Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor maart, 2016

Offers en gaven hebt u niet verlangd

zondag, 20 maart, 2016

Hebreeën 10:1-10

1 ¶  Omdat de wet slechts een voorafschaduwing toont van al het goede dat nog komen moet en daarvan niet de gestalte zelf laat zien, heeft hij ook niet de kracht om degenen die jaar in jaar uit met steeds dezelfde offers aan de dienst deelnemen ooit tot volmaaktheid te brengen. 2  Anders zouden die offers allang niet meer gebracht worden; degenen die aan de dienst deelnemen, zouden immers als ze eenmaal gereinigd zijn geen enkel zondebesef meer hebben. 3  Het tegendeel is echter waar: elk jaar worden met dezelfde offers de zonden weer in herinnering geroepen 4  bloed van stieren en bokken kan mensen onmogelijk van hun zonden bevrijden. 5  Daarom zegt Christus bij zijn komst in de wereld: ‘Offers en gaven hebt u niet verlangd, maar u hebt mij een lichaam gegeven; 6  brand- en reinigingsoffers behaagden u niet. 7 ¶  Toen heb ik gezegd: “Hier ben ik, ” want dit staat in de boekrol over mij geschreven: “Ik ben gekomen, God, om uw wil te doen.”’ 8  Eerst zegt hij: ‘Offers en gaven hebt u niet verlangd, brand- en reinigingsoffers behaagden u niet’ daarmee bedoelt hij de offers die volgens de wet worden gebracht. 9  Dan zegt hij: ‘Hier ben ik, ik ben gekomen om uw wil te doen, ‘waarmee hij het eerste opheft om het tweede van kracht te doen zijn. 10  Op grond van die wil zijn wij voor eens en altijd geheiligd, door het offer van het lichaam van Jezus Christus. (NBV)

We hebben nog al een rare opvatting over offers als we de Bijbel mogen geloven. Vandaag lezen we een stukje waarin de schrijver van de preek aan de Hebreeën probeert uit te leggen wat nu eigenlijk in Christelijke zin een offer is en waar we met onze opvattingen over offers fout zitten. Hij heeft het niet gemakkelijk want hij moet twee soorten opvattingen bestrijden die verschillen maar ook op elkaar lijken. In de eerste plaats de Heidense opvatting. Daarin worden goden gevoed en tevreden gesteld met offers door de gelovigen. Dat de Priesters die offers opeten doet verder in die opvatting niet ter zaken. Dat het offervlees soms wordt verhandeld ook niet, het kopen en eten van dat offervlees kan je zelfs dichterbij die god brengen. Veel Christenen zagen daarom af van het eten van offervlees dat afkomstig was van offers gebracht in de Heidense Tempels.

Dan is er ook nog de Joodse opvatting over offers. Niet de oorspronkelijke Bijbelse opvatting maar een opvatting die er in de eeuwen onder invloed van de Heidense opvatting ingeslopen was. De Joodse gelovigen wisten best dat hun God niet gevoed hoefde te worden. Die God had immers zelf alles geschapen en had het leven aan mens en dier gegeven. Zo’n God hoeft het eten niet te krijgen van mensen. Maar kreeg uit respect voor het leven wel het leven terug dat hij gegeven had. Dat werd gedaan door het bloed, de drager van het leven, uit te sprenkelen over het altaar. Maar de offers die werden gebracht zouden God wel gunstig stemmen volgens de Priesters en Levieten, die offers zouden de zondaren bevrijden van hun zonden. De schrijver van deze preek bestrijdt dat. Hij heeft machtige stemmen aan zijn zijde want al in de profeten stond geschreven dat de God van Israël niet zal te wachten op offers van de gelovigen maar op gerechtigheid.

Zo is het dan ook met het offer dat Jezus van Nazareth aan het kruis heeft gebracht. Hij heeft zich immers opgeofferd om het uitbreken van een bloedige opstand te voorkomen. Hij liet het zwaard van zijn vrienden weer in de schede steken en genas de vijandelijke soldaat die was verwond. Aan het kruis bad hij voor wie hem vervolgden en vroeg zelfs zijn Vader het hen niet aan te rekenen. De wil om zelfs door de dood heen de Liefde de boventoon te laten volgen heiligt iedereen, dat kan iedereen navolgen, dat is een offer waar we dankbaar voor kunnen zijn want in de wereld zouden we zeggen dat zoiets nooit opgebracht kan worden. Afzien van geweld en zelfs je vijanden lief hebben als jezelf is ergerlijk of een dwaasheid. Maar het is de wil van onze God, daarmee betrachten we gerechtigheid, we doen recht aan het leven zelf door voor ons gelijk geen levens te eisen maar liefde. Elke dag mogen we dat weer opnieuw doen, ook vandaag weer.

De Heer heeft het nodig

zaterdag, 19 maart, 2016

Lucas 19:29-48

29  Toen hij Betfage en Betanië bij de Olijfberg naderde, stuurde hij twee van de leerlingen vooruit 30  en zei tegen hen: ‘Ga naar het dorp daarginds. Daar zullen jullie een vastgebonden veulen vinden, dat nog nooit door iemand bereden is. Maak het los en breng het hier. 31  Als iemand jullie vraagt: “Waarom maken jullie het los?” moeten jullie antwoorden: “De Heer heeft het nodig.”’ 32  De beide leerlingen gingen op weg en vonden het veulen, precies zoals Jezus had gezegd. 33  Toen ze het dier losmaakten, vroegen de eigenaars hun: ‘Waarom maken jullie het los?’ 34  Ze antwoordden: ‘De Heer heeft het nodig.’ 35  Daarna brachten ze het veulen naar Jezus. Ze wierpen hun mantels over het dier en lieten Jezus erop zitten. 36  Onderweg spreidden de leerlingen hun mantels voor hem op de grond uit. 37  Toen hij op het punt stond de Olijfberg af te dalen, begon de hele groep leerlingen vol vreugde en met luide stem God te prijzen om alle wonderdaden die ze hadden gezien. 38  Ze riepen: ‘Gezegend hij die komt als koning, in de naam van de Heer! Vrede in de hemel en eer aan de Allerhoogste!’ 39  Enkele Farizeeën in de menigte zeiden tegen Jezus: ‘Meester, berisp uw leerlingen.’ 40  Maar hij antwoordde: ‘Ik zeg u: als zij zouden zwijgen, dan zouden de stenen het uitschreeuwen.’ 41 ¶  Toen hij Jeruzalem voor zich zag liggen, begon hij te huilen over het lot van de stad. 42  Hij zei: ‘Had ook jij op deze dag maar geweten wat vrede kan brengen! Maar dat blijft voor je verborgen, ook nu. 43  Want er zal een tijd komen dat je vijanden belegeringswerken tegen je oprichten, je omsingelen en je van alle kanten insluiten. 44  Ze zullen je met de grond gelijk maken en je kinderen verdelgen, en ze zullen geen steen op de andere laten, omdat je de tijd van Gods ontferming niet hebt herkend.’ 45  Hij ging naar de tempel, waar hij de handelaars begon weg te jagen, 46  terwijl hij hun toevoegde: ‘Er staat geschreven: “Mijn huis moet een huis van gebed zijn, ”maar jullie hebben er een rovershol van gemaakt!’ 47  Dagelijks gaf hij onderricht in de tempel. De hogepriesters, de schriftgeleerden en de leiders van het volk wilden hem uit de weg ruimen, 48  maar ze wisten niet hoe ze dat moesten doen, want het hele volk hing aan zijn lippen. (NBV)

