Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor juni, 2015

Wie karig zaait, zal karig oogsten.

dinsdag, 30 juni, 2015

2 Korintiërs 9:1-14

1 ¶  Eigenlijk hoef ik u niets te schrijven over de collecte voor de heiligen in Jeruzalem, 2  want ik weet dat u bereid bent mee te doen. Daarom kon ik vol trots tegen de Macedoniërs zeggen: ‘Achaje is vorig jaar al begonnen.’ Uw inzet heeft de meesten van hen tot navolging geprikkeld. 3  Ik stuur de broeders naar u toe om ervoor te zorgen dat we inderdaad trots op u kunnen zijn. Ik wil dat u ook werkelijk gereed bent, zoals ik heb gezegd. 4  Het mag niet zo zijn dat, wanneer een aantal Macedoniërs met mij meekomt, blijkt dat u nog niets hebt ingezameld. Die schande wil ik ons, beter gezegd: u, in deze zaak besparen. 5  Dus daarom vond ik het nodig de broeders te vragen vooruit te gaan. Dan kunnen ze de gift die u al hebt toegezegd, nog voor mijn komst inzamelen, zodat deze niet hoeft te worden bijeengeschraapt wanneer ik aankom, maar als een gulle gave klaarligt. 6 ¶  Bedenk dit: wie karig zaait, zal karig oogsten; wie overvloedig zaait, zal overvloedig oogsten. 7  Laat ieder zoveel geven als hij zelf besloten heeft, zonder tegenzin of dwang, want God heeft lief wie blijmoedig geeft. 8  God heeft de macht u te overstelpen met al zijn gaven, zodat u altijd en in alle opzichten voldoende voor uzelf hebt en ook nog ruimschoots kunt bijdragen aan allerlei goed werk. 9  Zo staat er geschreven: ‘Gul deelt hij uit aan de armen, zijn rechtvaardigheid houdt stand, voor altijd.’ 10  God, die zaad geeft om te zaaien en brood om te eten, zal ook u zaad geven en het laten ontkiemen, zodat uw vrijgevigheid een rijke oogst opbrengt. 11  U bent in ieder opzicht rijk geworden om in alles vrijgevig te kunnen zijn, en uw vrijgevigheid leidt door onze bemiddeling tot dankzegging aan God. 12  Uw bijdrage aan de collecte heft immers niet alleen het gebrek van de heiligen in Jeruzalem op, maar leidt er bovendien toe dat ze God uitbundig danken. 13  Ze prijzen God omdat u er blijk van geeft gehoorzaam te zijn aan het evangelie van Christus, wat u bewijst door de ruimhartigheid waarmee u met hen en alle anderen wilt delen. 14  In hun gebed voor u spreken ze hun verlangen naar u uit, omdat ze zien hoe overstelpend goed God voor u is geweest. (NBV)

In het gedeelte dat we vandaag lezen zet Paulus de collecte voor de gemeente in Jeruzalem in het perspectief van arm en rijk zoals dat in de Bijbel tot uiting komt. Van de God van Israël wordt gezegd dat die rijkelijk aan de armen uitdeelt. Je hoeft dus nooit bang te zijn arm te worden, ook dan is er hulp, al moet die misschien ook alleen van God zelf komen. Maar je moet beseffen dat je rijk bent om uit te kunnen delen. Hoe rijk je bent blijkt eigenlijk alleen uit hoeveel je weet uit te delen. In onze dagen lijken we het uitdelen te verleren. Onze ontwikkelingshulp leert mensen om beter en meer voedsel te verbouwen. Leert mensen een betere gezondheidszorg voor zichzelf te organiseren en gezonder te gaan leven. Toch gaan boeren in arme landen failliet omdat ze niet kunnen concureren met de producten die boeren uit het rijke westen kunnen dumpen omdat die subsidies van hun regeringen krijgen. Het lijkt er daarom vaak op dat ontwikkelingshulp niet werkt en daarom gaan we nu bezuinigen.

Er is nog een andere reden waarom ontwikkelingssamenwerking niet lijkt te werken. Onze rijken houden van stabiele samenlevingen. Daar moet niet te veel veranderen. Daar moeten zeker geen grote groepen zijn die zorgen dat de inkomsten van het volk ook eerlijk worden verdeeld. Dictators zorgen voor zulke stabiele samenlevingen. Tegenstemmen worden in bloed gesmoord maar uiterlijk lijkt de rust verzekerd. Onze regeringen hebben dan ook vaak innige en nauwe banden met die dictaturen. Maar ontwikkeling is verandering, ontwikkelde mensen vragen inspraak en medenzeggenschap. Dictators zorgen er daarom voor dat de hulp in hun zakken verdwijnt en dat het volk er maar nauwelijks profijt van heeft. We moeten daarom niet bezuinigen maar zorgen voor eerlijke handelsverhoudingen en democratie.  Regeringen die de mensenrechten schenden en hun volk niet aan het woord laten moeten we mijden en afsnijden van hulp.

Er zijn altijd organisaties te vinden die buiten de regeringen om de armen kunnen helpen en aan werkelijke ontwikkeling kunnen doen. Paulus laat het ons zien. De gemeente in Korinthe die zo enthousiast begonnen was om geld bijeen te brengen voor de armen in Jeruzalem krijgt de kans om dat werk met eer af te maken. De gemeenten in Macedonië hadden het voorbeeld van Korinthe gevolg en als Paulus nu weer naar Korinthe komt kunnen zijn metgezellen uit Macedonië zien hoe goed dat voorbeeld wel niet was. Dat voorbeeld van Korinthe mag ook ons voorbeeld zijn als we een open oog hebben voor de armoede in de wereld en alles uit de kast willen halen om die armoede op te heffen, te beginnen met delen van onze rijkdom. Dat kan elke dag, ook vandaag weer.

