Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor december, 2016

Mij ontbreekt niets

woensdag, 21 december, 2016

Filippenzen 4:10-23

10 ¶  De Heer heeft mij veel vreugde gegeven nu u eindelijk uw zorg voor mij hebt kunnen tonen. U dacht altijd al aan mij, maar vond niet de gelegenheid het te laten zien. 11  Ik zeg dit niet omdat ik gebrek lijd; ik heb geleerd om in alle omstandigheden voor mezelf te zorgen. 12  Ik weet wat het is om gebrek te lijden, maar ook wat het is om in rijkdom te leven. Ik heb alles aan den lijve ondervonden: overvloed en honger, rijkdom en gebrek. 13  Ik ben tegen alles bestand door hem die mij kracht geeft. 14  Toch hebt u er goed aan gedaan in mijn moeilijkheden te delen. 15  U weet zelf, Filippenzen, dat toen ik na mijn vertrek uit Macedonië met de verkondiging begon, uw gemeente de enige is geweest die gedeeld heeft in mijn tegoeden en tekorten. 16  Al in Tessalonica hebt u mij meer dan eens iets gestuurd om mijn tekorten aan te vullen. 17  Niet dat het mij om uw gaven te doen is, ik ben er juist op uit dat het tegoed op uw rekening oploopt. 18  Nu is alles mij vergoed, en heb ik zelfs veel meer ontvangen. Mij ontbreekt niets dankzij de gaven die Epafroditus namens u heeft gebracht; ze zijn een geurig en aangenaam offer, dat God behaagt. 19  Mijn God zal uit de overvloed van zijn majesteit elk tekort van u aanvullen, door Christus Jezus. 20 ¶  Aan onze God en Vader komt de eer toe tot in alle eeuwigheid. Amen. 21  Groet alle heiligen in Christus Jezus. De broeders en zusters die bij mij zijn, laten u groeten. 22  Alle heiligen laten u groeten, vooral zij die in dienst van de keizer staan. 23  De genade van de Heer Jezus Christus zij met u. (NBV)

Onze riemensnijdende tentenbouwer Paulus van Tarzus had het niet altijd even gemakkelijk op zijn zogenaamde zendingsreizen. Hij had dan wel vaak het geluk ontvangen te worden door rijke nieuw geworven Christenen, vooral vrouwen worden daarbij in de Bijbel genoemd, maar als de gemeente eenmaal vaste grond had dan waren er weduwen, armen, slaven en zieken die de aandacht vroegen en het geld van de jonge gemeente nodig hadden. Paulus moest dan met werk zelf de kost verdienen en omdat ook het onderwijzen en steunen van de jonge gemeente tijd kostte was dat niet eenvoudig. Toch blijkt uit veel brieven dat Paulus er een eer in stelde zelf in zijn eigen onderhoud te voorzien. Een gemeente van Jezus van Nazareth is er niet om voorgangers rijk te maken of zelfs maar een gemakkelijk leventje te bezorgen, ook vandaag de dag niet.

Gemeenten die eenmaal op orde waren en Paulus niet meer nodig hadden kwamen als hij vertrokken was pas tot de ontdekking hoeveel hij eigenlijk waard was geweest. Verschillende keren lees je in de brieven van Paulus dan ook bedankjes voor de gaven die de gemeenten Paulus achterna hadden gestuurd. Dat lees je hier ook. Later zou Paulus zelfs een inzameling beginnen onder de door hem gestichte gemeenten om de gemeente in Jeruzalem te steunen. Die had het erg moeilijk door de door Paulus begonnen vervolgingen en Paulus roept de gemeenten dan ook herhaaldelijk op geld voor hen bijeen te brengen.  In het allerlaatste zinnetje van de brief, net voor de zegenbede, steekt Paulus de gemeente in Filippi nog even een hart onder de riem. Hij reisde niet alleen rond dus is het niet zo vreemd dat hij besluit met de groeten te doen van iedereen die met hem meer reisde.

Maar dat het vooral degenen zijn die in dienst van de keizer staan is vreemder. Wie dat geweest zijn weten we niet, maar als het geloof in Jezus van Nazareth al doorgedrongen is in het huis van de Keizer van Rome dan kan een omwenteling in de Romeinse Rijk niet ver meer zijn. En in de dagen van Paulus leefde men in de veronderstelling dat de nieuwe hemel en de nieuwe aarde onder handbereik waren. Dat geloof mogen we vandaag ook delen. Als we willen dat onze samenleving hoort bij een wereld waarin iedereen mee mag doen, waar gedeeld wordt met de minsten en gezorgd wordt met de zwaksten hoeven we er alleen maar mee te beginnen, gewoon de naaste liefhebben als jezelf. Daar mag je iedereen in meenemen en elke dag opnieuw mee beginnen, ook vandaag. Dat is de genade van Jezus van Nazareth, de echte Heer van de wereld.

U bent één met de Heer.

dinsdag, 20 december, 2016

Filippenzen 4:1-9

1 ¶  Daarom, broeders en zusters, die ik liefheb en naar wie ik verlang, die mijn vreugde en erekrans zijn, blijf standvastig in de Heer. 2  Euodia en Syntyche, ik dring er bij u op aan eensgezind te zijn, want u bent één met de Heer. 3  En u, trouwe vriend, vraag ik hen te helpen. Ze hebben samen met mij voor het evangelie gestreden, evenals Clemens en mijn overige medewerkers, van wie de namen in het boek van het leven staan. 4  Laat de Heer uw vreugde blijven; ik zeg u nogmaals: wees altijd verheugd.5  Laat iedereen u kennen als vriendelijke mensen. De Heer is nabij.6  Wees over niets bezorgd, maar vraag God wat u nodig hebt en dank hem in al uw gebeden. 7  Dan zal de vrede van God, die alle verstand te boven gaat, uw hart en gedachten in Christus Jezus bewaren. 8  Ten slotte, broeders en zusters, schenk aandacht aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is, kortom, aan alles wat deugdzaam is en lof verdient. 9  Doe alles wat ik u heb geleerd en overgedragen, wat ik u heb verteld en laten zien. Doe het, en de God van de vrede zal met u zijn. (NBV)

