Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor december, 2017

Huil niet langer

donderdag, 21 december, 2017

Jeremia 31:15-22

15  Dit zegt de HEER: In Rama hoort men klagen, bitter treuren. Rachel beweent haar zonen, zij wil niet worden getroost. Haar kinderen zijn er niet meer. 16  Maar dit zegt de HEER: Huil niet langer, droog je tranen. Je zorg voor hen wordt nu beloond- spreekt de HEER. Ze keren terug uit het land van de vijand. 17  Je hebt een hoopvolle toekomst, je kinderen keren naar hun eigen land terug- spreekt de HEER.18 ¶  Ik heb wel gehoord hoe Efraïm treurt: “U hebt mij geslagen als een jonge os die nog niet is afgericht. Breng mij bij u terug, laat mij terugkeren, want u, HEER, bent mijn God. 19  Ik ben tot inkeer gekomen, ik sla mijzelf nu ik mijn hart doorzie. Ik ben vol berouw, ik schaam mij diep, ga gebukt onder de zonden van mijn jeugd.” 20  Is Efraïm niet mijn geliefde zoon, is hij niet mijn oogappel? Telkens als ik over hem spreek rijst zijn beeld in mij op, dan raak ik diep bewogen. Ik móet mij over hem ontfermen- spreekt de HEER. 21  Zet mijlpalen neer, plaats bakens, richt je aandacht op de weg die je volgt. Keer terug, vrouwe Israël, keer terug naar je steden. 22  Hoe lang nog blijf je talmen, hoe lang nog blijf je eigenzinnig, vrouwe Israël? De HEER zal iets nieuws op aarde scheppen: een vrouw maakt een man het hof. (NBV)

Het Nederlandse werkwoord “Jeremiëren” is ontstaan nadat men het Bijbelboek Jeremia had gelezen. Het betekent iets als onophoudelijk zeuren. Het antwoord kwam op een oudejaarsavond, uithuilen en opnieuw beginnen. En zeuren doet Jeremia eigenlijk nou net niet. Hij hamert er onophoudelijk op dat we de richtlijnen uit de woestijn moeten volgen, onze naaste lief moeten hebben als onszelf. Doen we dat niet dan loopt het niet best met ons af, doen we dat echter wel dan valt ons onophoudelijk het goede ten deel. Jeremia weet ook wel dat de wereld er niet altijd even vrolijk uitziet. De oermoeder van Israel, Rachel, weent met enige regelmaat over haar kinderen die zijn omgebracht. We kennen dat beeld misschien ook wel uit het kerstverhaal zoals dat door Matteüs is opgeschreven.

Zodra Koning Herodes door had dat de volkstelling van Keizer Augustus in de soep was gedraaid omdat in Bethlehem een kind was geboren dat daar niet thuishoorde volgens de Romeinse wet maar volgens de Joodse wet zelfs een koningszoon was liet hij alle pas geboren kinderen in Bethlehem ombrengen. Het was te laat, de volkstelling was evengoed in de soep gedraaid en die Koningszoon was gevlucht met zijn ouders. In dat verhaal staat dat Rachel wenend rond gaat, en dat beeld vinden we ook in dit Bijbelgedeelte. Juist die zorg voor de zwaksten in de samenleving maakt dat de samenleving weer leefbaar wordt. Juist die kinderen die de zorg het hardst nodig hebben zijn de maat voor wat we kunnen bereiken. We kunnen weer één volk worden zegt Jeremia.

Wij zijn zover nog niet. We hebben wel bureaus Jeugdzorg met hele knappe medewerkers die veel zouden kunnen, maar we zadelen ze op met veel te veel werk, te weinig collega’s, te veel administratie en vergaderingen, maar te weinig ondersteuning. Wanneer bij de machthebbers ooit de zwakken centraal zullen komen te staan blijft een vraag. De eigen macht en de positie van de vele ambtenaren blijven centraal bij de overheid, ook al krimpt die overheid. Maar misschien kunnen we zelf als vrijwilligers de zorg voor kinderen in de buurt organiseren. Speeltuinen onderhouden, kinderclubs in buurthuizen en wijkcentra. Ook daar kan gesignaleerd worden als het met kinderen mis dreigt te lopen, als ouders de zware last van armoede en de zorg voor kinderen niet meer aankunnen. Er zijn daarnaast ook nog heel veel pleegouders nodig. Niet roddelen over het gehuil bij de buren maar aanbellen. Dat is echt niet zeuren.

Je zult weer dansen in de rei

woensdag, 20 december, 2017

Jeremia 31:2-14

2  Dit zegt de HEER: In de woestijn kreeg ik Israël lief, het volk dat aan vernietiging ontkomen was. Ik ging hun voor en gaf hun vrede. 3  Van ver ben ik naar je toe gekomen, vrouwe Israël. Ik heb je altijd liefgehad, mijn liefde zal je altijd vergezellen. 4  Ik breng je weer tot bloei. Je zult weer dansen in de rei en de tamboerijnen laten klinken. 5  In Samaria’s bergen zul je wijngaarden planten, en mogen eten van de eerste vruchten. 6  De dag breekt aan dat in Efraïm de wachters op de bergen roepen: “Kom, laten we op weg gaan naar de Sion, naar de HEER, onze God!” 7  Dit zegt de HEER: Juich van vreugde over Jakob, jubel aan het hoofd van alle volken, roep het uit, zing een lofzang: “De HEER heeft zijn volk gered, en wat er van Israël nog overbleef bevrijd.” 8  Ik laat hen uit het noorden terugkeren en breng hen samen van de einden der aarde. Ook blinden en lammen komen mee, ook zwangere vrouwen, en vrouwen in barensnood. In dichte drommen keren ze terug. 9  Zij komen terug in tranen,  ze heffen smeekbeden aan,  en ik zal hen leiden.  Ik breng hen naar stromende beken  en voer hen over geëffende wegen;  daar kunnen zij niet struikelen.  Want ik ben voor Israël een vader,  en Efraïm is mijn eerstgeboren zoon. 10  Volken, luister naar de woorden van de HEER, vertel het verder op de verste eilanden: Hij die Israël verstrooid heeft, zal het samenbrengen en het hoeden, zoals een herder zijn kudde. 11  Want de HEER verlost het volk van Jakob, hij bevrijdt hen uit de hand die sterker was dan zij. 12  Zij komen juichend naar de Sion, stralend van vreugde om de gaven van de HEER: koren, wijn, olijfolie, en geiten, schapen, koeien. Zij gedijen als een waterrijke hof, nooit meer zal het hun aan iets ontbreken. 13  Meisjes dansen vrolijk in de rei, jongens en grijsaards dansen mee. Hun rouw verander ik in vreugde, ik troost hen, hun verdriet vergeten zij. 14  De priesters schenk ik overvloedig offervlees. Ik overstelp mijn volk met al het goede- spreekt de HEER. (NBV)

