Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor november, 2017

Jullie hebben niet geluisterd

donderdag, 30 november, 2017

Jeremia 25:1-14

1-2 In het vierde regeringsjaar van koning Jojakim van Juda, de zoon van Josia (dit was het eerste regeringsjaar van koning Nebukadnessar van Babylonië), richtte de HEER zich tot Jeremia over de inwoners van Juda en Jeruzalem. De profeet Jeremia sprak toen tot hen: 3  ‘Vanaf het dertiende regeringsjaar van koning Josia van Juda, de zoon van Amon, tot op de dag van vandaag, drieëntwintig jaar lang, heb ik telkens weer namens de HEER tot jullie gesproken, maar jullie hebben niet geluisterd. 4  Steeds opnieuw heeft de HEER zijn dienaren, de profeten, naar jullie gezonden, maar jullie hebben niet geluisterd; jullie wilden hen niet eens aanhoren. 5  Ze zeiden: “Geef je verdorven levenswandel op, breek met je kwalijke praktijken, dan mogen jullie in het land blijven wonen dat de HEER jullie en je voorouders gegeven heeft. Zo is het altijd geweest, zo zal het dan altijd zijn. 6  Loop niet achter andere goden aan, dien ze niet en buig je niet voor hen neer, krenk mij niet met wat je zelf gemaakt hebt, dan zal ik jullie niet met onheil treffen.” 7  Maar jullie hebben niet naar mij geluisterd-spreekt de HEER -,jullie hebben mij gekrenkt met wat jullie zelf gemaakt hebben, tot jullie eigen ondergang. 8 ¶  Daarom-dit zegt de HEER van de hemelse machten: Omdat jullie niet naar mij hebben geluisterd, 9  zal ik alle volken van het noorden met mijn dienaar, koning Nebukadnessar van Babylonië, ontbieden-spreekt de HEER. Ik stuur ze op de inwoners van dit land af en op alle omringende volken. Ik breng alle inwoners om; ze zullen afschuw en ontzetting wekken, en dit land zal voor altijd in puin liggen. 10  Ik laat de vreugdezangen verstommen, bruid en bruidegom zullen niet langer van vreugde zingen, het geluid van de handmolens zal versterven en het licht van de lampen zal doven. 11  Heel dit land valt in puin en wordt een woestenij, en ook de omringende volken zullen de koning van Babylonië dienen, zeventig jaar lang. 12  Maar als die zeventig jaar voorbij zijn, zal ik de koning van Babylonië en zijn volk voor hun misdaden laten boeten-spreekt de HEER. Ik maak het land van de Chaldeeën voor altijd tot een woestenij. 13  Ik breng over dat land het onheil dat ik het aangekondigd heb, alles wat in dit boek geschreven staat en door Jeremia tegen alle volken geprofeteerd is. 14  Dan zullen de Chaldeeën zelf door vele volken en machtige koningen worden onderworpen. Zo zal ik hun vergelden wat ze hebben misdaan.’ (NBV)

Wat was er eigenlijk in het dertiende regeringsjaar van koning Josia gebeurd dat de God van Israël zijn bemoeienis met het volk daar laat beginnen? Dat was een raar verhaal dat elders in de Bijbel staat en dat je moet kennen wil je snappen wat hier wordt bedoeld. Koning Josia had besloten om de Tempel in Jeruzalem te laten opknappen. Een mooie stad als Jeruzalem verdiende toch een mooie Tempel met Priesters in prachtige gewaden. De Tempel was vervallen geraakt en de meeste Priesters hadden zich in laten huren om in steden en dorpen in plaatselijke heiligdommen offers te brengen aan de goden die het meeste voordeel leken te bieden. Het verhaal van de God van Israël was compleet vergeten. In dat dertiende regeringsjaar kwam een Priester opgewonden bij Josia want ze hadden een bijzondere vondst gedaan. In een muur van de Tempel was een oud boek gevonden. Het was daar ingemetseld om duidelijk te maken waar die Tempel voor bedoeld was.

Achteraf nemen we aan dat er een copie van het boek Deuteronomium was gevonden. Daarin stond een toespraak van Mozes die herinneringen ophaalde aan de slavernij in Egypte en de bevrijding gevolgd door de reis door de woestijn en de richtlijnen voor een menselijke samenleving die daar aan het volk waren gegeven. In dat boek stond ook dat de Koning die richtlijnen onder handbereik moest hebben en vanuit die richtlijnen het land moest besturen. Koning Josia had besloten die richtlijnen te volgen. Alle heiligdommen buiten Jeruzalem werden verwoest. Het nalopen van andere goden werd verboden. Overal werd het boek dat in de Tempel was gevonden voorgelezen. Niemand kon meer zeggen dat men niet wist dat het volk Israël de God van Israël moest volgen. Het leek er op dat het volk blij was met deze verandering. Er was nieuw elan in het land. Men had weer een eigen identiteit die zich onderscheidde van de de buurvolken.

Maar er was een nieuwe generatie opgestaan. Josia was gestorven en Jojakim was nu Koning. Ook in Babel was een nieuwe generatie aan de macht gekomen. Het bijzondere onderscheid tussen Israël en de andere volken was weer weggevallen. Dus zal ook Babel Juda onderwerpen zoals Babel alle andere volken aan het onderwerpen was. Alle pogingen van Jeremia om het volk op andere gedachten te brengen waren vergeefs geweest. Later zal Jeremia er nog een boek van laten maken dat in de Tempel werd voorgelezen maar op last van de Koning werd verbrand. Deze generatie is gedoemd ten onder te gaan. Ook de generatie uit Babel die alleen kon veroveren. De volgende generatie, na 70 jaar, krijgt een nieuwe kans. Ook bij ons is er een generatie die niet heeft begrepen dat rascisme, eigen volk eerst en het heilig verklaren van eigen tradities tot oorlog, onderdrukking en ellende voert. Alle waarschuwingen voor een machtsbelust Rusland worden in de wind geslagen. Ze zullen het eerst moeten voelen, dan krijgt een volgende generatie weer een kans, tot die tijd moeten profeten en gelovigen de boodschap maar levend houden.

