Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor oktober, 2018

U doet nu zelfs meer dan vroeger.

woensdag, 31 oktober, 2018

Openbaring 2:18-29

18 Schrijf aan de engel van de gemeente in Tyatira: “Dit zegt de Zoon van God, die ogen heeft als vlammend vuur en voeten als brons: 19 Ik weet wat u doet, hoe liefdevol, gelovig, hulpvaardig en standvastig u bent; u doet nu zelfs meer dan vroeger. 20 Maar dit heb ik tegen u: u laat die Izebel, die zichzelf profetes noemt, haar gang gaan terwijl ze mijn dienaren met haar uitspraken tot ontucht en het eten van heidens offervlees verleidt. 21 En hoewel ik haar de tijd heb gegeven om te breken met het leven dat ze leidt, weigert ze haar ontuchtig gedrag op te geven. 22 Ik zal haar ziek maken en hen die overspel met haar plegen in ellende storten, tenzij ze met haar breken; 23 haar kinderen zal ik laten sterven aan een dodelijke ziekte. Laat elke gemeente beseffen dat ik het ben die hart en ziel van de mens doorgrondt en dat ik ieder van u zal belonen naar zijn daden. 24 Tegen de rest van u in Tyatira, al degenen die haar leer niet aanhangen en die zich niet hebben verdiept in de zogenaamde verborgenheden van Satan, zeg ik: ‘Ik leg u maar één last op: 25 houd vast aan wat u hebt, totdat ik kom.’ 26 Wie overwint en mij navolgt tot het einde, zal ik macht geven over alle volken. 27 Met een ijzeren herdersstaf zal hij hen hoeden, als aardewerk worden ze verbrijzeld. 28 Ik geef hem macht, zoals mijn Vader die aan mij heeft gegeven. En ik zal hem ook de morgenster geven. 29 Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.” (NBV)

Moet je nu als Raad van Kerken, Protestantse Kerk Nederland of plaatselijke gemeente een actie starten tegen figuren als Yomanda of als die TV sterren die beweren met doden te kunnen communiceren en met geesten te kunnen fluisteren? Het zijn bedriegers die net doen of ze voorzien in de behoefte aan religieuze ervaringen. Ze leiden af van waar het werkelijk in de Bijbel over gaat, de komst van het Koninkrijk van God, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waar geen tranen meer zullen vloeien. De vraag of je je moet houden bij je eigen verhaal, of dat je je ook moet verzetten tegen de bedriegers en bedriegsters die vanouds de mensheid belagen, is al zo oud als de Bijbel is. Koning Saul werd veroordeeld omdat hij raad had gezocht bij zo’n geestenfluisteraarster en ook in het nieuwe testament worden deze praktijken veroordeeld. Vandaag lezen we een brief aan de dappere gemeente Thyatira. Wij kennen deze gemeente niet meer. Ze lag in Turkije aan een belangrijke handels en militaire route. Het was druk op die weg en om er aan te verdienen moet je iets hebben om er aan te kunnen verdienen. Thyatira had twee dingen. Ze hadden een tempel voor Apollo en ze hadden Izebel. Die twee hoorden wel vaker bij elkaar. Bij de Tempels voor Apollo in Griekenland hoorden ook de orakels, vrouwen die zich in trance lieten brengen, door drugs of bedwelmende stoffen en dan de toekomst voorspelden of bij belangrijke beslissingen raad gaven. Paulus gaat zelfs zo ver dat hij verbiedt dat deze vrouwen nog spreken in de Christelijke gemeente. Helaas leggen sommigen dit uit dat alle vrouwen moeten zwijgen, maar zo is het niet. De tekst van Johannes suggereert hier dat de Izebel waarover gesproken wordt een Joodse of zelfs een Christelijke vrouw zou kunnen zijn die de suggestie wekt namens de God van Israël te spreken. Voor Johannes heet ze dan geen Izebel, maar is het een Izebel, een vrouw die net als de vrouw van koning Achab de mensen uitlacht die trouw willen blijven aan de voorschriften van de God van Israël. Hoe het ook zij in het licht van deze brief kunnen we ook wat zeggen over onze eigen houding tegenover de bedriegers en bedriegsters die als bekende Nederlanders met hun bedrog zich een goed inkomen proberen te verwerven. Dat de mensen in Thyatira het steeds beter doen kan niet anders betekenen dat ze het steeds meer opnemen voor de minsten in hun samenleving. Liefdevol, gelovig en hulpvaardig worden ze genoemd. Ze hebben hun naaste lief, ze geloven in een betere samenleving en staan open voor hulp daar waar het nodig is. We nemen in onze kerken en gemeenten graag een voorbeeld aan een dergelijke gemeente. Een missionaire opdracht noemen we dat, laten zien in de samenleving wat het geloof in de God van Israël in de praktijk kan betekenen. Maar daar moet het dus niet bij blijven. Het bedrog van orakels, geestenfluisteraars, instraalsters en pseudoreligieuzen moet dus ook aan de kaak gesteld worden. Het is volgens het boek van Johannes een taak van de Christelijke gemeente. We kunnen elke dag laten zien waar de gemeente voor staat, maar intern moet je dus ook de houding tegenover dit bedrog aan de orde stellen.

