Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor oktober, 2015

De afdelingen van Efraïm

zaterdag, 31 oktober, 2015

Numeri 2:18-34

18  Aan de westkant moeten de afdelingen van Efraïm zich bij hun vaandel legeren. Aanvoerder van de Efraïmieten is Elisama, de zoon van Ammihud. 19  Zijn leger is volgens de telling 40.500 man sterk. 20  Aan dezelfde kant komt de stam Manasse. Hun aanvoerder is Gamliël, de zoon van Pedasur. 21  Zijn leger telt 32.200 man. 22  Ook de stam Benjamin komt daar. Hun aanvoerder is Abidan, de zoon van Gidoni. 23  Zijn leger telt 35.400 man. 24  In totaal tellen de legerafdelingen van Efraïm 108.100 man. Zij breken als derde op. 25  Aan de noordkant moeten de afdelingen van Dan zich bij hun vaandel legeren. Aanvoerder van de Danieten is Achiëzer, de zoon van Ammisaddai. 26  Zijn leger is volgens de telling 62.700 man sterk.27  Aan dezelfde kant slaat de stam Aser zijn tenten op. Hun aanvoerder is Pagiël, de zoon van Ochran. 28  Zijn leger telt 41.500 man. 29  Ook de stam Naftali komt daar. Hun aanvoerder is Achira, de zoon van Enan. 30  Zijn leger telt 53.400 man. 31  In totaal tellen de legerafdelingen van Dan 157.600 man. Zij breken het laatst op, elke afdeling bij zijn eigen vaandel.’ 32  Het aantal Israëlieten dat ingeschreven was, geordend naar families, bedroeg voor het hele leger, voor alle afdelingen bij elkaar, 603.550. 33  De Levieten waren niet met de andere Israëlieten meegeteld; zo had de HEER het Mozes opgedragen. 34  De Israëlieten deden alles wat de HEER Mozes had opgedragen: allen legerden zich bij hun eigen vaandel, en zo trokken ze ook weer verder, ingedeeld naar geslacht en familie. (NBV)

Na de regeringsperioden van David en Salomo duurde het niet lang voor het rijk Israël in twee delen uiteenviel. Rond Jeruzalem was het Koninkrijk Juda en rond Samaria het koninkrijk Israël. In dat laatste koninkrijk speelde de stam Efraïm een grote rol. In diverse Bijbelgedeelten wordt dat koninkrijk Israël ook gewoon Efraïm genoemd. Hoe belangrijk Efraïm van begin af aan is geweest blijkt uit dit gedeelte van Numeri. De voorhoede wordt aangevoerd door de stam Juda en de achterhoede door de stam Efraïm. Hier spelen ook de afstammingen van Jacob een rol. Efraïm en Manasse waren niet de zonen van Jacob maar zijn kleinzonen, zij waren de zonen van Jozef. Geen wonder dat de stam Benjamin zich daarbij aansloot want Jozef en Benjamin waren broers, de enige zonen van Rachel de meest geliefde vrouw van Jacob.

Dan volgt de stam Dan. Dan was een zoon van Bilha de slavin van Rachel. Nu werden de zonen van slavinnen beschouwd als zonen van de vrouw van wie ze slavin was. Ismaël, de zoon van Abraham en Hagar werd beschouwd als een zoon van Sara omdat Hager heel uitdrukkelijk als slavin van Sara, als haar vervangster, had gefunctioneerd. Wij zouden in onze dagen zeggen dat ze draagmoeder was geweest. Toen Abraham stierf waren het dan ook Ismaël en Izaak samen geweest die de begrafenis organiseerden. Er waren ook nog zes zonen van Ketura en Abraham geweest maar die werden weggestuurd met geschenken. Het begrijpen van de verhalen uit Numeri kan dus niet door de verhalen op te vatten als stukjes saaie geschiedenis. De manier waarop het leger rond de Tabernakel was gegroepeerd had te maken met het verleden van het volk, de situatie in de woestijn waar het volk zich in bevond maar ook met de toekomst van het volk die in het verhaal het volk nog te wachten stond.

De Israëlieten deden dus alles wat de Heer aan Mozes had opgedragen. De rol van Aäron blijft hierbij buiten beschouwing. Geleerden denken dan dat Aäron als hogepriester zich alleen met de Levieten bezich had gehouden. Maar de Heer had in het begin van dit verhaal over de indeling van de legermacht uitdrukkelijk tot Mozes gesproken. In heel de geschiedenis van de God van Israël met zijn volk dat hij had bevrijd uit de slavernij in Egypte was Mozes namens het volk de gesprekspartner van die God geweest. Toen God had geprobeerd zelf met het volk het gesprek aan te gaan had het van de Sinaï gebliksemd en gedonderd, zo sterk dat heel het volk er bang van was geworden. Zij hadden Mozes gevraagd namens hen met God te gaan praten. Omdat het niet de bedoeling was geweest bij de Sinaï te blijven wonen was de Tent der Ontmoeting opgericht. De mooiste en meest luxe tent. Een tent die schijnbaar niet werd bewoond maar waar Mozes God kon ontmoeten en waar Aäron zorgde voor de offers die het Heilige van deze God onderstreepte. Het belangrijkste van het verhaal blijft daarom dat het leger niet gelegerd was rond de tent van een generaal of opperbevelhebber maar rond het Heiligdom van hun God. Dat roept aan ons de vraag op wat het centrum van onze samenleving is.

Rond de ontmoetingstent

vrijdag, 30 oktober, 2015

Numeri 2:1-17

1 ¶  De HEER zei tegen Mozes en Aäron: 2  ‘Wanneer de Israëlieten hun tenten opslaan, moeten ze dat doen rond de ontmoetingstent, op enige afstand ervan, ieder bij zijn eigen vaandel en bij de herkenningstekens van zijn familie. 3 ¶  Aan de oostkant, waar de zon opkomt, moeten de afdelingen van Juda zich bij hun vaandel legeren. Aanvoerder van de Judeeërs is Nachson, de zoon van Amminadab. 4  Zijn leger is volgens de telling 74.600 man sterk. 5  Aan dezelfde kant slaat de stam Issachar zijn tenten op. Hun aanvoerder is Netanel, de zoon van Suar.6  Zijn leger telt 54.400 man. 7  Ook de stam Zebulon komt daar. Hun aanvoerder is Eliab, de zoon van Chelon. 8  Zijn leger telt 57.400 man. 9  In totaal tellen de legerafdelingen van Juda 186.400 man. Zij moeten steeds het eerst opbreken. 10  Aan de zuidkant moeten de afdelingen van Ruben zich bij hun vaandel legeren. Aanvoerder van de Rubenieten is Elisur, de zoon van Sedeür. 11  Zijn leger is volgens de telling 46.500 man sterk. 12  Aan dezelfde kant slaat de stam Simeon zijn tenten op. Hun aanvoerder is Selumiël, de zoon van Surisaddai. 13  Zijn leger telt 59.300 man. 14  Ook de stam Gad komt daar. Hun aanvoerder is Eljasaf, de zoon van Deüel. 15  Zijn leger telt 45.650 man. 16  In totaal tellen de legerafdelingen van Ruben 151.450 man. Zij breken als tweede op. 17  Het leger van de Levieten, met de ontmoetingstent, bevindt zich midden tussen de andere legerafdelingen wanneer het kamp wordt  opgebroken. Zoals de Israëlieten gelegerd zijn, zo moeten ze ook verder trekken, ieder op de voor hem bepaalde plaats, bij zijn eigen vaandel. (NBV)

