Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor juli, 2018

Ze dienden hun goden

dinsdag, 31 juli, 2018

Rechters 3:1-6

1-2 Om de Israëlieten die de strijd tegen de Kanaänieten niet hadden meegemaakt te leren hoe het er in de oorlog aan toegaat (dus alleen om de nieuwe generaties die nog geen ervaring met de strijd hadden opgedaan daarmee vertrouwd te maken), had de HEER de volgende volken in het land laten blijven: 3  de Filistijnen in hun vijf vorstendommen en verder de Kanaänieten, de Sidoniërs en de Chiwwieten die in het Libanongebergte leefden, vanaf de Baäl-Hermon tot aan Lebo-Hamat. 4  Deze volken waren overgebleven om de Israëlieten op de proef te stellen, opdat de HEER te weten zou komen of zij de geboden zouden gehoorzamen die hij hun voorouders bij monde van Mozes had opgelegd. 5  Maar toen de Israëlieten eenmaal tussen de volken van Kanaän woonden, te weten de Hethieten, Amorieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten, 6  namen ze hun dochters tot vrouw en gaven ze hun eigen dochters aan de zonen van die volken, en dienden hun goden. (NBV)

Het waren van die keurige mensen. Ze hadden steden, en koningen zelfs. Ze bewerkten hun land en hadden nette gezinnen, met mooie dochters. Daar wil je toch bij horen nietwaar? Je vader en moeder hadden net als je grootouders nog door de woestijn gezworven, en daarvoor waren het slaven geweest in Egypte. Nou daar kon je beter niet te veel over praten. Dan ga je er immers nooit bij horen, dan raak je nooit thuis in je nieuwe land. Mooie goden hadden ze ook, met tempels en beelden en fraaie riten. Die goden hoorden bij het land, voor elke streek hadden ze een aparte god, en soms voor elk jaargetijde zelfs ook. En machtig dat die goden zouden zijn, zonder die goden zou het graan niet groeien en zou het niet gaan regenen.

Zelf hadden ze ook wel een God maar daar was geen beeld van, en een tempel was er ook al niet, ja een mooie tent. Maar in die tent stond een kist, met een kandelaar en een tafel met brood. Daar was niks aan. Riten hadden ze ook al niet, je moest wel offeren maar dat was voor de priesters. Nee het volk Israel ontworstelde zich aan haar verleden als woestijnvolk en raakte thuis in het land van overvloed. Net als wij thuis zijn in het land van overvloed, waar keurige pakken, fraaie auto’s, mooie huizen en bovenal een perfect uiterlijk het meest belangrijke zijn. Als het niet mooi genoeg is doe je gewoon een “make over” en als het even wil kan iedereen er van meegenieten en er een voorbeeld aan nemen.

Dat die kleren gemaakt zijn door zeer jonge, maar zeer arme kinderen is jouw zaak toch niet, daar kun je niks aan veranderen. Dat je met die auto kostbare aardolie op maakt en mensen verleidt zichzelf en elkaar dood te rijden is jouw zaak niet, je vrijheid mag best wat kosten. Dat je huis energie slurpt zodat er voor je kleinkinderen al niks meer over zal zijn zal je worst zijn. Moeten ze ook maar iets uitvinden. We zijn sedert het verhaal uit het boek Rechters nog niks veranderd. We kiezen ov er het algemeen niet de partijen die staan voor eerlijk delen in de wereld, rechtvaardigheid voor alle volken en vrede, maar voor clubjes die ons eigen inkomen volgend jaar verhogen ten koste van de armen hier, en elders op de wereld. Het wordt hoog tijd voor echte Rechters.

 

Hun kwalijke praktijken

maandag, 30 juli, 2018

Rechters 2:16-23

16  Dan liet de HEER een rechter optreden om het volk te leiden en het te bevrijden van de roversbenden. 17  Maar ook naar hun rechters luisterden ze niet; ze gaven zich af met andere goden en bogen zich voor hen neer. Binnen de kortste keren dwaalden ze weer af van de weg die hun voorouders waren gegaan: die hadden de geboden van de HEER gehoorzaamd, maar zij niet. 18  Steeds wanneer de HEER een rechter liet optreden, stond hij die bij. Want wanneer het volk zuchtte onder het juk van onderdrukkers, kreeg de HEER medelijden en verloste hij hen van hun vijanden zolang die rechter leefde. 19  Maar wanneer de rechter dan stierf, verviel het volk van kwaad tot erger. Meer nog dan hun voorouders liepen ze achter andere goden aan om die te dienen en bogen ze zich voor hen neer. Ze weigerden hardnekkig hun kwalijke praktijken op te geven. 20  De HEER ontstak in woede tegen Israël en zei: ‘Dit volk overtreedt de regels van het verbond die ik hun voorouders heb opgelegd en het luistert niet naar mij. 21  Ik zal daarom geen enkel volk meer verdrijven dat nog in het land woonde toen Jozua stierf.’ 22-23 De HEER had die volken namelijk in het land laten blijven en ze niet onmiddellijk verdreven omdat hij de Israëlieten op de proef wilde stellen. Hij had ze niet aan Jozua uitgeleverd, omdat hij wilde zien of de Israëlieten zich net als hun voorouders zouden houden aan de weg die hij hun had gewezen of niet. (NBV)

Als het mis gaat met de samenleving zijn er steeds weer opnieuw mensen die de goede weg wijzen. Die uitleggen wat de goddelijke richtlijnen uit de woestijn in een concrete situatie inhouden en hoe die toegepast moeten worden. Het volk Israël kreeg in het beloofde land Rechters, of met een oud woord Richteren. Niet dat dat nu veel hielp, even ja, maar als de rust weer was hersteld, of de roversbenden verdreven, verviel men weer in de oude kwalen. Ook in onze tijd hebben we soms Richters. Een van de bekendste is een aantal jaren geleden al begraven. Broeder Roger Schutz uit Taizé. Hij stichtte een broederschap dwars over grenzen van kerken en landen heen in een tijd dat de volken van Europa tegen elkaar te hoop liepen en er verschrikkelijke dingen met mensen gebeurden. Hij wees de weg in de richting van verzoening. Hij wees de weg aan jonge mensen hoe in een nieuwe na oorlogse samenleving ook werkelijk samen geleefd kon worden.

De hulp aan de armsten in de wereld speelde daarbij een zeer belangrijke rol. Lange tijd is er naar hem geluisterd. Maar in veel kerken gaat al lang niet meer om de zwaksten in de samenleving, om de armen, de vluchtelingen, de mensen met overmatige schulden, de ontspoorde jongeren. Jongeren moeten zondags naar de kerk en zich netjes gedragen, verder komen ze niet. De goddelijke richtlijnen uit de woestijn spreken echter niet over kerkgang en je netjes gedragen, die richtlijnen spreken over liefde, voor God, voor de naaste en voor jezelf. In de tijd van de Rechters in Israel waren er geen machtigen die het volk in de greep hielden, zelfs de priesters van de tent met de kist van het verbond hadden verder geen macht.

