Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor augustus, 2016

Weg met jullie, rechtsverkrachters!

zondag, 21 augustus, 2016

Lucas 13:22-35

22  Op weg naar Jeruzalem trok hij verder langs steden en dorpen, terwijl hij onderricht gaf. 23 ¶  Iemand vroeg hem: ‘Heer, zijn er maar weinigen die worden gered?’ Hij antwoordde: 24  ‘Doe alle moeite om door de smalle deur naar binnen te gaan, want velen, zeg ik jullie, zullen proberen naar binnen te gaan maar er niet in slagen. 25  Als de heer des huizes eenmaal is opgestaan en de deur heeft gesloten, en jullie staan buiten op de deur te kloppen en roepen: “Heer, doe open voor ons!,” dan zal hij antwoorden: “Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan?” 26  Jullie zullen zeggen: “We hebben in uw bijzijn gegeten en gedronken en u hebt in onze straten onderricht gegeven.” 27  Maar hij zal tegen jullie zeggen: “Ik ken jullie niet, waar komen jullie vandaan? Weg met jullie, rechtsverkrachters!” 28  Dan zullen jullie jammeren en knarsetanden wanneer je Abraham, Isaak en Jakob en al de profeten in het koninkrijk van God ziet, maar zelf buitengesloten wordt. 29  Uit het oosten en het westen en uit het noorden en het zuiden zullen ze komen, en ze zullen aan tafel genodigd worden in het koninkrijk van God. 30  En bedenk wel: er zijn laatsten die de eersten zullen zijn, en er zijn eersten die de laatsten zullen zijn.’ 31 ¶  Precies op dat ogenblik kwamen er enige Farizeeën die tegen hem zeiden: ‘Vertrek, ga weg van hier, want Herodes wil u doden!’ 32  Hij antwoordde: ‘Zeg tegen die vos: “Let op, ik drijf demonen uit en vandaag en morgen genees ik mensen, en op de derde dag bereik ik de voltooiing.” 33  Maar ik moet vandaag en morgen en de volgende dag op weg blijven, want het gaat niet aan dat een profeet omkomt buiten Jeruzalem 34  Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt wie naar haar toe zijn gestuurd! Hoe vaak heb ik je kinderen niet bijeen willen brengen zoals een hen haar kuikens onder haar vleugels hoedt, maar jullie hebben het niet gewild. 35  Jullie stad wordt aan haar lot overgelaten. Ik verzeker jullie: jullie zullen mij niet meer zien, tot de tijd komt dat je zult zeggen: “Gezegend hij die komt in de naam van de Heer!”’(NBV)

Denk nu niet dat er in de Bijbel alleen in vriendelijke voorkomende woorden tegen elkaar wordt gesproken. Niets is vaak minder waar. Vooral Jezus van Nazareth kon, zo vertellen de vier Evangelieverhalen, soms onbarmhartig uithalen. Vooral tegen mensen die voor een dubbeltje op de eerste rij willen zitten. We kennen dat nog steeds, als een club wint is het aantal supporters niet te tellen, als een club verliest blijft er maar een klein clubje over. In de verhalen van Jezus van Nazareth worden heel andere maatstaven aangelegd. Daar staan de armen voorop. Wie niets heeft mag meedoen aan het Koninkrijk van recht en vrede. Wie niets heeft mag aan tafel op een feest dat voortdurend met een bruiloftsfeest wordt vergeleken. Wie geen oog heeft gehad voor het delen met de armen, wie bezig is geweest met eigen gewin en eigen profijt wordt buitengesloten.

Natuurlijk, ook zij willen meedoen met het feest, ook zij zullen roepen dat ze zich netjes hebben gedragen, altijd oppassend zijn geweest, fatsoenlijk, ja zelfs op zondag naar de kerk zijn gegaan. Het helpt allemaal niet want niet wie vooraan staat en een grote borst weet op te zetten komt als eerste voor het feest in aanmerking, maar wie hoort bij de armen. In een ander verhaal wordt de vergelijking getrokken met hen die in het struikgewas moeten slapen, langs de kant van de weg. Wie daarbij hoort, of wie voor die mensen opkomt en hen een deel van leven geeft is het feest bedoeld. De anderen zijn de rechtsverkrachters, weg er mee. Wij hebben een heel weekeinde om na te denken waar wij bij horen. Is dat bruiloftsfeest ook voor ons weggelegd?

In het Evangelie van Lucas draait alles om Jeruzalem. Het verhaal begint daar in de Tempel met de priester Zacharias en het eindigt daar ook als de volgelingen van Jezus van Nazareth naar de Tempel gaan. Jeruzalem is het centrum van het verhaal en in het verhaal het centrum van de wereld. Daar wordt immers de Wet van de Woestijn bewaard. De wet die ooit werd ontdekt door het volk Israel en die de garantie zal vormen voor een ideale wereld. Een wereld waar, zoals later zal worden gezegd, de straten van goud zijn en alle tranen zijn gedroogd. Juist in Jeruzalem zul je kunnen horen en leren dat die wereld er komt als de mensen geleerd hebben hun naasten lief te hebben als zichzelf. Daarom kunnen de armen bevrijding worden aangezegd zoals in het Evangelie van Lucas wordt verteld. Maar Jezus van Nazareth beseft dat het niet eenvoudig zal zijn. Daar waar de wet het meest voor de hand ligt is het verzet het grootst en de mensen die willen dat het liefhebben van de naasten wordt omgezet in daden worden het hardst aangepakt. Maar laten wij ons niet laten ontmoedigen. Elke dag mogen we er weer opnieuw mee beginnen, totdat die nieuwe wereld komt, dus ook vandaag weer.

Er zijn zes dagen om te werken

zaterdag, 20 augustus, 2016

Lucas 13:10-21

10 ¶  Hij gaf op sabbat onderricht in een synagoge. 11  Er was daar ook een vrouw die al achttien jaar bezeten was door een geest die haar ziek maakte. Ze was helemaal krom en kon met geen mogelijkheid rechtop staan. 12  Toen Jezus haar zag, riep hij haar bij zich en zei tegen haar: ‘U bent verlost van uw ziekte,‘ 13  en hij legde haar de handen op. Meteen ging ze rechtop staan en loofde God. 14  Maar de leider van de synagoge werd boos omdat Jezus op sabbat genas en zei tegen de menigte: ‘Er zijn zes dagen om te werken. Kom dus op die dagen om u te laten genezen en niet als het sabbat is!’ 15  Maar de Heer zei: ‘Huichelaars! Maakt niet ieder van jullie op sabbat zijn os of ezel los van de voederbak om hem te laten drinken? 16  Mocht deze vrouw, die een dochter is van Abraham en al achttien jaar door Satan geboeid werd gehouden, mocht zij op sabbat niet uit deze boeien worden losgemaakt?’ 17  Toen hij dat zei, stonden al zijn tegenstanders beschaamd, maar de hele menigte was verheugd over de machtige daden die door hem werden verricht. 18 ¶  Daarop zei hij: ‘Waarop lijkt het koninkrijk van God en waarmee zal ik het vergelijken? 19  Het lijkt op een zaadje van de mosterdplant dat iemand meenam en in zijn tuin zaaide, waarna het groeide en een grote struik werd, waar de vogels van de hemel in de takken kwamen nestelen.’ 20  En opnieuw zei hij: ‘Waarmee zal ik het koninkrijk van God vergelijken? 21  Het lijkt op zuurdesem die door een vrouw met drie zakken meel werd vermengd tot alle meel doordesemd was.’ (NBV)

