Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor juli, 2017

Leugenaars wordt de mond gesnoerd.

maandag, 31 juli, 2017

Psalm 63

1 ¶  Een psalm van David, toen hij in de woestijn van Juda was. 2 God, u bent mijn God, u zoek ik, naar u smacht mijn ziel, naar u hunkert mijn lichaam in een dor en dorstig land, zonder water. 3 In het heiligdom heb ik u gezien, uw macht en majesteit aanschouwd.  4 Uw liefde is meer dan het leven, mijn lippen zingen uw lof. 5 U wil ik prijzen, mijn leven lang, roepend uw naam, de handen geheven. 6 Dan wordt mijn ziel verzadigd met uw overvloed, jubel ligt op mijn lippen, mijn mond zal u loven. 7 Liggend op mijn bed denk ik aan u, wakend in de nacht prevel ik uw naam. 8 U bent altijd mijn hulp geweest, ik juichte in de schaduw van uw vleugels. 9 Ik ben aan u gehecht, met heel mijn ziel, uw rechterhand houdt mij vast. 10 Laat verzinken in de diepten der aarde wie mij naar het leven staan, 11 laat ten prooi vallen aan de jakhalzen wie mij uitleveren aan het zwaard. 12 Maar de koning zal zich verheugen in God, wie hem trouw zweert, prijst zich gelukkig-leugenaars wordt de mond gesnoerd. (NBV)

Vandaag zingen we een liedje mee uit het boek van de Psalmen. Een liedje van verlangen is het wel genoemd. Veel Psalmen zijn aan Koning David toegeschreven, van hem werd immers gezegd dat hij zo op de harp kon spelen dat zelfs de kwaadste koning in een milde bui kwam. Dit zou dan een van de vroege liederen van David geweest moeten zijn. Uit de tijd dat hij nog geen koning was maar een soort roverhoofdman die, vervolgd door zijn koning, met een klein legertje in de woestijn verbleef en van daaruit invallen pleegde bij de buurvolken van Israël. Hij hield zich daarmee in leven en beteugelde de roofzucht van de buurvolken die de nare gewoonte hadden in de oogsttijd de oogst van de boeren van Israël te komen inpikken. Koning David is in de loop van de geschiedenis van Israël het symbool geworden van hoe God zou willen dat een Koning regeert. Centraal daarbij staat de Tempel in Jeruzalem, waar David overigens nog geen weet van heeft gehad.

Voor David was er nog de Tabernakel, de tent die het volk door de woestijn had gesjouwd en waarin de Goddelijke richtlijnen werden bewaard. De richtlijnen die het volk in de Woestijn had gekregen en waardoor ze zouden kunnen overleven en uiteindelijk een land zouden kunnen bereiken dat overvloeit van melk en honing. Die Tabernakel was ook de tent der ontmoeting. Daar kreeg het volk contact met wat hun God van hen wilde. Daar moesten ze oefenen in het delen van wat ze hebben met de armen en met de vreemdelingen. Offeren moesten ze om het delen te oefenen, maaltijden moesten ze houden met de tempeldienaren, de armen, hun familie en de vreemdelingen die hen bij het werk hielpen. Een volk dat zo leeft is een machtig volk, dat bezingt David in deze Psalm. Voor een dergelijk leven kun je je God een leven lang prijzen, want een leven op die manier gaat het gewone leven ver te boven, je deelt je leven immers met velen en vele delen hun leven met jou.

Maar waarom spreekt men dan bij deze Psalm over een liedje van verlangen? In het tweede deel van de Psalm gaat het over de vijanden van David. Die vijanden zijn er in overvloed. Leugenaars die vertellen dat David de Koning van zijn troon wil stoten om zelf de macht te grijpen. Buurvolken die ondanks de verdediging toch blijven proberen de boeren van Israël van hun oogst te blijven beroven. David vraagt zijn God om verlost te worden van deze vijanden, maar voorlopig zit hij nog gewoon in de woestijn. Er wordt wel eens beweerd dat als je nu maar in God gaat geloven, of in Jezus Christus, al je problemen als sneeuw voor de zon zullen verdwijnen. Deze Psalm weerspreekt dat. God trekt met je mee en de God van Israël heeft weet van het lijden van de mensen. De God van Israël roept voortdurend op om elkaar te helpen en daarmee te verlossen van het lijden of het lijden te verzachten. Door zo te leven wordt het lijden ook van jezelf verzacht. Maar de God van Israël is geen tovergod die het duister van elk mens apart in licht doet verkeren. Bij de God van Israël zijn juist in het duister de lichtpuntjes beter zichtbaar, dat is ook wat David op de been houdt, dat maakt dat wij vandaag dat liedje van verlangen mee mogen zingen. Dat verlangen brengt licht voor de hele wereld. Want ook wij verlangen naar een wereld waar iedereen zorg heeft voor de naaste.

 

Een tent die nooit wordt afgebroken

zondag, 30 juli, 2017

Jesaja 33:17-24

17  Met eigen ogen zul je een koning in al zijn schoonheid aanschouwen, weldra zul je een land zien dat zich uitstrekt tot in de verte. 18  Met pijn in het hart  zul je aan de verschrikkingen terugdenken: Waar zijn nu de mannen die schreven en wogen, waar is de man die de torens telde? 19  Je ziet dat onbeschaamde volk niet meer terug, dat volk met zijn onverstaanbare taal, zijn vreemde, onbegrijpelijke tongval. 20  Aanschouw dan Sion, de stad waar wij onze feesten weer vieren. Met eigen ogen zul je Jeruzalem zien, een oord waar je ongestoord kunt wonen, een tent die nooit wordt afgebroken, waarvan geen tentpin ooit wordt uitgerukt en geen touw wordt losgemaakt. 21  Daar toont de HEER ons zijn macht. Daar stromen rivieren en is het water uitgestrekt, maar geen galeien varen daarop, geen machtige schepen trekken langs. 22  Want de HEER is onze rechter, de HEER is onze wetgever, de HEER is onze koning, hij zal ons redden. 23  De touwen hangen slap en ontspannen, de tentpaal hoeft niet meer recht overeind, het vaandel niet gehesen. Dan wordt de rijke buit verdeeld, zelfs de verlamden plunderen mee. 24  Geen inwoner zegt nog: ‘Ik ben ziek, ‘de hele bevolking is van schuld bevrijd. (NBV)