Ook broeder Roger Schutz wees alle verering van hemzelf en alle macht die hem werd toegedicht af. Vanuit innerlijke rust en  de gemeenschap de armsten in de wereld dienen, daar ging het om en daar gaat het om. Toen hij neergestoken was vroeg hij om vergeving voor de vrouw die het had gedaan. Ondanks het feit dat we steeds weer afgedwaald zijn en zullen afdwalen blijft het daar op de een of andere manier ook steeds weer om gaan. In het bovenstaande verhaal staat dat er steeds weer nieuwe Rechters kwamen, dat gaat tot in onze dagen door. Mensen die het hebben over recht en gerechtigheid, die voorkomen dat armen worden uitgebuit, vluchtelingen verdrinken op hun vlucht en dat de mensen van goede wil zich verenigen. Dat geeft hoop en zet ons wellicht ook vandaag nog in beweging in de richting van het Rijk waarin iedereen meetelt.

Achter andere goden aan

zondag, 29 juli, 2018

Rechters 2:6-15

6 Toen Jozua de volksvergadering had ontbonden, waren de Israëlieten erop uitgetrokken om het land in bezit te nemen, elke stam &1 het gebied dat hun was toegewezen. 7  Zolang Jozua leefde, had het volk de HEER gediend. Ook na zijn dood waren ze de HEER blijven dienen zolang de stammen werden aangevoerd door Jozua’s leeftijdsgenoten, die getuige waren geweest van de grootse daden die de HEER voor Israël had verricht. 8  Jozua, de zoon van Nun, de dienaar van de HEER, was gestorven toen hij honderdtien jaar oud was. 9  Hij was begraven in het gebied dat hem was toegewezen: in Timnat-Cheres in het bergland van Efraïm, ten noorden van de Gaäs. 10  Toen ook zijn leeftijdsgenoten met hun voorouders waren verenigd, kwam er een volgende generatie, die niet vertrouwd was met de HEER en wat hij voor Israël had gedaan. 11  De Israëlieten begonnen te doen wat slecht is in de ogen van de HEER: ze gingen de Baäls dienen. 12  Ze keerden de HEER de rug toe, de God van hun voorouders, die hen uit Egypte had geleid, en begonnen achter andere goden aan te lopen die werden vereerd door de volken waartussen ze woonden. Door voor die vreemde goden te buigen krenkten ze de HEER. 13  Ze keerden hem de rug toe om Baäl en de Astartes te dienen. 14  Toen ontstak de HEER in woede tegen de Israëlieten. Hij leverde hen uit aan roversbenden en aan de hen omringende vijanden, zodat ze daartegen geen stand meer hielden. 15  Telkens als ze iets tegen hun vijanden ondernamen, werkte de HEER hen tegen, zoals hij hun gezegd en gezworen had. Steeds weer kregen de Israëlieten het zwaar te verduren. (NBV)

Na de Tweede Wereldoorlog wisten de mensen het zeker. Er zou nooit meer oorlog komen. Nooit zou een dictator of een dictatoriale regering de kans krijgen om grote groepen inwoners af te slachten zoals dat in de Tweede Wereldoorlog was gebeurd. En vluchtelingen die om wat voor redenen dan ook werden vervolgd zouden niet meer teruggestuurd of geweigerd worden zoals voor de Tweede Wereldoorlog gebeurde, maar opgevangen en beschermd. Er werd een organisatie van landen gesticht die door overleg problemen zou moeten oplossen en nieuwe landen moest helpen. De Verenigde Naties. Voor de veiligheid in de wereld werd een Veiligheidsraad opgericht met 5 permanente leden en 15 wisselende leden, alle landen van de wereld konden meedoen. Er werd een universele verklaring van mensenrechten opgesteld, en een vluchtelingenverdrag. Later zelfs nog een verdrag tegen martelingen en een verdrag voor de bescherming van kinderen.

De mensen die de Tweede Wereldoorlog hebben meegemaakt hebben het lang volgehouden hun idealen uit te dragen en te verwezelijken. De oorlog die rond de onafhankelijkheid van Indonesië is gevoerd noemden ze gewoon geen oorlog maar een actie. En vijf jaar na de bevrijding stortte ook Nederland zich in een oorlog in Korea, een oorlog die nog tot op vandaag haar gevolgen kent. Maar net als bij het volk Israel gaat  ook bij ons met het verstrijken der jaren de herinnering verloren. En dan komen er andere goden dan de God van liefde en bevrijding die hun aandacht opeisen. De goden van goud en beloften noemde Huub Oosterhuis ze eens. De god van de olie is erg belangrijk, net als de god van het eigen gelijk.

De god van het fundamentalisme, die eigen godsdienst stelt boven de mensen in plaats van ten dienste van mensen. Er worden weer oorlogen gevoerd zonder de Verenigde Naties, er zijn weer groepen mensen afgeslacht om wie ze waren. Homoseksuelen worden weer opgehangen. Vluchtelingen worden geweigerd. En politici in Nederland zetten de ene bevolkingsgroep tegen de andere op. We weten wel dat dat allemaal verkeerd zal aflopen, we weten ook wel dat we ons weer aan de wetten van liefde en gerechtigheid moeten houden, maar we zijn vergeten wat we er voor moeten doen. In elk geval klinkt vandaag uit het boek Rechters een waarschuwing die we in onze zak mogen steken. En we kunnen altijd ook nog lid worden van Amnesty International, vanwege die mensenrechten.

