Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor mei, 2015

Als de mensen over haar gaan spreken

donderdag, 21 mei, 2015

Hooglied 8:5-14

5 ¶  Wie is zij, die daar komt uit de woestijn, leunend op de arm van haar lief? Onder de appelboom wekte ik jou. Daar kreeg je moeder weeën, weeën van jou, daar baarde ze jou. 6  Draag mij als een zegel op je hart, als een zegel op je arm. Sterk als de dood is de liefde, beklemmend als het dodenrijk de hartstocht. De liefde is een vlammend vuur, een laaiende vlam. 7  Zeeën kunnen haar niet doven, rivieren spoelen haar niet weg. Zou een man met al zijn rijkdom liefde willen kopen, dan werd hij smadelijk veracht. 8 ¶  Wij hebben een zusje, borsten heeft ze nog niet. Wat doen we met ons zusje als de mensen over haar gaan spreken? 9  Was zij een muur, dan bouwden wij er zilveren kantelen op. Was zij een deur, dan sloten wij die met een balk van cederhout. 10  Ik ben een muur, mijn borsten zijn als torens. Zo ben ik in zijn ogen als een stad die vrede biedt. 11  Salomo bezat een wijngaard in Baäl-Hamon. Hij stelde er bewakers aan, duizend zilverstukken gaf men voor de oogst. 12  Mijn eigen wijngaard blijft van mij. De duizend zilverstukken zijn voor jou, Salomo, en tweehonderd voor de bewakers. 13 ¶  Jij die in je hof verblijft, mijn vrienden zijn gespitst op je stem. Laat míj die horen! 14  Ga nu van mij weg, mijn lief! Spring als een gazelle, als het jong van een hert over de bergen vol balsemkruid. (NBV)

De bron van de eerwraak staat ook gewoon in de Bijbel en wel onder meer in het stuk uit het Hooglied dat we hier lezen. Hier komen de broers van de bruid aan het woord. Die zijn dus bezorgd over het antwoord op de vraag wat de mensen er wel van zullen zeggen. Want wat ze over hun zusje zeggen zouden ze daarmee zeggen over de hele familie en dus ook over die broers. Is dat zusje welopgevoed, weet ze zich te gedragen, heeft ze de juiste man uitgezocht, gedraagt ze zich naar en bij de man zoals het hoort? Allemaal vragen die gaan over normen en waarden, over het resultaat van opvoeding en dus over het gedrag van de hele familie. Zo lijkt het tenminste want hun zusje heeft hen duidelijk gemaakt dat ze wel een muur rond haar kunnen bouwen, en dat is natuurlijk best lief van die broers, maar de liefde is als een laaiende vlam staat er. Andere vertalingen zeggen hier zelfs: een vlam van de Heer.  Als het om de liefde gaat is allebei waar. Die vlam verteert alle barrières. Daar hoor je niet tussen te komen.

En daarmee besluit het Hoge Lied van de Liefde. Het Bijbelboek dat gaat over de Liefde tussen twee mensen. Meestal is dat een hij of een zij maar lezers die van mensen houden van hetzelfde geslacht hebben al lang door dat je het Hooglied in de Bijbel dan net zo gemakkelijk samen kan lezen. De laatste verzen in het Hooglied benadrukken nog maar eens dat een geliefde nooit je bezit wordt. Ook al betaald een wijze koning een hoge prijs voor je liefde en stelt deze knappe en sterke bewakers aan om er voor te zorgen dat er geen ander de geliefde kan stelen, de geliefde zelf blijft bepalen wie er toegelaten wordt tot de wijngaard. Ook in een huwelijk zal die regel altijd moeten geleden. Twee huwelijkspartners zijn gelijk, vrij om zelf te beslissen en ze moeten voor hetgeen gemeenschappelijk is onderling tot overeenstemming zien te komen. Inmiddels is deze Bijbelse zienswijze ook in onze wetgeving opgenomen. Het burgerlijk huwelijk is daarmee van beduidend belang geworden. Bezit in het huwelijk verkregen wordt ook echt van de echtelieden samen, samen zullen ze over het bezit moeten beslissen.

Hun kinderen zullen het erven maar de langstlevende zal er van mogen genieten voor de rest van het leven, de weduwe zal niet onverzorgd worden achtergelaten. Vrij zal ook de keuze voor het huwelijk moeten zijn, geen dwang mag aan wie dan ook worden opgelegd om een huwelijk aan te gaan. Daarom moet een huwelijk ook altijd in het openbaar worden gesloten en openbaar worden afgekondigd. Dat laatste heeft in onze communicatiesamenleving een wat kleiner belang gekregen maar alle geruchten over uithuwelijken en gedwongen huwelijken moeten ons misschien doen beseffen dat een wat uitbundiger aankondiging kan helpen in het bestrijden van deze uitwassen. Veel mensen kiezen er daarnaast voor om in een kerk, temidden van de gemeente, vergezeld van familie vrienden en kennissen een zegen te vragen over het huwelijk. Ze willen dat uit zo’n relatie iets goeds voor anderen kan voortkomen. Want dat is de eigenlijke betekenis van de huwelijksinzegening. Het Hooglied leert ons dat twee gelieven de vorm en inhoud van hun relatie helemaal zelf moeten uitmaken, geen koning, geen wet, geen familie, geen cultuur en geen gewoonte mag daar tussen komen.

Ik ben van mijn lief

woensdag, 20 mei, 2015

Hooglied 7:7–8:4

7 Wat ben je mooi, wat ben je bekoorlijk, liefde en verrukking, dat ben jij. 8 Als een palm is je gestalte, je borsten zijn als druiventrossen. 9 Ik dacht: Laat ik die palm beklimmen, ik wil zijn bladeren grijpen. Laten jouw borsten als trossen van de wijnstok zijn, je adem als de geur van appels, 10 je tong als zoete wijn waarin mijn kussen baden, mijn lippen en tanden gedompeld zijn. 11 Ik ben van mijn lief, en hij verlangt naar mij. 12 Kom, mijn lief, laten we het veld in gaan, en tussen de hennabloemen slapen. 13 Laten we de wijngaard in gaan, morgenvroeg, en kijken of de wijnstok al is uitgebot, zijn bloesems al ontloken zijn, de granaatappel al bloeit. Daar zal ik jou beminnen. 14 De liefdesappels geuren al.
Boven onze poorten hangt een keur van vruchten, vers geplukte, goed gedroogde. Mijn lief, ik heb ze bewaard voor jou. 1 ¶  Was jij maar mijn broertje, dronk jij nog maar aan mijn moeders borst. Als ik je dan vond, daar buiten, dan kuste ik jou, en niemand zou me verachten. 2  Dan nam ik je mee en bracht je in mijn moeders huis. Dat heb ik van haar geleerd. Ik gaf je kruidige wijn te drinken, van het sap van mijn granaatappel. 3  Mijn hoofd rust op zijn linkerarm, met zijn rechterarm omhelst hij mij. 4  Meisjes van Jeruzalem, ik bezweer je: wek de liefde niet, laat haar niet ontwaken voordat zij het wil.  (NBV)

