Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor november, 2015

In de zesde maand

maandag, 30 november, 2015

Lucas 1:26-38

26 ¶  In de zesde maand zond God de engel Gabriël naar de stad Nazaret in Galilea, 27  naar een meisje dat was uitgehuwelijkt aan een man die Jozef heette, een afstammeling van David. Het meisje heette Maria. 28  Gabriël ging haar huis binnen en zei: ‘Gegroet Maria, je bent begenadigd, de Heer is met je.’ 29  Ze schrok hevig bij het horen van zijn woorden en vroeg zich af wat die begroeting te betekenen had. 30  Maar de engel zei tegen haar: ‘Wees niet bang, Maria, God heeft je zijn gunst geschonken. 31  Luister, je zult zwanger worden en een zoon baren, en je moet hem Jezus noemen. 32  Hij zal een groot man worden en Zoon van de Allerhoogste worden genoemd, en God, de Heer, zal hem de troon van zijn vader David geven. 33  Tot in eeuwigheid zal hij koning zijn over het volk van Jakob, en aan zijn koningschap zal geen einde komen.’ 34  Maria vroeg aan de engel: ‘Hoe zal dat gebeuren? Ik heb immers nog nooit gemeenschap met een man gehad.’ 35  De engel antwoordde: ‘De heilige Geest zal over je komen en de kracht van de Allerhoogste zal je als een schaduw bedekken. Daarom zal het kind dat geboren wordt, heilig worden genoemd en Zoon van God. 36  Luister, ook je familielid Elisabeth is zwanger van een zoon, ondanks haar hoge leeftijd. Ze is nu, ook al hield men haar voor onvruchtbaar, in de zesde maand van haar zwangerschap, 37  want voor God is niets onmogelijk.’ 38  Maria zei: ‘De Heer wil ik dienen: laat er met mij gebeuren wat u hebt gezegd.’ Daarna liet de engel haar weer alleen. (NBV)

Nadat Elisabeth haar zwangerschap vijf maanden verborgen had gehouden, spotten met een oude vrouw die zwanger is doet zeer nietwaar, werd de zwangerschap van Elisabeth toch aan Maria bekend gemaakt. Maria woonde in Nazareth in Galilea. Dat is zo bekend dat we er overheen lezen. Voor de eerste lezers van het Evangelie van Lucas zal er onwillekeurig een glimlach om de mond gespeeld hebben. Galilea stond in Israël als het land van de heidenen bekend. Voor de inwoners van Judea en vooral Jeruzalem woonden daar boerenpummels die nauwelijks besef hadden van de geweldige gewichtige leer van de boeken van Mozes, de boeken van de profeten en de geschriften die samen de Hebreeuwse Bijbel vormden. En dat Nazareth? Eigenlijk betekent het iets als “struikgewas”. Die boodschapper van God ging dus naar een Joods meisje, die verloofd was met een afstammeling van koning David, en die vond hij in het struikgewas in het land van de Heidenen.

En op dat punt, zo ongeveer het minste vlekje dat je je in Israël kunt voorstellen daar wordt een geweldige belofte gedaan. Dat meisje, ongetrouwd nog, zal zwanger worden en haar zoon zal de beloofde bevrijder van Israël worden en op de troon van Koning David plaatsnemen. Nooit meer zal Israël een andere koning nodig hebben. En op de vanzelfsprekende vraag hoe dat allemaal wel niet moet als je niet getrouwd bent is het antwoord eigenlijk dat ook Elisabeth zwanger is. De Geest van God, de Liefde zelf, zal zorgen dat het gebeurd. Lees hier nu niet de flauwekul over maagdelijke geboorte en zo. Die wordt hier niet verteld en staat ook niet elders in de Bijbel. Een verkeerde vertaling van Jesaja in het Grieks heeft ons ooit op dat onzalige spoor gezet. Want Maria verheffen tot iets als een koningin van de hemel is nu eenmaal het tegendeel van wat ons verteld wordt. Ons wordt verteld dat het meest onaanzienlijke meisje uit Israël, uit het meest onaanzienlijke dorpje dat ligt in het meest onaanzienlijke deel van Israël de moeder zal worden van de grootste Koning van Israël uit de geschiedenis en de toekomst.

Hoe geloofwaardig is dat? Maria geloofde dat en daar mogen wij nog wel eens een voorbeeld aan nemen. Kunnen wij de voedselcrisis oplossen? Kunnen wij zorgen voor een gezond klimaat voor onze kinderen en kleinkinderen? Kunnen wij zorgen voor vrede en veiligheid? God heeft ons beloofd dat het zal kunnen en zal lukken. Niet door onze eigen kracht maar door de Geest van God heet het in deftige Bijbelse termen. Het betekent dat we ons moeten afwenden van alles wat ons eigenbelang dient, dat we op moeten houden bang te zijn dat we te kort komen. Niemand onder ons is zo min in aanzien als Maria was, niemand leeft in een zo onaanzienlijk dorpje in een deel van het land dat zo geminacht wordt. Wij kunnen samen opstaan tegen het onrecht dat de wereld beheerst. Juist als we onze naaste liefhebben als onszelf, als we oog durven hebben voor de minsten zal het ons lukken. Dan zal de aarde veranderen, dan zal die zoon van Maria niet alleen de Koning zijn van Israël maar werkelijk de Heer van de wereld. Maar we moeten vandaag beginnen die Heer ook echt als Heer te erkennen.

