Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor september, 2017

Dat leiders hun macht misbruiken

zaterdag, 30 september, 2017

Matteüs 20:17-28

17 ¶  Onderweg naar Jeruzalem nam Jezus de twaalf leerlingen apart. Hij zei tegen hen: 18  ‘We zijn nu op weg naar Jeruzalem, waar de Mensenzoon zal worden uitgeleverd aan de hogepriesters en de schriftgeleerden, die hem ter dood zullen veroordelen. 19  Ze zullen hem uitleveren aan de heidenen, die de spot met hem zullen drijven en hem zullen geselen en kruisigen. Maar op de derde dag zal hij worden opgewekt uit de dood.’ 20 ¶  Daarop kwam de moeder van de zonen van Zebedeüs met haar zonen naar hem toe. Ze viel voor hem neer om hem een gunst te vragen. 21  Hij vroeg haar: ‘Wat wilt u?’ Ze antwoordde: ‘Beloof me dat deze twee zonen van mij in uw koninkrijk naast u mogen zitten, de een rechts van u en de ander links.’ 22  Maar Jezus zei hun: ‘Jullie weten niet wat je vraagt. Kunnen jullie de beker drinken die ik zal moeten drinken?’ ‘Ja, dat kunnen wij, ‘antwoordden ze. 23  Toen zei hij: ‘Uit mijn beker zullen jullie inderdaad drinken, maar wie er rechts en links van mij zullen zitten kan ik niet bepalen, die plaatsen behoren toe aan hen voor wie mijn Vader ze heeft bestemd.’ 24  Toen de andere leerlingen hiervan hoorden, werden ze woedend op de twee broers. 25  Jezus riep hen bij zich en zei: ‘Jullie weten dat heersers hun volken onderdrukken en dat leiders hun macht misbruiken. 26  Zo zal het bij jullie niet mogen gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, 27  en wie van jullie de eerste wil zijn, zal jullie dienaar moeten zijn 28  zoals de Mensenzoon niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’ (NBV)

Het contrast tussen wat we vandaag lezen uit de Nieuwe Bijbelvertaling en wat we hoorden op de derde dinsdag in september, had niet groter kunnen zijn. Niet de mensen waarvoor de machtigen in ons land zouden moeten zorgen staan op die dag centraal maar de machtigen zelf. Pracht en praal bepalen het beeld. Zwervers, verslaafden, patiënten uit verpleeghuizen, gehandicapten, vluchtelingen, jongeren met veel problemen, slachtoffers van geweld en misdrijven, zie je bij de presentatie van een nieuwe begroting niet. Zij paraderen niet op het Binnenhof om te laten zien waar het om gaat. Ook het woord van Jezus dat heersers hun volk onderdrukken en leiders hun macht misbruiken klinkt niet terug in de troonrede. Er wordt nog wel eens gezeurd over de zogenaamde bede die wel of niet in de troonrede zou moeten. Het besef van volksvertegenwoordigers en regeerders dat het dienen van de zwaksten en de armsten in de samenleving op de allereerste plaats zou moeten staan zou vooraan in de troonrede moeten staan.

En denk daarbij niet alleen aan de zwaksten in eigen land maar ook aan de hongerigen, de slachtoffers van geweld en uitbuiting in de rest van de wereld. Het is immers dag van de verantwoording hoe het geld dat we met z’n allen verdienen in dit land wordt verdeeld over iedereen zodat iedereen ook werkelijk deel kan hebben aan de rijkdom van ons land. Duidelijk is dat het delen met de allerarmsten in de hele wereld en het eerlijk handeldrijven daar ook bij hoort. Een dag van democratie, wat Prinsjesdag toch eigenlijk is, zou toch niet moeten laten zien hoe mooi soldaten er uit kunnen zien, maar hoe goed we voor verpleegkundigen en onderwijskrachten willen zorgen. Wie echt de eersten onder ons zijn, de belangrijksten voor ieder van ons, zijn zij die willen dienen, dag en nacht en soms met gevaar voor eigen leven. Wat er op de derde dinsdag in september gebeurt in Den Haag is misschien mooi om naar te kijken. maar heeft geen enkele betekenis.

Het is klatergoud en leeg theater. Beter zou het zijn de bovenstaande passage uit de Bijbel voor te lezen, want daar gaat het over macht en de reactie van de machthebbers op hen die macht onderuit willen halen. Jezus van Nazareth zelf wees alle macht af. Regelmatig werd hem de titel van Koning aangeboden. Maar hij had heel goed in de gaten dat als je macht afwijst en voor de zwakken in de samenleving gaat zorgen je daarbij ook de machthebbers buitenspel zet. Liefde en zorg komen immers niet uit Den Haag maar van mensen in je directe omgeving. Machthebbers plegen zich daartegen te verzetten, daarom ook allemaal regels voor mensen die al dan niet betaald zorgen voor een ander. Jezus van Nazareth zou uiteindelijk ter dood worden gebracht net zoals veel van zijn volgelingen. Maar zijn optreden bleef door de dood heen, vandaag kunnen wij het verder dragen.

Hij had namelijk veel bezittingen

donderdag, 28 september, 2017

Matteüs 19:16-30

16 ¶  Nu kwam er iemand naar Jezus toe met de vraag: ‘Meester, wat voor goeds moet ik doen om het eeuwige leven te verwerven?’ 17  Hij antwoordde: ‘Waarom vraag je me naar het goede? Er is er maar één die goed is. Als je het leven wilt binnengaan, houd je dan aan zijn geboden.’ 18  ‘Welke?’ vroeg hij. ‘Deze, ‘antwoordde Jezus, ‘pleeg geen moord, pleeg geen overspel, steel niet, leg geen vals getuigenis af, 19  toon eerbied voor uw vader en moeder, en ook: heb uw naaste lief als uzelf.’ 20  De jongeman zei: ‘Daar houd ik me aan. Wat kan ik nog meer doen?’ 21  Jezus antwoordde hem: ‘Als je volmaakt wilt zijn, ga dan naar huis, verkoop alles wat je bezit en geef de opbrengst aan de armen; dan zul je een schat in de hemel bezitten. Kom daarna terug en volg mij.’ 22  Na dit antwoord ging de jongeman terneergeslagen weg; hij had namelijk veel bezittingen. 23 ¶  Jezus wendde zich tot zijn leerlingen: ‘Ik verzeker jullie: slechts met grote moeite zal een rijke het koninkrijk van de hemel binnengaan. 24  Ik zeg het jullie nog eens: het is gemakkelijker voor een kameel om door het oog van een naald te gaan dan voor een rijke om het koninkrijk van God binnen te gaan.’ 25  Toen de leerlingen dit hoorden, waren ze hevig ontzet en vroegen: ‘Wie kan er dan nog gered worden?’ 26  Jezus keek hen aan en antwoordde hun: ‘Bij mensen is dat onmogelijk, maar bij God is alles mogelijk.’ 27  Daarop vroeg Petrus: ‘Wij hebben alles achtergelaten en zijn u gevolgd. Waar kunnen wij naar uitzien?’ 28  Jezus zei tegen hen: ‘Ik verzeker jullie: wanneer de tijd aanbreekt dat alles vernieuwd wordt, wanneer de Mensenzoon in zijn majesteit zal zetelen op zijn troon, zullen ook jullie die mij gevolgd zijn plaatsnemen op de twaalf tronen en rechtspreken over de twaalf stammen van Israël. 29  En ieder die broers of zusters, vader, moeder of kinderen, akkers of huizen heeft achtergelaten omwille van mijn naam, zal het honderdvoudige ontvangen en deel krijgen aan het eeuwige leven. 30  Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten. (NBV)