Een liefdesliedje vertolkt de verhouding van het volk Israel met haar God. En wat staat er in een verhouding centraal nietwaar, de liefde. En pas de liefde is vruchtbaar. Die liefde is volgens dit Bijbelgedeelte begonnen in het hart van de woestijn. Daar is de liefde opgebloeid. En dat verhaal kennen we hier natuurlijk. Daar waren het de woorden van recht en gerechtigheid, van eerlijk delen, van de naaste liefhebben als jezelf die het volk op weg stuurden naar het land overvloeiende van melk en honing. Dat land werd later verspeeld en het volk werd in ballingschap gevoerd en verspreid over de aarde, maar nu het zich het verhaal van de woestijn weer herinnerd zal het ook weer goed komen. Vanuit alle hoeken van de aarde wordt het volk weer verzameld in dat beloofde land. Wat een vreugde zo vlak voor het kerstfeest.

Er zijn nog al eens mensen die gelovigen verwijten zwaar op de hand te zijn. Zo vaak hebben we elkaar niet lief. Zo vaak gaan we in de fout en vergeten we wat ons eigenlijk op weg heeft gezet. Wie steeds maar blijft letten op wat er fout is gegaan, wie zich steeds maar bewust maakt van wat er fout ging om er schrik van te krijgen en er bang voor te worden wordt inderdaad zwaar op de hand. Het is echter niet bijbels. Bijbels is dat je iedere keer weer opnieuw mag beginnen, dat je mag leren van je fouten, ze niet opnieuw hoeft te maken. Steeds als het je niet lukt, als je struikelt op de weg naar het beloofde land, mag je opstaan en opnieuw beginnen. We gaan over  een paar dagen het kerstfeest vieren, het begin van nieuw leven dat kwam in de zwarte nacht van Keizerlijke macht en vreemde bezetting.

Dat nieuwe leven mogen we vandaag al beleven en dat is niet een droef opnieuw pogen maar een blij dansend zorgen voor de armen onder ons, zorgen dat de voedselbanken weer een voorraad krijgen, in veel PKN kerken in Nederland zamelt men er voedsel voor in. Zingend zorgen dat de vreemdelingen er bij mogen horen, niet elkaar bang maken omdat ze anders geloven maar weten dat ze op een andere manier in dezelfde God geloven en dat we in het verleden 400 jaar in één land mochten wonen met hun geloofsgenoten. Zo mogen we juichend zorgen voor recht en gerechtigheid. Het klinkt misschien overdreven maar het is een samenvatting van dit hoofdstuk uit het boek van Jeremia. En die belooft dat het volk overstelpt zal worden met al het goede. Laten we dus gewoon beginnen het goede te doen.

Ik zal je genezen

dinsdag, 19 december, 2017

Jeremia 30:12–31:1

12  Dit zegt de HEER: Ongeneeslijk zijn je wonden, niet te helen is je letsel. 13  Geen mens verzorgt je zweren, je wonden groeien nooit meer dicht. 14  Je minnaars zijn je vergeten, ze kijken niet meer naar je om. Ik was het die je sloeg, als een vijand, ik heb je meedogenloos gestraft, om je vele wandaden, om je talloze zonden. 15  Wat klaag je nu over je letsel, je dodelijke wonden? Om je vele wandaden, om je talloze zonden heb ik je dit aangedaan. 16  Maar wie jou verslonden, worden zelf verslonden, al je vijanden gaan zelf in ballingschap. Elk volk dat jou plunderde, wordt zelf geplunderd, ik maak ieder die naar buit zocht, zelf tot buit.17  Weet dat ik je zal genezen, ik zal je wonden helen-spreekt de HEER ook al noemt men je Verworpene en zegt men: “Naar Sion kijken we niet meer om.” 18 ¶  Dit zegt de HEER: Ik keer het lot van Jakobs tenten ten goede, ik zal me om zijn woningen bekommeren. De steden zullen uit de as herrijzen, paleizen worden in hun oude pracht hersteld. 19  Dansend komen de mensen naar buiten, met een lofzang op de lippen. Ik doe het volk in aantal toenemen, het neemt niet meer in aantal af. Ik geef het aanzien, het wordt niet langer veracht. 20  Het volk wordt weer als vroeger en houdt door mijn bescherming altijd stand. Wie het bedreigt, zal ik straffen. 21  Het zal een vorst voortbrengen, er komt een heerser uit zijn midden voort. Ik zal hem toestaan mij te naderen. Wie zou dat zelf wagen? spreekt de HEER. 22  Jullie zullen mijn volk zijn, en ik zal jullie God zijn. 23  De HEER zendt een woedende wind, een razende storm treft de verdorvenen. 24  Zijn brandende toorn komt niet tot bedaren  voor hij zijn plan geheel heeft uitgevoerd. Eens zullen jullie dat ten volle begrijpen. 1 ¶  Dan zal ik voor elke stam van Israël een God zijn, dan is Israël mijn volk-spreekt de HEER. (NBV)

Voor het genezen van lichamelijke kwalen hebben we dokters. Die worden steeds knapper en als ze een ziekte nog niet kunnen genezen dan hebben we pech. Voor leken die niet thuis zijn in de medische wetenschap blijven ziekten vaak een geheimzinnig gebeuren. Waar komen ze vandaan? Waarom treft een ziekte de een wel en de ander niet? Het ligt voor de hand er “goddelijke”of “kosmische” oorsprong in te zoeken. Het zal wel de straf van God zijn, of het zal wel in de sterren staan. Wie de ontwikkeling van de medische wetenschap bestudeert komt tot de ontdekking dat beide beweringen onwaar moeten zijn, oorzaken die eerst geheimzinnig waren worden de een na de ander ontdekt en blijken natuurlijke processen. Leken raken wanhopig en zijn gemakkelijk te verleiden hun hoop te vestigen op instralers, strijkers, gebedsgenezers, piskijkers of andere alternatieven. Voor de Bijbel is er echter maar één geneesmiddel dat buiten de wetenschap wordt aanbevolen en dat is de liefde. Slechts naastenliefde kan helpen te genezen.

