Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor september, 2015

Hij die ons het leven gaf

zondag, 20 september, 2015

Jakobus 4:1-10

1 ¶  Waar komt al die strijd, waar komen al die conflicten bij u toch uit voort? Is het niet uit de hartstochten die strijd leveren in uw binnenste? 2  U verlangt naar iets, maar krijgt het niet. U bent jaloers en moordlustig, maar bereikt uw doel niet. U bekvecht en twist met elkaar. U krijgt niets omdat u niet bidt. 3  En als u bidt ontvangt u niets, omdat u verkeerd bidt: u wilt alleen uw eigen hartstochten bevredigen. 4  Trouwelozen! Beseft u dan niet dat vriendschap met de wereld vijandschap jegens God betekent? Wie bevriend wil zijn met de wereld, maakt zich tot vijand van God. 5  Denk toch niet dat dit loze woorden zijn in de Schrift: ‘Hij die ons het leven gaf, maakt er vurig aanspraak op; 6  maar de genade die hij schenkt is nog groter.’ Daarom staat er: ‘God keert zich tegen hoogmoedigen, maar aan nederigen schenkt hij zijn genade.’ 7  Onderwerp u dus aan God, en verzet u tegen de duivel, dan zal die van u wegvluchten. 8  Nader tot God, dan zal hij tot u naderen. Reinig uw handen, zondaars; zuiver uw hart, weifelaars. 9  Weeklaag, wees treurig en laat uw tranen vloeien. Laat uw lachen veranderen in droefheid en uw vreugde in somberheid. 10  Verneder u voor de Heer, dan zal hij u verheffen. (NBV)

Zomaar een citaat uit het boek Numeri. Jacobus had herkend dat  de manier waarop in de jonge gemeenten gestreden werd om de macht soms wel heel erg leek op de manier waarop in het volk Israël werd gestreden zo vlak na de uittocht uit Egypte toen het volk in de woestijn rond trok. Ook Mozes had het volk opgeroepen het leven in dienst te stellen van de God van Israël. Geen onderwerping meer aan slavernij maar vertrouwen op een God die je zal bevrijden. Maar mensen willen de baas spelen of slaaf zijn. Zo gaat dat in de wereld, als je een baas achterna loopt, of een clown die in enkele zinnen eenvoudig aan te wijzen vijanden presenteert en oplossingen lijkt te bieden voor problemen die je niet hebt maar waar je bang voor kunt zijn. Hel en verdoemenis hoor je in gemeenten preken en je geloof moet dan op angst zijn gebaseerd. Angst voor de Islam is tegenwoordig een politieke stemmentrekker, vooral van mensen die niets weten van de Islam en die vanwege die onwetendheid er bang van worden.

De genade van de God van Israël is dat je helemaal niet bang hoeft te zijn. Niet voor hel en verdoemenis, zeker niet als je voortdurend probeert de richtlijn van het heb Uw naaste lief te volgen, zeker niet als je je inzet voor de minsten en de zwaksten in de samenleving. Maar ook voor de Islam hoef je niet bang te zijn. Natuurlijk er lopen zoveel mensen uit de kerken weg dat er straks meer mensen in moskeeën lijken te zitten dan in christelijke kerken. Maar al die mensen die uit de kerken lopen nemen wel de richtlijnen van Jezus van Nazareth mee. De zorg voor elkaar, het opkomen voor de zwaksten en de minsten in de samenleving zijn nog steeds zaken die mensen ook buiten de kerken aanspreken. En daar ontmoet je de mensen uit de Islam. Want compassie, het liefhebben van de naaste is ook een gebod uit hun geloof en hun cultuur.

Als je hen vernedert, hoogmoedig bent, dan loop je een gevaar, dat loop je dus volgens Jacobus altijd als je hoogmoedig bent. Dus is de oproep van Jacobus dat als je een rechtvaardige samenleving wil hebben dan zul je het goede moeten zoeken, leven volgens de richtlijnen voor de menselijke samenleving zoals we die gekregen hebben van de God van Israël, je naaste lief hebben als jezelf, het kwade moeten bestrijden door het goede te doen. Juist Jacobus legt er voortdurend de nadruk op dat alleen geloven niet genoeg is. Geloven is een werkwoord. Het zal moeten blijken uit je gedrag dat je gelooft dat er een nieuwe toekomst mogelijk is en een samenleving waar alle tranen gedroogd zijn. Als je geloofd dat die belofte waar is dan ga je er aan werken Het is de God van Israël die een dergelijke samenleving tot stand zal brengen, wij mogen er aan meewerken, elke dag weer, onbevreesd, ook vandaag weer.

Ik ben verzwakt en arm

zaterdag, 19 september, 2015

Psalm 86

1 ¶  Een gebed van David. Hoor mij, HEER, en antwoord mij, ik ben verzwakt en arm. 2  Behoed mij, want ik ben u toegewijd, red uw dienaar die op u vertrouwt, u bent mijn God. 3  Wees mij genadig, Heer, heel de dag roep ik tot u, 4  verblijd het hart van uw dienaar, naar u verlang ik, Heer. 5  U, Heer, bent goed en tot vergeving bereid, uw trouw is groot voor ieder die u aanroept. 6  Hoor mijn gebed, HEER, luister naar mijn smeken. 7  In dit uur van mijn nood roep ik u aan, want u geeft mij antwoord. 8 ¶  Geen god is u gelijk, Heer, uw daden zijn zonder weerga. 9  Alle volken, door u gemaakt, komen en buigen zich, Heer, voor u en prijzen uw naam. 10  U bent groot, u doet wonderen, u alleen bent God. 11  Wijs mij uw weg, HEER, laat mij wandelen op het pad van uw waarheid, vervul mijn hart met ontzag voor uw naam. 12  U, Heer, mijn God, zal ik loven met heel mijn hart, uw naam voor eeuwig prijzen. 13  Want u toont mij uw grote trouw, u verlost mij uit de diepte van het dodenrijk. 14  God, een opstandige bende komt op mij af, met geweld bedreigen zij mijn leven, zij houden u niet voor ogen. 15  U, Heer, bent een God die liefdevol is en genadig, geduldig, trouw en waarachtig. 16  Keer u tot mij en wees mij genadig, schenk kracht aan uw dienaar, red het kind van uw dienares. 17  Geef mij een teken van uw goedheid, dan zullen mijn haters verbleken en zien dat u, HEER, mij bijstaat en troost. (NBV)