Vermijden dat ons beheer onder verdenking komt

maandag, 29 juni, 2015

2 Korintiërs 8:16-24

16 ¶  Ik dank God dat hij Titus net zo enthousiast over u heeft gemaakt als ik ben. 17  Toen ik hem vroeg opnieuw naar u toe te gaan, bleek dat hij, geestdriftig, daartoe zelf al had besloten. 18  Wij sturen een broeder met hem mee die om zijn werk voor het evangelie door alle gemeenten geprezen wordt. 19  Bovendien is hij door de gemeenten in Macedonië gekozen om met ons mee op reis te gaan en ons te helpen bij dit goede werk, dat wij verrichten ter ere van de Heer en om onze goede bedoelingen te tonen. 20  We willen vermijden dat ons beheer van deze rijke gaven onder verdenking komt te staan, 21  want we proberen niet alleen tegenover de Heer het goede te doen, maar ook tegenover mensen. 22  Verder sturen we een broeder mee wiens inzet we al bij veel gelegenheden hebben leren kennen, maar die zich deze keer door zijn grote vertrouwen in u nog meer wil inspannen. 23  Wat Titus betreft: hij is mijn metgezel en werkt met ons mee ten dienste van u. Wat de twee andere broeders betreft: ze zijn de vertegenwoordigers van de gemeenten in Macedonië en strekken Christus tot eer. 24  Bewijs hun, en daarmee de gemeenten, dat u hen liefhebt en laat zien dat wij terecht zo trots op u zijn. (NBV)

Dat is nogal wat. Paulus moet kennelijk heel wat wantrouwen overwinnen. Drie mensen worden vanuit Macedonië naar Korinthe gestuurd om de collecte op te halen voor de gemeente in Jeruzalem. Daarvoor wordt allereerst een naaste medewerker gestuurd, Titus. Die was zelf al enthousiast genoeg om naar Korinthe te gaan. Maar er wordt ook een vooraanstaand lid van de gemeenten in Macedonië meegestuurd om toezicht te houden op de opbrengst van de collecten in Macedonië en in Korinthe. En daarnaast nog een broeder die zich behoorlijk heeft ingezet en die in ruil nu de gemeente in Korinthe mag gaan helpen. Een zware delegatie zouden we tegenwoordig zeggen. Wie de financiële schandalen kent die in kerken en kerkelijke gemeenschappen van tijd tot tijd opduiken zal niet verbaasd zijn dat het nodig is. De tijd van Paulus was geen tijd van gecertificeerde accountants met een eigen beroepscode.

Er was geen tijd van Paulus geen vergaand geautomatiseerd belastingsysteem. Toezicht op boekhoudingen was totaal afwezig. Daarom moest een gemeente vertrouwen hebben in degenen aan wie geld werd afgedragen. Paulus zorgt zelf bijvoorbaat voor het winnen van vertrouwen. Leiders van Kerken en kerkelijke gemeenschappen die roepen dat de gemeente maar vertrouwen moet hebben omdat ze nu eenmaal tot die kerk of gemeenschap behoren hebben het dus mis. Zij horen juist aan Paulus een voorbeeld te nemen en zelf voor transparantie en controleerbaarheid te zorgen en er bovendien ook zelf voor te zorgen dat die controle onafhankelijk volgens de moderne maatstaven plaatsvindt. Paulus haalt voor een collecte in die ene gemeente alles wat hij voor handen heeft uit de kast, wij kunnen het niet met minder doen. In het slot van het gedeelte van vandaag wordt nog over Titus gesproken als over de metgezel van Paulus. Eigenlijk zou je hier ook kameraad kunnen vertalen, een woord dat voor Bijbelvertalers wat te partijdig klinkt, maar van Titus wordt ook gezegd dat hij de kameraad van Paulus in Korinthe is, of zal zijn.

En dat is niet onbelangrijk. Uit verschillende brieven krijgen we toch de indruk dat er in die allerjongste gemeenten gemakkelijk partijen en groepen konden ontstaan die met elkaar in discussie waren of zelfs met elkaar in strijd raakten. De namen van de metgezellen van Titus worden niet genoemd. Ze zijn dus niet zo belangrijk. Belangrijk is dat we weten dat ze een verzekering zijn tegen roddel en achterklap. Het is Titus die namens Paulus het Evangelie verkondigd en de collecte organiseert. Gelukkig dat wij daarvoor Kerk in Actie hebben die verantwoording aflegt en transparantie organiseert. Kerk in Actie helpt wereldwijd mensen zich te ontplooien, helaas al te vaak door hongersnood te bestrijden of ziekten te genezen, maar als het kan ook door het steunen van plaatselijke investeringen en onderwijs.  Aan ons om net als de gemeente in Korinthe de armen in de wereld te steunen. Dat hoeft niet alleen in de kerk, dat kan elke dag, ook vandaag weer.

Er moet evenwicht zijn.

zondag, 28 juni, 2015

2 Korintiërs 8:1-15

1 ¶  Broeders en zusters, wij willen u niet onthouden wat Gods genade tot stand heeft gebracht in de gemeenten van Macedonië: 2  ze zijn door ellende zwaar op de proef gesteld, maar vervuld van een overstelpende vreugde en ondanks hun grote armoede zeer vrijgevig. 3  Ik verzeker u dat ze naar vermogen hebben gegeven, ja, zelfs boven hun vermogen. 4  Uit eigen beweging hebben ze ons dringend verzocht mee te mogen doen aan de collecte, waarmee de heiligen in Jeruzalem zullen worden ondersteund. 5  En ze gaven aanzienlijk meer dan we hadden verwacht: door Gods wil gaven ze zichzelf in de eerste plaats aan de Heer, en vervolgens ook aan ons. 6  We hebben er dan ook bij Titus op aangedrongen dat hij dit goede werk, waarmee hij al bij u begonnen is, voltooit. 7 ¶  U blinkt in alles uit: in geloof, in kennis en welsprekendheid, in inzet op elk gebied, in de liefde die wij in u hebben gewekt-blink dus ook uit in dit goede werk. 8  Ik zeg dit niet als een bevel; door op de inzet van anderen te wijzen wil ik nagaan of uw liefde oprecht is. 9  Tenslotte kent u de liefde die onze Heer Jezus Christus heeft gegeven: hij was rijk, maar is omwille van u arm geworden opdat u door zijn armoede rijk zou worden. 10  In uw eigen belang raad ik u het volgende aan. U hebt al een jaar geleden uw goede bedoelingen getoond door met de collecte een begin te maken. 11  Rond deze nu met dezelfde inzet af als waarmee u begonnen bent, dan blijft het niet bij goede bedoelingen. Dus geef naar vermogen. 12  Als u bereid bent mee te doen, wordt niet verwacht dat u geeft van wat u niet heeft, maar van wat u heeft.13  Het is niet de bedoeling dat u door anderen te helpen zelf in moeilijkheden raakt. Er moet evenwicht zijn. 14  Op dit moment lenigt u met uw overvloed de nood van de heiligen in Jeruzalem, zodat zij later met hun overvloed uw nood kunnen lenigen. Zo is er evenwicht, 15  zoals ook geschreven staat: ‘Hij die meer had, had niet te veel; hij die minder had, had niet te weinig.’ (NBV)