In de eerste plaats helpt dat tegen maatschappelijke kwalen. En daar gaat het gedeelte over dat we vandaag uit het boek van de profeet Jeremia lezen. Het ergste dat je kan overkomen zijn dan ook niet de zweren of de wonden waarmee je geslagen bent maar de afkeer van de mensen die je dierbaar zijn. Dat doet pas pijn als mensen zich van je afkeren, van je walgen. Pas naastenliefde kan je daarvan genezen. Ja ook zieken moeten van hun naaste houden als van zichzelf. Er zijn twee soorten fouten die zieken maken, ze vragen of te veel, of te weinig. Wie te veel vraagt, voortdurend zeurt, kan een ander zo tot last worden dat de ander zich afkeert en de zieke niet meer geeft wat vanuit de ziekte eigenlijk nodig is. Wie te weinig vraagt krijgt in elk geval niet wat nodig is. Houden van jezelf betekent dus dat je op zoek gaat naar wat je echt nodig hebt, van de ander houden als van jezelf betekent dat je in elk geval vraagt wat je nodig hebt, maar begrip hebt voor de moeite die het kan kosten dat ook te geven.

Het verhaal over Jeremia en de ballingen loopt uit op een vreugdelied. Het land komt weer tot bloei, het volk krijgt weer aanzien. Dat gaat er van komen als iedereen zich weer houdt aan het verdrag dat het volk ooit in de woestijn sloot, dat verdrag van recht en gerechtigheid, van eerlijk delen waaraan iedereen mee mocht doen en waar iedereen de naaste liefhad als zichzelf. Niet een ieder voor zich, niet een eigen verantwoordelijkheid en de armoede afwentelen op het netwerk. De onderkant van de samenleving voert nog steeds niet de boventoon. Mensen verbazen zich niet alleen over de voedselbanken. Ook ergert men zich aan het aantal zwervers in de steden. Psychiatrische inrichtingen waar mensen opgesloten werden zijn gesloten, maar zorg op maat in de steden voor mensen die zonder die zorg aan zwerf gaan was te duur. De gekkigheid ligt dus bij ons op de stoep en wordt niet uitgebannen, maatschappelijke ziekten worden niet genezen. Jeremia wijst vandaag de weg naar de oplossing. Laten we weer oog krijgen voor de armen, de zieken, de zwakken en de vreemdelingen in ons midden. Dan zal het land pas echt tot bloei komen.

Ik zal je uit dat verre land bevrijden

maandag, 18 december, 2017

Jeremia 30:1-11

1 ¶  De HEER richtte de volgende woorden tot Jeremia: 2  ‘Dit zegt de HEER, de God van Israël: Schrijf alle dingen die ik je heb gezegd in een boekrol. 3  Want de dag zal komen-zegt de HEER dat ik het lot van mijn volk Israël en van Juda ten goede keer, dat ik hen terugbreng naar het land dat ik hun voorouders gegeven heb en dat zij het in bezit zullen nemen-spreekt de HEER.’ 4  Hier volgen de woorden die de HEER tot Israël en Juda sprak. 5  ‘Dit zegt de HEER:  Ik hoor geschreeuw van ontzetting, kreten van angst en paniek. 6  Zeg eens: kunnen mannen baren? Waarom zie ik dan dat elke man zijn handen op zijn buik houdt, zoals een vrouw die baart? Waarom is hun gezicht zo grauw? 7  Wee! Die vreselijke dag kent zijn gelijke niet! Het volk van Jakob komt in grote nood, maar het wordt gered. 8  Ik breek op die dag het juk van je nek, je banden ruk ik los-  spreekt de HEER van de hemelse machten. Nooit meer wordt Jakobs volk de slaaf van vreemden, 9  maar het dient mij, de HEER, zijn God, en David, de koning die ik over hen heb aangesteld. 10 ¶  Wees niet bang, mijn dienaar Jakob, heb geen angst, Israël-spreekt de HEER. Ik zal je uit dat verre land bevrijden, uit de ballingschap breng ik je nageslacht terug. Het volk van Jakob keert terug en zal in vrede leven, zonder zorgen, zonder dat het nog wordt opgeschrikt. 11  Ik sta je ter zijde en zal je bevrijden- spreekt de HEER. De landen waarnaar ik je verdreven heb, vaag ik allemaal weg. Je krijgt de straf die je verdient, maar vernietigen zal ik je niet. (NBV)

Eerder in het boek Jeremia kun je lezen  hoe Jeremia beschuldigd werd de ballingschap langer te laten duren dan nodig is. Jeremia moet daarom nog eens duidelijk maken dat ook hij er van overtuigd is dat de ballingen terug zullen keren. Maar dat zal pas gebeuren als de goddelijke richtlijnen uit de woestijn weer wordt gevolgd, als mensen weer van hun naaste houden als van zichzelf. Als ook de ballingen weer oog willen hebben voor de armen in hun omgeving. Als die ballingen hun eigen trots willen laten varen en af willen zien van titels en voorrechten. Pas als die ballingen willen delen met de armen om hen heen en vruchtbaar willen zijn komt de tijd dat ze terug kunnen keren. De armen, vaak zelfs de weduwen en de wezen, zijn altijd de maat waarmee de voorspoed van het volk gemeten kan worden. Bij ons is dat niet anders. Ook bij ons is het vaak de vraag of de zorg voor de armen wel voorop staat.

De schuldsaneerders hebben het nog nooit zo druk gehad, mensen zijn leningen aangesmeerd die ze nooit meer kunnen afbetalen. Het aantal mensen dat een beroep doet op de voedselbanken groeit gestaag, steeds meer mensen hebben geen geld om hun gezin voldoende te eten te geven. Kerken zamelen bijna structureel voedsel in voor de voedselbanken. Het aantal mensen dat ook hun zorgverzekering niet meer kan betalen groeit ook. Daarnaast zorgt ons vreemdelingenbeleid voor de nodige armoede. Er leeft bij de rijken de mythe dat zorg en afhankelijkheid mensen aantrekt en dat mensen die afhankelijkheid maar wat fijn vinden. Niets is minder waar, mensen willen tot hun recht komen, willen gewaardeerd worden om wat ze kunnen, willen dat in vrede kunnen laten zien en zelf kunnen zorgen voor hun naasten. We moeten ze daartoe in staat stellen. Jeremia beschrijft hoe hij de dag voor zich ziet dat er een eind komt aan de samenleving van hebben en houden, van eerst ikke en dan de rest die eigenlijk ook wel kan stikken.

Dat is geen vrolijke dag voor de aanbidders van meer en nog meer, de goden van goud en loze beloften. De samenleving zoals de God van Israël die aan zijn volk heeft voorgehouden komt als een kind. De pijn die een vrouw voelt bij de bevalling zal iedereen voelen. Het geschreeuw dat een vrouw kan laten horen als zij een kind krijgt zal iedereen laten horen. De vraag of mannen kunnen baren is dan zo gek nog niet, ook zij zullen er aan moeten geloven. Die dag van omwenteling, de dag waarop een nieuwe aarde ontstaat, kun je alleen doorstaan als je weet wat het leven wordt dat je te wachten staat, een leven in liefde. En je kunt dat alleen weten als je op deze aarde die liefde hebt betoont, als je zorgt voor de armen, voor de gehandicapten, voor de vreemdelingen, als je strijdt voor nivelering de eerlijker verdeling van inkomen tussen arm en rijk. Kortom als je leeft volgens de regel dat je God lief hebt boven alles en dat doet door je naaste lief te hebben als jezelf, ook vandaag weer.

