Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Het is de hoogste tijd!

december 5, 2018

Openbaring 10:1-11

1 Ik zag een andere machtige engel uit de hemel neerdalen. Een wolk omhulde hem en de regenboog was om zijn hoofd. Zijn gezicht was als de zon en zijn benen waren als zuilen van vuur. 2 Hij hield een kleine boekrol geopend in zijn hand. Hij zette zijn rechtervoet op de zee en zijn linkervoet op het land. 3 Hij riep met een luide stem, zoals een leeuw brult, en daarna lieten de zeven donderslagen hun stem horen. 4 Ik wilde opschrijven wat ze gezegd hadden, maar een stem uit de hemel zei tegen mij: ‘Wat de zeven donderslagen gezegd hebben, moet je geheimhouden. Schrijf het niet op.’ 5 Toen hief de engel die ik op de zee en het land zag staan, zijn rechterhand op naar de hemel. 6 Hij zwoer: ‘Zo waar de schepper van de hemel en alles wat daarin is, en van de aarde met alles wat daarop is, en de zee met alles wat daarin is, tot in eeuwigheid leeft: het is de hoogste tijd! 7 Op het moment dat de zevende engel zijn bazuin zal laten klinken, zal Gods geheim werkelijkheid worden, zoals hij zijn dienaren, de profeten, heeft beloofd.’ 8 Toen hoorde ik opnieuw die stem uit de hemel. Hij zei tegen me: ‘Haal de geopende boekrol die de engel die op de zee en het land staat in zijn hand heeft.’ 9 Ik ging naar de engel toe en vroeg om het boekje. Hij reikte het mij aan en zei: ‘Eet het op. Het zal branden in je maag, maar in je mond zo zoet zijn als honing.’ 10 Ik pakte het boekje aan en at het op. Het smaakte zoet als honing, maar nadat ik het opgegeten had, brandde het in mijn maag. 11 Toen kreeg ik te horen: ‘Je moet opnieuw over talrijke landen en volken en koningen profeteren.’ (NBV)

Een nieuw visioen zo lijkt het. Maar een dergelijk visioen staat ook al in het boek Ezechiël. Dat is als Ezechiël wordt geroepen en ook in het begin van Openbaring als Johannes van Patmos wordt geroepen staat een dergelijk visioen. Ezechiël zag een donderwolk die uitgroeide tot een wagen die werd gedragen door de goden van Babel maar die bestuurd werd door de God van Israël. Die donderwolk was overigens ook Mardoek de oppergod van Babel. In het hoofdstuk hiervoor wordt gesproken over mensen die hun zelf gemaakte goden van goud, zilver en brons bleven aanbidden ondanks alle rampspoed. Hier vertelt Johannes dat wat je ook van die goden verwacht of zelfs aan die goden toeschrijft ze zijn onderworpen aan de God van Israël die de enige ware God is, een God waar je iets goddelijks van mag verwachten.

Dan klinkt weer de sjofar, de bazuin of de rampshoorn. Die klonk ook als Israël de strijd moest aangaan, als alle strijders van het volk zich moesten verzamelen. In de Tempel werd de herinnering daaraan levend gehouden. Er was zelfs een feestdag gewijd aan de bazuinen, ze klonken op de Grote Verzoendag als oproep om je bewust te maken van het kwaad waar je deel van uitmaakt en als oproep om het kwaad te bestrijden want dat is de enige manier om je te verzoenen met God. Het is een prachtig verhaal, God zorgt dat het kwaad verdwijnt en dat het leven goed zal worden. Je hoort dat nog wel eens prediken, laat Jezus toe in je hart, ga een persoonlijke relatie aan met God en al je ellende zal verdwijnen. Als je genoeg geloofd zul je zelfs genezen van de meest kwaadaardige ziekten.

De Bijbel spreekt dit geluksgeloof tegen. Het wordt er in het leven niet gemakkelijker op als je gaat geloven maar het wordt er eerder moeilijker door. Het is als dat kleine boekje, mooi verhaal, komt van de boodschapper van God, van God zelfs dus. Je vertelt het met plezier verder, het is het zoetste dat je met woorden kan schenken. Maar het is bitter van binnen. Hoe meer je geloofd dat er geen mensen hoeven verdrinken in de Middellandse zee, hoe meer je geloofd dat kinderen die hier geworteld zijn ook moeten kunnen blijven, hoe meer je de gevangen ziet die om hun overtuiging gevangen zitten, hoe meer je de vrouwen zijn die slachtoffer zijn van mensenhandel, uitbuiting en verkrachting, hoe meer je dus de ellende ziet die overal in de wereld door mensen wordt veroorzaakt hoe bitterder, hoe kwader je wordt. Al je vezels gaan zich inspannen om dat kwade te bestrijden en als je geloofd dat God je kan verlossen van het kwade dan houdt niets je meer tegen. Dan wordt je een gelovige, en dat kan elke dag opnieuw.

Hun leven van moord en toverij, van ontucht en diefstal.

december 4, 2018

Openbaring 9:13-21

13 Toen blies de zesde engel op zijn bazuin. Uit de vier horens van het gouden altaar dat voor God staat, hoorde ik een stem 14 die tegen de zesde engel met de bazuin zei: ‘Maak de vier engelen los die bij de grote rivier de Eufraat gevangen zitten.’ 15 De vier engelen werden losgemaakt; ze waren gereedgehouden om juist op dit uur van deze dag, in deze maand van dit jaar, een derde deel van de mensen te doden. 16 Het aantal ruiters van de bereden troepen-ik hoorde hoeveel het er waren-bedroeg tienduizend maal tienduizenden. 17 Zo zagen de paarden en de ruiters in het visioen eruit: hun borstpantsers waren vuurrood, violet en zwavelgeel; de hoofden van de paarden waren als leeuwenkoppen, en uit hun mond kwamen vuur, rook en zwavel. 18 Een derde deel van de mensen werd gedood door deze drie plagen, het vuur, de rook en de zwavel die uit hun mond kwamen. 19 Want de kracht van de paarden zat in hun mond en in hun staart. Die staarten hadden koppen en leken net slangen; daarmee richtten ze onheil aan. 20 Maar de andere mensen, die deze plagen overleefden, keerden zich niet af van hun zelfgemaakte goden. Ze bleven die goden aanbidden en de beelden van goud, zilver, brons, steen en hout, die niet kunnen horen of zien en zich niet kunnen verroeren. 21 Evenmin braken ze met hun leven van moord en toverij, van ontucht en diefstal. (NBV)

