Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor december, 2015

Als in de dagen van zijn bevrijding uit Egypte

donderdag, 31 december, 2015

Micha 7:14-20

14 ¶  Weid uw volk met uw staf, uw geliefde kudde die eenzaam leeft in het woud, omringd door vruchtbaar land. Mogen ze weiden in Basan en Gilead, als in de dagen van weleer. 15  Als in de dagen van zijn bevrijding uit Egypte laat ik dit volk wonderbaarlijke daden zien. 16  De volken zullen het zien en beschaamd staan, beroofd van hun kracht, doof en met de hand op de mond. 17  Ze zullen stof likken als een slang, als dieren die kronkelen over de grond. Sidderend zullen ze uit hun burchten komen, vol ontzag voor de HEER, onze God. Ze zullen u vrezen! 18  Wie is een God als u, die schuld vergeeft en aan zonde voorbijgaat? U blijft niet woedend op wie er van uw volk nog over zijn; liever toont u hun uw trouw.19  Opnieuw zult u zich over ons ontfermen en al onze zonden tenietdoen. Onze zonden werpt u in de diepten van de zee. 20  U bewijst Jakob uw trouw en Abraham uw goedheid, zoals u gezworen hebt aan onze voorouders, in de dagen van weleer. (NBV)

Vandaag sluiten we de lezing van het boek Micha af. Een hoopvol einde wordt het, zoals vandaag het einde van dit jaar voor iedereen hoopvol mag zijn. Want Micha houdt ons voor dat wat er ook verkeerd is gedaan we altijd opnieuw mogen beginnen. De bevrijding van angst en onderdrukking door het volgen van de richtlijnen voor de menselijke samenleving begint elke dag opnieuw. Elke dag gaat de zon op en elke dag is de eerste dag van de rest van ons leven. Elke dag dus kunnen we beginnen met het opbouwen van een nieuwe samenleving. Elke dag opnieuw gaat het licht op waarin we onze naaste kunnen zien, de armen in onze eigen omgeving mogen herkennen, de armen in Afrika en andere arme landen mogen zien. Elke dag ook kunnen we hen opnieuw de hand reiken.

Die bevrijding, dat eerlijk delen in een rechtvaardige samenleving, brengt ons pas echte voorspoed en welvaart. Zoals een herder zorgt voor de schapen, en Micha laat nog een keer horen dat hij een boer is, zo zorgt het spoor van Liefde en Recht voor ons. We sluiten overigens de lezingen en de beschouwingen daarover niet af. Op de sites van de PKN en van het Nederlands Bijbelgenootschap is het dagelijks leesrooster voor 2016 al weer te downloaden. Dat leesrooster is voorbereiding en uitwerking van het rooster van de Eerste Dag, het rooster van lezingen dat in de kerken in Nederland overwegend wordt gebruikt. Wie wil weten wat er zoal in de kerken zich afspeelt en waar men zich mee bezig houdt doet er dus goed aan om elke dag de aangegeven passage te lezen.

We zullen hier blijven proberen die lezingen te betrekken op wat er zich zoal in de wereld en in onze samenleving afspeelt. Deze week tussen kerst en nieuwjaar is een week van rust en bezinning. Maar dan verbaasd het des te meer dat die mogelijkheid om elke dag opnieuw met de nieuwe manier van samenleven in de wereld te beginnen alle volken schrik aan zal jagen. Micha belooft dat iedereen, iedere machthebber, elke regeerder, op de hele wereld er uiteindelijk aan mee zal doen. Wij hebben geleerd dat dat zal moeten beginnen met eenvoudige lieden als Maria, Jozef en de Herders, eenvoudige lieden als wijzelf wellicht zijn. Beginnen kan dus vandaag al, we hoeven niet te wachten op het vuurwerk van de komende nacht.

Maak je niet vrolijk over mij

woensdag, 30 december, 2015

Micha 7:8-13

8  Jij die me haat, maak je niet vrolijk over mij. Al ben ik gevallen, ik sta op,  al is het donker om mij heen, de HEER is mijn licht. 9  De toorn van de HEER zal ik dragen- ik weet, ik heb tegen hem gezondigd-tot hij voor mij heeft gepleit, mij recht heeft verschaft. Hij zal me naar het licht voeren en ik zal zijn gerechtigheid aanschouwen. 10  Zij die me haat zal het zien en beschaamd zijn, zij die me vroeg: ‘Waar is hij dan, de HEER, je God?’ Ik zal toekijken en genieten wanneer ze als straatvuil vertrapt wordt. 11  Dat is de dag om je muren op te bouwen, de dag dat je grenzen worden verlegd. 12  Die dag zal men bij je komen, van Assyrië tot de steden van Egypte, van Egypte tot aan de Eufraat, en vanaf de zee in het westen tot aan de hoogste berg. 13  En de aarde zal worden verwoest, om haar bewoners, vanwege hun daden. (NBV)

Terwijl een groot deel van Nederland een paar dagen vrij heeft genomen zo tussen kerst en oud en nieuw lezen wij direct na de kerst het boek van Micha uit. In de Nieuwe Bijbelvertaling is degene die zich niet vrolijk moet maken weggevallen, in andere vertalingen is het een vijandin. Daarom laat het zich vandaag wellicht wat gemakkelijker lezen. Eigenlijk staat er dan dat het hele rijk van keizer Augustus nu wel zal vergaan. Immers, die keizer dacht dat hij de baas, ja zelfs de God, over de hele wereld was. Mis dus. Liefde regeert heel de wereld. Rijken en machtigen kunnen proberen zich ertegen te wapenen, extra muren op te bouwen, en als je dat nodig vindt moet je dat nu doen roept Micha, maar het zal niet helpen, de wereld zoals wij die kennen zal vergaan.