Als de Ramadan begint dan zingt de Kerk in verbondenheid met de Islam graag deze Psalm. Een paar jaar geleden kwam het zelfs voor dat het begin van de Ramadan en het Joods Nieuwjaar samenvielen. In beide tradities speelt verootmoediging een rol bij deze feesten. En verootmoediging is nu typisch zo’n religieuze term waarvan we de betekenis zijn vergeten, bedekt als ze is door een heleboel lege religieuze termen. De Psalm die we vandaag met de feestenden meezingen helpt ons misschien er iets van te begrijpen. David bidt tot God om hem te behoeden, want hij is aan God toegewijd. Horen bij de God van Liefde en Recht is kennelijk een gevaarlijke zaak. Dan moet je gered worden want je wordt bedreigt door vijanden. Joden en Islamieten kunnen daarover meepraten. In beide tradities kennen ze zowel de kant van het feest als van de verootmoediging zoals David die voorzingt. Want ook de Ramadan is een feest.

Christenen uit de Westerse welvaartsmaatschappij zien natuurlijk op tegen een hele dag niet eten en niet drinken. In sommige culturen wordt zelfs het speeksel niet doorgeslikt tijdens de Ramadan. Maar als de zon onder is en de eerste sterren zichtbaar zijn begint het feest. In de Joodse traditie begint dan de nieuwe dag en op vrijdagavond wordt op dat uur de Sabbat begroet. Wij zijn in onze cultuur bijna vergeten de tijd op die manier te markeren. Wij hebben door de elektriciteit de nacht in dag veranderd en de ochtend en de avond hebben nauwelijks een bijzondere betekenis meer. In Jodendom en Islam is dat nog anders. Daar klinkt nog de roep om de hele dag met de Heer van alles bezig te zijn. Toen de Tempel er nog was moest daar in de ochtend en in de avond een offer gebracht worden, je begint de dag niet zonder aan een ander te denken. In de Psalm is er geen andere Heer dan God. Niemand anders die macht uitoefent over de mensen. Alle volken schaffen hun pretenties af en buigen zich voor de Liefde en prijzen de God die Liefde is.

En dat afschaffen van pretenties, dat is verootmoediging. Daarom loopt de Ramadan uit op het Suikerfeest, aan het eind van de maand waarin men bezig is met het woord van God breekt het zoet aan. Dezelfde overtuiging klinkt in het Jodendom als de Vreugde der Wet aanbreekt en in het Christendom als hongeren en dorsten naar gerechtigheid voorop staat. Het Koninkrijk van Recht en Vrede, de Geest van Liefde en Delen komt onontkoombaar voor de hele bewoonde wereld. Armen en vreemdelingen zijn verdwenen alleen broeders en zusters blijven over. Zou er in ons land nog een tijd komen dat we niet meer bang gemaakt worden voor elkaar? Wie goed naar de bang makende politici weet te luisteren hoort dat zij eigenlijk de rijken beschermen en de machthebbers die uitbuiten en zichzelf verrijken. Juist als wij een teken van goedheid willen zijn dan zullen zij, de haters, verbleken. Dat is pas echt iets om over te zingen, ook bij het begin van de Ramadan of het Joodse Nieuwjaar.

U was een toevlucht voor de zwakken

vrijdag, 18 september, 2015

Jesaja 25:1-12

1 ¶  HEER, u bent mijn God. Ik zal u hulde bewijzen, uw naam loven. Want wonderbaarlijk zijn uw daden, u hebt uw beleid sinds mensenheugenis trouw en betrouwbaar uitgevoerd. 2  Hun stad hebt u tot een bouwval gemaakt, hun versterkte vesting tot een ruïne; het bolwerk van barbaren is geen stad meer. Nooit zullen ze herbouwd worden. 3  Daarom zal het gewelddadige volk u eren, de stad van wrede volken ontzag voor u tonen. 4  U was een toevlucht voor de zwakken, een toevlucht voor de armen in hun nood, beschutting tegen stortbuien, schaduw tegen hitte. Want het woeden van die wrede volken is als een stortbui tegen een muur, 5  als hitte in een dorre streek. U doet het barbaarse gejoel verstommen, u tempert de triomf van tirannen, zoals de schaduw van een wolk de hitte tempert. 6 ¶  Op deze berg richt de HEER van de hemelse machten voor alle volken een feestmaal aan: uitgelezen gerechten en belegen wijnen, een feestmaal rijk aan merg en vet, met pure, rijpe wijnen. 7 Op deze berg vernietigt hij het waas dat alle volken het zicht beneemt, de sluier waarmee alle volken omhuld zijn. 8  Voor altijd doet hij de dood teniet. God, de HEER, wist de tranen van elk gezicht, de smaad van zijn volk neemt hij van de aarde weg- de HEER heeft gesproken.9 ¶  Op die dag zal men zeggen: ‘Hij is onze God! Hij was onze hoop: hij zou ons redden. Hij is de HEER, hij was onze hoop. Juich en wees blij: hij heeft ons gered!’10  De hand van de HEER rust op deze berg, maar onder zijn voeten wordt Moab vertrapt, zoals stro in mest wordt getreden; 11  Moab spreidt zijn armen uit als iemand die tracht te zwemmen, maar hoe hij ook met zijn armen maait, de HEER laat hem door zijn hoogmoed ten onder gaan. 12  Hij haalt de hoge, versterkte muren omver, hij maakt ze met de grond gelijk, niets laat hij ervan heel.(NBV)

Wat de liefde tussen mensen toch allemaal tot stand kan brengen. Niet altijd is dat direct zichtbaar. Neem nu de vrede in Noord Ierland.  In Nederland waren er zeer lang zeer veel gezinnen die jaar in jaar uit Katholieke en Protestantse kinderen in hun huis ontvingen en daar samen een vakantie mee vierden. Die kinderen vormen nu de basis van de nieuwe vreedzame samenleving die daar aan het ontstaan is. Wederzijds kunnen ze zeggen dat het bolwerk van de barbaren geen stad meer is, dat het gewelddadige volk ook God zal eren, dat de stad van de wrede volken ontzag voor God zal tonen. In Noord Ierland lijkt dat allemaal waar te worden. Jesaja had het natuurlijk niet over Noord Ierland. Hij had het over zijn eigen stad, zijn eigen land. Daar waren de mensen weggevoerd. Daar had het geweld van grote machtige rijken alles verwoest. Maar Jesaja wist dat, als mensen het niet opgaven ook hun vijanden lief te hebben, als ze volhielden met elkaar te delen, als ze de ogen openhielden voor de zwaksten, als ze door bleven gaan de hongerigen te voeden en de naakten te kleden, dat dan zou de dag komen dat de ballingen uit hun gevangenschap terug zouden keren en het land in vrede hersteld kon worden.