Eendracht maakt macht. Het is in onze geschiedenis een spreuk uit de ontstaansgeschiedenis van ons land. In de negentiende eeuw kwam de spreuk weer tevoorschijn toen de arbeiders ontdekten dat uitvoering geven aan de spreuk hun beweging een enorme kracht gaf. We lezen vandaag echter dat oorspronkelijk de spreuk gericht was aan de gemeente in Filippi. Je zou dus verwachten dat de kerken met alles wat in hen is de spreuk tot gelding zouden brengen. Nu is het nog te begrijpen dat als je in elkaar niet meer herkent tot één kerk te behoren dat de wegen uit elkaar gaan maar dat kerken zelf een interne verdeeldheid preken als horende bij de Bijbel is totaal onbegrijpelijk. De oproep tot eenheid wordt door Paulus gedaan aan twee vrouwelijke leidinggevenden van de gemeente.

En onderscheid maken tussen mannen en vrouwen in de kerkelijke gemeente is dus in flagrante strijd met de boodschap van de Bijbel, met name met het Nieuwe Testament. Daar waar dat onderscheid nog wordt gepraktiseerd en vrouwelijke ambtsdragers niet worden toegelaten is dus geen sprake van een Christelijke Kerk. We worden zelfs uitdrukkelijk opgeroepen om de vrouwelijke voorgangers te helpen. Ook zij strijden voor het Evangelie, de bevrijding van de armen, in de dagen van Paulus het opheffen van het onderscheid tussen slaven en vrijen, tussen Heidenen en Joden, tussen mannen en vrouwen. Paulus roept dit niet voor niets.

Een Christelijke gemeente moet nu eenmaal herkenbaar zijn en in zijn dagen was het verlies van dat onderscheid moeilijk genoeg uit te dragen. Maar uit het Oude Testament leerde de gemeente dat de God van Israël een God was die met je meetrok. Jezus van Nazareth had zelfs beloofd daar waar de gemeente bijeen kwam aanwezig te zijn. Daar mag je blij om zijn, dat geeft je kracht, zeker als jouw gemeente ook echt te herkennen is als een gemeente van God, aandacht schenkt aan alles wat waar is, alles wat edel is, alles wat rechtvaardig is, alles wat zuiver is, alles wat lieflijk is, alles wat eervol is. Breng gerust alles onder woorden wat daarvoor nodig is, vragen aan God noemt Paulus dat. Dat is het verbond dat God met de zijnen gesloten heeft, tot op de dag van vandaag mogen we daaruit leven, in vrede en in vreugde, maar vooral in eenheid met elkaar.

 

Uit Assyrië een zwerm bijen.

maandag, 19 december, 2016

Jesaja 7:18-25

18  Op die dag zal de HEER de vliegen van de verste waterstromen van Egypte bijeenfluiten, en uit Assyrië een zwerm bijen. 19  Ze zullen allemaal komen en neerstrijken in steile rivierdalen en in rotsspleten, bij iedere drinkplaats en op elke doornstruik. 20  Op die dag zal de Heer met een aan de overkant van de Eufraat gehuurd scheermes-de koning van Assyrië-alle haren van hoofd en baard en zelfs het schaamhaar afscheren. 21  Op die dag zal men een jonge koe houden, een geit en een schaap. 22  Door de overvloed aan melk die ze geven, heeft iedereen ruimschoots boter te eten. Boter en honing is er voor wie in het land zijn achtergebleven. 23  Op die dag zal elk stuk grond waar duizend wijnstokken staan ter waarde van duizend zilverstukken, door dorens en distels overwoekerd worden. 24  Alleen met pijl en boog dringt men er door; dorens en distels versperren de weg. 25  Hellingen die met de hak zijn bewerkt, zullen onbereikbaar worden door vervaarlijke dorens en distels. Men kan er slechts de runderen heen drijven, het door de schapen laten vertrappen. (NBV)

Kritiek op de machtspolitiek van grootmachten is zeer Bijbels. De profeten weten daarvoor soms prachtige poëtische beelden te gebruiken. Vandaag komen we er weer een aantal tegen. Om ze goed te begrijpen moeten we ons eerst even verdiepen in de wereldpolitiek van de dagen van Jesaja, zoals dat te vinden is in het eerste gedeelte van het boek van de profeet Jesaja. Assyrië is een wereldmacht geworden. Egypte was dat al. Daar tussenin liggen een aantal kleine landjes, Juda is er één van. We hadden al gehoord hoe Efraïm, Samaria ook genoemd, samen met Aram zich daartegen teweer probeerden te stellen. Tevergeefs. Uiteindelijk zouden die kleine landjes vermorzeld worden tussen die wereldmachten. Ook Juda. Maar de schade zal beperkt blijven. Assyrië zal het land kaalvreten, zoals een scheermes het haar van een man kan weghalen tot een gladde huid overblijft zo zal Assyrië te keer gaan. De vreemde soldaten van Egypte zullen zich als vliegen op het verwoeste land storten.

Maar het land blijft een land overvloeiende van melk en honing. Boter en honing blijven voldoende aanwezig om het geweld van de anderen te overleven. Jesaja had opgeroepen om aan het geweld van Assyrië en Egypte geen geweld toe te voegen dat zou maar onnodig extra slachtoffers maken. De handel zal door het geweld teniet worden gedaan. De wijnbouw, vanouds gericht op de export, zal stil komen te liggen. Ook de akkerbouw op de moeilijk bereikbare plekken is economisch onrendabel geworden. Maar de vreemde troepen hebben geen reden wraak te nemen op de plaatselijke bevolking. Ze hebben tegen elkaar gevochten maar ze ondervonden daarbij geen tegenstand van de plaatselijke bevolking. Die hield zich afzijdig. Dat is de manier volgens Jesaja om uiteindelijk te overleven tot er vrede is, ja zelfs de Weg om tot vrede te komen. Ook in onze dagen mogen we wel eens nauwkeuriger opletten of we die Weg wel volgen.