En is dat ook werkelijk zo gebeurt? Het is maar hoe je het bekijkt. Kleine landjes, zoals dat van Micha, worden nog steeds bedreigd. Israel is niet veilig en Israel en Palestina lijken verstrikt te zijn in een oneindige spiraal van geweld en tegengeweld. Hoe die spiraal te doorbreken heeft nog niemand bedacht. Ja liefde en respect voor elkaar zullen ook daar de oplossing zijn. De gedachte dat je met elkaar moet delen en moet zorgen dat je allemaal zult mogen meedoen zal er vrede kunnen brengen. Maar hoe krijg je de mensen in Israel en Palestina zo ver dat ze dat aandurven?  Als we onze tijd vergelijken met die van Micha dan zien we dat veel goden verdwenen zijn, dan zien we dat machthebbers zich onaantastbaar wanen maar zich niet meer tot goden durven verheffen.

Goden hebben nauwelijks betekenis meer zelfs de God van Abraham, Izaak en Jacob dwingt geen respect meer af. Maar die laatste God heeft altijd al laten weten geen naam te willen hebben en geen gouden of zilveren beelden, alleen liefde voor de armsten en de verdrukten. En die droom, ook de droom van Micha leeft nog steeds. Vrede op aarde en in mensen een welbehagen werd met de beide kerstdagen in alle talen en door miljoenen mensen meegezongen. Die droom zet machtigen en heersers ook na de kerst onder druk om een einde te maken aan geweld en oorlog in de wereld. Ook zonder kerst lopen we te hoop tegen onrecht en onderdrukking, in eigen land en in verre vreemde landen. Die droom maakt dat disc jockeys in een glazen huis gaan zitten en veel geld bijeenbrengen voor kinderen in oorlogssituaties. En om die droom was het God te doen.

Niemand is nog rechtschapen.

dinsdag, 29 december, 2015

Micha 7:1-7

1 ¶  Ongelukkige die ik ben, het is als bij de late oogst, als bij de laatste pluk: geen volle druiventros meer om te eten, geen vroege vijg meer, waarnaar ik smacht. 2  Zij die trouw waren zijn verdwenen uit het land, niemand is nog rechtschapen. Allen zijn op bloed belust, iedereen belaagt zijn naaste. 3  Ze bekwamen zich in het kwaad: alleen voor geld stellen leiders een onderzoek in, rechters spreken recht tegen betaling, hooggeplaatsten zeggen wat hun het beste uitkomt, en zo houden zij het recht op afstand. 4  De deugdzaamste van hen is als een doornstruik, de oprechtste is erger dan een stekelhaag. De dag van straf, door uw wachters aangekondigd, is gekomen, en het volk is in beroering! 5  Geloof je naaste niet, vertrouw je vriend niet, let op je woorden, ook bij wie er in je armen ligt. 6  De zoon veracht zijn vader, de dochter verzet zich tegen haar moeder, de schoondochter tegen haar schoonmoeder, en huisgenoten blijken vijanden. 7 ¶  Maar ik, ik blijf uitzien naar de HEER, ik blijf hopen op de God die mij redding zal brengen. Hij zal mij horen, mijn God. (NBV)

Het is misschien bij ons nog niet zo slecht als de maatschappelijke situatie die Micha ons schetst maar er zijn toch een paar herkenbare aanknopingspunten. Micha vergelijkt de situatie in zijn samenleving met de laatste oogst. Alle volle en rijpe vruchten zijn binnengehaald. Bij het plukken zijn de onvoldragen nog niet gerijpte vruchten blijven hangen en zo vlak voor de winter begint moeten ook die er worden afgehaald. Ze brengen niets meer op, je hebt er ook niks aan. Zo gaat het ook in de samenleving van Micha, verstandige mensen die nog opkomen voor recht en gerechtigheid zijn uit het land verdwenen. Er lijkt alleen nog ruzie te zijn en als je dan naar een rechter stapt blijkt er klasse justitie en corruptie. Als er dan een vorm van bescherming wordt geboden dan doet die alleen maar pijn, als een doornhaag,

Is het bij ons anders? Soms lijkt het er op. De angstige schreeuwers lijken de overhand te krijgen. De hooligans zien hun kans schoon om weer eens met de mobiele eenheden van de politie in oorlog te gaan. We hebben nog net geen corrupte rechters, maar klasse justitie is niet ver meer. De toegang tot het recht wordt zo duur gemaakt dat mensen met een eenvoudig inkomen geen kans meer hebben op een eerlijk en rechtvaardig vonnis van een onafhankelijke rechter. En het ministerie van justitie lijkt een onneembaar gesloten bolwerk geworden te zijn waar zich schimmige zaken lijken af te spelen die de criminaliteit in de kaart spelen, misdaden verdoezelen en waar de waarheid voortdurend het slachtoffer wordt.

Micha waarschuwt ons tegen een samenleving van angst en wantrouwen. Iedereen kan uit zijn op jouw geluk en jouw verworvenheden. Je baan staat op het spel, de zorg voor je bejaarde ouders, je huisvesting is niet meer zeker, je kinderen kunnen worden misbruikt of tot drugsverslaafden gemaakt. Als je tieners een avond uitgaan loop je de kans ze in het ziekenhuis in coma terug te vinden. Een dergelijke samenleving wordt eigenlijk steeds meer onleefbaar. Geen wonder dat de angst tegen die negatieve tendensen in onze samenleving tot geschreeuw en gewelddadig verzet leiden. Micha wijst echter een andere weg. Hij blijft uitzien naar de God van Israël en als je naar die God kijkt dan hoor je de roep om je naaste lief te hebben als jezelf. Dan hoor je roep om misstanden aan de kaak te stellen maar niet met geweld maar door ze te vergelijken met wat de God van Israël van ons vraagt. De weg die Micha ons wijst zullen wij ook moeten gaan. Blijven pogen met de angstige schreeuwers om verzet in gesprek te komen, wijzen op de vruchtbare weg van liefde en respect, van zorg voor de naaste. Ook wij zullen die weg moeten gaan.

