Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor april, 2017

Dit was al de derde keer

zondag, 30 april, 2017

Johannes 21:1-14

1 ¶  Hierna verscheen Jezus weer aan de leerlingen, nu bij het Meer van Tiberias. Dat gebeurde als volgt. 2  Bij het meer waren Simon Petrus en Tomas (dat betekent ‘tweeling’), Natanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee andere leerlingen. 3  Petrus zei: ‘Ik ga vissen.’ ‘Wij gaan met je mee, ‘zeiden de anderen. Ze stapten in de boot, maar de hele nacht vingen ze niets. 4  Toen het al ochtend werd, stond Jezus op de oever, al wisten de leerlingen niet dat het Jezus was. 5  Hij riep: ‘Hebben jullie soms iets te eten?’ ‘Nee, ‘antwoordden ze. 6  ‘Gooi het net aan stuurboord uit, ‘riep Jezus, ‘dan lukt het wel.’ Ze wierpen het net uit en er zat zo veel vis in dat ze het niet omhoog konden trekken. 7  De leerling van wie Jezus hield zei tegen Petrus: ‘Het is de Heer!’ Zodra Simon Petrus dat hoorde, schortte hij zijn bovenkleed op-meer had hij niet aan-en sprong in het water. 8  De andere leerlingen kwamen met de boot en sleepten het net vol vis achter zich aan. Ze waren niet ver van de oever, ongeveer tweehonderd el. 9  Toen ze aan land kwamen zagen ze een vuurtje met vis erop en brood. 10  Jezus zei: ‘Breng ook wat van de vis die jullie net gevangen hebben.’ 11  Simon Petrus ging weer aan boord en trok het net aan land. Het zat vol grote vissen, welgeteld honderddrieënvijftig, en toch scheurde het niet. 12  Jezus zei tegen hen: ‘Kom, eet iets.’ Geen van de leerlingen durfde hem te vragen wie hij was, ze begrepen dat het de Heer was. 13  Jezus nam het brood en gaf hun ervan, en hij gaf hun ook vis. 14  Dit was al de derde keer dat Jezus aan de leerlingen verscheen nadat hij uit de dood was opgestaan. (NBV)

We lezen vandaag een bijzonder verhaal. Het is een beetje aan het Evangelie van Johannes vastgeplakt, want dat Evangelie was al in hoofdstuk 20 afgesloten. Zonder verdere toelichting begint het opnieuw. Alleen de volgelingen van Jezus waren niet opnieuw begonnen. Ze waren weer teruggekeerd naar hun oude leven. En daar duikt weer Natanaël uit Kana op. Die kwam ook al voor in het eerste hoofdstuk van het Evangelie van Johannes. Die Natanaël staat dus aan het begin en het einde van het verhaal. Hij kwam dan ook uit Kana waar volgens het Evangelie van Johannes Jezus van Nazareth zijn eerste optreden had, U weet nog wel, bij die bruiloft. Zeven leerlingen gingen vissen, en zeven moet voldoende zijn nietwaar. Maar ze visten niets. Het oude leventje leverde niks op. Pas als iemand om eten vraagt en ze bereid zijn om het op een heel andere manier te proberen dan lukt het, dan wordt er zoveel vis gevangen dat het net bijna scheurt.

En weer staat er iets merkwaardigs in het verhaal. Er worden precies 153 vissen gevangen. En dat getal staat er niet voor niks. Veel lezers van het Evangelie van Johannes die het lazen toen het pas geschreven was zullen in de lach geschoten zijn. Dat getal 153 deed hen denken aan het getal van de vis. Dat was niet uit een Bijbels verhaal maar uit een Griekse filosofie waarvan tegenwoordig sommige middelbare scholieren nog de naam Pythagoras kennen. Zijn meetkundige stelling is opgenomen in de wiskunde. Maar hij had een soort New Age leer ontwikkeld waarbij je via de getallen en hun bewerkingen kon ontdekken hoe de wereld ontstaan was, wie God was en waar je die kon vinden, en hoe het uiteindelijk met de wereld zou aflopen. In het Evangelie van Johannes worden dit soort stromingen heel vaak ontmaskerd en wordt heel vaak gesteld dat die stromingen tegengesteld waren aan het verhaal van Israel en van Jezus van Nazareth.

In die stromingen speelde de kennis, de Logos, het Woord een grote rol. Die zou in jezelf te vinden zijn. Het Evangelie van Johannes begint daarom met te vertellen dat het Woord bij God was en vlees is geworden en onder ons heeft gewoond. Niks kennis in jezelf, de kennis die nodig is komt van Jezus van Nazareth. Zo is het ook met het getal van de vis. Geen rekensom kan ons helpen, alleen delen. En als je dat wil dan blijkt dat Jezus van Nazareth brood en de vis allang voor ons heeft klaarliggen. Delen met elkaar is altijd gemakkelijker dan wij denken, het levert ook veel meer op. We zijn er vaak bang voor maar dat is dus helemaal niet nodig. Maar omdat we dat graag ontkennen was het kennelijk zelfs nodig dat Jezus van Nazareth drie keer verscheen aan Simon Petrus en de andere leerlingen. Drie keer, dat was het goddelijk getal, drie keer was ook het aantal keren dat Simon had ontkent Jezus van Nazareth te kennen. Durven wij het wel aan? Het leven verder te gaan met delen met de anderen in onze samenleving en in de wereld?

Vrouwen: erken het gezag van uw man

zaterdag, 29 april, 2017

1 Petrus 3:1-12

1 ¶  Voor u, vrouwen, geldt hetzelfde: erken het gezag van uw man. Dan zullen mannen die weigeren Gods boodschap te aanvaarden daarvoor gewonnen worden door het gedrag van hun vrouw, zonder dat zij iets hoeft te zeggen, 2  omdat ze zien hoe zuiver u leeft uit ontzag voor God. 3  Uw schoonheid moet niet gelegen zijn in uiterlijkheden, zoals kunstig gevlochten haar, gouden sieraden of elegante kleding, 4  maar in wat verborgen ligt in uw hart, in een zacht en stil gemoed. Dat is een onvergankelijk sieraad dat God kostbaar acht. 5  Daarmee tooiden zich vroeger ook de heilige vrouwen die hun hoop op God vestigden en het gezag van hun man erkenden, 6  zoals Sara; zij gehoorzaamde Abraham en noemde hem ‘heer’. U bent haar dochters wanneer u het goede doet en u zich geen angst laat aanjagen. 7  U, mannen, moet verstandig omgaan met uw vrouw, die brozer is dan u. Behandel haar met respect, want zij deelt samen met u in de genade van het nieuwe leven. Dan staat niets uw gebeden in de weg. 8 ¶  Tot slot vraag ik u: Wees allen eensgezind, leef met elkaar mee, heb elkaar lief als broeders en zusters, wees barmhartig en bereid de minste te zijn. 9  Vergeld geen kwaad met kwaad, en als u wordt uitgescholden, scheld dan niet terug; zegen juist, opdat u ook zelf zegen ontvangt, want daartoe bent u geroepen. 10  Immers: ‘Wie het leven liefheeft en gelukkig wil zijn, moet geen laster of leugens over zijn lippen laten komen, 11  hij moet het kwaad uit de weg gaan en het goede doen, en voortdurend vrede nastreven. 12  Want de Heer verliest de rechtvaardigen niet uit het oog en luistert naar hun gebeden, maar hij keert zich tegen wie kwaad doen.’ (NBV)

