Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor mei, 2015

Alles wat adem heeft

zondag, 31 mei, 2015

Psalm 150

1 ¶  Halleluja! Loof God in zijn heilige woning, loof hem in zijn machtig gewelf, 2  loof hem om zijn krachtige daden, loof hem om zijn oneindige grootheid. 3  Loof hem met hoorngeschal, loof hem met harp en lier, 4  loof hem met dans en tamboerijn, loof hem met snaren en fluit. 5  Loof hem met klinkende bekkens, loof hem met slaande cimbalen. 6  Alles wat adem heeft, loof de HEER.  (NBV)

Dit is de laatste Psalm uit het boek van de Psalmen. Het is zeker niet het laatste lied dat in de Bijbel staat want het wemelt in de Bijbel van de liederen. Wij kennen niet al die liederen als lied want de grondtalen van de Bijbel staan soms zo ver van ons af dat het bijna niet te doen is om de poëzie van de Bijbel om te zetten in een poëzie die voor ons ook te zingen is. Het is daarom opmerkelijk dat dat met de poëzie uit het boek van de Psalmen wel het geval is. Er zijn verschillende vertalingen die op muziek zijn gezet waardoor je de Psalmen kunt zingen. Bekend is bijvoorbeeld de vertaling van de dichteres Ida Gerhardt en de theologe Marie van der Zeijde, maar ook de Psalmen uit de Naardense Bijbel zijn inmiddels op muziek gezet.

In de Protestantse Kerk is het zogenaamde Geneefse Psalter bekend. Tijdens de reformatie in de zestiende eeuw vonden de predikanten in Geneve dat het volk moest kunnen zingen in de eredienst. De oproep uit deze Psalm 150 stond voor hen daarbij centraal. De leidende theoloog en hervormer uit die dagen Johannes Calvijn steunde hun streven en moedigde dichters en componisten aan om alle psalmen zo te bewerken dat ze voor het volk zingbaar werden in hun eigen taal. In Nederland werd dat voorbeeld gevolgd en uiteindelijk wonnen de psalmen die zingbaar waren op de melodieën uit Geneve het pleit in de kerken. Nog halverwege de vorige eeuw hebben dichters op verzoek van de kerken een nieuwe berijming gemaakt. Maar Psalm 150 beperkt zich niet tot zingen. Allerlei instrumenten worden ingeroepen om de lof van de Heer te bezingen. En de lof van de Heer kun je alleen maar bezingen als je gezorgd hebt dat iedereen daar aan mee kan doen, dat er niemand meer is die hongerig, naakt, ziek of gevangen langs de kant van de weg moet blijven zitten. Dan alleen kun je oproepen dat alles wat adem heeft de Heer moet loven.

Dan pas kan ook het Halleluja klinken, het werkwoord dat de dienst aan God weergeeft en dus gaat over de dienst aan de minsten in onze samenleving. Maar zang en muziek zijn niet het enige om God te loven. Ook de dans moet er aan te pas komen. God loven doe je met alles wat in je is. Wat dat betreft kunnen onze Nederlandse kerken soms nog heel veel leren van de kerken uit de zogenaamde arme landen, daar zijn de christenen vaak heel wat rijker in hun lofuitingen dan in onze deftige rijke westerse kerken. Wie in de Bijlmer in Amsterdam wel eens een kerkdienst van vreemdelingen heeft meegemaakt zal onder de indruk gekomen zijn van zang, snarenspel en dans die onophoudelijk de lof van God uitdragen. Die lof wordt dan uitgedragen door mensen die in onze samenleving op het minimum moeten leven, uitgebuit en vervolgd worden, op alle manieren aan de kant worden gezet. Zij hebben maar één sterke bondgenoot, God, mogen wij leren dienaren van die God te worden.

Keer u af van uw huidige leven

zaterdag, 30 mei, 2015

Handelingen 2:29-42

29  Broeders en zusters, u zult mij wel toestaan dat ik over de aartsvader David zeg dat hij gestorven en begraven is; zijn graf bevindt zich immers nog steeds hier. 30  Maar omdat hij een profeet was en wist dat God hem onder ede beloofd had dat een van zijn nakomelingen zijn troon zou bestijgen, 31  heeft hij de opstanding van de messias voorzien en gezegd dat deze niet aan het dodenrijk zou worden overgeleverd en dat zijn lichaam niet tot ontbinding zou overgaan. 32  Jezus is door God tot leven gewekt, daarvan getuigen wij allen. 33  Hij is door God verheven, zit aan zijn rechterhand, en heeft van de Vader de heilige Geest, die ons beloofd is, ontvangen. Die Geest heeft hij op ons doen neerdalen, en dat is wat u ziet en hoort. 34  David is weliswaar niet naar de hemel opgestegen, maar toch zegt hij: “De Heer sprak tot mijn Heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, 35  tot ik je vijanden onder je voeten heb gelegd.’ ” 36  Laat het hele volk van Israël er daarom zeker van zijn dat Jezus, die u gekruisigd hebt, door God tot Heer en messias is aangesteld.’ 37 ¶  Toen ze dit hoorden, waren ze diep getroffen en vroegen aan Petrus en de andere apostelen: ‘Wat moeten we doen, broeders?’ 38  Petrus antwoordde: ‘Keer u af van uw huidige leven en laat u dopen onder aanroeping van Jezus Christus om vergeving te krijgen voor uw zonden. Dan zal de heilige Geest u geschonken worden, 39  want voor u geldt deze belofte, evenals voor uw kinderen en voor allen die ver weg zijn en die de Heer, onze God, tot zich zal roepen.’ 40  Ook op nog andere wijze legde hij getuigenis af, waarbij hij een dringend beroep op zijn toehoorders deed met de woorden: ‘Laat u redden uit dit verdorven mensengeslacht!’ 41  Degenen die zijn woorden aanvaardden, lieten zich dopen; op die dag breidde het aantal leerlingen zich uit met ongeveer drieduizend. 42 ¶  Ze bleven trouw aan het onderricht van de apostelen, vormden met elkaar een gemeenschap, braken het brood en wijdden zich aan het gebed.(NBV)

