Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor september, 2017

Dat een van deze geringen verloren gaat

maandag, 25 september, 2017

Matteüs 18:10-20

10  Waak ervoor ook maar een van deze geringen te verachten. Want ik zeg jullie: hun engelen in de hemel aanschouwen onophoudelijk het gelaat van mijn hemelse Vader. 11 12  Wat denken jullie? Als iemand honderd schapen bezit en een daarvan dwaalt af, zal hij er dan niet negenennegentig in de bergen achterlaten en op weg gaan om het afgedwaalde dier te zoeken? 13  Als het hem lukt het te vinden, dan zal hij zich, dat verzeker ik jullie, over dat ene meer verheugen dan over de negenennegentig andere die niet afgedwaald waren.
14  Zo is het ook bij jullie Vader in de hemel: hij wil niet dat een van deze geringen verloren gaat. 15 ¶  Als een van je broeders of zusters tegen je zondigt, moet je die daarover onder vier ogen aanspreken. Als ze luisteren, dan heb je ze voor de gemeente behouden.
16  Luisteren ze niet, neem dan een of twee anderen mee, zodat de zaak zijn beslag krijgt dankzij de verklaring van ten minste twee getuigen. 17  Als ze naar hen niet luisteren, leg het dan voor aan de gemeente. Weigeren ze ook naar de gemeente te luisteren, behandel hen dan zoals je een heiden of een tollenaar behandelt. 18  Ik verzeker jullie: al wat jullie op aarde bindend verklaren zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat jullie op aarde ontbinden zal ook in de hemel ontbonden zijn. 19  Ik verzeker het jullie nogmaals: als twee van jullie hier op aarde eensgezind om iets vragen, wat het ook is, dan zal mijn Vader in de hemel het voor hen laten gebeuren.
20  Want waar twee of drie mensen in mijn naam samen zijn, ben ik in hun midden.’ (NBV)

 

De eerste vraag is waarom God eigenlijk een ramp als op de eilanden in de Caraïben toelaat en opnieuw dezelfde mensen in gevaar brengt. In het boek Job wordt duidelijk dat dat toch een verkeerde vraag is, natuurrampen gebeuren nu eenmaal en de goede vraag is hoe wij er zelf mee omgaan. Jezus geeft in het bovenstaande verhaal het beeld van de herder mee. Afgezien van de grote stille heide in Drenthe en op een incidenteel verdwaald stukje natuur kennen wij de herder met schaapskudden niet meer. Maar dat je bij echt liefhebben alles uit de kast haalt om dat wat je dierbaar is terug te vinden kunnen we ons nog wel voorstellen. Bewoners van buurten en campings helpen in de zomer maar al te graag zoeken als er weer eens een kind wordt vermist, dag en nacht desnoods. Gelukkig vaak met goede afloop. In ons eigen land gaat dat meestal zo. Na de ramp op Sint Maarten werd op heel veel plaatsen geld en goederen ingezameld. Ook rond vluchtelingen gaat dit zo. Vluchtelingen willen meer contact met Nederlanders om goed te kunnen inburgeren heeft Vluchtelingenwerk ontdekt. Heel veel Nederlanders willen daar graag bij helpen. Geen enkel vluchtelingencentrum heeft eigenlijk gebrek aan vrijwilligers.

Maar de Nederlandse overheid ontmoedigt de hulp aan vluchtelingen. De mogelijkheid om de taal te leren wordt beperkt, de mogelijkheid om aan de samenleving ook echt te leren deelnemen wordt bijna ontnomen. In plaats van alles uit de kast te halen om ook de minsten er bij te betrekken worden ze wegbezuinigd. Een paar uur les op eigen kosten en U zoekt het maar uit. We zullen het dus zelf moeten doen, organisaties genoeg waar je je bij kunt aansluiten om de armen in de samenleving te helpen. Maar dan ben je bezig in een kerk of een organisatie en dan gaan mensen zich vervelend gedragen, ze stelen uit de kas of ze willen de baas spelen zonder daarvoor aangesteld te zijn, of ze doen niet wat ze hadden beloofd. In het stuk dat we vandaag lezen worden ook een aantal praktische tips gegeven, die voor elke groep van waarde kunnen zijn, maar waar bijna nooit de hand aan wordt gehouden.  Als iemand zich niet aan de groepsregels houdt praat daar dan eerst eens rustig onder vier ogen over. Snapt iemand dan dat er wat aan de hand is en gaat er wat aan te doen dan heb je niet alleen een probleem opgelost maar ook problemen voorkomen. Zo niet, probeer het dan nog eens met een paar andere groepsleden er bij. Je kunt het toch verkeerd hebben uitgelegd of niet de juiste toon hebben getroffen. Ook dan geldt dat als er geluisterd wordt de zaak kan worden opgelost en verdere problemen voorkomen.

Duidelijk is dat je hier iemand aanspreekt alsof je zelf aangesproken wordt. Wij kennen dat bijna niet meer. Nee het zijn gelijk bazen en machthebbers die zich willen laten gelden, tegen wie we ja en zo is het moeten zeggen. Iemand helpen zich aan de regels te houden, daar wat voor over hebben is er meestal niet bij. Toch kunnen mensen die dit Bijbelstuk kennen heel ver gaan. Ergens in Nederland was een kerkelijke gemeente waartoe iemand hoorde die heel erg de regels geschonden had. Hij kon niet van kinderen afblijven. Die kerkelijke gemeente heeft toen besloten een groep te vormen die met hem in gesprek ging, en met zijn gezin. Achteraf kun je zeggen dat als hij had geluisterd dan was zijn probleem opgelost en waren problemen voor anderen voorkomen. Dit voorbeeld had dan niet opgeschreven kunnen worden want niemand zou het geweten hebben. Hij luisterde echter niet en ondanks alle pogingen ging het gruwelijk mis. We weten dat omdat het laatste advies uit dit Bijbelgedeelte is de zaak voor de gemeenschap te brengen. Ook dan krijgt iemand nog een kans, Jezus bekeerde Tollenaars en hielp Heidenen te over. Maar het is duidelijk, mensen kunnen zich buiten de gemeenschap plaatsen, als ze niet luisteren. De boodschap is dus dat je moet blijven proberen de ander te bereiken, en schakel uiteindelijk gerust de anderen uit de groep er bij in, iedereen mag helpen.

