Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor september, 2016

Voor waarheid, deemoed en recht

dinsdag, 20 september, 2016

Psalm 45

1 ¶  Voor de koorleider. Op de wijs van De lelies. Van de Korachieten, een kunstig lied. Een liefdeslied. 2 In mijn hart wellen de juiste woorden op, mijn gedicht spreek ik uit voor de koning, mijn tong is de stift van een vaardige schrijver. 3 U bent de mooiste van alle mensen en lieflijkheid vloeit van uw lippen-God heeft u voor altijd gezegend. 4 Gord uw zwaard aan de heup, o held, het teken van uw majesteit en glorie. 5 Treed op in uw glorie en begin de strijd voor waarheid, deemoed en recht. Laat uw hand geduchte daden verrichten. 6 Uw pijlen zijn gescherpt en treffen de vijanden van de koning in het hart. Volken vallen dood voor u neer. 7 Uw troon is voor eeuwig en altijd, o god, de scepter van het recht is uw koningsscepter, 8 u hebt gerechtigheid lief en haat het kwaad. Daarom heeft God, uw God, u gezalfd met vreugdeolie, als geen van uw gelijken. 9 Uw gewaden geuren naar mirre, aloë en kaneel, muziek die u verblijdt, klinkt uit ivoren paleizen, 10 juwelen sieren de dochters van koningen, rechts van u staat de koningin, getooid met goud uit Ofir. 11 Luister, dochter, zie en hoor, vergeet uw volk en het huis van uw vader. 12 Begeert de koning uw schoonheid, buig voor hem, hij is uw heer. 13 Dochter van Tyrus, met geschenken zoeken de rijksten van het volk uw gunst. 14 Stralend wacht de koningsdochter binnen, van goudbrokaat is haar mantel. 15 Een kleurige stoet brengt haar naar de koning, in haar gevolg de meisjes, haar vriendinnen. Zij worden naar hem toe gebracht; 16 begeleid door gejuich en vreugdezang gaan zij het paleis van de koning binnen. 17 Uw zonen volgen uw voorouders op, u laat hen heersen over heel het land. 18 Ik zal uw naam bezingen, geslacht na geslacht, alle volken zullen u prijzen, eeuwig en altijd. (NBV)

Vandaag zingen we een loflied op een Koning. Welke koning precies weten we niet. Alleen dat het lied werd gezongen in de Tempel in Jeruzalem. Want volgens het opschrift is het lied bestemd voor het tempelkoor van de Korachieten, gezongen op de melodie van de “De Lelies”, een lied dat we overigens nooit hebben gekend. En er staat nog wat boven, het is een liefdeslied, een lied van geliefden. Er worden in dit lied een man en een vrouw bezongen. Eerst natuurlijk de koning, gezalfd door God en prachtig uitgedost. De beschrijving doet denken aan de verhalen die worden verteld over de rijkdom van Salomo. En dan de bruid van de Koning. Ze krijgt nog een paar laatste adviezen voor ze naar de bruiloft in het paleis gebracht wordt. Een schitterende stoet is het. Het wordt een vruchtbaar huwelijk zo zingt men op de huwelijksdag. Dit huwelijk zal het geslacht van de koning bezegelen en voortzetten.

Hoera zou je bijna zeggen. Leuk natuurlijk dat op de trouwdag van een ons onbekende koning zo’n prachtig lied heeft geklonken, maar waarom staat dit lied in onze Bijbel? In elk geval niet om vrouwen duidelijk te maken dat ze voor hun heer moeten buigen. Wie dat in deze Psalm leest heeft niet nauwkeurig gelezen. De bruid komt naast haar man te staan en de rijken van het volk zullen proberen haar gunst te verwerven. Ze kan dus maar beter letten op de koning die streeft naar waarheid, deemoed en recht. Als ze dat allebei doen dan zijn ze elkaar tot hulp en steun zoals het vanouds bedoeld is. Als het hier over verhoudingen tussen mannen en vrouwen gaat dan staat er dat ze gelijk zijn. Maar waarom een dergelijk bruiloftslied gezongen? Vanouds is deze psalm symbolisch opgevat en uitgelegd.

Die koning is God zelf en de bruid is zijn volk. Die worden één zoals man en vrouw één worden. Maar er was in Kanaän ook een jaarlijkse bruiloftsviering van de goden. Een voorjaarsfeest waar de God van de hemel, de donder en regengod, de Godin van de aarde bevruchtte zodat er nieuw leven kon komen. Deze psalm zegt heel subtiel dat ook dat bruidspaar onderworpen is aan de God van Israël. En misschien zingen we de Psalm ook wel omdat het in elke relatie gaat om het liefhebben van gerechtigheid. Samen kun je dan een klein beetje mee werken aan een betere wereld. Het geslacht doet er dan niet meer toe, het gaat dan echt om de strijd voor waarheid, deemoed en recht, een strijd die we allemaal te voeren hebben. Een strijd ook die we door de liefde kunnen winnen en dan is dit lied ook een mooi overwinningslied.

t

Geen enkele knecht kan twee heren dienen

maandag, 19 september, 2016

Lucas 16:10-18

10  Wie betrouwbaar is in het geringste, is ook betrouwbaar als het om veel gaat, en wie oneerlijk is in het geringste is ook oneerlijk als het om veel gaat. 11  Als jullie onbetrouwbaar blijken in de omgang met de valse mammon, wie zal jullie dan werkelijk belangrijke dingen toevertrouwen? 12  En als jullie onbetrouwbaar blijken met wat een ander toebehoort, wie zal jullie dan geven wat jullie zelf toekomt? 13  Geen enkele knecht kan twee heren dienen: hij zal de eerste haten en de tweede liefhebben, of hij zal juist toegewijd zijn aan de ene en de andere verachten. Jullie kunnen niet God dienen én de mammon.’ 14  De Farizeeën, die geldzuchtig waren, hoorden dit alles aan en ze haalden honend hun neus voor hem op. 15  Maar Jezus zei tegen hen: ‘U wilt bij de mensen altijd voor rechtvaardig doorgaan, maar God kent uw hart. Wat bij de mensen in hoog aanzien staat, is een gruwel in de ogen van God. 16  De Wet en de Profeten gaan tot aan Johannes: sindsdien wordt het koninkrijk van God verkondigd, en iedereen wordt met klem genodigd binnen te komen. 17  Maar nog eerder vergaan hemel en aarde dan dat er ook maar één tittel van de wet wegvalt. 18  Wie zijn vrouw verstoot en met een ander trouwt, pleegt overspel, en ook wie trouwt met een vrouw die door haar man is verstoten, pleegt overspel. (NBV)

De Mammon is een god, niet een god die bestaat maar wel een god die je kan dienen. Dan heeft die god een paar eigen wetten. Die god van het geld wil dat je spaart of leent. Je krijgt rente of je krijgt goederen en moet daarvoor rente betalen. Maar weggeven mag je het geld niet. Dienaren van de Mammon die delen met een ander worden bestraft met armoede of uitsluiting van de samenleving. Ze krijgen het verkeerde uiterlijk en kunnen dat niet meer herstellen, ze hebben niet de meest moderne keuken, niet het laatste model TV apparaat, niet de meest modieuze kleding, niet het laatste type auto. Hun kinderen krijgen niet de vakantie die ze toekomt en hebben ook niet de kleren aan van het merk dat in de mode is, laat staan dat die kinderen die nieuwste games kunnen delen met hun vriendjes en vriendinnetjes. De wetten van de Mammon zijn hard maar de beloning lijkt groot.

