Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor januari, 2017

Laat jullie ja ja zijn

dinsdag, 31 januari, 2017

Matteüs 5:27-37

27 ¶  Jullie hebben gehoord dat gezegd werd: “Pleeg geen overspel.” 28  En ik zeg zelfs: iedereen die naar een vrouw kijkt en haar begeert, heeft in zijn hart al overspel met haar gepleegd. 29  Als je rechteroog je op de verkeerde weg brengt, ruk het dan uit en werp het weg. Je kunt immers beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat heel je lichaam in de Gehenna geworpen wordt. 30  En als je rechterhand je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af en werp hem weg. Je kunt immers beter een van je lichaamsdelen verliezen dan dat heel je lichaam naar de Gehenna gaat. 31  Er werd gezegd: “Wie zijn vrouw verstoot, moet haar een scheidingsbrief meegeven.” 32  En ik zeg jullie: ieder die zijn vrouw verstoot, drijft haar tot overspel-tenzij er sprake was van een ongeoorloofde verbintenis; en ook wie trouwt met een verstoten vrouw, pleegt overspel. 33 ¶  Jullie hebben ook gehoord dat destijds tegen het volk werd gezegd: “Leg geen valse eed af, voor de Heer gedane geloften moeten worden ingelost.” 34  En ik zeg jullie dat je helemaal niet moet zweren, noch bij de hemel, want dat is de troon van God, 35  noch bij de aarde, want dat is zijn voetenbank, noch bij Jeruzalem, want dat is de stad van de grote koning; 36  zweer evenmin bij je eigen hoofd, want je kunt nog niet één van je haren wit of zwart maken. 37  Laat jullie ja ja zijn, en jullie nee nee; wat je daaraan toevoegt komt voort uit het kwaad. (NBV)

Je kunt van de regels in dit gedeelte gemakkelijk algemeen geldende morele voorschriften maken. Vervolgens steek je je vinger op en wijst al die anderen aan die er zich niet aan gehouden zouden hebben. Je steekt dan vanzelf zeer voordelig af bij al die anderen. Zo wordt dit gedeelte uit de Bergrede maar al te vaak gebruikt. Ook worden de regels aangedragen als bewijs hoe slecht het met de wereld wel niet gaat. Maar daar zijn die regels dus niet voor bedoeld. “Overspel” is dus zo’n mooi modern woord, lekker neutraal, wordt in de sport ook vaak gebruikt: fraai overspel. Vroeger stond hier “bedrieglijke echtbreuk” en het gaat natuurlijk om het bedrog. Mannen maken zich daar nog al eens schuldig aan. Vrouwen worden bekeken als voorwerpen om je eigen lust mee te kunnen bevredigen. Maar vrouwen zijn geen voorwerpen, het zijn mensen net als mannen. Als je de ander dus net zo behandelt als jij wilt worden behandelt dan bekijk je elkaar niet als voorwerp die je naar believen kunt gebruiken en weer weg kunt werpen.

Je mag dus ook best schrikken van de kwade gedachten die je overvallen, voor je het weet sta je slechte grappen te maken waarin andere mensen als voorwerpen worden beschouwd en ga je de samenleving indelen in mensen en voorwerpen die jou moeten dienen. Als die voorwerpen daar niet van gediend zijn dan moeten ze maar weg, terug naar hun eigen land of stilletjes achter het fornuis. En denk nu niet dat hier een verbod tot echtscheiding staat. . Hier gaat het over verstoten. Als een man zijn vrouw verstoot kan dat alleen omdat ze niet trouw is geweest zegt Jezus van Nazareth, als ze zich dus schuldig gemaakt heeft aan bedrieglijke echtbreuk. Als ze samen tot de conclusie komen dat ze beter niet hadden kunnen trouwen, dat het huwelijk, de liefde over is, dan was er sprake van een ongeoorloofd huwelijk, want het is duidelijk dat je niet moet trouwen uit lust of winstbejag maar alleen uit liefde. Dan was er dus eigenlijk geen huwelijk en dan volgt er dus eigenlijk ook geen scheiding, moet je voor de burgerlijke samenleving nog wel wat regelen maar de verbintenis waar de Bijbel het over heeft bestond niet eens.

De Liefde tot je naaste en de Liefde van God tot de mensen wordt niet voor niets zo vaak vergeleken met een huwelijk. Voor al die mensen die tegenwoordig gaan scheiden zou dus de nadruk veel meer moeten liggen op het samen gaan scheiden in plaats van samen oorlog voeren. Heel langzaam dringt ook door dat het oorlog voeren voor de kinderen zeer schadelijk is en wie houdt er nu niet van de kinderen.  Daarom moet je God ook niet te hulp roepen als je wil aantonen de waarheid te spreken, zweren noemen we dat. Die waarheid is van jezelf. Het gaat niet aan om soms wel de waarheid te spreken en soms niet. Dat maakt je onbetrouwbaar, dan kun je ook God nog aanvoeren als getuige van je leugens. Het gaat dus in dit gedeelte om wat jezelf denkt en doet, hoe je zelf met mensen omgaat. En op dat omgaan met mensen mag je anderen aanspreken door ze tot voorbeeld te zijn. Dat mogen we gelukkig elke dag opnieuw proberen, ook vandaag weer.

 