Vandaag lezen we een paradijsverhaal. Zo op het eerste gezicht zou je dat niet zeggen. Het gedeelte dat we uit het Evangelie van Lucas lezen gaat toch over een genezing en twee kleine gelijkenissen. Daartussen staat dan nog een soort discussie en een ruzie. Maar toch is het verhaal opgeschreven als een paradijsverhaal. Dat begint al met de opmerking dat Jezus van Nazareth zat te onderwijzen in de Synagoge. Wij kennen toch de meeste verhalen over zijn leren als hij in de buitenlucht staat. De bergrede is een voorbeeld, er is ook een veldrede. Hij stond een keer in een schip met alle toehoorders op de wal. En hij gaat dan ook wel naar de synagoge maar onderwijzen in de synagoge is toch iets bijzonders. Toch was het het ideaal van de Farizeeën, iedereen moest meedoen en op de Sabbath ging het om de Wet van God van Israël. Iedereen moest daarin studeren en daarover mee kunnen praten.

Dat ideaal wordt ook door de eerste Christenen gedeeld. Die Sabbatsdag is een dag waarop we weer wandelen met God, een paradijsdag dus. Voor Christenen de eerste dag van de week, toen na de opstanding er weer met Christus gewandeld kon worden. In het verhaal over het Paradijs uit Genesis ging het mis toen de mensen gelijk wilden worden aan God. Veel Joden geloofden dat God toen besloot de mensen tot dieren te maken, maar dat Adam had gebeden dat niet te laten gebeuren. Die gebogen vrouw leek al een beetje op een viervoeter. Ze was net zo lang gebogen geweest als het volk Israël onderdrukt was zoals het in het boek Rechters werd beschreven. Het volk werd van die onderdrukking verlost door de rechters Ehud en Jefta.  En daar komt dan de discussie. Jefta had als prijs zijn dochter moeten doden. Wat dat wat God wil? Niemand wilde daar aan en dus is de genezing het enige dat ons rest en mag daarover een feest gevierd worden.

Op die manier zal dus ook dat Paradijs op aarde weer terugkomen. Dat is de betekenis van de gelijkenissen die verteld worden. Het gaat er helemaal niet om dat we van die grote daden plegen. Gewoon beginnen een hand uit te steken, ook al lijkt dat klein denk dan aan dat mosterdzaadje. Dat is een heel klein zaadje. Als je het in je hand neemt moet je nog uitkijken ook want voor je weet is het weggeblazen. Maar het groeit uit tot een grote struik. In de dagen van Jezus groeiden er mosterdbomen van wel drie meter hoog. Wij kennen ze niet meer zo groot maar er zijn verhalen van reizigers naar Galilea die zich over die grote mosterdbomen verbaasden. Maar die kleine daden van ons, elke dag opnieuw een hand uitsteken naar de minsten, vrijwilligers werk doen in asielzoekerscentra of plaatsen voor noodopvang, winkelier zijn in de Fair Trade winkel, voedsel sorteren in de voedselbank en noem maar op, maakt dat de wereld beter? Jezus vergelijkt het met zuurdesem, gist, zonder krijg je echt geen eetbaar brood, maar met, zelfs met een heel klein beetje krijg je het brood dat je elke dag nodig hebt. Daar hebben we ook voor gebeden in het Onze Vader. Dus elke dag opnieuw mogen we die liefde om ons heen verspreiden, ook vandaag mag dat weer.

 

Niet één profeet meer

donderdag, 18 augustus, 2016

Psalm 74:1-12

1 ¶  Een kunstig lied van Asaf. Waarom, God, hebt u ons voor altijd verstoten, brandt uw woede tegen de schapen die u hoedt? 2  Denk aan het volk dat u ooit hebt verworven, de stam die u hebt vrijgekocht, uw eigen bezit,  de Sionsberg waar u ging wonen. 3  Kom naar de stad die voor altijd in puin ligt, de vijand liet niets van het heiligdom heel. 4  In het hart van uw huis brulden uw tegenstanders,  zij zetten er hun zegetekens neer. 5  Zoals met kapmessen wordt ingehakt op struikgewas en kreupelhout, 6  zo sloegen zij met bijl en breekijzer al het snijwerk kort en klein. 7  Ze hebben uw heiligdom in de as gelegd, de plaats waar uw naam woont, verwoest en ontwijd. 8  ‘We vagen alles weg, ‘zeiden ze, en alle godshuizen in het land hebben zij verbrand. 9  Een gunstig teken zien wij niet, niet één profeet meer, en geen van ons weet voor hoe lang. 10  Hoe lang nog, God, zal de tegenstander u bespotten? Zal de vijand uw naam voor altijd beschimpen? 11  Waarom houdt uw hand zich in bedwang? Hef uw machtige hand en sla toe, 12 ¶  God, mijn koning van oudsher, die verlossing brengt in het hart van het land! (NBV)

Vandaag zingen we mee met een kunstig lied van Asaf. Asaf betekent verzamelaar en kan zowel een priester geweest zijn, als de samensteller van een liedboek waar een aantal psalmen aan werden ontleend. Dat  “kunstig lied” werd in oudere vertalingen vertaald met onderwijzing of leerdicht. Maar het Hebreeuwse woord kan ook beschouwing betekenen en in dit lied overdenkt de dichter de afwezigheid van God. Hij leefde waarschijnlijk in de Perzische tijd, de tijd aan het eind van de ballingschap toen de Tempel en Jeruzalem herbouwd moesten worden en de ballingen mochten terugkeren. Zou dat de wens zijn van de God van Israël die hen in ballingschap had laten gaan? De God die ooit had beloofd altijd met het volk mee te gaan is er niet meer. De Tempel ligt in puin en de Tempelberg Sion is verlaten. Alles is stuk geslagen en de eretekens van de legereenheden van de vijand staan in het hart van de Tempel, daar waar ooit de richtlijn van God, de Wet van Heb-Uw-Naaste-Lief-Als-Uzelf, de richtlijnen die het volk in de Woestijn had gekregen, werd bewaard.