Mooie preek van Petrus lezen we vandaag. Maar die preek was bedoeld voor de mensen in Jeruzalem die op het traditionele Pinksterfeest ineens een geluid hadden gehoord als van een geweldige ademwind, zonder dat de storm was opgestoken, en een groep mensen hadden gezien die wel op een stel brandende braambossen leken. Sommige toeschouwers dachten zelfs dat ze dronken waren zo op de vroege morgen roepend over de bevrijding die was gekomen door te leven in de Geest van God die ze hadden leren kennen en gekregen door hun voorganger Jezus van Nazareth. Petrus legt hier uit wat het allemaal te betekenen heeft. Het gaat om vertrouwen op God. De Romeinse overheersing was ondraaglijk geworden. Die volgelingen van Jezus van Nazareth konden er over mee praten. Die Jezus was immers door de Romeinen aan een kruis gehangen.

De vraag was wat nu? Neem je met geweld wraak voor de moord of is er een andere weg. Petrus komt met een andere weg, een weg die ze van die Jezus hadden geleerd. De weg terug naar het oude geloof in de God die met je meegaat door de woestijn, die je vijanden aan je voeten zal leggen als je je houdt aan de richtlijnen voor de menselijke samenleving, de richtlijn voor breken en delen, de oproep tot zorgen voor elkaar. Ooit waren mensen geschapen naar Gods beeld, ooit had Mozes de bevrijder God ontmoet in een brandende braambos in het hart van de woestijn en ooit had de grootste Koning van Israel, David gezegd dat als je God als Heer erkent je Heer nooit verslagen of gedood kan worden. De Liefde, die God is, sterft nooit en nergens.

Zo waren de 120 volgelingen van Jezus bij elkaar gekomen en zo nodigden ze iedereen uit om er aan mee te gaan doen. Een eigen gemeenschap die niet onderdrukt kon worden door de Romeinen. Die Romeinen konden de mensen doden, maar nooit de Liefde, nooit de gemeenschap. Je moet dan wel durven op een radikaal andere manier te gaan leven. Geen baas en geen heerser heeft het dan meer te vertellen. Alleen de liefde voor de zwakste, voor de naaste, alleen delen van wat je hebt telt nog. Na die indrukwekkende preek van Petrus lieten 3000 mensen zich dopen als teken dat ze echt het oude leven van zich afspoelden en het nieuwe leven begonnen. In één klap was die kleine groep van 120 volgelingen een grote groep geworden. En vandaag en morgen kunnen ook wij ons er, misschien opnieuw, bij aansluiten. Je kunt je zelfs laten dopen als je nog niet gedoopt bent, bel maar een dominee in de buurt, overal is er één.

Uw volk staat klaar

vrijdag, 29 mei, 2015

Psalm 110

1 ¶  Van David, een psalm. De HEER spreekt tot mijn heer: ‘Neem plaats aan mijn rechterhand, ik maak van je vijanden een bank voor je voeten.’ 2  Uit Sion reikt de HEER u de scepter van de macht, u zult heersen over uw vijanden. 3  Uw volk staat klaar op de dag dat u ten strijde trekt. Op de heilige bergen, uit de schoot van de dageraad, komt tot u de dauw van uw jeugd. 4  De HEER heeft gezworen, en komt op zijn eed niet terug: ‘Je bent priester voor eeuwig, zoals ook Melchisedek was.’ 5 ¶  De Heer aan uw rechterhand verplettert koningen op de dag van zijn toorn. 6  Hij berecht de volken, verplettert hoofden, overal op aarde, lijken stapelen zich op. 7  Hij drinkt onderweg uit de beek en dan heft hij zijn hoofd. (NBV)

Deze psalm wordt vaak gezongen op de minst begrepen Christelijke feestdag, Hemelvaartsdag,. We moeten dat op die dag over het algemeen wel thuis zingen, want kerkdiensten zijn er maar weinig op deze kerkelijke hoogtijdag. Eigenlijk is dat wel vreemd. Want het is een soort kerkelijke koningsdag. Voor gelovigen is er immers maar één Heer, maar één echte Koning, maar één machthebber op de hele wereld die het werkelijk voor het zeggen heeft. Dat is God en in die God Jezus van Nazareth. Die Hemelvaartsdag is ook een beetje de verjaardag van de troonsbestijging door Jezus van Nazareth. Deze Psalm past daar wonderwel bij. In deze Psalm wordt immers een duurzame heerschappij toegezegd  aan de vorst die zit aan de rechterhand van God. Op Sion krijgt hij de scepter van de macht en de belofte te mogen heersen over zijn vijanden. En Sion is de berg waar de Tempel staat, het centrum van de Wereld waar de Wet van heb Uw naaste lief als Uzelf wordt bewaard.

De Psalm zegt dus eigenlijk dat de Liefde voortaan de wereld zal regeren en dat iedereen die tegen die liefde ten strijde trekt zal verliezen. Deze Psalm maakt de Tempel en het Paleis tot een eenheid. De Koning die hier wordt aangekondigd is ook Priester, zoals de Priester Koning Melchisedek ooit Priester en Koning was en zo Abraham kon zegenen toen die de vijanden van de koningen van Kanaaän had verslagen. Veel later zal ook Paulus Jezus van Nazareth vergelijken met deze Priester Koning en vertellen hoe Jezus van Nazareth niet alleen de enige werkelijke Heer van de Wereld is maar ook regeert vanuit de Tempel waar de liefde voor de naaste centraal staat. We hoeven het op Hemelvaartsdag dus niet achter de wolken te zoeken of boven de sterren maar we kunnen alvast een beetje de hemel op aarde vestigen. Als we immers de Heer van de Wereld als Heer erkennen en in zijn voetsporen de Liefde laten beslissen over ons doen en laten dan mogen we er op vertrouwen dat het beter zal gaan met deze wereld.