Jullie zijn het zout van de aarde

maandag, 30 januari, 2017

Matteüs 5:13-26

13 ¶  Jullie zijn het zout van de aarde. Maar als het zout zijn smaak verliest, hoe kan het dan weer zout gemaakt worden? Het dient nergens meer voor, het wordt weggegooid en vertrapt. 14  Jullie zijn het licht in de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen blijven. 15  Men steekt ook geen lamp aan om hem vervolgens onder een korenmaat weg te zetten, nee, men zet hem op een standaard, zodat hij licht geeft voor ieder die in huis is. 16  Zo moet jullie licht schijnen voor de mensen, opdat ze jullie goede daden zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel. 17 ¶  Denk niet dat ik gekomen ben om de Wet of de Profeten af te schaffen. Ik ben niet gekomen om ze af te schaffen, maar om ze tot vervulling te brengen. 18  Ik verzeker jullie: zolang de hemel en de aarde bestaan, blijft elke jota, elke tittel in de wet van kracht, totdat alles gebeurd zal zijn. 19  Wie dus ook maar een van de kleinste van deze geboden afschaft en aan anderen leert datzelfde te doen, zal als de kleinste worden beschouwd in het koninkrijk van de hemel. Maar wie ze onderhoudt en dat aan anderen leert, zal in het koninkrijk van de hemel in hoog aanzien staan. 20  Want ik zeg jullie: als jullie gerechtigheid niet groter is dan die van de schriftgeleerden en de Farizeeën, zullen jullie zeker het koninkrijk van de hemel niet binnengaan. 21 ¶  Jullie hebben gehoord dat destijds tegen het volk is gezegd: “Pleeg geen moord. Wie moordt, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht.” 22  En ik zeg zelfs: ieder die in woede tegen zijn broeder of zuster tekeergaat, zal zich moeten verantwoorden voor het gerecht. Wie tegen hen “Nietsnut!” zegt, zal zich moeten verantwoorden voor het Sanhedrin. Wie “Dwaas!” zegt, zal voor het vuur van de Gehenna komen te staan. 23  Wanneer je dus je offergave naar het altaar brengt en je je daar herinnert dat je broeder of zuster je iets verwijt, 24  laat je gave dan bij het altaar achter; ga je eerst met die ander verzoenen en kom daarna je offer brengen. 25  Leg een geschil snel bij, terwijl je nog met je tegenstander onderweg bent, anders levert hij je uit aan de rechter, draagt de rechter je over aan de gerechtsdienaar en word je gevangengezet. 26  Ik verzeker je: dan kom je niet vrij voor je ook de laatste cent betaald hebt. (NBV)

Hoe kun je nu het zout van de aarde zijn en pas in de hemel toegejuicht worden. Dat lijkt niet echt met elkaar te kloppen. Tenminste als je de hemel na de dood van de mensen plaatst. En waarom zou je dat doen? De hemel kan op aarde aanbreken als overal vrede en gerechtigheid heerst, als alle volken zich tot Jeruzalem keren en ieder de Wet van Liefde aanhangt en in praktijk brengt. We hebben het al zo vaak in de Bijbel kunnen lezen. Op ons avontuur door de Bijbel aan de hand van het leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap hebben we dat eigenlijk elke dag wel een keer gelezen. We kennen de helden uit het heden die vernedering en smaad uithielden omdat ze overtuigd waren de rechtvaardigheid van hun opvattingen. Het uithoudingsvermogen van iemand als Nelson Mandela zou uiteindelijk de afschaffing van Apartheid in Zuid Afrika mogelijk maken. Zijn idealen maakten zelfs een vreedzame overgang mogelijk. Maar we hoeven niet zulke grote persoonlijkheden als hij te hebben. Matteüs heeft het over het “zout der aarde” Zout zie je niet in je eten, maar zonder smaakt het meeste eten flauw. Pas als er zout in zit krijgt het smaak. Met dat onzichtbare zout worden de volgelingen van Jezus van Nazareth vergeleken.

Maar soms brengen losse teksten en verhalen uit de Bijbel je in verwarring. We kennen de twistgesprekken van Jezus van Nazareth met de Farizeeën en Schriftgeleerden. Vaak gaat het dan over wat mag en wat niet mag. Dat zou dan staan in de Wet van Mozes maar volgens zijn tegenstanders hield Jezus van Nazareth zich niet zo nauwkeurig aan de Wet. In het gedeelte van vandaag lezen we zijn uitspraak dat je die Wet niet zomaar naast je neer kunt leggen. Maar die Wet is er voor de mensen en de mensen zijn er niet voor die Wet, daarmee is die Wet niet een Wet zoals wij die kennen maar wordt die wet tot een richtlijn voor een menselijke samenleving. Niet voor niets is de samenvatting het heb uw naaste lief als uzelf. Als je zo die Wet volgt dan hoor je in dat Koninkrijk van God. Want moorden doen we in de regel niet. Maar iemands persoon ontkennen, “niets-nut” roepen, iemand kleineren, dat overkomt ons nog wel eens. Volgens Jezus van Nazareth is dat pas moord. Als je de intelligentie, de inzet van iemand ontkent, de ander “dwaas” noemt dan verlaag je die ander zo laag dat je de hel op aarde brengt voor die ander.

Dan wacht ook jou het vuur van de afvalhoop buiten Jeruzalem, het Gehenna, voor tijdgenoten van Jezus van Nazareth het beeld van de hel waar het eeuwig brand.  Hier werd het afval van de hele stad verbrand, inclusief dode dieren. Dag en nacht brandde er een vuur en hoe het stonk kan iedereen zich er waarschijnlijk wel bij voorstellen. Als je offert, en offeren is delen met iemand die dat nodig heeft, en je hebt nog iets tegen iemand, dan is er dus iemand met wie je op dat moment niet wilt delen, dat moet je dus eerst goedmaken, want wat je de minste van de mensen hebt gedaan heb je aan God zelf gedaan. Zo ook een geschil, zorg dat het uit de wereld is voor het uit de hand loopt is het advies. Je merkt aan de manier van spreken van Jezus van Nazareth dat het hier niet gaat om wetten in de zin waarin wij het over wetten hebben. Over dit soort regels kun je geen rechtszitting houden, kun je iemand niet oordelen. Integendeel hoe een ander hiermee omgaat dat kun je al helemaal niet beoordelen, dat moet je dus aan God overlaten. Voor ons blijft de vraag: zorgen we samen voor een volwaardige plaats voor de armen in onze samenleving? Of schelden we de armen uit voor dwaas en moeten we er van uitgaan dat ze zelf schuld hebben aan hun armoede? Wij mogen elke dag weer opnieuw met die regels op pad, ook vandaag weer.