De dorre vlakte vrolijk zijn

zondag, 17 december, 2017

Jesaja 35:1-10

1 ¶  De woestijn zal zich verheugen, de dorre vlakte vrolijk zijn, de wildernis zal jubelen en bloeien, 2  als een lelie welig bloeien, jubelen en juichen van vreugde. De woestijn tooit zich met de luister van de Libanon, met de schoonheid van de Karmel en de Saron. Men aanschouwt de luister van de HEER, de schoonheid van onze God. 3  Geef kracht aan trillende handen, maak knikkende knieën sterk. 4  Zeg tegen het moedeloze volk: ‘Wees sterk en vrees niet, want jullie God komt met zijn wraak. Gods vergelding zal komen, hijzelf zal jullie bevrijden.’ 5 Dan worden blinden de ogen geopend, de oren van doven worden ontsloten. 6  Verlamden zullen springen als herten, de mond van stommen zal jubelen: waterstromen zullen de woestijn splijten, beken de dorre vlakte doorsnijden. 7  Het verzengde land wordt een waterplas, dorstige grond wordt waterrijk gebied; waar eenmaal jakhalzen huisden, maakt dor gras plaats voor riet en biezen. 8  Daar zal een gebaande weg lopen, ‘Heilige weg’ genaamd, geen onreine zal die betreden. Over die weg zullen zij gaan, maar dwazen zijn er niet te vinden. 9  Geen leeuw of roofdier zal daar komen, geen enkel wild dier dwaalt er rond, ze blijven er allemaal weg, alleen zij die verlost zijn zullen daar gaan. 10  Zij die de HEER heeft bevrijd, keren terug. Jubelend komen zij naar Sion, gekroond met eeuwige vreugde. Gejuich en vreugde trekken de stad binnen, gejammer en verdriet vluchten eruit weg. (NBV)

Vandaag lezen we een stukje uit de Bijbel dat in kerken heel beroemd is geworden. Dat komt met name door dominee J.J.L. ten Kate. Die leefde in de negentiende eeuw en maakte een heleboel gedichten. Het gedeelte dat we vandaag lezen inspireerde hem tot het gedicht:  “de dorre vlakten der woestijnen zal zich verheugen eindeloos, de zandzee zal herschapen schijnen want bloeien zal zij als een roos”. Het werd een zeer populair kerklied dat in 1938 als gezang 111 werd opgenomen in de zangbundel van de Hervormde Kerk. Toen in 1973 het liedboek voor de kerken uitkwam was het lied daaruit verdwenen. Want hoewel de springende lammen, de sprekende stommen, de ziende blinden en de horende doven er ook in voorkwamen was er één element niet aanwezig. Dat moedeloze volk dat sterk moet zijn en niet moet vrezen, dat moet vertrouwen op Gods wraak, op Gods vergelding.

Want de vrolijke melodie die bij het lied van dominee ten Kate was gemaakt paste niet bij de plaats die Jesaja aan zijn lied over de wildernis had gegeven. Jesaja plaatst het visioen midden in het verhaal over de ballingschap. In het gedeelte dat hier pal voor staat beschrijft hij wat er van de aarde is geworden, een van bloed doordrenkte vruchteloze aarde waar niets meer aan te beleven valt. Een aarde zoals wij dezer dagen in Syrië hebben zien ontstaan. Maar volgens Jesaja zal het daar niet bij blijven. De ballingen zullen weer naar huis keren. Het verwoeste Jeruzalem en de Tempel zullen weer opgebouwd worden. De wilde dieren zullen er verdwijnen. We weten dat na de ballingschap er zelfs leeuwen in Israël rondliepen die mensen aanvielen die naar de verlaten streek waren gedeporteerd. Het is dus een lied van hoop dat Jesaja ons laat zingen.

Die hoop is duidelijker terug te vinden in een lied dat Huub Oosterhuis dichtte bij dit Bijbelgedeelte: “De steppe zal bloeien, de steppe zal lachen juichen, de rotsen die staan vol water, maar dicht, de rotsen gaan open”. In het laatste couplet zet hij het ook voor ons in een toekomstperspectief als hij schrijft over een stem die ons zal roepen “dode, dode sta op” over de hand die ons zal wenken. Al de ellende die ons overkomt, die volken als dat van Syrië overkomt zijn geen natuurwetten. Tegen die dodende ellende mogen we opstaan. En in dat beeld van hoop passen weer de huppelende lammen, de sprekende stommen, de horende doven en de ziende blinden. Antoine Oomen componeerde een prachtige pianopartij bij het lied van Oosterhuis. Die pianopartij is zo mooi dat we het lied niet zo vaak zullen zingen als ooit de “dorre vlakten” van Ds. ten Kate was gezongen. Maar de hoop van Jesaja mag ook ons in beweging zetten. Want als wij elke dag opnieuw beginnen te leven volgens de regel van heb uw naaste lief als uzelf, dan zal de woestijn gaan bloeien, dan breekt eindelijk de vrede aan, daar mogen we ook vandaag weer aan beginnen.

Naties, luister aandachtig.

