Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor april, 2018

Een watermassa die de aarde overspoelde.

maandag, 30 april, 2018

Genesis 7:1-24

1 Toen zei de HEER tegen Noach: ‘Ga de ark in, samen met je hele gezin, want ik heb gezien dat jij als enige van deze generatie rechtschapen bent. 2  Van alle reine dieren moet je zeven mannetjes en hun wijfjes meenemen, van de onreine dieren moet je er twee meenemen, een mannetje en zijn wijfje, 3  en van de vogels weer zeven mannetjes en wijfjes, om hun voortbestaan op aarde veilig te stellen. 4  Want over zeven dagen zal ik het veertig dagen en veertig nachten op de aarde laten regenen; dan zal ik alles wat er bestaat van de aardbodem wegvagen, alles wat ik heb gemaakt.’ 5 Noach deed alles zoals de HEER het hem had opgedragen. 6  Noach was zeshonderd jaar toen de zondvloed kwam, een watermassa die de aarde overspoelde. 7  Om aan het water te ontkomen ging Noach de ark in, samen met zijn zonen, zijn vrouw en de vrouwen van zijn zonen. 8  Van de reine en de onreine dieren, van de vogels en van alles wat op de aardbodem rondkruipt, 9  kwamen er telkens twee bij Noach in de ark, een mannetje en een wijfje, in overeenstemming met wat God hem had opgedragen. 10  Toen de zeven dagen voorbij waren, kwam het water van de vloed over de aarde. 11 In het zeshonderdste jaar van Noachs leven, op de zeventiende dag van de tweede maand, braken alle bronnen van de machtige oervloed open en werden de sluizen van de hemel opengezet. 12  Veertig dagen en veertig nachten lang zou het op de aarde stortregenen. 13 Diezelfde dag gingen Noach, zijn zonen Sem, Cham en Jafet, zijn vrouw en de drie vrouwen van zijn zonen de ark in,
14  samen met alle soorten wilde dieren, vee en kruipende dieren, en ook met alle soorten vogels en wat er verder maar vleugels heeft. 15  Van alle wezens waarin levensadem was, kwamen er telkens twee bij Noach in de ark: 16  er kwamen van alle dieren een mannetje en een wijfje, in overeenstemming met wat God hem had opgedragen. Toen sloot de HEER de deur achter hem. 17 De vloed overstroomde de aarde veertig dagen lang. Het water steeg en de ark werd opgetild, zodat hij van de aarde loskwam. 18  Het water op aarde nam steeds maar toe, hoger en hoger steeg het, en de ark dreef op het water. 19  Het water bleef voortdurend toenemen, zelfs de hoogste bergen kwamen onder te staan. 20  Tot vijftien el daarboven reikte het water, de bergen stonden helemaal onder. 21 Alles wat op aarde leefde kwam om, alles wat er rondwemelde: vogels, vee, wilde dieren, en ook alle mensen. 22  Alles wat op het land leefde en ademde vond de dood. 23  Alles wat op aarde bestond werd weggevaagd: de mensen, het vee, de kruipende dieren en de vogels, ze werden van de aarde weggevaagd. Alleen Noach bleef over, met alles wat bij hem in de ark was.
24  Honderdvijftig dagen lang was de aarde helemaal met water bedekt. (NBV)

Als je het verhaal nauwkeurig leest dan lijkt het wel of er twee verhalen door elkaar heen lopen. Een verhaal over de opdracht die Noach krijgt en een ander verhaal over de manier waarop hij de opdracht uitvoert. Eerst de opdracht. Van alle reine dieren moest Noach er zeven mannetjes en zeven vrouwtjes meenemen, van alle onreine dieren twee dieren. Nu zal Noach geen idee gehad hebben wat reine en onreine dieren waren want de richtlijn waarin dat staat kwam pas toen het volk door de woestijn trok. Maar die opdracht heeft wel een troostende boodschap. De reine dieren die mochten de Joden eten, de onreine niet. Voor elke dag was er dus een stel reine dieren om te eten, zeven dagen lang, een hele week. De God van Israël zorgt altijd voor zijn mensen. De held uit het verhaal van Babel moest allerlei spannende avonturen doorstaan om te overleven. Noach hoefde alleen maar naar zijn God te luisteren.

En dan de manier waarop hij zijn opdracht uitvoerd. Van alle levende wezens kwamen er twee in de Ark. God zorgt dus niet alleen voor de mensen maar voor alle levende wezens, ook de levende wezens zijn onze naasten. Als wij op weg willen zijn naar het beeld van God, en het boek Genesis beschrijft hoe mensen langzaamaan op weg waren naar het beeld van God dat God aan het scheppen was, dan moeten we ook zorg hebben voor de levende wezens, voor de dieren zoals God bij de Grote Vloed zorgde voor de dieren. Samen bleven ze in de Ark nadat het voldoende had geregend. Veertig is in de Bijbel nu eenmaal het getal dat aangeeft dat het voldoende is. Die Ark is in onze verbeelding uitgegroeid tot een geweldig groot houten schip. Maar het Hebreeuwse woord dat er voor gebruikt wordt staat er ook als Mozes in een biezen mandje in de Nijl wordt gelaten. Het is een voertuig waarmee God mensen kan beschermen in het water.

De Israëlieten waren bang voor water, ze zagen zichzelf als een woestijnvolk vanouds en hadden niks met de grote zee. Integendeel, in de loop van de eeuwen kun je in de Bijbel lezen dat de zee steeds meer en meer het symbool werd van de dood, een plaats waar monsters leefden die je konden verslinden en waar je ver vandaag moest blijven. Tussen het land Kanaaën en de zee woonden dan ook lang de Filistijnen die vanwege hun verbondenheid met de zee blijvend gewantrouwd werden. Zelfs de vissers in het Nieuwe Testament visten niet in de zee maar in de meren waar de Jordaan doorheen stroomde en die meren waren al eng genoeg. Zo was het zeer voorstelbaar dat een grote watervloed de wereld overspoelde en alles de dood injoeg. Maar daar hoefde het niet bij te blijven. De dood heeft niet het laatste woord, ook vandaag nog niet.

