Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor januari, 2015

Hem verkondigen wij

zaterdag, 31 januari, 2015

Kolossenzen 1:24-2:5

24 Ik ben blij dat ik nu voor u lijd en dat ik in mijn lichaam mag aanvullen wat er nog aan Christus’ lijden ontbreekt, ten behoeve van zijn lichaam, de kerk, 25 waarvan ik de dienaar ben. Met het oog op u heeft God mij die dienende taak toevertrouwd, opdat zijn boodschap in al haar volheid verkondigd wordt: 26 het mysterie dat in alle eeuwen en voor alle generaties verborgen is geweest, maar nu aan zijn heiligen onthuld is.27 Aan hen heeft God bekend willen maken hoe glorierijk dit mysterie is voor alle volken: Christus is in u, hij is uw hoop op goddelijke luister.28 Hem verkondigen wij wanneer we iedereen waarschuwen en in alle wijsheid onderrichten, om iedereen tot volmaaktheid in Christus te brengen. 29 Daarvoor span ik mij in en strijd ik met zijn kracht, die volop in mij werkzaam is. 1 ¶ Ik wil dat u weet hoe zwaar de strijd is die ik voor u en de gelovigen in Laodicea voer, en voor alle anderen die mij nog nooit in levenden lijve hebben gezien. 2 Zo wil ik hen bemoedigen en hen in liefde bijeenhouden, opdat ze tot de volle rijkdom van allesomvattend inzicht komen, tot de kennis van Gods mysterie: Christus, 3 in wie alle schatten van wijsheid en kennis verborgen liggen. 4 ¶ Dit alles schrijf ik opdat niemand u met fraaie redeneringen op een dwaalspoor brengt. 5 Want hoewel ik lijfelijk niet aanwezig ben, ben ik in de geest wel bij u, en ik zie met vreugde hoe hecht u met elkaar verbonden bent en hoe onwrikbaar uw geloof in Christus is.(NBV)

Bespottelijk zullen vele lezers van deze brief uit de Christelijke gemeente verzucht hebben. Hebben ze het over een mysterie. Nu dat er mysteriën zijn dat wisten ze wel. Er waren zelfs mysterie godsdiensten. Er waren mysteriegenootschappen. En voor een lidmaatschap van zo’n godsdienst of zo’n genootschap moest je een lange weg van studie en inwijdingsriten afleggen voor je iets duidelijk werd van dat mysterie en je er bij mocht horen. Nu komt er zo’n Paulus, zo’n Joods mannetje en zijn navolgers, Joden meestal en ook nog wat Romeinen van dubieuze afkomst en die schrijven aan hun volgelingen dat het mysterie voor iedereen onthuld is. Dat je zonder lange studie en zonder ingewikkelde en geheimzinnige riten zo maar mee kunt doen. Dat druiste in tegen alle opvattingen over godsdienst die er in de dagen dat deze brief geschreven werd onder de mensen heerste. Nog steeds kennen we zich christelijk noemende stromingen en genootschappen waar eerst een serie riten en studies nodig zijn om er lid van te kunnen worden. Geheim blijft wie er lid zijn en waar het over gaat.

In de echte Christelijke gemeente is dat geen geheim. Daar kun je direct aan mee doen. Iedereen wordt tot volmaaktheid in Christus gebracht. Een mooie zin in oude kerkelijke taal die toch tegenwoordig wat uitleg nodig hebt. Christus waar hier over gesproken is een Grieks woord dat gezalfde betekent. Het wordt in het Nieuwe Testament van de Bijbel gebruikt als vertaling van het Hebreeuwse woord Messias, dat ook gezalfde betekent maar ook de betekenis van bevrijder had. De Messias was de bevrijder van alle onderdrukking. Die eerste Christenen betoogden dat iedereen vrij zou worden door die Christus. De Christelijke gemeenschap, de gemeente, was daarvoor voldoende. Daar kon je steun en liefde vinden om die vrijheid te beleven en anderen in die vrijheid mee te nemen. De eerste bevrijding was van de dood. Allerlei godsdienst hadden zich gericht op een vermijding van de dood, het ondergaan van de dood en het leven na de dood. De Christelijke gemeente niet. Die hadden het over het leven, het leven voor de dood. Dat leven stond in dienst van de liefde, vooral van de liefde voor mensen die dood dreigden te gaan. Slaven, zieken, slachtoffers van geweld, vreemdelingen die niet vertrouwd werden. die mensen telden in het dagelijks leven niet meer mee, behalve dan bij de Christenen, daar kwamen ze op de eerste plaats.

Die Christenen geloofden namelijk dat hun gemeenschappen zo konden uitgroeien dat iedereen aan zou meedoen. Dan krijg je toch een hele andere samenleving. Dan is de zorg voor de minsten geen last meer waarop je bezuinigen moet maar een vreugde waar je veel voor over wil hebben. Dan zijn mensen die anders praten of op een andere manier geloven geen bedreiging meer. Er is immers geen macht of kracht in deze wereld die een gelovige van de liefde van Christus kan afhouden. Binnen die Christelijke gemeenschap zijn alle verschillen tusseen mensen weggevallen. De verschillen tussen man en vrouw, Jood en Heiden, arm en rijk, slaaf en vrije. De sleutel voor het leven in die Liefde ligt in Jezus van Nazareth. Hij leefde die absolute liefde aan ons voor. Die liefde hield zelfs stand door zijn dood heen. Die dood was niet het einde van zijn liefde maar een begin van het heersen op de hele aarde van die liefde. Hij bleef weigeren geweld te gebruiken, anderen te doden en zelfs aan het kruis vroeg hij zijn God vergeving voor wie hem dat hadden aangedaan. Zo mag je dus ook leven, niet in angst, niet in woede en geweld, maar in liefde. Als we dat allemaal zouden doen dan zou zelfs God op deze aarde willen wonen. Elke dag mogen we er opnieuw mee beginnen, ook vandaag weer.

