Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor augustus, 2017

Dood, waar is je angel?

donderdag, 31 augustus, 2017

1 Korintiërs 15:50-58

50  Wat ik bedoel, broeders en zusters, is dit: wat uit vlees en bloed bestaat kan geen deel hebben aan het koninkrijk van God; het vergankelijke krijgt geen deel aan de onvergankelijkheid. 51 ¶  Ik zal u een geheim onthullen: wij zullen niet allemaal eerst sterven-toch zullen wij allemaal veranderd worden, 52  in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk, wanneer de bazuin het einde inluidt. Wanneer de bazuin weerklinkt, zullen de doden worden opgewekt met een onvergankelijk lichaam en zullen ook wij veranderen. 53  Want het vergankelijke lichaam moet worden bekleed met het onvergankelijke, het sterfelijke lichaam met het onsterfelijke. 54  En wanneer dit vergankelijke lichaam is bekleed met het onvergankelijke, dit sterfelijke met het onsterfelijke, zal wat geschreven staat in vervulling gaan: ‘De dood is opgeslokt en overwonnen. 55  Dood, waar is je overwinning? Dood, waar is je angel?’ 56  De angel van de dood is de zonde, en de zonde ontleent haar macht aan de wet. 57  Maar laten we God danken, die ons door Jezus Christus, onze Heer, de overwinning geeft. 58 ¶  Kortom, geliefde broeders en zusters, wees standvastig en onwankelbaar en zet u altijd volledig in voor het werk van de Heer, in het besef dat door de Heer uw inspanningen nooit tevergeefs zijn.

De manier waarop Jezus van Nazareth zijn kruisiging onderging en stierf aan het kruis heeft op zijn volgelingen diepe indruk gemaakt. Wie, aan een kruis gehangen, helpt zijn medegekruisigden, wie kan vanaf een kruis nog troost zoeken voor zijn moeder, wie bidt voor zijn beulen hangend aan een kruis? Die liefde kon onmogelijk dood gemaakt worden, dat bleef leven. Paulus had later die volgelingen te vuur en te zwaard vervolgd, maar toen hij met blindheid geslagen was hadden diezelfde volgelingen van Jezus van Nazareth hem opgevangen en verzorgd. Ja, toen hij zelf in het verhaal van Jezus van Nazareth wilde gaan meedoen hadden ze hem uiteindelijk zelfs opgenomen in de kring van de zendelingen zoals die door Jezus van Nazareth waren aangewezen. De dood speelde geen enkele rol meer. Het ging en het gaat om de manier waarop mensen met elkaar omgaan.

Lichamelijke eigenschappen doen daarbij niet ter zake, sterk of zwak, mooi of lelijk, oud of jong, voor het verhaal van Jezus van Nazareth is een metamorfose van een heel ander kaliber nodig. Daar komt geen chirurg of andere mooimaker aan te pas. Je doet het zelf. Je gaat de weg op van Jezus van Nazareth. Mensen van de weg werden die eerste Christenen genoemd. Van hot naar her trokken ze het land door, de armen bevrijding verkondigend, de zieken genezing, de lammen lieten ze lopen en de blinden lieten ze zien. Mensen kregen weer waarde, mensen kregen weer een plaats in de samenleving. Slaven werden broeders, slavinnen werden zusters. Alle dode regels zijn vervallen. Denk niet dat je er nu maar op los kunt leven. Alles mag heeft Paulus ergens anders gezegd. En dode regels bepalen zeker niet wat mag of niet mag.

Alles mag kun je gemakkelijk zeggen als je weet dat iedereen het uit z’n hoofd zal laten een ander te beschadigen. Als je de naaste liefhebt als jezelf, dan beschouw je niemand als een voorwerp dat voor jou bevrediging kan brengen, dan geef je geen drank of drugs, je kijkt wel uit. Zelfs de risico’s die jezelf misschien wil lopen voor je eigen plezier gun je een ander niet. En maakt dat van jou een dooie pier? Nou en? Werkelijke liefde geeft veel meer genot, dat gaat alles te boven, daar kan geen kick tegen op. Anderen, die ongelukkig waren, weer geluk en vertrouwen in het leven geven, is het mooiste dat er is. En het allermooiste is dat we er elke dag opnieuw mee mogen beginnen, elke dag weer, ook vandaag, net zo vaak als we willen, onophoudelijk.

Hoe worden de doden opgewekt?

woensdag, 30 augustus, 2017

1 Korintiërs 15:29-49

29  Wat denken zij die zich voor de doden laten dopen te bereiken? Als de doden toch niet worden opgewekt, waarom zouden zij zich dan voor hen laten dopen? 30  En waarom zouden wij ons voortdurend aan gevaren blootstellen?31  Elke dag sterf ik opnieuw, broeders en zusters, zo waar als ik dankzij Christus Jezus, onze Heer, trots op u kan zijn. 32  In Efeze heb ik op leven en dood gevochten; wat zou ik daarmee hebben bereikt als ik geen hoop had? Wanneer de doden toch niet worden opgewekt, kunnen we maar beter zeggen: ‘Laten we eten en drinken, want morgen sterven we.’ 33  Maar vergis u niet: slecht gezelschap bederft goede zeden. 34  Kom tot bezinning, zoals het u betaamt, en zondig niet langer. Sommigen van u hebben geen enkele kennis van God. U moest u schamen. 35 ¶  Nu zou iemand kunnen vragen: ‘Maar hoe worden de doden opgewekt? Hoe zou hun lichaam eruit moeten zien?’ 36  Dwaas die u bent! Als u iets zaait, moet dat eerst sterven voordat het tot leven kan komen. 37  En wat u zaait heeft nog niet de vorm die het later krijgt; het is nog maar een naakte korrel, een graankorrel misschien of iets anders. 38  God geeft daaraan de vorm die hij heeft vastgesteld, en hij geeft elke zaadkorrel zijn eigen vorm. 39  Elk aards lichaam is anders; het lichaam van een mens is enig in zijn soort, dat van een dier eveneens, dat van een vogel ook, en ook dat van een vis. 40  Er zijn lichamen aan de hemel en lichamen op aarde, maar de schittering van een hemellichaam is anders dan die van een aards lichaam. 41  De zon heeft een andere schittering dan de maan, de maan weer een andere dan de sterren, en de sterren onderling verschillen ook in schittering. 42  Zo zal het ook zijn wanneer de doden opstaan. Wat in vergankelijke vorm wordt gezaaid, wordt in onvergankelijke vorm opgewekt, 43  wat onaanzienlijk en zwak is wanneer het wordt gezaaid, wordt met schittering en kracht opgewekt. 44  Er wordt een aards lichaam gezaaid, maar een geestelijk lichaam opgewekt. Wanneer er een aards lichaam is, is er ook een geestelijk lichaam. 45  Zo staat er ook geschreven: ‘De eerste mens, Adam, werd een levend, aards wezen.’ Maar de laatste Adam werd een levendmakende geest. 46  Niet het geestelijke is er als eerste, maar het aardse; pas daarna komt het geestelijke. 47  De eerste mens kwam uit de aarde voort en was stoffelijk, de tweede mens is hemels. 48  Ieder stoffelijk mens is als de eerste mens, ieder hemels mens is als de tweede. 49  Zoals we nu de gestalte van de stoffelijke mens hebben, zo zullen we straks de gestalte van de hemelse mens hebben. (NBV)