Dit is de geschiedenis van Noach

zondag, 29 april, 2018

Genesis 6:5-22

5  De HEER zag dat alle mensen op aarde slecht waren: alles wat ze uitdachten was steeds even slecht. 6 Hij kreeg er spijt van dat hij mensen had gemaakt en voelde zich diep gekwetst. 7  Ik zal de mensen die ik geschapen heb van de aarde wegvagen, dacht hij, en met de mensen ook het vee, de kruipende dieren en de vogels, want ik heb er spijt van dat ik ze heb gemaakt. 8 Alleen Noach vond bij de HEER genade. 9  Dit is de geschiedenis van Noach en zijn nakomelingen. Noach was een rechtschapen man; hij was in zijn tijd de enige die een voorbeeldig leven leidde, in nauwe verbondenheid met God. 10  Hij had drie zonen: Sem, Cham en Jafet. 11 In Noachs tijd was de aarde in Gods ogen verdorven en vol onrecht. 12  Toen God zag dat de aarde door en door slecht was, dat iedereen een verderfelijk leven leidde, 13 zei hij tegen Noach: ‘Ik heb besloten een einde te maken aan het leven van alle mensen, want door hen is de aarde vol onrecht. Ik ga hen vernietigen, en de aarde erbij. 14  Maak jij nu een ark van pijnboomhout. Maak daar verschillende ruimten in, en bestrijk hem vanbinnen en vanbuiten met pek. 15  Maak hem driehonderd el lang, vijftig el breed en dertig el hoog. 16  Je moet er een lichtopening in aanbrengen en aan de bovenkant één el openlaten; de ingang moet je in de zijkant maken. De ark moet een benedenverdieping krijgen en daarboven nog twee verdiepingen. 17  Ik laat een grote vloed over de aarde komen, een watermassa die haar zal overspoelen, om alles onder de hemel waarin levensadem is te vernietigen; alles op aarde zal omkomen. 18  Maar met jou zal ik een verbond sluiten. Jij moet de ark in gaan, samen met je zonen, je vrouw en de vrouwen van je zonen. 19  En van alle dieren moet je er twee in de ark brengen, om ervoor te zorgen dat die met jou in leven blijven. Een mannetje en een wijfje moeten het zijn. 20  Van alle soorten vogels, van alle soorten vee en van alles wat op de aardbodem rondkruipt, zullen er twee naar je toe komen; die zullen in leven blijven. 21  Leg ook een voorraad aan van alles wat eetbaar is, zodat jullie allemaal te eten hebben.’ 22 Noach deed dit; hij deed alles zoals God het hem had opgedragen. (NBV)

Vandaag beginnen we te lezen in het antwoord dat de Bijbel geeft op een beroemd verhaal uit Babel over een grote vloed die alle mensen vernietigde. In Babel ging het verhaal over een ruzie tussen de goden die besloten elkaars mensen te vernietigen en over één god die het besluit van de gezamenlijke goden dwarsboomde door stiekem een mens te redden. Die mens werd een held. Het Bijbelse verhaal gaat over een God die geen mensen bezit. Die God werd als schepper van de mensen aanbeden maar de mensen wenden zich van die God af, ze waren slecht. De Nieuwe Bijbelvertaling laat je zo hier en daar in de steek als je echt wil begrijpen wat het verhaal wil vertellen. Het Hebreeuws gaat over het hart van de mens waar slechte gedachten ontstaan en het hart van God dat daarover bedroefd werd. Dat is de tegenstelling die tot het besluit leidt dat de mensen vernietigd moeten worden.

Maar de geschiedenis houdt niet op bij dat besluit. De geschiedenis gaat verder. En die gaat verder bij het begin van de geschiedenis van de verwekkingen van Noach, zoals heel het boek Genesis gaat over de verwekkingen en de gevolgen die die verwekkingen hebben, hoe gaat het als mensen beeld van God moeten worden. Noach behoorde tot de rechtvaardigen, hij had drie zonen. En de mensen uit de dagen van Noach hadden dus kunnen weten hoe het wel moest. De aarde was verdorven en vol onrecht, van Noach staat er dat hij een rechtvaardige was, zijn leven was een voorbeeld voor de anderen. Hier dus geen willekeurige God die met andere goden een spelletje speelde maar een God die rechtvaardigheid zoekt en de onrechtvaardigen verdelgd, een thema dat we voortdurend in de Bijbel kunnen tegenkomen, een antwoord aan de Heidenen die aan willekeurig handelende goden zijn overgeleverd.

Maar de aarde is meer dan mensen alleen. Naast die mensen waren er ook dieren geschapen, de mens had die dieren namen gegeven en moesten die dieren nu slachtoffer worden van de slechtheid van de mensen? Noach moest een ark bouwen om zich, zijn familie en de dieren te redden. En dat hebben de mensen in alle eeuwen herkend. Noach kon alleen die ark bouwen als hij blindelings op zijn God kon vertrouwen. Daar kunnen we nog wat van leren. In een tijd waarin regeringen wanhopig zoeken naar maatregelen om de willekeur van hebzucht en winstzucht te beteugelen mag je als antwoord geven dat het delen, het liefhebben van de naasten, dat de God van Israël ons voorhoudt altijd de redding is geweest van de willekeur van de goden van winst en profijt. Die God heeft ook ons uit het slavenhuis van de arbeid geleid. Als we bereid zijn te delen wordt de aarde weer een land dat overvloeit van melk en honing. En daar mogen we elke dag weer aan werken, ook vandaag weer.

Dwaasheid stamp je er niet uit.

zaterdag, 28 april, 2018

Spreuken 27:12-27

12 Wie verstandig is, ziet het gevaar en hoedt zich ervoor, wie onverstandig is, gaat eraan voorbij en wordt gestraft. 13 Stond iemand borg voor een lichtzinnig mens, neem dan gerust zijn mantel, en verpand die maar aan een lichtzinnige vrouw. 14 Wie zijn buurman ‘s ochtends luid begroet, wekt de indruk dat hij hem vervloeken wil. 15  Als een dak dat altijd lekt wanneer het regent, zo is een vrouw die steeds weer ruzie zoekt. 16  Wie haar in toom probeert te houden, is als iemand die de wind wil vangen of olie denkt te grijpen. 17  Zoals men ijzer scherpt met ijzer, zo scherpt een mens zijn medemens. 18 Wie een vijgenboom met zorg omringt, zal zijn vruchten eten, wie zorg heeft voor zijn heer, wordt door hem gerespecteerd. 19 Zoals water het gezicht weerspiegelt, zo weerspiegelt het hart de mens. 20 De afgrond van het dodenrijk raakt nooit verzadigd, en ook de ogen van een mens krijgen nooit genoeg. 21 De smeltkroes toetst het zilver, de oven toetst het goud, de toets voor een mens is zijn faam. 22 Al leg je een dwaas in een vijzel en stamp je hem tussen de graankorrels fijn, zijn dwaasheid stamp je er niet uit. 23 Weet hoe het met je schapen en geiten gaat, zorg goed voor je kudde. 24  Er is niet altijd overvloed, en ook een kroon gaat niet altijd over op het volgende geslacht. 25  Als het eerste gras gemaaid is en het nieuwe opschiet en je in de bergen hebt gehooid, 26  heb je jonge rammen voor je kleding, koop je met je bokken een stuk grond, 27  en voorzien je geiten je van melk in overvloed, voor jou, je huis en je slavinnen. (NBV)