Gelukkig

zondag, 29 januari, 2017

Matteüs 5:1-12

1 ¶  Toen hij de mensenmassa zag, ging hij de berg op. Daar ging hij zitten met zijn leerlingen om zich heen. 2  Hij nam het woord en onderrichtte hen: 3 ¶  ‘Gelukkig wie nederig van hart zijn, want voor hen is het koninkrijk van de hemel. 4  Gelukkig de treurenden, want zij zullen getroost worden. 5  Gelukkig de zachtmoedigen, want zij zullen het land bezitten. 6  Gelukkig wie hongeren en dorsten naar gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden. 7  Gelukkig de barmhartigen, want zij zullen barmhartigheid ondervinden. 8  Gelukkig wie zuiver van hart zijn, want zij zullen God zien. 9  Gelukkig de vredestichters, want zij zullen kinderen van God genoemd worden. 10  Gelukkig wie vanwege de gerechtigheid vervolgd worden, want voor hen is het koninkrijk van de hemel. 11  Gelukkig zijn jullie wanneer ze je omwille van mij uitschelden, vervolgen en van allerlei kwaad betichten. 12  Verheug je en juich, want je zult rijkelijk worden beloond in de hemel; zo immers vervolgden ze vóór jullie de profeten. (NBV)

Er was een tijd dat we dit de zaligsprekingen noemden. Er werd over gesproken als over een soort toverformules die de doelgroepen hier genoemd een plaats in de hemel zouden bezorgen. Je moest voor dat plaatsje in de hemel hard je best doen en zorgen dat je bij één van die groepen ging behoren. Maar in de Nieuwe Bijbel Vertaling is dat zalig vervangen door “Gelukkig” en daarmee krijgt het verhaal een andere klank, het is een les, want Jezus van Nazareth ging op een berg zitten met zijn leerlingen om zich heen. Wat heeft Jezus van Nazareth ons dan willen leren? Hetzelfde als hij geleerd heeft aan die twee mannen die na het Paasfeest van Jeruzalem naar Emmaüs liepen. Daar staat dat hij de schriften ging uitleggen. Dat is hier ook het geval. In vers drie staan de nederigen van hart, die kennen we beter als de armen van geest, maar dit is wellicht een betere vertaling want voor hen is het Koninkrijk. De mensen die zich dus niet laten voorstaan op wat ze doen en kunnen staan vooraan in het Koninkrijk van God.

Dat hadden we al kunnen leren uit Psalm 34 die hier aangehaald wordt. In vers 4 wordt het boek van de profeet Jesaja aangehaald waar in hoofdstuk 61 al wordt opgemerkt dat de treurenden getroost zullen worden en wat is er mooier dat er tenminste iemand is die je troost als je treurt. In Psalm 37 gaat het over de zachtmoedigen die niet alleen het land terugkrijgen dat ze bij de verdeling door Jozua is toegezegd maar uiteindelijk de hele aarde zullen beërven, al dat landveroveren heeft dus geen enkele zin. Bij het hongeren en dorsten naar gerechtigheid denken velen aan Psalm 42 waar gesproken wordt over dat hijgende hert dat dorst naar verfrissend water zoals mijn ziel dorst naar God. Bij de barmhartigen kun je denken aan het gebed van het Onze Vader waar gebeden wordt om vergeving van schulden zoals je zelf ook anderen hun schuld vergeeft. De reinen van hart, zuiveren in de Nieuwe Bijbel Vertaling vindt je al in de Psalmen 24 en 51, als er helemaal niks kwaads meer in je is dan zul je God zien, zoveel hebben maar heel weinig mensen echt voor een ander over gehad.

Bij de vredestichters kun je denken aan Koning David die, zoals in het boek Kronieken wordt beschreven, weigerde tegen zijn eigen volk te vechten toen hij vervolgd werd en verbannen was en voor een vreemde koning moest vechten. En als je dat allemaal gedaan hebt dan kun je er zeker van zijn dat je vervolgd wordt. Mensen die onvoorwaardelijk opkomen voor de minsten in de samenleving, tegen onrecht spreken en daar niet mee ophouden die worden vervolgd. Dat gebeurt in al die landen en samenlevingen waar machtigen en rijken zich beter achten dan de rest. Vandaag zul je het zien in landen waar het eigen volk eerst wordt gezet, desnoods ten koste van dat eigen volk, als het maar lijkt. Als je vanwege het geloof in de komst van een nieuwe, eerlijke, samenleving wordt vervolgd weet je zeker dat je hoort bij de Weg van Jezus van Nazareth, de Koninklijke Weg. En als je daarbij hoort dan ben je pas echt gelukkig, wat er verder ook met je gebeurt.

Nu ben ik oud

zaterdag, 28 januari, 2017

Psalm 37:25-40

25  Ooit was ik jong, nu ben ik oud, en nooit zag ik dat een rechtvaardige werd verlaten, nooit zag ik zijn kinderen zoeken naar brood; 26  hij is vol mededogen en leent uit, elke dag, voor zijn kinderen is hij een zegen. 27  Mijd het kwade en doe het goede, en je zult voor eeuwig wonen in het land, 28  want de HEER heeft gerechtigheid lief, wie hem trouw zijn, verlaat hij niet. Zij blijven voor eeuwig behouden, maar het nageslacht van zondaars wordt verdelgd. 29  De rechtvaardigen zullen het land bezitten en het bewonen, hun leven lang. 30  De mond van de rechtvaardige spreekt wijsheid, zijn tong spreekt gerechtigheid, 31  hij draagt de wet van God in zijn hart en zijn voeten struikelen niet. 32  De zondaar loert op de rechtvaardige en zoekt een kans om hem te doden, 33  maar de HEER laat zijn dienaar niet los: wordt hij aangeklaagd, vrijspraak zal volgen. 34 ¶  Vestig je hoop op de HEER en blijf op de weg die hij wijst, hij zal je aanzien geven en grondbezit, je zult beleven dat zondaars worden verdelgd. 35  Ik heb een zondaar gezien, een uitbuiter, hij groeide uit als een woekerende laurier; 36  op een dag was hij verdwenen, ik zocht hem en ik vond hem niet. 37  Zie de onschuldigen, kijk naar de oprechten: wie vredelievend zijn hebben de toekomst. 38  Maar zondaars worden verdelgd, er is geen toekomst voor een slecht mens. 39  De rechtvaardigen vinden redding bij de HEER, hij is hun toevlucht in tijden van nood. 40  De HEER heeft hen altijd geholpen en bevrijd, hij bevrijdt hen ook nu van de zondaars, hij redt hen, want zij schuilen bij hem. (NBV)

Levenservaring, daar gaat het om. Niet steeds opnieuw het wiel uitvinden en ook de volgende generaties daarvoor behoeden. Wie het gedeelte van vandaag uit Psalm 37 leest zal zich realiseren dat de technologische veranderingen in de wereld de verhoudingen tussen mensen en de verhouding tussen de mensen en hun God nog steeds niet echt veranderd is. Wie mensen tot hun recht wil laten komen, wie onrecht bestrijd en vrede sticht weet dat er altijd voor zijn nageslacht zal worden gezorgd. In onze samenleving krijgt een steeds kleiner aantal mensen een steeds groter deel van het gezamenlijk bezit. We zullen dus opnieuw het eerlijk delen moeten leren waar de Psalmdichter voor pleit. Natuurlijk gebeurd het uitlenen niet meer op het dorpsplein. We hebben daar tegenwoordig Oikocredit voor die kleine leningen verzorgd voor mensen die daarmee een start kunnen maken. Zij stelt ons in de gelegenheid daaraan mee te doen.