In deze dagen voor Kerstfeest staat op het leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap het boek Openbaring. In het gedeelte dat we de afgelopen dagen lazen en dat we vandaag vervolgen gaat het over weeën. Dat meervoud wordt door geleerden vaak niet gebruikt. Ze hebben het dan over de eerste wee die over het lijden ging en vandaag over de tweede wee die over de dood gaat. Maar dat meervoud zet ons op het spoor van het antwoord op de vraag waar dit eigenlijk over gaat. Het gaat over de geboorte van een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. En dat geboorte weeën gepaard gaan met lijden en het gevoel dat je dood gaat kan elke vrouw bevestigen. Je zou bijna zeggen dat al die mannen die dit gedeelte moeten uitleggen er goed aan doen eens een geboorte van een kind bij te wonen.
,
De legers die een derde van de mensen moesten doden werden daartoe pas in de gelegenheid gesteld toen God daarvoor de opdracht gaf. Vier engelen voerden ze aan en in de Bijbel God lezen. De legers die zij aanvoeren zijn overigens zo groot dat ze niet te tellen zijn. Het is meer dan veel zegt Johannes hier eigenlijk. Nu even niet denken dat God in de hemel zo maar even besluit om een derde van de mensen uit te roeien. Die twee derde zijn in dit verhaal net zo belangrijk. Zij zijn getekend met het zegel van de God van Israël, zij mogen blijven leven. In de Hebreeuwse Bijbel schrijven profeten nog wel eens dat de ballingschap het volk had gezuiverd van alle ongerechtigheden. Hier worden alle mensen op aarde gezuiverd. Het is dus zaak alle mensen tot volgeling van Jezus te maken, tot aan de einden der aarde dus.

Over wat voor mensen gaat het dan als er zo veel moeten worden gedood? Ook dat staat er in dit gedeelte gewoon bij, het zijn de mensen die ondanks alle plagen, ondanks de ellende die over de aarde trok hun eigen afgoden bleven aanbidden. De goden van goud, zilver, brons, steen en hout. Tegenwoordig vatten we al die zelfgemaakte goden samen in de goten van winst en profijt. Niet meer de mensen staan centraal bij de rijken en de machthebbers maar de hoogte van winst en profijt, daar moet alles aan opgeofferd worden. Bij dat aanbidden van zelfgemaakte goden horen ook zaken als moord en toverij, van ontucht en diefstal. Let dus op mensen die voor het behoud van hun rijkdom gaan moorden, die je wijs maken dat hun denkkracht mensen kan genezen, dat je een ander mens gerust als voorwerp kan gebruiken voor bevrediging van je eigen lusten en dat je van de arme ook het weinige dat die heeft mag wegnemen.
Als je ondanks alle ellende in de wereld je onverschillig afwend en voor je eigen plezier blijft leven dan hoor je dus ook bij dit deel van de mensheid, ook vandaag nog.

Ze leken op paarden

december 3, 2018

Openbaring 9:1-12

1 Toen blies de vijfde engel op zijn bazuin. Ik zag een ster die uit de hemel op de aarde was gevallen. Hij kreeg de sleutel van de put naar de onderaardse diepte. 2 Hij opende die put, waaruit rook opsteeg als uit een grote oven. De zon en de hemel werden verduisterd door de rook uit de put. 3 Uit de rook kwamen sprinkhanen neer op de aarde. Ze kregen de beschikking over dezelfde vermogens als schorpioenen op aarde. 4 Maar, werd erbij gezegd, ze moesten de planten, struiken en bomen ongemoeid laten. Alleen de mensen die niet het zegel van God op hun voorhoofd hadden, mochten ze kwaad doen. 5 Doden mochten ze hen niet, alleen pijnigen, vijf maanden lang; die mensen zouden pijn moeten lijden alsof ze door een schorpioen gestoken waren. 6 Dan zullen de mensen de dood zoeken, maar hem niet vinden. Ze zullen naar de dood verlangen, maar de dood vlucht van hen weg. 7 Zo zagen die sprinkhanen eruit: ze leken op paarden die waren toegerust voor de strijd, met op hun hoofd een soort goudachtige krans en met een gezicht als dat van een mens. 8 Hun haar was lang als het haar van een vrouw, hun tanden waren als leeuwentanden. 9 Hun borst leek een pantser van ijzer. Hun vleugels maakten een geluid als het geratel van talloze wagens die ten strijde trekken. 10 Verder hadden ze een staart met een angel, net als schorpioenen. Met die staart konden ze de mensen pijnigen, vijf maanden lang. 11 Hun koning is de engel van de onderaardse diepte; zijn naam luidt Abaddon in het Hebreeuws, in het Grieks Apollyon. 12 Het eerste wee is voorbij, maar er komen er nog twee! (NBV)

De hele aarde wordt een Sodom en Gomorra, de twee steden die, vruchtbaar als ze waren, werden omgekeerd en die verzonken in de aarde. Reken maar dat daar rook heeft opgestegen, rook dat alles en iedereen verstikte, bij zo’n vulkanische uitbarsting raakt de zon verduisterd. De Grieken en de Romeinen waren altijd bang in gevecht te raken met de Centaurs, mythische wezens die half mens en half paard waren. Johannes knoopt zijn beelden aan deze angst vast. De centaurs die Israël had leren kennen waren nog heel wat meer beangstigend. Ze dwaalden rond in de mythen van Babylon die het volk tijdens de ballingschap had leren kennen. Die centaurs konden de mensen steken als schorpioenen. Kon je een gewone schorpioen nog wel doodtrappen als je geluk had dat kon je bij die beesten, mensen, zo groot als een paard niet.

De Centaurs uit Babylon hadden een eigen koning, een boodschapper van de onderwereld. Wie die koning had ontmoet wist hoe het moet zijn in de diepste onderwereld maar geen licht doordringt maar slechts geween is en geknars van tanden. Die koning heet Abadon. Wie dat is weten wij nakomelingen niet. Het Hebreeuws leent zich zeer voor geheimschrift en Johannes moest in zijn gevangenschap natuurlijk wel uitkijken wie hij zou vergelijken met een dergelijke gevaarlijke koning van de onderwereld. Toen de rust in het Romeinse Rijk was teruggekeerd, zo nemen geleerden aan, heeft een overschrijver van het boek Openbaring er de naam Apollyon aan toegevoegd. Dat is niet direct weer doorgestreept want ook die Apollyon had met de rook uit de onderwereld te maken. Het was een god waarvan de tempel bij een aardbreuk lag waar permanent rook uit naar boven kwam.