Een leger moet goed georganiseerd zijn. Israël had een leger bestaande uit infanterie, voetsoldaten. Daarbij moet je onderscheid maken tussen de voorhoede, de achterhoede en de flanken, links en rechts. Als het leger haar kamp opslaat dan vormt het leger een kring om mogelijke aanvallers uit alle richtingen te weer te kunnen staan. Bij het leger van Israël lijkt het dus ook zo te gaan. Maar er is iets merkwaardigs aan de hand. Een leger wordt gecommandeerd door een opperbevelhebber. Die heeft een eigen staf en wordt beschermd door een eigen bewakerscorps. In onze dagen blijven de opperbevelhebber en zijn staf ver van de troepen vandaan, op veilige afstand. maar bij Israël was het zo ver nog niet. Daar was geen elektronisch verkeer voor radioberichten en televisiebeelden, daar waren alleen mensen. Je zou dus verwachten dat die opperbevelhebber in het hart van dat leger gevestigd zou zijn. Maar in Israël ging dat anders. In het hart van het legerkamp staat een Tent, een luxe tent weliswaar, waar goud en zilver in is verwerkt, waar zware wanden voorkomen dat de tent weg kan waaien of mensen of vee zomaar binnen kan dwalen, maar toch een tent.

Een tent waar alleen een kist van acaciahout staat met twee gouden wezens er op, waar dan ook nog een tafel staat met brood en een kandelaar die altijd brand. Het is een plaats voor priesters en niet voor soldaten. Een beeld van de God staat er niet dus het is geen tempel, wel worden er offers gebracht maar die worden of helemaal verbrand of opgegeten door de Priesters. De Hogepriester Aäron en Mozes komen er regelmatig. Ze zeggen dat ze dan overleggen met de God van Israël. Toen de Tent voor het eerst werd gebruikt was er inderdaad een wolk gezien die dan het teken zou zijn dat God daar zijn intrek had genomen. Maar niemand hoorde er trompetgeschal waarmee de legermacht kon worden aangestuurd. Het leger, het volk dus ook, moest zelfs afstand houden van de Tent. Alleen het bewakingscorps, de stam van Levi, kon zich om de tent heen legeren. Voor een infanterieleger is het van belang dat de soldaten niet door elkaar gaan lopen maar bij hun eigen eenheid blijven. In de oudheid waren er daarom vaandels in het veld en vlaggetjes voor elke afzonderlijke eenheid.

Dat was bij Israël niet anders. Er waren vier vaandels, voor de vier divisies die waren aangewezen. De voorhoede werd aangevoerd door Juda, die hier dus al de belangrijkste stam geworden is. De achterhoede wordt aangevoerd door Ruben. Die eigenlijk de belangrijkste had moeten zijn. Veel later ontdekte men dat de manier waarop in de woestijn het leger werd gevormd ook zeer leek op de manier waarop in het land Israël de bescherming georganiseerd kon worden. De verdeling van stammen viel samen met de manier waarop Jeruzalem beschermd kon worden en in Jeruzalem was de Tempel van de God van Israël. Geleerden hebben zich natuurlijk afgevraagd wat die vaandels nu waren en welke familietekens er waren. De meeste geleerden denken dat de vaandels de kleuren hadden van de stenen in het borstschild van de Hogepriester zoals die beschreven staan in het boek Exodus. Ook hier vormt dus de God van Israël en zijn eerste dienaar het hart van het volk. En dat wil dit Bijbelgedeelte benadrukken. Het hart van een volk dient de God van Israël te zijn, de liefde voor de minsten dus ook. Dat is vandaag natuurlijk niet anders, aan ons om dat ook te realiseren.

De stam Levi mag je niet inschrijven

donderdag, 29 oktober, 2015

Numeri 1:44-54

44 ¶  Dit waren de aantallen die Mozes noteerde, samen met Aäron en de twaalf leiders van de Israëlieten, die elk aan het hoofd van een familie stonden. 45  Het aantal weerbare Israëlieten van twintig jaar en ouder dat ingeschreven werd, geordend naar families, 46  bedroeg in totaal 603.550. 47 ¶  Degenen die tot de stam Levi behoorden werden niet ingeschreven. 48  De HEER had namelijk tegen Mozes gezegd: 49  ‘De stam Levi mag je niet inschrijven, je mag hen niet met de andere Israëlieten meetellen. 50  Stel de Levieten aan over de tabernakel, waarin de verbondstekst bewaard wordt, en over alle bijbehorende voorwerpen. Zij moeten de tabernakel en alles wat erbij hoort dragen, ze zijn voor de tabernakel verantwoordelijk en moeten hun tenten eromheen opslaan. 51  Wanneer de tabernakel verplaatst moet worden, dienen de Levieten hem af te breken, en wanneer hij wordt neergezet, is het hun taak hem weer op te bouwen. Iedere onbevoegde die te dicht bij het heiligdom komt zal gedood worden. 52  Wanneer de Israëlieten hun kamp opslaan, ieder bij zijn eigen afdeling en bij zijn eigen vaandel, 53  moeten de Levieten hun tenten opslaan rond de tabernakel met de verbondstekst, om te voorkomen dat het volk door mijn toorn getroffen wordt. De Levieten moeten zorg dragen voor de tabernakel.’ 54  De Israëlieten deden alles wat de HEER Mozes had opgedragen. (NBV)

Een geweldig leger van meer dan 600 duizend mannen bewoog zich door de woestijn. Vergis je niet, het verhaal gaat over een groot en machtig volk dat was ontstaan door het ingrijpen van de God van Israël. Nu is de Bijbel geen geschiedenisboekje. De annalen waarin Mozes en Aäron al die namen hadden laten opschrijven zijn nooit teruggevonden, we kunnen ze dus niet controleren. Er zijn zelfs geen sporen in de woestijn gebleven van een zo groot volk dat uit Egypte langs de berg Sinaï naar Palestina heeft getrokken. Je zou dat wel verwachten. Maar je moet niet denken dat daarom het verhaal niet is gebeurd. Het verhaal over de stam van Levi leert ons anders. Die God van Israël bleef niet achter op de Berg waar hij aan Mozes zijn richtlijnen had gegeven voor het inrichten van die menselijke samenleving die hij had beloofd. De stam Levi telde niet mee als het ging om de verdediging van het volk, maar de stam Levi telde mee bij de verdediging van de Tabernakel. Daar had de God van Israël zijn plaats gevonden te midden van het volk. Daar werd het verbond gesloten dat de God van Israël met zijn volk had gesloten. Als zij zich aan dat verbond zouden houden dan zou de Naam van die God over heel de wereld geëerd en gevreesd worden, dan zou het volk Israël onoverwinnelijk zijn omdat zij ondanks alles de liefde voor elkaar, en met name de liefde voor de minsten, de zwaksten zouden volhouden. Van een volk dat dat volhoudt kun je niet winnen. Die God moet je dus niet verwaarlozen, die vormt het hart van het volk en dat mag je tot het uiterste beschermen. Dat is de taak van Levi.