In de begindagen van het Christelijk geloof waren er zelfs mensen die zich lieten dopen op naam van een ander. Ze gaven daarbij de namen van hun vader, moeder, geliefde of kinderen op die net waren gestorven. Want ook die zouden er bij moeten zijn, bij de komst van Christus, als de opstanding aanbrak. Voorzichtig oppert Paulus een andere betekenis. Als je van de weg van Christus afdwaalt dan sterf je een beetje. Paulus sterft elke dag wel een keer, om op te staan en opnieuw op die weg te beginnen. In Efeze werd dat kennelijk wel heel erg duidelijk. Maar als het niet door de dood heen is vol te houden, als de dood uiteindelijk niet kan worden overwonnen, waarom zou je dan nog je naaste lief hebben als jezelf? Er zijn leukere dingen te verzinnen. In de dagen van Paulus was het leven in uitspattingen heel gewoon. Volgens sommigen ging dat Rijk er uiteindelijk aan ten gronde.  Naast de veel te grote afhankelijkheid van de slaven was er ook een grote afhankelijkheid van soldaten. De militaire macht van Rome was ongekend groot. Maar uiteindelijk waren de soldaten het zat om steeds weer van huis te moeten en het risico te lopen te sterven in een slag die achteraf niet gevoerd had moeten worden.

Paulus waarschuwt er voor dat slecht gezelschap de goede zeden bederft. We sturen wel soldaten maar brengen niet de vrede en een samenleving waar verschillende mensen toch samen kunnen leven. Alleen het kwade verdrijven zonder het goede te brengen is niet genoeg. En in wiens gezelschap begeven wij ons als we militair meewerken. Misschien moeten we onze regering en de regeringen in Europa eens oproepen daar een antwoord op te geven. Maar de Bijbel zegt dat al die slachtoffers van oorlog en geweld, al die vluchtelingen ook die verdrinken in de Middellandse zee. Dat wordt een drukke bedoening, hoe zit dat eigenlijk? Paulus probeert er een antwoord op te geven. Probeert, want niemand heeft het al meegemaakt. Paulus zegt het volgende. Er zijn mensen, dieren en dingen. Er zijn lichamen op aarde en er zijn hemellichamen. Ondanks alle wetenschap die we tegenwoordig hebben is het spraakgebruik nog niet veel anders. De schitterende sterren aan een heldere hemel in een donkere nacht spreken nog steeds tot de verbeelding. We  leren uit de Bijbel dat de adem van de mens die door God werd gegeven gaat uiteindelijk terug naar God. Het goede in de geest van de mens blijft en inspireert, begeestert zeggen we wel, mensen die het goede willen doen. En daar blijft het bij. Dat is het dan.

Er zijn predikers die mensen proberen te overtuigen door te wijzen op een eeuwig leven. Dat zou je moeten krijgen. Maar na al die eeuwen zien we weinig eeuwig leven om ons heen. In elk geval te weinig om je te motiveren het met het verhaal van Jezus van Nazareth te wagen, mee te gaan in het verhaal van Israel. Wat je wel om je heen ziet is de onrechtvaardigheid. Wat je kan zien zijn de armen in de wereld, die in de steek gelaten worden. Daar wil je iets tegen doen. Dat kan motivatie geven om mee te gaan in het verhaal van Jezus van Nazareth. Dat zou moeten lukken als we onze naaste liefhebben als onszelf, als we zelfs onze vijanden lief weten te hebben. Wie er over nadenkt beseft dat, hoe het dan ook zit met opstanding uit de doden, hoe het ook zit met een God van wie je geen beeld kunt maken, de wereld er een stuk beter uit zou zien als we elkaar lief zouden hebben. Als mensen inderdaad bereid zou zijn om met elkaar te delen. Als recht en rechtvaardigheid de verdeling van goederen, voedsel en welvaart zouden bepalen in plaats van de wetten van winst en profijt en het recht van de sterkste. De mensen die nu ten dode zijn opgeschreven in honger, ziekte en oorlog zouden dan een deel van leven hebben. Er zou een geest over de aarde waaien van goedheid en niet een damp van wantrouwen. Misschien dat we daar zouden kunnen beginnen. Een samenleving vormen waar Liefde regeert.

