef niet meer, maar Christus leeft in mij. Mijn leven hier op aarde leef ik in het geloof in de Zoon van God, die mij heeft liefgehad en zich voor mij heeft prijsgegeven. 21  Ik verwerp Gods genade niet; als we door de wet rechtvaardig zouden kunnen worden, zou Christus voor niets gestorven zijn. (NBV)

Het is mooie beeldspraak die Paulus gebruikt, ik ben gestorven maar Christus leeft in mij. Elders zegt hij dat hij elke dag wel duizend keer sterft om ook duizend keer met Christus op te staan. Die beeldspraak is niet onbelangrijk. Voortdurend dien je er kennelijk op uit te zijn je naaste lief te hebben als jezelf. Dat is niet gemakkelijk want uiteindelijk hoor je ook jezelf lief te hebben. Jezus van Nazareth is daarbij de grote voorganger. Hij hield die liefde vol door de dood heen. In zijn geest, de geest van God, moet je dus alles doen. Dat moeten is overigens geen opgelegde dwang, maar als je eenmaal die liefde hebt leren kennen dan kun je niet anders. Dat hier het moeten geen dwang is probeert Paulus ons ook duidelijk te maken. Het gaat hier niet om regeltjes uit een wetboek waarin staat wat je allemaal niet mag en wel moet.

Dat soort wetten doet voor Christenen niet ter zake. En nu niet denken dat de oude Joodse Wet was afgeschaft en vervangen was door een nieuwe Christelijke Wet, die wet bestaat niet. Er bestaat maar één wet, de Wet van de Woestijn, de leer van Mozes, de Goddelijke richtlijnen voor een menselijke samenleving. Dat geldt voor Joden en Heidenen en met die richtlijnen kunnen ze samen Christen zijn. Die Wet is dat God liefhebben boven alles, je naaste liefhebben als jezelf is. Daar komt alles vandaan en daar gaat alles op terug. Dat je dus als Christen veel dingen niet zou mogen is onzin. Mensen die je dat willen wijsmaken willen macht over je uitoefenen. Wie voor jou uitmaakt wat goed en wat slecht is heeft macht over je. En dat is in strijd met wat de Bijbel zegt over macht. Daarin is er slechts één Heer en dat is God, er is één die bepaald wat je wel en niet wilt doen en dat is de geest van Jezus van Nazareth.

Er is één maatstaf om uit te maken wat wel of niet goed is en dat is het effect dat het heeft op de armen, de zieken, de gehandicapten, de mensen die geen plek hebben in de samenleving. Rechtvaardig betekent in de Bijbel de mensen recht doen, de mensen die krom moeten liggen, om een deel van leven te hebben, mogen opstaan en weer recht door het leven gaan. Jezus van Nazareth ging ons daarbij voor door de dood heen. Dat we daarin mee mogen doen heet in de woorden van Paulus genade. Geen straf voor al die keren dat we eerder aan onszelf dachten dan aan onze naaste, maar de mogelijkheid duizend keer op een dag opnieuw te mogen beginnen. Zo zwak en eenzaam als we zijn hebben we kennelijk een God aan onze zijde die ons telkens weer laat werken aan zijn Koninkrijk, die wereld waar geen tranen meer zijn, waar alle mensen een plaats hebben. Als je dat tot je door laat dringen wil je geen moment meer wachten er mee aan de slag te gaan.

 

Ze wilden slaven van ons maken.