 

Twee manden met vijgen

woensdag, 29 november, 2017

Jeremia 24:1-10

1   De HEER liet mij twee manden met vijgen zien, nadat koning Nebukadnessar van Babylonië koning Jechonja van Juda, de zoon van Jojakim, samen met de leiders van Juda en de smeden en de wapenmeesters uit Jeruzalem naar Babel had weggevoerd. De manden waren voor de tempel gezet. 2  In de ene mand zaten prachtige vijgen, als van de eerste pluk, in de andere mand zaten bedorven vijgen, die niet meer te eten waren.3  De HEER zei tegen mij: ‘Wat zie je, Jeremia?’ Ik antwoordde: ‘Vijgen. De goede vijgen zijn helemaal gaaf, de slechte zijn zo bedorven dat ze niet meer te eten zijn.’ 4  Toen richtte de HEER zich tot mij: 5  ‘Dit zegt de HEER, de God van Israël: De goede vijgen staan voor de Judese ballingen die ik van hier naar Babylonië heb gestuurd. 6  Ik zal welwillend naar hen omzien en hen naar dit land terugbrengen. Ik zal hen opbouwen en niet afbreken, planten en niet uitrukken. 7  Ik geef hun het inzicht dat ik de HEER ben; als ze met heel hun hart naar mij terugkeren, zullen zij mijn volk zijn en zal ik hun God zijn. 8  Maar die bedorven vijgen die niet meer te eten zijn-ja, dit zegt de HEER: Die vijgen staan voor koning Sedekia van Juda, en voor zijn raadsheren en de mensen uit Jeruzalem die in dit land zijn overgebleven of in Egypte zijn gaan wonen. 9  Ik maak hen tot een afschrikwekkend voorbeeld voor alle koninkrijken op aarde. Ze zullen te schande staan en het mikpunt zijn van hoon en spot, hun namen zullen als een vloek worden gebruikt, overal waarheen ik hen verdrijf. 10  Ik stuur het zwaard, de honger en de pest op hen af, tot ze zijn verdwenen uit het land dat ik hun en hun voorouders gegeven heb.’ (NBV)

In een oorlog worden de armsten altijd de eerste slachtoffers. De machthebbers en de rijken blijven buiten schot. Als ze willen vluchten vinden ze redelijk gemakkelijk een land dat ze wil ontvangen. Als ze door de vijand worden gevangen dan worden ze over het algemeen eervol behandeld en krijgen ze tenminste een deel van de luxe die ze gewend zijn. Zo niet de armen. Hun dorpen worden uitgemoord en in brand gestoken. Als ze willen vluchten is er nauwelijks een land dat hen wil beschermen. Van hen wordt misbruik gemaakt en van vluchtelingen is een industrie gemaakt. Vestigingen van afdelingen van deze industrie zijn aan strenge eisen gebonden en de rijkste landen vinden eigenlijk dat meer arme landen maar voor die industrie moeten zorgen. Arme vluchtelingen staan dus bloot aan machtswellust, slavernij, onderdrukking, uitbuiting en seksueel misbruik.

In het verhaal van de God van Israël gaat dat anders, gaat dat eigenlijk precies omgekeerd. Het wordt aan Jeremia duidelijk gemaakt aan de hand van twee manden met vijgen. Dat er in de voorhof van de Tempel voor het eigenlijke Tempelgebouw manden met vijgen staan is niet zo vreemd. De eerstelingen van elke oogst moesten geofferd worden aan de God van Israël. De priesters en de levieten leefden er van en de offers werden ook gedeeld met de armen. Maar er staat een mand met verse, lekkere, vijgen en een mand met bedorven, oneetbare vijgen. Ook dat is niet zo vreemd als het op het eerste gezicht lijkt. In het bijbelboek Maleachi wordt geklaagd dat men het afval van de maaltijd als offer naar de Tempel brengt. Zeker bij een oogst kan dit gebeuren. Het maakt nog al verschil of je eerst feest om de oogst en dan gaat offeren, of eerst offert en dan gaat feesten.

De boodschap van de Bijbel is dat we alles wat we hebben gekregen hebben van de God van Israël. We hebben soms overvloed gekregen om te delen met de armsten. Nu zijn de mensen met een lager inkomen meer bereid om te delen dan de mensen met veel geld. Wie wel eens in een arme wijk en daarna in een rijke wijk heeft gecollecteerd weet dat in de arme wijk meer wordt opgehaald. Mensen die met armoede worden bedreigd weten hoe belangrijk het delen is en zij zullen ook de vruchten van hun oogst eerst naar de Tempel gebracht hebben. De rijken bekommeren zich niet om delen, als het er maar goed uitziet is het al genoeg. God doet het dus omgekeerd. De ballingen, in onze dagen de vluchtelingen, krijgen van God zorg en bescherming. De rijken moeten eindelijk de rekening betalen. Ook wij hebben met vluchtelingen te maken. En wij krijgen dus de vraag of rijke vluchtelingen hun veiligheid in een rijke omgeving kunnen kopen en arme vluchtelingen worden overgeleverd aan de industrie, of dat wij de weg van de God van Israël willen volgen. En kinderen onder ons hiervan het slachtoffer laten wonen is al helemaal uit den boze.

Voor een van de onaanzienlijksten

dinsdag, 28 november, 2017

Matteüs 25:31-46

31 Wanneer de Mensenzoon komt, omstraald door luister en in gezelschap van alle engelen, zal hij plaatsnemen op zijn glorierijke troon. 32  Dan zullen alle volken voor hem worden samengebracht en zal hij de mensen van elkaar scheiden zoals een herder de schapen van de bokken scheidt; 33  de schapen zal hij rechts van zich plaatsen, de bokken links. 34  Dan zal de koning tegen de groep rechts van zich zeggen: “Jullie zijn door mijn Vader gezegend, kom en neem deel aan het koninkrijk dat al sinds de grondvesting van de wereld voor jullie bestemd is. 35  Want ik had honger en jullie gaven mij te eten, ik had dorst en jullie gaven mij te drinken. Ik was een vreemdeling, en jullie namen mij op, 36  ik was naakt, en jullie kleedden mij. Ik was ziek en jullie bezochten mij, ik zat gevangen en jullie kwamen naar mij toe.” 37  Dan zullen de rechtvaardigen hem antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien en te eten gegeven, of dorstig en u te drinken gegeven? 38  Wanneer hebben wij u als vreemdeling gezien en opgenomen, u naakt gezien en gekleed? 39  Wanneer hebben wij gezien dat u ziek was of in de gevangenis zat en zijn we naar u toe gekomen?” 40  En de koning zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie gedaan hebben voor een van de onaanzienlijksten van mijn broeders of zusters, dat hebben jullie voor mij gedaan.” 41  Daarop zal hij ook de groep aan zijn linkerzijde toespreken: “Jullie zijn vervloekt, verdwijn uit mijn ogen naar het eeuwige vuur dat bestemd is voor de duivel en zijn engelen. 42  Want ik had honger en jullie gaven mij niet te eten, ik had dorst en jullie gaven me niet te drinken. 43  Ik was een vreemdeling en jullie namen mij niet op, ik was naakt en jullie kleedden mij niet. Ik was ziek en zat in de gevangenis en jullie bezochten mij niet.” 44  Dan zullen ook zij antwoorden: “Heer, wanneer hebben wij u hongerig gezien of dorstig, als vreemdeling of naakt, ziek of in de gevangenis, en hebben wij niet voor u gezorgd?” 45  En hij zal hun antwoorden: “Ik verzeker jullie: alles wat jullie voor een van deze onaanzienlijken niet gedaan hebben, hebben jullie ook voor mij niet gedaan.” 46  Hun staat een eeuwige bestraffing te wachten, de rechtvaardigen daarentegen het eeuwige leven.’ (NBV)

