Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor februari, 2018

Hij had toch beloofd te komen?

woensdag, 28 februari, 2018

2 Petrus 3:1-9

1 Geliefde broeders en zusters, dit is al de tweede brief die ik u schrijf. Met beide wil ik u tot een helder inzicht brengen, 2  en wel door u te herinneren aan de woorden die de heilige profeten destijds hebben gesproken en aan het gebod van onze Heer en redder dat uw apostelen u hebben doorgegeven. 3 Vergeet vooral niet dat er aan het einde van de tijd spotters zullen komen, die hun eigen begeerte volgen en smalend 4  vragen: ‘Waar blijft hij nu? Hij had toch beloofd te komen? De generatie voor ons is al gestorven, maar alles is nog steeds zoals het sinds het begin van de schepping geweest is.’ 5 Ze gaan er dan willens en wetens aan voorbij dat er in het begin al eens een hemel is geweest en een aarde die door Gods woord gevormd was uit water en door middel van water, 6  en dat de toenmalige wereld vergaan is toen ze door het water werd overspoeld. 7  Maar de tegenwoordige hemel en aarde worden door datzelfde woord bewaard om op de dag van het oordeel, waarop de goddelozen ten onder zullen gaan, te worden prijsgegeven aan het vuur. 8 Eén ding mag u niet over het hoofd zien, geliefde broeders en zusters: voor de Heer is één dag als duizend jaar en duizend jaar als één dag. 9 De Heer is niet traag met het nakomen van zijn belofte, zoals sommigen menen; hij heeft alleen maar geduld met u, omdat hij wil dat iedereen tot inkeer komt en niemand verloren gaat. (NBV)

Door de eeuwen heen zijn mensen nieuwsgierig naar de datum waarop de geschiedenis ten einde zal zijn gekomen. Alles gaat voorbij dus ook onze geschiedenis. Vlak na het uitstorten van de Heilige Geest met Pinksteren geloofden de Apostelen dat het einde der tijden wel zeer nabij was. Ook Paulus schrijft herhaaldelijk aan de diverse gemeenten dat het einde der tijden zeer nabij is. In de Evangeliën zijn aanwijzingen te vinden dat ook Jezus van Nazareth er voor waarschuwde dat het einde der tijden niet ver zou zijn. In de tijd dat deze Tweede Brief van Petrus werd geschreven was er echter al geruime tijd verlopen zonder dat het einde der tijden zich had aangekondigd. Wij zijn inmiddels 20 eeuwen verder en nog is van het einde der tijden geen sprake. Integendeel, we weten uit de natuurwetenschappen dat het nog vele eeuwen kan duren voor onze zon opgebrand zal zijn en het leven op aarde zal verdwijnen.

We kunnen dat zelf versnellen door een nucleaire oorlog te beginnen op de wereld maar onze wereldleiders zijn daar de afgelopen 50 jaar steeds voor teruggeschrokken. De herinneringen van het gooien van atoombommen op Japan roepen de beelden van de verschrikkingen zo levendig op dat het opnieuw gooien van atoombommen geen optie is. Hoe zit dat dan met het einde der tijden waarover in de Bijbel wordt gesproken? De schrijver van de Tweede Brief van Petrus heeft een paar mooie oplossingen. Er was al eens een overstroming die al het leven op aarde had vernietigd. Wij kennen die overstroming uit het verhaal van Noach maar ook in tal van andere religies klinkt een verhaal over een dergelijke overstroming door. Verder stond al in Psalm 90 dat duizend jaar in de ogen van God als één dag is, wat natuurlijk ook een ander licht op Genesis 1 werpt. Maar de mooiste reden is dat God eerst alle mensen wil bekeren tot het geloof in de bevrijding van de armen, tot het geloof in het Koninkrijk, het geloof in God zelf. Voordat dat gebeurd zal de wereld niet vergaan.

Dan kan het onze tijd dus ook nog wel duren. Heel langzaam zijn we tot de overtuiging gekomen dat het niet in de datum zit. Het zit in onze houding. Wat zou er gebeuren als we wisten dat morgen de wereld zou vergaan? Velen van ons zouden zich bekeren en zorgen dat ze nog net het goede doen wat ze kunnen doen. De laatste hongerige nog voeden, de dorstige nog te drinken geven, de gevangene nog bezoeken, de bedroefde nog troosten. Als dat zo is dan moeten we dus elke dag leven alsof morgen de wereld vergaat. Niet om er zelf beter van te worden, of bij de terugkeer van de Heiland een plekje in de hemel te verdienen, maar om een einde te laten komen aan de geschiedenis van oorlog, honger en ellende. Het einde der tijden is nabij omdat wij leven alsof het nabij is. Daarmee kan de hele wereld bekeerd worden want we willen immers dat iedereen meedoet met heb Uw naaste lief als Uzelf en delen met wie er gedeeld moet worden, daarvoor zullen de volken vrede moeten willen en ook daar kunnen we aan werken. Vandaag is dus niet alleen de eerste dag van de rest van je leven maar ook de laatste.

Een hond keert terug naar zijn eigen braaksel

dinsdag, 27 februari, 2018

2 Petrus 2:10b-22

10b Overmoedig en arrogant als ze zijn, schrikken ze er niet voor terug hemelse machten te lasteren, 11  terwijl zelfs engelen, in kracht en macht toch hun meerderen, het niet aandurven om die machten namens de Heer te beschuldigen en te veroordelen. 12  Maar deze mensen, die net redeloze dieren zijn, van nature bestemd om gevangen en gedood te worden, lasteren wat ze niet eens kennen. Ze zullen aan hun eigen verderfelijke gedrag ten onder gaan 13 en onrecht lijden als loon voor hun eigen onrecht. Ze genieten ervan om zich op klaarlichte dag volledig te laten gaan. En wanneer ze samen met u aan een feestmaal deelnemen, zijn ze een schandvlek voor uw gezelschap, omdat ze zwelgen in hun bedrieglijk genot. 14  Hun ogen zijn voortdurend op zoek naar overspel en ze zondigen onophoudelijk, ze verleiden onstandvastige zielen en zijn een en al hebzucht. Vervloekt zijn ze! 15  Ze zijn afgedwaald, ze hebben de rechte weg verlaten en treden in de voetsporen van Bileam, de zoon van Bosor, die zich maar al te graag liet betalen voor onrecht. 16  Maar hij werd voor zijn vergrijp terechtgewezen: een stom lastdier, dat met de stem van een mens sprak, maakte een eind aan de waanzin van die profeet. 17  Droogstaande bronnen zijn het, mistflarden die door een wervelwind voortgejaagd worden. De diepste duisternis wacht hun, 18  want met loos gebral en schaamteloze uitspattingen verleiden ze hen die zich nog maar net hebben losgemaakt van degenen die dwalen. 19  Ze beloven vrijheid, maar zijn zelf slaven van het verderf, want waar men door beheerst wordt, daarvan is men slaaf. 20  En als zij die zich door hun kennis van onze Heer en redder Jezus Christus hebben losgemaakt van het vuil van de wereld, daar weer in verstrikt raken en er opnieuw door worden beheerst, zijn ze er erger aan toe dan voorheen. 21  Het was beter voor hen geweest de weg van de rechtvaardigheid nooit gekend te hebben dan die weg wel te kennen, en zich vervolgens af te wenden van het heilige gebod dat hun is overgeleverd. 22  Op hen is het spreekwoord ‘Een hond keert terug naar zijn eigen braaksel’ volledig van toepassing, of ‘Een gewassen zeug rolt al snel weer door de modder’. (NBV)