Het zijn vaak keurige mensen. Ze liegen niet, ze stelen niet, ze geven aan collectes bij de deur, ze maken jaarlijks forse bedragen over aan liefdadigheidsinstellingen, dat kun je van de belasting aftrekken nietwaar, ze spreken altijd netjes, ze schelden niet, ze gebruiken geen geweld, hun vrije tijd besteden ze in een service club en in een enkel sociaal aanvaard maatschappelijk nuttig bestuur als vrijwilliger. En toch zijn ze bedroefd als ze zich verdiepen in de boodschap van Jezus van Nazareth. Ze volgen toch al die geboden? Zelfs dat gebod van heb Uw naaste lief als Uzelf. Maar soms willen mensen volmaakt zijn. Meer doen dan het gewone. Uitblinken in het goede. En dat vraagt iets wat eigenlijk niemand zomaar op kan brengen. Alles verkopen en verdelen onder de armen. Als je zelf bijna arm bent is dat niet zo moeilijk. Je krijgt er een hoop vrienden voor terug en als je in problemen komt is er vast iemand onder die jou wil helpen. Maar als je rijk bent is het een stuk moeilijker. Met die armen heb je niet zoveel gemeen. Die gaan niet uit, dat kunnen ze niet betalen, die lezen geen literatuur, daar hebben ze niet voor doorgeleerd, die luisteren niet naar klassieke muziek, daar zijn ze niet mee opgegroeid. En hadden ze die armoede niet zelf veroorzaakt door te weinig aandacht te besteden aan hun opleiding, door teveel alcohol te drinken en hun gezondheid te verwaarlozen? Als je je oor te luisteren legt in kringen van rijke mensen hoor je net zoveel vooroordelen als je hoort bij arme mensen.

Van elkaar wordt gedacht dat beiden niet hard werken, als je rijk bent hoef je dat niet en als je arm bent ben je arm omdat je te weinig werkt. Beide vooroordelen zijn onzin. Rijke mensen werken over het algemeen hard en arme mensen werken nog harder als ze de kans krijgen. Daarom legt Jezus van Nazareth de nadruk op eerlijk delen. Volmaakt worden is helemaal geen ideaal in de Bijbel. Gerechtigheid betrachten, samen delen en daarbij eerlijk blijven dat is het waar het om gaat. Wie volmaakt wil zijn streeft er naar gelijk aan God te worden, er is er immers maar één die goed is zoals door Jezus van Nazareth hier wordt opgemerkt. Werkelijk eerlijk delen is veel moeilijker dan het lijkt. Wij doen het niet. Wij durven de hypotheekrente aftrek niet zo te beperken dat iedereen evenveel steun om goed te wonen van de overheid kan krijgen. Wij durven loonstijgingen en bonussen niet zo te beperken dat niemand meer verdiend dan de Koning of de minister president, niet bij de overheid maar al helemaal niet in het bedrijfsleven. Drogredenen als zouden de rijken naar het buitenland zouden vluchten houden het tegen. Maar eigenlijk gaan de rijken die dat delen weigeren bedroefd naar huis, ze hebben veel bezittingen en die zijn belangrijker dan echt houden van hun naasten. Jongeren zullen bijna niet meer weten waar je het over hebt als je het over het oog van een naald hebt.  Zoveel sokken worden er niet meer gestopt. Als bij ons iets stuk is, zeker als er een gat in een sok zit, gooien we het weg. Zelfs als de knopen van een overhemd springen dan gooien we die maar weg.

Gelukkig zijn er af en toe allochtonen die nog weten hoe kleding gerepareerd moet worden. Zij beginnen dan een kledingreparatiewinkel waar je een opengesprongen broeknaad of een ander lekker zittend kledingstuk kunt laten repareren. Maar naalden in huis hebben nee, vroeger wel. Ze leken op de spelden die je in een nieuw overhemd kunt vinden, maar dan iets groter en op de plaats waar die platte kop zit zat een oogje waar je met veel moeite een draad doorheen kon doen. De naald uit het verhaal van Jezus van Jezus van Nazareth, dat Matteüs hier verteld, zou trouwens een klein poortje geweest zijn. Klein om er voor te zorgen dat er geen grote lastdieren doorheen konden. Zo konden roversbenden de stad niet in en moesten belastingplichtige handelaren de grote en bewaakte poort nemen.  Kamelen konden dus al helemaal niet door dat kleine poortje. Rijken horen niet zomaar in het Koninkrijk van God als rijken, armen wel. precies het tegenovergestelde van ons Koninkrijk van tegenwoordig. Hier moeten de armen meebetalen om de positie van de rijken veilig te stellen. Ook op het bewust maken van mensen in ons land van het grote verschil in rijkdom tussen landen op het Noordelijk halfrond en landen rond het zuidelijk halfrond dreigt fors bezuinigd te worden, we zouden eens door kunnen krijgen dat we eerlijk moeten delen. In ons Koninkrijk worden de armen op de allerlaatste plaats gezet.  In het Koninkrijk van God komen ze op de eerste plaats.

Wat God verbonden heeft

woensdag, 27 september, 2017

Matteüs 19:1-15

1 ¶  Nadat Jezus deze rede had uitgesproken, verliet hij Galilea en ging hij langs de overkant van de Jordaan naar Judea. 2  Grote massa’s mensen volgden hem, en hij genas hen ter plekke. 3 ¶  Toen kwamen er Farizeeën op hem af om hem op de proef te stellen. Ze vroegen: ‘Mag een man zijn vrouw om willekeurig welke reden verstoten?’ 4  Hij zei: ‘Hebt u niet gelezen dat de schepper de mens bij het begin mannelijk en vrouwelijk heeft gemaakt?’ 5  En hij vervolgde: ‘Daarom zal een man zijn vader en moeder verlaten en zich hechten aan zijn vrouw, en die twee zullen één worden; 6  ze zijn dan niet langer twee, maar één. Wat God heeft verbonden, mag een mens niet scheiden.’ 7  Toen vroegen ze hem: ‘Waarom heeft Mozes dan voorgeschreven haar een scheidingsbrief te geven en haar zo te verstoten?’ 8  Hij antwoordde: ‘Omdat u harteloos en koppig bent, daarom heeft Mozes u toegestaan uw vrouw te verstoten. Maar dat is niet vanaf het begin zo geweest. 9  Ik zeg u: wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel, tenzij er sprake was van een ongeoorloofde verbintenis.’ 10  Hierop zeiden zijn leerlingen: ‘Als het met de verhouding tussen man en vrouw zo gesteld is, kun je maar beter niet trouwen.’ 11  Hij zei tegen hen: ‘Niet iedereen kan deze kwestie begrijpen, alleen degenen aan wie het gegeven is: 12  er zijn mannen die niet trouwen omdat ze onvruchtbaar geboren werden, andere omdat ze door mensen onvruchtbaar gemaakt zijn, en er zijn mannen die niet trouwen omdat ze zichzelf onvruchtbaar gemaakt hebben met het oog op het koninkrijk van de hemel. Laat wie bij machte is dit te begrijpen het begrijpen!’ 13 ¶  Daarop brachten de mensen kinderen bij hem, ze wilden dat hij hun de handen zou opleggen en zou bidden. Toen de leerlingen hen berispten, 14  zei Jezus: ‘Laat de kinderen ongemoeid, belet ze niet bij mij te komen, want het koninkrijk van de hemel behoort toe aan wie is zoals zij.’ 15  En nadat hij hun de handen had opgelegd, trok hij weer verder. (NBV)