In hun netten verstrikken

zaterdag, 28 juli, 2018

Rechters 2:1-5

1 Er kwam een engel van de HEER uit Gilgal naar Bochim. Daar zei hij: ‘Ik heb jullie uit Egypte geleid naar het land dat ik jullie voorouders onder ede had beloofd. Ik heb gezegd dat ik mijn verbond met jullie nooit zou verbreken. 2  Maar jullie mochten geen verdragen sluiten met de inwoners van dit land en hun altaren moesten jullie afbreken. Maar jullie hebben niet geluisterd naar wat ik heb gezegd. Hoe hebben jullie dat kunnen doen? 3  Daarom heb ik besloten dat ik de inwoners van dit land niet voor jullie zal verdrijven. Zij zullen jullie in hun netten verstrikken en hun goden zullen jullie ondergang worden.’ 4  Toen de engel van de HEER deze woorden tot de Israëlieten had gesproken, barstte het volk in gejammer uit. 5  Ze noemden die plaats Bochim en brachten er offers aan de HEER. (NBV)

Je moet ontzettend sterk zijn om aan verleidingen te ontkomen. Er zijn altijd zaken die zeer aantrekkelijk zijn maar tegelijk ook heel slecht zijn. Telkens weer blijkt dat en toch laten we steeds weer nieuwe verleidingen toe om ze vervolgens te bestrijden vanwege de slechte gevolgen. Het volk Israel liet de vreemde goden bestaan in het land waarin ze gingen wonen, en dat zouden ze weten ook. Wij maakten supermarkten waar je vrij in en uit kon lopen, en dus zonder betalen van alles mee kon nemen. Winkeldiefstal was dus een van de eerste grootstedelijke problemen waar we tegen aanliepen. We maakten onze auto’s zo snel dat ze sneller konden rijden dan eigenlijk mocht, en dus gingen er mensen dood aan snelheidsovertreders. Voor bromfietsen worden zelfs opvoersets verkocht, en dus gaan er kinderen dood aan bromfietsongelukken en moeten jongeren helmen op.

Op de TV wordt geweld gemengd met seks en opzwepende muziek, en dus staan er groepen jongens terecht voor groepsverkrachting. We schijnen ongebondenheid te vaak te verwarren met vrijheid. Als iedereen nu maar alles mag dan wordt iedereen gelukkig. Het heeft heel lang geduurd voordat Paulus opschreef dat alles weliswaar geoorloofd is maar niet alles goed is voor een mens. De maat van de liefde voor mensen, en zeker de liefde voor zwakke mensen is nog steeds niet onze richtlijn. Toen er een onbegrensd aantal gokautomaten in cafés mochten staan nam het aantal gokverslaafden toe. Nu dat aantal automaten en de werking daarvan is begrensd blijft het aantal stabiel.

Nu praten we over het legaliseren van het aantal casino’s op internet. De illegale goksites bloeien welig en daar mag wel wat belasting tegenover staan. We zien het aantal schulden toenemen en meer en meer gezinnen komen in financiële problemen, maar het verstrekken van leningen en hypotheken is aan geen enkele grens of regel gebonden, waardoor het aantal problemen alleen maar zal toenemen. Je hoeft geen engel, boodschapper staat er in het Hebreeuws, te zijn om te zien dat dat niet zo door kan gaan. Maar wellicht zijn onze voedselbanken de altaren van deze tijd waarop de welvaartsmaatschappij offers brengt aan de God van liefde, zoals het volk Israel ook ging offeren toen ze was gewaarschuwd.

Maar ze verdreven hen niet

vrijdag, 27 juli, 2018

Rechters 1:22-36

22  Ook de nakomelingen van Jozef rukten op, naar Betel, en de HEER stond hen bij. 23  Ze stuurden verkenners naar Betel, dat vroeger Luz heette. 24  Toen de verkenners een man uit de stad zagen komen, zeiden ze tegen hem: ‘Als u ons wijst hoe we in de stad kunnen komen, zullen wij u goed behandelen.’ 25  De man wees hun hoe ze de stad konden binnenkomen. Ze doodden alle inwoners, maar lieten de man met heel zijn familie in leven. 26  Hij trok naar het land van de Hethieten. Daar bouwde hij een stad die hij Luz noemde, en die zo heet tot op de dag van vandaag. 27  De stam Manasse heeft zich niet meester gemaakt van Bet-San en Taänach en de omliggende dorpen. Ze verdreven ook de inwoners van Dor, Jibleam en Megiddo en de omliggende dorpen niet; in dit gebied handhaafden de Kanaänieten zich. 28  Toen de Israëlieten sterker werden, legden ze de Kanaänieten herendienst op, maar ze verdreven hen niet. 29  De stam Efraïm heeft de inwoners van Gezer niet verdreven; de Kanaänieten daar bleven in hun midden wonen. 30  De stam Zebulon heeft de inwoners van Kitron en Nahalol niet verdreven; de Kanaänieten bleven in hun midden wonen en werden gedwongen tot herendienst. 31  De stam Aser heeft de inwoners van Akko en Sidon niet verdreven en Achlab, Achzib, Chelba, Afek en Rechob niet veroverd; 32  de Aserieten vestigden zich te midden van de Kanaänieten die er woonden en verdreven hen niet. 33  De stam Naftali heeft de inwoners van Bet-Semes en Bet-Anat niet verdreven; ze vestigden zich te midden van de Kanaänieten die er woonden en dwongen hen tot herendienst. 34  De stam Dan werd door de Amorieten teruggedrongen tot in het bergland en kreeg geen kans naar de laagvlakte af te dalen. 35  De Amorieten handhaafden zich in Har-Cheres, Ajjalon en Saälbim, maar toen de nakomelingen van Jozef sterker werden, dwongen zij hen tot herendienst. 36  Het gebied van de Amorieten reikte tot aan de Schorpioenenpas, tot aan Sela en verder. (NBV)

De deling van het land Palestina zal nog wel even in het nieuws blijven. En dan is het goed eens terug te lezen hoe het ook al weer ging, dat delen van het land. Nu is de Bijbel geen geschiedenisboek, net zomin als het een natuurkundeboek, of een biologieboek, of een aardrijkskundeboek is. De verhalen die in de Bijbel staan gaan over de toepassing van de richtlijnen voor de menselijke samenleving die het volk Israël in de woestijn had ontvangen. Het hart van de richtlijnen is: “Je moet God liefhebben boven alles en het tweede daaraan gelijk is je naaste liefhebben als jezelf”. Is dat dan terug te vinden bij de manier waarop dat volk uit de woestijn bezit nam van het beloofde land?  Lees zelf maar. In de eerste plaats is er dus geen sprake van een koning of generaal, zelfs nog niet van een Rechter of Richter.

Er zijn bestaande volken en de stammen van Israel die hun plek willen innemen. Soms verzetten mensen zich, die willen de rijkdom niet delen, en die worden bevochten. Zo is er een man uit de plaats die men “huis van brood” noemt, Beth-El in de Statenvertaling, Betel in de nieuwe vertaling. Die man hielp de nakomelingen van Jozef, zijn dorpsgenoten deden dat niet, die dorpsgenoten werden dus verslagen en de man en zijn familie werd gespaard. Hij vluchtte wel naar het buitenland staat er dan. Maar van veel stammen en volken staat er dat ze gingen samenwonen. Soms moesten mensen nog wel tot hulp worden gedwongen maar veel vechten hoefde eigenlijk niet.

