Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor november, 2014

Recht en vrede begroeten elkaar

zondag, 30 november, 2014

Psalm 85

1 ¶  Voor de koorleider. Van de Korachieten, een psalm. 2 U bent uw land genadig geweest, HEER, u keerde het lot van Jakob ten goede, 3 nam de schuld van uw volk weg en bedekte al zijn zonden. sela. 4 U bedwong uw woede en wendde u af van uw brandende toorn. 5 God, onze helper, keer tot ons terug, onderdruk uw afschuw van ons. 6 Wilt u voor eeuwig uw toorn laten duren, verbolgen zijn van geslacht op geslacht? 7 Breng ons weer tot leven, dan zullen wij ons in u verheugen. 8 Toon ons uw trouw, HEER, en geef ons uw hulp.

9 Ik wil horen wat God ons zegt. De HEER spreekt woorden van vrede tegen zijn volk, zijn getrouwen. Laten zij niet weer vervallen in dwaasheid! 10 Voor wie hem eren is zijn hulp nabij: zijn glorie komt wonen in ons land, 11 trouw en waarheid omhelzen elkaar, recht en vrede begroeten elkaar met een kus, 12 uit de aarde bloeit de waarheid op, het recht ziet uit de hemel toe. 13 De HEER geeft al het goede: ons land zal vruchten geven. 14 Het recht gaat voor God uit en baant voor hem de weg.(NBV)

Vandaag zingen we een lied dat in twee delen uit elkaar valt. Eerst is er een gebed van het volk, dan klinkt de verkondiging van de boodschap van de Bijbel. Je hoort het op deze manier ook in veel kerken. De gemeente bidt samen en dan wordt de boodschap verkondigd. Maar wat wordt er dan gebeden en wat wordt er dan verkondigd. Een heel andere vraag is natuurlijk wat we er aan hebben. Het was in elk geval een lied dat in de Tempel gezongen werd. Het kwam van een zanggroep in de Tempel, de Korachieten. In de Tempel werd de Tora, de richtlijn van eerlijk delen bewaard. Wij hebben het vaak over een Tempel van God maar een beeld van God was er niet te vinden, alleen die Tora. Volgens die richtlijn moest elke gelovige een paar keer per jaar naar de Tempel om daar samen met de familie, de armen, de vreemdelingen en de dienaren van de Tempel een maaltijd te houden. Deden ze dat dan zou God weer voor hen zorgen.

Iedereen snapt wel dat bij het volgen van die richtlijn het gemakkelijk mis kon gaan. Alles delen wat je hebt, je naaste liefhebben als jezelf, zorgen voor de armen en de zwakken in de samenleving, de vreemdelingen opnemen, het is maar aan weinigen gegeven om daar dag in dag uit voortdurend mee bezig te zijn. Daarom die maaltijden bij de Tempel, dan kon je weer opnieuw beginnen. En daar gaat in dit lied het gebed over. In het verleden was God wel eens boos op zijn volk geweest maar iedere keer als het zich weer tot de Tor, de richtlijn van eerlijk delen had gewend was God een nieuwe weg met het volk ingeslagen. Dat mag dus gerust nog eens gevraagd worden. En dan volgt de boodschap, het verhaal van de Bijbel. Je mag er van uit gaan dat God vrede wil, dat God zorgt voor mensen die de vrede willen stichten, die goed willen doen, die trouw willen blijven aan de zorg voor de minsten, die zorgen dat gerechtigheid en vrede elkaar ontmoeten.

Je mag er dus van uit gaan dat recht wordt gedaan aan mensen zonder ze te onderdrukken. Dat recht voor mensen daar gaat het per slot om. En wat hebben we daar vandaag nog aan? Nou, dat er oorlog is hoeft ons niet tegen te houden om vrede te stichten. Er is altijd oorlog geweest en misschien zal er nog heel lang van tijd tot tijd oorlog uitbreken. Vast staat dat als wij mee willen doen in het verhaal van God wij in elk geval vrede willen stichten. En ook dat er honger is hoeft ons niet tegen te houden. De honger in ons eigen land brengt ons bij de voedselbanken om hen te steunen, donateur worden kan nog nog steeds, de voedselcrisis in de wereld brengt ons bij de Fair Trade winkels om te helpen eerlijke handelsverhoudingen voor elkaar te krijgen, en bij de organisaties die de directe honger kunnen stillen. Dat er niet voor zieken en stervenden gezorgd kan worden brengt ons de afgelopen week bij giro 555. Dat het tot nu toe altijd mis is gegaan hoeft ons niet tegen te houden opnieuw te beginnen met gerechtigheid en vrede, we kunnen elke dag opnieuw beginnen, we mogen elke dag opnieuw beginnen, al zingend.

