Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor december, 2016

Niemand doet kwaad

zaterdag, 31 december, 2016

Jesaja 11:1-10

1 ¶  Maar uit de stronk van Isaï schiet een telg op, een scheut van zijn wortels komt tot bloei. 2  De geest van de HEER zal op hem rusten: een geest van wijsheid en inzicht, een geest van kracht en verstandig beleid, een geest van kennis en eerbied voor de HEER.3  Hij ademt eerbied voor de HEER; zijn oordeel stoelt niet op uiterlijke schijn, noch grondt hij zijn vonnis op geruchten. 4  Over de zwakken velt hij een rechtvaardig oordeel, de armen in het land geeft hij een eerlijk vonnis. Hij tuchtigt de aarde met de gesel van zijn mond, met de adem van zijn lippen doodt hij de schuldigen. 5  Hij draagt gerechtigheid als een gordel om zijn lendenen en trouw als een gordel om zijn heupen. 6  Dan zal een wolf zich neerleggen naast een lam, een panter vlijt zich bij een bokje neer; kalf en leeuw zullen samen weiden en een kleine jongen zal ze hoeden. 7  Een koe en een beer grazen samen, hun jongen liggen bijeen; een leeuw en een rund eten beide stro. 8  Bij het hol van een adder speelt een zuigeling, een kind graait met zijn hand naar het nest van een slang. 9  Niemand doet kwaad, niemand sticht onheil op heel mijn heilige berg. Want kennis van de HEER vervult de aarde, zoals het water de bodem van de zee bedekt. 10 ¶  Op die dag zal de telg van Isaï als een vaandel voor alle volken staan. Dan zullen de volken hem zoeken en zijn woonplaats zal schitterend zijn. (NBV)

Een prachtig lied zingen we vandaag mee met de profeet Jesaja op de laatste dag van het jaar. Nog mooier wordt dat lied als we bedenken dat volken vaak worden aangeduid met een dier. Welk volk met welk dier hier aangeduid wordt dat is verloren gegaan in het duister van de geschiedenis, maar dat is ook niet zo erg want het gaat ook vandaag in dit lied om de toekomst van onze wereld. Dan zingen we dus dat het ene volk samenwerkt met het andere, dat het ene volk samen deelt met het andere, dat twee volken samen hun kinderen weten op te voeden. Dat angst voor andere volken, voor mensen die er anders uitzien, zich anders kleden en andere opvattingen hebben geen rol meer speelt in het samen leven en samen delen op deze aarde. Niemand doet immers kwaad, niemand sticht onheil. De hele aarde wordt in het lied van Jesaja de Tempelberg waar de Wet van Heb-Uw-Naaste-Lief-Als-Uzelf geldt. Die Wet bedekt de aarde, zingt het lied, zoals het water de bodem van de zee bedekt.

Op die dag zal de Koning van de Vrede, de telg van Isaï als een vaandel voor alle volken staan. Een droom die in de geschiedenis diepe indruk heeft gemaakt. Keizer Constantijn maakte van die indruk gebruik door in de beslissende slag zijn soldaten te inspireren door het kruis als vaandel te gebruiken. De koning van de vrede, de heer van de wereld, Jezus van Nazareth, had volgens de Christelijke soldaten zijn koningschap eerst echt verworven aan het Kruis van Golgotha. Het Romeinse Rijk, de wereld van Jezus van Nazareth, was daarna onder de staatsgodsdienst van Constantijn gekomen die geloofde dat daarmee de wereld onder het vaandel was gekomen dat hier door Jesaja wordt bezongen. Maar zo is het natuurlijk niet. Met de overwinning van Keizer Constantijn was het kwaad niet uit de wereld verdwenen. Ook na de overwinning van Constantijn bleven er volken over die strijd voerden, die een oorlog begonnen omdat ze zich beter vonden dan een ander volk, omdat ze rijker wilden worden ten koste van andere volken, omdat ze hun belangen zwaarder lieten wegen dan de belangen van volken die zwakker waren dan zijzelf.

Als we het lied over de vrede van de dieren zingen in onze wereld dan merken we ook dat de wereld die Jesaja hier bezingt er nog lang niet is. De demonstranten die van de wereld uit dit lied droomden bij de grote milieuconferentie in Kopenhagen enkele jaren geleden zagen dat verschillen in opvattingen tussen landen die niets met het klimaat van doen hadden de conferentie toen deden mislukken, omdat eigenbelang voorop stond, omdat de bereidheid om werkelijk met de zwaksten te delen eigenlijk afwezig was, omdat de kinderen van elkaar groot willen brengen toen nog een ver en onbereikbaar ideaal scheen. Voordat een vaandel als Jezus van Nazareth, de leer van vrede en zorg voor de armen die hij ons heeft nagelaten, als water in de zee de hele aarde bedekt zal er nog veel werk moeten worden verricht. Dat werk begint bij ieder van ons. Ieder zal zelf de zorg moeten dragen voor de minsten, ieder zal daarbij anderen moeten meenemen, ieder zal daarbij volken moeten oproepen. Er is een nieuw klimaatverdrag dat echt verbetering lijkt te brengen. Misschien dat dan die nieuwe aarde die zo hemels zal zijn toch zal komen, morgen begint het.

 

Met een bijl kapt hij de struiken weg

vrijdag, 30 december, 2016

Jesaja 10:28-34

28  Ze rukken op naar Ajjat, ze trekken door Migron; ze laten de legertros bij Michmas achter, met de hele uitrusting. 29  Ze steken het ravijn over. ‘In Geba zullen we overnachten!’ Rama siddert, Gibea van Saul vlucht weg. 30  Gil het uit, Bat-Gallim! Laïs, geef gehoor! Neem die kreten over, Anatot! 31  Madmena slaat op de vlucht, de inwoners van Gebim houden zich schuil. 32  Vandaag nog houden ze halt bij Nob, ze ballen de vuist tegen de Sion, tegen de heuvel van Jeruzalem. 33  God, de HEER van de hemelse machten,  houwt met geweld hun takken af; de hoogste bomen worden omgehakt, de statigste stammen komen ten val. 34  Met een bijl kapt hij de struiken weg. Heel de Libanon wordt door de Machtige geveld. (NBV)