Zou al dat roepen om recht en gerechtigheid iets veranderen? Dat ooit een God heeft opgeroepen je naaste lief te hebben als jezelf heeft dat vandaag de dag nog enige betekenis. Er zijn mooie woorden gezegd over de terugkeer uit de ballingschap, de Tempel zou herbouwd worden en Jeruzalem een stad van vrede en vreugde worden. Maar toen bij ons de slachtoffers van de concentratiekampen terugkwamen na de Tweede Wereldoorlog bleken hun huizen bewoond door anderen en waren hun bezittingen gestolen en verhandeld. Pas als je zweeg dan kon je weer mee doen met een samenleving die weer net  als voor de Tweede Wereldoorlog was gebeurd in zuilen uiteen viel en waar elke zuil vond dat ze de beste overtuiging had. Het zou heel lang duren voor Christelijk Nederland door zou krijgen dat de kinderen van Abraham de kinderen waren van de God die zij mochten aanbidden. Die kinderen van Abraham hadden hun eigen feesten en daar hadden ze recht op.

Het moet ons gaan over rechtvaardig leven, zo leven dus dat anderen tot hun recht kunnen komen, kunnen realiseren wie ze zijn en wat ze kunnen betekenen voor de samenleving. Dan pas gaan we begrijpen waar Jesaja het over heeft. Jezus van Nazareth zal het daarbij hebben over genezing van zieken. Jesaja zelf heeft het elders over lammen die huppelen, stommen die spreken, doven die horen en blinden die het licht zullen zien. De waarheid moet gezegd worden. Woekerwinsten door afpersing moeten geweigerd worden. Wie zijn eigenlijk die financiële markten die Spanje en Italië zulke woekerrentes opleggen voor de staatsleningen die ze nodig hebben? Wordt het niet tijd dat ze zich bekend maken en verantwoording afleggen voor de woekerwinsten die ze krijgen door hele staten af te persen? Natuurlijk willen we niet aanhoren dat een moord wordt beraamd en kunnen we niet aanzien dat kwaad geschied. Maar melden we dat ook altijd bij de overheid? Zoeken we publiciteit als er niet genoeg wordt gereageerd?

Het zal duidelijk zijn dat we alleen in een veilige stad, een veilig land, kunnen wonen als we onszelf daarvoor inzetten. Als we bereid zijn bondgenootschappen te sluiten met anderen die het goede willen en niet dan het goede. Dan zul je een land zien dat zich uitstrekt tot de verte. Dan zijn de deurwaarders en de valse kruideniers verdwenen, dan vervuilt de projectontwikkelaar niet langer het landschap met overbodige kantoortorens. Dan zijn de politici met hun geheimzinnige vaktaal uitgebannen en begrijpen we elkaar ondanks onze verschillende afkomst en cultuur. Dan is de stad een oord waarvan de tijdelijkheid wordt beseft, dan behouden we het oude niet omdat we bang zijn voor het nieuwe, maar weten we dat de macht van de Liefde regeert voor iedereen. Gelukkig dat we elke dag opnieuw mogen beginnen aan zo’n samenleving te bouwen, ook vandaag weer.

Nu zal ik opstaan

zaterdag, 29 juli, 2017

Jesaja 33:1-16

1 ¶  Wee de verwoester, zelf nooit verwoest, en de verrader, nog nooit verraden. Wanneer er een eind komt aan je verwoesten, dan word je zelf verwoest, en wanneer er een eind komt aan je verraad, dan word je zelf verraden. 2  O HEER, wees ons genadig, op u vestigen wij onze hoop. Wees ons tot steun, iedere dag opnieuw, red ons in tijden van nood. 3  Voor uw schrikwekkend tumult slaan de volken op de vlucht, wanneer u zich verheft stuiven ze uiteen. 4  De buit wordt bijeengebracht zoals sprinkhanen dat doen, men stort zich erop als een sprinkhanenzwerm. 5  Hoog verheven is de HEER, hij woont hoog hierboven. Hij vult Sion met recht en gerechtigheid. 6  Hij is ons houvast, zolang wij leven. Wijsheid en toewijding leiden tot redding, eerbied voor de HEER is Sions rijkdom. 7  Nu nog schreeuwt Ariël het uit  en wenen vredeboden bittere tranen. 8  De wegen liggen verlaten, op de paden bevindt zich niemand meer. Verdragen worden verbroken, getuigen niet meer geloofd, geen mens staat nog in achting. 9  Het land verdroogt en verdort, de Libanon is onteerd en verwelkt; de Saron is een wildernis geworden, Basan en de Karmel zijn kaalgeslagen. 10  Nu zal ik opstaan, zegt de HEER, nu zal ik mij trots verheffen, fier richt ik mij op. 11  Jullie zijn zwanger van dor gras en wat jullie baren is kaf; jullie geest is een vuur dat jullie zelf verteren zal. 12  De volken zullen branden als in een kalkoven, in vlammen opgaan als weggekapte doornstruiken. 13 ¶  Jullie die ver weg wonen, hoor wat ik gedaan heb, en jullie dichtbij, erken mijn kracht.14  De zondaars in Sion sidderen, de goddelozen worden door angst bevangen: ‘Wie van ons kan wonen in verterend vuur? Wie kan wonen in vuur dat eeuwig brandt?’ 15  Wie rechtvaardig leeft en de waarheid spreekt, wie woekerwinst door afpersing weigert, wie aangeboden steekpenningen afwijst, wie niet wil toehoren als een moord wordt beraamd, wie niet kan aanzien hoe het kwaad geschiedt- 16  hij zal hoog hierboven wonen, veilig in de onneembare rotsburcht; in zijn brood wordt voorzien, aan water is nooit gebrek. (NBV)

Er zijn van die boeven die gemakkelijk met hun daden weg lijken te kunnen komen. Soms worden ze zelfs een soort helden doordat ze kunnen ontkomen aan een overheid naar wie verder iedereen luistert omdat het nu eenmaal de gewenste rechtvaardigheid brengt. Het lijkt allemaal mooi en spannend en de daders zijn ongrijpbaar en onverwoestbaar. Maar zelfs oorlogsmisdadigers uit de Tweede Wereldoorlog worden nog 70 jaar na hun misdaden achtervolgd om hun slachtoffers gerechtigheid te brengen en ze sterven terwijl ze zich bedreigd met geweld en gevangenschap moeten voelen. Zo zal het ook gaan met die zogenaamde helden die misdrijven hebben begaan. Er komt een dag dat er ook met hen afgerekend zal worden en dat ook zij hun gerechte straf zullen ondergaan.