Ik weet waar u woont

dinsdag, 30 oktober, 2018
Openbaring 2:12-17 
12 Schrijf aan de engel van de gemeente in Pergamum: “Dit zegt hij die het scherpe, tweesnijdende zwaard heeft: 13  Ik weet waar u woont, namelijk waar Satans troon staat. U bent mijn naam trouw gebleven en hebt uw geloof in mij niet verloochend, ook niet toen Antipas, mijn betrouwbare getuige, werd gedood in uw stad, waar ook Satan woont. 14  Maar enkele dingen heb ik tegen u: sommigen houden vast aan de leer van Bileam, die Balak liet weten hoe hij voor de Israëlieten een val moest opzetten, waardoor ze heidens offervlees zouden gaan eten en ontucht zouden plegen. 15  Zo is het ook bij u: sommigen houden op dezelfde manier vast aan de leer van de Nikolaïeten. 16  Breek toch met het leven dat u nu leidt, anders kom ik binnenkort naar u toe en zal ik hen met het zwaard uit mijn mond bestrijden. 17  Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint zal ik van het verborgen manna geven, en ook een wit steentje waarop een nieuwe naam staat die niemand kent, behalve degene die het ontvangt.” (NBV)
“Ik weet waar jouw huis woont” zingen jongeren tegenwoordig en misschien is dat wel een betere weergave van wat hier door Johannes wordt bedoeld dan het keurige “ik weet waar u woont”. Het is waar Satans troon staat. Nu moeten we niet gelijk denken aan de middeleeuwse verzinsels van een man met hoornen gekroond en lopend op bokkenpoten. De beschrijving die Johannes hier geeft is een scherpe politieke uitspraak, zoiets als je Wilders wel eens hoort doen, maar dan waarachtiger en effectiever. Johannes heeft het over Pergamum en als we iets over die troon van Satan willen weten dan moeten we naar Berlijn. Daar is het Pergamummuseum waar een reusachtig altaar staat dat door archeologen uit Pergamum naar Berlijn is gebracht. Dat altaar stond in een Tempel van Zeus, die zo groot was dat de stad er omheen was gebouwd. Maar Zeus was niet de enige god die werd vereerd.
Pergamum wordt ook vergeleken met Lourdes. We kennen de staf met de slang er om die door dokters als teken van hun beroep wordt gevoerd. Het is het teken van de god Aesclepios en ook die god werd groots vereerd in Pergamum, daar was genezing te vinden heette het. Tegelijk was Pergamum een belangrijke Romeinse stad waar een groot standbeeld voor Keizer Augustus stond, die natuurlijk ook werd aanbeden, en een Tempel voor Roma Mater, waar de oorsprong van het Romeinse Rijk werd vereerd. Geen wonder dat de jonge Christengemeente de neiging had te zwichten voor het religieuze geweld van hun tijd. Hun religie werd een zaak voor het individu, voor achter de voordeur. Niet meer een zoutend zout voor de samenleving, maar een geestelijke weg naar het eeuwige leven. De ketterij van de Nicolaïten die je ook vandaag de dag in allerlei vermommingen in de kerken tegen kunt komen. Doe maar mee met de Happinez beweging, de leer van Bileam.
Die Christenen van Pergamum hebben daar een goede reden voor. De man die het meest uitgesproken opkwam voor de godsdienst van Jezus van Nazareth, Antipas, was gedood, het was dus zaak op te passen. Maar Johannes wijst opnieuw op het risico dat je op je moet willen nemen. Niks achter de eigen voordeur. Goden met eigen handen gemaakt doen niks, genezing bij een koperen stang met de afbeelding van een slang is bedrog, niks ingestraald water of contact met overledenen, geen klankschalen, kleurentherapie of genezende stenen. Om je aan de dood en de opstanding te herinneren is een witgekalkt steentje genoeg. De nieuwe naam die er op zou staan heeft tot veel speculaties geleid, maar wat is er nieuwer dan “opgestane”, ook wij kennen immers niemand die zo genoemd kan worden? Wij moeten geloven in die ene die opstond uit de dood door de Liefde van God. Een liefde die ook ons kan laten leven, leven voor de minsten in onze samenleving. Dat mogen we elke dag opnieuw, ook vandaag weer.

Die dood was en nu leeft

maandag, 29 oktober, 2018
Openbaring 2:8-11 
8 Schrijf aan de engel van de gemeente in Smyrna: “Dit zegt hij die de eerste en de laatste is, die dood was en nu leeft: 9  Ik weet van de ellende en de armoede waarin u verkeert, hoewel u rijk bent. Ik weet hoe u belasterd wordt door mensen die zich Joden noemen en het niet zijn, maar bij Satan horen. 10  Wees niet bang voor wat u nog te wachten staat. Sommigen van u zullen door de duivel in de gevangenis worden gegooid, en zo op de proef worden gesteld; tien dagen lang zult u het zwaar te verduren hebben. Wees trouw tot in de dood, dan zal ik u als lauwerkrans het leven geven. 11  Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint zal van de tweede dood geen schade ondervinden.” (NBV)
Het zal duidelijk zijn dat de mensen in de tweede gemeente waaraan geschreven wordt, Smyrna, het niet gemakkelijk hebben. Het vormen van een nieuwe gemeenschap van Joden, Heidenen, armen, rijken, mannen, vrouwen is in die welvarende steden van Klein Azië al niet gemakkelijk. Het gelijk stellen van Slaven en vrijen ondermijnt de economie en is een directe bedreiging voor de positie van de machtigen en de rijken. De weigering om het beeld van de heersende keizer te aanbidden onderstreept het revolutionaire karakter van die nieuwe godsdienst. De Joden waren de enigen die toestemming hadden om af te zien van de aanbidding van de Keizer. Zij hadden getoond geen kwaad in de zin te hebben als het ging om bestaande machtsverhoudingen. Integendeel, soms hielpen ze de Romeinse heersers een tegenwicht te bieden tegen al te opdringerige aanbidding van plaatselijke goden. De Christenen waren daarom ook een bedreiging van de Joodse religieuze gemeenschappen.
Hun vorming van de nieuwe aarde, de hemelse aarde, nu al in de bestaande samenleving, maakte dat straks de Joden ook nog verplicht zouden worden om de beelden van de keizer te aanbidden. Die Joodse gemeenschappen spoorden daarom de Romeinse heersers aan om de Christenen als staatsgevaarlijke beweging te vervolgen. Hun stichter, Jezus van Nazareth, was immers ook als staatsgevaarlijk en pseudo koning der Joden aan een kruis geslagen. Wie denkt dat een scheiding van kerk en staat een oplossing biedt heeft de geschiedenis toch wel erg oppervlakkig bestudeerd. De Christelijke gemeenschap gaat altijd tegen de bestaande machtsverhoudingen in. Alle mensen ter wereld worden als broeders en zusters beschouwd. Van alle door de staat als vreemdeling beschouwde mensen kan er eigenlijk niemand verwijderd worden want ze horen bij de Christelijke gemeenschap ter plaatse en die mag je niet aantasten, want het zijn ook je eigen burgers. Johannes roept op de verdrukking maar te ondergaan. Als Jezus van Nazareth ondanks de kruisdood nog leeft dan hoef jij als gelovige ook niet bang te zijn voor de dood.
Juist het gedood worden omwille van het geloof is de overwinning. Jij blijft geloven in de macht van de liefde, jij blijft net als Jezus van Nazareth leven in de liefde. Want dat was de kern van het geloof van die jonge gemeenten: zonder liefde ben je dood. Voordat ze gingen geloven in de kracht van de liefde voor elkaar en voor de minsten in de samenleving waren ze dood, werden ze geregeerd niet door hun eigen wil, door wat ze zelf meebrachten, maar wat door een dode onpersoonlijke staat van ze werd gevraagd. De liefde van Christus had vrijheid gebracht. Geen vreemde regels van buiten regeerden je meer, geen willekeurig aanbidden van met mensenhanden gemaakte goden. Maar aanbidding door liefhebben van de naaste als jezelf. Geen van buiten opgelegde ongelijkheid van mensen, geen angst die je wordt aangepraat en opgedrongen, maar gelijkheid van mensen in de liefde. Ook vandaag zijn we weer een minderheid waarop neergekeken wordt. Mensen die geloven in verwantschap met iedereen, mensen die geloven dat armoede kan verdwijnen, dat liefde kan regeren in plaats van geweld, ook vandaag is het zaak het vol te houden, elke dag weer, ook vandaag.