De vraag of het geoorloofd is te scheiden heeft vele mensen eeuwenlang gevangen gehouden. Jezus zegt hier heel duidelijk dat je het aan God moet overlaten. Of eigenlijk dus de zaak moet bekijken vanuit de liefde voor mensen. En mensen gevangen houden hoort niet bij de liefde zoals die in het verhaal van de Bijbel wordt geleerd. Daar hoort een bevrijdende liefde bij. Of mensen wel of niet mogen scheiden en hertrouwen is dus niet een zaak die aan enig mens, laat staan aan enige kerk, ter beoordeling is.  Het enige wat telt is dat mensen elkaar serieus nemen, als gelijkwaardig zien. De mens, elk mens,  is vrouwelijk en mannelijk geschapen zegt Jezus en die worden samen één. Daar heeft een ander niks mee te maken. Als twee mensen van elkaar houden en bij elkaar blijken te horen dan moet je er niet tussen komen. Het idee dat je dus twee mensen moet verbieden bij elkaar te horen omdat hun lichamen er hetzelfde uitzien is dan ook volgens het verhaal van Jezus absurd. Het verbod op homoseksuele relaties van mannen en vrouwen is dan ook volgens dit verhaal een onchristelijk verbod.

De manier waarop mannen en vrouwen bij elkaar zouden moeten horen voorschrijven op godsdienstige gronden hoort bij de afgodendienst. Er op letten dat mensen elkaar niet als lustobject gaan zien, elkaar exploiteren, uitbuiten, ook op seksueel gebied,macht  over elkaar uitoefenen hoort bij het verhaal van Jezus. Juist daarom toont Jezus van Nazareth zich geïrriteerd als het gaat over de scheidingsbrief die in Deuteronomium staat voorgeschreven. Vrouwen namen in de Israëlische samenleving economisch de zwakste positie in. In de Bijbel wordt daarom veel aandacht besteed aan de ondersteuning van weduwen, zij staan vaak zelfs symbool voor alle armen. Gescheiden vrouwen hadden het in een dergelijke samenleving extra moeilijk. Het bewijs dat ze niet zomaar alleen stonden maar gelijk waren aan weduwen gaf dan tenminste nog een beetje hoop, maar ze hoorden eigenlijk bij hun eigen man, die had ze niet moeten verstoten. In sommige vertalingen kun je dan ook lezen dat mannen die een gescheiden vrouw trouwen, gescheiden volgens de regels van Mozes, overspel plegen. Vrouwen hebben een zo slechte economische positie dat van een vrijwillig huwelijk nauwelijks sprak kan zijn.

In de benadering van de hulp aan alleenstaande moeders mogen ook wij ons dat wel eens realiseren. Al te gemakkelijk alleenstaande moeders verplichten te werken zonder te zorgen voor goede kinderopvang, dwingt ze in een nog meer afhankelijke positie. De bezuinigingen op de kinderopvang leggen daarom misschien op een aantal vrouwen een druk die juist volgens dit verhaal zeer onchristelijk is.  Dat kinderen nog niet veel weten spreekt voor zichzelf. Dat volwassenen die niet veel meer scholing hebben gehad ook niet veel meer weten dan kinderen spreekt ook voor zichzelf. Dat volwassenen die niet veel scholing hebben gehad ook niet veel geld zullen verdienen is ook eenvoudig te begrijpen. Die volwassenen wonen dan ook in de wijken met de goedkoopste woningen. En omdat het op een koopje moet zijn die woningen ook meestal niet goed onderhouden. Dat we allemaal de plicht hebben om oog te krijgen voor de positie van mensen met weinig opleiding, weinig geld en weinig taal, de minsten onder ons dus, ligt ook voor de hand. Maar dat we er allemaal wat aan zouden moeten doen wordt minder beseft. Toch vraagt juist Jezus van Nazareth om te worden als de kinderen en te zorgen dat van hen het goede uit kan gaan, te zegenen noemt Matteüs dat.

Tot zeventig maal zeven

dinsdag, 26 september, 2017

Matteüs 18:21-35

21 ¶  Daarop kwam Petrus bij hem staan en vroeg: ‘Heer, als mijn broeder of zuster tegen mij zondigt, hoe vaak moet ik dan vergeving schenken? Tot zevenmaal toe?’ 22  Jezus antwoordde: ‘Niet tot zevenmaal toe, zeg ik je, maar tot zeventig maal zeven. 23  Daarom is het met het koninkrijk van de hemel als met een koning die rekenschap wilde vragen van zijn dienaren. 24  Toen hij daarmee begonnen was, bracht men iemand bij hem die hem tienduizend talent schuldig was. 25  Omdat hij niets kon terugbetalen, gaf zijn heer bevel dat de man samen met zijn vrouw en kinderen en alles wat hij bezat verkocht moest worden, zodat de schuld kon worden ingelost. 26  Toen wierp de dienaar zich aan de voeten van zijn heer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal u alles terugbetalen.” 27  Zijn heer kreeg medelijden, hij liet hem vrij en schold hem de geleende som kwijt. 28  Toen deze dienaar naar buiten ging, trof hij daar een van de andere dienaren, die hem honderd denarie schuldig was. Hij nam hem in een wurggreep en beet hem toe: “Betaal me alles wat je me schuldig bent!” 29  Toen wierp deze zich voor hem neer en smeekte hem: “Heb geduld met mij, ik zal je betalen.” 30  Maar hij wilde daar niet van weten, integendeel, hij liet hem gevangenzetten tot hij de hele schuld zou hebben afbetaald. 31  Toen de andere dienaren begrepen wat er gebeurd was, waren ze zeer ontdaan, en gingen ze naar hun heer om hem alles te vertellen. 32  Daarop liet zijn heer hem bij zich roepen en hij zei tegen hem: “Je bent een slechte dienaar. Heel die schuld heb ik je kwijtgescholden, omdat je me erom smeekte. 33  Dan had jij toch zeker ook medelijden moeten hebben met die andere dienaar, zoals ik medelijden heb gehad met jou?” 34  En zijn heer was zo kwaad dat hij hem in handen van de gerechtsbeulen gaf tot hij de hele schuld zou hebben terugbetaald. 35  Zo zal mijn hemelse Vader ook ieder van jullie behandelen die zijn broeder of zuster niet van harte vergeeft.’ (NBV)

Zeven is het heilige getal in de Bijbel. Het is het getal van de volheid. Vader, zoon en heilige geest en de vier windstreken van de aarde. Dan heb je alles wel gehad. Het is ook het getal van de schepping, na zes dagen was alles af en op de zevende dag kon God er van genieten. Zeventig maal zeven is dus oneindig veel. Op 11 september werden de aanslagen van de elfde september in Amerika weer herdacht. Vier vliegtuigen vlogen zich daar te pletter. Niemand heeft ooit gezegd waarom of waarvoor. Geestverwanten van de daders spraken over een straf, een straf voor de pogingen van Amerika een wereldheerschappij te vestigen. Een heerschappij waar de Amerikaanse opvatting van Christendom zou heersen over de Islam. Een heerschappij waar Israel onder toezicht van Amerika zou mogen bepalen wat er met de Palestijnen gebeurd. Een heerschappij waar Amerika bepaalt hoeveel armen er nog in de wereld mogen zijn. Waar Amerika bepaald wat we eten en drinken, welke films we kijken en welke muziek we beluisteren. Waar Amerika ook bepaalt welke regeringen we mogen kiezen.