Dan zullen de hongerigen gevoed worden, de naakten gekleed, wie vastgelopen was zal weer in beweging komen, oorlogen zullen verlopen in vrede, wapens worden omgesmeed tot ploegscharen, onvruchtbare woestijnen zullen tot bloei komen en de angst die mensen uit elkaar houdt zal verdwijnen. Dat is het visioen waar deze Psalm een deel van is. Denk nu niet dat het een zoet verhaal is dat eenvoudig te realiseren is. De Psalm spreek niet voor niets over hoofden die verpletterd worden en lijken die zich opstapelen. Het verzet tegen een wereld waarin de liefde regeert is nog steeds groot en gewelddadig. Maar dat verzet mag ons er nooit van weerhouden er gewoon maar mee te beginnen. Zelf maar kopen in de Fair Trade winkels, werken in de voedselbank of een van die heel veel vrijwilligerstaken op ons nemen die het goede laten doen en niet dan het goede. Dan varen wij ten Hemel, dan wordt de aarde een Paradijs.

Jongeren zullen visioenen zien

donderdag, 28 mei, 2015

Handelingen 2:14-28

14 ¶  Daarop trad Petrus naar voren, samen met de elf andere apostelen, verhief zijn stem en sprak de menigte toe: ‘U, Joden en inwoners van Jeruzalem, luister naar mijn woorden en neem ze ter harte. 15  Deze mensen zijn niet dronken, zoals u denkt; het is immers pas het derde uur na zonsopgang. 16  Wat hier nu gebeurt, is aangekondigd door de profeet Joël: 17  “Aan het einde der tijden, zegt God,  zal ik over alle mensen mijn geest uitgieten. Dan zullen jullie zonen en dochters profeteren, jongeren zullen visioenen zien en oude mensen droomgezichten. 18  Ja, over al mijn dienaren en dienaressen zal ik in die tijd mijn geest uitgieten, zodat ze zullen profeteren. 19  Ik zal wonderen doen verschijnen aan de hemel boven en tekenen geven op de aarde beneden, bloed en vuur en rook. 20  De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed voordat de grote, stralende dag van de Heer komt. 21  Dan zal ieder die de naam van de Heer aanroept worden gered.” 22  Israëlieten, luister naar wat ik u zeg: Jezus uit Nazaret is door God tot u gezonden, hetgeen gebleken is uit de grote daden en de wonderen en tekenen die God, zoals u bekend is, door zijn toedoen onder u heeft verricht. 23  Deze Jezus, die overeenkomstig Gods bedoeling en voorkennis is uitgeleverd, hebt u door heidenen laten kruisigen en doden. 24  God heeft hem echter tot leven gewekt en de last van de dood van hem afgenomen, want de dood kon zijn macht over hem niet behouden. 25  David zegt immers over hem: “Steeds houd ik de Heer voor ogen, hij is aan mijn zijde, ik wankel niet. 26  Daarom verheugt zich mijn hart en jubelt mijn tong van blijdschap. Ja, mijn lichaam zal behouden blijven, 27  want u zult mij niet overleveren aan het dodenrijk en het lichaam van uw trouwe dienaar zal niet tot ontbinding overgaan. 28  U hebt mij de weg naar het leven getoond, Uw nabijheid zal mij vervullen met vreugde.” (NBV)

Natuurlijk, jongeren weten altijd hoe de wereld er beter uit zou kunnen zien. Dat was al in de tijd van de profeet Joël zo en dat was in de tijd van Petrus niet anders. Ook nu is dat nog steeds zo. Oude mensen weten dat het dromen zijn, maar er zijn altijd mensen die die droomgezichten als mogelijkheden blijven zien en er aan blijven werken. De beroemste preek van dominee Martin Luther King heet in het Engels “I have a dream”, ik heb een droom. Hij had zo’n droomgezicht dat blanke en zwarte kinderen hand in hand zouden wandelen. Die droom is uitgekomen al zal er aan de gelijkheid nog veel moeten gebeuren. In de gevangenissen in Amerika zitten drie keer zo veel zwarte mensen als blanke mensen en zwarte mensen zijn van nature net zo crimineel als blanke mensen.

Maar de geest van God maakt dat je dit soort droomgezichten blijft zien. Dat jongeren dit soort visioenen blijven koesteren. Wie het verhaal kent van de onmetelijke en onvoorwaardelijke liefde voor mensen, een liefde die wonderen kan veroorzaken, die muren kan afbreken en mensen bij elkaar kan brengen, die gaat vanzelf die dromen dromen en vergezichten zien. Dat was waarvoor Petrus en de 11 andere apostelen opstonden en hun huis uitkwamen. Ze leken nu zelf brandende braambossen. De tijd dat alles gewoon maar door ging alsof er geen God en geen goddelijke richtlijnen waren was voorbij. Het einde van de tijden van de wereld was gekomen. Binnen de nieuwe beweging van Jezus van Nazareth waren slaven vrij, schulden kwijtgescholden en was de armoede opgeheven, precies zoals God het had voorgeschreven en de profeten het hadden voorspeld.

Het kon toen, het kan nu ook nog, je moet het gewoon gaan doen. Het is een kwestie van er enthousiast, begeesterd, aan beginnen. In Noord Holland werd vorige week het Luilak feest gevierd. Op de dag voor Pinksteren gingen jongeren  heel vroeg de huizen langs om met veel lawaai iedereen wakker te maken. Pinksteren is daar het feest van vroeg opstaan, opstaan om een nieuw leven te beginnen. Het leven in de geest van Jezus uit Nazareth. Het leven van delen met elkaar en recht en rechtvaardigheid. Het feest van gastvrijheid voor vreemdelingen, het feest waar voor iedereen genoeg te eten is en honger verdwenen. Pinksteren is het feest dat ons leert dat we er elke dag weer opnieuw mee kunnen beginnen. Dat we elke dag mogen opstaan om mensen lief te hebben, om te mogen geloven dat het kan, een wereld waarin mensen van elkaar houden en zo God eren. Elke dag, ook vandaag.