De schrijver van de Tweede Brief van Petrus heeft het natuurlijk niet over de financiële crisis gehad die ons de laatste jaren heeft geplaagd. Maar ook in zijn tijd waren er figuren die lijken op de bankiers en financiële toezichthouders waar wij mee te maken hebben. Ze gaven de schuld voor de armoede aan de armen zelf. Die hadden vast gezondigd tegen wat de Heer had voorgeschreven. Zo kregen eenvoudige spaarders de schuld van het verlies van hun spaarcenten. Hadden ze dat maar niet moeten beleggen tegen de hoogste rente. Dat de banken, waar ze hun spaarcenten heen brachten, goedgekeurd waren door de Nederlandse toezichthouders doet dan niet ter zake. Als er hoge rente wordt beloofd moet je er kennelijk wegblijven. Dat ook pensioenfondsen en andere zeer professionele beleggers er het hen toevertrouwde geld hadden gestald doet niet ter zake. Die gewone onprofessionele spaarders hadden maar moeten weten dat ze een groot risico liepen. Datzelfde geldt ook voor mensen die leningen hebben die ze niet kunnen aflossen.

Dat je nog niet zo lang geleden om de 10 minuten op de televisie werd aangespoord om toch maar te gaan lenen ook al kun je dat eigenlijk niet terug betalen doet niet ter zake. Oversluiten kan natuurlijk maar dat ook oversluiten geld kost wordt er niet bij verteld. Het soort mensen dat leeft op de inhaligheid van anderen wordt door de briefschrijver scherp veroordeeld. Hij noemt de bankiers van vandaag redeloze dieren die aan hun eigen verderfelijke gedrag ten onder zullen gaan. Ze zullen onrecht lijden als loon voor hun eigen onrecht. Dat de verkoop van dure jachten, dure huizen en dure auto’s teruggelopen was tot bijna 0 is teruggelopen wijst er al op dat juist de rijken door de crisis werden aangepakt. Nu de markt voor rijkeluisspullen weer aantrekt noeten we extra op onze hoede zijn. Die rijken klagen niet voor niets dat de armen eerder gaan sparen dan weer te gaan lenen. Ze krijgen cadeautjes van de overheid en de armen mogen blij zijn met de extra werkgelegenheid waar ze zich mogen afbeulen zolang het de baas behaagd.

De toezichthouders worden door de briefschrijver vergeleken met de profeet Bileam die zich er voor leende het volk Israel te gaan vervloeken. Zoals zij wel toezicht hielden maar niet waarschuwden toen bankiers zich niet aan de voorschriften bleken te houden zo ging Bileam op weg om een vloek uit te spreken. Maar Bileam werd door een ezel tegengehouden, die wilde niet verder zegt het verhaal. Onze bankiers en toezichthouders geven nog steeds hun fouten niet toe. Ze doen wel vroom of ze zich hebben bekeerd en hun fouten niet opnieuw zullen maken maar er is geen enkele reden hen daarin ook te vertrouwen. Beleggers op de beurzen weten dit en wenden zich af van banken en verzekeraars. Zoals een hond terugkeert naar zijn eigen braaksel, of een gewassen zeug al snel weer in de modder rolt zo zullen onze bankiers en verzekeraars de neiging hebben zich weer over te geven aan hun ongebreidelde zucht tot winst maken. Laten we daarom om betere toezichthouders en bankiers vragen, mensen die de armen voorop zetten en recht en rechtvaardigheid hoog in hun vaandel hebben.

Gedreven door hebzucht

maandag, 26 februari, 2018

1 Toch zijn er destijds onder het volk ook valse profeten opgetreden, en zo zullen er ook onder u dwaalleraren verschijnen. Ze zullen met verderfelijke ketterijen komen en zelfs de meester die hen heeft vrijgekocht verloochenen. Daarmee bewerken ze spoedig hun eigen ondergang. 2  Velen zullen hun losbandig gedrag overnemen en zo de weg van de waarheid in opspraak brengen. 3 Gedreven door hebzucht zullen ze u bedriegen met misleidende verhalen, maar hun vonnis is allang geveld, hun ondergang laat niet op zich wachten. 4  Immers, God heeft zelfs engelen die gezondigd hadden niet gespaard maar hen in de Tartarus geworpen. Daar, in de diepste duisternis, blijven ze opgesloten om hun vonnis af te wachten. 5  Evenmin heeft hij de wereld uit de voortijd gespaard; alleen Noach, de heraut van de rechtvaardigheid, liet hij met zeven anderen in leven toen hij de watervloed over die wereld vol zondaars liet komen. 6  Ook Sodom en Gomorra heeft hij tot de vernietiging veroordeeld, hij heeft die steden in de as gelegd en ze daarmee ten voorbeeld gesteld aan alle zondaars van latere tijden. 7 Maar Lot, die rechtvaardig was en zwaar leed onder de losbandige levenswandel van die wettelozen, redde hij. 8  Deze rechtvaardige woonde te midden van hen, en dag in dag uit werd zijn rechtschapen ziel gekweld wanneer hij hoorde en zag hoe ze zich aan God noch gebod stoorden. 9  De Heer blijkt dus vromen uit de beproeving te kunnen redden en onrechtvaardigen gevangen te kunnen houden tot de dag van het oordeel, om hen dan te straffen. 10 Hij straft vooral diegenen die zich, door onreine verlangens gedreven, overgeven aan schaamteloze losbandigheid en het gezag van de Heer verachten. (NBV)

Met de passage die we vandaag lezen uit de Tweede Brief van Petrus zijn we weer helemaal thuis. De gemeente wordt gewaarschuwd tegen dwaalleraars, valse profeten. De brief is niet geschreven aan een bepaalde gemeente maar meer in het algemeen voor elke kerkelijke gemeente bedoeld. Van begin af aan is de beweging van de Weg, zoals die nog in de Handelingen werd genoemd en ook hier wordt genoemd, geplaagd door mensen die aan die succesvolle beweging willen verdienen. Als je de pracht en praal ziet waarmee in sommige kerken de leiders worden omringt dan mag je best denken dat er nog steeds niet veel veranderd is. Natuurlijk mogen vrijgestelden voor de verkondiging best een redelijk loon ontvangen. Maar we mogen nooit vergeten dat een Apostel als Paulus zich er op beriep zelf zijn kost te verdienen. Hervormingsbewegingen in de kerken hebben dan ook altijd de nadruk gelegd op soberheid.