Alleen die vervelende arme Amerikanen leken een aantal jaren geleden het rijk van de Mammon in gevaar te gaan brengen. Ze leenden geld om hun huizen te betalen tegen een lage rente. Toen de rente steeg is konden ze die rente en de aflossingen op de lening niet meer betalen. In plaats van minder eten te kopen en te blijven lopen in versleten kleren, te liften naar het werk met stadgenoten blijven ze kopen in de grote supermarkten aan de rand van de stad, blijven ze rijden in oude auto’s. Het hele rijk van de Mamon, het financiële rijk was aan het wankelen. Het gevaar bestaat natuurlijk dat het Koninkrijk van die Jezus van Nazareth het over gaat nemen. Dat Koninkrijk waar die vieze in kameelharen kleding getooide Johannes toe opriep. Waar voor iedereen plaats is en waar sparen en lenen is vervangen door delen met elkaar zodat iedereen altijd te eten heeft. Waar mensen niet meer houden van jong en nieuw en hip maar houden van elkaar als van zichzelf.  Geen cosmetische operaties meer, reizen per openbaar vervoer of samen een auto delen, kleding en goederen zo veel mogelijk hergebruiken, eerlijke lonen voor verbouwers en arbeiders ook in arme landen.

De Tittel en de Jota zijn de kleinste leestekens uit het Hebreeuwse schrift. Zelfs het allerkleinste van de richtlijn voor een menselijke samenleving mag niet wegvallen volgens Jezus van Nazareth. Dat betekent dat nergens en nooit iets afgedaan kan worden van de liefde voor de naaste. Die liefde drukt immers de liefde voor God uit die boven alles behoort te gaan. Niet om er zelf beter van te worden, niet om genade van God te verwerven, maar omdat de minsten het nodig hebben en we nu eenmaal niet te scheiden zijn van de liefde van Jezus van Nazareth. Daarom zijn partners in een levens en liefdesverband geen wegwerpartikelen die je kan inruilen als je er op uitgekeken bent. Natuurlijk als je samen tot de ontdekking komt dat samen verder gaan niet verstandig is dan moet je een weg vinden om uit elkaar te gaan. Maar wel samen, wel in liefde voor elkaar, je bent immers in elk geval de naaste van je eigen partner. En begin je een nieuwe relatie dan moet je er van verzekerd zijn dat ook je partner in liefde de nieuwe weg van vrijheid is ingeslagen.

Met behulp van de valse mammon

zondag, 18 september, 2016

Lucas 16:1-9

1 ¶  Hij richtte zich ook tot zijn leerlingen: ‘Er was eens een rijke man die een rentmeester had en te horen kreeg dat de rentmeester zijn eigendommen verkwistte. 2  De rijke man riep de rentmeester bij zich en zei tegen hem: “Wat hoor ik over jou? Leg verantwoording af van je beheer, want je kunt niet langer rentmeester blijven.” 3  Toen zei de rentmeester bij zichzelf: Wat moet ik doen nu mijn heer mij het beheer afneemt? Werken op het land kan ik niet, en voor bedelen schaam ik me. 4  Maar ik weet al wat ik moet doen om ervoor te zorgen dat de mensen, wanneer ik van mijn beheerderstaak ben ontheven, mij bij hen thuis ontvangen. 5  Een voor een riep hij de schuldenaars van zijn heer bij zich. De eerste vroeg hij: “Hoeveel bent u mijn heer schuldig?” 6  “Honderd vaten olijfolie, ”antwoordde de schuldenaar. De rentmeester zei tegen hem: “Hier is uw schuldbewijs, ga zitten en maak er gauw vijftig van.” 7  Daarna vroeg hij aan de volgende schuldenaar: “En u, hoeveel bent u schuldig?” “Honderd balen graan, ”luidde het antwoord. De rentmeester zei: “Hier is uw schuldbewijs, maak er tachtig van.” 8  En de heer prees de oneerlijke rentmeester omdat hij slim had gehandeld. De kinderen van deze wereld gaan immers slimmer met elkaar om dan de kinderen van het licht. 9  Ook ik zeg jullie: maak vrienden met behulp van de valse mammon, opdat jullie in de eeuwige tenten worden opgenomen wanneer de mammon er niet meer is. (NBV)

Vandaag een verwarrend en misschien wel duister verhaal. Dat van die mammon kunnen we nog wel snappen. Dat je met de god van het geld vrienden moet maken om de armen te kunnen helpen is niet zo gek gedacht. De bank- en gironummers vliegen je immers om de oren. Elke charitatieve instelling heeft er wel één en bij rampen en calamiteiten wordt er snel een gironummer geopend. De BankGiroloterij pretendeert zelfs ons rijk te kunnen maken als we geld storten voor een goed doel. Ze worden we er zelf nog het rijkste van maar dat vinden ze dan ook een heel goed doel. Maar wat zijn die eeuwige tenten en waarom zou een rijke bezitter oneerlijk gedrag van zijn rentmeester goed praten? We moeten daarvoor een kijkje nemen in de Romeinse samenleving. Het Evangelie van Lucas heeft immers als opschrift dat het aan de Romein Theofilus is geschreven. Deze godenzoon, want dat betekent Theofilus, zou zelf wel eens rijk geweest kunnen zijn. Rijke Romeinen hadden vaak bezittingen op het platteland. Daar waren ze niet zelf aanwezig maar ze hadden slimme slaven die als rentmeester voor hen het beheer voerden. En deden ze dat niet goed dan werden ze landbouwslaven en die leefden niet lang.