 

Met wie wil je God vergelijken

zaterdag, 29 november, 2014

Jesaja 40:21-31

21  Weet je het niet? Heb je het niet gehoord?  Is het je niet van meet af aan verteld? Is het niet al helder sinds de grondvesting van de wereld?  22  Hij troont boven de schijf van de aarde-  haar bewoners zijn als sprinkhanen-, hij spreidt de hemel uit als een doek, spant hem uit als een tent om in te wonen. 23  Hij maakt vorsten nietig, de leiders van de aarde onbeduidend: 24  nauwelijks zijn ze geplant, nauwelijks gezaaid, nauwelijks hebben ze wortel geschoten, of hij blaast over hen, en ze verdorren en de stormwind neemt hen op als kaf. 25  Met wie wil je mij vergelijken, zegt de Heilige, aan wie ben ik gelijk te stellen? 26  Kijk omhoog: wie heeft dit alles geschapen? Hij laat het leger sterren voltallig uitrukken, hij roept ze bij hun naam, een voor een; door zijn kracht en onmetelijke grootheid ontbreekt er niet één. 27 ¶  Jakob, waarom zeg je-Israël, waarom beweer je: ‘Mijn weg blijft voor de HEER verborgen, mijn God heeft geen oog voor mijn recht’? 28  Weet je het niet? Heb je het niet gehoord? Een eeuwige God is de HEER, schepper van de einden der aarde. Hij wordt niet moe, hij raakt niet uitgeput, zijn wijsheid is niet te doorgronden. 29  Hij geeft de vermoeide kracht, de machteloze geeft hij macht in overvloed. 30  Jonge strijders worden moe en raken uitgeput, zelfs sterke helden struikelen, 31  maar wie hoopt op de HEER krijgt nieuwe kracht :hij slaat zijn vleugels uit als een adelaar, hij loopt, maar wordt niet moe, hij rent, maar raakt niet uitgeput. (NBV)

Dat willen we maar al te graag. God met iets of iemand vergelijken. We spreken over God vaak als over een mens. God woont in de hemel heet het dan, of dat dan wat duidelijk maakt, want die hemel is hoger dan de blauwe luchten en de sterretjes van goud wisten de kinderen al te zingen. God was tot verbazing van de ruimtevaarders al niet in de ruimte te vinden. Echte gelovigen hadden dit gedeelte uit het boek van de Tweede Jesaja al gelezen en al bedacht dat God daar tussen maan en aarde in elk geval niet te vinden zou zijn en ook niet verder in het heelal. Zulke menselijke maten zijn op God niet van toepassing, daarmee is God ook niet te meten, zelfs niet in lichtjaren. God gaat alle verstand te boven. Er is een tijd geweest dat Griekse filosofen alles onder woorden wilden brengen, alles moest kunnen worden bedacht en aan regels worden onderworpen die uit het denken voortkwamen.

Ook de goden moesten beantwoorden aan regels. Maar toen die regels toegepast werden op de God van Israël toen bleek die niet aan die regels te voldoen. De conclusie was zeer eenvoudig, God bestaat niet. In de tijd van de verlichting, toen de meeste natuurwetten werden ontdekt leefde het verlangen weer op om God onder woorden te kunnen brengen en de natuurwetten te ontdekken waaraan de God van Israël zou voldoen. Ook dat experiment lukte niet en opnieuw moest worden vastgesteld dat God niet bestaat. Het bestaan van God is een vergelijking die wij mensen graag maken. Maar de Tweede Jesaja schrijft al dat God helemaal nergens mee te vergelijken is. In zijn tijd werden goden afgebeeld door kundige ambachtslieden. Prachtige kunstwerken konden worden vervaardigd die de goden afbeelden. Alleen een beeld van de God van Israël bestond niet.

Jezus van Nazareth, die Gods zoon genoemd zou worden, zou veel later zeggen dat niemand God kon zien als men niet naar Jezus van Nazareth keek. Daarbij ging het dan om wat hij deed en waartoe hij opriep. In het verhaal van Israël over hun verhouding met God ging het om een verbond waarbij God zou zorgen voor dat volk en dat volk hun naaste lief zou hebben als zichzelf. Dat volk bestaat nog steeds. Dat volk ging in ballingschap maar keerde terug naar het land dat hen geschonken was. Daar schrijft deze Jesaja over en dat is voor hem een wonder. Volken die in ballingschap gaan verdwijnen meestal in de geschiedenis. Alleen als ze op elkaar steunen, de zwaksten onder hen weten te helpen en niet de godsdienst overnemen van het land waarheen ze vervoerd zijn dan overleven ze. Wij kunnen dus ook geloven in een God die volgens de natuurwetten en de filosofie niet bestaat. We doen dat door te luisteren naar het verhaal over die God en te doen wat in het verhaal aan mensen wordt gevraagd, je naaste liefhebben als jezelf, ondanks alles. Dat kan ook vandaag weer.

Hij maakt vorsten nietig

vrijdag, 28 november, 2014

Jesaja 40:12-20

12 ¶  Wie heeft de wateren met holle hand omvat, de hemel gemeten met een ellenmaat? Wie heeft het stof van de aarde met een maatlepel afgepast?  Wie heeft de bergen gewogen op een weegschaal, de heuvels met balans en gewichten? 13  Wie heeft de geest van de HEER gemeten? Heeft iemand hem ooit raad gegeven? 14  Wie raadpleegt hij, wie biedt hem inzicht? Wie leidt hem op de paden van het recht? Wie leidt hem naar de wijsheid?  Wie toont hem de weg van het inzicht? 15  In zijn ogen zijn de volken als een druppel in een emmer, als een stofje op een weegschaal; de eilanden weegt hij als zandkorrels. 16  Zelfs de Libanon levert te weinig hout, te weinig wild voor een brandoffer. 17  De volken betekenen niets in zijn ogen, voor hem zijn ze minder dan niets. 18 ¶  Met wie wil je God vergelijken, hoe is hij uit te beelden? 19  Met een godenbeeld misschien? Dat is door een ambachtsman gemaakt, door een edelsmid overtrokken met goud en zilverbeslag. 20  Met een beeld, opgericht op een bergtop?  Dat is maar een stuk hout dat niet vermolmt, met zorg gekozen door een vakman, die een godenbeeld wil maken dat niet omvalt. (NBV)

