Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor juli, 2018

Koning Herodes hoorde van hem

maandag, 9 juli, 2018

Marcus 6:14-29

14 Koning Herodes hoorde van hem, want zijn naam was overal bekend geworden. Sommigen zeiden: ‘Johannes de Doper is opgewekt uit de dood en daardoor beschikt hij over zulke wonderbaarlijke krachten.’15  Maar anderen zeiden: ‘Het is Elia, ‘en weer anderen zeiden: ‘Hij is een profeet zoals die er vroeger waren.’ 16  Toen Herodes dit allemaal hoorde, zei hij: ‘Het is Johannes, die ik heb onthoofd, die weer is opgestaan.’ 17  Want Herodes had Johannes gevangen laten nemen en hem, aan handen en voeten geketend, laten opsluiten vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, met wie hij getrouwd was. 18  Johannes had namelijk tegen Herodes gezegd: ‘U mag niet trouwen met de vrouw van uw broer.’ 19  Sindsdien had Herodias het op hem gemunt en wilde ze hem uit de weg ruimen, maar ze kreeg er de kans niet toe, 20  want Herodes had ontzag voor Johannes, omdat hij wist dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hij nam hem in bescherming. En hoewel hij altijd in grote onzekerheid verkeerde als hij naar hem geluisterd had, bleef hij hem toch graag horen. 21  Op een keer deed zich echter een gunstige gelegenheid voor, toen Herodes op zijn verjaardag een feestmaal gaf voor zijn hovelingen en de hoge militairen en de voornaamste inwoners van Galilea. 22  De dochter van Herodias kwam binnen om voor Herodes en zijn gasten te dansen, wat bij hen erg in de smaak viel. De koning zei tegen het meisje: ‘Vraag me wat je maar wilt, en ik zal het je geven.’ 23  En hij bezwoer haar: ‘Wat je ook vraagt, ik zal het je geven, al was het de helft van mijn koninkrijk!’ 24  Ze ging naar haar moeder en vroeg: ‘Wat zal ik vragen?’ Haar moeder zei: ‘Het hoofd van Johannes de Doper.’ 25  Haastig ging ze weer naar binnen, stapte recht op de koning af en zei tegen hem: ‘Ik wil dat u me nu meteen op een schaal het hoofd van Johannes de Doper geeft.’ 26  Deze vraag bedroefde de koning zeer, maar hij wilde het haar niet weigeren omdat hij in het bijzijn van zijn gasten een eed had gezworen. 27  Hij stuurde iemand van zijn garde weg met het bevel hem het hoofd te brengen. De soldaat ging naar de gevangenis en onthoofdde Johannes. 28  Hij bracht het hoofd binnen op een schaal en gaf het aan het meisje, en zij gaf het aan haar moeder. 29  Toen zijn leerlingen hiervan hoorden, gingen ze zijn lijk halen en legden het in een graf. (NBV)

De Bijbel is zo groot en staat zo vol prachtige verhalen dat het soms lastig is om al die verhalen op de juiste manier te vertellen. In het Nieuwe Testament staan sommige verhalen dan ook nog drie of vier keer op verschillende manieren verteld en dus met verschillende bedoelingen, om ons steeds een ander deel van het verhaal duidelijk te maken. Elke evangelist vertelde het verhaal zo dat de boodschap die ze nodig vonden voor degenen voor wie ze het schreven duidelijk zou worden. Met het verhaal over de onthoofding van Johannes de Doper is dat ook zo gegaan. We kennen natuurlijk het verhaal over koning Herodes die van Johannes de Doper kritiek kreeg op de manier waarop die koning getrouwd was en op verzoek van zijn vrouw en dochter de profeet liet onthoofden en het hoofd op een schaal liet zien. Maar Marcus vertelt het verhaal bijna terloops midden in een ander verhaal.

Marcus heeft het over de leerlingen van Jezus die twee aan twee er op uit gingen, het boze uitdreven en zorgden dat zieken weer mee konden gaan doen met de samenleving. Die manier van optreden van Jezus van Nazareth maakte diepe indruk op de Koning. Die manier van doen maakte dat Jezus van Nazareth ongrijpbaar werd. Niet Jezus van Nazareth als persoon kwam daarbij centraal te staan maar zijn boodschap, het goede nieuws voor de armen. Koning Herodes werd zelfs bang dat die profeet Johannes weer tot leven was gewekt. Die profeet had immers kritiek op de koning geuit ook toen hij al gevangen was genomen en in de boeien was geslagen. Zonder op zijn eigen positie acht te slaan was hij doorgegaan met zijn verkondiging en oproep tot bekering. Jezus van Nazareth had een vergelijkbare weg gekozen, hij had zijn leerlingen er op uit gestuurd. Uiteindelijk zou zijn manier van verkondigen uitlopen op de dood aan het kruis. Maar hij overwon de dood en zijn boodschap, en volgens velen hijzelf ook, overleefde die kruisdood.

Daarom hoeven ook wij dus niet bang te zijn als we het goede nieuws van de bevrijding van de armen blijven rondbazuinen. Steeds weer in de geschiedenis zijn er mensen geweest die de fakkel oppakten en steeds weer zullen er mensen zijn die het verhaal gaan vertellen dat Liefde uiteindelijk regeert en dat recht en gerechtigheid reële mogelijkheden zijn voor het dagelijks leven. Soms moesten die mensen dat met hun leven bekopen maar hun boodschap overleefde het tot op de dag van vandaag. Als je die boodschap van liefde centraal stelt maakt het ook niet uit wat er met jezelf gebeurt, je zaait en er zal geoogst worden.Vandaag mogen wij die volgelingen van Jezus van Nazareth zijn die om ons heen het verhaal vertellen, het goede doen voor de minsten in de wereld en daarbij onze overheid het goede voorhouden en niets dan het goede.