De ene eigenaar helpt de andere. Voor “Heer” en “eigenaar” wordt in het Grieks hier hetzelfde woord “Kurios” gebruikt. In het Latijn staat dan “Ceasar”, bij ons komt het woord “Keizer” hiervandaan. Het is een Keizerlijke intocht die Jezus van Nazareth in Jeruzalem te wachten staat. Eindelijk is het zover. Vanaf het verhaal van Zacharias, de profeet die z’n mond moest houden, tot aan deze intocht draait het hele verhaal van het Evangelie van Lucas om de reis naar Jeruzalem. Op twee momenten in het jaar is de Kerk dit verhaal gaan lezen. Op de zogenaamde “Palmzondag”, de zondag voor Pasen en op de laatste zondag voor de Advent, de zondag waarop het Koningschap van Jezus van Nazareth wordt gevierd. De eerste zondag van de Advent wordt dat het verhaal van Zacharias en Elisabeth gelezen zodat de kring weer rond is.

Maar dat Koningsverhaal van Jezus van Nazareth wordt meestal verteld als contrast, als tegenstelling. Zo hoog Jezus hier verheven lijkt zo pijnlijk zal zijn verblijf in Jeruzalem zijn waar hij wordt gekruisigd, of zo armoedig zal zijn geboorte in de stal van Bethlehem zijn. Jezus van Nazareth zelf ziet het anders. Als de mensen niet zouden juichen dan zouden de stenen in de straat het wel uitschreeuwen. Het Koningschap van Jezus van Nazareth was toen een politieke demonstratie en dat hoort het nu eigenlijk nog steeds te zijn. Daar zal die intocht ook op uitlopen. Jeruzalem was niet een stad van vrede geworden, een stad van delen met de armsten, maar een stad van onderdrukking, van handel en het aanbidden van winst en profijt. Op het hoogtepunt van de intocht huilt Jezus over deze verwording en als hij de stad is binnengereden begint hij de Tempel te bevrijden van alle aanbidding van winst en profijt, hij ramt de handelaars de voorhof uit.

Niet oorlog en geweld zijn de wapens van de leerlingen van Jezus van Nazareth, niet de aanbidding van winst en profijt, maar de Vrede en mantels op de grond en takken van de bomen. De Koning der Koningen, de eigenaar van Hemel en Aarde, de Kurios, onze Keizer van de wereld rijdt niet op schitterend getuigde paarden of in draagkoetsen, laat staan in gepantserde limousines, omringt door beveiligers, maar is op een ezel bereikbaar voor iedereen die hem wil toejuichen. Zo volstrekt anders is deze Heer van de Wereld dat de volgelingen een groot politiek gevaar opleveren. Als iedereen werkelijk zou delen met de armen, als werknemers niet meer in bedrijven zouden willen werken als ieders inbreng daar niet gelijkelijk wordt gewaardeerd, als we alleen nog maar Fair Trade producten zouden kopen, als niemand meer naar de oorlog zou willen gaan maar alle jongeren na hun studie hun kennis gingen overdragen aan jongeren die geen school in de buurt hebben dan zou de wereld er heel anders uitzien. Wij kunnen dus vandaag de wereld veranderen.

Wie heeft zal nog meer krijgen

vrijdag, 18 maart, 2016

Lucas 19:11-28

11 ¶  Aan de mensen die stonden te luisteren, vertelde hij nog een gelijkenis, aangezien hij nu dicht bij Jeruzalem was en zij dachten dat het koninkrijk van God nu spoedig zou aanbreken. 12  Hij zei: ‘Een man van voorname afkomst ging op reis naar een ver land om het koningschap in ontvangst te nemen en dan terug te keren. 13  Hij riep tien van zijn dienaren bij zich, gaf elk van hen honderd drachme en zei tegen hen: “Ga daarmee handeldrijven terwijl ik weg ben.” 14  Maar zijn landgenoten haatten hem en stuurden afgevaardigden achter hem aan met de boodschap: “We willen niet dat die man koning over ons wordt!” 15  Bij zijn terugkeer, toen hij het koningschap had ontvangen, liet hij de dienaren aan wie hij het geld had gegeven bij zich roepen om te vernemen wat ze met handeldrijven hadden verdiend. 16  De eerste kwam en zei: “Heer, uw geld heeft het tienvoudige opgeleverd.” 17  Zijn meester zei: “Voortreffelijk, je bent een goede dienaar. Omdat je betrouwbaar bent geweest in iets zeer gerings verleen ik je het bestuur over tien steden.” 18  De tweede kwam zeggen: “Uw geld, heer, heeft het vijfvoudige opgebracht.” 19  Tegen hem zei hij: “Jij krijgt het bestuur over vijf steden.” 20  Toen kwam de derde dienaar, die zei: “Heer, hier is uw geld, ik heb het in een doek voor u bewaard. 21  Ik was bang voor u, omdat u een streng man bent die terugvordert wat hij niet heeft gestort en oogst wat hij niet heeft gezaaid.” 22  Zijn meester zei tegen hem: “Je bent een slechte dienaar, met je eigen woorden zal ik je veroordelen! Je wist dat ik een streng man ben en terugvorder wat ik niet heb gestort en oogst wat ik niet heb gezaaid? 23  Waarom heb je mijn geld dan niet bij de bank in bewaring gegeven? Dan had ik het bij mijn terugkeer met rente kunnen opvorderen.” 24  En tegen degenen die erbij stonden zei hij: “Neem hem de honderd drachme af en geef ze aan de knecht die het tienvoudige verworven heeft.” 25  Ze zeiden tegen hem: “Heer, hij heeft al het tienvoudige!” 26  “Ik zeg jullie: wie heeft zal nog meer krijgen; maar wie niets heeft, hem zal zelfs wat hij heeft worden ontnomen. 27  En die vijanden van mij die niet wilden dat ik koning over hen werd, breng hen hier en dood ze voor mijn ogen.”’ 28 ¶  Na deze woorden trok Jezus verder, op weg naar Jeruzalem. (NBV)

Het grootste geschenk dat we gekregen hebben is de Liefde. Nu is het zo dat die softe Liefde gemakkelijk verwaarloosd kan worden. Wat moet je er mee zeggen veel mensen. Met Liefde wordt de wereld niet beter, mensen zijn immers boosaardig en denken alleen om zichzelf. In de verhalen van Jezus van Nazareth wordt geprobeerd ons en iedereen te overtuigen van het tegendeel. Daarom kan ook gezegd worden dat wie heeft nog meer zal krijgen. Want wie Liefde voor de naaste heeft, zal nog meer Liefde krijgen, liefde in ruil voor de liefde gegeven, maar je leert ook nog nog meer mensen lief te hebben. Want mensen zijn niet altijd boosaardig en denken alleen om zichzelf. Als we leren luisteren naar mensen en als we proberen te verstaan wat ze echt nodig hebben dan is onze liefde zeer op z’n plaats. We moeten dan wel bereid zijn om echt te delen en mensen echt een plek te geven in onze samenleving. Het ergste wat je mensen aan kan doen is ze een aalmoes te geven. De gift die uitdrukt dat de gever rijk is en de ontvanger arm. Dat is niet delen maar dat is tot uitdrukking brengen dat je ongelijk bent.