Vertrap wie zilver begeren

woensdag, 27 mei, 2015

Psalm 68:25-36

25 Een schouwspel is uw stoet, o God, de stoet van mijn God, mijn koning, naar zijn heiligdom: 26 voorop zangers, daarachter snarenspelers, omstuwd door meisjes met tamboerijnen. 27 Prijs God wanneer u samenkomt, prijs de HEER, u die aan Israëls bron bent ontsprongen. 28 Daar is Benjamin, de jongste, hij opent de rij, daar zijn de vorsten van Juda, uitbundig bijeen, de vorsten van Zebulon, de vorsten van Naftali. 29 Ontplooi uw macht, o God, de macht die u, God, ons altijd toonde, 30 vanuit uw tempel die boven Jeruzalem oprijst. Laten koningen u schatting brengen. 31 Vaar uit tegen het gedierte in het riet, die troep stieren, die kalveren van volken. Vertrap wie zilver begeren, verstrooi de volken die belust zijn op strijd. 32 Laten de gezanten uit Egypte zich aandienen, de Nubiërs met geschenken zich haasten naar God. 33 Koninkrijken der aarde, zing voor God, zing een lied voor de Heer, sela, 34 voor hem die rijdt door de hoogste, eeuwige hemel. Hoor, zijn stem is een machtige stem. 35 Erken Gods macht: zijn majesteit heerst over Israël, zijn macht reikt tot boven de wolken. 36 Ontzagwekkend bent u, God, in uw heiligdom. De God van Israël, hij geeft macht en nieuwe kracht aan zijn volk. Geprezen zij God! (NBV)

Het laatste deel van de psalm over de intocht van het volk Israel in het beloofde land. Het ging bijna mis doordat iemand stiekum toch wat zilver als buit nam, ondanks het bevel om dat niet te doen. Het ging immers om het delen van een land overvloeiende van melk en honing. wie niet wilde delen moest wel worden aangepakt, maar ook het volk Israel moest willen delen. Het had zelfs strenge wetten om de vreemdelingen bij de samenleving te betrekken. Je moet dus als volk die de richtlijnen voor de menselijke samenleving wil toepassen ook een voorbeeld willen zijn. Dat geldt niet alleen voor het volk Israel maar ook voor de volgelingen van Jezus van Nazareth. Uit het verhaal van Israel maar ook uit het verhaal van de volgelingen van Jezus van Nazareth zijn vele voorbeelden te geven waar opgeroepen wordt om dat voorbeeld te zijn.

De macht van de Liefde, Gods macht hier genoemd, heerst over Israel, die macht is sterker dan wat ook op aarde of in de hemel. zelfs de wolken die de oogst kunnen verwoesten brengen je niet tot honger als je allemaal onvoorwaardelijk bereid bent om met elkaar te delen. Dat is de les die het volk Israel in de woestijn had geleerd. Daar kun je niet overleven als je niet onvoorwaardelijk bereid bent om te delen. De volgelingen van Jezus van Nazareth hadden het geleerd onder de wrede Romeinse bezetting. Je werd pas weer mens, je kon pas weer liefhebben als je bereid was te delen met de armsten in de samenleving, als je bereid was om met gelijkgestemden alles te delen en voor elkaar zorg te dragen. Die macht is onbreekbaar, onoverwinbaar, dat heeft het volk van Israel, dat hebben de volgelingen van Jezus van Nazareth ervaren.

Het volk Israel keerde terug uit ballingschap door het vasthouden aan dat gebod van de Liefde. De volgelingen van Jezus van Nazareth zagen hun beweging groeien door ook na de dood van Jezus te blijven geloven in zijn leven en door te gaan met zijn verhaal als met het verhaal van een levende. Die kracht werkt op de aarde tot de dag van vandaag. Die kracht doet elke dag mensen opstaan tegen onrecht, discriminatie, honger, geweld en de vernedering van mensen omdat alle mensen je broeders en zusters zijn. Die macht maakt dat we elke dag opnieuw mee mogen doen in die beweging, ja zelfs ontelbare malen op een dag ons weer opnieuw mogen aansluiten bij die beweging. Zo sterk is die beweging dat niemand en niets, zelfs de dood niet, dat kan tegenhouden. Hij geeft kracht aan zijn volk, hij geeft die kracht aan elk van ons.

U voerde gevangenen mee

dinsdag, 26 mei, 2015

Psalm 68:12-24

12 De HEER sprak een bevel uit, een menigte vrouwen zei het voort: 13 ‘Koningen vluchten, hun legers vluchten, thuis verdelen de vrouwen de buit 14 en jullie slapen bij de schaapskooi!’ De vleugels van de duif waren met zilver bedekt, haar slagpennen met geelgroen goud: 15 de Ontzagwekkende dreef koningen uiteen, sneeuw viel neer op de Salmon. 16 Machtige berg, berg van Basan, veeltoppige berg, berg van Basan, 17 waarom afgunstig, veeltoppig gebergte, op de berg die God als zetel koos? De HEER woont daar voor eeuwig. 18 Met machtige wagens, tweemaal tienduizend, met duizenden en duizenden, trok de Heer van de Sinai naar het heiligdom. 19 U voerde gevangenen mee, eiste gaven van opstandige mensen, en steeg op naar uw woning, HEER, onze God. 20 Geprezen zij de Heer, dag aan dag, deze God draagt ons en redt ons, sela 21 onze God is een reddende God. Bij God, de HEER, is bevrijding uit de dood. 22 God verplettert de hoofden van zijn vijanden, de harige kruinen van wie met schuld zijn beladen. 23 De Heer zegt: ‘Ik haal jullie vijanden uit Basan, ik haal ze uit de diepten van de zee: 24 jullie voeten zullen waden in hun bloed, met hun tong zullen jullie honden ervan likken.’ (NBV)