De eerste en tot nu toe enige Nederlandse Paus, Adrianus VI, werd daarom zelfs bekend. Jammer dat hij aan de inhoud van de leer van de kerk van zijn dagen niet net zoveel aandacht besteedde, dan had hij eerst recht een hervormer geworden en was de herdenking van zijn Pausschap enkele jaren geleden pas echt belangrijk geweest. Nu was de herdenking van zijn tijdgenoot Johannes Calvijn heel wat belangrijker. Maar die hebzuchtige dwaalleraars en valse profeten krijgen hun verdiende loon wel volgens de schrijver van deze brief. En bij het schetsen van de straffen die hen te wachten staan gaat hij zelfs te rade in de Griekse mythologie waar de Titanen werden opgesloten ver onder de Tartarus. Neem die straffen dus niet al te letterlijk maar kijk liever uit of de leer die je hoort verkondigen wel dicht genoeg bij de bedoeling van de Bijbel blijft.

Nu zal openbare schaamteloze losbandigheid in onze dagen in onze kerken wel niet meer voorkomen maar er zijn nog steeds religieuze gemeenschappen waar de leiders hun volgelingen wijs maken dat de leider gemeenschap mag hebben met alle volgelingen, soms zelfs ongeacht hun leeftijd. Vooral in de Verenigde Staten van Noord Amerika duiken verhalen over dergelijke gemeenschappen met enige regelmaat op. Dergelijke gemeenschappen zijn vaak ook steunpilaren van zeer conservatieve politieke bewegingen. De brief van Petrus heeft ons de profeten van Israël gegeven als ijkpunten voor de juiste leer. Daar gaat het om recht en gerechtigheid, om de Wet van heb je naaste lief als jezelf, om delen met de minsten in de wereld. Daar vindt je de roep om wat in kerken vandaag de dag Werelddiakonaat heet, Kerk in Actie ook. Daar gaat het niet om zelfverrijking maar om de wereld rijker te maken door er minder armen te laten wonen. Daar kunnen wij ook onszelf aan toetsen, gaat het om ons eigen gewin of om het welzijn van onze naasten.

Gedreven door de heilige Geest.

zondag, 25 februari, 2018

2 Petrus 1:12-21

12 Daarom zal ik u hieraan blijven herinneren, hoewel u dit alles wel weet en gegrondvest bent in de waarheid die u hebt leren kennen. 13  Maar het lijkt me goed u wakker te houden door het telkens opnieuw onder uw aandacht te brengen zolang ik in deze tent verblijf. 14  Ik weet dat mijn tent binnenkort zal worden afgebroken-dat heeft onze Heer Jezus Christus mij te kennen gegeven-, 15  en ik doe er mijn uiterste best voor dat u zich dit alles ook na mijn heengaan steeds weer voor de geest zult kunnen halen. 16 Toen wij u de glorierijke komst van onze Heer Jezus Christus verkondigden, baseerden wij ons niet op vernuftige verzinsels-integendeel, wij hebben met eigen ogen zijn grootheid gezien. 17  Want hij ontving van God, de Vader, eer en luister, toen de stem van de majesteitelijke luister tegen hem zei: ‘Dit is mijn geliefde zoon, in hem vind ik vreugde.’ 18  Die stem hebben wij zelf uit de hemel horen klinken toen wij met hem op de heilige berg waren. 19 Ons vertrouwen in de woorden van de profeten is daardoor alleen maar toegenomen. U doet er goed aan uw aandacht altijd daarop gericht te houden, als op een lamp die in een donkere ruimte schijnt, totdat de dag aanbreekt en de morgenster opgaat in uw hart. 20  Besef daarbij vooral dat geen enkele profetie uit de Schrift een eigenmachtige uitleg toelaat, 21 want nooit is een profetie voortgekomen uit menselijk initiatief: mensen die namens God spraken werden daartoe altijd gedreven door de heilige Geest. (NBV)

Als je het gedeelte dat we vandaag lezen goed wil begrijpen dan moet je ook op de hoogte zijn van de Evangelieverhalen. De schrijver van deze brief was dat in elk geval want die wist kennelijk dat Petrus één van de drie apostelen was die met Jezus van Nazareth ooit een berg hadden beklommen en gezien hadden hoe Mozes en Elia daar een bijzondere ontmoeting hadden met Jezus van Nazareth. Die laatste straalde er helemaal van. Het verhaal is terug te lezen in het evangelie van Marcus en over dat verhaal van Marcus wordt sinds de eerste zondag in de Advent in veel kerken gepreekt. De schrijver van deze brief legt ook een beetje uit waar dat verhaal van Marcus nu over ging. Kennelijk niet over een soort apart stellen van Jezus van Nazareth zodat je nooit meer in de buurt zou kunnen komen van wat die deed. De schrijver van deze brief heeft het over de waarde van de profeten uit de Hebreeuwse Bijbel.

Je doet er goed aan om je aandacht altijd daarop gericht te houden, als op een lamp die in een donkere ruimte schijnt. Waar hadden die profeten het dan ook al weer over? Over recht en gerechtigheid. Het was Mozes die de taak aanvaard had om zijn volk uit de slavernij van Egypte te leiden door de woestijn naar het beloofde land. Daar was de Tora opgeschreven die zich liet samenvatten in het “Heb God lief boven alles en je naaste als jezelf”. Elia was de profeet van de menselijkheid die tegen een wrede koning onophoudelijk opstond om te vragen om recht voor gewone mensen. Van Mozes en Elia staat geschreven dat ze niet stierven maar dat God ze bij zich opnam. En dat staat uiteindelijk ook van Jezus van Nazareth geschreven. Alle drie belichamen dus het leven tegenover de dood. De schrijver van de brief weet overigens heus wel dat mensen dood gaan. Hij beschrijft zijn eigen lichaam als een tent. Maar in de woestijn had Mozes een Tent gebouwd waar de Tora in werd bewaard en in de tijd van Elia was dat een Tempel geworden.