Toen Herodes koning van Judea was

zondag, 29 november, 2015

Lucas 1:1-25

1 ¶  Nadat reeds velen zich tot taak hebben gesteld om een verslag te schrijven over de gebeurtenissen die zich in ons midden hebben voltrokken, 2  en die ons zijn overgeleverd door degenen die vanaf het begin ooggetuigen zijn geweest en dienaren van het Woord zijn geworden, 3  leek het ook mij goed om alles van de aanvang af nauwkeurig na te gaan en deze gebeurtenissen in ordelijke vorm voor u, hooggeachte Theofilus, op schrift te stellen,  4  om u te overtuigen van de betrouwbaarheid van de zaken waarin u onderricht bent. 5 ¶  Toen Herodes koning van Judea was, leefde er een priester die Zacharias heette en tot de priesterafdeling Abia behoorde. Zijn vrouw, Elisabet, stamde af van Aäron. 6  Beiden waren vrome en gelovige mensen, die zich strikt aan alle geboden en wetten van de Heer hielden. 7  Ze hadden geen kinderen, want Elisabet was onvruchtbaar, en beiden waren al op leeftijd. 8  Toen de afdeling van Zacharias eens aan de beurt was om de priesterdienst te vervullen, 9  werd er volgens het gebruik van de priesters geloot en werd Zacharias door het lot aangewezen om het reukoffer op te dragen in het heiligdom van de Heer. 10  De samengestroomde menigte bleef buiten staan bidden terwijl het offer werd gebracht. 11  Opeens verscheen hem een engel van de Heer, die aan de rechterkant van het reukofferaltaar stond.  12  Zacharias schrok hevig bij het zien van de engel en hij werd door angst overvallen. 13  Maar de engel zei tegen hem: ‘Wees niet bang, Zacharias, je gebed is verhoord: je vrouw Elisabet zal je een zoon baren, en je moet hem Johannes noemen. 14  Vreugde en blijdschap zullen je ten deel vallen, en velen zullen zich over zijn geboorte verheugen. 15  Hij zal groot zijn in de ogen van de Heer, en wijn en andere gegiste drank zal hij niet drinken. Hij zal vervuld worden met de heilige Geest terwijl hij nog in de schoot van zijn moeder is,  16  en hij zal velen uit het volk van Israël tot de Heer, hun God, brengen. 17  Als bode zal hij voor God uit gaan met de geest en de kracht van Elia om ouders met hun kinderen te verzoenen en om zondaars tot rechtvaardigheid te brengen, en zo zal hij het volk gereedmaken voor de Heer.’ 18  Zacharias vroeg aan de engel: ‘Hoe kan ik weten of dat waar is? Ik ben immers een oude man en ook mijn vrouw is al op leeftijd.’ 19  De engel antwoordde: ‘Ik ben Gabriël, die altijd in Gods nabijheid is, en ik ben uitgezonden om je dit goede nieuws te brengen. 20  Maar omdat je geen geloof hebt gehecht aan mijn woorden, die op de voorbestemde tijd in vervulling zullen gaan, zul je stom zijn en niet kunnen spreken tot de dag waarop dit alles gaat gebeuren.’ 21  De menigte stond buiten op Zacharias te wachten, en de mensen vroegen zich af waarom hij zo lang in het heiligdom bleef. 22  Maar toen hij naar buiten kwam, kon hij niets tegen hen zeggen. Ze begrepen dat hij in het heiligdom een visioen had gezien; hij maakte gebaren tegen hen, maar spreken kon hij niet. 23  Toen zijn tempeldienst voorbij was, ging hij terug naar huis. 24  Korte tijd later werd zijn vrouw Elisabet zwanger. Ze leefde vijf maanden lang in afzondering en zei bij zichzelf: 25  De Heer heeft zich mijn lot aangetrokken. Hij heeft dit voor mij gedaan opdat de mensen me niet langer verachten. (NBV)

We leven in de adventstijd. Nog vier weken en  Kerstmis en is al weer bijna voorbij. In de aanloop naar Kerstmis vraagt de kerk zich af hoe het ook al weer zit met de verwachting van de komst van het Koninkrijk van God. Die komst begon met de geboorte van Jezus van Nazareth maar ook die geboorte had een voorgeschiedenis. Dat kerstverhaal begint met twee mensen uit het Priestergeslacht. Voorop in het verhaal van Jezus van Nazareth staat dus de Wet in de Tempel in Jeruzalem. Want Priesters waren er voor om de mensen te helpen die Wet, de Wet van Heb-Uw-Naaste-Lief-Als-Uzelf, te onderhouden. Dat Priestergeslacht was ooit begonnen met Aäron de broer van Mozes. Maar in de loop van de geschiedenis was die familie heel erg uitgebreid. Wij bepalen ons tot twee leden van die familie, Zacharias en Elisabeth, een al wat ouder echtpaar dat geen kinderen had.

Ze doen dan direct denken aan Abram en Saraï die ook geen kinderen hadden maar aan het begin stonden van het verhaal over het volk Israël. En zo konden ook Elisabeth  en Zacharia ook wel eens aan het begin staan van een geweldig verhaal. Ze worden in het Grieks “rechtvaardigen” genoemd en om rechtvaardigen gaat het meestal in de Bijbel. Die Herodes was wel Koning der Joden, maar het was geen Jood. Hij kwam uit Edom en stamde dus af van Esau de broer van Jacob die Israël zou worden. Er was ook nog een profeet geweest die Zacharia heette en zo vinden we in het begin van het verhaal van Lucas de Koning, de Priester en de Profeet. Samen staan ze rond de Tempel in Jeruzalem. Maar dat was lang onvruchtbaar gebleven. De richtlijnen voor een menselijke samenleving die daar werden bewaard maakten geen deel meer uit van het bestuursbeleid waarvoor ze ook bedoeld waren. Daaraan kon nu een einde aan komen. Terwijl Zacharias in de Tempel dienst deed kreeg hij een visioen, een droom dat er toch een kind geboren zou worden, een kind dat apart gezet zou worden, zoals Simson ooit apart gezet was, een kind dat de bevrijding van het volk zou aankondigen, waarmee de bevrijding zou beginnen.

Want al die uitspraken van die engel, boodschapper van God, zijn uitspraken die je in het Oude Testament, de Hebreeuwse Bijbel kan terugvinden. En als je de hele schrift hebt om voor je te spreken dan doe je er het zwijgen toe, dan heb je zelf niets meer te zeggen. En zo gaat het met Zacharias: hij kon geen woord meer uitbrengen. Veel geleerden hebben zich overigens afgevraagd waarom Elisabeth zich verborgen hield, maar de betekenis daarvan komt waarschijnlijk pas aan het licht als we het verhaal van Lucas verder lezen en zo ver zijn we nog niet. Vandaag houden we op bij Elisabet die sprak zoals ooit Rachel sprak toen zij moeder werd van Jozef: “God heeft weggenomen mijn schande”. In een samenleving waar de gelijkheid van man en vrouw werd ontkend, waar men niet kon geloven dat God man en vrouw naar zijn beeld had geschapen, was het een schande als een vrouw geen kinderen had. Van Abraham en Sara, van de ouders van Samuël, van de ouders van Simson en aan Zacharias en Elisabet zouden we moeten leren dat die schande onzin is. Als we werkelijk gaan leven zoals God dat in de Wet heeft bepaald, als we werkelijk van onze naaste gaan houden als van onszelf, als we gaan leven voor de minsten op aarde, dan gaat de onvruchtbaarheid voorbij, dan breekt nieuw leven aan, dan komt er namelijk een nieuwe hemel en een nieuwe aarde. In dat verhaal kunnen we dus ook vandaag mee gaan doen en waarom ook niet.