Hier kan een geweldige bron van misverstanden ontstaan. Het gaat hier in elk geval niet om vrouwen van christelijke mannen zo blijkt uit de tekst. Maar het is een truc om ongelovige mannen tot geloof te brengen zonder dat de vrouwen daar iets over hoeven te zeggen. Ook hier gaat het er om door het goede te doen, onwetende dwazen de mond te snoeren, ja zelfs die dwazen tot geloof te brengen. Het gaat hier dus om een strategie en niet om een gebod. Die strategie past in de cultuur waarin ook de brief werd geschreven. Het gaat om het goede te doen zonder angst en vrees. Daarmee alleen al maakt de briefschrijver vrouwen onafhankelijk van hun mannen. Het is hun beslissing hoe zich te gedragen. Als ze geloven in de boodschap van de bevrijding van de armen willen ze niets liever dan dat ook hun mannen daarin gaan geloven. Hoe meer mensen gaan houden van hun naaste als van zichzelf hoe beter. En om dat als echtpaar samen te kunnen doen is pas echt een vreugde die je in een relatie kan genieten. Daarom besluit dit gedeelte met een vermaning aan de mannen, de mannen die dus al wel geloven. Vrouwen hebben nu eenmaal in menige samenleving een zwakkere positie dan mannen. Dat was ongetwijfeld in de tijd van de briefschrijver ook zo.

Als dus aan vrouwen het advies klinkt het gezag van de man te erkennen mag dat nooit als bewijs aangevoerd worden dat vrouwen en mannen andere posities in het huwelijk of in de samenleving behoren in te nemen. Samen delen ze in het nieuwe leven en samen moeten ze daar dus ook vorm aangeven. Mannen die verstandig omgaan met hun vrouw zorgen dat ze carrière kan maken als ze daar de capaciteit voor heeft, dat ze in de gemeenteraad, de provinciale staten of de Tweede Kamer gekozen kan worden als ze daar de capaciteit voor heeft. Samen moet je de zorg voor je gezin vorm geven, dat betekent dat de man evenveel zorg op zich neemt als de vrouw. De schrijver van de Petrusbrief stelt de vanzelfsprekendheden in de samenleving aan de orde. De vanzelfsprekendheid dat vrouwen thuis zitten en mannen hun gang kunnen gaan, Maar ook de vanzelfsprekendheid waarmee iedereen denkt te mogen zeggen wat men wil, zelfs als het schelden en beledigen is, Het klinkt zo gemakkelijk om te roepen dat schelden geen zeer doet. Maar je zal maar voor mongool uitgescholden worden als je broertje of zusje het syndroom van Down heeft. Dan kan het door je ziel snijden als mensen zo denigrerend doen over jouw verwanten die weinig kunnen maar wel hun best doen en waar geen greintje kwaad aan valt te ontdekken. Schelden doet eigenlijk altijd pijn.

Daarom probeert men er ook in de Tweede Kamer wat aan te doen. Iemand voor gek verklaren of idioot geeft geen pas. Maar wie de politici raadpleegt zal het opvallen dat zij die zich verzetten tegen het verruwende taalgebruik zelf niet schelden. Ze hebben met de briefschrijver door dat terugschelden je op het zelfde niveau zet als degene die gescholden heeft. Je vergeldt dan kwaad met kwaad en dat is het laatste wat je moet doen. We proberen immers het kwaad te mijden, uit te roeien als het even kan, en niet dan het goede te doen. Het aller moeilijkst is het te doen wat hier wordt aangeraden, zegen juist. Dat betekent dat je moet proberen dat slechte van het schelden om te keren tot het goede. Want tot het goede zijn we geroepen en het zal duidelijk zijn dat als het je werkelijk lukt zo’n scheldsituatie om te keren in een zegenend gesprek waar goeds uit kan voortkomen dat je zelf ook gezegend bent. Nu hebben we geleerd om schelden te vermijden. Van echt schelden kunnen we dan ook schrikken, zo schrikken dat we geen weerwoord meer hebben. Omkeren tot iets goeds kan dan helemaal niet. We moeten ons daarom soms vertrouwd maken met schelden. Neem maar eens iemand in gedachten die je uit zou willen schelden en luister op een stil plekje naar jezelf en hoe het zou klinken. Houd pas op als je ervan overtuigd ben dat het wel leuk klinkt en opwindend, maar dat het verkeerd is. Als je dat kunt lukt het je ook een scheldsituatie om te draaien.  Samen werken aan de samenleving, daartoe roept ook de Bijbel ons  op, elke dag en elke dag mogen we er opnieuw aan beginnen.

Slaven, erken het gezag van uw meesters

vrijdag, 28 april, 2017

1 Petrus 2:18-25

18  Slaven, erken het gezag van uw meesters en heb ontzag voor hen, niet alleen voor de goede en rechtvaardige, maar ook voor de onrechtvaardige. 19  Het is een blijk van genade als iemand, doordat zijn aandacht op God gericht is, in staat is onverdiend leed te verdragen. 20  Immers, is er enige reden om trots te zijn wanneer u de slagen verdraagt die u als straf voor uw wangedrag krijgt? Het is echter een blijk van Gods genade wanneer u verdraagt wat u moet lijden voor uw goede daden.21  Dat is uw roeping; ook Christus heeft geleden, om uwentwil, en u daarmee een voorbeeld gegeven. Treed dus in de voetsporen van hem 22  die geen enkele zonde beging en over wiens lippen geen leugen kwam. 23  Hij werd gehoond en hoonde zelf niet, hij leed en dreigde niet, hij liet het oordeel over aan hem die rechtvaardig oordeelt. 24  Hij heeft in zijn lichaam onze zonden het kruishout op gedragen, opdat wij, dood voor de zonde, rechtvaardig zouden leven. Door zijn striemen bent u genezen. 25  Eens dwaalde u als schapen, nu bent u teruggekeerd naar hem die de herder is, naar hem die uw ziel behoedt. (NBV)