Wie oren heeft, moet horen

zondag, 28 oktober, 2018
Openbaring 2:1-7
1 Schrijf aan de engel van de gemeente in Efeze: “Dit zegt hij die de zeven sterren in zijn rechterhand houdt en tussen de zeven gouden lampenstandaards verblijft: 2  Ik weet wat u doet, hoe u zich inzet en standhoudt, en dat u boosdoeners niet verdraagt. Zo hebt u mensen die beweren dat ze apostelen zijn, op de proef gesteld en als leugenaars ontmaskerd. 3  U bent standvastig en hebt veel verdragen omwille van mijn naam, zonder te verslappen.  4  Maar dit heb ik tegen u: u hebt de liefde van weleer opgegeven.
5  Bedenk van welke hoogte u gevallen bent. Breek met het leven dat u nu leidt en doe weer als vroeger. Anders kom ik naar u toe en neem ik, als u geen berouw toont, uw lampenstandaard van zijn plaats. 6  Het pleit echter voor u dat u net als ik de praktijken van de Nikolaïeten verafschuwt. 7  Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint zal ik laten eten van de levensboom die in Gods paradijs staat.” (NBV)
Zeven brieven moet Johannes schrijven. Aan zeven soorten gemeenten. Aan alle gemeenten die er zijn dus. Maar pas op. Johannes schrijft geen abstracte briefjes, het zijn geen zogenaamde briefjes die alleen in zijn gedachten bestaan of alleen in zijn visioen voorkomen. Johannes schrijft over het hier en nu van zijn bestaan. Hij begint te schrijven aan de gemeente, de kerk staat er, in Efeze. Daar komt hij zelf vandaan. Efeze is de belangrijkste stad van Klein Azië, de derde stad van het Romeinse Rijk. De stad werd gekenmerkt door handel en religie. Aan beiden werd fors verdiend. Vooral de religie van Diana met haar prachtige tempel was zeer populair en overal vandaan kwamen de aanbidders die zilveren Tempeltjes kochten. Die aanbidding van Diana was zo sterk ingesleten dat de Christenen toen ze aan de macht kwamen haar vervingen door Maria. De moeder van Jezus zou in Efeze zijn gaan wonen. Nog eeuwen later zou de Roomse Kerk beweren dat ze in Efeze ten hemel was gevaren als Jezus zelf. In de dagen van Johannes was de kerk in Efeze zeer beïnvloed geraakt door de handel en de handel in de religie.
De onderlinge liefde, de zorg voor de minsten in de samenleving was verdwenen. De Christelijke gemeente was een vereniging die net als andere religies een vereniging met rituelen hadden. Het doel was het verkrijgen van het eeuwige leven. Met een doel als dat regeert de dood. Het enige doel van een dergelijke religie is het ontlopen van de dood. Geloof, aanbid de godheid, probeer anderen ook er bij te betrekken en je krijgt als beloning het eeuwige leven. Dat soort kerken en secten kennen we ook vandaag nog. In dit leven is het niet maar in het leven na dit leven, daar moet je het zoeken. Alsof Johannes niet schetst dat de hemel op aarde is gekomen. In elk geval was de gemeente van Efeze nog te redden. Ze hadden zich verzet tegen lieden die het Christendom met Heidendom wilden mengen.  Een Heidendom dat sprak van geheime kennis. Daarin moest je via een ingewikkeld stelsel van riten ingewijd worden en pas als je die kennis had verworven kon je deel krijgen aan het goddelijke en dus aan het eeuwige leven.
Dat ging de Christenen in Efeze toch net een stap te ver. En op grond van die keuze is ook de kerk al vanaf het begin van haar bestaan overgegaan tot veroordeling van deze leer die je terugvindt in allerlei geschriften die buiten het Nieuwe Testament zijn gebleven. Johannes roept op terug te keren tot de Geest van God zoals we die in de Hebreeuwse Bijbel hebben leren kennen en zoals die ons is voorgeleefd door Jezus van Nazareth. Het leven is daarbij het doel, maar dan het leven zoals het ons nu gegeven is. De dood, zelfs de kruisdood, houdt ons daarbij niet van de liefde af. De liefde voor de naaste is wat gelovigen in beweging brengt. En die liefde zoekt zichzelf niet en vraagt dus niet om een beloning. Die beloning is genade van God en juist als je die niet meer zoekt, zegt Johannes, dan zul je dat eeuwige leven krijgen omdat die Liefde een eeuwig bestaansrecht heeft. Ook vandaag mogen we het dus met diezelfde liefde doen, net als elke dag opnieuw.