Daarom wordt in dit verhaal ook verteld dat de dienaren werken met het geld dat hun werd toevertrouwd. Natuurlijk kan de een meer verdienen dan de ander. Mensen zijn gelijkwaardig, zijn broeders en zusters, maar zijn niet gelijk. Er zijn mensen die handig zijn en er zijn mensen die slim zijn. Er zijn mensen die lang hetzelfde kunnen volhouden en er zijn mensen die veel dingen tegelijk of kort na elkaar kunnen doen. Al die mensen zijn nodig in onze samenleving. Al die mensen kunnen elkaar aanvullen en elkaar rijker maken. Daarom is het ook onrechtvaardig als mensen hun eigenschappen tot de meest belangrijke verklaren en daarvoor het grootste deel van de winst in hun zak steken. Maar wie de Liefde ter zijde schuift en daar niets mee wil doen die wordt vanzelf boosaardig en kan niets anders meer dan alleen aan zichzelf denken.

Die deelt niet, die profiteert alleen. Wees niet bang door zo iemand uitgebuit en voor de gek gehouden te worden. Als je werkelijk let op de armsten, op de minsten onder ons, dan zul je zien dat die liefdeloze mensen nooit iets voor iemand anders over hebben, nooit willen delen, geen stap voor een ander willen zetten, maar ook nooit de ander zien of horen. Doof zijn ze en blind voor wat er om hen heen met hun broeders en zusters gebeurd. Daarom kan hen zelfs het beetje liefde dat ze zouden kunnen krijgen van jou en mij worden ontnomen. Het kan ze immers gestolen worden zeggen ze zelf. Wie een schat wil hebben in het leven, wie werkelijk blijvend rijk wil worden, die werkt dag in dag uit met het grootste geschenk dat we ooit kregen, met de liefde.

Ieder die tot de gemeenschap behoort

donderdag, 17 maart, 2016

Exodus 12:43-51

43 ¶  De HEER zei tegen Mozes en Aäron: ‘Voor het pesachmaal gelden deze voorschriften: Er mag geen enkele vreemdeling aan deelnemen. 44  Een slaaf die door iemand gekocht is, mag er echter aan deelnemen zodra hij besneden is. 45  Een vreemdeling die tijdelijk bij je verblijft of een dagloner mag er niet aan deelnemen. 46  Het maal moet worden gebruikt in het huis waarin het is klaargemaakt, je mag niets van het vlees buitenshuis brengen; de botten mag je niet breken. 47  Ieder die tot de gemeenschap van Israël behoort, is verplicht dit maal te bereiden. 48  Wil een vreemdeling die bij jullie woont het pesachmaal ter ere van de HEER bereiden, dan mag dat pas nadat hij en al zijn mannelijke familieleden besneden zijn, want alleen dan kan hij op één lijn worden gesteld met een geboren Israëliet. Maar een onbesnedene mag er niet aan deelnemen. 49  Voor geboren Israëlieten en voor vreemdelingen geldt een en dezelfde regel.’ 50  De Israëlieten deden wat de HEER aan Mozes en Aäron had bevolen. 51  Op diezelfde dag leidde de HEER de Israëlieten, in groepen geordend, uit Egypte. (NBV)

Midden in het verhaal over de Uittocht neemt de Bijbel de ruimte om goed duidelijk te maken wat het belang is van de herinnering aan Pesach. Die nacht waarin een scheiding werd gemaakt tussen het Egypte van de dood en het Israël van het leven was niet zo maar een nacht. In die nacht ontstond het volk van Israël en werd de God van Abraham, Izaäk en Jakob ook echt de God van Israël, de God van het volk van bevrijde slaven. Aan de maaltijd, waarop die bevrijding niet alleen herdacht wordt maar ook opnieuw gebeurt in het antwoord op de vraag waarom die avond anders is als alle andere, mogen dus alleen zij deelnemen die tot het volk van bevrijde slaven horen. Voor mannen is het teken daarvoor dat zij besneden zijn. Toevallige voorbijgangers, als vreemdelingen die met je handel komen drijven of op bezoek zijn, horen er niet bij, net als slaven die er voor kiezen niet bij jouw huishouding te horen maar hun tijd uitdienen tot ze weer naar hun eigen huis kunnen terugkeren.

Maar iedereen die tot het volk van bevrijde slaven wil horen is verplicht mee te doen, verplicht om mee te vieren dat de slaven bevrijd zijn, dat het volk op weg is gegaan naar het beloofde land, het land overvloeiende van melk en honing, naar de wereld waarop uiteindelijk alle tranen gedroogd zullen zijn. Want je kunt niet onverschillig blijven bij zo’n machtige daad die van geslacht op geslacht doorwerkt in de wereldgeschiedenis. Het ongezuurde brood staat weer op tafel, een beker wijn is het teken van de vreugde en wordt gezegend zodat het goede er vanuit kan gaan. Volgende week vieren ook de Christelijke kerken weer die Pesach maaltijd. Niet alle voorschriften worden dan nageleefd. Als teken dat werkelijk iedereen op de hele wereld mee mag gaan met die God van Israël is het voorschrift van de besnijdenis vervallen. Joden worden nog besneden en dat is goed, Heidenen hoeven zich niet te laten besnijden. Ook het karakter van die Pesach maaltijd is veranderd. De bevrijding is nu niet alleen van slavernij, niet van het kwaad van Egypte alleen, maar van alle kwaad, van onrecht en geweld in de wereld.

Daarvoor was Jezus van Nazareth consequent de weg gegaan van Gij zult niet doden, doe een ander niet wat gij niet wilt dat U geschiedt, heb Uw naaste lief als Uzelf. Tegen de dood in ging hij die weg en zoals de matzes gebroken worden met Pesach werd zijn lichaam gebroken en zoals de wijn wordt geschonken bij die maaltijd werd zijn bloed vergoten. Sinds die Pesach maaltijd, waarop Jezus van Nazareth zijn volgelingen vroeg de bevrijding door de God van Israël te verbinden met de Weg die hij te gaan had om de Liefde van die God door de dood heen vol te houden, vieren Christenen over de hele wereld zondag aan zondag die maaltijd, de maaltijd van bevrijding. De Pesach maaltijd was een maaltijd die op een avond werd gevierd en daarom noemen Christenen hun maaltijd het Avondmaal. In Protestantse kerken niet overal elke zondag gevierd maar deze week op Donderdagavond zeker wel. De voorschriften die we vandaag lezen in het verhaal over de Uittocht waren het begin, wij mogen er ook deze week in meegaan, door ons brood te delen en mee te doen in de bevrijding van de armen, de slaven, de ontrechten, de onderdrukten, ook vandaag weer.