Het idee dat je op magische wijze te weten kan komen hoe het met de doden is vergaan en hoe je toekomst er uit zal gaan zien stuitte Joden en Christenen zeer tegen de borst. Gelovigen moeten het verleden en de toekomst aan God overlaten, ze hebben al genoeg aan het heden. Daar ligt de vraag of zij kiezen voor het leven door de richtlijnen van God te volgen of dat ze kiezen voor de goden van de dood. Die Apollyon was daar een goed voorbeeld van. Bij zijn Tempel in Delphi hadden ze een vrouw boven de rook uit de aarde gezet die je kon vertellen wat je toekomst zal zijn en welke beslissingen je zou moeten nemen om die toekomst zo gunstig mogelijk te laten zijn. Ze deed dat in voor gewone mensen onbegrijpelijke beelden, orakelspreuken noemden ze die. Voor gelovigen zoals Johannes waren het boodschappen van de God van de doden. Het is dus ook aan ons een oproep om ons bezig te houden met het leven, met de liefde, dag in dag uit.

De luide roep van een adelaar

december 2, 2018

Openbaring 8:1-13

1 Toen het lam het zevende zegel verbrak, viel er een stilte in de hemel, gedurende ongeveer een half uur. 2 Ik zag de zeven engelen die voor Gods troon staan. Ze kregen alle zeven een bazuin. 3 Toen kwam er een andere engel, die met een gouden wierookschaal bij het altaar ging staan. Hij kreeg een grote hoeveelheid wierook om die op het gouden altaar voor de troon te offeren, samen met de gebeden van alle heiligen. 4 De rook van de wierook steeg met de gebeden van de heiligen uit de hand van de engel op naar God.
5 Toen nam de engel de wierookschaal, vulde hem met vuur van het altaar en wierp dat op de aarde. Er volgden donderslagen, groot geraas, bliksemschichten en een aardbeving. 6 De zeven engelen, ieder met een bazuin, maakten aanstalten om erop te blazen. 7 Toen blies de eerste engel op zijn bazuin. Er kwam hagel en vuur, gemengd met bloed, en dat werd op de aarde geworpen. Een derde deel van de aarde brandde af, evenals een derde deel van de bomen en al het groen. 8 De tweede engel blies op zijn bazuin. Iets dat eruitzag als een grote berg, waar de vlammen uitsloegen, werd in zee gegooid. Een derde deel van het water werd bloed, 9 een derde deel van alle in zee levende wezens ging dood en een derde deel van de schepen verging. 10 De derde engel blies op zijn bazuin. Uit de hemel viel een grote ster, die zo fel brandde als een fakkel. Hij viel op een derde deel van de rivieren en op de waterbronnen. 11 De naam van de ster is Alsem. Dat derde deel van het water werd alsem. Veel mensen stierven door het water dat bitter geworden was. 12 De vierde engel blies op zijn bazuin. Een derde deel van de zon, van de maan en van de sterren werd getroffen, waardoor dat deel verduisterd werd. Een derde deel van de dag en ook van de nacht was er dus geen licht. 13 In mijn visioen hoorde ik de luide roep van een adelaar die hoog in de lucht vloog: ‘Wee! Wee! Wee de mensen die op aarde leven! Want dadelijk klinken de bazuinen van de drie engelen die nog niet geblazen hebben.’ (NBV)

Dat boek Openbaring heeft een heel andere beeldtaal dan dat wij gewend zijn. Bovendien kennen wij de herkomst van een aantal van die beelden niet. Neem nu die stilte, een half uur, dat was tijdens de offerdienst in de Tempel van Jeruzalem het hoogtepunt van het offerfeest geweest. Dan ging de Hogepriester naar de Ark en druppelde bloed tussen de vleugels van de cherubs, het volk liet daarmee zien bereid te zijn het eigen leven over te hebben voor de dienst aan God. Het volk liet zien tegen alles en iedereen in te willen vasthouden aan de richtlijnen voor de menselijke samenleving zoals die door God aan Mozes waren gegeven. Maar het volk had zich afgekeerd van de God van Israël en waren andere goden achterna gelopen. Dat had geleid tot de vernietiging van de Tempel in Jeruzalem en een toenemende onderdrukking door de Romeinen. Het werd een tijd van roepen en smeken om hulp uit de hemel.

Die hulp komt. Zeven boodschappers van de God van Israël laten zich horen en de ene ramp na de andere voltrekt zich. Die rampen zijn niet alleen voor de onrechtvaardigen. De God van Israël laat de regen, maar ook het vuur dat regent, vallen op de rechtvaardigen en de onrechtvaardigen. Donder, bliksem, meteorieten, overstromingen, het kan niet op. Er zijn mensen die vervolgens oor hun raam gaan kijken en denken dat ze al die zaken nu ook zien. Het kan wel zijn dat er ook nu aardbevingen zijn, vulkanen uitbarsten, tsunamis op de kusten aanspoelen en of te veel regen is of te veel droogte. De schrijver van Openbaring heeft het echter niet over nu, over onze tijd, maar over zijn eigen tijd. De dagen dat Pompei onder as werd bedolven, de dagen dat Nero Rome in de brand liet steken. De gevangene van Patmos die dit boek heeft geschreven maakte voor de lezers uit zijn tijd een glashelder verhaal.

Dat verhaal loopt uit op hulp uit de hemel. De adelaar vliegt op, een vogel die angst werpt. Daarom namen legers vaak de adelaar als hun logo, hun merkteken. Maar al in het boek Deuteronomium wordt gesproken over de adelaar. Mozes maakt duidelijk dat die roofvogel je geen angst moet aanjagen maar je als voorbeeld moet dienen. Van die adelaars werd geloofd dat zij zeer actief hun jongen leerden vliegen. Ze namen ze op hun vleugels mee en wierpen ze dan in de lucht, zodat ze zelf konden vliegen, maar als die jongen dan dreigden te vallen werden ze door de volwassen adelaars weer opgevangen. De biologen hebben later ontdekt dat Mozes een paar vogels door elkaar heeft gehaald maar dat doet aan de waarde van dat beeld niets af. God vangt zijn kinderen op. Als zijn kinderen tenminste voor adelaar willen spelen, als ze het leed zien dat mensen wordt aangedaan, als ze het leed zien waar mensen aan leiden. Dan zijn er elke dag heel veel zaken waarvoor je je vleugels mag uitspreiden

In de zesde maand

december 1, 2018

Lucas 1:26-38

26 In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea, 27 naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria. 28 Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ 29 Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had. 30 Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. 31 Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen. 32 Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. 33 Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’ 34 Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.’ 35 De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God. 36 Luister, ook je familielid Elisabet is zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd. Ze is nu, ook al hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde maand van haar zwangerschap, 37 want voor God is niets onmogelijk.’ 38 Maria zei: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Daarna liet de engel haar weer alleen. (NBV)

Nadat Elisabeth haar zwangerschap vijf maanden verborgen had gehouden, spotten met een oude vrouw die zwanger is doet zeer nietwaar, werd de zwangerschap van Elisabeth toch aan Maria bekend gemaakt. Maria woonde in Nazareth in Galilea. Dat is zo bekend dat we er overheen lezen. Voor de eerste lezers van het Evangelie van Lucas zal er onwillekeurig een glimlach om de mond gespeeld hebben. Galilea stond in Israël als het land van de heidenen bekend. Voor de inwoners van Judea en vooral Jeruzalem woonden daar boerenpummels die nauwelijks besef hadden van de geweldige gewichtige leer van de boeken van Mozes, de boeken van de profeten en de geschriften die samen de Hebreeuwse Bijbel vormden. En dat Nazareth? Eigenlijk betekent het iets als “struikgewas”. Die boodschapper van God ging dus naar een Joods meisje, die verloofd was met een afstammeling van koning David, en die vond hij in het struikgewas in het land van de Heidenen.