Die rentmeesterslaven moesten vaak de boel wel een klein beetje voor de mal houden om zelf een goed leven te kunnen leiden. Romeinen hielden daar wel van, het bewees immers hoe slim ze waren en hoe goed ze voor hun meesters bezit konden zorgen. Zo ook in dit verhaal. Zelfs in onze tijd gaan bedrijven kapot aan onbetaalde uitstaande schulden. Als je dus de uitstaande schulden verminderd stijgt de waarde van het bezit. De hele financiële wereld komt in problemen omdat er Amerikanen zijn die hun hypotheek niet kunnen betalen. Als die hypotheken nu eens zouden worden afgelost, als ze in elk geval zouden verdwijnen uit de boeken van de banken, dan wordt de boekhouding weer gezond. Dan worden de armen die de schulden niet meer konden betalen weer een beetje minder arm. De roep om de schulden van de armste landen kwijt te schelden is al heel oud en soms gaat ook daar iets van die schuld af omdat het wordt kwijtgescholden.

Zo worden de armen minder arm, het bezit meer waard en de slaaf blijft rentmeester. En dan die eeuwige tenten? Op het eind van de Bijbel staat dat God zijn tent op deze aarde zal spannen. Wat is er mooier dan in die tent te mogen wonen. De Statenvertaling verwees vroeger naar de Heilige Tent uit de Woestijn. Daar werd de richtlijn van eerlijk delen en je naaste liefhebben bewaard. Misschien niet zo’n rare gedachte bij dit verhaal. Als je zelf in nood bent denk ook dan aan anderen die het slecht hebben en probeer ze te helpen. De voedselbanken in Nederland zijn ook opgericht door mensen die de hulp zelf nodig hadden. Die tenten verwijzen ook naar het Loofhuttenfeest dat in het najaar wordt gevierd. In tenten van takken en bladeren is iedereen gelijk en merk je dat de een niet meer nodig heeft dan de ander. Van delen wordt je dan rijker want met hoe meer je bent hoe meer vreugde je beleefd. Dat delen mag ook voor ons elke dag opnieuw, ook vandaag weer.

Genade zij met jullie allen

zaterdag, 17 september, 2016

1 Timoteüs 6:11-21

11  Maar jij, een dienaar van God, moet je hier verre van houden. Streef naar rechtvaardigheid, vroomheid, geloof, liefde, volharding en zachtmoedigheid. 12  Strijd de goede strijd van het geloof, win het eeuwige leven waartoe je geroepen bent en waarvan je in aanwezigheid van velen zo’n krachtig getuigenis hebt afgelegd. 13 ¶  Ten overstaan van God, die alles in leven houdt, en Christus Jezus, die voor Pontius Pilatus een krachtig getuigenis heeft afgelegd, draag ik je op 14  je taak vlekkeloos en onberispelijk uit te voeren, totdat onze Heer Jezus Christus verschijnt 15  op de dag die is vastgesteld door de verheven en enige heerser, de hoogste Heer en koning. 16  Hij alleen is onsterfelijk en hij woont in een ontoegankelijk licht; geen mens heeft hem ooit gezien of kan hem zien. Aan hem zij de eer en de eeuwige kracht. Amen. 17  Draag de rijken van deze wereld op niet hoogmoedig te zijn en hun hoop niet in zoiets onzekers te stellen als rijkdom, maar op God, die ons rijkelijk van alles voorziet om ervan te genieten. 18  En draag hun op om goed te doen, rijk te zijn aan goede daden, vrijgevig, en bereid om te delen. 19  Zo leggen ze een stevig fundament voor de toekomst, en winnen ze het ware leven. 20  Timoteüs, waak over hetgeen je is toevertrouwd en mijd het goddeloze gepraat en de tegenstrijdigheden van wat ten onrechte kennis wordt genoemd 21  en wordt verkondigd door mensen die van het geloof zijn afgedwaald. Genade zij met jullie allen. (NBV)

Soms dan vertaalt die Nieuwe Bijbelvertaling wel erg gematigd. Hier staat dienaar van God terwijl er in het Grieks man, mens van God staat. Een term die in de Hebreeuwse Bijbel ook wordt gebruikt voor mensen als Mozes. Zo’n mens van God vertelt de mensen hoe God zou willen dat ze leven en leeft dat ook zelf de mensen voor. De brief is wel aan Timoteüs gericht maar de algemene termen die hier gebruikt worden maken dat de brief aan ons allen worden gericht. We moeten het kwade vermijden, zorgen we dat we niet door de lust naar rijkdom worden verleid maar we moeten streven naar rechtvaardigheid, vroomheid, geloof, liefde, volharding en zachtmoedigheid. De term vroomheid vraagt tegenwoordig enige extra uitleg. In het spraakgebrek betekent het zoiets als ouderwets christelijk. Mensen die altijd maar bidden en op zondag het liefst drie maal naar de kerk gaan en de rest van de dag thuiszitten. Maar in onze taal heeft vroomheid altijd dapperheid betekent en een gelovige die opgeroepen wordt vroom te zijn wordt opgeroepen het slechte in de samenleving te benoemen, schroom niet, slecht is slecht, goed is goed.

Dat moeten we dus volhouden tot Christus verschijnt. Je krijgt er een eeuwig leven voor. Nu zien wij maar heel weinig mensen die eeuwig leven. Natuurlijk zijn er heel af en toe mensen die de aandacht trekken door ouder dan honderd te worden maar veel ouder is dat dan ook niet. God heeft de grens van een mensenleven op 120 gesteld en veel ouder wordt eigenlijk niemand. Maar als we van de ene generatie de andere generatie mee krijgen in het kwade vermijden, rechtvaardigheid betrachten en al die andere dingen die hier staan dan leven gelovigen eeuwig. Je eigen persoon doet er dan niet meer toe. Je doet het dan ook niet om ooit behouden te worden maar om er voor te zorgen dat de Naam van God groter wordt. God die ons het leven heeft gegeven en voor ons zorgt door ons al het goede te geven dat we nodig hebben. Dat moet je aan de volgende generatie doorgeven, daarvoor mag je je eigen generatie enthousiast voor maken.