Samenwonen van verschillende volken kan dus wel. Het zal niet gemakkelijk gaan, er ontstaan voortdurend spanningen, maar als je werkelijk samen wil delen dan moet het gaan zegt dit verhaal ons. Dat geldt dus ook in onze eigen grote steden, al is het natuurlijk niet zo slim dat we de eigenaren van kleine oude, en dus goedkope woningen, hun gang laten gaan zodat ze de armen, en meestal allochtonen, naar believen kunnen uitbuiten. Daar komt meestal niet zo’n fijne samenleving van. In Rotterdam zijn ze daar eindelijk achter. Maar ook daar vergeten ze dat aan een nieuwe samenleving richting en inhoud zal moeten worden gegeven. Maar ja dan zullen we nog een stuk verder moeten doorlezen. Voorlopig moeten ze niet alleen in Rotterdam de ergste schurken onder huiseigenaren, makelaars en notarissen maar aanpakken.

Het hele gebied van Gaza

donderdag, 26 juli, 2018

Rechters 1:1-21

1 Na de dood van Jozua raadpleegden de Israëlieten de HEER: ‘Wie van ons moet als eerste de strijd aanbinden met de Kanaänieten?’2  De HEER antwoordde: ‘Juda moet als eerste oprukken; hun geef ik het land in handen.’3  Toen zeiden de Judeeërs tegen de stam Simeon, hun broeders: ‘Trek met ons op naar het grondgebied dat ons door het lot is toegewezen en bind samen met ons de strijd aan tegen de Kanaänieten. Daarna zullen wij op onze beurt met u meegaan naar het grondgebied dat u door het lot is toegewezen.’ Hierop ging Simeon met hen mee. 4  Juda rukte op, en de HEER leverde de Kanaänieten en Perizzieten aan hen uit; bij Bezek versloegen ze er tienduizend.5  Ze kwamen daar tegenover Adonibezek te staan, bonden de strijd met hem aan en versloegen de Kanaänieten en Perizzieten. 6  Adonibezek sloeg op de vlucht, maar na een achtervolging kregen ze hem te pakken en hakten hem zijn duimen en zijn grote tenen af. 7  Adonibezek verklaarde: ‘Ik heb aan mijn hof wel zeventig koningen van wie ik de duimen en grote tenen heb afgehakt en die zich in leven houden met de kruimels onder mijn tafel. God vergeldt mij nu wat ik hun heb aangedaan!’ Hij werd naar Jeruzalem gebracht, en daar is hij gestorven. 8  De Judeeërs deden een aanval op Jeruzalem en veroverden de stad. Ze doodden alle inwoners en lieten de stad in vlammen opgaan. 9 Toen trokken ze verder om de strijd aan te binden tegen de Kanaänieten die in het bergland woonden, in de Negev en in het heuvelland. 10  Eerst vielen ze de Kanaänieten in Hebron aan, dat toen nog Kirjat-Arba heette. Daar versloegen ze Sesai, Achiman en Talmai.11  Vervolgens trokken ze op tegen Debir, dat toen nog Kirjat-Sefer heette.12  Kaleb beloofde: ‘Wie Kirjat-Sefer verovert zal ik mijn dochter Achsa tot vrouw geven.’
13  Otniël, een zoon van Kalebs jongere broer Kenaz, veroverde de stad en kreeg Achsa tot vrouw. 14  Bij haar aankomst spoorde Achsa hem aan om aan haar vader een stuk vruchtbaar land te vragen. Toen ze van haar ezel was afgestegen, vroeg Kaleb haar wat ze verlangde.15  ‘Geef me toch een geschenk waar ik wat aan heb, ‘antwoordde ze. ‘U hebt me dit dorre stuk land gegeven, geef me dan ook bronnen.’ Hierop gaf Kaleb haar zowel de hoog- als de laaggelegen bronnen. 16  Vanuit de Palmstad waren met de Judeeërs ook de Kenieten, stamgenoten van de schoonvader van Mozes, naar de woestijn van Juda opgetrokken. Zij vestigden zich te midden van de bewoners van het gebied rond Arad.17  Samen met de stam Simeon versloegen de Judeeërs vervolgens de Kanaänieten in Sefat en vernietigden de stad. Sindsdien heet die stad Chorma. 18  Ook veroverden de Judeeërs het hele gebied van Gaza, het hele gebied van Askelon en het hele gebied van Ekron.19  Met de hulp van de HEER maakte Juda zich meester van het bergland, maar het lukte niet om de bewoners van de laagvlakte te verdrijven, want die beschikten over ijzeren strijdwagens.
20  Hebron werd, overeenkomstig de woorden van Mozes, toegewezen aan Kaleb, die de drie zonen van Enak uit de stad verdreef.
21 Maar de Jebusieten in Jeruzalem werden door de stam Benjamin niet verdreven; zij wonen er tot op de dag van vandaag samen met de Benjaminieten. (NBV)

We beginnen vandaag te lezen in het  boek Rechters. We beginnen bij het begin. Onder leiding van Jozua is het volk Israël het land binnengetrokken en heeft men het land veroverd en nog net onder leiding van Jozua verdeeld onder de stammen en de families van Israël. Het dagelijks leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootscchap, dat we van dag tot dag volgen in de nieuwe Bijbelvertaling is al lang geleden vastgesteld. Toch valt op dat de actualiteit steeds terug te vinden is in het te lezen bijbelgedeelte. Gaat het nieuws over de Gazastrook, vandaag lezen we over de verovering van Gaza, en het land Israel. In het Bijbelboek dat in de nieuwe vertaling Rechters heet, vroeger heette dat voor Protestanten, Richteren. Dominee Ousoren, die de Naardense Bijbelvertaling heeft verzorgd, noemt het boek nog steeds Richteren. En de Naardense Bijbel is wel een heel letterlijke vertaling van de oorspronkelijke Hebreeuwse en Griekse teksten.

Rechters geeft het misschien toch wel goed weer. De richtlijnen voor de menselijke samenleving moesten worden toegepast in het land overvloeiende van melk en honing en iemand moet bij geschillen over de uitleg van de spelregels dan recht spreken. In de Engelse vertalingen heet dit boek dan ook Judges en dat betekent Rechters. Maar Richter geeft het ook goed aan, naast het gericht dat wordt geveld, een oude manier van zeggen dat er een vonnis is, zit er ook het woord richting geven in. Welke richting gaat het volk in. In dit eerste stuk gaat het over het delen van het land. De oorspronkelijke bewoners willen het niet delen, er is genoeg rijkdom, ook voor dat volk uit de woestijn kwam, maar delen is er niet bij.