De vertalers van de Nieuwe Bijbelvertaling hebben de beroemde zin over de minste van mijn broeders vertaald met de onaanzienlijksten. Het is even wennen maar niet minder juist. Want het gaat niet alleen over de broeders maar zeker en vooreerst ook over de zusters en het gaat niet over meer of minder maar over wie wel en niet gezien worden. In de Grote kerk van Alkmaar hangt een reproductie van een schilderij waarop de werken uit dit Bijbelverhaal staan afgebeeld. Het oorspronkelijke schilderij is uit de Kerk gestolen en hangt nu in het Rijksmuseum in Amsterdam. Het schilderij dateert uit de Middeleeuwen en het aardige ervan is dat het lijkt of die werken ook gewoon moesten worden uitgevoerd toen het schilderij werd geschilderd. En zo is het natuurlijk ook. Het verhaal gaat wel over de eindafrekening, maar het werk waarop dit verhaal doelt dient gewoon elke dag te gebeuren. Het aardige is dat je er kennelijk ook niet zo je best voor hoeft te doen. Het hoeft er niet dik op te liggen en je hoeft je er zeker niet op te beroemen.

Er wordt nog wel eens gesproken over de “Geest van God” en dit verhaal leert ons wat dat betekent. Als er honger is dan geef je eten, als er dorst is dan geef je te drinken, als er kou is geef je een tent en een warme deken, als er ziekte is dan zorg je, als er gevangenen zijn dan zoek je die op. En je weet ook dat het beter is iemand te leren vissen dan een vis te geven. Het effect van ontwikkelingssamenwerking staat al een tijd ter discussie. Vaak ten onrechte want veel van de projecten die in sedert de jaren 60 van de vorige eeuw zijn uitgevoerd hebben mensen een beter leven bezorgd. Maar soms is de kritiek ook terecht. Soms denken we dat we beter zijn dan de mensen die we willen helpen. Dat speelt niet alleen bij ontwikkelingssamenwerking, dat speelt ook gewoon in ons eigen land tussen mensen die hulp vragen en hulp geven. Mensen die hulp nodig hebben worden niet gezien als zelfstandig denkende mensen en zeker ook niet gehoord als verstandige mensen die het ook niet kunnen helpen. Zolang dat zo is mislukken projecten.

Dan mislukken projecten in de derde wereld, maar mislukken ook projecten om mensen aan het werk te helpen, om jongeren te scholen tot gediplomeerde ambachtslieden of om vrouwen te leren voor zichzelf op te komen. Als in al die projecten de mensen die zo nodig geholpen moeten worden niet gezien en gehoord worden zullen die projecten op de duur geen effect hebben. In het verhaal dat Jezus van Nazareth vandaag vertelt zijn er mensen die de nood van mensen herkennen en zijn er mensen die alleen de nood van Jezus van Nazareth willen zien. Ook wij vergeten soms dat alle mensen geschapen zijn naar Gods beeld en gelijkenis, dat alle mensen daarom onze zusters en broeders zijn, dat in ieder mens, waar ook ter wereld, welk geloof of welke kleur die mens ook heeft, Jezus van Nazareth zelf te herkennen is. Laten we dus vandaag horen en zien, en helpen waar nodig is.

 

Wie heeft zal nog meer krijgen

maandag, 27 november, 2017

Matteüs 25:14-30

14 Of het zal zijn als met een man die op reis ging, zijn dienaren bij zich riep en het geld dat hij bezat aan hen in beheer gaf. 15  Aan de een gaf hij vijf talent, aan een ander twee, en aan nog een ander één, ieder naar wat hij aankon. Toen vertrok hij. Meteen 16  ging de man die vijf talent ontvangen had op weg om er handel mee te drijven, en zo verdiende hij er vijf talent bij. 17  Op dezelfde wijze verdiende de man die er twee had gekregen er twee bij. 18  Degene die één talent ontvangen had, besloot het geld van zijn heer te verstoppen: hij begroef het. 19  Na lange tijd keerde de heer van die dienaren terug en vroeg hun rekenschap.  20  Degene die vijf talent ontvangen had, kwam naar hem toe en overhandigde hem nog vijf talent erbij met de woorden: “Heer, u hebt mij vijf talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er vijf talent bij verdiend.” 21  Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar bent gebleken in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.” 22  Ook degene die twee talent ontvangen had, kwam naar hem toe en zei: “Heer, u hebt mij twee talent in beheer gegeven, alstublieft, ik heb er twee talent bij verdiend.” 23  Zijn heer zei tegen hem: “Voortreffelijk, je bent een goede en betrouwbare dienaar. Omdat je betrouwbaar was in het beheer van een klein bedrag, zal ik je over veel meer aanstellen. Wees welkom bij het feestmaal van je heer.” 24  Nu kwam ook degene die één talent ontvangen had naar hem toe, hij zei: “Heer, ik wist van u dat u streng bent, dat u maait waar u niet hebt gezaaid en oogst waar u niet hebt geplant, 25  en uit angst besloot ik uw talent te begraven; alstublieft, hier hebt u het terug.” 26  Zijn heer antwoordde hem: “Je bent een slechte, laffe dienaar. Je wist dus dat ik maai waar ik niet heb gezaaid en oogst waar ik niet heb geplant? 27  Had mijn geld dan bij de bank in bewaring gegeven, dan zou ik bij terugkomst mijn kapitaal met rente hebben terugontvangen. 28  Pak hem dat talent maar af en geef het aan degene die er tien heeft. 29  Want wie heeft zal nog meer krijgen, en wel in overvloed, maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft nog worden ontnomen. 30  En die nutteloze dienaar, gooi die eruit, in de uiterste duisternis, waar men jammert en knarsetandt.” (NBV)

Dit verhaal zal in kringen van bankiers vandaag de dag wel niet zo populair zijn. Want het is een verhaal over risico’s nemen en rendementen. Er wordt je een bedrag toevertrouwd en naarmate het bedrag groter is moet je meer rendement halen en dus meer risico nemen. Waar dat toe leidt hebben we kunnen merken. Vooral als aan de resultaten ook nog grote beloningen zijn verbonden en wie dit verhaal goed leest zal opmerken dat de beloningen een grote rol spelen. Geen resultaat betekent in elk geval ontslag. Ook in het Koninkrijk van God wordt je uitgedaagd risico’s te nemen en rendement te behalen. Je hoeft er zelfs geen bankier voor te zijn met gespecialiseerde opleiding en toestemming van de toezichthouder. In dit verhaal uit Mattheüs kan iedereen meedoen. Of je nu veel kunt of weinig maakt niks uit, als je maar mee doet. Je hoeft ook niet bang te zijn dat je te weinig doet. Je krijgt net zoveel talenten als je aankunt. Pas als je je door angst of onverschilligheid laat verlammen en niks meer doet dan loopt het verkeerd af.