En op dat punt, zo ongeveer het minste vlekje dat je je in Israël kunt voorstellen daar wordt een geweldige belofte gedaan. Dat meisje, ongetrouwd nog, zal zwanger worden en haar zoon zal de beloofde bevrijder van Israël worden en op de troon van Koning David plaatsnemen. Nooit meer zal Israël een andere koning nodig hebben. En op de vanzelfsprekende vraag hoe dat allemaal wel niet moet als je niet getrouwd bent is het antwoord eigenlijk dat ook Elisabeth zwanger is. De Geest van God, de Liefde zelf, zal zorgen dat het gebeurd. Lees hier nu niet de flauwekul over maagdelijke geboorte en zo. Die wordt hier niet verteld en staat ook niet elders in de Bijbel. Een verkeerde vertaling van Jesaja in het Grieks heeft ons ooit op dat onzalige spoor gezet. Want Maria verheffen tot iets als een koningin van de hemel is nu eenmaal het tegendeel van wat ons verteld wordt. Ons wordt verteld dat het meest onaanzienlijke meisje uit Israël, uit het meest onaanzienlijke dorpje dat ligt in het meest onaanzienlijke deel van Israël de moeder zal worden van de grootste Koning van Israël uit de geschiedenis en de toekomst.

Hoe geloofwaardig is dat? Maria geloofde dat en daar mogen wij nog wel eens een voorbeeld aan nemen. Kunnen wij de voedselcrisis oplossen? Kunnen wij zorgen voor een gezond klimaat voor onze kinderen en kleinkinderen? Kunnen wij zorgen voor vrede en veiligheid? God heeft ons beloofd dat het zal kunnen en zal lukken. Niet door onze eigen kracht maar door de Geest van God heet het in deftige Bijbelse termen. Het betekent dat we ons moeten afwenden van alles wat ons eigenbelang dient, dat we op moeten houden bang te zijn dat we te kort komen. Niemand onder ons is zo min in aanzien als Maria was, niemand leeft in een zo onaanzienlijk dorpje in een deel van het land dat zo geminacht wordt. Wij kunnen samen opstaan tegen het onrecht dat de wereld beheerst. Juist als we onze naaste liefhebben als onszelf, als we oog durven hebben voor de minsten zal het ons lukken. Dan zal de aarde veranderen, dan zal die zoon van Maria niet alleen de Koning zijn van Israël maar werkelijk de Heer van de wereld. Maar we moeten vandaag beginnen die Heer ook echt als Heer te erkennen.

Toen Herodes koning van Judea was

november 30, 2018

Lucas 1:1-25

1 Nadat reeds velen zich tot taak hebben gesteld om een verslag te schrijven over de gebeurtenissen die zich in ons midden hebben voltrokken, 2 en die ons zijn overgeleverd door degenen die vanaf het begin ooggetuigen zijn geweest en dienaren van het Woord zijn geworden, 3 leek het ook mij goed om alles van de aanvang af nauwkeurig na te gaan en deze gebeurtenissen in ordelijke vorm voor u, hooggeachte Theofilus, op schrift te stellen, 4 om u te overtuigen van de betrouwbaarheid van de zaken waarin u onderricht bent. 5 Toen Herodes koning van Judea was, leefde er een priester die Zacharias heette en tot de priesterafdeling Abia behoorde. Zijn vrouw, Elisabet, stamde af van Aäron. 6 Beiden waren vrome en gelovige mensen, die zich strikt aan alle geboden en wetten van de Heer hielden. 7 Ze hadden geen kinderen, want Elisabet was onvruchtbaar, en beiden waren al op leeftijd. 8 Toen de afdeling van Zacharias eens aan de beurt was om de priesterdienst te vervullen, 9 werd er volgens het gebruik van de priesters geloot en werd Zacharias door het lot aangewezen om het reukoffer op te dragen in het heiligdom van de Heer. 10 De samengestroomde menigte bleef buiten staan bidden terwijl het offer werd gebracht. 11 Opeens verscheen hem een engel van de Heer, die aan de rechterkant van het reukofferaltaar stond. 12 Zacharias schrok hevig bij het zien van de engel en hij werd door angst overvallen. 13 Maar de engel zei tegen hem: ‘Wees niet bang, Zacharias, je gebed is verhoord: je vrouw Elisabet zal je een zoon baren, en je moet hem Johannes noemen. 14 Vreugde en blijdschap zullen je ten deel vallen, en velen zullen zich over zijn geboorte verheugen. 15 Hij zal groot zijn in de ogen van de Heer, en wijn en andere gegiste drank zal hij niet drinken. Hij zal vervuld worden met de heilige Geest terwijl hij nog in de schoot van zijn moeder is, 16 en hij zal velen uit het volk van Israël tot de Heer, hun God, brengen. 17 Als bode zal hij voor God uit gaan met de geest en de kracht van Elia om ouders met hun kinderen te verzoenen en om zondaars tot rechtvaardigheid te brengen, en zo zal hij het volk gereedmaken voor de Heer.’ 18 Zacharias vroeg aan de engel: ‘Hoe kan ik weten of dat waar is? Ik ben immers een oude man en ook mijn vrouw is al op leeftijd.’ 19 De engel antwoordde: ‘Ik ben Gabriël, die altijd in Gods nabijheid is, en ik ben uitgezonden om je dit goede nieuws te brengen. 20 Maar omdat je geen geloof hebt gehecht aan mijn woorden, die op de voorbestemde tijd in vervulling zullen gaan, zul je stom zijn en niet kunnen spreken tot de dag waarop dit alles gaat gebeuren.’21 De menigte stond buiten op Zacharias te wachten, en de mensen vroegen zich af waarom hij zo lang in het heiligdom bleef. 22 Maar toen hij naar buiten kwam, kon hij niets tegen hen zeggen. Ze begrepen dat hij in het heiligdom een visioen had gezien; hij maakte gebaren tegen hen, maar spreken kon hij niet. 23 Toen zijn tempeldienst voorbij was, ging hij terug naar huis. 24 Korte tijd later werd zijn vrouw Elisabet zwanger. Ze leefde vijf maanden lang in afzondering en zei bij zichzelf: 25 De Heer heeft zich mijn lot aangetrokken. Hij heeft dit voor mij gedaan opdat de mensen me niet langer verachten. (NBV)