 

‘Ga onmiddellijk bij mijn volk weg, ‘

woensdag, 16 maart, 2016

Exodus 12:29-42

29 ¶  Midden in de nacht doodde de HEER alle eerstgeborenen in Egypte, van de eerstgeborene van de farao, zijn troonopvolger, tot de eerstgeborene van de gevangene, en ook al het eerstgeboren vee. 30  De farao, zijn hovelingen en alle andere Egyptenaren schrokken die nacht wakker, en in heel Egypte klonk een luid gejammer, want er was geen huis waarin geen dode was. 31  Die nacht nog ontbood de farao Mozes en Aäron. ‘Ga onmiddellijk bij mijn volk weg, ‘zei hij, ‘u en alle Israëlieten! Ga de HEER maar vereren, zoals u hebt gevraagd. 32  Neem uw schapen, geiten en runderen mee, zoals u gevraagd hebt, en verdwijn! Maar bid dan ook voor mij om zegen.’ 33  De Egyptenaren drongen er bij het volk op aan zo snel mogelijk uit hun land weg te gaan. ‘Anders sterven we allemaal nog!’ zeiden ze. 34  Toen pakten de Israëlieten hun baktroggen, met daarin het nog ongedesemde deeg, wikkelden die in kleren en namen ze op de schouders. 35  Ze hadden gedaan wat Mozes had opgedragen en de Egyptenaren om zilveren en gouden sieraden en om kleren gevraagd. 36  En de HEER had ervoor gezorgd dat de Egyptenaren hun goedgezind waren, zodat ze op hun verzoek ingingen. Zo beroofden ze de Egyptenaren. 37 ¶  De Israëlieten trokken te voet van Rameses naar Sukkot; hun aantal bedroeg ongeveer zeshonderdduizend, vrouwen en kinderen niet meegerekend, 38  terwijl er bovendien een grote groep mensen van allerlei herkomst met hen meetrok. Ze voerden enorme kudden schapen, geiten en runderen mee. 39  Van het deeg dat ze uit Egypte hadden meegenomen bakten ze ongedesemde broden. Doordat ze uit Egypte waren weggejaagd, was er geen tijd geweest om zuurdesem toe te voegen of voor andere proviand te zorgen. (NBV) 40  Vierhonderddertig jaar hadden de Israëlieten in Egypte gewoond; 41  na precies vierhonderddertig jaar-geen dag eerder of later-trok het volk van de HEER, in groepen geordend, uit Egypte weg. 42  Die nacht waakte de HEER om hen uit Egypte weg te leiden. Daarom waken de Israëlieten nog altijd in deze nacht ter ere van de HEER, elke generatie opnieuw.(NBV)

Dan is de maat vol, dan is het geduld op. Drie maal drie keer heeft de farao de kans gehad zich te onderwerpen aan de God van Israël, maar drie maal drie keer leek hij in het licht van de God van Israël steeds harder te worden, zich steeds vaster te klampen aan zijn eigen godsdienst, de godsdienst van de dood. Nu in het midden van de nacht komt die dood in elk huis van Egypte, tot in de gevangenis toe. Een volk dat zo bezig is zich voor te bereiden op een leven na de dood, daar eigenlijk alles aan opoffert zou toch niet moeten schrikken als de eerstgeborenen die reis alvast beginnen, maar het tegendeel is het geval. Ondanks het duister van de nacht schrikt iedereen wakker van de dood en klinkt in heel Egypte een luid gejammer. Nog dezelfde nacht is het de farao zelf die Mozes en Aäron ontbiedt en de Hebreeën beveelt weg te gaan zoals zij gevraagd hebben. Hij kan ook niet meer tegen de druk van zijn eigen volk op dat bang is allemaal te moeten sterven voor de hardnekkigheid van de farao. Eindelijk kiezen ook de Egyptenaren voor het leven, maar daarvoor moeten ze eerst oog in oog komen te staan met de dood. De Israëlieten stonden al gepakt en gezakt klaar. Ze hadden van de Egyptenaren goud en zilver gevraagd en kleren, loon voor vele eeuwen slavernij.

Ooit waren er 70 naar Egypte getrokken met Jakob de aartsvader nu trokken er zeshonderdduizend strijdbare mannen het land weer uit, vrouwen en kinderen telden nog steeds niet. De belofte aan Abraham, Izaaäk en Jakob was ondanks alle slavernij, ondanks de pogingen van de farao het volk uit te roeien uitgekomen. Het was een groot volk dat rijk beladen uittrok uit Egypte, bevrijd van de slavernij. Van de voorraadstad die ze hadden gebouwd voor de farao naar de grens met de woestijn trokken ze. Niet alleen de nakomelingen van de zonen van Jakob maar alle slaven en zelfs Egyptenaren trokken met ze mee, een grote groep van allerlei herkomst. Van het deeg bakten ze de ongezuurde broden, de matzes, leeftocht voor de tocht door de woestijn. Dertig jaar had Jozef in Egypte voor zijn vader, zijn broers en hun familie gezorgd en er voor gezorgd dat de Egyptenaren de magere jaren konden doorkomen waarin de oogst mislukte en het vee vermagerde.

Na de dood van Jozef hadden de Hebreeën nog vierhonderd jaar in Egypte gewoond. Het was een nacht om nooit te vergeten, een nacht waarin de God van Israël niet alleen scheiding maakte tussen licht en duister, tussen dag en nacht, tussen zon en maan, tussen land en water, maar eindelijk ook tussen dood en leven. Een nacht om elk jaar opnieuw te doorwaken. Een feest ook voor ons om bij stil te staan en te vieren. Want van begin af aan zijn het niet alleen de nakomelingen van Jakob en zijn zonen die profiteren van het ingrijpen van de God van Israël, van de bevrijding uit de slavernij. Tot de grote groep van allerlei herkomst mogen ook wij behoren. Zolang de Joden het verhaal vertellen in tegenwoordige tijd roepen zij eigenlijk ook tegen ieder die het horen wil om mee te gaan. Uittrekken uit de wereld van de dood en te kiezen voor de wereld van het leven, voor het land waar alle tranen gedroogd zijn, waar iedereen mag bij horen en waar alles met iedereen wordt gedeeld. Vandaag mogen ook wij ons klaarmaken voor die reis om mee te gaan op de weg van Jezus van Nazareth, de weg van breken en delen.