De schrijver van het gedeelte dat we vandaag lezen zet zijn hoop op de God van Israël. Jeruzalem wordt bedreigd, het volk staat aan de vooravond van de ballingschap. Er zijn nog herinneringen aan verhalen over belegeraars die op de vlucht sloegen voor een plotseling rumoer, een geluid van valwinden of onweersstormen. Of een geluid van brekende kruiken en schreeuwende soldaten zoals bij Gideon. Ook nu zou een dergelijk tumult het benarde volk uitkomst kunnen bieden. Maar nog zijn de belegeraars in de meerderheid. De oogsten worden door hen geroofd. Dat doet de profeet denken aan de Wet van de God van Israël, die oogst was bestemd om te delen, te delen bij de Tempel op de berg Sion met de armen, met de levieten en zelfs met de vreemdelingen uit landen die op dit moment hun kampement voor Jeruzalem hebben opgeslagen.

Ook al schreeuwt Jeruzalem, hier aangeduid als Ariël, het uit in opperste wanhoop, het inzicht in de Wet van heb uw naaste lief, de manier om God lief te hebben boven alles zou toch de kracht van het volk moeten zijn. Alle landen die rond Israël liggen zijn al verwoest door de vijand die Jeruzalem belegerd. Nu wordt het tijd dat God opstaat tegen alle ellende. En het vertrouwen is zo groot dat de profeet er al van uit gaat dat God dat al doet. Het ligt aan het volk, heeft de God van Israël nog een volk? Een vraag die ook wij ons vandaag mogen stellen. Lossen we de crisis op door steeds zwaardere lasten, of brengen we recht en gerechtigheid door het delen met de rijken steeds dwingender ook aan de rijken op te leggen. Maken we een samenleving van delen met elkaar, delen van onze oogsten ook, of maken we een samenleving van ieder voor zich, waar het recht van de sterkste zegeviert? Elke dag opnieuw mogen we kiezen voor de samenleving van de God van Israël. Zo zal dan ook onze crisis overgaan, als we voor zijn weg kiezen, ook vandaag weer.

De vesting zal verlaten liggen

vrijdag, 28 juli, 2017

Jesaja 32:9-20

9 ¶  Sta op, zorgeloze vrouwen, hoor mij aan, meisjes vol vertrouwen, luister naar mijn woorden. 10  Over iets meer dan een jaar zullen jullie sidderen, jullie die nu nog vol vertrouwen zijn. Want dan is er geen wijnoogst meer, geen pluk die nog vruchten oplevert.  11  Beef, jullie zorgelozen, sidder, jullie die vol vertrouwen zijn. Kleed je uit tot op het naakte lijf en trek een rouwkleed aan. 12  Zij slaan zich in wanhoop op de borst, weeklagend om de prachtige akkers, om de vruchtdragende wijnstokken. 13  Dorens en distels overwoekeren het land van mijn volk, elk huis waar vreugde heerst en elke stad vol feestgedruis. 14  De vesting zal verlaten liggen, het rumoer van de stad valt stil. Burcht en wachttoren worden ruïnes voor altijd, een lustoord voor wilde ezels, weidegrond voor het vee. 15  Zo zal het blijven totdat van boven een geest over ons wordt uitgegoten. Dan zal de woestijn een boomgaard worden, een boomgaard die is als een woud.16  Het recht zal zich vestigen in de woestijn, gerechtigheid wonen in de boomgaard. 17  Dan zal de gerechtigheid vrede stichten, ze brengt rust en vertrouwen voor altijd. 18  Mijn volk zal wonen in een oase van vrede, een veilige woonplaats, een oord van ongestoorde rust. 19  In het woud op de helling suist de koelte, beneden in de vlakte strekt de stad zich uit. 20  Gelukkig zijn jullie die zaaien langs het water, die os en ezel in het gareel houden. (NBV)

Wie in onze dagen hoort spreken over de Heilige Geest, hoort over het algemeen over het Pinksterverhaal alsof het daarmee pas begonnen is. Nu werd op het eerste Pinksterfeest na de kruisiging van Jezus van Nazareth de Geest inderdaad uitgestort op talrijke mensen, in Jeruzalem, die zich bij de nieuwe beweging van de Weg aansloten, maar het verhaal over de Geest van God begint in de Bijbel al op de eerste bladzijde. Dan immers zweeft de Geest van God over de chaos die de aarde dan nog is, woest en ledig. En die Geest van God maakt dan van de aarde een wereld waarop mensen kunnen leven, waarop mensen van elkaar kunnen houden. Het zijn die mensen die de aarde voortdurend weer tot een chaos maken en moeten smeken om de Geest van God om er weer een leefbare wereld van te maken. Vandaag lezen we daarover in het boek van de profeet Jesaja.

Profeten zien de maatschappij aan en zien waarop het uit zal lopen als je zo doorgaat. Jesaja ziet de oogstfeesten. De druivenpluksters zijn teruggekeerd uit de wijngaarden, de druiven gaan in de persbakken en onder vrolijk handgeklap springen de pluksters in het rond om er het druivensap uit te persen waarvan de wijn gemaakt kan worden. Een proces dat al eeuwen en eeuwen oud is. En altijd en overal is het een feest. De profeet ziet echter donkere wolken. Er zijn dreigingen aan de horizon. Wereldmachten spannen samen om de macht in de wereld aan de ander te ontnemen. Kleine volken zullen daarbij vermorzeld worden. Vooral omdat een volk als Juda ook nog de verkeerde bondgenootschappen kiest, ze maakt de keuze voor Egypte. Jesaja roept daarom de druivenpluksters op te gaan demonstreren. Niet de feestkleding maar de rouwkleding moeten ze dragen en dan door de straten gaan, dat zal indruk maken. Want de volgende druivenoogst zal mislukken, dan is de stad en zijn de wijngaarden vernield door een machtige vijand.