Het gedeelte dat we vandaag uit het Hooglied lezen is een echt duet. De twee gelieven zingen het elkaar toe, ze bezingen elkaar. Zo kun je pas van elkaar houden. Het is zingen voor een bijzondere dag. Tussen Hemelvaart, het afscheid van Jezus van Nazareth, en Pinksteren, de komst van de Trooster, is het Wezenzondag. Uit het Hooglied, maar ook van zo’n trouwdag, leren we dat als je van een ander weet te houden en er weet van hebt dat een ander van je houdt, je nooit je als wees achtergelaten hoeft te voelen. En als je alleen bent, ga er dan op uit, er zijn altijd mensen die van je willen houden, mensen die het Hooglied hebben gelezen en mee willen doen in verhaal van Israel en van Jezus van Nazareth, mensen die van hun naaste houden als van zichzelf.

Het meeste wat je doet en wat je vindt in het leven, heb je toch van je ouders of opvoeders geleerd, vooral toen je nog jong was. En daarvan nog het meeste van je moeder, je pleegmoeder, stiefmoeder of de vrouw die je opvoedde. Ook hoe je lief moet hebben. Ook hoe je je partner lief moet hebben en welke risico’s daar in het begin aan zitten. Als je dus als moeder, ouder of opvoeder niet voldoende gepraat hebt met de kinderen die aan je zijn toevertrouwd over elkaar liefhebben, omdat je dat nu eenmaal niet doet, of omdat je jezelf wijsmaakt dat ze er nog niet aan toe zouden zijn, breng je enorme risico’s over de kinderen. Hormonen zijn nu eenmaal een natuurlijk verschijnsel. Als je niet weet wat er met je lichaam gebeurt als je in de armen van je geliefde bent, lees maar in het Hooglied hoe buitenaards dat kan worden, dan kun je zo intens genieten dat je doorgaat tot het einde bitter dreigt te worden.

Tegenwoordig roepen sommige zogenaamde Christenen dat ze tegen abortus zijn, ondanks de goede wetgeving die we op dat gebied hebben, wetgeving waardoor het aantal abortussen in Nederland is gedaald tot een wereldwijd minimum. Natuurlijk wil je het geen vrouw en geen meisje aandoen dat ze een abortus moet ondergaan. Sinds de invoering van de goede wetgeving is het aantal abortussen gelukkig dan ook zeer afgenomen. Maar de laatste jaren neemt het aantal langzaamaan weer toe, vooral onder meisjes en vrouwen die nooit moeders en opvoeders gehad hebben die vrij en open over het liefhebben van je partner wisten te praten. In sommige landen sterven jaarlijks nog vele vrouwen aan abortussen, zoals hier vroeger, nog niet zo erg veel vroeger trouwens, ook nog voorkwam. En Hooglied maakt ons ook duidelijk dat bij elke ongewenste zwangerschap een man betrokken is. In de discussies over abortus gaat het nooit over mannen, terwijl die toch eigenlijk als eerste op hun verantwoordelijkheid moeten worden aangesproken. De roep om de liefde niet voor haar tijd te wekken geldt zeker ook voor mannen. Ook zij zingen mee in het Hooglied.

De schepping van een kunstenaar

dinsdag, 19 mei, 2015

Hooglied 7:1-6

1  Draai rond, meisje uit Sulem, draai rond, draai rond, we willen naar je kijken. Kijk! Zie je dat meisje uit Sulem, zoals ze danst tussen twee reien? 2 Wat zijn je voeten mooi in je sandalen, koningskind! Je heupen draaien sierlijk rond, de schepping van een kunstenaar. 3 Je navel is een ronde kom, die gevuld is met kruidige wijn. Je buik is een bergje tarwe, dat door lelies wordt omzoomd. 4 Je borsten zijn als kalfjes, als de tweeling van een gazelle. 5 Je hals is als een toren van ivoor, je ogen als de vijvers van Chesbon, bij de poort van Bat-Rabbim. Je neus is als een toren van de Libanon, die uitkijkt over Damascus. 6 Je hoofd rijst op als de Karmel, omkruld door purperen lokken, waarin een koning ligt verstrikt. (NBV)
 
Als je werkelijk gelooft dat een God de hemel en de aarde heeft geschapen dan is er toch iets misgegaan. Die aarde werkt toch niet helemaal zoals het zou moeten anders zouden er in Nepal toch niet ruim 3500 mensen zijn omgekomen bij een aardbeving. De Bijbel heeft daar wel een antwoord op. We hebben al eens uit het boek Job gelezen en daar begrepen dat we natuurrampen moeten nemen zoals ze komen. Die horen er kennelijk bij. Hoe dat zit is voor ons onbegrijpelijk en hoort voor ons ook onaanvaardbaar te zijn. Job ging een geding aan tussen hem en zijn God. Uiteindelijk is het enige dat ons overblijft bij deze rampen te zien hoeveel goede mensen er nog onder ons zijn. Wie wil de hand uitsteken en helpen het leven van de overlevenden weer op orde te brengen.

De mensen zijn het waard. Lees maar in dit hoofdstuk van het Hooglied hoeveel mensen waard kunnen zijn, hoe mooi ze zijn, hoe lyrisch je ze kunt bezingen. Hoeveel je liefde waard kan zijn. Die liefde is nu weer tot uitdrukking te brengen. Giro 555 had al 19 miljoen euro opgebracht maar is opnieuw opengesteld nadat er opnieuw een zware aardbeving plaatsvond. Sommige mensen zullen denken dat ze wel aan de gang kunnen blijven met het uitschrijven van giro-tjes voor dit soort rampen, anderen zullen het hardop zeggen en als je niet uitkijkt gaat het rondzingen. In Pakistan en Haïi wordt nog hard gewerkt om de gevolgen van eerdere aardbevingen weg te werken. En Nepal zal de laatste ramp niet zijn. Wellicht dat zelfs daar de ramp nog groter wordt als ook de overstromingen komen die worden verwacht.

