Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor november, 2016

De wet vindt zijn vervulling in de liefde.

woensdag, 30 november, 2016

Romeinen 13:8-14

8  Wees elkaar niets schuldig, behalve liefde, want wie de ander liefheeft, heeft de gehele wet vervuld. 9  Want: ‘Pleeg geen overspel, pleeg geen moord, steel niet, zet uw zinnen niet op wat van een ander is’ deze en alle andere geboden worden samengevat in deze ene uitspraak: ‘Heb uw naaste lief als uzelf.’ 10  De liefde berokkent uw naaste geen kwaad, dus de wet vindt zijn vervulling in de liefde. 11 ¶  U kent de huidige tijd: het moment is gekomen waarop u uit de slaap moet ontwaken, want de redding is ons meer nabij dan toen we tot geloof kwamen. 12  De nacht loopt ten einde, de dag nadert al. Laten we ons daarom ontdoen van de praktijken van de duisternis en ons omgorden met de wapens van het licht. 13  Laten we daarom zo eerzaam leven als past bij de dag en ons onthouden van bras- en slemppartijen, ontucht en losbandigheid, tweespalt en jaloezie. 14  Omkleed u met de Heer Jezus Christus en geef niet toe aan uw eigen wil, die begeerten in u opwekt. (NBV)

Wat mag nu wel en wat mag nu niet? Hele boeken zijn er over volgeschreven en we nemen elkaar zo graag de maat van goed en kwaad. We hebben er zelfs een wetenschap van gemaakt: de ethiek. Maar volgens Paulus is er voor eenvoudige gelovigen een eenvoudige uitweg uit het labyrint van goed en kwaad: de liefde. Al die wetten en regels zijn vervuld als je je naaste lief hebt als jezelf. Daarom kunnen we zo vaak zeggen dat de Tempel in Jeruzalem de Tempel was van je naaste liefhebben als jezelf, en dat als er staat dat volken zich naar Jeruzalem wenden dat betekent dat ook die volken het heb je naaste lief als je zelf tot hoofdregel van het dagelijks gedrag maken. De wet vindt zijn vervulling in de liefde. Dat betekent ook dat wat op het ene moment goed is voor de een op een ander moment kwaad kan zijn voor de ander, de liefde voor de naaste bepaalt dat immers en het oordeel is niet aan mensen maar aan God.

Paulus kan dit ook schrijven want als Jood weet hij dat de eerste zonde was dat Adam en Eva wilden eten van de boom van kennis van goed en kwaad, waarmee zij gelijk aan God wilden worden. Dat kunnen wij mensen niet en dat moeten we ook niet willen nastreven. Voor ons is de liefde, het goede doen voor onze medemens, het enige dat ons te doen staat. Alle overwegingen over het kwade, over de duisternis behoren voor ons voorbij te zijn. Wij omgorden ons met de wapens van het licht. Wapens, want het is niet eenvoudig om het goede te doen. We moeten immers het kwade overwinnen door het goede. Het gedeelte van vandaag begint ook met iets aan iemand schuldig te zijn. Dat betekent dat we niemand afwijzen, nooit nee zeggen tegen een persoon, wel nee zeggen tegen een verzoek om iets te doen, maar dan duidelijk maken hoe we dat nee nodig hebben uit liefde voor die persoon. We zijn aan de ander dus altijd alleen de liefde schuldig.

Dat roept ons ook op de ander te wijzen op hetgeen iemand kan schaden, op fouten, op onderdrukking en uitbuiting. Daar zijn geen grenzen in, tot aan de hoogste overheid toe zijn wij immers niet dan de liefde verschuldigd en wat onze minste broeders en zusters is aangedaan is Jezus van Nazareth aangedaan en daarmee ons aangedaan. Maar wij zeggen dat uit liefde, ieder moet de kans krijgen zich anders te gaan gedragen en zich aan te sluiten bij de beweging van de liefde. Zo laten we ook onszelf gezeggen, want we mogen aannemen dat iemand die ons op onze fouten wijst dat doet uit liefde en in elk geval mogen we dankbaar zijn als we onze fouten mogen herstellen. Daarom mogen we in ons gedrag van alle dag, waarin we mensen als broeders en zusters zien en niet als objecten van lustbevrediging, waarin we altijd onszelf blijven op wie een beroep kan worden gedaan, werken aan de komst van het Koninkrijk, niet om er zelf beter van te worden, maar omdat we de ander liefhebben, ook vandaag weer.

Geef iedereen wat hem toekomt

dinsdag, 29 november, 2016

Romeinen 13:1-7

1 ¶  Iedereen moet het gezag van de overheid erkennen, want er is geen gezag dat niet van God komt; ook het huidige gezag is door God ingesteld. 2  Wie zich tegen dit gezag verzet, verzet zich dus tegen een instelling van God, en wie dat doet roept over zichzelf zijn veroordeling af. 3  Wie doet wat goed is heeft van de gezagsdragers niets te vrezen, alleen wie doet wat slecht is. U wilt niets van de overheid te vrezen hebben? Doe dan wat goed is en ze zal u prijzen, 4  want ze staat in dienst van God en is er voor uw welzijn. Maar wanneer u doet wat slecht is, kunt u haar beter vrezen: ze voert het zwaard niet voor niets, want ze staat in dienst van God, en door hem die het slechte doet zijn verdiende straf te geven, toont ze Gods toorn. 5  U moet haar gezag dus erkennen, en niet alleen uit angst voor Gods toorn, maar ook omwille van uw geweten. 6  Daarom betaalt u ook belasting en staat wie belasting int in dienst van God. 7 ¶  Geef iedereen wat hem toekomt: belasting aan wie u belasting verschuldigd bent, accijns aan wie u accijns verschuldigd bent, ontzag aan wie ontzag toekomt, eerbied aan wie eerbied toekomt. (NBV)

We moeten vandaag heel voorzichtig zijn met hetgeen we lezen. Met de verzen die vandaag op het leesrooster staan is heel wat onrecht goedgepraat en als we dat weer doen dan lezen we de Bijbel verkeerd. De Bijbel moet niet gelezen worden uit het oogpunt van de machthebbers maar uit het oogpunt van de machtelozen. Wat immers de minsten is gedaan is aan God zelf gedaan. Het ging hiervoor over de vijand en hoe je het kwade dient te overwinnen door het goede. Geldt dat dan ook voor de overheid? In het verhaal over de overheid heeft Paulus het voortdurend over God. En God was immers de enige Heer over de wereld. Een overheid is dan ook ingesteld door God. Daarmee heeft de overheid niet een eigen recht van bestaan en kan ze handelen naar eigen inzicht. Het goed of fout van de overheid wordt beoordeeld door God en dient beoordeeld te worden in het licht van God.