Het is een mooie belofte dat de rechtvaardigen het land zullen bezitten, hun hele leven lang. We merken er niet zo veel van. Het zijn de schreeuwers die meester zijn in het schelden die de boventoon voeren. Het lijkt er op alsof zij alles voor het zeggen hebben. Dat de rechtvaardige wijsheid spreekt en zijn tong gerechtigheid is nauwelijks te bespeuren. Als rechters anders rechtspreken dan de eerste emotie hen ingeeft dan deugen de rechters niet. Kansen om in onze samenleving opnieuw te beginnen zijn er nauwelijks. Een organisatie als Exodus, die ex-gedetineerden begeleid in hun uittocht uit de criminaliteit en hen probeert te leiden naar onze samenleving van zorgen voor elkaar en respect voor de ander, merkt dat het etiket “crimineel” een zwaardere straf is die langer moet worden verdragen als welke rechtvaardige celstraf dan ook. Steun aan Exodus, niet alleen met geld, is dan ook zeer hard nodig.

Maar de Psalm is ook een lied van bevrijding. In het eerste deel werden we al bevrijd van de ergernis voor hen die kwaad doen, in het tweede deel ontdekten we dat onze God de bedrijvers van het kwaad uitlacht en dat wij dat dus ook mogen doen. De Psalmdichters weet dat de onrechtvaardigen, de uitbuiters en onderdrukkers, verdwijnen. De toekomst is nog steeds aan de vredestichters. Als op mensen een beroep wordt gedaan om te kiezen tussen vrede en geweld dan kiezen de mensen voor de vrede en tegen het geweld. Daar wordt misbruik van gemaakt. Als we maar bang genoeg worden dat met de komst van vreemdelingen het geweld ons boven het hoofd hangt dan kiezen we voor de schijnvrede van uitsluiting. We vergeten dan dat alleen de God van Israël boven ons hoofd hangt en dat we dus niet moeten uitsluiten maar vreemdelingen moeten opnemen alsof ze al bij ons hoorden. Bij God schuilen als we angstig zijn is altijd nog het beste, dat zal helpen de vrede te bewaren.

 

De Heer lacht hem uit

vrijdag, 27 januari, 2017

Psalm 37:12-24

12  De zondaar belaagt de rechtvaardige met een grijns op zijn gezicht. 13  Maar de Heer lacht hem uit en ziet de dag al van zijn ondergang. 14  Zondaars trekken hun zwaard en spannen hun boog, om zwakken en armen te doden, om af te slachten wie eerlijk hun weg gaan. 15  Maar het zwaard dringt in hun eigen hart en hun bogen worden gebroken. 16  Beter het weinige dat een rechtvaardige heeft dan de rijkdom van talloze zondaars. 17  De macht van de zondaars wordt gebroken, maar de HEER zal de rechtvaardigen steunen. 18  De HEER trekt zich het lot van onschuldigen aan, hun bezit blijft voor eeuwig behouden. 19  Zij worden niet teleurgesteld in kwade dagen, in tijden van hongersnood hebben zij te eten. 20  De zondaars zullen ten onder gaan, de vijanden van de HEER verdwijnen als bloemen in het veld, verdwijnen als rook. 21 ¶  De zondaar vraagt te leen en brengt niet terug, de rechtvaardige geeft, uit mededogen. 22  Gods gezegenden zullen het land bezitten, de vervloekten worden verdelgd. 23  Wie de HEER welgevallig is, mag zijn weg gaan met vaste tred. 24  Al komt hij ten val, hij blijft niet liggen, want de HEER richt hem op. (NBV)

Je kunt je soms kapot ergeren. Aan die verkeershufters, aan die buren die maar niet hun rotzooi willen opruimen of op een goede manier aanbieden aan de reinigingsdienst, aan die oplichters die je zelfs op internet je geld uit je zak kloppen, aan al die mensen die geweld plegen of anderen onderdrukken. Mensen die hongeren en dorsten naar gerechtigheid kunnen er niet mee leven. Maar de onvrede blijft, mensen die zich hufterig gedragen of zich ten koste van anderen verrijken of, nog erger, het leven van anderen niet respecteren en met geweld hun eigen belang willen dienen, die mensen verdwijnen niet, die kom je steeds opnieuw tegen. Eeuwen van gevangenisstraffen en heropvoeding hebben dat onrecht nog steeds niet de wereld uitgeholpen. En die ergernis brengt ook de oplossing niet. Het gedeelte dat we vandaag uit de Psalm lezen zet er iets anders tegenover.

De boodschap is dat je je niet hoeft te ergeren. Je mag er om lachen. Ook dat zal niet helpen maar het helpt je zelf, het helpt je van dat vervelende gevoel van ergernis af. Het maakt het gemakkelijker je ergernis te benoemen, want bang voor wat de Psalmist de zondaar of onrechtvaardige noemt hoef je niet meer te zijn. God zelf lacht ze ook uit, waarom wij gelovigen in God dan niet. God beloofd ook dat ze aan hun eigen onrecht te gronde zullen gaan. De pijlen die ze afsteken zullen in hun eigen hart terechtkomen. En zeg nu eerlijk, wie wil als asociaal bekend staan, wie wil de straffen van justitie die daar bij horen ondergaan. Op het moment dat het bedrijven van onrecht normaal wordt, als we bang worden het onrecht aan de kaak te stellen, dan verdwijnt de afschrikking je door hufterig gedrag buiten de samenleving te plaatsen.

En daar geeft de Psalm je een sterk wapen in de hand. In plaats van je steeds met dat kwade bezig te houden kun je er ook naar streven steeds het goede te doen. We kennen het rijtje wel, de hongerigen voeden, de dorstigen laven, de naakten kleden, de gevangenen bezoeken, de vreemdelingen in je midden opnemen, vrede te stichten en te zorgen voor de minsten. Verdien je daar wat mee? Wordt de wereld er beter van? Levert het ook nog wat op? Welnee, zelfs niet de genade van de God van Israël. Maar het maakt je leven een stuk eenvoudiger. Je wordt gewaardeerd om wat je doet, mensen kunnen je niet om ver werpen en als je valt hoef je alleen nog een beroep te doen op de beloften van God, het zal goedkomen belooft God, en je hebt weer een nieuwe toekomst waar je aan mag werken. Paulus zegt het niet voor niets, doe het goede en niet dan het goede. Het verhaal zegt ook dat je het kwade kunt bestrijden door het goede te doen, dat mag dus ook vandaag weer.