Wees waakzaam!

zaterdag, 28 november, 2015

Marcus 13:28-37

28 ¶  Leer van de vijgenboom deze les: zo gauw zijn takken uitlopen en in blad schieten, weet je dat de zomer in aantocht is. 29  Zo moeten jullie ook weten, wanneer je die dingen ziet gebeuren, dat het einde nabij is. 30  Ik verzeker jullie: deze generatie zal zeker nog niet verdwenen zijn wanneer al die dingen gebeuren. 31  Hemel en aarde zullen verdwijnen, maar mijn woorden zullen nooit verdwijnen. 32  Niemand weet wanneer die dag of dat moment zal aanbreken, de engelen in de hemel niet en de Zoon niet, alleen de Vader. 33  Pas op, wees waakzaam, want jullie weten niet wanneer die tijd zal komen. 34  Het is als met een man die op reis ging: hij verliet zijn huis en droeg het beheer over aan zijn dienaren, die elk een eigen taak kregen, en de deurwachter gaf hij opdracht om de wacht te houden. 35  Wees dus waakzaam, want jullie weten niet wanneer de heer des huizes komt, ‘s avonds, of midden in de nacht, of bij het eerste hanengekraai, of ‘s morgens vroeg. 36  Laat hij jullie niet slapend aantreffen wanneer hij plotseling komt. 37  Wat ik tegen jullie zeg, zeg ik tegen iedereen: wees waakzaam!’ (NBV)

Soms zijn de gelijkenissen van Jezus van Nazareth kleine grapjes. Iedereen wil weten wanneer het nu eens echt lente wordt. Dat je dan naar de bomen moet kijken of er al blaadjes aan komen is natuurlijk een dooddoener. Je kunt ook naar de kalender kijken, of de vogels in de lucht. Iedereen weet dat de lente komt maar het ene jaar is het vroeger zacht en het andere jaar kan het nog laat sneeuwen en stormen. Het heeft dus geen zin te speculeren over dag en uur van het begin van de lente. Net zo min heeft het zin om te speculeren over dag en uur van het einde van de geschiedenis. Maar we moeten er wel klaar voor zijn. En dat kan en dat mag. Dat noemen ze in de kerken genade. Dat we mogen zorgen dat de aarde een huis wordt waar God zelf wil komen wonen.

Niet dus een huis waar mensen worden vermoord, waar mensen honger leiden, waar mensen aan de kant van de weg moeten blijven staan, waar mensen ten onrechte in gevangenissen worden gestopt, waar oorlog wordt gevoerd en noem maar op, waar de ellende voor de meeste mensen op aarde de overhand heeft. Het lijkt er soms op dat we die aarde met een stevige bezem moeten schoonmaken, Maar het is een taak die geweldig is, die ieder mens verre te boven gaat. Gelukkig kennen we de Heer van de aarde die heeft gezegd dat hem alle macht gegeven is. Wij hoeven niet alles op te lossen, wij mogen naar vermogen ons steentje bijdragen en zoveel mogelijk mensen daarin meekrijgen. Maar we mogen niet verzaken, niet inzakken of inslapen. Want voordat we het weten is het einde van de geschiedenis aangebroken. Eigenlijk staat in dit Bijbelgedeelte nog eens heel duidelijk dat je elke dag moet leven of het morgen afgelopen kan zijn. Dat delen van wat we hebben met de hongerigen kan echt niet uitgesteld worden tot de volgende conferentie over voedselnood in de wereld. Daar kunnen de kinderen die lijden aan honger niet op wachten, zij sterven de hongerdood als wij wachten tot de eerlijke handelsverhoudingen ook tot achter de komma geregeld zijn.

Juist die eerlijke handelsverhoudingen geven arme boeren de kans op de wereldmarkt te concurreren tegen boeren uit rijke landen die beschikken over kennis over de landbouw en subsidies om hun bedrijf zo efficiënt mogelijk tot een zo groot mogelijke winst te brengen. De arme boeren ontbreekt het aan kennis, ontbreekt het aan middelen, aan gereedschappen om hun grond en hun producten met zo weinig mogelijk kosten tot een zo groot mogelijke opbrengst op te kweken. In die ongelijkheid zit de bron van voortdurend terugkerende voedselrampen. Juist daarom moeten we extra waakzaam zijn. Op allerlei terreinen hebben we de neiging alleen onze eigen problemen te willen oplossen en te vergeten dat we om de armen moeten denken. Onze energieprobleem oplossen door in arme landen vruchtbare grond te laten gebruiken voor de verbouw van oneetbare producten die hier gebruikt kunnen worden voor biobrandstof veroordeelt de inwoners van die landen tot honger. Beter is daar voedsel te verbouwen en hier de producten die nodig zijn voor biobrandstof zodat onze boeren niet verleid worden de arme boeren weg te concurreren. Waakzaamheid is altijd en overal geboden, ook vandaag weer.

 

Bid dat het niet in de winter gebeurt

vrijdag, 27 november, 2015

Marcus 13:14-27

14 ¶  Wanneer jullie de “verwoestende gruwel” zien staan waar hij niet hoort (lezer, begrijp dit goed), dan moet iedereen in Judea de bergen in vluchten; 15  wie op het dak van zijn huis is moet niet naar beneden gaan om nog iets uit zijn huis mee te nemen, 16  en wie op het land is moet niet naar huis gaan om zijn mantel te halen. 17  Wat zal het rampzalig zijn voor de vrouwen die in die tijd zwanger zijn of een kind aan de borst hebben! 18  Bid dat het niet in de winter gebeurt, 19  want zulke verschrikkingen als er in die tijd zullen plaatsvinden, zijn er sinds het begin van Gods schepping nooit geweest en zullen er ook nooit meer komen. 20  En als de Heer die tijd niet had verkort, zou geen enkel mens worden gered, maar omwille van de uitverkorenen die hij tot de zijnen heeft gemaakt, heeft hij die tijd verkort. 21  Als iemand dan tegen jullie zegt: “Kijk, dit is de messias, ”of: “Daar is hij, ”geloof het dan niet, 22  want er zullen valse messiassen en valse profeten komen, die tekenen en wonderen zullen verrichten om Gods uitverkorenen zo mogelijk te misleiden. 23  Jullie moeten oppassen, ik heb het jullie allemaal van tevoren gezegd. 24 ¶  Maar in de dagen na de verschrikkingen zal de zon verduisterd worden en de maan geen licht meer geven, 25  de sterren zullen uit de hemel vallen en de hemelse machten zullen wankelen. 26  Dan zal men de Mensenzoon zien komen op de wolken, bekleed met grote macht en luister. 27  Dan zal hij de engelen erop uitsturen om zijn uitverkorenen uit de vier windstreken bijeen te brengen, van het uiteinde van de aarde tot het uiteinde van de hemel. (NBV)

Nood leert bidden. Als je de verschrikkingen leest die in dit Bijbelgedeelte beschreven zijn dan kun je je dat heel goed voorstellen. De vele opstanden die tijdens en na het leven van Jezus van Nazareth in Palestina plaatsvonden maakten het leven steeds zwaarder. Uiteindelijk werd in het jaar 70 de Tempel in Jeruzalem vernietigd en werd een heel groot deel van de inwoners van Palestina verspreid over het hele Romeinse Rijk. Men kan zich voorstellen dat deze gruwelen een diepe indruk gemaakt hebben op de jonge Christengemeenten die uit Joden en Heidenen bestonden. Mensen die nog maar pas geleerd hadden zich in te zetten voor lijdenden, voor hongerigen, voor vluchtelingen. Zij hoorden de verhalen over oorlog, over mishandelingen en executies, over verkrachtingen en plunderingen. Ze hadden ook geleerd de komst van Jezus Messias te verwachten. Die Jezus van Nazareth zou immers terugkeren om de hele aarde te bevrijden van al die ellende.