Alleen de Jebusieten zijn bereid hun stad Jeruzalem te delen en dat wordt dan ook door de stam van de Benjaminieten aanvaard. Delen van het land speelt er vandaag ook nog een rol. Al in 1948 hebben de Verenigde Naties besloten het land Palestina te verdelen tussen de Joden en de Palestijnen, Nederland gaf bij de stemming nog de doorslag. De Palestijnen wilden dat niet, het was immers hun land en die Joden kwamen er alleen maar omdat ze in Europa bijna allemaal vermoord waren. Inmiddels leggen beide partijen zich mopperend neer bij de deling van het gebied. Na al die jaren ook voor ons tijd om die stem van toen werkelijkheid te doen geven, en te zorgen dat ook de Palestijnen nu een eerlijke kans op een onafhankelijk land krijgen. Met werk, een bestuur en een rechtvaardige plaats onder de volken. Israël kan immers alleen in vrede leven als het bereid is vrede te sluiten met de Palestijnen. Anders gaat het net als in dit Bijbelhoofdstuk en blijft het oorlog.

 

Nu dragen wij hun schuld

woensdag, 25 juli, 2018

Klaagliederen 5:1-22

1 Gedenk, HEER, wat ons is overkomen, merk toch op, zie onze smaad: 2  Ons eigen land is de vreemdeling toegevallen, ons bezit de buitenlander. 3  Wij zijn wezen zonder vader, onze moeders zijn weduwe geworden. 4  We moeten betalen om ons eigen water te drinken, en ons hout moeten we kopen. 5  We worden op de nek gezeten, we worden afgebeuld, ons wordt geen rust gegund. 6  We zochten steun bij Egypte, vroegen Assyrië om voedsel. 7  Onze voorouders hebben gezondigd; zij zijn er niet meer, nu dragen wij hun schuld. 8  Slaven heersen over ons, en niemand die ons uit hun greep verlost. 9  Bedreigd vanuit de woestijn halen we de oogst binnen, met gevaar voor eigen leven. 10  Onze huid gloeit als een oven, door de koorts van de honger. 11  Vrouwen hebben ze verkracht in Sion, meisjes in de steden van Juda. 12  Vorsten hebben ze opgehangen, de oudsten worden geminacht. 13  Jongemannen moeten molenstenen torsen, jongens wankelen onder een last van hout. 14  De oudsten zijn verdwenen uit de poort, de jeugd staakt het snarenspel.  15  De vreugde is verdwenen uit ons hart, onze reidans is veranderd in rouw. 16  De kroon is van ons hoofd gevallen. Wee ons, wij hebben gezondigd! 17 Dit is wat ons hart zo ziek maakt, en onze ogen troebel: 18  dat de Sion nu een woestenij is, dat vossen er ronddolen. 19  Maar u, HEER, zetelt voor eeuwig, uw troon staat vast van geslacht op geslacht. 20  Waarom zou u ons voorgoed vergeten, ons voor altijd verlaten? 21  Breng ons terug bij u, HEER, laat ons terugkeren, laat het ons gaan als voorheen. 22  Werkelijk, u hebt ons geheel en al verworpen, uw toorn tegen ons is onbegrensd. (NBV)

Vandaag lezen we het vijfde klaaglied uit het boek dat de Klaagliederen van Jeremia wordt genoemd. Van a tot z wordt de ellende van Israël bezongen. In de vier klaagliederen die hiervoor staan wordt dat nog netjes op alfabet gedaan maar hier is het een chaos geworden van de 22 letters uit het Hebreeuwse alfabet, daarom heeft dit lied 22 regels, voor elke letter één, maar ze staan door elkaar heen, leed is chaos geworden. In dit lied geen mooie coupletten zoals in de vorige, bij al het leed dat wordt genoemd lijkt de zanger en dichter langzaam te verstommen, ten onder te gaan in het leed dat zich voor zijn ogen voltrekt. Het lied is gericht als noodkreet tot de God van Israël. En het begint met het uitspreken van hoop. Die lees je in de Nieuwe Bijbelvertaling van vers 2 niet meer, in oudere vertalingen zou je dat nog op het spoor kunnen komen.

Hier wordt vertaald met “ons eigen land” in oudere vertalingen met “ons erfdeel” en het land dat een eeuwig erfdeel zou zijn en dat onder Jozua was verdeeld hoort elke 50 jaar terug te gegeven te worden. Ook nu het aan de vreemdeling is toegevallen, het bezit toegevallen aan de buitenlander. In het Jubeljaar kon elke familie weer opnieuw beginnen. Dat is de belofte waaraan de dichter hier subtiel herinnert. Al de ellende die hij schildert neemt het uitzicht op de bevrijding van de ellende niet weg. Maar er is geen Koning die het jubeljaar zou kunnen uitroepen. Er is niemand meer die recht zou kunnen zoeken voor het volk, ze zijn als onmondige kinderen die geen voorspraak, geen advocaat, geen vader, meer hebben die voor ze op zou kunnen komen. Alle rechten die aan de armen waren toegekend, gratis water, gratis hout sprokkelen, zijn aan de armen ontzegd. Slavenarbeid krijgen ze, in het Hebreeuws in dezelfde woorden als de slaven ooit in Egypte. De wereldmachten waar ze steun bij dachten te zoeken waren in onderdrukkers veranderd. De profeten als Jeremia en Jesaja hadden daar al tegen gewaarschuwd maar die waarschuwingen waren in de wind geslagen. Het gevolg is dat ze nu overheerst worden door zetbaasjes van koningen die ver weg zijn, ambtenaren die het volk uitpersen ten eigen voordeel.

Gevolg is dat de oogst bedreigd wordt door roversbenden, dat vrouwen worden verkracht, de vorsten opgehangen zijn en jonge jongens al aan slavenarbeid worden gezet. Met het recht dat is verdwenen zijn ook muziek en vreugde verdwenen. De plek waar ooit het recht van de armen werd gevierd, de Tempelberg Sion, is nu een woestenij geworden. Dat was de voetenbank geweest van de God van Israël. En in uiterste wanhoop doet de dichter een beroep op de God die nooit laat varen het werk dat zijn hand begon. Denk dus niet dat het geloof in die God, het geloof in zijn bevrijding je vrijwaart van ellende. Als je niet zorgt voor het recht van de armen, de hongerigen voedt, de naakten kleed, vrede sticht, de vreemdelingen onderdak biedt, dan zal je uiteindelijk die ellende overkomen. Alleen werken aan een wereld waar de armen recht wordt gedaan brengt uiteindelijk voor die wereld de orde in de chaos die nodig is. Wij mogen daar vandaag weer aan werken, als we uit de Klaagliederen maar leren waar die ellende gelegen is.