Sinds de profeet dat opschreef en het in het boek van de profeet Jesaja terecht is gekomen is het de hoop geworden van ontelbare onderdrukte volken. Nooit kan de hoop op bevrijding worden opgegeven. Jezus van Nazareth gaf zijn volgelingen de opdracht de armen bevrijding te gaan verkondigen toen de hele wereld zuchtte onder het wrede juk van de Romeinen. Het zal ons in beweging moeten zetten. Het is niet zo dat God buiten ons om de hongerigen voedt, de naakten kleed en de armen bevrijdt. God daagt ons uit en zet ons in beweging om juist dat te doen, om die weg te gaan. Als wij doof blijven voor het geschrei van de kind slaven, de gedwongen prostituee’s, de gewetensgevangenen, de slachtoffers van oorlog en geweld die uit wanhoop hun land ontvluchten, hoe kunnen we dan denken dat een God in de hemel dat wel hoort. Meer als een schaduw die de hitte van zon tempert hoeven we immers niet zijn. Als je zo naar de samenleving kijkt dan begint langzaam net als voor de profeet het feest te dagen. Op de berg waar de richtlijnen voor de menselijke samenleving worden bewaard is het voor alle volken goed toeven, uitgelezen gerechten en belegen wijnen, een feestmaal rijk aan merg en vet, met pure, rijpe wijnen. Een prachtig beeld je ziet het voor je. Het hoogtepunt is dan dat de dood voor altijd teniet wordt gedaan. Het is een beeld om over te juichen.

Maar hoe zit het dan voor Moab? Dat volk wordt toch vertrapt staat er, zoals stro in mest wordt getreden? Het is dus niet voor alle volken, er zijn volken zoals Moab die niet mogen meedelen maar worden vertrapt. Moab was een volk uit de geschiedenis van het volk Israel. We nemen aan dat de profeet de vijand uit zijn tijd niet ongestraft kon noemen. Hij wees op een volk waarvan iedereen wist dat dat volk niet had willen delen met het volk Israel maar voortdurend bleef strijden tegen Israel, dat door de woestijn trekkend het land overvloeiende van melk en honing had bereikt. En daar ligt de sleutel tot dit verhaal. Moab was een volk dat niet wilde delen, dat die arme gevluchte slaven uit de woestijn eerder ging bevechten dan een plaats onder de volken te geven. Daarom werden zij vertrapt, want zulke volken zijn niet welkom aan de tafel van de Heer. Bij eerlijk delen, houden van elkaar als van jezelf, kun je niet aankomen met “eigen volk eerst”, niet met “ikke, ikke, ikke en de rest kan stikken”. Op de Berg waar die richtlijnen worden bewaard gaat het over jezelf weggeven, desnoods breken als brood wordt gebroken, je bloed vergieten zoals wijn wordt vergoten. Die maaltijd van delen met ieder zonder eerst aan jezelf te denken is het hart geworden van de godsdienst van Joden en Christenen. Die maaltijd van God is voor alle volken, is de godsdienst bij uitstek. De maaltijd in de Kerk is de godsdienstoefening, elk van ons oefent in delen met de ander. Een oefening die je dag in dag uit in de praktijk mag brengen

De aarde zwalkt en waggelt

donderdag, 17 september, 2015

Jesaja 24:14-23

14  Daarginds barst men uit in gejuich,  vanaf de zee bejubelt men de majesteit van de HEER. 15  Prijs daarom de HEER in het land van de dageraad, de naam van Israëls God op de eilanden in zee. 16 ¶  Van het einde der aarde horen wij zingen: ‘Hulde aan de rechtvaardige!’ Maar ik verzucht: ‘Wee mij! Verloren, verloren ben ik! Verraders plegen verraad, hoe verraderlijk is het verraad van verraders.’ 17  Verschrikking, valkuil en vangnet wacht jullie die de aarde bewonen. 18  Wie vlucht voor de verschrikking, zal vallen in de kuil, wie uit de kuil weet te klimmen, raakt gevangen in het net. De sluizen van de hemel worden geopend, de grondvesten van de aarde beven. 19  De aarde kraakt en barst open, de aarde schokt en schudt heen en weer, de aarde kantelt en wankelt vervaarlijk. 20  De aarde zwalkt en waggelt als een dronkaard, ze zwaait heen en weer als een hut in de storm. Haar opstandigheid drukt zwaar op haar, ze valt en staat niet meer op. 21  Op die dag zal de HEER afrekenen in de hemel met de machten van de hemel, en op aarde met de vorsten van de aarde. 22  Dan worden zij bijeengedreven, gevangen in een kuil, opgesloten in een kerker. En na lange tijd zullen zij hun straf ontvangen. 23  Dan zal de heldere maan zich schamen, de stralende zon van schaamte verbleken. Want de HEER van de hemelse machten heerst op de Sion, in Jeruzalem wordt zijn luister getoond aan de oudsten van zijn volk. (NBV)

Moeders kunnen dat nog steeds doen. Het enthousiasme van hun kinderen relativeren. Komt een kind thuis met een enthousiast verhaal roept moeder “dat zal een klap geven”. Jesaja roept iets vergelijkbaars. Vrome mensen juichen bij de gedachte dat de Rechtvaardige eindelijk de macht overneemt. Maar als recht en gerechtigheid gaan heersen dan moet er zoveel veranderen dat je er van kunt schrikken. Revoluties breken zelden uit zonder geweld. Georgië en de Oekraïne zijn de laatste pogingen waar volksbewegingen oude regimes tot heengaan dwongen. Maar ook daar lijden de mensen er onder en zijn de armen er niet direct beter van geworden. Voordat ook daar echte democratie gaat heersen en een rechtstaat is gevormd zal er nog heel wat tijd overheen gaan. Verzet tegen verandering is altijd groot.