Een somber vooruitzicht schetst de profeet de meisjes van Jeruzalem. Maar er is ook hoop. De ellende die de onverschilligheid en het voortdurend blijven feesten met zich meebrengt zal hen ook tot bezinning brengen. Ze zullen weer terugkeren naar de Weg van de God van Israël en in zijn Geest de samenleving gaan beheersen. Dat betekent dat mensen weer recht zal worden gedaan, dat zelfgemaakte gouden en zilveren goden worden afgeschaft. Dat betekent dat er weer zorg is voor de minsten, de zwaksten in de samenleving. Dat zorg gaat voor feesten en dat er op gelet wordt dat iedereen mee kan doen aan het genieten van hetgeen de God van Israël gegeven heeft. En van gerechtigheid komt vrede, dan hoeft niemand immers ontevreden te zijn. Dan zal het verstand weer terugkeren want wie nadenkt zal weten dat de meest vruchtbare grond langs het water gevonden wordt. Voor ons geldt die roep om de zorg voor de minsten voorop te stellen ook, misschien moeten ook wij soms eens wat vaker demonstreren, maar zorgen kunnen we elke dag weer opnieuw in de Geest van de God van Israël, zodat er een leefbare wereld ontstaat, ook vandaag weer.

Hij zet zich in voor al wat edel is.

donderdag, 27 juli, 2017

Jesaja 32:1-8

1 ¶  Een koning die rechtvaardig regeert en leiders die leiden volgens het recht 2  zijn als een beschutting tegen de wind, als een schuilplaats voor een wolkbreuk, als waterstromen in een dorre streek,  als de koele schaduw van een rots in een dorstig, uitgedroogd land. 3  Ogen zullen niet langer blind zijn, oren luisteren weer aandachtig; 4  de onbezonnen geest verwerft kennis en inzicht, de tong van stotteraars spreekt vloeiend en vlot. 5  Dan wordt een dwaas niet meer edel genoemd, een bedrieger niet langer aanzienlijk. 6  Want een dwaas spreekt dwaas en zijn hart brengt ongerechtigheid voort: hij handelt goddeloos en hij lastert de HEER;  wie honger lijdt laat hij onverzadigd, de dorstige geeft hij niets te drinken. 7  Een bedrieger kiest valse middelen, hij beraamt snode plannen en tracht, door leugens rond te strooien, de verdrukte in het verderf te storten, en de zwakke wanneer die zijn recht bepleit. 8  Maar een edel mens zint op edele daden, hij zet zich in voor al wat edel is. (NBV)

Kijk zo zien we dat straks graag. Een koning die rechtvaardig regeert en leiders die leiden volgens het recht. Dat zijn de mensen die zich inzetten voor al wat edel is. We zullen moeten afwachten tot het eind van de formatie. We konden bij de verkiezingen zelf de beschutting tegen de wind kiezen, de schuilplaats voor een wolkbreuk, de waterstromen in een dorre streek, de koele schaduw van een rots in een dorstig uitgedroogd land. De profeet Jesaja wordt helemaal lyrisch van dergelijke leiders. Wij moeten maar een beetje nuchter blijven. Het gaat wel om rechtvaardig regeren volgens het recht maar dat is niet het recht zoals het in onze grondwet en bijbehorende wetten staat. Het is het recht van de God van Israël waar de profeet het in het gedeelte van vandaag over heeft.

Dat is de Wet van heb uw naaste lief als uzelf, dat is de Wet waarbij alle mensen gelijkelijk recht wordt gedaan. Waar het volk en haar leiders weer gaan houden van vreemdelingen zoals Jesaja ook heeft geschreven. Waar de weduwe en de wees, de mensen zonder inkomen en bezit, worden beschermd, waar de zieken worden verzorgd en de ouden een plaats krijgen omdat we onze vader en moeder eren. De ogen van de regeerders zullen niet langer blind zijn voor de armen als ze rechtvaardig regeren, ze luisteren weer aandachtig naar het hulpgeroep van de verdrukten en niet alleen naar hen die hun eigenbelang dienen. Dan hoeven we ook zelf niet bang meer te zijn te spreken over wat ons hindert in de samenleving want de onbezonnen geest verwerft kennis en inzicht en de tong van stotteraars spreekt vloeiend en vlot.

En je zult het zien als er rechtvaardige regeerders gekozen zijn. Ineens zijn de bedrieglijke bankdirecteuren niet meer de trouwe vriendjes van de regeerders, zij die verdienen op kosten van de armen die ontnomen wordt dat wat ze nog bezitten. Dan kunnen de bedriegers niet meer de snode plannen bedenken die de rentes manipuleren waardoor ze de huiseigenaren kunnen uitbuiten en afpersen. De profeet kent tal van voorbeelden uit de praktijk. Het had in Israël tot de ballingschap van de Koningen en de priesters, de leiders van het volk geleid. Het maakt dat bij ons de zwaksten de crisis moeten betalen en de toegang tot het recht voor de armen wordt gesloten. Gelukkig dat wij zelf ons mogen bezinnen wie we als leiders kiezen, edele mensen hebben we dus nodig. Daar kunnen we zelf ervaring mee opdoen door zelf al te beginnen te zorgen voor de armsten en de minsten. Elke dag kunnen we daar opnieuw mee beginnen, ook vandaag weer.

 

Zoon van de timmerman

woensdag, 26 juli, 2017

Matteüs 13:47-58

47  Het is met het koninkrijk van de hemel ook als met een sleepnet dat in een meer werd geworpen en waarmee allerlei soorten vis werden gevangen. 48  Toen het net vol was, trok men het op de oever en ging men zitten om de goede vis in kuipen te doen; de slechte vis werd weggegooid. 49  Zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: de engelen zullen erop uittrekken en de kwaadwilligen van de rechtvaardigen scheiden, 50  en ze zullen hen in de vuuroven werpen, waar ze zullen jammeren en knarsetanden. 51  Hebben jullie dit alles begrepen?’ ‘Ja, ‘antwoordden ze. 52  Hij zei hun: ‘Zo lijkt iedere schriftgeleerde die leerling in het koninkrijk van de hemel is geworden op een huismeester die uit zijn voorraadkamer nieuwe en oude dingen te voorschijn haalt.’ 53 ¶  Toen Jezus deze gelijkenissen had uitgesproken, verliet hij die plaats. 54  Hij kwam aan in zijn vaderstad en gaf de bewoners onderricht in hun synagoge, zodat ze stomverbaasd waren en zeiden: ‘Hoe komt hij aan die wijsheid en hoe kan hij die wonderen doen? 55  Hij is toch de zoon van de timmerman? Maria is toch zijn moeder, en Jakobus en Josef en Simon en Judas, dat zijn toch zijn broers? 56  En wonen zijn zusters niet allemaal bij ons? Waar heeft hij dat alles dan vandaan?’ 57  En ze namen aanstoot aan hem. Maar Jezus zei tegen hen: ‘Nergens wordt een profeet zo miskend als in zijn eigen stad en in zijn eigen familie.’ 58  En hij verrichtte daar niet veel wonderen, vanwege hun ongeloof. (NBV)