Er is niemand meer die het volk over deze richtlijnen kan vertellen, geen profeet die de Weg wijst die God wil dat het volk gaat. Er gaat een diepe verlatenheid uit van deze Psalm. Je wordt er koud van als je bedenkt dat je stad in puin ligt. Voor de meesten van ons is dat beeld iets uit een ver verleden of van heel ver bij ons vandaan. Maar voor onze broeders en zusters die in een oorlogsgebied wonen is het ook vandaag de dag een harde realiteit. De vraag is of zij net als de dichter van deze Psalm er van overtuigd zijn dat God hen te hulp zal komen, de God die verlossing brengt in het hart van het land. Dat hangt van ons af. Horen wij de stem van hen die zich door God verlaten voelen? Zijn wij bereid de handen en de voeten te worden van de God die gerechtigheid doet aan zijn kinderen? Laten wij toe dat onze broeders en zusters, de kinderen van God, bespot en beschimpt worden zodat onze Vader, God zelf, beschimpt en bespot wordt?

Want is het niet zo dat, als wij niet te hulp komen bij de minsten op aarde, God verweten wordt dat hij het lijden van onschuldigen duldt? Wij kunnen de profeten zijn die vandaag de dag de mensen opwekken om op te staan tegen het onrecht in Jemen. Wij kunnen om genade vragen voor de inwoners van Aleppo. Wij kunnen in Europa vragen om een verbod op de productie en de export van wapens, omdat we weten dat die wapens ooit tegen onze broeders en zusters gebruikt zullen worden. Als er ook in onze dagen geen profeet meer wordt gehoord zullen we zelf moeten spreken en het verhaal van onze God moeten vertellen. Want zoals de psalmdichter blijft geloven in zijn God, zo kunnen wij blijven geloven in zijn Weg en de belofte dat zijn Weg zal uitlopen op een wereld zonder tranen, een wereld waar het vrede is en waar elk mens gerechtigheid zal geschieden. Wij mogen die Weg gaan en aan die wereld bouwen, vanaf vandaag opnieuw.

 

Een doodgeboren kind is beter af.

woensdag, 17 augustus, 2016

Prediker 6:1-12

1 ¶  Het is, dat heb ik ingezien, een trieste zaak onder de zon en voor de mens een zware last: 2  God geeft iemand rijkdom, bezittingen en aanzien; er ontbreekt hem in zijn leven niets van wat hij zich gewenst heeft, maar God staat niet toe dat hij ervan geniet. Dat laat hij een vreemde doen. Leegte is het, een ellendige en trieste zaak. 3  Zo iemand zou wel honderd kinderen kunnen krijgen en wel jaren kunnen leven, vele jaren lang, maar als zijn dorst naar rijkdom nooit gelest wordt en hem nog niet eens een graf rest, dan-zeg ik-is een doodgeboren kind beter af. 4  Het wordt in leegte geboren en verdwijnt in het duister, even naamloos als het is gekomen. 5  Het heeft nooit de zon gezien en geen weet gehad van het bestaan. Het heeft rust, veel meer dan die ander 6  die, ook al leeft hij duizend jaar en nog eens duizend jaar, niet genieten kan van al het goede dat hij heeft. Zijn zij niet beiden op weg naar dezelfde plaats? 7 ¶  Al het gezwoeg dient ertoe dat de mens zijn buik vult, maar zijn verlangens blijven onvervuld. 8  Welk voordeel heeft de wijze vergeleken met de dwaas, wat is het voordeel voor de arme dat hij inzicht in het leven heeft? 9  Het is beter te genieten van iets tastbaars dan te grijpen naar iets onbereikbaars. Ook dat is niets dan lucht en najagen van wind. 10  Wie en wat de mens is, werd al lang geleden vastgesteld: zijn naam is Mens en hij is niet in staat het op te nemen tegen hem die meer macht bezit dan hij. 11 ¶  Alles wat er meer over gezegd wordt, vermeerdert slechts de leegte. Wat is hiervan het voordeel voor de mens? 12  Wie weet wat goed is voor de mens gedurende het luttel aantal dagen van zijn leeg bestaan? Ze zijn voor hem zo vluchtig als een schaduw. Wie kan hem vertellen wat er na hem komen zal onder de zon? (NBV)

Er wordt de laatste tijd nogal eens gemopperd dat die Christenen zo tegen het genot van en het genieten door mensen zouden zijn. Wie deze passage uit het boek van Prediker op zich in laat werken moet toch vermoeden dat er sprake van een misverstand zou moeten zijn. Een mens die het goede heeft ontvangen maar er niet van weet te genieten is als een dode, die leeft niet echt.  Prediker heeft al geschreven over het zwelgen in wijn en de leegte die dat met zich meebrengt.  Dat jonge mensen en opgroeiende kinderen nog op zoek zijn naar de grenzen waarbij ze optimaal kunnen genieten en bij het houden van maat begeleiding verdienen lijkt duidelijk. Maar waarom diezelfde jonge mensen onbeperkt drank kunnen kopen en zonder enige controle kunnen nuttigen waardoor elke week weer vele ongelukken gebeuren en jonge levens verwoest worden en knoppen in de kiem worden gebroken is minder duidelijk. Het moet toch geen moeite zijn een stelsel in te voeren waarbij alcoholhoudende drank verkocht wordt bij speciaal daarvoor aangewezen verkooppunten? Waarom moet drank, die in het verkeer niet mag worden genuttigd, langs onze snelwegen vrij verkrijgbaar zijn?

Het hele boek Prediker is doordrenkt van de opvatting dat een mens allerlei dingen nastreeft die helemaal niets opleveren. Macht, aanzien, rijkdom, kennis en inzicht, het kost allemaal moeite en uiteindelijk levert het niets op. Je kunt, zegt de Prediker telkens weer, beter genieten van wat je hebt, van wat je toevalt. Want als je daarvan niet geniet maar bezig blijft met als maar meer te vergaren dan loop je de kans dood te gaan zonder ergens van genoten te hebben. Dat is triest, dat is zielig. Een mens is een mens en meer dan een mens kan een mens niet worden. Harde woorden voor mensen die de ongelijkheid van mensen benadrukken, die spreken van mensen die meer en die minder verdienen met wat ze kunnen. Natuurlijk zijn er mensen die meer weten te krijgen. De graaiers in onze economie vergaren miljoenen met de koop en verkoop van bedrijven. Dat het geld daarvoor bijeen gebracht wordt door werknemers die in een uitkering komen en dan aan de bedelstaf raken wordt niet verteld. Dat het redelijk is dat werknemers het werk neerleggen als ze zo behandeld worden wordt niet verteld. En als het gaat om versoepeling van de mogelijkheid mensen te ontslaan dan gaat het er uitdrukkelijk niet om de werknemers de macht te geven deze graaiers te ontslaan zodat hun werk de erkenning kan krijgen die het verdient. Maar ook de graaiers kunnen hun miljoenen niet meenemen als ze dood gaan.