Op de dag van de Heer

zaterdag, 27 oktober, 2018
Openbaring 1:9-20
9 Ik, Johannes, uw broeder, die net als u in ellende verkeer, maar ook door Jezus met u deel in het koninkrijk en in standvastigheid-ik was op het eiland Patmos omdat ik over God had gesproken en van Jezus had getuigd. 10  Op de dag van de Heer raakte ik in vervoering. Ik hoorde achter me een luide stem, die klonk als een bazuin 11  en die tegen me zei: ‘Schrijf alles wat je ziet in een boek en stuur dat naar de zeven gemeenten, naar Efeze, Smyrna, Pergamum, Tyatira, Sardes, Filadelfia en Laodicea.’ 12  Ik draaide me om, om te zien welke stem er tegen mij sprak. Toen zag ik zeven gouden lampenstandaards, 13  en daartussen iemand die eruitzag als een mens. Hij was gekleed in een lang gewaad en had een gouden band om zijn borst. 14  Zijn hoofd en zijn haren waren wit als witte wol of als sneeuw, en zijn ogen waren als een vlammend vuur. 15  Zijn voeten gloeiden als brons in een oven. Zijn stem klonk als het geluid van geweldige watermassa’s. 16  In zijn rechterhand had hij zeven sterren en uit zijn mond kwam een scherp, tweesnijdend zwaard. Zijn gezicht schitterde als de felle zon. 17  Toen ik hem zag viel ik als dood voor zijn voeten neer. Maar hij legde zijn rechterhand op me en zei: ‘Wees niet bang. Ik ben de eerste en de laatste. 18  Ik ben degene die leeft; ik was dood, maar ik leef, nu en tot in eeuwigheid. Ik heb de sleutels van de dood en van het dodenrijk. 19  Schrijf daarom op wat je gezien hebt, wat er nu is en wat hierna zal gebeuren. 20  Dit is de betekenis van de zeven sterren die je in mijn rechterhand zag en van de zeven gouden lampenstandaards: de zeven sterren zijn de engelen van de zeven gemeenten, en de zeven standaards zijn de zeven gemeenten zelf. (NBV)
De profeet Joël had het al over de dag van de Heer gehad. Dat was de dag waarop de hele aarde zich had onderworpen aan de richtlijnen van de God van Israël, de regel van de Liefde voor elkaar, de richtlijnen waardoor een samenleving kon ontstaan waar alle leed geleden zou zijn en voor iedereen plaats was. Oude mensen zouden dromen dromen en jongeren zouden gezichten zien. Die dag is aangebroken schrijft Johannes nu. Dat is dus de dag waarop we in trance raken, waarop we lyrisch worden, waarop we dromen dromen en gezichten zien. Dat overkomt Johannes en hij begint bij het Woord, hij hoort een stem. Die stem klinkt als een bazuin vertaalt onze vertaling, dat komt omdat het vertaalt uit het Grieks waarin het boek is geschreven. Maar dat is maar een simpel Grieks, je snapt veel van dat Grieks pas als je Hebreeuws kent en dat van die bazuin is ook pas te snappen als je Hebreeuws kent, dat klinkt als de ramshoorn die bij de Tempel klinkt, die op de bergen klinkt als het volk bevrijd moet worden van de vijand.
Johannes moet het schrijven aan alle gemeenten die hij kende, de zeven gemeenten in Turkije. Maar een Tempel was er niet meer in Jeruzalem, de Tempel was verwoest door de Romeinen de Hoge Priester verjaagd of gedood. Waar kwam dan die stem vandaan? In zijn visioen draaide Johannes zich om en waarachtig hij stond weer in de Tempel van Jeruzalem, daar stonden de zeven gouden lampenstandaards en daar was ook de Hoge Priester in zijn traditionele lange gewaad met de gouden band om zijn borst die het teken van zijn hoge ambt was. Maar wat een Priester was dat wel niet. Wij schrikken van de beschrijving, zoiets zie je alleen in een droom en wat moeten we daarmee. Maar voor Johannes en de mensen aan wie hij schreef was het een vervulling van de oude droom van Daniël. Hier stond de persoon die Daniël de Zoon des Mensen had genoemd. Zo had Jezus van Nazareth zichzelf ook genoemd. Komt dan de droom van Daniël nu uit en neemt de God van Israël de heerschappij over de wereld ter hand?
In de dagen van Johannes had elke stad en elk volk een eigen god. We herinneren ons misschien de Diana van Efeze. De mensen geloofden zo vast in het bestaan van die goden dat ook de Joden dat niet konden ontkennen. En in het boek Genesis hadden ze gelezen dat de zonen van de goden de dochters van de mensen tot vrouw hadden genomen waarop de God van Israël een grens had gesteld aan het leven van de mensen. Maar al die goden van de mensen, de goden van steden en volken, waren onderworpen aan de God van Israël, ze waren misschien Engelen die verzoek van de mensen aan God konden overbrengen en aan God konden rapporteren over recht en gerechtigheid, ze zijn in deze droom de zeven sterren in de rechterhand van de zoon des mensen, de zeven lampenstandaards uit de Tempel zijn de zeven gemeenten aan wie geschreven moet worden. Daarmee is de verwoeste Tempel van Jeruzalem weer op aarde verschenen. Nu in de vorm van gemeenten die het licht van recht en gerechtigheid verspreiden, het licht van de Liefde van de God van Israël. In die gemeenten, kerkelijke gemeenten, leven we nog steeds en nog elke dag mogen we ons afvragen hoe we het licht van de liefde van God onder de mensen laten schijnen, ook vandaag weer.