Wat zijn dan die talenten waarmee je mag woekeren? Dat zijn dus niet bijzondere vermogens waarmee je meer zou kunnen dan een ander, want de hoeveelheid talenten is al afgestemd op wat ieder aan kunt, nee de talenten waarmee je mag woekeren is het goud van God en dat kennen we. Dat is de liefde voor de armsten en de zwaksten. Je daar mee bezig houden en de liefde voor de naaste vermeerderen dat is pas woekeren met talenten. Dat kan in het groot, maar dat kan ook in het klein, thuis desnoods, simpel een handtekening zetten voor eerlijke handel ergens op het internet. En dan niet zeuren dat die liefde te kostbaar is, dat je niet wist wat er van terecht zou komen of dat het geld dat je kon storten op giro 555 wel goed zou worden besteed. Dat is wat rechtse politici doen, de heidenen van onze dagen. Woekeren met de talenten van God is onvoorwaardelijk liefde geven.

Het rendement is de liefde die gegeven is, niet of het echt beter is gegaan. De hongerigen die gevoed gaan kunnen later best ziek zijn geworden, de naakten die gekleed zijn kunnen later best in een oorlog terecht zijn gekomen, de vrede die gesticht is kan best werkloosheid in de wapenindustrie tot gevolg hebben gehad, de bedroefden die getroost zijn vergaten misschien voor de graven op het kerkhof te zorgen, de jongeren die weer naar school gingen konden na hun schooltijd misschien niet direct werk vinden. Zo kun je wel doorgaan. De wereld is niet maakbaar, in je eigen omgeving niet en in de grote wereld ook niet. Maar alle liefde die onbaatzuchtig wordt getoond draagt bij aan een betere wereld. Wie die liefde heeft zal voortdurend meer ervan krijgen om weer weg te geven. Wie de liefde alleen voor zichzelf houdt die zal alles verliezen en nooit geliefd worden. Delen van de liefde leidt onherroepelijk tot een feestmaal, de maaltijd waar niemand meer honger heeft en alle leed zal zijn geleden. Begin dus vandaag maar te woekeren met je talent lief te hebben.

Weest dus waakzaam

zondag, 26 november, 2017

Matteüs 25:1-13

1 ¶  Dan zal het met het koninkrijk van de hemel zijn als met tien meisjes die hun olielampen hadden gepakt en erop uittrokken, de bruidegom tegemoet. 2  Vijf van hen waren dwaas, de andere vijf waren wijs. 3  De dwaze meisjes hadden wel hun lampen gepakt, maar geen extra olie. 4  De wijze meisjes hadden behalve hun lampen ook olie in kruiken bij zich. 5  Omdat de bruidegom op zich liet wachten, werden ze allemaal slaperig en dommelden ze in. 6  Midden in de nacht klonk er luid geroep: “Daar is de bruidegom! Kom, ga hem tegemoet.”  7  Dat wekte de meisjes en ze brachten hun olielampen in orde. 8  De dwaze meisjes zeiden tegen de wijze: “Geef ons wat van jullie olie, want onze lampen gaan al uit.” 9  De wijze meisjes antwoordden: “Nee, straks is er nog te weinig voor ons en jullie samen. Zoek liever een verkoper en koop zelf olie.” 10  Terwijl zij op olie uit waren, arriveerde de bruidegom, en zij die klaarstonden gingen met hem naar binnen voor het bruiloftsfeest, waarna de deur gesloten werd. 11  Enige tijd later kwamen ook de andere meisjes. Ze riepen: “Heer, heer, laat ons binnen!” 12  Maar hij antwoordde: “Ik ken jullie werkelijk niet.” 13  Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag en op welk tijdstip hij komt. (NBV)   Moeten we wel aandacht schenken aan een feest als dat van Sint Nicolaas als de wereldeconomie nog lang niet voor alle mensen is verbeterd en er ook nog steeds een hele grote voedselcrisis in de wereld woedt. Het gaat over het verstaan van de boodschap van de Bijbel. Hoe moet die verkondigd worden in deze tijd. Nou staat de Protestantse kerk Nederland gelukkig niet alleen maar ze werkt samen met de WARC, de wereldorganisatie van Hervormde en Gereformeerde kerken. Die heeft al in 2004 in Afrika een document aangenomen waarin staat dat het zeer verkeerd is als de onrechtvaardige verdeling tussen arm en rijk blijft bestaan, als mensen worden buitengesloten van de samenleving en als mensen zich overgeven aan een ongebreideld consumentisme. Bij dat laatste denken we aan Sint Nicolaas, en in de westerse wereld zelfs een beetje aan het kerstfeest. Toch wordt het feest van Sint Nicolaas juist een godsdienstoefening genoemd omdat het ons leert eerlijk te delen.

Het gaat dus ook niet om de geschenken maar om het delen en het samen delen. Het verhaal dat we vandaag uit de Bijbel lezen lijkt met die boodschap van delen in tegenspraak. De wijze meisjes immers delen hun olie juist niet met de dwaze meisjes, hoe zit dat. Nou het gaat in dit verhaal niet om de olie maar om het branden. De vraag is wat je uitstraalt en als je daar niet goed voor zorgt dooft het vuur en straal je niks meer uit. Tegenwoordig lijkt de uitstraling van buiten te moeten komen, make-up, merkkleding, strakke pakken met een krijtstreepje voor mannen, het kan niet op. Als het met eenvoudige middelen niet meer te doen is zetten we het mes er in. Je kunt kennelijk alleen nog gelukkig worden als je je laat martelen. De cosmetische chirurgen met hun scherpe messen en botox injecties worden er rijk van. Die mentaliteit wordt door de Protestantse kerken bestreden. Zij gaan mee met de wijze maagden die voor een uitstraling van licht voor de bruidegom zorgen, voor het verhaal van Jezus dus, niet met de dwaze maagden die zich niet om die uitstraling bekommeren en dus in het donker achterblijven.