De functie van die Tabernakel behoeft overigens nog wel enig nadenken. De Nieuwe Bijbelvertaling vertaalt hier Tabernakel waar in het Hebreeuws letterlijk staat “woning der getuigenis”. Het is de Tabernakel waarin de verbondstekst wordt bewaard. Door het woord Tabernakel te gebruiken voor deze Tent wordt het heilige karakter er van nog eens benadrukt. Iedereen die dat Heilige karakter niet serieus neemt kan doodvallen. Dat is niet zo maar. En de Levieten zijn niet gewoon maar tentenbouwers zoals je ze bij circussen nog wel eens tegenkwam. Sterke mannen met grote spierballen die aan touwen het grote tentzeil in de masten hesen. De Levieten hebben een heilige taak. De Tent van het verbond is een goddelijke plaats. Nu woont God daar niet. God is daar waar Hij wil zijn. Latere Joodse verhalen zeggen nog wel eens dat de Tempel, die later de Tabernakel zou vervangen, het voetenbankje van God zou zijn. Daar begint de ontmoeting met God. Maar die ontmoeting gebeurd niet door een Godenbeeld. Het belangrijkste is een kist van acaciahout. Om het belangrijke van die kist te benadrukken wordt zij gedekt met twee gouden serafijnen, een soort engelenbeelden nemen we dan aan. Die kist mag je niet aanraken, die mag je niet vervuilen. Die kist is Heilig.

Nu is het woord Heilig al een paar keer gevallen en juist in dit verband van de vorming van het hart van het volk is het van belang om dat woord eens nader te verklaren. Het volk Israël wordt in kerken immers ook wel een heilig volk genoemd en de Rooms Katholieke kerk kent een heel groot aantal heiligen. Regelmatig verklaard de Paus van de Rooms Katholieke kerk weer een paar mensen Heilig. Dat Heilige begint in de Bijbel bij de ark van het verbond. Dat verbond tussen het volk Israël en de God van Israël is een Heilig verbond. Ooit had de mens zelf God willen worden. Daardoor was de band tussen God en de mensen verbroken. God is God, ongeschapen zonder begin en zonder einde en de mens is mens, geschapen door God en daardoor alleen al eindig. God had die mens niet geschapen om zich er verder niet mee te bemoeien, God had de mens geschapen omdat hij de mens lief had. Om de band weer te herstellen was God met het volk Israël een verbond aangegaan. In dat verbond werd God weer God en de mens weer mens. Maar de mens werd niet zomaar mens. Het werd een mens zoals God de mens had gewild. En steeds weer als de mens graag God zou willen worden zou nu dat verbond spreken en van de samenleving van mensen weer een goddelijke, een heilige samenleving, maken. Wij mensen willen zelf graag uitmaken wat goed en wat kwaad is. Het verbond met God noemt ons het goede en met meer hoeven we het niet te doen. Dat verbond zou het hart moeten zijn van de hele wereldbevolking. Dat begon in een lege woestijn, met een volk dat van God indruk mocht maken. Zo veel indruk dat we vandaag er nog steeds naar mogen kijken, dan weten we wat goed is en daarmee is het kwade te verdrijven. Ook vandaag.

 

De volgende aantallen

woensdag, 28 oktober, 2015

Numeri 1:17-43

17 ¶  Mozes en Aäron riepen de mannen die hun genoemd waren bij zich, 18  en nog diezelfde dag, de eerste dag van de tweede maand, lieten ze de voltallige gemeenschap bijeenkomen. Alle mannen van twintig jaar en ouder werden met naam en toenaam geregistreerd, geordend naar geslacht en familie, 19  zoals de HEER het Mozes had opgedragen. Hij stelde in de Sinaiwoestijn de volgende aantallen vast: 20  Afstammelingen van Ruben, Israëls eerstgeborene, alle weerbare mannen van twintig jaar en ouder, hoofdelijk geteld en met naam en toenaam geregistreerd, geordend naar geslacht en familie 21  aantal ingeschrevenen voor de stam Ruben: 46.500. 22  Afstammelingen van Simeon, alle weerbare mannen van twintig jaar en ouder, hoofdelijk geteld en met naam en toenaam geregistreerd, geordend naar geslacht en familie 23  aantal ingeschrevenen voor de stam Simeon: 59.300. 24  Afstammelingen van Gad, alle weerbare mannen van twintig jaar en ouder, met naam en toenaam, geordend naar geslacht en familie 25  aantal ingeschrevenen voor de stam Gad: 45.650. 26  Afstammelingen van Juda, alle weerbare mannen van twintig jaar en ouder, met naam en toenaam, geordend naar geslacht en familie 27  aantal ingeschrevenen voor de stam Juda: 74.600. 28  Afstammelingen van Issachar, alle weerbare mannen van twintig jaar en ouder, met naam en toenaam, geordend naar geslacht en familie 29  aantal ingeschrevenen voor de stam Issachar: 54.400. 30  Afstammelingen van Zebulon, alle weerbare mannen van twintig jaar en ouder, met naam en toenaam, geordend naar geslacht en familie 31  aantal ingeschrevenen voor de stam Zebulon: 57.400. 32  Nakomelingen van Jozef: afstammelingen van Efraïm, alle weerbare mannen van twintig jaar en ouder, met naam en toenaam, geordend naar geslacht en familie 33  aantal ingeschrevenen voor de stam Efraïm: 40.500; 34  afstammelingen van Manasse, alle weerbare mannen van twintig jaar en ouder, met naam en toenaam, geordend naar geslacht en familie 35  aantal ingeschrevenen voor de stam Manasse: 32.200. 36  Afstammelingen van Benjamin, alle weerbare mannen van twintig jaar en ouder, met naam en toenaam, geordend naar geslacht en familie 37  aantal ingeschrevenen voor de stam Benjamin: 35.400. 38  Afstammelingen van Dan, alle weerbare mannen van twintig jaar en ouder, met naam en toenaam, geordend naar geslacht en familie 39  aantal ingeschrevenen voor de stam Dan: 62.700. 40  Afstammelingen van Aser, alle weerbare mannen van twintig jaar en ouder, met naam en toenaam, geordend naar geslacht en familie 41  aantal ingeschrevenen voor de stam Aser: 41.500. 42  Afstammelingen van Naftali, alle weerbare mannen van twintig jaar en ouder, met naam en toenaam, geordend naar geslacht en familie 43  aantal ingeschrevenen voor de stam Naftali: 53.400. (NBV)