 

Maar mijn volk is wreed geworden

dinsdag, 24 juli, 2018

Klaagliederen 4:1-22

1 Ach, hoe heeft het goud zijn glans verloren, het zuivere goud zijn kleur; het heilig gesteente ligt op elke straathoek uitgestrooid. 2  Het edele volk van Sion, kostbaarder dan het fijnste goud-ach, niet meer waard dan een aarden kruik, dan pottenbakkerswerk. 3  Zelfs een jakhals biedt haar jongen haar tepels om ze te zogen, maar mijn volk is wreed geworden, als een struisvogel in de woestijn. 4  Dorst doet de tong van zuigelingen aan hun gehemelte kleven, kinderen bedelen om brood, maar niemand reikt het hun aan. 5  Wie altijd lekkernijen aten, gaan nu als schimmen over straat, wie gekoesterd werden in scharlaken, speuren de mestvaalt af. 6  De wandaden van mijn volk zijn groter dan de zonden van Sodom, dat in een oogwenk werd weggevaagd, zonder dat een hand het beroerde. 7  Ooit waren Sions vorsten smettelozer dan sneeuw, glanzender dan melk, roder dan koraal was hun lichaam, als saffier hun verschijning; 8  maar nu zijn ze donkerder dan roet, ze worden op straat niet herkend: ze zijn vel over been, hun huid is droog en dor als hout. 9  Beter te vallen door het zwaard dan te sterven door de honger: verstoken van alles wat het land voortbrengt, kwijnt men weg en bezwijkt. 10  Zachtaardige vrouwen koken hun eigen kinderen, die hun tot voedsel dienen, in deze tijd van rampspoed voor mijn volk. 11  De HEER heeft zijn woede uitgevierd, zijn brandende toorn uitgegoten, hij heeft in Sion een vuur ontstoken dat haar fundamenten verteert. 12  Dat ooit een vijand of tegenstander de poorten van Jeruzalem zou binnengaan-de koningen der aarde noch haar bewoners konden het geloven. 13 Het is om de zonden van haar profeten, om de wandaden van haar priesters: zij hebben in haar midden het bloed van de rechtvaardigen vergoten. 14  Verblind wankelden zij door de straten, en besmeurd met bloed; niemand was er die het waagde hun kleren aan te raken. 15  ‘Ga weg! Onrein!’ riep men hun toe. ‘Weg! Ga weg, raak niets aan!’ Ze zijn vertrokken en doolden rond, want overal zei men: ‘Hier kunnen ze niet blijven.’ 16  De HEER zelf heeft hen verstrooid, hij ziet niet langer naar hen om. Voor de priesters bestaat geen eerbied meer, voor de oudsten geen ontzag. 17  We zien aldoor smachtend uit naar hulp-tevergeefs. We staan op de uitkijk, maar het volk waarnaar wij uitzien brengt geen redding. 18  De vijand volgt ons bij iedere stap, we kunnen ons niet meer buiten vertonen. Ons einde is nabij, onze dagen zijn geteld, ja, ons einde is gekomen. 19  Sneller dan adelaars in de lucht zijn onze vervolgers,  ze jagen op ons in de bergen, beloeren ons in de woestijn. 20  De gezalfde van de HEER, de adem van ons leven, is in hun kuil gevangen, hij in wiens schaduw wij hoopten te leven, te midden van de volken. 21 Wees maar vrolijk en blij, Edom, jij die woont in het land Us-toch wordt ook jou de beker aangereikt, je zult dronken worden en naakt staan. 22  Sion, je hebt voor je wandaden geboet, de HEER zal je niet meer verbannen; maar jouw wandaden, Edom, zal hij bestraffen, jouw zonden worden blootgelegd. (NBV)

Vreselijk is het lot dat Jeruzalem getroffen heeft. Het volk dat rond de berg Sion woont, de berg waar de leer van Mozes, dat van heb uw naaste lief als uzelf, in de Tempel werd bewaard, dat volk hongert en kan haar eigen kinderen niet meer te eten geven. Nog erger is het suggereert de tekst, zachtaardige vrouwen zouden hun eigen kinderen koken om in leven te blijven. We weten niet of het een dichterlijke overdrijving is of een weergave van de feiten maar het tekent in elk geval de zeer diepe ellende waarin het volk terecht is gekomen. En dat allemaal door de wandaden van Koningen en Priesters. Van de regeerders in het land die zeiden dat je gemakkelijk militaire bondgenootschappen zou kunnen sluiten met landen die de dood aanbaden en je voorouders in slavernij hadden gehouden, van Priesters die je aanmoedigden niet de God van Israël te volgen maar de goden van vruchtbaarheid die in de mode waren te volgen. In onze dagen de goden van winst en profijt, de goden van de zevendaagse vierentwintiguurseconomie.

Ook het vierde hoofdstuk van het boek met de vijf Klaagliederen gaat bijna van A tot Z over de ellende die de stad heeft getroffen. Ook dit hoofdstuk is opgebouwd als een lied waarvan elke couplet begint met één van de 22 letters van het Hebreeuwse Alfabet. Maar het zoomt als het ware in op het lot dat de aanstichters van de rampspoed heeft getroffen. De mannen in de strakke pakken en de vrouwen in de modieuze mantelpakjes, in de tijd van de Klaagliederen waren de hooggeplaatsten te herkennen aan hun blanke ongeschonden handen die nooit enige handarbeid hadden hoeven te doen. Nu waren ze besmeurd met stof en as, de tekenen van rouw waren hen als van buiten opgelegd. Ze zwierven door de straten omdat niemand ze meer wilden kennen en onderdak wilde geven. Hetzelfde lot had de priesters getroffen met hun sneeuwwitte kleding en lijfbanden roder dan koralen, kleding die was afgezet met franje blinkend als lazuursteen. Niets van de ontzagwekkende pracht was er nog over, integendeel ,walging riep de uitmonstering van deze profiteurs op.

Maar het lied eindigt niet in mineur. Het blijft niet zwart en zonder uitzicht. Erger dan dit kan het toch niet worden en zal het ook niet worden. Voor hen die blijven bij het geloof in de God van Israël is er een zekerheid. De God van Israel zal niet laten varen het werk dat zijn hand ooit is begonnen. De woede over de godverlatenheid waarheen koningen en priesters het volk hadden gevoerd was nu wel uitgewoed. De rest van het volk dat in Jeruzalem achtergebleven was hoeft geen deportatie en ballingschap meer te vrezen. Nu zijn het de vijanden van het volk die God moeten vrezen. In plaats van het broedervolk te hulp te komen was Edom, het volk van de nazaten van Esau, gekomen om het land te plunderen en het volk verder te vernederen. Ze hadden zich vrolijk gemaakt over het onheil dat Juda had getroffen. Ze hadden zich verheven getoond boven het volk dat afstamde van Jacob de broeder van hun stamvader. Wij zijn daar niet ver van af. Wij doen ook vaak of we beter zijn dan onze broeders en zusters, dan de gelovigen van de Islam die net als wij hun religieuze wortels hebben in het geloof van het volk van Israël. Wij kunnen nog luisteren naar de Bijbel en huiveren bij het onheil dat daar geschilderd wordt. Wij kunnen nog vrede stichten en vreemdelingen in ons midden opnemen, elke dag opnieuw ook vandaag weer.