Dan zijn er nog een paar rampen die we zelf veroorzaken. In Afrika dreigen weer een aantal hongersnoden. De klimaatveranderingen slaan daar hard toe, de handelsbarrières die we hebben opgeworpen verhinderen de opbouw van reserves door de armen. Dag in dag uit kunnen we bezig blijven de helpende hand te steken in ons bankboekje. oefenen heet dat in Bijbelse termen, godsdienstoefening wel te verstaan want onze godsdienst bestaat nu eenmaal uit je naaste liefhebben als je zelf en alles delen wat je hebt. Je geliefde, ook in Nepal, is immers een koningskind, een kind van God. En de hele wereld is bevolkt met koningskinderen, de kinderen van God, onze zusters en broeders. Daarom kon Jezus van Nazareth tegen een rijk man zeggen dat heel het bezit verkocht moest worden om Jezus te volgen. Liefde is niet alleen genieten in de zon van de winter en blootsvoets rondhuppelen in het warme gras maar is ook het sprokkelen van het laatste hout om in de koude winter het vuur brandend te houden. Uiteindelijk staat er dat als wij willen overleven we het leven moeten gunnen aan hen die nu geen deel van leven hebben, uit liefde.

Mijn allermooiste is de enige

maandag, 18 mei, 2015

Hooglied 6:4-12

4 ¶  Je bent zo mooi, vriendin van mij, zo bekoorlijk als Tirsa, zo lieflijk als Jeruzalem, zo ontzagwekkend als een vaandelvrouw. 5  Wend je ogen af, ze verwarren mij.  Je haar golft als een kudde geiten die afdaalt van de Gilead. 6  Je tanden zijn als witte schapen: klaar voor de scheerder komen ze twee aan twee uit het water, er ontbreekt er niet een. 7  Als het rood van een granaatappel fonkelt je lach, door je sluier heen. 8  Ook al zijn er zestig koninginnen, en wel tachtig bijvrouwen, meisjes zonder tal, 9  zoals mijn duif is er maar één, mijn allermooiste is de enige. De enige voor haar moeder is zij, een stralend licht voor wie haar baarde. Alle meisjes die haar zien, prijzen haar gelukkig, elke koningin, elke bijvrouw juicht haar toe. 10  Wie is zij, die daar oplicht als de dageraad, zo helder als de volle maan, zo stralend als de zon, zo ontzagwekkend als een vaandelvrouw? 11 ¶  Ik ging naar mijn notengaard beneden, om te kijken naar de bloesems bij de beek, naar de ranken aan de wijnstok, de granaatappels in bloei. 12  En plotseling voelde ik mij meegevoerd als op een wagen van mijn nobel volk. (NBV)

Het Hooglied blijft poëzie van de bovenste plank. Geen enkel liefdesliedje uit de top 100 die sinds 1965 wordt samengesteld haalt het bij de liefdespoëzie van het Bijbelboek. Het blijft een genot om te lezen. Al moet je er wel voor in de stemming zijn. Soms klinkt het namelijk wel een beetje overdreven. Want wie zegt nu van zijn geliefde dat heur haar golft als een kudde geiten. Ze ziet je aankomen, zelfs de moderne reclames voor shampoos durven dat effect niet te beloven. Die beloven dat, komt regen storm of hagel, het haar blijft golven alsof je het net hebt gedroogd na een wasbeurt. Toch is het mooie taal, de taal van de liefde.  En liefde verdraagt zich dus niet met taal over geweld. De dagberaad, de volle maand, de bloesems aan de beek, de ranken aan de wijnstok, de granaatappels in bloei zijn alleen voor te stellen in een wereld van vrede, van vrijheid, van de afwezigheid van elk gerucht van oorlog en angst.

In onze internationale betrekkingen gaat dat nog wel eens anders. Daar klinken begrippen als afschrikking, sancties, bewapening en herbewapening. Daar worden goede betrekkingen het liefst afgedwongen met de gesloten vuist, een vuist die klaar is om hard toe te slaan. Daar zou de ander respect voor hebben, dan zou de andere partij maar wat graag vrede sluiten en een goede bondgenoot worden. In de praktijk blijkt dat niets minder waar is. Bewapening leidt tot het opvoeren van bewapening door de tegenpartij. Dreigen met geweld leidt tot het dreigen met tegengeweld. Altijd als spanningen tussen staten en volken vertaald worden in beelden als de gesloten vuist ontstaat er een wapenwedloop. het gevaar neemt nooit af alleen toe. Juist zo’n prachtig gedicht als het Hooglied zou ons moeten leren dat we ontwapenend moeten zijn, alsof je weggevoerd wordt op een wagen van een nobel volk.

De vertalers hebben overigens grote moeite met de betekenis van de laatste tekst uit dit hoofdstuk en de beste vertaling ervan blijft wat duister. Voor wie de liefde bedrijft zal duidelijk zijn dat je boven jezelf kunt uitstijgen en het gevoel kan krijgen tot in de hoogste hemelen opgetild te worden. Daardoor hopen wij nog steeds op een internationale liefde die leidt tot de ontdekking dat je ook bij vreemden en voormalige tegenstanders te maken hebt met een nobel volk zoals hier beschreven in het Hooglied. Maar de liefde bedrijven met een gebalde  vuist wordt beschreven als huiselijk geweld, een vorm van geweld die zelfs in huwelijksrelaties strafbaar is. Vrouwen en mannen die dit overkomt wordt terecht stevig aangeraden daar aangifte van te doen, zoveel houden we wel van ze. Ook in internationale relaties zou de regering moeten begrijpoen dat liefde bedrijven met een gebalde vuist alleen maar tot meer geweld zal kunnen leiden.