Gelukkig is wie dit voorleest

vrijdag, 26 oktober, 2018
Openbaring 1:1-8
1 Openbaring van Jezus Christus, die hij van God ontving om aan de dienaren van God te laten zien wat er binnenkort gebeuren moet. Hij heeft zijn engel deze openbaring laten meedelen aan zijn dienaar Johannes. 2  Johannes maakt bekend wat God gesproken heeft en waarvan Jezus Christus heeft getuigd; dit heeft hij allemaal gezien. 3 Gelukkig is wie dit voorleest, en gelukkig zijn zij die deze profetie horen en zich houden aan wat hier gezegd wordt. Want de tijd is nabij. 4  Van Johannes, aan de zeven gemeenten in Asia. Genade zij u en vrede van hem die is, die was en die komt, en van de zeven geesten voor zijn troon, 5  en van Jezus Christus, de betrouwbare getuige, de eerstgeborene van de doden, de heerser over de vorsten van de aarde. Aan hem die ons liefheeft en ons van onze zonden heeft bevrijd door zijn bloed, 6  die een koninkrijk uit ons gevormd heeft en ons heeft gemaakt tot priesters voor God, zijn Vader-aan hem komt de eer toe en de macht, tot in eeuwigheid. Amen. 7 Hij komt te midden van de wolken, en dan zal iedereen hem zien, ook degenen die hem doorstoken hebben. Alle volken op aarde zullen over hem weeklagen. Ja, amen. 8  ‘Ik ben de alfa en de omega, ‘zegt God, de Heer, ‘ik ben het die is, die was en die komt, de Almachtige.’ (NBV)
Vandaag lezen we het begin van het boek Openbaring. Dat is vaak gezien als een geheimzinnig boek vol met onbegrijpelijke visioenen over een tijd die misschien ooit nog komen moet. En omdat hetgeen nog komen moet onbekend is kun je er, als je het boek Openbaring zo leest, naar alle lust op los fantaseren. Het was voor velen aanleiding het boek maar dicht te laten en voor anderen om het hele geloof maar los te laten. Toch is het boek Openbaring nu net niet bedoeld als een geheimzinnig boek over een onbekende toekomst maar verteld het de Hebreeuwse Bijbel opnieuw zodat Jezus van Nazareth als de gezalfde bevrijder een concrete werkelijkheid in het leven van alledag kan worden. De vertaling van de Griekse titel in “Openbaring” is dan ook niet echt gelukkig gekozen. “Ontsluiering” zou een betere betekenis zijn, wie of wat is die Jezus van Nazareth nu eigenlijk voor ons mensen van vandaag is de vraag waarop dit boek een antwoord probeert te geven. Want dat er wat gebeuren moet is duidelijk.
De schrijver zit gevangen op Patmos omdat hij het over de God van Israël en over Jezus van Nazareth heeft gehad. En is gevangen nu het lot dat alle gelovigen te wachten staat? Loopt de wereld dankzij de kruisdood van Jezus van Nazareth en het verhaal over zijn opstanding uit op onderdrukking en geweld? Het antwoord wordt gegeven in een brief die je met elkaar moet lezen, niet als een geheim of geheimzinnig boekje maar als een sprekend verhaal dat moet worden voorgelezen. Gelukkig worden geprezen hen die de profetie horen. Profetie is dus geen toekomstvoorspelling van de waarzegger op de kermis, maar legt uit hoe de wereld in elkaar zit en waar je je aan te houden hebt als je wil geloven in een betere wereld, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want dat die nabij is staat vast.
Het verhaal dat in deze brief staat wordt op verschillende manieren verteld. Alsof er brieven worden geschreven aan verschillende gemeenten, elk met hun eigen karakteristieken. Tegelijk aan alle gemeenten, zeven soorten, voor elke dag één. Het is geen door mensen verzonnen verhaal, het is een goddelijk verhaal, dat al bekend is uit de Hebreeuwse Bijbel want dat hij komt te midden van de wolken en dat iedereen hem kan zien ook degenen die hem hebben doorstoken staat al in de boeken van de profeten Daniël en Zacharia. Die God is immers het begin en het einde van alles wat er is. Dat was de God die er was, dat is de God die er nu is en dat is de God die nu in je leven komt, die je nu duidelijk zal worden. Door Jezus van Nazareth zijn wij een volk geworden van priesters voor die God. Priesters die offers brengen? Jazeker, dat wordt hier verteld, het offer van onze liefde, het offer van het recht doen aan de ontrechten, want daar gaat dit verhaal over. Die offers van liefde voor de minsten mogen we elke dag brengen, dat wordt ons in dit boek duidelijk gemaakt zodat we het elke dag opnieuw mogen gaan doen, ook vandaag weer.