Maar het zal gebeuren. de bevrijding zal komen. Dat is de boodschap die Jesaja ons ook geeft. En iemand die zijn stad ziet leeghalen, die zijn volk ziet wegvoeren in ballingschap, die dan toch de moed opbrengt, het geloof zo U wilt, om er op te vertrouwen dat alles ten goede zal keren, voor zo iemand mag je toch wel enige bewondering hebben. Voor ons is dat gemakkelijker. Wij hebben de illusie dat als we genoeg soldaten, tanks en bommenwerpers naar Noord Afrika sturen en als we dat dan ook nog doen met een heleboel landen er vanzelf vrede zal komen. Dat de aarde in Syrië en Irak zal schudden onder het geweld waarmee die bevrijding gepaard zal gaan wordt door menig voorstander ontkend. Dat de goddelozen in de Islamitische Staat zich zullen verzetten en de oorspronkelijke bevolking zullen onderdrukken waar zij kunnen wordt door tegenstanders van de Nederlandse en Navo missie ontkend.

Dat we niet alleen oog moeten hebben voor wederopbouw, of opbouw van een lang verloren en vergeten land, maar dat we vooral ook oog moeten hebben voor alle slachtoffers zou centraal moeten staan. Maar dat je een operatie inricht op hulp aan vijandige slachtoffers, op het voorkomen van burgerslachtoffers en op de begeleiding van je eigen soldaten ook lang nadat de operatie is afgelopen is nog zo ongekend dat bijna niemand het er over durft te hebben. Laat staan dat je het niet meer hebt over vluchtelingenkampen maar over een toekomst van mensen en hun kinderen en kleinkinderen. Maar juist mensen die geluisterd hebben naar Jesaja, die mee willen doen in het verhaal van het volk Israel, die de bevrijding van onderdrukking en uitbuiting verwachten zouden toch in de eerste plaats oog moeten hebben voor de slachtoffers van oorlog en geweld. Voor die slachtoffers zou je wat moeten doen. Jezus riep eens op je kruis op je te nemen achter hem aan. De afrekening met de machten van hemel en aarde zal pas komen als we ook als land en als Europa in staat zijn in de eerste plaats naast de slachtoffers te gaan staan. Dat zal een klap geven.

 

Ook de groten der aarde kwijnen weg.

woensdag, 16 september, 2015

Jesaja 24:1-13

1 ¶  De HEER verwoest de aarde en slaat haar kaal, hij ontwricht haar en verstrooit haar bewoners. 2  Priester en volk treft hetzelfde lot, meester en slaaf, meesteres en slavin, verkoper en koper, wie te leen krijgt en wie te leen geeft, schuldenaar en schuldeiser. 3  De aarde wordt geheel verwoest en volkomen leeggeplunderd-  want de HEER heeft aldus gesproken. 4  De aarde treurt en verwelkt,  de wereld verwelkt en kwijnt weg. Ook de groten der aarde kwijnen weg. 5  De aarde is door haar bewoners ontheiligd: zij hebben de voorschriften overtreden, zijn aan de wetten voorbijgegaan en hebben het eeuwig verbond verbroken. 6  Daarom verslindt een vloek de aarde en moeten haar bewoners boeten; daarom wordt hun aantal zo klein en blijven er nog weinig mensen over. 7  De wijn is verdroogd, de wijnstok kwijnt weg. De vrolijke feestvierders zuchten. 8  De roffelende trommels zwijgen, het feestgedruis sterft weg, de jubelende lier verstomt. 9  Men drinkt de wijn zonder lied, de drank smaakt de drinker bitter. 10  De stad is één grote woestenij, de toegang tot ieder huis is versperd. 11  Op straat wordt luid gejammerd om de wijnoogst. Alle blijdschap is gesmoord, de vreugde van de aardbodem verdwenen. 12  Wat van de stad rest, is verwoesting, troosteloos is de vernielde poort. 13 ¶  Het zal de aarde en al haar volken vergaan als bij het leegschudden van een olijfboom, als bij het nalezen van een wijngaard. (NBV)

Als het een keer mis gaat in een samenleving dan gaat het voor iedereen mis. En als het mis gaat zoals Jesaja dat hier beschrijft dan gaat het ook grondig mis. Het gaat als bij de fruitoogst in een boomgaard of een wijngaard. Als je het fruit van de bomen hebt geplukt, of de druiven van de ranken hebt geknipt, dan blijft er niets over. Of er een storm overheen is gegaan, maar je kunt er niet meer van eten en de bladeren zijn nutteloos geworden want ze beschermen knoppen noch vruchten. Jesaja spreekt over een verwoeste stad en hij beschrijft de stad nadat deze is ingenomen door een groot en machtig volk. Je kunt nog zo hoog van de toren blazen maar verliezen doe je toch. Een samenleving die niet voor elkaar zorgt, die niet met elkaar wil delen gaat daar aan ten gronde. Alleen in samenlevingen waar men samen wil delen en voor elkaar wil instaan kan de kracht opgebracht worden een vijand te weerstaan.

In onze geschiedenis zijn Alkmaar en Leiden daar voorbeelden van toen ze de Spaanse overmacht wisten te weerstaan. Jesaja begint in deze passage de oorzaken te noemen van de ellende. De aarde is door haar bewoners ontheiligd, de voorschriften zijn overtreden en de mensen zijn aan de wetten voorbijgegaan. Dat is de oorzaak van alle ellende. Jesaja wist niets van klimaatveranderingen en energieverspilling. Daar heeft hij het ook niet over, maar het is wel de vloek die in onze dagen de aarde dreigt te treffen. Zelfs de machtigen van de aarde hebben gevoeld dat je zonder elkaar niet kan. Dat je status, religieuze, politieke en etnische verschillen opzij moet zetten en met de hele bewoonde wereld het probleem moet zien op te lossen. Dat uitgangspunt is bij de laatste klimaattop aanvaard, maar er zal nog een lange weg gegaan moeten worden om de vloek te weren. We zullen elk voor zich moeten werken aan een milieubewust gedrag.