Wat heeft jouw lief meer dan een ander

zondag, 17 mei, 2015

Hooglied 5:9–6:3

9 ¶  Wat heeft jouw lief meer dan een ander, mooiste van alle vrouwen? Wat heeft jouw lief meer dan een ander, dat je ons dit zo bezweert? 10  Mijn lief glanst en schittert, hij steekt boven duizenden uit. 11  Zijn hoofd is van goud, het zuiverste goud, zijn lokken zijn als dadeltrossen, ravenzwart. 12  Zijn ogen zijn als duiven bij een stromende beek, die baden in water, die gedompeld zijn in melk. 13  Zijn wangen zijn als balsemtuinen, die overheerlijk geuren. Zijn lippen zijn als lelies, die druipen van vloeiende mirre. 14  Zijn armen zijn als staven van goud, met turkoois bezet. Zijn buik is als een schijf van ivoor, versierd met saffier. 15  Zijn benen zijn als zuilen van albast, op voetstukken van zuiver goud. Zijn gestalte is zo fier als een ceder van de Libanon. 16  Zijn mond is zoet, aan hem is alles begeerlijk. Dit is mijn lief, dit is mijn vriend, meisjes van Jeruzalem! 1 ¶  Waar is je lief naartoe gegaan, mooiste van alle vrouwen, waar is je lief naartoe gegaan? Laten we hem samen zoeken. 2  Mijn lief is naar zijn tuin gegaan, naar zijn balsemtuin beneden. Daar wil hij weiden, daar wil hij lelies plukken. 3  Ik ben van mijn lief, en mijn lief is van mij. Hij weidt tussen de lelies. (NBV)

Hoe kun je goed spreken over je geliefde. Is die soms beter dan een ander? Kan hij of zij meer? Is hij of zij mooier? In dit stuk van het Hooglied kun je horen wat de goede manier is om goed te spreken over je geliefde. Alleen al het feit dat het je geliefde is maakt de persoon voor jou zo uitzonderlijk. Het houden van is genoeg om de geliefde boven alle mensen uit te verheffen. Niet zozeer jouw liefde maakt dat overigens bijzonder maar dat die liefde beantwoord wordt. Hier klinkt op geen enkele manier de bezitterigheid die we tegenwoordig zo vaak in liefdesverhalen tegenkomen. Het lijkt er op dat jonge mensen meer en meer grootgebracht worden juist met die bezitterigheid. Dat de ander niet van je zou kunnen houden komt niet meer op. Als jij wilt dat er van je gehouden wordt dan houdt niemand dat tegen. Zo is het natuurlijk niet. De liefde is een geschenk, waar je zeer dankbaar voor kunt zijn. Een liefde die je zelf mag schenken aan je naaste zonder er iets voor terug te verwachten.

Dat maakt het blijven schenken wel eens moeilijk. Mensen verwachten zo gemakkelijk dankbaarheid als een soort betaalmiddel voor de liefde die ze schenken. Maar liefde is pas echt liefde als je er niets voor terug hoeft te hebben. Stank als dank kan dan ook nooit een reden zijn het uitdelen van de liefde maar te staken. Alleen als de liefde, of de hulp, wordt opgedrongen gaat het over een grens heen, maar liefde zoekt nooit zichzelf. Dit geldt in een relatie, maar het geldt ook in het gewone leven. Het geldt zelfs in de nationale en internationale politiek. Dat de hulp die je aan een ander land geeft resulteert in kritiek op je handelsbarrières, als dat andere land zover is dat ze zelfstandig handel kunnen drijven, zou je trots moeten maken. Het is als kinderen die volwassen zijn en hun eigen plek in de samenleving hebben ingenomen.

Dat mensen misbruik maken van je voorzieningen zou je moeten doen afvragen hoe dat komt, waar worden mensen toch opgevoed tot inhaligheid, wie heeft ze toch dat voorbeeld gegeven? Of zou het feit dat mensen, die aangewezen zijn op een uitkering, bestempeld en behandeld worden als criminelen ze uiteindelijk doen beantwoorden aan dat beeld. Als dat het is wat we willen, krijgen we het misschien ook wel. Als je zo bang bent dat je partner liegt en als je die partner dus nooit vertrouwd, loop je de kans dat alleen daardoor al die partner gedwongen wordt op een goede dag te gaan liegen. De liefde als een kostbaar geschenk accepteren is daarom het beste, en het geven van liefde omdat je niet anders kunt maakt dat ook in jouw tuin de leliën gaan bloeien.

 

Mijn lief was weggegaan

zaterdag, 16 mei, 2015

Hooglied 5:2-8

2 ¶  Ik sliep, maar mijn hart was wakker. Hoor! Mijn lief klopt aan! ‘Doe open, zusje, mijn vriendin, mijn duif, mijn allermooiste. Mijn hoofd is nat van de dauw, mijn lokken vochtig van de nacht.’ 3  ‘Maar ik heb mijn kleed al uitgedaan, moet ik het weer aandoen? En ik heb mijn voeten al gewassen, moet ik ze weer vuil maken?’ 4  Mijn lief stak zijn hand naar binnen, een siddering trok door mij heen-om hem! 5  Toen sprong ik op, ik ging hem opendoen. Mijn handen dropen van mirre, mirre vloeide van mijn vingers op de grendel van de deur. 6  En ik deed open voor mijn lief, maar hij was weg, mijn lief was weggegaan. Een duizeling beving mij toen ik zag dat hij er niet meer was. Ik zocht hem, maar ik vond hem niet, ik riep hem, maar hij antwoordde niet. 7  De wachters vonden mij op hun ronde door de stad. Ze sloegen mij, ze verwondden mij, ze rukten mij de sluier af, de wachters van de muren. 8  Ik bezweer je, meisjes van Jeruzalem, als jullie mijn lief vinden, wat zeggen jullie tegen hem? Dat ik ziek van liefde ben. (NBV)

Scheiden doet lijden, afscheid doet pijn zegt een oud Nederlands liedje. En het hoofdstuk dat we vandaag uit het Hooglied lezen gaat over het plotselinge vertrek van de geliefde. Er is een Christelijke feestdag die gaat over afscheid nemen. Want pas als je op eigen benen weet te staan kun je immers je overtuiging uitdragen. Dan kun je de liefdesrelatie aangaan die in het verhaal van Jezus van Nazareth aan de volgelingen gevraagd wordt. Het was, zo veertig dagen na de kruisiging, wel duidelijk dat Jezus door de dood was heengegaan en dat hij, maar vooral zijn verhaal en zijn liefde, konden voortleven en dat hij voortdurend kon verschijnen aan zijn volgelingen. Die 40 dagen waren er natuurlijk niet zo maar. Het slavenvolk Israel had na de bevrijding uit Egypte 40 jaar door de woestijn gezworven en Jezus zelf had zich voor zijn optreden 40 dagen teruggetrokken in de woestijn om zich voor te bereiden.