We leven in de adventstijd. Nog vier weken en Kerstmis en is al weer bijna voorbij. In de aanloop naar Kerstmis vraagt de kerk zich af hoe het ook al weer zit met de verwachting van de komst van het Koninkrijk van God. Die komst begon met de geboorte van Jezus van Nazareth maar ook die geboorte had een voorgeschiedenis. Dat kerstverhaal begint met twee mensen uit het Priestergeslacht. Voorop in het verhaal van Jezus van Nazareth staat dus de Leer van Mozes uit de Tempel in Jeruzalem. Want Priesters waren er voor om de mensen te helpen die Leer, van Heb-Uw-Naaste-Lief-Als-Uzelf, te onderhouden. Dat Priestergeslacht was ooit begonnen met Aäron de broer van Mozes. Maar in de loop van de geschiedenis was die familie heel erg uitgebreid. Wij bepalen ons tot twee leden van die familie, Zacharias en Elisabeth, een al wat ouder echtpaar dat geen kinderen had. Ze doen dan direct denken aan Abram en Saraï die ook geen kinderen hadden maar aan het begin stonden van het verhaal over het volk Israël.

En zo konden ook Elisabeth en Zacharias ook wel eens aan het begin staan van een geweldig verhaal. Ze worden in het Grieks “rechtvaardigen” genoemd en om rechtvaardigen gaat het meestal in de Bijbel. Die Herodes was wel Koning der Joden, maar het was geen Jood. Hij kwam uit Edom en stamde dus af van Esau de broer van Jacob die Israël zou worden. Er was ook nog een profeet geweest die Zacharia heette en zo vinden we in het begin van het verhaal van Lucas de Koning, de Priester en de Profeet. Samen staan ze rond de Tempel in Jeruzalem. Maar dat was lang onvruchtbaar gebleven. De richtlijnen voor een menselijke samenleving die daar werden bewaard maakten geen deel meer uit van het bestuursbeleid waarvoor ze ook bedoeld waren. Daaraan kon nu een einde aan komen. Terwijl Zacharias in de Tempel dienst deed kreeg hij een visioen, een droom dat er toch een kind geboren zou worden, een kind dat apart gezet zou worden, zoals Simson ooit apart gezet was, een kind dat de bevrijding van het volk zou aankondigen, waarmee de bevrijding zou beginnen.

Want al die uitspraken van die engel, boodschapper van God, zijn uitspraken die je in het Oude Testament, de Hebreeuwse Bijbel kan terugvinden. En als je de hele schrift hebt om voor je te spreken dan doe je er het zwijgen toe, dan heb je zelf niets meer te zeggen. En zo gaat het met Zacharias: hij kon geen woord meer uitbrengen. Veel geleerden hebben zich overigens afgevraagd waarom Elisabeth zich verborgen hield, maar de betekenis daarvan komt waarschijnlijk pas aan het licht als we het verhaal van Lucas verder lezen en zo ver zijn we nog niet. Vandaag houden we op bij Elisabet die sprak zoals ooit Rachel sprak toen zij moeder werd van Jozef: “God heeft weggenomen mijn schande”. In een samenleving waar de gelijkheid van man en vrouw werd ontkend, waar men niet kon geloven dat God man en vrouw naar zijn beeld had geschapen, was het een schande als een vrouw geen kinderen had. Van Abraham en Sara, van de ouders van Samuël, van de ouders van Simson en aan Zacharias en Elisabet zouden we moeten leren dat die schande onzin is. Als we werkelijk gaan leven zoals God dat in de richtlijnen heeft gewezen, als we werkelijk van onze naaste gaan houden als van onszelf, als we gaan leven voor de minsten op aarde, dan gaat de onvruchtbaarheid voorbij, dan breekt nieuw leven aan, dan komt er namelijk een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. In dat verhaal kunnen we dus ook vandaag mee gaan doen en waarom ook niet.

Iedereen deed wat goed was in eigen ogen

november 29, 2018

Rechters 21:1-25

1 De Israëlieten hadden in Mispa gezworen dat niemand van hen zijn dochter aan een Benjaminiet tot vrouw zou geven. 2 Nadat ze met Benjamin hadden afgerekend, kwamen de Israëlieten opnieuw in Betel bij elkaar. Tot de avond viel zaten ze daar op de grond en klaagden ten overstaan van God met groot misbaar hun leed. 3 ‘HEER, God van Israël, ‘vroegen ze, ‘hoe heeft het zover met ons kunnen komen dat er nu een van de stammen van Israël ontbreekt?’ 4 De volgende morgen bouwden ze een altaar waarop ze brandoffers en vredeoffers brachten. 5 Daarna vroegen ze: ‘Wie van ons heeft er niet deelgenomen aan de volksvergadering in Mispa?’ De Israëlieten hadden namelijk plechtig gezworen dat ieder die niet naar het heiligdom van de HEER in Mispa was gekomen, ter dood zou worden gebracht. 6 Nu voelden ze zich bezwaard vanwege hun broeders, de Benjaminieten: ‘Een van de stammen van Israël is vandaag verloren gegaan, ‘zeiden ze. 7 ‘Wat kunnen we doen om de overlevenden vrouwen te bezorgen? We hebben immers bij de HEER gezworen dat wij hun onze dochters niet tot vrouw zouden geven.’ 8 Vandaar de vraag wie van hen er niet aan de volksvergadering in Mispa had deelgenomen. Het bleek dat er uit Jabes in Gilead niemand naar het heiligdom van de HEER in Mispa was gekomen: 9 toen de strijders zich meldden, was er niemand uit Jabes bij. 10 Dus stuurden de Israëlieten twaalfduizend van hun beste soldaten naar Jabes, met als opdracht: ‘Dood alle inwoners van Jabes: mannen, vrouwen en kinderen. 11 Let wel, dood alle mannen, maar van de vrouwen alleen degenen die met een man hebben geslapen.’ 12 In Jabes bleken vierhonderd jonge meisjes nog nooit met een man te hebben geslapen. Zij werden overgebracht naar de verzamelplaats in Silo in Kanaän. 13 De volksvergadering van de Israëlieten stuurde een afvaardiging naar de Benjaminieten die zich ophielden in de rotswand van Rimmon, om vrede met hen te sluiten. 14 Daarop keerden de Benjaminieten terug en de Israëlieten gaven hun de vrouwen uit Jabes die ze in leven hadden gelaten. Maar er waren er niet genoeg voor allemaal. 15 De HEER had een bres geslagen in de stammen van Israël, en daarover voelden de Israëlieten zich nu bezwaard. 16 Daarom vroegen de leiders van de volksvergadering: ‘Wat kunnen we doen om de overlevenden van de stam Benjamin vrouwen te bezorgen nu al hun vrouwen zijn gedood? 17 Het grondgebied van Benjamin moet kunnen overgaan op een volgende generatie, want er mag geen enkele stam van Israël verloren gaan. 18 Maar wij kunnen hun onze dochters niet tot vrouw geven, want we hebben onder elkaar een vloek afgeroepen over ieder die een vrouw aan Benjamin geeft.’ 19 Toen dachten ze aan het feest ter ere van de HEER dat elk jaar in Silo werd gevierd (Silo ligt ten noorden van Betel en ten zuiden van Lebona, iets ten oosten van de weg van Betel naar Sichem), 20 en ze raadden de Benjaminieten aan: ‘Ga naar Silo en houd u daar in de wijngaarden verborgen 21 tot u de meisjes uit de stad in reidansen naar buiten ziet komen. Kom dan te voorschijn en roof voor ieder van u een meisje om als vrouw mee te nemen naar uw eigen stamgebied. 22 Wanneer hun vaders of broers zich bij ons komen beklagen, zullen we zeggen: “Wees zo goed hen aan ons af te staan; niet iedereen heeft in de strijd een vrouw kunnen bemachtigen, en tenslotte hebt u hun uw dochters niet vrijwillig tot vrouw gegeven, dus u treft geen schuld.”’ 23 De Benjaminieten deden wat hun was aangeraden. Elk van hen greep een van de dansende meisjes en nam haar als vrouw mee naar zijn eigen stamgebied. Daar teruggekeerd herbouwden ze de steden en gingen er weer wonen. 24 De volksvergadering van de Israëlieten werd ontbonden. Ieder keerde terug naar zijn eigen grondgebied, elk naar zijn eigen stam en zijn eigen familie. 25 In die tijd was er geen koning in Israël; iedereen deed wat in zijn eigen ogen goed was. (NBV)