 

Hij sprak hen bestraffend toe

vrijdag, 30 januari, 2015

3:7-12 Marcus

7 Jezus week met zijn leerlingen uit naar het meer, en een grote menigte uit Galilea volgde hem. Ook uit Judea 8 en Jeruzalem, uit Idumea en het gebied aan de overkant van de Jordaan en uit de omgeving van Tyrus en Sidon kwamen veel mensen naar hem toe, omdat ze hadden gehoord wat hij allemaal deed. 9 Hij zei tegen zijn leerlingen dat ze een boot voor hem gereed moesten houden, om te voorkomen dat hij door de menigte onder de voet zou worden gelopen. 10 Allerlei zieken verdrongen zich om hem aan te raken, want hij had al veel mensen genezen. 11 Telkens als de onreine geesten hem zagen, vielen ze voor hem neer en schreeuwden: ‘Jij bent de Zoon van God!’ 12 Hij sprak hen bestraffend toe, en verbood hun bekend te maken wie hij was. (NBV)

Iedereen mocht meedoen met het nieuwe Koninkrijk van Jezus van Nazareth. Overal vandaan stroomden de mensen toe, zieken raakten hem aan om genezen te worden, konden zij ook weer meedoen. De toeloop werd zo groot dat Jezus in een boot moest gaan staan om de mensen te kunnen toespreken. Godslasteraars die het kwaad met hem voor hadden maakten het rumoer nog groter dan het al was. Die werden dan ook bestraffend toegesproken. Jezus wilde niet groter dan de mensen zijn, iedereen moest echt kunnen meedoen. Dat is tegenwoordig wel anders. Bij ons groeien partijen die groepen mensen willen uitsluiten van het deelenemen aan de samenleving. Ze zijn bang overheerst en overvleugeld te worden. maar angst is een slechte raadgever. Willen we werkelijk een vreedzame en rechtvaardige samenleving, waar het veilig is en ieder individu zich kan ontplooien dan moeten we er juist alles aan doen om iedereen er bij te laten horen.

Jezus van Nazareth wist dat hij het uiteindelijk ook niet alleen zou kunnen. In zijn verhaal wordt duidelijk dat nooit één persoon een volk kan leiden naar een rechtvaardige samenleving. Er moeten altijd anderen klaarstaan om de taken van de aanvoerder over te nemen. In het verhaal van Jezus van Nazareth werden dat de zendelingen, in het grieks de Apostelen. De twaalf apostelen. Ze zijn een begrip geworden in taal en cultuur. Marcus heeft ze in zijn verhaal opgenomen zoals in het gedeelte van vandaag is beschreven.. De andere schrijvers van evangeliën zijn er wat genuanceerder over. Het getal twaalf heeft een bijzondere betekenis. Als je 12 mensen aanstelt om het goede nieuws te vertellen dan mag je gelijk zeggen dat je het hele volk Israel het goede nieuws hebt vertelt. En daar gaat het om. Daarom krijgen ze ook de kracht om demonen uit te drijven, want de kwade krachten onder de mensen waren volgens het verhaal van Marcus voortdurend bezig Jezus in een kwaad daglicht te stellen.

Dat kwade daglicht is nog steeds een beproefd middel om de publieke opinie te bespelen. We kennen dagbladen die er zich in specialiseren. Eén dagblad heeft een internetsite waar het schelden, het kwade daglicht, niet van de lucht is. Zij hebben zelfs een eigen omroep om het kwade daglicht nog verder te verspreiden en meer winst te maken met die krant. Wij moeten dus ook kijken wie er met modder gooit, het kwaad in de wereld verspreid en dat aan zoveel mogelijk mensen duidelijk maken. Ook wij zijn dan verspreiders van het goede nieuws, het Koninkrijk waaraan iedereen kan mee doen, is echt dichterbij dan je denkt, ook al lijkt het of de angst voor het vreemde ons land gaat regeren, zoals angst demonisch kan worden en mensen tot de meest afschuwelijke daden kan brengen. Vreselijke daden waar onschuldige mensen slachtoffer van worden, waar onschuldige mensen hun leven door verwoest zien, maar ook verwarde daders het slachtoffer van worden, ook zij blijven hun leven lang zitten met de gevolgen van hun angst voor de wereld om hen heen.

 

Een leven redden of het vernietigen

donderdag, 29 januari, 2015

Marcus 2:23-3:6

23 Eens liep hij op een sabbat tussen de korenvelden door. Zijn leerlingen gingen de velden in en begonnen aren te plukken. 24 ‘Kijk eens!’ zeiden de Farizeeën tegen hem. ‘Waarom doen ze iets dat op sabbat niet mag?’ 25 Maar hij antwoordde: ‘Hebt u dan nooit gelezen wat David deed toen hij en zijn metgezellen gebrek leden en honger hadden? 26 Hij ging het huis van God binnen-Abjatar was toen hogepriester-en at van de toonbroden, waarvan alleen de priesters mogen eten. En hij gaf ze ook aan zijn mannen te eten.’ 27 En hij voegde eraan toe: ‘De sabbat is er voor de mens, en niet de mens voor de sabbat; 28 en dus is de Mensenzoon ook heer en meester over de sabbat.’ 1 ¶ Weer ging hij naar de synagoge. Daar was iemand met een verschrompelde hand. 2 Ze letten op hem om te zien of hij die op sabbat zou genezen, zodat ze hem zouden kunnen aanklagen. 3 Hij zei tegen de man met de verschrompelde hand: ‘Kom in het midden staan.’ 4 Aan de anderen vroeg hij: ‘Wat mag men op sabbat doen: goed of kwaad? Een leven redden of het vernietigen?’ Maar ze zwegen. 5 Hij keek hen boos aan, maar ook diepbedroefd vanwege hun hardleersheid, en toen zei hij tegen de man die in het midden stond: ‘Steek uw hand uit.’ Hij stak zijn hand uit en er kwam weer leven in. 6 De Farizeeën verlieten de synagoge en gingen meteen met de Herodianen overleggen hoe ze hem uit de weg zouden kunnen ruimen. (NBV)

Zijn de mensen er voor de regels of zijn de regels er voor de mensen. Het is de vraag uit het verhaal van vandaag. Het is eigenlijk een rare vraag want in onze samenleving worden de regels gemaakt door mensen omdat er mensen zijn die de regels nodig hebben om elkaar geen problemen te bezorgen. Maar als de regels er eenmaal zijn maken mensen misbruik van die regels door ze zo toe te passen dat ze zelf meer macht krijgen. De regels zijn er dan niet voor de mensen, de mensen zijn er dan voor de regels. Het is die houding waar Jezus tegen te hoop loopt in het verhaal van Marcus. Want die rustdag is natuurlijk zeer nuttig. Wij zijn de Sabbath gaan vervangen door de zondag, niet de laatste maar de eerste dag van de week is bij ons centraal komen te staan, de Zondag is dus niet een nieuwe Sabbath. Maar op dit moment zijn we die zondag aan het offeren aan de goden van winst en profijt. Het gevolg is niet dat we geen vrij meer hebben maar dat we niet meer samen vrij zijn, dat er geen dag in de week meer is dat echt iedereen vrij is en dat iedereen mee kan doen met het plezier dat een echte samenleving kan bieden.