We zullen ook samen de muren moeten slechten die de armen arm en ons rijk houden. Onze politici doen nu wel opgelucht en flink dat ze Amerika en de ontwikkelingslanden bij elkaar hebben gebracht en technologie gaan overdragen in ruil voor vermindering van uitstoot, maar over de noodzakelijke economische voorwaarden om de armen te laten overleven hoor je ze niet. Die armen moeten in eigen omgeving maar voortploeteren en vooral niet naar onze rijkdom vluchten. Die stem zullen we daarom zelf aan de nood van de armen moeten geven. Bestrijding van de klimaatverandering en de energiecrisis is ook, en vooral, bestrijding van de armoede in de wereld. Economische groei in de arme landen hoeft geen groei te zijn van uitstoot van broeikasgassen en vervuiling. De grondstoffen komen voor een groot deel uit arme landen, en daar is zonne-energie en soms ook wind- en aardwarmte energie. Aan ons om bereid te zijn te delen.

Naar het onblusbare vuur.

dinsdag, 15 september, 2015

Marcus 9:38-50

38  Johannes zei tegen hem: ‘Meester, we hebben iemand gezien die in uw naam demonen uitdreef en we hebben geprobeerd hem dat te beletten omdat hij zich niet bij ons wilde aansluiten.’ 39  Jezus zei: ‘Belet het hem niet. Want iemand die een wonder verricht in mijn naam kan onmogelijk het volgende moment kwaad van mij spreken. 40  Wie niet tegen ons is, is voor ons. 41 ¶  Ik verzeker je: wie jullie een beker water te drinken geeft omdat jullie bij Christus horen, die zal zeker beloond worden. 42  Wie een van de geringen die in mij geloven van de goede weg afbrengt, zou beter af zijn als hij met een molensteen om zijn nek in zee gegooid werd. 43  Als je hand je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af: je kunt beter verminkt het leven binnengaan dan in het bezit van twee handen naar de Gehenna te moeten gaan, naar het onblusbare vuur. 44 45  Als je voet je op de verkeerde weg brengt, hak hem dan af: je kunt beter kreupel het leven binnengaan dan in het bezit van twee voeten in de Gehenna geworpen worden. 46  47  En als je oog je op de verkeerde weg brengt, ruk het dan uit: je kunt beter met één oog het koninkrijk van God binnengaan dan in het bezit van twee ogen in de Gehenna geworpen worden, 48  waar de wormen blijven knagen en het vuur niet dooft. 49  Iedereen moet met vuur gezouten worden. 50  Zout is goed! Maar als het zout zijn kracht verliest, hoe zullen jullie het zijn kracht dan teruggeven? Zorg dat jullie het zout in jezelf niet verliezen en bewaar onder elkaar de vrede.’(NBV)

Ten zuiden en ten westen van Jeruzalem lag het dal Hinnom. Hier brandde dag en nacht een groot vuur waar al het afval van Jeruzalem in werd verbrand. Vanouds was hier een offerplaats voor de afgod Moloch. Daar werden kinderen als offer in het vuur geworpen. Ook werden er lijken van veroordeelde misdadigers verbrand, ze hoefden dan niet begraven te worden. De plaats werd Gehenna genoemd en was zo verschrikkelijk dat Gehenna ook de naam van het dodenrijk werd. Als Jezus van Nazareth over de Gehenna spreekt dan heeft hij het over een verschrikkelijke plaats die al zijn toehoorders helder voor ogen stond. Je kunt dus beter je handen af hakken dan als misdadiger in het vuur van de Gehenna geworpen worden. Zo verschrikkelijk moet het voor je zijn als je niet meer de Weg volgt van het houden van je naaste als van jezelf. Mensen van die weg afbrengen is wel het ergste dat je kan doen.

Toch heeft ook dat onblusbare vuur van die verschrikkelijke plaats Gehenna iets goeds. Het reinigt de stad zoals zout het voedsel reinigt en behoed voor bederf. Al het dode afval in de stad laten rotten maakt de stad onleefbaar. In het Italiaanse Napels kunnen ze daar over meepraten. Daar werd het afval niet meer opgehaald. Het werd zo erg dat het leger moest worden ingezet om de stad weer schoon te maken, de stad dreigde anders onleefbaar te worden. Zo was het ook met Jeruzalem en het Gehenna zorgde er voor dat de stad het afval kwijt kon. Daarom moeten wij er voor zorgen het zout in onszelf niet te verliezen. Dat betekent dat je telkens weer de Weg op moet gaan van Jezus van Nazareth. Dat je eens van die weg afdwaalt is erg, maar niet onherroepelijk, op elk moment kan ieder van ons zich weer omkeren, bekeren heette dat ook wel, om weer die Weg op te gaan.

In elke gemeenschap van mensen die zich niet om zichzelf maar om de ander als eerste bekommeren dien je de vrede te bewaren. Onderlinge strijd kost immers energie die ten koste gaat van de zorg voor de minsten, het laat ook niet zien hoe een samenleving waarin iedereen kan meedoen en waar oog en oor is voor de minsten er uit kan zien. Maar oog en oor voor de minsten in de wereld is waar Jezus van Nazareth ons om vraagt. Daar is zijn vader, daar is God zelf te vinden. Bij de slachtoffers van de voortdurende strijd in Somalië, bij de hongerenden in Darfur, bij de gevangenen in China en al die andere landen waar mensenrechten worden geschonden, bij de armen in Europa, bij de vluchtelingen die wanhopig op weg zijn gegaan, bij de vreemdelingen onder ons die worden buitengesloten, bij de kinderen op de wereld die worden uitgebuit en misbruikt. Daar horen wij ook te zijn want hen verwaarlozen is het ergste wat ons kan gebeuren. Vandaag hoeft dat dus niet meer.