Dan kunnen we lachen

donderdag, 25 oktober, 2018
Rechters 16:23-31
23  ‘Onze god heeft onze vijand Simson aan ons uitgeleverd, ‘verklaarden de Filistijnse vorsten, en daarom hielden ze een groot offerfeest ter ere van hun god Dagon. 24  Bij het zien van Simson juichte het volk:  ‘Geloofd zij onze god, want hij levert aan ons uit
onze vijand, die ons land verwoestte, onze vijand, die zovelen van ons doodde.’ 25  Ze waren in een steeds vrolijker stemming geraakt, en ten slotte had iemand voorgesteld: ‘Laten we Simson erbij halen, dan kunnen we lachen.’ Simson werd uit de gevangenis gehaald en moest om de feestgangers te vermaken tussen de zuilen van de tempel gaan staan. 26  Hij vroeg aan de jongen die hem geleidde: ‘Zet me zo neer dat ik de zuilen kan aanraken waarop de tempel rust, dan kan ik daartegen steunen.’ 27  De tempel was vol mensen, onder wie de Filistijnse stadsvorsten, en er waren ook nog zo’n drieduizend mannen en vrouwen op het dak geklommen om naar Simson te kijken en hem uit te jouwen. 28  Maar Simson riep de HEER om hulp en bad: ‘HEER, mijn God, denk toch aan mij! Geef me alstublieft nog eenmaal genoeg kracht, zodat ik me voor minstens een van mijn beide ogen op de Filistijnen kan wreken.’ 29  Voorzichtig betastte hij de twee middelste steunpilaren van de tempel, zette zich met beide handen schrap
30  en riep uit: ‘Mijn dood zal de dood zijn van de Filistijnen!’ Toen duwde hij uit alle macht. De tempel stortte in en alle aanwezigen, ook de stadsvorsten, werden bedolven. Zo maakte Simson bij zijn dood meer slachtoffers dan tijdens zijn hele leven.
31  Zijn verwanten, zijn hele familie van vaderskant, kwamen naar Gaza om zijn lichaam op te halen. Ze namen het mee en begroeven het tussen Sora en Estaol, in het graf van zijn vader Manoach. Twintig jaar lang had hij Israël geleid. (NBV)
Ze dachten hun overwinning binnengehaald te hebben met het gevangen nemen van Simson. Het haar, waaraan hij zijn kracht ontleende, was afgeknipt en zijn ogen waren verblind. Maar haar groeit weer aan, en bij Simson zelfs weer vlug en het “liever langharig dan kortzichtig” kreeg een heel aparte betekenis. Twintig jaar had Simson de Filistijnen in bedwang gehouden maar uiteindelijk gingen ze allemaal ten onder aan die strijd. Simson net zo goed als de Filistijnse koningen en de priesters van de god Dagon. Een vruchtbaarheidsgod, half vis half man, ook die god hielp niet. Een strijd van 20 jaar is nooit vruchtbaar en als je tempels gaat bouwen voor de vruchtbaarheid stort de zaak uiteindelijk in. Een gruwelijk slot van een verhaal dat met de mop over de poorten van de stad begon, het lachen verging ze daardoor.
Toen de opstellers van het dagelijks leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap dat rooster maakten zetten ze boven elk stukje een titel, een soort aanwijzing. Boven dit stukje stond “levend begraven”. Dat roept direct het beeld van een aardbeving op. Toen we uit het boek Job lazen, hebben we geleerd dat dit soort natuurrampen nu eenmaal gebeuren. Of God daar nu wel of niet mee te maken heeft gaat ons niet direct aan. Wat ons wel aangaat is wat we er mee doen. Gelukkig is er een beetje geleerd van de Tsunami in Thailand, Sri Lanka en Atjeh en van de orkaan Katrina in New Orleans net als bij de aarbeving in Pakistan. De eerste hulp was al binnen een paar dagen uit Nederland in Indonesië aangekomen. Giro 555 was open en radio en televisie  hielden een themadag. De eerste dagen werden dus nog mensen van onder het puin gered. Daarna moesten de overlevenden een kans krijgen weer een draagbaar leven op te bouwen.
Voor de eerste redding had de Nederlandse regering 1 miljoen beschikbaar gesteld. Wij kunnen bij zulke rampen een giro-tje schrijven en net als Simson onze krachten verzamelen om het onheil voor het getroffen volk af te wenden. Je hoopt wel dat het niet blijft bij een gift maar dat we ook werk en handel eerlijk gaan delen met de arme landen die door natuurrampen onze hulp zo dringend nodig hebben. Arme landen worden extra getroffen door natuurrampen door de armoede. Dat gold voor de inwoners van Thailand, Sri Lanka en Indonesië die slachtoffers van de vorige Tsunami werden, dat gold ook voor de arme inwoners van New Orleans die slachtoffer van Katrina werden, dat geldt elk jaar ook voor de inwoners van Bangla Desh die slachtoffers van overstromingen zijn, dat geld voor inwoners van Afrika die slachtoffers van droogte zijn. Dat dreigt voor helft van de inwoners van Jemen. Voor al die armen in de wereld geldt dat wij bereid moeten zijn om eerlijk te delen zodat zij bevrijdt zijn van de gevolgen van natuurrampen. Dan breekt pas echt een vrolijke tijd aan.