Korinthe was een rijke handelsstad in Griekenland. Het had een grote haven en goederen uit de hele regio werden hier uitgevoerd en van de rest van de Middellandse Zee werden hier ingevoerd. Macedonië kenden ze daar zeker ook wel. Tegenwoordig is het grootste deel van Macedonië een onafhankelijk land. Een klein deel is een provincie van Griekenland. Het ligt dus helemaal aan de rand van het land en streken die aan de rand van een land liggen zijn meestal niet de rijkste streken. Dat was in de dagen van Paulus zeker het geval. Macadonië was rijk geweest aan goud, zilver, koper, ijzer, zout en scheepstimmerhout. Maar de Romeinen hadden de streek als wingewest behandeld en uitgemergeld. De streek had ook te lijden gehad van aardbevingen waardoor de welstand nog verder achteruit was gegaan. Wij zouden het nu Groningen noemen.

Desondanks hadden de gemeenten daar, we kennen Filippi en Tessalonica, geld bijeen gebracht voor de gemeente in Jeruzalem. Die gemeente in Jeruzalem moet een erg arme gemeente geweest zijn. Paulus is meer dan een jaar bezig geweest om collectes te organiseren voor die gemeente. Hij zal wel enige schuldgevoelens gehad hebben ook want een van de redenen van de armoede was het vervolgen van de gemeenten. Maar Jeruzalem was de basis van de beweging van de Weg en moest alleen al daarom in stand gehouden worden. Paulus schrijft er wel bij dat we niet meer moeten geven dan we kwijt kunnen. Je kunt beter drie keer nadenken voor je wat geeft dan jezelf in problemen brengen door enthousiast maar ondoordacht geven. Het zijn adviezen die ook in onze dagen ter harte mogen worden genomen. Wij hebben immers ook te maken met telkens terugkerende akties. Voor Nepal, voor Pakistan, voor Haïti, voor Indonesië en noem de landen maar op waar rampen komen of zijn geweest.

Het is goed daarvoor aktie te voeren en geld bijeen te brengen. Je moet je wel afvragen of de armen daar wel eerlijke omstandigheden hebben als ze weer in staat zijn hun producten op onze markten aan te bieden. Meestal heeft de ernst van de gevolgen direct te maken met hun armoede en kunnen we niet alleen helpen met noodhulp, een vorm van aalmoezen, maar ook met eerlijker handelsverhoudingen. Maar dat we zelfs geld bijeen hebben gebracht voor een rijk land als Japan, nadat het getroffen was door een ongelooflijk grote ramp, blijft een goede zaak. Ook al is een land rijk, als de mensen niets meer hebben heerst er de armoede en van die heerschappij moeten we immers de hele wereld bevrijden. Maar zorg er voor dat we ook bij de volgende ramp opnieuw kunnen geven. Dat is de les die Paulus ons vandaag voorhoudt en die we ook vandaag weer ter harte mogen nemen.

Verdriet dat God geeft

zaterdag, 27 juni, 2015

2 Korintiërs 7:5-16

5 ¶  Toen we in Macedonië kwamen, vonden we geen rust maar werden we van alle kanten belaagd: van buitenaf door vijanden, van binnenuit door zorgen. 6  Maar God geeft moed aan wie terneergeslagen is, en door de komst van Titus heeft hij ook ons moed gegeven. 7  En niet alleen daardoor, ook door diens bericht over de manier waarop u hem bemoedigd hebt. Hij heeft ons verteld hoe graag u ons weer wilt zien, hoezeer u om dat voorval treurt en met hoeveel overtuiging u zich aan mijn kant hebt geschaard. Hierdoor werd ik met blijdschap vervuld. 8  Ook al heb ik u met mijn brief verdriet gedaan, ik heb er toch geen spijt van. Aanvankelijk wel, maar nu ik weet dat mijn brief u slechts voor korte tijd verdriet deed, 9  ben ik blij dat ik hem geschreven heb. Niet omdat u verdriet hebt gehad, maar omdat u daardoor tot inkeer bent gekomen. U had verdriet op een manier die God wilde, ik heb u dus in geen enkel opzicht geschaad. 10  Verdriet dat God geeft leidt tot inkeer die men nooit berouwt en tot redding; verdriet dat de wereld geeft leidt alleen maar tot de dood. 11  Zie nu zelf waartoe uw verdriet dat God gegeven heeft, uiteindelijk heeft geleid. Hoe groot is uw inzet niet geworden; meer nog, hoe fel hebt u zich niet verdedigd, hoe verontwaardigd was u niet, hoe bang was u niet voor mij, hoezeer verlangde u niet naar mij, wat een ijver hebt u niet getoond om die broeder te straffen. In ieder opzicht hebt u bewezen dat u in deze zaak niets te verwijten valt. 12 ¶  Dus ook al heb ik u geschreven, ik heb het niet gedaan vanwege hem die onrecht heeft begaan, en ook niet vanwege hem die onrecht heeft geleden. Het was mijn bedoeling dat tegenover God zou blijken hoe groot uw inzet voor ons is. 13  Dit alles heeft ons moed gegeven. Bovendien zijn we uitermate verheugd dat Titus zo blij is, omdat u allen hem nieuwe kracht gegeven hebt. 14  Ik had tegenover hem hoog van u opgegeven, en u hebt me niet teleurgesteld. Integendeel, zoals ik de waarheid sprak in alles wat ik tegen u heb gezegd, zo sprak ik ook de waarheid toen ik tegenover Titus zo hoog van u opgaf. 15  Hij is u des te meer genegen omdat u naar hem geluisterd hebt en hem met zoveel ontzag ontvangen hebt. 16  Het verheugt me dat ik in alles op u kan vertrouwen. (NBV)

Er zijn allerlei soorten verdriet in het leven. Paulus geeft er in het gedeelte dat we vandaag lezen een aantal voorbeelden van. Toen hij in Macedonië kwam werd hij van alle kanten belaagd, zelfs in de gevangenis geworpen met de kans op de doodstraf, die hij uiteindelijk ontliep. Bij dat soort verdriet hoort troost en bemoediging. Paulus krijgt hier de troost en de bemoediging van Titus die hem het goede nieuws uit Korintië komt brengen. Het conflict dat er eerder was en dat Paulus had genoodzaakt zijn tranenbrief te schrijven was opgelost. De gemeente had zijn kant gekozen en degene die eerst buiten de gemeente was geplaatst was weer door de gemeente aangenomen. Het is het soort verdriet dat ontstaat door omstandigheden, die het leven nu eenmaal met zich meebrengt. Voor dat soort verdriet moeten we oog en oor hebben, vooral bij anderen. Voor dat verdriet dienen we te troosten, er te zijn, begrip te hebben dat mensen verdriet hebben.