zaterdag, 16 december, 2017

Jesaja 34:1-17

1   Kom naderbij, volken, en hoor toe, naties, luister aandachtig. Hoor, aarde en wie haar bewonen, wereld en al wat daarop groeit. 2  De HEER koestert woede tegen alle volken, zijn toorn ontbrandt tegen heel hun legermacht. Hun wacht de vernietiging, hij heeft hen voor de slacht bestemd. 3  Gesneuvelden blijven onbegraven liggen, de stank van hun lijken stijgt op; de bergen druipen van hun bloed. 4  De sterren aan de hemel vergaan, als een boekrol wordt de hemel opgerold. Alle sterren vallen neer, zoals bladeren vallen van een wijnstok of verschrompelde vruchten van een vijgenboom. 5  Want mijn zwaard verschijnt aan de hemel. Het valt neer op Edom, als een oordeel over het volk dat mijn banvloek treft. 6  Het zwaard van de HEER is rood van het bloed en druipt van het vet: het bloed van rammen en bokken en het vet van de nieren van rammen. Want de HEER richt een offer aan in Bosra, een grote slachting in Edom. 7  Ook wilde stieren vallen dood neer, tegelijk met ossen en kalveren. Het land is doordrenkt van bloed, de grond verzadigd van vet. 8  Want de HEER houdt een dag van wraak, een jaar van vergelding: hij verdedigt Sion. 9 ¶  De wateren van Edom worden pek, zijn grond verandert in zwavel, het land wordt één grote pekoven. 10  Het blijft er branden, dag en nacht, voor eeuwig stijgt de rook er op. Het land ligt verloren, tot in het verste nageslacht, nooit zal iemand het nog betreden. 11  Dwergooruil en stekelvarken nemen het in bezit, raaf en ransuil zullen er huizen. Hij heeft er het meetlint van de chaos gespannen, hij weegt het met de weegstenen van de woestenij. 12  Er zijn geen edelen meer over om het koningschap te bekleden, alle vorsten zijn verdwenen. 13  Dorens overwoekeren de burchten, onkruid en distels de vestingen. Het land wordt het domein van jakhalzen, de woonplaats van struisvogels. 14  Het is de ontmoetingsplaats van woestijndieren en hyena’s, bokken meten daar hun krachten. Lilit zoekt er rust en leeft er ongestoord. 15  Daar nestelt de pijlslang, ze legt er eieren en gaat er broeden, ze broedt ze in haar eigen schaduw uit. Daar verzamelen zich buizerds, ze komen er in paren bijeen. 16  Zoek het na in het boek van de HEER: niet één van die dieren ontbreekt, ze staan er in paren bijeen; want het is uit zijn mond opgetekend, zijn geest heeft ze bijeengebracht. 17  Hij heeft voor hen het lot geworpen, hun het land toebedeeld met het meetlint. Voor altijd krijgen ze het in bezit, ze wonen daar voorgoed. (NBV)

Bijbelgeleerden willen het gedeelte van vandaag graag lezen als het oordeel over Edom, een buurland van Israël. Edom was een volk uit een ver verleden. Het waren de nazaten van Esau en was dus eigenlijk een broedervolk van Israël. Mooi dat de God van Israël zijn volk zo zal beschermen dat er van dat Edom eigenlijk niets overblijft. Maar wie zo de Bijbel leest maakt een eigen Bijbel in eigen voordeel en dat is niet de bedoeling. De passage van vandaag is bestemd voor alle volken. Zo begint het ook, alle volken worden uitgenodigd naar de God van Israël te luisteren. Die God koestert namelijk woede tegen alle volken. Waarom? Wat hebben die volken misdaan? Die volken houden er een legermacht op na. En die legers van de volken brengen alleen maar leed en ellende. Er zijn zelfs heersers die hun legermacht inzetten tegen de eigen bevolking. Zelfs in onze dagen merken we daarvan. Als we de passage van vandaag lezen als waarschuwing en oproep tot alle volken, ook die van vandaag, dan komt de boodschap een heel stuk dichterbij en kunnen we dit stuk uit de Bijbel niet vrijblijvend lezen.

Maar wat moeten we dan met al die uitspraken over Edom, het zwaard van de God van Israël zal toch op Edom neervallen staat er, als een oordeel over het volk dat getroffen wordt door de banvloek van de God van Israël? Edom wordt ons tot voorbeeld gesteld. De Bijbel doet dat graag. Een persoon of een volk wordt als voorbeeld gebruikt om de algemene boodschap voor iedereen duidelijk te maken. Zelfs Israël werd in de woestijn uitgekozen staat er om een licht voor alle volken te zijn. De richtlijnen die aan Israël gegeven werden zijn goed voor iedereen op aarde, kijk maar naar de verhalen over Israël. Tegenover Israël wordt Edom gezet. Daarom zijn Israël en Edom nazaten van twee broers die het beloofde land als erfenis zouden hebben kunnen betwisten maar uiteindelijk vrede wisten te sluiten. Het kan dus anders. Volken hoeven niet met elkaar in oorlog te blijven, hoeven elkaar niet alle leed en ellende aan te doen. Edom echter stelde zich in de dagen van de ballingschap op als vijand van Israël en dat hebben ze geweten.

Het land van Edom werd een woestenij waar de roofdieren ronddwaalden. Het land werd weer woest en ledig. En dat is precies waar het verhaal van de Bijbel begint. De Bijbel is dus geen geschiedenisboek of een natuurkundeboek. Hoe de aarde is ontstaan staat niet vermeld in het boek Genesis, maar wel hoe de aarde een thuis voor de mensen is geworden. Ook dat leren we uit dit gedeelte van het boek Jesaja. Als de woede van de God van Israël wordt opgewekt dan houdt de schepping op. Dan wordt de aarde weer woest en ledig en in plaats van dieren die de mens tot voordeel dienen zijn er roofdieren waar je bang van moet worden en die het leven op dat stuk aarde onmogelijk maken. We weten dat het gebruik van kernwapens tot een dergelijke aarde kunnen leiden. De legermachten van alle volken die zich tegen de vrede van de God van Israël te weer stellen zullen we dan ook moeten afschaffen. Ze voeren tot een onbewoonbare en onleefbare aarde. Edom is ons ten voorbeeld. Gelukkig dat we ook het voorbeeld van Israël zoals het in de Bijbel wordt verteld mogen volgen, de richtlijn van heb uw naaste lief als uzelf tot grondslag van ons leven mogen maken. Elke dag opnieuw mogen we daaraan werken, ook vandaag weer.

Waarom bent u dan niet opgetreden

vrijdag, 15 december, 2017

Jeremia 29:24-32

24 ¶  De HEER richtte zich tot Jeremia met de opdracht om Semaja, de Nechelamiet, het volgende te zeggen: 25  ‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Je hebt op eigen gezag brieven gestuurd aan de priester Sefanja, de zoon van Maäseja, de overige priesters en de bevolking van Jeruzalem, brieven waarin staat: 26  “De HEER heeft u tot priester aangesteld; hij heeft u de opvolger van de priester Jojada gemaakt om in de tempel van de HEER de orde te handhaven, dus u moet elke gek die zich voor profeet uitgeeft in het blok sluiten en aan het halsijzer ketenen. 27  Waarom bent u dan niet opgetreden tegen Jeremia uit Anatot, die zich bij u voor profeet uitgeeft? 28  Hij heeft ons in Babel namelijk een brief gestuurd waarin staat dat de ballingschap nog lang zal duren, dat we huizen moeten bouwen en daarin gaan wonen, tuinen moeten aanleggen en van de opbrengst moeten eten.”’ 29  Nadat de priester Sefanja deze brief aan Jeremia had voorgelezen, 30  richtte de HEER zich tot Jeremia: ‘Stuur de volgende brief aan de ballingen: Dit zegt de HEER over Semaja, de Nechelamiet: 31  Hij heeft bij jullie geprofeteerd zonder dat ik hem gezonden heb en valse hoop bij jullie gewekt. 32  Daarom-dit zegt de HEER: Ik zal hem en zijn nageslacht straffen. Ze zullen onder dit volk ophouden te bestaan, ze zullen de voorspoed die ik mijn volk zal brengen niet meemaken-spreekt de HEER. Want hij heeft het volk tegen mij opgezet.’ (NBV)