Het vers dat volgt op het gedeelte van vandaag zegt dat je niemand iets schuldig moet zijn dan de liefde. Dat geldt dus ook en juist voor de overheid. Want de geschiedenis van Israël leert dat een anarchistische staat niet tot vrede en gerechtigheid voert. Lees er het Bijbelboek Rechters maar eens op na. En een wereldregering zoals er eigenlijk in het Romeinse Rijk was is nodig. De handel moet beschermd worden, burgers moeten in vrede kunnen leven, bij conflicten moet er recht gesproken kunnen worden. In onze tijd hebben we het over onderwijs en zorg. En wie minder belasting wil betalen en minder files op de wegen wil moet echt thuis blijven niet naar buiten komen. Alles wat we met elkaar willen kost geld en dat moet rechtvaardig worden geïnd en rechtvaardig worden beheerd en uitgegeven. Er is niets tegen een goede overheid maar alles tegen een slechte overheid.

Het volk in de woestijn dat het gebod had gekregen de naaste lief te hebben als zichzelf kreeg ook een inrichting van een samenleving met een overheid. Groepen kozen vertegenwoordigers en Mozes had rechters aangesteld. Met die vertegenwoordigers werd overlegd en zo moest de samenleving in de woestijn kunnen functioneren. Onze democratie heeft er nog de sporen van. Maar het functioneert pas als ook de zwaksten mee kunnen doen, als groepen in de samenleving bereid zijn samen te leven en niet tegen elkaar worden opgezet. Zorg is daarom van groot belang voor het functioneren van de samenleving, net als respect voor brandweer-, ambulance- en politiepersoneel. Het gedeelte van vandaag onderwerpt de burger dus niet aan een overheid maar bevrijdt de burger van angst voor de overheid. Niemand heeft recht op een wapen, het zwaard, van de overheid, die kan ons beschermen. Aan ons om het goede te doen, de overheid het goede voor te houden en te bouwen aan een samenleving zoals de God van Israël die ons heeft voorgehouden, ook vandaag weer.

 

Wees het goede toegedaan

maandag, 28 november, 2016

Romeinen 12:9-21

9  Laat uw liefde oprecht zijn. Verafschuw het kwaad en wees het goede toegedaan. 10  Heb elkaar lief met de innige liefde van broeders en zusters en acht de ander hoger dan uzelf. 11  Laat uw enthousiasme niet bekoelen, maar laat u aanvuren door de Geest en dien de Heer. 12  Wees verheugd door de hoop die u hebt, wees standvastig wanneer u tegenspoed ondervindt, en bid onophoudelijk. 13  Bekommer u om de noden van de heiligen en wees gastvrij. 14  Zegen uw vervolgers; zegen hen, vervloek hen niet. 15  Wees blij met wie zich verblijdt, heb verdriet met wie verdriet heeft. 16  Wees eensgezind; wees niet hoogmoedig, maar zet uzelf aan tot bescheidenheid. Ga niet af op uw eigen inzicht. 17  Vergeld geen kwaad met kwaad, maar probeer voor alle mensen het goede te doen. 18  Stel, voor zover het in uw macht ligt, alles in het werk om met alle mensen in vrede te leven. 19  Neem geen wraak, geliefde broeders en zusters, maar laat God uw wreker zijn, want er staat geschreven dat de Heer zegt: ‘Het is aan mij om wraak te nemen, ik zal vergelden.’ 20  Maar ‘als uw vijand honger heeft, geef hem dan te eten, als hij dorst heeft, geef hem dan te drinken. Dan stapelt u gloeiende kolen op zijn hoofd’. 21  Laat u niet overwinnen door het kwade, maar overwin het kwade door het goede. (NBV)

Het kwaad verafschuwen dat willen we meestal wel.  Maar dan het goede toegedaan zijn, dat is veel moeilijker. We hebben immers de neiging het kwaad met kwaad te vergelden. De dader van de aanslag op een Koptische Kerk in Egypte krijgt de doodstraf. Is dat terecht? De Bijbel gebiedt ons voor het leven te kiezen. Die aanslag verafschuwen we, het is het kwade, maar hoe zijn we dan het goede toegedaan? Durven we ons te verplaatsen in de positie van de armen in Egypte? Durven we mee te voelen met hun wanhoop over een uitzichtloze samenleving? Kennen we de wetten die de Egyptische boeren verhinderen op onze markten op een eerlijke wijze te concurreren met onze boeren? Kennen we de wanhoop over de goedkope massaproducten die ook Egypte overspoelen en waardoor plaatselijke producenten geen kans krijgen? Zetten we onze verontwaardiging over het kwade dan om in de bereidheid eerlijk te delen? Gaan we dan meer aan ontwikkelingssamenwerking doen?

Zien we in dat samenwerking altijd beter is dan verdeeldheid zaaien? We moeten ons zeker laten aanvuren door de Geest van Jezus van Nazareth, onze vijanden leren lief te hebben. Juist daarin standvastig zijn is niet eenvoudig als je de grote woorden over een tweedeling in de wereld hoort, zoals er mensen zijn die ons wijs willen maken dat de tweedeling gaat tussen geloven en niet tussen rijken en armen. Daarom zegt Paulus hier gastvrij te zijn. Die heiligen zijn onze broeders en zusters, maar in Bijbelse termen zijn alle mensen onze broeders en zusters en wat de minste is aangedaan is Jezus van Nazareth zelf aangedaan. Daarom moeten we onze vervolgers zegenen en niet vervloeken. We hebben altijd wegen om ook van onze vervolgers uiteindelijk het goede te laten uitgaan.