Wees niet jaloers op wie kwaad doen

donderdag, 26 januari, 2017

Psalm 37:1-11

1 ¶  Van David. Erger je niet aan slechte mensen, wees niet jaloers op wie kwaad doen, 2  zij verdorren snel als gras, zij verwelken als het jonge groen. 3  Vertrouw op de HEER en doe het goede, bewoon het land en leef er veilig. 4  Zoek je geluk bij de HEER, hij zal geven wat je hart verlangt. 5  Leg je leven in de handen van de HEER,  vertrouw op hem, hij zal dit voor je doen: 6  het recht zal dagen als het morgenlicht, de gerechtigheid stralen als de middagzon. 7 ¶  Blijf kalm en wacht op de HEER, erger je niet aan wie slaagt in het leven, aan wie met listen te werk gaat. 8  Wind je niet op, laat je woede varen, erger je niet, dat brengt maar onheil.  9  Slechte mensen worden verdelgd, wie hopen op de HEER, zullen het land bezitten. 10  Nog even, en verdwenen is de zondaar, je kijkt waar hij is, maar vindt hem niet. 11  Wie nederig zijn, zullen het land bezitten en gelukkig leven in overvloed en vrede. (NBV)

Vandaag lezen we een hoogst actuele psalm. Want ergeren aan slechte mensen dat doen we tegenwoordig dag in dag uit. En als er mensen zijn die de mensen waar ze zich aan ergeren op hun vingers tikken dan ergeren we ons daar weer aan en zo kunnen we door gaan. Je hoeft op al die mensen die zich ergeren niet jaloers te zijn. De psalm zegt dat ze verdorren als gras, ze verwelken als het jonge groen. Soms duurt  dat helaas een poosje en blijft je ergernis bestaan. Maar als je toestaat dat je ergernis met je op de loop gaat dan kun je er knap ziek van worden. Maagzweren, hartklachten en andere ziekten worden vaak toegeschreven aan opwinding en onvrede. Nu klinkt een oproep om je leven in de handen van de Heer te leggen en op hem te vertrouwen soms wel erg goedkoop. Alsof je zelf niet verantwoordelijk bent voor het verbeteren van de wereld en zeker voor het recht verschaffen aan hen die onrecht wordt aangedaan.

Nu is het leggen van je leven in de handen van de Heer minder vrijblijvend als het klinkt. God heeft een aantal richtlijnen gegeven die je beter kunt volgen als de weg die je door de wereld wordt gewezen. Paulus heeft ooit gezegd dat je het kwade met het goede moet bestrijden. Als je jezelf ergert kun je je afvragen hoe je van die ergernis af kan komen. Je kunt iemand aanspreken op ergerlijk gedrag. Je kunt je aansluiten bij mensen die bezig zijn de ergernis de wereld uit te helpen, als we allemaal willen dat een slechte situatie ten goede wordt gekeerd dan zal dat op den duur ook gebeuren. De richtingwijzers van de wereld zullen moeten omgevormd worden tot de richtingwijzers van God. Maar kwaad worden zal daarbij niet helpen. Toorn brengt twist voort, zegt het boek Spreuken, en stapelt dwaasheid op dwaasheid.

In het gedeelte dat we vandaag lezen klinken de zaligsprekingen uit het boek Matteüs voor. Als Jezus van Nazereth volgens het verhaal van Matteüs als Mozes op een berg zijn leer ontvouwd dan begint hij met het citeren van de psalmen. Hij prijst de zachtmoedigen gelukkig, zij zullen de aarde beërven. Erven doe je van je ouders en daarom spreekt hij God aan als zijn Vader. Als je werkelijk naast de zwakken, de hongerigen, de gevangenen, de vreemdelingen gaat staan dan erken je dus niet meer de machten in de wereld die de rijken rijker maken en de armen met loze beloften proberen te paaien. Zolang mensen niet zelf hun rijkdom willen delen blijven ze ongeloofwaardig. Als we het opnemen voor de mensen die niet meetellen, aan wie geen recht wordt gedaan, als we ons daarvoor zelf inzetten en daar anderen in mee nemen dan verdwijnen die machthebbers. En onzelf inzetten kunnen we elke dag opnieuw.

 

Daarover spreken wij

woensdag, 25 januari, 2017

1 Korintiërs 2:6-16

6 ¶  Toch is wat wij verkondigen wijsheid voor wie volwassen is in het geloof. Het is echter niet de wijsheid van deze wereld en haar machthebbers, die ten onder zullen gaan. 7  Waar wij over spreken is Gods verborgen en geheime wijsheid, een wijsheid waarover God vóór alle tijden besloten heeft dat wij door haar zouden delen in zijn luister. 8  Geen van de machthebbers van deze wereld heeft die wijsheid gekend; zouden ze haar wel hebben gekend, dan zouden ze de Heer die deelt in Gods luister niet hebben gekruisigd. 9  Maar het is zoals geschreven staat: ‘Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie hem liefheeft.’ 10  God heeft ons dit geopenbaard door de Geest, want de Geest doorgrondt alles, ook de diepten van God. 11  Wie is in staat de mens te kennen, behalve de geest van de mens? Zo is alleen de Geest van God in staat om God te kennen. 12  Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die van God komt, opdat we zouden weten wat God ons in zijn goedheid heeft geschonken. 13  Daarover spreken wij, niet op een manier die ons door menselijke wijsheid is geleerd, maar zoals de Geest het ons leert: wij verklaren het geestelijke met het geestelijke. 14  Een mens die de Geest niet bezit, aanvaardt niet wat van de Geest van God komt, want voor hem is het dwaasheid. Hij kan het ook niet begrijpen, omdat het geestelijk moet worden beoordeeld. 15  Maar een mens die de Geest wel bezit, kan alles beoordelen, en zelf wordt hij door niemand beoordeeld. 16  Er staat immers geschreven: ‘Wie kent de gedachten van de Heer, zodat hij hem zou kunnen onderwijzen?’ Welnu, onze gedachten zijn die van Christus. (NBV)