De minste van allemaal willen zijn

maandag, 14 september, 2015

Marcus 9:30-37

30 ¶  Ze vertrokken uit die streek en reisden door Galilea, maar hij wilde niet dat iemand dat te weten kwam, 31  want hij was bezig zijn leerlingen onderricht te geven. Hij zei tegen hen: ‘De Mensenzoon wordt uitgeleverd aan de mensen. Die zullen hem doden, maar na drie dagen zal hij uit de dood opstaan.’ 32  Ze begrepen deze uitspraak niet, maar durfden hem geen vragen te stellen. 33  Ze kwamen in Kafarnaüm. Toen ze in huis waren, vroeg hij hun: ‘Waarover waren jullie onderweg aan het redetwisten?’ 34  Ze zwegen, want ze hadden onderweg met elkaar getwist over de vraag wie van hen de belangrijkste was. 35  Hij ging zitten en riep de twaalf bij zich. Hij zei tegen hen: ‘Wie de belangrijkste wil zijn, moet de minste van allemaal willen zijn en ieders dienaar.’ 36  Hij pakte een kind op en zette het in hun midden neer; hij sloeg zijn arm eromheen en zei tegen hen: 37  ‘Wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt niet mij op, maar hem die mij gezonden heeft.’ (NBV)

Ieders dienaar willen zijn, daar draait het om bij Jezus van Nazareth. En dat is niet eenvoudig. Daar moet je voor studeren lijkt het wel. Jezus van Nazareth neemt in dit verhaal immers zijn leerlingen mee naar huis om hen te onderrichten. Eerder had Marcus ons al verteld dat Jezus van Nazareth in Kafernaüm was gaan wonen. In de verhalen die voor het verhaal van vandaag staan had Jezus van Nazareth steeds last gehad van grote mensenmenigten die genezing bij hem zochten of gewoon achter hem aan liepen om te horen wat hij te zeggen heeft. Maar aan populariteit heeft Jezus van Nazareth kennelijk een broertje dood. Verering door de massa loopt altijd uit op de dood van degene die vereerd wordt. Of die kan het niet aan of de massa raakt teleurgesteld en dood het idool of die wordt door de concurrentie gedood, maar dood gaat het idool.

Jezus van Nazareth is voor alles realist, hij weet dat het hem ook zo zal vergaan. Maar hij weet ook dat zoveel liefde van God niet definitief dood kan gaan. Dus als het definitief lijkt, na drie dagen, het getal van de volmaaktheid, dat komt het weer tot leven. Dan staat het op tegen de dood. Daar zijn ook die leerlingen voor. Die moeten leren zichzelf uit te schakelen. Niet zij zijn belangrijk maar de mensen die de liefde nodig hebben. Daar moet je op letten. Jezus van Nazareth wijst op de zwaksten in elke samenleving, de kinderen. Die hebben nog geen weet van goed en kwaad, die leven nog als in het paradijs. Die zijn het eerst slachtoffer van honger, oorlog en geweld. Die zijn het zwaarste slachtoffer van misbruik, van uitbuiting en gebruik door volwassenen voor persoonlijk gewin of persoonlijk genot.

Wie een kind opneemt en het daarmee voor het kind opneemt, neemt Jezus van Nazareth op en neemt het daarmee voor zijn liefde op. Eigenlijk zegt Jezus van Nazareth dat wie zo doet zorgt dat hij opstaat uit de dood die het nalopen en de verering hem gebracht hadden. Daarom ook hoef je mensen die zorgen voor armen, die het opnemen voor kinderen, die pal staan voor de vrede, die het kwade uit de wereld proberen te verdrijven, niet te veroordelen als ze niet in Jezus van Nazareth geloven. Ze doen evengoed wat hij had bedoeld dat er gedaan moet worden. Je moet juist de mensen bestrijden die zeggen te geloven in Jezus van Nazareth maar het kwaad in de wereld laten voortbestaan. Mensen die niet willen delen omdat honger de verantwoording van de hongerige zou zijn, mensen die het niet opnemen voor kinderen omdat het hun kinderen niet zijn. Mensen die kinderen uitwijzen naar landen waar ze nooit zijn geweest. Die mensen moeten we bestrijden wegens onmenselijkheid. En als we dat weten te doen dan weten we dat wie niet voor de Weg van Jezus van Nazareth js, wie het niet opneemt voor zijn mensen, die is tegen hem, maar ook tegen ons.

Ik geloof! Kom mijn ongeloof te hulp!

zondag, 13 september, 2015

Marcus 9:14-29

14 ¶  Toen ze terugkwamen bij de andere leerlingen, zagen ze een grote menigte om hen heen staan. Er waren ook schriftgeleerden bij, die met hen aan het discussiëren waren. 15  De mensen waren verbaasd toen ze hem zagen, en liepen meteen naar hem toe om hem te begroeten. 16  Hij vroeg hun: ‘Waarover zijn jullie met hen aan het discussiëren?’ 17  Iemand uit de menigte antwoordde: ‘Meester, ik heb mijn zoon naar u gebracht omdat hij door een geest bezeten is en niet kan praten; 18  steeds wanneer de geest hem overweldigt, gooit die hem op de grond, en dan komt het schuim hem op de mond te staan, hij knarst met zijn tanden en wordt helemaal stijf. Ik zei tegen uw leerlingen dat ze hem moesten uitdrijven, maar dat konden ze niet.’ 19  Hij zei tegen hen: ‘Wat zijn jullie toch een ongelovig volk, hoe lang moet ik nog bij jullie blijven? Hoe lang moet ik jullie verdragen? Breng hem bij me.’ 20  Ze brachten de jongen bij hem. Toen de geest hem zag, deed hij de jongen meteen stuiptrekken, en met het schuim op de lippen viel hij op de grond en rolde heen en weer. 21  Jezus vroeg aan zijn vader: ‘Hoe lang heeft hij hier al last van?’ Hij antwoordde: ‘Al vanaf zijn vroegste jeugd, 22  en hij heeft hem zelfs vaak in het vuur gegooid en in het water met de bedoeling hem te doden; maar als u iets kunt doen, heb dan medelijden met ons en help ons.’ 23  Toen zei Jezus tegen hem: ‘Of ik iets kan doen? Alles is mogelijk voor wie gelooft.’ 24  Meteen riep de vader van het kind uit: ‘Ik geloof! Kom mijn ongeloof te hulp.’ 25  Toen Jezus zag dat er een grote groep mensen toestroomde, sprak hij de onreine geest op strenge toon toe en zei: ‘Geest die doof en stom maakt, ik gebied je: ga uit hem weg en keer niet meer in hem terug.’ 26  Onder geschreeuw en met hevige stuiptrekkingen ging hij uit hem weg; de jongen bleef voor dood achter, zodat de mensen zeiden dat hij was gestorven. 27  Maar Jezus pakte hem bij de hand om hem overeind te helpen en hij stond op. 28  Hij ging een huis in, en toen ze weer alleen waren, vroegen zijn leerlingen hem: ‘Waarom konden wij die geest niet uitdrijven?’ 29  Hij antwoordde: ‘Dit soort kan alleen door gebed worden uitgedreven.’ (NBV)