Toen het volk Israel uit Egypte vertrok waren het slaven, gevangenen, en heel lang in de geschiedenis van Israel bleef het besef levend dat ze bevrijde slaven waren. Door het dienen van die God die Mozes hen had getoond waren ze bevrijd geworden, hadden ze de woestijn kunnen trotseren en waren ze in het beloofde land gekomen. Dit deel van de Psalm bezingt op poëtische wijze de intocht in het beloofde land. Daar kwam de Heilige Tent uiteindelijk tot rust na alle omzwervingen. Zeker David moet dat zo gevoeld hebben want hij deed verschillende pogingen de Tent naar Jeruzalem te brengen voordat hij er in slaagde. En dan nog mocht hij er geen Tempel voor bouwen want een Tempel zou te snel hetzelfde zijn als de omringende volken voor hun goden hadden. De Godsdienst van Israel is een heel ander soort godsdienst, zeker geen religie zoals volken een religie hebben.

Op de berg Sinaï had het gedonderd en gebliksemd, vuur was er van de berg af gekomen toen ze richtlijnen voor een menselijke samenleving hadden gekregen. Daarin werd verteld over die ene God die geen andere goden duldde en over hoe je je naaste lief moest hebben als jezelf. Elk jaar als de eerste vruchten van de oogst binnengehaald waren trokken ze op naar het Heiligdom in Jeruzalem om met een grote maaltijd het ontvangen van die richtlijnen te vieren en zich te herinneren hoe die richtlijnen ook al weer in de praktijk gebracht moeten worden. Later waren de Grieken dat feest Pinksteren gaan noemen omdat het vijftig dagen na Pasen was. Die Grieken wisten niet dat het zeven maal zeven dagen had geduurd tussen de bevrijding uit Egypte en het ontvangen van de richtlijnen voor die nieuwe samenleving in dat beloofde land. Dat Pinksterfeest was dus een dankfeest, voor de oogst maar vooral voor de richtlijnen die zeiden dat die oogst gedeeld moest worden.

Veel eeuwen later zouden de volgelingen van Jezus van Nazareth op dat Pinksterfeest beweren dat het enige wat van die richtlijnen overbleef het delen van alles met elkaar was. Ook toen vlamde en stormde het zo leek het tenminste. Als het het delen was dan zouden de duizenden en duizenden inderdaad naar het Heiligdom van God komen. Inmiddels zijn er miljoenen bij die beweging van Jezus van Nazareth aangesloten, verenigd in talrijke kerken en kerkelijke gemeenten. Het delen met elkaar, het zorgen voor de armsten in de samenleving, de armsten in de wereld, blijft echter ook na Pinksteren nog steeds een zaak waarvoor gestreden en geleden moet worden. Waar ook de volgelingen van Jezus van Nazareth elke dag opnieuw mee moeten beginnen en opnieuw toe moeten oproepen. vandaag met het zingen van deze Psalm.

Gevangenen vrijheid en voorspoed geven

maandag, 25 mei, 2015

Psalm 68:1-11

1 ¶  Voor de koorleider. Van David, een psalm, een lied. 2 God staat op, zijn vijanden stuiven uiteen, zijn haters vluchten als hij verschijnt. 3 U verdrijft ze zoals wind de rook verdrijft. Zoals was smelt bij het vuur, zo vergaan de zondaars als God verschijnt. 4 Maar de rechtvaardigen verblijden zich, zij juichen als God verschijnt, uitgelaten van vreugde. 5 Zing voor God, bezing zijn naam, maak ruim baan voor hem die door de vlakten rijdt, HEER is zijn naam, jubel als hij verschijnt: 6 vader van wezen, beschermer van weduwen, God in zijn heilig verblijf. 7 God geeft eenzamen een thuis en gevangenen vrijheid en voorspoed. Maar opstandigen zullen wonen op dorre grond. 8 God, toen u optrok aan het hoofd van uw volk, toen u voortschreed door de woestijn, sela, 9 beefde de aarde, en water stortte uit de hemel toen God verscheen, de heerser van de Sinai, toen God verscheen, de God van Israël. 10 U liet een milde regen neerdalen, God, en schonk uw uitgeput land nieuwe kracht. 11 Uw kleine kudde ging er wonen, in uw goedheid, God, gaf u het aan de zwakken. (NBV)

Drie dagen lang zullen we zingen van Psalm 68. Een zangstuk, een musiceerstuk staat er zelfs oorspronkelijk, van David. En David was voor Israel het symbool van de ideale koning. De koning die het land Israel haar plaats onder de volken had gegeven. Na David had niemand meer durven ontkennen dat er ooit een koninkrijk Israel was geweest. Maar David was ook de Koning die de godsdienst van Israel centraal had gesteld. Hij had de Heilige Tent haar plaats in de hoofdstad gegeven. Hij had van de staat Israel een rechtstaat gemaakt waar recht en gerechtigheid hadden geheerst. Een zoon van David zou het rijk definitief bevrijden van onderdrukking en recht doen aan de armsten in het land.
Op de eerste Pinksterdag hebben we gelezen hoe de volgelingen van Jezus van Nazareth geloofden dat die Jezus de beloofde zoon van die Koning David was. En in het eerste deel van de psalm die we vandaag beginnen te zingen komen ze allemaal voorbij, de weduwen en de wezen, de eenzamen. De rechtvaardigen verblijden zich bij zoveel rechtvaardigheid. Heel uitdrukkelijk worden in deze psalm ook de gevangenen genoemd. En in onze dagen denken we dan direct aan Amnesty International. De particuliere organisatie die opkomt tegen het gevangen zetten van mensen om wat ze denken. We hebben voor geweld, voor diefstal en bedrog, nog niet veel andere oplossingen gevonden dan het opsluiten van mensen. Dat opsluiten moet wel menselijk gebeuren, en wie opgesloten wordt moet volgens onafhankelijke rechtsprocedures op basis van feitelijk bewijs worden veroordeeld.
Maar het opsluiten van mensen om wat ze denken, wat ze zeggen, wat ze vinden, en waarvan ze anderen van willen overtuigen vinden we onder alle omstandigheden verwerpelijk. Juist ons eigen geloof in de rechtvaardigheid roept altijd weer tegenstand op. Ook in deze psalm worden de opstandigen genoemd. De machtigen en de rijken die weigeren te delen bestrijden de roep om gerechtigheid. Daarom is het werk van Amnesty International, los van de vraag voor welke overtuiging mensen opgekomen zijn, altijd een werk dat spoort met de roep van de Bijbel om op te komen voor gevangenen. Mensen moeten tot geloof komen door het horen van het verhaal en niet door geweld. Juist door het geweld van het kruis, en geweld als antwoord daarop, af te wijzen en de liefde als antwoord op het kruis centraal te stellen is het christendom als beweging ontstaan. Surf vandaag dus eens al zingend met deze psalm naar de site van Amnesty International.