Waren dan de aanslagen van de elfde september de manier om het Amerikaanse volk wakker te schudden en hen van hun verderfelijke weg af te brengen? Volgens de Bijbel niet. Vergeven van het kwade is volgens de Bijbel de weg. Vergeven dat is soms heel erg moeilijk. Hoe kun je de daders van de elfde september vergeven voor het onmetelijke leed dat ze hebben aangericht. Hoe kon Saddam Hoessein vergeven worden voor de gasmoord die hij liet plegen op onschuldige Koerden. Hoe kan Bush vergeven worden voor de weigering het verdrag van Kyoto te tekenen zodat de aarde zover kon opwarmen dat een orkaan van kracht 4, bijna 5, over New Orléans kon razen? Misschien dat we onverhoopt ook ooit een dergelijke vraag over Trump moeten stellen. Dit oneindig vergeven komt na de verhalen over het verloren schaap dat wordt gezocht en de afgedwaalde die aangesproken wordt, desnoods met een hele groep en gevraagd wordt zich te bekeren. Als dat allemaal nog niet lukt dan volgt vergeven. Vergeven is dus niet zand er over en alles blijft bij het oude alleen we hebben het er niet meer over.

Als je een oneindig aantal malen moet vergeven dan moet je ook een oneindig aantal malen proberen de situatie te veranderen, het kwaad weg te nemen. Vergeven zou dus kunnen zijn dat we er voor zorgen dat de verschillen tussen arm en rijk worden opgeheven, zodat niemand ooit meer een reden heeft zo kwaad, bang, of hebzuchtig te worden dat vele anderen er dood aan gaan of er jarenlang onder moeten lijden. Dat ook autochtone jongeren een toekomst krijgen die begint met een goede kans op de arbeidsmarkt. Dat moslims ook mogen geloven wat hen is geleerd zonder dat ze voortdurend door zogenaamde politici voor oud vuil worden uitgemaakt.  Dat soort vergeven gaat niet van de ene op de andere dag. Het is het soort vergeven dat de wereld bijna niet kent. Zoveel liefde voor mensen dat ook de kwaadste mens aangesproken wordt en het gedrag vergeven kan worden als de verandering daar is. Dat soort vergeven kan vandaag beginnen, het begint bij ons die vragen of onze schulden kunnen worden vergeven zoals wij ook aan anderen hun schuld vergeven.

Dat een van deze geringen verloren gaat

maandag, 25 september, 2017

Matteüs 18:10-20

10  Waak ervoor ook maar een van deze geringen te verachten. Want ik zeg jullie: hun engelen in de hemel aanschouwen onophoudelijk het gelaat van mijn hemelse Vader. 11 12  Wat denken jullie? Als iemand honderd schapen bezit en een daarvan dwaalt af, zal hij er dan niet negenennegentig in de bergen achterlaten en op weg gaan om het afgedwaalde dier te zoeken? 13  Als het hem lukt het te vinden, dan zal hij zich, dat verzeker ik jullie, over dat ene meer verheugen dan over de negenennegentig andere die niet afgedwaald waren.
14  Zo is het ook bij jullie Vader in de hemel: hij wil niet dat een van deze geringen verloren gaat. 15 ¶  Als een van je broeders of zusters tegen je zondigt, moet je die daarover onder vier ogen aanspreken. Als ze luisteren, dan heb je ze voor de gemeente behouden.
16  Luisteren ze niet, neem dan een of twee anderen mee, zodat de zaak zijn beslag krijgt dankzij de verklaring van ten minste twee getuigen. 17  Als ze naar hen niet luisteren, leg het dan voor aan de gemeente. Weigeren ze ook naar de gemeente te luisteren, behandel hen dan zoals je een heiden of een tollenaar behandelt. 18  Ik verzeker jullie: al wat jullie op aarde bindend verklaren zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat jullie op aarde ontbinden zal ook in de hemel ontbonden zijn. 19  Ik verzeker het jullie nogmaals: als twee van jullie hier op aarde eensgezind om iets vragen, wat het ook is, dan zal mijn Vader in de hemel het voor hen laten gebeuren.
20  Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben ik in hun midden.’ (NBV)

 

De eerste vraag is waarom God eigenlijk een ramp als op de eilanden in de Caraïben toelaat en opnieuw dezelfde mensen in gevaar brengt. In het boek Job wordt duidelijk dat dat toch een verkeerde vraag is, natuurrampen gebeuren nu eenmaal en de goede vraag is hoe wij er zelf mee omgaan. Jezus geeft in het bovenstaande verhaal het beeld van de herder mee. Afgezien van de grote stille heide in Drenthe en op een incidenteel verdwaald stukje natuur kennen wij de herder met schaapskudden niet meer. Maar dat je bij echt liefhebben alles uit de kast haalt om dat wat je dierbaar is terug te vinden kunnen we ons nog wel voorstellen. Bewoners van buurten en campings helpen in de zomer maar al te graag zoeken als er weer eens een kind wordt vermist, dag en nacht desnoods. Gelukkig vaak met goede afloop. In ons eigen land gaat dat meestal zo. Na de ramp op Sint Maarten werd op heel veel plaatsen geld en goederen ingezameld. Ook rond vluchtelingen gaat dit zo. Vluchtelingen willen meer contact met Nederlanders om goed te kunnen inburgeren heeft Vluchtelingenwerk ontdekt. Heel veel Nederlanders willen daar graag bij helpen. Geen enkel vluchtelingencentrum heeft eigenlijk gebrek aan vrijwilligers.

Maar de Nederlandse overheid ontmoedigt de hulp aan vluchtelingen. De mogelijkheid om de taal te leren wordt beperkt, de mogelijkheid om aan de samenleving ook echt te leren deelnemen wordt bijna ontnomen. In plaats van alles uit de kast te halen om ook de minsten er bij te betrekken worden ze wegbezuinigd. Een paar uur les op eigen kosten en U zoekt het maar uit. We zullen het dus zelf moeten doen, organisaties genoeg waar je je bij kunt aansluiten om de armen in de samenleving te helpen. Maar dan ben je bezig in een kerk of een organisatie en dan gaan mensen zich vervelend gedragen, ze stelen uit de kas of ze willen de baas spelen zonder daarvoor aangesteld te zijn, of ze doen niet wat ze hadden beloofd. In het stuk dat we vandaag lezen worden ook een aantal praktische tips gegeven, die voor elke groep van waarde kunnen zijn, maar waar bijna nooit de hand aan wordt gehouden.  Als iemand zich niet aan de groepsregels houdt praat daar dan eerst eens rustig onder vier ogen over. Snapt iemand dan dat er wat aan de hand is en gaat er wat aan te doen dan heb je niet alleen een probleem opgelost maar ook problemen voorkomen. Zo niet, probeer het dan nog eens met een paar andere groepsleden er bij. Je kunt het toch verkeerd hebben uitgelegd of niet de juiste toon hebben getroffen. Ook dan geldt dat als er geluisterd wordt de zaak kan worden opgelost en verdere problemen voorkomen.