Wat heb je nu aan een God die je niet kunt zien, die over het algemeen ook niet terugpraat en die je eigenlijk, volgens het verhaal, alleen maar er op uit stuurt om anderen te helpen. In de tijd dat het Bijbelgedeelte van vandaag geschreven is hadden de meeste volken goden in tempels. Die goden waren dan te zien in prachtige beelden waar kunstenaars hun uiterste best op hadden gedaan. In die tempels dienden de meest vreemd uitgedoste priesters. En als je de koningen van die volken zag dan hadden die zulke prachtige kleren en kronen dat ze wel een beetje op de goden leken. Sommige van die koningen of keizers riepen dan zo af en toe dat ze afstamden van een god of dat ze zelfs een god waren die aanbeden moest worden. Volgens het boek van de tweede Jesaja is dan het hebben van een god als die God van Israël wel heel erg handig. Die kun je niet zien omdat die alles te boven gaat, dus ook die protserige koningen. In onze dagen zouden we kunnen zeggen dat er geen pracht en praal ter wereld te verzinnen is die het haalt bij onze God.

En als we goed om ons heenkijken in de wereld dan moet het opvallen dat hoe onrechtvaardiger een dictator meestal is, hoe mooier het uniform en hoe fraaier de soldaten marcheren. Pracht en praal die machthebbers verheft boven het gewone volk gaat in onze dagen samen met onrecht dat het volk probeert te onderdrukken. Dat was in de dagen van de tweede Jesaja ook al zo en daarover gaat het gedeelte van vandaag. Als je dan weet dat die machthebbers ook gewone mensen zijn net als jezelf dan is het ook gemakkelijker je er tegen te verzetten of je te verheffen tegen het onrecht dat ze plegen. De machteloze krijgt daardoor macht in overvloed. Wie alleen de God van Israël als Heer, als heerser, van de wereld, erkent, krijgt nieuwe kracht. Niets en niemand is immers sterker dan die God, daarvoor ga je door het vuur, met hulp van die God krijg je alles voor elkaar.

Alles? Ja, want je weet dat je samen met iedereen die in die God geloofd het onrecht uiteindelijk uit de wereld kan doen verdwijnen. Met behulp van die God komt er een dag dat alle tranen gewist zullen zijn, dat machtigen geveld zijn en machtelozen de aarde zullen beërven. Die belofte is in veel prachtige bewoordingen aan de mensen gegeven. En we weten het natuurlijk wel, als we werkelijk van elkaar zouden houden en werkelijk bereid zouden zijn elkaar als broeders en zusters te zien in plaats van als vreemden en vijanden dan zou de hemel vanzelf op aarde komen. Zolang we bang zijn voor vreemden en andere geloven krijgen we alleen vijandschap en ellende. Er zijn mensen die daarvan kennelijk smullen, ook in ons land, die niet willen delen maar alleen wat ze hebben voor zichzelf willen houden. Dat is andere goden aanbidden, dat is jezelf boven anderen uitsteken, maar de God van Israël maakt ook die machthebbertjes klein. Samen leven, daar gaat het om, ook vandaag.

 

Troost mijn volk

donderdag, 27 november, 2014

Jesaja 40: 1-11

1 ¶  Troost, troost mijn volk, zegt jullie God. 2  Spreek Jeruzalem moed in, maak haar bekend dat haar slavendienst voorbij is, dat haar schuld is voldaan, omdat zij een dubbele straf voor haar zonden uit de hand van de HEER heeft ontvangen. 3 ¶  Hoor, een stem roept: ‘Baan voor de HEER een weg door de woestijn, effen in de wildernis een pad voor onze God. 4  Laat elke vallei verhoogd worden en elke berg en heuvel verlaagd, laat ruig land vlak worden en rotsige hellingen rustige dalen. 5  De luister van de HEER zal zich openbaren voor het oog van al wat leeft. De HEER heeft gesproken!’ 6  Hoor, een stem zegt: ‘Roep!’ En een stem antwoordt: ‘Wat zou ik roepen? De mens is als gras, hij bloeit als een veldbloem. 7  Het gras verdort en de bloem verwelkt wanneer de adem van de HEER erover blaast. Ja, als gras is dit volk.’ 8  Het gras verdort en de bloem verwelkt, maar het woord van onze God houdt altijd stand. 9 ¶  Beklim een hoge berg, vreugdebode Sion, verhef je stem met kracht, vreugdebode Jeruzalem,  verhef je stem, vrees niet. Zeg tegen de steden van Juda: ‘Ziehier jullie God!’ 10  Ziehier God, de HEER ! Hij komt met kracht, zijn arm zal heersen.  Zijn loon heeft hij bij zich, zijn beloning gaat voor hem uit. 11  Als een herder weidt hij zijn kudde: zijn arm brengt de lammeren bijeen, hij koestert ze, en zorgzaam leidt hij de ooien.(NBV)