Draagt elkaars lasten

zondag, 24 september, 2017

Galaten 6:1-18

1 ¶  Broeders en zusters, wanneer u merkt dat een van u een misstap heeft begaan moet u, die door de Geest geleid wordt, hem zachtmoedig weer op het rechte pad brengen. Pas op dat u ook zelf niet tot misstappen wordt verleid. 2  Draag elkaars lasten, zo leeft u de wet van Christus na. 3  Wie denkt dat hij iets is terwijl hij niets is, bedriegt zichzelf. 4  Laat iedereen zijn eigen daden toetsen, dan heeft hij misschien iets om trots op te zijn, zonder zich er bij anderen op te laten voorstaan. 5  Want ieder mens moet zijn eigen last dragen. 6  Wie onderwezen wordt, moet al het goede dat hij bezit met zijn leermeester delen. 7  Vergis u niet, God laat niet met zich spotten: wat een mens zaait, zal hij ook oogsten. 8  Wie op de akker van zijn zondige natuur zaait oogst de dood, maar wie op de akker van de Geest zaait oogst het eeuwige leven. 9  Laten we daarom het goede doen, zonder op te geven, want als we niet verzwakken zullen we oogsten wanneer de tijd daarvoor gekomen is. 10  Laten we dus, in de tijd die ons nog rest, voor iedereen het goede doen, vooral voor onze geloofsgenoten. 11 ¶  U ziet het aan de grote letters: ik schrijf u nu eigenhandig. 12  Degenen die er zo op aandringen dat u zich laat besnijden, willen alleen een goede indruk maken en voorkomen dat ze worden vervolgd omwille van het kruis van Christus. 13  Ze zijn voor de besnijdenis maar leven zelf niet volgens de wet; ze willen dat u zich laat besnijden om zich daarop te kunnen laten voorstaan. 14  Maar ik-ik wil me op niets anders laten voorstaan dan het kruis van Jezus Christus, onze Heer, waardoor de wereld voor mij is gekruisigd en ik voor de wereld. 15  Het is volkomen onbelangrijk of men wel of niet besneden is, belangrijk is dat men een nieuwe schepping is. 16  Laat er vrede en barmhartigheid zijn voor allen die bij deze maatstaf blijven, en voor het Israël van God. 17  En laat voortaan niemand mij meer tegenwerken, want ik draag de littekens van Christus in mijn lichaam. 18  Broeders en zusters, de genade van onze Heer Jezus Christus zij met u. Amen. (NBV)

Het “draagt elkaars lasten” was heel lang de naam van het sociaal fonds van het CNV. In het begin van de vorige eeuw was er bij Christelijke, of zogenaamd christelijke, werkgevers een sterk verzet tegen de vorming van vakbonden. Werknemers zouden toch moeten gehoorzamen aan de boven hen gestelde werkgevers en zich moeten houden aan de contracten die over het werk en de beloning gesloten waren? Het antwoord van de oprichters van de bonden was dat elke werknemer een eigen verantwoordelijkheid had tegenover God maar ook tegenover zijn collega’s. Een collega die ziek was geworden, had recht op de zorg van zijn kameraden. Ook de weduwen en wezen van collega’s die waren overleden hadden recht op ondersteuning. Dat recht ontleenden zij aan het christelijk zijn van die collega’s. Die collega’s konden nu eenmaal niemand aan de kant laten staan. Vandaar de oprichting van ziekenfondsen die betaalbare gezondheidszorg garandeerden en het steunfonds dat voor bijzondere noden ingeroepen kon worden. De tijden zijn veranderd. Het nut van solidariteit is ons uit het hoofd gepraat.

De Bijbel is echter niet veranderd. De opdracht elkaars lasten te helpen dragen en daarmee de naaste lief te hebben als jezelf is nog steeds even dwingend als vroeger. Het is ook nog even hard nodig. Ontslagbescherming voor werknemers die zich jaar in jaar uit inzetten voor de opbouw van een bedrijf, hun kracht en creativiteit daarvoor inbrengen, de concurrentiepositie helpen versterken door genoegen te nemen met een gematigde beloning is niet een gunst maar een recht. Die ontslagbescherming is ook nodig om enige stabiliteit aan onze samenleving te verlenen, om betrokkenheid en verantwoordelijkheid voor onze bedrijven te vergroten.  We sluiten hier de lezing van de brief aan de Galaten af. Paulus neemt hier zelf de pen ter hand. Er wordt verondersteld dat hij de meeste van zijn brieven heeft gedicteerd. Hier gaat het ook over twee belangrijke begrippen, vrede en barmhartigheid. Vrede niet alleen in de zin dat er geen oorlog is, geen gewapend conflict, maar vrede in de zin dat men elkaar niet verkettert in de gemeente. Barmhartigheid is dan de zorg voor de armen in de samenleving. Voor beide begrippen is ook in onze dagen de aandacht meer dan nodig.

Je mag iemand best de waarheid zeggen. Paulus laat in deze brief aan de Galaten zien dat de waarheid hard aan kan komen en scherp kan worden geformuleerd. Maar Paulus laat ook zien dat het niet aangaat om personen in een kwaad daglicht te stellen maar juist om mensen helder te laten zien waar het eigenlijk om gaat, om vrede en barmhartigheid. Juist omdat de Liefde van God door de dood is heengedragen, door Jezus van Nazareth, die stierf immers aan het kruis terwijl zijn Liefde en daardoor hijzelf, bleef leven, mogen we ongeacht wie we zijn en waarvandaan we komen deelhebben aan die Liefde en daar dag in dag uit van uitdelen, ook op het internet, ook vandaag weer. Want telkens weer kunnen we mensen oproepen om anders te handelen, mee te gaan doen in die beweging van Liefde voor de naaste, opnieuw leven in solidariteit. Dat gaat niet met schelden en veroordelen van mensen, dat gaat met benoemen waarom bepaalde handelingen liefdeloos lijken en met oproepen liefde te laten zien. Dat kunnen we elke dag weer, ook op internet.

Misbruik die vrijheid niet

zaterdag, 23 september, 2017

Galaten 5:13-26

13 ¶  Broeders en zusters, u bent geroepen om vrij te zijn. Misbruik die vrijheid niet om uw eigen verlangens te bevredigen, maar dien elkaar in liefde, 14  want de hele wet is vervuld in één uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ 15  Maar wanneer u elkaar aanvliegt, pas dan maar op dat u niet door elkaar wordt verslonden. 16  Ik zeg u dus: laat u leiden door de Geest, dan bent u niet gericht op uw eigen begeerten. 17  Wat wij uit onszelf najagen is in strijd met de Geest, en wat de Geest verlangt is in strijd met onszelf. Het een gaat in tegen het ander, dus u kunt niet doen wat u maar wilt. 18  Maar wanneer u door de Geest geleid wordt, bent u niet onderworpen aan de wet. 19  Het is bekend wat onze eigen wil allemaal teweegbrengt: ontucht, zedeloosheid en losbandigheid, 20  afgoderij en toverij, vijandschap, tweespalt, jaloezie en woede, gekonkel, geruzie en rivaliteit, 21  afgunst, bras- en slemppartijen, en nog meer van dat soort dingen. Ik herhaal de waarschuwing die ik u al eerder gaf: wie zich aan deze dingen overgeven, zullen geen deel hebben aan het koninkrijk van God. 22  Maar de vrucht van de Geest is liefde, vreugde en vrede, geduld, vriendelijkheid en goedheid, geloof, 23  zachtmoedigheid en zelfbeheersing. Er is geen wet die daar iets tegen heeft. 24  Wie Christus Jezus toebehoort, heeft zijn eigen natuur met alle hartstocht en begeerte aan het kruis geslagen. 25  Wanneer de Geest ons leven leidt, laten we dan ook de richting volgen die de Geest ons wijst. 26  Laten we elkaar niet uit eigenwaan de voet dwarszetten en elkaar geen kwaad hart toedragen. (NBV)

Macht brengt mensen op het verkeerde spoor. Door de geschiedenis is dat een les die we steeds opnieuw met schade en schande moeten leren en die we telkens opnieuw vergeten. Dat was in de dagen van Paulus niet anders dan in onze dagen. Ook bij ons breken er van tijd tot tijd conflicten uit in bewegingen en kerken die populair zijn en zich gevormd hebben rond mensen van wie we denken dat ze de waarheid op zak hebben en het beste met ons voor. Het zijn  het soort conflicten dat snel kan optreden bij groeiende bewegingen waarvan het karakter en de aard nog niet helemaal vast staan. De geschiedenis is er vol van. Macht en eigendunk zijn voedingsbodems waarop onderlinge strijd zomaar kan uitbreken. Paulus zet tegenover de vrijheid om alles te mogen doen de Liefde voor de naaste waarvan je vervult behoort te zijn.