Dit is een gedeelte dat gemakkelijk misverstanden kan oproepen. Als je slaveneigenaar bent zou je het wel elke dag aan je slaven willen voorlezen nietwaar. In de negentiende eeuw verzette de Gereformeerde voorman Izaäk da Costa zich tegen de afschaffing van de slavernij met een beroep op deze Bijbelpassage. De slaven moesten dankbaar zijn voor de slavernij, want dat staat er nietwaar. En moeten wij vandaag nog met deze boodschap aankomen? Het misverstand ontstaat als je de Bijbel in stukjes hakt, zoals we ook doen bij het dagelijks Bijbelleesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap, het rooster dat we hier dag in dag uit volgen. Het hoofdstuk van de brief waaruit we ook vandaag lezen gaat over het goede doen en niets dan het goede. Je moet zelfs aan de Keizer en de gouverneurs gehoorzamen om onverbeterlijke dwazen tot inzicht te brengen. En zo is het ook voor gemeenteleden die slaaf zijn. Die gemeenteleden komen wij in onze kerken niet meer tegen. Wij waren over het algemeen die dwazen die door schade en schande hebben moeten leren dat slaven en slavinnen in de eerste plaats broeders en zusters zijn.

Maar tegenwoordig spreken we nog wel eens over loonslaven, werknemers die het minste verdienen, het smerigste werk doen en daarmee bedrijven en de samenleving gezond en dus overeind houden. De loonslaven die onze treinen schoonhouden bijvoorbeeld. In het begin van de vorige eeuw nog waren er christelijke werkgevers die hun werknemers verboden zich te verenigen in een vakbond. Pas toen een oprichter van zo’n vakbond ook een ziekenfonds oprichtte en aantoonde dat de zorg voor zieke collega’s, ook al kregen ze geen loon tijdens hun ziekte, een plicht was ook voor christelijke werknemers, verdween heel langzaam de weerstand tegen die modernistische ontwikkelingen. In de dagen dat de eerste brief van Petrus geschreven werd waren er regelmatig slavenopstanden, wij kennen nog die van Spartacus. Die eindigden altijd in een bloedbad voor slaven. Pas als slaven zorg voor elkaar hadden en hun meesters en medeslaven als gelijken gingen behandelen, wilden delen met elkaar, dan konden ook slaveneigenaars zich bewust worden van de medemenselijkheid die slaven vragen.

Voor ons is de kwestie van de slavernij overigens niet een zaak van vroeger en voorbij. In de kledingindustrie, in de industrie van goedkope consumptiegoederen komt slavernij van kinderen en armen nog tot vandaag de dag voor. Ook bloeddiamanten en grondstoffen voor mobiele telefoons worden door slaven gedolven, vaak onder de meest erbarmelijke omstandigheden. En veel vrouwen die in de seksindustrie werken zijn eigenlijk slavinnen. Het is niet aan ons om die slaven en slavinnen gehoorzaamheid voor te houden of tot opstand op te roepen, integendeel. Het is aan ons om hen stem te geven en zij die ervan profiteren op te roepen daarmee op te houden en onze regering op te roepen om te stoppen met de import van slavengoederen en slavenhouders op te sporen en te doen bestraffen. Elke slaaf is een broeder en elke slavin een zuster. Wat hen wordt aangedaan wordt ook ons aangedaan. Pas dan kunnen we de komende week ook echt Bevrijdingsdag vieren.

U bent als vreemdelingen

donderdag, 27 april, 2017

1 Petrus 2:11-17

11  Geliefde broeders en zusters, u bent als vreemdelingen die ver van huis zijn; ik vraag u dringend niet toe te geven aan zelfzuchtige verlangens, die uw ziel in gevaar brengen. 12  Leid te midden van de ongelovigen een goed leven, opdat zij die u nu voor misdadigers uitmaken, door uw goede daden tot inzicht komen en God eer bewijzen op de dag waarop hij komt rechtspreken. 13 ¶  Erken omwille van de Heer het gezag van de bestuurders die door de mensen zijn aangesteld: van de keizer, de hoogste autoriteit, 14  en van de gouverneurs, die hij heeft afgevaardigd om misdadigers te straffen en om te belonen wie het goede doen. 15  God wil namelijk dat u door het goede te doen onwetende dwazen de mond snoert. 16  Leef als vrije mensen, en verschuil u niet achter uw vrijheid om u te misdragen, maar handel als dienaren van God. 17  Houd iedereen in ere, heb uw broeders en zusters lief, heb ontzag voor God en eerbiedig de keizer. (NBV)

Daar moet je tegenwoordig fatsoenlijke mensen niet meer voor uitschelden, dat ze vreemdelingen zijn. En zo tegen de vierde mei ligt dat helemaal gevoelig, die Joden, Zigeuners en Homo’s die in die concentratiekampen stierven waren toch Nederlanders? Die Vreemdelingen waar we tegenwoordig kritiek op hebben zijn daar toch niet mee te vergelijken? Toch grijpt de schrijver van de brief terug op het boek Leviticus en noemt alle gelovigen vreemdelingen. Let wel, alle Rooms-Katholieken, Protestanten en Evangelicalen in ons land zijn volgens de Bijbel, volgens de Joods-Christelijke traditie, vreemdelingen in onze samenleving. Dat we tussen ongelovigen leven is ongetwijfeld waar. Dat we alleen nog respect kunnen afdwingen door goede daden te plegen is ongetwijfeld ook waar. Die goede daden gaan er dan niet om ons netjes of fatsoenlijk te gedragen maar de briefschrijver verbindt het met het Bijbels rechtspreken en we weten dat dat betekent dat we er op uit moeten zijn mensen recht te doen en de hand moeten uitsteken naar minsten, niet alleen in ons land maar over de hele bewoonde wereld.

De briefschrijver is van humor trouwens ook niet gespeend. Want wat is nu de reden dat je het gezag van de Keizer en de gouverneurs moet erkennen? Om door het goede te doen onwetende dwazen de mond te snoeren. Geen gehoorzaamheid dus, zeker geen gehoorzaamheid om gehoorzaam te zijn. Alles staat in het teken van vrede en alle goeds. De keuze om het goede te doen en niets dan het goede wordt je niet opgelegd door de wereld. Het is geen slappe knieën mentaliteit die je doet buigen voor vreemde godsdiensten of buitenlandse dictators. Maar met de vreemdelingen onder ons aan tafel gaan betekent het goede te willen, ook van hen. Een bezoek te brengen aan vreemde dictaturen en daar te vragen naar je broeders en zusters betekent niet eer bewijzen aan onmenselijke heersers maar het goede te willen en niets dan het goede. En vergeet niet dat onder dictaturen mensen levens niet echt tellen. Let daarom op het goede, zodat je de slachtoffers van het kwade niet vermeerderd.