september 7, 2017

Galaten 2:1-14

1 ¶  Na verloop van veertien jaar ging ik opnieuw naar Jeruzalem, samen met Barnabas en Titus. 2  Dat was mij in een openbaring opgedragen. In besloten kring legde ik de belangrijkste broeders het evangelie voor dat ik aan de heidenen verkondig, want ik wilde me ervan overtuigen dat mijn inspanningen, toen en nu, niet voor niets waren. 3  Maar zelfs Titus, die mij vergezelde, werd niet gedwongen zich te laten besnijden, hoewel hij toch een Griek is. 4  Dat wilden alleen een paar schijnbroeders, die als spionnen waren binnengedrongen om erachter te komen hoe wij onze vrijheid, die we in Christus Jezus hebben, gebruikten. Ze wilden slaven van ons maken. 5  Maar we zijn geen moment voor hen gezwicht, want de waarheid van het evangelie moest in uw belang behouden blijven. 6  De belangrijkste broeders-hun positie interesseert me trouwens niet, God slaat geen acht op het aanzien van een mens-hebben mij tot niets verplicht. 7  Integendeel, toen ze inzagen dat mij de verkondiging onder de heidenen was toevertrouwd, zoals aan Petrus de verkondiging onder de besnedenen 8  want zoals God Petrus kracht had gegeven voor zijn werk onder de Joden, zo had hij mij kracht gegeven voor mijn werk onder de onbesnedenen-, 9  en ze dus de genade onderkenden die mij geschonken was, toen reikten Jakobus, Kefas en Johannes, die als steunpilaren golden, mij en Barnabas de broederhand: wij zouden naar de heidenen gaan, zij naar de besnedenen. 10  Onze enige verplichting was dat we de armen ondersteunden, en dat is ook precies waarvoor ik mij heb ingezet. 11 ¶  Maar toen Kefas in Antiochië was, heb ik me openlijk tegen hem verzet, want zijn gedrag was verwerpelijk. 12  Hij at altijd met de heidenen, maar toen er afgezanten van Jakobus kwamen, trok hij zich terug en at hij apart, uit angst voor de voorstanders van de besnijdenis. 13  De andere Joden deden met hem mee, en zelfs Barnabas liet zich meeslepen door hun huichelarij. 14  Toen ik zag dat ze niet de rechte weg naar het ware evangelie bewandelden, zei ik tegen Kefas, in aanwezigheid van iedereen: ‘Jij bent een Jood, maar je leeft als een heiden en houdt je niet aan de Joodse gebruiken; hoe kun je dan opeens heidenen dwingen als Joden te leven?’ (NBV)

De brief aan de Galaten moet ergens geschreven zijn tussen het jaar 45 en 50. Aan het begin van onze jaartelling dus en de brief wordt door sommigen beschouwd als de oudst bekende brief van Paulus. In het begin van hoofdstuk 2 valt Paulus met de deur in huis als het over het conflict binnen de beweging van de Weg gaat. Hij heeft het over een besnijdenis en over schijnbroeders die als spionnen waren binnengedrongen in de gemeenten van de Galaten. Een bezoek van Paulus en Barnabas met hun gezelschap aan de gemeente in Jeruzalem lost intern het conflict kennelijk op. Met een handdruk wordt de zaak bezegeld. Wie het verhaal over dat bezoek en de overeenkomst nog eens wil doorlezen moet naast de passage van vandaag het boek Handelingen openslaan, in het vijftiende hoofdstuk vindt U de geschiedenis terug.

Maar dat het conflict zich ook tot het hart van Turkije had uitgebreid en Paulus zelfs genoopt had tot het schrijven van een brief maakt het conflict ook voor ons belangrijk. De datering van de brief is daarbij niet onbelangrijk. In het jaar 70, niet zo lang na het schrijven van de brief dus, werd de Tempel in Jeruzalem verwoest na een bittere oorlog tussen opstandige Joden en Romeinen. De Joden werden uit Israel verdreven en het duurde eigenlijk tot 1948 voor er weer een Joodse Staat zou ontstaan. Die opstand heeft dus diepe sporen in de geschiedenis getrokken. De onrust en de groeiende bereidheid tot gewapend verzet was ook al in de dagen van Jezus van Nazareth aanwezig. Jezus zelf wees deze weg van bevrijding voor zijn volk van de hand. Maar het nationalisme bleef broeien. Ook in de nieuwe beweging van de Weg. Want, zeiden sommigen, als die Heidenen het hart van de wet van Israel wilden volgen, hun naasten liefhebben als zichzelf, dan konden ze toch net zo goed Jood worden.

Je kunt je voorstellen wat dat had betekent. De Islam probeert geen Nederlanders te werven maar elke vorm van discussie, elke vorm van recht in de leer binnen de Moskee roept in onze samenleving al geschreeuw en gekerm op. Hoeveel te meer een beweging van mensen die van Heidenen Joden wilde maken en dan ook nog de slaven als gelijken ging beschouwen? Jood werd je door besnijdenis, Christen door samen te gaan leven met de mensen om je heen en het leven gewicht te geven. In Jeruzalem werden ze het eens, Joden bleven Joden en Heidenen bleven Heidenen samen konden ze Christen worden. Het enige dat nog te doen stond was zorgen voor de armen. Ook de gemeenten in Turkije, Galatië in die tijd genoemd, konden gerust zijn, voor hen veranderde er niets, gevaarlijke politieke avonturen hoefden niet, Christen zijn was al gevaarlijk en avontuurlijk genoeg. Dat is het dan ook vandaag de dag voor mensen die genuanceerd met hun Islamitische buren willen samen leven.