Vandaag lezen we een lied over verwachting. Het land is bezet of belegerd maar hoe zal dat aflopen? Het lied gaat over een leger dat een machtig rijk inneemt. Een leger dat de tegenstanders van de God van Israël in de pan hakt. Al die vijanden worden geveld. Als je nu stiekem een regel verder leest dan lees je ineens de beroemde zin over de tronk van Isaï, waaruit een twijgje zal ontspruiten en die weer tot bloei zou komen. En dan zit je weer midden in de kerstmuziek, denk maar aan het lied “Er is een roos ontsproten uit Jesse’s oude stam”. Die Jesse uit dat lied is niet Jesaja maar het is dezelfde als die Isaï, dat was de vader van Koning David. Het strijdlied van vandaag loopt dus uit op een hernieuwde heerschappij van het koningshuis van David, de koning van de vrede, de koning die de dienst aan de God van Israël, de kist met de Wet van Heb-Uw-Naaste-Lief-Als-Uzelf in het midden van het rijk zette. Christenen die Kerstfeest vieren, herdenken dan de geboorte van die nieuwe Koning. Maar daar is dus strijd voor nodig, oorlog zelfs in het verhaal zoals Jesaja dat vertelt.

Het kerstfeest was dus geen feest van vrede op aarde. Het verhaal zal uitlopen op vrede op aarde maar dat blijft voorlopig een wens. Dat verhaal van Jozef en Maria en dat kindje in de kribbe zal uitlopen op een vlucht naar Egypte en op de moord op alle pasgeboren jongetjes in Bethlehem. Dat zijn geen leuke verhalen. Wij zingen liever over de herdertjes die bij nachte lagen en wijzen die uit het oosten kwamen. Maar dat soort liedjes staan niet in de Bijbel. In de Bijbel staat het lied van Jesaja dat we vandaag lezen.  Dat gaat over sidderen en het uitgillen. Dat gaat over oorlogskreten en over dorpen en steden die worden ingenomen en mensen die op de vlucht slaan. Dat gaat over heilige bossen die worden gekapt, hoge bomen die niet alleen veel wind vangen maar ook ten val komen, koningen en machtigen die hun troon en hun macht verliezen. In de dagen van Jesaja werd heel het volk uiteindelijk naar een ander land gedeporteerd. Dat was zelfs geen vlucht meer maar een gedwongen verhuizing. De profeet Jesaja ziet in dat zij die het houden met het verhaal van de God van Israël weer terug zullen keren.

Al die Koningen van Israël en Juda waren afgedwaald van de weg van de God van Israël. Die kist van David, die Tempel van Salomo, die richtlijnen uit de woestijn waren vergeten en verwaarloosd. Mooie gouden beelden waren er in de Tempel geplaatst van vruchtbaarheidsgoden. Sterke bondgenootschappen waren er gesloten die het volk moesten beschermen. Maar het waren valse goden gebleken en bondgenootschappen met de verkeerde volken. Als er een koning zal komen die het volk er weer toe zou kunnen brengen om die goddelijke richtlijnen weer centraal te zetten in het volk dan zal het gebeuren. Als de koning het volk er toe kan brengen om weer te delen met elkaar zonder om eigen gewin te denken. Dan bloeit dat volk weer op. Jezus van Nazareth zou uiteindelijk zeggen dat die richtlijnen in je hart moeten zijn gegrift. Zijn volgeling Paulus zou zeggen dat die Tempel overal kan staan omdat elk van ons die Tempel kan zijn zodra we met elkaar delen. Daarom is ook elke strijd en elke oorlog een uitdaging voor ons om ons te bekommeren om de slachtoffers en om weer vrede te stichten. Dan maken we van elke nieuwe dag een kerstfeest.

 

Wees niet bang, mijn volk

donderdag, 29 december, 2016

Jesaja 10:20-27

20 ¶  Op die dag zullen de overlevenden van Israël niet langer vertrouwen stellen in hem door wie ze werden geslagen. Het deel van Jakobs volk dat ontkomen is, zal weer oprecht vertrouwen op de HEER, de Heilige van Israël. 21  Een rest zal terugkeren naar de sterke God, de rest die van Jakob is overgebleven. 22  Want, Israël, al was je volk zo talrijk als zandkorrels aan de zee, slechts een rest zal terugkeren. Je vernietiging staat vast en de gerechtigheid zal overvloedig zijn. 23  Want God, de HEER van de hemelse machten, heeft tot vernietiging van het hele land besloten. 24 ¶  Daarom-dit zegt God, de HEER van de hemelse machten: Wees niet bang, mijn volk, dat op de Sion woont, wees niet bang voor Assyrië, dat zijn stok heeft opgenomen om jullie te slaan, zoals eerder Egypte deed. 25  Want nog een korte tijd, dan is de maat van mijn toorn vol en richt mijn woede zich op zijn ondergang. 26  Dan zal de HEER van de hemelse machten hem met een gesel slaan, zoals Midjan bij de Rots van Oreb is geslagen; hij zal zijn stok opnemen tegen de zee, zoals hij eerder bij Egypte deed. 27  Op die dag wordt de Assyrische last van je schouders genomen, je nek wordt van zijn juk bevrijd; het sterke juk zal verbrijzeld worden. (NBV)

Niet langer vertrouwen stellen in hem door wie je werd geslagen. Voor heel veel mensen moet die dag nog aanbreken. Voor de vrouwen die door hun man en voor de mannen die door hun vrouw worden mishandeld, voor de kinderen die door hun ouders en door de ouders die door hun kinderen worden mishandeld. Voor de arbeiders die worden uitgebuit in fabrieken en kantoren. Voor de onderdanen van dictators. Voor gelovigen in autoritaire leiders die hen de wet voorschrijven in plaats van op de vrijheid van Jezus van Nazareth te wijzen. Zo veel mensen op aarde worden nog onderdrukt en komen daardoor niet tot hun recht. Zo lang ze vertrouwen dat degene die hen slaat zich zal beteren en zich om hen zal bekommeren blijft dat zo. Tot de dag dat ze inzien dat er alleen te vertrouwen is op de God van Israël. Dat je het juk moet afschudden dat mensen je hebben opgelegd. Voor de arme rest die van het eens zo trotse Israël was overgebleven kwam een terugkeer naar het land dat overvloeide van melk en honing weer in zicht. In onze dagen kan die bevrijding van onderdrukking en onrecht leiden tot de ideale samenleving waar geen oorlog en geweld, geen leugen en bedrog, geen zelfzucht en eigenwaan meer zal zijn.