Jezus van Nazareth zou het veel later zo zeggen “Aan de vruchten herkent men de boom”. Er zijn opvoeders en leraren in soorten. De een is streng, de ander soepel, de een geeft voortdurend aanwijzingen en informatie, de ander stimuleert zijn leerlingen op zelf op zoek te gaan naar antwoorden en stelt alleen vragen. Welke de beste is is niet te zeggen. Alleen de leerlingen laten zien wat een goede opvoeder of leraar is. Daarom spoort de Spreukenschrijver zijn zoon aan om wijs te zijn, om dus de Weg van de God van Israël te volgen, want dan blijkt dat ook de Spreukenschrijver een goede leraar en opvoeder is. Daarom is het goed ook bij het onderwijzen en opvoeden altijd die Weg van heb uw naaste lief als uzelf in de gaten te houden. Kinderen vroeg leren op te komen voor de zwakken, te zorgen voor hen die zorg nodig hebben, zich in te zetten voor een ander levert later veel op. Maar een goede opvoeder is niet altijd even serieus, er moet ook ontspannen kunnen worden, er moet zeker gelachen kunnen worden.

Soms moet je mensen niet vertellen wat ze verkeerd doen maar het ze laten zien, of voelen. Een vrouw die steeds weer ruzie zoekt in toom houden heeft geen enkele zin, ze is als een dak dat altijd lekt als het regent en haar in toom willen houden is als het vangen van de wind of het grijpen van olie. Een les voor mannen en een les voor vrouwen, er wordt in de lessen van het boek Spreuken geen onderscheid gemaakt. Je leert sociale vaardigheden alleen in de contacten van mens tot mens. Hoe goed je je best ook doet je weet het nooit altijd beter dan ieder ander, je maakt altijd wel een keer fouten. En net als jij weet ook een ander het niet altijd helemaal goed, maakt ook de ander van tijd tot tijd fouten. Maak je daarom niet gemakkelijk af van de zorg die van je gevraagd wordt, luister zoals de kweker naar de vijgenboom luistert en die verzorgt zoals die boom dat nodig heeft, opdat er veel vruchten komen, zo kun je ook voor een ander zorgen.

We hebben immers maar één Heer, die ons vraagt voor de minsten te zorgen. En alleen wat met je hart wordt gedaan, met liefde wordt gedaan, heeft dus waarde, begeren van aardse zaken leidt tot de dood, maar als je bekend staat als een vriendelijk en zorgzaam mens leeft dat ook na je dood voort. En maak je niet druk om een dwaas, dat is verspilde energie. In de landbouwsamenleving van Israël worden hier de boeren aangesproken. Soms moeten ze het voedsel voor hun vee bijeen sprokkelen en zelfs de bergen op gaan om daar te maaien. Maar als ze dat er voor over hebben dan krijg je er ook wat voor terug. Met andere woorden pas als je jezelf in spant om te zorgen voor hen die je zijn toevertrouwd dan krijg je er ook wat voor terug. Wij laten nog te veel mensen in honger en ellende verder creperen. Bij elke natuurramp is de zorg meer dan ooit nodig, blijft de armoede en de ellende vragen om onze aandacht. Willen wij er een hemel op aarde voor terugkrijgen dan zullen we ons dubbel moeten inspannen en ieder mee kunnen krijgen. Dat kan ook vandaag weer.

Het verwijt van een vriend is oprecht

vrijdag, 27 april, 2018

Spreuken 27:1-11

1 Juich niet over de dag van morgen, je weet niet wat hij brengen zal. 2 Laat een ander je prijzen, doe het niet zelf, laat het over aan een vreemde, zie er zelf van af. 3 Een steen is zwaar, het zand is een last, zwaarder dan beide drukt de ergernis over een dwaas. 4  Woede is wreed, razernij is als een stortvloed, maar wie is tegen jaloezie bestand? 5 Beter dat je openlijk terechtgewezen wordt dan dat je uit liefde wordt gespaard. 6 Het verwijt van een vriend is oprecht, de kus van een vijand al te hartelijk. 7 Wie genoeg te eten heeft, veracht de zoetste honing, voor wie honger heeft, is al het bittere zoet. 8 Een man die wegvlucht van zijn huis is als een vogel die zijn nest ontvlucht.9 De geur van balsem en wierook maakt gelukkig, maar zoeter voor het hart is ware vriendschap. 10  Houd een vriend in ere, ook die van je vader, ga niet naar je broer als je problemen hebt; een vriend in de buurt is beter dan een broer ver weg. 11 Mijn zoon, wees wijs, dan geef je mij vreugde, en heb ik een weerwoord voor wie mij beschimpt. (NBV)

Vandaag een aantal raadgevingen of onderwijzingen uit het boek Spreuken waarvan er een paar ook in het Nieuwe Testament nog populair bleken te zijn. Waarom al die regels? Daar is een goede reden voor. Als je op een nieuwe manier wil gaan leven dan heb je ook nieuwe gedragsregels nodig. Niet langer vreemde goden achterna lopen, niet langer je best doen om zo vruchtbaar mogelijk te zijn, niet langer de eerste de beste willen zijn, niet langer overal haantje de voorste spelen. Dat is in een samenleving waar niet anders wordt gedaan zo vreemd dat het goed is vanuit het goede doen ook de meest voor de hand liggende raadgevingen op een rij te zetten. Elke dag heeft genoeg aan zich zelf daarom moet je niet juichen over de dag van morgen, je weet immers niet wat die dag brengen zal. En als een ander je prijst dan is dat prijzen veel meer waard en je ergeren over een dwaas maakt dat je jezelf belast met een zware last zonder dat het je helpt, het helpt zelfs de dwaas niet.  Je kunt jaloers worden op een dwaas die het leven maar gemakkelijk neemt en zich niets aantrekt van de mensen die in nood zijn.