Hij is toch die timmerman

zondag, 8 juli, 2018

Marcus 6:1-13

1 Hij vertrok weer en ging naar zijn vaderstad, gevolgd door zijn leerlingen. 2  Toen de sabbat was aangebroken, gaf hij onderricht in de synagoge, en vele toehoorders waren stomverbaasd en zeiden: ‘Waar haalt hij dat allemaal vandaan? Wat is dat voor wijsheid die hem gegeven is? En dan die wonderen die zijn handen tot stand brengen! 3  Hij is toch die timmerman, de zoon van Maria en de broer van Jakobus en Joses en Judas en Simon? En wonen zijn zusters niet hier bij ons?’ En ze namen aanstoot aan hem. 4  Jezus zei tegen hen: ‘Nergens wordt een profeet zo miskend als in zijn eigen stad, onder zijn verwanten en huisgenoten.’ 5  Hij kon daar geen enkel wonder doen, behalve dat hij een paar zieken de handen oplegde en hen genas. 6  Hij stond verbaasd over hun ongeloof. Hij trok rond langs de dorpen in de omtrek en onderwees de mensen. 7 ¶  Hij riep de twaalf bij zich en zond hen twee aan twee uit, en gaf hun macht over de onreine geesten. 8  Hij droeg hun op niets mee te nemen voor onderweg, geen brood, geen reistas en geen geld, alleen een stok. 9  Sandalen mochten ze wel dragen. ‘Maar, ‘zei hij, ‘trek geen extra kleren aan.’ 10  En ook zei hij: ‘Als jullie ergens onderdak krijgen, moet je daar blijven tot je verder reist. 11  Maar als jullie ergens niet welkom zijn en de mensen niet naar jullie willen luisteren, moet je daar weggaan en het stof van je voeten schudden ten teken dat je niets meer met hen te maken wilt hebben.’ 12  Ze gingen op weg en maakten het goede nieuws bekend om de mensen tot inkeer te brengen, 13  en ze dreven veel demonen uit en zalfden veel zieken met olie en genazen hen. (NBV)

Als iemand bij je in de buurt is opgegroeid kun je je nauwelijks voorstellen dat die persoon ineens een nationale persoonlijkheid wordt. Waar haalt hij toch al die wijsheid vandaan? Het is toch ook gewoon een zoon van een moeder, een broer van stadgenoten, broers en zusters die onder ons wonen? Jezus van Nazareth verbaasde zich over het ongeloof van zijn dorpsgenoten. Als hij kon wat hij kon dan konden zij dat toch ook, zorgen dat mensen er weer bij gingen horen, eerlijk delen met elkaar, zorgen voor eerlijke handelsvoorwaarden. Dat goede nieuws bleef hij brengen, ook in de omgeving. Dat navolgen van Jezus van Nazareth zit dus niet zozeer in het ook gaan doen van wonderen, of het vertellen van mooie verhalen die de mensen nooit eerder hebben gehoord. Het is aandacht vragen voor de minsten langs de kant van de weg, de verschoppelingen van onze dagen.

Altijd zijn er mensen die bereid zijn alles wat ze hebben te delen met iemand die niets heeft. Dat was de vaste overtuiging van Jezus van Nazareth. Om te bewijzen dat hij gelijk had zond hij zijn volgelingen er op uit. Twee aan twee. Op naar mensen die bereid waren met hen te delen, voedsel en onderdak, eerlijke handel, aan die mensen kun je het goede nieuws kwijt dat er een Koninkrijk is waar dat delen de gewoonte van alle dag is, waar je niet bang hoeft te zijn voor veroordelingen maar steeds opnieuw met die gewoonte mag beginnen. Het lukte, ze dreven een hoop gekkigheid uit en zorgden dat veel mensen weer mee konden doen. Het kan dus, als wij volgelingen van die Jezus van Nazareth willen zijn kunnen wij dan ook. Zelfs al ben je gewoon timmerman. We hebben het er vaak over dat we dat visioen van Jezus van Nazareth in onze eigen omgeving gestalte kunnen geven. In het werk in de Fair Trade winkels, als schrijvende voor Amnesty International, als vrijwillige zorgende in een verpleeghuis of ziekenhuis, als  mantelzorger, als actief buurtbewonende in je eigen wijk, in de diaconale activiteiten van de kerk of in zoveel niet te noemen activiteiten die er zijn om de wereld een beter aanzien te geven.

Overal waar er oorlog is of honger, of natuurrampen geweest zijn kom je Nederlandse artsen tegen die niet uit zijn op een glanzende carrière met een hoog inkomen. Ook verpleegkundigen, hulpverleners, timmerlieden, ingenieurs, gepensioneerde managers, landbouwers, tuinders zetten zich zonder betaling of tegen een minimumloon in voor de lijdende medemens in de wereld. Van hen kun je het beste horen wat het betekent dat wij onze landbouw blijven subsidiëren, dat we veel willen blijven verdienen aan de patenten op onze medicijnen, dat we blijven weigeren eerlijke handelsverhoudingen te scheppen. Al die vrijwilligers die er op uit trekken de wereld in brengen het goede nieuws dat er altijd mensen zijn die bereid zijn alles te delen wat ze hebben, in de eerste plaats zichzelf. Ze drijven nogal wat kwaadheid de wereld uit, ze laten zien hoe mensen van verschillende herkomst, cultuur en geloof toch samen kunnen werken en samen het verschil uit kunnen maken tussen leven en dood.  Zelf aan de slag als vrijwilliger in eigen stad of dorp en als ondersteunende van mensen die naar de armste landen gaat kan allebei. Vandaag nog kun je er mee beginnen, je schrijfstok in de hand nemen en een bankrekeningnummer noteren.