Ontzag voor God betekent dus je broeders en zusters, de minsten van de hele wereld, lief te hebben en er voor te zorgen dat het de machthebbers opvalt dat er een andere weg is om goed te doen dan het gebruik van geweld en onderdrukking. De schrijver van deze brief leeft in de traditie van Jeremia die aan de ballingen in Babel schreef dat ze groentetuinen moesten aanleggen om voedsel te kunnen delen met de armen zodat ze uiteindelijk zo’n goede naam zouden krijgen dat ze terug zouden mogen keren. Het is de traditie van Jezus van Nazareth die riep dat allen die het zwaard opnemen door het zwaard zullen vergaan. Het is de traditie die wij in onze dagen kennen van Ghandi, Martin Luther King en Nelson Mandela. Het is de wereld verbeteren door het goede te doen en niets dan het goede. Niet de taal van schelden en dik doen, niet het verheffen van de borst om onderscheidingen te tonen en mooier te zijn dan de ander, maar delen van huis en bezit en als het nodig is het delen van jezelf.

Ontdoe u dus van alles wat slecht is

woensdag, 26 april, 2017

1 Petrus 2:1-10

1 ¶  Ontdoe u dus van alles wat slecht is, van alle bedrog en huichelarij, alle afgunst en kwaadsprekerij, 2  en verlang als pasgeboren zuigelingen naar de zuivere melk van het woord, opdat u daardoor groeit en uw redding bereikt. 3  U hebt toch ondervonden hoe goed de Heer is? 4 ¶  Voeg u bij hem, bij de levende steen die door de mensen werd afgekeurd maar door God werd uitgekozen om zijn kostbaarheid, 5  en laat u ook zelf als levende stenen gebruiken voor de bouw van een geestelijke tempel. Vorm een heilige priesterschap om geestelijke offers te brengen die God, dankzij Jezus Christus, welgevallig zijn. 6  In de Schrift staat immers: ‘In Sion leg ik een hoeksteen die ik heb uitgekozen om zijn kostbaarheid; wie daarop vertrouwt, komt niet bedrogen uit.’ 7  Kostbaar is hij voor u, die erop vertrouwen. Voor wie er niet op vertrouwen, geldt echter: ‘De steen die de bouwers afkeurden is de hoeksteen geworden.’ 8  En: ‘Het is een steen waarover men struikelt, een rotsblok waaraan men zich stoot.’ Zij struikelen omdat ze Gods woord niet gehoorzamen, daartoe zijn ze bestemd. 9  Maar u bent een uitverkoren geslacht, een koninkrijk van priesters, een heilige natie, een volk dat God zich verworven heeft om de grote daden te verkondigen van hem die u uit de duisternis heeft geroepen naar zijn wonderbaarlijke licht. 10  Eens was u geen volk, nu bent u Gods volk; eens viel Gods ontferming u niet ten deel, nu wordt zijn ontferming u geschonken. (NBV)

In de tijd dat deze brief geschreven werd was het nog steeds wennen voor de nieuwe gelovigen in de Weg van Jezus van Nazareth. Alle religies hadden tempels, de een nog mooier dan de ander. Ze hadden ook priesters, mooi gekleed, speciaal gekapt en in elk geval binnen hun gemeenschap machtig en belangrijk. Die mensen van de Weg, ook wel Christenen genoemd, hadden dat allemaal niet. Ze kwamen bij elkaar in een huis, of een Joodse synagoge. Over die Petrus werd verteld dat het een eenvoudig visserman was uit Galilea, maar die was niet de baas. Ze hadden alleen hun God als Heer. Iedereen was een stukje van de Tempel stond in die brief van Petrus en iedereen was een Priester, samen vormden ze een koninkrijk van Priesters. Ieder van hen was geroepen om de bevrijding van de armen te verkondigen. Dat hoefde niet in een apart gestelde zogenaamd gewijde ruimte maar dat kon overal. In de stad, in de kroeg, op het land en in elk huis dat je tegenkwam.

Alles wat zich uitnemender acht dan een ander is slecht. Alle moeite om meer te krijgen en rijker te worden is verspilde moeite. Bedrog, huichelarij, afgunst, kwaadsprekerij, je hebt het allemaal niet meer nodig. Houden van je naaste als van jezelf dat is het woord waar het om draait en daarvan moet je meer en meer leren, daar moet je in zien te groeien. Dat allemaal door een rabbi uit Palestina die een slavendood stierf. Onbeduidender en meer verworpen door mensen kan bijna niet. Maar door die Jezus van Nazareth ging iedereen er in geloven dat het zou kunnen, hij werd de hoeksteen waarop de nieuwe gemeenschap kwam te rusten. Juist zijn richtlijnen, die immers in Sion werden bewaard, werd de spelregels van de nieuwe gemeenschap. Niet het streven naar winst en profijt, niet het eerst om jezelf denken en dan aan de ander, niet de trots op een land, een taal, een vlag, maar de liefde tot de naaste maakt het voortaan uit in het leven. En dan wordt je ineens een volk.

Die nieuwe gelovigen zullen soms hun ogen uitgewreven hebben. Romeinen en Grieken, Joden en Arabieren, Slaven en vrijen, mannen en vrouwen, mensen van alle slag en alle afkomst. Die vormden van oorsprong niet één volk al woonden ze in één rijk. Maar nu waren ze Gods volk en hoorden ze bij het Koninkrijk van God. Eerst keek niemand naar ze om, in het Romeinse Rijk telde een leven meer of minder niet, nu zorgden ze voor elkaar als broeders en zusters en telde elk mens evenveel in de nieuwe gemeenschap. Als je dat ervaart en op je in laat werken dan zie je dat je van duisternis naar het licht gekomen bent. Van de duisternis van angst voor vreemdelingen, vreemde goden en vreemde godsdiensten naar het licht van de bevrijding van de angst en een leven met broeders en zusters. We zouden er vandaag nog mee opnieuw kunnen beginnen.