Zo snel wordt gezegd dat je de kop niet moet laten hangen, kop op, dat het leven doorgaat en dat wat geweest is geweest is. Maar dat troost niet. Vooral als een geliefde is verloren. Wees blij dat mensen daar verdriet om kunnen hebben. Het verlies van een mens mag nooit iemand onverschillig laten en verdriet is het eerste dat je mag voelen en waarvoor ruimte moet kunnen zijn. Soms gaat dat verdriet gepaard met woede en ook daar mag begrip voor zijn al moet je oppassen dat die woede zich niet richt op de achterblijvende zelf. Gemengd met schuldgevoelens kan het een gevaarlijke situatie opleveren. Maar laat verdriet zich uiten, geef er de ruimte voor, toon begrip en wees verdrietig met hen die verdriet hebben.

Een heel ander soort verdriet komt voort uit inzicht. Dat verdriet komt van God, dat leidt tot verandering in je eigen gedrag. Plotseling zie je in dat je verkeerd gedaan hebt, of op de verkeerde weg bent, dat je het verkeerd gezien hebt. Dan kun je je natuurlijk verdedigen, uitleggen hoe dat zo gekomen was. Maar veel belangrijker is dat je verandert, dat je een nieuwe weg inslaat, dat je herstelt wat door je fouten verkeerd is gegaan. Dan begeef je je op de Weg van de God van Israël. Dat is wat de gemeente in Korinthe gedaan heeft en dat Paulus zo blij had gemaakt. Hij was eerst bang geweest dat de brief die hij geschreven had, de brief die verloren is gegaan, te hard zou zijn aangekomen. Maar nu is hij blij dat die brief tot inkeer heeft geleid. Zo mogen wij elkaar ook de waarheid voorhouden, niet om elkaar te beschadigen, soms moet je er dat maar gewoon bij zeggen, maar om elkaar te helpen op de Weg van Jezus van Nazareth te blijven. Elke dag mogen we daar weer mee bezig zijn, ook vandaag weer.

Wijzelf zijn de tempel

vrijdag, 26 juni, 2015

2 Korintiërs 6:14–7:4

14  Loop niet in een en hetzelfde span met ongelovigen. Wat is de verwantschap tussen gerechtigheid en wetteloosheid? Wat heeft licht met duisternis te maken? 15  Waarin lijken Christus en Beliar op elkaar? Wat hebben een gelovige en een ongelovige gemeen? 16  Wat heeft de tempel van God met afgoden te maken? Wijzelf zijn de tempel van de levende God, zoals God heeft gezegd: ‘Ik zal bij hen wonen en in hun midden verkeren, ik zal hun God zijn en zij mijn volk. 17  Daarom zegt de Heer: Ga weg bij de ongelovigen, zonder je van hen af en raak niets aan dat onrein is. Dan zal ik jullie aannemen 18  en jullie vader zijn, en jullie mijn zonen en dochters-zegt de almachtige Heer.’ 1 ¶  Omdat ons deze beloften zijn gegeven, geliefde broeders en zusters, moeten we onszelf reinigen van alle lichamelijke en geestelijke smetten en vol ontzag voor God ons hele leven heiligen. 2  Toon uw genegenheid voor ons. Wij hebben niemand onrecht aangedaan, niemand te gronde gericht, niemand uitgebuit. 3  Ik zeg dit niet om u te beschuldigen, want ik heb u al eerder gezegd dat u ons zo na aan het hart ligt dat we met u in leven en sterven verbonden zijn. 4  Hoe openhartig kan ik tegen u spreken, hoe trots kan ik op u zijn! In al mijn ellende ben ik vervuld van troost en word ik overweldigd door vreugde. (NBV)

In een wereld waarin alleen het eigen gelijk telt is het moeilijk samen te werken door mensen die anderen tot hun recht willen laten komen en die een samenleving willen scheppen waar echt iedereen gelijkwaardig aan kan mee doen. Gerechtigheid betrachten, mensen tot hun recht laten komen, daar gaat het om voor de gelovigen in Jezus van Nazareth. Niet om de onverschilligheid voor het leven van de minsten die in het Romeinse Rijk heerste, waar slaven buiten de wet gesteld waren en waar dus wetteloosheid heerste als je het vanuit de gemeente bekeek die Paulus gesticht had. Beliar is overigens de naam die men in Joodse secten uit de tijd van Paulus aan het kwaad had gegeven zoals wij vaak over de Duivel spreken. Paulus valt hier ook terug op de oude leer van Mozes die zegt dat je twee verschillende dieren niet samen de ploeg moet laten trekken. In de Tempel van God horen geen afgoden en de gelovigen tot wie Paulus zich richt zijn nu juist elk een Tempel van de God van Israël.

Samenwerken met een ongelovige zou het handelen van de gelovige afstemmen op wat volgens de ongelovige zijn of haar afgod van haar zou vragen. Dat is voor Paulus onbestaanbaar. Juist de nieuwe manier van leven van absolute liefde, liefde voor de minsten en de zwaksten, alle mensen aanzien als broeders en zusters zou een voorbeeld moeten zijn waar heel de samenleving zich naar zou moeten richten. Dat mogen wij ons ook bewust zijn als wij telkens anderen veroordelen om hun handelen terwijl de zwervers ook bij ons op de stoep liggen, mensen niet meer uitkomen met hun te lage inkomen, kinderen op school niet meer de hulp krijgen die ze nodig hebben, zieken en gehandicapten worden verwaarloosd en vernederd. Ook op ons wordt een beroep gedaan aan het werk te gaan voor dat Koninkrijk van God waar alle tranen gewist zullen zijn, om niet te oordelen maar in ons werken voor de zwaksten te laten zien waar het in het geloof in de Messias om gaat.