In het huis van mijn Vader

maandag, 28 december, 2015

Lucas 2:41-52

41 ¶  Zijn ouders gingen jaarlijks voor het pesachfeest naar Jeruzalem. 42  Toen hij twaalf jaar was, maakten ze weer hun gebruikelijke pelgrimstocht. 43  Na afloop van het feest vertrokken ze naar huis, maar Jezus bleef in Jeruzalem achter zonder dat zijn ouders het wisten. 44  In de veronderstelling dat hij zich bij het reisgezelschap bevond, reisden ze een hele dag voordat ze hem overal onder hun verwanten en bekenden begonnen te zoeken. 45  Toen ze hem niet vonden, keerden ze terug naar Jeruzalem om hem daar te zoeken. 46  Na drie dagen vonden ze hem in de tempel, waar hij tussen de leraren zat, terwijl hij naar hen luisterde en hun vragen stelde. 47  Allen die hem hoorden stonden versteld van zijn inzicht en zijn antwoorden. 48  Toen zijn ouders hem zagen, waren ze ontzet, en zijn moeder zei tegen hem: ‘Kind, wat heb je ons aangedaan? Je vader en ik hebben met angst in het hart naar je gezocht.’ 49  Maar hij zei tegen hen: ‘Waarom hebt u naar me gezocht? Wist u niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?’  50  Maar ze begrepen niet wat hij tegen hen zei. 51  Hij reisde met hen terug naar Nazaret en was hun voortaan gehoorzaam. Zijn moeder sloot alles wat er met hem gebeurd was in haar hart. 52  Jezus groeide verder op en zijn wijsheid nam nog toe. Hij kwam steeds meer in de gunst bij God en de mensen.  (NBV)

Jezus van Nazareth werd volgens het verhaal van Lucas geboren in Bethlehem en groeide op in Nazareth. Maar in Bethlehem was geen plaats voor hem geweest en Nazareth was wel het dorp van zijn ouders maar niet zijn dorp. Waar hoorde die Jezus van Nazareth dan wel thuis? Dat bleek toen hij volwassen werd. Joodse jongens worden volwassen rond hun twaalfde jaar. Dan mogen ze voor het eerst in de synagoge uit de Hebreeuwse Bijbel lezen. Dat lezen gaat niet vanzelf. Hebreeuws is niet meer een taal die we spreken. Oorspronkelijk was het alleen opgeschreven in medeklinkers, eigenlijk was het alleen uit het hoofd geleerd. Maar tijdens de ballingschap in Babel was men begonnen alles op een rij te zetten en op te schrijven. Later kwamen daar ook tekentjes voor de klinkers en de klemtonen bij. Jongens die hun “Bar Mitzwa” willen doen moeten dus hard studeren op het stuk uit de Bijbel dat ze mogen voorlezen.

Jezus van Nazareth vond zijn plaats toen hij twaalf jaar werd. Zijn ouders volgden de leer van Mozes en gingen dus elk jaar naar de Tempel in Jeruzalem. Eigenlijk moesten ze wel drie maal per jaar naar Jeruzalem maar de meeste mensen gingen in elk geval met het Pesachfeest. Dan werd gevierd en herdacht hoe het volk bevrijdt was van de slavernij in Egypte. Elk jaar werd die bevrijding opnieuw beleefd. In Jeruzalem brachten ze een offer en hielden een maaltijd met de familie, de armen, de tempeldienaren en de vreemdelingen uit hun stad. Daarom spreekt het verhaal ook over een groot gezelschap dat met de ouders van Jezus van Nazareth meereisde. Maar Jezus van Nazareth ging niet mee terug. Hij bleef hangen in de voorhof van de Tempel. Daar hielden de schriftgeleerden zich op. Mensen die hun hele leven geweid hadden aan de bestudering van de leer van Mozes, de boeken van de profeten en de geschriften als de Psalmen en de Spreuken. Via vragen en discussies met elkaar probeerden ze achter de juiste betekenis van de Bijbelteksten te komen.

Na de verwoesting van de Tempel in het jaar 70 zijn veel van die discussies ook opgeschreven zodat de Joden in de verstrooiing die discussies konden blijven bestuderen en voortzetten. Ze zijn voor een groot deel verzameld in de Talmoed. Jezus van Nazareth ging deelnemen aan die discussies. Nu hij twaalf was geworden mocht hij dat ook. Maar een jochie van twaalf weet meestal niet zo veel. Zeker niet genoeg om met geleerden mee te kunnen discussiëren. Hij echter gaf blijk van een grote wijsheid waardoor hij de geleerden versteld deed staan. Waarover de discussies gingen vermeld het verhaal niet. Maar één element wordt duidelijk als zijn ouders hem gevonden hebben. Ook in de Hebreeuwse Bijbel wordt God al aangesproken als “Vader” en als je God als Vader aanspreekt dan is je huis de Tempel in Jeruzalem. Later zullen de schriftgeleerden in discussie blijven met Jezus van Nazareth. Dan zal het met name gaan over het liefhebben van je naaste. Dat gaat terug op de leer die in de Tempel werd bewaard. En dan is die wijsheid eenvoudiger dan je zou denken. Dan is die kinderlijk eenvoudig, zelfs voor ons te begrijpen. Heb-Uw-Naaste-Lief-Als-Uzelf, gewoon vandaag weer mee beginnen. Als we dat horen zijn ook wij weer thuis, dan weten we tenminste weer wat ons te doen staat, ook vandaag weer en in het nieuwe jaar dat voor ons ligt.