Als je dit stuk uit de brief aan de mensen in Korinthe oppervlakkig leest lijkt het wel of je in een spookverhaal terecht bent gekomen. Geesten voor en geesten na. Door de geest, voor de geest en in de geest. Maar lees nu voor de “geest” “De manier waarop”, of “de mentaliteit waarin” dan wordt het stuk al heel wat helderder. De manier waarop God met mensen omgaat is heel anders dan de manier waarop de wereld met mensen omgaat. God gaat het in de eerste plaats om de zwakken, de hulpelozen, de armen, daarvoor kijkt God uit naar wie willen helpen. Wij kijken over het algemeen naar de rijken, de machtigen. De aanzienlijken noemen we die mensen dan ook. Als het er om gaat ons land in verband met religie te brengen dan sturen we onze Koning naar een dure kerk, vol fraaie koren, muziek en fraaie woorden van deftige mensen. Het zou dwaas zijn de Koning namens ons allemaal naar de Pauluskerk in Rotterdam te sturen, toen die nog vol zat met zwervers, drugsverslaafden en mensen die psychisch in de war zijn.

Die Pauluskerk is afgebroken, maar er zijn nog kerken in ons land waar rond de kerstdagen zwervers en daklozen worden ontvangen en getrakteerd op een maaltijd. Ondenkbaar dat onze Koning daar zijn kersttoespraak zou houden. Nou over die dwaasheid gaat het in die brief van Paulus. Die dwaasheid is de dwaasheid van de gelovigen, de dwaasheid die ze hebben door het geloof in God, de dwaasheid die ze kregen door hun leven in te richten in de mentaliteit, of de Geest van God. Dat heeft dus niks te maken met vroomheid, met fraaie tempels, moskeeën of kerken, met gebeden die fraai klinken of liederen die mooi vertolkt worden, dat geloof heeft alleen te maken met mensen die bevrijdt worden van armoede, die weer mee mogen gaan doen, die geheeld worden doordat we een hand uitsteken. Als je de dingen in die geest gaat doen dan snap je ook hoe het met God en de mensen in elkaar zit.

Paulus zegt dat de wereld er niet op zou komen om godsdienst en religie te zoeken bij de armsten en de zwaksten, maar dat de machtigen van deze wereld zullen vergaan. We merken dat nog steeds als er gesproken wordt over religie, dan gaat het vaker om burgermansfatsoen dat de een de ander wil opleggen dan om rechtvaardigheid, delen van de rijkdom die er onder ons is.  Religie is te vinden in het lied dat Maria ooit gezongen heeft: “Machtigen zal God van de troon stoten”. We moeten maar luid meezingen want we zijn er hard bij nodig. En op die manier zijn ook onze gedachten die van Christus. Want dat delen van ons met de minsten kan immers vandaag beginnen, wat de wereld er ook van moge denken.

Wat niets is heeft God uitgekozen.

dinsdag, 24 januari, 2017

1 Korintiërs 1:26–2:5

26  Denk eens aan uw roeping, broeders en zusters. Onder u waren er niet veel die naar menselijke maatstaf wijs waren, niet veel die machtig waren, niet veel die van voorname afkomst waren. 27  Maar wat in de ogen van de wereld dwaas is, heeft God uitgekozen om de wijzen te beschamen; wat in de ogen van de wereld zwak is, heeft God uitgekozen om de sterken te beschamen; 28  wat in de ogen van de wereld onbeduidend is en wordt veracht, wat niets is, heeft God uitgekozen om wat wél iets is teniet te doen. 29  Zo kan geen mens zich tegenover God op iets beroemen. 30  Door hem bent u één met Christus Jezus, die dankzij God onze wijsheid is geworden. Door Christus worden wij rechtvaardig en heilig en door hem worden wij verlost, 31  opdat het zal zijn zoals geschreven staat: ‘Wil iemand zich op iets beroemen, laat hij zich op de Heer beroemen.’ 1 ¶  Broeders en zusters, toen ik bij u kwam om u het geheim van God te verkondigen, beschikte ook ik niet over uitzonderlijke welsprekendheid of wijsheid. 2  Ik had besloten u geen andere kennis te brengen dan die over Jezus Christus-de gekruisigde. 3  Bovendien kwam ik bij u in al mijn zwakheid en was ik angstig en onzeker. 4  De boodschap die ik verkondigde overtuigde niet door wijsheid, maar bewees zich door de kracht van de Geest, 5  want uw geloof moest niet op menselijke wijsheid steunen, maar op de kracht van God. (NBV)

We kijken er nog altijd tegen op. Tegen de mannen met hun strak gesneden pakken en hun zijden stropdassen, tegen de vrouwen in de haute couture japonnen met bijpassende hoeden. Tegen de adel, de machtigen, de rijken, de mensen die wij het laten vertellen en het daarom te vertellen hebben. Dat was in elk geval niet hoe de gemeente daar in Corinthe in elkaar zat. Dat waren geen mensen van aanzien, dat waren geen machtigen. Dat was eigenlijk maar een zootje ongeregeld als je de beschrijving van Paulus moet geloven. En toch moest het  van die gemeente komen. Paulus rekent zich er overigens ook onder, hij is niet zo welsprekend staat er. Die opmerking komt vast van Sostenes met wie hij de brief heeft geschreven en aan wie hij kennelijk een flink deel van de brief heeft gedicteerd. Die Sostenes veroorlooft zich hier een klein grapje want die Paulus weet het allemaal prima te vertellen.

Het gaat om de Geest van God die het moet bewijzen en daarbij gaat het om de manier waarop de zaken gedaan worden, met liefde voor de mensen, met zorg en aandacht, of mag je gewoon mensen met administratieve slordigheden in gevaar brengen. In ons land mag dat laatste. Een partij als het CDA durft dat zelfs van tijd tot tijd Christelijk te noemen. Paulus niet, en ook de andere briefschrijvers uit het Nieuwe Testament niet en al helemaal niet de schrijvers van de verhalen over Jezus zelf. Maar in deze dagen hoeven we niet te wanhopen. Wat in de ogen van de wereld dwaas is, en zorg hebben voor mensen die hierheen gevlucht zijn voor armoede en ellende is volgens velen dwaas, zal uiteindelijk wijsheid blijken. Nu al schrijven geleerde economen van hoge bolwerken als de Oeso dat we meer mensen uit arme landen moeten toelaten om hier voor de rijken zoveel te verdienen dat ons welvaartspeil op nivo kan blijven.