Ook al leven ze nog lang nadat hun manipulaties zoveel hebben opgebracht het zal ze niet lukken zelf te genieten van al hetgeen ze hebben bijeengegaard. Ook hun moeite is lucht en leegte en was najagen van wind. Het enige dat de graaiers in onze samenleving bereiken is dat de werknemers zich meer bewust worden van de onrechtvaardigheid die ingebakken zit in de arbeidsverhoudingen. De roep om recht wordt sterker. Het verzet tegen vergroting van het onrecht door versoepeling van het recht werknemers te ontslaan wordt groter. Natuurlijk zullen de rijken zeggen dat hun kinderen de rijkdommen zullen erven en dat daarmee de continuïteit is gewaarborgd. Maar kunnen wij in de toekomst kijken? Weten wij wat onze kinderen en kleinkinderen zal overkomen als wij er niet meer zijn? Wat we echt allemaal willen, een wereld zonder strijd, zonder leed en ellende, komt er niet als we ons bezig houden met het dienen van de goden van meer en beter. Het streven naar meer en nog meer houdt ons af van delen met de armsten, met het voeden van de hongerigen, het kleden van de naakten, het bezoeken van de gevangenen, het laven van de dorstigen. En alles wat ons daarvan afhoudt is najagen van wind en levert alleen lucht en leegte op.

Wanneer hij zich aan eten en drinken te goed doet

dinsdag, 16 augustus, 2016

Prediker 5:9-19

9 Wie van geld houdt, kan er niet genoeg van krijgen. Wie verzot op rijkdom is, is altijd op meer gewin belust. Ook dat is enkel leegte. 10 Maar hoe groter iemands kapitaal is, des te groter ook het aantal mensen dat het komt verbrassen. Wat heeft de eigenaar hierbij te winnen? Hij kan alleen maar toekijken. 11 Een arbeider slaapt goed, of hij nu veel of weinig te verteren heeft, maar wie zwelgt in rijkdom, kan de slaap niet vatten. 12 Ik heb een trieste zaak onder de zon gezien die tot veel ellende leidt. Iemand waakt over zijn rijkdom, maar het loopt rampzalig af, 13 want één tegenslag vaagt al die rijkdom weg. De zoon die hij verwekt heeft, blijft met lege handen achter. 14 Naakt is zo iemand uit de moederschoot gekomen, even naakt keert hij terug. Niets van wat hij heeft verworven en in handen dacht te hebben, neemt hij mee. 15 Het is, ook dit, triest en ellendig, maar zoals hij is gekomen, zo keert hij terug. Wat is het voordeel voor de mens dat hij zwoegt voor wind? 6 Alle dagen van zijn leven brengt hij door in duisternis, heel zijn bestaan is vol ellende en verdriet, en vol ontevredenheid. 17 Het is daarom, zo heb ik ingezien, goed en weldadig voor een mens wanneer hij zich aan eten en drinken te goed doet, en geniet van alles wat hij heeft verworven. Daar zwoegt hij voor onder de zon gedurende het luttel aantal levensdagen dat hij van God gekregen heeft; dat is wat hem is toebedeeld. 18 Wanneer een mens geniet van rijkdom en bezit, wanneer hem dat door God wordt toegestaan als zijn rechtmatig deel en hij zich verheugt in alles wat hij moeizaam heeft verworven, is dat een geschenk van God. 19 Dan piekert hij tenminste niet zo veel over het luttel aantal dagen van zijn leven, maar gaat hij van ganser harte op in de vreugde die God hem toebedeelt. (NBV)

Er zijn twee steden in ons land waar het samen te goed doen aan eten en drinken een bijzondere historische en maatschappelijke betekenis heeft. Het zijn Leiden en Alkmaar. In Leiden eet men op 3 oktober samen hutspot met klapstuk en in Alkmaar eet men op 8 oktober samen stamppot zuurkool met worst. Beide maaltijden staan in onze historische traditie en herdenken het ontstaan van ons land. Beide maaltijden herinneren aan de maaltijden die gegeten werden na het opheffen van het beleg van deze steden door de Spanjaarden in respectievelijk 1574 en 1573. Het beleg had honger gebracht en toen de vruchten van het omringende land weer de stad in kwamen kon men zich aan eten en drinken te goed doen. Dat opheffen van het beleg, de overwinningen die daarmee op de Spanjaarden werden behaald, droegen geweldig bij aan de vorming van een staat waarin de idealen van de Hervorming gestalte konden krijgen.

Bij Alkmaar begon immers de Victorie. In onze dagen wordt nog al eens gesproken over de wortels van onze identiteit, over de traditie waarin ons volk zou staan. In Leiden en Alkmaar wapperen begin oktober de nationale en de stadsvlaggen naast elkaar. Het wapen met de sleutels van Leiden en het wapen met de burcht van Alkmaar zijn overal in die steden te zien. Nationalisme ten top zou men op het eerste gezicht zeggen. Maar die betekenis wordt in beide steden niet aan het feest gegeven. In beide steden gaat het om de vrijheid. In beide steden is ook een historie van tolerantie. Doopsgezinden mochten in Alkmaar al enkele jaren na het beleg een eigen kerk bouwen en vanaf 1604 was het de Joden vrij zich in de stad te vestigen, aparte kleding te dragen en hun godsdienst te belijden. De staat wortelde zich op de apologie van Willem van Oranje, de vader des vaderlands, daarin stonden gewetensvrijheid en geloofsvrijheid voor elke burger centraal.

Dat is dus de traditie die Nederlands is, die tolerantie bepaald de identiteit van de Nederlander. Daarom is het van buiten komend niet mogelijk een Nederlandse identiteit te vinden. Je zult als Nederlander je eigen identiteit moeten meebrengen. Daarom is het veroordelen van weer een nieuwe godsdienst die in ons land beleden wordt ook zeer on Nederlands, ja zelfs anti-Nederlands. Beter is tolerant te zijn en te genieten van wat je ten deel valt. Ook de Nederlandse gewoonten die je zelf het leukste vindt kun je niet aan het verleden ontlenen. De taal niet, de godsdienst niet, de vorm van de mensen niet, de gewoonten niet. In 1573 en 1574 spraken ze hier een taal die we nu niet meer verstaan, aten ze zaken die we nu niet meer kennen, dronken kinderen een bier dat we ze nu niet meer toestaan. En ook de Protestantse en Rooms Katholieke godsdienstbeleving uit die dagen vindt je vandaag niet meer terug in ons land. Alles verandert, maar de Liefde voor de naaste blijft, dat is een goede traditie, net als samen eten.