Het Pinksterfeest

zondag, 24 mei, 2015

Handelingen 2:1-13

1 ¶  Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren ze allen bij elkaar. 2  Plotseling klonk er uit de hemel een geluid als van een hevige windvlaag, dat het huis waar ze zich bevonden geheel vulde. 3  Er verschenen aan hen een soort vlammen, die zich als vuurtongen verspreidden en zich op ieder van hen neerzetten, 4  en allen werden vervuld van de heilige Geest en begonnen op luide toon te spreken in vreemde talen, zoals hun door de Geest werd ingegeven. 5 ¶  In Jeruzalem woonden destijds vrome Joden, die afkomstig waren uit ieder volk op aarde. 6  Toen het geluid weerklonk, dromden ze samen en ze raakten geheel in verwarring omdat ieder de apostelen en de andere leerlingen in zijn eigen taal hoorde spreken. 7  Ze waren buiten zichzelf van verbazing en zeiden: ‘Het zijn toch allemaal Galileeërs die daar spreken? 8  Hoe kan het dan dat wij hen allemaal in onze eigen moedertaal horen? 9  Parten, Meden en Elamieten, inwoners van Mesopotamië, Judea en Kappadocië, mensen uit Pontus en Asia, 10  Frygië en Pamfylië, Egypte en de omgeving van Cyrene in Libië, en ook Joden uit Rome die zich hier gevestigd hebben, 11  Joden en proselieten, mensen uit Kreta en Arabië-wij allen horen hen in onze eigen taal spreken over Gods grote daden.’ 12  Verbijsterd en geheel van hun stuk gebracht vroegen ze aan elkaar: ‘Wat heeft dit toch te betekenen?’ 13  Maar sommigen zeiden spottend: ‘Ze zullen wel dronken zijn.’ (NBV)

Vandaag lezen we het verhaal over het Pinksterfeest dat zo’n bijzondere betekenis kreeg door het optreden van die volgelingen van Jezus van Nazareth. Vandaag wordt dat in veel kerken gevierd, het is de verjaardag van de kerk. Dat Pinksterfeest was al een bestaand feest. Vijftig dagen na Pasen werden de eerste vruchten van de oogst naar de Tempel gebracht om er samen een maaltijd van de te houden. Die vijftig dagen zijn niet zomaar. Zeven maal zeven dagen zijn voorbijgegaan en zeven was het heilige getal. Na zeven maal zeven dagen is het dus wel een heel erg heilige dag. Het doet denken aan dat jaar na zeven maal zeven jaren waarop alle Israelieten het stukje land terug zouden krijgen dat ze bij de verdeling door Jozua hadden gekregen. De slaven zouden dan worden vrijgelaten en de schulden worden kwijtgescholden.

Iedereen kon met een schone lei weer opnieuw beginnen. Al die beloften waren eigenlijk nooit uitgekomen, een mooie wet maar voor een ordelijke samenleving toch iets te ingewikkeld. En dan komt er die Petrus die verteld dat die wet juist op die Pinksterdag uitgevoerd zal worden. Nog wel door het optreden van Jezus van Nazareth die vlak voor de laatste Paasviering als een slaaf was gekruisigd. Het was zelfs nog erger. Joden uit de hele bewoonde wereld waren naar Jeruzalem gekomen om dat Pinksterfeest mee te vieren. En toen die 120 volgelingen van Jezus van Nazareth hen uitnodigden mee te doen snapten ze allemaal waar het om te doen was, de richtlijnen voor de menselijke samenleving die zouden uitlopen op wat vroeger genoemd was “het aangename jaar van de Heer”. Dat was helemaal niet zo ingewikkeld, dat moet je gewoon samen gaan doen.

Schulden kwijt schelden voor arme landen bijvoorbeeld.  De rijkste landen in de wereld doen dat bijna elke G8 vergadering wel weer een beetje. Rechtvaardige handelsverhoudingen worden op die vergaderingen tegengehouden maar als wij alleen Max Havelaar en Fair Trade producten gebruiken kunnen ze er op de duur niet meer om heen. Anders Globalisten noemen ze mensen die voortdurend bedacht zijn op het lot van de armsten in de wereld. Mensen van de Weg gingen ze die volgelingen van Jezus van Nazareth noemen. De Weg van de liefde. Het is ongeloofelijk. Op die eerste Pinksterdag werden die volgelingen van Jezus uitgemaakt voor dronkaards, nu worden de Anders Globalisten uitgemaakt voor raddraaiers. Hoe het ook zij, willen we de armen bevrijden van schuld, honger en ellende, hen recht doen dan zullen we de wereld op z’n kop moeten zetten. Wat onder is moet dan boven komen.