Woedend worden op zo’n dwaas of zelfs in razernij vervallen heeft dus geen enkele zin. Doe verstandig en zorg dat mensen in je omgeving zo aardig zijn je de waarheid te zeggen zonder dat ze bang hoeven te zijn. Je bent zelf de eerste die je eigen fouten kent, maar soms doe je dingen die een ander ergert zonder dat ze fout zijn. Vaak wil je die dingen best anders doen juist om een ander niet te ergeren, je helpt daarmee een ander. Neem daarom het verwijt van een vriend altijd serieus, een echte vriend zal het verwijt niet maken uit eigenbelang maar in jouw belang of in het belang van de vriendschap. Ook al is het verwijt onterecht de vriendschap maakt het waard het serieus te nemen en er oprechte aandacht aan te schenken. De kus van de vijand kennen we maar al te goed uit het verhaal over Jezus van Nazareth toen hij door zijn leerling Judas werd gekust in de hof van Getsemane. Een vogel en een nest horen bij elkaar, onlosmakelijk. De vrijheid van de vogel wordt pas bepaald door zijn nest.

Een vogel die zijn nest ontvlucht moet wel in grote nood zijn. Zo is het ook met de mens die wegvlucht van zijn huis zegt de Spreukenschrijver. Wij vergeten dat nog wel eens. Gemakzuchtig spotten wij over economische vluchtelingen die hier gemakkelijk baantjes willen wegnemen of zelfs uit zijn op onverdiende uitkeringen. Maar dat armoede lijden is vergeten we dan. We doen er beter aan de oorzaak van vluchten te leren kennen en die oorzaak weg te nemen. En als we vervolging van vluchtelingen niet kunnen stoppen, of armoede kunnen opheffen dan doen we er goed aan een vluchteling te behandelen zoals wij behandeld zouden willen worden. Want dan pas winnen we vrienden en vriendschap is zoeter voor het hart dan de geur van balsem en wierook. Een vriend dichtbij is zelfs belangrijker dan een broer ver weg. Het zal duidelijk zijn dat de Spreukenschrijver ons aanmaant zorgvuldig met anderen om te gaan. Niet altijd even eenvoudig maar wel elke dag weer belangrijk.

Zilverglazuur verbergt een aarden pot

donderdag, 26 april, 2018

Spreuken 26:13-28

13 Een luiaard zegt: ‘Er is een leeuw op de weg, er sluipt een leeuw in de straten.’14 Zoals een deur in zijn scharnieren draait, zo draait een luiaard zich om in zijn bed. 15 Al heeft een luiaard zijn hand in de schaal, hij vindt het te vermoeiend om hem naar zijn mond te brengen. 16  Een luiaard vindt zichzelf veel wijzer dan zeven mensen met een afgewogen oordeel. 17  Wie zich met een woordenstrijd bemoeit die hem niet aangaat, trekt aan de oren van een hond die rustig voorbijloopt. 18  Zoals een dolleman maar in het wilde weg schiet, met brandende pijlen dood en verderf zaait, 19  zo is iemand die zijn vriend bedriegt, en zegt: ‘Het was maar voor de grap.’ 20  Als er geen hout meer is, dooft het vuur, als de lasteraar verdwijnt, eindigt de ruzie. 21  Kolen laten gloeien, hout doet vlammen, een ruziemaker laat een woordenstrijd ontbranden. 22  De woorden van een lasteraar neemt men gulzig in zich op, ze zijn een lekkernij die de buik verzadigt. 23 Zilverglazuur verbergt een aarden pot, warme woorden een kwaadaardig hart. 24  Al verbloemt iemand zijn haat met mooie woorden, hij is een en al bedrog. 25  Al spreekt hij vriendelijk, vertrouw hem niet, zijn hart is door en door vals. 26  Al verhult hij zijn haat met leugens, zijn kwaadaardigheid komt toch aan het licht. 27 Wie een kuil graaft voor een ander, valt er zelf in, wie een steen op iemand afrolt, komt er zelf onder. 28  Wie kwaadspreekt haat zijn slachtoffers, een vleier wil hun ondergang. (NBV)

Zeven mensen met een afgewogen oordeel en jezelf dan nog wijzer vinden. Dan ben je dus wel heel dom bezig als je voor elke dag van de week, zelfs voor de rustdag, een wijze tot je beschikking hebt met een afgewogen oordeel. Maar dwazen blijven dwaas. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als je aan de oren van een hond trekt die rustig voorbij loopt. Die wordt wild en misschien zelfs wel vals. Je moet dan niet zeggen dat het een van nature valse hond is want jouw gedrag heeft het gedrag van die hond opgeroepen. Daar gaat een groot gedeelte van het Bijbelgedeelte van vandaag over. Wat zijn de gevolgen van je gedrag. In de eerste plaats voor jezelf en vervolgens ook wat zijn die gevolgen voor een ander. De Bijbel heeft het bijna altijd over de verhoudingen tussen mensen. Soms noemen we dat de verhouding tussen mensen en God, maar als het daarover gaat dan lezen we verhalen over hoe mensen om gaan met liefde.

Ook in dit hoofdstuk moet je de liefde zoeken, dan snap je veel sneller waarom sommig gedrag verkeerd afloopt en soms gedrag juist bijdraagt tot het goede. Iemand bedriegen voor de grap is dus hetzelfde als iemand echt bedriegen. Jij kan bedriegen en je vriend is voortaan een bedrogene. Zo is het ook met lasteraars. Mensen die het goede met hun naaste voorhebben worden kwaad als een ander gelasterd wordt in hun bijzijn. Dat ligt niet aan hen zegt de Spreuken schrijver maar dat ligt aan de lasteraars, als die weg is is ook de ruzie weg. We spreken zo gemakkelijk ook van de hitte van de strijd, de woordenstrijd, in het debat worden zaken scherp gezegd, zo scherp dat ze pijn doen. De Bijbel veroordeelt, waarschuwt op z’n minst tegen, een dergelijke manier van met elkaar spreken. Je kunt immers ook met warmte spreken, zo spreken over onderwerpen dat mensen er plezier aan beleven, er warm van worden. Dat wil niet zeggen dat de waarheid verborgen of verzwegen moet worden, dat wil zeggen dat je uit bent op het goede, ook het goede in de ander wil ontdekken. Als het vuur in het debat oplaait loop je de kans met ruziemakers te maken te hebben, daar kun je je aan branden. De vergelijking tussen kolen die gloeien en warmte afgeven en hout dat vlamt en waar je je aan kunt branden laat niets aan duidelijkheid te wensen over. Maar lasteraars zijn populair.