Met het opschrift dat hierboven staat sluit het boek rechters af. Een bijzondere uitspraak want hoe gaan wij met onze vijanden om? Met mensen die onze regels wel heel erg geschonden hebben. Nou we zorgen er niet voor dat ze behouden blijven. We zorgen er zeker niet voor dat ze weer mee mogen gaan doen. En we verzinnen al helemaal geen trucs zodat ze familie van ons worden. Moet je nagaan. Al die mensen die in Afghanistan zijn omgekomen bij al de oorlogen die daar gevoerd zijn door de Russen, de Irakezen en de Amerikanen. Natuurlijk door hun eigen krijgsheren en de Taliban ook, maar al die vreemde soldaten die daar van de wereldgemeenschap hun gang mochten gaan. Want het is nogal wat, het grootste deel van een broedervolk uitroeien. Ook al zijn het je vijanden, het blijven per slot ook je broeders. De Bijbel legt daar voortdurend de nadruk op. In veel boeken van de profeten komen scheldkanonades voor op de buurvolken van Israël, het zijn broedervolken die zich niet als broeders opstellen maar het volk Israël als willekeurige vijanden behandelen. Ook vandaag de dag mogen we de staat Israël wel oproepen de Palestijnen meer als broeders te behandelen dan als vijanden, misschien dat de Palestijnen dan inzien dat in Israël broeders en zusters wonen met wie ze in vrede moeten samenleven.

In het gedeelte dat we vandaag lezen is het eerste dat opvalt dat er na de overwinning op de stam Benjamin geen feest gevierd wordt maar wordt geweend. Ook voordat er ten strijde werd getrokken was het geween niet van de lucht geweest, maar het was duidelijk dat een verkrachting tot de dood er op volgt nooit en onder geen voorwaarde getolereerd kon worden in het beloofde land dat de God van Israël hen geschonken had. Maar hoe nu de stam Benjamin toch voort te laten bestaan. Allereerst door duidelijk te maken dat niemand ooit onverschillig mag blijven onder een verkrachting. Ook nu komt het voor dat het hulpgeroep van een jonge vrouw gemakkelijk genegeerd wordt door voorbijgangers. Ook nu lees je vol verbazing dat steden het goed vinden dat negentig procent van de raamprostituees daar gedwongen zitten en dus eigenlijk door elke klant verkracht worden. Geen mens mag daar onverschillig onder blijven. Dat hebben we moeten leren van het lot van de mensen van Jabes. Die verloren hun leven aan hun onverschilligheid. Alleen hun ongehuwde dochters mochten aan Benjamin een nieuwe kans geven.

Moedige krijgslieden

november 28, 2018

Rechters 20:36-48

36 De Benjaminieten moesten ondervinden dat de strijd voor hen verloren was. De Israëlieten waren immers zo ver teruggeweken omdat ze rekenden op de mannen die zich bij Gibea verdekt hadden opgesteld. 37 Die hadden ondertussen een verrassingsaanval op de stad uitgevoerd en alle inwoners gedood. 38 Met de hoofdmacht van het leger was afgesproken dat er rook uit de stad zou opstijgen wanneer het zover was. 39 De hoofdmacht van het leger week dus terug, en de Benjaminieten zagen kans om onder de Israëlieten meteen zo’n dertig slachtoffers te maken. Daarom dachten ze al dat ze de slag gewonnen hadden, net als de vorige keren. 40 Maar op dat moment begonnen uit de stad dikke rookwolken op te stijgen. Toen de Benjaminieten omkeken, zagen ze hoe achter hen de hele stad in vlammen opging. 41 Op hetzelfde moment stortte de hoofdmacht van het Israëlitische leger zich op hen. Nu begrepen de Benjaminieten welk onheil hun boven het hoofd hing. In paniek 42 sloegen ze voor de Israëlieten op de vlucht, de kant van de woestijn uit. Maar ze konden de strijd niet ontlopen, want de Israëlieten uit Gibea sneden hun de pas af en sloegen hen neer. 43 Ze sloten de Benjaminieten in en achtervolgden hen; zonder hun rust te gunnen joegen ze hen op tot ver ten oosten van Gibea. 44 Er sneuvelden achttienduizend Benjaminieten, stuk voor stuk moedige krijgslieden. 45 De overigen probeerden te ontkomen in de richting van de woestijn, naar de rotsen van Rimmon. Maar de Israëlieten haalden hen in en doodden nog eens vijfduizend man. Ter hoogte van Gidom versloegen ze er nog tweeduizend. 46 Al met al sneuvelden er die dag vijfentwintigduizend bedreven Benjaminitische soldaten, zonder uitzondering moedige krijgslieden. 47 Slechts zeshonderd Benjaminieten wisten te ontkomen naar de woestijn, waar ze zich vier maanden lang schuilhielden in de rotsholen van Rimmon. 48 Het leger van Israël ging terug om af te rekenen met de Benjaminieten die niet aan de strijd hadden deelgenomen. Ze trokken van stad tot stad en doodden er mens en dier zonder ook maar iets of iemand te ontzien. En elke stad waar ze geweest waren, lieten ze in vlammen opgaan. (NBV)