Wat een saai stuk uit de Bijbel vandaag. Je moet het maar eens hardop voorlezen. De Bijbel kent een aantal van dit soort lijsten en ze staan er niet voor niks in. Naar deze lijst is het hele boek  Numeri later bij de vertaling in het Grieks genoemd. Die Griekse benaming hebben we ook niet zomaar overgenomen. De aantallen vluchtelingen die zich verzameld hadden rond de berg Sinaï waren behoorlijk. En iedereen telde mee. Wij hebben op dit moment her en der in het land discussies over de hoeveelheid vluchtelingen die zou moeten worden opgenomen. Ga er maar eens aanstaan. We hebben 12 provincies en er waren 12 stammen in Israël. Hier worden er 12 genoemd en dan gaat het alleen over de weerbare mannen. Probeer de aantallen eens over Nederland te verdelen. Het beloofde land, het land Israël zou uiteindelijk toch ook een stuk kleiner zijn dan Nederland is. Ook in dat beloofde land woonden mensen die er een rijk leven leidden want het was een vruchtbaar land. Daar kwamen deze hoeveelheden vluchtelingen dus bij en onder deze aantallen families werd het land verdeeld. Het kan onze discussie over de opvang van vluchtelingen aardig veranderen. We hebben het graag over opvang in de eigen regio. Voor Israël was er maar een eigen regio en dat was de woestijn. Als wij naar de eigen regio kijken van de vluchtelingen uit Syrië dan kijken we naar Jordanië en Libanon, iets verder ook naar Turkije. Daar zijn hoeveelheden vluchtelingen opgevangen die een veelvoud van de stammen van Israël bedragen.. Slechts een klein deel van hen reist door naar Europa.

De opsomming van de stammen vertelt een eigen verhaal waarvoor je ook de Bijbelboeken Genesis en Exodus moet kennen. De Bijbel bestaat wel uit een verzameling boeken die elk hun eigen verhaal vertellen maar vormt toch een eenheid. De opsomming begint met Ruben, hij was ooit de eerstgeborene. Die zou de belangrijkste moeten zijn maar bij de verkoop van Jozef aan Egypte had hij zijn eerstgeboorterecht verspeeld. Het aantal stammen blijft 12 ook al blijft de stam Levi buiten beschouwing. De weerbare mannen van de stam Levi worden ingezet bij de Tent der Ontmoeting en als ondersteuning van Mozes en Aäron. Dat het toch tot 12 stammen komt ligt aan het feit dat de twee zonen van Jozef, Efraïm en Manasse, elk hun eigen stam hebben. Jozef, de uitgestotene, telt voor het overleven van Israël voor twee. Hij gaf de gelukzoekende zonen van Jacob eten en onderdak toen zij moesten vluchten voor een ernstige hongersnood, ze waren economische vluchtelingen maar door Jozef kon het volk overleven. Een verhaal dat zomaar opduikt in een droge lijst met aantallen. Gad staat in deze lijst als derde vermeld, in plaats van Juda. Dat komt omdat bij de uiteindelijke opstelling van het leger rond het kamp Gad samen met Ruben en Simeon één divisie zal leveren. Juda levert zelf één complete divisie. Vanaf het begin van de vorming van het volk Israël heeft Juda dus een voorname plaats onder de stammen van Israël.  Het verhaal is bijna te saai om voor ons nog van betekenis te zijn. Die betekenis zit in de details. De hele organisatie van de telling van weerbare mannen gebeurd op één en dezelfde dag. Wij hebben voor het tellen van vluchtelingen toch wel heel wat meer tijd nodig.

Het komt natuurlijk omdat van elke stam een familiehoofd wordt gekozen die de stam door en door kent en de stam zo kan opstellen dat het tellen snel kan geschieden. Misschien moeten de Europese ministers die Bijbelgedeelte nog eens goed lezen. De telling gaat hoofd voor hoofd. Dat staat er niet voor niks. Je kunt je voorstellen dat de mannen in groepen van 10 of 20 ingedeeld worden. Dat telt een stuk sneller. Maar door te benadrukken dat de telling hoofd voor hoofd gebeurd benadrukt de schrijver van het verhaal ook dat het niet in de eerste plaats om de aantallen gaat maar om de mensen. Iedereen telt mee en het is ook de bedoeling dat iedereen als mens geteld wordt. Dat is bij ons wel eens anders. Wij halen gezinnen uit elkaar. Wij tellen mannen die alleen komen ook maar alleen. Dat ze gezinnen hebben die achtergebleven zijn terwijl zij op de vlucht waren om ook voor hun gezin een veilige plek te kunnen vinden verliezen wij uit het oog. Ze krijgen een briefje waarin staat dat ze hun gezin nog heel lang in zeer onveilige situaties moeten houden. De Bijbel blijkt af en toe een zeer actueel verhaal te herbergen, een verhaal waar wij onze situaties kunnen spiegelen. Ook het verhaal over de opvang van de vluchtelingen van vandaag is zeer saai. Ook daar gaat het over aantallen. Maar daar gaat het ook over de vraag of we ons moeten laten sturen door kleine groepjes rechts extremisten die bijeenkomsten komen verstoren. Bij Israël gaat het om weerbare mannen die het volk gaan beschermen tegen aanvallen. Zij moeten vreemdelingen beschouwen als horend bij hun eigen volk. Wat wij doen moeten we zelf weten maar het kan geen kwaad daarvoor de Bijbel nog eens op te slaan, dat kan ook vandaag weer.

Hij sprak tegen hem in de ontmoetingstent

dinsdag, 27 oktober, 2015

Numeri 1:1-16

1 ¶  Op de eerste dag van de tweede maand, in het tweede jaar na het vertrek van de Israëlieten uit Egypte, richtte de HEER zich in de Sinaiwoestijn tot Mozes. Hij sprak tegen hem in de ontmoetingstent en zei: 2-3 ‘Houd onder heel Israël een telling van alle weerbare mannen van twintig jaar en ouder. Tel hen hoofdelijk en schrijf hen met naam en toenaam in, geordend naar geslacht en familie en ingedeeld naar de legerafdelingen waartoe ze behoren. Doe dit samen met Aäron. 4  Uit elke stam moet iemand die aan het hoofd van een familie staat jullie daarbij behulpzaam zijn. 5  Dit zijn degenen die jullie zullen helpen: uit de stam Ruben Elisur, de zoon van Sedeür; 6  uit Simeon Selumiël, de zoon van Surisaddai; 7  uit Juda Nachson, de zoon van Amminadab; 8  uit Issachar Netanel, de zoon van Suar; 9  uit Zebulon Eliab, de zoon van Chelon; 10  wat de nakomelingen van Jozef betreft: uit Efraïm Elisama, de zoon van Ammihud, en uit Manasse Gamliël, de zoon van Pedasur; 11  uit Benjamin Abidan, de zoon van Gidoni; 12  uit Dan Achiëzer, de zoon van Ammisaddai; 13  uit Aser Pagiël, de zoon van Ochran; 14  uit Gad Eljasaf, de zoon van Deüel; 15  uit Naftali Achira, de zoon van Enan. 16  Dit zijn de Israëlieten die het meeste aanzien genieten; ieder van hen komt aan het hoofd van een stam te staan en krijgt het bevel over de legereenheden van die stam.’ (NBV)

Vluchtelingen moet je registreren. Dat is niet iets dat we nu uitvinden maar dat staat al in het vierde boek van de Bijbel. Wij noemen dat boek Nummeri, maar uit het Hebreeuws vertaaald heet dat boek eigenlijk “In de woestijn” En daar begint het boek dus mee. Wij hebben het altijd maar gemakkelijk over het volk Israël. Dat volk stamde af van Aartsvader Jacob, was in 400 jaar in Egypte uitgegroeid tot een groot volk, zo groot dat de Egyptenaren er bang voor waren geworden. Nadat alle eerstgeborenen in één nacht gestorven waren in Egypte, behalve bij dat rare volk van Jacob, waren ze het land uitgejaagd en uiteindelijk in de woestijn terecht gekomen. Er hadden zich overigens een aantal Egyptenaren en andere slaven bij hen aangesloten. In de woestijn waren ze door hun leider, Mozes naar een berg gevoerd waar het donderde en bliksemde. Daar zouden ze richtlijnen krijgen hoe hun land in te richten als een menselijke samenleving. Uiteindelijk hadden ze Mozes gevraagd die richtlijnen op de berg op te halen. Dat ze een nieuw land zouden krijgen moesten ze maar geloven. Maar wie hoorde nu eigenlijk bij dat volk, en hoe was dat volk nu eigenlijk samengesteld.