Groter ellende dan er in die dagen was kon men zich niet voorstellen dus die Jezus van Nazareth kon elk moment terugkomen. Marcus neemt hier in zijn verhaal over Jezus van Nazareth gas terug. Hij herinnerde zich de waarschuwingen voor valse profeten. In de dagen van Jezus van Nazareth waren er veel messiassen. Ze beloofden de bevrijding van Palestina op allerlei manieren. Sommigen trokken met volgelingen de woestijn in om ver van de bewoonde wereld nieuwe gemeenschappen te stichten. Anderen begonnen opstanden met bloedig geweld hun volgelingen voorhoudend dat ze een teken uit de hemel zouden krijgen die de overwinning garandeerde. Jezus van Nazareth waarschuwde krachtig tegen deze valse messiassen. Ze zijn te herkennen aan de genezingen en andere wonderen die ze voor een groot publiek verrichten. Die terugkomst is wel te verwachten. Maar wanneer weten we niet. In elk geval niet als wij denken dat de rampen en de ellende op hun ergst zijn. Het kan altijd nog erger. Pas nadat het echt op z’n ergst is geweest, pas daarna komt Jezus terug. Dan pas zal de zon verduisterd worden, zullen de sterren uit de hemel vallen en zullen de hemelse machten wankelen.

Natuurkundigen voorspellen dat de aarde zal vergaan als de zon is opgebrand maar dat opbranden van de zon kan nog wel vele eeuwen op zich laten wachten. De lezers van het Evangelie van Marcus wisten dat nog niet. En of het inderdaad zal liggen aan natuurwetten weten wij ook niet. Marcus had dezelfde beschrijvingen over rampen en ellende gelezen in de boeken van de profeten Jesaja en Daniel. In onze geschiedenis meende men ook heel vaak dezelfde tekenen te herkennen, maar steeds kreeg Jezus van Nazareth gelijk. Al die ellende, al die oorlog en hongersnoden betekenen nog niet het einde van de geschiedenis. Natuurlijk mogen we bidden dat een hongersnood niet uitbreekt in de winter. Ook voor ons zijn rampen en ellende niet uitgesloten. Voor ons zijn er de slachtoffers voor wie we oog en oor mogen hebben. Wij mogen ons afvragen hoe het komt dat een klein deel op onze aarde de rampen zonder veel moeite kan doorstaan terwijl een groot deel van de aarde meer dan naar verhouding te lijden heeft van alle rampen, oorlogen en ellende. Wij zullen moeten leren wat delen is, dan zullen we ook de zwaarste tijden doorstaan. En met dat leren mogen we vandaag al beginnen.

 

Aan alle volken het goede nieuws

donderdag, 26 november, 2015

Marcus 13:1-13

1 ¶  Toen hij de tempel verliet, zei een van zijn leerlingen tegen hem: ‘Meester, kijk eens, wat een enorme stenen en wat een imposante gebouwen!’ 2  Jezus zei tegen hem: ‘Die grote gebouwen die je nu ziet-wees er maar zeker van dat geen enkele steen op de andere zal blijven; alles zal worden afgebroken.’3  Toen hij op de Olijfberg was gaan zitten, tegenover de tempel, en Petrus, Jakobus, Johannes en Andreas alleen met hem waren, stelde Petrus hem de vraag: 4  ‘Vertel ons, wanneer zal dat allemaal gebeuren en aan welk teken kunnen we herkennen dat het zover is?’ 5 ¶  Jezus antwoordde: ‘Pas op dat niemand jullie misleidt. 6  Want er zullen velen komen die mijn naam gebruiken en zich voor mij zullen uitgeven, en ze zullen veel mensen misleiden. 7  Als jullie berichten horen over oorlog en oorlogsdreiging, wees dan niet verontrust. Die dingen moeten gebeuren, maar daarmee is het einde nog niet gekomen. 8  Het ene volk zal tegen het andere ten strijde trekken en het ene koninkrijk zal de strijd aanbinden met het andere, overal zullen er aardbevingen en hongersnoden zijn: dat is het begin van de weeën. 9  Wat jullie zelf betreft: pas goed op. Jullie zullen voor het gerecht worden gesleept en in synagogen worden gegeseld, en jullie zullen voor  gouverneurs en koningen moeten verschijnen om voor hen van mij te getuigen. 10  Want eerst moet aan alle volken het goede nieuws worden verkondigd. 11  Wanneer jullie worden weggevoerd om te worden uitgeleverd, maak je dan vooraf geen zorgen over wat je zult gaan zeggen; zeg wat jullie op dat tijdstip wordt ingegeven, want jullie zijn het niet die dan spreken, maar het is de heilige Geest. 12  De ene broer zal de andere uitleveren om hem te laten doden, en vaders zullen hetzelfde doen met hun kinderen, en kinderen zullen zich tegen hun ouders keren en hen laten terechtstellen. 13  Jullie zullen door iedereen worden gehaat omwille van mijn naam, maar wie standhoudt tot het einde zal worden gered.(NBV)

Zo ver zijn we nog lang niet, dat aan alle volken op de aarde het goede nieuws is verkondigd. In de tijd dat het evangelie van Marcus werd geschreven leek het heel wat dichterbij dan vandaag. Toen geloofde men dat er zeventig volken op de wereld waren en dat eigenlijk al die volken zo ongeveer onderworpen waren aan het Romeinse Rijk. Het feit dat er overal oorlog werd gevoerd en dat er hongersnoden en aardbevingen waren droegen bij aan het gevoel dat het einde van de geschiedenis wel dichtbij zou moeten zijn. Als je nagaat hoe oud de kosmos is, hoe ver we afzitten van de oerknal, dan is die paar duizend jaar waarover we nu praten inderdaad niet veel. Maar op een mensenleven is het nog een hele tijd. Als we het gedeelte van vandaag nauwkeurig lezen dan blijkt dat we ons eigenlijk helemaal niet druk hoeven maken over al die tekenen die wijzen op een mogelijk einde van de geschiedenis.