Die gewelddadige aarde waar de een de ander kan uitbuiten waar sterken de overhand hebben en de zwakken onrecht wordt aangedaan zal ten onder gaan. De God van Israël zal die aarde doen vergaan en zorgen voor een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, een aarde waar God zelf zijn tenten zal spannen. We hoeven zelfs voor de onderdrukking en het onrecht niet bang te zijn. De Profeet Jesaja herinnert zijn lezers aan het verhaal zoals dat over Gideon in het boek Rechters wordt verteld. Bij de rots van Oreb stond nog het altaar dat Gideon daar voor de God van Israël had opgericht nadat de rovers uit Midjan waren verslagen. Zo zal het ook vergaan met het machtige Assyrië, zo zal het vergaan met alle dictaturen en onderdrukkers die we nu tegenkomen en ook in de toekomst nog zullen tegenkomen. In de taal van de Bijbel klinken onze verhalen over oorlog en over strijd tussen de volken nogal vulgair.

Maar zelfs bij de uitvoering van het nieuwe klimaatverdrag kun je je afvragen of de God van Israël en het verhaal over zijn zoon Jezus van Nazareth daar niet een rol spelen. Als er een verdrag uitloopt op een beleid dat de armen van de aarde in bescherming neemt tegen de verspilling en vervuiling door de rijken en dat er voor zorgt dat onze kinderen en kleinkinderen maar ook de kinderen en de kleinkinderen van de armsten der aarde in vrede en gezondheid kunnen leven dan is dat goeds te danken aan de God van Israël. Als het de leiders van de aarde niet lukt om dat te bereiken dan kunnen we zeggen dat zij niet geluisterd hebben naar het Woord van de God van Israël. Die dwaasheid zal op hun eigen hoofd neerkomen. De onderdanen van hen die een goed verdrag blokkeren zullen op een dag in opstand komen en andere leiders kiezen. De strijd zal zwaarder zijn om een goede aarde na te laten daarom is het hier en nu belangrijk om ons aan te sluiten bij hen die de armen aan de kant van de weg zien liggen, ook vandaag weer.

 

Schept een bijl op tegen wie ermee hakt?

woensdag, 28 december, 2016

Jesaja 10:5-19

5 ¶  Wee Assyrië, gesel van mijn toorn, stok waarmee ik in mijn woede sla. 6  Je koning zend ik naar een goddeloos volk, ik stuur hem af op het volk dat mij tergde, om te plunderen en te roven en buit te behalen, en hen te vertrappen als vuil op straat. 7  Maar zo heeft hij dat niet bedoeld, hij heeft iets anders in de zin, hij streeft naar de ondergang van talloze volken. 8  Hij zegt: ‘Zijn mijn aanvoerders niet machtig als koningen? 9  Is het Kalno niet vergaan als Karkemis? En Hamat als Arpad? Samaria als Damascus? 10  Ik heb de hand gelegd op koninkrijken vol afgoden, rijker aan beelden dan Jeruzalem en Samaria. 11  Samaria met zijn afgoden heb ik vernietigd, zou ik niet hetzelfde kunnen doen met Jeruzalem en zijn gruwelijke beelden?’ 12  Maar zodra de Heer heeft afgerekend met de Sion en zich op Jeruzalem gewroken heeft, zal hij de koning van Assyrië straffen om zijn hoogmoedige houding en trotse blik. 13  Want deze beweerde: ‘Op eigen kracht heb ik dit gedaan, in mijn grote wijsheid-want ik ben wijs! Ik heb grenzen verlegd en volken geplunderd, door mijn macht heb ik hen in het stof doen bijten. 14  Zoals iemand een vogelnest vindt, zo vond ik de rijkdom van die volken, en zoals iemand verlaten eieren verzamelt, zo nam ik heel de aarde in mijn handen. Er was niemand meer die zijn vleugels bewoog of die zijn snavel opende om te tjilpen.’15  Schept een bijl op tegen wie ermee hakt? Verheft een zaag zich boven wie hem hanteert? Alsof de scepter heerst over wie hem vastheeft, alsof de stok optilt wie hem omhooghoudt! 16  Daarom laat God, de HEER van de hemelse machten, zijn weldoorvoede volk vermageren, hij verteert hun welvaart als door een groot vuur. 17  Het licht van Israël zal een vlam worden, de Heilige van Israël een vuur; op één dag verbrandt en verteert het de dorens en distels van zijn volk. 18  De weelde van hun wouden en wijngaarden vernietigt hij, met alles wat daar leeft; het volk zal zijn als een zieke die wegkwijnt. 19  Wat blijft over van zijn bossen? Enkele bomen, een kind kan ze tellen. (NBV)

De Profeet Jesaja heeft vanuit de Tempel in Jeruzalem de wereld bekeken op de manier waarop God naar de wereld zou kijken volgens de eerste boeken van de Bijbel. Hij zag hoe koningen van Israël en Juda zich meer bekommerden om de bondgenootschappen die ze in het internationale krachtenveld konden sluiten dan om recht en gerechtigheid voor de armsten in hun land. De verdeeldheid tussen arm en rijk in een land verzwakt een land en een zwak land is een gemakkelijke prooi voor rijke en machtige landen. We kennen dat uit de geschiedenis tot op de dag van vandaag. In de tijd van Jesaja was Assyrië het machtigste land. Het ligt dan voor de hand te denken dat er een dag komt dat Assyrië al die zwakke ruziënde landjes wel zou innemen en bezetten. Zo gaat dat nu eenmaal in de geschiedenis. Jesaja noemt een groot aantal steden in Syrië-Palestina die in de loop van de achtste eeuw voor Christus door Assyrië zijn ingenomen. En Juda zal dan wel het laatste landje zijn, dat zou het dan ook worden.  Jesaja zegt er echter nog iets bij. De afvalligheid van het volk maakt dat Assyrië niet zomaar zelf de sterkste is geworden maar dat het een instrument van de Allerhoogste is geworden.