In onze dagen verbergen lasteraars zich gemakkelijk achter de vrijheid van meningsuiting. Zonder enkel bewijs verspreiden ze hun lasterlijke praatjes onder het motto dat ze op zoek zijn naar de waarheid. Let daarbij op feiten en niet op fraaie zinnen of mooi gevonden uitdrukkingen. Een pot waarin je je kan spiegelen en die er kostbaar uitziet kan door het gebruik van zilverglazuur toch niet meer blijken te zijn dan een aarden pot, even waardevol als elke andere aarden pot. De mooipraters zijn juist mooipraters omdat ze kwaad willen. Ze spelen in op onbewuste angsten, de angst voor wat het vreemde en onbekende zou kunnen brengen, de angst voor onbekende bedreigingen. De kwaadaardigheid komt dan wel aan het licht, het opzetten van de ene bevolkingsgroep tegen de andere levert alleen geweld en onrust in de samenleving op, maar hun gelijk ontlenen ze aan wat ze zelf oproepen. Laten we hopen dat het met kwaadsprekers afloopt zoals hier beschreven, de steen die ze op iemand denken af te rollen verpletterd henzelf. Let dus op, wie kwaadspreekt haat zijn slachtoffers. Ook vandaag de dag. Laten we bidden dat de ogen en de oren van hen die ze volgen op tijd worden geopend en schroom niet over de werkelijkheid te blijven spreken.

Zoals een vogel wegvliegt

woensdag, 25 april, 2018

Spreuken 26:1-12

1 Zoals sneeuw niet bij de zomer past, en regen niet bij de oogst, zo past eer niet bij een dwaas. 2  Zoals een vogel wegvliegt, zoals een zwaluw wegwiekt, zo vervliegt een ongegronde vloek. 3 Een zweep voor het paard, een teugel voor de ezel, een stok voor de rug van een dwaas. 4  Antwoord een dwaas niet met dwaasheid, word niet als hij. 5  Antwoord hem naar zijn dwaasheid, hij moet niet denken dat hij wijs is. 6  Wie een dwaas een boodschap laat bezorgen, brengt zichzelf veel schade toe, hij is als iemand die zijn eigen voeten afhakt. 7  Een spreuk in de mond van een dwaas is even slap als de benen van een lamme. 8  Wie eer geeft aan een dwaas is als iemand die de slinger om de steen knoopt. 9  Een spreuk in de mond van een dwaas prikt even weinig als een doorn in de hand van een dronkaard. 10 Wie een dwaas in dienst neemt, of een onbekende, is als een boogschutter die blindelings schiet. 11 Zoals een hond terugkeert naar zijn eigen braaksel, zo herkauwt een dwaas zijn dwaasheid. 12 Ken je iemand die zichzelf veel wijsheid toedicht? Voor een dwaas is er meer hoop dan voor hem. (NBV)

Het lijkt wel een lied, al die regels over wat een dwaas allemaal wel niet is in het gedeelte dat we vandaag lezen. Maar vergis je niet. De dwaas staat tegenover de wijze en wat de wijze is hebben we ooit eerder in het boek Spreuken kunnen lezen. In het begin van dit gedeelte ging het om de wijze koning Salomo, koning van de wijzen. Maar in het boek Spreuken staat ook dat het begin van alle wijsheid het ontzag voor de God van Israël is. En dat ontzag voor de God van Israël begint met het houden van je naaste als van jezelf. En dan zijn de dwazen van deze wereld al die mensen die alleen maar om zichzelf denken. Al die mensen die nooit een hand naar een ander uitsteken. Voor wie een daverende TV show nog niet genoeg is om iets te geven aan de slachtoffers van natuurrampen of oorlog elders in de wereld. Al die mensen die vinden dat de overheid hen voortdurend moet vrijwaren van alle ongemak in het leven. Als de zon schijnt steekt hij te hard en als het regent worden ze te nat, ook daarbij zou de overheid hen eigenlijk moeten beschermen.

Stemmen doen ze niet en politiek actief zijn ze al helemaal niet. Dom, zegt de Spreuken schrijver, hun gemopper slaat nergens op. In onze dagen zou je zeggen dat ze een schop onder hun kont verdienen. In discussie gaan met zo iemand heeft geen zin, antwoord maar met hetzelfde soort onzin. Kijk uit dat je een dwaas niet als boodschapper van het goede gebruikt, hij draait het om in het kwade. Als je een dwaas complimenten geeft breng je jezelf schade toe. Het aardige is dat een dwaas in dienst nemen hetzelfde is als een onbekende in dienst nemen. Ga dus zorgvuldig na wie er voor je komt werken, zoek het uit. En dat is niet zo moeilijk want een dwaas herhaalt zijn eigen dwaasheid, lacht om zijn eigen flauwe grappen, die meestal ten koste van een ander worden gemaakt. Een dwaas weet het altijd beter en een dwaas loopt dus nooit ergens voor warm en vermijdt het liefst alle aktiviteit, het heeft allemaal toch geen zin aldus de dwaas.

En een dwaas weet het altijd beter. Dat maakt het ook in onze samenleving moeilijk praten met dit soort dwazen. Ondanks alle verzekeringen van hulporganisaties dat het geld voor hulp goed terecht komt, blijven ze beweren dat al dat geld voor ontwikkelingssamenwerking en noodhulp weggegooid geld is. Ondanks de enthousiaste verhalen van de journalist die maanden lang de effecten van landbouwprojecten bestudeerde  en tot de ontdekking kwam dat mensen op Haïti geleerd hadden in hun eigen voedsel te voorzien, ondanks vier orkanen, blijven die dwazen beweren dat die mensen op Haïti nu eenmaal niks te leren valt en dat ze niet willen en niet kunnen werken. Een oud Nederlands spreekwoord leert dat wie een ander helpt zichzelf helpt en dat hebben we massaal gedaan. Maar in deze dagen moeten we ons des te meer realiseren dat er vele dwazen rondlopen die er alleen zelf beter van willen worden. Dat het geen zin heeft met die dwazen in discussie te gaan, dat het alleen maar zin heeft te laten zien dat het diegene beter gaat die bereid is alles wat men heeft te delen met mensen die niks hebben. Wees geen dwaas, ook vandaag niet.