Nu waren er weer 40 dagen verstreken en voor de laatste maal verscheen Jezus aan hen, zo wordt aan het begin van het boek Handelingen en aan het eind van het evangelie van Lucas verteld. Ze moeten het verhaal van Jezus tot aan de einden der aarde aan iedereen gaan vertellen. En dat betekent het afscheid van de Jezus die ze zolang hadden gevolgd. Jezus werd voor hun ogen opgenomen staat er dan. Wij zijn dat in de loop van de geschiedenis Hemelvaart gaan noemen. Dat opnemen is niet zo uniek als het vaak in het Christendom wordt gebracht. Henoch, van wie aan het begin van het boek Genesis wordt verteld dat hij met God wandelde werd opgenomen, Mozes werd opgenomen vlak voor het volk het beloofde land binnentrok en van de profeet Elia wordt zelfs verteld dat hij werd opgenomen op een vurige wagen. Je kunt je voorstellen dat de volgelingen van Jezus nogal verbaasd waren maar de vraag wat ze toch naar omhoog stonden te staren bracht ze met beide voeten op de grond.

Ze gingen terug naar Jeruzalem, naar het hart van hun geloof, de Tempel waar de richtlijnen voor de menselijke samenleving werden bewaard. Gebaseerd op onvoorwaardelijke liefde voor elkaar moest dat het centrum zijn van waaruit je kon leven. Hoe dat verhaal te vertellen was nog niet helemaal duidelijk maar daar in die Tempel begon het Christendom. Ziek van liefde zouden ze worden. Zoals de bruid in het Hooglied het had bezongen. Veel kerken kennen op Hemelvaartdag geen kerkdienst meer, het is vaak de eerste dag in de lente waarop je er echt op uit kunt trekken en daar maken veel Christenen graag gebruik van. Een dag om nadenken hoe het te brengen aan alle mensen, tot aan de einden der aarde. Deze week hebben we het weer gevierd. En in de dagen tussen Pasen en Pinksteren wordt in veel kerken uit het boek Hooglied gelezen. Heb elkaar lief zei Jezus en dat was de basis van zijn leer. Wat het betekent lezen we in Hooglied. En het meest aardige is dat er wel een discussie is over het mogelijk inruilen van Tweede Pinksterdag maar dat niemand die feestdag van liefhebben, de Hemelvaartsdag, ter discussie stelt. Laten we dus elkaar blijven liefhebben, elke dag opnieuw.

Mijn gedachten brachten mij geheel in verwarring

vrijdag, 15 mei, 2015

Daniël 7:15-28

15 ¶  Ik, Daniël, was tot in het diepst van mijn gemoed geraakt; de visioenen die door mijn hoofd gingen brachten mij in verwarring. 16  Ik wendde me tot een van de omstanders en vroeg hem naar de ware betekenis van dit alles. Hij gaf mij deze verklaring: 17  “Die grote dieren, vier in getal, duiden op vier koningen die uit de aarde zullen opkomen. 18  Daarna zullen de heiligen van de hoogste God het koningschap ontvangen, en zij zullen het koningschap altijd behouden-voor eeuwig en altijd.” 19  Toen wilde ik de ware betekenis weten van het vierde dier, dat anders was dan alle andere, buitengewoon angstaanjagend met zijn ijzeren tanden en bronzen klauwen, dat alles vrat en vermaalde en wat overbleef met zijn poten vertrapte; 20  en de betekenis van de tien horens op zijn kop en van de nieuwe horen die opkwam, waarvoor er drie moesten wijken-de horen met ogen en een mond vol grootspraak die er groter uitzag dan de andere. 21  Ik had immers gezien hoe die horen strijd voerde tegen de heiligen en hen overwon, 22  totdat de oude wijze kwam, er recht werd verschaft aan de heiligen van de hoogste God en de tijd aanbrak dat de heiligen het koningschap in bezit kregen. 23  Hij zei: “Dat vierde dier duidt op een vierde koninkrijk dat op aarde zal komen, anders dan alle andere koninkrijken, en dat de hele aarde zal verslinden, vertrappen en vermorzelen. 24  Die tien horens duiden op tien koningen die uit dat koninkrijk zullen opstaan, maar na hen zal een andere opstaan, anders dan alle vorige, en deze zal drie koningen ten val brengen. 25  Hij zal in opstand komen tegen de hoogste God, en de heiligen van de hoogste onderdrukken. Hij zal proberen hun feesten en hun wet te veranderen, en zij zullen aan zijn heerschappij zijn overgeleverd voor één tijd, een dubbele tijd en een halve tijd. 26  Dan zal het hof plaatsnemen en zal hem zijn heerschappij ontnomen worden, hij zal voor eeuwig verdelgd en vernietigd worden. 27  Het koningschap, de heerschappij en de grootheid van alle koninkrijken onder de hemel zullen gegeven worden aan het volk van de heiligen van de hoogste God. Zijn koningschap is een eeuwig koningschap en alle machten zullen hem dienen en gehoorzamen.” 28  Hier eindigt mijn verslag. Wat mij, Daniël, betreft, mijn gedachten brachten mij geheel in verwarring en ik werd bleek; ik koesterde die woorden in mijn hart.’ (NBV)

De rare dromen die Daniël heeft gehad hebben hem danig in verwarring gebracht. Men kan dan wel zeggen dat uiteindelijk de mensen die blijven geloven in die nieuwe hemel en nieuwe aarde dat nieuwe koninkrijk zullen beërven maar al die oorlogen tussen al die machtige koningen sluiten meer aan bij de werkelijkheid van alle dag dan die mooie droom. Angst is altijd maar weer een machtig wapen. Daniël zal uiteindelijk voor het geloof in de goede afloop kiezen maar in onze dagen zijn de mensen daar nog niet zo direct van overtuigd. Godsdienst is ook vaak een handige reden om je handelen achter te verschuilen, zeker als het met geweld, onrecht en onderdrukking gepaard gaat. Zelfs ongelovigen verschuilen zich vaak achter hun levensovertuiging om de slechte dingen die ze doen te rechtvaardigen, dan gaat de onderdrukking onder het mom van de een of andere vrijheid. Tegenwoordig zegt men het vaak over Moslims, anderen zeggen het soms over christenen. Altijd is het een onzin verhaal alleen bedoeld om in te spelen op de angst voor het onbekende. Samen werken met respect voor elkaar is veel moeilijker.