We lezen vandaag het verhaal van een onbekende profeet. Zijn verhaal staat in het boek dat we kennen als het boek van de profeet Jesaja maar wie de Hebreeuwse tekst goed kan lezen komt tot de ontdekking dat zijn verhaal niet van dezelfde schrijver kan zijn als het eerste deel van het boek van de profeet Jesaja. Deze onbekende profeet wordt dan ook de tweede Jesaja, of deutero Jesaja genoemd. Waarschijnlijk is zijn verhaal terecht gekomen in het boek van Jesaja omdat het een volgeling van Jesaja was. Net zoals de oorspronkelijke Jesaja de hoop op bevrijding levend hield voor en bij het begin van de ballingschap hield deze deutero Jesaja de hoop op bevrijding levend toen de ballingschap al een tijd aan de gang was en het er op leek dat er een einde aan zou komen. Er is overigens ook een derde Jesaja, van wie je vanaf hoofdstuk 55 kunt lezen, die uiteindelijk het boek van de profeet Jesaja heeft samengesteld en uitgegeven.

Zo werd het boek van de profeet Jesaja beleefd als één boek, het boek van de hoop op bevrijding, zo wordt dat boek tot op de dag van vandaag gelezen. De tekst van het gedeelte van vandaag is gebruikt voor één van de meest populaire gedeelten uit de compositie Messiah van Händel. Het magistrale werk over de bevrijder die het volk terug zou voeren naar het beloofde land en de hele aarde zou bevrijden van alle uitbuiting, leed en ellende. Deze tweede Jesaja zat met een groot probleem. De God van Israël had verloren van de goden van Babel. De oppergod van Babel, Marduk, had duidelijk gewonnen want zelfs het zilver van de Tempel was naar Babel overgebracht, samen met het volk. Die Marduk moest wel een hele sterke God zijn want toen koning Nabonid van Babel zich afwendde van de godsdienst van Marduk en de maangodin Sin ging aanhangen verzwakte het rijk van Babel en kon het worden veroverd door Cyrus. De priesters van Marduk openden de poorten van Babel  voor de veroveraar.

 Maar die Cyrus besloot vrijwel direct de Joden terug te laten keren naar hun eigen land en gaf hen toestemming hun eigen God te gaan aanbidden en hun Tempel te herbouwen. Ze mochten zelfs het tempelzilver meenemen. Voor deutero Jesaja bestaan die andere goden gewoon niet. Het is de God van Israël die alle machten en krachten van de wereld te boven gaat. Daarom vertegenwoordigen de teruggekeerde ballingen juist die God, een God waar je op kunt bouwen, die niet laat varen het werk dat ooit werd begonnen. Zelfs de heidense Koning Cyrus werd een werktuig in de hand van die God. De eredienst van die God kon weer beginnen. En wat was de eredienst van die God dan wel? Daar draait het natuurlijk om. Dat was niet een mooie tempel met een prachtig beeld, veel priesters en veel offers. Dat was een Tempel waar het verbond met die God werd bewaard en gevierd. Dat verbond dat draaide om je naaste liefhebben als jezelf, daarmee heb je die God lief boven alles. Dat was wat die Priesters uitdroegen, zij spraken ook recht tussen de mensen en zorgden daarmee voor rechtvaardigheid. Zij zorgden er ook voor dat die offers werden gedeeld, met de armen en met de vreemdelingen. Daarom begint dit verhaal van deutero Jesaja met een feestelijke optocht. God gaat voorop en de hele wereld loopt er achteraan, achter de God van vrede en gerechtigheid, als de Liefde weer gaat regeren op aarde.

Onze voeten weken niet van uw pad.

woensdag, 26 november, 2014

Psalm 44:18-27

18 Dit is ons overkomen, maar wij zijn u niet vergeten, uw verbond verloochenden wij niet, 19)ons hart keerde zich niet van u af, onze voeten weken niet van uw pad. 20 Toch hebt u ons naar de jakhalzen verbannen en ons met diepe duisternis bedekt. 21 Hadden wij de naam van onze God vergeten, onze handen uitgestrekt naar een vreemde god, 22 zou God dit niet hebben ontdekt? Hij kent de geheimen van ons hart. 23 Toch worden wij dag na dag om u gedood en afgevoerd als schapen voor de slacht. 24 Word wakker, Heer, waarom slaapt u? Ontwaak! Verstoot ons niet voor eeuwig. 25 Waarom verbergt u uw gelaat, waarom vergeet u onze ellende, onze nood? 26 Onze ziel ligt neergebogen in het stof, ons lichaam vastgekleefd aan de aarde. 27 Sta op, kom ons te hulp, verlos ons, omwille van uw trouw. (NBV)

In het eerste deel van deze Psalm hadden we gelezen dat de dichter van de Psalm en zijn volk goed gekeken hadden naar de geschiedenis van het volk en zich de vraag hadden gesteld waar het toch mis was gegaan tussen de God van Israël en het volk dat hij een land overvloeiende van melk en honing had beloofd waar ze in vrede en in vrijheid konden wonen. Dat het mis was gegaan was duidelijk. Ze woonden er niet meer, ze waren  verspreid over de aarde geraakt. Ooit zouden ze wel weer naar dat land Israël terug keren maar dat ooit kwam maar niet. En daar gaat het tweede deel van deze Psalm over. Het is een smeekbede aan God om wat van zich te laten merken. Voor een flink deel van de moderne gelovigen is dat maar een rare smeekbede. Als je het plan dat God met jou heeft volgt, als je je hart aan Jezus hebt gegeven, als je leeft volgens de wil van God, dan zou alles toch goed met je moeten gaan? Dan zijn voorspoed, gezondheid en vrede in je huis wat je te wachten staat. Het is kennelijk een Heidense leugen. Het voor wat hoort wat geloof bestaat niet.