 

Zeker niet, zeg ik jullie

maandag, 15 augustus, 2016

Lucas 13:1-9

1 ¶  Er waren op dat moment ook enkele mensen aanwezig die hem vertelden over de Galileeërs van wie Pilatus het bloed vermengd had met hun offers. 2  Hij zei tegen hen: ‘Denken jullie dat die Galileeërs grotere zondaars waren dan alle andere Galileeërs, omdat ze dat ondergaan hebben? 3  Zeker niet, zeg ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal op dezelfde wijze omkomen. 4  Of die achttien die stierven doordat de Siloamtoren op hen viel-denken jullie dat zij schuldiger waren dan alle andere mensen die in Jeruzalem wonen? 5  Zeker niet, zeg ik jullie, maar als jullie niet tot inkeer komen, zul je allemaal net zo sterven als zij.’ 6 ¶  Hij vertelde hun deze gelijkenis: ‘Iemand had een vijgenboom in zijn wijngaard geplant en ging kijken of de boom vrucht droeg, maar hij vond geen vijgen. 7  Hij zei tegen de wijngaardenier: “Al drie jaar kom ik kijken of die vijgenboom vrucht draagt, maar tevergeefs. Hak hem maar om, want hij dient tot niets en put alleen de grond uit.” 8  Maar de wijngaardenier zei: “Heer, laat hem ook dit jaar nog met rust, tot ik de grond eromheen heb omgespit en hem mest heb gegeven, 9  misschien zal hij dan het komende jaar vrucht dragen, en zo niet, dan kunt u hem alsnog omhakken.”’ (NBV)

Lucas schreef zijn Evangelie na de opstand van het jaar 70 tegen de Romeinse bezetting. Het gevolg van die opstand was dat de Tempel in Jeruzalem was verwoest en de inwoners van Juda en Galilea werden verspreid over het Romeinse Rijk. De vraag was wie daarvoor verantwoordelijk was. We stellen bij tegenvallers immers graag de schuldvraag. Iemand moet toch schuldig zijn aan wat ons overkomen is. Lucas plaatst het antwoord van Jezus weer in de dagen dat Jezus van Nazareth nog leefde. Ik zijn dagen waren er ook allerlei opstootjes en opstanden geweest. Bij de kruisiging was het volk zelfs de keuze voorgelegd of ze een opstandelingenleider wilden vrijgelaten hebben of een afwijzer van alle geweld. We kennen de keuze van het volk. Maar is een volk schuldig als het in opstand komt tegen een bezetter? In de geschiedenis hebben de volgelingen van Jezus van Nazareth de vraag met ja beantwoord. Zij vervolgden de “Godsmoordenaars” tot in de vorige eeuw tot het uiterste. Van de schuld die het christendom met die vervolging  op zich heeft geladen zijn we voorlopig nog niet af.

Jezus van Nazareth heeft namelijk een hele andere benadering. Wie omhakt, wie uitroeit ontneemt de vruchteloze opnieuw vrucht te gaan dragen. Het vermengen van eigen bloed met het bloed van offers maakt de offeraar bijzonder onrein. Maar kun je dan zeggen dat God het volk verdelgd heeft omdat ze onrein waren geworden? Wie de geschiedenis van de Joden heeft bestudeerd weet dat niet het volk gestraft werd maar Pilatus die vanwege die vervolging ontheven werd van zijn functie. Gelukkig hebben we een geschiedschrijver als  Flavius Josephus die dat in zijn geschiedenisverhaal heeft opgenomen. De Bijbel is namelijk geen geschiedenis boek. De opstand waarbij het bloed van de offeraars werd vermengd met het bloed van de offerdieren vond namelijk pas plaats na de kruisiging van Jezus. Ook vanwege de mensen die omkwamen toen een toren bij Siloam omviel rees de vraag of die nu schuldiger waren dan de andere inwoners van Jeruzalem die het hadden overleefd. Natuurlijk niet is het antwoord. Maar als je de weg kiest van geweld en verwoesting, als je blijft denken in termen van schuld en boete dan wordt je daar zelf slachtoffer van.

Daar gaat die gelijkenis dus over. Hoe gaat God met deze misdaden om? Hoe gaat God om met een volk dat eerder geweld zoekt dan vrede en de liefde tot haar sterkste wapen maakt? Over het antwoord moeten we goed nadenken. Jezus zet ons graag op het verkeerde been. Wij denken dat de man die de boom had geplant en zich heeft laten ompraten door de wijngaardenier de God is die streng doch ook barmhartig is. Maar dat staat er niet. Die bomenplanter koos de weg van geweld en uitroeiing van het vruchteloze. Het was de wijngaardenier die niet voor niets als wijngaardenier wordt opgevoerd die de zorg voor de planten bleef behouden ook al brachten die planten niets meer op. Natuurlijk zijn er grenzen aan, drie jaar in dit geval. Maar de eerste keus is niet omhakken, maar extra zorgen. We kennen dat in het strafrecht. Als mensen geheel of gedeeltelijk een daad niet kunnen worden aangerekend dan doden we die mensen niet maar stellen we ze ter beschikking van de regering om een genezende behandeling te ondergaan. Doden van misdadigers doen we al helemaal niet meer. De Weg van de wijngaardenier  is dus eigenlijk de Weg van onze God. Die weg willen we gaan. Die weg zullen we dus ook moeten gaan in vraagstukken van oorlog en vrede. Hoe moeilijk dat ook is.