We spotten wel eens met de betekenis van Jezus. Als iemand doet of hij de wijsheid in pacht heeft, eigenwijs blijft doordrammen, dan zeggen we dat hij denkt dat hij Jezus is maar hij is slechts de zoon van een timmerman. Zo ging het met Jezus zelf ook toen hij op rondreis door het land in zijn eigen stad kwam. Waar haalt hij de wijsheid vandaan vroegen de mensen zich af, het is toch maar de zoon van Jozef en Maria. Er is echter een spreekwoord uit die tijd dat zegt dat niemand de schriften kent zoals een timmerman. Dat waren kennelijk slimme mensen die de Thora en de Profeten, wij noemen dat nu het Oude Testament, goed hadden bestudeerd. Jezus zette zichzelf in die traditie. Daar hoorden overigens ook de zogenaamde Farizeeën bij, ook zij bestudeerden de wet en de profeten, met dit verschil dat bij Jezus de wet er voor de mensen was en bij de Farizeeën soms de schijn werd gewekt dat de mensen er voor de wet zijn.

Nu is de houding van de Farizeeën een stuk gemakkelijker en voor machthebbers ook een stuk aantrekkelijker. Machthebbers bepalen hoe de wet moet worden toegepast en dus moet dat altijd zo dat hun macht er groter door wordt. Machthebbers die rechters kunnen benoemen zijn dan ook gevaarlijk. In de ontwikkeling van de democratie, trouwens lang voor de democratie bestond zoals wij die kennen, was er al de leer van de scheiding van de machten. Wie de wetten maakten moesten anderen zijn dan die de wetten uitvoerden en beiden behoorden niet tot de rechters die het nakomen van de wetten beoordeelden. Maar in de discussie tussen Jezus van Nazareth en de Farizeeën speelde een ander conflict een rol. Wij hebben wetten waar we ons allemaal onder alle omstandigheden altijd op dezelfde manier aan moeten houden. De Thora, de richtlijnen die het volk Israël had ontvangen voor de menselijke samenleving kan ook anders gelezen worden. Die Thora zet mensen in beweging om die ideale samenleving ook voor elkaar te krijgen en het oordeel is niet over mensen, maar over de samenleving. Pas als mensen een samenleving vol onrecht en onderdrukking beter gaan vinden dan volgt een oordeel over die mensen.

Voor leerlingen van Jezus is daarom het voorgaan in de synagoge wat moeilijker, dan put je wel uit de oude geschriften maar laat je er een nieuw licht over schijnen, want voor dat Koninkrijk heb je alles over. Voor dat Koninkrijk moeten mensen in beweging komen. Als een pot met goudstukken die je in een stuk grond vindt, eerst de grond kopen en dan de schat opgraven, of als de handelaar die eindelijk de langgezochte waardevolle parel vindt, alles wegdoen en zorg dat je die parel krijgt, of als de vissers die hun net vol hebben, ze zoeken echt de goede en de slechte vissen uit en nemen daar dan de tijd voor. Het gaat er dus om voortdurend bezig te zijn met de vraag of het gaat om anderen lief te hebben als jezelf of alleen om er zelf beter van te worden. En haal je mensen dan naar beneden, het is maar…. zeg maar de zoon van de timmerman, dat wordt het niks, dan wordt de wereld er niet beter van. In een dergelijke omgeving wist zelfs Jezus maar weinig wonderen te verrichten.

 

De rechtvaardigen in het Koninkrijk

dinsdag, 25 juli, 2017

Matteüs 13:34-46

34  Al deze dingen zei Jezus in gelijkenissen tot de menigte; hij sprak uitsluitend in gelijkenissen tot hen. 35  Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet: ‘Ik zal het woord nemen en spreken in gelijkenissen; ik zal bekendmaken wat sinds de grondvesting van de wereld verborgen was.’ 36  Daarop stuurde hij de mensen weg en ging naar huis. Zijn leerlingen kwamen bij hem en vroegen: ‘Wilt u ons de gelijkenis van het onkruid op de akker uitleggen?’ 37  Hij antwoordde hun: ‘Hij die het goede zaad zaait is de Mensenzoon, 38  de akker is de wereld, het goede zaad dat zijn de kinderen van het koninkrijk; het onkruid dat zijn de kinderen van het kwaad, 39  de vijand die het zaait is de duivel, de oogst staat voor de voltooiing van deze wereld en de maaiers zijn de engelen. 40  Zoals het onkruid bijeengebonden wordt en in het vuur verbrand, zo zal het gaan bij de voltooiing van deze wereld: 41  de Mensenzoon zal zijn engelen erop uitsturen, en ze zullen uit zijn koninkrijk allen die anderen ten val hebben gebracht en de wetten hebben verkracht bijeenbrengen 42  en hen in de vuuroven werpen; daar zullen ze jammeren en knarsetanden. 43  Dan zullen de rechtvaardigen in het koninkrijk van hun Vader stralen als de zon. Laat wie oren heeft goed luisteren! 44 ¶  Het is met het koninkrijk van de hemel als met een schat die verborgen lag in een akker. Iemand vond hem en verborg hem opnieuw, en in zijn vreugde besloot hij alles te verkopen wat hij had en die akker te kopen. 45  Ook is het met het koninkrijk van de hemel als met een koopman die op zoek was naar mooie parels. 46  Toen hij een uitzonderlijk waardevolle parel vond, besloot hij alles te verkopen wat hij had en die te kopen. (NBV)

Je hebt de keus of je onkruid of graan wil zijn. Uiteindelijk krijgen beiden de kans op te groeien. maar als de dag van de oogst komt dan wordt het onkruid bijeen gebonden en in het vuur gegooid, verbrand. Jezus legt in het bovenstaande uit dat het met name geldt voor hen die de Thora hebben verkracht, mensen uitgebuit en vermoord en misdrijven tegen de menselijkheid hebben gepleegd. Sommige van die misdadigers weten dat ook zelf wel. Van de Nazi’s kon uiteindelijk maar een handjevol leiders worden berecht, de rest had er zelf een einde aan gemaakt en maar een enkeling wist te ontkomen. Tot op de dag van vandaag wordt op de ergste van die misdadigers jacht gemaakt tot in de verste hoeken van de aarde. Ook in Japan heeft zo’n berechting plaatsgevonden. Er waren bijzondere rechtbanken voor Rwanda en voor voormalig Joegoslavië zijn tribunalen nog aan het werk. En inmiddels hebben we een internationaal strafhof waar zelfs zittende machthebbers worden aangeklaagd.