We vergeten daarmee dat onze samenleving er is voor de mensen en niet voor winst en profijt. Daarom is er geen tijd meer om nieuwe mensen in de buurt te leren kennen, samen te eten met je buurt of zelfs met je dorp of met de hele stad, met je famillie en vrienden, maar ook met de armen en de vreemdelingen in ons midden. De zondag wordt niet meer de dag om de God van de Liefde te aanbidden en te oefenen in de dienst aan die God, je weet wel van heb je naaste lief als jezelf. Maar de zondag wordt de dag van consumeren en nog meer consumeren. Wie werkt verdient aan het consumeren en wie niet werkt zorgt dat er geconsumeert wordt. Het lijkt wel een bij uitstek religieuze dag geworden waar de kassabel en de pinautomaat de klank van de kerk en de collectezak hebben vervangen. Alleen gaat het bij deze religieuze beweging niet om het delen met elkaar, om te zorgen voor elkaar, om samen het leven te vieren, maar gaat het om de dingen, om het geld, om het meer en het beter.

Uit het verhaal van vandaag lees je dat je niet helemaal niks moet gaan doen op de Sabbath en dus al helemaal niet op de eerste dag van de week de Zondag. Je moet de mensen in het oog blijven houden. Zoals David toen hij op de vlucht was en honger had het brood uit de Tempel mocht eten, normaal alleen bestemd voor priesters, mochten de leerlingen het graan langs de rand van de akker eten. Dat graan was bij uitstek bestemd voor de armen, die kunnen het ook op Zondag arm hebben. Dat ze honger kunnen hebben is zelfs bij ons duidelijk. De voedselbanken hebben het extra druk en krijgen minder aangeleverd. Als we de zondag eens echt een religieuze dag willen maken dan zamelen we zondag zo veel mogelijk voedsel in voor de voedselbanken in onze stad. De Zondag is immers het feest van de opstanding tegen de dood, het feest van een nieuw soort leven, niet voor jezelf, niet voor andere goden, maar voor de ander, de minsten allereerst.

 

Volg mij

woensdag, 28 januari, 2015

Marcus 2:13-22

13 ¶ Jezus vertrok en ging weer naar het meer. Een grote mensenmenigte kwam naar hem toe, en hij onderwees hen. 14 Toen hij langs het meer liep, zag hij Levi, de zoon van Alfeüs, bij het tolhuis zitten, en hij zei tegen hem: ‘Volg mij.’ Levi stond op en volgde hem. 15 Op een keer was hij bij Levi thuis uitgenodigd voor een maaltijd, samen met zijn leerlingen en een groot aantal tollenaars en zondaars, want velen van hen volgden hem. 16 Toen de Farizeese schriftgeleerden zagen dat hij samen met zondaars en tollenaars at, zeiden ze tegen zijn leerlingen: ‘Eet hij met tollenaars en zondaars?’ 17 Jezus hoorde dit en zei tegen hen: ‘Gezonde mensen hebben geen dokter nodig, maar zieken wel; ik ben niet gekomen om rechtvaardigen te roepen, maar zondaars.’ 18 ¶ De leerlingen van Johannes en de Farizeeën hadden de gewoonte regelmatig te vasten. Er kwamen mensen naar Jezus toe, die hem vroegen: ‘Waarom vasten de leerlingen van Johannes en de leerlingen van de Farizeeën wel, maar uw leerlingen niet?’ 19 Jezus antwoordde: ‘Bruiloftsgasten kunnen toch niet vasten zolang de bruidegom bij hen is? Nee, zolang ze de bruidegom bij zich hebben, kunnen ze niet vasten. 20 Maar er komt een dag dat de bruidegom bij hen wordt weggehaald, en dan is het hun tijd om te vasten. 21 Niemand verstelt een oude mantel met een lap die nog niet gekrompen is, want dan trekt de nieuwe lap de oude stof kapot en wordt de scheur nog groter. 22 Niemand giet jonge wijn in oude leren zakken, want dan scheuren ze open en gaat de wijn verloren, net als de zakken zelf. Jonge wijn hoort in nieuwe zakken.’ (NBV)

Die Marcus schreef het korste evangelie maar heeft soms ook de meest korte en heldere teksten. Gisteren was het bevel voor de verlamde vriend: “Sta Op”, en vandaag klinkt het: “Volg mij”. Die oproep is gericht aan een belastinginner. Bijna zou je zeggen een ambtenaar maar zo was het niet. Tot in de negentiende eeuw hadden wij dat systeem ook. Je ging naar de overheid en deed een bod op het recht lang de weg tol te heffen. Als het bod hoog genoeg was kreeg je dat recht en moest je zien er geld aan te verdienen. Kwam er meer verkeer langs dan je had verwacht dan verdiende je natuurlijk, kwam er minder verkeer langs dan moest je zien de tol te verhogen. In de dagen van Jezus was het niet anders. Alleen kwam die belasting niet ten goede aan het volk zelf maar aan de bezetters. De Keizer en de burgers van Rome leefden er goed van, de soldaten werden er van betaald maar de armen werden steeds armer en het volk werd onderdrukt.

Volgen van Jezus betekende letterlijk daartegen in opstand te komen. Dat zegt het verhaal dan ook, nadat de tollenaar Levi de oproep had gehoord stond hij op. En hij liet het er niet bij want hij zorgde dat het systeem zand in de molen werd gestrooid. Bij hem thuis gaf hij Jezus de gelegenheid aan andere belastinginners en mensen die de richtlijnen voor de menselijke samenleving niet meer kenden uit te leggen wat het Koninkrijk van de Liefde nou eigenlijk kon inhouden. De bestaande religieuze leiders hadden een breekbaar evenwicht met de bezetter bereikt en een populaire prediker die opriep terug te keren naar de oude wetten en gebruiken van het volk, in de geest van de onvoorwaardelijke liefde, die dus onrust stookte konden ze niet gebruiken. Maar juist waar die liefdeloosheid heerst zijn de mensen die de Liefde dienen het meest nodig. Daarom zie je ook veel mensen uit kerken actief voor vluchtelingen en asielzoekers, daarom werken die mensen vaak in wereldwinkels, steunen ze de belangenverenigingen van mensen met een uitkering. Dat is het volgen van Jezus door op te staan en mensen op te roepen op te staan uit benauwende en onderdrukkende situaties.