Hoe moedig je ook bent, als je de verkeerde kant kiest in een oorlog verlies je uiteindelijk. Eigen volk, afkomst, eer, het maakte allemaal niet uit voor de mensen uit de stam Benjamin. Een paar keer wordt gezegd in dit verhaal dat het moedige krijgslieden waren maar ze werden toch in de pan gehakt. Steeds maar blijven strijden voor een verloren zaak maakte het uiteindelijk alleen maar erger. Er wordt wel eens gezegd dat de Bijbel zo bloedig is met van die gewelddadige oorlogen. De Britten hebben in de laatste Golfoorlog alleen al in Basra meer slachtoffers gemaakt dan de Israëlieten in de oorlog tegen hun eigen broeders van Benjamin. We roepen die ellende steeds weer zelf over ons af. Nu weer in Irak, Syrië en Afghanistan.

We zagen dat ook in de tijd van de aardbeving in Pakistan een paar jaar geleden. Er waren Nederlandse militaire transporthelikopters in Afghanistan. Uurtje vliegen van het rampgebied in Pakistan. Helikopters die bij uitstek geschikt waren om daar voedsel te brengen en personen te vervoeren. Maar nee ze waren nodig voor een oorlog, ook al was een groot deel van het rampgebied alleen met helikopters te bereiken. De Nederlandse Regering en de Navo vonden het belangrijker om mensen te doden dan om levens te redden. Alsof die mensen in Pakistan niet ooit doorkrijgen wie er in het diepste van de ellende de andere kant op keken en zich niet tot het uiterste inspanden om te hulp te komen. Het hoefde daar ook geen jaren te gaan duren. Die hulp was maar voor hooguit een paar weken, dan zou daar de winter uitbreken. Dat gaat in sommige streken letterlijk van een ene op de andere dag. De hulpverleners die er bezig waren hadden streken benoemd die binnen 2, 3, 5 en 10 weken gered moeten worden. Het enige wat wij nog konden doen was geven op giro 800800.

Mensen die betrokken waren bij Pakistan organiseerden op een woensdagavond een hockeywedstrijd tussen Oranje en de Rest van de Wereld, zo moesten mensen gaan meeleven en geven aan de TV actie die er natuurlijk ook was. Maar druk uitoefenen op een regering om in weerwil van de wensen van de Navo onze zeer bruikbare militaire helikopters uit Afghanistan tijdelijk in te zetten voor slachtoffers in Pakistan was er niet bij. Die lui van de stam Benjamin overleefden door vier maanden op een kale rots in de woestijn te gaan zitten, maar daar brak niet de winter uit dus dat ging nog. Laten wij eens leren onze rijkdom delen met mensen die helemaal niets meer hebben en daar ook geen schuld aan hebben. Oog hebben voor slachtoffers meer dan oog hebben voor vijanden, het is moeilijk maar het moet toch te leren zijn. Ook vandaag nog.

Op de derde dag

november 27, 2018

Rechters 20:29-35

29 Enkele Israëlitische eenheden stelden zich verdekt op rondom Gibea. 30 Ook op de derde dag rukte de hoofdmacht op tegen de Benjaminieten, en net als de vorige keren stelde men zich in slagorde op om de stad aan te vallen. 31 Weer deden de Benjaminieten een uitval naar het leger van Israël, maar nu werden ze weggelokt van de stad. Even buiten de stad, bij de splitsing van de weg naar Gibea en de weg naar Betel kwam het tot een eerste treffen, waarbij net als de vorige keren slachtoffers vielen onder het leger van Israël, ongeveer dertig man. 32 De Benjaminieten dachten al dat ze voor de derde maal de overwinning hadden behaald, maar de Israëlieten hadden afgesproken om te doen alsof ze vluchtten en zo de Benjaminieten via de gebaande wegen van de stad weg te lokken. 33 Terwijl de hoofdmacht van de Israëlieten zich terugtrok en zich in slagorde opstelde bij Baäl-Tamar, kwamen de mannen die zich aan de onbeschermde kant van Gibea schuilhielden te voorschijn 34 en rukten op naar de stad: tienduizend van de beste Israëlitische krijgslieden. Bij Baäl-Tamar brandde de strijd nu in alle hevigheid los; de Benjaminieten wisten nog niet welk onheil hun boven het hoofd hing. 35 Die dag schonk de HEER de overwinning aan Israël: de Israëlieten doodden vijfentwintigduizend en honderd bewapende Benjaminieten. (NBV)

Niet vechten levert soms een onverwachte overwinning op. Dat is de les die we kunnen trekken uit het verhaal over de burgeroorlog in Israël, tussen alle stammen en de Benjaminiten. De Leer van God waar ze zo zorgvuldig naar op zoek waren geweest, alle strijders van Israël waren immers allemaal naar de Tent der Ontmoeting gegaan, had hun geleerd dat ze niet zouden mogen doden. Elk leven is het waard geleefd te worden. De eerste twee keer dat ze de strijders van Benjamin tegemoet waren getrokken hadden ze verloren. Ze waren op de klassieke wijze ten strijde getrokken. Grote legers tegenover elkaar, wie is de grootste en daarmee de sterkste. Maar in de ogen van God gaat het eigenlijk nooit om de eerste de beste.

In de ogen van de God van Israël gaat het om de zwakste, om de minste, soms dus ook om het kleinste leger. Het leger van Israël had moeten leren dat het niet het grootste en sterkste leger zou moeten zijn dat de burgeroorlog zou moeten winnen maar het leger dat er op uit was zo weinig mogelijk mensen te doden. En zelfs wij hebben een spreekwoord dat daarop een antwoord moet geven: Wie niet sterk is moet slim zijn. En dat deden de Israëlieten. Hun zogenaamd sterke legermacht stelde zich op voor de stad. De strijders van Benjamin dachten de overwinning al binnengehaald te hebben, zeker toen ze die sterke legermacht van Israël op de vlucht hadden gejaagd. Maar list en bedrog zijn vaste onderdelen van een oorlog en de macht die moest worden verslagen lag niet voor hen maar achter hen.