De dichter van deze Psalm is de wanhoop nabij. Hij roept zelfs zijn God om wakker te worden, waarom blijft zijn God slapen? Voor kenners van de Hebreeuwse Bijbel is het een zeer brutale vraag. Ooit stond de profeet Elia op de berg Karmel. Er was drie jaren droogte geweest in het land en welke God zou het laten regenen zodat er een einde zou komen aan de hongersnood. Hij had het opgenomen tegen de vruchtbaarheidsgod van Kanaän, de Baäl. Achter die God was het volk achterna gelopen. Honderden priesters van die afgod hadden zich verzameld en een altaar gebouwd. Ze hadden zich verwond en hun bloed over het altaar gegoten. Maar er gebeurde niets. Spottend vroeg Elia hen toen of hun God misschien sliep. Misschien moesten ze wat harder roepen om hem wakker te maken. Maar ondanks alle inspanningen gebeurde er niks. Toen Elia water over zijn altaar liet gieten kwam er een wolkje en stak de God van Israël met een bliksemstraal zelf het vuur van het kletsnatte altaar aan en het offer en het altaar verbrandden toen.

Dezelfde wanhoop als Elia bespeurde bij zijn tegenstanders is dus ook te vinden bij de dichter van deze Psalm. Het is de wanhoop die we vandaag ook horen van veel mensen die zich afkeren van de God van Israël. Waar is die God in het geweld in Syrië en Irak? Waar is die God in het geweld tussen Israël en Palestina? Waar is die God in West-Afrika in de Ebola epidemie? Waar is die God bij de ALS, MS en kankerpatiënten? Waar is die God bij de onschuldige verkeersslachtoffers? Die oorlogsslachtoffers vallen ook als ze geloven in de God van Israël en zijn zoon Jezus van Nazareth. Geloven zoals Christenen geloven is in heel veel landen in de wereld een gevaarlijke zaak. Ook ziekten breken uit in gelovige gezinnen, geliefden worden ook daar verloren. Ook gelovigen, zelfs op weg naar een dienst voor de naaste, worden slachtoffer in het verkeer. Waarom dan blijven spreken over het pad van de God van Israël? Omdat die God mensen nodig heeft. Mensen heeft geleerd hoe een menswaardige samenleving in te richten waar zorg is voor de ander, waar iedereen mee kan doen, waar vrede heerst en recht. In onze samenleving wordt zorg een last genoemd en wil men alleen betalen voor gevangenen en soldaten, voor dikke  muren en zware wapens. Zo lang wij blijven kiezen tegen de zorg voor de zwaksten en de minsten in de wereld zal God ons niet thuis brengen in het land dat ook ons is beloofd. Elke dag kunnen we een andere keus maken, de keus voor de weg van God, elke dag kunnen we zo gaan leven dat iedereen daar aan mee gaat doen. Dan zal het komen. Zondag breekt de advent uit en gaat de kerk vier weken lang over die verwachting spreken. Ga maar eens luisteren.

Een kunstig lied

dinsdag, 25 november, 2014

Psalm 44:1-17

1 Voor de koorleider. Van de Korachieten, een kunstig lied.

2 God, met eigen oren hebben wij het gehoord, onze voorouders vertelden het ons door: de daden die u verrichtte in hun dagen, in de dagen van weleer. 3 Om hén te planten hebt u volken verdreven, naties verslagen om ruimte te geven aan hén. 4 Zij verkregen het land niet met het zwaard, niet hun eigen kracht heeft hen gered, maar uw rechterhand, uw arm, het licht van uw gelaat-u had hen lief. 5 U, God, bent mijn koning, u beveelt de redding van Jakob. 6 Met u stoten wij onze belagers neer, met uw naam vertrappen wij onze tegenstanders. 7 Het is niet mijn boog waarop ik vertrouw, niet mijn zwaard dat mij redt, 8 u hebt ons gered van onze belagers, u liet onze haters beschaamd staan. 9 God, wij loven u dag na dag,uw naam zullen wij altijd prijzen.

sela@&

10 Toch hebt u ons nu verstoten en vernederd: u trok niet ten strijde met onze legers, 11 u deed ons wijken voor onze belagers, onze haters roofden ons leeg.12 U hebt ons als slachtvee uitgeleverd, ons onder vreemde volken verstrooid,13 u hebt uw volk van de hand gedaan, veel bracht de verkoop u niet op. 14 U hebt ons het mikpunt van spot gemaakt, onze naburen smaden en honen ons, 15 u hebt ons bij de volken belachelijk gemaakt, ze schudden meewarig het hoofd. 16 Heel de dag moet ik mijn schande dragen, het schaamrood bedekt mijn gezicht 17 als ik de vijand hoor spotten en sarren, hem vol wraakzucht zie staan.(NBV)