Elke dag is dat nodig. Ook vandaag. En laat je niet wijsmaken dat het iets nieuws is. Dat het de moderne tijd is. Dat deze tijd er één is waarin je niet meer moet geloven dat de wereld ooit beter wordt. Dat al die mensen die er vanuit gaan dat er ooit een tijd komt dat de armen recht wordt gedaan nu gek zijn. Er zijn mensen die je dat wijs willen maken. Ze hebben een taal gezocht die bij jongeren past en vertellen nu op een nieuw manier, de manier van geen stijl, het oude verhaal van hebben en graaien als norm voor de samenleving. Samen delen en samen eten, zeker met vreemdelingen is daar niet bij. Geloven is voor hen vroom vasten in je eigen kerk, dan ben je wel belachelijk maar doe je zoals het hoort. Geloven is voor hen niet samen met mensen die er eigenlijk niet bij horen een gemeenschap vormen. Toch is dat nou juist wat Jezus van Nazareth ons in dit verhaal laat meebeleven. Doen dus. elke dag opnieuw, samen met zo veel mogelijk mensen die ook geloven dat er een aarde kan zijn van eerlijk delen, van vrede en recht en dat die aarde bij jezelf begint.

Hij slaat godslasterlijke taal uit

dinsdag, 27 januari, 2015

Marcus 2: 1-12

1 ¶ Toen hij enkele dagen later terugkwam in Kafarnaüm, werd bekend dat hij weer thuis was. 2 Er stroomden zo veel mensen toe dat er zelfs voor de deur geen plaats meer was, en hij verkondigde hun de heilsboodschap. 3 Er werd ook een verlamde bij hem gebracht, die door vier mensen gedragen werd. 4 Omdat ze zich niet door de menigte konden wringen, haalden ze een stuk van het dak weg boven de plaats waar Jezus zat, en toen ze een opening hadden gemaakt, lieten ze de verlamde op zijn draagbed naar beneden zakken. 5 Bij het zien van hun geloof zei Jezus tegen de verlamde: ‘Vriend, uw zonden worden u vergeven.’ 6 Er zaten ook een paar schriftgeleerden tussen de mensen, en die dachten bij zichzelf: 7 Hoe durft hij dat te zeggen? Hij slaat godslasterlijke taal uit: alleen God kan immers zonden vergeven! 8 Jezus had meteen door wat ze dachten en dus zei hij: ‘Waarom denkt u zoiets? 9 Wat is gemakkelijker, tegen een verlamde zeggen: “Uw zonden worden u vergeven” of: “Sta op, pak uw bed en loop”? 10 Ik zal u laten zien dat de Mensenzoon volmacht heeft om op aarde zonden te vergeven.’ Toen zei hij tegen de verlamde: 11 ‘Ik zeg u, sta op, pak uw bed en ga naar huis.’ 12 Meteen stond hij op, pakte zijn bed en ging weg; allen die dit zagen, stonden versteld en loofden God. ‘Zoiets hebben we nog nooit gezien, ‘zeiden ze. (NBV)

Het gaat over vrienden in dit verhaal. Jezus van Nazareth was weer thuis, zijn onreinheid was vergeten en als iedereen je achterna loopt kun je net zo goed weer thuis zijn. Maar in dat huis zit hij opgesloten. Er zijn zoveel mensen dat hij de deur niet meer uit kan. Dan ineens zijn er vier vrienden die een vijfde vriend bij Jezus van Nazareth brengen. Ze sjouwen hem het dak op, halen de stenen weg zodat er een gat ontstaat waardoor ze hem kunnen laten zakken en ze brengen hem bij Jezus van Nazareth. Die herkent en bevestigd de vriendschap. Dit was een vriend waar je kennelijk vriend mee wilde wezen. En alleen een gelovige in dat nieuwe Koningkrijk van God, waar alle tranen gewist zouden zijn, kan door een verlamming heen toch vriend blijven van hen die zijn vrienden willen zijn. Jezus van Nazareth stelt zich ook in de plaats van de vrienden en geeft hem een nieuwe plaats in de samenleving.

De plaats van de verlamde is voortaan die van de vriend, wat hij ook fout zou hebben gedaan, hij mag als vriend opnieuw beginnen. Dat is de betekenis van de vergeving van de zonden. Natuurlijk zeggen de geleerden dat alleen God de zonden kan vergeven, dan kun je de mensen toch een tijdje in je macht houden. Ze moeten hun best doen voor God, en priesters en schriftgeleerden profiteren er van. Ze oefenen op z’n minst macht over je uit door te vertellen wat je wel en niet moet, door voor te schrijven wat je wel en niet moet geloven. Zoals ze nu foldertjes verspreiden met de suggestie dat je maar niet in de wetenschap van Darwin zou moeten geloven. Flauwekul, niemand kan je voorschrijven wat je wel of niet moet geloven. Waar het om gaat is die vriendschap. Een vriendschap zoals de vier vrienden laten zien brengt weer beweging in een vastgelopen leven. Die laten zich niet tegenhouden door mensenmenigten of aanzien. Die gaan door roeinen en ruiten, die klimmen op de daken als hun vriendschap dat vraagt. Zo’n vriendschap brengt weer leven en zet mensen in beweging.

Om dat te laten zien beveelt Jezus de verlamde om op te staan. Die kan niet anders dan naar zijn vriend luisteren. En de mensen die het zagen hadden door dat niet Jezus van Nazareth hier als een soort genezende tovenaar optrad maar dat het God was die gehoorzaamd en nagevolgd werd in de vriendschap die de vier vrienden en hun verlamde vriend hadden betoond. Zo hadden ze het nog nooit gezien, zo wil je ook wel vrienden zijn. Bij die vriendschap hoort dus dat we elkaar weten te vergeven. Niet van zand er over en niet meer over praten, maar wie jouw vriend wil zijn en daar veel voor over heeft die hoef je geen fouten na te dragen, die vergeef je door op jouw beurt ook vriend te willen zijn. Want allen als we vrienden zijn kunnen we elkaar de waarheid zeggen, maar zijn we er onvoorwaardelijk voor elkaar.