God laat zien wat er gebeurd als onrecht de overhand krijgt op het recht voor de armsten, als macht sterker is dan de zorg voor de onmachtigen, dan ga je als volk ten onder. Maar de hoogmoed van Assyrië maakt dat het zelf ook ten onder zal gaan. Assyrië doet als het er op aankomt niet anders dan al die andere landen. Ook bij haar is het recht voor de armsten ver te zoeken. En dan komt Jesaja met een reeks spreekwoorden die uitdrukken dat een sterk gereedschap nog steeds een hand nodig heeft om het te sturen. Niet de kracht van de bijl maakt dat er mee gehakt wordt maar de gebruiker van de bijl. Het gedeelte van vandaag sluit met de vraag wat er overblijft van de bossen. In de Heidense godsdiensten rond Israël, godsdiensten waarvoor Israël graag de God van Israël in de steek lieten, waren er Heilige bossen die aanbeden werden om de ramp af te wenden. Dat hielp dus niet. De strijd tussen macht en gerechtigheid en bondgenootschappen tussen landen op basis van sterkte en voordeel kennen wij in onze dagen ook.

Ze speelt zelfs een rol in het wereldwijde klimaatdebat. Ook daar speelt de vraag of rijke landen willen delen van hun rijkdom en niet de arme landen de rekening van bovenmatig gebruik en verspilling van grondstoffen willen laten betalen. Maar de wens om eigen winsten en rijkdom te behouden heeft ook tot gevolg dat eigen voordeel het aangaan van bondgenootschappen bepaald. Nederland zal echt niet de Europese landen in de steek laten om zich te scharen achter gerechtvaardigde eisen van Afrikaanse en Zuid Amerikaanse landen en de Europese landen zetten geen stap in het afbouwen van tolmuren, het beperken van verspilling en vervuiling en het steunen van arme landen als ook niet de Verenigde Staten en China dezelfde stappen zetten. Van echt delen, van echte bekommernis met de armste slachtoffers van een verspillingseconomie, is geen sprake. Daar zijn al die mensen voor nodig die zelf maatregelen nemen.  Mensen die zorgen voor Fair Trade winkels, in hun huis aan energiebesparing doen en minder vlees eten. Zij laten zien en horen wat delen met hun wereldwijde broeders en zusters betekent. Dat delen zal dan ook echt helpen.

Heel het volk is goddeloos

dinsdag, 27 december, 2016

Jesaja 9:17–10:4

17 Hun goddeloosheid is als een verterend vuur: dorens en distels verbranden, het bos vat vlam, en alles verdwijnt in dikke rook. 18 De toorn van de HEER van de hemelse machten zal het land in duisternis hullen, het volk valt ten prooi aan het vuur. De mensen zullen elkaar niet ontzien: 19 men bijt naar rechts, maar de honger blijft, men hapt naar links, maar raakt niet verzadigd, zelfs het vlees van hun verwanten eten zij. 20 Manasse eet Efraïm, Efraïm Manasse, en samen storten zij zich op Juda. Maar nog is zijn woede niet bekoeld, nog is zijn hand tegen hen opgeheven. 1 ¶  Wee degenen die onrechtvaardige wetten uitvaardigen, die de onderdrukking wettelijk bekrachtigen. 2  Zij verdraaien het recht van de zwakken en ontnemen de armen van mijn volk hun deel. Weduwen vallen hun ten prooi, wezen worden door hen beroofd. 3  Maar wat doen jullie op de dag van de vergelding, wanneer ver weg de storm opsteekt? Bij wie zoeken jullie dan je toevlucht, waar laten jullie je rijke buit? 4  In gevangenschap zullen zij zuchten, sneuvelen in de strijd. Maar nog is zijn woede niet bekoeld, nog is zijn hand tegen hen opgeheven. (NBV)

Waar bestaat die goddeloosheid uit? We vinden dat klaar en helder verwoord in het tiende hoofdstuk: “Wee degenen die onrechtvaardige wetten uitvaardigen, die de onderdrukking wettelijk bekrachtigen.  Zij verdraaien het recht van de zwakken en ontnemen de armen van mijn volk hun deel.” Daarom helpt de God van Israël zelfs de weduwen en de wezen niet, daarom worden jongeren niet ontzien. Als je zulke wetten maakt dan roep je onheil over jezelf af. Dan staat de ene bevolkingsgroep, in de dagen Jesaja een stam, op tegen de andere. Want het gevolg van die onrechtvaardige wetten is dat weduwen aan de wetgevers ten prooi vallen en dat die wetgevers de wezen beroven. Jesaja schildert het volk zoals hij dat voor zich ziet. Hij was begonnen met zijn missie in de Tempel, daar werkte hij en daar kwam God hem vertellen welke boodschap hij onder het volk moest verspreiden.

Jesaja spreekt tegen de heersende machthebbers. De weduwen en de wezen komen er ook in onze dagen niet aan te pas als het gaat om wetten te maken die over hen gaan, die hen zouden kunnen beschermen tegen uitbuiting en willekeur. Daar moet in onze dagen heel het volk aan te pas komen door op de juiste partijen te stemmen en in elk geval een stem uit te gaan brengen, maar in de dagen van Jesaja ging het om de machthebbers. Die waren voor iemand die dienst deed in de Tempel dichtbij. De machthebbers staan immers vooraan als het gaat om vrome praatjes, als ze kunnen laten zien hoe keurig en netjes ze wel niet zijn, hoe goed ze hun zaakjes voor elkaar hebben. Maar dat die zaakjes goed voor elkaar waren was maar schijn. De ene stam staat op tegen de andere en samen staan ze op tegen Juda, de stam waar de Tempel is gevestigd en die als eerste de wet van Heb-Uw-Naaste-Lief-Als-Uzelf in ere zou moeten houden. De weduwen en wezen staan hier natuurlijk, zoals zo vaak in de Bijbel, voor alle armen, voor alle mensen die van anderen afhankelijk zijn, de zwaksten in de samenleving, de minsten.