 

Allen die uitzagen naar de bevrijding van Jeruzalem.

zondag, 27 december, 2015

Lucas 2:36-40

36  Er was daar ook een profetes, Hanna, de dochter van Fanuël, uit de stam Aser. Ze was hoogbejaard; vanaf haar huwbare leeftijd had ze zeven jaar met haar man geleefd, 37  en ze was nu al vierentachtig jaar weduwe. Ze was altijd in de tempel, waar ze God dag en nacht diende met vasten en bidden. 38  Op dat moment kwam ze naar hen toe, bracht hulde aan God en sprak over het kind met allen die uitzagen naar de bevrijding van Jeruzalem. 39  Toen ze alles overeenkomstig de wet van de Heer hadden gedaan, keerden ze terug naar Galilea, naar hun woonplaats Nazaret. 40  Het kind groeide op, werd sterk en was begiftigd met wijsheid; Gods genade rustte op hem. (NBV)

De beweging van Jezus van Nazareth is niet zomaar uit de lucht komen vallen. Al in de dagen dat hij geboren werd waren er velen in Israël die de komst van een bevrijder verwachten. Er waren dan ook al de nodige opstandjes geweest en er liepen regelmatig mensen rond die zich uitgaven voor de beloofde messias. Mensen met gelijke verwachtingen en overtuigingen zochten elkaar ook op. Uit opgravingen na de Tweede Wereldoorlog weten we ook dat mensen de bestaande samenleving verlieten en in de woestijn in communes gingen wonen. Ook over Johannes de Doper vertelde Lucas al eerder dat hij in de woestijn ging wonen. Over Simeon, waarover we gister lazen, en Hanna, waar we vandaag over lezen, wordt juist uitdrukkelijk verteld dat ze in de Tempel in Jeruzalem verbleven. Dat is de plaats waar zij de messias verwachten en zij herkennen in het kind, dat op de akker van David in Bethlehem geboren was, de beloofde bevrijder van Israël.

Daarom ook vertelde Hanna aan allen die uitzagen naar de bevrijding van Jeruzalem over dit kind. Over die Hanna weten we verder niet zoveel. Ze was uit de stam van de gezegenden, dat betekent Aser, één van de tien stammen die na de ballingschap als zodanig niet meer was teruggekeerd, ze was de dochter van het gelaat van God, want dat betekent de naam Fanuël, haar eigen naam betekent genade. Ze was profetes en weduwe van beroep. Dat laatste klinkt hard maar de vermelding van haar leeftijd en haar naar verhouding korte huwelijk staan er niet voor niets. De familie van haar man had voor haar moeten zorgen, daar had een man gevonden moeten worden die haar had willen trouwen. In de oude wetten van Mozes staat precies hoe ze dat hadden moeten doen. Maar in een paar woorden weet Lucas ons te vertellen dat die wetten voor die familie niets te betekenen hadden gehad en dat de wet van Mozes haar in elk geval geen bescherming had geboden.

Nu maakte ze kennis met jonge mensen die alle risico’s genomen hadden met het wel weer gaan leven of de leer van Mozes nog steeds de geldende richtlijn voor het leven in Israël was. Daar mocht zij bevrijding uit haar benarde situatie van verwachten. Dat zou de bevrijding van Jeruzalem dichterbij brengen. Want Jeruzalem was nu eenmaal de stad waar die oude richtlijnen voor de menselijke samenleving bewaard werden. Waar mensen naar toe kwamen om zich rond die leer te scharen en door met elkaar een maaltijd te delen weer te oefenen in de betekenis van die grondregel: heb uw naaste lief als uzelf. Daarom is de toepassing van de wet zoals Maria en Jozef dat hadden gedaan van belang voor de hele bewoonde wereld. Bevrijding van Jeruzalem betekende voor Hanna dat die leer weer tot gelding gebracht zou worden. Daar was die nieuwe koning uit het geslacht van David voor geboren, daar was de gezalfde, de messias, de christus, voor op aarde gekomen. Zo mogen wij ons voegen in dit verhaal. Weer oog en oor krijgen voor de weduwe, zorgen voor mensen die lang afhankelijk zijn van hulp en bijstand, zorgen dat mensen weer zelf verder kunnen. Wij mogen er voor zorgen dat de grondregel van Heb-Uw-Naaste-Lief-Als-Uzelf weer in het middelpunt van de wereld komt te staan. Zodat iedereen er bescherming van kan genieten. Daar mogen wij vandaag weer mee beginnen.

Hij zal een teken zijn dat betwist wordt

zaterdag, 26 december, 2015

Lucas 2:22-35

22  Toen de tijd was aangebroken dat ze zich overeenkomstig de wet van Mozes rein moesten laten verklaren, brachten ze hem naar Jeruzalem om hem aan de Heer aan te bieden, 23  zoals is voorgeschreven in de wet van de Heer: ‘Elke eerstgeboren zoon moet aan de Heer worden toegewijd.’ 24  Ook wilden ze het offer brengen dat de wet van de Heer voorschrijft: een koppel tortelduiven of twee jonge gewone duiven. 25 ¶  Er woonde toen in Jeruzalem een zekere Simeon. Hij was een rechtvaardig en vroom man, die uitzag naar de tijd dat God Israël vertroosting zou schenken, en de heilige Geest rustte op hem. 26  Het was hem door de heilige Geest geopenbaard dat hij niet zou sterven voordat hij de messias van de Heer zou hebben gezien. 27  Gedreven door de Geest kwam hij naar de tempel, en toen Jezus’ ouders hun kind daar binnenbrachten om met hem te doen wat volgens de wet gebruikelijk is, 28  nam hij het in zijn armen en loofde hij God met de woorden: 29  ‘Nu laat u, Heer, uw dienaar in vrede heengaan, zoals u hebt beloofd. 30  Want met eigen ogen heb ik de redding gezien 31  die u bewerkt hebt ten overstaan van alle volken: 32  een licht dat geopenbaard wordt aan de heidenen en dat tot eer strekt van Israël, uw volk.’ 33  Zijn vader en moeder waren verbaasd over wat er over hem werd gezegd. 34  Simeon zegende hen en zei tegen Maria, zijn moeder: ‘Weet wel dat velen in Israël door hem ten val zullen komen of juist zullen opstaan. Hij zal een teken zijn dat betwist wordt, 35  en zelf zult u als door een zwaard doorstoken worden. Zo zal de gezindheid van velen aan het licht komen.’ (NBV)