Als de doden niet opstaan

dinsdag, 29 augustus, 2017

1 Korintiërs 15:12-28

12 ¶  Maar wanneer nu over Christus wordt verkondigd dat hij uit de dood is opgewekt, hoe kunnen sommigen van u dan zeggen dat de doden niet zullen opstaan? 113  Als de doden niet opstaan, is ook Christus niet opgewekt; 14  en als Christus niet is opgewekt, is onze verkondiging zonder inhoud en uw geloof zinloos. 15  Dan blijkt dat wij als getuigen van God over hem hebben gelogen, omdat we verklaard hebben dat hij Christus heeft opgewekt-want als er geen doden worden opgewekt, dan kan hij dat niet hebben gedaan. 16  Wanneer de doden niet worden opgewekt, is ook Christus niet opgewekt. 17  Maar als Christus niet is opgewekt, is uw geloof nutteloos, bent u nog een gevangene van uw zonden 18  en worden de doden die Christus toebehoren niet gered. 19  Als wij alleen voor dit leven op Christus hopen, zijn wij de beklagenswaardigste mensen die er zijn. 20 ¶  Maar Christus is werkelijk uit de dood opgewekt, als de eerste van de gestorvenen. 21  Zoals de dood er is gekomen door een mens, zo is ook de opstanding uit de dood er gekomen door een mens. 22  Zoals wij door Adam allen sterven, zo zullen wij door Christus allen levend worden gemaakt. 23  Maar ieder op de voor hem bepaalde tijd: Christus als eerste en daarna, wanneer hij komt, zij die hem toebehoren. 24  En dan komt het einde en draagt hij het koningschap over aan God, de Vader, nadat hij alle heerschappij en elke macht en kracht vernietigd heeft. 25  Want hij moet koning zijn totdat ‘God alle vijanden aan zijn voeten heeft gelegd’. 26  De laatste vijand die vernietigd wordt is de dood, 27  want er staat: ‘Hij heeft alles aan zijn voeten gelegd.’ Wanneer er ‘alles’ staat, is dat natuurlijk uitgezonderd degene die alles aan hem onderwerpt. 28  En op het moment dat alles aan hem onderworpen is, zal de Zoon zichzelf onderwerpen aan hem die alles aan hem onderworpen heeft, opdat God over alles en allen zal regeren. (NBV)

Voor de schrijver van de brief aan de mensen in Korinthe is dit kennelijk de kern van het verhaal. De doden zullen opstaan. Willen we dat blijven geloven dan mag dat opstaan van sommige mensen zo na een paar duizend jaar onderhand ook wel eens gebeuren ook. Of zou er iets anders worden bedoeld dan dat het stof van de crematoria, de botten uit de geruimde graven, weer tot de mensen worden die ze waren. In heel het verhaal van Jezus van Nazareth gaat het niet om hem maar om de mensen die hij weer een plaats geeft in de samenleving. Ook Paulus benadrukt in zijn brieven dat je jezelf niet op de eerste plaats moet zetten maar de mensen die dat Evangelie nodig hebben. In het Evangelie van Lucas hebben we kunnen lezen dat dat Evangelie betekent de boodschap van bevrijding van de armen.

Die mensen die als dood zijn, die geen toekomst hebben, die niet voor of achteruit kunnen, die mensen komen weer tot leven en krijgen een eigen leven terug. Dat werk, die bevrijding gaat door de dood heen. Jezus van Nazareth, de gezalfde bevrijder, de Messias, de Christus, hield dat vol door de dood heen. Niets of niemand hield hem tegen zelfs de dood niet. In dat verhaal mogen we dus meedoen. En we kunnen in dat verhaal pas meedoen als we de angst voor de dood verliezen. Als we niet meer bang zijn voor de machthebbers in de wereld die ons vijanden aan proberen te praten, die ons wijs proberen te maken dat alle aanhangers van de Islam ons bedreigen. Die, nu de communistische vijand is verdwenen, binnen een aantal jaren een nieuwe vijand hebben geschapen. Maar zij hebben nooit geleerd dat je je vijanden lief moet hebben. Zij hebben nooit geleerd dat je, zoals in Deuteronomium staat, de vreemdelingen aan tafel moet nodigen.

Zij hebben nooit geleerd dat de nette keurige, wetlievende mensen wel voor zichzelf kunnen zorgen maar dat wij moeten zorgen voor de ontevredenen, voor de geweldzoekers, voor de onruststokers. Juist voor al de mensen die de weg van de dood kiezen, de letterlijk doodlopende weg, is dat Evangelie van bevrijding bedoeld. Daar moet het gebracht worden. Het geeft geen pas in het Witte Huis te bidden als je dat niet durft in Taliban land tussen Afghanistan en Pakistan. Juist als je dat echt gelooft zorg je dat je vrede brengt in plaats van geweld. Zuid Koreaanse Christenen deden dat en vonden de dood, zelf er zomaar heengaan is dus de weg niet. We moeten het doen met de hele bewoonde wereld, we zullen iedereen mee moeten zien te krijgen. Daar kunnen we aan werken te beginnen in ons eigen huis, onze eigen stad elke dag opnieuw.

Wij verkondigen allemaal dezelfde boodschap

maandag, 28 augustus, 2017

1 Korintiërs 15:1-11

1 ¶  Broeders en zusters, ik herinner u aan het evangelie dat ik u verkondigd heb, dat u ook hebt aangenomen, dat uw fundament is 2  en uw redding, als u tenminste vasthoudt aan de boodschap die ik u verkondigd heb. Anders bent u tevergeefs tot geloof gekomen. 3  Het belangrijkste dat ik u heb doorgegeven, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen: dat Christus voor onze zonden is gestorven, zoals in de Schriften staat, 4  dat hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat, 5  en dat hij is verschenen aan Kefas en vervolgens aan de twaalf leerlingen. 6  Daarna is hij verschenen aan meer dan vijfhonderd broeders en zusters tegelijk, van wie er enkelen gestorven zijn, maar de meesten nu nog leven. 7  Vervolgens is hij aan Jakobus verschenen en daarna aan alle apostelen. 8  Pas op het laatst is hij ook aan mij verschenen, aan het misbaksel dat ik was. 9  Want ik ben de minste van de apostelen, ik ben de naam apostel niet waard omdat ik Gods gemeente heb vervolgd. 10  Alleen dankzij zijn genade ben ik wat ik ben. En zijn genade is bij mij niet zonder uitwerking gebleven. Integendeel, ik heb harder gezwoegd dan alle andere apostelen, niet op eigen kracht maar dankzij Gods genade. 11  Hoe dan ook, of zij het nu zijn of ik, wij verkondigen allemaal dezelfde boodschap, en door die boodschap bent u tot geloof gekomen. (NBV)

Soms vergeten we het wel eens en noemen we de maandag de eerste dag van de week, maar de zondag is nog steeds de echte eerste dag van de week. Bijna de hele week zullen we ons bezig houden met de lezing van het vijftiende hoofdstuk van de brief aan de inwoners van Korinthe. De hoofdstukindeling is overigens vrij willekeurig en pas in de Middeleeuwen aangebracht, maar ze komt ons deze komende week goed uit omdat we dan ook op afstand met elkaar weten wat we gaan lezen. Dit eerste deel is niet eenvoudig. Dat komt omdat het in eeuwen lijkt doodgepreekt. Wat moeten we met de gekruisigde Jezus die dood was en begraven en na drie dagen uit de dood is opgestaan? We willen dat misschien best geloven, misschien is het zo wel gegaan, we waren er niet bij, maar wat moeten we er mee.