Met Sint Nicolaas gaat het dus ook over onze uitstraling. De Wereldwinkel of Fair Trade Shop heeft de passende cadeaus voor deze uitstraling. Kinderen voor Kinderen het passende geluid. En let op want ook tegenwoordig is de toon belangrijker dan de inhoud. Minister Vogelaar sprak, toen zij jaren geleden minister was, zeer veel mensen aan in de probleemwijken van ons land maar sprak niet op de toon die in het Haagse parlement wordt aangeslagen. Schelden op mensen en groepen lag haar niet, mensen samen brengen daar ging het haar om. Integratie betekende voor haar niet met een opgeheven vingertje naar de ander wijzen en net als de dwaze maagden alleen een bijdrage  aan anderen vragen, maar het betekent samen feest vieren. Daar is je eigen licht voor nodig, want voor integratie kijk je net zoveel naar de ander als naar jezelf. Daarom is dit oude verhaal ook vandaag nog belangrijk. Wanneer de bruidegom komt weten we niet, de Bijbel zegt dat iedereen die zegt het te weten liegt. We moeten doen of die elk ogenblik kan komen. Delen kan dus nooit wachten tot morgen maar we mogen er vandaag mee beginnen.

Recht en vrede begroeten elkaar

zaterdag, 25 november, 2017

Psalm 85

1 ¶  Voor de koorleider. Van de Korachieten, een psalm. 2 U bent uw land genadig geweest, HEER, u keerde het lot van Jakob ten goede, 3 nam de schuld van uw volk weg en bedekte al zijn zonden. sela 4 U bedwong uw woede en wendde u af van uw brandende toorn. 5 God, onze helper, keer tot ons terug, onderdruk uw afschuw van ons. 6 Wilt u voor eeuwig uw toorn laten duren, verbolgen zijn van geslacht op geslacht? 7 Breng ons weer tot leven, dan zullen wij ons in u verheugen. 8 Toon ons uw trouw, HEER, en geef ons uw hulp. 9 Ik wil horen wat God ons zegt. De HEER spreekt woorden van vrede tegen zijn volk, zijn getrouwen. Laten zij niet weer vervallen in dwaasheid! 10 Voor wie hem eren is zijn hulp nabij: zijn glorie komt wonen in ons land, 11 trouw en waarheid omhelzen elkaar, recht en vrede begroeten elkaar met een kus, 12 uit de aarde bloeit de waarheid op, het recht ziet uit de hemel toe. 13 De HEER geeft al het goede: ons land zal vruchten geven. 14 Het recht gaat voor God uit en baant voor hem de weg. (NBV)

Vandaag zingen we een lied dat in twee delen uit elkaar valt. Eerst is er een gebed van het volk, dan klinkt de verkondiging van de boodschap van de Bijbel. Je hoort het op deze manier ook in veel kerken. De gemeente bidt samen en dan wordt de boodschap verkondigd. Maar wat wordt er dan gebeden en wat wordt er dan verkondigd. Een heel andere vraag is natuurlijk wat we er aan hebben. Het was in elk geval een lied dat in de Tempel gezongen werd. Het kwam van een zanggroep in de Tempel, de Korachieten. In de Tempel werd de Tora, de richtlijn van eerlijk delen bewaard. Wij hebben het vaak over een Tempel van God maar een beeld van God was er niet te vinden, alleen die Tora. Volgens die richtlijn moest elke gelovige een paar keer per jaar naar de Tempel om daar samen met de familie, de armen, de vreemdelingen en de dienaren van de Tempel een maaltijd te houden. Deden ze dat dan zou God weer voor hen zorgen.

Iedereen snapt wel dat bij het volgen van die richtlijn het gemakkelijk mis kon gaan. Alles delen wat je hebt, je naaste liefhebben als jezelf, zorgen voor de armen en de zwakken in de samenleving, de vreemdelingen opnemen, het is maar aan weinigen gegeven om daar dag in dag uit voortdurend mee bezig te zijn. Daarom die maaltijden bij de Tempel, dan kon je weer opnieuw beginnen. En daar gaat in dit lied het gebed over. In het verleden was God wel eens boos op zijn volk geweest maar iedere keer als het zich weer tot de Tora, de richtlijn van eerlijk delen had gewend was God een nieuwe weg met het volk ingeslagen. Dat mag dus gerust nog eens gevraagd worden. En dan volgt de boodschap, het verhaal van de Bijbel. Je mag er van uit gaan dat God vrede wil, dat God zorgt voor mensen die de vrede willen stichten, die goed willen doen, die trouw willen blijven aan de zorg voor de minsten, die zorgen dat gerechtigheid en vrede elkaar ontmoeten.

Je mag er dus van uit gaan dat recht wordt gedaan aan mensen zonder ze te onderdrukken. Dat recht voor mensen daar gaat het per slot om. En wat hebben we daar vandaag nog aan? Nou, dat er oorlog is hoeft ons niet tegen te houden om vrede te stichten. Er is altijd oorlog geweest en misschien zal er nog heel lang van tijd tot tijd oorlog uitbreken. Vast staat dat als wij mee willen doen in het verhaal van God wij in elk geval vrede willen stichten. En ook dat er honger is hoeft ons niet tegen te houden. De honger in ons eigen land brengt ons bij de voedselbanken om hen te steunen, donateur worden kan nog steeds, de voedselcrisis in de wereld brengt ons bij de Fair Trade winkels om te helpen eerlijke handelsverhoudingen voor elkaar te krijgen, en bij de organisaties die de directe honger kunnen stillen. Dat er niet voor zieken en stervenden gezorgd kan worden brengt ons regelmatig bij giro 555 of de Wilde Ganzen. Dat het tot nu toe altijd mis is gegaan hoeft ons niet tegen te houden opnieuw te beginnen met gerechtigheid en vrede, we kunnen elke dag opnieuw beginnen, we mogen elke dag opnieuw beginnen, al zingend.