Als Israël tot vrede met de Palestijnen wil komen dan zullen twee staten naast elkaar in vrede moeten leren leven, dat vinden we al sinds de stichting van de staat Israël. Maar krijgen de Palestijnen nu een eerlijke kans hun eigen staat te ontwikkelen zodat vrede een vruchtbaar alternatief is voor voortgezet verzet? Steun aan de Palestijnen betekent stappen zetten op de Weg naar vrede voor Israël. Ontwikkelingssamenwerking betekent stappen zetten op de weg naar vrede in Afrika en alleen vrede kan vrouwen beschermen tegen misbruik en verkrachting, kan helpen hongersnood bestrijden, kan producenten een eerlijke plaats op de wereldmarkt geven en kan ons helpen onze broeders en zusters als broeders en zusters te verwelkomen. Machtspolitiek probeert alleen te letten op eigen belang, het reageert ook heel vaak vanuit de angst de eigen positie te verzwakken. Wij mogen luisteren naar de roep niet te vrezen, niet bang te zijn, maar de Weg te gaan van de God van Israël. Ook vandaag weer, de weg van delen van wat we hebben met de armsten en de Weg van recht en gerechtigheid.

Boter en honing zal hij eten

zondag, 18 december, 2016

Jesaja 7:10-17

10 ¶  De HEER liet verder tegen Achaz zeggen: 11  ‘Vraag om een teken van de HEER, uw God, hetzij uit de diepte van het dodenrijk hetzij uit de hoge hemel.’ 12  Maar Achaz antwoordde: ‘Nee, ik zal geen teken vragen, ik zal de HEER niet op de proef stellen.’ 13  Toen antwoordde Jesaja: ‘Luister, huis van David. Is het niet genoeg de mensen te tergen? Moet u nu ook mijn God tergen? 14  Daarom zal de Heer zelf u een teken geven: de jonge vrouw is zwanger, zij zal spoedig een zoon baren en hem Immanuël noemen. 15  Boter en honing zal hij eten, totdat hij in staat is om het kwade te verwerpen en het goede te kiezen.16  Want voordat de jongen in staat is om het kwade te verwerpen en het goede te kiezen, zal het land van de beide koningen die u zoveel angst inboezemen, ontvolkt zijn. 17 ¶  En voor u, uw volk en uw koningshuis zal de HEER een tijd laten aanbreken zoals men niet meer heeft meegemaakt sinds Efraïm zich van Juda afscheidde: de heerschappij van Assyrië.’ (NBV)

Donder en bliksem stuurt zo’n God, met de pest slaat hij zijn volk. Koning Achaz kijkt wel uit een teken aan zijn God te vragen zoals de profeet hem voorstelt. Gij zult de Heer Uw God immers niet verzoeken, slijmt de koning. Een tekst die veel en veel later ook door Jezus van Nazareth gebruikt zal worden als hij verleidingen om absolute macht te grijpen van zich weert. Maar Jezus van Nazareth wil zich in blind vertrouwen overgeven aan zijn God, zonder zich moedwillig in gevaar te brengen, het goede doen en niet dan het goede staat bij hem voorop. Koning Achaz wil de mogelijkheden voor een politieke keuze, zijn macht als koning, in eigen hand houden. Daarom krijgt hij toch een teken van zijn God. Zijn favoriete haremdame, een jonge vrouw, is zwanger en zal een zoon krijgen.

De vertalers van de Bijbel laten vanouds de positie van deze jonge ongehuwde dame onvertaald, jammer want sommige mannen menen hier een roep tot maagdelijkheid in te zien en die Immanuël wordt dan Jezus van Nazareth en de jonge vrouw is dan Maria. Daar gaat dit verhaal dus niet over. Het gaat over het vertrouwen dat je in de God van Israël hebt. Daarom noemt men de zoon “God met ons”. Dat is de God die zich noemt “Ik zal er zijn” en in de praktijk een God is die er is zoals hij er zal zijn. Die God ontvouwt zich in wat er zal gebeuren. De jongen zal opgroeien in weelde, boter en honing zal hij eten. En dan, als hij het goede zal kiezen, ofwel de wetten van de God van Israël kan volgen, na een jaar of 12 dus, zal men iets zien wat al die koninkjes wilden voorkomen, de heerschappij van Assyrië. Die overgave aan de God van Israël is ook in onze dagen een probleem. Als je zijn Weg volgt lijkt het er op dat je armer wordt.

Je moet de hongerenden in de wereld helpen, meer concurrentie tolereren door eerlijke handelsverhoudingen toe te staan, niet bezuinigen op de allerarmsten in het land, de mensen in een bijstandsuitkering, de Wajongers, de werknemers in de sociale werkvoorziening. Als je zelf de macht in eigen hand wil houden en de rijken wil beschermen dan is die Weg van de God van Israël een onbegaanbare weg. Tot je inziet dat je van delen rijker wordt. Dat krampachtig je eigen belang verdedigen eerder geweld oproept dan vrede en dat geweld leidt tot verlies en verwoesting. Daarom is een kind die je noemt “God met ons” als belijdenis ook in onze dagen welkom. Dat “God met ons” staat op de rand van de Nederlandse Euro, maar het dreigt er af te vallen omdat we niet meer op die God vertrouwen. De mensen van de Weg mogen er echter elke dag weer aan werken aan zijn Koninkrijk en elke dag er weer op vertrouwen dat dat Koninkrijk onder ons zal doorbreken, ook vandaag weer.