 

Waterbeken stromen uit mijn ogen

maandag, 23 juli, 2018

Klaagliederen 3:40-66

40  Laten we ons leven onderzoeken en doorvorsen, laten we terugkeren naar de HEER, 41 laten we met onze handen ook ons hart opheffen tot God in de hemel. 42  Wij hebben gezondigd, wij zijn opstandig geweest, en u hebt ons niet vergeven. 43  U hult u in toorn, u achtervolgt en doodt ons zonder mededogen. 44  U hult u in een wolk, geen gebed dringt tot u door. 45  U maakt ons tot schuim en uitschot te midden van de volken. 46  Al onze vijanden sperren hun mond naar ons open. 47  Angst en afgrijzen, dood en verderf, ze houden ons in hun greep. 48  Waterbeken stromen uit mijn ogen, om de rampspoed van mijn volk. 49  Mijn ogen vloeien van tranen, zonder rust, zonder ophouden, 50  totdat de HEER vanuit de hemel neerkijkt en mij ziet. 51  Wat ik zie, raakt mij in het hart: het lot van de vrouwen van mijn stad. 52  Mijn vijanden jaagden fel op mij, als op een vogel, al hadden ze geen reden. 53  Ze hebben mijn leven gesmoord in de put, mij afgedekt met een steen. 54  Het water sloot zich boven mijn hoofd, ik dacht: Ik ben verloren. 55 Uit de diepte van de put roep ik uw naam, HEER. 56  U hoort mijn stem. Sluit uw oor niet voor mijn zuchten en mijn hulpgeroep. 57  Altijd als ik roep, bent u nabij; u zegt mij: ‘Wees niet bang.’ 58  U, Heer, neemt het voor mij op, u redt mijn leven. 59  U, HEER, ziet hoe mij onrecht wordt aangedaan; verschaf mij toch recht. 60  U doorziet hun wraakzucht, hun samenzwering tegen mij. 61  U hoort hoe zij mij honen, HEER, en hoe ze samenzweren: 62  hun vijandige taal en hun gekonkel over mij, de hele dag door. 63  Zie hen in al hun doen en laten: ik word bezongen in hun spotlied. 64  HEER, u zult hen laten boeten voor al wat ze misdeden, 65  u zult hun geest verblinden-laat uw vloek hen treffen! 66  Laat uw toorn hen achtervolgen, vaag hen weg van onder uw hemel. (NBV)

Wat een prachtig beeld is dat. Je geliefde, je held, is heengegaan en er is geen troost. De zaterdag na Goede Vrijdag heet niet voor niets Stille Zaterdag. Dat uitbundig tonen van verdriet is in onze cultuur niet erg gewoon. Maar we voelen dat verdriet wel. Dat gunnen we elkaar niet. Kijk daarom uit voor artsen als je pas een geliefde bent kwijt geraakt. Die willen je nog wel eens kalmerende middelen geven om het verdriet wat te dempen en dragelijk te maken. Achteraf zit je dan met de vraag waarom je je het intense verdriet niet herinnert dat toch moet passen bij het verlies dat je voor je gevoel geleden hebt. Verwarring is het gevolg en problemen met jezelf. Verdriet beleven mag. Wees blij dat je verdriet voelt als een geliefde is overleden. Niet zoals sommige politici die het niet kan schelen als mensen die onder hun verantwoordelijkheid stonden omgekomen zijn, als kinderen zijn verdwenen uit hun zorg zonder dat er aandacht aan is geschonken. Wees blij dat je voor je eigen geliefden nog intens verdriet kan voelen.

Het verdriet uit dit Klaaglied loopt uit op het vertrouwen dat het weer goed zal komen. Dat de zon weer zal gaan schijnen. Dat de liefde uiteindelijk alles weer goed zal maken. En het blijft natuurlijk niet bij de dood. Die verdriet heeft mag doorleven, en door het verdriet uit liefde leeft ook de liefde zelf door. Het leven lijkt zich te verdiepen door de dood. Ook al wordt de dood als onrechtvaardig ervaren ze lijkt het leven te verdiepen, alles krijgt er een bijzondere betekenis en een grotere waarde door. Het verhaal van Jezus van Nazareth gaat naar de opstanding toe. Zijn verhaal blijft zeker niet staan bij de dood. Dat lijkt misschien zo in de film van Mel Brooks waar het lijden van die eerste Goede Vrijdag zo wordt uitvergroot dat het lijkt of de angst voor de dood ons nog steeds gevangen houdt. Maar vanaf Pasen mogen we het weer over het leven hebben.

Voor wie aan het begin van een rouwperiode staat lijkt het eerste jaar het ergste. De eerste keer de feestdagen door zonder de geliefde. Voor veel mensen valt het achteraf wel mee, zeker als de omgeving er rekening mee houdt. Niet de rouwende alleen laten zitten op de eerste verjaardag, de eerste kerst, de eerste jaarwisseling, het Paasweekeinde. Voor veel mensen valt achteraf het tweede jaar daarom zeer zwaar. Dan moet je echt je leven alleen leren vormgeven en dat is soms niet gemakkelijk, zeker als het heel veel jaren heeft geduurd voordat je samen een leven vorm had weten te geven en als gedurende heel veel jaren vaste gewoonten waren ingesleten. De wekelijkse rustdag gebruiken om weer terug te gaan naar de richtlijnen voor de menselijke samenleving, naar je naaste liefhebben als jezelf, is eigenlijk zo gek nog niet. Dan leer je misschien weer zien wie in je omgeving nog rouwt, daar niet los van komt omdat iedereen roept van: kop op. Die behoefte heeft aan een schouder om uit te huilen, aan een mens die het goed vindt dat je huilt om het verdriet dat je hebt. Misschien ben jij het die de waterbeken durft laten stromen, vergeet niet, in de woestijn zijn die waterbeken nodig om de woestijn tot bloei te brengen. Dat kan ook zo zijn als verdriet je leven tot woestijn heeft gemaakt.