Om hen op tijd te eten te geven

vrijdag, 24 november, 2017

Matteüs 24:45-51

45  Wie is die betrouwbare en verstandige dienaar die de heer heeft aangesteld over zijn huispersoneel om hun op tijd te eten te geven? 46  Gelukkig de dienaar die daarmee bezig is wanneer zijn heer komt. 47  Ik verzeker jullie: hij zal hem aanstellen over alles wat hij bezit. 48  Slecht is echter de dienaar die bij zichzelf zegt: Mijn heer blijft voorlopig nog weg, 49  en die zijn mededienaren begint te slaan en het met dronkaards op een slempen zet. 50  Dan zal de heer van die dienaar komen op een dag waarop hij het niet verwacht en op een tijdstip dat hij niet kent, 51  en hij zal hem straffen met zijn zwaard en hem het lot van de huichelaars laten ondergaan; daar zal hij met hen jammeren en knarsetanden. (NBV)

Een heel klein gelijkenisje in het gedeelte dat vandaag op het leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap staat.  Het staat er zelfs niet in de vorm van een verhaaltje, zoals de meeste gelijkenissen die door Jezus van Nazareth werden gegeven, maar als een vraag en antwoord spel. Wie van ons wil dan niet de verstandige dienaar zijn? Velen van ons voelen zich door God geroepen. Nog meer mensen willen best het goede doen. Wie zou nu niet het huispersoneel van God op tijd te eten willen geven? Daarmee worden overigens niet de dominees en pastoors bedoeld die je in kerken kunt vinden. Ook niet de evangelisten die daarbuiten groepen mensen leiden en proberen de Bijbel te verkondigen. Dat huispersoneel zijn onze collega dienaren, dus eigenlijk alle mensen op de hele wereld. Alle mensen op de hele wereld worden immers opgeroepen mee te werken aan houden van je naaste als van jezelf.

Zorgen dat alle mensen op de wereld te eten hebben is dus onze eerste taak. Daarvoor zijn wij op aarde. En krijgen alle mensen op de wereld te eten? Nee dus, veel landen hebben zelfs een voedselcrisis. Dat komt niet omdat sommige mensen lui zijn en andere mensen hard werken.Nee dat kom omdat sommige mensen rijk zijn en nog rijker willen worden en andere mensen nooit wat zullen verdienen omdat ze te arm zijn om daarmee te beginnen. Elk jaar wordt in sommige delen van ons land op de elfde november het feest van Sint Martinus gevierd. Kinderen trekken langs de deuren met een zelfgemaakte lampion of een uitgeholde suikerbiet, zingen liedjes en zamelen snoep in. Het is het overblijfsel van een oude gewoonte. Er was een tijd dat de armen langs de deuren gingen om voor de winter een beetje van de oogst bij elkaar te bedelen. In de Bijbel staat al het voorschrift dat je bij het oogsten een deel van de oogst moet laten staan voor de armen. Die kinderen hebben daar zelf niet zo veel meer mee te maken. Ze krijgen al veel te veel snoep en gelukkig denken veel mensen er om ze dit jaar maar wat fruit te geven. Eén van de oudste liedjes vraagt dan ook om een appel of een peer.

Maar die kinderen zijn niet onbelangrijk. Ze zijn de verkondigers van het Evangelie van Jezus van Nazareth. Wie van ons geeft hen te eten en vergeet daarbij niet dat er miljoenen op de aarde zijn die ook te eten moeten hebben? Wie van ons beseft dat alleen eerlijke prijzen en eerlijke handelsverhoudingen op de duur de oplossing kunnen bieden voor de arme boeren in arme landen en koopt daarom bij voorkeur bij Fair trade winkels? Een giro uitschrijven voor één van de vele hulporganisaties is natuurlijk ook goed. Maar meewerken aan een andere rechtvaardige wereld is wel zo belangrijk. Want dat is pas echt anders dan oorlog voeren en zelf in overvloed verder leven. We moeten immers leven alsof er morgen verantwoording over af te leggen hebben? En wie wil nu een hebbert en graaiert zijn? Vier dus voortdurend het feest van Sint Martinus, de heilige die zijn mantel deelde met een bedelaar, of zoals Johannes de Doper zijn volk opriep: als je twee mantels hebt geef er dan één aan iemand die er geen heeft. Dat kan elke dag weer, ook vandaag..

 

Leer van de vijgeboom

donderdag, 23 november, 2017

Matteüs 24:29-44

29  Meteen na de verschrikkingen van die dagen zal de zon verduisterd worden en de maan geen licht meer geven, de sterren zullen uit de hemel vallen en de hemelse machten zullen wankelen. 30  Dan zal aan de hemel het teken zichtbaar worden dat de komst van de Mensenzoon aankondigt, en alle stammen op aarde zullen zich van ontzetting op de borst slaan als ze de Mensenzoon zien komen op de wolken van de hemel, bekleed met macht en grote luister. 31  Dan zal hij zijn engelen uitzenden, en onder luid bazuingeschal zullen zij zijn uitverkorenen uit de vier windstreken bijeenbrengen, van het ene uiteinde van de hemelkoepel tot het andere. 32 ¶  Leer van de vijgenboom deze les: zo gauw zijn takken uitlopen en in blad schieten, weet je dat de zomer in aantocht is.  33  Zo moeten jullie ook weten, wanneer je dat alles ziet, dat het einde nabij is. 34  Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren. 35  Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen. 36  Niemand weet wanneer die dag en dat moment zullen aanbreken, ook de hemelse engelen en de Zoon niet, alleen de Vader weet het. 37  Zoals het was in de dagen van Noach, zo zal het zijn wanneer de Mensenzoon komt. 38  Want zoals men in de dagen voor de vloed alleen maar bezig was met eten en drinken, met trouwen en uithuwelijken, tot aan de dag waarop Noach de ark binnenging, 39  en zoals men niet wist dat de vloed zou komen, totdat die kwam en iedereen wegnam, zo zal het ook zijn wanneer de Mensenzoon komt. 40  Dan zullen er twee op het land aan het werk zijn, van wie de een zal worden meegenomen en de ander achtergelaten. 41  Van twee vrouwen die samen aan de molen draaien, zal de ene worden meegenomen en de andere achtergelaten. 42  Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt.43  Besef wel: als de heer des huizes had geweten in welk deel van de nacht de dief zou komen, dan zou hij wakker gebleven zijn en niet in zijn huis hebben laten inbreken. 44  Daarom moeten ook jullie klaarstaan, want de Mensenzoon komt op een tijdstip waarop je het niet verwacht. (NBV)

Kleine grapjes staan ook in de Bijbel. Als het lente is lopen de takken van de bomen uit, komen er weer bladeren en verschijnt de bloesem. Als dus de takken gaan uitlopen, de bladeren verschijnen en de bloesem uitbot dan wordt het lente. Als het regent worden we nat. Door de hele geschiedenis heen zijn mensen bezig geweest om uit te rekenen wanneer het einde der tijden gekomen zal zijn. Steeds als het wat slechter met de mensen gaat komen er meer mensen die zeggen te weten wanneer het afgelopen zal zijn. Ook bij zogenaamd bijzondere jaartallen gaan mensen op bergtoppen zitten of met een hele groep in een afgesloten huis in de overtuiging dat het einde der tijden is gekomen. Vandaag kunnen we zeggen dat ze ongelijk hebben maar de vaste overtuiging van de bewering brengt je nog wel eens aan het twijfelen. Leer dus van de vijgenboom, het wordt na de Lente ook altijd Zomer en vervolgens Herfst en Winter en zo voorts. En dat hoeft niet want er staat ook dat dag en uur niet geweten worden.