Het volk bevond zich nog steeds bij de Berg waarop die richtlijnen gegeven waren. Ze hadden op last van Mozes de tent der ontmoeting gemaakt, daar was het goud en zilver in gaan zitten dat ze van de Egyptenaren hadden gekregen. Een beeld van hun God, een gouden kalf bijvoorbeeld, hadden ze niet mogen maken. Er was wel een priester, Aäron die ze moest helpen bij de offers die ze hadden te brengen en de stam van de Levieten was aangewezen om ze te helpen in het toepassen van de richtlijnen om een menselijke samenleving op te bouwen, maar verder waren ze nog een zootje zwervers in de woestijn. Een geordend volk leek nog ver weg te liggen. Die tent der ontmoeting zou voortaan de plaats innemen van de Berg waarop Mozes die richtlijnen had ontvangen. In die Tent zou Mozes God weer ontmoeten en van God horen hoe het verder zou moeten met het volk. Dat volk is nu een echt volk, met regels die voor iedereen zouden moeten gelden, met een godsdienst en een regering. De regering was God zelf, Mozes gaf de orders van Koning God door, daarom moest ook het volk zich rond die tent legeren. En legeren zou nodig zijn om zich tegen rovers en andere volken te beschermen. Het werd dus tijd een leger te vormen.

De namen van de zonen van Jacob waren bewaard gebleven. Het boek over de uittocht, dat wij Exodus noemen, heet in het Hebreeuws “Dit zijn de namen” en dat zijn de namen van de zonen van Jacob. Die namen zullen de indeling van het volk bepalen. Het is de gewoonte om voor de strijd de soldaten te noemen, op te schrijven en te monsteren. We weten wie het zijn die hun leven over hebben voor de bescherming van het volk. Degenen die de namen verzamelen en het monsteren uitvoeren moeten mensen zijn die te vertrouwen zijn. Zij immers zullen de mannen de oorlog insturen. Mozes ligt voor de hand, hij heeft contact met God, Aäron volgt hij is de broer van Mozes en de Priester. Verder wordt uit elke stam een stamhoofd gekozen door God. Iemand die hoofd is van een familie maar in de hele stam groot aanzien geniet. De familie, de clan, is kennelijk te klein om als eenheid te dienen voor de organisatie van het leger. De ene clan zal ook groter zijn geweest dan de andere. De volgorde van de stammen is de volgorde van hun geboorte en van de vrouwen met wie Jacob getrouwd was, Lea en Rachel, gevolgd door de zonen van hun slavinnen, Bilha en Zilpa. Eén stam ontbreekt. De stam van de Levieten, zij dienden de God van Israël ook door het volk te dienen. En de God van Israël is een God van vrede. De levieten hoorden dus niet in het leger. Dat een volk goed en strak georganiseerd is, is zo vreemd nog niet, maar die organisatie moet gericht zijn op vrede, op bescherming van de zwakken. Dat was toen zo, dat is nu niet anders.

 

Al ben ik maar klein

maandag, 26 oktober, 2015

Psalm 119:137-144

137 ¶  U bent rechtvaardig, HEER, elk van uw voorschriften is juist. 138  De richtlijnen door u uitgevaardigd zijn eerlijk en volkomen betrouwbaar. 139 ¶  Mijn hartstocht voor u verteert mij, mijn belagers zijn uw woorden vergeten. 140 ¶  Uw woord is volkomen zuiver, uw dienaar heeft het lief. 141 ¶  Al ben ik maar klein en niet in tel, ik ben uw regels niet vergeten. 142 ¶  Uw gerechtigheid is gerechtigheid voor eeuwig, uw wet berust op waarheid. 143 ¶  Al ben ik in nood en dreigt er gevaar, uw geboden verheugen mij. 144  Uw richtlijnen zijn rechtvaardig tot in eeuwigheid, geef mij inzicht, en ik zal leven. (NBV)

Sommige van die kleine zinnetjes in de Bijbel kunnen tot geweldige misverstanden leiden. “Al ben ik maar klein en niet in tel” is zo’n zinnetje. De nadruk op de kleinheid van de mens heeft er in ons land toe geleid dat we onze nek niet mogen uitsteken. Iedereen die zichzelf ergens goed in vindt of die ergens ook buitengewoon goed in is wordt minutieus nagevlooid op de kleinste onvolkomenheid. De mens is klein en moet vooral klein blijven. Maar dat staat er dus in het geheel niet, integendeel. Waar het hier om gaat is dat God groot is, zo groot dat God alle verstand te boven gaat. Hoeveel verstand een mens ook heeft, hoeveel kracht, hoeveel betekenis, God is oneindig veel groter. Daarom kun je je ook geen beeld van God maken. Maar hoe klein je ook bent in vergelijking met die geweldige God, de richtlijnen van die God voor een leven in liefde zul je nooit kunnen vergeten. Of je nu wel of niet in een God geloofd, je kent die richtlijnen. En richtlijnen als “je moet niet moorden” en “je moet niet stelen” en “voor een rechter niet liegen” zul je in het algemeen ook wel naleven. Sterker nog, die richtlijnen zul je zelfs aanbevelen bij anderen en aanleren aan je kinderen.

En als je niet in een God geloofd zul je zelfs proberen geen andere goden na te lopen en zeker geen beelden van goden te maken die je vervolgens gaat aanbidden. Ook dat zul je aan anderen aanbevelen en aan je kinderen aanleren. Verstandige mensen propageren zelfs dat je van andere mensen geen object moet maken om je lusten aan te bevredigen en dat het altijd hetzelfde willen hebben als een ander ook niet erg verstandig is. Verstandige mensen, gelovig of niet, zullen ook dat aan anderen aanbevelen en aan hun kinderen aanleren. En daarmee doen die verstandige ongelovigen precies wat God van hen vraagt. Nou ja, bijna precies. Want er ontbreekt nog wat. Geloof in de God van Israël heeft twee vaste begeleiders en die ontbreken meestal. De eerste is de hoop. Dat betekent het vaste vertrouwen dat de belofte van die God ook werkelijk zal uitkomen. Ondanks alle tekenen van het tegendeel is de hoop op een betere wereld, een wereld waar alle tranen gedroogd zullen zijn, waar iedereen mag meedoen en waar geen honger en ellende meer is, waar vrede heerst, een zekerheid waaraan door dik en dun wordt vastgehouden door de gelovige. God zal immers uiteindelijk op aarde komen wonen.