Een aantal jaren geleden dook het verlangen het te kunnen voorspellen weer op. Gewezen werd toen op een kalender van de Maya’s in Zuid Amerika die af zou lopen op 21 december 2012. Volgens sommigen moest dat een heleboel betekenen. Volgens de Bijbel betekent het voor gelovigen helemaal niks. Wat veel belangrijker is is de vraag hoe je dat geloof volhoudt. Al die keurige nette schriftgeleerden in hun mooie pakken vinden het maar niks, dat voorop zetten van de minste, dat dag en nacht zorgen voor de mensen die zorg nodig hebben. Ze zullen zich er met geweld tegen verzetten. Ja zelfs binnen families zal er ruzie blijven ontstaan rond de vraag waar de familie bij hoort, bij die scherp slijpende zich duur voordoende bijbelgeleerden, of bij de mensen die alles wat ze hebben delen met hen die niets hebben, die proberen iedereen er van de overtuigen dat alleen samen leven en samen delen kan leiden tot een betere samenleving. Gelukkig hoef je je niet af te vragen hoe je dat moet uitleggen, als je behept bent met dezelfde geest als Jezus van Nazareth, de Heilige Geest noemen we dat in de kerk, dan vallen de juiste woorden je vanzelf in. Soms zul je zelfs verbaasd staan van jezelf hoe helder en overtuigend je de bevrijding van de armen kunt verkondigen.

Denk overigens niet dat Jezus van Nazareth de vier volgelingen met wie hij naar de tempel zat te kijken iets nieuws vertelde. Hij citeert hier volop uit de boeken van de profeten. Dat van die familieruzies werd bijvoorbeeld al voorspeld door de profeet Micha en Daniël had te midden van de ballingschap in Babel al opgeroepen om vol te houden in het geloof in de God van Israël ook al wordt je door iedereen er om gehaat. In de dagen van het ontstaan van het evangelie van Marcus was er alle reden om kijkend naar de Tempel na te denken over het einde van de geschiedenis. Keizer Caligula had eerst de Tempel op verschrikkelijke wijze ontwijd en in het jaar 70 zou de Tempel in Jeruzalem voorgoed verwoest worden, alleen een muur bleef staan. Die verwoesting bracht een einde aan de manier waarop de godsdienst van de God van Israël vanouds werd gevierd. Christenen bedachten toen dat hun hart de Tempel zou moeten zijn waar God zou komen wonen. En dat betekent dat overal waar we zijn, dag in dag uit, we de wil van God kunnen doen door oog en zorg te hebben voor de minsten op aarde, ook vandaag kan dat weer, ondanks alle tegenstand.

Je hebt geen kwaad meer te vrezen.

woensdag, 25 november, 2015

Sefanja 3:9-20

9  Dan zal ik de lippen van de volken rein maken, zij zullen de naam van de HEER aanroepen, ze zullen hem dienen, zij aan zij. 10  Van over de rivieren van Nubië zullen zij die ik verstrooid heb mij komen vereren en mij hun offergaven brengen. 11  Op die dag hoef je je niet meer te schamen voor alle daden waarmee je tegen mij in opstand kwam. Wie van overmoed vrolijk is laat ik uit je midden verdwijnen, op mijn heilige berg zul je niet meer hoogmoedig zijn.  12  Ik zal een arm en zwak volk binnen je muren achterlaten dat in de naam van de HEER een toevlucht vindt. 13  Wie er van Israël overblijven, zullen niet langer onrecht doen,  ze zullen geen leugens spreken, uit hun mond zal geen bedrieglijke taal meer klinken. Ze zullen weiden en rustig liggen, en niemand die ze stoort. 14 ¶  Jubel, vrouwe Sion, zing van vreugde, Israël, juich met heel je hart, vrouwe Jeruzalem!  15  De HEER heeft het vonnis over jou tenietgedaan en je vijand verdreven. De HEER, de koning van Israël, is in je midden, je hebt geen kwaad meer te vrezen.16  Op die dag zal men tegen Jeruzalem zeggen: ‘Wees niet bang, Sion! Laat de moed niet zinken!’ 17  De HEER, je God, zal in je midden zijn, hij is de held die je bevrijdt. Hij zal vol blijdschap zijn, verheugd over jou, in zijn liefde zal hij zwijgen, in zijn vreugde zal hij over je jubelen. 18  Alle treurenden zal ik bijeenbrengen, verzamelen wie op je feesten moesten ontbreken. Hun vernedering drukte zwaar op de stad. 19  In die tijd zal ik afrekenen met je verdrukkers, de kreupelen zal ik redden, de verstrooiden bijeenbrengen. En hen die in de hele wereld werden veracht zal ik met eer en roem overladen. 20  In die tijd breng ik jullie terug. Ik zal jullie verzamelen, je zult met eer en roem overladen worden door alle volken op aarde. Met eigen ogen zullen jullie zien hoe ik je lot ten goede keer-  zegt de HEER. (NBV)

“Door het vuur van mijn woede vergaat heel de aarde” was de laatste regel van het lied dat we gisteren lazen. Maar dat is niet de laatste regel die van dit lied van Sefanja in de Bijbel staat.  Vandaag lezen we het tweede deel dat onlosmakelijk bij het eerste deel hoort. Gaat het in het eerste deel over de kansen die we krijgen om die verwoesting van de aarde te ontlopen, vandaag gaat het over de aarde zoals die zal ontstaan als we die kansen ook grijpen. Dan klinken niet meer de namen van de afgoden, dan wordt er niet meer geroepen om winst en profijt. Dan klinkt alleen de naam de van God van Israël, die er zijn zal zoals hij er zal zijn. Nubië, of Ethiopië zoals vroeger werd vertaald, of Koesj zoals het in het Hebreeuws heette, was het land aan de rand van de aarde, verder kon je niet gaan en vanaf die uiterste rand van de wereld komen de mensen om mee te delen van het goede aan hen die het nodig hebben. Want de offergaven aan de God van Israël zijn de goede daden die je doet voor de minste van zijn kinderen, de minste van de mensen op aarde.

Mooi is natuurlijk dat er geen scheiding wordt gemaakt tussen brave mensen die nooit iets verkeerd deden en mensen die alleen voor zichzelf hadden geleefd, niemand hoeft zich meer te schamen voor de verkeerde dingen die gedaan zijn, voor de keren dat je de armen voorbij bent gelopen, dat je je eigen plezier belangrijker vond dan het lot van de hongerigen. Aan het eind van de ballingschap zijn er in Jeruzalem alleen nog slachtoffers van bezetting en ballingschap te vinden. Maar het zijn dan wel de mensen die weer weet hebben van het heb Uw naaste lief als Uzelf en dat in de praktijk brengen. Dat zijn de mensen waar het goede van uit gaat en die daardoor niets meer te vrezen hebben. Daar mag in de Tempel over gezongen worden, want die Tempel staat op de berg Sion in het midden van Jeruzalem.