Ik kom verdeeldheid brengen

zondag, 14 augustus, 2016

Lucas 12:49-59

49  Ik ben gekomen om op aarde een vuur te ontsteken, en wat zou ik graag willen dat het al brandde! 50  Ik moet een doop ondergaan, en ik word hevig gekweld zolang die niet volbracht is. 51  Denken jullie dat ik gekomen ben om vrede te brengen op aarde? Geenszins, zeg ik jullie, ik kom verdeeldheid brengen. 52  Vanaf heden zullen vijf in één huis verdeeld zijn: drie tegen twee en twee tegen drie. 53  De vader zal tegenover zijn zoon staan en de zoon tegenover zijn vader, de moeder tegenover haar dochter en de dochter tegenover haar moeder, de schoonmoeder tegenover haar schoondochter en de schoondochter tegenover haar schoonmoeder.’ 54 ¶  Tegen de menigte zei hij: ‘Wanneer jullie een wolk zien opkomen in het westen, zeggen jullie meteen dat er regen op komst is, en dat is ook zo. 55  En wanneer jullie merken dat de wind uit het zuiden komt, zeggen jullie dat er hitte op komst is, en dat is ook zo. 56  Huichelaars! De aanblik van de aarde en de hemel kunnen jullie duiden, hoe kan het dan dat jullie deze tijd niet kunnen duiden? 57  Waarom bepalen jullie niet uit jezelf wat juist is? 58  Als je met je tegenstander op weg bent naar een hoge autoriteit, doe dan moeite om nog onderweg tot een vergelijk met hem te komen, anders sleept hij je voor de rechter, en de rechter zal je uitleveren aan de gerechtsdienaar, en die zal je in de gevangenis gooien. 59  Ik zeg je, dan kom je niet vrij voor je ook de laatste cent betaald hebt.’ (NBV)

Nou hoor je toch allerlei voorgangers beloven dat je de vrede in je hart kunt krijgen als je Jezus maar je in leven toelaat, als je een persoonlijke relatie met Jezus zal krijgen. En nu lees je dat die Jezus helemaal niet gekomen is om vrede te brengen maar verdeeldheid. Die belofte van die voorgangers over vrede in je hart is inderdaad een leugen, een duivelse leugen want het klinkt zo geweldig en als je je ogen en je oren sluit voor alles wat er om je heen gebeurd dan lijkt het inderdaad vredig in je hart te worden en als je dan heel vaak halleluja roept en over Gods Liefde zingt dan lijkt het ook nog of het van Jezus zelf afkomstig is. Maar het blijft bedrog, schone schijn die met de Bijbel weinig van doen heeft. Vandaag lezen we een stuk dat volgt op de gelijkenis over knechten die het huis op orde moeten hebben voordat de Heer van het huis terug komt van een bruiloft. Als onze Heer terugkomt treft die niet een aarde aan zoals die eens door die Heer geschapen was: En God keek en zag dat het goed was, staat er geschreven.  Als wij kijken is het helemaal niet goed. Gelovigen in de Here Jezus, in de God van Israël,. echte gelovigen, worden daar onrustig van.

Gelovigen kunnen niet stil blijven zitten wachten tot alles wel een keer nieuw wordt. Die laten het opruimen van het huis van God niet aan God over als die terug zal komen. Die gaan aan de slag, met vuur in hun lijf om de aarde te ontdoen van het kwaad, die spoelen schoon waar vuil in eeuwen is aangekoekt. Die lijden zelf honger en dorst, honger en dorst naar gerechtigheid. Die staan op tegen medebewoners van hun huis als die bij de pakken neer willen zitten, als die gemakkelijk over problemen heen willen stappen. De vader tegen de zoon, de moeder tegen de dochter, de schoonmoeder tegen de schoondochter. Geloven in de God van Israël geeft onrust, dan neem je een kruis op achter Jezus aan, dan moet er veel veranderen en dat kost moeite en pijn. Maar het is het waard want ons is een aarde beloofd waar zelfs de dood niet meer heerst. We weten het wel zegt het verhaal van Lucas. We weten toch ook van het weer? Als er donkere wolken komen op een warme zomerdag komt er gedonder, dan breekt een onweer los. En een onweer hoeft niet altijd slecht te zijn. Natuurlijk als er windstoten komen die bomen ontwortelen, dan lopen mensen gevaar, dan kunnen mensen verongelukken. Maar we zagen het aankomen.

Maar een onweersbui op een drukkend warme zomerdag kan ook zeer verfrissend uitwerken. Het koelt niet af maar er komt als het ware weer lucht en adem, je kunt je weer bewegen en wordt niet langer terneergedrukt. Met de wolk in het westen die regen brengt duidt Jezus nog op een ander verhaal. Zeven jaar was het droog in Israël. Toen gingen de priesters van de vruchtbaarheidsgoden de strijd aan met de profeet van de God van Israël, die liet zijn knecht uitkijken naar de wolkje in het westen en wist toen het verscheen dat de droogte voorbij was, dat verfrissend water het land zou schoonspoelen zodat het gewas weer kon groeien en de honger gestild kon worden.  We weten best dat overeten tot allerlei ziekten leidt, dat drank meer kapot maakt dan je lief is, dat onveilig vrijen tot allerlei ellende kan leiden, dat het niet laten inenten van je kinderen niet alleen je eigen kinderen maar ook andere kinderen in gevaar kan brengen. En je weet dat een oorlogszuchtige houding tegen anderen tot oorlog en geweld kan leiden. De eerste Christenen hebben dat meegemaakt in de grote opstand in het jaar 70 toen de Tempel verwoest werd en het volk werd verspreid over het hele Romeinse Rijk.

U bent mijn helper, mijn bevrijder

zaterdag, 13 augustus, 2016

Psalm 70

1 ¶  Voor de koorleider. Van David, een dringend gebed. 2 God, breng mij uitkomst, HEER, kom mij haastig te hulp. 3 Dat beschaamd en vernederd worden wie mij naar het leven staan, met schande terugwijken wie mijn ongeluk zoeken, 4 beschaamd zich omkeren wie de spot met mij drijven. 5 Wie bij u hun geluk zoeken zullen lachen en vrolijk zijn, wie van u hun redding verwachten zullen steeds weer zeggen: ‘God is groot!’6 Ik ben arm en zwak, God, kom haastig, u bent mijn helper, mijn bevrijder, HEER, wacht niet langer. (NBV)

Vandaag zingen we een klein psalmpje mee. Het opschrift boven de Psalmtekst komt ook voor in Psalm 38 en de rest van de Psalm is bijna geheel te vinden in Psalm 40. Zo’n opschrift geeft over het algemeen aan wat voor soort lied het is, maar in dit geval zijn de vertalers het er niet over eens wat er nu eigenlijk boven de Psalm staat. De Nieuwe Bijbelvertaling heeft er voor gekozen het opschrift niet letterlijk te vertalen maar weer te geven wat voor soort Psalm het eigenlijk is. En dat is inderdaad een persoonlijk gebed. Maar er wordt in het opschrift het Hebreeuwse woord Zakar gebruikt en dat betekent gedenken. Daarom zijn er geleerden die denken dat de Psalm in de Tempel gezongen werd als het zogenaamde gedenkoffer werd gebracht, een offer dat zowel in het boek Numeri als in het boek Leviticus wordt beschreven.