Pas in die Liefde wordt de Vrijheid dragelijk en vruchtbaar, anders leidt ze alleen maar tot zelfvernietiging. Bij alles wat je goedkeurt of afkeurt moet je dus dat principe in de gaten houden. Alles mag, maar niet alles is nuttig om je naaste te dienen. Zeker niet alles is nuttig om de armsten onder ons bevrijding aan te zeggen. De Geest van Jezus van Nazareth is dat we bijna dag en nacht bezig zijn om gerechtigheid voor ontrechten te zoeken. Dat we voortdurend uitgestotenen weer een plaats in de samenleving willen geven. Jezus van Nazareth lag volgens de verhalen uit de vier Evangeliën daarbij voortdurend aan bij maaltijden van allerlei soort. Hij kreeg het verwijt om te gaan met hoeren en collaborateurs, maar ging ook eten bij Farizeën, de mensen die de Joodse leer tot in de kleinste details als wetgeving wilden navolgen. In eten en drinken samen met anderen zit het dus niet.

Uit al die verhalen blijkt wel dat Jezus van Nazareth er op is bedacht dat iedereen mee kan doen, dat je geen mensen uitsluit maar alleen mensen opneemt. Dat de lammen weer kunnen lopen en de blinden weer kunnen zien. Dat er een andere weg wordt bewandeld dan in de wereld gewoon is. Dat de Weg van de Liefde wordt begaan en niet de weg van eigenbelang en begeerte. Paulus vat die verhalen op zijn eigen manier samen. Maar de manier waarop Paulus deze verhalen samenvat maakt wel dat ook wij navolgers van Christus kunnen worden. Ook wij kunnen onze samenleving herinrichten door de Liefde voor de naaste. Door samen maaltijd te houden met de vreemdelingen onder ons. Door de onrechtvaardige tolmuren te slopen die de armen in arme landen arm houden. Door onze rijkdom ook echt te delen met de armsten in de wereld. Dat zal ons nu wat kosten maar uiteindelijk een wereld opleveren zonder ellende. Dat moet ons toch alles waard zijn.

Niemand zal dan je akkers in bezit durven nemen

vrijdag, 22 september, 2017

Exodus 34:19-35

19  Alles wat als eerste de moederschoot verlaat behoort mij toe. Ieder eerstgeboren mannelijk dier van je kudde is voor mij, zowel van je runderen als van je schapen en geiten. 20  Elk eerstgeboren veulen van een ezel moet je vrijkopen met een schaap of geit. Koop je het niet vrij, dan moet je het de nek breken. Ook alle oudste zonen moet je vrijkopen.  Niemand mag met lege handen voor mij verschijnen. 21  Zes dagen lang mag je werken, maar op de zevende dag moet je rust houden, ook in de ploegtijd en in de oogsttijd. 22  Vier het Wekenfeest wanneer je de eerste opbrengst van de tarweoogst binnenhaalt, en het Inzamelingsfeest wanneer het jaar ten einde loopt. 23  Driemaal per jaar moeten alle mannen voor de Machtige, de HEER, de God van Israël, verschijnen. 24  Ik zal de andere volken voor jullie verdrijven en je een uitgestrekt gebied geven; niemand zal dan je akkers in bezit durven nemen wanneer je driemaal per jaar op reis gaat om voor de HEER, je God, te verschijnen. 25  Als je een offerdier voor mij slacht, mag het bloed van het dier alleen vloeien wanneer er niets aanwezig is dat zuurdesem bevat, en van het offerdier voor het pesachfeest mag niets tot de volgende morgen bewaard worden. 26  De allereerste opbrengst van je akker moet je naar het heiligdom van de HEER, je God, brengen. Een geitenbokje mag je niet koken in de melk van zijn moeder.’ 27  De HEER zei tegen Mozes: ‘Stel deze geboden op schrift, want op grond van deze geboden sluit ik met jou en de Israëlieten een verbond.’ 28 ¶  Veertig dagen en veertig nachten bleef Mozes daar bij de HEER, zonder te eten of te drinken. En hij schreef de tekst van het verbond, de tien geboden, op de platen. 29  Mozes daalde de Sinai af, met de twee platen van het verbond bij zich. Hij wist niet dat zijn gezicht glansde doordat hij met de HEER had gesproken. 30  Toen Aäron en de andere Israëlieten de glans op Mozes’ gezicht zagen, durfden zij niet naar hem toe te gaan, 31  maar Mozes riep hen bij zich. Aäron en de leiders van het volk kwamen bij hem en Mozes sprak met hen. 32  Daarna kwamen ook de andere Israëlieten. Hij droeg hun op zich te houden aan alles wat de HEER hem op de Sinai gezegd had. 33  Toen hij uitgesproken was, bedekte hij zijn gezicht met een doek. 34  Steeds wanneer Mozes voor de HEER verscheen om met hem te spreken, deed hij de doek af, totdat hij weer naar buiten kwam. Als Mozes de Israëlieten dan zei wat hem opgedragen was, 35  zagen zij hoe zijn gezicht glansde. Daarna bedekte hij zijn gezicht met de doek, totdat hij opnieuw met de HEER ging spreken. (NBV)

In het Bijbelstuk dat we vandaag lezen staat dat je tenminste drie maal per jaar naar het hart van het verbond uit de woestijn moet gaan. Hier wordt nog bedoeld dat alle mannen naar de Tabernakel moeten. In het boek Deuteronomium wordt dit gedeelte van het verbond uitgebreid voor mensen die al in het beloofde land wonen. Ook daar staat dat je drie maal per jaar naar God moet komen, maar die ontmoet je dan in de Tempel in Jeruzalem. En alleen je daar laten zien is niet genoeg. Je moet er een maaltijd houden. Met de Priesters en Levieten van de Tempel. Maar ook met je familie, je meiden en knechten, je slaven en slavinnen, de armen uit je dorp en de vreemdelingen die bij je wonen. Kennelijk moeten we wat vaker in beweging komen en blijven om gerechtigheid voor de armen ook echt af te dwingen. Dan neemt niemand meer ons onze akkers af. Die drie bezoeken aan de Tempel vallen samen met de drie oogstfeesten waar ook hier sprake van is.