Voor ons is de beschrijving van Jesaja een waarschuwing. Ook wij zien bevolkingsgroepen tegen elkaar opgezweept worden onder het motto dat de ene beter is dan de andere. Het eerste slachtoffer van de hetze tegen hoofddoekjes is een tramconducteur uit Amsterdam die zijn Christelijk kruisje niet meer aan een ketting om zijn nek mag hangen tijdens zijn werk. Als Christenen en de Christelijke kerken niet massaal in verzet komen tegen de hetze tegen hoofddoekjes dan zullen binnen de korste keren nog meer Christenen het slachtoffer worden die een kruisje dragen, of een hugenotenkruis of een visje, of een duifje. Laten zien dat je gelooft in een God of in een andere samenleving wordt dan een schanddaad. De waarschuwing van Jesaja geld ook voor ons als wereldburgers. Als wij onrechtvaardige wetten blijven handhaven die producenten in arme landen verhinderen op een eerlijke wijze met producenten van hier te concurreren dan komen die burgers van arme landen vanzelf het oneerlijke verschil hier ophalen. Het volk van Jesaja werd gedeporteerd naar Babel. Laten wij dus opstaan tegen de onrechtvaardigheid om te voorkomen dat wij uiteindelijk ook het slachtoffer worden.

De leiders van het volk misleiden het

maandag, 26 december, 2016

Jesaja 9:7-16

7 De Heer heeft zijn woord op Israël afgestuurd, het heeft Jakobs volk getroffen. 8 Het volk van Efraïm, de inwoners van Samaria, zij hebben het ondervonden. Hoogmoedig en verwaten zeiden ze: 9 ‘De gemetselde muren zijn ingestort, maar wij herbouwen met gehouwen steen; de vijgenbomen zijn geveld, maar wij planten ceders in hun plaats.’ 10 De HEER heeft Resins vijanden tegen hen opgezet, hij heeft hun tegenstanders opgehitst: 11 vanuit het oosten viel Aram aan, vanuit het westen de Filistijnen, en zij verslonden Israël met huid en haar. Maar nog is zijn woede niet bekoeld, nog is zijn hand tegen hen opgeheven. 12 Het volk keert niet terug naar wie hen sloeg, de HEER van de hemelse machten zoeken zij niet. 13 Daarom zal de HEER bij Israël in één haal kop en staart, palmtak en riet afsnijden; 14 de kop zijn de oudsten en aanzienlijken, en de staart de leugenprofeten. 15 De leiders van het volk misleiden het, het volk dat leiding zoekt, is op een dwaalspoor gebracht. 16 Daarom wil de Heer hun jongeren niet sparen, zich over hun wezen en weduwen niet ontfermen. Heel het volk is goddeloos en zondig, iedereen verkondigt dwaasheid. Maar nog is zijn woede niet bekoeld, nog is zijn hand tegen hen opgeheven. (NBV)

De mooie zinnen uit de Bijbel zijn overbekend. Het gaat in het gedeelte van vandaag over het kind ons geboren, zoon ons gegeven, op wiens schouders de heerschappij rust en die genoemd wordt Wonderbare raadsman, Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst. Maar dat stukje lezen we niet. Dat is omdat we ons eerst moeten afvragen waar we zo’n wonderlijk kind eigenlijk voor nodig hebben. Allereerst dus voor vrede. Ook in onze tijd is het geen vrede op aarde, niet alleen staan legers tegenover elkaar, maar de ene bevolkingsgroep wordt opgezet tegen de anderen.. Over het bereiken van vrede met onze broeders en zusters wordt wat minder gesproken, dat lijkt ieders eigen verantwoordelijkheid. De profeet Jesaja schrijft over recht en gerechtigheid, daar zou het om moeten gaan. En de vraag in het Midden Oosten en in veel andere landen in Afrika is of we de mensen daar wel tot hun recht hebben laten komen. Wat hebben we gedaan met al die mensen in die aanhangers zijn van radicale politieke stromingen ? Hebben we hen een stem gegeven? Zijn we met hen in discussie gegaan over mensenrechten, vrijheid van meningsuiting en democratie? Hebben we hen vrede aangeboden?

Tot nu toe niet. En zolang we weigeren vrede en gerechtigheid in het centrum van onze politiek te zetten in plaats van macht en eigenbelang krijgen we oorlog als beloning. Dat was zo voor de mensen in Efraïm, de inwoners van Samaria en dat is ook zo voor ons en voor hen die met ons meevechten in een oorlog waar mensen niet tot hun recht kunnen komen. Van vijgenbomen kun je nog eten, ceders geven alleen schaduw en hakhout. Wij hebben wel een beetje van de papavervelden in Afhganistan vervangen door safraanteelt maar is er ook eerlijke handel met Afghanistan?  Hebben de inwoners van arme landen een eerlijke toegang tot onze handelsmarkten? Natuurlijk is de strijd tegen werkelijke terroristen toegenomen, zoals de vijanden van de koning van Damascus, Resin, sterker werden toen de oorlog ook Israël en Juda trof. In Israël waren het de leiders van het volk die het misleiden. Daar gold nog macht en eer en bondgenootschappen met de machtigen van de aarde.

Daar was geen sprake vant het bondgenootschap met de God van Israël, de Wet van heb-Uw-naaste-lief-als-Uzelf stond niet centraal. In de dagen van de profeet Jesaja zou dit uitlopen op het wegvoeren van het hele volk Israël. Weg naar Babel zouden ze gevoerd worden, weg van de Tempel, weg uit het land van melk en honing. Wij hebben ondervonden hoe leiders van banken en financiële instellingen bijna de hele wereldeconomie achteruit kunnen zetten zodat tienduizenden hun baan en hun huis verliezen overal op aarde, zodat landen in problemen komen, gezinnen honger krijgen en kinderen verstoken blijven van onderwijs, zieken gebrek hebben aan gezondheidszorg. Die leiders hebben ons misleid maar worden zij met kop en staart buiten de samenleving gesmeten? Het lijkt er op dat er niets veranderd in de machtsverhoudingen en dat zou wel moeten. Wij kunnen daar aan bijdragen door ook vandaag het goede te doen en niet dan het goede en daarmee het goede ook aan de leiders van het land voor te houden.