Het is mooi om al het goede aan God toe te schrijven en al het slechte aan de mens. In arme landen wonen geen mensen die aardbevingen veroorzaken. De aardbevingen in arme landen worden in het algemeen ook niet door mensen in rijke landen veroorzaakt. Hetzelfde geld voor het uitbarsten van vulkanen. Maar zouden mensen in rijke landen de mensen in arme landen niet moeten helpen gewaarschuwd te worden voor aardbevingen, helpen huizen te bouwen die bestand zijn tegen aardbevingen? Ook de waarschuwingen voor uitbarstingen van vulkanen kunnen worden voorspeld en woongebieden kunnen zo gekozen worden dat mensen aan een uitbarsting niet hoeven dood te gaan. Het goede geeft God ons maar de vraag is of wij het willen hebben. In onze provincie Groningen kunnen mensen bijna niet meer wonen door aardbevingen die wel degelijk door mensen worden veroorzaakt. Door mensen die gedreven worden door geldzucht. Het stoppen met verdienen aan de aardgas in de grond is onbespreekbaar. Het ontwikkelen van methoden om het aardgas te vervangen door iets anders zodat er geen bevingen kunnen plaatsvinden kost te veel. Zelfs de schade die wordt toegebracht door de geldzucht van enkelen wil men niet vergoeden. Daar gaat dus die vroomheid over, zeggen wat slecht is, je niet laten verleiden door geldzucht.

Laten we daar tevreden mee zijn.

vrijdag, 16 september, 2016

1 Timoteüs 6:1-10

1 ¶  Wie het slavenjuk draagt, moet zijn meester hoogachten, zodat Gods naam en de leer niet worden bespot. 2  Een slaaf die een gelovige meester heeft, mag zijn meester niet zijn respect onthouden omdat ze broeders zijn. Integendeel, hij moet hem met nog meer inzet dienen, juist omdat hij met degene die van zijn diensten gebruik maakt, in geloof en liefde verbonden is. Onderwijs dit alles en spoor ertoe aan. 3  Iemand die iets anders onderwijst en niet instemt met de heilzame woorden van onze Heer Jezus Christus en de leer van ons geloof, 4  is verblind. Zo iemand begrijpt niets, maar is ziek door zijn geredetwist en geruzie; dat leidt tot afgunst, onenigheid, laster en kwaadaardige verdachtmakingen, 5  en tot eindeloos gekrakeel tussen mensen van wie de geest verziekt is, die van de waarheid beroofd zijn en denken dat het geloof hun geldelijk gewin brengt. 6 ¶  Maar voor wie tevreden is met wat hij heeft, is het geloof grote winst. 7  Wij hebben niets in deze wereld meegebracht en kunnen er ook niets uit meenemen. 8  Wij hebben voedsel en kleren, laten we daar tevreden mee zijn. 9  Wie rijk wil worden, staat bloot aan verleiding, raakt in een valstrik en valt ten prooi aan dwaze en schadelijke begeerten die een mens in het verderf storten en ten onder doen gaan. 10  Want de wortel van alle kwaad is geldzucht. Door zich daaraan over te geven, zijn sommigen van het geloof afgedwaald en hebben ze zichzelf veel leed berokkend. (NBV)

Het is zo verleidelijk om de Bijbel te misbruiken. Je kunt dan andere mensen naar je hand zetten. Vooral als je enkele teksten, regeltjes die genummerd zijn, zo achter elkaar zet dat het oorspronkelijk verhaal verdwijnt. Vandaag lezen we een gedeelte uit de Bijbel waarmee dat vaak en veel is gebeurd. Want slaven wordt kennelijk opgedragen hun meester hoog te houden. En er staat ook ergens dat je daar tevreden moet zijn. Maar als je het zo leest dan lees je het echt verkeerd. Het Nieuwe Testament heeft een heel duidelijk standpunt over slavernij. Dat is dat slavernij onhoudbaar is. Je kunt je broeders en zusters niet in slavernij houden. Zeker niet in een slavernij in Romeinse zin. Daar waren slaven koopwaar, machines die je nieuw of tweede hands kon aanschaffen. Als ze stuk gingen, een ongeluk kregen of ziek werden dan gooide je ze weg, een slaaf telde niet mee en kon ongestraft worden gedood door de eigenaar. Als een ander dat deed moest die een schadevergoeding aan de eigenaar betalen.

Maar voor je broers en je zusters gelden in de Christelijke gemeente andere regels. Binnen de gemeente valt het onderscheid tussen slaven en vrijen weg. Weggelopen slaven werden bij ontdekking altijd gedood als afschrikwekkend voorbeeld. Maar Paulus stuurde de slaaf Onesimus terug naar zijn meester Filemon er op vertrouwend dat deze eigenaar zijn slaaf als broeder zou verwelkomen. En ter dood  brengen is er dan niet bij. De schrijver van deze brief aan Timoteüs zoekt wegen om het leven in die rauwe Romeinse samenleving wat meer leefbaar te maken. Hard roepen dat de slavernij moet worden afgeschaft zou tot zware vervolgingen van de Christelijke minderheid leiden, de Romeinse economie was volledig afhankelijk van slaven, mensen die zonder beloning zwaar en onaangenaam werk deden en die je eigenlijk alleen wat voedsel moest geven. Er moet dus een andere weg gevonden worden dan opstand. En die weg lees je hier. Zorg dat je meester je opmerkt als mens, als liefhebbend mens. Want de vaste overtuiging van de Christelijke gemeente was dat de liefde, in navolging van de liefde van Christus, alles zou oplossen. Misschien zou die eigenaar zelf wel Christen willen worden.

Als het zo gemakkelijk zou zijn om bezitters te overtuigen van de redelijkheid van herverdeling van bezit dan zou onze samenleving er heel anders uitzien. Dan zouden zieken en gehandicapten beter verzorgd worden. Dan konden bejaarden opzien naar een goed verzorgde oude dag. Dan zouden we vluchtelingen en vreemdelingen opvangen en zorgen voor de weduwe en de wees. Dan waren de voedselbanken eindelijk overbodig. Maar ook in de discussie over slaven stak de voorrang van bezit boven menselijkheid de kop op. We hebben toch betaald voor de aanschaf van de slaven? De westerse markt vraagt toch om zeer goedkope T-shirts? Gereformeerde slavenhouders in het zuiden van de Verenigde Staten verboden de zending onder hun slaven, ze zouden eens broeders in Christus kunnen worden. De briefschrijver waarschuwt tegen die gehechtheid aan bezit. We hebben voedsel en kleding nodig en daarmee moeten we tevreden zijn. De wortel van alle kwaad is de geldzucht en daar ken menig gevallen bankdirecteur over meepraten. Laten we dus niet de rijkdom najagen maar de liefde voor de naaste.