Er was een tijd dat de gelovigen naar de Tempel in Jeruzalem konden wijzen omdat daar de richtlijnen voor die menselijke samenleving zoals door Mozes was doorgegeven werden bewaard. Maar met de profeten had Paulus al eens benadrukt dat je die richtlijnen niet op stenen platen moest opbergen in het Heiligste van de Tempel maar dat je ze in je hart moet laten beitelen. Dan wordt je zelf de Tempel. Volgens Paulus kunnen we elkaar daar ook op aanspreken. Paulus begint bij zichzelf, hij leeft die richtlijnen voor, niet uitbuiten, niemand onrecht aandoen, niemand te gronde gericht. Daarom zijn het ook geen nieuwe geboden die Paulus zou voorschrijven maar hij neemt zijn nieuwe gemeente mee in een nieuwe manier van samenleven. Die oproep om zo te gaan samenleving geldt ook voor ons. Gelukkig mogen we daar elke dag opnieuw weer mee beginnen, ook vandaag weer.

HEER, mijn God, u wil ik eeuwig loven

donderdag, 25 juni, 2015

Psalm 30

1 ¶  Een psalm. Een lied bij de inwijding van de tempel. Van David. 2 Hoog wil ik u prijzen, HEER, want u hebt mij gered en mijn vijand geen reden gegeven tot vreugde. 3 HEER, mijn God, ik riep tot u om hulp en u hebt mij genezen. 4 HEER, u trok mij uit het dodenrijk omhoog, ik daalde af in het graf, maar u hield mij in leven. 5 Zing voor de HEER, allen die hem trouw zijn, loof zijn heilige naam. 6 Zijn woede duurt een oogwenk, zijn liefde een leven lang, met tranen slapen we ‘s avonds in, ‘s morgens staan we juichend op. 7 In mijn overmoed dacht ik: Nooit zal ik wankelen. 8 HEER, u had mij lief en ik stond als een machtige berg, u verborg uw gelaat en ik bezweek van angst. 9 U, HEER, roep ik aan, u, Heer, smeek ik om genade. 10 Wat baat het u als ik sterf, als ik afdaal in het graf? Kan het stof u soms loven en getuigen van uw trouw? 11 Luister, HEER, en toon uw genade, HEER, kom mij te hulp. 12 U hebt mijn klacht veranderd in een dans, mijn rouwkleed weggenomen, mij in vreugde gehuld. 13 Mijn ziel zal voor u zingen en niet zwijgen. HEER, mijn God, u wil ik eeuwig loven. (NBV)

Vandaag zingen we met de kerk een Psalm mee met een politieke geschiedenis. Want de Psalm begint met  het opschrift :” Een lied bij de inwijding van de tempel”. In de Statenvertaling stond nog ” een lied der inwijding van Davids huis.” Voor beide vertalingen is wel wat te zeggen. In het Hebreeuws staat letterlijk “voor de inwijding van het huis, van David” En staat die Nederlandse komma er nu wel of niet? Een Psalm gemaakt door David is niet zo vreemd. En in de Bijbel gaat het toch steeds over het Huis des Heren, dat is de Tempel. Zo is door de Rabbijnen door de eeuwen heen ook deze psalm uitgelegd en die uitleg was voor de vertalers van de Nieuwe Bijbelvertaling doorslaggevend. Maar er waren ook steeds uitleggers die vonden dat de Psalm gemaakt was toen David Koning was en het geslacht van David, het huis van David in koningstermen, een begin maakte, probleem is dat Salomo de tempel bouwde en David toen al lang dood was.

Ook Jezus van Nazareth behoorde tot het huis en het geslacht van David vertelt het Evangelie van Lucas ons. En in het onderscheid tussen het Huis des Heren en het Huis van David krijgt de geschiedenis van de Psalm een politiek tintje. Want wie beschouwen wij als onze hoogste Heer. Koning Willem-Alexander met zijn kabinet Rutte II, of de God  van Israël?  Als we de regering als hoogste gezag beschouwen moeten we die maar gehoorzamen en ons neerleggen bij de gang van zaken. Maar als we de God van Israël als hoogste gezag aanvaarden moeten we stem geven aan de stemlozen, aan de minsten, de hongerigen, de naakten, de gevangenen, de zieken en de zwakken. Dan moeten we dus onophoudelijk blijven vragen waarom er meer nadruk gelegd wordt op de aanschaf van peperdure gevechtsvliegtuigen en je zelden iets hoort over het oplossen van de voedselcrisis in de armste landen van de wereld.

Dan moet je dus vragen waarom er in ons land wordt getolereerd dat bevolkingsgroepen tegen elkaar opgezet worden omdat ze verschillend zouden geloven, of omdat ze in een God geloven. Het is duidelijk dat deze Psalm in elk geval oproept om de God van Israël te loven en hem te vertrouwen als het gaat om de zaken van leven en dood. Koning David wordt in de Bijbel dan ook vaak als symbool voor de Godsgetrouwe bestuurder genoemd. Een koning die vrede bracht in het land en gerechtigheid betrachtte. Als wij een keus moeten maken tussen de inwijding van de Tempel of het Huis van David dan maakt dat voor ons niet veel uit. In de Tempel werden immers de richtlijnen voor de menselijke samenleving bewaard, samengevat in het heb uw naaste lief als uzelf en van het Huis van David wordt juist van die richtlijnen de toepassing door de regering verwacht. Door het zingen van deze Psalm geven wij daar vandaag stem aan, stem voor de minsten op aarde en het vertrouwen dat dat lijden voorbij zal gaan.