Zo kun je ook over jezelf spreken als over een Tent of een Tempel waar de richtlijn van heb je naaste lief als jezelf wordt bewaard. Dat bewaren is dan niet wegstoppen achter slot en grendel zodat niemand het kan zien maar dat bewaren is het als het ware neerleggen op een hoge berg zodat het iedereen tegemoet blinkt. Want het enige dat overblijft, het enige dat ons leven zin geeft, is nu juist die Liefde voor de naaste, de liefde voor de minste. De minsten op de hele wereld. Want in onze dagen moeten we niet vergeten dat ook de Afrikanen die op wankele bootjes de Middellandse Zee oversteken onze broeders en zusters zijn, zeker niet onze vijanden. Zij vertegenwoordigen hongerend en arm Afrika. Hun lot is de roep om gerechtigheid waar ook profeten het over hadden. Daarom wordt het voor ons tijd hen stem te geven en te midden van onze eigen rijkeluiscrisis te roepen om eerlijk delen en het openen van grenzen voor producten van de armsten, zodat zij een eerlijk loon voor hun arbeid krijgen en het niet hier hoeven te zoeken.

Ontkomen aan het verderf dat de wereld beheerst

zaterdag, 24 februari, 2018

2 Petrus 1:1-11

1 Van Simeon Petrus, dienaar en apostel van Jezus Christus. Aan allen die dankzij de rechtvaardigheid van onze God en van onze redder Jezus Christus hetzelfde kostbare geloof hebben ontvangen als wij. 2  Genade zij u en vrede, in overvloed, door de kennis van God en van Jezus, onze Heer. 3  Zijn goddelijke macht heeft ons alles geschonken wat nodig is voor een vroom leven, door de kennis van hem die ons geroepen heeft door zijn majesteit en wonderbaarlijke kracht. 4  Hiermee zijn ons kostbare, rijke beloften gedaan, opdat u zou ontkomen aan het verderf dat de wereld beheerst als gevolg van de begeerte, en opdat u deel zou krijgen aan de goddelijke natuur. 5 ¶  Span daarom al uw krachten in om uw geloof te verrijken met deugdzaamheid, uw deugdzaamheid met kennis, 6  uw kennis met zelfbeheersing, uw zelfbeheersing met volharding, uw volharding met vroomheid, 7  uw vroomheid met liefde voor uw broeders en zusters, en uw liefde voor uw broeders en zusters met liefde voor allen. 8  Als u deze eigenschappen in overvloed bezit, is uw kennis van onze Heer Jezus Christus niet nutteloos maar vruchtbaar. 9  Wie ze niet bezit is kortzichtig, ja blind, en vergeet dat hij van zijn vroegere zonden gereinigd is. 10  Span u daarom des te meer in om uw roeping en uitverkiezing waar te maken, broeders en zusters. Als u dit alles doet, komt u nooit ten val 11  en zal u onbelemmerd toegang worden verleend tot het eeuwige koninkrijk van onze Heer en redder Jezus Christus. (NBV)

Vandaag beginnen we te lezen in het Bijbelboek dat de Tweede brief van Petrus wordt genoemd. Geleerden betwijfelen overigens zeer of de brief van de Petrus is die we kennen uit de Evangelieverhalen. Voor zover bekend is de brief namelijk ruim 100 jaar na de verhalen uit het Evangelie geschreven. De brief lijkt ook meer op de brief van Judas die in de Bijbel staat dan op de Eerste Brief van Petrus. Maar hoe het ook zij de Tweede brief van Petrus is een niet onbelangrijk Bijbelboek en sluit aan bij de boodschap die de Apostelen begonnen zijn te verspreiden in de wereld. In onze dagen is de brief nogal actueel. We hebben immers direct te maken met de gevolgen van de begeerte die in de wereld heerst. Onze totale samenleving lijkt vergiftigd te worden door de gevolgen van die begeerte. Na de exorbitante zelfverrijking door de top van het bedrijfsleven kregen we de ondoordachte en onverantwoordelijke producten van de banken en van de financiële sector die geleid hebben tot een economische crisis van ongekende omvang.

De voedselcrisis die zich al eerder aftekende en die de armsten in de wereld treft is daardoor bijna uit het zicht verdwenen. Als we vandaag naar de armsten in de wereld kijken zien we oorlog en geweld en we mogen kennelijk niet horen dat de omvang van die honger ramp direct samenhangt met de armoede in de getroffen landen.  De schrijver van deze brief kent ook een dergelijke crisis in de samenleving en heeft voor de gemeenten aan wie hij schrijft een recept. Geloof in het Koninkrijk van God is natuurlijk goed, geloof dat het spoedig zal komen ook, maar het is noodzakelijk dat geloof te verrijken met deugdzaamheid. Dat betekent dat je jezelf in elk geval bewust moet zijn dat je je niet verrijkt ten koste van anderen, dat je deelt met de minsten. Om te weten wie de minsten zijn moet je kennis verwerven. Kennis over de situatie van de armsten, geld alleen geven is niet genoeg, geld geven kan zelfs tot meer armoede leiden.

Daarom moet kennis met zelfbeheersing verrijkt worden, niet alle problemen van de armen zijn eenvoudig en direct op te lossen. Soms moet je inventief en creatief zijn om werkelijk te kunnen delen. Daarom is volharding nodig en volharding moet met dapperheid gepaard gaan. Vroomheid staat er in de vertaling, maar vroomheid is een oud woord voor dapperheid, een dapperheid die in oude tijden aan het geloof in het goede werd ontleend. Als je er van overtuigd bent het goede te dienen durf je er tegen aan te gaan. Maar dapperheid moet gepaard gaan met liefde, voor je broeders en zusters, maar uiteindelijk voor allen. Als ons dat met elkaar lukt dan komen we in dat Koninkrijk van God. Dapperheid is ook in het besef dat ook hulpverleners niet heilig zijn. De hulpvragenden centraal stellen en het kwaad uitroeien kan ons helpen. De vraag is natuurlijk of de plannen, die nu voor ons gemaakt worden, beantwoorden aan dat wat in deze brief geschreven staat. We zullen het recept van de liefde hardop en vaak moeten herhalen, want eigenliefde en begeerte blijft de wereld beheersen, aan ons om God te laten regeren.