Ondersteun weduwen

donderdag, 15 september, 2016

1 Timoteüs 5:3-16

3 ¶  Ondersteun weduwen die alleen staan. 4  Als een weduwe kinderen of kleinkinderen heeft, moeten die godvruchtig voor haar huishouding zorgen. Zo betalen ze hun voorouders terug, en dat is God welgevallig. 5  Een weduwe die helemaal alleen staat, houdt haar hoop op God gevestigd en blijft smeken en bidden, dag en nacht. 6  Maar een weduwe die losbandig leeft, is levend dood. 7  Houd hun dit voor, zodat ze een onberispelijk leven kunnen leiden. 8  Wie niet voor de eigen familie zorgt, zelfs niet voor huisgenoten, heeft het geloof verloochend en is slechter dan een ongelovige. 9  Als weduwe mogen alleen vrouwen worden ingeschreven van boven de zestig jaar die maar één man hebben gehad 10  en bekendstaan om hun goede daden, kinderen hebben opgevoed, gastvrij zijn geweest, gelovigen de voeten hebben gewassen en zich hebben ingezet voor verdrukten, die, kortom, allerlei goede daden hebben verricht. 11  Wijs jongere weduwen af. Wanneer hun hartstocht hen van Christus vervreemdt, zullen ze weer willen trouwen, 12  en dan wordt het hun aangerekend dat ze hun belofte aan hem breken. 13  Bovendien zullen ze er een gewoonte van maken hun tijd te verdoen door overal op bezoek te gaan; en dat niet alleen, in hun bemoeizucht praten ze ook over dingen die geen pas geven. 14  Daarom wil ik dat jonge weduwen hertrouwen, kinderen krijgen, het huishouden regelen en onze tegenstanders geen aanleiding geven om kwaad van ons te spreken. 15  Sommigen van hen zijn immers al van het rechte pad afgeweken, Satan achterna. 16  Als een gelovige vrouw weduwen in haar familie heeft, moet zij die zelf ondersteunen en niet de gemeente met de zorg belasten. Dan kan de gemeente voor weduwen zorgen die alleen staan. (NBV)

Vandaag lezen we over de uitleg die uiteindelijk in de nieuw gevormde Christelijke gemeenten werd gegeven aan het oeroude gebod te zorgen voor de weduwen en de wezen. Die hulp aan de weduwen was niet altijd onder alle omstandigheden even vanzelfsprekend. Direct na Pinksteren ontstonden er al wrijvingen over de hulp van de gemeente aan de weduwen. De misverstanden werden toen nog aan het verschil in taal geweten. In de multiculturele samenleving die een stad als Jeruzalem was waren er Aramees sprekende leden van de gemeente en er waren Grieks sprekende weduwen. Die laatsten klaagden er over achtergesteld te worden bij de hulp aan de Aramees sprekende weduwen. De apostelen besloten toen om zeven mannen aan te stellen die zowel Grieks als Aramees spraken en die de taak kregen de hulp voor de Grieks sprekenden te organiseren. Ze werden diakenen genoemd. In onze kerken hebben de diakenen bij uitstek de taak de hulp voor de armen te bevorderen, maar de eerste diakenen waren ook betrokken bij de verkondiging. De eerste martelaar was de diaken Stephanus die gestenigd werd omdat hij zo vurig stond te preken.

De vraag wie nu wel en wie nu niet een weduwe is die geholpen moet worden heeft door de eeuwen telkens opnieuw discussie opgeroepen. Tot in onze dagen toe zelfs. Sinds het in onze dagen gewoon is geworden dat vrouwen en ook moeders werken en zorgen voor hun eigen inkomen is de positie van weduwen anders geworden. Ook van hen mag in het algemeen verwacht worden dat zij zelf in staat zijn een inkomen te verwerven. En jongere vrouwen die weduwe worden zullen in het algemeen al een eigen inkomen hebben. We gaan daar van uit. Tegelijk is ook de positie van weduwnaars veranderd. Zij verwerven niet alleen hun eigen inkomen maar zullen ook de zorgtaken voor kinderen moeten kunnen verzorgen. Ingewikkelde discussies in een samenleving die ver af staat van de samenleving waarvoor aan Timoteüs werd geschreven. Toch zijn er wel een paar overeenkomsten. Als een weduwe zorg behoeft en er niemand is die de zorg kan verlenen dan zal de gemeenschap dat moeten doen. De hulp aan ouderen, oudere weduwen ook die zelfstandig willen blijven wonen zou ook in onze dagen vanzelfsprekend op dit uitgangspunt gebaseerd moeten worden.

Ook de mantelzorg is een uitgangspunt dat de briefschrijver niet onbekend is. Hier staat vertaald met godvruchtig wat wellicht beter te vertalen is met uit eer voor de huishouding zorgen. Die zorg is immers niet gericht op iets wat je moet van God maar wat je wil omdat je iets terug wil doen voor de opvoeding die je zelf gehad hebt. Als je zo je ouders eert doe je God een plezier. In de discussie over weduwen wordt dan opgeworpen dat er weduwen zijn die helemaal die ondersteuning niet nodig hebben omdat ze zelf rijk genoeg zijn. In onze dagen wordt de vraag gesteld of de hulp aan weduwen niet inkomensafhankelijk moet zijn, of vermogen wel of niet moet worden aangesproken en krijgen weduwen in elk geval het vruchtgebruik over het gemeenschappelijk gezinsvermogen. Weduwen moeten hun hulp stellen op God, altijd zullen er mensen moeten zijn die in God geloven en hen dus helpen. Maar weduwen die in weelde leven hebben God helemaal niet nodig. Dat geldt eigenlijk voor allen die in weelde leven en niet van hun weelde delen met hen die niets hebben. De briefschrijver aan Timoteüs roept ons dus eigenlijk op allemaal diaken te worden en te gaan zorgen voor de weduwen die hulp nodig hebben, en aan al die anderen die alleen nog God hebben om hen ter hulp te komen.

Zorg ervoor dat je rein blijft

woensdag, 14 september, 2016

1 Timoteüs 5:17-25

17 ¶  Oudsten die goed leiding geven moeten dubbel worden beloond, vooral degenen die zich veel moeite geven voor de prediking en het onderricht. 18  De Schrift zegt immers: ‘U mag een dorsend rund niet muilkorven’ en ‘De arbeider is zijn loon waard’. 19  Geef alleen gehoor aan een aanklacht tegen een oudste als die bevestigd wordt door ten minste twee getuigen. 20  Wie gezondigd hebben moet je in aanwezigheid van alle anderen terechtwijzen, zodat ook zij gewaarschuwd zijn. 21  Ten overstaan van God, Christus Jezus en de uitverkoren engelen roep ik je dringend op dit alles onbevooroordeeld en zonder enige partijdigheid in acht te nemen. 22  Leg iemand niet te snel de handen op, maak jezelf niet medeverantwoordelijk voor zijn zonden, zorg ervoor dat je rein blijft. 23  Drink niet alleen maar water, doe er vanwege je zwakke maag en je andere kwalen wat wijn bij. 24  Van sommige mensen zijn de zonden overduidelijk nog voordat erover geoordeeld wordt; bij anderen komen ze pas bij het oordeel aan het licht. 25  Zo zijn ook goede daden duidelijk zichtbaar; en wanneer ze dat niet zijn, blijven ze niet voor altijd verborgen.(NBV)