We zullen bij onszelf te rade moeten gaan om het kwaad niet met het kwaad te vergelden. Een rechte rug voor Christenen betekent dat de linkerwang wordt toegekeerd, dat Christenen weigeren geweld tegenover geweld te stellen, dat ze dat volhouden en voorhouden ook als ze bedreigd en vervolgd worden. Daarom moet je alles in het werk stellen om de vrede te bewaren en geen wraak nemen. De wraak van onze God is zoet, die roept mensen hem te dienen door elkaar lief te hebben. En juist door meer aan ontwikkelingssamenwerking te doen zelfs in Egypte, door mensen te scholen in democratie, door onrechtvaardige handelsmuren te slechten, stapelen we gloeiende kolen op de hoofden van de aanslagplegers. Dan hoeven er geen doodstraffen te worden uitgedeeld maar kunnen we samen kiezen voor het leven, ook vandaag weer.

Denk overeenkomstig het geloof

zondag, 27 november, 2016

Romeinen 12:1-8

1 ¶  Broeders en zusters, met een beroep op Gods barmhartigheid vraag ik u om uzelf als een levend, heilig en God welgevallig offer in zijn dienst te stellen, want dat is de ware eredienst voor u. 2  U moet uzelf niet aanpassen aan deze wereld, maar veranderen door uw gezindheid te vernieuwen, om zo te ontdekken wat God van u wil en wat goed, volmaakt en hem welgevallig is. 3  Met een beroep op de genade die mij geschonken is, zeg ik u allen dat u zichzelf niet hoger moet aanslaan dan u kunt verantwoorden, maar verstandig over uzelf moet denken. Denk overeenkomstig het geloof, dat is de maatstaf die God u heeft gegeven. 4  Zoals ons ene lichaam vele delen heeft en die delen niet allemaal dezelfde functie hebben, 5  zo zijn we samen één lichaam in Christus en zijn we, ieder apart, elkaars lichaamsdelen. 6  We hebben verschillende gaven, onderscheiden naar de genade die ons geschonken is. Wie de gave heeft te profeteren, moet die in overeenstemming met het geloof gebruiken. 7  Wie de gave heeft bijstand te verlenen, moet bijstand verlenen. Wie de gave heeft te onderwijzen, moet onderwijzen. 8  Wie de gave heeft te troosten, moet troosten. Wie iets weggeeft, moet dat zonder bijbedoeling doen. Wie leiding geeft, moet dat doen met volle inzet. Wie barmhartig voor een ander is, moet daarin blijmoedig zijn. (NBV)

Vandaag vallen we de brief van Paulus aan de Romeinen binnen. Een belangrijke brief, zeker in de tijd van de hervorming. Volgend jaar is het 500 jaar geleden dat de Hervorming van de Rooms Katholieke kerk begon met de stellingen van Maarten Luther. Hij was daartoe gekomen door het bestuderen van deze brief aan de Romeinen. Paulus heeft het in het gedeelte van vandaag over de vorming van de gemeente. Dat een Christen zichzelf door gebed en studie moest veranderen maar buiten de Christelijke gemeenschap, in de wereld, dezelfde kon blijven is een oud misverstand, we leven niet in twee werelden maar in één wereld, Gods wereld, goed of kwaad. Daarom benadrukt Paulus dat we samen één lichaam zijn, niemand is beter of slechter dan een ander, ieder moet zich bewust zijn wat hij of zij kan en er op uit zijn het beste uit de ander naar boven te halen. Daarom moet je leren denken vanuit het geloof.

De theoloog Karl Barth schreef bij dit vers in het begin van de vorige eeuw dat je daarvoor zeker de krant moet lezen. Daar kun je leren hoe er in de wereld gedacht wordt. In onze dagen lees je daar over de 8 jarige Abiram. Een jongetje met een kwaadaardige hersentumor. Een jongetje dat gaat sterven, zoals nog steeds kinderen sterven aan kanker. Maar volgens onze huidige regering hoort dat jongetje niet de sterven in Nederland maar moet hij naar een ver vreemd land waar weinig medische zorg is en waar dat jongetje eigenlijk ook geen enkele band mee heeft. Velen die volgens het geloof denken zoals Paulus hier aanbeveelt hebben een actie gestart om regering en parlement er van te overtuigen dat Abiram moet blijven. Want het lot van jongetjes als Abiram is de maat die God ons heeft gegeven. Telkens als je we lezen over geweld, over honger, over misbruik van kinderen, over dwang en mishandeling van vrouwen, over oorlog en geweld  moeten we ons afvragen of we met z’n allen ons wel tot het uiterste inspannen om dat kwaad de wereld uit te helpen.

Of richten we ons liever op ons eigen welzijn, de hypotheekrenteaftrek voor de rijksten, de prijs van het kaartje voor het concert van het Concertgebouworkest. En denk nu niet dat we samen niet in staat zijn de problemen in de wereld aan te pakken. Kijk eens wat er voor een gaven zijn in een samenleving. De Christelijke gemeente mag daarbij het voorbeeld zijn en Paulus schetst haar ook als zodanig, maar onze samenleving mogen we oproepen dat voorbeeld te volgen. Wie de nood van de armsten en de minsten onder woorden kan brengen en Gods stem daarbij kan laten horen, profeteren noemt Paulus dat, moet dat doen in overeenstemming met het geloof dat God heerst op aarde. Wie kan uitleggen moet uitleggen, wie kan troosten moet troosten. Weggeven doe we zonder iets terug te willen krijgen en leiding geven we om een betere samenleving te krijgen. Wie barmhartig voor een ander is mag daarin blijmoedig zijn. Ik schrijf “mag”, in onze vertaling staat “moet” maar als je barmhartig bent, je hand over je hart weet te strijken, weet dat er geen tegenzin meer over kan blijven alleen maar vreugde over het goede dat je samen met anderen kunt veroorzaken. Samen mogen we er elke dag opnieuw weer aan werken, laten we het ook vandaag weer doen.