Het eerste is het feest voor het begin van de gerstoogst. Gerst is het voedsel voor de armen. Om te laten zien dat je die oogst niet binnen haalt om er alleen zelf rijk van te worden laat je van het eerste deel zien dat je dat van God gekregen hebt en bereid bent om met God te delen. Op dat feest wordt de bevrijding uit Egypte gevierd. Het is het Pesachfeest, met ongezuurd brood en een geslacht lam dat je mag braden maar ook direct moet opeten. Het tweede feest is het begin van de tarweoogst. Tarwe is luxe dat is voor de rijken, maar ook van die oogst mag je laten zien dat je die van God hebt gekregen en bereid bent te delen met Gods kinderen. Dat feest is het Wekenfeest en dan wordt gevierd dat in de Woestijn God een verbond sloot met zijn volk, een verbond dat zou leiden naar een overvloed van  melk en honing.  Het derde feest kennen wij niet meer zo. Het viert het begin van fruitoogst in het najaar. Ook dit is van God ontvangen en is er voor om gedeeld te worden.

Het volk viert dan dat het in gebrekkige tenten door de woestijn trok, waar God zorgde voor voldoende eten en drinken. Mozes straalde toen hij eindelijk richtlijnen van het verbond op de stenen platen had en het volk zo ver dat ze het accepteerden. Tien simpele regels. Geen andere Goden, geen beelden van God maken, niet zomaar zeggen dat God het wel zou willen, één dag in de week rusten, vader en moeder in ere houden, niet liegen, niet stelen, niet moorden, niet ontrouw zijn, niet jaloers zijn op een ander. Simpele regels die een heel volk in beweging zouden zetten. Regels die de wereld op z’n kop zouden moeten zetten. Want wat is dat nu voor een Godsdienst die niet meer zegt over de dienst aan God dan deze 10 regels. Dat land waar de Bijbel van droomt, het land waar voor iedereen te eten is, waar alle leed geleden en alle strijd gestreden is, ligt dus voor de hand. Het ligt 10 regels verder en de bereidheid om alles wat je toevalt te delen met God en met zijn kinderen. Begin er maar eens mee.

Laat mij Uw majesteit zien.

donderdag, 21 september, 2017

Exodus 34:1-18

1 ¶  De HEER zei tegen Mozes: ‘Hak twee stenen platen uit, gelijk aan de vorige. Dan zal ik op die platen de geboden schrijven die ook op de eerste stonden, die jij stukgegooid hebt. 2  Morgenvroeg moet je gereed zijn, want dan moet je de Sinai op gaan. Kom daar, op de top van de berg, bij mij. 3  Laat niemand met je mee naar boven gaan, op de hele berg mag niemand te zien zijn, en ook de schapen, geiten en runderen mogen niet in de nabijheid van de berg grazen.’ 4  Mozes hakte twee stenen platen uit, net als de vorige, en ‘s morgens ging hij in alle vroegte de Sinai op, zoals de HEER hem had opgedragen. De twee stenen platen droeg hij bij zich. 5 ¶  De HEER daalde neer in een wolk, hij kwam naast Mozes staan en riep de naam HEER uit. 6  De HEER ging voor hem langs en riep uit: ‘De HEER ! De HEER ! Een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig, 7  die duizenden geslachten zijn liefde bewijst, die schuld, misdaad en zonde vergeeft, maar niet alles ongestraft laat en voor de schuld van de ouders de kinderen en kleinkinderen laat boeten, en ook het derde geslacht en het vierde.’ 8  Onmiddellijk viel Mozes op zijn knieën en boog zich neer. 9  ‘Als u mij goedgezind bent, Heer, ‘zei hij, ‘trekt u dan met ons mee, ook al is dit volk onhandelbaar. Schenk ons vergeving voor onze schuld en zonde en maak ons tot uw eigen bezit.’ 10 ¶  De HEER antwoordde: ‘Ik wil een verbond sluiten. Voor de ogen van heel je volk zal ik zulke wonderbaarlijke daden verrichten als er onder geen enkel volk op aarde ooit verricht zijn, en het hele volk dat bij jou is, zal zien welke ontzagwekkende dingen ik, de HEER, voor jou zal doen. 11  Jullie moeten je houden aan de geboden die ik je vandaag geef. Ik zal de Amorieten, de Kanaänieten, Hethieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten voor je verdrijven. 12  Wacht je ervoor een verbond te sluiten met de inwoners van het land waarheen je op weg bent, want dat zou jullie ondergang zijn. 13  Breek hun altaren af, verbrijzel hun gewijde stenen en hak hun Asjerapalen om, 14  want jullie mogen niet voor een andere god neerknielen. De HEER, de Afgunstige, duldt immers geen andere goden naast zich. 15  Sluit geen verbond met de inwoners van dat land, want wanneer die zich met hun goden afgeven en offers aan hen brengen, zouden ze jullie uitnodigen om aan hun offermaaltijden deel te nemen. 16  En als jullie uit hun dochters voor je zonen vrouwen kiezen, en die vrouwen geven zich met hun goden af, zullen ze ook je zonen daartoe verleiden. 17  Maak geen godenbeelden. 18 ¶  Vier steeds het feest van het Ongedesemde brood, en wel op de daarvoor vastgestelde dagen van de maand abib, de maand waarin jullie weggetrokken zijn uit Egypte. Eet dan zeven dagen lang ongedesemd brood, zoals ik je heb opgedragen. (NBV)

Hoe vaak krijgen mensen echt een tweede kans nadat ze fouten hebben gemaakt? Die rechercheur uit Maastricht die na 37 jaar trouwe dienst een fiets stal op zijn werk in elk geval niet Trouwe Bijbellezers lezen vandaag dat Mozes opnieuw een verbond met God mag sluiten, nieuwe stenen platen voor de kist in de Heilige Tent. Die eerste fout was niet de fout van Mozes, het was de fout van het volk dat te weinig vertrouwen in die God had gehad, en van Aäron die te gemakkelijk met dat volk meeging. De ene heerser inruilen voor de andere levert in de geschiedenis voor geen enkel volk een voordeel op dus ook nu niet. Het verbond dat Mozes zal gaan sluiten en dat we een andere keer zullen lezen laat daar geen twijfel over.

De eerste benadering laat ruimte voor samen, die bevrijding is te delen, en geeft de mogelijkheid voor ommekeer, een heerser kan altijd nog dienaar worden. Een geknecht volk kan zich altijd bevrijden. Een tweede kans is altijd aanwezig. Nationalisme leidt altijd tot de vraag of het wat uitmaakt of je van de kat of van de hond gebeten wordt, die bevrijding is ook niet te delen, je hoort er bij of niet, je kunt er nooit bij gaan horen. Op die tweede kans heeft elke veroordeelde recht was het oordeel van het Europese Hof. Wij moeten voor mensen die tot een levenslange gevangenisstraf veroordeeld zijn daarvoor nog een goede vorm vinden.