Als een hut die schaduw biedt

woensdag, 24 juni, 2015

Jesaja 4:2-6

2 ¶  Op die dag zal de HEER het land tot bloei brengen, het zal als een kostbaar sieraad zijn. De rijke vrucht van het land zal elke Israëliet die ontkomen is met trots vervullen. 3  Ieder die nog in Sion is, ieder die in Jeruzalem is achtergebleven, zal heilig genoemd worden, alle mensen in Jeruzalem die ten leven opgeschreven zijn. 4  Wanneer de HEER het vuil van Sions vrouwen heeft weggewassen en het bloed van Jeruzalem heeft afgespoeld, door een zuiver oordeel en een zuiverend vuur, 5  dan zal hij boven de plaats waar de Sion ligt en waar men bijeenkomt, een wolk scheppen voor overdag en een lichtend vuur met rook en vlammen voor de nacht. Zijn luister zal alles overdekken, 6  als een hut die schaduw biedt in de hitte van de dag, en beschutting tegen storm en regen. (NBV)

In het gedeelte dat we vandaag lezen uit het boek van de profeet Jesaja worden een aantal typisch Bijbelse beelden bij elkaar gezet. Uit het verhaal over de uittocht uit Egypte kennen we het beeld dat God in een wolk overdag vooruit gaat en in een vuurkolom in de nacht. Die wolk en die vuurkolom worden nu als bescherming boven de Tempelberg gesitueerd. De berg Sion in Jeruzalem herbergt immers de richtlijnen voor de menselijke samenleving zoals die in de woestijn aan het volk Israël door God werden geschonken en die het hart van het volk vormen. Het boek van de profeet Jesaja gaat over de bedreigingen die uiteindelijk zouden leiden tot de ballingschap in Babylon.  Het zijn donkere tijden, niemand is zeker van de toekomst.

Bezit telt niet meer want vijanden kunnen het elk ogenblik plunderen. Dan komt Jesaja met de boodschap dat delen met elkaar de bescherming biedt die iedereen nodig heeft. Zwakke mensen worden sterk als ze met elkaar weten te delen. Vrouwen hoeven zich niet te verkopen als ze samen weten te staan. Dan wordt de stad waarin je woont als een hut die schaduw biedt in de hitte van de dag, beschutting tegen storm en regen. Jaren geleden, toen de economie weer eens in een dal schoot, nam een Pastor het initiatief om in zijn stad de diaconieën van de kerken en de hulpverleners van de kerken bijeen te roepen in een honger en kou overleg. Hij had de roep van de armen in de stad gehoord. Eén van de hulpverleners stelde toen voor om niet meer eenzijdig als kerk de armen te helpen maar een organisatie op te zetten waar kerken en mensen met een uitkering gelijkwaardig de hulp gestalte zouden geven. Ze noemden dat ISBA, in het kerkslavisch betekent dat schuilhut.

Het is de hut die in dit gedeelte van het boek van de profeet Jesaja genoemd wordt. De organisatie bestaat nog steeds. Ze leent geld aan de armen als de gemeente niet snel genoeg is met een uitkering en signaleert naar de overheid tekortkomingen in de hulpverlening. Kerken helpen zo armen stem te geven aan hun noodsituatie. De gemeente heeft geleerd naar hen te luisteren want het is niet het zwakke handjevol armen dat roept om hulp, het zijn de leden van de diverse kerkgenootschappen, rijk en arm, die de stem van de armen versterken en het hebben over recht en gerechtigheid. De zorg voor de armen is zichtbaar verbeterd. Armoede is niet verdwenen, armen hebben we immers altijd bij ons, maar de schuilhut, op basis van de richtlijnen voor de menselijke samenleving, functioneert. En altijd kan een schuilhut aan de armen geboden worden, overal, ook aan de armen die in wanhoop via de Middellandse Zee aan onze deuren kloppen.

De armen zo zwaar te mishandelen

dinsdag, 23 juni, 2015

Jesaja 3:13–4:1

13  De HEER bereidt zijn rechtsgeding voor, hij staat klaar om over volken vonnis te wijzen. 14  Zo luidt de aanklacht van de HEER tegen de oudsten en de vorsten van zijn volk: Jullie hebben mijn wijngaard in brand gestoken en jullie huizen gevuld met wat je de armen ontnam. 15  Hoe durven jullie mijn volk te vertrappen en de armen zo zwaar te mishandelen? – spreekt God, de HEER van de hemelse machten. 16 ¶  De HEER zegt: Kijk eens hoe hooghartig die vrouwen van Sion zijn; zie hen verwaand flaneren en verleidelijke blikken om zich heen werpen, hoor het rinkelen bij de trippelpasjes die ze maken. 17  Daarom zal de HEER Sions vrouwen de sluier afrukken en hun voorhoofd ontbloten. 18  Op die dag neemt hij hun alle opschik af: hun enkelringen, zonnetjes en maantjes, 19  hun oorringen, armbanden en sluiers, 20  hun hoofddoeken,  enkelkettinkjes, borstlinten, reukflesjes en amuletten, 21  de ringen aan hun handen en de ringetjes door hun neus, 22  hun prachtige kleren, mantels, omslagdoeken en tasjes, 23  hun doorschijnende gewaden, hemdjes, schouderdoeken en sjaals. 24  Dan zal er stank zijn in plaats van balsemgeur en zullen er touwen zijn in plaats van gordels; kale schedels en geen fraaie kapsels, grove rouwkledij en geen mooie feestgewaden. Dit alles vervangt de schoonheid. 25  Sions mannen zullen vallen door het zwaard, haar soldaten sneuvelen in de strijd. 26  Rouw en droefenis heersen in haar poorten. Berooid hurkt Sion neer op de grond. 1 ¶  Op die dag storten zeven vrouwen zich op één man: ‘Wij zullen zelf voor ons voedsel zorgen en in onze eigen kleding voorzien. Laat ons slechts uw naam dragen, neem de schande van ons weg.’(NBV)

Vandaag lezen we over een rechtszaak. Er zijn media die dol zijn op rechtszaken. Die zijn openbaar en gemakkelijk te verslaan. Er is een openbaar ministerie dat beschuldigd en een aangeklaagde met advocaat die verdedigd. Een onafhankelijke rechter, heel vaak vergezeld van een paar hulprechters, gaat dan op zoek naar de waarheid. Voor de media is die waarheid meestal niet zo belangrijk, het gruwelijke van de aanklacht wordt breed uitgemeten en het slimme van de verdediging speelt een grote rol. Zo komt het dat argeloze lezers en kijkers ineens geconfronteerd worden met een onverwachte vrijspraak en dat fouten in de rechtspraak soms pas na vele jaren duidelijk worden. Vandaag dus de rechtszaak die de God van Israël tegen de volken voert. Om te beginnen staan de leiders van zijn eigen volk terecht. Israël is immers bedoeld als voorbeeld voor de volken. Omdat God nu eenmaal God is luidt de aanklacht hetzelfde als het vonnis en gaan die direct in elkaar over.