Hij werd gebalsemd

zaterdag, 26 november, 2016

Genesis 50:15-26

15 ¶  Nu hun vader er niet meer was, zeiden Jozefs broers tegen elkaar: ‘Als Jozef zich nu maar niet tegen ons keert en zich wreekt voor alle ellende die wij hem hebben aangedaan.’ 16  Daarom lieten ze hem de volgende boodschap brengen: ‘Voordat hij stierf heeft je vader ons opgedragen 17  je dit verzoek over te brengen: “Vergeef je broers hun schandelijke misdaad, Jozef. Ze hebben je in de ellende gestort, maar wees nu zo goed om de dienaren van de God van je vader die misdaad te vergeven.”’ Bij het horen van die woorden kon Jozef zijn tranen niet bedwingen. 18  Daarna gingen zijn broers zelf naar hem toe. Ze vielen voor hem op hun knieën en zeiden: ‘We zijn bereid je slaaf te worden.’ 19  Maar Jozef zei: ‘Wees maar niet bang. Ik kan toch Gods plaats niet innemen? 20  Jullie hadden kwaad tegen mij in de zin, maar God heeft dat ten goede gekeerd, om te bewerken wat er nu gebeurt: dat een groot volk in leven blijft. 21  Wees dus niet bang. Ik zal zelf voor jullie en jullie kinderen zorgen.’ Zo troostte hij hen en stelde hij hen gerust. 22 ¶  Jozef bleef in Egypte wonen, met zijn hele familie. Hij werd honderdtien jaar. 23  Hij zag Efraïms kleinkinderen nog, en ook de geboorte van de kinderen van Machir, de zoon van Manasse, maakte hij nog mee. 24  Toen hij zijn einde voelde naderen, zei hij tegen zijn broers: ‘God zal zich jullie lot aantrekken: hij zal jullie uit dit land wegleiden en je naar het land brengen dat hij onder ede aan Abraham, Isaak en Jakob heeft beloofd. 25  Zweer me dat jullie, wanneer God zich jullie lot aantrekt, mijn lichaam van hier zullen meenemen.’ 26  Jozef stierf toen hij honderdtien jaar was. Hij werd gebalsemd en in een sarcofaag gelegd, in Egypte. (NBV)

Het balsemen bij de Egyptenaren had uiteindelijk tot doel de doden bij de goden te laten leven. Dat kon als ze er uit zouden zien als nog in leven en voorzien waren van alles wat een mens nodig had. In de Koningsgraven en de piramiden is dat allemaal terug te vinden. Een Jozef in een sarcofaag die je meeneemt naar het beloofde land is al bijna een God in je midden. Dat was niet de bedoeling, maar werd eerst Jacob met alle eer naar Kanaän gebracht die eer was kennelijk niet voor Jozef weggelegd. Het was ook niet meer zo belangrijk voor het verhaal. Sleutel in dit gedeelte is dat God kwade zaken kan gebruiken voor goede gevolgen. Dat is de ontdekking die Jozef aan zijn leven doet. Zijn broers hadden kwaad in hun gedachten, ze wilden van Jozef af, maar door hem naar Egypte te verkopen schiepen ze de voorwaarden om hem onderkoning te laten worden en het graan te laten verzamelen waardoor ook zijn eigen volk kon overleven.

Kwaad blijft overigens altijd te veroordelen en dus te vermijden, maar je hoeft je niet altijd schuldig te voelen als het je per ongeluk toch gebeurt dat je kwaad bedrijft. Keer het ten goede. De broers beginnen overigens dit gedeelte met een leugen want dat Jacob ze heeft opgedragen Jozef vergiffenis te vragen en te vertellen over een opdracht van Jacob hen te vergeven wordt nergens verteld. Het is het soort leugens dat voorkomt uit angst. Wij kennen dat vaak als halve waarheden. Vertel de waarheid die wordt geaccepteerd en laat alle andere waarheden die er ook zijn buiten beschouwing. De regeringen maakten van die truc gebruik toen het ging om de inval in Irak waar ook door Nederland steun aan is betuigd. Natuurlijk had Sadam Hoessein alle resoluties van de Veiligheidsraad in de wind geslagen. Maar of dat de enige of zelfs de meest doorslaggevende reden was voor de steun aan de inval mocht van de Nederlandse regering niet onderzocht worden.

Ook hier zou je misschien kunnen zeggen dat het kwaad ten goede is gekeerd. De inval, zonder toestemming van de VN, was verkeerd, maar dat er op den duur een meer democratische samenleving kan ontstaan waar in de toekomst ook de mensenrechten worden gerespecteerd zou een keer ten goede kunnen orden. Dat onderzoek naar de reden voor de steun aan de inval moet er desondanks nog steeds komen. Als ook dat een verkeerde beslissing zou blijken moeten we ook die beslissing ten goede weten te keren. De wording van de aarde loopt in dit boek Genesis uiteindelijk uit op de wording van een volk dat zou kunnen leven zoals de wording van de mensen was bedoeld. In het Jozef verhaal hebben we gezien dat delen met elkaar en zorgen voor elkaar de voorwaarde is waardoor iedereen in leven kan blijven. Die les moeten we dus nu maar eens in praktijk brengen.

 

Het balsemen van Israël

vrijdag, 25 november, 2016

Genesis 49:29–50:14

29  Toen gaf Jakob zijn zonen de volgende opdracht: ‘Als ik straks met mijn voorouders verenigd word, begraaf me dan bij hen in de grot op het land van de Hethiet Efron, 30  in de grot op de akker in Machpela, dicht bij Mamre, in Kanaän, de akker die Abraham van Efron heeft gekocht omdat hij daar een eigen graf wilde hebben. 31  Daar zijn Abraham en zijn vrouw Sara begraven, daar zijn Isaak en Rebekka begraven, en daar heb ik Lea begraven. 32  Het stuk land waarop die grot ligt, is van de Hethieten gekocht.’ 33  Na zijn zonen deze opdracht te hebben gegeven trok Jakob zijn voeten weer op het bed. Toen blies hij de laatste adem uit en werd hij verenigd met zijn voorouders. 1 ¶  Jozef boog zich over zijn vader heen en kuste huilend zijn gezicht. 2  Hij droeg de artsen die hij in dienst had op om zijn vader te balsemen, en zij deden wat hij hun opdroeg. 3  Het balsemen van Israël duurde veertig dagen (zo lang duurt een balseming), en de Egyptenaren beweenden hem zeventig dagen. 4  Toen de rouwperiode voorbij was, zei Jozef tegen de hovelingen van de farao: ‘Als u mij een dienst wilt bewijzen, legt u dan het volgende aan de farao voor: 5  Mijn vader heeft mij kort voordat hij stierf laten zweren dat ik hem in het graf zou leggen dat hij in Kanaän heeft laten uithouwen. Ik zou graag toestemming krijgen om mijn vader daar te gaan begraven. Daarna zal ik terugkomen.’ 6  De farao liet antwoorden: ‘Het is goed, u mag uw vader daar begraven, zoals u hem hebt gezworen.’ 7 ¶  Zo ging Jozef op reis om zijn vader te begraven. Veel dienaren van de farao gingen met hem mee, alle hovelingen en alle andere vooraanstaanden van Egypte, 8  en verder Jozefs hele gezin, zijn broers en alle andere familieleden; alleen de kinderen en de schapen, geiten en runderen lieten ze in Gosen achter. 9  Er gingen ook wagens en ruiters mee, een zeer indrukwekkende stoet. 10  Bij Goren-Haätad aangekomen, ten oosten van de Jordaan, hieven ze een lange, aangrijpende rouwklacht aan. Zeven dagen lang liet Jozef om zijn vader treuren. 11  Toen de Kanaänieten die in die streek woonden het rouwbetoon in Goren-Haätad zagen, zeiden ze: ‘De Egyptenaren zijn in diepe rouw!’ Daarom wordt die plaats, die ten oosten van de Jordaan ligt, ook wel Abel-Misraïm genoemd. 12  Israëls zonen deden wat hun vader hun had opgedragen: 13  ze brachten hem naar Kanaän en begroeven hem in de grot op de akker in Machpela, dicht bij Mamre, op het stuk land dat Abraham van de Hethiet Efron had gekocht omdat hij een eigen graf wilde hebben. 14  Nadat hij zijn vader had begraven keerde Jozef terug naar Egypte, samen met zijn broers en met alle anderen die met hem waren meegegaan. (NBV)