Daarvoor ben ik op weg gegaan.

maandag, 26 januari, 2015

Marcus 1:29-45

29 ¶ Toen ze uit de synagoge kwamen, gingen ze rechtstreeks naar het huis van Simon en Andreas, samen met Jakobus en Johannes. 30 Simons schoonmoeder lag met koorts in bed, en ze spraken met Jezus over haar. 31 Hij ging naar haar toe, pakte haar hand vast en hielp haar overeind. Toen verliet de koorts haar, en ze begon voor hen te zorgen. 32 ‘s Avonds laat, toen de zon al was ondergegaan, brachten de mensen alle zieken en bezetenen naar hem toe; 33 alle inwoners van de stad hadden zich bij de deur van het huis verzameld. 34 Hij genas vele zieken van allerlei kwalen en hij dreef veel demonen uit, maar stond ze niet toe om iets te zeggen, want ze wisten wie hij was. 35 Vroeg in de ochtend, toen het nog helemaal donker was, stond hij op, ging naar buiten en liep naar een eenzame plek om daar te bidden. 36 Maar Simon en de anderen die bij hem waren, gingen hem vlug achterna, 37 en toen ze hem gevonden hadden zeiden ze tegen hem: ‘Iedereen is naar u op zoek!’ 38 Toen zei hij: ‘Laten we ergens anders heen gaan, naar de dorpen hier in de omtrek, zodat ik ook daar het goede nieuws kan brengen. Daarvoor ben ik immers op weg gegaan.’ 39 In heel Galilea bracht hij het nieuws in de synagogen en dreef hij demonen uit. 40 ¶ Er kwam iemand naar hem toe die aan huidvraat leed; hij smeekte hem om hulp en zei, terwijl hij op zijn knieën viel: ‘Als u wilt, kunt u mij rein maken.’ 41 Jezus kreeg medelijden, stak zijn hand uit, raakte hem aan en zei: ‘Ik wil het, word rein.’ 42 En meteen verdween zijn huidvraat en hij was rein. 43 Jezus stuurde hem weg met de ernstige waarschuwing: 44 ‘Denk erom dat u tegen niemand iets zegt, maar ga u aan de priester laten zien en breng het reinigingsoffer dat Mozes heeft voorgeschreven, als getuigenis voor de mensen.’ 45 Maar toen de man vertrokken was, ging hij overal breeduit rondvertellen wat er gebeurd was, met als gevolg dat Jezus niet langer openlijk in een stad kon verschijnen, maar op eenzame plaatsen buiten de steden moest blijven. Toch bleven de mensen van alle kanten naar hem toe komen. (NBV)

Waarvoor is Jezus van Nazareth op weg gegaan? Om het nieuws te vertellen dat het Koninkrijk van God nabij is. Maar daarvoor krijgt hij de kans niet. Het begint al met Simon, zijn schoonmoeder is ziek. Roekeloos loopt Jezus van Nazareth op haar af en pakt haar hand. Er was eens een Iman die weigerde een minister de hand te schudden omdat zij een vrouw was en hij van zijn geloof haar de hand niet mocht schudden. Die Iman volgde geboden die zeer leken op de geboden die de Farizeeën volgden. Zomaar een vreemde vrouw aanraken kon je wel eens onrein maken. En het idee onrein te zijn kan iemand zeer ziek maken. Jezus van Nazareth trekt zich van dit soort geboden niets aan, bij hem gaat het om mensen en niet om geboden. Marcus laat dit zien door uitdrukkelijk te vertellen dat de schoonmoeder van Simon werd genezen van koorts doordat Jezus van Nazareth haar hand vat en haar laat opstaan.

Maar zieken en bezetenen zijn al snel onrein, ze staan ook bij ons buiten de samenleving. Iemand kan jaren met plezier werken in een bedrijf maar als die persoon wat langer ziek is, echt ziek, niet zo met een gebroken arm of been maar echt ziek of psychisch ziek dan valt die persoon er helemaal buiten. Dan is er geen bezoek van collega’s, geen belangstellende telefoontjes, hoogstens nog eens een fruitmand of een vrolijke kaart na een tijdje. Iemand die zieken en bezetenen er weer bij laat horen, weer een plaats in de samenleving geeft trekt al snel veel belangstelling. Maar er zich op voorstaan was er niet bij. Het lijkt er soms op dat Marcus vertelt dat het geheim moest blijven dat Jezus van Nazareth de Messias was. Maar geheim moest blijven dat al die mensen genezen werden en in dit verhaal wordt duidelijk waarom. Anders komt Jezus van Nazareth namelijk helemaal niet aan de verkondiging van dat Koninkrijk toe. Daarvoor moesten mensen immers op een andere manier met elkaar omgaan. Voor dat Koninkrijk moesten mensen inzien dat zieken en bezetenen helemaal niet buiten de samenleving gezet moesten worden. Daarvoor moesten mensen inzien dat rein en onrein alleen maar middelen zijn om enge en lastige mensen weg te houden uit het dagelijks leven.

Hoe krijg je dat nu omgedraaid, van wondergenezer naar visser van mensen, zorgen dat mensen mee gaan doen met die andere samenleving? Jezus van Nazareth trok zich ervoor terug op een eenzame plek. Te snel, zijn leerlingen hadden nog niet geleerd hem los te laten en zelf aan de slag te gaan. Daarvoor moest eerst de onreinheid echt toeslaan. Iemand met huidvraat hebben we inmiddels wel geleerd was niet melaats of zo, die was misschien wel helemaal niet ziek maar alleen verschrikkelijk onrein. Aanraken maakt je zelf ook onrein. In plaats van dat deze man de gewone weg bewandelt en zich door de priester, zoals voorgeschreven, rein laat verklaren, gaat deze man overal rondbazuinen dat Jezus van Nazareth hem heeft aangeraakt. Die Jezus van Nazareth kon niet meer in de stad blijven, hij werd zelf een onreine. Maar daardoor kon hij wel al die mensen die op hem afkwamen het goede nieuws gaan verkondigen dat ze zelf aan de slag konden. Dat kunnen wij ook, zorgen voor zieken en bezetenen, niet hen als een last benoemen, de kosten voor gezondheidszorg lopen helemaal niet uit de hand, maar ze als mensen behandelen, zoals je zelf behandeld zou willen worden. Zoek ze maar op, laat ze niet los, zorg dat ze er ook bijhoren vandaag.