Er worden ook nog allemaal getuigen bij gesleept die het geloven in het verhaal gemakkelijker moeten maken, maar ook die getuigen kennen we niet. Toch blijft dit verhaal ook na zoveel eeuwen verkondigd worden. En niet door de minsten. In deze brief schrijft Paulus dat al die apostelen, al die getuigen allemaal hetzelfde verkondigen. En Jos Brink vertelde ooit in zijn Amsterdamse Duif gemeente ook dat hij hetzelfde verkondigde als die Paulus. Dat zijn liefde voor mensen, die in het theater en op TV op grote massa’s afspatte, dezelfde liefde zou moeten zijn die Jezus voor de mensen had. Dat hij daarom mee leefde met de Aidspatiënten aan wie hij als buddy was toegewezen. Dat hij daarom de hand vasthield van zwaar dementerende patiënten in het verpleeghuis waar hij als pastor werkte. Wij wisten weinig en hoorden nog minder van de pastorale kant van Jos Brink. Hij stond zich er niet op voor. Het ging immers om de mensen zelf en niet om Jos Brink. En dat was ook dat Evangelie waar Paulis over schrijft.

Door de dood heen de liefde voor de mensen vast houden, bevrijding voor de armen verkondigen, daardoor de lammen laten lopen, de bedroefden troosten, de blinden laten zien en de doven laten horen. Wie durfde een Koningin op één lijn te stellen met zijn moeder, wie durfde over zijn eigen dood te roepen dat die groots beleefd moest worden met een uitvaart uit Carré, en natuurlijk een dienst in zijn eigen kerk? Hoe triest het einde van Jos Brink ook was, hoe we ook mee treurden, hem lukte het ook door zijn dood heen te blijven getuigen van zijn liefde voor de mensen en zijn liefde voor het meegaan in het verhaal van Jezus van Nazareth. Laat het ons ook moed geven in dat verhaal te blijven meegaan. Er zijn overigens prachtige boeken met teksten van Jos Brink die je kunnen helpen bij bidden en overdenken. En de gemeente in de Duif in Amsterdam is er nog steeds, daar kun je op zondag gewoon heen, net als naar de PKN kerk in je eigen buurt.

 

Zijn kruis op zich nemen

zondag, 27 augustus, 2017

Matteüs 16:21-28

21 ¶  Vanaf die tijd begon Jezus zijn leerlingen duidelijk te maken dat hij naar Jeruzalem moest gaan en veel zou moeten lijden door toedoen van de oudsten, de hogepriesters en de schriftgeleerden, en dat hij gedood zou worden, maar op de derde dag uit de dood zou worden opgewekt. 22  Petrus nam hem ter zijde en begon hem fel terecht te wijzen: ‘God verhoede het, Heer! Dat zal u zeker niet gebeuren!’ 23  Maar Jezus keerde hem de rug toe met de woorden: ‘Ga terug, achter mij, Satan! Je zou me nog van de goede weg afbrengen. Je denkt niet aan wat God wil, maar alleen aan wat de mensen willen.’ 24 ¶  Toen zei Jezus tegen zijn leerlingen: ‘Wie achter mij aan wil komen, moet zichzelf verloochenen, zijn kruis op zich nemen en mij volgen. 25  Want ieder die zijn leven wil behouden, zal het verliezen, maar wie zijn leven verliest omwille van mij, zal het behouden. 26  Wat heeft een mens eraan de hele wereld te winnen als hij er het leven bij inschiet? Wat zou een mens niet overhebben voor zijn leven? 27  Wanneer de Mensenzoon komt, in gezelschap van zijn engelen en bekleed met de stralende luister van zijn Vader, dan zal hij iedereen naar zijn daden belonen. 28  Ik verzeker jullie: sommigen van de hier aanwezigen zullen niet sterven voor ze de komst van de Mensenzoon en zijn koninklijke heerschappij hebben meegemaakt.’ (NBV)

Leuke meester was die Jezus van Nazareth. De ene dag prees hij de arme Simon, zoon van Jona,  als de rots op wie het nieuwe rijk gebouwd zou worden en de volgende dag werd dezelfde Simon uitgescholden voor Satan. En dat alleen omdat Simon Petrus het lijden, dat Jezus voorzag, wilde voorkomen. Er is toch niks beters dan het lijden, van iemand van wie je houdt, te voorkomen zou je denken. Nou niet helemaal. Als het gaat  omdat je nu eenmaal dingen moet zeggen en doen ter wille van de liefde voor de mensen, dan moet gedaan worden wat moet worden gedaan. Als je daarbij het lijden dat het mee kan brengen niet uit de weg wil gaan is tegenhouden van dat lijden zelfs verkeerd. Zwijgen en het lijden ontlopen omdat de mensen dat nu eenmaal meer op prijs stellen is dan niet aan de orde.

En daarmee komen we in een knoop terecht in onze dagen. Bij ons is namelijk een stevig beleid uitgezet tegen radicalisering. Problemen moet je bij de wortel aanpakken en degenen die problemen veroorzaken bij de naam noemen. Jezus noemde Simon dus Satan. Dat mag dus niet meer. Niet zo vreemd trouwens. Zo kun je je vrienden nog wel eens toespreken maar als je je vijanden zo gaat uitschelden dan zaai je meer oorlog en haat dan je lief is. Wij leven in een democratie, een manier van samen leven waar je met elkaar in gesprek moet blijven.  Die democratie hebben we dus niet voor niks. Die is er niet voor om deftige dames en heren te verheffen, maar om respect te krijgen voor ook de minsten in de samenleving en er voor te zorgen dat iedereen, maar dan ook werkelijk iedereen, daar aan mee mag doen. Maar wat voegt het toe? Wat verdien je er mee als je de zware weg gaat die nodig is om de wereld van geweld en dood te bevrijden?