Overmatig eer zoeken is ook niet goed

dinsdag, 24 april, 2018

Spreuken 25:16-28

16 Als je honing hebt gevonden, eet dan niet meer dan goed voor je is, spaar je maag, anders braak je het uit. 17 Bezoek een vriend alleen zo nu en dan, anders word je hem te veel en gaat hij je haten. 18 Wie een vals getuigenis tegen een ander aflegt, is als een bijl, een zwaard, een scherpe pijl. 19 Vertrouwen op een onbetrouwbaar mens in tijden van nood is als eten met een rottend gebit, lopen met een verzwikte enkel. 20 Als je zingt voor iemand die bedroefd is, is het of je je ontkleedt op een koude dag, of azijn op loog giet. 21 Als je vijand honger heeft, geef hem dan te eten, als hij dorst heeft, geef hem dan te drinken. 22  Dan stapel je gloeiende kolen op zijn hoofd, en de HEER zal je belonen. 23 Zoals de noordenwind een striemende regen brengt, zo brengt geroddel woedende blikken. 24 Je kunt beter in een hoekje op het dak wonen dan in één huis met een vrouw die ruzie zoekt. 25 Een goed bericht uit een ver land is als koel water voor een dorstige keel. 26  Een rechtvaardige die een goddeloze niet weerstaat, is als een troebele bron, een vergiftigde put. 27  Overmatig honing eten is niet goed, overmatig eer zoeken al evenmin. 28  Iemand zonder zelfbeheersing is als een stad waarvan de muur is geslecht. (NBV)

Het lijkt er soms op of de teksten uit het boek Spreuken een losse opsomming van spreekwoorden zijn. Net als “Het grote spreekwoordenboek der Nederlandse Taal”, een boek overigens waarin veel teksten uit het boek Spreuken zijn terug te vinden. Maar zo onsamenhangend als het op het eerste gezicht lijkt zijn de teksten niet. We zijn gisteren in dit hoofdstuk begonnen en lazen toen dat het over de rechtspraak gaat. En als je honing eet dan spreek je zoete zaken is een oud gegeven. Je moet in een rechtszaak dus niet al te zoetsappig staan te praten dan krijg je pijn in je buik, ofwel het zal zich tegen je keren. Slijmen noemen we dat tegenwoordig en een slijmerd neemt de mensen niet voor zich in maar tegen zich in. Zoiets geldt ook voor vrienden die je in je zaak nodig kan hebben. Als je ze over de vloer loopt, te veel op bezoek komt, dan krijgen ze een hekel aan je. Zoek je karaktergetuigen dan keert die vriendschap zich tegen je. Nu dat van die onbetrouwbare mensen spreekt vanzelf, maar je vrolijk maken over droevige of ernstige zaken doet de rechter rillingen over zijn rug lopen.

Geroddel, of een woedende vrouw als tegenstander, zijn ook niet bevorderlijk voor de winst in je rechtszaak. Voor een rechter maken die het niet gemakkelijker om een rechtvaardig vonnis te vellen. Maar een getuige die buiten de zaak staat en voor jou een gunstig getuigenis aflegt is vaak meer dan welkom. Je moet in een rechtszaak ook niet aarzelen om een slecht mens het vuur aan de schenen te leggen, anders draag je bij aan de verspreiding van het vergif dat het slechte mens verspreid. En als je dan eens mooi praat zoek dan niet je eigen eer. En in elke rechtszaak geldt dat je in elk geval je zelfbeheersing moet bewaren. De onderwijzingen uit dit gedeelte van het boek Spreuken zijn nog altijd van toepassing te brengen op de gang van zaken in een rechtszaak. Aanvankelijk zijn ze bestemd voor de koning, dan voor alle rechters in zijn dienst, maar dan ook voor aanklagers, eisers en gedaagden. Ze geven weer hoe mensen met elkaar om zouden moeten gaan als ze elkaar recht willen doen. Nauwkeurig onderzoek, eerlijk overleg, luisteren naar elkaar en redeneren op basis van zuivere argumenten zijn zaken die in het menselijk verkeer altijd moeten voorkomen.

En misschien het besef dat die zaken wel voor de hand liggen maar al te vaak niet gebeuren. We leven immers in een tijd waarin veel mensen vinden dat ze altijd gelijk hebben. Zij hebben gelijk als een dokter of een ambulancebroeder een zieke of gewonde onderzoekt. Doet die hulpverlener het in hun ogen niet goed dan kunnen ze op luide toon en onder verwensingen en bedreigingen hun gelijk eisen. Ook als de politie het intermenselijk verkeer in goede banen probeert te leiden en mensen aanspreekt op het overtreden van regels, daar zelfs bekeuringen voor wil uitschrijven dan staan mensen op hun eigen gelijk en verdwijnt soms elke vorm van zelfbeheersing. De overheid doet dan een beroep op ons als publiek om te helpen. Het gaat er dan niet om jezelf in gevaar te brengen maar de onderwijzingen uit dit gedeelte van het boek Spreuken in praktijk te brengen. Rustig na gaan wat er aan de hand is, alle partijen aan het woord laten en zorgen dat ieder tot zijn of haar recht komt. Dan komt er echt een betere samenleving, die kan dus vandaag nog beginnen.

Kalme woorden breken krachtige tegenstand

maandag, 23 april, 2018

Spreuken 25:1-15

1 Hier volgen andere spreuken van Salomo, die de dienaren van koning Hizkia van Juda hebben gekopieerd. 2 Eer aan God, omdat hij dingen verbergt, eer aan de koning, omdat hij dingen onderzoekt. 3  Zo peilloos hoog als de hemel, zo peilloos diep als de aarde, zo peilloos is het hart van een koning. 4 Als het zilver van onzuiverheden is ontdaan, maakt de edelsmid een prachtige vaas. 5  Als de koning zich ontdoet van goddelozen, schraagt gerechtigheid zijn troon. 6 Gedraag je niet aanmatigend in aanwezigheid van de koning, ga niet op de plaats van een voornaam persoon staan. 7  Het is beter dat de koning je naar voren roept  dan dat hij je plaats laat maken voor een edelman. Als je denkt dat iemand iets misdaan heeft, 8 sleep hem dan niet overijld voor het gerecht. Wat zou je moeten doen als hij je te schande maakt? 9  Als je een rechtsgeding met iemand hebt, onthul dan geen geheimen van een ander. 10  Als hij dat te weten komt, word je zelf het slachtoffer: hij maakt je te schande. 11 Het juiste woord op de juiste tijd is als een gouden appel op een zilveren schaal. 12  Een wijze vermaning voor een luisterend oor is als een gouden ring, een sieraad van het zuiverste goud. 13  Een betrouwbare bode is voor zijn opdrachtgever als een koele dronk tijdens de oogst: hij beurt hem op. 14  Wie prat gaat op een geschenk zonder waarde, is als wind en wolken zonder regen. 15 Een heerser laat zich overtuigen door geduld, kalme woorden breken krachtige tegenstand. (NBV)

Vandaag beginnen we te lezen in een verzameling spreuken zoals die verzameld zijn tijdens de regering van Koning Hizkia. Ze worden toegeschreven aan Koning Salomo omdat volgens de overlevering Koning Salomo nu eenmaal de meest wijze Koning van Israël is geweest. Waarom? Omdat onder deze koning geen oorlog werd gevoerd. Daarom werd Israël onder zijn regering rijk, kon er onder zijn regering een Tempel in Jeruzalem worden gebouwd, kwamen onder de regering van Salomo koningen en geleerden uit alle delen van de wereld naar Jeruzalem. Spreuken uit de tijd van Koning Salomo hadden dan ook een bijzondere betekenis. De verzameling waar we vandaag in beginnen te lezen bestaat eigenlijk uit onderwijzingen. Hoe gedraag je je als volgeling van de God van Israël. Wat moet je dan doen en wat wordt er van je verwacht. Onder Koning Hizkia was het hard nodig om dat opnieuw te leren. Het volk was afgedwaald van de leer van de God van Israël.  Er werden vreemde goden gediend, vooral vruchtbaarheidsgoden. Maar toen Hizkia op 25 jarige leeftijd koning van Israël werd hervormde hij de godsdienst van het land.