 

De heilige van God

zondag, 25 januari, 2015

Marcus 1:16-28

16 Toen Jezus langs het Meer van Galilea liep, zag hij Simon en Andreas, de broer van Simon, die hun netten uitwierpen in het meer; het waren vissers. 17 Jezus zei tegen hen: ‘Kom, volg mij! Ik zal van jullie vissers van mensen maken.’ 18 Meteen lieten ze hun netten achter en volgden hem. 19 Iets verderop zag hij Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, die in hun boot bezig waren met het herstellen van de netten, 20 en direct riep hij hen. Ze lieten hun vader Zebedeüs met de dagloners achter in de boot en volgden hem. 21 Ze gingen op weg naar Kafarnaüm, en op de eerstvolgende sabbat ging Jezus naar de synagoge en onderwees er de mensen. 22 Ze waren diep onder de indruk van zijn onderricht, want hij sprak hen toe als iemand met gezag, niet zoals de schriftgeleerden. 23 ¶ Er was in de synagoge ook een man die bezeten was door een onreine geest, en hij schreeuwde: 24 ‘Wat hebben wij met jou te maken, Jezus van Nazaret? Ben je gekomen om ons te vernietigen? Ik weet wel wie je bent, de heilige van God.’ 25 Jezus sprak hem streng toe en zei: ‘Zwijg en ga uit hem weg!’ 26 De onreine geest deed de man stuiptrekken en verliet hem met een luide schreeuw. 27 Iedereen was zo verbijsterd dat ze tegen elkaar zeiden: ‘Wat is dit allemaal? Een nieuwe leer met groot gezag! Zelfs als hij onreine geesten een bevel geeft, wordt hij gehoorzaamd.’ 28 Het nieuws over Jezus verspreidde zich algauw overal in Galilea.(NBV)

De evangelist Marcus onderstreept graag dat Jezus van Nazareth niet op aarde rondliep om zichzelf groot te maken of zichzelf groot te laten maken. Hij liep gewoon langs het meer en ging gewoon naar de synagoge net als alle andere inwoners van Judea deden. Hij had alleen wel een bijzondere boodschap die vlak voor het gedeelte staat dat we vandaag lezen. Zijn boodschap was dat het Koninkrijk van God nabij was, de tijd was aangebroken en dat was voor de mensen goed nieuws. Dat Koninkrijk van God kenden ze. Johannes de Doper had het al aangekondigd, dat rijk waarvan de profeten hadden gesproken zou in hun dagen komen. De leeuw zou met het lam slapen en een baby in het hol van de slang. De tranen zouden gewist worden en God zelf zou op aarde komen wonen. De bezetting door de Romeinen zou voorgoed voorbij zijn. Vrede zou het zijn op de hele aarde en armoede en onderdrukking zouden eindelijk voorbij zijn. Dat was wat er vanouds was beloofd en nu was er iemand die kwam vertellen dat het ook werklijk zou gebeuren.

Geen wonder dat mensen hem wilden volgen. Het hele volk had zich immers al laten dopen door Johannes zo vertelt Marcus maar nu Johannes gevangen is genomen begint het optreden van Jezus van Nazareth. Met de eerste leerlingen gaat hij naar de Synagoge. Maar in plaats van ontzag te betonen begint iemand luid te roepen dat daar de Heilige van God is. Dat is niet zomaar een titel, het is een titel die werd gegeven aan de priester Aäron, de broer van Mozes, de eerste priester in de Heilige Tent waar de Goddelijke richtlijn van heb je naaste lief als jezelf werd bewaard. Jezus van Nazareth snoert de schreeuwer de mond, als het die kant uitgaat dan komt er van bekering van mensen niks terecht. Dan hangt alles weer af van de man waar iedereen achteraan loopt en als die man teleurstelt gaan ze weer achter een ander aan. Het uitdelen van dat soort grote titels hoort dus bij het kwade en Jezus van Nazareth drijft die kwade geest uit. Maar volgelingen krijgen en een boodschap brengen waar iedereen op zit te wachten wekt zonder meer bewondering.

Als iemand zegt waarop het staat, iedereen de ogen opent voor de werkelijkheid, dan heeft zo iemand gezag. Dan gaat het nieuws rond als een lopend vuurtje. Of de mensen het echt hebben begrepen is maar de vraag. Ze spraken over een nieuwe leer. De Goddelijke richtlijn van heb Uw naaste lief als uzelf was bijna vergeten en vervangen door het gehoorzaam Uw priesters en breng tijdig grote offers om de priesters te onderhouden. Ook in onze dagen lijken soms kerken en hun voorgangers belangrijker dan de armen en de onderdrukten in de wereld. Van Marcus mogen we leren dat opkijken tegen zulke voorgangers behoort tot de kwade geesten die we ook bij onszelf mogen uitdrijven. Waar het om gaat is bouwen aan dat Koninkrijk, vissers van mensen die dreigen te verdrinken worden, die uitnodiging geldt ook voor ons. Elke dag mogen we daar opnieuw mee beginnen, ook vandaag weer.

 

Kom tot inkeer

zaterdag, 24 januari, 2015

Marcus 1:1-15

1 ¶ Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God. 2 Het staat geschreven bij de profeet Jesaja: ‘Let op, ik zend mijn bode voor je uit, hij zal een weg voor je banen. 3 Luid klinkt een stem in de woestijn: “Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden!”’ 4 Dit gebeurde toen Johannes de Doper naar de woestijn ging en de mensen opriep zich te laten dopen en tot inkeer te komen, om zo vergeving van zonden te verkrijgen. 5 Alle inwoners van Judea en Jeruzalem stroomden toe en lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden. 6 Johannes droeg een ruwe mantel van kameelhaar met een leren gordel; hij leefde van sprinkhanen en wilde honing. 7 Hij verkondigde: ‘Na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om me voor hem te bukken en de riem van zijn sandalen los te maken. 8 Ik heb jullie gedoopt met water, maar hij zal jullie dopen met de heilige Geest.’ 9 ¶ In die tijd kwam Jezus vanuit Nazaret, dat in Galilea ligt, naar de Jordaan om zich door Johannes te laten dopen. 10 Op het moment dat hij uit het water omhoogkwam, zag hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen, 11 en er klonk een stem uit de hemel: ‘Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.’ 12 Meteen daarna dreef de Geest hem de woestijn in. 13 Veertig dagen bleef hij in de woestijn, waar hij door Satan op de proef werd gesteld. Hij leefde er te midden van de wilde dieren, en engelen zorgden voor hem. 14 ¶ Nadat Johannes gevangen was genomen, ging Jezus naar Galilea, waar hij Gods goede nieuws verkondigde. 15 Dit was wat hij zei: ‘De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.’ (NBV)