Jacob sterft dus omringt door al zijn zonen. Jarenlang had hij getreurd om het verlies van één van hen en ook anderen hadden hem de nodige problemen gegeven. Maar nu kon hij zich gerust verenigen met zijn voorvaderen, de term die in de Bijbel gebruikt wordt voor het overlijden van een belangrijk figuur. Dan natuurlijk de begrafenis van Jacob. Een triest verhaal lijkt het, maar er zitten een paar eigenaardigheden in die ook ons wat te vertellen hebben. In de eerste plaats wordt Jacob gebalsemd naar Egyptisch gebruik. De dodencultus vormde het hart van de Egyptische godsdienst en Jacob wordt kennelijk de eer bewezen die volgens die godsdienst aan de hoogste edelen werd bewezen. Die godsdienst wordt door Jozef en de zijnen niet afgewezen of verworpen. Jozef was met de dochter van een Egyptische priester getrouwd en hun zonen waren door Jacob in de familie opgenomen. Respect kan met respect worden beantwoord leert de houding van Israël tegenover de Egyptische godsdienst.

Toen de Bijbelboeken hun eindvorm hadden gevonden waren veel inwoners van Israël verbannen of gevlucht. Een groot deel was neergestreken in Egypte en dit verhaal zal hen geholpen hebben om hun vestiging gemakkelijker te maken. Jacob wordt met zeer grote eer begraven. De belofte aan Abraham gedaan dat er grote volken uit hen zouden voort komen krijgt hier gestalte in de stoet die van Egypte naar Kanaän trekt om Jacob te gaan begraven. Maar die stoet volgt een eigenaardige route. Zeker niet de kortste en zeker ook niet de meest voor de hand liggende. Het is de route die 400 jaar later door de slaven uit Egypte gevolgd zal worden als zij onder leiding van Mozes als nakomelingen van Jacob en Jozef het land Egypte ontvluchten. Zo kan de dodenklacht die zoveel indruk maakte aan de oostkant van de Jordaan plaatsvinden en de begrafenis zelf aan de westkant in Machpela. Zo wordt ook de band met Abraham en Izaak en daarmee met de God van Abraham, Izaak en Jacob benadrukt.

Alleen Rachel ligt hier niet begraven en juist het nageslacht van Rachel zal in de figuur van koning David, en voor christenen in de figuur van Jezus van Nazareth zo’n grote rol gaan spelen in de wereldgeschiedenis. Zo komen in een klein verhaal over de begrafenis de aartsvaders en de uittocht al vertellend samen in één verhaal. Zo mogen wij ook ons mengen in dit verhaal. Het verhaal van Jacob en het verhaal van Jozef. Verhalen van liefde, verbondenheid, dromen en vasthouden aan dromen. Jacob leerden we kennen op de vlucht voor zijn broer na het bedrog van zijn vader, Jozef werd verkocht naar Egypte omdat hij zich boven zijn broers stelde. Jacob moest leren dat je moet werken om je doel te bereiken, Jozef moest leren dat je je dienstbaar moet opstellen om je dromen te kunnen verwerkelijken. Beiden is het gelukt, met behulp van God zeggen we dan. Ons kan het dus ook lukken als we vasthoudend blijven werken aan een rechtvaardige samenleving zonder onze dromen van vrede en gerechtigheid op te geven.

 

Dit waren alle stammen van Israël

donderdag, 24 november, 2016

Genesis 49:14-28

14  Issachar is een sterke ezel, liggend tussen de manden. 15  Hij zag hoe weldadig de rust was en hoe bekoorlijk het land; er werd hem zwaar werk opgelegd, hij boog zich en droeg zijn last. 16  Dan, hij handhaaft het recht van zijn stam als elk van de stammen van Israël. 17  Dan, hij is een slang op de weg, een adder op het pad; hij bijt het paard in de hielen, de berijder komt ten val. 18  Op uw hulp hoop ik, HEER ! 19  Gad, een roversbende belaagt hem, maar hij achtervolgt zijn belagers. 20  Aser, rijk aan de fijnste spijzen, voedsel voor koningen brengt hij voort. 21  Naftali, een hinde in vrijheid, die prachtige kalveren werpt. 22 ¶  Een vruchtbare wijnstok is Jozef, een vruchtbare plant bij een bron, met ranken die reiken tot over de muur. 23  De boogschutters, zij haatten hem, zij tergden hem en schoten. 24  Maar zijn boog bleef gespannen, zijn armen en handen soepel, door de hulp van de Machtige, de Machtige van Jakob, door de nabijheid van de Herder, de Rots van Israël, 25  door de God van je vader, de Ontzagwekkende. Hij moge je helpen, hij moge je zegenen met zegeningen van de hemel daar boven en van de oervloed in de diepte, met zegeningen van borsten en moederschoot. 26  De zegen van je vader is rijker dan de zegen van de eeuwige bergen, de kostelijke rijkdom van de eeuwige heuvels. Moge die zegen op Jozef rusten, de uitverkorene onder zijn broers.27  Benjamin, een verscheurende wolf; ‘s morgens verslindt hij zijn prooi, ‘s avonds verdeelt hij de buit.’ 28 ¶  Dit waren alle stammen van Israël, twaalf in getal, en met deze woorden gaf hun vader elk van hen een eigen zegen. (NBV)