Vandaag zingen we de eerste twee coupletten van een Psalm mee met het volk van Israël. De kerken hebben zich die psalmen wel toegeëigend maar het blijven liederen die door het volk van Israël zijn geijkt op het geloof in de God van Israël. Deze psalm is een leerdicht, dat staat er boven al vertaald de Nieuwe Bijbelvertaling hier met kunstig lied. Het zit wel knap in elkaar. De eerste twee coupletten lijken recht tegenover elkaar te staan. In het eerste couplet wordt beschreven wat de dichter, wat het volk, uit de geschiedenis heeft geleerd. Dat is een bijzondere les die nog maar weinig mensen zich ter harte zullen nemen. De les is namelijk dat alle oorlog en geweld de  volken geen land, geen welvaart, geen rijkdom hebben opgeleverd maar zodra men de richtlijnen van de God van Israël ging volgen dan kwamen dat land, die welvaart en de rijkdom als vanzelf. De God van “Gij zult niet doden” van “je moet het bezit van de ander niet willen hebben” geeft een paar simpele richtlijnen die vrede en gerechtigheid brengen en een land geven waarin iedereen mee kan doen.

Het tweede couplet staat daar haaks op. Want ook al is het volk Israël bij uitstek het volk van de God van Israël het werkt niet meer. Je verliest de oorlogen die je voert in de naam van die God, het land is verloren het volk verstrooid over de aarde, veroordeeld tot wonen te midden van vreemde volken. De volken schudden meewarig hun hoofd over die rare Israëlieten die steeds maar weer aankomen met hun verhalen  over de God van Israël en de geschiedenis waarin ze bevrijd waren uit de slavernij in Egypte, hoe die God had laten zien hoe Koningen zouden moeten zijn, zoals David en Salomo namelijk. Bespottelijk in de ogen van de vreemde volken. Een sterk leger, een goede bewapening, eigen sterke en welvarende goden en vooral een rijke bovenklasse die samen met een koning die dienst konden uitmaken, die verzekerden elk volk van welvaart en vrede. Dat er armen dood gingen, dat de ouden krepeerden, dat weduwen zich verlaagden tot prostitutie, dat vreemdelingen werden uitgebuit, en het leven van slaven niet meer meetelde hoort nu eenmaal bij het leven en dat moet je maar voor lief nemen. Het is de prijs die een samenleving betaalt voor welvaart en vrede. Zo gaat het bij de vreemde volken.

Deze Psalm is pijnlijk actueel. Geleerden die graag in geschiedenisboekjes lezen en ook van de Bijbel een soort geschiedenisboekje willen maken hebben zich suf gezocht naar de dagen waarin deze Psalm is ontstaan. De een komt met de tijd van de Rechter, richteren zeen we vroeger, de ander denkt meer aan de tijd van de Makkabeeën, de tijd waarin ook het boek Daniël is ontstaan. Een definitieve overeenkomst is er niet gevonden. Dat betekent eigenlijk dat die Psalm ook in onze dagen zou kunnen zijn ontstaan. De oorlog tussen Palestijnen en Israëlieten maakt toch dat op dit moment de Israëlieten zich over de volken verspreiden en hun eigen lang ontvluchten. Wie kijkt naar het conflict in het Midden Oosten ziet toch hoofdschuddend hoe Israël zonder oorlog een welvarende staat zou kunnen worden waar kunst en wetenschap bloeien en die een belangrijke bijdrage zou kunnen leveren aan het oplossen van problemen op het gebied van energie en voedselvoorziening. Palestina zou een welvarende Islamitische staat kunnen worden waar de samenleving van tal van godsdiensten vorm zou kunnen krijgen. Misschien moeten we ze van buitenaf die spiegel voorhouden, het kan door deze psalm vandaag mee te zingen.

Gelukkig is de mens die blijft wachten

maandag, 24 november, 2014

Daniël 12:5-13

5 ¶  Toen zag ik, Daniël, twee anderen staan, de ene aan deze oever van de rivier, de andere aan de overkant. 5 ¶  Toen zag ik, Daniël, twee anderen staan, de ene aan deze oever van de rivier, de andere aan de overkant. 6  Een van hen zei tegen de in linnen geklede man die zich boven het water van de rivier bevond: ‘Hoe lang duurt het tot het einde van deze wonderbaarlijke gebeurtenissen?’ 7  Daarop hoorde ik de in linnen geklede man die zich boven het water van de rivier bevond spreken. Hij hief beide handen op naar de hemel en zwoer bij de eeuwig Levende: ‘Eén tijd, een dubbele en een halve tijd: wanneer de macht van het heilige volk niet langer verbrijzeld zal worden, dan zullen al deze dingen zich hebben voltrokken.’ 8  Ik hoorde het, maar begreep het niet en zei: ‘Mijn heer, hoe zal dit alles aflopen?’ 9  Maar hij zei: ‘Ga heen, Daniël, want deze dingen blijven verborgen en verzegeld tot de eindtijd. 10  Velen zullen zich laten reinigen, zuiveren en louteren, maar de wettelozen zullen wetteloos handelen; en geen van de wettelozen zal het begrijpen, maar de verlichten zullen het wel begrijpen. 11  En vanaf het moment dat het dagelijks offer wordt afgeschaft en een verwoesting brengend afgodsbeeld is opgericht, zullen er twaalfhonderdnegentig dagen verstrijken. 12  Gelukkig is de mens die blijft wachten en dertienhonderdvijfendertig dagen bereikt. 13  Maar jij, ga het einde tegemoet. Je zult te ruste gaan en aan het einde van de dagen opstaan om je bestemming te bereiken.’(NBV)