Vandaag beginnen we te lezen in het Goede Nieuws verhaal zoals Marcus dat heeft opgeschreven. Dit verhaal wordt in het algemeen aangemerkt als het oudste van de vier Evangeliën. Het is duidelijk dat Mattheüs en Lucas in elk geval dit Evangelie al hebben gekend toen hun Evangelie werd geschreven en dat het Evangelie van Johannes veel later werd geschreven. Wie die Marcus is weten we niet precies. Wat zijn goed nieuws verhaal inhoudt weten we des te beter. Marcus begint niet met een geboorteverhaal maar sluit aan bij een verhaal over een vroeg optreden van Jezus van Nazareth. Marcus beschrijft eerst een profeet die wel zeer populair moet zijn geweest. Er staat dat alle inwoners van Judea en Jeruzalem zich lieten dopen door Johannes. Nu waren er in die tijd allerlei profeten en messiassen die allemaal meer of minder populair waren, maar volgens de Bijbel stak die Johannes er met kop en schouders boven uit. Hij riep de mensen op om tot inkeer te komen en als teken daarvan zich te laten dopen.

Johannes greep daarbij terug op de oude Bijbelse profeten als Maleachi en Jesaja die opgeroepen hadden als volk weer te gaan leven volgens de richtlijnen die de God van Israël ooit in de woestijn aan het slavenvolk had gegeven, in “je naaste liefhebben als jezelf” kon dat worden samengevat. Johannes voedde de algemene verwachting dat er een bevrijder, Messias, zou komen die het volk Israel zou bevrijden van de bezetting door de Romeinen. Of hij kon vermoeden dat die bevrijding zo heel anders zou verlopen als in het algemeen werd verwacht vermeld de geschiedenis niet. Marcus beschrijft hoe Jezus van Nazareth een visioen krijgt dat hij wel eens die Messias zou kunnen zijn en zich terugtrekt in de Woestijn om met die gedachte in het reine te komen. Pas nadat Johannes gevangen is genomen, door koning Herodes, trad Jezus van Nazareth op. De enorme populariteit van Johannes was dus uitgelopen op zijn gevangenschap.

Maar de enorme populariteit van de boodschap van Johannes moest toch betekenen dat het Koninkrijk van God niet ver zou moeten zijn. Als immers iedereen tot inkeer komt en gaat leven volgens de Goddelijke richtlijn eerlijk te delen, volgens rechtvaardigheid en liefde, dan breekt vanzelf het Koninkrijk van God aan. Dat was het goede nieuws dat Jezus van Nazareth ging vertellen. Wij weten dat hij het Goede Nieuws ook ging leven, mensen genezend en vertellend over hoe je dat Koninkrijk kunt binnen gaan. Dat leven volgens het goede nieuws hield zelfs niet op met zijn dood, ja tegen de dood kwam de opstanding. Dat maakt dat wij er allemaal deel aan mogen hebben. We mogen ook tot inkeer komen en niet langer gaan leven voor onszelf maar voor onze naaste die ons juist nu zo hard nodig heeft. Dat is ook vandaag nog steeds het Goede Nieuws, het allerbeste nieuws voor iedereen.

Hij kroont de vernederden

vrijdag, 23 januari, 2015

Psalm 149

1 ¶ Halleluja! Zing voor de HEER een nieuw lied, roem hem te midden van zijn getrouwen.2 Laat Israël verheugd zijn over zijn machtige maker, het volk van Sion juichen om zijn koning. 3 Laten zij dansend zijn naam loven, bij lier en tamboerijn voor hem zingen. 4 Ja, de HEER vindt vreugde in zijn volk, hij kroont de vernederden met de zege. 5 Laten zijn getrouwen juichen in triomf, nog jubelen als zij te ruste gaan, 6 ¶ met lofzang voor God uit hun kelen, een tweesnijdend zwaard in hun hand. 7 De volken laten boeten, de naties bestraffen, 8 hun koningen in boeien slaan, hun leiders met ketenen binden, 9 het geschreven recht aan hen voltrekken: dat is de glorie voor al zijn getrouwen. Halleluja! (NBV)

Vandaag zingen we mee met Psalm 149, een Psalm die begint met een Joods woord: GodLof betekent dat. De Psalm is een vreugdepsalm voor het einde der tijden. Hier loopt de geschiedenis op uit. Al die machthebbers en dictators zullen van hun machtsposities en tronen gestoten worden en de onderdrukten zullen bevrijd zijn en kunnen dansen in de straten en feestvieren op de pleinen. Geleerden nemen soms aan dat de Psalm gezongen werd toen onder Nehemia Jeruzalem herbouwd was en het volk Israël weer een eigen land met een eigen hoofdstad had en de Tempel weer het centrum van het leven was gaan vormen. Voor die nieuwe wereld die open gaat is een nieuw lied nodig. En als je op deze manier een nieuw lied zingt krijg je een nieuwe kijk op de wereld. Als wij kijken naar onze wereld terwijl we deze Psalm zingen merken we dat er nog heel veel veranderd moet worden voordat we met al onze broeders en zusters deze Psalm in vreugde kunnen zingen.

Vandaag mogen we zingen van de tijd die komen gaat en blij zijn dat we er over kunnen zingen. In deze Psalm wordt gesproken over een tweesnijdend zwaard. De bouwers aan Jeruzalem in de dagen van Nehemia moesten bouwen met een troffel in de ene en een zwaard in de andere hand. Maar de Bijbel spreekt ook over het woord van God als een tweesnijdend zwaard. Als wij onze wereld vergelijken met de wereld die de Psalm beschrijft dan merken we wat dat betekent. Als met een tweesnijdend zwaard wordt het goede glashelder van het kwade gescheiden. De vernederden worden gekroond met de zegen, niet langer zijn er vernederden, niet langer is er honger, moeten kinderen onnodig sterven omdat er niet voor hen gezorgd wordt, niet langer zijn er armen die bedelend rondgaan, niet langer zijn er gevangenen die opgesloten zijn vanwege hun overtuiging, niet langer worden godsdiensten en overtuigingen bespot en gekleineerd, niet langer wordt de ene bevolkingsgroep opgezet tegen de andere.