Dat Maria en Jozef de leer van Mozes zeer serieus namen was al gebleken uit hun reis van Nazareth naar Bethlehem. Want wie zou onder een wrede Romeinse bezetting het bevel van de Keizer durven trotseren en in plaats van thuis te blijven een lange reis te ondernemen? Maar in het verhaal van Lucas speelt de Hebreeuwse Bijbel nu eenmaal een belangrijke rol. Jezus van Nazareth was niet alleen een afstammeling van David, geboren op de akker die aan de familie van David was toegewezen, maar hij was opgenomen en opgevoed in de godsdienstige traditie van het volk Israël. Jozef en Maria hielden  hun eerstgeboren zoon daarom niet zelf maar brachten hem naar de tempel, zoals was voorgeschreven voor een eerstgeboren zoon. Ooit was ook het verhaal van Koningen van Israël en dus ook het verhaal van Koning David begonnen met een moeder die haar kind naar de Tabernakel bracht. Die moeder was Hanna en dat kind was Samuel die later als priester en profeet de koningen van Israël zou zalven.

Toen Maria bij Elisabet op bezoek was had ze nog het liet gezongen van Hanna, over machtigen die van de troon gestoten zullen worden en onvruchtbaren die vruchtbaar zullen zijn. Maria en Jozef nemen twee duiven mee, het voorgeschreven offer voor de armen, iedereen kan immers iets delen, hoe arm je ook bent. En ook in de Tempel klinkt een bijzonder lied voor het kind  van Bethlehem. Er staat een profeet, Simeon, die niet eerder zou sterven dan dat hij de bevrijder van Israël zou hebben gezien. Dat klinkt als een eeuwig leven maar voor Simeon gaat het niet om zijn leven maar om het leven van alle mensen op de wereld. Die worden gered van oorlog en ellende, de wrede bezetting van alle volken zal voorbijgaan, het kind dat buiten alle regels om werd geboren is daarvan het teken. Ook Simeon put uit de liederen van het Oude Testament, vooral uit het boek Jesaja. De vader en moeder van Jezus van Nazareth waren verbaasd over alweer een lied en nu van een oude man. Maar ook hier geen romantiek, geen herdertjes en engeltjes die door het luchtruim zweven. Geen warme stal, geen grootse ontvangst in de Tempel. Nee, dat kind krijgt al het stempel mee van een dubieus optreden, een teken dat betwist zal worden.

Een teken dat nog steeds betwist is. Nu al spreken mensen er schande van dat de kerk de afgelopen dagen zozeer de televisie heeft gedomineerd. In alle toonaarden werden het kleine kindje, zijn zielige ouders, de arme herdertjes en de zwevende engeltjes bezongen. En in alle talen kwamen voorgangers vertellen dat we vooral lief voor elkaar moeten zijn en dankbaar dat God de wereld zo lief had dat hij een kindje geboren liet worden. Over het feit dat Maria als door een zwaard doorstoken zou worden geen woord. Over het feit dat we aan de slag moeten om heel de wereld te veranderen geen woord. Dat er geen zielige herdertjes zijn maar onderdrukten die recht gedaan moet worden is met Kerstmis meestal vergeten. Dat God ook aan de armsten een bestaan heeft beloofd en als ze dat bestaan niet hebben er rijken zijn die ze van dat bestaan hebben beroofd geen woord. Dat kind zou de belofte van Liefde voor de minsten in absolute geweldloosheid zelfs door de dood heen dragen. Daarom bestaat dat verhaal ook vandaag nog. Daarom klinkt ook nu nog de roep om mee te gaan op de weg van Jezus van Nazareth  door te houden van je naaste als van jezelf, door te letten op de minsten op aarde, door de hongerigen te voeden, de armen recht te doen en de vluchtelingen te herbergen. Aan het werk dus.

Allen die het hoorden stonden verbaasd

vrijdag, 25 december, 2015

Lucas 2:15-21

15  Toen de engelen waren teruggegaan naar de hemel, zeiden de herders tegen elkaar: ‘Laten we naar Betlehem gaan om met eigen ogen te zien wat er gebeurd is en wat de Heer ons bekend heeft gemaakt.’ 16  Ze gingen meteen op weg, en troffen Maria aan en Jozef en het kind dat in de voederbak lag. 17  Toen ze het kind zagen, vertelden ze wat hun over dat kind was gezegd. 18  Allen die het hoorden stonden verbaasd over wat de herders tegen hen zeiden, 19  maar Maria bewaarde al deze woorden in haar hart en bleef erover nadenken. 20  De herders gingen terug, terwijl ze God loofden en prezen om alles wat ze gehoord en gezien hadden, precies zoals het hun was gezegd. 21 ¶  Toen er acht dagen verstreken waren en hij besneden zou worden, kreeg hij de naam Jezus, die de engel had genoemd nog voordat hij in de schoot van zijn moeder was ontvangen. (NBV)

Dat moet een heel gedoe geweest zijn daar in Bethlehem. Een oploop over een volkstelling, een kind dat de afstammeling van koning David zou zijn en mensen die daarin waren gaan geloven dwars tegen de macht van de wereld in. Want de dreiging van de Romeinen en van ongeloof was nog lang niet voorbij. Misschien zou je kunnen zeggen dat die dreiging pas echt zichtbaar werd na het Kerstfeest. In de oude traditie van de kerk werd dat al duidelijk gemaakt. Op Tweede Kerstdag werd dan het feest van Stefanus gevierd. Die Stefanus was een Griekse Jood die tot diaken gekozen was nadat op Pinksteren er een eerste gemeente was gevormd van mensen die Jezus van Nazareth wilde navolgen. Het was zijn taak om de arme Griekssprekende leden van die gemeente te voorzien van het nodige maar hij sprak vurig over de leer van Jezus van Nazareth in de Tempel. Dat leidde tot zijn dood door steniging. De eerste moord op een bekeerling.