Duidelijk is dat je hier iemand aanspreekt alsof je zelf aangesproken wordt. Wij kennen dat bijna niet meer. Nee het zijn gelijk bazen en machthebbers die zich willen laten gelden, tegen wie we ja en zo is het moeten zeggen. Iemand helpen zich aan de regels te houden, daar wat voor over hebben is er meestal niet bij. Toch kunnen mensen die dit Bijbelstuk kennen heel ver gaan. Ergens in Nederland was een kerkelijke gemeente waartoe iemand hoorde die heel erg de regels geschonden had. Hij kon niet van kinderen afblijven. Die kerkelijke gemeente heeft toen besloten een groep te vormen die met hem in gesprek ging, en met zijn gezin. Achteraf kun je zeggen dat als hij had geluisterd dan was zijn probleem opgelost en waren problemen voor anderen voorkomen. Dit voorbeeld had dan niet opgeschreven kunnen worden want niemand zou het geweten hebben. Hij luisterde echter niet en ondanks alle pogingen ging het gruwelijk mis. We weten dat omdat het laatste advies uit dit Bijbelgedeelte is de zaak voor de gemeenschap te brengen. Ook dan krijgt iemand nog een kans, Jezus bekeerde Tollenaars en hielp Heidenen te over. Maar het is duidelijk, mensen kunnen zich buiten de gemeenschap plaatsen, als ze niet luisteren. De boodschap is dus dat je moet blijven proberen de ander te bereiken, en schakel uiteindelijk gerust de anderen uit de groep er bij in, iedereen mag helpen.

Draagt elkaars lasten

zondag, 24 september, 2017

Galaten 6:1-18

1 ¶  Broeders en zusters, wanneer u merkt dat een van u een misstap heeft begaan moet u, die door de Geest geleid wordt, hem zachtmoedig weer op het rechte pad brengen. Pas op dat u ook zelf niet tot misstappen wordt verleid. 2  Draag elkaars lasten, zo leeft u de wet van Christus na. 3  Wie denkt dat hij iets is terwijl hij niets is, bedriegt zichzelf. 4  Laat iedereen zijn eigen daden toetsen, dan heeft hij misschien iets om trots op te zijn, zonder zich er bij anderen op te laten voorstaan. 5  Want ieder mens moet zijn eigen last dragen. 6  Wie onderwezen wordt, moet al het goede dat hij bezit met zijn leermeester delen. 7  Vergis u niet, God laat niet met zich spotten: wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. 8  Wie op de akker van zijn zondige natuur zaait oogst de dood, maar wie op de akker van de Geest zaait oogst het eeuwige leven. 9  Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven, want als we niet verzwakken zullen we oogsten wanneer de tijd daarvoor gekomen is. 10  Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten. 11 ¶  U ziet het aan de grote letters: ik schrijf u nu eigenhandig. 12  Degenen die er zo op aandringen dat u zich laat besnijden, willen alleen een goede indruk maken en voorkomen dat ze worden vervolgd omwille van het kruis van Christus. 13  Ze zijn voor de besnijdenis maar leven zelf niet volgens de wet; ze willen dat u zich laat besnijden om zich daarop te kunnen laten voorstaan. 14  Maar ik-ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus, onze Heer, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd en ik voor de wereld. 15  Het is volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is, belangrijk is dat men een nieuwe schepping is. 16  Laat er vrede en barmhartigheid zijn voor allen die bij deze maatstaf blijven, en voor het Israël van God. 17  En laat voortaan niemand mij meer tegenwerken, want ik draag de littekens van Christus in mijn lichaam. 18  Broeders en zusters, de genade van onze Heer Jezus Christus zij met u. Amen. (NBV)

Het “draagt elkaars lasten” was heel lang de naam van het sociaal fonds van het CNV. In het begin van de vorige eeuw was er bij Christelijke, of zogenaamd christelijke, werkgevers een sterk verzet tegen de vorming van vakbonden. Werknemers zouden toch moeten gehoorzamen aan de boven hen gestelde werkgevers en zich moeten houden aan de contracten die over het werk en de beloning gesloten waren? Het antwoord van de oprichters van de bonden was dat elke werknemer een eigen verantwoordelijkheid had tegenover God maar ook tegenover zijn collega’s. Een collega die ziek was geworden, had recht op de zorg van zijn kameraden. Ook de weduwen en wezen van collega’s die waren overleden hadden recht op ondersteuning. Dat recht ontleenden zij aan het christelijk zijn van die collega’s. Die collega’s konden nu eenmaal niemand aan de kant laten staan. Vandaar de oprichting van ziekenfondsen die betaalbare gezondheidszorg garandeerden en het steunfonds dat voor bijzondere noden ingeroepen kon worden. De tijden zijn veranderd. Het nut van solidariteit is ons uit het hoofd gepraat.

De Bijbel is echter niet veranderd. De opdracht elkaars lasten te helpen dragen en daarmee de naaste lief te hebben als jezelf is nog steeds even dwingend als vroeger. Het is ook nog even hard nodig. Ontslagbescherming voor werknemers die zich jaar in jaar uit inzetten voor de opbouw van een bedrijf, hun kracht en creativiteit daarvoor inbrengen, de concurrentiepositie helpen versterken door genoegen te nemen met een gematigde beloning is niet een gunst maar een recht. Die ontslagbescherming is ook nodig om enige stabiliteit aan onze samenleving te verlenen, om betrokkenheid en verantwoordelijkheid voor onze bedrijven te vergroten.  We sluiten hier de lezing van de brief aan de Galaten af. Paulus neemt hier zelf de pen ter hand. Er wordt verondersteld dat hij de meeste van zijn brieven heeft gedicteerd. Hier gaat het ook over twee belangrijke begrippen, vrede en barmhartigheid. Vrede niet alleen in de zin dat er geen oorlog is, geen gewapend conflict, maar vrede in de zin dat men elkaar niet verkettert in de gemeente. Barmhartigheid is dan de zorg voor de armen in de samenleving. Voor beide begrippen is ook in onze dagen de aandacht meer dan nodig.