Dwars door de hebzucht van de rijken en machtigen blijven strijden voor eerlijk delen en het laten meedoen van iedereen aan de samenleving is moeilijk. Zeker als die haatzaaiers ook nog gelijk gaan krijgen. We zien dat maar al te vaak om ons heen. Als jou geloof niet deugt volgens de heersende overtuiging dan moet je een weg zoeken om je geloof te verdedigen. Die weg is er bijna altijd, voor jonge moslims is het nu de Islamitische Staat, vergelijkbaar met iets als het Koninkrijk van God. Die jonge moslims zijn vaak jongeren uit Nederlandse gezinnen die niet als moslim geboren zijn maar die zich tot de Islam hebben bekeerd. Daar waren de regels duidelijk, daar weet men met elkaar om te gaan zonder ruzie te maken. Daar ken je de weg, de waarheid en de beloning. Christenen kunnen leren van de bekering van die jongeren tot de Islam. Is de weg binnen het Nederlandse Christendom onduidelijk geworden? Is de Waarheid van Christus niet meer herkenbaar maar wordt die nog al te vaak verpakt in zeventiende eeuwse of negentiende eeuwse taal en is die niet meer relevant voor de manier waarop we het leven van alledag leven?

Daniël ziet die opstand tegen zijn God in zijn eigen omgeving. Waar was die God toen het volk in ballingschap werd gebracht? Was het niet duidelijk dat die God verslagen was door de machtige goden van Babel? Waarom greep die God niet in toen het volk Israël begon met het afwijken van de weg die ze hadden geleerd van Mozes? Die God stuurt geen donderslagen zoals de oppergod van  Babel deed, de dondergod Mardoek. Die God stuurt profeten waar niemand naar luisterd. Die God stuurt dromers zoals Daniël was. Die God laat de machtige volken met elkaar oorlog voeren en neemt het voor lief dat de zwaksten daar iedere keer weer het eerste slachtoffer van worden. Die God van Joden en van Christenen kan nooit de goede God zijn volgens jongeren die zich tot een andere godsdienst bekeren. Als de God van Abraham en Hagar werkelijk had omgezien naar de kinderen van Hagar dan hadden de kinderen van Abraham en Izaak hun broeders wel herkent en hen een vruchtbaar land gegund. De droom van Daniël eindigt hier niet. Die gaat door tot er een eind komt aan geweld en onderdrukking en de mensen echt geleerd hebben te leven volgens de Liefde, volgens de richtlijnen voor de menselijke samenleving zoals die in de woestijn aan Israël waren gegeven. Dat einde mag ons doen werken aan een samenleving waar echte vrede heerst en iedereen  mag meedoen, ook vandaag weer.

 

Hij schreef die dromen op.

donderdag, 14 mei, 2015

Daniël 7:1-14

1 ¶ (1-2) In het eerste jaar van koning Belsassar van Babylonië had Daniël een droom, beelden kwamen in hem op tijdens zijn slaap. Hij schreef die droom op en zijn verslag begon aldus: ‘Ik had een nachtelijk visioen waarin ik zag hoe de vier winden van de hemel de grote zee in beroering brachten. 2. 3 Vier grote dieren rezen op uit de zee, elk met een andere gestalte. 4 Het eerste dier leek op een leeuw, maar dan met adelaarsvleugels. Ik zag hoe zijn vleugels werden uitgerukt, hoe het dier werd opgetild, op twee voeten overeind werd gezet als een mens en ook het hart van een mens kreeg. 5 Toen verscheen er een tweede dier; het leek op een beer en het had zich half opgericht. Het hield drie ribben tussen de tanden van zijn muil, en het dier werd aangespoord met de woorden: “Sta op, eet veel vlees.” 6 Daarna zag ik een ander dier; het leek op een panter, maar dan met vier vogelvleugels op zijn rug, en het had ook vier koppen. Dit dier werd macht toebedeeld. 7 Daarna zag ik in mijn nachtelijke visioenen een vierde dier, angstaanjagend, afschrikwekkend en geweldig sterk, met grote ijzeren tanden. Het vrat en vermaalde alles, en wat overbleef vertrapte het met zijn poten. Het verschilde van alle dieren die daarvoor verschenen waren, en het had tien horens. 8 Toen ik naar de horens keek zag ik hoe een kleine, nieuwe horen tussen de andere opkwam; drie van de oude horens werden uitgerukt om er plaats voor te maken. En in die horen bevonden zich ogen als mensenogen en een mond vol grootspraak. 9 ¶ Ik zag dat er tronen werden neergezet en dat er een oude wijze plaatsnam. Zijn kleed was wit als sneeuw, zijn hoofdhaar als zuivere wol. Zijn troon bestond uit vuurvlammen, de wielen uit laaiend vuur. 10 Een rivier van vuur welde op en stroomde voor hem uit. Duizend maal duizenden dienden hem, tienduizend maal tienduizenden stonden voor hem. Het hof nam plaats en de boeken werden geopend. 11 Ik zag hoe het dier werd gedood vanwege de grootspraak van de horen, ik zag hoe zijn lichaam werd vernietigd en aan de vlammen werd prijsgegeven. 12 De andere dieren werd wel hun macht ontnomen, maar hun werd nog enige tijd van leven gegund. 13 In mijn nachtelijke visioenen zag ik dat er met de wolken van de hemel iemand kwam die eruitzag als een mens. Hij naderde de oude wijze en werd voor hem geleid. 14 Hem werden macht, eer en het koningschap verleend, en alle volken en naties, welke taal zij ook spraken, dienden hem. Zijn heerschappij was een eeuwige heerschappij die nooit ten einde zou komen, zijn koningschap zou nooit te gronde gaan. (NBV)

Door de eeuwen heen zijn er hele volken van het ene deel van de aarde naar het andere verplaatst door machthebbers omdat dat politiek nu eenmaal beter uitkwam. Het volk Israel werd in haar geschiedenis naar Babylon gedeporteerd. En daar hebben we eigenlijk ook de Bijbel aan te danken. Het is voor zo’n volk in een vreemde omgeving belangrijk om de eigen cultuur en gewoonten vast te houden. Voor Israel was dat de godsdienst. Uit allerlei delen van Israel kwamen delen van het verhaal over de godsdienst. Priesters hadden delen meegenomen uit de tempel in Jeruzalem en sommigen hadden hele stukken uit het hoofd geleerd. Dat schreven ze op, daar discussiëerden ze over en zo ontstond een verzameling geschriften en verhalen die we nu terugvinden in wat we het Oude Testament, de Hebreeuwse Bijbel noemen. Het boek Daniël verteld hoe in ballingschap het geloof werd behouden. Onder meer dus door je dromen op te schrijven. Want ooit was gezegd dat een volk zonder visioen teugelloos zou worden.