Dan breekt de bevrijding aan van armoede, onderdrukking en geweld, dan wordt er gedanst in de straten zoals in onze dagen gedanst wordt in de straten van steden waar de mensen hun dictators hebben verjaagd om opnieuw te beginnen met een echte rechtvaardige samenleving. Juist die armen waar iedereen in de wereld op neerkijkt, waar je geen militaire bondgenootschappen mee kunt sluiten, waar je geen handel mee kunt drijven omdat ze er te arm voor zijn, zullen bewondering en respect afdwingen. Hun idealen van recht en rechtvaardigheid, van vrijheid en eerlijkheid zullen respect afdwingen en navolging krijgen. Wij zijn het zelf die het mogen navolgen, elke dag weer opnieuw, zeker ook vandaag als we er weer op uit gaan om hongerigen te voeden en naakten te kleden. Vandaag zullen we het weer mogen zien.

Iedere ochtend wanneer het licht wordt

dinsdag, 24 november, 2015

Sefanja 3:1-8

1 ¶  Wee de opstandige, bezoedelde, gewelddadige stad! 2  Ze luistert naar niemand, neemt geen terechtwijzing aan, vertrouwt niet op de HEER, wendt zich niet tot haar God. 3  Haar leiders zijn brullende leeuwen, haar rechters wolven in de avond die ‘s ochtends niets meer te kluiven hebben. 4  Haar profeten zijn gewetenloze bedriegers, haar priesters ontwijden wat heilig is en doen de wet geweld aan. 5  Maar de HEER is in haar midden, hij is rechtvaardig, hij doet geen onrecht. Iedere ochtend wanneer het licht wordt spreekt hij recht, en nooit ontbreekt hij. Maar wie onrecht doet, kent geen schaamte. 6  Volken heb ik uitgeroeid, hun torens vernield, hun straten verwoest, niemand kan er door. Hun steden zijn vernietigd, geen mens kan er meer wonen. 7  Ik zei: ‘Heb toch ontzag voor mij, laat je door mij vermanen.’ Dan zou haar woonplaats niet vernietigd zijn, dan had ik haar niet hoeven te straffen. Maar nee, ze deden telkens weer de schandelijkste dingen. 8 ¶  Wacht maar-spreekt de HEER -, wacht op de dag dat ik mijn buit kom halen. Ik heb besloten volken te verzamelen en koninkrijken bijeen te halen, en mijn toorn, mijn laaiende woede over ze uit te storten. Door het vuur van mijn woede vergaat heel de aarde. (NBV)

Je weet dat je elke morgen weer opnieuw mag opstaan. Opnieuw beginnen aan een splinternieuwe dag. Dat is ook het moment om je af te vragen wat je anders wil doen. Op welke manier je vanaf nu richtlijn van heb Uw naaste lief als Uzelf wil volgen. Wie je daarvoor in de komende dag wil inschakelen, wie daartoe opwekken. Het is een prachtig beeld in de Bijbel dat God elke ochtend rechtspreekt en nooit ontbreekt. Want er is immers elke ochtend weer een nieuwe dag en dat we weer opnieuw mogen beginnen is dus een geschenk van God. We hoeven de fouten van de vorige dag en van de vorige dagen niet te herhalen. We hoeven de armen niet opnieuw te verwaarlozen en mogen opnieuw proberen de onrechtvaardige handelsverhoudingen om te buigen tot rechtvaardige.

Het gedeelte dat we vandaag lezen begint met zich kwaad te maken op de stad waar alles altijd maar doorgaat. Wat wij noemen de vierentwintig uurs economie. Waar mensen dag en nacht als slaven van de economie gehouden worden. Daar wordt geen Sabbath meer gehouden, geen zondagsvrijheid is er meer te vinden. Alles is er gericht om de rijken te beschermen en te voorkomen dat bezit eerlijk wordt gedeeld. De rechters zorgen daarvoor maar ook de zogenaamde profeten en priesters, ook zij praten goed wat de armen onrecht aandoet. Maar ook de God van Israël is in die stad aanwezig en elke ochtend geeft hij de mensen van die stad weer een nieuwe kans. Een nieuwe kans om zich te bevrijden van de slavernij van winst en profijt, zich te ontdoen van de mechanismes van geweld en uitbuiting, een nieuwe kans de hongerigen te voeden, de dorstigen te laven en de gevangenen te bevrijden.

Het lijkt op een klaaglied dat we vandaag zingen, maar het is het lied dat in Noord Afrika wordt gezongen tegen de machten die de armen uitbuiten en hen de rijkdom onthouden die hen toekomt. Daarmee is het ook het lied van de hoop, de hoop op de nieuwe morgen die in de nacht kan ontwaken als er alleen nog maar duisternis lijkt te zijn. Wij lezen het begin van dit lied van Sefanja als een aanklacht tegen een opstandige bezoedelde gewelddadige stad, zo kennen wij onze steden die dag en nacht doorgaan zonder een moment zelfs van rust. Maar in het Hebreeuws staat er een woordspeling, je zou ook kunnen lezen “beroemde, bevrijde stad, duivenstad” dat is de andere kant van dezelfde stad, is wat je er nu leest de stad van gisteren, de stad van de afgelopen nacht, wat je er ook zou kunnen lezen is de stad van vandaag, de stad waarvoor we vandaag weer aan het werk gaan. De stad die God ons als nieuwe kans heeft gegeven, een kans die we elke dag mogen grijpen, ook vandaag weer.

 

Alle goden van de aarde doen verschrompelen.

maandag, 23 november, 2015

Sefanja 2:4-15

4 ¶  Gaza zal verlaten zijn, Askelon een woestenij, Asdod wordt midden op de dag ontvolkt, Ekron ontworteld. 5  Wee jullie, bewoners van de kustvlakte, Kretenzers! De HEER richt zich tegen jou, Kanaän, land van de Filistijnen! Ik zal je te gronde richten, met al je bewoners. 6  De kustvlakte wordt grasland, met weidegrond voor herders en kooien voor schapen en geiten. 7  Het gebied zal toevallen aan wie er van Juda overblijven. Zij zullen daar weiden en ‘s avonds rusten in de huizen van Askelon, want de HEER, hun God, zal naar hen omzien en hun lot ten goede keren. 8 ¶  Ik heb de hoon van Moab gehoord en de spot van Ammon, ik heb gehoord hoe ze mijn volk hoonden en zijn gebied bedreigden.  9  Daarom, zo waar ik leef-spreekt de HEER van de hemelse machten, de God van Israël-zal Moab worden als Sodom en Ammon als Gomorra: een distelveld, een zoutput, voor altijd een woestenij. Wat er nog over is van mijn volk zal ze plunderen, wat er van mijn natie nog rest zal ze in bezit nemen. 10  Dat is het loon voor de hoogmoed waarmee ze het volk van de HEER van de hemelse machten hebben gehoond en bedreigd! 11  De HEER zal ze ontzag inboezemen, hij zal alle goden van de aarde doen verschrompelen. Aan alle kusten zal men voor hem knielen, ieder in zijn eigen land. 12 ¶  Nubiërs, jullie worden door mijn zwaard doorboord! 13  Hij zal zijn hand uitstrekken naar het noorden, Assyrië te gronde richten, Nineve tot een wildernis maken, dor als een woestijn. 14  Kudden zullen er een rustplaats vinden, allerlei dieren zullen er samentroepen, uilen en stekelvarkens zullen zich nestelen tussen de zuilen. Hoor hoe het huilt door de vensters, puin ligt op de drempels, het cederhout is losgerukt. 15  Dat is er over van die vrolijke stad, de stad die zo onbezorgd leefde, die dacht: Ik, en ik alleen! Ach, wat een wildernis is ze geworden, een rustplaats voor wilde dieren. Wie er voorbij komt sist tussen zijn tanden en gebaart vol afschuw met zijn hand. (NBV)