Zelfs de meest kleingeestige ruzies vind je in de Bijbel terug. Vandaag komen we er weer een tegen. We hebben niet zo lang geleden gelezen van de brief die Jeremia aan de ballingen in Babel stuurde en waarin hij waarschuwde voor allerlei profeten die de ballingschap wel even vlug voorbij zouden laten gaan als de ballingen maar in verzet wilden komen. Jeremia had gewezen op de geweldige overmacht van Babel en aangeraden juist het omgekeerde te doen, te zorgen voor vruchtbaarheid, gezinnen, kinderen, groentetuinen. Dat vonden die profeten van verzet en oproer natuurlijk niet leuk. Dus schreef één van hen een briefje naar het hoofd van de Tempel met het vriendelijk verzoek om Jeremia op te pakken omdat hij de ballingschap langer zou laten duren. Kennelijk was de boodschap van Jeremia bij de ballingen goed ontvangen. Oproer en verzet kunnen nodig zijn maar wie de geweldige rijken in de geschiedenis beziet, waar ook Babel bij hoort, beseft dat kleine opstanden in de uithoeken van die rijken geen enkel effect hebben gehad.

Zelfs de opstand der Bataven in een verre uithoek van het Romeinse rijk had geen bevrijding tot gevolg alleen maar meer inlijving van de Batavieren in het Romeinse Rijk. Bevrijdingsbewegingen hebben altijd met het dilemma gezeten, moet je geweld gebruiken of alleen politieke druk. Vaak worden grote groepen in een bevolking uitgesloten van elke invloed op de macht. Dan blijft alleen geweld nog over lijkt het wel. Maar zelfs in Wit-Rusland waar verkiezingen vervalst worden en de oppositie elke toegang tot de media wordt geweigerd kiest men voor vreedzaam verzet. Dat gerechtvaardigde verzet wordt geweldig geholpen als er van buitenaf aandacht aan wordt geschonken.

De roep om vrijheid van Tibet raakt de machthebbers in China als wij het blijven roepen. De demonstratie van studenten en jongeren voor vrijheid in Wit-Rusland op de Dam in Amsterdam zal een echo hebben in de geschiedenis. We kunnen elke overheid voortdurend het goede voorhouden, we hebben daarom de plicht om elke overheid steeds het goede voor te houden. Gelukkig hebben wij een Amnesty International om ons daarbij te helpen. Jeremia had dat niet, maar door Amnesty kunnen wij net als Jeremia de juiste brieven schrijven. In de Tweede Wereldoorlog is onder Christenen een uitgebreide discussie gevoerd over het al dan niet gebruiken van geweld tegen de bezetter. In elke geval was de conclusie dat geweld gerechtvaardigd was als daar mensenlevens mee gered zouden kunnen worden. Geweld voor de bevrijding van Nederland kon alleen in verband met de geallieerden en zo is het ook gebeurd.

Ik stuur het zwaard

donderdag, 14 december, 2017

Jeremia 29:10-23

10  Dit zegt de HEER: Als er in Babel zeventig jaar voorbij zijn, zal ik naar jullie omzien. Dan zal ik mijn belofte gestand doen door jullie naar Jeruzalem te laten terugkeren. 11  Mijn plan met jullie staat vast-spreekt de HEER. Ik heb jullie geluk voor ogen, niet jullie ongeluk: ik zal je een hoopvolle toekomst geven. 12  Jullie zullen mij aanroepen en tot mij bidden, en ik zal naar jullie luisteren. 13  Jullie zullen mij zoeken en ook vinden, als jullie mij tenminste met hart en ziel zoeken. 14  Ik zal me door jullie laten vinden-spreekt de HEER en ik zal in je lot een keer brengen. Ik zal jullie samenbrengen uit alle volken en plaatsen waarheen ik je verbannen heb-spreekt de HEER en je laten terugkeren naar Jeruzalem, waaruit ik je heb laten wegvoeren. 15 ¶  Misschien zeggen jullie: “De HEER heeft ons toch ook in Babel profeten gegeven?” 16  Maar dit zegt de HEER over de koning die op de troon van David zit en over de hele bevolking van Jeruzalem, je volksgenoten die niet met jullie in ballingschap zijn gegaan, 17  dit zegt de HEER van de hemelse machten: Ik stuur het zwaard, de honger en de pest op hen af, ik zal met hen hetzelfde doen als met bedorven vijgen, die niet meer te eten zijn. 18  Ik zal hen met het zwaard, de honger en de pest achtervolgen en hen tot een afschrikwekkend voorbeeld voor alle koninkrijken op aarde maken. Hun namen zullen als een vloek worden gebruikt, ze zullen afschuw en ontzetting wekken en bespot worden door alle volken waarnaar ik hen zal verbannen. 19  Want ze hebben niet naar mij geluisterd-spreekt de HEER -,hoewel ik telkens weer mijn dienaren, de profeten, naar hen zond. En ook jullie hebben niet naar mij geluisterd-spreekt de HEER. 20  Luister naar mijn woorden, ballingen, die ik vanuit Jeruzalem naar Babel heb laten voeren. 21  Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël, over de profeten Achab, de zoon van Kolaja, en Sedekia, de zoon van Maäseja, die in mijn naam leugens profeteren: Ik lever hen uit aan koning Nebukadnessar van Babylonië, die hen voor jullie ogen zal terechtstellen. 22  En alle Judese ballingen in Babel zullen aan hun lot een vloek ontlenen: “Moge de HEER het je laten vergaan als Sedekia en Achab, die de koning van Babylonië boven het vuur geroosterd heeft.” 23  Want ze hebben iets gedaan dat in Israël een schanddaad is: ze hebben overspel gepleegd met de vrouw van een ander en in mijn naam leugens geprofeteerd, woorden die ik hun niet heb opgedragen te spreken. Ik heb het gezien, ik was er getuige van-spreekt de HEER.’ (NBV)

We hebben het ook in de brief aan Titus, die in het Nieuwe Testament staat, gelezen, wie een gemeente wil leiden moet van onbesproken gedrag zijn. Ook de ballingen in Babel hebben last van charlatans die enerzijds verzet oproepen en anderzijds de gebraden haan uithangen. Seksualiteit en de beoefening van godsdienst gaan nu eenmaal niet samen. Dat klinkt alsof profeten en priesters, pastors en voorgangers zonder relaties moeten blijven. Het tegendeel is waar weten we uit de brief aan Titus, maar wat voor relatie men heeft heeft niets met de godsdienst te maken. Soms maken voorgangers in een gemeente volgelingen wel wijs dat het de wil van God is dat de gelovige zich ook seksueel aan de voorganger overgeeft, maar dat is een misdrijf waarvan aangifte behoort te worden gedaan. Het enige wat gevraagd wordt is geen aanstoot te geven en ook een relatie aangaan met de vrouw van een ander geeft tot in onze dagen aanstoot.