 

Ik leefde de Joodse wetten heel wat strikter na

september 6, 2017

Galaten 1:13-24

13  U hebt gehoord hoe ik vroeger volgens de Joodse godsdienst leefde, dat ik de gemeente van God fanatiek vervolgde en haar probeerde uit te roeien. 14  Ik leefde de Joodse wetten heel wat strikter na dan velen van mijn generatie en zette mij vol overgave in voor de tradities van ons voorgeslacht. 15  Maar toen besloot God, die mij al vóór mijn geboorte had uitgekozen en die mij door zijn genade heeft geroepen, 16  zijn Zoon in mij te openbaren, opdat ik hem aan de heidenen zou verkondigen. Ik heb toen geen mens om raad gevraagd 17  en ben ook niet naar Jeruzalem gegaan, naar hen die eerder apostel waren dan ik. Ik ben onmiddellijk naar Arabia gegaan en ben van daar weer teruggekeerd naar Damascus. 18  Pas drie jaar later ging ik naar Jeruzalem om Kefas te ontmoeten, en bij hem bleef ik twee weken. 19  Maar van de overige apostelen heb ik niemand gezien, behalve Jakobus, de broer van de Heer. 20  God is mijn getuige dat ik u de waarheid schrijf. 21  Daarna ging ik naar het kustgebied van Syrië en van Cilicië. 22  De christengemeenten in Judea hadden mij nog nooit ontmoet, 23  maar iedereen had over mij horen vertellen: ‘De man die ons vroeger vervolgde, verkondigt nu het geloof dat hij toen probeerde uit te roeien.’ 24  En zij prezen God om mij. (NBV)

Paulus maakt een aanloop naar de bespreking van het conflict dat is ontstaan in de jonge beweging van de Weg van Jezus van Nazareth door nog eens uitvoerig te vertellen wie hij is, waar hij vandaan komt en hoe het komt dat hij nu als Apostel de wereld rondtrekt en gemeenten sticht. Voor de oplossing van dat conflict is dat niet verkeerd. De gemeenten in Galatië, waar de brief aan gericht is, bestonden voornamelijk uit Heidenen. Paulus maakt in dit onderdeel duidelijk dat er een verschil is tussen Joden en Heidenen. Jood ben je door je afkomst, je geboorte, je hoort bij het volk van Israel of je hoort tot de Heidenen. Als je bij het volk van Israel hoort dan zijn er veel wetten waar je je strikt aan moet houden. Vooral de voedselwetten, wat je wel en niet mag eten, waren zeer belangrijk. Paulus heeft in Jeruzalem gestudeerd voor Joods Leraar en was één van die fanatieke studenten de we ook tegenwoordig in elke godsdienst tegenkomen. Hij vervolgde de aanhangers van de Weg dan ook te vuur en te zwaard.

Tot hij ze ook buiten Jeruzalem wilde vervolgen en toen het licht zag. Dat betekende dat hij zijn overtuiging opnieuw moest doorleven maar ver buiten Jeruzalem, tussen de heidenen. Daar had hij het ontdekt. Het hart van de Wet van het volk van Israel, heb Uw naaste lief als Uzelf, kun je ook aan de Heidenen verkondigen. Jezus van Nazareth had immers die Wet door de dood heen volgehouden en, aangezien alle mensen moeten sterven, kunnen ook alle mensen voor het leven kiezen. Samen Delen, de armen bevrijding aanzeggen en onbaatzuchtige liefde tonen zonder te letten op de gevolgen voor jezelf kunnen Joden en Heidenen samen. Dat is een heel nieuwe weg die Jezus van Nazareth heeft gewezen. Hij was gezalfd als Koning van de Wereld. Zijn wet was daarmee de enige wet die nog waarde heeft.

In het Grieks is gezalfde: “Christos” en zo waren ze gaan heten, de Christenen, de zalfjes. Mensen die het geweld meden, die niet meer in tempels aan allerlei goden offerden, maar mannen en vrouwen, Joden en Grieken, armen en rijken, vrijen en slaven die samen kwamen om samen te eten. De rijken namen het mee en ze deelden het samen. Dwars tegen alle gewoonten van de wereld in. Paulus reisde rond en stichtte overal groepen van mensen die zich aan die regels hielden. Zo ontstond niet alleen een beweging maar een begin van een heel nieuwe samenleving. Belangrijk in deze aanloop is dat de mensen van de Weg die er vanouds bij hoorden, die net als Jezus uit het Joodse volk stamden, blij waren met deze ontwikkeling en het werk van Paulus toejuichten. Zouden we nu met Joden, Islamieten en Christenen ook niet zo samen moeten zien te leven?