 

Alles is erdoor ontstaan

zondag, 25 december, 2016

Johannes 1:1-14

1 ¶  In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. 2  Het was in het begin bij God. 3  Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. 4  In het Woord was leven en het leven was het licht voor de mensen. 5 ¶  Het licht schijnt in de duisternis en de duisternis heeft het niet in haar macht gekregen. 6  Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. 7  Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. 8  Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht: 9  het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam. 10  Het Woord was in de wereld, de wereld is door hem ontstaan en toch kende de wereld hem niet. 11  Hij kwam naar wat van hem was, maar wie van hem waren hebben hem niet ontvangen. 12  Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. 13  Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God. 14  Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid, en wij hebben zijn grootheid gezien, de grootheid van de enige Zoon van de Vader. (NBV)

Het eerste hoofdstuk van het evangelie naar Johannes wordt meestal op de eerste Kerstdag gelezen, nadat in de Kerstnacht het verhaal uit Lucas 2 is gelezen. Niet zo verwonderlijk. Op kerstochtend zitten de kinderen in de kerk en in de kerstnacht niet. Die kinderen worden overal al dood gegooid met Maria en Jozef en de stal en het ezeltje en de engeltjes die door luchtruim zweven. Op kerstochtend hebben die kinderen toch wat steviger kost verdiend. Daarom wordt in veel kerken op galmende toon dit gedeelte van Johannes over “Het Woord” De profeet Jesaja had ooit al eens geschreven dat een licht zou opgaan over de volken en dat als teken daarvan een kind geboren zou worden. In Jezus van Nazareth herkennen veel mensen dat licht dat nooit zal doven. Maar Johannes vertelt ons meer. Hij vertelt ons zelfs van discussies waar we misschien niets meer van weten.

Er waren in zijn dagen mensen die vonden dat de God van Israël een andere God was als de God van Jezus van Nazareth. Die mensen zijn er soms nog wel, ze doen of ze Christelijk zijn maar eigenlijk verwerpen ze de Wet van eerlijk delen en je naaste liefhebben als jezelf. Johannes schrijft in de eerste zinnen van zijn Evangelie dat er helemaal geen verschil is, zoals de God van Israël zei “Er zij licht, en er was licht” zo is alles van die God uitgegaan, ook het Woord, zoals Jezus van Nazareth zich soms noemde. Johannes probeerde aan te sluiten bij opvattingen die in zijn tijd gewoon waren onder de mensen. Geleerde filosofen hadden het over de Logos, een Grieks woord dat wij meestal vertalen met “Het Woord” maar dat een ruimere betekenis had. Logos was de oorsprong van alle dingen volgens de Grieken. Logos was dus ook iets als de verzameling van alle namen voor alle dingen. Als het geen naam heeft dan bestaat het niet, dan kun je er met anderen niet over communiceren. Daarom hadden ze voor alles ook goden, met namen die direct herkenbaar waren. Athene was de wijsheid, Apollo de liefde enzovoort.

Johannes probeert in de eerste regels van zijn Evangelie terug te wijzen naar het eerste hoofdstuk van Genesis. Het Woord was niet het begin, maar de God die de woorden sprak. Die God was  ook die woorden. Die God bracht licht, die God bracht leven, die God maakte van de chaos mensenland. Dat verhaal moet steeds opnieuw aan mensen worden verteld. Het is niet ons denken, of de redelijkheid die het ons ingeeft, de wetenschap komt er niet aan te pas, die geeft andere namen aan de dingen. God stuurde een mens om van het licht te getuigen. God zond vervolgens zijn zoon om het licht te zijn. De chaos waarin wij ook vaak leven wordt door Jezus te volgen weer mensenland. In de liefde van Jezus krijgen hongerigen te eten, worden dorstigen gelaafd, krijgen vreemdelingen onderdak, worden naakten gekleed, worden zieken verzorgd en gevangen bezocht. Aan dat mensenland mogen we meedoen. Het is niet ingewikkeld, het is zo eenvoudig als een kind in een voederbak.

Een kind is ons geboren

zaterdag, 24 december, 2016

Jesaja 8:23b–9:6

Zoals het land van Zebulon en Naftali in het verleden smadelijk bejegend is, zo wordt weldra eer bewezen aan de kuststreek, het Overjordaanse en het domein van andere volken. 1 Het volk dat in duisternis ronddoolt ziet een schitterend licht. Zij die in het donker wonen worden door een helder licht beschenen. 2 U hebt het volk weer groot gemaakt, diepe vreugde gaf u het, blijdschap als de vreugde bij de oogst, zij jubelen als bij het verdelen van de buit. 3 Het juk dat op hen drukte, de stok op hun schouder, de zweep van de drijver, u hebt ze verbrijzeld, zoals Midjan destijds. 4 Iedere laars die dreunend stampte en elke mantel waar bloed aan kleeft, ze worden verbrand, een prooi van het vuur. 5 Een kind is ons geboren, een zoon is ons gegeven; de heerschappij rust op zijn schouders. Deze namen zal hij dragen: Wonderbare raadsman, Goddelijke held, Eeuwige vader, Vredevorst. 6 Groot is zijn heerschappij, aan de vrede zal geen einde komen. Davids troon en rijk zijn erop gebouwd, ze staan vast, in recht en gerechtigheid, van nu tot in eeuwigheid. Daarvoor zal hij zich beijveren, de HEER van de hemelse machten. (NBV)

Aan de vooravond van Kerstmis zingen we met de profeet Jesaja een stuk van het lied van het licht mee. Een tekst die veel gelezen en gezongen wordt in de Kerstnacht, de donkerste nacht van het jaar waarin we vieren dat het licht is opgegaan onder de volken. Het lied sluit aan bij het vorige hoofdstuk uit het boek Jesaja waarin staat dat de mensen moedeloos en hongerig door het land zullen zwerven. Overal heerst verstikkende duisternis, donker en somber is het, nacht overal. En dan begint de profeet het lied te zingen over het volk dat in duisternis ronddoolt en een schitterend licht ziet. Die honger en die moedeloosheid zijn de gevolgen van onrecht en onderdrukking. Dat licht is het gevolg van liefde, liefde die het recht zal herstellen en de mensen weer moed zal geven. Diepe vreugde staat er, als bij de oogst.