Waar het met je leven heen moet of heen zou kunnen is een belangrijk gegeven. Daniël leert ons in dit hoofdstuk dat de tekenen van de tijd waarover je kunt dromen ook wel eens angstaanjagend kunnen zijn. Een goede toekomst voor iedereen komt niet vanzelf, daar moet je samen aan werken. Het is even wennen misschien die vreemde taal over dieren en tronen maar als je er aan gewend bent is het toch een fantastisch mooi visioen dat van Daniël. Die dieren die hij de ene na de andere ziet verschijnen zijn rijken, beschavingen zelfs misschien. Wie kijkt naar de geschiedenis weet dat we de Babylonische, de Egyptische, de Griekse, de Romeinse en nog veel meer beschavingen hebben gehad. De ene machthebber komt op en de andere gaat ten onder. In Duitsland herdenken ze de val van de muur, ooit voor onmogelijk gehouden. Soms lijkt het of er veel van die machthebbers zijn die tegen elkaar opbieden maar altijd weer gaan uiteindelijk hun rijken ten onder. Ongetwijfeld zal ook ons Koninkrijk der Nederlanden niet eeuwig blijven bestaan. langzaam gaan we misschien wel op in een Europa als één land.

En als het langzaam gaat zal het ook vreedzaam kunnen gaan. Maar ook die beschaving is niet blijvend. Uiteindelijk is natuurlijk God de Heer van hemel en aarde. Mooi gezegd maar waar dient dat toe. Vergeet niet dat Daniël dit visioen kreeg toen hij met heel het volk gevangen zat in Babylon. Slaven waren ze, onderworpen aan Koningen die zichzelf regelmatig tot God uitriepen. En dan de verleiding te weerstaan om die koningen in godsnaam maar te gaan aanbidden daar kwam het op aan. Dat visioen kon daarbij helpen, niet de godkoning, het beest dat zo machtig leek, had het laatste woord maar de mens die uit de hemel kwam. Je houden aan het verbond met God, eerlijk delen dus, en rechtvaardig zijn, je naaste liefhebben als jezelf, daar kwam het op aan want uiteindelijk ligt daar alle macht. Babylon lag volgens geleerden daar waar nu Irak ligt. Het rijk van de absolute heerser daar is ten onder gegaan. Maar ook het rijk van Amerika zal ten onder gaan, met of zonder geweld. Op het eind van de Bijbel staat dat uiteindelijk alle volken zich naar de richtlijnen van God voor een menselijke samenleving zullen keren en God zelf op deze aarde een tent zal spannen. Maar zover is het nog niet. Voorlopig zullen we moeten volhouden en het moeten doen met het visioen dat ons gegeven is. En we moeten er voor zorgen dat we anderen dat visioen niet ontnemen maar juist weer uitzicht geven op gerechtigheid en vrede, dan komt het dichterbij.

 

Wees op uw hoede voor de afgoden.

woensdag, 13 mei, 2015

Johannes 5:13-21

13 Dit alles schrijf ik u omdat u moet weten dat u eeuwig leven hebt, u die gelooft in de naam van de Zoon van God. 14 ¶ Wij kunnen ons vol vertrouwen tot God wenden, in de zekerheid dat hij naar ons luistert als we hem iets vragen dat in overeenstemming is met zijn wil. 15 En omdat we weten dat hij naar ons luistert, wat we hem ook vragen, weten we ook dat we alles al hebben gekregen wat we hem gevraagd hebben. 16 Als iemand zijn broeder of zuster een zonde ziet begaan die niet tot de dood leidt, moet hij voor hem of voor haar bidden en zo de zondaar het leven geven. Dit geldt wanneer er sprake is van een zonde die niet tot de dood leidt. Er bestaat ook zonde die wel tot de dood leidt. In dat geval geldt mijn aansporing om te bidden niet. 17 Alle kwaad is zonde, maar niet elke zonde leidt tot de dood. 18 ¶ We weten dat iemand die uit God geboren is niet zondigt. De Zoon, die uit God geboren werd, beschermt hem, zodat het kwaad geen vat op hem heeft. 19 We weten dat wij uit God voortkomen, terwijl de hele wereld in de macht is van hem die het kwaad zelf is. 20 We weten ook dat de Zoon van God gekomen is en ons inzicht heeft gegeven om de Waarachtige te kennen. En wij zijn in de Waarachtige, omdat we in zijn Zoon Jezus Christus zijn. Hij is de ware God, hij is het eeuwige leven. 21 Kinderen, wees op uw hoede voor de afgoden.(NBV)

Vandaag het slot van een brief over de liefde. Je moet elkaar liefhebben, je naaste liefhebben als jezelf en alle liefde is uit God. En wie liefde heeft heeft het eeuwig leven. Liefde vergaat niet en blijft eeuwig bestaan. Dat is zo ongeveer de samenvatting die van de brief in dit laatste gedeelte wordt gegeven. Maar er staat nog meer bij. Iets over bidden, dat je soms moet doen en soms niet hoeft te doen. Voor veel gelovigen zal het toch vreemd in de oren klinken dat de Bijbel zegt dat er soms omstandigheden zijn waarin je niet moet bidden voor je naaste. Dat is namelijk als de zonde dodelijk is. Er zijn dus mensen die kwaad bedrijven en daarbij zelf hun leven in gevaar brengen zodat ze er dood aan gaan. Niet mee bemoeien zegt dit gedeelte. Want dat bidden is niet zomaar met je ogen dicht en je handen gevouwen op je knieën vallen maar is in de Geest van Jezus van Nazareth op de ander afstappen en die van het kwaad proberen af te brengen.

Je moet natuurlijk niet zo stom zijn daarbij je eigen leven op het spel te zetten. Dat doe je soms ongewild en onbedoeld. Wie ingrijpt in een ruzie op straat of in een vernieling op een late avond grijpt in bij kwaad dat niet tot de dood hoeft te leiden. Maar dat zinloos geweld keert zich maar al te vaak tegen degene die het wil bezweren, soms met dodelijke afloop. Het moet ons niet weerhouden in te grijpen. De liefde voor de naaste maakt dat we tegen het kwaad optreden ongeacht de gevolgen voor onszelf. Behalve dus als die gevolgen wat al te duidelijk tot onze eigen dood zouden leiden. Dat geldt ook voor ons als samenleving. Als we door het zenden van soldaten een oorlog kunnen voorkomen of beëindigen moeten we dat niet laten, zeker niet als er door de Verenigde Naties om gevraagd wordt. Maar we moeten daarbij dus niet zelf in een oorlog verzeild raken. Daarom was dat onderzoek naar de politieke steun aan de inval van Amerika en Engeland in Irak zo belangrijk. Die inval was niet op verzoek van de Verenigde Naties of de Veiligheidsraad en leidde tot een oorlog. Door steun te verlenen aan die oorlog raakten ook wij daarbij betrokken.