De tweede metgezel van het geloof is de Liefde. Ook gelovigen raken die metgezel van tijd tot tijd wel eens kwijt. Liefdeloos worden dan andere mensen benaderd. Je mag gelovigen daar altijd op aanspreken want liefdeloos is voor hen hetzelfde als goddeloos. Paulus schreef ooit over geloof, hoop en liefde en citeerde een prachtig lied daarover. Hij besloot met te zeggen dat de Liefde de grootste van de drie is. Dat komt omdat werkelijk geloof in de God van Israël en in Jezus van Nazareth zich uitdrukt in de liefde voor de naaste. Zelfs al hebben mensen een heel ander geloof, een geloof dat het onze zou willen overwinnen dan mogen ze dat en hebben gelovigen in de God van Israël hen zo lief dat ze zich zullen inspannen om die anderen in de gelegenheid te stellen hun geloof tot uitdrukking te brengen en hun God te aanbidden op de manier die ze vanuit hun geloof het beste vinden. Daarin lijken vooral Christenen altijd de kleinste te willen zijn. Maar omdat ze willen opkomen voor de minsten, voor de zwaksten, zijn ze de grootste. Ze gaan namelijk steeds meer op hun God lijken die ook de minsten en de zwaksten lief heeft. Daarom geloven we ook vandaag dat de hoop op een betere wereld een zekerheid is als alle mensen hun naaste lief hebben als zichzelf, daar kunnen we zelf vandaag weer mee beginnen.

Hij volgde hem op zijn weg

zondag, 25 oktober, 2015

Marcus 10:46-52

46 ¶  Ze kwamen in Jericho. Toen hij met zijn leerlingen en gevolgd door een grote menigte weer uit Jericho vertrok, zat daar een blinde bedelaar langs de weg, een zekere Bartimeüs, de zoon van Timeüs. 47  Toen hij hoorde dat Jezus uit Nazaret voorbijkwam, begon hij te schreeuwen: ‘Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij!’ 48  De omstanders snauwden hem toe dat hij zijn mond moest houden, maar hij schreeuwde des te harder: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’ 49  Jezus bleef staan en zei: ‘Roep hem.’ Ze riepen de blinde en zeiden tegen hem: ‘Houd moed, sta op, hij roept u.’ 50  Hij gooide zijn mantel af, sprong op en ging naar Jezus. 51  Jezus vroeg hem: ‘Wat wilt u dat ik voor u doe?’ De blinde antwoordde: ‘Rabboeni, zorg dat ik weer kan zien.’ 52  Jezus zei tegen hem: ‘Ga heen, uw geloof heeft u gered.’ En meteen kon hij weer zien en hij volgde hem op zijn weg. (NBV)

De vraag of Jezus van Nazareth nu wel of niet genezen heeft wordt zelden gesteld. Dat is eigenlijk ook een gevaarlijke vraag. Want als hij zou kunnen genezen als een dokter dan zouden alle andere blinden die niet zijn genezen kennelijk te weinig geloofd hebben. Dit verhaal gaat dus niet over genezen, maar dit verhaal gaat over gehoord worden. Mensen die langs de weg zitten worden zelden gehoord. Als ze al eens opgemerkt worden krijgen ze een aalmoes toegeworpen. Aandacht is er nooit voor. Om aandacht te trekken is in ons land de straatkrant of de daklozenkrant bedacht. Een echte krant met leuke artikelen die verkocht wordt zoals alle andere kranten. Alleen de opbrengst gaat naar mensen die langs de weg zijn komen te staan, want ook in onze samenleving komen er mensen langs de weg te staan. Denk niet dat het hun eigen schuld is. De schade die ze hebben opgelopen en die maakt dat ze buiten de samenleving zijn komen te staan, maar ook blijven staan, vaak is van veel vroeger. Ze zijn al langer niet gehoord en opgemerkt en het op straat komen te staan is vaak het einde van een lange lijdensweg.

Zo ook Bartimeüs. In de dagen van Jezus van Nazareth bleef er voor veel mensen niet veel anders over dan als blinde of lamme langs de weg gaan zitten en te gaan bedelen. Ze waren niet meer vooruit te branden. De weg had voor hen opgehouden en alleen aalmoezen hielden hen nog in leven. Maar Bartimeüs had ergens nog een sprankje hoop. Ooit zou er een moment komen dat iemand hem weer op weg zou helpen, ooit kwam er een dag dat er meer zou zijn dan een aalmoes, dat iemand hem weer als mens zou herkennen.  Dat was nu net wat er gebeurde toen Jezus van Nazareth langs kwam. Want een drukke menigte die Jezus van Nazareth omringde zou zo gemakkelijk alle aandacht voor zich hebben kunnen opeisen. Al die sterke mensen die wel ter been zijn kunnen je de mond snoeren, je staat immers al aan de kant en wie hoort je dan nog?

In onze dagen kunnen oudere werknemers daarvan wanhopig worden. Van werknemers ouder dan 50 jaar werkt nog maar 13%, slechts een klein deel van ons haalt dus de pensioengerechtigde leeftijd ook als werkende. Zoals aan oudere werknemers geen aandacht wordt geschonken zo probeert men ook Bartimeüs tot zwijgen te brengen. Maar hij gaat harder roepen, zo kunnen wij ook de stem worden van mensen die in onze dagen langs de kant staan en niet gehoord dreigen te worden. Jezus van Nazareth laat terugroepen. Hij laat Bartimeüs roepen. Want deze blinde man zag iets dat niemand zag. Hij roept Jezus uit tot Koning, hierna volgt dan ook het verhaal van Palmzondag. Hij vraagt niet meer om aalmoezen, hij vraagt om volwaardig mee te mogen doen in een nieuw Koninkrijk, waar mensen niet langer langs de kant hoeven staan. Hij gelooft weer dat het kan, dat hij  de Weg mag gaan van Jezus van Nazareth. Wie het niet meer ziet zitten mag die weg gaan, de Weg van je naaste lief hebben als jezelf, de Weg van de zwakke horen aan de kant van de Weg en daar de hand naar uitsteken. Ook vandaag mogen we die Weg gaan.