Ik ben verschrikkelijk kwaad

vrijdag, 23 februari, 2018

Jona 4:1-11

1 Dit wekte grote ergernis bij Jona en hij werd kwaad. 2  Hij bad tot de HEER: ‘Ach HEER, heb ik het niet gezegd toen ik nog thuis was? Daarom wilde ik naar Tarsis vluchten. Ik wist het wel: u bent een God die genadig is en liefdevol, geduldig en trouw, en tot vergeving bereid. 3  Laat mij maar sterven, HEER: ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven.’ 4  Maar de HEER zei: ‘Is het terecht dat je zo kwaad bent?’ 5 Nadat Jona Nineve had verlaten, was hij aan de oostkant van de stad gaan zitten. Hij had er een hut gemaakt om in de schaduw af te wachten wat er met de stad zou gebeuren. 6  Nu liet God, de HEER, een wonderboom opschieten om Jona schaduw boven zijn hoofd te geven en zijn ergernis te verdrijven. Jona was opgetogen over de plant. 7  Maar de volgende morgen, bij het aanbreken van de dag, liet God de plant door een worm aanvreten, zodat hij verdorde. 8  En toen de zon opkwam, liet God een verzengende wind uit het oosten waaien; de zon brandde zo op Jona’s hoofd dat hij door de hitte werd bevangen. Hij bad om te mogen sterven: ‘Ik ben liever dood dan dat ik zo verder moet leven.’ 9  Maar God zei tegen Jona: ‘Is het terecht dat je zo kwaad bent over die plant?’ Jona antwoordde: ‘Ik ben verschrikkelijk kwaad, en terecht!’ 10  Toen zei de HEER: ‘Als jij al verdriet hebt om die wonderboom, waar jij geen enkele moeite voor hebt hoeven doen en die jij niet hebt laten groeien, een plant die in één nacht opkwam en in één nacht verging, 11  zou ik dan geen verdriet hebben om Nineve, die grote stad, waar meer dan honderdtwintigduizend mensen wonen die het verschil tussen links en rechts niet eens kennen, en dan nog al die dieren?’ (NBV)

We hebben God zo graag in onze binnenzak. We hebben een beeld van God en die moet daar dan maar aan voldoen. Jona had door dat zijn God nooit aan het beeld zou willen voldoen dat hij graag van God had gezien. Jona had het over een wraakzuchtig God die de kwaden verdelgde en de goeden beloonde. Maar zo was die God van Jona niet, die was genadig, liefdevol, geduldig en trouw en tot vergeving bereid. Tenminste als die God er zin had want die God was onvoorspelbaar. Natuurlijk hadden die lui van Nineve zich bekeerd, Jona was een goede profeet nietwaar. Maar blijft dat ook zo als de profeet weg is? Jona was aan de oostkant van de stad gaan zitten, daar waar de zon opkomt, om af te wachten wat er zou gebeuren. Hij had zelfs een hut gemaakt, een loofhut wellicht, om af te wachten wat er met Nineve zou gebeuren. En ja hoor, Jona behoorde tot de goeden en werd beloond, er schoot een wonderboom op die hem schaduw gaf.

Maar in de nacht heb je niet zoveel aan schaduw en als zo’n boom verdord als de zon opkomt dan zit je nog te verbranden. Dat is nou typisch voor die God van Jona, de burgers van Nineve worden behouden maar Jona mag verbranden. In dit verhaal is het een les voor Jona. Van die boom hoef je niet te houden, die groeit en sterft al naar de natuur dat heeft bepaald. Maar die mensen in die grote stad, dat zijn je broeders en je zusters, die heeft God lief en waarom zou jij ze ook niet liefhebben? Jona geeft geen antwoord meer op deze vraag van God. Het verhaal van Jona eindigt met de vraag van God. Het roept voor ons natuurlijk de vraag op wat ons antwoord zou zijn. Leren we onze broeders en zusters een lesje? Een les zoals Jona een les werd geleerd, twee lessen eigenlijk, eerst op zee en daarna zonder de wonderboom? Of zorgen we er voor dat onze broeders en zusters zich bekeren en belonen we dat. Beide keuzes zijn in dit verhaal Gods keuzes.

Als we de Weg van God willen gaan dan staan beide keuzes tot onze beschikking. Maar als we nauwkeurig lezen dan horen we God iets vertellen over de mensen in Nineve dat ons houvast kan geven. De mensen uit Nineve kennen het verschil tussen links en rechts niet eens. En als je het verschil tussen links en rechts niet kent hoe zou je het verschil tussen goed en kwaad dan kennen. Jona weet wel van dat verschil, hij was immers een zegsman van God, moest de mensen duidelijk maken dat ze verkeerd deden en oproepen het kwaad te laten varen. Maar hij wist ook dat de kennis van goed en kwaad de eerste zonde was. Van dat oproepen kun je niet weglopen. Maar je moet ook weten dat mensen niet direct door God gestraft worden. Als we mensen veroordelen omdat we onszelf beter vinden dan doen we zelf het kwaad. Als we mensen waarschuwen voor het kwaad omdat we ze liefhebben kunnen ze zich bekeren. Ook wij moeten soms een lesje leren.

Breken met het onrecht

donderdag, 22 februari, 2018

Jona 3:1-10

1 Opnieuw richtte de HEER zich tot Jona: 2  ‘Maak je gereed en ga naar Nineve, die grote stad, om haar aan te klagen met de woorden die ik je zeg.’ 3  En Jona maakte zich gereed en ging naar Nineve, zoals de HEER hem opgedragen had. Nineve was een reusachtige stad, ter grootte van drie dagreizen. 4  Jona trok de stad in, één dagreis ver, en riep: ‘Nog veertig dagen, dan wordt Nineve weggevaagd!’ 5 De inwoners van Nineve geloofden God: ze riepen een vasten uit en iedereen, van hoog tot laag, hulde zich in een boetekleed. 6  Toen de profetie de koning van Nineve bereikte, stond hij op van zijn troon, legde zijn staatsiegewaad af en ging, gehuld in een boetekleed, op de grond zitten. 7  En hij liet in Nineve omroepen: ‘Volgens bevel van de koning en zijn edelen is het niemand toegestaan te eten of te drinken, mens noch dier, rund noch schaap of geit. De dieren mogen niet grazen of water drinken. 8  Iedereen, mens en dier, moet zich hullen in een boetekleed en luidkeels God aanroepen. Laat iedereen anders gaan leven en breken met het onrecht dat hij doet. 9  Misschien dat God van gedachten verandert en op zijn besluit terugkomt; wie weet zal hij zijn woede laten varen, zodat wij niet te gronde gaan.’ 10 Toen God zag dat zij inderdaad anders begonnen te leven, kwam hij terug op wat hij gedreigd had hun aan te doen, en hij deed het niet. (NBV)