Houd het hoofd koel

zaterdag, 17 december, 2016

Jesaja 7:1-9

1 ¶  In de tijd dat Achaz, de zoon van Jotam, de zoon van Uzzia, regeerde over Juda, trok koning Resin van Aram samen met koning Pekach van Israël, de zoon van Remaljahu, op naar Jeruzalem. Hij belegerde de stad, maar slaagde er niet in haar in te nemen. 2  Toen het koningshuis van David het bericht kreeg dat Aram en Efraïm de krachten gebundeld hadden, sloeg de koning en zijn volk de schrik om het hart, en zij beefden als bomen in de storm. 3  Toen zei de HEER tegen Jesaja: ‘Ga samen met je zoon Sear-Jasub op weg om Achaz te ontmoeten, op de straat van het bleekveld, waar de watertoevoer in het bovenste waterbekken uitkomt. 4  Zeg tegen hem: “Houd het hoofd koel, laat u geen schrik aanjagen door die twee smeulende stukken hout, Resin van Aram en de zoon van Remaljahu, hoe hoog hun woede ook oplaait. 5  Aram mag dan kwaad tegen u in de zin hebben, net als Efraïm met die zoon van Remaljahu, en zeggen: 6  ‘Laten we tegen Juda ten strijde trekken, het verscheuren en overmeesteren, en dan stellen we de zoon van Tabeal aan als koning’ 7  maar dit zegt God, de HEER: Het zal niet gebeuren, het zal niet zo gaan. 8  Immers, het hoofd van Aram is Damascus, en het hoofd van Damascus is die Resin. Nog vijfenzestig jaar en het volk van Efraïm bestaat niet meer. 9  Het hoofd van Efraïm is Samaria, en het hoofd van Samaria is die zoon van Remaljahu. Alleen als jullie vertrouwen hebben, houden jullie stand.”’ (NBV)

Dat is natuurlijk wel even schrikken. Staten die zich aaneensluiten. Een staat als Assyrië die de hele wereld in zijn zak lijkt te kunnen stoppen. En een Juda dat maar klein en zwak is en tussen Egypte en Assyrië op een strategisch aantrekkelijke plaats ligt. Voor kleine volken zit er niks anders op dan samen te smeden. En zo gaat Efraïm, dat is het Noordelijke Rijk Israël, en Aram met als Koning Rezin, samen in een verbond. Ze willen dat ook Juda zich daarbij aansluit want dan wordt die statengemeenschap sterker, maar Juda aarzelt en voelt niet voor een dergelijk riskant verbond. Dat verbond was ook niet erg sterk want ze zagen geen kans Jeruzalem in te nemen. Maar schrikken was het wel en je wordt er angstig van als je buurlanden zich aaneensluiten en tegen je optrekken. Dat zou ook in onze dagen niet anders zijn. Maar de profeet Jesaja krijgt de opdracht om zijn licht, Gods licht, te laten schijnen over deze politieke situatie.

Jesaja heeft al een zoon die een teken is van hoop in uiterste nood. Die Sear-Jasub heeft een naam die vertaald zou betekenen “een rest zal terugkeren” Nooit zal het volk dus geheel verloren gaan. Ook de plaats waar Jesaja koning Achaz tegemoet moet gaan is een plaats van hoop. Bij het bovenste waterbekken. Als daar nog water uitkomt dan is een belegering nog lang vol te houden. En daar klinkt dan de boodschap dat het slecht zal aflopen met Efraïm en Aram, ze spannen wel samen maar succes zullen ze uiteindelijk niet hebben. Het is een boodschap die steeds bij Jesaja zal doorklinken. Gebruik geen geweld, speel geen spelletjes met grootmachten, maar blijf jezelf en volg de weg van de God van Israël. Recht en gerechtigheid zijn vele malen belangrijker dan aanzien en macht. Recht en gerechtigheid maken je bovendien sterker en eigenlijk onverslaanbaar. Dat laatste drukt hij ook uit in de naam van zijn zoon.

Wat men ook met je zal doen, het volk keert terug en zal opnieuw de godsdienst van de God van Israël beoefenen. Het zijn criteria die ook vandaag de dag nog in politieke situaties toegepast kunnen worden. Brengen we vrede en verminderen we geweld of lokken we juist geweld uit? In de Golfoorlog was dit een lastig te beantwoorden vraag, eigenlijk helemaal niet te beantwoorden. Jesaja pleit voor terughoudendheid in het aangaan van bondgenootschappen. Zijn die mogelijke bondgenoten zelf uit op recht en gerechtigheid. Volgen zij de God van Israël, de God van delen, of volgen ze de goden van winst en profijt? De goden die niet de kant van de armen maar de kant van de rijken kiezen. Als je zelf aan de kant blijft staan van de zwaksten en mensen tot hun recht laat komen, bereid bent te delen van wat je hebt en recht en gerechtigheid laat gelden, dan blijf je tot de sterksten behoren. Wie daaraan mee wil doen is welkom. Maar zelf mogen we er elke dag opnieuw weer aan werken, ook vandaag weer.

Wie zal ik sturen?