Al die koningen en leiders zal recht gedaan worden, aan wie straf verdient zal straf voltrokken worden wie moet leren een rechtvaardige wereld op te bouwen zal les krijgen. In de Bijbel krijgen mensen die het verkeerd hebben gedaan nu eenmaal een tweede kans. Nu al hebben we tribunalen voor misdadigers tegen de mensheid maar aan het eind van de tijden zal God zelf recht spreken en kunnen ook de zogenaamde winnaars hun straf niet ontlopen als ze misdaden hebben gepleegd om te kunnen overwinnen. De enige maat is dan het lot van de minsten, van de zwaksten op aarde. Wie daar ook het afgelopen jaar mee bezig is geweest zal in het lopende jaar met verdubbelde ijver Gods Woord verkondigen, Gods licht laten schijnen over zijn aarde, over zijn mensen. Zodat het geschrei van de verdrukten gehoord wordt en hun lot gezien wordt en de lof van God met recht verkondigd kan worden. Elke dag, elke week. mag dat opnieuw beginnen. En als je steun zoekt bedenk dan dat op de eerste dag van de week, de zondag, overal mensen bijeen komen om zich daartoe te laten inspireren. Stap gerust een PKN kerk in de buurt binnen, je bent er welkom.

Jij zult ‘Geliefde’ heten

donderdag, 22 januari, 2015

Jesaja 62:1-12

1 ¶ Omwille van Sion zal ik niet zwijgen, omwille van Jeruzalem ben ik niet stil, totdat het licht van haar gerechtigheid daagt en de fakkel van haar redding brandt. 2 Alle volken zullen je gerechtigheid zien, alle koningen je majesteit. Men zal je noemen bij een nieuwe naam die de HEER zelf heeft bepaald. 3 Je zult een schitterende kroon zijn in de hand van de HEER, een koninklijke tulband in de hand van je God. 4 Men noemt je niet langer Verlatene en je land niet langer Troosteloos oord, maar je zult heten Mijn verlangen en je land Mijn bruid. Want de HEER verlangt naar jou en je land wordt ten huwelijk genomen. 5 Zoals een jongeman een meisje tot vrouw neemt, zo zullen jouw zonen jou ten huwelijk nemen, en zoals de bruidegom zich verheugt over zijn bruid, zo zal je God zich over jou verheugen.6 ¶ Jeruzalem, ik heb wachters op je muren gezet die nooit zullen zwijgen, dag noch nacht. Jullie die een beroep doen op de HEER, gun jezelf geen rust 7 en gun hem evenmin rust, totdat hij Jeruzalem weer heeft gegrondvest en haar roem op aarde heeft bevestigd. 8 De HEER heeft gezworen bij zijn rechterhand en bij zijn sterke arm: ‘Nooit meer geef ik jullie graan aan je vijanden te eten, nooit meer zullen vreemdelingen de wijn drinken waarvoor jullie je hebben afgemat. 9 Zij die het graan oogsten, zullen er ook van eten en ze zullen de HEER erom prijzen; zij die de druiven plukken, zullen ervan drinken in de voorhoven van mijn heiligdom.’ 10 ¶ Ga door de poorten, ga erdoorheen, maak de weg vrij voor het volk. Ruim baan! Effen de weg en verwijder de stenen, steek het vaandel op voor de volken. 11 De HEER laat overal horen, tot aan de einden der aarde: ‘Verkondig aan vrouwe Sion: “Je redder komt! Zijn loon heeft hij bij zich, zijn beloning gaat voor hem uit.”’12 Dan noemt men hen ‘Het heilige volk’, ‘Volk dat door de HEER is vrijgekocht’, en jij zult ‘Geliefde’ heten, ‘Nooit verlaten stad’. (NBV)

Waar is die God van Israël? Bestaat die God van Israël wel? Moet je nagaan, het hele volk wordt weggevoerd. Een ander volk komt er zelfs voor in de plaats. De Tempel is verwoest , de tempelschatten zijn geroofd en als buit door overwinnaars meegevoerd. De God van dat volk en van die stad die deugt niet, die heeft het onderspit gedelfd. Dat is de reactie van de ongelovigen die rondom Israël woonden. Hoewel een volk als de Edomieten zelfs nog als broedervolk werd beschouwd deden ook die mee, zij aanbaden immers ook de God van Israël niet. Maar een handjevol achterblijvers en een grote groep ballingen bleef geloven dat de God van Israël de machtigste en eigenlijk de enige God op aarde was.

Opnieuw moest hun godsdienst worden doordacht. Opnieuw moesten de verhalen verzameld worden en bestudeerd. Zo is een groot deel van de Bijbel ontstaan in Babel waarheen de ballingen waren gevoerd. Daarheen had men de oude verhalen en oude geschriften van Tempel en paleis meegenomen. Opnieuw werden ze geredigeerd, fouten er uit gehaald en nieuw op een rij gezet. Daar werd weer ontdekt dat de God van Israël een God is die met je meetrekt en dat je daar op moet rekenen. Zoals Abraham op weg ging, zoals het volk Israël door de woestijn trok, zo zou ook die God van Israël mee gaan in de ballingschap. Er waren mensen geweest, profeten, als Jesaja, Jeremia en Ezechiël die hadden gezegd dat als het volk weer opnieuw zou gaan geloven in de God van Israël ze een nieuwe kans in hun land zouden krijgen. En uiteindelijk gebeurde dat ook, na lange tijd, toen Cyrus de opdracht gaf om de Tempel en Jeruzalem te herbouwen en de ballingen die terugkeerden de geroofde tempelschatten weer teruggaf.

In het boek Jesaja vinden we vandaag de reactie op de spotternij van de omringende volken. Jeruzalem zal niet langer een verlatene genoemd worden. Er is nog steeds een God die zich over Jeruzalem ontfermt, een God die voor de herbouw zorgt, die zorgt voor een heilig volk. Alle volken mogen dat horen, op de Tempelberg Sion verschijnt weer de Tempel en het volk, de stad en Tempel worden er naar genoemd, Sion. Maar het is en blijft dezelfde bijzondere Tempel van die bijzondere godsdienst. Geen beeld staat er in, maar het is het huis van de Liefde. Gerechtigheid gaat er van uit. Het is de Tempel van heb Uw naaste lief als Uzelf. Zo mogen ook wij dus antwoorden op onze vraag waar onze God is, dat die meetrekt als wij de minsten op de aarde helpen, de slachtoffers van overstromingen en hongersnoden, de armsten in ons eigen land en in de wereld, als we huizen bouwen voor daklozen en boeren kansen geven eerlijke landbouwprodukten te bouwen en te verhandelen tegen een eerlijke beloning. Daar is onze God aanwezig die ons elke dag opnieuw op weg stuurt om voor zijn kinderen te zorgen, ook vandaag weer.