Wees heilig

dinsdag, 25 april, 2017

1 Petrus 1:13-25

13 ¶  Laat uw geest daarom voortdurend paraat zijn, wees waakzaam en vestig al uw hoop op de genade die u ontvangen zult wanneer Jezus Christus zich openbaart. 14  Wees als gehoorzame kinderen en geef niet opnieuw toe aan de begeerten waardoor u vroeger, toen u nog onwetend was, werd beheerst, 15  maar leid een leven dat in alle opzichten heilig is, zoals hij die u geroepen heeft heilig is. 16  Er staat immers geschreven: ‘Wees heilig, want ik ben heilig.’ 17  En aangezien u hem die iedereen beoordeelt naar zijn daden, zonder aanzien des persoons, Vader noemt, moet u tijdens uw leven als vreemdeling ook ontzag voor hem hebben. 18  U weet immers dat u niet met zoiets vergankelijks als zilver of goud bent vrijgekocht uit het zinloze leven dat u van uw voorouders had geërfd, 19  maar met kostbaar bloed, van een lam zonder smet of gebrek, van Christus. 20  Al voor de grondvesting van de wereld is hij door God uitgekozen, en nu is hij, aan het einde van de tijd, verschenen omwille van u. 21  Door hem gelooft u in God, die hem uit de dood heeft opgewekt en hem laat delen in zijn luister, zodat uw geloof tevens hoop is op God. 22  Nu u gehoorzaam bent aan de waarheid, is uw hart gelouterd en kunt u oprecht van uw broeders en zusters houden; heb elkaar dan ook onvoorwaardelijk lief, met een zuiver hart, 23  als mensen die opnieuw zijn geboren, niet uit vergankelijk maar uit onvergankelijk zaad, door Gods levende en altijd blijvende woord. 24 ¶  ‘De mens is als gras en zijn schoonheid als een bloem in het veld: het gras verdort en de bloem valt af, 25  maar het woord van de Heer blijft eeuwig bestaan.’ Dit woord is het evangelie dat u verkondigd is. (NBV)

Er zijn zogenaamde kerken waar ze zelfs heiligen aanbidden. In Rome zijn nog niet lang geleden twee dode mannen heilig verklaard die heel veel mensen verdriet hadden gedaan en één van die twee had zelfs miljoenen mensen zijn kerk uitgejaagd en hen de hoop ontnomen dat er een God was die hen zou helpen tot een betere en meer vreedzame wereld te komen. Maar als je in deze brief van Petrus leest dat je zelf heilig moet zijn dan kom je tot de ontdekking dat aanbidden van heiligen nooit kan kloppen, zoveel valt er nou ook weer niet aan jou en mij te aanbidden. Dat heilig zijn is dan ook heel iets anders dan dat je er mensen voor zou moeten aanbidden of dat er mensen gestorven zouden zijn die voor jou zouden kunnen bidden tot God. Tot God bidden kun je zelf, je mag hem zelfs Vader noemen staat er in dit gedeelte uit de brief van Petrus.

Het gaat hier om bevrijding uit de slavernij van de zinloosheid. Als je goud of zilver hebt geërfd dan weet je waarover het gaat. Kijk maar om je heen, armen in overvloed en jij kreeg van je voorouders goud of zilver. Daar klopt dus iets niet, ergens is het verkeerd gegaan met het delen. Nu is dat op zich niet zo erg. Wij hebben een voorbeeld dat we kunnen navolgen. Jezus van Nazareth deelde immers alles, zelfs zichzelf door de dood heen. Dat bevrijdt van alle dood. Ooit, voor de uittocht uit Egypte, voor de tocht door de woestijn, had men een lam geslacht en het bloed aan de deurposten gesmeerd. Door dat bloed ging de engel des doods aan die huizen voorbij en dat leidde de uittocht uit de slavernij in. Daarmee wordt in het Nieuwe Testament op allerlei plaatsen de kruisdood van Jezus van Nazareth vergeleken. Daar gaat het geloof over, bevrijd te zijn van de angst voor de dood. Niet de dood regeert ons langer maar het leven. Dat maakt ook dat we “heilig” kunnen zijn.

Dat woord “heilig” heeft een aantal betekenissen in zich verenigd. In de eerste plaats zit ons woord “heel” er in. En wel in de betekenis van zonder gebrek, en helemaal voldoen aan de oorspronkelijke bestemming. De mens was immers geschapen om goed te doen en niet dan goed. In de tweede plaats zit er iets van apart gezet in. We worden opgeroepen niet langer te doen zoals in de wereld gewoon is, streven naar meer en nog meer, maar delen met de minsten. We leven niet langer voor onszelf maar voor de ander. We houden immers van onze naaste als van onszelf. Daar houdt dus niemand ons meer van af. Dat is pas heilig zijn en heilig leven. Dat betekent ook dat we niet aanbeden kunnen worden hoe heilig we ook zijn, want juist wij weten dat we er duizend keer per dag weer opnieuw mee moeten beginnen. Dat we voortdurend verleid worden de goden van winst en profijt te volgen, dat altijd meer moeten willen, en dat we de armsten op de wereld maar moeten vergeten. De honger in de wereld neemt toe en in ons land wil men de autofiles bestrijden door de ontwikkelingssamenwerking te verminderen. Dat is pas toegeven aan onzalige begeerten. Maar we weten het wel, we kunnen ons steeds weer omkeren en een hand uitsteken naar de minsten onder ons.

Zonder hem ooit gezien te hebben

maandag, 24 april, 2017

1 Petrus 1:1-12

1 ¶  Van Petrus, apostel van Jezus Christus. Aan de uitverkorenen die als vreemdelingen verspreid in Pontus, Galatië, Kappadocië, Asia en Bitynië verblijven, 2  door God, de Vader, voorbestemd om, geheiligd door de Geest, gehoorzaam te zijn aan Jezus Christus en met zijn bloed besprenkeld te worden. Genade zij u en vrede, in overvloed. 3 ¶  Geprezen zij de God en Vader van onze Heer Jezus Christus: in zijn grote barmhartigheid heeft hij ons opnieuw geboren doen worden door de opstanding van Jezus Christus uit de dood, waardoor wij leven in hoop. 4  (4-5) Er wacht u, die door Gods kracht wordt beschermd omdat u gelooft, in de hemel een onvergankelijke, ongerepte erfenis die nooit verwelkt. U ziet de redding tegemoet, die aan het einde van de tijd zeker geopenbaard zal worden. 5 6 ¶  Verheug u hierover, ook al moet u nu tot uw verdriet nog een korte tijd allerlei beproevingen verduren. 7  Zo kan de echtheid blijken van uw geloof-zoveel kostbaarder dan vergankelijk goud, dat toch ook in het vuur wordt getoetst-en zo verwerft u lof, eer en roem wanneer Jezus Christus zich zal openbaren. 8  U hebt hem lief zonder hem ooit gezien te hebben; en zonder hem nu te zien gelooft u in hem en ervaart u een onuitsprekelijke, hemelse vreugde, 9  omdat u het einddoel van uw geloof bereikt: uw redding. 10 ¶  Wat die redding inhoudt, trachtten de profeten te achterhalen toen ze profeteerden over de genade die u ten deel zou vallen. 11  Zij probeerden vast te stellen op welke tijd en op welke omstandigheden Christus’ Geest, die in hen werkzaam was, doelde toen deze hun zei dat Christus zou lijden en daarna in Gods luister zou delen. 12  Er werd hun geopenbaard dat deze boodschap niet voor henzelf bestemd was maar voor u, en nu is deze boodschap u verkondigd door hen die u het evangelie hebben gebracht, gedreven door de heilige Geest die vanuit de hemel werd gezonden. Het zijn geheimen waarin zelfs engelen graag zouden doordringen. (NBV)