We weten dat oorlog leidt tot de dood. We weten dat oorlog misschien alleen te rechtvaardigen is als de volken van de wereld samen recht en gerechtigheid willen afdwingen waar alle andere middelen om recht en gerechtigheid te brengen hebben gefaald. Er zijn ook vandaag tal van situaties waarbij het overwegen van dergelijke ingrepen gerechtvaardigd lijken te zijn, de Anglicaanse emeritus bisschop Tutu uit Zuid Afrika vraagt bijvoorbeeld om een dergelijk ingrijpen in Zimbabwe. Maar voordat de Verenigde Naties tot een dergelijk ingrijpen besluiten moeten we dat niet doen. We begeven ons anders op de weg van een kwaad dat we zelf willen bestrijden. Afstappen op onze broeders is het eerste dat we moeten doen, mensenrechten op de internationale agenda houden. En als we werkelijk het recht en de gerechtigheid willen nastreven ongeacht de gevolgen voor onszelf dan mogen ook economische gevolgen geen rol spelen in ons streven naar mensenrechten voor alle mensen. In onze dagen zijn de macht, het eigen gelijk en de winsten van grote bedrijven afgoden waarvoor we moeten waken.

 

Zijn geboden zijn geen zware last

dinsdag, 12 mei, 2015

1 Johannes 5:1-12

1 ¶ Ieder die gelooft dat Jezus de christus is, is uit God geboren, en ieder die de Vader liefheeft, heeft ook lief wie uit hem geboren zijn. 2 Dat wij Gods kinderen liefhebben weten we doordat we God liefhebben en zijn geboden naleven. 3 Want God liefhebben houdt in dat we ons aan zijn geboden houden. Zijn geboden zijn geen zware last, 4 want ieder die uit God geboren is, overwint de wereld. En de overwinning op de wereld hebben wij behaald met ons geloof. 5 Wie anders kan de wereld overwinnen dan hij die gelooft dat Jezus de Zoon van God is? 6 ¶ Hij, Jezus Christus, is gekomen door water en bloed-niet door het water alleen, maar door het water en het bloed. En de Geest getuigt ervan, omdat de Geest de waarheid is. 7 Er zijn dus drie getuigen: 8 de Geest, het water en het bloed, en het getuigenis van deze drie is eensluidend. 9 Als we het getuigenis van mensen aannemen, zullen we zeker het getuigenis van God aannemen, dat zoveel meer gezag heeft, want het is het getuigenis dat God over zijn Zoon gegeven heeft. 10 ¶ Wie in de Zoon van God gelooft, draagt het getuigenis in zich. Wie God niet gelooft, maakt hem tot leugenaar, omdat hij geen geloof hecht aan het getuigenis dat God over zijn Zoon gegeven heeft. 11 Dit getuigenis luidt: God heeft ons eeuwig leven geschonken en dat leven is in zijn Zoon. 12 Wie de Zoon heeft, heeft het leven. Wie de Zoon van God niet heeft, heeft het leven niet. (NBV)

Denk nu niet dat het leven daardoor gemakkelijk wordt. Wie gelooft heeft door het geloof de wereld overwonnen staat er. Dat betekent niet dat gelovigen nu de baas van de wereld zijn geworden. Er zijn er die zich zo gedragen maar die noemen zich gelovig maar zijn het niet. Nee als je werkelijk gelooft dan heb je geen behoefte meer aan de manieren die in de wereld gewoon zijn. Dan is er geen streven meer om de baas over mensen te worden, om op te vallen als de beste, de rijkste, de mooiste. Dan geldt alleen nog het lot van broeders en zusters, het lot van de minsten op aarde. Dan is er alleen nog de vraag of de hongerigen gevoed zijn, de gevangenen bezocht, de naakten gekleed en de bedroefden getroost. Dan rust je niet voor er eerlijke handelsverhoudingen zijn waardoor mensen een eerlijke beloning krijgen voor het werk dat ze verrichten.

Dat allemaal te doen is geen zware last. Dat zijn namelijk geen wetten in de zin van de strafwet die wij kennen maar het zijn richtlijnen voor een menselijke samenleving en die wil iedereen wel. Wie zich bekommert om de naaste, wie de naaste liefheeft als zichzelf weet dat daaraan een enorme vreugde te ontlenen is. Mensen die in de voedselbanken werken weten dat de voedselbanken schandvlekken zijn op onze rijke samenleving, tekenen dat mensen wel willen delen maar dat de samenleving als geheel niet op delen is ingericht. Maar diezelfde mensen zien de vreugde van mensen die in tijden geen warme maaltijd konden eten, die hun kinderen geen brood mee naar school konden geven of met een goed ontbijt van huis konden laten gaan. Die vreugde geeft een warmte en blijdschap die onbeschrijfelijk is. De mensen die zich op die manier met de geboden van God bezig houden voelen zich bevrijd van de wereld. De druk om te presteren om meer en meer te presteren is verdwenen. Die bevrijding kon alleen omdat Jezus van Nazareth, de bevrijder, de Christus in het Grieks, kon worden nagevolgd.

Die Jezus Bevrijder, Jezus Christus, was een mens, net als alle mensen geboren in water en bloed. Daarom kan hij worden nagevolgd. Als je in zijn Geest werkt dan weet je dat het waar is, op die manier zeggen we dat zijn Geest er van getuigt. De briefschrijver noemt drie getuigen. Welke getuigen bedoeld worden weten we niet precies. Er zijn verschillende handschriften van deze brief die verschillende getuigen noemen op dezelfde plaats. De Nieuwe Bijbelvertaling kiest voor “de Geest, het water en het bloed”, maar er zijn ook handschriften die noemen “de Vader, het Woord of de Zoon, en de Geest” en die drie zijn één staat er dan. Omdat Jezus van Nazareth het gebod van God volgde, omdat hij mens was die gevolgd kan worden, omdat in zijn Geest gewerkt kan worden is het goddelijk om dat gebod te doen. Je naaste liefhebben als jezelf, hoe je het ook zegt, het is te doen, het is heerlijk om te doen.