Wat is de aanklacht? Dat de wijngaard van God in brand is gestoken. Dat klinkt al ernstig maar we moeten wel weten wat er mee wordt bedoeld. Onder Jozua was het land Israël verdeeld over alle families in Israël. Hun nakomelingen zouden daarvan moeten leven, elk op een eigen akker. Omdat ook Jozua wel snapte dat er eens een ongeluk zou kunnen  gebeuren, dat er een misoogst zou kunnen zijn, dat iemand de oogst toch wat te snel zou opmaken en dat er dus allerlei redenen zijn waardoor mensen tot armoede vervallen en gedwongen zijn om hun akker en daarmee ook zichzelf te verkopen om te kunnen overleven werd de bepaling ingevoerd dat elke vijftig jaar elke familie opnieuw zou mogen beginnen. Maar wat deden de rijken die zich het aankopen van vrijkomende akkertjes konden permitteren? Ze lieten ze braak liggen, ze staken wijngaarden en akkers in brand en gebruikten ze voor plezier, vaak ook voor afgoderij. Ze vulden hun huizen met het moois dat de armen hadden achtergelaten.

Waaraan kunnen wij nu zien of wij ook zulke rijken hebben? Aan mooie kleren en allerlei uiterlijk vertoon zegt Jesaja op last van God. Wij denken aan miljonairs beurzen, jachthavens met onbetaalbare jachten, privé auto’s die zoveel kosten dat een gemiddelde burger er een jaar van zou kunnen leven en we denken aan de exorbitante bonussen die in het bedrijfsleven, bij de overheid en in de zorg worden uitgedeeld. We zien het aan de leegstaande verzorgingshuizen, aan gehandicapte kinderen die niet meer naar school kunnen omdat hun ouders dat zelf moeten organiseren, aan de ernstig zieken die dure medicijnen niet krijgen omdat voorrang wordt gegeven aan exorbitante beloningen voor ziekenhuisbestuurders. De enorme beloningen worden verdedigd met het argument dat knappe bestuurders anders zullen verdwijnen. Jesaja geeft hen de schuld van de crisis die Jeruzalem treft en de vrouwen van Jeruzalem geven het goede voorbeeld. Trap die zakkenvullers maar er uit, ze zullen voortaan zelf wel voor kleding en voedsel zorgen. Misschien wordt het tijd om hun voorbeeld te volgen, dan worden ouderen weer verzorgd, zieken genezen, gehandicapten een plaats in de samenleving bezorgd, dan is er tijd om tranen te drogen en vreugde te maken.

Stel mij niet aan als leider van het volk.

maandag, 22 juni, 2015

Jesaja 3:1-12

1 ¶  Voorwaar, God, de HEER van de hemelse machten, ontneemt Jeruzalem en Juda hun stut en steun: alle steun van brood en water, 2  van krijgsheld en soldaat, rechter en profeet, waarzegger en oudste,  3  bevelhebber, man van aanzien en raadsheer, tovenaar en bezweerder. 4  Hij stelt kinderen als koning aan, willekeur zal er regeren. 5  De mensen zullen elkaar verdringen, man tegen man, de een tegen de ander; een kind staat op tegen zijn ouders, een nietsnut tegen een man van eer. 6  Een man grijpt in het ouderlijk huis zijn broer bij de arm en roept hem toe: ‘Jij hebt een mantel. Wees jij onze leider en ontferm je over deze chaos.’ 7  Maar dan zal die zich verweren: ‘Verwacht niet dat ik jullie wonden heel. Ik heb in mijn huis geen voedsel, geen mantel. Stel mij niet aan als leider van het volk.’ 8  Jeruzalem is gestruikeld, Juda is gevallen. Zij keren zich tegen de HEER in woord en daad,  ze tarten hem openlijk in al zijn luister. 9 ¶  Hun partijdigheid keert zich tegen hen, schaamteloos pronken ze met hun zonden, als Sodom. Wee hun, want ze berokkenen zichzelf kwaad. 10  Gelukkig de rechtvaardige, het gaat hem goed, hij zal de vruchten plukken van zijn daden. 11  Wee de goddeloze, hem gaat het slecht, al wat hij doet wordt hem vergolden. 12  Door tirannen wordt mijn volk uitgebuit, woekeraars heersen erover. Mijn volk, jullie leiders zijn verleiders, zij brengen jullie op een dwaalspoor.(NBV)

Veel mensen keren zich af van de politiek. Dat was vroeger zo en dat is vandaag de dag niet anders. Als de inwoners van de Verenigde Staten een president mogen kiezen dan doet maar een kwart van de kiesgerechtigden mee. Voor veel mensen is de politiek een chaos. Mensen die zich voordoen als regeerders, maar ondertussen blijft het leed in de wereld. Politici spreken mooie woorden maar zelden worden die gevolgd door verstandige daden. Voor arme mensen komt daar nog bij dat zij zich het hoofd breken over de vraag hoe de eerste levensbehoeften te betalen terwijl die politici vorstelijk worden beloond. Elke stut en steun van de machtigen, de regeerders, de mensen van aanzien ontbreekt. Het is alsof kibbelende kinderen het parlement bevolken, de jongeren de straten onveilig maken, het zinloos geweld vrij spel heeft en iedere willekeurige voorbijganger het wel voor het zeggen kan krijgen als die een nette jas aan heeft.

Jesaja schetst zo te zien niet de samenleving van enkele duizenden jaren geleden maar Jesaja schetst de samenleving van nu. Tenminste de samenleving zoals veel mensen die vandaag de dag nog beleven. Dat nadat we hebben gelezen dat er maar één Heer is, één die de macht heeft mensen te bevrijden van de slavernij van de armoede. Die God is liefde en waar is die God temidden van de chaos van de huidige samenleving. Is dat een God die je beschermt tegen straatrovers? Is dat een God die je kinderen beschermt tegen drugsdealers? Is dat een God die de vreemdeling in je buurt voor jou verstaanbaar maakt? Ook die God lijkt te zeggen dat je ook God maar niet als leider van het volk moet aanstellen. Maar als de redding zelfs niet bij God lijkt te liggen, waar moeten we ons dan toe wenden? Hebben we echt niet meer dan onszelf, zwak als we zijn, niet bij machte het onheil van deze wereld te keren?