Hier beginnen we te lezen in de Eerste brief van Petrus. Zo heet deze brief, gericht aan gemeenten in het huidige Turkije, maar of de visser die we uit de Evangelieverhalen als Petrus kennen zelf deze brief heeft kunnen schrijven valt zeer te betwijfelen. De brief is namelijk geschreven in een zeer geschoold en fraai Grieks. Door iemand dus die zeer veel gelezen had en vertrouwd was met de taal. En dat valt voor een visserman uit Galilea volgens velen toch te betwijfelen. Door sommigen wordt veronderstelt dat de brief is geschreven door Silvanus die dan als secretaris voor Petrus zou zijn opgetreden. Als Silas komt deze secretaris ook in de Handelingen der Apostelen voor en in brieven van Paulus. Hoe het ook zij, het is een brief die het Evangelie van Jezus van Nazareth probeert te verkondigen en daarvoor tot vandaag de dag bestemd is.

Het begin van deze brief kan gemakkelijk tot misverstanden leiden. Als je de brief tekst voor tekst zou lezen, zonder samenhang in het verhaal aan te brengen, dan zou je bijna gaan denken dat de schrijver oproept om niet te treuren om al het lijden dat je meemaakt omdat je na je dood in de hemel wel zult genieten. Zo is de brief in de geschiedenis van de kerk vaak aan de gelovigen voorgehouden. Maar het staat er niet. Er staat dat je ondanks het lijden nu al een onuitsprekelijke, hemelse, vreugde zult ervaren, ja nu al ervaart. Door het geloof in de bevrijding van de armen komt er een stukje hemel op aarde. Die hemel staat dan voor het ideaal dat we ons allemaal wel zouden wensen, een wereld zonder tranen, zonder handicaps, zonder dood. Als we geloven dan lijkt het of de wereld al zo is. We zijn dan in elk geval niet meer bang voor de dood, we laten ons niet meer regeren door de dood, we wissen tranen, richten de lammen op en laten de blinden zien. Dat is de opdracht die we uit het Evangelie kunnen leren.

Zelfs zonder Jezus van Nazareth te hebben gezien kunnen we dat geloven. De profeten van het oude Israel riepen altijd al dat alle volken geroepen zouden worden zich naar het principe van heb-uw-naaste-lief te gaan gedragen maar ze hadden er maar weinig van gemerkt. Na de dood en de opstanding van Jezus van Nazareth was dat geloof echter in een snel tempo over de hele toenmalig bekende wereld gevlogen. Ondanks zware vervolgingen stroomden de gelovigen toe. De slavenmaatschappij waar het Romeinse Keizerrijk zo zwaar op leunde betekende de dood in de pot. Daar ging geen leven meer van uit. De nieuwe Weg van Jezus van Nazareth bracht mensen bij elkaar aan tafel zonder onderscheid te maken naar afkomst, of rijkdom. Iedereen kon meedoen en ieder leven telde. Dat is de samenleving die ook wij samen mogen opbouwen. Ook vandaag de dag.

Ik wens jullie vrede!

zondag, 23 april, 2017

Johannes 20:19-31

19 ¶  Op de avond van die eerste dag van de week waren de leerlingen bij elkaar; ze hadden de deuren afgesloten, omdat ze bang waren voor de Joden. Jezus kwam in hun midden staan en zei: ‘Ik wens jullie vrede!’ 20  Na deze woorden toonde hij hun zijn handen en zijn zijde. De leerlingen waren blij omdat ze de Heer zagen. 21  Nog eens zei Jezus: ‘Ik wens jullie vrede! Zoals de Vader mij heeft uitgezonden, zo zend ik jullie uit.’ 22  Na deze woorden blies hij over hen heen en zei: ‘Ontvang de heilige Geest. 23  Als jullie iemands zonden vergeven, dan zijn ze vergeven; vergeven jullie ze niet, dan zijn ze niet vergeven.’ 24  Een van de twaalf, Tomas (dat betekent ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus kwam. 25  Toen de andere leerlingen hem vertelden: ‘Wij hebben de Heer gezien!’ zei hij: ‘Alleen als ik de wonden van de spijkers in zijn handen zie en met mijn vingers kan voelen, en als ik mijn hand in zijn zij kan leggen, zal ik het geloven.’ 26 ¶  Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei hij, 27  en daarna richtte hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’ 28  Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’ 29  Jezus zei tegen hem: ‘Omdat je me gezien hebt, geloof je. Gelukkig zijn zij die niet zien en toch geloven.’ 30  Jezus heeft nog veel meer wondertekenen voor zijn leerlingen gedaan, die niet in dit boek staan, 31  maar deze zijn opgeschreven opdat u gelooft dat Jezus de messias is, de Zoon van God, en opdat u door te geloven leeft door zijn naam. (NBV)

Het is vandaag al weer een Christelijke feestdag, Beloken Pasen heet die. Het is de achtste dag na Pasen en de eerste zondag na Pasen. In de kerken lezen ze dan graag over de verschijning van Jezus van Nazareth na de kruisiging aan de volgelingen. Zo zal er veel gepreekt worden over dat verhaal van de mensen die wandelden naar Emmaüs en daar Jezus ontmoeten. Wij lezen dat rare Pinksterverhaal uit het Evangelie van Johannes. Want we hebben immers in het boek van de Handelingen van de Apostelen gelezen dat op het Pinksterfeest, 50 dagen na Pasen, de leerlingen bijeen waren en dat er toen een wind opstak waardoor ze naar buiten werden gedreven om dat geweldige verhaal over Jezus van Nazareth te vertellen. Toen ontvingen ze wat we nu de Heilige Geest noemen.

Maar Johannes vertelt dat ze als angstige vogeltjes samen waren weggekropen, bang dat ze hetzelfde lot zouden ondergaan als Jezus. Die angst verdween toen Jezus in hun midden kwam staan en hun zijn handen toonde waar de spijkers van het kruis doorheen waren gegaan en de wond in zijn zij. Toen stak diezelfde Pinksterwind al op en bevestigde Jezus dat ze genoeg hadden geleerd om mensen hetzelfde verhaal als hij te vertellen. Houd van elkaar als van jezelf was het hart van dat verhaal dat de liefde doorzette door de dood heen. Je zou het zelf willen zien want het is natuurlijk ongelooflijk. Thomas was zo iemand die het zelf wilde zien en toen pas geloofde, alsof Jezus daar iedere zondag langs kwam.