Maar het kerstfeest en de oploop in Bethlehem hadden al eerder tot moord geleid. Een week na het kerstfeest vieren we immers het feest van de onnozele kinderen. De Kerk is er in de geschiedenis heel vaak in geslaagd om vreselijke gebeurtenissen te voorzien van een vriendelijke naam. Dat feest van die onnozele kinderen herdenkt namelijk de kindermoord in Bethlehem. Heersende machten kunnen er nooit tegen als zwakke krachten in de samenleving het werkelijk voor het zeggen krijgen. Zo’n kind Koning maken en de wet laten voorschrijven kan natuurlijk helemaal niet. Jozef en Maria waren gedwongen te vluchten. En net als vroeger Jozef de zoon van Jacob kwam ook deze Jozef in Egypte terecht. Hedendaagse psychologen zouden het geen wonder vinden dat de volwassen Jezus van Nazareth zo’n enorme afkeer van geweld had. Een start die zo vol was van geweld en bedreiging moet wel sporen achterlaten. Het is in elk geval voor de hedendaagse kinderbescherming maar al te vaak reden om hele gezinnen voorgoed uit elkaar te halen, alsof dat ook niet voor kinderen een zeer gewelddadige ingreep is.

Rond dat eerste kerstfeest werd die Jezus van Nazareth nog gezien als de nieuwe Jozua. Ook bij die naamgeving speelt het mengsel van talen en vertalen waarin de Bijbel aan ons overgeleverd is ons parten. Jezus is onmiskenbaar een Griekse naam, maar die Griekse naam is de vertaling van een Hebreeuwse naam en wie dat gaat uitzoeken komt tot de ontdekking dat Jozua en Jezus dezelfde naam dragen. En die naam betekent ook nog wat: “God is redding”. Daar ging het toen om en volgens veel predikers gaat het daar vandaag ook nog om. Redding van zonden heet het dan. Nu voelen de meeste mensen zich niet zo zondig, ze proberen netjes te leven, vallen niemand lastig en doen een duit in het zakje als het tegen malaria is of voor andere goede doelen. Maar die redding is van veel groter kwaad dan een enkel gewoon mens zou kunnen doen. We kunnen gered worden van hongersnood, van malaria en veel andere armoedeziekten, van oorlog en geweld. Daarvoor moeten we net als de herders doen, iedereen opwekken mee te gaan doen in dat verhaal van je naaste liefhebben als jezelf. Niet zomaar alleen met kerstfeest, maar elke dag opnieuw en niet alleen in een vreedzame samenleving maar ook als je gestenigd zou kunnen worden of als je kinderen vermoord zouden kunnen worden. Dat is pas volhouden, maar het loont, ook vandaag nog.

 

Wees niet bang

donderdag, 24 december, 2015

Lucas 2:1-14

1 ¶  In die tijd kondigde keizer Augustus een decreet af dat alle inwoners van het rijk zich moesten laten inschrijven. 2  Deze eerste volkstelling vond plaats tijdens het bewind van Quirinius over Syrië. 3  Iedereen ging op weg om zich te laten inschrijven, ieder naar de plaats waar hij vandaan kwam. 4  Jozef ging van de stad Nazaret in Galilea naar Judea, naar de stad van David die Betlehem heet, aangezien hij van David afstamde, 5  om zich te laten inschrijven samen met Maria, zijn aanstaande vrouw, die zwanger was. 6  Terwijl ze daar waren, brak de dag van haar bevalling aan, 7  en ze bracht een zoon ter wereld, haar eerstgeborene. Ze wikkelde hem in een doek en legde hem in een voederbak, omdat er voor hen geen plaats was in het nachtverblijf van de stad. 8 ¶  Niet ver daarvandaan brachten herders de nacht door in het veld, ze hielden de wacht bij hun kudde. 9  Opeens stond er een engel van de Heer bij hen en werden ze omgeven door het stralende licht van de Heer, zodat ze hevig schrokken. 10  De engel zei tegen hen: ‘Wees niet bang, want ik kom jullie goed nieuws brengen, dat het hele volk met grote vreugde zal vervullen: 11  vandaag is in de stad van David voor jullie een redder geboren. Hij is de messias, de Heer. 12  Dit zal voor jullie het teken zijn: jullie zullen een pasgeboren kind vinden dat in een doek gewikkeld in een voederbak ligt.’ 13  En plotseling voegde zich bij de engel een groot hemels leger dat God prees met de woorden: 14  ‘Eer aan God in de hoogste hemel en vrede op aarde voor alle mensen die hij liefheeft.’(NBV)

Waarom waren die herders eigenlijk zo bang? Je kunt wel schrikken van een stralende engelfiguur, maar om er nu bang van te worden. Engelen worden op die manier wel niet dagelijks gezien maar de verhalen er over zijn toch wel bekend en meestal betekenen ze iets goeds. Dus waarom waren die herders eigenlijk zo bang? Om dat te begrijpen moeten  we het kerstverhaal ontdoen van een heleboel romantische verzinsels die er in de loop van de eeuwen aangegroeid zijn. In het verhaal worden drie machthebbers genoemd. Augustus, Quirinius en David. Een keizer, een stadhouder en een koning. Die Keizer was de baas en die stadhouder zou de baas worden. Die keizer wilde een volkstelling houden. Dat was om te beginnen al schrikken en iets om bang voor te worden. In het oude verhaal van Koning David stond ook iets over een volkstelling, toen kreeg iedereen de pest en gingen er duizenden mensen dood. Zou dat nu ook kunnen gebeuren?