Daar had Jezus het immers over gehad. Wat wij doen doet er toch niet toe of af. Wij zijn afhankelijk van genade. De keus die Jezus van Nazareth gemaakt heeft zal uiteindelijk de hele wereld tot een paradijs maken. Daar mogen we in geloven. Maar dat geloven is niet passief, geloven is een werkwoord. Of we geloven blijkt uit wat we gaan doen. En als er ooit een oordeel over ons geveld zal worden dan is niet de vraag of we vroom gebeden hebben en elke zondag naar de kerk zijn geweest maar of we inderdaad God en Jezus de macht hebben toegekend over heel de aarde. Als zij die macht hebben kunnen wij afzien van geweld en oorlog. Als zij die macht hebben mogen wij opstaan tegen onrecht, zonder angst. Als zij die macht hebben mogen wij de slachtoffers van alle tegenmachten en tegenkrachten helpen, dat zijn onze broeders en zuster. Zo mogen we elke dag duidelijk maken dat geloven in God, door zijn Zoon, zin heeft en dat wij dat mogen laten zien door zijn geest.

De rots waarop ik mijn kerk zal bouwen

zaterdag, 26 augustus, 2017

Matteüs 16:13-20

13 ¶  Toen Jezus in het gebied van Caesarea Filippi kwam, vroeg hij zijn leerlingen: ‘Wie zeggen de mensen dat de Mensenzoon is?’ 14  Ze antwoordden: ‘Sommigen zeggen Johannes de Doper, anderen Elia, weer anderen Jeremia of een van de andere profeten.’ 15  Toen vroeg hij hun: ‘En wie ben ik volgens jullie?’ 16  ‘U bent de messias, de Zoon van de levende God, ‘antwoordde Simon Petrus. 17  Daarop zei Jezus tegen hem: ‘Gelukkig ben je, Simon Barjona, want dit is je niet door mensen van vlees en bloed geopenbaard, maar door mijn Vader in de hemel. 18  En ik zeg je: jij bent Petrus, de rots waarop ik mijn kerk zal bouwen, en de poorten van het dodenrijk zullen haar niet kunnen overweldigen. 19  Ik zal je de sleutels van het koninkrijk van de hemel geven, en al wat je op aarde bindend verklaart zal ook in de hemel bindend zijn, en al wat je op aarde ontbindt zal ook in de hemel ontbonden zijn.’ 20  Daarop verbood hij de leerlingen ook maar tegen iemand te zeggen dat hij de messias was. (NBV)

Simon de zoon van Jonas had een bijnaam. Jona betekende duif en boodschapper, maar was de zoon van de duif ook zo zachtmoedig?. Simon was visser dus sterk, hij was rechtlijnig, zoals vissers ook vandaag de dag nog rechtlijnig kunnen zijn. Zijn bijnaam was dan ook rots, Petrus. Maar de combinatie van rechtlijnig en godsdienst brengt splitsingen inn religieuze bewegingen en volgens de meerderheid vaak wonderlijke ideeën. Die hoeven overigens niet altijd verkeerd te zijn maar je moet wel oppassen. In het stuk hierboven heeft onze Simon Petrus het ineens door. Die Jezus van Nazareth met zijn onvoorwaardelijke liefde voor de mensen en zijn boodschap van heb je naaste lief als jezelf die kan de hele wereld bevrijden.

Zo zal de God van de Wet van het heb uw naaste lief als uzelf zijn zoon gezien willen hebben. Die zoon lijkt het meest van ons allemaal op God, die God immers zag dat het goed was. Als je op die manier met elkaar omgaat heeft ook de dood geen invloed meer op je beslissingen en kan die de gemeenschap die je vormt niet meer omverwerpen. Dat is nauwelijks te geloven en Simon, bijgenaamd Petrus, zal dat geloof ook niet lang volhouden, ook daar gaan we nog van kunnen leren. Iemand die er van geleerd had was Roger Schutz, de abt van Taizé. Een Protestantse abt, en beetje raar voor Hollandse Calvinisten en Nederlandse Protestanten. Maar broeder Roger had al vroeg geleerd dat je de liefde voor mensen voorop moest zetten. Niet de liefde voor bezit of aanzien maar echte liefde voor mensen. En dat je pas echt voor mensen kunt zorgen als je ook voor jezelf zorgt. Daarom was hij naar dat kleine dorpje in Frankrijk gekomen, om in stilte voor zichzelf te zorgen, en voor de mensen.

Samen met zijn broeders die hetzelfde ideaal hadden, als een soort oefening in het leven in het nieuwe Koninkrijk van God. In de Tweede Wereldoorlog werd het een vluchthaven voor velen die met de dood werden bedreigd. Na de jaren 60 van de vorige eeuw werd het een inspiratiebron voor heel veel jonge Europeanen die moesten leren in een nieuwe wereld te leven. In dat nieuwe Europa waren de zuilen van geloven, de zuilen van landen, de zuilen van mensen die zich verheven hadden, omvergehaald. Verzoening en onvoorwaardelijke liefde voor mensen kwamen er voor in de plaats als het aan de gemeenschap van Taizé lag. Zo werd ook broeder Roger een rots waar velen naar opkeken. De gewelddadige dood van broeder Roger maakt dat niet stuk, dat gaat verder, want daar zien we nog steeds een heel klein stukje van het Koninkrijk van God.