Die berechtingen zelf zijn niet zonder betekenis. Lange tijd is er gedacht dat de berechtingen in Duitsland en Japan uitzonderingen zouden zijn. De vonnissen en de rechtszaken van vlak na de Tweede Wereldoorlog hebben de normen gezet voor wat wel en niet kan op het gebied van mensenrechten. De Verenigde Naties als organisatie is er een gevolg van maar ook de Veiligheidsraad, met de regel dat geen land een gewapend conflict mag beginnen zonder toestemming van de VN. Die toestemming is verleend om Korea te beschermen, die toestemming is verleend om Koeweit te bevrijden maar die toestemming werd niet gevraagd, dus ook niet verleend om Irak binnen te vallen. Nu is er ook wel een regel dat je je eigen land gewapenderhand mag verdedigen en daar beroepen Amerika en Engeland zich op maar dat is dubieus. Die bijzondere tribunalen, die inmiddels zijn opgericht, hebben ook geleid tot het inzicht dat berechting van internationale misdadigers, tegen criminelen die het ontstaan van een meer ideale wereldsamenleving in de weg staan, een meer permanent karakter moet hebben.

Daarom is er dus in Den Haag het internationale strafhof. Nog niet alle landen doen daar aan mee, Amerika houd zich er angstig buiten. Dat Amerikaanse beslissingen om oorlog te voeren of mensen zonder vorm van proces jarenlang gevangen te houden en te verhoren buiten de regels van internationale verdragen om, daardoor niet door een onafhankelijke rechtbank beoordeeld kunnen worden is duidelijk, maar dat die beslissingen en die acties ook niet goedgekeurd kunnen worden zou ten nadele van de Amerikanen kunnen zijn. Juist daar waar rechtvaardigheid wordt gedaan gaan rechtvaardigen stralen als de zon. We maken dus stappen vooruit naar een samenleving waarin uiteindelijk het onkruid wordt vernietigd. De keus tussen graan zijn of onkruid ligt daarom voor de hand, al is het niet eenvoudig niet te laten verstikken.

Een andere gelijkenis

maandag, 24 juli, 2017

Matteüs 13:24-33

24 ¶  Hij hield hun een andere gelijkenis voor: ‘Het is met het koninkrijk van de hemel als met een mens die goed zaad op zijn akker uitzaaide. 25  Terwijl de mensen sliepen, kwam zijn vijand onkruid tussen het graan zaaien en vertrok weer. 26  Toen het jonge gewas opschoot en vrucht begon te dragen, kwam ook het onkruid te voorschijn. 27  De knechten kwamen de heer des huizes vragen: “Heer, hebt u soms geen goed zaad op uw akker gezaaid? Waar komt dat onkruid dan vandaan?” 28  Hij antwoordde: “Dat is het werk van een vijand.” De knechten zeiden tegen hem: “Wilt u dat wij er het onkruid tussenuit wieden?” 29  Hij antwoordde: “Nee, want dan zouden jullie met het onkruid ook het graan lostrekken. 30  Laat beide samen opgroeien tot aan de oogst, dan zal ik, wanneer het oogsttijd is, tegen de maaiers zeggen: ‘Wied eerst het onkruid, bind het in bundels bij elkaar en verbrand het. Breng dan het graan bijeen in mijn schuur.’ ”’ 31  Hij hield hun een andere gelijkenis voor: ‘Het koninkrijk van de hemel lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn akker zaaide. 32  Het is weliswaar het kleinste van alle zaden, maar het groeit uit tot de grootste onder de planten. Het wordt een struik, en de vogels van de hemel komen nestelen in de takken.’ 33  Hij vertelde hun een andere gelijkenis: ‘Het koninkrijk van de hemel lijkt op zuurdesem die door een vrouw met drie zakken meel werd vermengd tot alle meel doordesemd was.’ (NBV)

De gelijkenissen tuimelen over elkaar heen in dit Bijbelgedeelte. Zo graag wilde Jezus van Nazareth duidelijk maken hoe het zit met de komst en de groei van dat Koninkrijk waar hij het steeds over heeft. Je denkt dat je het goede woord hebt verkondigd en dan zie je in een kerk de prachtige gewaden, de machthebbers, de show en  je hoort dat de armen en hun bevrijding verdwijnen achter eigenbelang en eerzucht. Hoe kan dat toch? Dat is het kwade dat altijd het goede zal vergezellen, pas als het Koninkrijk er echt is zal het kwade ten onder gaan. Moet je dan wanhopen en maar ophouden met de vertellen over dat Koninkrijk van eerlijk delen waar de minsten de belangrijksten zijn en er voor iedereen een plaats is? Welnee. Het groeit vanzelf uit tot het mooiste en het grootste dat we ooit hebben gezien. Zoals dus die mosterdboom die wij niet meer in die vorm kennen maar die we ons best kunnen voorstellen.

Die gelijkenis met dat zuurdesem kunnen we ons misschien nog het beste voorstellen. Want wie wel eens brood bakt weet dat je van de gist maar een heel klein beetje nodig hebt om een heleboel lekker brood te kunnen bakken. Zuurdesem is net als gist en daar heb je eigenlijk nog minder van nodig. Zo kun je dus ook een ideale samenleving maken. Je hebt naar verhouding maar een paar mensen nodig die er echt in geloven, die het tot het bittere einde ook weten vol te houden. Deze vergelijking is van Jezus van Nazareth zelf.  De vergelijking die er aan vooraf gaat is op dit moment eigenlijk nog veel actueler. Die van het zaad en het onkruid. Biologen zeggen dan direct dat onkruid niet bestaat. Alle planten hebben hun doel en bestemming. maar de boer zal zeggen dat dat mooi is, maar als je graan hebt gezaaid dan wil je ook dat er graan groeit en geen distels of papavers of andere struiken. Van graan moet die boer z’n huishouding draaiende houden. Jezus wijst er op dat het voor de boer geen zin heeft om het onkruid er uit te gaan trekken.