Het volk Israël had het niet gemakkelijk en de volkstelling was in de eerste plaats bedoeld om belasting te kunnen heffen, het volk zou het daarom nog minder gemakkelijk krijgen. Maar er was nog een verhaal over een volkstelling, dat was wat recenter in de geschiedenis. Wij kennen het uit het derde boek van de Makkabeeën, een boek dat niet opgenomen is in de Bijbel maar dat in het begin van onze jaartelling veel werd gelezen. Het gaat over de bezetting door de Grieken, die uiteindelijk werden verdreven door de Romeinen. Toen was er ook een plan voor een volkstelling geweest. Die was bedoeld om het hele Joodse volk te kunnen uitroeien. In dat derde boek van de Makkabeeën staat ook hoe dat niet doorging, volgens dat verhaal hadden engelen het volk gered, maar nu het opnieuw werd geprobeerd was het toch iets om bang voor te zijn. Die volkstelling was iets om bang voor te zijn maar er was ook het bevel om thuis te blijven. Dat kunnen herders zich niet permitteren. Wij kunnen nog thuiswerken als het vervoer in ons land plat ligt maar herders, boeren en vissers kunnen dat niet. En Jozef en Maria? Die deden dat niet. Die namen een gok om hun afkomst van David tot gelding te brengen.

Op grond van die afkomst hadden ze recht op een akker in Bethlehem, de akker van Isaï waar ooit David de herder bij zijn schapen tot koning was gezalfd. Daar werd hun kind geboren, niet in hun of zelfs een huis, er was daar geen plaats, maar bij de dieren zodat het kind in een voederbak gelegd kon worden, gewikkeld in doeken zoals het na zijn sterven in doeken gewikkeld in een graf gelegd zou worden. Dat vertrouwen op de belofte van God dat het land voor eeuwig in de familie zou blijven, dat elke vijftig jaar een familie opnieuw zou mogen beginnen dat bracht de redding voor heel het volk. Die Quirinius zou pas tien jaar na de dood van Koning Herodes stadhouder worden, en het verhaal over Elisabet, Zacharias, Maria en Jozef begon in de dagen van Koning Herodes. Het ligt daarom voor de hand dat de geboorte van een kind in een open veld op een plaats waar het niet thuishoorde de volkstelling deed mislukken. Die stal staat dus ook niet in de Bijbel. Met die geboorte kon de angst van de herders verdwijnen, geen opstand, geen doden, maar vrede op aarde en van de mensen houden. En dat welbehagen in mensen, van mensen houden en vooral van de zwaksten kan ons ook vandaag bevrijden van de angst voor oorlog en ellende. We mogen er vandaag opnieuw mee beginnen, dankzij Jozef en Maria, dankzij dat kind geboren in Bethlehem, de Koning van de wereld.

De rijken van de stad zijn een en al geweld

woensdag, 23 december, 2015

Micha 6:9-16

9 ¶  Hoor, de HEER roept tot de stad-wie wijs is heeft ontzag voor uw naam. Hoor het striemen van de roede: wie zou er dan nog voor haar getuigen? 10  Zou ik geen aandacht schenken aan de schatten in het huis van een gewetenloos mens, schatten door onrecht verkregen, of aan die ondermaatse efa, die om vergelding schreeuwt? 11  Zou ik een onzuivere weegschaal, een buidel met valse gewichten door de vingers zien? 12  De rijken van de stad zijn een en al geweld, haar inwoners zijn bedriegers, ze hebben een leugenachtige tong. 13  Daarom ook ben ik begonnen je te slaan, je te treffen vanwege je zonden. 14  Nu zul je eten maar niet verzadigd worden, en je darmen raken verstopt. Wat je opbergt kun je niet behouden, en wat je wel behoudt laat ik ten prooi vallen aan het zwaard. 15  Je zult wel zaaien maar niets oogsten, je zult olijven persen maar je niet met olie inwrijven, je zult druiven treden maar geen wijn drinken. 16  Jullie houden je graag aan de bepalingen van Omri en aan de besluiten van het huis van Achab, jullie volgen hun raad. Daarom maak ik van jullie, inwoners van de stad, een afschrikwekkend voorbeeld en een voorwerp van spot, en je zult de schande van mijn volk dragen. (NBV)

Het hoort er bij, rijken moet je nooit vertrouwen. Wie eerlijk en rechtvaardig is wordt niet rijk. Die deelt op tijd. Armoede is geen ideaal maar rijkdom terwijl er nog armen zijn is verwerpelijk. Dat was in de tijd van Micha niet anders als nu. Ook nu moeten we veel belasting bijeen brengen voor het ijkwezen, anders gaan de ondernemers op de loop met valse maten en gewichten, ook nu moet er toezicht zijn op arbeidsomstandigheden, op concurrentieverhoudingen op veiligheidsvoorschriften en noem maar op. En natuurlijk klagen de rijken over de vele regels die nodig zijn om hen in toom te houden, over de vele regels om de armen recht te verschaffen. Ze wijzen dan op koningen en regeerders die die regels niet kennen en het in hun landen met de rijken beter gaat. Dat de armen dan nog armer worden ontgaat ze, ze zien ze niet en ze horen ze niet.

Dat er wat gedaan zou moeten worden aan de exorbitante zelfverrijking in de top van het bedrijfsleven zodat er een rechtvaardiger inkomensverdeling kan ontstaan wordt voortdurend afgewezen. Dat we niet de behoefte aan energie van vandaag moeten afwentelen op onze kinderen, kleinkinderen en achterkleinkinderen en hen moeten opzadelen met een giftig afval waarbij het polonium uit Rusland een onschuldig medicijn lijkt komt niet dringt nog maar nauwelijks door. Het blijven wijzen op oneerlijke en onrechtvaardige inkomens en bezitsverhoudingen is niet iets van de filosoof Marx uit de negentiende eeuw, maar eeuwen voor de geboorte van Jezus van Nazareth en het begin van onze jaartelling hadden woestijnbewoners opgeschreven waar dat over die rijken al in staat en vervolgens werd dat verhaal wakker gehouden door een eindeloze stroom profeten en gelovigen. Tot de dag van vandaag, en dat zal doorgaan tot de dag dat het onrecht verdwijnt.