 

Dat men gevangenen vertrapt

zondag, 22 juli, 2018

Klaagliederen 3:1-39

1 Ik ben de mens die te lijden heeft onder de stok van zijn toorn. 2  Hij leidt mij en voert mij-in een lichtloos duister. 3  Tegen mij heft hij zijn hand op, steeds opnieuw, dag na dag. 4  Mijn vlees en mijn huid doet hij wegteren, en al mijn botten breekt hij. 5  Hij sluit mij in en omringt me met gif en tegenspoed. 6  Hij laat mij in duisternis wonen, als de doden van eeuwen her. 7  Hij trekt een muur rond mij op, ik kan er niet uit; zwaar zijn mijn bronzen ketenen. 8  Al schreeuw ik en roep ik om hulp, hij wil mijn gebed niet horen. 9  Hij verspert mij de weg met rotsblokken, mijn paden maakt hij krom. 10  Als een beer loert hij op mij, als een leeuw in het verborgene. 11  Hij dringt me opzij, hij verscheurt me en verwoest mijn leven. 12  Hij spant zijn boog en kiest mij als doelwit voor zijn pijlen. 13  Hij treft mij in het hart met de pijlen uit zijn koker. 14  Dag na dag moet ik het ontgelden in het spotlied van mijn volk. 15  Hij verzadigt mij met bittere kruiden, hij geeft me alsem te drinken in overvloed, 16  hij laat me mijn tanden stukbijten op stenen, hij drukt mij neer in het stof. 17  Mijn leven is verstoken van vrede, geluk is mij vreemd geworden. 18  Steeds denk ik: Verdwenen is mijn glans, vervlogen mijn hoop op de HEER. 19  Gedenk mijn nood en mijn zwervend bestaan, de alsem en het gif. 20  Telkens als ik mijn lot overdenk, ben ik diep terneergeslagen. 21 Toch geef ik de hoop niet op, want hieraan houd ik vast: 22  Genadig is de HEER: wij zijn nog in leven! Zijn ontferming kent geen grenzen. 23  Elke morgen schenkt hij nieuwe weldaden. Veelvuldig blijkt uw trouw! 24  Ik besef: mijn enig bezit is de HEER, al mijn hoop is op hem gevestigd.  25  Goed is de HEER voor wie hem zoekt en alles van hem verwacht. 26  Goed is het geduldig te hopen op de HEER die redding brengt. 27  Goed is het als een mens zijn juk draagt in zijn jeugd. 28  Laat hij neerzitten, eenzaam en geduldig, als het hem wordt opgelegd. 29  Laat hij zich neerwerpen en stof likken, misschien is er hoop. 30  Laat hij zijn wang bieden aan wie hem slaat, laat hij verzadigd raken van hoon. 31  Want de Heer verwerpt niet voor eeuwig. 32  Als hij leed berokkent, ontfermt hij zich ook, zo groot is zijn genade;  33  slechts met tegenzin brengt hij leed en rampspoed over de mensen. 34  Dat men overal op aarde gevangenen vertrapt, 35  dat men iemands rechten schendt onder de ogen van de Allerhoogste, 36  dat men een mens een eerlijk vonnis onthoudt-zou de Heer het niet zien?  37 Wie is het die spreekt, en het is er? Zou de Heer het niet zijn die gebiedt? 38  Komt uit de mond van de Allerhoogste niet goed zowel als kwaad? 39  Wat klaagt een mens zolang hij nog leeft? Laat hij klagen over zijn zonden! (NBV)

Dat moet toch wel een schande gevonden worden. Het vertrappen van gevangenen, In het Bijbelgedeelte van vandaag staat zelfs dat men overal op aarde de gevangenen vertrapt. En wie hier regelmatig komt lezen verwacht dan nu een paar regels over Amnesty International. Die organisatie verdient natuurlijk alle steun van ieder die mee wil doen in het verhaal van Jezus van Nazareth. Het is te hopen dat de komende dagen in veel kerken na afloop van de vele vieringen de voorbeeldbrieven aan regeringen en gevangenen van Amnesty klaar liggen. Maar overal op de wereld betekent ook in ons land. Waarom is het nodig dat er handtekeningacties worden georganiseerd om kinderen vrij te laten uit de gevangenis? Kleine kinderen, soms zonder hun ouders, niet ouder dan 12 jaar en vaak jonger nog? Ze hebben geen misdrijf begaan, ook hun ouders niet. Sommigen wachten op hulp, op psychiatrische behandelingen soms, anderen op papieren. Papieren van onze eigen regering of van andere regeringen in de wereld. Die andere regeringen weigeren die papieren vaak af te geven. Niemand die ze mag helpen of die hun ouders daarbij mag helpen. Je kunt helpen door je aan te sluiten bij pardonalert.nl

Advocaten, bezoekers, bewakers zwijgen vaak omdat het noemen van namen, het vertellen van verhalen, de zaken tot prestigekwesties maakt. Dan wordt het nog erger, dan wordt het nog harder. Onze regering heeft immers het opsluiten van kinderen tot een liberaal en christelijk gedrag verklaard. Zo gaan liberale en christelijke politici met hun burgers om. Opsluiten in plaats van oplossen. Mensen die de Messias uit de Bijbel willen volgen kunnen dat onrecht niet verdragen. Met de Klaagliederen zingen ze mee over het grove onrecht in hun eigen land. Maar ze zwijgen niet. Op http://www.geenkindindecel.nl/ zetten ze hun handtekening maar downloaden ze ook de handtekeningenlijsten om van niet internetters handtekeningen te kunnen verzamelen in winkelcentra, in kerken, op verjaardagen, tijdens vakantie  uitstapjes en waar ze maar mensen tegenkomen. Doe gerust mee, U loopt niemand in de weg. U loopt gewoon mee in de stoet mensen die de Messias volgen, met de mensen die de noodkreten hebben gehoord van kinderen, hun ouders en al die gevangenen die zonder misdrijf en zonder rechterlijk vonnis in onze gevangenissen zitten.

Ondanks een brede steun voor initiatiefwetsontwerpen in de Tweede Kamer, ondanks de steeds terugkerende protesten van scholen die kinderen jaren in de schoolbanken hadden, ondanks het verzet van burgemeesters en gemeenteraden, blijft de regering kinderen opsluiten om ze terug te kunnen sturen naar landen waarvan ze de taal nauwelijks spreken en de cultuur niet kennen. Detentiecentra zijn gewoon gevangenissen, maar het klinkt  wat beter. In tegenstelling met het gebod om vreemdelingen op te nemen in je gemeenschap, de regel dat je drie maal per jaar in het licht van de richtlijnen van de God van Israël maaltijd moet houden met de vreemdelingen in je midden, worden vreemdelingen uitgesloten van onze gemeenschap en verdacht gemaakt en vernederd. Elke dag nieuwe scheldkanonnades van spotters met de God van Israël, elke dag beledigingen die ook de gelovigen in de God van Israël diep raken, die de Joden doen denken aan de beledigingen en de scheldpartijen die hun vermoorde voorouders in de Tweede Wereldoorlog moesten ondergaan. De Klaagliederen vragen zich af wanneer het volk eindelijk zal leren. Wij kunnen elke dag opnieuw laten zien geleerd te hebben van de ellende die ooit over ons volk kwam, elke dag is ook vandaag weer.