Hier beginnen we te lezen in het tweede gedeelte van het boek Jona. Nu de vis Jona heeft uitgespuugd kan Jona opnieuw beginnen. God begint in elk geval opnieuw en geeft Jona weer de opdracht naar Nineve te gaan. Er zit Jona niet veel anders op dan inderdaad te gehoorzamen. Maar van harte gaat het niet. De stad Nineve is drie dagreizen groot maar Jona gaat niet verder dan één dagreis. Dat is kennelijk al weer meer dan genoeg voor die Heidenen. Die Heidenen zullen immers toch niet naar God luisteren? Daar kun je je dus lelijk in vergissen. Wel er op rekenen dat ze zullen luisteren kan je lelijk opbreken maar er niet op rekenen dat er geluisterd wordt kan je ook opbreken. De mensen in Ninevé luisteren in elk geval wel. De dreiging voor Ninevé doet sterk denken aan de dreiging voor Sodom en Gomorra en dat is natuurlijk niet mis. Het bleven natuurlijk Heidenen want ze gingen boete doen op de manier waarop ook de Perzen boete doen.

Zoals daar gebruikelijk is moesten zelfs de dieren meedoen met het boeteritueel. En dat nog wel op bevel van de Koning.  Nu kun je je afvragen of dat nu wel zo gemeend is, maar de burgers zelf waren al begonnen met boete doen en die koning die had de boodschap van Jona eigenlijk pas echt goed door. Hij had begrepen wat bekering was want hij beval zijn onderdanen anders te gaan leven en op te houden met het onrecht dat ze deden. Dat ophouden met het onrecht dat ze deden is de sleutel in deze bekering. Het kan niet anders of de inwoners van Ninevé hadden door dat je niet kunt blijven leven voor je zelf, dat je moet delen om te overleven. Juist als je hongert, als je vast dan vallen de armen langs de kant van de weg op, de hongerigen die niet vasten maar geen eten hebben. In onze over welvarende samenleving zullen we dat niet direct zien

Wij zijn afhankelijk van de televisie en of die het leed in de wereld laat zien. Wij zullen moeten winkelen in een Fair Trade winkel om te zien waar onrechtvaardige handelsverhoudingen de armen arm houden en de rijken steeds rijker maken. Maar wij kunnen ook onze samenleving veranderen net als de mensen in Ninevé hun samenleving veranderden. Het is meer dan 40 jaar geleden dat dominee Martin Luther King op de trappen van het Capitol in Washington zijn Bijbelse droom schetste van een samenleving waar iedereen mee kan doen ongeacht kleur of afkomst. Dat leek werkelijkheid te worden toen daar een zwarte president werd ingezworen, een president die beloofde meer voor de armen op te komen. Hij kon dat niet alleen. En de rijken verzamelden alle krachten om af te breken wat hij opbouwde. Maar hij liet zien dat recht en gerechtigheid geen dromen hoeven te blijven. Het duurde 40 jaar voor het volk Israel het beloofde land bereikte, het koste de inwoners van Ninevé maar een paar dagen, wat zal het ons moeten kosten?

Uit het rijk van de dood

woensdag, 21 februari, 2018

Jona 2:1-11

1 De HEER liet Jona opslokken door een grote vis. Drie dagen en drie nachten zat Jona in de buik van de vis. 2 Toen begon hij in de buik van de vis tot de HEER, zijn God, te bidden: 3 ‘In mijn nood roep ik de HEER aan en hij antwoordt mij. Uit het rijk van de dood schreeuw ik om hulp-u hoort mijn stem! 4 U slingerde mij de diepte in, naar het hart van de zee. Door kolkend water ben ik omgeven, zwaar slaan uw golven over mij heen. 5 Ik dacht: Verstoten ben ik, verbannen uit uw ogen. Maar eens zal ik opnieuw uw heilige tempel aanschouwen. 6 Het water stijgt tot aan mijn lippen, muren van water storten op mij neer, zeewier om mijn hoofd verstikt mij. 7 Ik zink tot de bodem, waar de bergen oprijzen, naar het rijk dat zijn grendels voorgoed achter mij sluit. Maar u trekt mij levend uit de dood omhoog, o HEER, mijn God! 8 Nu mijn levensadem mij verlaat roep ik u aan, HEER, en mijn gebed komt tot u in uw heilige tempel. 9 Zij die armzalige afgoden vereren, verlaten u, trouwe God. 10 Maar ik zal mijn stem in dank verheffen en u offers brengen; mijn geloften los ik in. Het is de HEER die redt!’ 11 Toen, op bevel van de HEER, spuwde de vis Jona uit op het land. (NBV)

Wie gaat er nu nog vanuit het graf bidden? Je zou toch willen dat je God je dat graf bespaard had? Die Jona had dat graf natuurlijk geheel aan zichzelf te wijten. Hij was immers precies de andere kant opgegaan dan God hem had opgedragen? Eigen schuld, dikke bult! Maar zo werkt het in de Bijbel niet. Juist in het graf wordt er tot God gebeden. Dan heb je de Liefde van God het meest nodig en mag je die ook het best in herinnering brengen. De Zuid Amerikaanse dichter Ernesto Cardenal zong in het heetst van de dictatuur die hem onderdrukte nog eens psalm 130: “Uit de diepten, o Heer roep ik tot U, ’s nachts roep ik in mijn cel -in het concentratiekamp- in de folterkamer – in het uur van de duisternis- het uur der ondervraging, hoor mijn stem, mijn S.O.S.” Ook Jona zingt een psalm in zijn graf, waar een zekere dood hem zou moeten wachten. Ernesto Cardenal wist in zijn psalm 130 steeds te zingen :”Maar de Heer is de bevrijding, Hij is de vrijheid van Israël”

Zo zingt ook Jona van de Heer voor wie de dood niet het laatste woord is. Ernesto Cardenal zong niet over de bevrijding van zichzelf maar over de bevrijding van zijn volk. Jona zingt over de Tempel van de Heer, de Tempel waar de goddelijke richtlijnen werden bewaard van heb Uw naaste lief als Uzelf. In die liefde, in die richtlijn schuilt de bevrijding van onderdrukking en geweld. Het verhaal van de Liefde voor de naaste staat immers los van je eigen lot. Wij hebben dat geleerd van Jezus van Nazareth die de liefde van God zover durfde doorleven dat zelfs zijn dood aan het kruis daar geen invloed meer op kon hebben. Daarom mogen wij in het diepst van de duisternis zingen. Zingen van bevrijding, zingen van rechtvaardigheid. In de geschiedenis is dat zeer duidelijk begrepen door de zwarte slaven in het zuiden van de Verenigde Staten. Zij hadden gehoord van de God van Abraham Izaak en Jacob en van Jezus van Nazareth en zij begonnen te zingen van het leed dat Israël was aangedaan, van het leed dat Jezus van Nazareth had moeten ondergaan, maar ook van hun eigen leed en hun verwachting van bevrijding.