Zijn dienende taak te verrichten

zaterdag, 23 mei, 2015

Handelingen 1:15-26

15 ¶  In die dagen stond Petrus op te midden van de leerlingen-er was een groep van ongeveer honderdtwintig mensen bijeen-en zei: 16  ‘Broeders en zusters, het schriftwoord waarin de heilige Geest bij monde van David heeft gesproken over Judas, de gids van hen die Jezus gevangen hebben genomen, moest in vervulling gaan. 17  Judas was een van ons en had deel aan onze dienende taak. 18  Van de beloning voor zijn schanddaad kocht hij een stuk grond, maar bij een val werd zijn buik opengereten, zodat zijn ingewanden naar buiten kwamen. 19  Alle inwoners van Jeruzalem hebben van deze gebeurtenis gehoord, en daarom noemen ze dat stuk grond in hun eigen taal Akeldama, wat ‘bloedgrond’ betekent. 20  In het boek van de Psalmen staat namelijk geschreven: “Laat zijn woonplaats een woestenij worden en laat niemand daar meer verblijven.” En ook: “Laat een ander zijn taak overnemen.” 21  Daarom moet een van de mannen die steeds bij ons waren toen de Heer Jezus onder ons verkeerde, 22  vanaf de doop door Johannes tot de dag waarop hij in de hemel werd opgenomen, samen met ons getuigen van zijn opstanding.’ 23  Ze stelden twee kandidaten voor: Josef Barsabbas, die de bijnaam Justus had, en Mattias. 24  Daarna baden ze als volgt: ‘U, Heer, doorgrondt ieders gedachten. Wijs van deze beide mannen degene aan die u gekozen hebt 25  om als apostel zijn dienende taak te verrichten en de plaats in te nemen van Judas, die zijn ondergang tegemoet is gegaan.’ 26  Ze lieten hen loten en het lot viel op Mattias. Hij werd aan de elf apostelen toegevoegd. (NBV)

Gisteren hebben we al gelezen dat de 11 apostelen samen met de vrouwen, de moeder van Jezus van Nazareth en diens broers, bij elkaar waren in Jeruzalem. Dat was bij elkaar een gezelschap van 120 personen lezen we vandaag. Dat is niet niks zo na de dood van Jezus van Nazareth en de vondst van een leeg graf en verhalen over zijn verschijning. Er waren echter oorspronkelijk 12 apostelen. Judas had Jezus verraden, had de bloedakker van Jesaja willen kopen maar was daarbij omgekomen. In een ander bijbelgedeelte staat dat hij heen ging en zich verhing maar Petrus vertelt ons hier dat hij ten val was gekomen. Er waren niet voor niets 12 apostelen gekozen. Er waren immers ook 12 stammen van Israel geweest, voor elke stam van Israel een zendeling. Er moest dus een nieuwe komen.

Dat ging pas echt democratisch, je zoekt er twee goede uit en loot dan tussen die twee. Er wordt nog wel eens gedaan of die 12 het bestuur van de nieuwe beweging vormden, de baas zouden zijn. Maar dat staat er niet. Ze waren dienaren van de gemeenschap. Zij immers hadden met Jezus van Nazareth opgetrokken en zij hadden gehoord wat hij verteld had. Dat verhaal, die boodschap van bevrijding moesten ze doorgeven. Doorgeven door te vertellen over wat ze gehoord en beleefd hadden en doorgeven door het met de anderen te leven. In een gemeenschap waar de een zich niet beter zou achten dan de ander. Dat is niet eenvoudig. Je ziet het aan elke regering, elk bestuur. De laatste jaren het meest duidelijk aan besturen van banken. Zij vinden zich zo veel beter dan de gemeenschap, het bedrijf, dat ze dienen dat ze buitengewone extra beloningen eisen, of zichzelf toerekenen. In de bankwereld zal dat hun ondergang worden. Bankiers die niet meer dienend naar medewerkenden en klanten kunnen optreden worden uitgespuugd. Maar dienaren van onze samenleving worden niet altijd gewaardeerd om wat ze doen.

Neem politiemensen die al jaren geen loonsverhoging kregen. Neem de thuiszorgenden die ontslagen worden omdat ze wegens bezuinigingen ook wel in een andere positie hetzelfde werk kunnen doen tegen een lagere beloning. Dat managers van zorginstellingen en ziekenhuizen ontslagen worden als ze veel meer verdienen dan een gemiddeld kamerlid hoor je eigenlijk nooit. Over de beloning van apostelen in veel te doen geweest in onze geschiedenis. Predikanten en kerkelijk werkers krijgen een salaris volgens CAO, los van de bijdragen van de gemeenten. Een apostel als Paulus vond zulke beloningen niet onterecht maar was er trots op zelf in zijn onderhoud te kunnen voorzien. Wij zullen bestuurders, leiders dus moeten beoordelen op hun dienstbaarheid, hun beloning kan niet anders geregeld zijn dan die van de medewerkenden van de gemeenschap. Zo zetten wij tekens van dat komende Koninkrijk.Dienend voor de zwaksten in de wereld, voor de armsten, de hongerigen en de naakten, de ontrechten en de slachtoffers van geweld. Voor zover ze die nog niet hebben gehoord of gesproken zullen we hen stem moeten geven. Als apostelen moeten we blijven vertellen over de bevrijding die er gekomen is en proberen voor te leven hoe het nieuwe Koninkrijk van Jezus van Nazareth er uit zou kunnen zien.