 

Morgen mooi weer

vrijdag, 25 augustus, 2017

Matteüs 16:1-12

1 ¶  De Farizeeën en de Sadduceeën kwamen hem op de proef stellen met de vraag hun een teken uit de hemel te tonen. 2  Hij gaf hun daarop dit antwoord: ‘Wanneer de avond valt, zegt u: “Morgen mooi weer, want de hemel kleurt rood.” 3  En ‘s ochtends: “Storm op til, want het rood aan de hemel is dreigend.” De aanblik van de hemel weet u wel te duiden, en de tekenen van de tijd niet? 4  Dit is een verdorven en trouweloze generatie. Ze verlangt een teken, maar zal geen ander teken krijgen dan dat van Jona.’ Zo liet hij hen staan en vertrok. 5 ¶  De leerlingen voeren naar de overkant, maar waren vergeten brood mee te nemen. 6  Dus toen Jezus tegen hen zei: ‘Wees terdege op je hoede voor de zuurdesem van de Farizeeën en de Sadduceeën‘ 7  begonnen ze er met elkaar over te praten dat ze geen brood hadden meegenomen. 8  Jezus merkte het en zei: ‘Kleingelovigen, waarom bespreken jullie met elkaar dat je geen brood bij je hebt? 9  Begrijpen jullie het dan nog niet, en herinneren jullie je ook de vijf broden voor de vijfduizend niet, en hoeveel manden jullie weer ophaalden? 10  En ook niet de zeven broden voor de vierduizend en hoeveel manden jullie toen weer ophaalden? 11  Hoe is het mogelijk dat jullie niet begrijpen dat ik het niet over brood had? Wees op je hoede voor de zuurdesem van de Farizeeën en de Sadduceeën!’ 12  Toen begrepen ze dat hij niet bedoelde dat ze op hun hoede moesten zijn voor de zuurdesem in het brood, maar voor het onderricht van de Farizeeën en de Sadduceeën. (NBV)

Prachtig al die wonderen die zo maar in de Bijbel voorbij lijken te komen. Als je wilt weten wat van God is, nou let dan op de wonderen, dat denken veel mensen wel, maar zo zit het niet.  Jezus lijkt in dit verhaal niks van wonderen te willen weten. Als de religieuze leiders van zijn tijd vragen om een teken uit de hemel wijst hij op alle schijnzekerheden die ze steeds weer te berde brengen. Als weersvoorspellers naar de natuur gaan ze tekeer. Als het regent komt er water in de sloot en als de zon schijnt is het droog. Verder komen ze eigenlijk niet. Dat soort zekerheden kennen we nog steeds. Er komt een terroristische aanslag, zeker weten, alleen wanneer weten we nog niet, dus wees waakzaam. De vrijheden van burgers worden ingeperkt, grote massa’s politieagenten ingezet om iedereen te controleren. En uiteindelijk werd een arme Braziliaan in Londen doodgeschoten omdat hij hardlopend de metro wilde halen. En wie heeft zich niet eens gehaast om de trein of de bus te halen? Is dat voortaan gevaarlijk? En hoeveel wordt er gedaan om de oorzaken van het terrorisme weg te nemen?

De oorlogen in Irak en Afghanistan werden er mee gerechtvaardigd, maar daar zaten toen de terroristen niet. Die zitten inmiddels wel in Irak als een eigen Islamitische Staat, in de aanhangers van de vroegere dictatuur vinden ze warme bondgenoten. De tekenen van de tijd noemt men dan, nooit wordt het meer hetzelfde, we moeten ons wapenen. Dat ondertussen de rijken steeds rijker worden en de armen steeds armer, dat de honger in de wereld toeneemt in plaats van afneemt, dat de grenzen van de rijke landen meer gesloten worden in plaats van open dat zijn tekenen van deze tijd die niet genoemd en dus niet gezien worden. Wij zijn ondertussen druk bezig met discussies over de benzineprijs. Autorijden is belangrijker op dit moment dan de toekomst van onze kleinkinderen. We gaan te gronde als we niets aan de overmatige prijzen doen, roepen politici in koor. Alsof er niet genoeg op de hele wereld is om iedereen te eten te geven.

Alleen, als we door blijven gaan om kostbare grondstoffen in een hoog tempo op te maken, scheppen we problemen voor hen die na ons komen. Echte liefde voor mensen zou ons daarvoor moeten behoeden. Dat we wat minder auto rijden is niet zo erg, er is ook openbaar vervoer en dat kan ook nog beter, met meer werk voor werklozen. Jezus waarschuwde voor de propaganda van het eigen belang. Pas als er wonderen worden verricht is het waar zo wil men ons doen geloven. Niks er van zei hij: pas als er gedeeld wordt is het waar. Op dus naar een duurzame samenleving, waar plaats is voor iedereen en niemand wordt uitgesloten van zorg en voedsel. Een samenleving waar tranen worden gedroogd, waar niemand bang hoeft te zijn niet meer te mogen geloven wat men gelooft, waar een kind speelt in het hol van een slang en niemand voor zijn tijd hoeft te sterven.  In de Bijbel noemden ze dat het Koninkrijk van God.

 

Ze hebben niets meer te eten

donderdag, 24 augustus, 2017

Matteüs 15:29-39

29 ¶  Jezus trok weer verder. Bij het Meer van Galilea ging hij de berg op; daar ging hij zitten. 30  Er kwamen grote mensenmassa’s op hem af. Men had verlamden, blinden, kreupelen, doofstommen en vele anderen meegebracht, die men aan zijn voeten legde, en hij genas hen allen. 31  De mensen zagen vol verwondering hoe doofstommen gingen spreken, kreupelen beter werden, verlamden gingen lopen en blinden weer konden zien, en ze brachten hulde aan de God van Israël. 32  Nadat Jezus zijn leerlingen bij zich had geroepen, zei hij: ‘Ik heb medelijden met al die mensen, want ze zijn nu al drie dagen bij me en ze hebben niets meer te eten. En hen met een lege maag naar huis sturen wil ik niet, want dan zouden ze onderweg bezwijken.’ 33  De leerlingen antwoordden: ‘Maar waar halen we in deze verlatenheid genoeg brood vandaan om al die mensen te voeden?’ 34  Jezus vroeg hun: ‘Hoeveel broden hebben jullie?’ Ze zeiden: ‘Zeven, en wat visjes.’35  Hij gaf de mensen opdracht op de grond te gaan zitten. 36  Toen nam hij de zeven broden en de vissen, sprak het dankgebed uit, brak de broden en deelde ze uit aan de leerlingen, en de leerlingen gaven ze aan de mensen. 37  Iedereen at en werd verzadigd, en toen ze de stukken brood die over waren ophaalden, hadden ze zeven manden vol. 38  Er hadden ongeveer vierduizend man gegeten, vrouwen en kinderen niet meegeteld. 39  Nadat hij de mensen had weggestuurd, stapte hij in de boot en voer naar de omgeving van Magadan. (NBV)