Een relatie met de man van een ander trouwens ook en met het kind van een ander al helemaal. Seksuele relaties met kinderen zijn misdrijven en dat zijn ze ook binnen kerken en geloofsgemeenschappen. Gemeenten en kerken zijn nogal vaak beschadigd door het gedrag van hun voorgangers. Soms werd dat gedrag religieus geduid, het zou een christenplicht zijn de voorganger tegemoet te komen in zijn, altijd zijn, behoeften. Veel vaker maakt een voorganger of voorgangster misbruik van het overwicht dat een voorganger nu eenmaal heeft. Een troostend gebaar, fysiek begrip voor eenzaamheid en gedwongen onthouding, een kind dat toch moet leren, vele variaties zijn er de loop van de geschiedenis bedacht om volgelingen te verleiden.

Wij hebben geen koningen die dergelijke volgelingen boven vuurtjes branden, maar wie de beschadigde mensen kent die die voorgangers achterlaten zou soms willen dat die koningen er nog zouden zijn. Wij hebben vertrouwenspersonen in  kerken en gespecialiseerde politiemensen bij alle veiligheidsregio’s. En als iemand dit leest die een verhouding heeft met een pastor, priester of voorganger omdat die iemand denkt dat dat zo hoort en niet uit oprechte liefde dan is een gang naar de vertrouwenspersoon in de kerk, of het dichtstbijzijnde politiebureau zeer van harte aanbevolen. Open en eerlijke gesprekken over relaties en seksualiteit, hoe ga je met elkaar om in de liefde van Christus, kunnen overigens helpen en ongewenste situaties voorkomen. Daar waar seks een vies woord is dat verzwegen dient te worden kun je de volgelingen van Achab en Sedekia verwachten.

Ik heb jullie geluk voor ogen

woensdag, 13 december, 2017

Jeremia 29:1-9

1 ¶  Hier volgt de brief die de profeet Jeremia vanuit Jeruzalem heeft gestuurd aan de overgebleven oudsten onder de ballingen, aan de priesters, de profeten en alle anderen die Nebukadnessar vanuit Jeruzalem naar Babel had gevoerd. 2  Hij schreef deze brief toen koning Jechonja, de koningin-moeder, de hovelingen, de leiders van Jeruzalem en Juda en de smeden en wapenmakers al uit Jeruzalem waren weggevoerd. 3  Hij liet hem bezorgen door Elasa, de zoon van Safan, en Gemarja, de zoon van Chilkia, de gezanten die namens koning Sedekia van Juda naar koning Nebukadnessar in Babel reisden. De brief had de volgende inhoud: 4  ‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël, tegen de ballingen die hij vanuit Jeruzalem naar Babel heeft laten voeren: 5  Bouw huizen en ga daarin wonen, leg tuinen aan en eet van de opbrengst, 6  ga huwelijken aan en verwek zonen en dochters, zoek vrouwen voor je zonen en huw je dochters uit, zodat zij zonen en dochters baren. Jullie moeten in aantal toenemen, niet afnemen. 7  Bid tot de HEER voor de stad waarheen ik jullie weggevoerd heb en zet je in voor haar bloei, want de bloei van de stad is ook jullie bloei. 8 ¶  Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Laat je niet misleiden door je profeten en waarzeggers. Hecht geen geloof aan hun dromen; ze dromen slechts wat jullie wensen. 9  Wat ze jullie in mijn naam profeteren zijn leugens. Ik heb hen niet gezonden-spreekt de HEER. (NBV)

Babel was de machtigste staat op het moment dat Jeremia schrijft. En Babel had het handig ingericht. De politieke en religieuze leiders van elk land werden naar Babel overgebracht en mochten vrij wonen onder de ogen van de Koning. Als er verzet zou worden georganiseerd dan was dat vrij snel duidelijk. Jeremia doorzag dat. Natuurlijk zouden er oproepen komen om verzet te gaan plegen tegen de koning van Babel. Maar uiteindelijk zou het daardoor alleen maar langer gaan duren voor de ballingen terug zouden keren naar Israel. En dat die ballingen terug zouden keren stond voor Jeremia vast. Hij schreef daarom een brief aan de ballingen, zelf was hij naar Egypte gevlucht, met de adviezen die de ballingen van God zouden krijgen. Er is nog een andere brief van Jeremia maar die hoort niet bij de Bijbel want die is ver na de ballingschap geschreven.

Jeremia ging in de brief in op de actuele politieke situatie tijdens de ballingschap en daarom was zijn advies om te zorgen dat ze vruchtbaar werden. Grote gezinnen, gelukkige huwelijken, groene akkers en tuinen. Kortom een overvloed van eten en drinken wat je kunt delen met de armsten in de stad. Dat maakt je op de duur natuurlijk wel populair. Een koning die na verloop tijd komt en niet zo heel zeker is van de troon zal je graag laten vertrekken. In de geschiedenis is de discussie over het veranderen van de samenleving van binnenuit of van buitenaf wel meer gevoerd. Als de meerderheid van de bevolking uitgesloten is van deelname aan de macht blijft er soms niet veel anders over dan verzet te plegen. Maar als je wel mee mag doen is een lange mars door de instituties ook wel aantrekkelijk.

Heel vaak woedt die discussie onder jongeren. Er zijn dan jongerenorganisaties die vinden dat veranderingen veel te langzaam plaats vinden. Ze kunnen als jongeren niet snel genoeg rijk worden en delen met al die mensen die niet meekunnen zou toch moeten worden afgeschaft. Al dat nadenken en discussiëren over wat nou echt het beste is voor het volk zou niet mogelijk moeten zijn. Daarom het land politiek in tweeën delen en snel beslissen. Maar ze blijven buiten het bestel en lijken daarom alleen nog het verzet van buitenaf tot wapen te kunnen kiezen, dat verzet is in de geschiedenis altijd op geweld uitgelopen. Geweld kan soms nodig zijn maar is het ook nodig om in onze samenleving veranderingen te brengen? Wij kunnen deze week beginnen met de oproep van Jeremia, bouw ook in deze koude egoïstische samenleving groene eilanden van eerlijk delen en rechtvaardigheid. Dan keren we vanzelf terug uit de ballingschap als de tijd daar is.