Waarom? Omdat er een kind is geboren. In de duistere tijden van de kernbewapening en de koude oorlog hoorde je nog wel eens mensen zeggen dat ze geen kinderen wilden hebben omdat de toekomst te onzeker was en de gevaren in de wereld te groot. Dat wil je kinderen niet aandoen. Wie dan toch kinderen wil moet wel vertrouwen hebben in een goede toekomst. En er zijn altijd mensen die vertrouwen op hun liefde, op hun bereidheid alles voor elkaar over te hebben, die mensen willen ook kinderen. En juist die bereidheid alles voor elkaar over te hebben maakt dat de toekomst schitterend kan worden. Want als de tijden duister zijn dan geef je ook je kinderen de bereidheid om alles voor elkaar over te hebben door, dan zal dat van generatie op generatie doorgaan. Die kinderen zullen vrede stichten, die zullen rechtvaardigheid brengen, die zullen wonderbare raad geven in moeilijke conflicten, die zullen het beeld van God dragen zodat iedereen het beeld van God kan zien.

In Israël denken ze direct aan de Koning naar Gods hart, Koning David, die weigerde het zwaard op te nemen tegen zijn eigen volksgenoten. Die weigerde de Koning die hem vervolgde te doden. Die de Heilige Tent met de Wet van eerlijk delen weer een voorname plaats gaf in het hart van het land. Die, ondanks alle verkeerde dingen die hij deed, toch altijd weer opnieuw de Weg van de God  van Israël insloeg. Op die manier gaan recht en gerechtigheid weer regeren. Dan komen er in onze dagen eerlijke handelsverhoudingen, dan wordt het onmetelijke verschil tussen arm en rijk opgeheven. Dan hoeven we niet meer gewaarschuwd te worden tegen teveel delen om de rijken te beschermen. Dan gaan we de weg van God, dan zien we het licht. Ook in de donkerste nacht van voedselcrisis, economische crisis en vluchtelingen crisis.

 

Wees niet bang

vrijdag, 23 december, 2016

Jesaja 8:11-23a

11  Toen greep de HEER mij bij de hand en hield me voor dat ik me anders moest gedragen dan dit volk. Hij zei: 12  ‘Noem niet alles een samenzwering wat zij een samenzwering noemen. Wees niet bang voor wat hun angst aanjaagt, heb er geen ontzag voor. 13  Alleen de HEER van de hemelse machten is heilig, voor hem zijn angst en ontzag op hun plaats. 14  Hij zal een heiligdom zijn, maar ook de steen waaraan men zich stoot, de rots waarover de twee koningshuizen van Israël struikelen, de valstrik en het net waarin de inwoners van Jeruzalem verstrikt raken. 15  Velen zullen struikelen, ze komen ten val en worden vermorzeld, raken verstrikt en worden gevangen. 16 ¶  Bewaar mijn getuigenis zorgvuldig, verzegel dit onderricht in mijn leerlingen.’ 17  Ik stel mijn vertrouwen in de HEER, hoewel hij zich voor het volk van Jakob verborgen houdt; ik heb mijn hoop op hem gevestigd. 18  Ik ben, met de kinderen die de HEER mij heeft gegeven, een teken voor Israël, een zinnebeeld van de HEER van de hemelse machten, die op de Sion woont. 19  Wanneer men jullie vraagt om de geesten van doden te raadplegen en naar fluisterende en mompelende waarzeggers te luisteren-elk volk raadpleegt toch zijn goden en vraagt de doden toch om raad voor de levenden? -, 20  ga dan alleen af op dit onderricht, op mijn getuigenis. Spreek uitsluitend volgens deze woorden, waartegen geen bezwering bestand is. 21  Moedeloos en hongerig zullen de mensen door het land zwerven. Ze zullen honger lijden en in hun woede de koning en hun God vervloeken. Ze kijken omhoog 22  of staren naar de grond, maar overal heerst verstikkende duisternis; donker en somber is het, nacht overal. 23a En wie daardoor omsloten wordt, zal niet ontkomen. (NBV)

We hebben het vroeger allemaal wel eens gehoord: “al springt je hele klas in het water dan hoef jij dat toch niet te doen?” Ook al lijken anderen goede plannen te hebben je moet zelf blijven nadenken. Die verhalen in de Bijbel staan er niet voor niets. Jesaja kent ze en de mensen die als eersten zijn boek lazen kenden ze ook. Wij moeten soms nog even wat verder zoeken om de verbanden te leggen. In dit gedeelte schrijft Jesaja over het raadplegen van de doden en het luisteren naar mompelende waarzeggers. Voor Bijbelkenners is zo’n zin als een lampje, daar hebben we eerder over gehoord. Wanneer? Toen Koning Saul wilde weten wat de net gestorven Samuël vond van zijn plannen. Hij ging toen naar een waarzegster die de geest van Samuël op riep. Het betekende het einde van Saul en zijn zonen. Samuël had zijn hele leven gesproken namens de God van Israël en die God is niet willekeurig op te roepen. Als je zo met de God van Israël om gaat dan wacht je alleen maar ellende.

Spreekt Jesaja nu tegen een koning of tegen het volk? Jesaja was in gesprek met koning Achaz van Juda. Die was gevraagd om mee te doen met Syrië en het van Juda afgescheiden Israël om de wereldmacht Assyrië tegen te houden. Achaz was bang  dat het Assyrië op verkeerde gedachten zou brengen en had de uitnodiging om mee te vechten afgeslagen. Dat  had tot gevolg dat Syrië en Israël, met als hoofdsteden Damascus en Samaria, een oorlog begonnen met Juda, met als hoofdstad  Jeruzalem. Die hoofdstad werd belegerd en Achaz wilde nu een bondgenootschap sluiten met wereldmacht Assyrië. Daar was Jesaja tegen. Alleen de God van Israël was immers echt machtig in de wereld. Landjes die oorlog voeren om wereldmachten buiten de deur te houden, bondgenootschappen tussen grote en kleine landen maken allemaal geen indruk als je de macht van de God van Israël volgt. Die God maakt het de mensen soms ook nog lastig.