Je mag iemand best de waarheid zeggen. Paulus laat in deze brief aan de Galaten zien dat de waarheid hard aan kan komen en scherp kan worden geformuleerd. Maar Paulus laat ook zien dat het niet aangaat om personen in een kwaad daglicht te stellen maar juist om mensen helder te laten zien waar het eigenlijk om gaat, om vrede en barmhartigheid. Juist omdat de Liefde van God door de dood is heengedragen, door Jezus van Nazareth, die stierf immers aan het kruis terwijl zijn Liefde en daardoor hijzelf, bleef leven, mogen we ongeacht wie we zijn en waarvandaan we komen deelhebben aan die Liefde en daar dag in dag uit van uitdelen, ook op het internet, ook vandaag weer. Want telkens weer kunnen we mensen oproepen om anders te handelen, mee te gaan doen in die beweging van Liefde voor de naaste, opnieuw leven in solidariteit. Dat gaat niet met schelden en veroordelen van mensen, dat gaat met benoemen waarom bepaalde handelingen liefdeloos lijken en met oproepen liefde te laten zien. Dat kunnen we elke dag weer, ook op internet.

Misbruik die vrijheid niet

zaterdag, 23 september, 2017

Galaten 5:13-26

13 ¶  Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde, 14  want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ 15  Maar wanneer u elkaar aanvliegt, pas dan maar op dat u niet door elkaar wordt verslonden. 16  Ik zeg u dus: laat u leiden door de Geest, dan bent u niet gericht op uw eigen begeerten. 17  Wat wij uit onszelf najagen is in strijd met de Geest, en wat de Geest verlangt is in strijd met onszelf. Het een gaat in tegen het ander, dus u kunt niet doen wat u maar wilt. 18  Maar wanneer u door de Geest geleid wordt, bent u niet onderworpen aan de wet. 19  Het is bekend wat onze eigen wil allemaal teweegbrengt: ontucht, zedeloosheid en losbandigheid, 20  afgoderij en toverij, vijandschap, tweespalt, jaloezie en woede, gekonkel, geruzie en rivaliteit, 21  afgunst, bras- en slemppartijen, en nog meer van dat soort dingen. Ik herhaal de waarschuwing die ik u al eerder gaf: wie zich aan deze dingen overgeven, zullen geen deel hebben aan het koninkrijk van God. 22  Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, 23  zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft. 24  Wie Christus Jezus toebehoort, heeft zijn eigen natuur met alle hartstocht en begeerte aan het kruis geslagen. 25  Wanneer de Geest ons leven leidt, laten we dan ook de richting volgen die de Geest ons wijst. 26  Laten we elkaar niet uit eigenwaan de voet dwarszetten en elkaar geen kwaad hart toedragen. (NBV)

Macht brengt mensen op het verkeerde spoor. Door de geschiedenis is dat een les die we steeds opnieuw met schade en schande moeten leren en die we telkens opnieuw vergeten. Dat was in de dagen van Paulus niet anders dan in onze dagen. Ook bij ons breken er van tijd tot tijd conflicten uit in bewegingen en kerken die populair zijn en zich gevormd hebben rond mensen van wie we denken dat ze de waarheid op zak hebben en het beste met ons voor. Het zijn  het soort conflicten dat snel kan optreden bij groeiende bewegingen waarvan het karakter en de aard nog niet helemaal vast staan. De geschiedenis is er vol van. Macht en eigendunk zijn voedingsbodems waarop onderlinge strijd zomaar kan uitbreken. Paulus zet tegenover de vrijheid om alles te mogen doen de Liefde voor de naaste waarvan je vervult behoort te zijn.

Pas in die Liefde wordt de Vrijheid dragelijk en vruchtbaar, anders leidt ze alleen maar tot zelfvernietiging. Bij alles wat je goedkeurt of afkeurt moet je dus dat principe in de gaten houden. Alles mag, maar niet alles is nuttig om je naaste te dienen. Zeker niet alles is nuttig om de armsten onder ons bevrijding aan te zeggen. De Geest van Jezus van Nazareth is dat we bijna dag en nacht bezig zijn om gerechtigheid voor ontrechten te zoeken. Dat we voortdurend uitgestotenen weer een plaats in de samenleving willen geven. Jezus van Nazareth lag volgens de verhalen uit de vier Evangeliën daarbij voortdurend aan bij maaltijden van allerlei soort. Hij kreeg het verwijt om te gaan met hoeren en collaborateurs, maar ging ook eten bij Farizeën, de mensen die de Joodse leer tot in de kleinste details als wetgeving wilden navolgen. In eten en drinken samen met anderen zit het dus niet.

Uit al die verhalen blijkt wel dat Jezus van Nazareth er op is bedacht dat iedereen mee kan doen, dat je geen mensen uitsluit maar alleen mensen opneemt. Dat de lammen weer kunnen lopen en de blinden weer kunnen zien. Dat er een andere weg wordt bewandeld dan in de wereld gewoon is. Dat de Weg van de Liefde wordt begaan en niet de weg van eigenbelang en begeerte. Paulus vat die verhalen op zijn eigen manier samen. Maar de manier waarop Paulus deze verhalen samenvat maakt wel dat ook wij navolgers van Christus kunnen worden. Ook wij kunnen onze samenleving herinrichten door de Liefde voor de naaste. Door samen maaltijd te houden met de vreemdelingen onder ons. Door de onrechtvaardige tolmuren te slopen die de armen in arme landen arm houden. Door onze rijkdom ook echt te delen met de armsten in de wereld. Dat zal ons nu wat kosten maar uiteindelijk een wereld opleveren zonder ellende. Dat moet ons toch alles waard zijn.

Niemand zal dan je akkers in bezit durven nemen

vrijdag, 22 september, 2017

Exodus 34:19-35

19  Alles wat als eerste de moederschoot verlaat behoort mij toe. Ieder eerstgeboren mannelijk dier van je kudde is voor mij, zowel van je runderen als van je schapen en geiten. 20  Elk eerstgeboren veulen van een ezel moet je vrijkopen met een schaap of geit. Koop je het niet vrij, dan moet je het de nek breken. Ook alle oudste zonen moet je vrijkopen.  Niemand mag met lege handen voor mij verschijnen. 21  Zes dagen lang mag je werken, maar op de zevende dag moet je rust houden, ook in de ploegtijd en in de oogsttijd. 22  Vier het Wekenfeest wanneer je de eerste opbrengst van de tarweoogst binnenhaalt, en het Inzamelingsfeest wanneer het jaar ten einde loopt. 23  Driemaal per jaar moeten alle mannen voor de Machtige, de HEER, de God van Israël, verschijnen. 24  Ik zal de andere volken voor jullie verdrijven en je een uitgestrekt gebied geven; niemand zal dan je akkers in bezit durven nemen wanneer je driemaal per jaar op reis gaat om voor de HEER, je God, te verschijnen. 25  Als je een offerdier voor mij slacht, mag het bloed van het dier alleen vloeien wanneer er niets aanwezig is dat zuurdesem bevat, en van het offerdier voor het pesachfeest mag niets tot de volgende morgen bewaard worden. 26  De allereerste opbrengst van je akker moet je naar het heiligdom van de HEER, je God, brengen. Een geitenbokje mag je niet koken in de melk van zijn moeder.’ 27  De HEER zei tegen Mozes: ‘Stel deze geboden op schrift, want op grond van deze geboden sluit ik met jou en de Israëlieten een verbond.’ 28 ¶  Veertig dagen en veertig nachten bleef Mozes daar bij de HEER, zonder te eten of te drinken. En hij schreef de tekst van het verbond, de tien geboden, op de platen. 29  Mozes daalde de Sinai af, met de twee platen van het verbond bij zich. Hij wist niet dat zijn gezicht glansde doordat hij met de HEER had gesproken. 30  Toen Aäron en de andere Israëlieten de glans op Mozes’ gezicht zagen, durfden zij niet naar hem toe te gaan, 31  maar Mozes riep hen bij zich. Aäron en de leiders van het volk kwamen bij hem en Mozes sprak met hen. 32  Daarna kwamen ook de andere Israëlieten. Hij droeg hun op zich te houden aan alles wat de HEER hem op de Sinai gezegd had. 33  Toen hij uitgesproken was, bedekte hij zijn gezicht met een doek. 34  Steeds wanneer Mozes voor de HEER verscheen om met hem te spreken, deed hij de doek af, totdat hij weer naar buiten kwam. Als Mozes de Israëlieten dan zei wat hem opgedragen was, 35  zagen zij hoe zijn gezicht glansde. Daarna bedekte hij zijn gezicht met de doek, totdat hij opnieuw met de HEER ging spreken. (NBV)