Zo’n gedenkoffer was een eenvoudig offer van meel en olie waarvan een brood werd gebakken dat door de Priester werd gegeten. Dat offer herinnert aan de Uittocht uit Egypte maar ook aan dat je alles in het leven bereid moet zijn om te delen. En alles willen delen in het leven is bespottelijk. Het is daarom geen wonder dat in het centrum van de Psalm gebeden wordt om beschaamd te doen omkeren wie de spot drijven met hen die inderdaad willen delen. Daarvoor is bij tijd en wijle inderdaad een indringend gebed nodig zoals er nu boven de Psalm staat. Jezus van Nazareth zou dat delen van brood en wijn zelfs in verband brengen met het delen van zijn lichaam en bloed en ook daar een gedenkmaal van maken dat we nu kennen als het avondmaal. Voor velen herinnert ook dat aan een bespottelijk gebeuren:  een kruisdood als het meest heilige en inspirerende in de geschiedenis ervaren. Je moet je soms echt voor ogen houden dat wie bij de God van Israël hun geluk zoeken lachen en vrolijk zullen zijn.

Als je wilt delen met de minsten op de aarde en je laat de beelden toe van de hongerigen en de naakten dan vergaat je het lachen. Als je de gemartelden om hun geweten ziet waarover Amnesty International schrijft, als je de misbruikte kinderen ziet in een land als Thailand, de gestoorde kindsoldaten uit Afrika dan valt er niet meer vrolijk te zijn. Toch mogen wij helpen hun lot te verlichten, mogen wij onze rijke samenleving inzetten om te delen met hen die geen enkele samenleving meer kennen, alleen nog chaos en verwoesting. Dan ervaren we ook hoe zwak we eigenlijk zijn. Hoe gevangen we zitten in de materiële verworvenheden van onze eigen samenleving. Hoezeer we bevrijding nodig hebben van het streven naar altijd meer en nog meer. Dan is een gebed om een helper, een bevrijder zeer op zijn plaats. Daarom zingen we deze Psalm vandaag, om vervolgens met nieuwe kracht weer aan het werk te kunnen in het Koninkrijk van onze God.

 

Strek uw knikkende knieën

vrijdag, 12 augustus, 2016

Hebreeën 12:1-13

1 ¶  Nu wij door zo’n menigte geloofsgetuigen omringd zijn, moeten ook wij de last van de zonde, waarin we steeds weer verstrikt raken, van ons afwerpen en vastberaden de wedstrijd lopen die voor ons ligt. 2  Laten we daarbij de blik gericht houden op Jezus, de grondlegger en voltooier van ons geloof: denkend aan de vreugde die voor hem in het verschiet lag, liet hij zich niet afschrikken door de schande van het kruis. Hij hield stand en nam plaats aan de rechterzijde van de troon van God. 3  Laat tot u doordringen hoe hij standhield toen de zondaars zich zo tegen hem verzetten, opdat u niet de moed verliest en het opgeeft. 4 ¶  U hebt in uw strijd tegen de zonde uw leven nog niet op het spel gezet. 5  Kennelijk bent u de bemoediging vergeten die tot u als tot kinderen wordt gericht: ‘Mijn zoon, je mag een vermaning van de Heer nooit terzijde schuiven en nooit opgeven als je door hem terechtgewezen wordt, 6  want de Heer berispt wie hij liefheeft, straft elke zoon van wie hij houdt.’ 7  Houd vol, het betreft hier immers een leerschool, God behandelt u als zijn kinderen. Welk kind wordt niet door zijn vader berispt? 8  Maar als u die leerschool niet doorloopt zoals alle anderen vóór u, dan bent u geen kinderen, maar bastaards. 9  Daar komt nog bij dat wij voor onze aardse vaders, door wie we werden opgevoed, respect hadden; hoeveel te meer zullen we ons dan niet onderwerpen aan het gezag van de Vader van alle geesten, en dan leven? 10  Onze aardse vaders berispten ons maar voor korte tijd en naar eigen goeddunken, maar hij berispt ons voor onze eigen bestwil, om ons te laten delen in zijn heiligheid. 11  Een vermaning lijkt op het moment zelf geen vreugde te brengen, slechts verdriet, maar op den duur plukt wie erdoor gevormd is er de vruchten van: een leven in vrede en gerechtigheid. 12  Hef daarom uw slappe handen op, strek uw knikkende knieën, 13 en kies rechte paden, zodat een voet die gekneusd is niet verder ontwricht raakt, maar juist geneest. (NBV)

Het is een leerschool zegt de brief aan de Hebreeën. Eerlijk delen en je naaste liefhebben als jezelf gaat niet vanzelf. Er is ook een zekere dapperheid voor nodig. Soms om te zeggen wat je vindt, zoals sommige politici dapper moeten zijn om vol te houden, soms om om te gaan met wie je vindt dat je mee om moet gaan. De omgang tussen allochtonen en autochtonen is niet vanzelfsprekend, ook dat is een leerschool. Je kunt nog lelijk worden aangekeken op het meevieren van het suikerfeest of het uitnodigen van ongelovigen bij de viering van het suikerfeest. De mythe van de scheiding tussen culturen en godsdiensten wordt graag in stand gehouden. En of je nu allochtoon of autochtoon bent je wordt op de omgang met iemand van de andere cultuur soms lelijk aangesproken. Wat dat betreft is er niet zo heel veel verschil met de tijd waarin de brief aan de Hebreeën werd geschreven.

Paulus eerst en Petrus daarna ook, betrokken de Heidenen in het verhaal van Jezus, en als die mee wilden doen met een nieuwe samenleving zonder slavernij, rijk en arm, man en vrouw, Jood en Heiden, gelovige en ongelovige, dan werden ze opgenomen in de gemeente. Joden konden daar lelijk op worden aangekeken. zij hoorden niet met de onreine heidenen om te gaan, ze werden dan afvalligen van hun geloof. Alsof het ineens om een andere God ging, alsof de woorden die hen in het leven voortdreven niet ontleend waren aan de richtlijnen die het volk door de woestijn naar het beloofde land hadden gedreven. De zaak bleef gevoelig liggen. Toen Paulus van zijn laatste reis in Jeruzalem terugkeerde moest hij van Jacobus, de leider van de gemeente in Jeruzalem, in de Tempel bewijzen dat hij nog steeds Jood was. De samenwerking die Paulus en Petrus hadden bevorderd heeft wel het Christendom opgeleverd zoals wij dat nog steeds kennen.