En op de laatste wereldhandels- conferenties  begon iedereen door te krijgen dat als we de Europeese landbouwsubsidies niet echt gaan afschaffen we dan wel eens te maken kunnen krijgen met een wereldhandelsoorlog die ons veel meer kwaad zal berokkenen dan de huidige depressie. Dat dwaze waar al die softe volgers van Jezus al tientallen jaren om vragen, waar al die kerken zondag aan zondag over preken en zingen wordt kennelijk de wijsheid van een welvarende en vredige wereld. Uiteindelijk had God toch gelijk en snappen we waarom die Paulus oude profeten als Jesaja en Jeremia ging citeren. Waar beroem je je anders op dan op de enige Heer die er echt is. En denk dus niet dat praten over recht en vrede iets is voor gestudeerde en welsprekende mensen. Dat was Paulus niet, dat waren die mensen in Korinthe niet lezen we vandaag. Het waren gewone hardwerkende mensen die blij waren dat ze elkaar hadden. Maar toch bleven ze aanhoudend werken aan zorg voor de minsten, roepend om recht en vrede. En dat kunnen wij ook, vandaag en morgen, zonder ophouden.

Ik ben van Paulus

maandag, 23 januari, 2017

1 Korintiërs 1:10-25

10 ¶  Broeders en zusters, in de naam van onze Heer Jezus Christus roep ik u op om allen eensgezind te zijn, om scheuringen te vermijden, om in uw denken en uw overtuiging volkomen één te zijn. 11  Door Chloë’s huisgenoten is mij namelijk verteld, broeders en zusters, dat er verdeeldheid onder u heerst. 12  Ik bedoel dat de een zegt: ‘Ik ben van Paulus, ‘een ander: ‘Ik van Apollos, ‘een derde: ‘Ik van Kefas, ‘en een vierde: ‘Ik van Christus.’ 13  Is Christus dan verdeeld? Is Paulus soms voor u gekruisigd? Of is het in de naam van Paulus dat u bent gedoopt? 14 ¶  Ik dank God dat ik niemand van u-behalve dan Crispus en Gajus-heb gedoopt; 15  niemand van u kan dus zeggen dat hij in mijn naam is gedoopt. 16  Ja, ik heb ook nog Stefanas en zijn huisgenoten gedoopt, maar ik kan mij niet herinneren dat ik nog iemand anders heb gedoopt. 17 ¶  Ik ben immers niet door Christus gezonden om te dopen, maar om te verkondigen-en niet door middel van diepzinnige welsprekendheid, want dan zou het kruis van Christus van zijn kracht worden beroofd. 18  De boodschap over het kruis is dwaasheid voor wie verloren gaan, maar voor ons die worden gered is het de kracht van God. 19  Er staat namelijk geschreven: ‘Ik zal de wijsheid van de wijzen vernietigen, het verstand van de verstandigen zal ik tenietdoen.’ 20  Waar is de wijze, waar de schriftgeleerde, waar de redenaar van deze wereld? Heeft God de wijsheid van de wereld niet in dwaasheid veranderd? 21  Want zoals God in zijn wijsheid bepaalde, heeft de wereld hem niet door haar wijsheid gekend, en hij heeft besloten hen die geloven te redden door de dwaasheid van onze verkondiging. 22  De Joden vragen om wonderen en de Grieken zoeken wijsheid, 23  maar wij verkondigen een gekruisigde Christus, voor Joden aanstootgevend en voor heidenen dwaas. 24  Maar voor wie geroepen zijn, zowel Joden als Grieken, is Christus Gods kracht en wijsheid, 25  want het dwaze van God is wijzer dan mensen, en het zwakke van God is sterker dan mensen. (NBV)

Die brief van Paulus heeft in de loop van de geschiedenis van de kerken maar weinig effect gehad. Verdeeldheid te over en die verdeeldheid ontstond kennelijk al heel snel. Nu is dat niet zo vreemd. Als je deze waarschuwing van Paulus en Sostenes op je in laat werken dan zie je dat het gaat om macht en invloed. Niet dat Paulus die wil hebben, integendeel, maar binnen zo’n nieuwe gemeente gebeurt dat natuurlijk wel. In die gemeente van Korinthe waren Joden, Romeinen, Grieken, Turken, Marokkanen en andere vreemdelingen samen gemeente van Christus. Die mensen deelden niet alleen lief en leed maar ook hun bezit. Het onderscheid tussen arm en rijk viel daar letterlijk weg. Tenminste één keer per week aten ze met elkaar. Op de dag na de Joodse sabbath kwamen ze bijeen om de opstanding van Jezus van Nazareth te vieren. De dood zou hen niet meer afhouden van het beginnen met dat nieuwe Koninkrijk waar Jezus van Nazareth het voor het zeggen had. In zo’n groeiende gemeente moet er dan wel het een en ander geregeld worden. Daar komen dan culturen, gewoonten en prestige bij kijken. Ook ongewild. Gelukkig waren er ook wijze vrouwen in Korinthe, Cloë bijvoorbeeld.

Die stuurde haar huisgenoten naar Paulus met de vraag of het allemaal zo bedoeld was met die verdeeldheid. Niet dus. Wij kennen niet alleen de verdeeldheid van de kerken, die soms al eeuwenoud is, maar we kennen ook de verdeeldheid in de steden. Die kerken kunnen weer bij elkaar komen. De Protestantse Kerk Nederland bewijst dat en het is te hopen dat andere kerkgenootschappen daar aansluiting bij gaan zoeken. Maar die PKN kan ook het voorbeeld zijn voor buurten en wijken waar Christenen en Moslims, Europeanen en Afrikanen, armen en rijken, mannen en vrouwen, jong en oud samen moeten wonen en samen een woongemeenschap moeten vormen. Dat vraagt veel overleg en gesprek. Trefpunten in de wijk waar mensen uit al die groepen elkaar ontmoeten en in gesprek raken zijn van levensbelang. Als er groepen niet in Uw buurthuis of wijkcentrum komen doe er dan samen wat aan. Toen het over het Koninkrijk van de armen ging zei Jezus eens: “Dwing ze om in te gaan” Dat geld ook voor Uw wijkcentrum. Daar ligt de kiem van een vreedzame samenleving.  In deze brief aan de gemeente in Korinthe staan nog meer zeer bekende uitspraken. In dit hoofdstuk komen we vandaag zo’n bekende uitspraak tegen: “het is de Joden een ergernis en de Grieken een dwaasheid”. Wat is er nu zo aanstootgevend voor mensen die in God geloven. Want werkelijk meedoen met het verhaal van Jezus is ook nu nog steeds heel moeilijk voor gelovigen. In de eerste plaats zijn er geen regels, er is alleen de liefde. Heb je naaste lief als jezelf is hetzelfde als God liefhebben boven alles.