Als Nazireeër

woensdag, 24 oktober, 2018
Rechters 16:4-22
4 Enige tijd later begon Simson een verhouding met een vrouw uit het Sorekdal, een zekere Delila. 5  De Filistijnse stadsvorsten gingen naar Delila toe en zeiden tegen haar: ‘Haal Simson over om u te vertellen waarin zijn geweldige kracht schuilt en wat we moeten doen om hem weerloos te maken. Dan kunnen we hem gevangennemen, zodat we geen last meer van hem hebben, en krijgt u van ieder van ons elfhonderd sjekel zilver.’ 6  Dus vroeg Delila aan Simson: ‘Vertel me eens: waarin schuilt toch je geweldige kracht? Hoe kan iemand je zo boeien dat je weerloos wordt?’ 7  Simson antwoordde: ‘Als ik geboeid word met zeven verse, soepele pezen, dan ben ik even zwak als ieder ander.’ 8  De Filistijnse vorsten stuurden Delila zeven verse, soepele pezen. Daarmee bond ze hem vast, 9  terwijl in het vertrek ernaast een aantal Filistijnen klaarstond om hem te overmeesteren. Toen riep ze: ‘De Filistijnen komen je halen, Simson!’ Maar hij liet de pezen knappen als hennepvezels die te dicht bij het vuur komen. Het geheim van zijn kracht bleef in raadselen gehuld. 10  ‘Wat is dat nu?’ zei Delila tegen Simson. ‘Je hebt me voor de gek gehouden en leugens opgedist! Vertel me nu echt hoe je geboeid moet worden.’ 11  Simson antwoordde: ‘Als ik word vastgebonden met nieuwe, ongebruikte touwen, dan ben ik even zwak als ieder ander.’12  Toen nam Delila nieuwe touwen en bond hem daarmee vast. Weer riep ze: ‘De Filistijnen komen je halen, Simson!’ Maar terwijl de Filistijnen al klaarstonden om hem te overmeesteren, liet Simson de touwen als draadjes van zijn armen knappen. 13  ‘Je hebt me weer voor de gek gehouden en met leugens afgescheept!’ zei Delila. ‘Vertel me nu eindelijk hoe je geboeid moet worden.’ En Simson zei: ‘Als je mijn zeven haarvlechten inweeft in het weefgetouw en ze met een pin vastzet in de wand, dan ben ik even zwak als ieder ander.’ Zodra hij in slaap was gevallen, weefde Delila zijn zeven haarvlechten door de schering van haar weefgetouw 14  en stak het weefsel vast met een pin. Toen riep ze: ‘De Filistijnen komen je halen, Simson!’ Simson werd wakker, rukte de pin los en trok zijn haarvlechten uit het weefgetouw, met schering en al. 15  ‘Hoe kun je zeggen dat je van me houdt?’ zei Delila. ‘Je vertrouwt me niet eens! Tot drie keer toe heb je me voor de gek gehouden in plaats van me te vertellen waarin je geweldige kracht schuilt.’ 16  Zo bleef ze hem dag in dag uit met verwijten bestoken en drong net zo lang aan tot hij het niet meer uithield en bezweek. 17  ‘Nog nooit heeft een scheermes mijn hoofd aangeraakt, ‘vertrouwde hij haar toe. ‘Dat is omdat ik al vanaf de moederschoot als nazireeër aan God gewijd ben. Als mijn hoofdhaar zou worden afgeschoren, zou mijn kracht me in de steek laten en zou ik net zo zwak zijn als ieder ander.’ 18 Delila voelde dat hij ditmaal de waarheid had verteld en stuurde de Filistijnse vorsten de boodschap: ‘Deze keer moet u zelf komen, want nu heeft hij mij de waarheid toevertrouwd.’ Ze kwamen naar haar toe en brachten het geld voor haar mee. 19  Zodra Simson in haar schoot in slaap was gevallen liet ze een van de Filistijnen binnenkomen, en in diens bijzijn schoor ze Simsons zeven haarvlechten af. Daardoor week zijn kracht en zo maakte zij hem weerloos. 20  ‘De Filistijnen zijn er om je te halen, Simson!’ riep ze. Simson werd wakker en wilde opspringen en zich losrukken, net als de vorige keren, want hij wist niet dat de HEER hem verlaten had. 21  Maar de Filistijnen grepen hem, staken zijn ogen uit en voerden hem mee naar Gaza, geboeid met bronzen ketenen. In Gaza werd hij in de gevangenis gezet, waar hij meel moest malen. 22 Maar zijn afgeschoren haar begon meteen weer aan te groeien.(NBV)
 Af en toe kom je in de Bijbel van die vreemde termen tegen die ogenschijnlijk niet verder worden verklaard en die we verder ook niet in ons dagelijks spraakgebruik kennen. Dat “Nazireeër” is er zo een. We komen het voor het eerst tegen in het boek Numeri, waar allerlei geboden en voorschriften voor het volk staan opgeschreven. Daar staan ook de spelregels voor de Nazireeër. Je kunt Nazireeër worden als je liever langharig dan kortzichtig bent, als je belooft je aan de leer van  Mozes te houden, je naaste liefhebben als jezelf, en je daarvoor apart wilt laten zetten. En dat bij je volle bewustzijn want alcohol drinken is er niet bij. Simson was zo iemand, en later Johannes de Doper en Saulus die Paulus werd, die deden dat ook. Simson ontleende zelfs zijn kracht aan zijn lange haar en in het beroemde verhaal van Simson en Delila komt het spionnenvrouwtje er pas achter na drie maal bedrogen te zijn.
Dat lange haar was dus niet zozeer een wonderbaarlijke bron van kracht maar een uiterlijk teken dat Simson onvoorwaardelijk en zonder ophouden van zijn naaste wilde houden als van zichzelf en dus de armen wilde bevrijden, de hongerigen wilde voeden en de naakten wilde kleden. We zullen nog uitvinden dat de Filistijnen er ook achter komen waar die enorme kracht van Simson vandaan kwam. Het verhaal van Simson vertelt ons ook dat het dus niet uitmaakt hoe iemand er uit ziet. Toen in de jaren 60 jongeren hun haren lieten groeien om te laten zien dat ze niet behoorden tot de kaalgeschoren militairen die in Vietnam moesten vechten was het lange haar opnieuw een soort preek. Niet de oorlog voor een corrupt en wreed regiem, maar vrede en delen van welvaart, en streven naar rechtvaardigheid, vertelde dat lange haar. Over dat delen van welvaart en streven naar rechtvaardigheid kan het nog steeds vertellen.
Juist in de wereld van schijn, klatergoud en de beste willen zijn speelt uiterlijk een grote rol. Zwarte pakken met een klein streepje. Voor mannen en vrouwen een jong uiterlijk en voor mannen natuurlijk een kort kapsel. Een dergelijk uiterlijk bepaalt je succes. Er zijn zelfs Centra voor Werk en Inkomen die er cursussen in organiseren. Hoe presenteer je jezelf om succes te hebben. Banen krijg je er overigens ook na zo’n cursus niet mee. Wat je dus succes noemt. Uiteindelijk verlies je door het aanpassen aan de naar de heerschappij strevende klasse de verbinding met dat wat je sterk maakt. Van je naaste houden zoals je van jezelf houdt, hoe je er ook uitziet. Beter langharig dan kortzichtig dus, anders nemen ze je net zo gevangen als Simson, hoe sterk je ook bent, en verlies je het zicht op alles om je heen.

Toen stond hij op

dinsdag, 23 oktober, 2018
Rechters 16:1-3
1 Op een keer was Simson in Gaza. Daar viel zijn oog op een hoer en hij ging bij haar naar binnen. 2  De inwoners van Gaza kwamen erachter dat Simson in de stad was. De waakzaamheid in de stad werd verhoogd en bij de stadspoort hield een aantal mannen zich gereed om hem te overmeesteren; verder deden ze die nacht nog niets. ‘Zodra het licht wordt zullen we hem doden, ‘zeiden ze. 3  Maar Simson sliep niet langer dan tot middernacht, toen stond hij op. Bij de stadspoort gekomen greep hij de beide deurposten vast en rukte ze los met deuren en sluitbalk en al; hij nam het hele gevaarte op zijn schouders en droeg het weg, helemaal naar een van de bergtoppen tegenover Hebron. (NBV)

Je kunt deze drie verzen uit het boek Rechters bijna lezen als een mop. Twintig jaar hield Simson de vrede in Israel in stand. Dat moet een bezoeking zijn geweest voor de Filistijnen die daarvoor de baas waren. En dan komt diezelfde Simson weer eens naar de stad, naar Gaza, de stad van de Filistijnen. Hij gaat naar de hoeren. In de Bijbel gaat zelfs een man Gods naar de hoeren, daar denken we tegenwoordig toch een tikkeltje anders over. Maar dat anders denken is kennelijk later begonnen. Gebruik maken van een ander mens als was het een voorwerp is niet de manier waarop we met elkaar willen omgaan. Tegenwoordig denken we zelfs dat de Bijbel het afkeurt als we op die manier met elkaar omgaan. In onze dagen worden hoeren vaak gedwongen tot hoererij en dat is nog veel erger, daar kunnen we niet hard genoeg tegen optreden.