Toen Israël en Juda overlopen waren door de Assyriërs en een groot deel van het volk in ballingschap werd weggevoerd klonken er vreugdekregen uit de omringende volken. Geen groter vermaak dan leedvermaak nietwaar. De profeet Sefanja waarschuwt die omringende volken. Juist vanwege dat leedvermaak zullen ze zelf ten ondergaan en hun plaats zal ingenomen worden door het handjevol dat achtergebleven is in Israël en Juda. En die Assyriërs zelf zullen ooit ook overwonnen worden. Het gedeelte van vandaag eindigt met een lied tegen de Assyriërs waarin de hoop op hun nederlaag wordt bezongen. De ontredderde minderheid die had moeten toezien hoe het leger van Juda en Israël werd verslagen, hoe Jeruzalem werd verwoest en de Tempel leeggeroofd en vernietigd, krijgt moed ingesproken van de profeet. We moeten ook zelf oppassen met leedvermaak en wraak. Na de eerste Wereldoorlog werd Duitsland zwaar gestraft voor haar oorlogshandelingen. Zo zwaar dat er een kiem werd gelegd voor de beweging die de Tweede Wereldoorlog kon veroorzaken.

Na de Tweede Wereldoorlog kwam er dus een andere benadering en werd ook Duitsland geholpen bij de wederopbouw. Alleen het communistische gedeelte weigerde die opbouw en dat ging na 50 jaar alsnog ten onder aan de armoede. Sefanja liet al eeuwen geleden zien dat je als volken beter anders met elkaar omgaan dan elkaar vernederen. Zo zijn er veel mensen geweest die vonden dat de hulp aan het volk van Afghanistan bij de opbouw van een veilige en democratische samenleving een christenplicht is. Eenvoudig is dat nooit. De landbouwsamenleving van Sefanja had genoeg aan weilanden en vruchtbare akkers, onze samenleving is zo ingewikkeld geworden dat we meer nodig hebben. We moeten ook niet vergeten dat het bij Sefanja gaat om broedervolken. Moabieten en Ammonieten stamden af van Lot, de broer van Abraham die ontsnapte aan de verwoesting van Sodom en Gomorra.

Nu worden de Israëlieten bedreigd met een lot dat even erg is als het lot dat Sodom en Gomorra trof. Edom stamde af van Esau, de broer van Jacob, en is op veel plaatsen in de Bijbel de natuurlijke tegenstander van Israël, juist omdat het als broedervolk het volk Israël bestrijdt en niet te hulp komt. Met Nubiërs worden hier ook de Egyptenaren bedoeld. Over Egypte heerste een Nubisch koningshuis en Egypte was een vluchtplaats geworden voor Joden die de bezetting door de Assyriërs ontvlucht waren. Maar een wereldmacht als Egypte was net zo onbetrouwbaar en vijandig als Assyrië. Wie gelooft in de God van Israël moet blijven vertrouwen in het niet geloven in andere goden, in het houden van de richtlijn van heb Uw naaste lief als Uzelf als maat voor het dagelijks handelen. Gelukkig dat we daar elke dag weer opnieuw mee kunnen en mogen beginnen, ook vandaag weer.

Zoek rechtvaardigheid

zondag, 22 november, 2015

Sefanja 1:14-2:3

14 ¶  De grote dag van de HEER is nabij,  hij is nabij en komt zeer snel.  Hoor! De dag van de HEER !  Zelfs de dappersten schreeuwen het uit! 15  Die dag zal een dag zijn van razernij, een dag van angst en benauwdheid, een dag van rampspoed en onheil, een dag van duisternis en donkerheid, een dag van dreigende, donkere wolken, 16  een dag van hoorngeschal en krijgsgeschreeuw tegen de vestingsteden en hun hoge torens. 17  Ik zal de mensen angst aanjagen, ze zullen rondlopen als blinden, want ze hebben tegen de HEER gezondigd. Hun bloed wordt vergoten als was het maar stof, hun vlees zal tot straatvuil vergaan. 18  Goud noch zilver kan hen redden als de toorn van de HEER hen treft,
als het vuur van zijn woede de aarde verteert en hij al haar bewoners een gruwelijk einde bereidt. 1 ¶  Kom tot jezelf en kom samen, schaamteloos volk, 2  voordat mijn besluit gestalte krijgt-een dag verwaait als kaf-, voordat de brandende toorn van de HEER zich tegen je keert, voordat de dag van de toorn van de HEER zich tegen je keert.  3  Zoek de HEER, allen in het land die nederig zijn en naar zijn wetten leven, zoek rechtvaardigheid, zoek nederigheid: misschien blijven jullie dan gespaard op de dag van de toorn van de HEER. (NBV)

Vandaag zingen we met de profeet Sefanja het lied mee over de dag des Heren. Dat is een beeld dat we vandaag de dag nog terugvinden in de viering van de Grote Verzoendag door de Joden. Dan wordt er op de ramshoorn geblazen en trekken de gelovigen hun doodshemd aan, want zelf iets doen om je te verzoenen met de God van Israël is er niet bij. Je mag blij zijn dat je niet ter plekke dood neervalt en opnieuw mag beginnen. Het ontzagwekkende van de dag doet denken aan de inname van Jericho bij het begin van de intocht in het beloofde land. Zes maal was het volk zwijgend rond de stad gelopen en op de zevende dag na zeven maal rond te stad te zijn gelopen blies men op de ramshoorns en barste het volk in gejuich uit, waarop de muren instortten. Alleen de macht van de God van Israël zal het volk bevrijden. Zulke beelden zijn eigenlijk ook alleen in liederen te vatten. Alleen dichters kunnen de verschrikkingen onder woorden brengen die zullen komen als je het kwade in de wereld beschouwt en door laat woekeren.