In het Bijbelstuk dat we vandaag lezen staat dat je tenminste drie maal per jaar naar het hart van het verbond uit de woestijn moet gaan. Hier wordt nog bedoeld dat alle mannen naar de Tabernakel moeten. In het boek Deuteronomium wordt dit gedeelte van het verbond uitgebreid voor mensen die al in het beloofde land wonen. Ook daar staat dat je drie maal per jaar naar God moet komen, maar die ontmoet je dan in de Tempel in Jeruzalem. En alleen je daar laten zien is niet genoeg. Je moet er een maaltijd houden. Met de Priesters en Levieten van de Tempel. Maar ook met je familie, je meiden en knechten, je slaven en slavinnen, de armen uit je dorp en de vreemdelingen die bij je wonen. Kennelijk moeten we wat vaker in beweging komen en blijven om gerechtigheid voor de armen ook echt af te dwingen. Dan neemt niemand meer ons onze akkers af. Die drie bezoeken aan de Tempel vallen samen met de drie oogstfeesten waar ook hier sprake van is.

Het eerste is het feest voor het begin van de gerstoogst. Gerst is het voedsel voor de armen. Om te laten zien dat je die oogst niet binnen haalt om er alleen zelf rijk van te worden laat je van het eerste deel zien dat je dat van God gekregen hebt en bereid bent om met God te delen. Op dat feest wordt de bevrijding uit Egypte gevierd. Het is het Pesachfeest, met ongezuurd brood en een geslacht lam dat je mag braden maar ook direct moet opeten. Het tweede feest is het begin van de tarweoogst. Tarwe is luxe dat is voor de rijken, maar ook van die oogst mag je laten zien dat je die van God hebt gekregen en bereid bent te delen met Gods kinderen. Dat feest is het Wekenfeest en dan wordt gevierd dat in de Woestijn God een verbond sloot met zijn volk, een verbond dat zou leiden naar een overvloed van  melk en honing.  Het derde feest kennen wij niet meer zo. Het viert het begin van fruitoogst in het najaar. Ook dit is van God ontvangen en is er voor om gedeeld te worden.

Het volk viert dan dat het in gebrekkige tenten door de woestijn trok, waar God zorgde voor voldoende eten en drinken. Mozes straalde toen hij eindelijk richtlijnen van het verbond op de stenen platen had en het volk zo ver dat ze het accepteerden. Tien simpele regels. Geen andere Goden, geen beelden van God maken, niet zomaar zeggen dat God het wel zou willen, één dag in de week rusten, vader en moeder in ere houden, niet liegen, niet stelen, niet moorden, niet ontrouw zijn, niet jaloers zijn op een ander. Simpele regels die een heel volk in beweging zouden zetten. Regels die de wereld op z’n kop zouden moeten zetten. Want wat is dat nu voor een Godsdienst die niet meer zegt over de dienst aan God dan deze 10 regels. Dat land waar de Bijbel van droomt, het land waar voor iedereen te eten is, waar alle leed geleden en alle strijd gestreden is, ligt dus voor de hand. Het ligt 10 regels verder en de bereidheid om alles wat je toevalt te delen met God en met zijn kinderen. Begin er maar eens mee.

Laat mij Uw majesteit zien.

donderdag, 21 september, 2017

Exodus 34:1-18

1 ¶  De HEER zei tegen Mozes: ‘Hak twee stenen platen uit, gelijk aan de vorige. Dan zal ik op die platen de geboden schrijven die ook op de eerste stonden, die jij stukgegooid hebt. 2  Morgenvroeg moet je gereed zijn, want dan moet je de Sinai op gaan. Kom daar, op de top van de berg, bij mij. 3  Laat niemand met je mee naar boven gaan, op de hele berg mag niemand te zien zijn, en ook de schapen, geiten en runderen mogen niet in de nabijheid van de berg grazen.’ 4  Mozes hakte twee stenen platen uit, net als de vorige, en ‘s morgens ging hij in alle vroegte de Sinai op, zoals de HEER hem had opgedragen. De twee stenen platen droeg hij bij zich. 5 ¶  De HEER daalde neer in een wolk, hij kwam naast Mozes staan en riep de naam HEER uit. 6  De HEER ging voor hem langs en riep uit: ‘De HEER ! De HEER ! Een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig, 7  die duizenden geslachten zijn liefde bewijst, die schuld, misdaad en zonde vergeeft, maar niet alles ongestraft laat en voor de schuld van de ouders de kinderen en kleinkinderen laat boeten, en ook het derde geslacht en het vierde.’ 8  Onmiddellijk viel Mozes op zijn knieën en boog zich neer. 9  ‘Als u mij goedgezind bent, Heer, ‘zei hij, ‘trekt u dan met ons mee, ook al is dit volk onhandelbaar. Schenk ons vergeving voor onze schuld en zonde en maak ons tot uw eigen bezit.’ 10 ¶  De HEER antwoordde: ‘Ik wil een verbond sluiten. Voor de ogen van heel je volk zal ik zulke wonderbaarlijke daden verrichten als er onder geen enkel volk op aarde ooit verricht zijn, en het hele volk dat bij jou is, zal zien welke ontzagwekkende dingen ik, de HEER, voor jou zal doen. 11  Jullie moeten je houden aan de geboden die ik je vandaag geef. Ik zal de Amorieten, de Kanaänieten, Hethieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten voor je verdrijven. 12  Wacht je ervoor een verbond te sluiten met de inwoners van het land waarheen je op weg bent, want dat zou jullie ondergang zijn. 13  Breek hun altaren af, verbrijzel hun gewijde stenen en hak hun Asjerapalen om, 14  want jullie mogen niet voor een andere god neerknielen. De HEER, de Afgunstige, duldt immers geen andere goden naast zich. 15  Sluit geen verbond met de inwoners van dat land, want wanneer die zich met hun goden afgeven en offers aan hen brengen, zouden ze jullie uitnodigen om aan hun offermaaltijden deel te nemen. 16  En als jullie uit hun dochters voor je zonen vrouwen kiezen, en die vrouwen geven zich met hun goden af, zullen ze ook je zonen daartoe verleiden. 17  Maak geen godenbeelden. 18 ¶  Vier steeds het feest van het Ongedesemde brood, en wel op de daarvoor vastgestelde dagen van de maand abib, de maand waarin jullie weggetrokken zijn uit Egypte. Eet dan zeven dagen lang ongedesemd brood, zoals ik je heb opgedragen. (NBV)

Hoe vaak krijgen mensen echt een tweede kans nadat ze fouten hebben gemaakt? Die rechercheur uit Maastricht die na 37 jaar trouwe dienst een fiets stal op zijn werk in elk geval niet Trouwe Bijbellezers lezen vandaag dat Mozes opnieuw een verbond met God mag sluiten, nieuwe stenen platen voor de kist in de Heilige Tent. Die eerste fout was niet de fout van Mozes, het was de fout van het volk dat te weinig vertrouwen in die God had gehad, en van Aäron die te gemakkelijk met dat volk meeging. De ene heerser inruilen voor de andere levert in de geschiedenis voor geen enkel volk een voordeel op dus ook nu niet. Het verbond dat Mozes zal gaan sluiten en dat we een andere keer zullen lezen laat daar geen twijfel over.