Maar het volhouden van de liefde en de gevolgen daarvan zijn inderdaad ongelofelijk. Het is te doen, je kunt er immers altijd weer opnieuw mee beginnen. Jezus had zijn leerlingen nog op het hart gebonden dat er altijd bij te vertellen, je kunt er altijd weer opnieuw mee beginnen. En ook al zie je het resultaat niet, juist als je doorgaat dwars door alle liefdeloosheid, dwars tegen alle haat en doodsheid heen, zul je merken dat het geluk niet zit in winst en profijt, in uiterlijk vertoon, maar in de liefde voor de naaste. Dat zijn wonderen die je voor je zelf houdt en verder niet opschrijft, maar dat zijn wonderen die door miljoenen mensen in de geschiedenis zijn gedeeld en tot vandaag de dag de hele aarde over gaan. Aan ons om die Liefde ook in onze eigen omgeving levend te houden en door te geven, om er meer en meer mensen bij te betrekken. Het Koninkrijk van Jezus is immers aangebroken en dat je iemand vrede wenst klinkt zo gek nog niet.

Engelen noch machten noch krachten.

zaterdag, 22 april, 2017

Romeinen 8:26-39

26 ¶  De Geest helpt ons in onze zwakheid; wij weten immers niet wat we in ons gebed tegen God moeten zeggen, maar de Geest zelf pleit voor ons met woordloze zuchten. 27  God, die ons doorgrondt, weet wat de Geest wil zeggen. Hij weet dat de Geest volgens zijn wil pleit voor allen die hem toebehoren. 28  En wij weten dat voor wie God liefhebben, voor wie volgens zijn voornemen geroepen zijn, alles bijdraagt aan het goede. 29 ¶  Wie hij al van tevoren heeft uitgekozen, heeft hij er ook van tevoren toe bestemd om het evenbeeld te worden van zijn Zoon, die de eerstgeborene moest zijn van talloze broeders en zusters. 30  Wie hij hiertoe heeft bestemd, heeft hij ook geroepen; en wie hij heeft geroepen, heeft hij ook vrijgesproken; en wie hij heeft vrijgesproken, heeft hij nu al laten delen in zijn luister. 31 ¶  Wat moeten wij hier verder over zeggen? Als God voor ons is, wie kan dan tegen ons zijn? 32  Zal hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven, ons met hem niet alles schenken? 33  Wie zal Gods uitverkorenen aanklagen? God zelf spreekt hen vrij. 34  Wie zal hen veroordelen? Christus Jezus, die gestorven is, meer nog, die is opgewekt en aan de rechterhand van God zit, pleit voor ons. 35  Wat zal ons scheiden van de liefde van Christus? Tegenspoed, ellende of vervolging, honger of armoede, gevaar of het zwaard? 36  Er staat geschreven: ‘Om u worden wij dag na dag gedood en afgevoerd als schapen voor de slacht.’ 37  Maar wij zegevieren in dit alles glansrijk dankzij hem die ons heeft liefgehad. 38  Ik ben ervan overtuigd dat dood noch leven, engelen noch machten noch krachten, heden noch toekomst, 39  hoogte noch diepte, of wat er ook maar in de schepping is, ons zal kunnen scheiden van de liefde van God, die hij ons gegeven heeft in Christus Jezus, onze Heer. (NBV)

Niks, helemaal niks, is in staat ons te scheiden van de liefde van God. Zo sterk is het voorbeeld dat we gekregen hebben in het voorbeeld van Jezus van Nazareth, de bevrijder. Het gedeelte dat we vandaag lezen heet in de taal van onze dagen : “Niemand kan ons wat maken” En dan moet je bedenken dat Paulus en de gelovigen in Rome te maken hebben met een overheid die uit pure willekeur handelt. Zo waren  Judeeërs, waaronder Judeeërs die Jezus van Nazareth als de beloofde Messias erkenden, uit Rome verbannen, zo mochten ze er weer in. Maar elders werden Christenen gedood omdat ze niet wilden offeren voor het beeld van de Keizer. Ook Paulus zelf kwam van de ene gevangenis in de andere omdat hij oproer zou veroorzaken door het vertellen over zijn geloof in Jezus van Nazareth. Dan durf je toch wel als je de stoere taal gebruikt die we vandaag te lezen krijgen. Zo’n uitspraak: “als God voor ons is wie zou dan tegen ons zijn?” is mooie troost voor vrome christenen.

Maar als je in een concentratiekamp bent beland omdat je je verzet tegen een regiem dat verstandelijk gehandicapten en psychiatrische patiënten systematisch dood en mensen vergast omdat ze Jood zijn of zigeuner of homo dan klinkt die uitspraak ineens heel anders en is het maar de vraag of wij hem vandaag de dag nog na durven zeggen. Zelfs de dood aan het kruis van Jezus van Nazareth vanwege zijn onbuigzame en onverwoestbare liefde voor de mensen, zelfs voor de mensen die hem aan dat kruis hingen en hem er toe veroordeelden, doet ons aarzelen om op God te bouwen als het gevolg zo verschrikkelijk kan zijn. Toch zijn er tal van gelovigen die ons daar in zijn voorgegaan. In de Protestantse Kerken is de theoloog Dietrich Bonhoeffer een sprekend voorbeeld. Hij schreef in brieven die uit het concentratiekamp werden gesmokkeld over zijn geloof en waarom hij het niet opgaf.

Dat geloof was het enige dat hem behoedde net zo slecht te worden als de nazi’s die hem hadden opgesloten. Dat geloof gaf hem in dat hij moest blijven proberen die nazi’s op andere gedachten te brengen en de mensen er van te overtuigen dat verstandelijk gehandicapten, psychiatrisch patiënten, Joden, zigeuners, homo’s, vrijmetselaars en al die anderen die werden opgesloten, vervolgd en vermoord, omdat ze anders waren als nazi’s vonden dat ze moesten zijn, hun broeders en zusters waren, van wie je moest willen blijven houden. We weten nu dat het goede doen en niet dan het goede, waartoe Paulus ons oproept, iets te maken heeft met het goede blijven doen ook al wordt dat door iedereen veroordeeld. Paulus geeft ons mee dat als iedereen ons veroordeelt, God zelf ons in elk geval vrij spreekt. Die troost is er als er geen andere is. Voorlopig zijn er nog heel veel gelovigen die werken aan die nieuwe aarde waar de hemel op te vinden zal zijn, wij mogen meewerken en daarvan kan inderdaad niemand ons van afhouden.