In de Hebreeuwse Bijbel, die wij nog vaak Oude Testament noemen, kom je weinig verhalen tegen over de opstanding der doden. In het boek Genesis wordt beschreven hoe God de mens maakte uit rode aarde en die mens met de adem van God tot leven wekte. Als de mens dood zou gaan dan keerde het stof weer terug naar de aarde, stof zijt gij en tot stof zult gij wederkeren. In het boek Prediker kun je dan lezen dat de adem die God had ingeblazen weer naar God zou terugkeren. Veel mensen die zeggen dat er na de dood niks is spreken dus eigenlijk heel Bijbels. Maar in de dagen dat Antiochus IV Epiphanes de macht in Israël had en de Makkabeeën met man en macht probeerden de godsdienst van de God van Israël in ere te houden was men daar niet tevreden mee. Het kon toch niet dat de goeden zo verschrikkelijk moesten lijden en de slechten een luxe leventje konden blijven leiden. Dat de psalmdichter op het einde van die rijken en machtigen wees, wat leeg en soms vol angst was, werd onvoldoende geacht. De God van Israël was een rechtvaardig God en zou ooit toch moeten oordelen tussen de beulen en hun slachtoffers.

Nu werd het volk steeds beloofd dat er een dag zou komen waarop de glorie van God op aarde weer zou worden hersteld. Een dag waarop het volk Israël gezuiverd zou worden van alle ongerechtigheid en alle volken zich naar Israël zouden wenden om te leren hoe ze hun samenleving zo zouden moeten inrichten dat het een menselijke, rechtvaardige samenleving zou worden. Alle tranen zouden gedroogd zijn en de dood zou niet meer heersen. Aan die dag, we kennen het in het Nederlands als “de dag des Heren”, zouden alle rechtvaardigen deelnemen. Het verhaal over die zuivering over dat oordeel heeft tot veel angst geleid en gelovigen zochten bij zichzelf hoe de God van Israël wel zou oordelen. Op het eind van het boek Daniël vindt je dan de mededeling dat er een opstanding van de doden zal zijn. Het Christendom heeft die gedachte verder uitgewerkt, zeker nadat Jezus van Nazareth ook na zijn kruisiging en dood net zo belangrijk bleef als daarvoor. Zijn liefde was een opstaan tegen de dood geworden. Eigenlijk zou de angst voor dat oordeel vervangen hebben moeten worden door de moed die menselijke samenleving naderbij te brengen.

Het geloof in die opstanding van de doden op het eind van de geschiedenis heeft in de dagen van de Makkabeën de mensen moed gegeven zich te blijven verzetten tegen het onrecht en de onderdrukking. Die moed hadden de eerste Christenen ook, zij weigerden zich te laten regeren door een samenleving waarin mensenlevens niet meer telden, waar iedereen op elk moment gedood kon worden, zeker door een overheid, een Keizer aan het hoofd, die alleen uit was op de rijkdom en het welzijn van de machthebbers. Het Romeinse Rijk was een samenleving die gebouwd was op slavernij en slaven telden niet mee, het leven van een slaaf telde al helemaal niet. De angst voor het oordeel kwam pas later en is door kerken en machthebbers vaak van bovenaf opgelegd. De machthebbers in kerk en samenleving waren door God daar neergezet en verzet tegen de door hen ingerichte samenleving was verzet tegen God en zou leiden tot het eeuwige vuur om daar te branden. Er is zelfs een tijd geweest dat brandstapels lieten zien hoe dat zou zijn. In onze dagen lijkt het verzet tegen onrechtvaardigheid gesmoord. De markteconomie, waar de sterkste en de slimsten altijd gelijk hebben, wordt ons voorgehouden als de meest menselijke samenleving. Van delen is steeds minder sprake, zorg voor ouden, zieken en gehandicapten wordt als een last bestempeld. De tijd voor een verzet tegen deze onmenselijke samenleving is daarom gekomen. Mensen die geloven dat het anders kan, anders moet, zullen moeten opstaan uit de doodse leegheid die het materialisme ons ook nu nog brengt. Elke dag weer, ook vandaag.

Velen zullen op zoek gaan

zondag, 23 november, 2014

Daniël 12:1-4

1 ¶  In die tijd zal Michaël opstaan, de grote vorst, die de kinderen van je volk ter zijde staat. Het zal een tijd van verdrukking zijn, zoals er niet geweest is sinds er volken bestaan. In die tijd zal je volk worden gered: allen die in het boek zijn opgetekend. 2  Velen van hen die slapen in de aarde, in het stof, zullen ontwaken, sommigen om eeuwig te leven, anderen om voor eeuwig te worden veracht en verafschuwd. 3  De verlichten zullen stralen als het fonkelende hemelgewelf, en degenen die velen tot gerechtigheid hebben gebracht als de sterren, voor eeuwig en altijd. 4  Maar houd deze woorden geheim, Daniël, en verzegel het boek tot de eindtijd. Velen zullen op zoek gaan en de kennis zal toenemen.’ (NBV)

Als we het boek over Daniël lezen dan moeten we nooit vergeten dat het hele volk naar een vreemd rijk is gebracht, Babel, waar het volk in ballingschap wordt gehouden. Ze kunnen er werken, wonen, trouwen en zelfs hoge posities bereiken, maar ze blijven gevangenen die afhankelijk zijn van de grillen van vreemde vorsten. Daniël had een hoge positie bereikt maar blijft dromen van de tijd dat het volk weer in het eigen land zal wonen, hij blijft er vast van overtuigd dat het allemaal goed zal aflopen. Ook al is zijn hele volk weggevoerd naar het rijk van een machtig heerser, eens zullen ze terugkeren en dan zullen ze stralen als de sterren aan de hemel. In zijn dromen is er een legeraanvoerder Michaël, “hij die aan God gelijk is” betekent dat. De traditie heeft er een legeraanvoerder van God, een aartsengel, van gemaakt. Maar die Michaël zal het volk bevrijden, desnoods met geweld. Zoiets moet je dus niet al te vaak zeggen en zeker niet van de daken schreeuwen.