“Wat betekent dit gebruik?”

dinsdag, 15 maart, 2016

Exodus 12:14-28

14  Die dag moet voortaan een gedenkdag zijn, die je moet vieren als een feest ter ere van de HEER. Dit voorschrift blijft voor altijd van kracht, alle komende generaties moeten die dag vieren. 15  Eet dan zeven dagen lang ongedesemd brood, en verwijder meteen op de eerste dag alle zuurdesem uit jullie huizen; wie op een van die zeven dagen iets eet dat zuurdesem bevat, moet uit de gemeenschap van Israël gestoten worden. 16  De eerste en zevende dag zijn heilige dagen die jullie samen moeten vieren. Die beide dagen mag er geen enkele bezigheid verricht worden, jullie mogen alleen het voedsel bereiden dat ieder nodig heeft. 17  Dit voorschrift blijft voor altijd van kracht. Generatie na generatie moeten jullie het feest van het Ongedesemde brood vieren, omdat ik jullie die dag, in groepen geordend, uit Egypte heb geleid. 18  Van de avond van de veertiende dag van de eerste maand tot de avond van de eenentwintigste dag van die maand moeten jullie ongedesemd brood eten. 19  Gedurende die zeven dagen mag er geen zuurdesem in jullie huizen te vinden zijn; iedereen die iets eet dat zuurdesem bevat, moet uit de gemeenschap van Israël gestoten worden, of het nu een vreemdeling is of een geboren Israëliet. 20  Eet niets dat met zuurdesem bereid is; eet uitsluitend ongedesemd brood, waar jullie ook wonen.”’ 21 ¶  Toen riep Mozes de oudsten van Israël bij elkaar. ‘Elke familie moet een lam of een bokje kiezen, ‘zei hij, ‘en dat moet worden geslacht als pesachoffer. 22  Laat ieder daarna een bos majoraantakken nemen, die in de schaal met bloed dopen en het bloed aan de bovendorpel en aan de beide deurposten strijken. Ga dan tot de morgen de deur niet uit, 23  want de HEER zal door Egypte heen gaan om het te straffen. Maar ziet hij bij een deur bloed aan de bovendorpel en aan de posten, dan zal hij die deur voorbijgaan, hij zal de doodsengel geen toestemming geven om uw huizen binnen te gaan en u te treffen. 24  Dit voorschrift blijft voor u en uw kinderen voor altijd van kracht. 25  Ook als u eenmaal in het land bent dat de HEER u zal geven, zoals hij heeft beloofd, moet u dit gebruik in ere houden. 26  En als uw kinderen dan vragen: “Wat betekent dit gebruik?” 27  antwoord dan: “Wij brengen de HEER een pesachoffer omdat hij de huizen van de Israëlieten voorbij is gegaan toen hij de Egyptenaren strafte; ons heeft hij gespaard.”’ Toen knielden de Israëlieten en bogen ze zich diep neer, 28  en ze deden wat de HEER aan Mozes en Aäron had bevolen. (NBV)

De Bijbel houdt niet van zinloze gebruiken, die je doet omdat ze nu eenmaal altijd al gedaan worden. Dat geldt zeker niet voor het hoogtepunt van de jaarlijkse feesten, het Pesachfeest. Dat is het feest van de keuze tussen leven en dood. Die dood vergeten we vaak gemakshalve en misschien wel terecht want het gaat nu eenmaal om het leven. De slaven werden bevrijdt van de Egyptische doodscultuur. Het bloed, in Israël de drager van het leven, aan de deuren bevestigde de keuze. Daar woonden de mensen van het leven. Die bevrijding moest gevierd worden, jaar in jaar uit. Tot drie keer toe wordt die dag als “deze” dag genoemd om te onderstrepen hoe belangrijk, hoe Goddelijk, die bevrijding uit de slavernij in Egypte wel niet geweest was. Ongezuurde broden, de matzes worden er gegeten, zeven dagen lang zodat je zeker weet dat niemand nog oud zuurdesem gebruikt dat bedorven kan zijn, nee er moet gegarandeerd opnieuw worden begonnen. Wie zich daaraan niet houdt hoort niet bij het volk Israël, net als mannen die zich niet laten besnijden. Vreemdelingen worden van die regel overigens uitgezonderd.

Die matzes laten zich overigens gemakkelijk bewaren want door het ontbreken van het zuurdesem bederven ze lang zo snel niet en het was dus ideaal brood om mee te nemen op reis. Het is nog steeds het brood van de armen, in India heten ze chapati maar het recept van meel, olie, water en een snufje zout is nog steeds hetzelfde. Je rolt het deeg dun uit en bakt het op een hete steen of een hete bakplaat. Samen met geroosterd vlees levert het ook nog een smakelijke en voedzame maaltijd op. Nauwkeurig staan de gebruiken van de Pesach beschreven en hun betekenis. Al ontgaan ons soms betekenissen die voor de Hebreeuwse lezers uit de tijd van de ballingschap nog zeer vanzelfsprekend waren. Dat hysopbladeren verkoelend werken zal ons onbekend zijn en dat bloed aan de deur ook het onheil kan weren is een betekenis die ons ook zal ontgaan. Die deur markeert volgens sommige rabbijnse uitleggers de grens tussen dood en leven.

Wij spreken overigens over een gebruik, maar in het Hebreeuws staat er letterlijk “dienst”, het je houden aan een dergelijk gebruik is ook een dienst aan de traditie, maar voor de Israëlieten uit het beloofde land ook een herinnering aan de richtlijn van eerlijk delen die ze in de woestijn hadden ontvangen. Door opnieuw te beginnen met de uittocht uit Egypte, beginnen ze ook opnieuw de reis met de God die met je meetrekt en met het houden van een Wet die de aarde tot het beloofde land zal maken. Daarom is het ook dat kinderen vragen waarom de Pesachmaaltijd zo anders is als anders en daarom wordt tot op de dag van vandaag het verhaal van de Uittocht uit Egypte vertelt in de tegenwoordige tijd, alsof het hier en nu gebeurt. Want het mag altijd weer opnieuw beginnen. We mogen elke dag weer opnieuw bevrijd worden van de slavernij van de dood, van de machten van de goden van goud en belofte, van de macht van de dood. Elke dag opnieuw mogen we kiezen voor het leven en delen van wat we hebben met hen die niets hebben opdat ook zij blijven leven en de hele aarde een mensenland wordt waar alle tranen gedroogd zijn. Elke dag, ook vandaag weer.

Ik zal die nacht rondgaan

maandag, 14 maart, 2016

Exodus 12:1-13

1 ¶  De HEER zei tegen Mozes en Aäron, nog in Egypte: 2  ‘Voortaan moet deze maand bij jullie de eerste maand van het jaar zijn. 3  Zeg tegen de hele gemeenschap van Israël: “Op de tiende van deze maand moet elke familie een lam of een bokje uitkiezen, elk gezin één. 4  Gezinnen die te klein zijn om een heel dier te eten, nemen er samen met hun naaste buren een, rekening houdend met het aantal personen en met wat ieder nodig heeft. 5  Het mag het jong van een schaap zijn of het jong van een geit, als het maar een mannelijk dier van één jaar oud is zonder enig gebrek. 6  Houd dat apart tot de veertiende van deze maand; die dag moet de voltallige gemeenschap van Israël de dieren in de avondschemer slachten. 7  Het bloed moeten jullie bij elk huis waarin een dier gegeten wordt, aan de beide deurposten en aan de bovendorpel strijken. 8  Rooster het vlees en eet het nog diezelfde nacht, met ongedesemd brood en bittere kruiden. 9  Het dier mag niet halfgaar of gekookt worden gegeten, maar uitsluitend geroosterd, en in zijn geheel: met kop, poten en ingewanden. 10  Zorg dat er de volgende morgen niets meer van over is. Mocht er toch iets overblijven, dan moet je dat verbranden. 11  Zo moeten jullie het eten: met je gordel om, je sandalen aan en je staf in de hand, in grote haast. Dit is een maaltijd ter ere van de HEER, het pesachmaal. 12  Ik zal die nacht rondgaan door Egypte, en ik zal daar alle eerstgeborenen doden, zowel van de mensen als van het vee, en ik zal alle Egyptische goden van hun voetstuk stoten, want ik ben de HEER. 13  Maar jullie zal ik voorbijgaan: aan het bloed zal ik jullie huizen herkennen, en door dat merkteken zal de dodelijke plaag waarmee ik Egypte straf, jullie niet treffen. (NBV)