Geloven dat het Goede je de weg wijst in alle situaties is natuurlijk mooi. Maar weet je dan ook overal raad op? “Gods plan leren kennen” wordt vaak als heel belangrijk afgeschilderd. “Als Jezus maar in je hart woont dan weet je overal raad op” wordt vaak beweerd. Dat het dus niet zo is blijkt hier in dit verhaal maar weer. Het antwoord op een epileptische jongen moeten de volgelingen van Jezus van Nazareth schuldig blijven. Daar is kennelijk het bovenstaande gebed van de vader voor nodig. Zo lang met een ziek kind rondzeulen maakt soms dat genezing onbestaanbaar wordt. Nog steeds zijn er ouders die de neiging hebben alle behandelingen van artsen maar te staken als er steeds weer nieuwe therapieën worden geprobeerd en hun ernstig zieke kinderen nieuwe martelingen moeten doormaken in de hoop op genezing van een ernstige ziekte. Hulp bij de twijfel in de mogelijkheden op genezing en begrip voor de twijfel is dan geboden. Een luisterend oor en een hand op de schouder zijn in een modern ziekenhuis echter soms ver te zoeken ook bij op zich goedwillende artsen.

We hebben van de gezondheidszorg een markt gemaakt. Artsen en verpleegkundigen moeten daardoor genezing produceren, zorg voor mensen hoort daar meestal niet bij, daar staat geen vergoeding tegenover en dus is er ook geen tijd voor. Gelukkig zijn er vrijwilligers die in vrijwilligersorganisaties steun en toeverlaat voor patiënten en verwanten willen zijn. Volgelingen van Jezus van Nazareth kunnen hier hun geloof in het onmogelijke laten zien. Steun lijkt onmogelijk maar dat is het juist niet. Gebedsgenezing, daar moet je voorzichtig mee zijn. Te gemakkelijk wordt een niet genezen aan ongeloof, of een te weinig geloof toegeschreven. Spontane genezingen op gebed, als een soort wonderen, zijn niet de genezingen waarvoor Jezus van Nazareth reclame heeft gemaakt. Integendeel hij verbood steeds de mensen er over te praten. Waar hij voor zorgde was voor begrip voor mensen, voor nieuwe kracht waardoor mensen met hun leven verder konden, voor de steun en het begrip dat ieder van ons aan een ander kan schenken.

De geest, die doof en stom maakt, moet vaker bij de omstanders worden uitgedreven dan bij de patiënten zelf. En daar kunnen we zelf een heleboel aan doen. Uiteindelijk sprak die vader in zijn gebed misschien zijn ongeloof in een God uit die zijn kind zo liet lijden maar hij bleef geloof houden in het kind zelf. Geloof vrijwaart ons niet van ziekte en ellende, geloof is geen levensverzekering waarmee de dood is uitgesloten. Maar het geloof in de mensen om ons heen kan hen op de been houden en dokters en verpleegkundigen de gelegenheid geven hun moeilijke werk te doen. Het kan mensen ook helpen afscheid te nemen van elkaar en toch te weten dat het goed is. Aan ieder van ons om ook in de gezondheidszorg de mensen voorop te blijven plaatsen. Ook daar is het lot van de zwaksten de maat voor de kwaliteit, ook daar is nog veel werk te doen dus. Elke dag opnieuw.

 

Zoals over hem geschreven staat

zaterdag, 12 september, 2015

Marcus 9:1-13

1 ¶  Verder zei hij ook nog: ‘Ik verzeker jullie: sommigen die hier aanwezig zijn zullen niet sterven voordat ze de komst van het koninkrijk van God in al zijn kracht hebben meegemaakt.’ 2  Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze helemaal alleen waren. Voor hun ogen veranderde hij van gedaante, 3  zijn kleren gingen helder wit glanzen, zo wit als geen enkele wolwasser op aarde voor elkaar zou kunnen krijgen. 4  Toen verscheen Elia aan hen, samen met Mozes, en ze spraken met Jezus. 5  Petrus nam het woord en zei tegen Jezus: ‘Rabbi, het is goed dat wij hier zijn; laten we drie tenten opslaan, een voor u, een voor Mozes en een voor Elia.’6  Hij wist niet goed wat hij moest zeggen, want ze waren door schrik overweldigd. 7  Toen viel de schaduw van een wolk over hen, en uit de wolk klonk een stem: ‘Dit is mijn geliefde Zoon, luister naar hem!’ 8  Ze keken om zich heen en zagen opeens niemand meer, behalve Jezus, die nog bij hen stond.9  Toen ze de berg afdaalden, zei hij tegen hen dat ze aan niemand mochten vertellen wat ze hadden gezien voordat de Mensenzoon uit de dood zou zijn opgestaan. 10  Ze namen zijn woorden ter harte, maar vroegen zich onder elkaar wel af wat hij bedoelde met deze opstanding uit de dood. 11  Ze vroegen hem: ‘Waarom zeggen de schriftgeleerden dat Elia eerst moet komen?’ 12  Hij antwoordde: ‘Elia komt inderdaad eerst en herstelt alles, maar over de Mensenzoon staat toch geschreven dat hij veel moet lijden en met verachting behandeld zal worden? 13  Ik zeg jullie: Elia is al gekomen, en ze hebben met hem gedaan wat ze wilden, zoals over hem geschreven staat.’ (NBV)

We willen graag alles begrijpen, alles vasthouden en alles voorzien. Dat zit nu eenmaal in onze aard. En als het gaat om aardse zaken is het ook zo gek nog niet. We sturen mensen de ruimte in, die daar maanden achtereen blijven en allerlei wetenschappelijk onderzoek doen. Reizen naar de maan zijn weer in voorbereiding, geweldige prestaties van mensen. Er zijn medicijnen die mensen met AIDS in leven kunnen houden, een groot deel van de kankerpatiënten geneest tegenwoordig en ook behandelingen tegen Alzheimer komen langzaam in zicht. De studie over menselijk samenleven en de vrede bewaren mag nog wel wat geïntensiveerd worden maar het is eigenlijk meer jammer dat bestuurders en machthebbers zo weinig kennis nemen van de wetenschappelijke resultaten op dit gebied. Als het gaat om de Bijbel is dat willen weten, meten, verklaren en voorzien wat minder vruchtbaar.