Maar een tweede kans is ook de norm die ons voorgehouden is door dat verbond dat in de woestijn werd gesloten. Allen fanatieke radicalen gunnen niemand een tweede kans, hoewel ook de profeet Mohammed zijn nieuwe godsdienst pas te vuur en te zwaard verdedigde nadat hij zijn met geweld optredende vijanden nog een kans had geboden op bekering, of overgave, beginnen de terroristen van New York, Madrid en Londen met het doden van mensen waarvan ze denken hen als hun vijand  te moeten beschouwen, ook al beschouwen die mensen hen helemaal niet als vijand. Het onderscheid tussen hen en ons is de tweede kans, zoveel hebben we tenminste van die God van Mozes wel geleerd. Zelfs terroristen verdienen een tweede kans.

 

Jou heb ik uitgekozen

woensdag, 20 september, 2017

Exodus 33:12-23

12 ¶  Mozes zei tegen de HEER: ‘U draagt mij wel op het volk verder te laten trekken, maar u hebt mij niet laten weten wie u met mij mee zult sturen, terwijl u toch gezegd hebt: “Jou heb ik uitgekozen, jou ben ik goedgezind.” 13  Als dat werkelijk zo is, laat mij dan weten wat uw plannen zijn. Dan leer ik u kennen en weet ik zeker dat u mij goedgezind bent. Vergeet toch niet dat deze mensen uw volk zijn.’ 14  De HEER antwoordde: ‘Moet ik dan zelf meegaan om je gerust te stellen?’ 15  Mozes zei: ‘Als u niet zelf meegaat, laat ons dan niet verder trekken. 16  Hoe zou moeten blijken dat u mij goedgezind bent, mij en ook uw volk, tenzij u met ons meegaat? Alleen dan nemen wij immers een bijzondere plaats in onder de volken die de aarde bewonen.’ 17  De HEER zei tegen Mozes: ‘Ik verzeker je dat ik zal doen wat je vraagt, want ik ben je goedgezind en ik heb je uitgekozen.’ 18  ‘Laat mij toch uw majesteit zien, ‘zei Mozes. 19  Hij antwoordde: ‘Ik zal in mijn volle luister voor je langs gaan en in jouw bijzijn de naam HEER uitroepen: ik schenk genade aan wie ik genade wil schenken, en ik ben barmhartig voor wie ik barmhartig wil zijn. 20  Maar, ‘zei hij, ‘mijn gezicht zul je niet kunnen zien, want geen mens kan mij zien en in leven blijven.’ 21  Toen sprak de HEER: ‘Er is een plaats op de rots waar je dicht bij mij kunt komen staan. 22  Als dan mijn majesteit voor je langs gaat, zal ik je in een kloof laten schuilen en mijn hand beschermend voor je houden tot ik voorbij ben. 23  Als ik mijn hand weghaal, zul je mij van achteren zien; mijn gezicht mag niemand zien.’ (NBV)

Vertalingen maken het soms moeilijk om te begrijpen wat er eigenlijk staat. Toen Mozes in het begin van zijn verhaal met God vroeg hoe God heette, goden hebben immers namen, was het antwoord “Ik zal er zijn”, zo kun je nauwelijks iemand noemen en de manier waarop het oorspronkelijk is opgeschreven is dan ook onuitspreekbaar. Het is dan ook onvoorstelbaar, een God waarvan je je geen beeld kunt vormen, die niet een naam heeft als andere Goden, maar die belooft altijd bij je te zijn. Een God ook die in het centrum van het heiligdom voor die God een kist laat zetten met daarin de tekst van het wederzijdse verbond tussen het volk en die God. Dat verbond werd gesloten in het hart van de woestijn. God liefhebben is hetzelfde als je naaste liefhebben als jezelf is de kern van dat verbond.

Lezers van dit verhaal zijn die God “Heer” gaan noemen. Je wilt toch niemand anders als baas, als machthebber, als aanvoerder, als leider, als manager, die iemand die er altijd voor jou zal zijn en die als wet heeft dat je je naaste moet liefhebben als jezelf. Jezelf liefhebben mag dus ook, als je je naaste maar even lief hebt. Als het volk een eigen gouden god heeft gemaakt twijfelt Mozes of “Ik zal er zijn” nog wel mee wil met dit volk. Mozes daagt God daarom uit om zich als Heer, als koning, als majesteit te laten zien. En God neemt de uitdaging aan, een leider van een volk die zo overduidelijk dat leiderschap alleen maar ziet als dienst aan het volk, die het voor het volk opneemt als dat volk de fout in gaat beantwoord aan dat veerbond uit de woestijn als geen ander. Die leiders moeten we vandaag de dag met een lantaarntje zoeken.

Geen maximum aan de inkomens maar verhoging van de BTW. Met een fooi tracht men al die mensen af te kopen die in beweging kwamen tegen de armoede.  Het lijkt er op dat mensen met een gewoon inkomen er op vooruitgaan, maar hun boodschappen worden duurder dus gaan ze er op achteruit. Over eerlijke handelsvoorwaarden werd niet gesproken. Het is dus weer aan onszelf om de wet van eerlijk delen, van rechtvaardigheid in het midden van de discussie te stellen. Alle keren dat we politici van welke partij ook tegenkomen zullen we moeten vragen naar een eerlijker handelssysteem. Stap komende week eens binnen bij een wereldwinkel of Fair Trade zaak in de buurt. Die mensen weten hoe de prijsverschillen tot stand zijn gekomen, waar de concurrentie oneerlijk is. Dan leidt God zelf ons uit de wereld van armoede en ongelijkheid naar een wereld van vrede en recht.

Een onhandelbaar volk

dinsdag, 19 september, 2017

Exodus 33:1-11

1 ¶  De HEER zei tegen Mozes: ‘Vertrek van hier, met het volk dat je uit Egypte hebt weggeleid, en ga naar het land waarvan ik  Abraham, Isaak en Jakob onder ede heb beloofd dat ik het aan hun nakomelingen zou geven, 2-3 een land dat overvloeit van melk en honing. Ik zal een engel voor je uit sturen en ik zal de Kanaänieten, de Amorieten, Hethieten, Perizzieten, Chiwwieten en Jebusieten verdrijven. Maar ik trek niet met jullie mee, want jullie zijn een onhandelbaar volk en ik zou jullie daarom onderweg kunnen doden.’ 4  Toen het volk deze onheilstijding hoorde, ging het in de rouw; niemand deed sieraden om. 5  De HEER had Mozes namelijk opgedragen tegen de Israëlieten te zeggen: ‘Jullie zijn een onhandelbaar volk. Als ik ook maar een ogenblik met jullie mee zou reizen, zou ik je al doden. Doe daarom je sieraden af, dan zal ik besluiten wat ik met jullie zal doen.’6  Vanaf de dag dat ze de Horeb verlieten, droegen de Israëlieten daarom geen sieraden. 7 ¶  Mozes sloeg steeds buiten het kamp, op ruime afstand ervan, een tent op die hij de ontmoetingstent noemde. Ieder die de HEER wilde raadplegen, ging naar de ontmoetingstent buiten het kamp.8  Telkens als Mozes zich erheen begaf, gingen allen voor de ingang van hun tent staan en keken Mozes na tot hij naar binnen was gegaan. 9  Zodra hij in de tent was daalde de wolkkolom neer, en deze bleef bij de ingang staan. Dan sprak de HEER met Mozes. 10  Wanneer het volk de wolkkolom bij de ingang van de tent zag staan, boog ieder zich voor de ingang van zijn tent neer. 11  De HEER sprak persoonlijk met Mozes, zoals een mens met een ander mens spreekt. Daarna keerde Mozes terug naar het kamp, maar zijn jonge dienaar Jozua, de zoon van Nun, verliet de tent niet. (NBV)