Wie blijft staren op wat vroeger was versteent, verstart, vroeger was het echt niet beter. In de Bijbel zullen we nog genoeg verhalen over het volk Israël tegenkomen als ze terugkijken op vroeger, op hun verblijf in Egypte. Maar in Egypte loopt alles uit op de dood. Alleen niet voor de volgelingen van de God van Israël, daar gaat iets nieuws beginnen. Een nieuwe jaartelling, de eerste maand valt op het bevrijdingsfeest dat voortaan Pesach zal heten. Het nieuwe jaar niet, dat valt pas in de zevende maand, we moeten een eind op streek zijn als we nieuw jaar kunnen vieren, maar het begint met de bevrijding van de slavernij. Het is een wreed stukje dat we vandaag lezen. Alle eerstgeborenen zullen worden gedood, alleen niet die uit het land Gosen die herkenbaar zijn aan de met bloed bestreken dorpels van de deuren. En dat omdat God het hart van de farao heeft verhard.  Want al die Egyptenaren waren toch zo aardig om hun kostbaarheden te delen met de hebreeën. Als we dit een wreed stukje vinden dan lezen we dat als een geschiedenisverhaal waar alleen mensen in voorkomen.  Maar het gaat om de geschiedenis van God met de mensen. Daar wordt een scheiding gemaakt tussen dood en leven en worden de mensen opgeroepen te kiezen voor het leven.

Egypte staat daarbij voor het land van de dood. Niet zo vreemd want de godsdienst van Egypte draaide om de dood, de pyramiden van Egypte leggen daarvan tot op de dag van vandaag getuigenis van af en in het Egyptische dodenboek kun je lezen hoe die dodencultus in elkaar stak. Als je de God van Israël kent, de God van het leven, van het opkomen voor de zwakken, van de bevrijding van de slaven dan steekt die dodencultus wreed af tegen die God. Daarom gaat die God rond om alle Egyptische goden van hun voetstuk te stoten. De cultus van de dood loopt alleen maar uit op de dood, alles en iedereen die die cultus belijdt en aanhangt zal met de dood geconfronteerd worden, zal moeten huilen en rouwen om het dode dat gebleven is. Alleen wie het durft te wagen met de God die met je meegaat, die er zal zijn zoals die er zal zijn, de God van Israël zal leven. Die is herkenbaar aan de uitnodiging het offer te komen delen. Want waarom dat bloed aan de deurpost? Het lijkt op iets van tovenarij, maar als je na alle rampen die Egypte getroffen heeft nog durft te slachten en te roosteren, een dier in haar geheel, en het ook nog aandurft om iedereen en alles te laten zien dat je dat hebt gedaan, dan dwing je jezelf om je open te stellen om te delen.

Dan trek je uit uit het land van de dood, naar het land van het leven. Dan moet je leeftocht meenemen dat niet bederft, het zuurdesem verwijderen en ongezuurd brood eten. Wie trouwens regelmatig zuurdesembrood bakt weet dat het verstandig is na een jaar nieuw zuurdesem aan te maken, dat duurt een paar dagen en in die dagen is eten van ongezuurd brood zeer gezond. Het zijn richtlijnen die het leven markeren, Pesach is daarom een feest van het leven dat zich afzet tegen de dood. We weten daarom dat pas in het licht van de God van Israël het hart van mensen verhard kan worden, alsof die God dat zelf doet, want temidden van de doodsaanbidding kiezen voor het leven en is zo radicaal anders kiezen dat mensen zich daartegen verzetten. Of het nu gaat om delen met de hongerenden in Afrika, devluchtelingen op de Middellandse zee of kiezen voor klimaatmaatregelen waarvoor je je gewoonten en dagelijks leven moet aanpassen, we weten dat het verzet leidt tot de dood. Maar voor sommigen lijkt het of er eerst doodgegaan moet worden voor gekozen kan worden voor leven. Wacht daar dus niet op, kies nog vandaag voor het leven. De bevrijding uit Egypte laat zien dat het kan.

De dood van de erflater

zondag, 13 maart, 2016

Hebreeën 9:15-28

15 ¶  Zo is hij dan bemiddelaar van een nieuw verbond; hij is immers gestorven om ons te verlossen van de overtredingen tegen het eerste verbond. Nu kunnen allen die geroepen zijn het beloofde eeuwige erfdeel ontvangen. 16  Bij een testament is het noodzakelijk dat de dood van de erflater wordt vastgesteld. 17  Een testament is immers pas geldig na overlijden, het heeft geen rechtskracht wanneer de erflater nog leeft. 18  Daarom is ook het eerste verbond niet zonder bloed ingewijd. 19  Want nadat Mozes alle voorschriften van de wet aan heel het volk had voorgelezen, nam hij het bloed van jonge stieren en bokken, water, karmozijnrode wol en majoraan, en besprenkelde zowel het boek zelf als heel het volk, 20  en verklaarde: ‘Dit is het bloed van het verbond dat God aan u heeft opgelegd.’ 21  Vervolgens besprenkelde hij op dezelfde manier de tabernakel en alle voor de eredienst benodigde voorwerpen met het bloed. 22  Volgens de wet wordt inderdaad vrijwel alles met bloed gereinigd, want als er geen bloed wordt uitgegoten, vindt er geen vergeving plaats. 23 ¶  Als het dus noodzakelijk is dat de afbeeldingen van wat zich in de hemel bevindt op die manier gereinigd worden, dan moet wat in de hemel zelf is met veel betere offergaven worden gereinigd. 24  Christus is immers niet binnengegaan in een heiligdom dat door mensenhanden is gemaakt, in de voorafbeelding van het hemelse heiligdom, maar in de hemel zelf, waar hij nu bij God voor ons pleit. 25  Hij brengt daar niet telkens opnieuw het offer van zijn leven; hij is dus niet te vergelijken met de hogepriester die elk jaar het heiligdom binnengaat, en dat met bloed dat niet het zijne is, 26  want dan zou hij sinds de grondvesting van de wereld telkens opnieuw hebben moeten lijden. Nee, hij heeft zich bij de voltooiing van de tijden eenmaal geopenbaard, om met zijn offer de zonde teniet te doen. 27  Eens moeten mensen sterven en daarna volgt het oordeel. 28  Net zo zeker is het dat Christus, die eenmaal is geofferd om de zonden van velen te dragen, voor een tweede maal zal verschijnen om te redden wie hem verwachten, maar dan gaat het niet meer om de zonde. (NBV)

Zo vlak voor de Paasdagen lijkt de schrijver van de Hebreeën brief het traditionele geloof van de Christenen helemaal op de kop te willen keren. Jezus van Nazareth was immers gekruisigd, gestorven en begraven. De komende weken zullen we er weer veel van horen, tot op vrijdag de Mattheüs Passie van Bach weer klinkt waarin dat hele verhaal nog eens op bijzondere wijze wordt vertolkt. Maar op Pasen viert de Christelijke kerk dat Jezus van Nazareth uit zijn graf was opgestaan en weer kon eten en drinken met zijn volgelingen. Maar die opstanding lijkt hier wel helemaal geen rol te spelen. In de eerste plaats moeten we ons realiseren dat hier ook het vertalen van de Bijbel ons parten speelt. Wij lezen de Bijbel nu eenmaal niet in het Grieks waarin dit gedeelte oorspronkelijk was geschreven. In het Grieks zijn testament en verbond twee dezelfde woorden, dia’theke. Daar speelt de schrijver mee door het enerzijds te hebben over het verbond dat Mozes met zijn God sloot op de Sinaï, het verhaal dat we kunnen lezen in Exodus 24.