vrijdag, 16 december, 2016

Jesaja 6:1-13

1 ¶  In het sterfjaar van koning Uzzia zag ik de Heer, gezeten op een hoogverheven troon. De zoom van zijn mantel vulde de hele tempel.2  Boven hem stonden serafs. Elk van hen had zes vleugels, twee om het gezicht en twee om het onderlichaam te bedekken, en twee om mee te vliegen. 3  Zij riepen elkaar toe: ‘Heilig, heilig, heilig is de HEER van de hemelse machten. Heel de aarde is vervuld van zijn majesteit.’ 4  Door het luide roepen schudden de deurpinnen in de dorpels, en de tempel vulde zich met rook. 5 ¶  Ik schreeuwde het uit: ‘Wee mij! Ik moet zwijgen, want ik ben een mens met onreine lippen, en ik leef te midden van een volk dat onreine lippen heeft. En nu heb ik met eigen ogen de koning, de HEER van de hemelse machten, gezien.’ 6  Toen nam een van de serafs met een tang een gloeiende kool van het altaar en vloog daarmee op mij af. 7  Hij raakte mijn mond ermee aan en zei: ‘Nu zijn je lippen gereinigd. Je schuld is geweken, je zonden zijn tenietgedaan.’ 8  Daarop hoorde ik de stem van de Heer zeggen: ‘Wie zal ik sturen? Wie kan namens ons gaan?’ Ik antwoordde: ‘Hier ben ik, stuur mij.’ 9 ¶  Toen zei hij: ‘Ga en profeteer het volgende tegen dit volk: “Luister goed, maar begrijpen zul je het niet; kijk goed, maar inzien zul je het niet.” 10  Maak het hart van het volk ongevoelig, stop hun oren toe, smeer hun ogen dicht. Dan kunnen ze met hun ogen niet zien, met hun oren niet luisteren, en tot hun hart zal het niet doordringen. Ze zullen niet naar mij terugkeren en geen herstel vinden.’ 11  Ik vroeg: ‘Hoe lang, Heer?’ Hij antwoordde: ‘Totdat de steden en huizen geheel verlaten zijn en er geen mens meer woont, tot heel het land verwoest is, één grote woestenij. 12  Totdat de HEER de mensen heeft weggevoerd en er totale verlatenheid heerst in het land. 13  En als er nog een tiende deel achterblijft, dan gaat ook dat in vlammen op, zoals een eik of een terebint wordt geveld voor een vuur. Er blijft slechts een stronk over, en het zaad in die stronk is heilig.’ (NBV)

Die Koning Uzzia had wel 52 jaar geregeerd. Dat is een hele lange tijd. Zeker als het niet goed gaat in een land, tenminste goed en niet goed in de ogen van profeet. Onder deze koning immers waren de rijken, die akker na akker samenvoegden, steeds machtiger geworden. Onder deze koning was het volk op zoek gegaan naar genot om het genot zonder om anderen te denken, zonder te willen delen. Een profeet die al een hele tijd het volk oproept om zich te keren naar de leer van Mozes zoals die in de Tempel wordt bewaard, een profeet die de Tempel in Jeruzalem nog wil laten functioneren zoals die Tempel is bedoeld, een plaats om samen te komen voor maaltijden met de armen en de vreemdelingen, zal vast dromen dat nu de Koning dood is er een nieuwe tijd zal aanbreken. In een wereld vol onrecht, waar de kloof tussen arm en rijk steeds groter werd, waar rijken de dienst uitmaken en de wet kunnen verzetten in eigen voordeel, een wereld waar onrecht en corruptie heersen, is het verschil tussen de prachtige Tempel en de wereld daar buiten wel erg groot. Het zijn de engelen die op de ark zijn geplaatst die Jesaja aan het spreken brengen. In die ark liggen immers de hoofdlijnen uit de leer van Mozes opgeborgen, je zult je naaste lief hebben als jezelf.

Er zullen vast mensen geweest zijn die naar die droom van de Profeet wilden luisteren. Maar tevergeefs. De boodschap is dat nu de Koning dood is er niks zal veranderen, omdat het niet alleen om de koning gaat. Je bent misschien aangestoken door de gloed van de Tempel en haar bedoeling, je snapt best hoe de Wet van delen en rechtvaardigheid in elkaar zit. Je kan er niet genoeg over praten maar vergeefs. Het volk zal je horen maar niet volgen. Dat is het visioen dat de Profeet krijgt. Ondanks die mooie tempel met die gouden cherubijnen, met al dat Goddelijke dat zo’n verheven ruimte vult, ondanks het feit dat je zwaar onder de indruk bent van de plechtige omgeving en het plechtige van je roeping, ondanks dat alles weet je dat het volk niet zal luisteren. De dood van de Koning brengt niet het beloofde land waarin iedereen meedoet met de samenleving van je naaste liefhebben als je zelf. Jesaja krijgt de boodschap dat pas als het volk net zo gaat lijden als de armen al doen, pas als ze zelf weer slaven zijn net als de mensen die door hen worden uitgebuit, pas dan gaan de mensen het begrijpen.

En als er nog een paar mensen blijven die geen last hebben van de armoede dan nog zal het volk zich niet omkeren en een ander leven beginnen. Alles moet eerst ten onder gaan wil een nieuwe samenleving kunnen ontkiemen. Dat is pas een zwarte visie. Het volk zou inderdaad in ballingschap gaan, en terugkeren. Wij moeten hopen dat we niet hoeven te leren door terreurdaden en oorlogen dat we onze houding in de wereld moeten veranderen. Wij moeten hopen dat geweld en lijden niet nodig zullen zijn om onze politici wakker te schudden. Maar we moeten ook leren dat niet de dood van een Koning, niet de verandering van regering, niet de val van een regering en nieuwe verkiezingen, het begin zijn van een nieuwe samenleving, maar onze eigen verandering, ons eigen beginnen met liefhebben van de naaste als ons zelf. Als vluchtelingen hier niet mogen komen dan moeten we ze zelf maar gaan halen. En vervolgens dat samen doen in ons land, waardoor we de hele wereld er op kunnen aanspreken en samen doen met al die mensen op de wereld die ook op die Weg gaan. Op pad dus vandaag kan het weer, vandaag is het misschien meer nodig dan ooit..

 

Niet dat ik al zover ben

donderdag, 15 december, 2016

Filippenzen 3:12-21

12  Niet dat ik al zover ben en mijn doel al heb bereikt. Maar ik houd vol in de hoop eens dat te kunnen grijpen waarvoor Christus Jezus mij gegrepen heeft. 13  Broeders en zusters, ik beeld me niet in dat ik het al heb bereikt, maar één ding is zeker: ik vergeet wat achter me ligt en richt mij op wat voor me ligt. 14  Ik ga recht op mijn doel af: de hemelse prijs waartoe God mij door Christus Jezus roept. 15 ¶  Hierop moeten wij ons allen als volmaakte mensen richten. Mocht u er op enig punt anders over denken, dan zal God het u wel duidelijk maken. 16  In ieder geval, laten we op de ingeslagen weg voortgaan. 17 ¶  Volg mij na, broeders en zusters, en kijk naar hen die leven volgens het voorbeeld dat wij u gegeven hebben. 18  Ik heb u al vaak gezegd, en zeg nu zelfs met tranen in mijn ogen: velen leven als vijand van het kruis van Christus 19  en gaan hun ondergang tegemoet. Hun god is hun buik, hun eer is schaamteloosheid en hun aandacht is alleen gericht op aardse zaken. 20  Maar wij hebben ons burgerrecht in de hemel, en van daar verwachten wij onze redder, de Heer Jezus Christus. 21  Met de kracht waarmee hij in staat is alles aan zich te onderwerpen, zal hij ons armzalig lichaam gelijk maken aan zijn verheerlijkt lichaam. (NBV)