De hoogmoed van onverschilligen

zaterdag, 7 juli, 2018

Psalm 123

1 Een pelgrimslied. Naar u sla ik mijn ogen op, naar u die in de hemel troont, 2  zoals de ogen van een slaaf de hand van zijn heer volgen, en de ogen van een slavin de hand van haar meesteres, zo volgen onze ogen de HEER, onze God, tot hij ons genadig wil zijn. 3  Wees genadig, HEER, wees ons genadig,wij worden veracht, meer dan te dragen is. 4  Meer dan onze ziel kan dragen raakt ons achteloze spot, de hoogmoed van onverschilligen. (NBV)

Gelovigen hebben lange tenen. Je hoeft maar wat over een geloof te zeggen of het regent commentaar. Humor is er over het algemeen niet bij. Dat atheïsten ook egoïsten zijn en niets over hebben voor een ander bijvoorbeeld kan eindeloze discussies opleveren. Dat christenen altijd maar weer aankomen met regeltjes en verboden is een bron van voortdurende spot en arme meisjes die roepen dat ze toch echt niks mogen. Niemand heeft Paulus ooit horen roemen over de vrijheid. Vandaag zingen we er een Psalm over met de Kerk. Maar gaat die Psalm wel over de overgevoeligheid voor de achteloze spot, de hoogmoed van de onverschilligen? Het is een Pelgrimslied, zo’n lied dat je zingt in een demonstratie, sluit je aan, sluit je aan blijf daar niet zo weerloos staan klonk het hier in Nederland vaak in demonstraties. En mensen die warm lopen voor een goed doel kennen het gevoel in de steek gelaten te worden door mensen die dat schijnbaar niets interesseert.

Hoe kun je ongevoelig blijven als duizenden nertsen vergast worden alleen omdat ze zo’n mooi huidje hebben. Hoe kun je stil blijven zitten als duizenden sterven van de honger omdat wij niet bereid zijn onze overschotten te delen. Demonstranten hebben soms wel wat van schapen die blind achter de herder aan lopen. De Psalm vergelijkt ze met slaven en slavinnen die hun meesters en meesteressen volgen. Maar dat lijkt maar zo, ze zijn op weg voor een goed doel, pelgrims in de psalm naar de tempel, demonstranten naar een betere wereld. Die Pelgrims waren overigens ook op weg naar een betere wereld. Want in die Tempel werd immers de richtlijn bewaard van heb Uw naaste lief als Uzelf. En in de religieuze voorschriften van het volk Israel stond dat je een paar keer per jaar, bij de grote feesten, een maaltijd moest houden met je familie, de dienaren van de Tempel, de armen en de vreemdelingen uit je stad.

Daarom herdicht Huub Oosterhuis in deze Psalm ” die mijn gezicht ziet verharden als ik in oog sta met de verachters van de vreemdeling”. Het heeft lang geduurd voordat we in de publiciteit ook wat horen van de mensen die blij zijn met de mensen die mee vorm geven aan de welvaart in ons land ook al komen ze ergens anders vandaan. Eindelijk horen we wat van de mensen die zich verzetten tegen de laffe angsthazen die blij zeggen te zijn als de mensen die hier de onvervulbare vacatures willen opvullen terugkeren naar hun eigen land. Het is de hoogmoed van die onverschillige laffe angsthazen die, met voorbijzien van het menselijk leed dat zij met hun tweedracht zaaien en ophitserij veroorzaken, ons in het diepste van onze ziel raakt. Gelovigen die de Pelgrimsreis uit deze Psalm zijn aangevangen, en wij dus ook, zien die vreemdelingen waar zij het over hebben als onze eigen broeders en zusters. Wij kunnen wat tegen hen zeggen als ze wat verkeerd doen, maar wij houden van ze. Gelukkig dat onze stem nu ook eens gehoord wordt, laten we blijven zingen.

Wees niet bang, maar blijf geloven.

vrijdag, 6 juli, 2018

Marcus 5:35-43

35 Nog voor hij uitgesproken was, kwamen enkele mensen tegen de leider van de synagoge zeggen: ‘Uw dochter is gestorven, waarom valt u de meester nog lastig?’ 36  Maar Jezus hoorde dat en zei tegen de leider van de synagoge: ‘Wees niet bang, maar blijf geloven.’ 37  Hij stond niemand toe om met hem mee te gaan, behalve Petrus, Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus. 38  Ze kwamen bij het huis van de leider van de synagoge en zagen daar een groep mensen die luid stonden te huilen en te weeklagen. 39  Hij ging naar binnen en zei tegen hen: ‘Waarom maken jullie zo’n misbaar en huilen jullie? Het kind is niet gestorven, het slaapt.’ 40  Ze lachten hem uit. Maar hij stuurde hen allemaal naar buiten en ging met de vader en moeder van het kind en de leerlingen die bij hem waren de kamer van het kind binnen. 41  Hij pakte de hand van het kind vast en zei tegen haar: ‘Talita koem!’ In onze taal betekent dat: ‘Meisje, ik zeg je, sta op!’ 42  Meteen stond het meisje op en begon heen en weer te lopen. Ze was twaalf jaar. Iedereen was met stomheid geslagen. 43  Hij drukte hun op het hart dat niemand dit te weten mocht komen, en zei dat ze haar te eten moesten geven. (NBV)

Vandaag dus het tweede deel van het beroemde verhaal over het dochtertje van Jaïrus. Een verhaal overigens waar maar weinig mensen in geloven willen. Dat is ook lastig want als je het verhaal wil geloven gaat het ineens ergens anders over. We hebben geleerd dat Jezus van Nazareth te laat bij Jaïrus thuis kwam door die vervelende vrouw waar we gisteren over gelezen hebben en dat dat dochtertje inmiddels dood gegaan was. Gelukkig was daar wonderdoener Jezus die haar uit de dood opwekte. Maar dat verhaal staat dus niet in de Bijbel. Het verhaal gaat over een vader, een meisje van 12 en een vrouw die aan bloedvloeiingen leed. Die vrouw was tot de onaanraakbaren gaan horen en Jezus had haar daarvan genezen. Als vader ben je als de dood dat je dochtertje ook iets overkomt. Zeker als ze op het punt staat een jonge vrouw te worden kan de angst ernstig toeslaan. Wat kan een meisje vandaag de dag allemaal wel niet overkomen.