Dat sluiten van een verbond ging ook daar met bloed gepaard, er werd als het ware een maaltijd gehouden tussen God, Mozes en het volk waarbij alles wat bij het volk van God sprak daarbij werd betrokken. Dat bloed was van dieren maar het bloed van Jezus van Nazareth was van een mens. Door zijn manier van zich aan de leer van Mozes te houden werd hij opgenomen in het Rijk van God, waar God zelf is en waar dus geen verbinding gelegd hoeft te worden. Die verbinding moet wel met ons gelegd worden. Wij immers deinzen er zo vaak voor terug om de weg te gaan die Jezus van Nazareth ging. Vrede bewaren zelfs als de mensen ons willen doden. Als ons bezit wordt bedreigd dan gebruiken we liever geweld. Helpen van de armen die tegen hun armoede in opstand komen vindt men in onze samenleving maar verspilling, ook met die armen kun je beter vechten lijkt het wel.  Omdat we ons zo vaak laten verleiden door hebzucht en gemakzucht moeten we steeds opnieuw beginnen met het geloof in, met het werken aan het Koninkrijk van God, die nieuwe samenleving van eerlijk delen en heb je naaste lief als jezelf.

We kunnen steeds opnieuw beginnen omdat we weten dat Jezus van Nazareth het heeft volgehouden door de dood heen. Ja door de dood heen. Dat een lijk is opgestaan gaat er bij veel mensen niet in. De schrijver van brief aan de Hebreeën lijkt daar niet mee te zitten. Hij heeft het over een verschijning van Jezus van Nazareth na diens dood. Die verschijning deed de mensen beseffen dat die liefde die hen in beweging had gezet er nog steeds was. Dat die liefde gedeeld kon worden met iedereen op aarde en als iedereen op aarde daarin gedeeld had de verschijning opnieuw zal plaatsvinden en die ideale samenleving bereikt zal zijn, daar zijn de tranen gewist en zal geen dood meer zijn. Op grond van het eerste verbond spraken de profeten van dit visioen, op grond van het tweede verbond gingen en gaan de Christenen op pad om dat te verkondigen en waar te maken, iedere keer als we de armsten van de aarde weten te helpen, vandaag dus ook.

Ons geweten reinigen

zaterdag, 12 maart, 2016

Hebreeën 9:1-14

1 ¶  Het eerste verbond bevatte bepalingen voor de rituelen van de dienst en het aardse heiligdom. 2  De voorste tent, die is ingericht met de lampenstandaard en de tafel voor de toonbroden, wordt het heilige genoemd. 3  Achter het tweede voorhangsel bevindt zich de tent die het allerheiligste genoemd wordt. 4  Daar staan het vergulde reukofferaltaar en de ark van het verbond, die langs alle zijden met goud overtrokken is en waarin zich de vergulde kruik met het manna, Aärons staf die gebloeid heeft en de platen met de verbondstekst bevinden; 5  daarop staan de cherubs als teken van Gods majesteit, zij bedekken de verzoeningsplaat met hun schaduw. Op dit alles kunnen we nu niet in detail ingaan. 6  In het aldus ingerichte heiligdom gaan de priesters voortdurend de voorste tent binnen om hun dienst te vervullen, 7  maar in de tweede tent gaat alleen de hogepriester binnen, slechts eenmaal per jaar en nooit zonder het bloed dat hij offert voor zichzelf en voor de zonden die het volk uit onwetendheid heeft begaan. 8 ¶  Hiermee maakt de heilige Geest duidelijk dat de weg naar het hemelse heiligdom niet zichtbaar is zolang de eerste tent nog dienst doet. 9  Dit alles is een zinnebeeld voor de huidige tijd: er worden daar gaven en offers gebracht die het geweten van degenen die ze opdragen niet tot volmaakte zuiverheid kunnen brengen; 10  het gaat alleen om voedsel, drank en rituele wassingen, om bepalingen over uiterlijkheden die slechts gelden tot aan de nieuwe orde. 11  Christus daarentegen is aangetreden als hogepriester van al het goede dat ons is toebedacht: hij is door een indrukwekkender en volmaakter tent-die niet door mensenhanden gemaakt is en niet behoort tot onze schepping 12  voor eens en altijd het hemelse heiligdom binnengegaan, en dan niet met bloed van bokken en jonge stieren maar met zijn eigen bloed. Zo heeft hij een eeuwige verlossing verworven. 13  Want als het lichaam van wie onrein is al wordt gereinigd en geheiligd wanneer het besprenkeld wordt met het bloed van bokken en stieren of bestrooid met de as van een jonge koe, 14  hoeveel te meer zal dan niet het bloed van Christus, die dankzij de eeuwige Geest zichzelf heeft kunnen opdragen als offer zonder smet, ons geweten reinigen van daden die tot de dood leiden, en het heiligen voor de dienst aan de levende God? (NBV)

Ons Wilhelmus van Nassauwe is een geschiedenisles. Het lied kent vele coupletten maar we zingen over het algemeen alleen het eerste en soms ook het zesde couplet. De andere coupletten slaan we over. Maar waarom? Het is toch al een merkwaardig lied. Ik heet geen Wilhelmus van Nassauwe en het zou mij zeer verbazen als U als lezer wel zo heet. Misschien bent U van Duitsen bloed, maar meer waarschijnlijk is dat U van Nederlandse afkomst bent. We hebben in Nederland maar één Prins van Oranje en die zal best vrij onverveerd zijn maar waarom zou iedereen dat zingen en de koning van Hispanje heeft niemand hier ooit geëerd. Toch zingen we dat lied omdat het ons verbind met de eeuwenoude geschiedenis van ons land en de waarden die in die geschiedenis bevochten zijn.

De vrijheid van geweten, de vrijheid van godsdienst, de vrijheid van vereniging en vergadering, de vrijheid van onderwijs, het recht op een eerlijke en onafhankelijke rechtspraak op grond van vooraf vastgestelde wetgeving, het recht om onafhankelijk in het geheim afgevaardigden voor gemeenteraden, provinciale staten en de Tweede Kamer te kiezen. Dat alles klinkt in ons volkslied mee zonder dat er een woord over gezegd wordt in het lied zelf. Zo was het ook geworden met de Tempel in Jeruzalem. Daar lag de grondslag van het volk Israël. Daar lag de wetgeving waarvan iedereen wist dat je daar o zo gemakkelijk van kon afdwalen. In het dagelijks leven spelen immers niet alleen de geschreven maar ook de ongeschreven regels een rol. Niet iedereen kent de details van alle wetten en regels, binnen Israël was studie van de Wet dan ook een hoog goed. Elk jaar weer moest iedereen zich bewust worden hoe vaak en hoe ver men zich had verwijderd van de bedoeling van die Wet, je naaste lief te hebben als jezelf. Daar waren die rituelen met voorste tent en tweede tent, het heilige en het allerheiligste voor.