Er is een groen monster dat ook in de Christelijke gemeenten haar slachtoffers zoekt. Het is het monster van de jaloezie. Op het moment dat dat monster de kop op steekt kan ze grote verwoesting veroorzaken. Zeker in de jonge gemeenten waar de brief die we vandaag lezen is dat een groot gevaar. Het Woord van Jezus van Nazareth wordt niet verkondigd door sloebers die geen fatsoenlijke kleren hebben om aan te trekken en geen huis om gasten te ontvangen. Daar is een redelijk inkomen voor nodig en degenen die dag en nacht bezig zijn voor de gemeente van Christus dienen dus voorzien te worden van een redelijk inkomen. Maar er zijn altijd mensen die graag een goed inkomen willen hebben zonder daar veel voor te willen doen. Er zijn ook altijd mensen  die vinden dat zij harder en beter werken dan een ander en dat zij dus altijd beter beloond moeten worden. Wij kennen die laatsten als de exorbitante zelfverrijkers.

De briefschrijver heeft twee aanbevelingen om problemen te voorkomen. De eerste is je te hoeden voor roddel en achterklap. Aanklachten tegen een oudste moeten door twee getuigen bevestigd worden. Het is vanzelfsprekend dat er dan eerst een onderzoek plaatsvind naar de klachten die zijn ingediend. De regels voor dat onderzoek worden hier niet genoemd, alleen de regel voor de uitkomst. Als de klacht terecht is dan moet de terechtwijzing plaatsvinden temidden van de gemeente. Overtredingen van de regels dienen dus niet met de mantel der liefde worden bedekt. Geen achterkamertjes waar mensen van de ene gemeente naar de andere worden overgeplaatst omdat anders het beeld van de gemeente wordt geschaad. We kennen in onze dagen die praktijk uit sommige kerken met achteraf grotere schadelijke gevolgen als direct openlijk ingrijpen zou hebben gehad. De procedure voor het onderzoek staat beschreven in het Evangelie volgens Matteüs. Eerst moet je er alleen over gaan praten, gedrag kan dan gewijzigd worden, als dat niets opleverd dan met twee of drie gaan praten, helpt dat ook niet dan komt de terechtwijzing in de gemeente.

De tweede oplossing die gegeven worden is voorzichtigheid. Niet zomaar iedereen die mooi kan praten maar tot verkondiger maken. Eerst maar eens onderzoeken hoe die persoon bekend staat. Eerst  maar een afwachten of die persoon ook werkelijk de regels van de gemeente wil volgen. Is het iemand op wie je kunt rekenen? Is het iemand die klaar staat voor anderen en bereid is daar ook het eigen vermogen voor in te zetten? Is iemand uit op eigen eer en het verwerven van een vooraanstaande positie of gaat het de kandidaat niet om de vooraanstaande positie maar om het verkondigen van het Woord en het welzijn van de gemeente. Als je op die vragen een positief antwoordt hebt dan kan die persoon ook oudste worden, of diaken, of opziener. Maar dan nog. Niemand is volmaakt. Bijbelgeleerden hebben zich het hoofd gebroken over de vraag waarom Timoteüs ineens wijn bij zijn water moest doen. Het gaat dus niet om water bij de wijn. Maar zuiver water was in de dagen van Timoteüs zeer ongezond. Ook al zag het er goed uit, je kon er toch ziek van worden. Alcohol kon dat helpen voorkomen, dus een beetje wijn in het water maakte het niet helderder maar wel gezonder. Daarom is een beetje begrip voor iemand  die een fout maakt een gezonde zaak. En als je het gescheld hoort en leest dat dezer dagen snel de ronde doet is het een advies dat voor iedereen nog nuttig is.

Draag dit alles over in je onderricht.

dinsdag, 13 september, 2016

1 Timoteüs 4:11–5:2

11  Draag dit alles over in je onderricht. 12  Sta niemand toe dat hij vanwege je jeugdige leeftijd op je neerkijkt, maar wees voor de gelovigen een voorbeeld in wat je zegt, in je levenswijze, in liefde, geloof en zuiverheid. 13  In afwachting van mijn komst moet je je toeleggen op het voorlezen uit de Schrift, op de prediking en het onderricht. 14  Veronachtzaam de genade die je geschonken is niet; je dankt haar aan de profetische woorden die de raad van oudsten over jou, onder handoplegging, heeft uitgesproken. 15  Richt je hierop, maak het je eigen, zodat voor iedereen duidelijk wordt dat je vorderingen maakt. 16  Neem je in acht, houd je aan de leer en blijf dat doen; dan red je zowel jezelf als hen die naar je luisteren. 1 ¶  Ga niet tekeer tegen een oude man. Als je hem vermaant, beschouw hem dan als een vader, zoals je jonge mannen als broers moet zien, 2  oude vrouwen als moeders en jonge vrouwen als zusters-en dit in alle zuiverheid. (NBV)

Gelijkheid is een betrekkelijke en soms verwarrende zaak. Mensen zijn niet gelijk. In de Bijbel wordt dat ook benadrukt. Paulus heeft er ergens een heel hoofdstuk aan geweid waarbij het ene lid van de gemeente een voet is en een ander een hand. Het hoofd is dan altijd Jezus de Christus. Maar in de gemeente is het onderscheid tussen verschillende mensen weggevallen. Het verschil tussen vrije en slaaf is verdwenen net als het verschil tussen rijk en arm. In het gedeelte dat we vandaag lezen gaat het over de vraag hoe je moet omgaan met het verschil tussen oud en jong. De tips die een voorganger hier krijgt zijn overigens niet uitsluitend voor die voorganger bedoelt maar die moet juist deze tips doorgeven in de verkondiging van het Evangelie. Dat verschillen wegvallen hoort nu eenmaal uitdrukkelijk bij de boodschap van het Christendom.