Lang hebben we gedacht dat we het onkruid wel konden vergiftigen maar daar komen we ook van terug. Uiteindelijk vergiftigen we onszelf daarmee. Laat het onkruid dus maar staan en verwijder het na het maaien. Het verwijderen van onkruid uit de samenleving nu heeft dus geen zin, en straffen moeten we maar aan de rechters overlaten, want dat wat verkeerd is moet benoemd worden en wie verkeerd doet verdient straf. Het enige wat we kunnen doen is bezig blijven voor een betere samenleving, dus moeten we steeds opnieuw mensen de kans geven opnieuw te beginnen maar dan op de goede weg. Jezus wijst daarbij op het mosterdzaadje, ongeveer het kleinste zaadje dat er is, maar het groeit uit tot een geweldige struik. We hebben daarom ook zelf de keus of we een mosterdzaadje willen zijn, als zuurdesem werken in onze stad, ons land, onze eigen wereld, of dat we onkruid willen zijn dat snel groeit, het grootste en het mooiste wil zijn maar dat het goede verstikt.

Het schiet echter geen wortel

zondag, 23 juli, 2017

Matteüs 13:16-23

16  Gelukkig jullie ogen omdat ze zien, en jullie oren omdat ze horen! 17  Want ik verzeker jullie: vele profeten en rechtvaardigen hebben ernaar verlangd te zien wat jullie zien, maar ze kregen het niet te zien, en te horen wat jullie horen, maar ze kregen het niet te horen. 18  Hoor en begrijp dan nu de gelijkenis van de zaaier: 19  bij ieder die het woord van het koninkrijk hoort maar het niet begrijpt, komt hij die het kwaad zelf is en rooft wat hun in het hart is gezaaid; bij hen is op de weg gezaaid. 20  Het zaad dat op rotsachtige grond is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen en het meteen met vreugde in zich opnemen. 21  Het schiet echter geen wortel in hen, oppervlakkig als ze zijn. Worden ze vanwege het woord beproefd of vervolgd, dan houden ze geen ogenblik stand.
22  Het zaad dat tussen de distels is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen, maar bij wie de zorg om het dagelijkse bestaan en de verleiding van de rijkdom het woord verstikken, zodat het zonder vrucht blijft. 23  Het zaad dat in goede grond is gezaaid, dat zijn zij die het woord horen en begrijpen. Zij dragen dan ook rijkelijk vrucht, deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig.’ (NBV)

 

De gelijkenissen van Jezus roepen soms misverstanden op, er zijn zelfs mensen die denken dat ze echt gebeurd zijn. Ze zijn echter voorbeelden bij het verhaal van Jezus van Nazareth over zijn Koninktijk. En zo ingewikkeld was die gelijkenis van de zaaier toch niet. Iedereen heeft toch wel eens gehoord dat je je naast moet liefhebben als jezelf, en iedereen snapt natuurlijk ook wel dat het leven een stuk prettiger wordt als we allemaal niet tegen een ander doen wat we niet willen dat tegen ons wordt gedaan. Je kunt het wel horen, en misschien ook wel begrijpen maar er zijn nu eenmaal machtigen en rijken die er belang bij hebben de boodschap te verdraaien en twijfel te zaaien. Als het leven zo eenvoudig was dan was het een wanorde zeggen ze, de wetten zijn te ingewikkeld voor gewone mensen zeggen ze, de verdeling tussen arm en rijk kan nu eenmaal niet anders, zeggen ze, vrede moet met geweld afgedwongen worden, zeggen ze, we moeten bang zijn voor elkaar, zeggen ze. En steeds weer zijn er mensen die er intrappen. Jezus van Nazareth noemt mensen die hier intrappen dom, het leven in het Koninkrijk laten ze zich ontstelen.

Ook zijn er mensen die het horen, het snappen, er blij mee zijn, halleluja roepen, de handen omhoog, het swingt de pan uit, maar als het op doen aankomt dan kijken ze niet verder dan hun neus lang is. Een persoonlijke relatie met een God, met heel veel bidden, is hen voldoende, van een rechtvaardige samenleving, van eerlijk delen, van alle mensen moeten er bij horen, willen ze niet weten. Soms sluiten ze zelfs mensen uit omdat die met een partner iets anders doen dan dat ze zelf doen, in plaats van mensen de plaats te geven in de samenleving die ze toekomt. Aan de oppervlakte lijkt het wat, maar wie dieper kijkt ziet dat het niks wordt met die mensen. En er zijn ook altijd mensen die er geen tijd voor zeggen te hebben, het werk, het gezin, het verkeer, de hobby’s alles gaat voor, alsof dat alles ook niet onderworpen zou moeten zijn aan die richtlijn van liefhebben van mensen, maar ja het horen en begrijpen laten ze langs zich heen gaan. Maar gelukkig zijn er ook mensen die het niet alleen horen, maar zelfs snappen en vooral: er naar handelen.

Al die vrijwilligers in de zorg, bij telefonische hulpdiensten en in de zomer in zomerkampen voor minima, op boten voor gehandicapten, op vakantiereizen met verstandelijk gehandicapten, op jeugdkampen met buurthuizen, bij Amnesty International, in ziekenhuizen, verpleeghuizen en verzorgingstehuizen en vul zelf maar in. Er is zoveel dat met de werkers in het Koninkrijk nog wel een aantal colums gevuld kunnen worden vullen. Zoek dus maar in je eigen omgeving uit waar je straks na je vakantie aan de slag wil gaan. Want pas als iedereen meewerkt komt dat Koninkrijk er ook echt. Wat we voorlopig kunnen doen is sporen van dat Koninkrijk zichtbaar en hoorbaar maken. Zoals vrouwen eens deden bij de vliegbasis Volkel op hun kamp tegen kernwapens, zoals vrijwilligers in Amsterdam doen bij de gevangenissen voor asielzoekers om te laten zien dat er in ons land ook mensen wonen die een menswaardige behandeling voor vreemdelingen willen. Een honderd of zestig of dertig voudige oogst ligt op je wachten, kun je nagaan wat je kunt mislopen.