Maar als je dat één maal per jaar doet zijn er grote delen van het jaar dat de armsten er weinig aan hebben. Die moeten wachten tot het tijd wordt weer opnieuw te beginnen. De Christenen zijn Jezus van Nazareth gaan beschouwen als het offer dat op de Grote Verzoendag werd gebracht, door hemzelf door de kruisdood te ondergaan en daardoor de dood te overwinnen. Dat offer maakt dat je elk moment opnieuw mag beginnen je naaste lief te hebben als jezelf. Dat offer maakt dat de momenten dat je het vergeet je vergeven worden als je er maar van leert en het voortaan anders gaat doen, groeien in geloof noemen sommigen dat. Zoals het zingen van ons volkslied ons bepaalt bij de waarden van onze rechtstaat zo bepaalt de herinnering aan het offer van Jezus van Nazareth ons bij het gebod de minsten op aarde lief te hebben. En die herinnering vieren we in de kerk in het delen van brood en wijn, want om dat delen gaat het, ook vandaag weer.

 

In hun hart zal ik ze neerschrijven

vrijdag, 11 maart, 2016

Hebreeën 8:1-13

1 ¶  De kern van mijn betoog is dat wij een hogepriester hebben die in de hemel plaatsgenomen heeft aan de rechterzijde van de troon van Gods majesteit 2  en die de dienst vervult in het ware heiligdom, de tent die door de Heer en niet door mensenhanden is opgericht. 3  Iedere hogepriester wordt aangesteld om gaven en offers op te dragen, en dus heeft ook hij iets nodig dat hij kan opdragen. 4  Op aarde zou Jezus geen priester zijn, want daar zijn al priesters die offergaven opdragen zoals de wet dat voorschrijft. 5  Zij verrichten hun dienst in wat de afspiegeling en de voorafschaduwing is van het hemelse heiligdom, zoals dat aan Mozes geopenbaard werd toen hij begon met het oprichten van de tabernakel: ‘Let erop, ‘staat er immers, ‘dat je alles vervaardigt volgens het ontwerp dat je op de berg getoond is.’ 6 ¶  Maar Jezus is dus aangesteld voor een eerbiedwaardiger dienst, in die zin dat hij bemiddelaar is van een beter verbond, dat zijn wettelijke grondslag heeft gekregen in betere beloften. 7  Zou het eerste verbond zonder gebreken zijn geweest, dan zou er geen tweede voor in de plaats hebben hoeven komen. 8  Maar God berispt zijn volk met de woorden: ‘De dag zal komen-spreekt de Heer-dat ik een nieuw verbond zal sluiten met het volk van Israël en met het volk van Juda. 9  Niet een verbond zoals ik dat sloot met hun voorouders toen ik hen bij de hand nam om hen weg te leiden uit Egypte, want aan dat verbond zijn ze niet trouw gebleven. Daarom heb ik mijn handen van hen afgetrokken-spreekt de Heer. 10  Maar dit is het verbond dat ik in de toekomst met het volk van Israël zal sluiten-spreekt de Heer: In hun verstand zal ik mijn wetten leggen en in hun hart zal ik ze neerschrijven. Dan zal ik hun God zijn en zij zullen mijn volk zijn. 11  Volksgenoten zullen elkaar niet meer hoeven te onderwijzen, men zal elkaar niet meer hoeven te zeggen: “Ken de Heer!,” want allen zullen mij kennen, van klein tot groot. 12  Ik zal hun wandaden vergeven en aan hun zonden zal ik niet meer denken.’ 13  Op het moment dat hij spreekt over een nieuw verbond heeft hij het eerste al als verouderd bestempeld. Welnu, wat verouderd is en versleten, is de teloorgang nabij. (NBV)

Je hoort de discussies over de redenering van de schrijver van de brief aan de Hebreeën. Wat nu Jezus van Nazareth als Hogepriester? Die is er toch niet meer? Die kan toch niet de offers opdragen aan de God voor wie hij priester is, zoals alle priesters in Tempels doen? Maar de schrijver van de brief heeft ook hier een antwoord op. Jezus van Nazareth immers is, zo geloven de nieuwe christengemeenschappen, naar God en zit daar aan de rechterhand van God vanwaar hij komen zal om te oordelen de levenden en de doden. Die belijdenistekst is al heel oud en vulde de belijdenis van de Farizeeën aan zoals die na de verwoesting van de Tempel in het jaar 70 in de Synagogen werd uitgesproken. De Tempel in Jeruzalem zal ooit weer opgebouwd worden en ooit zal dat het middelpunt van de aarde worden. Dat hadden de profeten beloofd en die belofte zal uitkomen zo geloofde men, zo gelooft men vandaag de dag nog steeds.

Maar de profeten hadden nog meer gezegd. En daar wijst de schrijver van deze brief hier op. Hij leest in het boek van de profeet Jeremia over een nieuw verbond. Het oude verbond uit de Woestijn die eerst in de Tabernakel, de Heilige Tent, en later in de Tempel in Jeruzalem werd bewaard heeft afgedaan schrijft de profeet. Er is een nieuw verbond gekomen. Dat verbond schrijft de richtlijnen uit de Woestijn, de leer van heb Uw naaste lief als Uzelf, niet op stenen platen die alleen toegankelijk zijn voor de Hogepriester maar die richtlijn wordt geschreven in het verstand van de volgelingen, in hun hart zelfs. En dat nieuwe verbond is volgens de Christenen het verbond met Jezus van Nazareth die als offers dus de gelovigen heeft aan te bieden die hun leven opofferen voor hun naaste zoals Jezus van Nazareth zelf zijn leven heeft geofferd voor iedereen. In de eerste christengemeenten werd dit zo letterlijk genomen dat sommigen zelfs verlangden naar de marteldood door de Romeinen om maar te laten zien hoe offerbereid ze waren.

Dat werd overigens door de leiders van de gemeenschappen bestreden. Het opofferen gaat om het afzien van geweld, het afzien van het streven naar rijkdom, in onze dagen zouden we zeggen het bestrijden van bonussen ook al zijn ze voor jezelf. Het boek van de profeet Jeremia heeft diepe indruk gemaakt. De leer van Mozes in je verstand schrijven betekent dat je voortdurend herinnerd wordt aan die richtlijn van heb je naaste lief als jezelf. In een samenleving vol geweld is dat niet gemakkelijk, in een samenleving die gebouwd is op slavenarbeid voert het direct tot conflicten. Maar die kennen we ook in onze samenleving. De vraag waarom leden van raden van bestuur meer dan twintig keer zoveel moeten verdienen dan de laagste lonen in hun bedrijf, bank of instelling wordt nog maar nauwelijks gesteld. Aan de vraag naar rechtvaardige handelsverhoudingen lijken we al helemaal niet meer toe te komen. Bij ons is die leer van Mozes nog lang niet in het hart geschreven. Daar is nog heel wat voor nodig, daar moeten wij nog hard aan werken.