Nog niet zo lang geleden is er een groep jonge mannen veroordeeld wegens groepsverkrachting. En het is het een of het ander, ze wordt verkracht of onaanraakbaar. Voor beide zou je ze willen behoeden, ze moet maar kind blijven. Meisjes kunnen onbewust hieraan tegemoet gaan komen. Ze gaan dan aan ernstige eetstoornissen leiden die uiteindelijk ook de dood tot gevolg kunnen hebben. Die eetstoornissen voorkomen de menstruatie. Er zijn zelfs internetsites die ze leren zo mager te blijven dat de volwassenheid kan worden uitgesteld. Er is overigens ook een heel goede site die daartegen waarschuwt en hulp biedt. Langdurige goede psychiatrische hulp is echter nodig om meisjes die er verslaafd aan worden te genezen. Dat kind, kind laten blijven is dus ook de oplossing niet. Jezus van Nazareth reikt het meisje de hand en nodigt haar uit op te staan. Ze mag er bij horen, ze mag jonge vrouw worden, ze mag aangeraakt en gerespecteerd worden.

De volwassenen om haar heen mogen haar ook leren hoe mensen met elkaar en met haar om horen te gaan, daar mag je dus ook open en eerlijk over praten, een meisje mag zich leren wapenen tegen de onzekerheid die haar aantrekkingskracht met zich meebrengt. Ouders moeten haar dan wel verantwoordelijkheid durven geven en haar serieus durven nemen. Daarbij over hun eigen angsten praten kan helpen. Uiteindelijk nodigt Jezus van Nazareth uit de eetstoornis te overwinnen, geef haar te eten is zijn laatste opdracht. En het voorkomen van dergelijke eetstoornissen is heel wat beter dan ze genezen. We moeten dan wel durven geloven dat het dochtertje van Jaïrus dus niet dood was maar sliep en niet uit de dood hoefde te worden opgewekt maar mocht gaan vloeien net als die vrouw die vloeide en er toch mocht bij horen.

Wees genezen van uw kwaal

donderdag, 5 juli, 2018

Marcus 5:21-34

21  Toen Jezus weer met de boot was overgestoken, verzamelde er zich een grote menigte bij hem, en hij bleef aan het meer. 22  Een van de leiders van de synagoge, die Jaïrus heette, kwam naar hem toe, en toen hij Jezus zag viel hij aan zijn voeten neer. 23  Hij smeekte hem dringend: ‘Mijn dochter ligt op sterven; kom haar de handen opleggen om haar te redden en te zorgen dat ze in leven blijft.’ 24  Hij ging met hem mee. Een grote menigte volgde hem en verdrong zich om hem heen. 25  Onder hen was ook een vrouw die al twaalf jaar aan bloedverlies leed. 26  Ze had veel ellende doorgemaakt door de behandeling van allerlei artsen, aan wie ze haar hele vermogen had uitgegeven zonder dat ze ergens baat bij had gehad; integendeel, ze was alleen maar achteruitgegaan. 27  Ze had gehoord over Jezus, en ze begaf zich tussen de menigte en raakte zijn bovenkleed van achteren aan, 28  want ze dacht: Als ik alleen zijn kleren maar kan aanraken, zal ik al gered worden. 29  En meteen hield het bloed op te vloeien en merkte ze aan haar lichaam dat ze voorgoed van de kwaal genezen was. 30  Op hetzelfde ogenblik werd Jezus zich ervan bewust dat er kracht uit hem was weggestroomd. Midden in de menigte draaide hij zich om en vroeg: ‘Wie heeft mijn kleren aangeraakt?’ 31  Zijn leerlingen zeiden tegen hem: ‘U ziet dat de menigte zich om u verdringt en dan vraagt u: “Wie heeft mij aangeraakt?”’ 32  Maar hij keek om zich heen om te zien wie het gedaan had. 33  De vrouw, die bang was geworden en stond te trillen omdat ze wist wat er met haar was gebeurd, kwam naar hem toe en viel voor hem neer en vertelde hem de hele waarheid. 34  Toen zei hij tegen haar: ‘Uw geloof heeft u gered; ga in vrede en wees genezen van uw kwaal.’ (NBV)

De samenstellers van het leesrooster hebben het verhaal van vandaag in 2 stukken geknipt. Mannen vinden het namelijk gemakkelijker net te doen of het twee verhalen zijn en het zijn vast mannen die het leesrooster hebben samengesteld. Mannen kunnen namelijk niet zoveel met de menstruatie van vrouwen. Vrouwelijke seksualiteit is al helemaal iets waar mannen niet zoveel mee kunnen. Eeuwenlang hebben ze zelfs gedacht dat de Bijbel vrouwen het hebben van hun eigen seksualiteit verbood. Dat staat wel nergens maar het ontslaat mannen van een heleboel verantwoordelijkheid. De vrouw uit dit eerste deel van het verhaal is daar een mooi voorbeeld van. Als een vrouw menstrueert moet je haar respecteren en met rust laten staat er in de Tora, de richtlijnen die Mozes ooit aan het volk had gegeven. In het bloed zetelt het leven en als een vrouw bloed verliest dan moet je voorzichtig zijn. Op zich helemaal niet van die onverstandige adviezen maar je gaat nu eenmaal ook niet aan vrouwen vragen of ze misschien wel of niet menstrueren.

Daarom was de regel ontstaan om vrouwen helemaal maar niet meer aan te raken. De Islam heeft die regel later overgenomen en oud minister Verdonk is daar ooit nog eens tegen aan gelopen. In plaats van er over te praten en uit te zoeken wat er aan de hand was reageerde ze beledigd of die primitieve man minder dan haar was. Die man deed dus zoals alle mannen in de Bijbel. Dat gedrag had wel tot gevolg dat de vrouw uit dit verhaal een paria werd, tot de onaanraakbaren ging behoren. Geen arts kon haar genezen, nee die maandstonden horen nu eenmaal bij een vrouw. Alleen herkende ze in Jezus iets dat ze in niemand anders ooit gezien had. Hij zorgde dat mensen er weer bij konden horen. Dus raakte zij hem aan, als dat taboe eenmaal doorbroken zou zijn moest het immers beter gaan. En het lukte ,Jezus stond midden in de menigte toe dat deze vrouw hem aanraakte, vloeiingen of niet, ze hoorde er bij, genezen en wel.