En regels zijn toch zo mooi, prostitutie is verboden, drugsgebruik is verboden. Als je het lekker vindt verbiedt je het niet. Zo zijn tabak en alcohol niet verboden. Gelukkig hebben verstandige mensen een paar jaar geleden het verbod op prostitutie opgeheven. Nu kan er aandacht komen voor de vrouwen die tot prostitutie gedwongen worden. Nu pas kan er plaats komen voor liefde in plaats van misbruik. Dan moet je natuurlijk niet schrikken dat je vrouwenhandel ontdekt, of dat er loverboys optreden. Dat is al eeuwen zo, maar we gaven de schuld altijd aan de vrouwen die iets deden wat verboden is. Datzelfde geldt voor drugsgebruik. Als we het gebruik moeten gedogen moeten we het onszelf ook mogelijk maken regels te stellen voor het telen van wiet. Gecontroleerde teelt zodat de criminaliteit wordt uitgeschakeld. Het begin van alle wijsheid toch uiteindelijk die regel van de liefde is, dwaasheid en ergernis of niet. Voor velen is het dwaas om uiteindelijk liefde voor mensen te stellen boven het redelijk denken. Wie blind vaart op de Liefde zal ontdekken dat die liefde haar eigen regels stelt, dat hoeft niet aanstootgevend te zijn.

Aan hen die zijn geroepen om heiligen te zijn

zondag, 22 januari, 2017

1 Korintiërs 1:1-9

1 ¶  Van Paulus, apostel van Christus Jezus, geroepen door de wil van God, en van onze broeder Sostenes. 2  Aan de gemeente van God in Korinte, geheiligd door Christus Jezus, aan hen die zijn geroepen om zijn heiligen te zijn, en aan allen die de naam van onze Heer Jezus Christus aanroepen, waar dan ook, bij hen en bij ons. 3  Genade zij u en vrede van God, onze Vader, en van de Heer Jezus Christus. 4  Ik dank mijn God altijd voor u, omdat hij u in Christus Jezus zijn genade heeft geschonken. 5  Door hem bent u in elk opzicht rijk geworden. Alles wat u zegt en al uw kennis 6  bewijst dat het getuigenis over Christus bij u verankerd is, 7  en hierdoor ontbreekt het u terwijl u op de komst van onze Heer Jezus Christus wacht, aan geen enkele gave van de Geest. 8  Hij is het ook die u tot het einde toe de zekerheid geeft dat u geen blaam zal treffen op de dag van onze Heer Jezus Christus. 9  God, door wie u geroepen bent om één te zijn met zijn Zoon Jezus Christus, onze Heer, is trouw. (NBV)

Vandaag beginnen we te lezen in de brief van Paulus en Sostenes aan de mensen in Korinthe, de eerste brief die de mensen in Korinthe ontvingen. Geleerden hebben uitgemaakt dat deze brief geschreven werd 5 jaar nadat Paulus de gemeente in Korinthe had gesticht, die stichting was in het jaar 50, de brief dus in 55, ongeveer 2000 jaar geleden. Korinthe was een rijke havenstad in Griekenland, hoofdstad van de Romeinse provincie Achaje. En zoals in elke havenstad woonden er mensen overal vandaan. Joden en Heidenen, slaven en vrijen, rijken en armen. En uit al die groepen waren er mensen die tot de gemeente in Korinthe behoorden. En aan al die verschillende mensen schrijven Paulus en Sostenes dat die geroepen zijn om heiligen te zijn. Heilig betekent in dit geval heel. Niet gesplitst zoals wij dat tegenwoordig vaak nog zijn. Vandaag handelaar en morgen Christen, vandaag vader en morgen gelovig, vandaag moeder en morgen echtgenote. Die heelheid, of heiligheid, is volgens het begin van deze brief in de Geest van Jezus te bereiken.

Als we dus al onze zaken doen op de manier waarop Christus bezig was dan hoeven we ons niet steeds in andere rollen in te leven maar dan zijn we maar één mens, heel wat eenvoudiger dus. Het zal ons niet altijd geliefder maken. Bij alles wat we doen de armen voorop zetten, en de zieken, en de zwakken in de samenleving, als het even kan in de hele wereld, betekent dat we niet meer meedoen aan uitbuiting. Sommige werkgevers zijn niet blij met zulke werknemers. Nederlandse vakbonden steunen echter zulke gewetensvolle werknemers. Ook op scholen maak je je niet altijd geliefd als je er naar streeft iedereen er bij te laten horen. Je klasgenoot in de pauze even apart nemen om nog eens te sleutelen aan de Nederlandse Taal van je klasgenoot. Racisme bestrijden en met je plaatselijke anti-discriminatie bureau streven naar het predicaat “school zonder racisme”, het kost soms veel weerstand en je goede naam.

Boodschappen doen bij de natuur en wereldwinkel kost soms wat meer geld en dat kan betekenen dat de maaltijden wat soberder zijn, zeker als je ook nog een deel naar de plaatselijke voedselbank brengt. Je meubels uit de kringloopwinkel halen om het milieu te sparen en verspilling tegen te gaan kost je ook je trots op een dure inrichting. Paulus en Sostenes schrijven aan die mensen in Korinthe dat ze door zo te handelen rijk geworden zijn. Je wordt rijk aan liefde en als je overloopt van liefde dan voel je je de wereld te rijk. Rijk aan aardse goederen kun je namelijk wel vergeten. Zodra je daar iets meer van hebt dan ga je die immers delen. De mensen in Korinthe waren volgens Paulus rijk aan vergeving, die hadden ze immers in overvloed gekregen. Het lijkt een speldenprikje van Paulus, want vergeving krijg je voor de dingen die je verkeerd deed en anders bent gaan doen. Er moest bij die mensen in Korinthe kennelijk veel veranderen. Maar als we om ons heen kijken dan moet dat bij ons ook. Volgens Paulus kunnen we dat kunnen we dat ook volhouden.  Daar moeten we ons dan maar aan vasthouden. Want vasthoudend moet je zijn.