Een schrijver van Bijbelboeken, een van de eerste zendelingen buiten Palestina, stichter van een groot aantal gemeenten, die als bemoediging aan een jonge gemeente schrijft dat hij nog niet zover is dat hij er zeker van is ooit uit de dood op te staan. Het mag ons dus niet van het werk afbrengen als we twijfelen aan alle vrome praat over het hiernamaals, het oordeel na de dood, of de hemel of de hel. Zul je ooit de mensen van de dood achter je kunnen laten is de vraag. Hun god is hun buik, in onze dagen in onze streken een zeer herkenbaar beeld.  Het gaat volgens Paulus om het hemelse doel waar we als volmaakte mensen op af moeten gaan. Dat is dus de naaste liefhebben als jezelf.  De ruzie over koopkracht, bezuinigingen, meevallers en tegenvallers beheerst hen die hun eer leggen in schaamteloosheid en hun aandacht alleen gericht houden op aardse zaken.

Niet de discussie over armen, over zieken, over zwakken in de samenleving, niet de vraag of er goed gezorgd wordt voor hen die zorg nodig hebben. Wel de hogere energierekening willen compenseren voor de rijken zodat verkwisting kan doorgaan en zuiniger en verantwoorder energiegebruik achterwege kan blijven maar je niet afvragen of de kinderen onder ons wel goed beschermd worden. We moeten ons er ook al die jaren na het schrijven van de brief aan de mensen in Filippi niet door laten ontmoedigen. Uiteindelijk komt dat Koninkrijk van recht en vrede er, zal de hemel op aarde neerdalen en maakt God een tent voor zichzelf om hier te wonen. Elke dag weer mogen we opnieuw beginnen om aan dat rijk te werken, om mensen te werven voor het uitvoeren van de Wet van recht en vrede. Elke dag weten we ook dat er manieren verzonnen worden om de rijken rijker, de machtigen machtiger te maken. Elke dag ook zien we wel wat over het hoofd of bezwijken we voor de verleiding de boel even de boel te laten.

Elke keer mogen we opnieuw beginnen. Omdat we er bij willen horen. En pas op dat je je niet laat verleiden door al die predikers die ook in deze donkere dagen geluk en voorspoed beloven. Val op je knieën, laat Jezus in je hart en alle verdriet en ellende vallen van je af. Niets is minder waar. Als je wilt kijken met de ogen van Jezus van Nazareth dat zie je geen schitterende lichten in de stad, maar de zwervers in de kou. Dan zie je geen schitterende natuurparken in Afrika, maar hongerige kinderen en moeders die geen huis meer hebben om hun kinderen te slapen te leggen. Dan zie je geen vrede met engelen in de heldere lucht, maar wapenhandel en oorlog die we kunnen uitbannen. Dan doet het leed in de wereld je net zo pijn als Jezus van Nazareth voelde aan het kruis, maar je weet dat je dan pas echt tot leven komt, alsof je opnieuw wordt geboren.

 

Zelf uit de dood opstaan

woensdag, 14 december, 2016

1 ¶  Voor het overige, broeders en zusters, laat de Heer uw vreugde blijven. Ik heb er geen moeite mee te herhalen wat ik u al geschreven heb; het is voor uw eigen bestwil. 2  Pas op  voor die honden met hun kwalijke praktijken, pas op voor die versnijdenis van ze! 3  Wij zijn het die besneden zijn, wij verrichten onze dienst door de Geest van God en laten ons voorstaan op Christus Jezus, niet op onszelf, 4 ¶  hoewel ik redenen genoeg zou hebben om op mezelf te vertrouwen. Als anderen menen dat te kunnen doen, dan kan ik dat zeker. 5  Ik werd besneden toen ik acht dagen oud was en behoor tot het volk van Israël, tot de stam Benjamin, ik ben een geboren Hebreeër met de wetsopvatting van een Farizeeër 6  en heb de gemeente fanatiek vervolgd. Aan wat er in de wet over gerechtigheid staat, voldeed ik volledig. 7  Maar wat voor mij winst was, ben ik omwille van Christus als verlies gaan beschouwen. 8  Sterker nog, alles beschouw ik als verlies. Het kennen van Christus Jezus, mijn Heer, overtreft immers alles. Omwille van hem heb ik alles prijsgegeven; ik heb alles als afval weggegooid. Ik wilde Christus winnen 9 ¶  en één met hem zijn-niet door mijn eigen rechtvaardigheid omdat ik de wet naleef, maar door die van God, de rechtvaardigheid die er is door het geloof in Christus. 10  Ik wil Christus kennen en de kracht van zijn opstanding ervaren, ik wil delen in zijn lijden en aan hem gelijk worden in zijn dood, 11  in de hoop misschien ook zelf uit de dood op te staan. (NBV)

Vandaag lezen we uit de brief van Paulus en Timotheüs aan de gemeente in Filippi het hoofdstuk waar Paulus weer eens iets over zichzelf verteld. Hij hoopt zelf ook eens uit de dood te kunnen opstaan. Hoe dat zal gaan, hoe dat er zal uitzien is dus ook voor deze Joodse geleerde onzeker. De Bijbel geeft daar geen uitsluitsel over. Wellicht verschilt het niet veel van het geloof in het bestaan van die Turkse Bisschop die door Italiaanse zeelieden naar Bari werd gebracht toen dat nog bij Spanje hoorde. De verhalen over die Turkse Bisschop, en vooral over wat die voor de armsten in zijn tijd heeft gedaan, maken dat hij nog altijd onder ons voortleeft als Sint Nicolaas. Voor Paulus gaat het bij uitstek om dat werk voor de armsten. De wet zoals die in de eerste vijf boeken van de Bijbel werd gegeven werd keurig nageleefd.