We weten dat aan alles een eind komt. Sterren storten in tot zwarte gaten, ooit was er een grote knal waarmee alles begon en ooit zal alles ineenstorten tot een groot zwart gat. We geloven dat God er dan iets mee te maken heeft, dat er een nieuwe hemel en een nieuwe aarde zal komen waar geen pijn en geen verdriet meer is. Dat geloof zet ons in beweging om pijn en lijden te bestrijden, want uiteindelijk kan die nieuwe wereld elke dag komen dus waarom er niet alvast mee beginnen. Zoals Mozes niet ging wachten op de nieuwe aarde maar zijn volk uit Egypte leidde en Elia zijn mond niet hield maar de misstanden in de samenleving luidkeels aan de kaak stelde wachtte ook Jezus van Nazareth niet tot God ingreep maar begon hij brood te breken en mensen weer bij de samenleving te betrekken. Dat is mooi en dat willen we vastleggen, maar vastleggen is er niet, de wereld zo bewaren zoals we die goed vinden is niet aan ons. .Zo zijn er veel zogenaamde Christenen die zich voortdurend bezig houden met de eindtijd en de tekenen die daar op zouden kunnen wijzen.

Maar ook vastleggen en nameten van onze toekomst is in de Bijbel niet aan de orde. Het verhaal van Jezus van Nazareth is een verhaal van beginnen en opnieuw beginnen, telkens weer. In de ogen van de wetenschap een bespottelijk verhaal, maar voor wie er in mee wil doen een glanzende werkelijkheid van bevrijding uit de slavernij van alle dag en het aan de kaak stellen van het kwade in de wereld. Daar komt de wetenschap alleen nog als hulp bij, want in de wetenschap hoef je niet te geloven. Een conflict tussen geloof en wetenschap is er dan ook niet. Ook in de wetenschap geld dat alles een einde heeft en dat het met de samenleving in de wereld nog wel wat beter kan. De glanzende werkelijkheid van die toekomstige betere wereld kunnen we vandaag ook al weerspiegelen daar kun je mee rekenen, en als er een morgen is dan begint het gewoon weer als nieuw.

Waar jaloezie en egoïsme heersen

vrijdag, 11 september, 2015

Jakobus 3:13-18

13 ¶  Wie van u kan wijs en verstandig genoemd worden? Laat hij het daadwerkelijk bewijzen door een onberispelijk leven en door wijze zachtmoedigheid. 14  Maar als u zich laat beheersen door bittere jaloezie of egoïsme, kunt u beter niet zo hoog van de toren blazen; u zou de waarheid geweld aandoen. 15  Dat soort wijsheid komt niet van boven; ze is aards, ongeestelijk, demonisch. 16  Waar jaloezie en egoïsme heersen, vieren wanorde en allerlei kwaad hoogtij. 17  De wijsheid van boven daarentegen is vóór alles zuiver, en verder vredelievend, mild en meegaand; ze is rijk aan ontferming en brengt niets dan goede vruchten voort, ze is onpartijdig en oprecht. 18  Waar in vrede wordt gezaaid, brengt gerechtigheid haar vruchten voort voor hen die vrede stichten. (NBV)

Nieuwe en succesvolle bewegingen trekken snel mensen aan die zelf graag op de voorgrond treden en die mee willen profiteren van het succes. Dat was in de dagen van Jacobus zo, toen de jonge Christengemeenten een snelle groei doormaakten, dat is vandaag de dag niet anders. Toch zoeken de meeste mensen naar wijze en verstandige bestuurders, van kerk zowel als van maatschappij. Mensen die het alleen om hun eigen eer te doen is, dus ook snel jaloers zijn als anderen wel naar voren schuiven, die moet je meestal niet hebben. Maar hoe herken je die. Ook dat is een vraag die vandaag de dag niet anders is dan in de dagen van Jacobus. De briefschrijver uit de Bijbel heeft daar een bijzonder antwoord op: zachtmoedigheid. Dat onberispelijk leven willen we wel geloven. Kopstoten uitdelen, door brievenbussen pissen en hardrijdend een politiecontrole ontwijken zijn geen bewijzen van een onberispelijk leven en maken je niet geschikt voor een positie in een bestuur van land, provincie of gemeente. Maar zachtmoedigheid, je niet snel kwaad laten maken, de vrede zoeken, mensen bij elkaar weten te houden, mensen oproepen en inspireren om het goede te gaan doen, ook al zijn het je tegenstanders.

Dat is iets dat in onze dagen niet snel geaccepteerd wordt. Dat zijn toch de theedrinkers die niets ten kwade van een ander willen zeggen? Bij wie het er niet in wil dat een godsdienst die een kwart van het inkomen aan de armen wil besteden een bedreiging zou vormen waartegen je je moet wapenen? Dat verzet tegen zachtmoedigheid en een onberispelijk leven komt niet van boven zegt Jacobus. Dat is aards, ongeestelijk, demonisch. En met ongeestelijk wordt bedoeld dat het niet in de geest van Jezus van Nazareth is. Waar jaloezie en egoïsme heersten vieren wanorde en allerlei kwaad hoogtij. Het is een zin uit de Bijbel die we zo in onze samenleving kunnen plaatsen. Een tegeltjes wijsheid die bij tal van organisaties en besturen boven de voorzitterstafel gehangen kan worden. Daar is sinds de dagen van Jacobus nog helemaal niks aan veranderd.