De beschrijving in dit gedeelte van het lied volgt wat er over de stammen Zebulon, Dan, Gad, Aser en Naftali wordt verteld in de boeken Jozua en Rechters. In die boeken kunnen we lezen hoe elk van die stammen in de geschiedenis van Israel ook zo hun eigen rol hebben gespeeld. Ze hadden soms zelfs een eigen heiligdom, meestal zonder beeld zoals het in de godsdienst van Israel hoorde. Dit lied laat de oorsprong van deze stammen dus terug gaan op Jacob, als er soms mensen zouden twijfelen of ze wel echt bij Israël horen dan hoeven ze dit lied maar te horen zingen. Het gedeelte besluit met een loflied op Jozef en de verheerlijking van Benjamin. Veel volken hebben verhalen en liederen over hun oorsprong en geschiedenis. Als je er ingeburgerd bent dan hoor je die te kennen. Wij grijpen graag terug op de 80 jarige oorlog. De leider van de opstand, Willem van Oranje, voerde een oorlog om gewetensvrijheid en godsdienstvrijheid. Van democratie was in het begin geen sprake. Een echte democratie werd in ons land pas in 1922 ingevoerd toen alle  volwassen mannen en vrouwen mochten kiezen en gekozen konden worden. Dat het zo lang heeft moeten duren willen we graag voor het gemak maar vergeten. Slechte kanten van een geschiedenis worden altijd graag vergeten.

Lees in het boek Rechters maar eens na hoe die lui van Dan ooit een Priester ontvoerden en hun eigen heiligdom hadden gesticht. Wij beroemen ons soms graag op de VOC mentaliteit. De mentaliteit te tonen waarbij men hele dorpen platbrandde en de inwoners vermoordde om de winst uit de handel veilig te stellen. De vertegenwoordigers van de VOC waren de beroerdsten niet als het ging om het opleggen van hun wil en het veilig stellen van de handelswinst. Ze moorden er in ons Indië rustig op los, tot het begin van de vorige eeuw toe. Slechts een enkele Nederlander, Multatuli bijvoorbeeld, verhief de stem tegen het onrecht in onze grootste kolonie. Ook de kerken zwegen vaak bij het onrecht omdat de bescherming door de Staatsmacht een vruchtbaar klimaat voor de zending betekende.  Dat Indië mee daardoor het grootste moslimland op aarde werd namen we kennelijk op de koop toe. In de Bijbel worden die negatieve bladzijden uit de geschiedenis van Israël niet verzwegen. De geschiedenis wordt daarin beschreven als een verhaal over wel naar God luisteren, wel denken om de minsten en de zwaksten, of niet naar God luisteren, voorrang geven aan eigen macht en rijkdom.

We lezen over de laatste woorden van aartsvader Jacob. Hij had zijn zonen allemaal weer terug, kon dromen van een prachtige toekomst voor zijn nageslacht en had zijn leven zo geleefd dat die toekomst er ook inderdaad zou komen. De God van zijn grootvader Abraham en zijn vader Izaak was met hem meegetrokken en zijn lievelingszoon Jozef had de belangrijkste plaats ingenomen onder zijn zoons. Met een loflied op Jozef begint dit gedeelte dan ook. Maar ook Jozef moet beseffen dat het niet allemaal vanzelf is gegaan. De belagers die geprobeerd hadden Jozef om te brengen of te vernederen hadden uiteindelijk geen resultaat gezien, maar dat lag niet aan Jozef zelf maar aan God. Ofwel, ons wordt geleerd het leven te nemen zoals het komt, in goede en in kwade dagen. Het enige dat ons rest is het goede te doen en niet dan het goede en daarmee de weg te volgen van de God van Jacob, de Herder van Israël. Van de God die zegt dat je van je naaste moet houden als van jezelf komen de zegeningen, komt het goede. De grootste zegen is natuurlijk dat je er mag zijn voor de minsten onder ons.

Kom hier en luister

woensdag, 23 november, 2016

Genesis 49:1-13

1 ¶  Daarop liet Jakob al zijn zonen bij zich roepen en zei: ‘Kom allemaal hier, dan zal ik jullie vertellen hoe het je in de toekomst zal vergaan. 2  Kom hier en luister, zonen van Jakob, luister naar Israël, je vader. 3  Ruben, mijn oudste zoon ben jij, de eerste vrucht van mijn manlijke kracht, in fierheid en macht de voornaamste. 4  Onstuimig ben jij als het water-nee, jij zult niet de voornaamste zijn, want jij hebt je vaders bed beslapen, je vaders legerstee ontwijd. Hij heeft mijn bed beslapen! 5 ¶  Simeon en Levi zijn altijd samen, zij beramen niets dan geweld.6  Ik wil niet deelnemen aan hun beraad, op hun bijeenkomsten wil ik niet zijn. In woede ontstoken doden zij mannen, moedwillig verlammen ze stieren. 7  Vervloekt zij hun grimmige woede, vervloekt hun ontembare razernij. Ik zal hen verstrooien over Jakobs volk, hen over Israël verspreiden. 8 ¶  Juda, jou zullen je broers bejubelen, voor jou buigt de vijand de nek, voor jou zullen mijn zonen zich buigen. 9  Sterk als een jonge leeuw ben jij, je verovert je prooi, mijn zoon, en keert naar je leger terug. Juda gaat liggen als een leeuw, vol majesteit vlijt hij zich neer-wie zou hem durven wekken? 10  In Juda’s handen zal de scepter blijven, tussen zijn voeten de heersersstaf, totdat hij komt die er recht op heeft, die alle volken zullen dienen. 11  Aan een wijnstok bindt hij zijn ezel, aan een wingerd het jong van zijn ezelin, in wijn wast hij zijn gewaad, in druivenbloed zijn bovenkleed. 12  Zijn ogen fonkelen door de wijn, zijn tanden zijn wit van de melk. 13 ¶  Zebulon, aan de zee zal hij wonen, aan zijn strand de schepen ontvangen. Zijn gebied strekt zich uit tot aan Sidon. (NBV)