Paulus was een keurige gezagsgetrouwe burger. Geen rebel, geen opstandeling, geen zonderlinge zwerver of bedelaar nee, iemand die een eerzaam beroep uitoefende en de voornaamste stroming in de godsdienst van zijn vaderland volgde. Het staat er allemaal. Maar dat alles werd niks waard toen hij door kreeg hoe het verhaal van Jezus in elkaar stak. Hoe het volgen van de letter van de wet in strijd kan zijn met het volgen van de Geest van God. Dat je dus altijd het houden van de wet moet toetsen aan het effect dat het heeft op anderen. Als er het komende jaar gevraagd wordt welke partij gestemd moet worden dan is het antwoord te vinden bij de armen, bij de zieken, bij de daklozen, bij de gevangenen, bij de vreemdelingen onder ons, bij de weduwen en de wezen. Voor hen schrijft de Bijbel het een en ander voor, maar de vraag is daarbij niet of aan de letter van die wet is voldaan maar of het voor hen ook effect heeft gehad. Hebben zij de kans gehad op te staan uit de duisternis waarin ze gevangen zaten.

Zijn ze uitgetrokken uit de slavernij van armoede en onderdrukking naar een land van eerlijk delen en een wereld van eerlijke handel? Paulus heeft vanwege die gezindheid alle tradities van zijn samenleving overboord gegooid. Uiteindelijk bleek dat keurige conformisme zelf een dodelijke gevangenis, hoe trouw aan God en het verbond met zijn volk dat ook leek. Paulus schold de mensen die zich richten op het houden van de wet tot de letter, de mensen van fatsoen, uit voor honden. In de Joodse samenleving wilden ze ook de Heidenen de besnijdenis opleggen, Paulus doet net of ze hun medegelovigen wilden castreren. Paulus legt, in navolging van Jezus van Nazareth, de nadruk op de liefde die in de Wet verborgen is, de liefde voor de naaste waarvan je houden mag als van jezelf. Het volgen van de manier waarop Jezus van Nazareth het deed maakt je misschien bewust van de ontelbare keren waarop het niet lukt, maar geeft je ook ontelbare kansen het weer opnieuw te beginnen.

Onberispelijke kinderen van God

maandag, 12 december, 2016

Filippenzen 2:12-18

12 ¶  Geliefde broeders en zusters, u bent altijd gehoorzaam geweest toen ik bij u was. Wees het des te meer nu ik niet bij u ben. Blijf u inspannen voor uw redding, en doe dat in diep ontzag voor God, 13  want het is God die zowel het willen als het handelen bij u teweegbrengt, omdat het hem behaagt. 14 ¶  Doe alles zonder morren en tegenspreken, 15  opdat u zuiver en smetteloos bent, onberispelijke kinderen van God te midden van een verdorven en ontaarde generatie, waartussen u schittert als sterren aan de hemel. 16  Houd daarbij vast aan het woord dat leven brengt. Dan kan ik op de dag van Christus trots zijn omdat ik me niet voor niets heb ingespannen en afgemat. 17  Ook al zou mijn bloed als een offer worden uitgegoten, samen met het offer dat u brengt door de dienst van uw geloof, toch ben ik vol vreugde, samen met u allen. 18  Wees dus ook vol vreugde, samen met mij. (NBV)

Die gemeente in de Romeinse kolonie Filippi was voor Paulus een model gemeente. Zo had hij een gemeente geschetst en zo had hij een gemeente graag zien functioneren. Niet omdat Paulus dat nu allemaal zelf had verzonnen. Hij had les gehad in de Joods geschriften die wij kennen als het Oude Testament en van de apostelen in Jeruzalem had hij begrepen dat Jezus van Nazareth hen had bevrijd van de exclusiviteit van dat Oude Testament voor de Joden. Door je te concentreren op het hart van het Oude Testament, het gebod je naaste lief te hebben als jezelf, kon je er alle volken van de wereld bij betrekken. En Israël zou immers een voorbeeld zijn voor alle volken en alle volken van de wereld zouden zich eenmaal naar Jeruzalem keren waar de Wet van het Oude Testament werd bewaard. Het was dus God zelf die het ontwerp voor de gemeente in Filippi had gegeven. Daarmee werden de leden van die gemeente de onberispelijke kinderen van God waarover Paulus hier spreekt.

Door de leden van die gemeente zover te krijgen dat ze dat liefhebben van de naaste ook echt in de praktijk brengen heeft Paulus het gevoel niet tevergeefs al die moeite te hebben gedaan. Hij zit dan wel gevangen en zijn leven wordt bedreigd, maar het doel van zijn leven heeft hij al bereikt. Er is een gemeente die geluisterd heeft en nu doet wat er gedaan moet worden. Daar kun je onder de meest beroerde omstandigheden toch blij van worden. Want ook voor de gemeente in Filippi was het niet gemakkelijk en zeker niet vanzelfsprekend. Deze Romeinse kolonie bewees trouw aan de Keizer in Rome. Dat daar de baas van de wereld woonde werd overal duidelijk gemaakt. Het was een levensverzekering voor de adel die Filippi als veilige woonplaats had gekozen. Maar die Christelijke gemeente had een eigen Keizer. Zij zetten Jezus van Nazareth als Heer centraal. Overal waar we in het Nieuwe Testament “Heer” lezen wordt in het Grieks, waarin dat deel van de Bijbel is geschreven, hetzelfde woord, Kurios,  gebruikt als waarmee in het Grieks de Romeinse Keizer werd aangeduid.