Maar als er nu eens een hele jonge voorganger is. We hebben er in de kerken op dit moment mee te maken. Heel veel voorgangers zijn de afgelopen tijd met pensioen gegaan of staan op het punt met pensioen te gaan. De reorganisatie van de universiteiten heeft een aantrekkelijker en betere opleiding voor predikanten opgeleverd. Er zijn daardoor een groot aantal jonge predikanten beschikbaar die graag aan het werk zouden gaan. Maar de meeste gemeenten vergrijzen en bestaan vaak voor een groot deel uit gepensioneerden. Eigenlijk zegt de briefschrijver dat het verschil moet wegvallen. Als een predikant beroepen is en de zegen heeft meegekregen van de kerkenraad dan moet die predikant niet op zich laten neerkijken vanwege het verschil in leeftijd, hij of zij beoefent een ambt en mag daar gerust voor gaan staan.

Natuurlijk neem je fatsoensnormen in acht. Als het jouw taak is iemand te vermanen moet je dat niet laten maar zo inkleden dat het respect voor de ouderdom aanwezig blijft. Vermaan een oudere zoals je je vader of moeder zou vermanen, als je een leeftijdgenoot moet vernamen beschouw die dan als een broer of een zuster. De gemeente is het sterkst als de gemeente één is. Jezus zelf zei tot zijn volgelingen dat ze elkaar lief moeten hebben. En elkaar lief hebben is het tegendeel van alles met de mantel der liefde bedekken. Als je iemand lief hebt kunnen er harde woorden moeten vallen. Als iemand wel zegt te geloven, zelfs naar de kerk komt en de kerk steunt, maar zich verder niet als een lid van de kerk gedraagt maar andere mensen gebruikt om zichzelf te verrijken of te plezieren dan moet daar wat van gezegd worden. Ieder lid van de gemeente vertegenwoordigt de gemeente naar buiten. Maar duidelijk moet zijn dat ook het vermaan hoort bij de liefde die er onderling is. In een Christelijke gemeente wil men nu eenmaal niemand verliezen.

Iemand had twee zonen

maandag, 12 september, 2016

Lucas 15:11-32

11 ¶  Vervolgens zei hij: ‘Iemand had twee zonen. 12  De jongste van hen zei tegen zijn vader: “Vader, geef mij het deel van uw bezit waarop ik recht heb.” De vader verdeelde zijn vermogen onder hen. 13  Na enkele dagen verzilverde de jongste zoon zijn bezit en reisde af naar een ver land, waar hij een losbandig leven leidde en zijn vermogen verkwistte. 14  Toen hij alles had uitgegeven, werd dat land getroffen door een zware hongersnood, en begon hij gebrek te lijden. 15  Hij vroeg om werk bij een van de inwoners van dat land, die hem op het veld zijn varkens liet hoeden. 16  Hij had graag zijn maag willen vullen met de peulen die de varkens te eten kregen, maar niemand gaf ze hem. 17  Toen kwam hij tot zichzelf en dacht: De dagloners van mijn vader hebben eten in overvloed, en ik kom hier om van de honger. 18  Ik zal naar mijn vader gaan en tegen hem zeggen: “Vader, ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, 19  ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden; behandel mij als een van uw dagloners.” 20  Hij vertrok meteen en ging op weg naar zijn vader. Zijn vader zag hem in de verte al aankomen. Hij kreeg medelijden en rende op zijn zoon af, viel hem om de hals en kuste hem. 21  “Vader, ”zei zijn zoon tegen hem, “ik heb gezondigd tegen de hemel en tegen u, ik ben het niet meer waard uw zoon genoemd te worden.” 22  Maar de vader zei tegen zijn knechten: “Haal vlug het mooiste gewaad en trek het hem aan, doe hem een ring aan zijn vinger en geef hem sandalen. 23  Breng het gemeste kalf en slacht het. Laten we eten en feestvieren, 24  want deze zoon van mij was dood en is weer tot leven gekomen, hij was verloren en is teruggevonden.” En ze begonnen feest te vieren. 25  De oudste zoon was op het veld. Toen hij naar huis ging en al dichtbij was, hoorde hij muziek en gedans. 26  Hij riep een van de knechten bij zich en vroeg wat dat te betekenen had. 27  De knecht zei tegen hem: “Uw broer is thuisgekomen, en uw vader heeft het gemeste kalf geslacht omdat hij hem gezond en wel heeft teruggekregen.” 28  Hij werd woedend en wilde niet naar binnen gaan, maar zijn vader kwam naar buiten en trachtte hem te bedaren. 29  Hij zei tegen zijn vader: “Al jarenlang werk ik voor u en nooit ben ik u ongehoorzaam geweest als u mij iets opdroeg, en u hebt mij zelfs nooit een geitenbokje gegeven om met mijn vrienden feest te vieren. 30  Maar nu die zoon van u is thuisgekomen die uw vermogen heeft verkwanseld aan de hoeren, hebt u voor hem het gemeste kalf geslacht.” 31  Zijn vader zei tegen hem: “Mijn jongen, jij bent altijd bij me, en alles wat van mij is, is van jou. 32  Maar we konden toch niet anders dan feestvieren en blij zijn, want je broer was dood en is weer tot leven gekomen. Hij was verloren en is teruggevonden.”’ (NBV)

Dit verhaal staat in een serie van opmerkingen over Jezus van Nazareth die bij tollenaars en zondaars ging eten. Zijn antwoord was dat, als je ook maar een klein deel van je bezit kwijt bent, je alles opgeeft om het weer terug te vinden. Maar hoe ga je dan met mensen om? Daarover gaat het verhaal van de twee zonen. Of is het een verhaal over de ene vader? Want je moet toch een beetje medelijden hebben met de zoon die is blijven leven, die thuis bleef. Die krijgt geen schouderklopjes voor zijn aanvankelijk goede keus. Ja een aanvankelijk goede keus. Gewoon thuisblijven, meehelpen in het bedrijf van vader en niet het erfdeel er doorheen jagen is natuurlijk een goede keus. Maar niet binnenkomen en meedelen in het feest om de teruggekeerde broer lijkt toch niet een goede keus. Die teruggekeerde broer was van de weg van de vader afgeweken. Zoals zijn vader en zijn broer deden, deed hij niet, integendeel. Daarmee was hij voor zijn familie dood, hij hoorde niet meer bij de familie. Maar moet je dan een blijvende boycot uitspreken? Moet je dan je hele leven boos blijven om die ene scheve schaats die er ooit was gereden? De vragen stellen is de vragen beantwoorden.