Getallen staan er in de Bijbel soms niet zomaar. Als we ergens 12 zien staan denken we aan de 12 zonen van Jacob die hun namen gaven aan de 12 stammen van Israel. Jezus zocht laten 12 zendelingen uit die als de Apostelen er op uit werden gestuurd om zijn verhaal te vertellen. Een tijdje geleden hadden we het over het verhaal waarin een grote groep mensen te eten kreeg terwijl iedereen dacht dat er niks meer zou zijn. Er bleven toen 12 manden brood over, genoeg dus eigenlijk om het hele volk van te eten te geven. Er is nog zo’n getal is dat is 7. Het wordt wel het heilige getal genoemd en het staat voor de volmaakte wereld, de hele wereld, maar dan zoals die bedoeld is. Daarvan staat in het begin van de Bijbel dat God er naar keek en zag dat het goed was. In het verhaal waarnaar hierboven wordt verwezen bleven er zeven manden over. Genoeg dus om de hele wereld te eten te geven. Niet zo vreemd natuurlijk als je eerst de kruimels van de tafel voor de buitenlandse bestemd.

En natuurlijk net als in het eerste verhaal over het te eten geven van het volk, waren ook hier de vrouwen vergeten die na drie dagen nog te eten hadden, zij werden niet meegeteld. Maar vrouwen gaan niet op stap zonder proviant, zeker niet als ze ook nog hun kinderen mee nemen, mannen wel, die rennen zo de deur uit en zien wel. Vijf broden en een paar visjes brachten de leerlingen ter tafel. Er is dus echt genoeg te eten voor de hele wereld. We hebben zelfs over, in de rijke wereld gooien we genoeg weg, elke dag, om bijna iedereen in de rest van de wereld te eten te geven. Mensen uit verschillende kerken zagen dat en gingen dat eten ophalen, eten dat de bakker over heeft, dat de groenteboer en de slager over hebben, dat de supermarkt weer terug moet sturen. Dat eten verdeelden ze onder mensen in hun eigen dorp en stad die zo arm zijn dat ze te kort hebben om eten te kopen.

Dat leek eerst wel aardig en niet zo nodig. Maar in ons rijke Nederland weten we zo slecht met elkaar te delen. Als we de crisis vergeten zijn roepen we iedereen weer om het kwartier op de TV op om schulden te maken bij leningboeren. Zodat er toch steeds meer mensen komen die niet meer buiten de voedselbanken kunnen. Er zijn geen wettelijke grenzen aan lenen en aflossen. De grote verleiders kunnen ons blijven wijsmaken dat we ook dat laatste mooie truitje, of die keuken nodig hebben. En net als bij roken en snoepen denken straks veel te veel mensen dat de waarschuwingen tegen lenen in die advertenties wel niet voor hen zullen zijn, zij hebben toch goed nagedacht? Als je het bedrag dat je wilt lenen niet bij elkaar hebt weten te sparen dan lukt het je ook niet om de lening af te lossen. We zullen de voedselbanken maar moeten blijven steunen, en misschien willen een paar van die leningboeren wel zo’n voedselbank sponseren, doet een enkeling per slot ook met een voetbalclub.

Help mij

woensdag, 23 augustus, 2017

Matteüs 15:21-28

21 ¶  En weer vertrok Jezus; hij week uit naar het gebied van Tyrus en Sidon. 22  Plotseling klonk de roep van een Kanaänitische vrouw die uit die streek afkomstig was: ‘Heb medelijden met mij, Heer, Zoon van David! Mijn dochter wordt vreselijk gekweld door een demon.’ 23  Maar hij keurde haar geen woord waardig. Zijn leerlingen kwamen naar hem toe en vroegen hem dringend: ‘Stuur haar toch weg, anders blijft ze maar achter ons aan schreeuwen.’ 24  Hij antwoordde: ‘Ik ben alleen gezonden naar de verloren schapen van het volk van Israël.’ 25  Maar zij kwam dichterbij, wierp zich voor hem neer en zei: ‘Heer, help mij!’ 26  Hij antwoordde: ‘Het is niet goed om de kinderen hun brood af te nemen en het aan de honden te voeren.’ 27  Ze zei: ‘Zeker, Heer, maar de honden eten toch de kruimels op die van de tafel van hun baas vallen.’ 28  Toen antwoordde Jezus haar: ‘U hebt een groot geloof! Wat u verlangt, zal ook gebeuren.’ En vanaf dat moment was haar dochter genezen. (NBV)

Er zijn allerlei manieren om mensen te helpen. Je kunt mensen negeren. Soms helpt dat. Uit onderzoek naar mensen die op een wachtlijst bij de Geestelijke Gezondheidszorg stonden bleek dat een flink deel van die mensen zonder verdere hulp al genas. Erkenning van een probleem, ook door henzelf was al genoeg om hen aan een oplossing te doen werken. Je kunt ook mensen helpen om er maar vanaf te zijn. Zoals de leerlingen van Jezus in het  verhaal van hierboven proberen, zo van ze roept zo hard, dat staat kennelijk lelijk, dat trekt maar ongewenste aandacht. We zien die vorm van hulpverlening nog wel eens bij politici. Dan moeten ineens alle zwervers geholpen worden. Niet met hun probleem, dat kan nog heel verschillend en ingewikkeld zijn, maar met hun gezwerf, geen gezicht, dus: of naar een inrichting of naar een deel van de stad waar ze niet worden gezien.