Je hebt bij het volk valse hoop gewekt.

dinsdag, 12 december, 2017

Jeremia 28:1-17

1 ¶  In datzelfde jaar, in de vijfde maand van het vierde regeringsjaar van koning Sedekia van Juda, zei de profeet Chananja uit Gibeon, de zoon van Azzur, in de tempel van de HEER ten overstaan van de priesters en alle andere aanwezigen tegen mij: 2  ‘Dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Ik ga het juk van de koning van Babylonië breken. 3  Binnen twee jaar zal ik alle kostbaarheden uit de tempel van de HEER, die koning Nebukadnessar heeft meegevoerd naar Babel, naar Jeruzalem terugbrengen. 4  Ik zal ook koning Jechonja, de zoon van Jojakim, en alle ballingen uit Juda die naar Babel zijn gevoerd, naar Jeruzalem terugbrengen-spreekt de HEER. Want ik ga het juk van de koning van Babylonië breken.’ 5  Toen antwoordde de profeet Jeremia de profeet Chananja ten overstaan van de priesters en alle anderen die in de tempel van de HEER aanwezig waren: 6  ‘Ja! Laat de HEER dat doen. Hopelijk laat hij jouw profetie uitkomen en brengt hij al het tempelgerei en alle ballingen uit Babylonië naar deze stad terug. 7  Maar luister nu naar wat ik jou en alle anderen te zeggen heb. 8  Sinds mensenheugenis hebben de profeten die vóór jou en mij hebben geleefd tegen veel landen en machtige koninkrijken niets dan oorlogen, onheil en pest geprofeteerd. 9  Van een profeet die voorspoed en vrede profeteert, weten we pas dat hij inderdaad door de HEER gezonden is als zijn woorden uitkomen.’ 10 Chananja nam toen het juk van Jeremia’s nek, brak het in stukken 11  en zei ten overstaan van allen die daar waren: ‘Dit zegt de HEER: Zo zal ik binnen twee jaar het juk van koning Nebukadnessar van Babylonië van alle volken afnemen en in stukken breken.’ Hierop verliet Jeremia de tempel. 12  Enige tijd later richtte de HEER zich tot Jeremia: 13  ‘Ga naar Chananja en zeg hem: Dit zegt de HEER: Je hebt een houten juk in stukken gebroken en het door een ijzeren juk vervangen. 14  Want dit zegt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël: Ik leg alle volken een ijzeren juk op, waarmee ze koning Nebukadnessar van Babylonië moeten dienen. Zelfs de wilde dieren onderwerp ik aan hem.’ 15  De profeet Jeremia zei toen tegen de profeet Chananja: ‘Luister goed, Chananja! Jij bent niet door de HEER gezonden. Je hebt bij het volk valse hoop gewekt. 16  Daarom-dit zegt de HEER: Ik zal je alsnog zenden, ik zend je weg van de aarde. Je zult nog dit jaar sterven, want met je profetieën heb je het volk opgezet tegen de HEER.’ 17  En de profeet Chananja stierf nog datzelfde jaar, in de zevende maand. (NBV)

Alle onheil dat denkbaar is hebben we op de wereld al eens gehad of het zal ongetwijfeld nog wel eens gebeuren. Jaar in jaar uit zijn er akties en collectes tegen oorlog en ellende en voor de hulp aan mensen die in uiterste nood zijn. Het verhaal over Chananja en de reaktie van Jeremia daarop inspireert misschien om toch door te gaan met ontwikkelingssamenwerking en vrede stichten. Leven met vijandsbeelden is immers niet erg vruchtbaar.Wie denkt de ellende en de armoede binnen de korste keren de wereld uit te krijgen heeft de hoop van veel mensen achter zich maar ook de scepsis. Eerst zien en dan geloven. Chananja zou Babilon wel even ten val brengen, binnen twee jaar nog wel. Tegen dergelijke beloften helpen geen redeneringen. Maar dergelijke beloften helpen ook geen armen en onderdrukten. De goddelijke richtlijnen uit de woestijn, het program van recht en rechtvaardigheid dat in de Woestijn met het volk van Israel is ontworpen helpt wel.  In die woestijn is een maatstaf gegeven voor welke politiek de juiste is. De vraag is eenvoudig, worden de armen er beter van, mogen de vreemdelingen meedoen.

Geert Wilders van de Partij van de Vrijheid zonder Democratie wil het anti discriminatie artikel uit de Grondwet vervangen door de dominantie van de Joods-Christelijke-Humanistische tradities. Mooi, kunnen we gerust voor zijn. Die tradities bestrijden discriminatie op grond van geloof nog harder dan de bestaande wetten. De angst die Wilders preekt voor de Islam zou hem in die tradities op langdurige gevangenisstraf komen te staan. Die tradities pleiten voor de zorg voor armen als eerste overheidstaak, en laten vreemdelingen als gelijken meedoen. Alleen het goede doen en niets dan het goede hield Paulus ons in het afgelopen jaar in de lezingen hier voor. Dat betekent niet dat je wel even de ellende in de wereld zal kunnen oplossen. Je draagt bij, je steunt anderen, je zoekt bondgenoten, je houdt je aan de wet van je naaste liefhebben als jezelf, je spoort anderen aan hetzelfde te doen, en je houd de overheid de richtlijnen voor recht en rechtvaardigheid voor.  Chananja zou binnen twee jaar nog wel even Babilon een lesje leren. Maar Chananja gaat dood.

Wanneer we doodgaan weten we immers niet maar dat we dood gaan weten we allemaal. Er zijn mensen die zeggen dat je daarom zo moet leven dat je elke dag dood kunt gaan, dat er dan geen onvervulde beloften achter blijven, dat je dan gaat met het goede dat je gedaan hebt en niet met het kwade dat je nog moet herstellen of waarvan je nog terug moet keren. Ook als je zelf niet rekent met een toekomst kun je natuurlijk anderen een toekomst geven. Is werken voor je eigen toekomst dan onnuttig? Natuurlijk niet, als je jong bent leer je en leren duurt langer dan een dag.  Elke dag worden we tientallen keren verleid om geld te lenen. Door die verleiding worden veel mensen in problemen gebracht. Die mensen zijn te helpen door het lenen niet meer als maatschappelijk geaccepteerde norm te aanvaarden. . Geluk zit in de glimlach van een kind, in de ogen van een zieke die weer verder kan, in de gedroogde tranen van iemand die bedroefd is, in de rechte rug van werkloze die weer werk heeft, in de trots van de WIA ontvanger die weer mee mag doen, in de vreugde van de vreemdeling die er bij mag horen. Hoop hoeven we hiervoor niet te geven, liefde schenken is genoeg om dat geluk te bereiken.