Zuur kan je er van worden. Chagrijnig ook. Doe je je best, gaat een ander met de eer strijken. Wordt je collega bevorderd en je buurman wint de jackpot in de loterij. De Postcodeloterij maakt het nog erger. Het winnende lot kan daarbij zomaar op jouw postcode vallen en als je dan geen loten hebt dan win je helemaal niets. De kans dat het winnende lot op jouw postcode valt is overigens vrijwel nihil, het komt dus uiterst zelden of bijna nooit voor. We gunnen daarbij een ander ook nooit het geluk dat zomaar toevalt. Daar gaat dit verhaal uit het Evangelie van Lucas ook over. Geluk dat je zomaar ten deel valt. Er wordt een feest gegeven omdat iemand eindelijk eens normaal doet. Over de mensen die altijd al normaal doen hoor je nooit wat. Als je maar gek doet, of uit de band springt, dan wordt er over je gesproken en als je alles over de balk hebt gegooid en je wel gedwongen wordt om weer een beetje normaal te doen, dan organiseren ze nog een feest voor je ook.

Dat is zuur, daar kun je knap chagrijnig van worden. Waarom krijgen we toch zo de indruk dat in de Bijbel juist dat feest het centrale feest is, dat men daar niet onder het organiseren van dat feest uit denkt te kunnen. Want die zoon die thuiskomt was toch niet verloren? Ze wisten toch heel goed waar die heen was. Hij had er toch zelf om gevraagd? De zoon die thuis bleef niet, die had niet gevraagd om al dat werk, om zelfs dubbel werk toen zijn broer de hort op ging. Voor die zoon hadden ze een feest moeten organiseren. Die had het immers volgehouden al die tijd, werken voor twee en nog thuis blijven ook. Eerlijk is het niet. Maar het is een verhaal van Jezus van Nazareth, die vertelt het nadat hij kritiek had gekregen dat hij steeds met slechte mensen omging. Dat hij die slechte mensen er op wees dat ze zich eigenlijk hadden te gedragen als de goede mensen ligt nog voor de hand, maar een feest houden als ze zich normaal gaan gedragen. Pas als jezelf van je naaste houdt als van jezelf, als je jezelf in weet te zetten voor de zwaksten in de samenleving ga je begrijpen wat bedoeld wordt. En dat van je naaste houden mag elke dag weer opnieuw, ook vandaag.

 

Die man ontvangt zondaars en eet met hen

zondag, 11 september, 2016

Lucas 15:1-10

1 ¶  Alle tollenaars en zondaars kwamen hem opzoeken om naar hem te luisteren. 2  Maar zowel de Farizeeën als de schriftgeleerden zeiden morrend tegen elkaar: ‘Die man ontvangt zondaars en eet met hen.’ 3  Jezus vertelde hun toen deze gelijkenis: 4  ‘Als iemand van u honderd schapen heeft waarvan er één verloren is geraakt, laat hij dan niet de negenennegentig andere in de woestijn achter om naar het verdwaalde dier op zoek te gaan tot hij het gevonden heeft? 5  En als hij het gevonden heeft, legt hij het vol vreugde op zijn schouders 6  en gaat hij naar huis. Daar roept hij zijn vrienden en buren bijeen en zegt tegen hen: “Deel in mijn vreugde, want ik heb het schaap gevonden dat verdwaald was.” 7  Ik zeg u: zo zal er in de hemel meer vreugde zijn over één zondaar die tot inkeer komt dan over negenennegentig rechtvaardigen die geen inkeer nodig hebben. 8  En als een vrouw tien drachmen heeft en er één verliest, steekt ze toch de lamp aan, veegt het hele huis schoon en zoekt ze alles af tot ze het muntstuk gevonden heeft? 9  En als ze het gevonden heeft, roept ze haar vriendinnen en buren bijeen en zegt: “Deel in mijn vreugde, want ik heb de drachme gevonden die ik kwijt was.” 10  Zo, zeg ik u, heerst er ook vreugde onder de engelen van God over één zondaar die tot inkeer komt.’ (NBV)

Hoe gaan we met mensen om en hoe gaan we met bezit om? In het verhaal dat hier uit het Evangelie van Lucas wordt gelezen stelt Jezus van Nazareth die beide tegenover elkaar. Hij gaat om met mensen die het niet zo nauw nemen met het gebod je naaste lief te hebben als jezelf. Integendeel belastingpachters, tollenaars dus, en andere zogenaamde zondaars, hangjongeren uit Zaanstad, zorgden in de eerste plaats voor zichzelf en dan pas voor anderen. Jezus van Nazareth probeert hen er steeds toe te brengen dat andersom te doen en ze daarbij te laten zien dat ze pas daardoor een plaats in de samenleving verdienen. Want mensen die voor de vijand werken of alleen voor zichzelf zorgen plaatsen zich buiten de samenleving nietwaar. Mensen die zich fatsoenlijk gedragen, die zich aan orde en regel houden staan in groot aanzien.

Toch kun je je afvragen of ze eigenlijk met dat nette en ordelijke gedrag toch niet ook in de eerste plaats voor zichzelf zorgen. Gaan ze bijvoorbeeld anders met bezit om? De vergelijking van de schaapherder die een schaap kwijt is of de huisvrouw die een munt kwijt is snappen ze kennelijk direct. Als er iets van je bezit vermist wordt dan keer je alles om teneinde het terug te vinden. Als je al zo met bezit omgaat hoe zou je dan met mensen om moeten gaan? Het is vandaag de dag natuurlijk niet anders. Belastingen bestemd voor de armen, de ziekenhuizen, de veiligheid, de straten de wegen en het openbaar vervoer, voor scholen en universiteiten, voor dijken en sluizen, worden lasten genoemd. Als je dan iets meer belasting wil heffen van de rijken om de armen iets meer te kunnen ontzien en ze iets te kunnen laten delen in de geweldige rijkdom van ons land dan wordt er geklaagd dat de lasten op onaanvaardbare wijze worden verhoogd.

Ook in onze samenleving is het beter te snappen dat je alles in de steek laat om een snipper gemis aan je bezit weer goed te maken dan dat je regels van fatsoen en gewoonte in de wind slaat om de armen en hen die buitengesloten zijn te helpen en weer een plaats in de samenleving te bezorgen. Samen een maaltijd houden maakt dat je samen op hetzelfde niveau komt, maar ook dat je elkaar kunt aanspreken op het goede dat we voortdurend zouden moeten doen. Bezit vergaat, het bederft of het roest weg. Liefde voor mensen blijft, het groeit alleen maar door de jaren heen. Hoe langer iemand mensen lief heeft hoe meer die persoon groeit in aanzien onder mensen. Niet onder mensen die meer waarde hechten aan bezit. Maar mensen horen geen bezit te zijn, geen voorwerpen die je kunt gebruiken, mensen horen je gelijken te zijn, zusters en broeders, die een echte volwaardige plaats hebben in de samenleving. Misschien is daar een nieuw soort samenleving voor nodig, het Koninkrijk van Jezus van Nazareth.