Het “We shall overcome” is waarheid geworden, de slavernij werd afgeschaft, de discriminatie met succes bestreden en we kennen inmiddels de eerste zwarte president van de Verenigde Staten. Het zingen vanuit het graf van de slavernij heeft daar een belangrijke bijdrage aan geleverd. Zo zongen Nederlandse studenten het “God zegen Afrika, Ngosi Sigelele” het verboden volkslied van Zuid Afrika tijdens de apartheid, zo werd het “Free Nelson Mandela” een hit over de hele wereld, een roep die onweerstaanbaar werd. Heel vaak zijn het liederen die het symbool worden van verzet. Zo mogen we zingen met Jona, wetende dat op bevel van God het graf, voor Jona de vis, de verdrukte en vernederde zal uitspuwen. Dat uitspuwen betekent in het verhaal van Jona de beslissende ommekeer. Voor ons is de vraag of we vandaag met Jona mee durven zingen.

 

Reken het ons niet aan

dinsdag, 20 februari, 2018

Jona 1:1-16

1 Eens richtte de HEER zich tot Jona, de zoon van Amittai: 2  ‘Maak je gereed en ga naar Nineve, die grote stad, om haar aan te klagen, want het kwaad dat ze daar doen is ten hemel schreiend.’ 3  En Jona maakte zich gereed, maar vluchtte naar Tarsis, weg van de HEER. Hij ging naar Jafo en vond er een schip met bestemming Tarsis. Hij betaalde de overtocht en ging aan boord om mee te varen naar Tarsis, weg van de HEER. 4 Maar de HEER wierp een hevige storm op de zee, en de zee werd zo wild dat het schip dreigde te breken. 5  De zeelieden werden bang, en ieder riep tot zijn eigen god om hulp. Ook gooiden ze, om het gevaar af te wenden, de lading in zee. Maar Jona was in het ruim van het schip afgedaald, was daar gaan liggen en in een diepe slaap gevallen. 6  De schipper ging naar hem toe en zei tegen hem: ‘Wat lig jij hier te slapen! Sta op, roep je God aan! Misschien dat hij zich om ons bekommert, zodat we niet vergaan.’ 7  Intussen overlegden de zeelieden: ‘Laten we het lot werpen om te weten te komen wiens schuld het is dat deze ramp ons treft.’ Ze wierpen het lot, en het lot viel op Jona. 8  Toen zeiden ze tegen hem: ‘Vertel ons: Hoe komt het dat deze ramp ons treft? Wat doe je hier aan boord? Waar kom je vandaan? Uit welk land kom je? Bij welk volk hoor je?’9  Jona antwoordde: ‘Ik ben een Hebreeër en ik vereer de HEER, de God van de hemel, de God die de zee en het land gemaakt heeft.’ 10  De mannen werden doodsbang, en toen ze van hem hoorden dat hij was weggevlucht van de HEER, zeiden ze tegen hem: ‘Hoe heb je dat kunnen doen?’ 11 En ze vroegen hem: ‘Wat moeten we met je doen, dat de zee ons met rust laat?’ Want de zee werd hoe langer hoe onstuimiger. 12  Hij antwoordde: ‘Gooi me in zee, dan zal de zee jullie met rust laten. Want ik weet dat het mijn schuld is dat deze storm zo tegen jullie tekeergaat.’ 13  Maar de mannen roeiden uit alle macht om weer aan land te komen; dat lukte hun echter niet, want de zee ging steeds onstuimiger tegen hen tekeer. 14  Toen riepen ze tot de HEER: ‘Ach HEER, laat ons toch niet vergaan als wij het leven van deze man opofferen. Reken het ons niet aan als hier een onschuldige sterft. U bent de HEER, al wat u wilt dat doet u!’ 15  Toen tilden ze Jona op en gooiden hem in zee, en de woede van de zee bedaarde. 16  De mannen werden vervuld met bang ontzag voor de HEER. Ze brachten hem een offer en deden hem geloften. (NBV)

Vandaag beginnen we te lezen in het boek Jona, het eerste hoofdstuk. Wie nu denkt dat er walvissen in het verhaal voorkomen heeft het mis. Er komen Heidenen in het verhaal voor en een Joodse profeet die niks met ze te maken wil hebben en een God die er voor die Heidenen wil zijn. Dat is misschien wel het meest eigenaardige aan het boek Jona, waar een heleboel rare dingen in voorkomen. Maar het gaat niet om het historische verhaal. Het boek Jona is bij uitstek een oosters verhaal waarvan de boodschap belangrijker is dan de feiten en waarbij het verhaal die boodschap moet verduidelijken en versterken. Hoofdpersoon is Jona de zoon van Amittai. Tenminste dat zegt het verhaal. We kennen in de Bijbel nog een Jona, zoon van Amittai, over hem staat in het tweede boek Koningen dat hij profeet was onder koning Jerobeam. De geleerden zijn het er echter over eens dat die profeet nooit de profeet uit het boek Jona geweest kan zijn want de gewoonten die in het boek Jona worden beschreven waren in de tijd van koning Jerobeam volkomen onbekend.

De profeet uit ons verhaal is een rare profeet. In plaats van te gehoorzamen aan God en luid en duidelijk de boodschap van God te verkondigen gaat hij er vandoor, precies de andere kant uit. Niet door de woestijn naar Nineve maar naar de zee en dan naar Tarsus. Dat plaatsje kennen we niet maar het klinkt als aan het andere kant van de wereld en dan kom je in Spanje en daar lag wel een plaatsje waarvan de naam een beetje op Tarsus leek. De zee is het symbool van de dood en ja hoor daar stormt het dus. De Heidense zeelieden nemen direct aan dat er een god zal zijn die boos is op iemand aan boord. Als ze horen dat het de God, schepper van hemel en aarde, moet zijn wordt de schrik nog groter. Alles wordt er aan gedaan om te voorkomen dat Jona gedood moet worden. Het lijkt wel of die zeelieden meer gehoorzaam zijn aan de God van Jona dan Jona zelf.