Dat hun leiders hun macht misbruiken

zaterdag, 24 oktober, 2015

Marcus 10:32-45

32 ¶  Ze waren onderweg naar Jeruzalem en Jezus liep voor hen uit; de leerlingen waren ongerust en ook de mensen die hen volgden waren bang. Hij nam de twaalf weer apart en vertelde hun wat hem zou overkomen: 33  ‘We zijn nu op weg naar Jeruzalem, waar de Mensenzoon zal worden uitgeleverd aan de hogepriesters en de schriftgeleerden, die hem ter dood zullen veroordelen en hem zullen uitleveren aan de heidenen. 34  Ze zullen de spot met hem drijven en hem bespuwen en hem geselen en doden, maar na drie dagen zal hij opstaan.’ 35  Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, kwamen bij hem en zeiden: ‘Meester, we willen dat u voor ons doet wat we u vragen.’ 36  Hij vroeg hun: ‘Wat willen jullie dan dat ik voor je doe?’ 37  Ze zeiden: ‘Wanneer u heerst in uw glorie, laat een van ons dan rechts van u zitten en de ander links.’ 38  Maar Jezus zei tegen hen: ‘Jullie weten niet wat je vraagt. Kunnen jullie de beker drinken die ik moet drinken of de doop ondergaan die ik moet ondergaan?’ 39  ‘Ja, dat kunnen wij, ‘antwoordden ze. Toen zei Jezus tegen hen: ‘Jullie zullen de beker drinken die ik zal drinken en de doop ondergaan die ik zal ondergaan, 40  maar wie er rechts of links van mij zal zitten, kan ik niet bepalen, die plaatsen behoren toe aan hen voor wie ze zijn bestemd.’ 41  Toen de andere leerlingen hiervan hoorden, werden ze woedend op Jakobus en Johannes. 42  Jezus riep hen bij zich en zei tegen hen: ‘Jullie weten dat de volken onderdrukt worden door hun eigen heersers en dat hun leiders hun macht misbruiken. 43  Zo mag het bij jullie niet gaan. Wie van jullie de belangrijkste wil zijn, zal de anderen moeten dienen, 44  en wie van jullie de eerste wil zijn, zal ieders dienaar moeten zijn, 45  want ook de Mensenzoon is niet gekomen om gediend te worden, maar om te dienen en zijn leven te geven als losgeld voor velen.’ (NBV)

Dat Koninkrijk van Jezus van Nazareth is ongeveer het spiegelbeeld van onze samenleving. Want in wezen is onze samenleving nog niks veranderd sinds de dagen van het Romeinse Rijk. Natuurlijk, we hebben een enorme technologische vooruitgang. We kunnen communiceren met de meeste mensen op aarde. We hebben in een aantal landen zelfs democratie zodat landen geregeerd worden niet meer door willekeur maar door gekozen volksvertegenwoordigers volgens een aantal vaste rechtsprincipes. Maar zelfs democratieën kunnen ontsporen. Voorwaarde voor een echte democratie is natuurlijk dat iedereen kan meedoen en als politici minderheden apart gaan zetten dan is het voorbij met de echte democratie. Laffe angsthazen in ons land proberen dat tegenwoordig ook. En alle politici en machthebbers op de wereld raken verslaafd aan de macht. Zij zijn het die het weten, zij weten hoe het moet, hoe de wetten moeten zijn en hoe er bestuurd moet worden.

Jezus van Nazareth schetst een ander soort Koninkrijk. Hijzelf zwerft door het land, menigten mensen achter zich aan en ondertussen vele mensen genezend. Langzaam wordt hij steeds populairder. Daarmee wordt hij een concurrent van de heersende machten. De heersende religieuze machten, die met bezetters een akkoord hebben gesloten zodat de godsdienst ongestoord kan blijven uitgeoefend in de Tempel, in ruil voor het heffen van belastingen op de manier van de bezetter, zonder rekening te houden met de zwaksten en de armsten in het land. Jezus van Nazareth heeft alleen maar oog voor de armsten en de zwaksten in het land. Daarmee tekent hij zijn doodvonnis, want hij brengt op die manier de bestaande orde in gevaar. Volgens de machthebbers zet hij het leven van velen op het spel. Volgens hemzelf zet hij alleen zijn eigen leven op het spel. Hij riep niet op tot geweld, uiteindelijk zou hij het geweld tegen een overmacht zelfs veroordelen. Wie heeft het nu voor het zeggen in dat nieuwe Koninkrijk, wie deelt de lakens uit?

In onze samenleving een belangrijke vraag. In de meeste gemeenten in ons land zijn gemeenteraadsleden vrijwilligers die tegen een geringe vergoeding avond aan avond bezig zijn met de problemen in hun gemeente. Toch gaat het ook hen soms om de macht, toch is het ook bij hen vaak moeilijk om problemen samen met de burgers die ze aangaan op te lossen. Bij inspraakavonden komen burgers om hen te helpen bij de besluitvorming, maar laffe angsthazen zorgen met hun geschreeuw dat de deskundigheid van gewone burgers ongehoord blijft.  Als Jezus van Nazareth een profielschets opstelt van de bestuurders van zijn koninkrijk dan heeft hij het over dienaren. Wie de eerste wil zijn zal ieders dienaar moeten zijn. Daar loopt het bij Jezus van Nazareth op uit, om oorlog en opstand te voorkomen levert hij zichzelf uit aan de autoriteiten. Bestuurders die eerst horen, eerst conflicten oplossen en dan de samen met de mensen oplossingen zoeken die de zwaksten en de armsten ten goede komen lijken schaars. Als ze er zijn worden ze door de laffe angsthazen met de dood  bedreigd. We zijn dan ook nog niet in dat Koninkrijk, we kunnen er zelf wel aan bouwen, ook vandaag.

 

Daarom volg ik ze met heel mijn hart

vrijdag, 23 oktober, 2015

Psalm 119:129-136

129 ¶  Uw richtlijnen zijn voor mij een wonder, daarom volg ik ze met heel mijn hart. 130 ¶  Als uw woorden opengaan, is er licht en inzicht voor de eenvoudigen. 131 ¶  Dorstig opent zich mijn mond, zo hunker ik naar uw geboden. 132 ¶  Keer u tot mij en wees mij genadig, dat is het voorrecht van wie uw naam bemint. 133 ¶  Stuur mijn gangen zoals u hebt beloofd, lever mij niet uit aan de macht van het kwaad, 134 ¶  verlos mij van de onderdrukking van mensen, en ik zal mij houden aan uw regels. 135 ¶  Laat het licht van uw gelaat over mij schijnen, onderwijs uw dienaar in uw wetten. 136 ¶  Beken van tranen vloeien uit mijn ogen, want uw wet wordt niet onderhouden. (NBV)

Dat hoor je toch niet vaak meer, dat de richtlijnen van de Bijbel een wonder zijn. Dat je ze met je hart moet volgen is al meer bekend. Maar waarom zou je ze een wonder noemen? Een wonder is immers iets dat je niet verwacht en dat ook niet gewoon te verklaren is. En het gevolg van het volgen van deze richtlijnen is immers het ontstaan van recht en orde. Daar waar deze richtlijnen niet worden nageleefd ontstaan onrecht en wanorde en de bedoeling van God bij de schepping was orde scheppen. De aarde was woest en ledig en God maakte scheiding tussen dood en leven, licht en donker, aarde en land. Daarmee en daardoor werd de chaotische wereld een wereld waarin mensen konden leven, chaos werd geschapen tot mensenland. Wat is dan het wonder waar in deze psalm over wordt gezongen? Het wonder is dat de richtlijnen van God niet tot verstarring leiden maar tot beweging. Onze menselijke wetten staan in grote dikke wetboeken die voor eenvoudige mensen niet te lezen zijn. Naast die wetboeken zijn er nog dikkere commentaren op de wetten en nog dikkere en grotere verzamelingen uitspraken van rechters die de jurisprudentie vormen.