Het lijkt al weer lang geleden maar ooit was VVD Minister Hogervorst van volksgezondheid het zat. Dat volk van Nederland bleef maar morren. Voegde hij de particuliere en de ziekenfondsverzekering samen tot een nieuw zorgstelstel werden ze boos omdat ze een heleboel geld moesten voorschieten om dat later van de belastingdienst terug te krijgen. Probeerde hij wat concurrentie in de gezondheidszorg te krijgen werd het volk boos omdat ze zelf niet meer hun huisarts, apotheek en ziekenhuis konden kiezen omdat hun verzekeraar mocht uitmaken met wie ze een contract zouden sluiten. Het is niet goed of het deugt niet. Ook in het verhaal uit Exodus word gesproken over een onhandelbaar volk. Je houd je in de woestijn samen aan de richtlijnen die Mozes je heeft voorgehouden of het wordt je dood.

Het overtreden van de regel van heb je naaste lief  als hoogste dienst aan God en geen beelden van die God maken en zo voert toch wel heel snel tot de dood. Daarom wordt de heilige tent niet meer in het midden van het volk geplaatst maar aan de rand ervan. Daarmee wordt de tent overigens meer bijzonder want iedereen gaat kijken als Mozes er plechtig naar toe gaat. Het voert uiteindelijk wel naar het land overvloeiende van melk en honing staat er. En dat was bij minister Hogervorst toch wat moeilijker te geloven. Die marktwerking, die bewustwording van hoeveel het wel niet kost, die bezuinigingen leiden niet tot meer gezondheid maar tot meer overlast. Het resultaat is een voor velen onbetaalbare eigen bijdrage en kosten voor de gezondheidszorg die de pan uitrijzen.

En de matiging van het loon, het opgeven van het vroegpensioen, de afschaffing van tal van uitkeringen, het veroordelen tot de bedelstaf van gehandicapten en chronisch zieken voert kennelijk tot de mogelijkheid de lonen van ministers en staatssecretarissen met 30 procent te verhogen. Bij de kloof tussen politici en volk wordt wel eens gesproken over zakkenvullers, een scheldwoord dat ten onrechte aan politici wordt meegegeven. Politici werken er hard voor, dat staat buiten kijf, maar geen wet maken tot beperking van exorbitante salarisverhogingen, een verhoging die ze zouden verbieden als die in een CAO stond, lijkt toch wel erg op exorbitante zelfverrijking. Zo’n wet staat wel erg veel af van je naaste liefhebben als je zelf als je de naasten vraagt met wat minder genoegen te nemen. Kennelijk is het volk nog niet onhandelbaar genoeg voor deze regering en de nieuwe regering die in de maak is.

Luid gejoel- dat hoor ik

maandag, 18 september, 2017

Exodus 32:15-35

15 ¶  Mozes keerde zich om en ging de berg af. De twee platen met de verbondstekst droeg hij bij zich. Aan beide kanten waren ze beschreven, aan de voorkant en aan de achterkant. 16  De platen waren Gods eigen werk en het schrift dat erin gegrift was, was Gods eigen schrift. 17  Toen Jozua het geschreeuw van het volk hoorde, zei hij tegen Mozes: ‘Ik hoor strijdkreten in het kamp!’ 18  Maar Mozes zei: ‘Dat is geen gejuich na een overwinning en geen geweeklaag na een nederlaag. Luid gejoel-dát hoor ik.’ 19  Dichter bij het kamp gekomen, zag hij het stierenbeeld en het gedans. Woedend smeet hij de platen aan de voet van de berg aan stukken. 20  Hij greep het stierenbeeld, gooide het in het vuur en verpulverde het. De as strooide hij op het water, en dat liet hij de Israëlieten drinken. 21 ¶  Tegen Aäron zei hij: ‘Wat heeft dit volk je misdaan, dat je zo’n zware schuld op hen geladen hebt?’ 22  ‘Ik smeek je je woede te bedwingen, ‘antwoordde Aäron. ‘Je weet dat dit volk alleen maar kwaad wil. 23  Ze zeiden tegen mij: “Maak een god voor ons die ons kan leiden, want wat er gebeurd is met die Mozes, die ons uit Egypte heeft gehaald, weten we niet.” 24  Toen ik hun om goud vroeg, deden ze meteen hun sieraden af en gaven ze aan mij. Ik gooide ze in het vuur en toen kwam dat kalf eruit te voorschijn.’ 25  Mozes begreep dat het volk zich had laten gaan omdat Aäron niet ingegrepen had, en dat hun vijanden daarom de spot met hen zouden drijven. 26  Hij ging bij de ingang van het kamp staan en zei: ‘Wie voor de HEER kiest, moet hier komen.’ Alle nakomelingen van Levi voegden zich bij hem. 27  Hij zei tegen hen: ‘Dit zegt de HEER, de God van Israël: Gord je zwaard om, jullie allemaal, doorkruis het kamp in de volle lengte en breedte en dood iedereen die je tegenkomt, al is het je broer, vriend of verwant.’ 28  De Levieten deden wat Mozes hun had opgedragen, en zo kwamen er die dag ongeveer drieduizend Israëlieten om. 29  ‘Vandaag hebt u zich aan de HEER gewijd, ‘zei Mozes, ‘door u zelfs tegen uw zonen en broers te keren. U hebt vandaag zijn zegen verworven.’ 30 ¶  De volgende morgen zei Mozes tegen het volk: ‘U hebt zwaar gezondigd. Toch zal ik de berg op gaan; misschien kan ik de HEER ertoe bewegen u uw zonden niet aan te rekenen.’ 31  Hierop keerde hij terug naar de HEER. ‘Ach HEER, ‘zei hij, ‘dit volk heeft zwaar gezondigd: ze hebben een god van goud gemaakt. 32  Schenk hun vergeving voor die zonde. Wilt u dat niet, schrap mij dan maar uit het boek dat u geschreven hebt.’ 33  De HEER antwoordde Mozes: ‘Alleen wie tegen mij gezondigd heeft, schrap ik uit mijn boek. 34  Breng het volk nu naar de plaats die ik je heb genoemd; mijn engel zal voor je uit gaan. Maar op de dag van de verantwoording zal ik hen voor hun zonde ter  verantwoording roepen.’ 35  De HEER strafte het volk, omdat ze het kalf hadden gemaakt, het beeld dat Aäron gegoten had. (NBV)