Wat voor Micha duidelijk is dat verdwijnt bij ons in het gebrek aan kennis. Wie kent nog de regels van Omri en het geslacht  van Achab? Ze zijn in deze dagen hoogst actueel. Omri was de Koning die de rijkdom van Israël graag toeschreef aan de goden van vruchtbaarheid die in prachtige religieuze feesten werden aanbeden. Het kon niet mooi genoeg en houtsnijders en goudsmeden werden rijk door de prachtige beelden die voor deze goden gesmeed. Achab was de Koning die de wijngaard van Nabod inpikte onder het motto dat een Koning altijd recht had op het bezit van een ander. In onze dagen doen we niet anders. Dat we rijk kunnen worden wordt ons voorgehouden door organisatoren van loterijen waarbij de kans op winnen vrijwel nihil is maar die ook nog de illusie wekken dat je met meespelen zogenaamde goede doelen steunt. De werkelijke rijkdom gaat nog steeds naar de top van het bedrijfsleven met bonussen en al en naar de top van banken die buiten schot blijven als de armen de bank weer eens overeind moeten houden. Als afschrikwekkend voorbeeld van de absoluut foute verdeling van onze rijkdom kennen wij de voedselbanken. De armen in ons land steunen ze in ruime mate, de rijken weigeren om ze overbodig te maken.

Niets anders dan recht te doen

dinsdag, 22 december, 2015

Micha 6:1-8

1 ¶  Hoor toch wat de HEER zegt! Sta op, laat de bergen uw rechtsgeding horen, laat de heuvels getuige zijn. 2  Luister, bergen, naar het pleidooi van de HEER, hoor toe, onwrikbare fundamenten van de aarde. De HEER heeft een geschil met zijn volk, hij klaagt Israël aan: 3  ‘Mijn volk, wat heb ik je misdaan? Waarmee heb ik je gekweld? Antwoord mij! 4  Ik heb je weggeleid, bevrijd uit de slavernij in Egypte. Ik zond Mozes, Aäron en Mirjam om jullie voor te gaan. 5  Ben je dan vergeten, mijn volk, wat Balak besloot, de koning van Moab, wat Bileam, de zoon van Beor, hem antwoordde? Ben je vergeten wat er gebeurde tussen Sittim en Gilgal? Ken je de gerechtigheid van de HEER niet meer?’ 6 ¶  ‘Wat kan ik de HEER aanbieden, waarmee hulde brengen aan de verheven God? Moet ik hem tegemoet treden met brandoffers, zou hij eenjarige stieren aanvaarden? 7  Kan ik hem gunstig stemmen met duizenden rammen, met olie, stromend in tienduizend beken? Moet ik mijn oudste kind geven voor wat ik heb misdaan, de vrucht van mijn schoot voor mijn zondig leven?’ 8  Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet wat de HEER van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God. (NBV)

Vandaag lezen we verder in het boek van de profeet Micha en ook die zingt een lied. Een beurtzang, eerst wordt herinnert aan de geschiedenis en dan vraagt de zanger wat er nog gedaan kan worden om God gunstig te stemmen. Als we de bevrijding door God vergeten en onze zelfgemaakte goden aanbidden dan gaat het met de samenleving een verkeerde kant op. Wat moeten we doen om weer op het rechte spoor te komen. Niet anders dan recht doen is het antwoord. Daarmee krijgt voor Christenen ook de lofzang van Maria een bijzondere klank. “Mijn ziel zingt lof aan de Heer” begint het, “want hij heeft omgezien naar de kleinen”. Dat is ook wat Micha ons voorhoud. Recht doen en de weg te gaan van Recht en Vrede.

Micha verpakt zijn boodschap in de beschrijving van een rechtszaak. Een rechtszaak aangespannen door de God van Israël tegen het volk. Die God en dat volk waren immers partijen in een verbond. En de vrees bestaat dat het volk het verbond heeft verbroken. In de boeken van de profeten komen wel vaker passages voor die geschreven zijn in de vorm van rechtszaken over het verbond tussen God en zijn volk. We spreken zo gemakkelijk van een almachtig God maar uit de beschrijving van een rechtsgeding op grond van een verbond tussen twee partijen spreekt ook iets van een gelijkwaardigheid. Dat volk heeft de keus om de bepalingen uit het verbond na te volgen of naast zich neer te leggen.

Niet dat het volk niet godsdienstig zou zijn. Duizenden dieren worden aan God geofferd. Gelovigen zijn zelfs bereid hun kinderen te offeren. De profeet beschrijft de wanhopige vraag van het volk naar wat het moet doen om God gunstig  te stemmen. Maar al die godsdienstigheid maakt de God van Israël eigenlijk alleen nog maar kwader. Dat verbond was een eenvoudig verbond. Het was samen te vatten in een paar regels, heb God lief boven alles en je naaste als jezelf. De rechtszaak die Micha beschrijft loopt dan ook niet uit op een vonnis, op een schuldig verklaren aan de schending van het verbond. De  rechtszaak loopt uit op het zoeken naar een uitweg. En die uitweg ligt in het doen wat van je in het verbond verwacht wordt. Recht doen, je daaraan houden en blijven letten op de minsten in je samenleving omdat je God nu eenmaal de God van de zwakken is. Ook in onze  dagen klinkt de roep om religiositeit, wie ben ik en wat kan ik doen om een beter ik te worden. Het antwoord van de God van Israël is nog steeds hetzelfde als in de dagen van Micha: heb je naaste lief als jezelf