Daarom staat na het lied ook nog een oproep aan het volk om anders te gaan handelen. Leef naar de wet van heb Uw naaste lief als Uzelf. Zie af van geweld maar zoek rechtvaardigheid en nederigheid. Stel je niet op als heerser maar als dienaar. Rijkdom en welvaart zullen niet tegen het kwaad kunnen beschermen. De nederigen staat hier tegenover de hoogmoedigen, zij die met geweld vrede denken te brengen, zij die de rijken beschermen en vergeten dat de allerarmsten niets te verliezen hebben dan hun eigen leven en dat je zelfmoordaanslagen dan ook ziet onder de allerarmsten wier wanhoop tot aan de hemel schreeuwt. Pas als we bereid zijn in de wereld eerlijk te gaan delen verandert het. Zorgen dat de hongerigen te eten krijgen en dorstigen te drinken. Zorgen dat er uitzicht is op een nuttig leven voor jongeren, voor een bijdrage aan de samenleving van hen die de bijdrage kunnen leveren.

Zorgen dus dat onrechtvaardige handelsmuren worden geslecht. Dat in ons land ook jongeren die thuis weinig hebben kunnen leren. de tijd krijgen een studie af te maken als ze door de armoede thuis er wat langer over moeten doen. Zorgen dat we zo zorgvuldig met de aarde en haar grondstoffen omgaan dat er voldoende voor onze kinderen en kleinkinderen overblijft. De dag des Heren is ook het begin van het aangename jaar des Heren waarin een ieder weer de grond terugkrijgt die God had gegeven en elk gezin opnieuw mag beginnen. Het is voor Christenen ook de dag van de komst van Jezus van Nazareth als de Messias, de bevrijder, in het Grieks de gezalfde, de Christus. Die alle volken van de aarde opriep om te gaan leven volgens het heb Uw naaste lief als Uzelf. Wij mogen elke dag tot een dag des Heren maken en elke dag opnieuw beginnen met zijn weg, ook vandaag weer.

Dan doorzoek ik Jeruzalem

zaterdag, 21 november, 2015

Sefanja 1:1-13

1 ¶  Dit zijn de woorden die de HEER richtte tot Sefanja, de zoon van Kusi, de zoon van Gedalja, de zoon van Amarja, de zoon van Hizkia, toen Josia, de zoon van Amon, in Juda regeerde. 2  Alles zal ik van de aardbodem wegvagen-spreekt de HEER. 3  Mens en dier zal ik wegvagen. Ik zal de vogels aan de hemel wegvagen en de vissen in de zee, alles wat de zondaars ten val heeft gebracht. En ik laat de mensen van de aardbodem verdwijnen-spreekt de HEER. 4  Ik zal mijn hand naar Juda en de inwoners van Jeruzalem uitstrekken. Daar zal ik de Baäls, de afgodendienaars en de priesters vernietigen. 5  Ik zal wegvagen wie op het dak knielt voor het sterrenleger aan de hemel, wie knielt voor de HEER en trouw aan hem zweert, maar tegelijk ook aan Milkom. 6  Ik zal vernietigen wie de HEER de rug toekeert, hem niet zoekt en hem niet raadpleegt. 7 ¶  Wees stil voor God, de HEER,  de dag van de HEER is nabij! De HEER zal een offermaaltijd houden en zijn genodigden heiligen.8  Op de dag van die maaltijd zal ik de leiders en de koningszonen straffen, en al wie zich hult in uitheemse kledij. 9  Op die dag zal ik straffen wie over de drempel springt, wie het huis van zijn heer vult met geweld en bedrog. 10  Op die dag-spreekt de HEER klinkt er geschreeuw uit de Vispoort, gehuil uit de nieuwe stad, en heerst er verslagenheid in de heuvels. 11  Huil, bewoners van de Vijzelbuurt: de handelaars zijn omgekomen, de geldwegers zijn uitgeroeid. 12  Dan doorzoek ik Jeruzalem met lampen, straf ik hen die zich aan wijn te buiten gaan en denken: De HEER doet geen goed en geen kwaad. 13  Hun bezittingen worden buitgemaakt, hun huizen verwoest. Ze zullen huizen bouwen maar er niet in wonen, wijngaarden planten maar de wijn niet drinken. (NBV)

Vandaag lezen we uit het 12 profetenboek het begin van het verhaal van Sefanja. Een bijzondere profeet blijkt uit zijn stamboom die in het begin staat. Die Kusja is namelijk niet een persoon maar de benaming van wat wij een Moor zouden noemen. En dat er dan drie geslachten voor staan betekent dat hij overeenkomstig de wetten van Mozes in het volk Israël was opgenomen en in dit geval ook nog van Koninklijke bloede was. Sefanja kondigt aan dat God een hele boel zal wegvagen staat er in de vertaling van het Nederlands Bijbelgenootschap, maar dat wegvagen is het gevolg van wat er eigenlijk in het Hebreeuws staat. Daar staat dat de Eeuwige alles zal verzamelen van bloedrode grond. En wie het begin van het boek Genesis in gedachte neemt leest dat God de schepping ongedaan zal maken, dat de aarde weer woest en ledig zal worden, chaos zal heersen over de aarde.

Maar er is troost, niet alles en iedereen zal zomaar verdwijnen maar de afgodendienaars, zij die goden vereren naast de God van Israël. Al die klaplopers die zich rijk en machtig wanen zullen gestraft worden, het zijn de rijken die zich op verdringen om bij de koning in de gunst te komen, die dus over de treden springen, die geweld en bedrog gebruiken om hun eigen belang te dienen. Zij zullen gestraft worden en gehuil zal klinken uit die mooie nieuwe huizen die in een nieuwe wijk van de stad achter de Vispoort liggen. Dan zullen hun bezittingen in beslag worden genomen, hun huizen en hun wijngaarden. Het volk moet wel diep gezonken zijn wil God het zo aanpakken. Nu dat staat al in het eerste vers waar gezegd wordt dat Sefanja sprak ten tijde van Koning Josia. En die Koning Josia kennen we. Toen hij Koning werd van Juda liet hij de Tempel in Jeruzalem restaureren, die was vervallen geraakt. En in een gemetselde muur werd een wetsrol gevonden. Dat bleek de Torah, de Wet van Mozes te zijn. Die was het volk kwijtgeraakt en Josia herstelde de godsdienst van de God van Israël en liet alle afgoden uit zijn rijk verwijderen.

We doen altijd maar of Israël als volk zo trouw is gebleven aan de belofte van de God van Israël. Niets is minder waar. Het zijn altijd individuen  als Sefanja geweest die de herinnering aan de God van Israël trouw zijn gebleven. En ook nu moeten we niet zomaar aannemen dat de staat Israël wel zal handelen in de geest van de God van Israël. Eigenlijk moeten we dat zeer wantrouwen en eerst de vragen stellen die ook Sefanja stelt. Gelukkig dat wij nog weet hebben van de maat die we bij ons eigen handelen moeten aanleggen. De Tempel en Jeruzalem staan immers voor de richtlijnen die God aan het volk gaf om een menselijke samenleving te kunnen volgen. Die richtlijn van heb Uw naaste lief als Uzelf, die moet gestalte krijgen in ons eigen leven, in ons eigen land maar ook in Israël en Palestina. Daar mogen we elke dag opnieuw weer aan werken, ook vandaag weer.