Waar het om gaat is de vraag of we  klaar zijn voor het einde van de geschiedenis en de nieuwe hemel en aarde die ons zijn beloofd. Dat na de donkere winter de lente zal komen is iets dat vast staat. Het antwoord op de vraag of we er klaar zijn voor de eeuwige lente is helder. Er is nog veel vrede te winnen, er is nog veel armoede uit te bannen, er moeten nog veel mensen mee mogen doen. Niet iedereen is in de zomer in de gelegenheid voldoende te verzamelen voor de winter. In onze samenleving is dat ook niet meer letterlijk te nemen en is de overheid er voor om dat wat verzameld wordt eerlijk her te verdelen. En natuurlijk doet de overheid dat nooit echt goed. De rijken hebben hun eigen partijen om er voor te zorgen dat ook bij de verdeling door de overheid de rijken rijker worden en de armen arm blijven. Voor mensen die de winter echt niet meer door kunnen komen hebben we voedselbanken en de hulp aan mensen in arme landen die niet meer te eten hebben moet via particuliere organisaties komen. Die oefening in eerlijk delen hebben we dus meer dan nodig. Die oefening is voor Christenen een godsdienstoefening, je naaste liefhebben als jezelf was immers hetzelfde als God liefhebben boven alles.

Zoals je oefent voor de schooluitvoering, een sportwedstrijd, de speech op een bruiloft of jubileumfeest kunnen we ook oefenen voor de nieuwe wereld van God. Jezus van Nazareth zegt zelfs ergens dat we alvast maar moeten leven alsof die nieuwe wereld er al is. We moeten waakzaam zijn staat er. Jezus van Nazareth vergelijkt de tijd waarin we leven met de tijd van Noach, nog voor de zondvloed. Ook toen sloeg niemand acht op de naderende ramp die bijna al het leven op aarde zou uitwissen. Zijn we nu anders aan het leven dan in de tijd van Noach? Misschien wel, misschien niet. Oordelen over wat anderen doen is niet eenvoudig. Natuurlijk als je je overgeeft aan het najagen van winst en genot dan is het gemakkelijk, dat is niet wat de Bijbel van mensen vraagt, dat was wat de mensen in de dagen van Noach deden staat hier. Maar in onze dagen zijn veel mensen met de samenleving bezig. Ze proberen de samenleving zo in te richten dat vrede heerst en welvaart. En dat kan zijn wat de Bijbel van ons vraagt. Dat hoeft niet zo te zijn, want is er vrede voor alle mensen? Is geweld over de hele aarde uitgebannen en spannen we ons daarvoor in? Dat de een er mee bezig is en de ander niet is duidelijk, maar het is niet aan ons te oordelen wie mee mag naar die nieuwe aarde en wie niet. Het is aan ons om alvast iets van die nieuwe aarde zichtbaar te maken, in de zorg voor de armen, in de aandacht voor mensen die in ons land gevangen zitten zonder veroordeeld te zijn wegens een misdrijf. We kunnen onze dagen er meer dan mee vullen, ook vandaag weer.

 

Je zult eten wat je werk opbrengt

woensdag, 22 november, 2017

Psalm 128

1 ¶  Een pelgrimslied. Gelukkig ieder die ontzag heeft voor de HEER en de weg gaat die hij wijst: 2  je zult eten wat je werk opbrengt, geluk en voorspoed vallen je toe, 3  je vrouw als een vruchtbare wijnstok in het midden van je huis, je kinderen als jonge olijfbomen in een kring om je tafel. 4  Ja, zo wordt gezegend de man die ontzag heeft voor de HEER. 5  Ontvang de zegen van de HEER uit Sion, verheug je in de voorspoed van Jeruzalem, alle dagen van je leven, 6  en verheug je in de kinderen van je kinderen. Vrede over Israël! (NBV)

Vandaag zingen we met de kerk een pelgrimslied mee. Een psalm die gezongen werd als mensen op pad gingen naar de Heilige Tent, later naar de Tempel, om daar de maaltijd te houden met de dienaren van de Heilige Tent, de armen, de vreemdelingen en met hun familie, zoals dat in het boek Deuteronomium was voorgeschreven. Je mag blij zijn met alles wat je toevalt en zeker als je mag eten van wat je werk opbrengt. Chronisch zieken en gehandicapten kunnen dat vaak niet meezingen, zeker niet als ze van jongs af aan arbeidsbeperkt zijn. Ook al zouden ze nog wat werk kunnen doen, werkgevers kijken wel uit om wrakken aan te nemen. Alle pleidooien van organisaties van gehandicapten om werkgevers te verplichten een zeker percentage van hun personeel uit gehandicapten te laten bestaan zijn eigenlijk altijd aan dovemans oren gericht. De uitkeringen worden daarom maar verlaagd.

De verplichting die in de wet is opgenomen is te gemakkelijk te ontduiken en een regering heeft zich over de handhaving van die regels nooit druk gemaakt. Die maakt liever goede sier met al het geld dat ze bespaard hebben door intensief in de uitkeringen te snijden. Want niet alleen zijn de arbeidsongeschiktheidsuitkeringen fors omlaag geschroefd, daarnaast zijn er ook flinke zorgpremies ingevoerd en werd het  eigen risico in de zorg jaar na jaar verhoogd, zieken zijn te duur voor de rijken. Door dat eigen risico moet iedereen die medicijnen gebruikt of onder controle van een dokter staat elk jaar een fors bedrag extra voor de gezondheidszorg betalen. De psalm gaat uit van het goede, gaat uit van de mensen die willen delen met een ander, die zorg hebben voor hun naaste, of zoals de psalm het zegt: die ontzag hebben voor de Heer.

Het is maar een kleine psalm die we vandaag zingen, maar die psalm is dan ook bedoeld voor kleine mensen. Mensen die bereid zijn de goddelijke richtlijnen uit de woestijn te volgen en daar te delen wat ze met hun eigen handen hadden verdient. Laten we meezingen. Want ook in onze dagen van zogenaamde financiële crisis, voor de jong gehandicapten, kan een volk pas echt overleven als het bereid is dat ontzag voor de Heer op te brengen. Wijsheid wordt dat op andere plaatsen in Bijbel genoemd. En dat ontzag voor de Heer blijkt altijd weer uit de zorg voor de armen, uit de bereidheid te zorgen voor zieken en gehandicapten, voor de weduwe en de wees, de mensen die langs de kant staan en hulp nodig hebben. In onze dagen overigens voor de minsten in de hele bewoonde wereld, tot aan de einden der aarde. Elke dag mogen we opnieuw beginnen op die manier deze psalm mee te zingen, door onze naaste lief te hebben als onszelf, ook vandaag weer.