Als wij overigens zo krampachtig blijven doen over vrouwelijke seksualiteit kunnen ze er ook dood aan gaan. En omgaan met vrouwelijke seksualiteit hebben mannen nog steeds niet geleerd. Daar waar vrouwen willen laten zien hoe mooi ze zijn schrikken mannen er van. Aan de andere kant zijn lust en begeerte ook zaken waar je aan kunt verdienen en voor het opwekken van lust en begeerte kun je vrouwen als voorwerpen gebruiken. Een discussie over bloot in reclame is daarom maar al te zinvol, maken we voorwerpen van onze zusters of mogen we ze als mens blijven bekijken. Maar bloot op zich, bloot op straat of strand, of bloot in de kunst, daar is niets tegen, daarbij gaat het altijd om mensen die net zo mooi zijn als wijzelf, ieder mens is immers even mooi. Al die angst voor vrouwelijke seksualiteit kan ook dodelijk zijn voor vrouwen. Maar dat is iets voor het volgende verhaal.

Iedereen stond verbaasd

woensdag, 4 juli, 2018

Marcus 5:1-20

1 Ze kwamen aan de overkant van het meer, in het gebied van de Gerasenen. 2  Toen hij uit de boot gestapt was, kwam hem meteen vanuit de grafspelonken een man tegemoet die door een onreine geest bezeten was 3  en in de spelonken woonde. Zelfs als hij vastgebonden was met een ketting kon niemand hem in bedwang houden. 4  Hij was al dikwijls aan handen en voeten geketend geweest, maar dan trok hij de kettingen los en sloeg hij de boeien stuk, en niemand was sterk genoeg om hem te bedwingen. 5  En altijd, dag en nacht, liep hij schreeuwend tussen de rotsgraven en door de bergen en sloeg hij zichzelf met stenen. 6  Toen hij Jezus in de verte zag, rende hij op hem af en viel voor hem neer, 7  en luid schreeuwend zei hij: ‘Wat heb ik met jou te maken, Jezus, Zoon van de allerhoogste God? Ik bezweer je bij God: doe me geen pijn!’ 8  Want hij had tegen hem gezegd: ‘Onreine geest, ga weg uit die man.’ 9  Jezus vroeg hem: ‘Wat is je naam?’ En hij antwoordde: ‘Legioen is mijn naam, want we zijn met velen.’ 10  Hij smeekte hem dringend om hen niet uit deze streek te verjagen. 11  Nu liep er op de berghelling een grote kudde varkens te grazen. 12  De onreine geesten smeekten hem: ‘Stuur ons naar die varkens, dan kunnen we bij ze intrekken.’ 13  Hij stond hun dat toe. Toen de onreine geesten de man verlaten hadden, trokken ze in de varkens, en de kudde van wel tweeduizend stuks stormde de steile helling af, het meer in, en verdronk in het water. 14  De varkenshoeders sloegen op de vlucht en vertelden in de stad en in de dorpen wat ze hadden meegemaakt, en de mensen gingen kijken wat er was gebeurd. 15  Ze kwamen bij Jezus en zagen de bezetene daar zitten, gekleed en bij zijn volle verstand, dezelfde man die altijd bezeten was geweest door het legioen, en ze werden door schrik bevangen. 16  Degenen die alles gezien hadden, legden uit wat er met de bezetene en met de varkens was gebeurd. 17  Daarop drongen de mensen er bij Jezus op aan om hun gebied te verlaten. 18  Toen hij in de boot stapte, smeekte de man die bezeten was geweest om bij hem te mogen blijven. 19  Dat stond hij hem niet toe, maar hij zei tegen hem: ‘Ga naar huis, naar uw eigen mensen, en vertel hun wat de Heer allemaal voor u heeft gedaan en hoe hij zich over u heeft ontfermd.’ 20  De man ging weg en maakte in Dekapolis bekend wat Jezus voor hem had gedaan, en iedereen stond verbaasd. (NBV)

Psychiaters kennen de verschijnselen wel die beschreven worden in het verhaal dat we vandaag lezen. De oorzaken kunnen vele zijn. Niet alleen psychische oorzaken overigens, maar ook lichamelijke oorzaken, beschadigingen aan de hersens, kunnen het gedrag van zelfverminking, wanen en uitzonderlijke woede veroorzaken. Maar ook psychische oorzaken. Angst ligt er dan vaak aan ten grondslag. Angst veroorzaakt door ervaringen in het verleden of angst die schijnbaar onverklaarbaar in de loop van de jaren is gegroeid. En als mensen angst hebben voor andere mensen worden die andere mensen ook bang voor hen. Het boze in de man uit het verhaal van vandaag vraagt om hem geen pijn te doen. Marcus spreekt van kettingen die hem niet konden houden en vastgebonden zijn met kettingen is meestal niet pijnloos.

Jezus van Nazareth is niet bang voor de man maar gaat met hem in gesprek. En dat gesprek brengt de man genezing. De oploop die het veroorzaakt brengt nog wel een kudde varkens op hol die van de rotsen storten. Een prachtig beeld voor mensen van Israel. Varkens zijn immers onrein en mogen niet gegeten worden. Het onreine stort zichzelf van de rotsen in dit verhaal. Voor de mensen uit het 10 stedengebied, aan de overkant van de Jordaan en dus eigenlijk buiten Israel, betekende het een verlies aan inkomsten en bezit. Jezus van Nazareth zorgt dat zelfs deze vreemdeling weer mee kan doen met zijn eigen gemeenschap maar dat heeft dus een prijs. Dat een plaats geven in de gemeenschap lezen we niet voor het eerst, dat is steeds bij zieken en zwakken het geval. Jezus van Nazareth zorgt er voor dat mensen er weer bij gaan horen. Daar staan mensen verbaasd over, want wij sturen ze liever naar onherbergzame streken als het ons niet aanstaat, of we sluiten ze op in gevangenissen en vreemdelingenbewaring. Inrichtingen staan meestal ver buiten de stad.