De eerste benadering laat ruimte voor samen, die bevrijding is te delen, en geeft de mogelijkheid voor ommekeer, een heerser kan altijd nog dienaar worden. Een geknecht volk kan zich altijd bevrijden. Een tweede kans is altijd aanwezig. Nationalisme leidt altijd tot de vraag of het wat uitmaakt of je van de kat of van de hond gebeten wordt, die bevrijding is ook niet te delen, je hoort er bij of niet, je kunt er nooit bij gaan horen. Op die tweede kans heeft elke veroordeelde recht was het oordeel van het Europese Hof. Wij moeten voor mensen die tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld zijn daarvoor nog een goede vorm vinden.

Maar een tweede kans is ook de norm die ons voorgehouden is door dat verbond dat in de woestijn werd gesloten. Allen fanatieke radicalen gunnen niemand een tweede kans, hoewel ook de profeet Mohammed zijn nieuwe godsdienst pas te vuur en te zwaard verdedigde nadat hij zijn met geweld optredende vijanden nog een kans had geboden op bekering, of overgave, beginnen de terroristen van New York, Madrid en Londen met het doden van mensen waarvan ze denken hen als hun vijand  te moeten beschouwen, ook al beschouwen die mensen hen helemaal niet als vijand. Het onderscheid tussen hen en ons is de tweede kans, zoveel hebben we tenminste van die God van Mozes wel geleerd. Zelfs terroristen verdienen een tweede kans.

 

Jou heb ik uitgekozen

woensdag, 20 september, 2017

Exodus 33:12-23

12 ¶  Mozes zei tegen de HEER: ‘U draagt mij wel op het volk verder te laten trekken, maar u hebt mij niet laten weten wie u met mij mee zult sturen, terwijl u toch gezegd hebt: “Jou heb ik uitgekozen, jou ben ik goedgezind.” 13  Als dat werkelijk zo is, laat mij dan weten wat uw plannen zijn. Dan leer ik u kennen en weet ik zeker dat u mij goedgezind bent. Vergeet toch niet dat deze mensen uw volk zijn.’ 14  De HEER antwoordde: ‘Moet ik dan zelf meegaan om je gerust te stellen?’ 15  Mozes zei: ‘Als u niet zelf meegaat, laat ons dan niet verder trekken. 16  Hoe zou moeten blijken dat u mij goedgezind bent, mij en ook uw volk, tenzij u met ons meegaat? Alleen dan nemen wij immers een bijzondere plaats in onder de volken die de aarde bewonen.’ 17  De HEER zei tegen Mozes: ‘Ik verzeker je dat ik zal doen wat je vraagt, want ik ben je goedgezind en ik heb je uitgekozen.’ 18  ‘Laat mij toch uw majesteit zien, ‘zei Mozes. 19  Hij antwoordde: ‘Ik zal in mijn volle luister voor je langs gaan en in jouw bijzijn de naam HEER uitroepen: ik schenk genade aan wie ik genade wil schenken, en ik ben barmhartig voor wie ik barmhartig wil zijn. 20  Maar, ‘zei hij, ‘mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan mij zien en in leven blijven.’ 21  Toen sprak de HEER: ‘Er is een plaats op de rots waar je dicht bij mij kunt komen staan. 22  Als dan mijn majesteit voor je langs gaat, zal ik je in een kloof laten schuilen en mijn hand beschermend voor je houden tot ik voorbij ben. 23  Als ik mijn hand weghaal, zul je mij van achteren zien; mijn gezicht mag niemand zien.’ (NBV)

Vertalingen maken het soms moeilijk om te begrijpen wat er eigenlijk staat. Toen Mozes in het begin van zijn verhaal met God vroeg hoe God heette, goden hebben immers namen, was het antwoord “Ik zal er zijn”, zo kun je nauwelijks iemand noemen en de manier waarop het oorspronkelijk is opgeschreven is dan ook onuitspreekbaar. Het is dan ook onvoorstelbaar, een God waarvan je je geen beeld kunt vormen, die niet een naam heeft als andere Goden, maar die belooft altijd bij je te zijn. Een God ook die in het centrum van het heiligdom voor die God een kist laat zetten met daarin de tekst van het wederzijdse verbond tussen het volk en die God. Dat verbond werd gesloten in het hart van de woestijn. God liefhebben is hetzelfde als je naaste liefhebben als jezelf is de kern van dat verbond.

Lezers van dit verhaal zijn die God “Heer” gaan noemen. Je wilt toch niemand anders als baas, als machthebber, als aanvoerder, als leider, als manager, die iemand die er altijd voor jou zal zijn en die als wet heeft dat je je naaste moet liefhebben als jezelf. Jezelf liefhebben mag dus ook, als je je naaste maar even lief hebt. Als het volk een eigen gouden god heeft gemaakt twijfelt Mozes of “Ik zal er zijn” nog wel mee wil met dit volk. Mozes daagt God daarom uit om zich als Heer, als koning, als majesteit te laten zien. En God neemt de uitdaging aan, een leider van een volk die zo overduidelijk dat leiderschap alleen maar ziet als dienst aan het volk, die het voor het volk opneemt als dat volk de fout in gaat beantwoord aan dat veerbond uit de woestijn als geen ander. Die leiders moeten we vandaag de dag met een lantaarntje zoeken.

Geen maximum aan de inkomens maar verhoging van de BTW. Met een fooi tracht men al die mensen af te kopen die in beweging kwamen tegen de armoede.  Het lijkt er op dat mensen met een gewoon inkomen er op vooruitgaan, maar hun boodschappen worden duurder dus gaan ze er op achteruit. Over eerlijke handelsvoorwaarden werd niet gesproken. Het is dus weer aan onszelf om de wet van eerlijk delen, van rechtvaardigheid in het midden van de discussie te stellen. Alle keren dat we politici van welke partij ook tegenkomen zullen we moeten vragen naar een eerlijker handelssysteem. Stap komende week eens binnen bij een wereldwinkel of Fair Trade zaak in de buurt. Die mensen weten hoe de prijsverschillen tot stand zijn gekomen, waar de concurrentie oneerlijk is. Dan leidt God zelf ons uit de wereld van armoede en ongelijkheid naar een wereld van vrede en recht.