Hij verwijderde de offerplaatsen, verbrijzelde de gewijde stenen, haalde de Asjerapalen omver en sloeg de koperen slang die Mozes gemaakt had in stukken omdat de Israëlieten de gewoonte hadden voor deze slang wierook te branden.  Terug naar de leer van heb uw naaste lief als uzelf. Naar een regering van recht en gerechtigheid. En over dat recht en die gerechtigheid gaat het om te beginnen vandaag. De Koning was de hoogste rechter en die wordt hier als voorbeeld gesteld. Alle rechters worden geacht op te treden zoals de Koning. In de eerste plaats vraagt een rechtvaardige rechtspraak zorgvuldig onderzoek. Zelfs in onze dagen blijkt nog wel eens dat ondanks de schijn van zorgvuldig onderzoek er sprake kan zijn van ernstige dwalingen. De eerste verzen zeggen dan ook dat een rechter eigenlijk niet genoeg onderzocht kan hebben om tot een oordeel te komen. En wil je dan iets in te brengen hebben gedraag je dan bescheiden. Dat is een advies aan mensen die iets in willen brengen maar ook aan rechters. Zij moeten dus niet afgaan op mensen die zichzelf geweldig belangrijk en geleerd vinden, die zelf op de plaats van een voornaam persoon gaan staan.

Rechtspraak is overigens niet iets wat je zomaar moet willen. Ook dat is een raad die in onze dagen, waar iedereen maar voor de rechter wordt gesleept, ter harte moet worden genomen. Het juiste woord op de juiste tijd daar gaat het om. Wat slecht is moet genoemd worden en kan niet ongestraft blijven maar of het slecht is kan pas vastgesteld worden na zorgvuldig onderzoek en dient niet overhaast en ondoordacht geroepen te worden. Als je wilt dat een ander zich anders gedraagt dan zijn er vaak betere wegen dan een rechtszaak te beginnen. Een wijze vermaning is een begin, laten merken en gewoon vertellen hoe slecht het gedrag van een ander is kan een vervolg zijn. Maar kijk uit, waarschuw niet zonder het waar te kunnen maken. Verval niet in de dreiging van de regenbui die uitblijft, je woorden worden krachteloos. Schelden, steeds grotere woorden gebruiken zonder vervolg heeft dus geen zin. Het blijven lessen uit het spreukenboek die we elke dag wel kunnen gebruiken. Laat ze daarom vandaag goed tot je doordringen en draag ze uit. Kalme woorden immers breken krachtige tegenstand, ook vandaag nog.

Zo kwamen er steeds meer mensen

zondag, 22 april, 2018

Genesis 5:25–6:4

25 Toen Metuselach 187 jaar was, verwekte hij Lamech. 26  Na de geboorte van Lamech leefde Metuselach nog 782 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 27  In totaal leefde hij 969 jaar. Daarna stierf hij. 28 Toen Lamech 182 jaar was, verwekte hij een zoon 29  die hij Noach noemde. ‘Deze zoon, ‘zei hij, ‘zal ons troost geven voor het werken en zwoegen dat ons deel is omdat de HEER het akkerland heeft vervloekt.’ 30  Na de geboorte van Noach leefde Lamech nog 595 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 31  In totaal leefde hij 777 jaar. Daarna stierf hij. 32  Toen Noach 500 jaar oud was, verwekte hij Sem, Cham en Jafet. 1  Zo kwamen er steeds meer mensen op aarde, en zij kregen dochters. 2  De zonen van de goden zagen hoe mooi de dochters van de mensen waren, en ze kozen uit hen de vrouwen die ze maar wilden. 3 ¶  Toen dacht de HEER: Mijn levensgeest mag niet voor altijd in de mens blijven, hij is immers niets dan vlees; hij mag niet langer dan honderdtwintig jaar leven. 4 ¶  In die tijd en ook daarna nog, zolang de zonen van de goden gemeenschap hadden met de dochters van de mensen en kinderen bij hen kregen, leefden de giganten op aarde. Dat zijn de befaamde helden uit het verre verleden. (NBV)

Je kunt nu wel verklaard hebben waar al die verschillende mensen op aarde vandaan kwamen en hoe de verschillende volken zijn ontstaan maar dat geeft geen antwoord op de vragen die de Heidense volken om Israël heen gesteld hadden. Die hadden het over vele goden. En sommige van die goden hadden gemeenschap met de kinderen van de mensen gehad, daar waren halfgoden uit geboren. Er waren oude verhalen over reuzen, verhalen die we overigens bij alle volken op aarde in de een of andere vorm terugvinden. En waar kwamen dan die reuzen vandaan als er maar één God was? En waarom leefden de mensen eigenlijk maar een beperkte tijd? Er waren toch mensen geweest die sinds mensenheugenis hadden geleefd? Voor ons zijn dat geen vragen meer, wij kijken tegenwoordig heel anders tegen de wereld aan. Noach vormt de sleutel in dit verhaal. Zijn naam betekent rust. Maar de betekenis van zijn naam is volgens het volk ook troost. En troost hadden de mensen nodig want het was zwaar werken op de akkers van de aarde. En van zwaar werken krijg je maar vreemde dromen.

Zo komen de zonen van de goden waarover die Heidenen het altijd maar hadden om dochters van de mensen tot vrouw te nemen. Daar komen in de verhalen van de Heidenen halfgoden van, voor het verhaal van de God van Israël zijn er geen halfgoden, maar zet het de God van Israël aan om van de chaos die dreigt te ontstaan weer een ordelijke samenleving te maken. Tijdelijk zijn er wel giganten of reuzen maar aan de leeftijd van de mensen wordt een grens gesteld. Honderdentwintig jaar is de maximale leeftijd die werd gesteld. En dat was al een leeftijd die mensen deed denken dat wie dat haalde al leefde sinds mensenheugenis. Van de verbinding tussen goden en mensen komen alleen mensen, per slot waren die goden ook geen echte goden. Zo wordt de legende van de reuzen uit het verleden tenminste ook ingepast in het verhaal van de wording van het volk van Israël en wordt antwoord gegeven op de vragen die de mythische verhalen van de Heidense volken stelde aan het verhaal.