Natuurlijk, humor, spanning, romantiek, liefde en haat alles zit in die Bijbelverhalen. Maar Bijbelverhalen hebben ook een boodschap. Want stel nou dat die lui van de stam Benjamin helemaal niet zo gretig aan het oorlog voeren waren gegaan. Dan waren ze ook niet in de val getrapt. Dus eigenlijk kun je zeggen dat die lui van Benjamin ten onder zijn gegaan aan hun eigen oorlogszucht. Zo zit de hele Bijbel in elkaar en zo lezen we het hier ook, en wie dreigt vandaag de dag niet onder te gaan aan eigen oorlogszucht. We horen de dictators blijven schreeuwen over hun overwinning tot ze belachelijk zijn geworden en duidelijk wordt dat hun woorden eigenlijk nooit al de macht bezaten die we ze hadden toegedicht. Ook dat is een les die we moeten leren en die de Bijbel hier ons voorhoud. Laten we er ons voordeel mee doen ten behoeve van de vrede. Die is elke dag nodig, ook vandaag weer.

Moeten we het opgeven?

november 26, 2018

Rechters 20:12-28

12 De stammen van Israël stuurden boden uit die in heel Benjamin moesten vragen: ‘Hoe heeft er bij u zo’n misdaad kunnen plaatsvinden? 13 Lever die onverlaten in Gibea aan ons uit, dan zullen we hen doden en zo afrekenen met het kwaad dat in Israël werd begaan.’ Maar de Benjaminieten gaven geen gehoor aan de oproep van hun volksgenoten. 14 Uit alle steden in hun stamgebied kwamen ze naar Gibea om de strijd aan te binden tegen de andere Israëlieten. 15 Afgezien van de inwoners van Gibea zelf meldden zich uit de steden van Benjamin zesentwintigduizend man die de wapens konden hanteren. Zevenhonderd van hen waren uitzonderlijk goede krijgslieden: 16 dat waren zevenhonderd linkshandige slingeraars die zo haarscherp konden mikken dat ze hun doel nooit misten. 17 De overige Israëlieten, met uitzondering dus van Benjamin, telden vierhonderdduizend man die de wapens konden hanteren; het waren stuk voor stuk ervaren krijgslieden. 18 Voor de aanvang van de strijd gingen de Israëlieten naar Betel om God te raadplegen: ‘Wie van ons moet als eerste oprukken tegen de Benjaminieten?’ vroegen ze. ‘Juda, ‘antwoordde de HEER. 19 De volgende morgen vroeg sloegen de Israëlieten hun kamp op bij Gibea. 20 Ze rukten uit tegen de Benjaminieten en stelden zich in slagorde op om de stad aan te vallen. 21 Het leger van Benjamin deed een uitval vanuit de stad en doodde die dag tweeëntwintigduizend man van Israëls leger. 22 Maar de Israëlieten gaven de moed niet op en stelden op dezelfde plaats als de keer daarvoor nieuwe linies op. 23 Ze waren na afloop van de slag naar Betel gegaan en hadden daar tot de avond viel ten overstaan van de HEER hun leed geklaagd. Ten slotte hadden ze de HEER geraadpleegd en gevraagd of ze hun broeders, de Benjaminieten, opnieuw moesten aanvallen. ‘Ja, ‘had de HEER geantwoord, ‘val hen aan.’ 24 Toen de Israëlieten op de tweede dag nogmaals tot de aanval overgingen, 25 deden de Benjaminieten opnieuw een uitval vanuit de stad en doodden nog eens achttienduizend bedreven Israëlitische krijgslieden. 26 Daarop ging het voltallige leger van de Israëlieten naar Betel. Ze vastten de hele dag en klaagden op de grond gezeten hun leed ten overstaan van de HEER. Toen de avond was gevallen, brachten ze de HEER brandoffers en vredeoffers.
27 Daarna raadpleegden ze de HEER. De ark van het verbond met God bevond zich in die tijd namelijk in Betel, 28 en de priester Pinechas, die een zoon was van Eleazar, de zoon van Aäron, deed er dienst in het heiligdom. ‘Moeten we onze broeders, de Benjaminieten, nog een keer aanvallen of moeten we het opgeven?’ vroegen ze, en de HEER antwoordde: ‘Val aan, morgen lever ik hen aan jullie uit.’ (NBV)

De verkrachting waar we het de afgelopen dagen over hebben gehad loopt in het verhaal van Rechters uit op een forse burgeroorlog. Drie keer is scheepsrecht lijkt het wel maar het verhaal is niet alleen spannend, het Bijbelverhaal heeft altijd ook een boodschap, misschien zelfs wel een paar meer, in elk geval een boodschap waar we ook vandaag de dag ons voordeel mee kunnen doen. In de eerste plaats krijgt de stam Benjamin nog een tweede kans. Ze waren uitgenodigd bij de volksvergadering en daar weggebleven, maar nogmaals wordt hen gevraagd de misdadigers uit te leveren. Ook dat weigeren ze en nu worden ze niet gelijk gesteld aan de verkrachters uit Gibea maar ze worden geëerd als dappere strijders. Dat klinkt misschien vreemd, maar kennelijk is het achter je eigen mensen blijven staan een goede eigenschap.

Als er vervolgens niet meer aan de strijd te ontkomen valt wordt eerst gevraagd wie er moet beginnen. Dat is de stam van Juda. In het oude verhaal over de zonen van Jacob, naar wie de stammen zijn genoemd was Juda de beschermer van Benjamin. En eigenlijk is dat hier ook zo. Altijd aardig doen tegen een ander maakt de wereld er niet altijd beter op. Een flinke tik op de vingers is soms nodig, dat kan helpen. In dit geval hielp het niet. Noch de uitnodiging, noch de tweede kans, noch het feit dat het Juda was die ten strijde trok bracht Benjamin tot bezinning. Dan maar met het hele volk ten strijde, de woede was immers gerechtvaardigd. Maar zo eenvoudig is het niet. Strijd kan nodig zijn maar je moet niet alle andere regels vergeten.

Je hoeft geen goed woord over te hebben voor terroristen om vraagtekens te zetten bij de situatie op Guantanamo Bay en de vernederingen die tegenstanders van de Verenigde Staten steeds weer moeten ondergaan. Het volk Israel keerde uiteindelijk terug naar de Heilige Tent en naar de ark die daar in stond. Dat was een kist met de Leer, de Leer van liefde voor de naaste, van eerlijk delen. Door je handelen af te stemmen op die Leer heb je heel wat meer kans op een duurzame overwinning. Zo’n verhaal als over het volk van Israel dat tegen de stam van Benjamin optrekt laat zich ook lezen als een spannend oorlogsverhaal. Vooral de list die gebruikt wordt om de vijand te verslaan is om te smullen. Lok de vijand zover mogelijk weg zodat die in de val loopt. en het lukt. Maar Bijbelverhalen zijn geen spannende verhalen op zich.