De aanslagen zoals die de afgelopen maanden in Londen zijn gepleegd kunnen natuurlijk niet hard genoeg veroordeeld worden. Alle aanslagen op onschuldige burgers die zich niet kunnen verdedigen moeten worden veroordeeld. Zo ga je niet met medemensen om. Het stuk uit de Bijbel dat hier boven staat en dat vandaag op het dagelijks leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap staat lijkt wel een dergelijk gedrag te rechtvaardigen. Zij die het gouden kalf hadden aanbeden en de weg van de God van Israël verlaten. door niet op die God te blijven vertrouwen maar zichzelf een God te laten maken, dienen door het zwaard te worden omgebracht. Dat is de redenering ook van fundamentalistische Islamisten, hindoes, boeddhisten en soms zelfs Christenen. Als je dat denkt heb je dit stuk Bijbel toch niet goed gelezen. Degenen die het gouden kalf met geweld willen verdedigen ontmoeten het zwaard van hen die trouw zijn aan Mozes. Maar de rest wordt uit het boek van God geschrapt en het oordeel over hen komt later nog wel eens.

En dat is toch een houding die spoort met de regel van je naaste liefhebben als jezelf. Verdediging is goed, arresteren van verdachten, onderzoeken van goederen, bagage in treinen en op vliegvelden. Maar het haten van groepen mensen en hen uitsluiten hoort er absoluut niet bij, laat staan geweld gebruiken.  En als je er een beetje over nadenkt dat lijkt het ook wel voor de hand te liggen. Wat er tegen te doen? Je vrienden doe je zoiets als in Parijs en Londen niet aan. Soldaten moeten in een oorlog niet de kans krijgen zich te verbroederen met de vijand. Russische troepen in Praag moesten ooit vervangen worden omdat ze te vriendschappelijk werden met de opstandige studenten. Gewone mensen kunnen dit soort aanslagen niet voorkomen, maar wel helpen een klimaat te scheppen waarin dit soort aanslagen minder waarschijnlijk worden.

Dat is elkaar verstaan en respecteren. De leiders op de G8 en de G20 kunnen de wereld en de wereldhandel wat rechtvaardiger maken. Ze kunnen helpen het conflict tussen Israel en de Palestijnen op te lossen. Wij kunnen helpen door kennis te gaan maken met de moslimgemeenschappen in de buurt. Ga vandaag maar eens op bezoek bij een moskee in de buurt. Het gejoel van een losgeslagen menigte mag best omgebogen worden in het gezoem van mensen die echt met elkaar in gesprek zijn gegaan. Aanslagen zoals op een moskee of een islamitische school zijn het helemaal verkeerde antwoord. De hulp die men elkaar daarna in sommige plaatsen heeft geboden helpt die gemeenschap verder geweld te voorkomen en dat is het goede antwoord. Dat kan iedereen en kennelijk is iedereen nodig om de wereld wat veiliger te maken.

Maak een God voor ons

zondag, 17 september, 2017

Exodus 32:1-14

1 ¶  Het volk wachtte lang op Mozes. Toen hij maar niet van de berg afkwam, verdrongen ze zich om Aäron en eisten van hem: ‘Maak een god voor ons die voor ons uit kan gaan, want wat er gebeurd is met die Mozes, die ons uit Egypte heeft geleid, weten we niet.’ 2  Aäron antwoordde: ‘Neem dan uw vrouwen, zonen en dochters hun gouden oorringen af en breng die bij mij.’ 3  Hierop deden alle Israëlieten zonder aarzelen hun gouden oorringen af en gaven die aan Aäron. 4  Alles wat ze hem brachten smolt hij om en hij goot er een beeld van in de vorm van een stierkalf. Het volk riep uit: ‘Israël, dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!’ 5  Toen Aäron besefte wat er gebeurde, bouwde hij een altaar voor het beeld en kondigde hij aan dat er de volgende dag een feest voor de HEER zou zijn. 6  De volgende morgen vroeg brachten ze brandoffers en vredeoffers. Ze gingen zitten om te eten en te drinken, en stonden daarna op om uitbundig feest te vieren. 7 ¶  De HEER zei tegen Mozes: ‘Ga terug naar beneden, want jouw volk, dat je uit Egypte hebt geleid, misdraagt zich.  8  Nu al zijn ze afgeweken van de weg die ik hun gewezen heb. Ze hebben een stierenbeeld gemaakt, hebben daarvoor neergeknield, er offers aan gebracht en gezegd: “Israël, dit is je god, die je uit Egypte heeft geleid!”’ 9  De HEER zei verder tegen Mozes: ‘Ik weet hoe onhandelbaar dit volk is. 10  Houd mij niet tegen: mijn brandende toorn zal hen verteren. Maar uit jou zal ik een groot volk laten voortkomen.’ 11  Mozes probeerde de HEER, zijn God, milder te stemmen: ‘Wilt u dan uw toorn laten woeden tegen uw eigen volk, HEER, dat u met sterke hand en grote macht uit Egypte hebt bevrijd? 12  Wilt u dat de Egyptenaren zeggen: “Hij heeft hen bevrijd om hen in het ongeluk te storten, om hen in het bergland te doden en van de aarde weg te vagen”? Wees niet langer toornig en zie ervan af onheil over uw volk te brengen! 13  Denk toch aan uw dienaren Abraham, Isaak en Israël, aan wie u onder ede deze belofte hebt gedaan: “Ik zal jullie zo veel nakomelingen geven als er sterren aan de hemel zijn, en het hele gebied waarvan ik gesproken heb zal ik hun voor altijd in bezit geven.”’ 14  Toen zag de HEER ervan af zijn volk te treffen met het onheil waarmee hij gedreigd had. (NBV)

Het is zo verleidelijk. Een beeld maken van God. Mensen hebben houvast nodig. En alleen die regel dat je je naaste liefhebt is toch een beetje vaag. Ook al worden de voornaamste regels in stenen platen gegraveerd je blijft je toch afvragen waar het vandaan komt. Hebben mensen als Mozes dat zelf verzonnen? Niemand heeft ooit die God gezien waar hij over sprak. Ja, een brandende braambos, daar had hij over verteld, maar dat was geen beeld van zijn God, alleen een belofte. En dus staat de wereld vol beelden die aanbeden worden. Midden in de woestijn maakt ook het volk van Israel zo’n beeld. Een beeld dat volgens hen past bij de God die hen uit de slavernij heeft bevrijd, een beeld ook van een God die ze nodig zullen hebben. Het wordt een kalf, onschuldig en zwak aan de ene kant, maar met een belofte vol van leven en vruchtbaarheid.