Je hebt ook nog de zogenaamde Rode Kruis agressie. Problemen voor mensen oplossen omdat je het gevoel hebt dat het moet, daar ben je toch voor. Het spreekwoord dat je beter iemand kan leren vissen dan een vis geven helpt dan niet. Toch is het natuurlijk altijd goed om je af te vragen wat helpen in een bepaalde situatie echt betekent. Help je iemand door alles over te nemen, of help je iemand door te laten zien dat die het zelf ook kan oplossen? De geleerden zijn het er niet over eens wat hier uiteindelijk van Jezus gevraagd wordt. De nieuwe vertaling heeft het over wegsturen, maar de oude Statenvertaling had het over laten gaan. Het oorspronkelijke Grieks zou misschien ook met bevrijden vertaald kunnen worden en dan hebben de leerlingen meer door dan de Nederlandse vertaling ons wil doen geloven. Het brengt Jezus wel in gesprek met de vrouw. Een buitenlandse, een Kanaänitische, en dat staat vaak voor buitenlands van het ergste soort.

Jezus gaat eerst na wat voor hulp gevraagd wordt. Is dit een moeder die het probleem dat een dochter kan zijn op een ander wil afwentelen? Kennelijk niet want de moeder is bereid zelf voor haar dochter door het stof te gaan. Dat maakt het Jezus mogelijk iets te doen. En wat dan? Wat de dochter mankeert blijft buiten het verhaal. Ze was genezen omdat haar moeder wilde dat ze genas. De inzet van ouders voor hun kinderen kan groot zijn. Dat betekent niet dat ongeneeslijk zieke kinderen genezen als hun ouders maar genoeg van ze houden, integendeel. Kinderen die ongeneeslijk ziek zijn genezen niet, hoezeer hun ouders ook van ze houden, maar die liefde maakt wel dat de kwaliteit van leven omhoog kan gaan. Wetenschappelijk onderzoek, voorzieningen voor zieken en gehandicapten, instellingen en ziekenhuizen, het is er vaak door de inzet van zulke ouders gekomen. Die ouders gaan niet alleen door het stof voor hun eigen kind, maar voor alle kinderen. Alleen zulke onvoorwaardelijke liefde voor mensen helpt, maar hulp vragen is eigenlijk heel gewoon.

God is mijn helper

dinsdag, 22 augustus, 2017

Psalm 54

1 ¶  Voor de koorleider. Bij snarenspel. Een kunstig lied van David, 2 toen de inwoners van Zif aan Saul waren gaan zeggen: ‘Weet u niet dat David zich bij ons schuilhoudt?’ 3 God, bevrijd mij door uw naam, verschaf mij recht door uw macht. 4 God, luister naar mijn gebed, hoor de woorden van mijn mond. 5 Vreemden vallen mij aan, zij staan mij met geweld naar het leven, zij houden God niet voor ogen. sela 6 Zie, God is mijn helper, de Heer is het die mijn leven draagt. 7 Laat het kwaad zich keren tegen mijn belagers, toon uw trouw en breng hen tot zwijgen. 8 Van harte zal ik u offers brengen en uw naam loven, HEER, want hij is goed: 9 hij heeft mij uit de nood gered, onbevreesd zie ik mijn vijanden aan. (NBV)

Vandaag zingen we met de kerk mee in een leerdicht. Een lied waar je ook nog van kunt leren. In de Nieuwe Bijbelvertaling is dat begrip leerdicht een beetje weggevallen en dat is jammer. Via liederen kun je soms belangrijke lessen beter onthouden. De Psalm is geschreven zegt het opschrift in een historische situatie. Volgens het boek Samuel waren er zelfs twee van. We weten natuurlijk van de strijd tussen Koning Saul en de jonge David die aan de lopende band de vijanden van Israel wist te verslaan. Saul zocht David en de inwoners van de stad Zif, in het land van de stam Juda, vertelden tot twee maal toe waar Saul David kon vinden, twee maal ontsnapte David overigens. Het waren dus landgenoten die David hebben verraden aan zijn vervolgers, maar David verklaard ze tot vreemden. Daar wilde hij niet bij horen. Denk aan de vliegtuigen de wolkenkrabbers van New York binnenvlogen. Gekaapt en bestuurd door fundamentalistische moslims. Door hen voelden verreweg de meeste moslims zich door die daad verraden.

Hun leven is er niet gemakkelijker op geworden. Ze moeten net als niet moslims bang zijn voor herhaling van dit soort daden maar worden ook nog aangezien voor mogelijke veroorzakers van dit soort daden. Hoe verklaren ze nu de daders van de elfde september tot vreemden in de moslimgemeenschap? Hoe overtuigen ze ons? Bijna niet, alle verklaringen en interne maatregelen ten spijt blijft de kloof groeien. David geeft aan het eind van deze psalm een mogelijke weg om er wat aan te doen. Hij blijft bereid aan God te offeren, en we weten uit de lezing van het boek Deuteronomium dat dat ook betekent een maaltijd bereiden voor je familie, de armen, de ambtenaren en de vreemdelingen die in je midden wonen. Samen eten met moslims kan de angst verminderen. Ze willen best. Sinds die aanvallen op het World Trade Centre in New York wordt ons angst aangepraat.

We moeten angst hebben voor de aanhangers van dat vreemde geloof, voor die vreemde mannen met baarden en jurken in plaats van spijkerbroeken, voor die mannen die zo’n rare onverstaanbare taal spreken, een taal die voor buitenstaanders wel op Fries lijkt. Mensen die denken dat ook de Bijbel oproept om daar angst voor te hebben die hebben de Bijbel nog niet helemaal goed gelezen. In de Psalm die we vandaag lezen dankt David God dat die hem heeft gered en zegt David dat hij zijn vijanden onbevreesd aan ziet. Pas zonder angst kunnen we ons bevrijden van vijandschap, kunnen we wegen vinden om vrede te krijgen. We noemden al de maaltijd die je in navolging van het Oude Testament en ter nagedachtenis  van Jezus van Nazareth met de vreemdelingen kan houden. Maar als je met hen over hun geloof praat dan zul je horen dat ze er van overtuigd zijn in dezelfde God te geloven als waarover we lezen in het Oude en Nieuwe Testament. Abraham, Mozes en Jezus kennen zij ook. Stappen op weg naar vrede kunnen we elke dag zetten, ook vandaag weer.