Een geloof in een wereld zonder geweld en onderdrukking, een wereld van recht en gerechtigheid waarin iedereen zonder onderscheid mag meedoen. En meedoen betekent dus ook zeggen mogen wat je vindt en gehoord kunnen worden. De vrijheid van meningsuiting lijkt soms hoog in ons morele vaandel te staan. We moeten ongeremd anderen kunnen uitmaken voor alles wat mooi en lelijk is. Als die anderen het zelfde doen moeten ze opgesloten worden of tenminste monddood gemaakt. Een dominee mag gerust zijn vrouwelijke gemeenteleden voorhouden dat volgens het Nieuwe Testament vrouwen hun hoofd gedekt moeten houden, een Iman mag in geen geval zijn vrouwelijke gelovigen voorhouden dat het binnen de Islam gewoonte is geworden dat vrouwen hun hoofd gedekt houden. Of die vrouwen dat overigens doen moeten ze zelf weten. De vrijheid van meningsuiting is ook dat iedereen recht heeft om zich in kleding en gedrag zo te uiten als men wil. We zullen moeten leren leven in een wereld van gerechtigheid en vrede. Angst is daarbij de slechtste raadgever. Sta dus op tegen verdeeldheid brengen en anderen verketteren. Ga in gesprek en heb zelfs de vijanden lief.

Al deze mensen

donderdag, 11 augustus, 2016

Hebreeën 11:23-40

23  Door hun geloof konden Mozes’ ouders hem na zijn geboorte drie maanden verborgen houden. Ze vonden hun kind erg mooi en waren niet bang voor het bevel van de koning.  24  Door zijn geloof weigerde Mozes, toen hij volwassen werd, aangesproken te worden als zoon van een dochter van de farao. 25  Liever werd hij even slecht behandeld als het volk van God dan dat hij vluchtig voordeel had bij de zonde; 26  omdat hij uitzag naar de beloning waardeerde hij de smaad van Christus hoger dan de schatten van Egypte. 27  Door zijn geloof verliet hij Egypte zonder angst voor de woede van de koning; hij volhardde, als zag hij de Onzienlijke. 28  Door zijn geloof liet hij het pesachfeest vieren, en de deurposten met bloed besprenkelen opdat de doodsengel hun eerstgeborenen geen haar zou krenken. 29  Door het geloof kon het volk door de Rode Zee trekken als over droog land; toen de Egyptenaren dat ook probeerden werden ze verzwolgen. 30  Door dat geloof vielen de muren van Jericho toen het volk er zeven dagen lang omheen getrokken was. 31  Door haar geloof ontving de hoer Rachab de verkenners gastvrij in haar huis en is ze niet met de ongehoorzame bewoners van haar stad omgekomen.  32 ¶  Wat valt hier nog aan toe te voegen? De tijd ontbreekt me om te vertellen over Gideon en Barak, Simson en Jefta, David en Samuël, en over de profeten, 33  die door hun geloof koninkrijken overwonnen, gerechtigheid lieten gelden, en kregen wat hun beloofd was; die leeuwen de muil toeklemden, 34  aan vuur de laaiende kracht ontnamen en ontkwamen aan de houw van het zwaard; die hun zwakheid krachtig overwonnen, in de oorlog machtige helden werden en vijandelijke legers op de vlucht joegen. 35  Vrouwen kregen hun doden terug doordat die uit de dood opstonden. Anderen werden gemarteld tot de dood erop volgde en wilden van geen vrijlating weten, omdat ze uitzagen naar een betere opstanding. 36  Weer anderen kregen te maken met bespotting en geseling, zelfs met arrestatie en gevangenschap. 37  Ze werden gestenigd of doormidden gezaagd, of stierven door een moordend zwaard. Ze zwierven rond in schapenvachten of geitenvellen, berooid, vernederd en mishandeld. 38  Ze doolden door verlaten oorden en berggebieden en verscholen zich in grotten en holen onder de grond. Ze waren voor de wereld te goed. 39  Al deze mensen, die van oudsher om hun geloof geprezen worden, hebben de belofte niet in vervulling zien gaan 40  omdat God voor ons iets beters had voorzien, en hij hen niet zonder ons de volmaaktheid wilde laten bereiken. (NBV)

Er zijn van die feestdagen in de traditie van de kerk die soms aan slijtage onderhevig zijn maar bij tijd en wijle toch weer populair worden. Zo hebben we in november “allerzielen”” dat de laatste jaren een steeds grotere belangstelling krijgt.  Op allerzielen worden alle mensen herdacht die overleden zijn. Niet iedereen is immers een voorbeeld, al noemt het stuk uit Hebreeën dat we vandaag lezen nog een flink aantal boeiende voorbeelden, maar iedereen is wel een mens en daarom het herdenken waard. Rond allerzielen worden ook bezoeken gebracht aan begraafplaatsen of muren met urnen. In Rooms Katholieke kerken vinden vaak vieringen plaats en in Protestantse Kerken gebeurt dat op één van de zondagen voor of na allerzielen, of op de zondag voor de eerste advent. Dan worden vaak de namen nog eens genoemd van hen die in het afgelopen jaar overleden zijn.

Een feestdag die vlak bij allerzielen wordt gevierd is de dankdag voor gewas en arbeid. Als alle oogst binnen is en verwerkt dan wordt het tijd daar samen God voor te danken. De dankdag voor gewas en arbeid lijkt  met haar vreugde in tegenstelling te zijn met de droefenis van allerzielen. Toen we bijna allemaal nog werkten in de landbouw en veeteelt was het nu het moment om de oogst te tellen. De oogst is niet alleen binnengehaald maar ook opgeborgen voor de winter. Het vee is geslacht en het vlees geconserveerd voor de komende tijd. Het zal nog maar een paar weken duren en de eerste armen komen langs met een lichtje en een lied over Sint Maarten. Tijd om te denken aan het rijk van eerlijk delen en zorgen voor elkaar. Daarin mag je dankbaar zijn voor de tijd die je het leven mocht delen met hen die gestorven zijn.

Iedereen heeft ook goede herinneringen aan hen die gestorven zijn en die herinneringen geven mee vorm aan het goede dat er nu nog in het leven is. Daarmee worden dierbaren die overleden zijn ook voorbeelden die inspireren om het Rijk van God mee vorm te geven. En als de schrijver van de brief aan de Hebreeën terugkijkt in de geschiedenis van Israël dan zijn er voortdurend momenten te zien waarop het volk weer het volk van de God van Israël kon zijn en weer verder kon. Zo is het ook voor ons goed om af en toe achterom te kijken naar onze eigen geschiedenis en de momenten te benoemen waarop we, misschien zelfs ongedacht, weer verder konden met ons leven. Dan zullen we merken dat de doden ons niet vasthouden maar ons kracht kunnen geven om vooruit te kijken. De liefde die wij van onze geliefden ontvingen maakt dat we mogen blijven geloven aan de Liefde en de mogelijkheid liefde te verspreiden. En daartoe roept de Bijbel ons elke dag opnieuw op, ook vandaag weer.