Wij kennen ook de angst voor vreemdelingen en voor andere soorten van geloven. Die angst neemt toe als ons bestaan bedreigd lijkt te worden, in tijden van economische crisis dus. Die angst raakt niet in de eerste plaats de armen, die zijn de crisis gewend en weten hoe te overleven. Die angst voor vreemdelingen en bedreiging van het eigen bestaan raakt die mensen die arm dreigen te worden als ze hun baan verliezen of als hun huis ineens minder waard wordt. Die mensen zoeken bescherming, ze zoeken een sterke man die hen zal beschermen. Dat wordt dus altijd een politicus die stoere taal spreekt, die zich in harde bewoordingen tegen de bedreiging keert. Dat dat politici zijn die zelf bang zijn, laffe angsthazen meestal, omringd door beveiligers, ontgaat de mensen door de harde taal die ze uitslaan. Genezen van de angst is ondenkbaar voor hen. Alleen het “weg met de vreemdelingen” kennen ze, toch is die genezing van de angst de weg van Jezus van Nazareth. Als we bereid zijn te delen met elkaar en met elkaar in gesprek te gaan hoeven we niet bang te zijn, niet voor vreemdelingen, niet voor armoede. Laat de mensen zich dus verbazen over jou vandaag.

Waarom hebben jullie zo weinig moed?

dinsdag, 3 juli, 2018

Marcus 4:35-41

35 Aan het eind van die dag, toen het avond was geworden, zei hij tegen hen: ‘Laten we het meer oversteken.’ 36  Ze stuurden de menigte weg en namen hem mee in de boot waarin hij al zat, en voeren samen met de andere boten het meer op. 37  Er stak een hevige storm op en de golven beukten tegen de boot, zodat die vol water kwam te staan. 38  Maar hij lag achter in de boot op een kussen te slapen. Ze maakten hem wakker en zeiden: ‘Meester, kan het u niet schelen dat we vergaan?’ 39  Toen hij wakker geworden was, sprak hij de wind bestraffend toe en zei tegen het meer: ‘Zwijg! Wees stil!’ De wind ging liggen en het meer kwam helemaal tot rust. 40  Hij zei tegen hen: ‘Waarom hebben jullie zo weinig moed? Geloven jullie nog steeds niet?’ 41  Ze werden bevangen door grote schrik en zeiden tegen elkaar: ‘Wie is hij toch, dat zelfs de wind en het meer hem gehoorzamen?’ (NBV)

Vliegt de blauwvoet, storm op zee. Het was de strijdkreet van de Vlamingen die zich verzetten tegen de overheersing door Franse edelen. Ze gebruikten het bij de Gulden Sporenslag in 1302. Op 11 juli wordt de overwinning in die slag bij onze Vlaamse zuiderburen in België nog uitbundig gevierd. Het volk weet nog dat eenvoudige boeren en burgers gewapend met de gereedschappen die ze elke dag gebruikten, de dorsvlegel, de smidshamer en de slagersmessen, de edelen op hun paarden gewapend met zwaarden en lansen, beschermd door de nieuwste met zorg gemaakte harnassen, in de pan hakten. Dat storm op zee moest de vijand angst aanjagen want storm op zee is zeer beangstigend. We lezen dat bijvoorbeeld al  in psalm 107 en vandaag lezen we het in het verhaal dat Marcus over Jezus van Nazareth vertelde.

Het gaat in de verhalen die we dezer dagen uit het Evangelie naar Marcus lezen over durf en kracht, eerst het mosterdzaadje en nu de storm. Mensen die de Bijbel moeten uitleggen zitten nog vaak met de vraag waarom Jezus van Nazareth in dit verhaal eigenlijk ging slapen. Dat hij de wind en de golven kon stillen zou hij wel geweten hebben, maar als hij wakker zou zijn gebleven zouden zijn volgelingen niet zo angstig geworden zijn. En daar zit wellicht de sleutel van het verhaal. Het gaat niet om het stillen van de storm maar om het vertrouwen op de goede afloop. Minister president Colijn wordt nog wel eens verweten dat hij in 1939 tegen het volk zei dat ze rustig konden gaan slapen omdat de regering over hun veiligheid waakte. Dat volk had zich beter kunnen voorbereiden op het verzet dat na 1940 nodig zou zijn. Maar is zo’n storm nu een aanleiding om bang te worden? Als alle voorzorgen zijn genomen kun je je beter richten op het overleven.

Een paar jaar geleden ging onze aandacht uit naar de slachtoffers van de orkaan Katrina in New Orleans. Daar bleek dat bij de voorzorgen tegen de storm de armen vergeten waren. En toen de storm eenmaal voorbij was waren het weer de armsten die het langst op hulp moesten wachten, zelfs vandaag wachten de armsten nog op de mogelijkheid terug te keren. Als je leeft in de geest van Jezus van Nazareth dan gebeurt je zoiets niet. Dan zijn de armen en de zwaksten je eerste zorg, maar dan weet je ook dat je geen angst hoeft te hebben, want de onbaatzuchtige liefde van Jezus van Nazareth hield het ook uit door de dood heen. Dat kan ook voor ons gelden, met een geloof zo groot als een beukennootje lazen we nog deze week. Nu weer, door de zwaarste storm heen kunnen we elkaar vasthouden en dat kan onze redding zijn. Ook in tijden van economische en financiële crisis. Als we werkelijk bereid zijn met elkaar te delen, voor elkaar in te staan en samen te doen dan kan geen crisis ons overwinnen, dan is geen storm groot genoeg om ons er onder te krijgen, alleen als je slechts voor jezelf denkt te kunnen zorgen ga je ten onder.