Die Christelijke gemeente, met hun afwijzing van het onderscheid tussen slaven en vrijen, met hun doorbreken van de religieuze grens tussen Joden en Grieken, brachten dus de veiligheid van de Romeinse adel in gevaar. Daarom spoort Paulus ze aan vast te houden aan dat woord dat leven brengt, heb Uw naaste lief als Uzelf. Dat offer van de eigen veiligheid dat daarvoor gebracht moet worden is een klein offer, het brengt namelijk alleen maar vreugde. Dat mogen wij in onze wereld ook beseffen. In onze dagen heerst het eigenbelang en moet alles wijken voor dat eigenbelang. Maar gelovigen in de God van Israël en in de rechtvaardige wereld die Jezus van Nazareth ons heeft gebracht zeggen dat het belang van de zwaksten, van de gehandicapten, de armen, de vreemdelingen en vluchtelingen het eigenbelang is dat ons handelen bepaald. Dat belang mogen we elke dag opnieuw weer nastreven en daar mogen we ook vandaag weer voor opkomen.

Acht de ander belangrijker dan uzelf.

zondag, 11 december, 2016

Filippenzen 1:27-2:11

27 ¶  Leef in overeenstemming met het evangelie van Christus, zodat ik kan horen, of straks zelf kan zien, dat u één van geest bent en samen voor het geloof in het evangelie strijdt. 28  Laat u op geen enkele manier door uw tegenstanders angst aanjagen, want dat is een teken van God: voor hen dat ze ten onder gaan, voor u dat u wordt gered. 29  Aan u is de genade geschonken niet alleen in Christus te geloven, maar ook omwille van hem te lijden. 30  U voert dezelfde strijd die u mij vroeger hebt zien voeren en die ik, zoals u hoort, nog steeds voer. 1 ¶  Nu u door Christus zozee r bemoedigd wordt en liefdevol getroost, nu er onder u zo’n grote verbondenheid met de Geest is, zo veel ontferming en medelijden, 2  maak mij dan volmaakt gelukkig door eensgezind te zijn, één in liefde, één in streven, één van geest. 3  Handel niet uit geldingsdrang of eigenwaan, maar acht in alle bescheidenheid de ander belangrijker dan uzelf.4  Heb niet alleen uw eigen belangen voor ogen, maar ook die van de ander. 5  Laat onder u de gezindheid heersen die Christus Jezus had. 6  Hij die de gestalte van God had, hield zijn gelijkheid aan God niet vast, 7  maar deed er afstand van. Hij nam de gestalte aan van een slaaf en werd gelijk aan een mens. En als mens verschenen, 8  heeft hij zich vernederd en werd gehoorzaam tot in de dood-de dood aan het kruis. 9  Daarom heeft God hem hoog verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat, 10  opdat in de naam van Jezus elke knie zich zal buigen, in de hemel, op de aarde en onder de aarde, 11  en elke tong zal belijden: ‘Jezus Christus is Heer, ‘tot eer van God, de Vader. (NBV)

Paulus wordt lyrisch als hij het over de nieuwe manier van leven van de mensen van de Weg heeft. Hij gaat er zelfs van zingen. Samen strijdt je voor het geloof in een nieuwe samenleving. Voor de mensen in Filippi was dat een samenleving waarin elk leven telde, waarin elk mens mocht meedoen. Waar er geen onderscheid meer was tussen slaven en vrijen. Dat was al zo volstrekt revolutionair dat slavenhouders en slavenhandelaren er tegen in geweer kwamen. En soms ook slaven zelf, want goede slaven hadden soms ook een goed leven en werden door hun heer beschermd. Zelf verantwoordelijkheid op je nemen is dan beangstigend. Maar in de gemeente van Christus gaat het daar nu juist om. Daar ben je de hoeder van elke broeder en zuster, daar is altijd de ander belangrijker dan je zelf. Voor veel mensen is de aandacht en de liefde die men krijgt binnen een gemeente, de warmte die er tussen mensen hoort te heersen, weldadig. Zeker als je in een samenleving leeft waar onverschilligheid naar elkaar de boventoon voert.

De Geest van Jezus van Nazareth is dat je zelfs in een drukke menigte nog de blinde bedelaar langs de kant van de weg ziet zitten en je hand weet uit te steken. Paulus doet een hartstochtelijk beroep op de gemeente in Filippi om samen op die manier te geen leven. Niet om er zelf belangrijker of beter van te worden, maar omdat het leven voor alle mensen er beter van wordt.Dan wordt het zingen. En de beelden die Paulus hier kiest, misschien heeft hij het lied zelf geschreven, vindt je ook terug bij de profeet Jesaja als die schrijft over de lijdende knecht des Heren. Jezus van Nazareth stierf de dood van een Romeinse slaaf die in opstand was gekomen. Een uiterst pijnlijke en langzame marteldood. Maar de manier waarop Jezus van Nazareth die dood heeft ondergaan was zo hoog verheven boven alles wat mensen hadden opgebracht dat het goddelijk werd.

Toen Jezus van Nazareth gevangen werd liet hij zijn volgelingen hun zwaarden opbergen, hij ging geen enkele strijd aan met zijn rechters. Hij onderging zijn martelingen zwijgend. Hij gaf aandacht en zorg aan misdadigers die met hem werden gekruisigd. En hij zorgde zelfs voor de verzorging van zijn moeder die dit alles moest aanzien. Hij bad om vergeving voor hen die hem kruisigden.Zo had God gewild dat onder alle omstandigheden de mens de naaste liefheeft als zichzelf. Als dat kan in die kruisiging dan moeten wij het zeker onder onze omstandigheden kunnen volhouden. Ook al verklaard de wereld ons voor gek en worden we op alle manieren uitgedaagd eerst voor onszelf te zorgen. Door mee te zingen met Paulus over de knecht van God die de slavendood aan het kruis onderging terwijl hij de mensen lief bleef hebben worden we ons bewust hoezeer wij mensen lief kunnen hebben. En liefhebben kunnen we elke dag, ook vandaag weer.