Laat wie oren heeft goed luisteren!

zaterdag, 22 juli, 2017

Matteüs 13:1-15

1 ¶  Die dag verliet Jezus het huis en ging aan de oever van het meer zitten. 2  Er kwam een grote mensenmassa om hem heen staan, en daarom ging hij in een boot zitten, terwijl de menigte op de oever bleef. 3  Hij sprak hen uitvoerig toe en vertelde gelijkenissen: ‘Iemand ging eens naar zijn land om te zaaien. 4  Tijdens het zaaien viel een deel van het zaad op de weg, en er kwamen vogels die het opaten. 5  Een ander deel viel op rotsachtige grond, waar maar weinig aarde was, en het schoot meteen op omdat het niet diep in de grond kon doordringen. 6  Toen de zon opkwam verschroeide het, en omdat het geen wortel had droogde het uit. 7  Weer een ander deel viel tussen de distels, en toen die opschoten verstikten ze het zaaigoed. 8  Maar er viel ook wat zaad in goede grond, en dat bracht vrucht voort, deels honderdvoudig, deels zestigvoudig, deels dertigvoudig. 9  Laat wie oren heeft goed luisteren!’ 10  De leerlingen kwamen naar hem toe en vroegen: ‘Waarom spreekt u in gelijkenissen tot hen?’ 11  Hij antwoordde: ‘Jullie mogen de geheimen van het koninkrijk van de hemel kennen, hun is dat niet gegeven. 12  Want wie heeft zal nog meer krijgen, en het zal overvloedig zijn; maar wie niets heeft zal zelfs het laatste worden ontnomen. 13  Dit is de reden waarom ik in gelijkenissen tot hen spreek: omdat zij ziende blind en horende doof zijn en niets begrijpen. 14  In hen komt deze profetie van Jesaja tot vervulling: “Jullie zullen goed luisteren maar niets begrijpen, en jullie zullen goed kijken maar geen inzicht hebben. 15  Want het hart van dit volk is afgestompt, hun oren zijn doof en hun ogen houden zij gesloten. Met hun ogen willen ze niets zien, met hun oren niets horen, met hun hart niets begrijpen. Want anders zouden ze tot inkeer komen en zou ik hen genezen.” (NBV)

Hoe krijg je het in die stomme koppen dat je van anderen moet houden als van jezelf.  Dat het in het Koninkrijk met de wet van de woestijn niet gaat om wie de eerste, de beste, de knapste, de sterkste of de rijkste is. Je legt het geduldig uit. Jezus gebruikt hele knappe voorbeelden. Gelijkenissen zijn die gaan heten. Maar hoe komt het toch dat als je dag in dag uit, jaar in jaar uit het meest voor hand liggende vertelt het toch niet altijd over komt. Niet altijd want soms, heel soms, willen mensen het best geloven. Voor Jezus van Nazareth maakte het eigenlijk niet zoveel uit. Dat lees je tenminste in de gelijkenis over de zaaier. Wij herkennen dat niet meer zo. Voor ons is de zaaier uit de gelijkenis maar een verspiller van kostbaar zaaigoed. Maar bij ons is het land eerst mechanisch geploegd, met van die mooie rechte voren. En als het dan even wil dan wordt er ook nog mechanisch gezaaid, met een speciaal zaaiapparaat achter een tractor. Op die manier hoeft er maar weinig verloren te gaan en ontstaat er een grote opbrengst, dus een groot rendement.

Maar in de dagen van Jezus van Nazareth hadden ze al die automatisering niet. Wie het land vrij van stenen wilde hebben brak de rug, van zichzelf of van de familie. En waarom sprak Jezus van Nazareth zo vaak in gelijkenissen? Waarom niet gewoon gezegd dat je goed moet luisteren en gaan doen wat gezegd wordt, werken aan de bevrijding van de armen, de komst van het Koninkrijk van God? Zo eenvoudig ligt het niet. Dat zorgen voor de minsten in de samenleving is niet vanzelfsprekend. Die zaaier kan er niets aan doen als het zaad op de weg valt en opgegeten wordt door de vogels, of als het op rotsige grond valt of verstikt wordt door de distels, maar wij kunnen dat wel. Willen wij vruchtbare grond worden voor de boodschap van Jezus van Nazareth dan moeten we ons afwenden van wat ons meestal als goed voorgehouden wordt. Winst maken, succes behalen, persoonlijke groei nastreven. In Bijbelse termen heet dat bekering, een totale ommekeer in je leven. Dat is niet gemakkelijk. De distels van je omgeving kunnen dat eenvoudig verstikken. Want wie wil er nu geen succes behalen, winst maken en als persoon groeien?

Geld verdienen, carrière maken, een stabiel en gezond mens zijn, is toch goed of niet? We houden zo gemakkelijk de ogen gesloten voor de minsten in de samenleving. Juist het nastreven van al die door onze maatschappelijke omgeving opgelegde na te streven doelen houdt ons af van het voeden van de hongerigen, het kleden van de naakten, het troosten van de bedroefden, het bevrijden van de armen. Als horen en begrijpen nu eens voldoende was. Zo ingewikkeld was die gelijkenis van de zaaier toch niet.  Iedereen heeft toch wel eens gehoord dat je je naast moet liefhebben als jezelf, en iedereen snapt natuurlijk ook wel dat het leven een stuk prettiger wordt als we allemaal niet tegen een ander doen wat we niet willen dat tegen ons wordt gedaan. Je kunt het wel horen, en misschien ook wel begrijpen maar er zijn nu eenmaal machtigen en rijken die er belang bij hebben de boodschap te verdraaien en twijfel te zaaien. Als het leven zo eenvoudig was dan was het een wanorde zeggen ze, de wetten zijn te ingewikkeld voor gewone mensen zeggen ze, de verdeling tussen arm en rijk kan nu eenmaal niet anders, zeggen ze, vrede moet met geweld afgedwongen worden, zeggen ze, we moeten bang zijn voor elkaar, zeggen ze. Daarmee houden ze de samenleving van ongelijkheid in stand. Willen we vruchtbaar zijn dan moet dat anders. Een honderd of zestig of dertigvoudige oogst ligt op je wachten, kun je nagaan wat je kunt mislopen.