Jacob neemt afscheid van zijn zonen. Tenminste dat is het verhaal waarin dit lied over de zonen van Jacob weerklinkt. Maar gaat het over de toekomst van de jongens zelf? Als je nauwkeurig leest dan gaat het over stammen, over volken zo je wilt. Over de eigenschappen van die volken, over de onderlinge verhoudingen. De twaalf stammen van Israel gaan terug op de zonen van Jacob. Simeon en Jozef krijgen geen eigen eigen stam maar Efraïm en Manasse nemen hun plaats in. Levi krijgt uiteindelijk een uitzonderingspositie, die hier overigens nog niet te lezen is. Ook de uiteindelijke vervanging van Simeon en Jozef door Efraïm en Manasse vinden we hier nog niet terug. Wel dat Ruben als eerstgeborene niet de eerste erfgenaam zal zijn van Jacob, dat wordt Juda. Het gaat terug op de verhouding die Ruben had met een stiefmoeder, één van de twee slavinnen die naast Lea en Rachel aan Jacob zonen had geschonken.

Levi en Simeon hadden  bovenmatig wraak genomen op de mannen van Sichem die hun zuster Dina hadden verkracht, schuldigen en onschuldigen hadden ze vermoord uit wraak. Vast staat dat Juda de leiding zal krijgen over de 12 stammen. Hoe lang blijft onzeker, het Hebreeuws is daar niet duidelijk. Vertalers zitten met de handen in het haar. Dat Juda niet voor eeuwig en altijd de leiding zou hebben staat in elk geval vast. Duidelijk is dat het hier geen toekomstvoorspellingen betreft maar een lied over de afkomst van het volk. Het is een beetje als ons Wilhelmus. Een volkslied van 15 coupletten waarvan we er maar  twee zingen, meestal zelfs maar één. En dat is net zo’n raar lied als dit lied van Jacob. We zijn toch niet van Duitse bloed, we komen niet uit Nassau en met een prinsdom in Frankrijk hebben we ook niets te maken net zo min als we de Koning van Spanje altijd geëerd hebben.

Dat volkslied van ons gaat niet over nu, of over onze toekomst maar over het ontstaan van ons volk. Toen gewetensvrijheid en de vrijheid om te geloven wat je zelf wilt zo belangrijk waren dat we ons vrijgevochten hebben van vreemde overheersing. Wij willen daar nog steeds aan herinnerd worden. Inburgeren in ons land betekent altijd dat je die vrijheid van godsdienst en van opvatting voor iedere individuele burger respecteert en niemand je eigen geloof of opvattingen met geweld wil opleggen. Zo wilde het volk Israel altijd herinnerd worden aan de afstamming van Jacob, met de goede en de kwade kanten. Want afstammen van Jacob betekende de lijn voortzetten met de God van Abraham, Izaak en Jacob. Die God zou immers meetrekken met de volken die voortkomen uit Abraham, als je tenminste het houdt met die God en je naaste liefhebt als jezelf. Op die manier mogen wij ook meetrekken met diezelfde God.

 

Wees waakzaam

dinsdag, 22 november, 2016

Lucas 21:29-38

29 ¶  Hij vertelde hun ook een gelijkenis: ‘Kijk naar de vijgenboom en al de andere bomen. 30  Als je ziet dat ze uitlopen, weet je dat de zomer in aantocht is. 31  Zo moeten jullie ook weten, wanneer je die dingen ziet gebeuren, dat het koninkrijk van God nabij is. 32  Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker niet verdwenen zijn wanneer dit alles gebeurt. 33  Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen. 34  Pas op dat jullie hart niet afgestompt raakt door de roes en de dronkenschap en de zorgen van het dagelijks leven, zodat die dag jullie overvalt, 35  onvoorspelbaar als een val die dichtklapt. Want plotseling zal hij komen over allen die waar ook op aarde wonen. 36  Wees waakzaam en bid onophoudelijk om te ontkomen aan de dingen die gebeuren gaan en om voor de Mensenzoon te kunnen verschijnen.’ 37  Overdag gaf hij onderricht in de tempel, maar ‘s avonds vertrok hij om de nacht door te brengen op de Olijfberg. 38  Iedere ochtend kwam het hele volk al vroeg naar de tempel om naar hem te luisteren. (NBV)

Een goede raad die Jezus van Nazareth geeft. Wakker blijven en vooral letten op de goede dingen die aan het gebeuren zijn. Zoals de bomen in de lente uitlopen en daarmee de zomer aankondigen zo zijn de landen die onafhankelijk geworden zijn en mee gaan doen in de vergadering van volken tekenen dat de armoede in de wereld, dat onderdrukking en geweld, uiteindelijk kunnen verdwijnen. Niet alles gaat in één keer goed. Het communisme is bijna van de aardbodem verdwenen maar we hebben de Olympische Spelen in communistisch China gevierd. In een land waar de staat en de partij belangrijker zijn dan de mensen, waar zorg voor mensen bestraft kan worden met gevangenisstraf of zelfs de dood. En ook in de landen waar het staatscommunisme is verdwenen is niet direct de democratie tot bloei gekomen en worden de mensenrechten gerespecteerd.

Maar al die nieuwe landen die ontstaan zijn, zijn nu wel gemakkelijker aan te spreken op het lot van de minsten in die landen, onze broeders en zusters. Al die nieuwe landen en die nieuwe regiems maken wel de vergadering van volken, de Verenigde Naties, tot een meer effectief samenwerkingsorgaan. Je ziet dan ook dat de rijken zich gaan verzetten tegen de toenemende invloed en macht van de VN. Je ziet ook dat Amerika nu oorlogen voert buiten de VN om en dat rijke landen als Engeland en Nederland de neiging hebben die politiek te volgen en zelfs de ondersteunen. We zijn geneigd om te letten op de negatieve ontwikkelingen die ons omringen, ons te laten terneerslaan door de zorgen van alle dag die iedereen heeft. Maar letten op de goede tekenen geeft nieuwe energie, zoals je in de lente ook weer zelf de warmte van de zon in je lichaam kunt voelen, zoals je in de lente ook zelf de energie krijgt om weer naar buiten te gaan en van de natuur te genieten.