Hij zal u kracht geven

dinsdag, 21 november, 2017

2 Tessalonicenzen 3:1-18

1 ¶  Voor het overige, broeders en zusters, bid voor ons. Bid dat het woord van de Heer zich elders even snel verspreidt en evenzeer geprezen wordt als bij u. 2  Bid ook dat wij worden behoed voor slechte en kwaadaardige mensen, want niet iedereen is betrouwbaar. 3  Maar de Heer is trouw, hij zal u kracht geven en u tegen het kwaad beschermen. 4  De Heer geeft ons de overtuiging dat u doet wat wij u opdragen en dat zult blijven doen. 5  Moge de Heer uw wil en verlangen richten op de liefde voor God en de standvastige trouw aan Christus. 6 ¶  Broeders en zusters, op gezag van onze Heer Jezus Christus dragen wij u op u niet in te laten met broeders of zusters die hun werk verwaarlozen en niet leven volgens de traditie die wij hebben doorgegeven. 7  U weet zelf wat het betekent ons na te volgen. Toen we bij u waren, hebben we ons dagelijks werk niet verwaarloosd 8  en op niemands kosten geleefd. Integendeel, we hebben ons ingezet en ingespannen, dag en nacht hebben we gewerkt om niemand van u tot last te zijn. 9  Niet dat we geen aanspraak konden maken op uw ondersteuning, maar we wilden onszelf tot voorbeeld stellen, zodat u ons zou navolgen. 10  Toen we bij u waren, hebben we herhaaldelijk gezegd dat wie niet wil werken, niet zal eten. 11  We horen dat sommigen van u hun werk verwaarlozen, dat ze zich niet nuttig maken maar zich slechts onledig houden met nutteloze bezigheden. 12  In naam van de Heer Jezus Christus dragen wij dergelijke mensen nadrukkelijk op rustig hun werk te doen en hun eigen brood te verdienen. 13  Broeders en zusters, doe het goede, zonder op te geven, 14  en wees op uw hoede voor wie geen gehoor geven aan wat wij in deze brief schrijven. Ga niet met hen om, dan zullen ze zich schamen. 15  Behandel hen echter niet als vijanden, maar wijs hen als uw broeders en zusters terecht. 16 ¶  Moge de Heer van de vrede zelf u altijd en op elke wijze vrede geven. De Heer zij met u allen.17  Ik, Paulus, groet u in mijn eigen handschrift. Dat is in elke brief het waarmerk dat ik hem zelf geschreven heb. 18  De genade van onze Heer Jezus Christus zij met u allen. (NBV)

Vandaag sluiten we de lezing van deze tweede brief aan de gemeente van Thessaloníki af. Ook hierin een tekst die tot misverstanden heeft geleid. “Wie niet werkt zal ook niet eten” schrijft Paulus. Die tekst wordt sindsdien liefdeloos toegepast op iedereen die niet werkt. Elke ondersteuning door de Kerk of door de Staat wordt gegeven alsof het gegeven wordt aan criminelen. Tot aan de tandenborstel in de badkamer toe worden mensen gecontroleerd die aanspraak moeten maken op hulp en ondersteuning omdat ze uit arbeid te weinig of zelfs niets verdienen. Heeft Paulus hier nu die hulp eigenlijk verboden of ten minste afgeraden? Niets is minder waar. Voortdurend roept Paulus op om zorg te dragen voor de minsten in de samenleving, voor de zieken, voor de gehandicapten, voor de slaven, voor de weduwen en de wees. Het kan niet zo zijn dat delen met de minsten betekent hen te laten werken en als ze dat niet kunnen ze te laten creperen. Een eigen plaats geven in de samenleving betekent inderdaad soms werk te geven. Daarvoor moet met werkgevers gesproken worden en dat gebeurt door de vertegenwoordigers van de overheid maar zelden als het gaat om individuen. Natuurlijk met werkgevers en werknemers organisaties wordt uitgebreid, uren en dagenlang, vergaderd door de bestuurders van onze samenleving. Maar individuele werkgevers en werklozen en gehandicapten merken daar in de praktijk meestal maar weinig van.

Paulus vraagt de gemeente in Thessaloníki voor hem en zijn gezelschap te bidden. En hij wil behoed worden voor slechte en kwaadaardige mensen. Moet je de missie van Paulus dan aan hem overlaten? Kun je zelf niet iets doen om hem te beschermen? Bidden is hier kennelijk niet zozeer het melden bij een ander die er dan wel voor zal zorgen, maar zelf nadenken over wat je samen kunt doen voor die Paulus. Zelf vroeg Paulus maar zelden om geld voor hem en zijn vrienden. Hij was riemensnijder, in zijn dagen een eerbiedwaardig handwerk. Hij kon zijn geld zelf wel verdienen en dat deed hij dan ook. We mogen aannemen dat ook de mensen die met hem meereisden zelf de kost verdienden. Het waren mensen van de Weg en die stonden er om bekend alles wat ze hadden te delen, niet alleen met elkaar maar ook met de armen die ze tegenkwamen. Daar kon ook de gemeente van Thessaloníki wat in bijdragen.

Ook in de Protestantse Kerk wordt gecollecteerd, maar ook die collectes zijn niet bestemd voor het inkomen van de voorganger maar voor het onderhoud van de Kerk en voor de diaconie. De collectes in een Protestantse Kerkdienst hebben overigens vaak meer weg van een symbool, als we toch bij elkaar zijn dan laten we zien dat we delen, het eigenlijke geld wordt opgebracht uit acties als Kerkbalans  en Kerk in Actie. Steunen kunnen we de komst van het Koninkrijk dus nog steeds. Unicef, Kerk in Actie, Wereldwinkel, Fair Trade, Oxfam Novib, zijn maar enkele mogelijkheden van heel vele waarmee je de armen bevrijding kunt aanzeggen, vandaag en vooral in deze dagen van delen met elkaar.  Waar Paulus het over heeft is het profiteren van gemeenschappen van de mensen van de weg door zogenaamde voorgangers. Die dichten zich zoveel werk toe dat ze vinden dat ze daar royaal voor betaald moeten worden. Tegenover dat soort voorgangers stelt Paulus zichzelf tot voorbeeld. Laten wij ons zijn voorbeeld ter harte nemen.