In het verhaal van Exodus staat vervolgens een dialoog van Mozes met God, een God die zich kwaad maakt en Mozes die God nog eens wijst waar het allemaal om te doen was, en God die dan berouw krijgt van de kwaadheid. Zelfs Bijbelboekenschrijvers ontkomen er niet aan in woorden een beeld van God te scheppen. Ook bij de fundamentalistische ongelovigen kom je dat tegen. Het programma “God bestaat niet” zit vol met beelden van God. Het is dan ook opgenomen in een Rooms Katholieke kerk, waar vanouds tegemoet wordt gekomen aan de behoefte van een beeld van God door beelden van heiligen te plaatsen, die weliswaar niet God zijn maar toch aangeroepen kunnen worden. De makers van het programma hebben wel door hun aanpak het grootste gelijk van de wereld. De God waar dat programma het over heeft, of de goden, die bestaat of bestaan inderdaad niet. Zodra je een beeld van God maakt zit je fout.

Hoe verleidelijk het ook is. Het enige houvast dat we hebben is de regel dat het om de zwakste mensen gaat. En de belofte dag de God van Israël daar te vinden is. Het is de betekenis van het lege graf waar met Pasen over wordt gesproken. De dood is overwonnen. Ook de dood van armoede, van geweld, van onderdrukking. Niet langer zijn het natuurwetten waar je niks aan kunt veranderen. Maar dat kan alleen met de wet van de rechtvaardige verdeling en voor die wet hebben we tegenwoordig parlementen nodig die we zelf kiezen. Het verhaal van het gouden kalf leert ons daarom dat als we werkelijk de armoede achter ons willen laten, tot geschiedenis willen laten worden we niet moeten blijven bij een popconcert voor een goed doel, maar actief moeten worden en mensen moeten laten stemmen voor rechtvaardig delen, het liefst in de hele wereld.

Besaleël en Oholiab

zaterdag, 16 september, 2017

Exodus 31:1-18

1 ¶  De HEER zei tegen Mozes: 2  ‘Ik heb mijn keuze laten vallen op Besaleël, de zoon van Uri, de zoon van Chur, uit de stam Juda. 3  Ik heb hem uitzonderlijke talenten geschonken, wijsheid, vakmanschap en inzicht op allerlei gebied: 4  hij kan ontwerpen maken en ze in goud, zilver, koper en brons uitvoeren, 5  hij kan stenen snijden en zetten en hout bewerken en hij beheerst ook allerlei andere vaardigheden. 6  Oholiab, de zoon van Achisamach, uit de stam Dan, stel ik als zijn medewerker aan. Allen die hun vak verstaan heb ik wijsheid geschonken, zodat zij alles kunnen maken waartoe ik opdracht heb gegeven: 7  de ontmoetingstent, de ark voor de verbondstekst, de verzoeningsplaat die erop moet liggen, alle voorwerpen voor de tent, 8  de tafel en de voorwerpen die erbij horen, de lampenstandaard van zuiver goud en de bijbehorende voorwerpen, het reukofferaltaar, 9  het brandofferaltaar met het gerei, het wasbekken, het onderstel ervan, 10  de ambtsgewaden, de heilige kleding voor de priester Aäron en de kleding die zijn zonen als priester moeten dragen, 11  de zalfolie en het geurige reukwerk voor het heiligdom. Laat hen alles uitvoeren zoals ik het je heb opgedragen.’ 12 ¶  De HEER zei tegen Mozes: 13  ‘Zeg tegen de Israëlieten: “Neem wel steeds mijn sabbat in acht, want elke generatie opnieuw is die dag voor mij en voor jullie een teken dat eraan herinnert dat ik, de HEER, jullie geheiligd heb. 14  Neem de sabbat in acht, want het is voor jullie een heilige dag. Wie hem schendt, moet ter dood gebracht worden; ieder die dan werkt, moet uit de gemeenschap gestoten worden. 15  Zes dagen mag je werken, maar de zevende dag is het sabbat, een dag van volstrekte rust, die aan de HEER gewijd is. Wie op sabbat werkt, moet ter dood gebracht worden.” 16-17 Generatie na generatie moeten de Israëlieten de sabbat in acht nemen en vieren. Voor mij en hen is die dag een teken van een eeuwigdurend verbond, want in zes dagen heeft de HEER de hemel en de aarde gemaakt, en de zevende dag heeft hij gerust om op adem te komen.’ 18  Nadat de HEER dit alles op de Sinai tegen Mozes had gezegd, gaf hij hem de twee platen van het verbond, de stenen platen, door Gods vinger beschreven. (NBV)

Wie heeft de Ridderzaal eigenlijk gemetseld? En wie hebben de vlaggen geweven die er binnen hangen en aan die zaal een eigen karakter geven? We weten het niet meer. Zoals we van veel monumenten en ook van moderne gebouwen vergeten zijn wie de werkers waren aan wie we die huizen en gebouwen te danken hebben. Van de Heilige Tent van de Israëlieten weten we wel wie het gebouwd hebben. Besaleël, dat was een zoon van Uri, en kleinzoon van Chur, hij behoorde tot de stam Juda. Zo nauwkeurig staat het in Exodus 31. Hij bouwde de tent en alles wat daarbij hoorde, de ark, de tafel voor het brood, de kandelaar, het wasbekken, het brandofferaltaar en het reukofferaltaar samen met Oholiab uit de stam van Dan, dat was de zoon van Achisamach. Ze maakten ook de zalfolie en het reukwerk dat bij de rituelen gebruikt moest gaan worden. Zo precies wordt er in de Bijbel aandacht aan de arbeiders geschonken.

Moet je bij ons eens om komen. Nee we hebben hier wedstrijden voor de raden van bestuur van de ondernemingen wie het meest verdient en wie de grootste bonussen heeft. Bankbestuurders winnen het maar ook de bestuurders van Ahold blazen hun partijtje mee. Bijna allemaal mannen, in het karakteristieke uniform met streepjespak en stropdas en op zondag zo nu en dan te gast bij misdaadverslaggever Harry Mens. De mannen achter de computers die de transacties verrichten op de bank, of de dames achter de kassa die zorgen dat bij de supermarkt het geld binnenkomt worden niet genoemd, voor hen geen bonussen, voor hen een uniform die hen tot werknemer bestempeld en elk individualisme wegneemt.

Er is veel onrust over arbeidsvoorwaarden op dit moment. En dat is geen wonder, hoe hard een werknemer werkt, hoezeer er ook de best wordt gedaan, alleen de raden van bestuur worden er om geprezen en krijgen de bonussen, al hebben ze maanden op hun jacht op de Middellandse Zee gezeten, als de werknemers presteren gaat men de bazen fêteren. Daarom moeten misschien hier en daar de werknemers de straat op om gezien en gehoord te worden. In de Bijbel wordt dan gezegd dat we in elk geval de Sabbath moeten houden, bij ons de Zondag. Hier staat het in de beschrijving van de arbeiders en hun werk. Dat is niet voor niks. Arbeiders zijn geen slaven, al worden ze loonslaven genoemd. Daarom verdienen ze allemaal tegelijk een dag vrij in de week. Zodat ze samen naar een sportwedstrijd kunnen, of de natuur is, of voor sommigen een kerkdienst bezoeken. Dat is geen religieuze zaak, dat is een zaak van respect en waardering voor de arbeiders, ook vandaag nog.