Kunnen wij hier nog wat van leren? Wij leven in een tijd waarin vragen worden gesteld als “Waren de goden kosmonauten?” en waar stellingen geponeerd worden als “Jezus leeft op Venus” . We leren er van dat telkens in de geschiedenis mensen hun eigen mythen scheppen, behoefte als ze hebben aan een macht van boven die een verklaring is voor de chaos waarin ze leven. De Bijbel heeft als antwoord dat mensen hard werken en kunnen kiezen tussen delen en alles voor zichzelf houden. Wie deelt helpt mee aan het creëren van mensenland uit aarde en wie niet deelt zorgt voor voortbestaan van chaos. De God van Israël brengt steeds een scheiding tussen die chaos en dat mensenland. En mensen mogen steeds weer opnieuw hun positie bepalen. Ook wij dus, elke dag opnieuw, ook vandaag nog.

Mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen.

zaterdag, 21 april, 2018

Genesis 5:1-24

1 Dit is de lijst van Adams nakomelingen.  Toen God Adam schiep, de mens, maakte hij hem zo dat hij leek op God. 2  Mannelijk en vrouwelijk schiep hij de mensen. Hij zegende hen en noemde hen mens toen zij werden geschapen. 3  Toen Adam 130 jaar was, verwekte hij een zoon die op hem leek, die zijn evenbeeld was. Hij noemde hem Set. 4  Na de geboorte van Set duurde Adams leven nog 800 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 5  In totaal leefde hij 930 jaar. Daarna stierf hij. 6 Toen Set 105 jaar was, verwekte hij Enos. 7  Na de geboorte van Enos leefde Set nog 807 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 8  In totaal leefde hij 912 jaar. Daarna stierf hij. 9  Toen Enos 90 jaar was, verwekte hij Kenan. 10  Na de geboorte van Kenan leefde Enos nog 815 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 11  In totaal leefde hij 905 jaar. Daarna stierf hij. 12  Toen Kenan 70 jaar was, verwekte hij Mahalalel. 13  Na de geboorte van Mahalalel leefde Kenan nog 840 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 14  In totaal leefde hij 910 jaar. Daarna stierf hij. 15  Toen Mahalalel 65 jaar was, verwekte hij Jered. 16  Na de geboorte van Jered leefde Mahalalel nog 830 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 17 In totaal leefde hij 895 jaar. Daarna stierf hij. 18  Toen Jered 162 jaar was, verwekte hij Henoch. 19  Na de geboorte van Henoch leefde Jered nog 800 jaar. Hij verwekte zonen en dochters. 20  In totaal leefde hij 962 jaar. Daarna stierf hij. 21 Toen Henoch 65 jaar was, verwekte hij Metuselach. 22  Na de geboorte van Metuselach leefde Henoch nog 300 jaar, in nauwe verbondenheid met God. Hij verwekte zonen en dochters. 23  In totaal leefde hij 365 jaar. 24  Henoch leefde in nauwe verbondenheid met God; aan zijn leven kwam een einde doordat God hem wegnam. (NBV)

We lezen zo graag wat we willen horen en al denken te weten. We zien om ons heen mannen en vrouwen en als we dan lezen dat God de mens mannelijk en vrouwelijk schiep dan denken we dat dat dus slaat op het scheppen van mannen en vrouwen. Maar dat staat er dus niet. Er staat dat elk mens mannelijk en vrouwelijk geschapen is. Opnieuw een scheppingsverhaal. Want Adam betekent ook mens. Maar waarom die lange lijst met namen en leeftijden. De mens heeft over het algemeen het gevoel eeuwig te leven en natuurlijk ga je op een dag dood maar dat is als je oud bent en als je de dagen die zich voortslepen zat bent. Er staat dat dit de lijst met nakomelingen van Adam is. Maar dat staat er niet in het Hebreeuws. In het Hebreeuws staat iets wat we nog vreemder vinden en dus denken we dat we het verkeerd begrijpen en wordt het anders vertaald. Er staat dat dit de lijst is van de wording van Adam, de wording van de mens.   Christelijke theologen hebben lang volgehouden dat het begrip wording hier wijst op Jezus van Nazareth die de ware mens, de ware Adam zou worden.

Maar we lezen de Joodse Bijbel en daar staat Adam voor ons allemaal, voor alle mensen. Het gedeelte dat we vandaag lezen eindigt bij Henoch, die wandelde met God vertaalden we vroeger. Moderne vertalers vinden dat we dat niet zo letterlijk moeten nemen, ze deden samen in elk geval niet mee aan de vierdaagse. Henoch begon al aardig echt op God te lijken zoals dat in het begin bedoeld was en daarom nam God hem weg. Daarmee kwam aan zijn leven in elk geval een einde zegt de Bijbel, maar of hij nou dood ging blijft een beetje in het midden. Uit hem werden zonen en dochters zodat in elk geval het verhaal van de wording van de mens niet ophoud bij Henoch. Want wat in die hele lijst met moeilijke namen en lange leeftijden nog het meest opvalt is dat het leven telkens uit twee gedeelten bestaat. Een tijd voor je kinderen krijgt en een tijd nadat je kinderen hebt gekregen. Bij elke naam staat vermeld hoe veel jaar het voor de eerstgeborene is en hoeveel jaar daarna nog komt.

Alleen van Henoch staat dat hij daarna nog meer kinderen deed geworden. Om die kinderen draait het dus kennelijk. Wat we ook doen we worden pas mens als we de aarde achterlaten voor het volgende geslacht. Op dat doorgeven van de aarde moet kennelijk ons leven gericht zijn. Als dat vandaag ook nog een opdracht is mogen we wel stoppen met oorlog en geweld, dat willen we toch niet doorgeven? Dan mogen we wel ophouden met kernenergie, we willen toch geen gifbelten doorgeven die nog eeuwen bewaakt moeten worden? Dan mogen we wel ophouden met de energiebronnen droog te pompen, we hebben toch wel wat over voor onze kinderen? En de rest kunt U zelf wel invullen, onze naasten zijn ook onze kinderen en kleinkinderen staat hier in dit Bijbelgedeelte en ook aan hen moeten we doen wat we willen dat aan ons wordt gedaan. Gelukkig maar dat we een lang leven hebben om er elke dag opnieuw weer mee te beginnen, ook vandaag weer.