We hebben alleen nog de oproep onze naaste lief te hebben als onszelf. Dat moesten we navolgen en daarin moesten we mensen zien mee te krijgen. Daar mogen we de politiek op aanspreken en dag en nacht mochten we op grond van die richtlijn ijveren voor recht en gerechtigheid. Dat zal dus moeten werken. Dat geeft mensen de moed op oudejaarsavond mee te lopen met de buurtvaders om de jeugd voor ontsporen te behoeden, dat geeft moed de dealers in de buurt te melden bij de politie zodat er niet nog meer slachtoffers vallen, dat geeft de rust om meer tijd te nemen om onze buren van vreemde herkomst zelf maar onze taal te leren verstaan, dat legt de woorden in onze mond om onze regeerders te blijven vertellen wat er nodig is in de stad, dat maakt dat mensen zwervers op de vlucht een onderdak geven. We moeten niet op anderen vertrouwen maar op de Liefde die wij van God gekregen hebben om te delen met de minsten. Dat is de boodschap van Jesaja.

Goden die ze vormden met hun eigen handen.

zondag, 21 juni, 2015

Jesaja 2:6-22

6 ¶  U hebt uw volk, Jakobs nakomelingen, verstoten. Zij waren ontvankelijk voor invloeden uit het Oosten, net als de Filistijnen lieten zij zich in met waarzeggerij, ze zijn met vreemde gebruiken vertrouwd geraakt. 7  Ze vulden hun land met zilver en goud, hoe meer schatten, hoe beter. Ze vulden hun stallen met paarden, hoe meer wagens, hoe beter. 8  Ze vulden hun huizen met afgoden, vereerden wat zij zelf hadden gemaakt, goden die ze vormden met hun eigen handen. 9  Ze zullen vernederd worden, buigen zullen ze. Nee, vergeef het hun niet! 10 ¶  Verschuil je tussen de rotsen, verberg je onder de grond, vlucht voor de vreselijke macht van de HEER, voor zijn geduchte majesteit. 11  Wie hoogmoedig was, slaat de ogen neer, wie trots was, buigt het hoofd. Want de dag komt dat alleen de HEER hoog verheven is. 12  Op die dag zal de HEER van de hemelse machten zich keren tegen ieder die hoogmoedig is en trots, tegen ieder die zich verheven acht-ze worden vernederd! -,13  tegen alle ceders van de Libanon die zich zo trots verheffen, tegen de eiken van Basan, 14  tegen de bergen met hun trotse hoogte en de heuvels die zich hoog verheffen, 15  tegen iedere hoge toren, tegen elke machtige muur, 16  tegen alle trotse handelsschepen, schepen met kostbare lading. 17  Wie hoogmoedig was, buigt het hoofd, wie trots was, bijt in het stof. Want de dag komt dat alleen de HEER hoog verheven is. 18  Dan zullen de afgoden in het niets verdwijnen. 19  Men schuilt weg in rotsspelonken, in holen in de grond, op de vlucht voor de vreselijke macht van de HEER, voor zijn geduchte majesteit, wanneer zijn komst de aarde schokt. 20  Op die dag zullen de mensen de afgoden, gesmeed van hun zilver en goud, gemaakt om te vereren, prijsgeven aan ratten en vleermuizen. 21  Ze zullen wegschuilen in rotsholen, in kloven en bergspleten,  op de vlucht voor de vreselijke macht van de HEER, voor zijn geduchte majesteit, wanneer zijn komst de aarde schokt. 22  Schenk de mens niet langer aandacht. Wat is hij zonder adem in zijn neus? Wat heeft hij te betekenen? (NBV)

Soms is de Bijbel actueler dan je zou denken bij een boek dat vele duizenden jaren geleden tot stand is gekomen. In een tijd van Idols, verkiezingen van de mooiste, de beste, de populairste, de uitbundigste, de grappigste en noem maar op waar je nummer 1 in kunt zijn spreekt de Bijbel over goden die je kunt vormen met je eigen handen. In onze dagen worden zelfs politici kennelijk niet meer gekozen vanwege het beleid van hun partij maar vanwege hun voorkomen en hun vermogen rake opmerkingen te maken die zich lenen voor korte nieuwsflitsen. Dat bij al dat streven naar Idolvorming de minsten, de zwaksten uit het zicht raken en alleen nog maar een last vormen is begrijpelijk. Natuurlijk, zielige gevallen leveren soms nog wel eens een tranentrekkend TV programma op, maar werkelijk voorgoed iets doen voor mensen die te kort worden gedaan is er niet bij. Nee, ze laten zich eerder in met waarzeggerij. Alsof ook Jesaja eens een blik heeft geworpen op het bedrog dat Char heet. Ze vullen hun land met zilver en goud.

Natuurlijk wil de Europese Unie vrijhandel, grondstoffen uit Afrika vrij naar Europa en de producten die daarvan gemaakt worden samen met de overschotten uit de Europese landbouw vrij naar Afrika. Dat daardoor in Afrika alleen maar meer mensen in armoede ten onder gaan doet niet ter zake, ook niet voor de Nederlandse minister van ontwikkelingssamenwerking of de Nederlandse premier. Wij maken ons op voor de volgende SMS verkiezing, of zoeken op internet wanhopig naar de site waar we vandaag weer een stem kunnen uitbrengen. De verkiezing politicus van het jaar roept zelfs op een site van Christenen onrust en discussie op, alsof het land nog niet vol genoeg is van godenbeelden. In de Naardense Bijbel wordt vertaaald dat de mens zichzelf vernederd door het aanbidden van de idolen die men zelf heeft gemaakt. We lopen er ondertussen massaal achteraan. En zijn we aan de ene god gewend dan scheppen we weer een nieuwe.

Jesaja schreef zijn visioen in de tijd dat Israel als een klein misbakseltje vertrapt dreigde te worden onder de laarzen van de internationale politiek. Het volk van Israel zou in de tijd van het boek van Jesaja in ballingschap worden afgevoerd. Niets wees er op dat een God van Liefde, die als enige Heer op aarde werd genoemd, nog macht had, laat staan dat die God de enige was die uiteindelijk macht zou hebben. Maar zoals het volk Israel ooit terugkeerde uit ballingschap en de Tempel met de richtlijnen voor de menselijke samenleving weer opbouwde, zo kunnen wij de God van Liefde weer de baas laten zijn van onze samenleving en in onze wereld en daarmee een begin maken met bevrijding van onderdrukten. Al die hoogmoedigen, de rijken en de machtigen, die denken dat hun rijk eeuwig zal duren, zullen vallen. Ze zullen eens moeten vluchten en zich verstoppen omdat recht zal worden gedaan aan hun slachtoffers.