Wie heeft zal nog meer krijgen

maandag, 2 juli, 2018

Marcus 4:21-34

21 Tegen de menigte zei hij: ‘Je steekt toch geen lamp aan om hem onder de korenmaat te laten uitdoven of onder een bed weg te bergen? Nee, je zet hem op een standaard. 22  Alles wat verborgen is, moet openbaar worden gemaakt, en alles wat in het geheim is ontstaan, moet aan het licht komen. 23  Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren!’ 24  Hij zei ook tegen hen: ‘Let goed op wat je hoort: met de maat waarmee je meet, zal jou de maat genomen worden, en er zal je zelfs meer worden toebedeeld. 25  Want wie heeft zal nog meer krijgen; maar wie niets heeft zal zelfs het laatste worden ontnomen.’ 26  En hij zei: ‘Het is met het koninkrijk van God als met een mens die zaad uitstrooit op de aarde: 27  hij slaapt en staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet, ook al weet hij niet hoe. 28  De aarde brengt uit zichzelf vrucht voort, eerst de halm, dan de aar, en dan het rijpe graan in de aar. 29  Maar zo gauw het graan het toelaat, slaat hij er de sikkel in, omdat het tijd is voor de oogst.’ 30  En hij zei: ‘Waarmee kunnen we het koninkrijk van God vergelijken en door welke gelijkenis kunnen we het voorstellen? 31  Het is als een zaadje van de mosterdplant, het kleinste van alle zaden op aarde wanneer het gezaaid wordt. 32  Maar als het na het zaaien opschiet, wordt het het grootste van alle planten en krijgt het grote takken, zodat de vogels van de hemel in zijn schaduw kunnen nestelen.’ 33  Met zulke en andere gelijkenissen maakte hij hun het goede nieuws bekend, voorzover ze het konden begrijpen; 34  hij sprak alleen in gelijkenissen tegen hen, maar wanneer hij alleen was met zijn leerlingen, verklaarde hij hun alles. (NBV)

Wie heeft zal nog meer krijgen, en wie niets heeft zal zelfs het laatste worden ontnomen. Soms lijkt er in de Bijbel toch iets anders te staan dan je altijd al gedacht had. Is het dan bijbels dat de rijken rijker worden en de armen armer? Je zou het bijna denken. Maar deze uitspraken gaan over een serie vergelijkingen met het Koninkrijk van God. Wat is dat Koninkrijk nou eigenlijk? Het is in elk geval niet zo als we normaal gewend zijn. Met een regering, met belangrijke figuren, met opinieleiders en zo. Ook de achterkamertjes en de compromissen ontbreken. Alles wat verborgen is moet immers openbaar worden, en alles wat in het geheim is ontstaan moet aan het licht komen. Dat Koninkrijk van God steekt overal bovenuit, daar is niks geheimzinnigs aan, integendeel iedereen mag meedoen, iedereen heeft er deel aan. Wie oren heeft om te horen moet goed luisteren. Dit is wat er over verteld wordt. En dan komt het stuk over de maat waarmee je meet. Die maat kennen we bijna niet meer, ja in museumwinkels kom je ze nog wel tegen. Er staan dan van die grote bakken vol moet suiker, koffiebonen, gort of andere granen, soms havermout ook. Bij die bakken ligt een grote schep en op de toonbank staat een weegschaal.  Die weegschaal en die kan zijn de maten waarmee de koopwaar wordt afgemeten. In het Bijbelboek Leviticus staat dat je een zuivere maat moet hebben omdat je anders de armen besteelt.

Wij kennen vanouds het IJkwezen dat de meetlatten, de maatbekers en de weegschalen controleert. Zelfs de benzinepompen langs de weg ontkomen niet aan een regelmatige controle. In een winkel met een betrouwbare weegschaal en een zuivere maat ga je graag kopen. Die gaat dus meer verdienen. Een winkel die de klanten besteelt met een onzuivere maat zal ook bestolen worden, daartegen komen klanten in opstand die hun geld terug willen hebben en daar blijven de mensen uiteindelijk weg, die winkel gaat ten onder. Eerlijkheid, rechtvaardigheid en zorg voor de ander leveren je economisch dus een directe winst op, voor de winkelier en voor de klant. De gelijkenissen die Jezus van Nazareth uitgesproken heeft zijn beroemd geworden. Onder bijbeluitleggers soms ook wel een beetje berucht. Want wat moet je nou met een gelijkenis als die van het mosterdzaadje. Zo klein is dat zaadje helemaal niet. En van een boom kun je al helemaal niet spreken als je over de mosterdstruik spreekt. De heggemus zou er in kunnen nestelen maar dat er vogels onder het bladerdak kunnen schuilen zou eerder van onkunde dan van een prachtig beeld getuigen.

Maar de Bijbelstudie bewandelt soms vreemde wegen. Een tijd geleden vonden ze in Israel het zaad van een dadelpalm. Genetisch niet echt te onderscheiden van de dadelpalmen die we tegenwoordig kennen. En of de biologie van de verhalen nu precies wel of niet klopt is eigenlijk niet zo belangrijk, het gaat in de Bijbel om de boodschap. Karel Eykman begon een hervertelling van deze gelijkenis voor kleuters eens met de zin “Ik heb een boom in mijn hand” En zo is het maar net. Een klein zaadje heeft een enorme potentie. In Nederland zou je misschien beter kunnen denken aan de beuk. Wie een oude beuk met haar geweldige omtrek en een hoogte van misschien wel 25 meter heeft gezien kan zich nauwelijks voorstellen dat dat ooit is begonnen met een simpel beukennootje, zo’n pitje waar je een handvol makkelijk kan meenemen. Wij hebben dus de kracht van een beukennootje ter beschikking en als we het uitzaaien hoeven we ons niet af te vragen hoe het verder zal groeien. Je naaste liefhebben als je zelf kan dus geweldige gevolgen hebben en elke keer dat je iemand je onbaatzuchtige liefde toont zaai je weer zo’n zaadje. Geweldig toch dat je een heel beukenbos vol liefde vandaag kunt planten.