Voordat ze Jona over boord gooien bidden ze zelfs om vergeving. En die kregen ze, want de zee kalmeerde direct. Zo’n God moet je te vriend houden en daarom werden er direct offers gebracht en geloften gedaan. De Heidense manier om met een god om te gaan. Jona ging een zekere dood tegemoet want hij werd opgeslokt door een vis, het graf dat je in de zee te wachten staat. Drie dagen bleef Jona in zijn graf. Weglopen van de boodschap voor Nineve heeft dus geen zin. Wat ze daar doen is ten hemel schreiend. Die toestanden kennen wij ook in de wereld. En ook voor ons geldt vaak dat we liever over God praten dan over de onrechtvaardigheid die ten hemel schreit. Dat het in de Gazastrook echt helemaal verkeerd gaat en dat men zich daar tot de vrede moet bekeren bijvoorbeeld. Dat de voedselcrisis vele malen erger is dan de financiële crisis bijvoorbeeld. Die voorbeelden zijn nog vele malen uit te breiden. Weglopen er voor heeft geen zin, we zullen ze moeten benoemen of dood gaan en ons graf vinden.

De verdrukten bevrijden

maandag, 19 februari, 2018

Jesaja 58:6-14

6  Is dit niet het vasten dat ik verkies: misdadige ketenen losmaken, de banden van het juk ontbinden, de verdrukten bevrijden, en ieder juk breken? 7  Is het niet: je brood delen met de hongerige, onderdak bieden aan armen zonder huis, iemand kleden die naakt rondloopt, je bekommeren om je medemensen? 8 ¶  Dan breekt je licht door als de dageraad, je zult voorspoedig herstellen. Je gerechtigheid gaat voor je uit, de majesteit van de HEER vormt je achterhoede. 9  Dan geeft de HEER antwoord als je roept; als je om hulp schreeuwt, zegt hij: ‘Hier ben ik.’ Wanneer je het juk van de onderdrukking uitbant, de beschuldigende vinger en de kwaadsprekerij, 10  wanneer je de hongerige schenkt wat je zelf nodig hebt en de verdrukte gul onthaalt, dan zal je licht in het donker schijnen, je duisternis wordt als het licht van het middaguur. 11  De HEER zal je voortdurend leiden, hij zal je verkwikken in dorre streken, hij maakt je botten sterk en krachtig. Je zult zijn als een goed bevloeide tuin, als een bron waarvan het water nooit opdroogt. 12  Je eigen mensen zullen weer opbouwen wat al eeuwenlang verwoest ligt; fundamenten, door vroegere generaties gelegd, zullen weer worden hersteld. Dan zal men je noemen ‘Hersteller van muren’, ‘Herbouwer van straten’. 13 ¶  Wanneer je je voeten rust gunt op sabbat en geen handel drijft op mijn heilige dag, wanneer je de sabbat als een dag van vreugde ziet, de dag van de HEER als een heilige dag, wanneer je hem in ere houdt door niet je gang te gaan, geen handel te drijven of zaken te bespreken, 14  dan vind je vreugde in de HEER. Ik zal je laten rijden over de hoogten van de aarde en je laten genieten van het land dat ik je voorvader Jakob in bezit heb gegeven. De HEER heeft gesproken! (NBV)

We zijn vandaag aangeland in het hart van de Bijbelse boodschap. Zo vaak blijft de verkondiging van de boodschap van de Bijbel steken in algemeenheden. Je moet God liefhebben, je moet Jezus in je hart toelaten. Als je dat doet vindt je vrede en geluk en lacht het leven je toe. Maar als je die boodschap hoort dan hoor je maar de helft. De andere helft staat in het gedeelte dat we vandaag lezen. Misdadige ketens losmaken, de banden van het juk ontbinden. En die misdadige ketens vinden we overal op aarde. In de afgelopen jaren kwamen mensen in Noord Afrika in opstand tegen het juk dat dictators hen al tientallen jaren hebben opgelegd. In Syrië woedt daardoor al een aantal jaren een burgeroorlog, Zo schreeuwen de Palestijnen ons al een tijd toe dat ze bevrijd willen worden van het juk dat Israël hen oplegt door het afgrendelen van hun land, het bouwen van nederzettingen op plekken waar dat niet mag en het beperken van invoer en uitvoer van goederen die hun welvaart zouden kunnen bepalen.

Ook staat er in het gedeelte dat we vandaag lezen dat het gaat om je brood te delen met de hongerige, onderdak te bieden aan de armen zonder huis en mensen kleden die naakt rondlopen. Het zijn zaken die in de tijd van Jesaja speelden maar die evengoed in onze tijd spelen. Ook wij horen van hongersnoden omdat boeren niet zo goed kunnen verbouwen als ze willen omdat hun afzet geblokkeerd is door onrechtvaardige handelsbepalingen. Hongerigen voeden betekent in onze dagen ook eerlijke handelsverhoudingen toelaten, subsidies afschaffen die oneerlijke concurentie veroorzaken. Onderdak bieden aan armen die geen huis hebben kan betekenen dat je met een organisatie als Habitat huizen gaat bouwen in landen waar men dat zelf niet kan, maar kan ook betekenen dat je de deur openzet voor asielzoekende vluchtelingen. Voor het kleden van mensen die niets meer hebben geldt natuurlijk hetzelfde.

Pas als we zo gaan leven dan breekt het licht door in een duistere wereld, dan pas zullen we ook zelf kunnen herstellen van de onveiligheid die ons lijkt te bedreigen. Gerechtigheid is dan het eerste waar we aan denken, alle mensen tot hun recht laten komen. Dat we dat van de God van Israël hebben geleerd, dat we hem daarvoor dankbaar mogen zijn komt pas achteraf. Dat staat dus echt niet voorop. Dan weet je waar je om kunt vragen, je dagelijks brood, dan zul je daar tevreden mee kunnen zijn. Veel later dan Jesaja zou Jacobus schrijven dat het geloof in God, de liefde voor God niks waard is als je niet doet wat hier geschreven staat in het boek van Jesaja. Dan pas blijkt dat Jezus in je hart woont als zichtbaar wordt wat hier staat als te doen door de gelovige. Dan kunnen we dus werkelijk genieten van de zondagsvrijheid die ons gegeven is. Gelukkig kunnen we elke dag weer doen wat Jesaja hier vraagt van de gelovige, in het klein en in het groot. Ook vandaag kan dat weer.