Je kunt in het leven geen stap meer zetten en geen hap meer doorslikken zonder met een wet te maken te hebben. De richtlijnen van de God van Israël zijn een verademing. Geen dikke boeken met wetten die we niet meer snappen. De tien kernwoorden snappen we zo goed dat bijna iedereen daar wel een aantal van uit het hoofd kent, niet moorden, niet stelen en niet bedriegen zijn bijna wetten die onze menselijke wetten vooraf gaan. Maar het allereenvoudigste te snappen is de samenvatting van de richtlijnen, heb Uw naaste lief als Uzelf. Dat is geen wet die tot verstarring leidt, dat is een richtlijn die in beweging zet, in beweging naar een ideale samenleving, een wereld waar God zelf wil komen wonen, waar alle tranen zijn gedroogd en de dood niet meer is. Die richtlijn zet niet alleen de enkele gelovige in beweging maar iedereen op de hele wereld, daar kan ook iedereen aan meedoen. Als dat een Wet is dan is er ook maar één rechter nodig, God zelf. Die richtlijn is een wegwijzer en is een licht op je levenspad, voor alle beslissingen is die richtlijn toepasbaar. Komen mensen door jouw handelingen tot hun recht? Wordt er gedeeld met de armsten? Worden de zwakken beschermd? Worden de hongerigen gevoed en krijgen de vermoeiden rust? Was iedereen maar zover dat we de wereld langs die richtlijn konden inrichten.

Maar ook al is het niet zover we kunnen er elk moment weer mee beginnen. Dat mag van die God van Israël, dat heet ook in deze Psalm “genade”, als je echt volgens die richtlijnen wil leven dan kun je daar elk moment opnieuw mee beginnen en als je er opnieuw mee begint dan zijn je fouten uit het verleden vergeven voor zolang je je aan die richtlijnen houdt. Daarom moet je die richtlijnen van de God van Israël ook echt je gangen laten sturen, dan loop je niet de kans uitgeleverd te worden aan het kwaad. Er wordt in dit gedeelte zelfs gevraagd bevrijd te worden van de onderdrukking van mensen. In onze welvaartsmaatschappij, onze vrije democratie, lopen we het risico ongevoelig te worden voor de pijn van onderdrukking. Het lijkt er immers op dat we zelf niet worden onderdrukt. Maar als we iedereen op deze wereld beschouwen als broeders en zusters, directe familie, dan is de pijn van iedereen die wordt onderdrukt ook onze pijn. Dan leren we waar en hoe de richtlijnen van God wordt ontkent en genegeerd, waar dus mensen worden geschonden. Dan springen de tranen je in de ogen want de pijn van broeders en zusters leert ons dat de richtlijnen van God niet worden nageleefd. Daar zullen we dag en nacht voor moeten strijden, daarvoor moeten we opstaan en op Weg gaan, ook vandaag weer.

Een mens vindt vreugde

donderdag, 22 oktober, 2015

Spreuken 15:23-33

23 ¶  Een mens vindt vreugde in een goedgekozen antwoord, de juiste woorden op de juiste tijd-hoe voortreffelijk is dat. 24 ¶  De levensweg van een verstandig mens voert omhoog, hij blijft op verre afstand van de diepte van het dodenrijk. 25 ¶  De HEER verwoest het huis van de hoogmoedigen, het bezit van weduwen beschermt hij. 26 ¶  Kwade gedachten zijn de HEER een gruwel, vredige woorden zijn zuiver. 27 ¶  Wie woekerwinst najaagt, richt zijn huis te gronde, wie steekpenningen haat, zal leven. 28 ¶  Een rechtvaardige denkt na voordat hij antwoordt, uit de mond van goddelozen komt alleen maar onheil. 29 ¶  De HEER is ver verwijderd van de goddelozen, het gebed van de rechtvaardigen hoort hij. 30 ¶  Een lachend gezicht verblijdt het hart, een goed bericht verkwikt het lichaam. 31 ¶  Wie luistert naar de lessen van het leven schaart zich onder de wijzen. 32 ¶  Wie zich niet laat terechtwijzen, doet zichzelf tekort, wie berispingen ter harte neemt, wint daarbij. 33 ¶  Wie ontzag heeft voor de HEER wint aan wijsheid, bescheidenheid gaat aan eerbetoon vooraf. (NBV)

Als je dit stuk uit het boek Spreuken in de nieuwe vertaling nog eens doorleest denk je waarom hebben ze boven dit hoofdstuk nou niet gezet: “Open deuren”  Het gaat in dit gedeelte van het boek Spreuken over keuzes maken. In het boek Deuteronomium wordt dat ergens samengevat: “Zo zijn er dan dood en leven, gij, kies dan het leven”. Lijkt ook zo’n open deur, maar toch is het nuttig zo af en toe eens na te denken over de keuzes die je maakt. Zijn die keuzes werkelijk kalm en weloverwogen. Brengen die keuzes net zo veel vreugde voor jezelf als voor anderen. Soms houden mensen zo weinig van zichzelf dat ze als persoon bijna niet meer bestaan en helemaal opgaan in de dienst aan anderen. Pas op, de richtlijnen van de God van Israël zeggen dat je net zoveel van je naaste moet houden als van jezelf.

Vandaag de dag kun je mooi uitproberen hoeveel je eigenlijk van jezelf houdt, en je afvragen of je keuzes daar wel mee in overeenstemming te brengen zijn. Als je van rust houdt, neem je dan wel eens rust, in plaats van alleen de rust aan anderen te gunnen en zelf voortdurend bezig te zijn te zorgen dat de anderen kunnen rusten. Om maar eens wat te noemen. Dat plannen bij gebrek aan overleg mislukken is eenvoudiger te onthouden. Sla de krant op en zie wat onze regering doet en je ziet deze Bijbeltekst dagelijks in praktijk gebracht. Van  boven af een aantal vluchtelingen opleggen aan een dorp of een wijk in een stad doet de weerstand toenemen. Samen kijken hoeveel ruimte er is neemt een groot deel van de angst weg en schept veel meer ruimte.

De weg van de God van Israël stelt aan ons dagelijks handelen steeds weer nieuwe vragen. Niet dat we van het volgen van die weg zelf beter worden, de wereld gaat er beter van uitzien zegt de Bijbel. Die richtlijnen die ons vreugde brengen, maar ook zorgen voor wat er met anderen gebeurt, die ons laten hongeren en dorsten naar gerechtigheid, zijn wat de Bijbel noemt de genade. We hebben ze altijd bij ons, ook al zijn ze nog ze oud en we kunnen de vragen die worden gesteld altijd beantwoorden. Uiteindelijk zal dat een levenshouding worden. Als vanzelf gaan we bij ons handelen uit van de liefde voor de ander, zelfs voor onze vijanden. Dat betekent niet dat we zwijgend langs de kant onze kans afwachten als er onrecht wordt gedaan. Uit liefde, ook voor hen die onrecht bedrijven, staat we op en roepen we het onrecht uit, opdat aan mensen weer recht wordt gedaan. Soms moet je daarvoor zelfs schreeuwen, maar we weten dat overleg en een kalm woord meer effect heeft dan alleen schreeuwen. Dat geldt elke dag, ook vandaag weer.