Wat staan jullie naar de hemel te kijken?

vrijdag, 22 mei, 2015

Handelingen 1:1-14

1 ¶  In mijn eerste boek, Theofilus, heb ik de daden en het onderricht van Jezus beschreven, 2  vanaf het begin tot aan de dag waarop hij in de hemel werd opgenomen, nadat hij de apostelen die hij door de heilige Geest had uitgekozen, had gezegd wat hun opdracht was. 3  Na zijn lijden en dood heeft hij hun herhaaldelijk bewezen dat hij leefde; gedurende veertig dagen is hij in hun midden verschenen en sprak hij met hen over het koninkrijk van God. 4  Toen hij eens bij hen was, droeg hij hun op: ‘Ga niet weg uit Jeruzalem, maar blijf daar wachten tot de belofte van de Vader, waarover jullie van mij hebben gehoord, in vervulling zal gaan. 5  Johannes doopte met water, maar binnenkort worden jullie gedoopt met de heilige Geest.’ 6 ¶  Zij die bijeengekomen waren, vroegen hem: ‘Heer, gaat u dan binnen afzienbare tijd het koningschap over Israël herstellen?’ 7  Hij antwoordde: ‘Het is niet jullie zaak om te weten wat de Vader in zijn macht heeft vastgesteld over de tijd en het ogenblik waarop deze gebeurtenissen zullen plaatsvinden. 8  Maar wanneer de heilige Geest over jullie komt, zullen jullie kracht ontvangen en van mij getuigen in Jeruzalem, in heel Judea en Samaria, tot aan de uiteinden van de aarde.’ 9  Toen hij dit gezegd had, werd hij voor hun ogen omhooggeheven en opgenomen in een wolk, zodat ze hem niet meer zagen. 10  Terwijl hij zo van hen wegging en zij nog steeds naar de hemel staarden, stonden er opeens twee mannen in witte gewaden bij hen. 11  Ze zeiden: ‘Galileeërs, wat staan jullie naar de hemel te kijken? Jezus, die uit jullie midden in de hemel is opgenomen, zal op dezelfde wijze terugkomen als jullie hem naar de hemel hebben zien gaan.’ 12 ¶  Daarop keerden de apostelen van de Olijfberg terug naar Jeruzalem. Deze berg ligt vlak bij de stad, op een sabbatsreis afstand. 13  Toen ze in de stad waren aangekomen, gingen ze naar het bovenvertrek waar ze verblijf hielden: Petrus en Johannes, Jakobus en Andreas, Filippus en Tomas, Bartolomeüs en Matteüs, Jakobus, de zoon van Alfeüs, en Simon de IJveraar en Judas, de zoon van Jakobus. 14  Vurig en eensgezind wijdden ze zich aan het gebed, samen met de vrouwen en met Maria, de moeder van Jezus, en met zijn broers. (NBV)

Vandaag gaan we in de aanloop naar het verhaal van Pinksteren opnieuw beginnen in het boek van de Handelingen van de Apostelen. Net als het Evangelie van Lucas is ook dit boek opgedragen aan Theofilus, Latijns voor de zoon van God, maar zo zou een Romein heel goed hebben kunnen heten. Dit boek vertelt hoe de boodschap van Jezus van Nazareth verspreid werd tot aan de einden der aarde. Het begint in Jeruzalem en het zal eindigen in Rome, in het hart van het Rijk. Het begint dan ook met de vraag of het Koningschap van David in Israel hersteld zal worden. Het eindigt er mee dat iedereen in de hele wereld de boodschap van Jezus kon horen. Wij weten dat uiteindelijk heel dat machtige Rijk van Rome ten onder zou gaan en dat een van de laatste keizers geen andere uitweg meer zou zien dan zich ook bij die beweging van de mensen van Jezus van Nazareth aan te sluiten. Zo ver zijn we nog niet. Eerst neemt Jezus afscheid van zijn leerlingen.

Ze zullen ontdekken waar ze de kracht vandaan kunnen halen om dat verhaal uit te dragen over heel de wereld. Daarvoor moeten ze in elk geval niet naar de hemel blijven staren. De hemel moet op aarde komen en daarvoor zullen zij, en wij dus ook, de aarde gereed moeten maken. In Jeruzalem komen ze dus bij elkaar in een zaal waar ze volgens het verhaal van Lucas ook het laatste Paasmaal met Jezus hadden gehouden. De 11 apostelen worden met name genoemd maar in één adem worden ook de vrouwen genoemd en Maria de moeder van Jezus en zijn broers. Jezus van Nazareth wordt vaak afgeschilderd als enig kind maar dat was hij zeker niet. Hij had broers en zusters en zijn broer Jacobus zou uiteindelijk het hoofd van de gemeente in Jeruzalem worden. Het was een heel gezelschap dat bij elkaar was, biddend en de psalmen zingend. Eensgezind staat er nog uitdrukkelijk bij want alleen als je echt samen probeert een gemeenschap te vormen dan kan zo’n klein gezelschap de hele wereld van de boodschap van Liefde en vrede doordringen.

En dat je dat samen moet blijven doen is duidelijk. Die Christelijke beweging lijkt uiteindelijk te versplinteren. In onze dagen zijn er vele kerkgenootschappen en religieuze groeperingen die proberen mensen bij de beweging van de Weg te betrekken. De beweging van die apostelen en andere volgelingen van Jezus van Nazareth, die daar samen in Jeruzalem bij elkaar gekomen waren, zouden de mensen van de Weg genoemd worden. Bij de kruisiging was er een keuze geweest. De Weg van vrede en het vermijden van een opstand en een oorlog zoals Jezus van Nazareth gegaan was. Hij had zijn leger van 120 man de zwaarden weer in de schede laten steken, en de weg van Bar Abbas die al een opstand geleid had tegen de Romeinen waar veel bloed had gevloeid. Die keuze tussen opstand en de lange weg van gemeenschappen zou blijven tot in het jaar 70. Toen liep de weg van opstand en geweld uit op de verwoesting van de Tempel en het verspreiden van het volk over het Romeinse Rijk. Christelijk wordt de beweging pas genoemd na de bekering van Saulus van Tarsus tot Paulus. Die versplintering was er al vanaf het begin, ieder zou de boodschap in de eigen taal verstaan, maar die eigen taal hoefde je niet op te geven. Waar je toe geroepen wordt is het scheppen en vormgeven van een samenleving, een wereld, gebaseerd op de Liefde, en die roep klinkt ook vandaag nog.