Die God heeft de mensen opdracht gegeven de vrede te bewaren, geen oorlog te voeren en zeker geen mensen te doden. Zo werkt het niet zullen vele mensen zeggen. Als de rechten van de mens worden geschonden, als onze broeders en zusters worden vermoord, dan moeten we toch ingrijpen? Hebben we alleen geweld als instrument om in de grijpen vraagt dan de God van Israël of heb ik jullie niet de Liefde gegeven als de sterkste kracht op aarde. Als die landen die nooit hebben geloofd in de kracht van de God van Israël gebruiken geweld en tegengeweld om hun doelen te bereiken. Als gevolg daarvan gaan er een heleboel mensen dood, zijn er overal grote stromen vluchtelingen die moedeloos en hongerig door het land zwerven en hun God van Liefde vervloeken omdat zij zich in de steek gelaten voelen door die God. Jesaja roept op het anders te gaan doen. Laten we de mensen eens laten zien hoe sterk de macht van Liefde is, hoe zwak de macht van angst en geweld. Juist in onze dagen klinken die verhalen uit de Bijbel niet zo maar. Ze roepen ook ons op de vrede te bewaren en vreemdelingen en vluchtelingen te behandelen of ze bij ons eigen volk horen.

Haastige roof, spoedige buit

donderdag, 22 december, 2016

Jesaja 8:1-10

1 ¶  De HEER zei tegen mij: ‘Neem een groot schrijftablet en noteer daarop in leesbaar schrift: haastige roof, spoedige buit.’ 2  Als betrouwbare getuigen koos ik de priester Uria en Zecharja, de zoon van Jeberechjahu. 3  Ik had gemeenschap met de profetes; zij werd zwanger en baarde een zoon. De HEER zei tegen mij: ‘Geef hem de naam “Haastige roof, spoedige buit.” 4  Want nog voordat de jongen vader en moeder kan zeggen, zullen de rijkdommen van Damascus en de schatten van Samaria door de koning van Assyrië worden buitgemaakt.’ 5  De HEER zei verder nog tegen mij: 6  ‘Omdat dit volk geen vertrouwen meer heeft in het kabbelende water van Siloach en zijn geluk zoekt bij Resin en de zoon van Remaljahu, 7  zal de Heer de koning van Assyrië en zijn geweldige legermacht over hen uitstorten als de grote watermassa’s van de Eufraat: ze zullen buiten hun oevers treden en over alles heen stromen. 8  Ze zullen Juda binnendringen en het overspoelen, zodat het water ieder tot de lippen stijgt. Ze zullen je land over de volle breedte overvleugelen, Immanuël.’ 9 ¶  Roep op tot de strijd, volken, beef van angst. Luister, volken van de verste hoeken van de aarde. Gord je wapens aan en beef van angst, ja, gord je wapens aan en beef van angst. 10  Smeed een plan-het zal verijdeld worden; sluit een verbond-het zal nergens toe leiden. Want God is met ons. (NBV)

Er zijn van die stukken in de Bijbel waarbij je soms drie keer moet lezen voor je één keer snapt waar het over gaat. Bij dit stukje moeten we allereerst bedenken dat namen in de Bijbel heel vaak een bijzondere betekenis hebben. Jezus bijvoorbeeld betekent God bevrijdt en dat bevrijdende van Jezus wordt in de kerken gevierd. In dit stukje uit Jesaja gaat het net andersom. Hier wordt wel de betekenis genoemd maar niet een naam die wij als naam herkennen. In het Hebreeuws is dat overigens anders. De naam die aan het kind van profeet en profetes gegeven wordt is Haastige roof, spoedige buit. Er zitten nog wel negen maanden tussen het horen van de naam door Jesaja en de geboorte van het nieuwe kind. In het nieuwe testament gaat dat bijna net zo bij Zacharias die in de Tempel de opdracht krijgt zijn zoon Johannes te noemen maar die zoon wordt pas negen maanden later geboren. Jesaja zorgt overigens voor een tweetal getuigen die de boodschap mee onderschrijven.

Het is een boodschap van God. Dat leesbare schrift is een interpretatie van de vertaler. Dat maakt het lezen van de Bijbel er niet gemakkelijker op. In het Hebreeuws staat er iets als met de schrijfstift van een man. Het moet geschreven worden op een papyrusblad dat net zo groot en goed bewerkt is als gepolijst metaal. Niks geheimzinnig dus, niks moeilijk leesbaar, maar Israël, het buurland van Juda waar Jesaja woont,  is een land geworden dat voor haar vijanden gemakkelijke buit is geworden. Je hoeft er niet veel tijd aan te besteden om dit landje leeg te roven, je wordt er snel rijk van.  Damascus en Samaria zijn hier twee hoofdsteden van landjes die graag met Juda samen opgetrokken waren tegen de wereldmacht Assyrië maar die zich gedwongen hadden gevoeld Jeruzalem te belegeren toen Juda dat weigerde. Jesaja voorziet dat het aangaan van heidense bondgenootschappen je eerder verzwakt dan versterkt. Die landjes zullen dan ook opgeslokt worden door Assyrië.

Jeruzalem staat in de dagen van Jesaja bekend als een bijna onneembare vesting. Ooit had David een list gebruikt om de stad in handen te krijgen maar daarna was er nooit meer iemand geweest die er in geslaagd was de stad te onderwerpen. Water speelde bij het weerstaan van een belegering een belangrijke rol. Dat water kwam van Siloach, een bron die de hele stad bevoorraadde. Maar de koning van Juda vertrouwde liever op koningen als bondgenoten, Resin en de zoon van Remaljahu. Dat betekent dat Assyrië de vrijheid neemt om ook Juda te onderwerpen. Assyrië heeft immers het water van de Eufraat waardoor het land vruchtbaar blijft en de legers gemakkelijk gevoed kunnen worden. Ook al is God met je, de betekenis van Immanuël, vertrouwen op anderen dan de God van Israël helpt niet. Afzien van geweld, regeren met liefde dat zijn de wapens die helpen. Maar mensen zoeken altijd andere wapens, wapens die tot de dood van mensen leiden. Jesaja roept hier dus eigenlijk zijn volk op anders te gaan doen dan Heidense volken, vrede in plaats van geweld, liefde in plaats van haat, daar zouden we ook vandaag wat meer op moeten durven vertrouwen.