Simson blijft ook niet lang. De Filistijnen dachten dat ze hem al hadden, poorten dicht, soldaten op wacht, iedereen alert. Maar Simson was net iets te vroeg. Die poorten hielden hem niet tegen, hij tilde ze op en nam ze mee. En niet zomaar even, maar naar een bergtop tegenover Hebron. Daar stonden de Filistijnen toch even beteuterd te kijken en ze wisten direct weer wie de baas in het land was. En wie de baas is het land is is niet onbelangrijk nietwaar. Poorten zijn overigens in de Bijbel de plaatsen van het recht. Simson laat zien hoe onrechtvaardig de Filistijnen eigenlijk zijn als ze steeds het land willen plunderen dat door anderen is bewerkt. Bij ons is dat plunderen keurig via wetten geregeld. Denk maar eens aan de afschaffing  van de dividentbelasting die gevolg wordt door een verhoging van de BTW en een verlaging van de winstbelasting.
We zouden in onze samenleving eens aan eerlijk delen gaan doen. Helemaal onverwacht kwam dus het verzet tegen de afschaffing van de dividentbelasting dan ook niet. Dat rechtvaardigheid iets heel anders zou zijn dan het delen van kennis, macht en inkomen is een ingesleten gedachte. Alleen een Rechter als Simson kan laten zien dat het anders is. Dat Recht en rechtvaardigheid juist te maken heeft met het vermogen te delen en niet te profiteren op kosten van de armen. De kredietcrisis is eigenlijk ten einde. Veel mensen die afhankelijk zijn van een salaris werden werkloos worden en hun inkomen werd verminderd. Ook de overheid moest bezuinigen en samen zullen we er voor moeten zorgen dat de rekening bij de rijken komt te liggen en niet bij de armen. Anders worden ook bij ons de deuren van het recht weggedragen.

Hij volgde hem op zijn weg

maandag, 22 oktober, 2018
Marcus 10:46-52
46 Ze kwamen in Jericho. Toen hij met zijn leerlingen en gevolgd door een grote menigte weer uit Jericho vertrok, zat daar een blinde bedelaar langs de weg, een zekere Bartimeüs, de zoon van Timeüs. 47  Toen hij hoorde dat Jezus uit Nazaret voorbijkwam, begon hij te schreeuwen: ‘Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij!’ 48  De omstanders snauwden hem toe dat hij zijn mond moest houden, maar hij schreeuwde des te harder: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’ 49  Jezus bleef staan en zei: ‘Roep hem.’ Ze riepen de blinde en zeiden tegen hem: ‘Houd moed, sta op, hij roept u.’50  Hij gooide zijn mantel af, sprong op en ging naar Jezus. 51  Jezus vroeg hem: ‘Wat wilt u dat ik voor u doe?’ De blinde antwoordde: ‘Rabboeni, zorg dat ik weer kan zien.’
52  Jezus zei tegen hem: ‘Ga heen, uw geloof heeft u gered.’ En meteen kon hij weer zien en hij volgde hem op zijn weg. (NBV)
De vraag of Jezus van Nazareth nu wel of niet genezen heeft wordt zelden gesteld. Dat is eigenlijk ook een gevaarlijke vraag. Want als hij zou kunnen genezen als een dokter dan zouden alle andere blinden die niet zijn genezen kennelijk te weinig geloofd hebben. Dit verhaal gaat dus niet over genezen, maar dit verhaal gaat over gehoord worden. Mensen die langs de weg zitten worden zelden gehoord. Als ze al eens opgemerkt worden krijgen ze een aalmoes toegeworpen. Aandacht is er nooit voor. Om aandacht te trekken is in ons land de straatkrant of de daklozenkrant bedacht. Een echte krant met leuke artikelen die verkocht wordt zoals alle andere kranten. Alleen de opbrengst gaat naar mensen die langs de weg zijn komen te staan, want ook in onze samenleving komen er mensen langs de weg te staan. Denk niet dat het hun eigen schuld is. De schade die ze hebben opgelopen en die maakt dat ze buiten de samenleving zijn komen te staan, maar ook blijven staan, is vaak  van veel vroeger. Ze zijn al langer niet gehoord en opgemerkt en het op straat komen te staan is vaak het einde van een lange lijdensweg.
Zo ook Bartimeüs. In de dagen van Jezus van Nazareth bleef er voor veel mensen niet veel anders over dan als blinde of lamme langs de weg gaan zitten en te gaan bedelen. Ze waren niet meer vooruit te branden. De weg had voor hen opgehouden en alleen aalmoezen hielden hen nog in leven. Maar Bartimeüs had ergens nog een sprankje hoop. Ooit zou er een moment komen dat iemand hem weer op weg zou helpen, ooit kwam er een dag dat er meer zou zijn dan een aalmoes, dat iemand hem weer als mens zou herkennen. Dat was nu net wat er gebeurde toen Jezus van Nazareth langs kwam. Want een drukke menigte die Jezus van Nazareth omringde zou zo gemakkelijk alle aandacht voor zich hebben kunnen opeisen. Al die sterke mensen die wel ter been zijn kunnen je de mond snoeren, je staat immers al aan de kant en wie hoort je dan nog?
In onze dagen kunnen oudere werknemers daarvan wanhopig worden. Van werknemers ouder dan 50 jaar werkt nog maar 13%, slechts een klein deel van ons haalt dus de pensioengerechtigde leeftijd ook als werkende. Zoals aan oudere werknemers geen aandacht wordt geschonken zo probeert men ook Bartimeüs tot zwijgen te brengen. Maar hij gaat harder roepen, zo kunnen wij ook de stem worden van mensen die in onze dagen langs de kant staan en niet gehoord dreigen te worden. Jezus van Nazareth laat terugroepen. Hij laat Bartimeüs roepen. Want deze blinde man zag iets dat niemand zag. Hij roept Jezus uit tot Koning, hierna volgt dan ook het verhaal van Palmzondag. Hij vraagt niet meer om aalmoezen, hij vraagt om volwaardig mee te mogen doen in een nieuw Koninkrijk, waar mensen niet langer langs de kant hoeven staan. Hij gelooft weer dat het kan, dat hij de Weg mag gaan van Jezus van Nazareth. Wie het niet meer ziet zitten mag die weg gaan, de Weg van je naaste lief hebben als jezelf, de Weg van de zwakke horen aan de kant van de Weg en daar de hand naar uitsteken. Ook vandaag mogen we die Weg gaan.