Daarom buig ik zoals ik hier zit in het stof en het vuil

zondag, 1 juli, 2018

Job 42:1-17

1 Nu antwoordde Job de HEER: 2  ‘Ik weet dat niets buiten uw macht ligt en geen enkel plan voor u onuitvoerbaar is. 3  Wie was ik dat ik, door mijn onverstand, uw besluit wilde toedekken? Werkelijk, ik sprak zonder enig begrip, over wonderen, te groot voor mij om te bevatten. 4  “Luister, ”zei ik, “dan zal ik spreken, ik zal u ondervragen, zeg mij wat u weet.” 5  Eerder had ik slechts over u gehoord, maar nu heb ik u met eigen ogen aanschouwd. 6  Daarom herroep ik mijn woorden en buig ik mij, zoals ik hier zit in het stof en het vuil.’ 7 Nadat de HEER deze woorden tot Job had gesproken, richtte hij zich tot Elifaz uit Teman: ‘Ik ben in woede ontstoken tegen jou en je twee vrienden, omdat jullie niet juist over mij hebben gesproken, zoals mijn dienaar Job. 8  Welnu, neem elk zeven jonge stieren en zeven rammen, ga daarmee naar mijn dienaar Job, zodat jullie een offer kunnen brengen voor jezelf. Job, mijn dienaar, zal voor jullie bidden, want ik ben alleen hem goedgezind. Dan zal ik jullie niet blootstellen aan schande, ook al hebben jullie niet juist over mij gesproken, zoals mijn dienaar Job.’ 9  En Elifaz uit Teman, Bildad uit Suach en Sofar uit Naäma deden zoals de HEER had gezegd en de HEER was Job goedgezind. 10 Nadat Job voor zijn vrienden had gebeden, bracht de HEER een keer in het lot van Job en hij gaf hem het dubbele van wat hij eerder bezat. 11  Al zijn broers en al zijn zusters, en iedereen die hem had gekend, kwamen naar zijn huis om samen met hem te eten; ze schudden hun hoofd en troostten hem, omdat de HEER zoveel rampspoed over hem had uitgestort. En elk van hen gaf hem een geldstuk en een gouden ring. 12  De HEER zegende Job in zijn latere leven nog meer dan in zijn vroegere, en zo kreeg Job veertienduizend schapen en geiten, zesduizend kamelen, duizend span runderen en duizend ezelinnen. 13  Ook kreeg hij zeven zonen en drie dochters. 14  De eerste dochter noemde hij Jemima, de tweede Kesia en de derde Keren-Happuch. 15  In het hele land waren geen mooiere vrouwen dan de dochters van Job. En hun vader gaf aan hen een even groot erfdeel als aan hun broers. 16  Hierna leefde Job nog honderdveertig jaar en hij zag zijn kinderen en de kinderen van zijn kinderen opgroeien, tot in het vierde geslacht. 17  En toen stierf Job, oud en verzadigd van het leven. (NBV)

We zijn aan het laatste hoofdstuk gekomen van het boek Job. Natuurlijk loopt het goed af. Maar waarom Job nu zo moest lijden blijft tot het eind van het boek een raadsel. God is groot, God is zo groot dat God voor eenvoudige mensen niet te doorgronden is. En als je God ziet dan buig je je hoofd in het stof. Job blijft op zijn mesthoop, zich krabbend met de potscherf en blijft zijn God als enige Heer in de wereld erkennen. Is dat bevredigend? Voor heel veel mensen niet. Dat er kinderen sterven is niet eerlijk. Dat onschuldigen omkomen in natuurrampen en oorlogen blijft onverteerbaar. En is dat erg? Job werd zeker niet gestraft werd voor zijn opstand tegen God. Dat het met de goeden slecht gaat blijft slecht. Dat het met mensen slecht gaat is voor gelovigen onverteerbaar. Mensen zijn en blijven onze broeders en zusters. Mensen zijn allemaal geschapen naar het beeld en de gelijkenis van onze God. Jezus van Nazareth noemde ze kinderen van God. Daarom mogen wij God aanroepen als het slecht gaat met zijn kinderen. Daarom mogen we het vuur uit onze sloffen lopen om iets te doen voor de slachtoffers van oorlog en natuurrampen.

Maar daarom zijn we ook verplicht na te gaan of we iets hadden kunnen doen om oorlogen en rampen te voorkomen of de gevolgen ervan kleiner te maken. Werken we mee aan wapenleveranties waarmee volken elkaar kunnen onderdrukken of oorlog kunnen maken? Scheppen we eerlijke handelsverhoudingen zodat hongersnoden kunnen worden voorkomen? Delen we kennis met anderen zodat de beste productiemethoden voor landbouw en voedsel ook ten goede komen aan de armsten in de wereld? Stichten we vrede en brengen we rechtvaardigheid? Maar hier eindigt dan het verhaal over Job. De vrienden hadden het verkeerd, Job had begrepen dat je ondanks ellende en verdriet toch op God kunt blijven bouwen en niet altijd op zoek hoeft te gaan naar eventuele fouten van jezelf of van je ouders om de ellende te verklaren. Job blijft ook rechtvaardig als hij weer rijk is, zijn dochters krijgen dezelfde erfenis als zijn zonen en zo hoort het natuurlijk. Hij wordt weer rijk als zijn omgeving goud en vee met hem willen delen, iets om op te merken.

Het is jammer dat de Nieuwe Bijbelvertaling niet de namen van de dochters van Job vertaalt. Duifje, Kaneelbloesem en Poederhorentje geven toch de poëzie weer waarmee dit wijsheidsverhaal besluit. En waar is de Duivel gebleven zult U zeggen. Het geheel begon toch met een weddenschap tussen God en de Duivel over de standvastigheid van Job? Je moet een verhaal toch ergens mee beginnen nietwaar, wij beginnen vaak met “er was eens” en eindigen dan net als dit verhaal met “ze leefden nog lang en gelukkig”. Die duivel, blijkt uit dit verhaal, bestaat helemaal niet. Het kwade zit in de keuze van mensen zelf. Blijf je kiezen voor recht en gerechtigheid, zoals Job met zijn erfenis doet, of kies je voor hebben en houden. De nadruk wordt altijd gelegd op Job die zevenvoudig terugkrijgt wat hij verloren had, maar voor Job zelf, blijkt uit het verhaal, is dat het minst belangrijk. Voor hem blijft belangrijk wat je er mee doet, wat je kinderen er mee doen, wat het gevolg is van je daden voor de armen, voor de weduwen en de wees. Want dienen van God is mensen dienen en mensen dienen is dienen van God.