 

Erfgenamen van God

vrijdag, 21 april, 2017

Romeinen 8:12-25

12  Broeders en zusters, we hoeven ons niet langer te laten leiden door onze eigen wil. 13  Als u dat wel doet, zult u zeker sterven. Als u echter uw zondige wil doodt door de Geest, zult u leven. 14  Allen die door de Geest van God worden geleid, zijn kinderen van God. 15  U hebt de Geest niet ontvangen om opnieuw als slaven in angst te leven, u hebt de Geest ontvangen om Gods kinderen te zijn, en om hem te kunnen aanroepen met ‘Abba, Vader’. 16  De Geest zelf verzekert onze geest dat wij Gods kinderen zijn. 17 ¶  En nu we zijn kinderen zijn, zijn we ook zijn erfgenamen, erfgenamen van God. Samen met Christus zijn wij erfgenamen: wij moeten delen in zijn lijden om met hem te kunnen delen in Gods luister. 18  Ik ben ervan overtuigd dat het lijden van deze tijd in geen verhouding staat tot de luister die ons in de toekomst zal worden geopenbaard. 19  De schepping ziet er reikhalzend naar uit dat openbaar wordt wie Gods kinderen zijn. 20  Want de schepping is ten prooi aan zinloosheid, niet uit eigen wil, maar door hem die haar daaraan heeft onderworpen. Maar ze heeft hoop gekregen, 21  omdat ook de schepping zelf zal worden bevrijd uit de slavernij van de vergankelijkheid en zal delen in de vrijheid en luister die Gods kinderen geschonken wordt. 22  Wij weten dat de hele schepping nog altijd als in barensweeën zucht en lijdt. 23  En dat niet alleen, ook wijzelf, die als voorschot de Geest hebben ontvangen, ook wij zuchten in onszelf in afwachting van de openbaring dat we kinderen van God zijn, de verlossing van ons sterfelijk bestaan. 24  In deze hoop zijn we gered. Als we echter nu al zouden zien waarop we hopen, zou het geen hoop meer zijn. Wie hoopt er nog op wat hij al kan zien? 25  Maar als wij hopen op wat nog niet zichtbaar is, blijven we in afwachting daarvan volharden. (NBV)

Je gaat pas erven als er iemand dood is. Maar erfgenamen zelf kunnen nog wel eens in aanzien stijgen als blijkt dat hen een grote erfenis te wachten staat. Is God dood en zijn wij dan de erfgenamen? Dat is niet wat Paulus bedoelt. Hij bedoelt dat we gelijk zijn aan Jezus van Nazareth die God aansprak als zijn Vader. Zo mogen wij ook God aanspreken als onze Vader en zijn wij dus ook erfgenamen. Wat is onze erfenis dan? Dat is het visioen van een wereld waar geen tranen meer zullen zijn, waar de lam en de leeuw samen zullen neerliggen en een kind zal spelen in het hol van de slang. Visioenen zoals Jesaja ze ooit opschreef en die volgens Paulus de erfenis zullen zijn voor Joden en Heidenen samen. Zo maar, voor iedereen voor het grijpen? Nee dus. Wij zullen moeten delen in het lijden van Jezus van Nazareth om met hem te kunnen delen in dat visioen. Moeten we dus allemaal maar aan een kruis gaan hangen? In onze tijd is dat een onzinnige vraag. In de tijd dat Paulus deze brief aan de gemeente in Rome schreef niet helemaal een onzinnige vraag. Op een andere plaats in de brief aan de gemeente in Rome schrijft Paulus over mensen die hij had ontmoet op zijn reizen die uit Rome afkomstig waren. Zij waren uit Rome verbannen omdat er relletjes waren geweest tussen Joden en Christenen en Keizer Claudius had  Joden de toegang tot Rome ontzegd omdat, zo staat in het edict, er een opstand was geweest onder leiding van ene Chrestos.

Het afzweren van Tempels met godenbeelden en Priesters, het afzweren van leven met standsverschillen en cultuurverschillen was een groot risico. Wee degene die er een gewoonte van maakt te delen met armen, te zorgen voor zieken en stervenden, gevangenen te bezoeken, de hongerenden te voeden en de naakten te kleden. Ook de gemeente van christenen in Rome kwam bijeen in één van de huizen van de gelovigen om samen het brood te breken en de beker rond te laten gaan in herinnering aan Jezus van Nazareth en als oefening in het je naaste liefhebben als jezelf. Een dergelijke manier van leven ondermijnt de “samenleving van meer en beter”. Zeker als dat een slavenmaatschappij is waar een leven niet telt. Wat het is om als slaven in angst te leven weet die gemeente in Rome maar al te goed. Dagelijks zien zij dat om hen heen. Maar ze weten ook dat de slavenhouders eigenlijk in angst leven. Als die slaven in opstand komen dan kunnen ze hun leven verliezen. De weg die de christenen kozen, met slaven en slavenhouders als gelijken, was om broeders en zusters van elkaar te worden, samen een nieuwe gemeenschap te vormen. Dat deden ze door God hun Vader te noemen. Zo kunnen ook wij de angst voor elkaar overwinnen door te weten dat God ons aller Vader is, van Hollanders en vreemdelingen, van Allochtonen en Autochtonen, van iedereen die bij ons woont. Pas als wij dat erkennen komen de visioenen van de profeten uit. Maar het kan, wij kunnen het.

Het zijn soms mooie zinnen die in de brieven van Paulus staan en waar we achteloos overheen lezen omdat er weer van die ingewikkelde filosofische redeneringen op volgen. Toch vormen dit soort zinnetjes vaak de sleutel die het begrijpen van die redeneringen mogelijk maken. Zo ook hier. Want wie heeft de schepping aan zinloosheid onderworpen? Voor veel theologen een duistere zaak, ze slaan dat stukje dan ook graag over. Maar zijn wij het niet zelf die de schepping zoals we die zien en ervaren als zinloos ervaren? Het water stroomt van hoog naar laag, er zijn vier seizoenen en tal van natuurwetten en al eeuwen is de aarde en alles wat daarop is hetzelfde. Het draait vandaag om haar as en morgen ook en de aarde draait dit jaar om de zon en volgend jaar opnieuw. Het gaat allemaal niet vooruit en niet achteruit. Je kunt op die manier ook moeilijk zeggen dat het Gods lof verkondigt want het is allemaal nietszeggend. Voor jonge mensen wil het leven op die manier ook zinloos worden. De armen hebben we altijd al bij ons gehad, we horen van oorlogen en geruchten van oorlogen en mensen streven altijd eerder naar meer en beter dan naar vrede en gerechtigheid. Zo was het, zo is het en zo lijkt het altijd te moeten blijven. Maar Paulus schetst ons een beeld van hoop. Hij heeft het over een geboorte van iets nieuws. Geloven dat al die zinloosheid in de wereld voorbij kan gaan. Geloven dat het echt mogelijk is dat alle hongerenden gevoed zullen worden, dat recht wordt gedaan aan mensen, dat alle tranen gedroogd zullen worden, dat we daarvoor nu aan het werk kunnen gaan elke dag opnieuw.