Zo mogen gemeenten nu in de stadhuizen en stadskantoren kiezen voor uitsluitend producten met het label, ze mogen er naar streven een Fair Trade gemeente te worden. Zo zijn er nog steeds veel vrijwilligers voor de voedselbanken en zijn die voedselbanken een groeiend teken dat het nog steeds misgaat met de armoede bestrijding in ons land en dat daar meer aan gedaan moet worden. Zo zijn er nog steeds wachtlijsten bij taalcursussen en inburgeringscursussen als teken dat mensen die hier niet geboren zijn waarachtig wel wat over hebben om bij ons te gaan horen. Gelukkig wordt dat streven in toenemende mate beantwoord door kerken en groepen die maaltijden en gesprekken organiseren met de vreemdelingen onder ons. Het is nog lang geen zomer in het Koninkrijk van God, maar de lente kom je er zomaar tegen.

 

Want jullie verlossing is nabij

maandag, 21 november, 2016

Lucas 21:20-28

20 ¶  Wanneer jullie zien dat Jeruzalem door legertroepen omsingeld is, weet dan dat de verwoesting van de stad nabij is. 21  Wie in Judea is moet dan de bergen in vluchten, wie in Jeruzalem is moet er wegtrekken, en wie op het land is moet niet naar de stad gaan, 22  want in die dagen wordt de straf voltrokken, waardoor alles wat geschreven staat in vervulling zal gaan. 23  Wat zal het rampzalig zijn voor de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! Want er zal ontzaglijk veel leed zijn in het land, en een zwaar vonnis zal de bevolking treffen. 24  De inwoners zullen omkomen door het zwaard of in gevangenschap worden weggevoerd en onder alle volken worden verstrooid, terwijl Jeruzalem vertrapt zal worden door heidenen, tot de tijd van de heidenen voorbij is. 25  Dan zullen er tekenen zijn aan de zon en de maan en de sterren, en op aarde zullen de volken sidderen van angst voor het gebulder en het geweld van de zee; 26  de mensen worden onmachtig van angst voor wat er met de wereld zal gebeuren, want de hemelse machten zullen wankelen. 27  Maar dan zullen ze op een wolk de Mensenzoon zien komen, bekleed met macht en grote luister. 28  Wanneer dat alles staat te gebeuren, richt je dan op en hef je hoofd, want jullie verlossing is nabij!’ (NBV)

Je hoort het in kerken en in zogenaamd Christelijke bijeenkomsten nog wel eens roepen door een voorganger: “Je verlossing is nabij”. Jezus van Nazareth spreekt niet in een dergelijk enkelvoud. Hij spreekt in meervoud over een heel volk dat geknecht en onderdrukt wordt. Zulke volken kennen we ook vandaag. Voor die volken komt altijd het uur van bevrijding. Altijd komt de tijd dat de kracht van liefde voor mensen, de macht van vredestichters, groter is dan de macht van het kwaad. Juist als je weet dat een beweging van vredestichters, die aandacht hebben voor de minsten in de samenleving, die niet mee willen doen met het verheerlijken van de wereldlijke machthebbers maar onophoudelijk hongeren en dorsten naar gerechtigheid, zal worden onderdrukt, bespot, vervolgd en vernederd, dan is het meer dan nodig om te wijzen op de afloop. Altijd zal het goede uiteindelijk de overhand krijgen. Want hoewel we het kwade voortdurend weer in de wereld helpen door de verkeerde machthebbers te steunen, door pracht en praal te bewonderen, door eigen voordeel te stellen boven het belang van de armen en de zwakken, is dat kwade tot ondergang gedoemd.

Individuele bekering betekent dan ook niet dat de verlossing dan komt. Nee, bijna integendeel, de lijdensweg begint dan pas. Je kunt lang genieten van het leven, eten, drinken en vrolijk zijn zoals de Prediker schreef. Maar het gaat gepaard met zwoegen en jagen en najagen van lucht. Want het gewin dat met carrière en voorspoed wordt verkregen is van stof en zal tot stof vergaan. Telkens weer klinkt in ieders leven de oproep om het anders te gaan doen, om te breken met het leven zoals in de wereld van idols en fatsoen geleefd wordt. Dan begint het zien van de ellende die de wereld voor veel mensen meebrengt. Dan gaan de ogen open voor de mensen die prachtige goederen en heerlijk voedsel produceren en daar geen eerlijk loon voor krijgen. Dan wordt de roep gehoord van gewetensgevangenen, die om hun overtuiging en het opkomen voor mensenrechten in de cel zijn gezet. Dan wordt meegeleefd met de kinderen die wees geworden zijn door de Aids epidemie en het gebrek aan geld voor medicijnen. Dan is er geen rust voor de hongerigen zijn gevoed en de naakten gekleed. Dan is het wijzen op de komende verlossing van al die ellende meer dan nodig, dan wordt het evangelie brengen werkelijk het verkondigen van de verlossing van de armen.

Het is daarom een goede raad die Jezus van Nazareth geeft. Wakker blijven en vooral letten op de goede dingen die aan het gebeuren zijn. Zoals de bomen in de lente uitlopen en daarmee de zomer aankondigen zo zijn de landen die onafhankelijk geworden zijn en mee gaan doen in de vergadering van volken tekenen dat de armoede in de wereld, dat onderdrukking en geweld, uiteindelijk kunnen verdwijnen. Niet alles gaat in één keer goed. We zijn geneigd om te letten op de negatieve ontwikkelingen die ons omringen, ons te laten terneerslaan door de zorgen van alle dag die iedereen heeft. Maar letten op de goede tekenen geeft nieuwe energie, zoals je in de lente ook weer zelf de warmte van de zon in je lichaam kunt voelen, zoals je in de lente ook zelf de energie krijgt om weer naar buiten te gaan en van de natuur te genieten. De Wilde Ganzen van de IKON vliegen nog steeds voor kleine projecten, Kerk in Actie is een grote diaconale organisatie die goede doelen genereert. Zo kunnen we ook de problemen in ons eigen land te lijf gaan. De toenemende kloof tussen mensen van verschillende godsdiensten, de werkloosheid die maar hardnekkig blijft, de diefstal en fraude die bij banken ingebakken lijkt te zitten. Steeds meer mensen streven naar een aanpak van die problemen. Gelukkig wordt dat streven in toenemende mate beantwoord door kerken en groepen die maaltijden en gesprekken organiseren met bijvoorbeeld de vreemdelingen onder ons. Het is nog lang geen zomer in het Koninkrijk van God, maar de lente kom je er zomaar tegen.