Daniël krijgt de opdracht die overtuiging maar geheim te houden. Mensen gaan vanzelf wel op zoek naar de zin van het bestaan en ontdekken dan hoe het zit. Steeds meer mensen komen tot de ontdekking dat polarisatie zonder gesprek geen enkele zin heeft. Mensen die onverschillig tegenover hun omgeving stonden, ze zijn als dood en liggend in het stof, staan op en nemen verantwoordelijkheid op zich voor hun omgeving. In Amerika zag je dat meer en meer mensen daar gingen stemmen bij de presidentsverkiezingen, toen het gevoel ontstond dat de samenleving ook echt beter zou kunnen worden. Die verkiezingen waren spannend. Wie gaat winnen, krijgt het nieuwe een kans? Een dergelijke spanning moet ook Daniël gevoeld hebben. Als ze allemaal terug zullen gaan, als iedereen zich weer in gaat spannen voor de samenleving die God ooit bedoeld had, hoort iedereen daar dan ook thuis? Er zullen mensen zijn die alleen mee zullen gaan uit eigen belang, om er zelf beter van te worden.

Bij verkiezingen is het niet anders, de winnende partij trekt altijd mensen aan die willen profiteren van het succes. Ook in ons land trekken nieuwe politieke bewegingen mensen aan die het niet gaat om het ideaal, om de doelstellingen, maar om een goed baantje. Het is een probleem waar partijen en bewegingen geen antwoord op hebben. Ook Daniël had er geen antwoord op maar hij had vertrouwen. In zijn droom zullen de goeden voor eeuwig voortleven en de slechten voor eeuwig worden verafschuwd. De mensen die het volk tot haar recht hebben gebracht zullen stralen als de sterren aan de hemel. Een prachtig beeld. Maar als je dat gaat rondbazuinen ontstaat er gelijk ruzie over de vraag wie bij de goeden en wie bij de slechten gerekend moeten worden. Het is daarom beter te blijven spreken over het ideaal zelf, de samenleving van je naaste liefhebben als jezelf, het land waar iedereen met iedereen deelt en dat daardoor overvloeit van melk en honing. Genoeg mensen zullen daar naar op zoek gaan, altijd weer, zelfs vandaag.

Hij wordt hoogmoedig

zaterdag, 22 november, 2014

Daniël 11:36-45

36  De koning doet wat hij wil. Hij wordt hoogmoedig en stelt zich boven iedere god, en tegen de God der goden spreekt hij lasterlijke woorden. Toch zal hij in voorspoed leven totdat de toorn is uitgewoed, want wat besloten is moet worden uitgevoerd.37  Ook op de goden van zijn voorouders slaat hij geen acht, noch op de bij vrouwen geliefde god, noch op enige andere god, want hij stelt zich boven alle goden. 38  In plaats daarvan vereert hij de god van de vestingen; met goud, zilver, edelstenen en andere kostbaarheden vereert hij een god die zijn voorouders nooit gekend hebben. 39  Versterkte vestingen valt hij aan met hulp van die vreemde god. Allen die hem erkennen, overlaadt hij met eerbewijzen en maakt hij heerser over velen; als beloning geeft hij hun grond. 40  In de eindtijd zal de koning van het Zuiden met hem in botsing komen en de koning van het Noorden zal hem bestormen met wagens en ruiters en talloze schepen. Hij zal landen binnenvallen en er als een vloedgolf doorheen razen. 41  Ook het Sieraadland valt hij binnen. Velen worden onderworpen, alleen de volgende volken zullen aan hem ontkomen: Edom, Moab en het belangrijkste deel van de Ammonieten. 42  Hij wordt heer en meester over vele landen, ook Egypte ontkomt niet aan hem. 43  Hij eigent zich de goud- en zilverschatten en de andere kostbaarheden van Egypte toe. Libiërs en Nubiërs maken deel uit van zijn gevolg. 44  Maar geruchten uit het oosten en het noorden zullen hem opschrikken, en hij zal in grote woede uittrekken om velen te verdelgen en te vernietigen. 45  Hij zal zijn koninklijke tenten opslaan tussen de zee en de berg van het heilig Sieraad, maar dan vindt hij zijn einde zonder dat iemand hem helpt. (NBV)

Het aardige van de Bijbel is vaak dat er niet een strijd wordt aangegaan over de God van Israël als de enige god maar dat als mensen andere goden willen aanbidden, of achterna lopen ze dat zelf maar moeten weten. Dat die goden bestaan wordt niet ontkend. Wel kun je op andere plaatsen tegenkomen dat men die andere goden zelf heeft gemaakt, dat het voorwerpen van hout of steen zijn al dan niet versierd met zilver en goud en kostbaar edelgesteente.  Maar als jij het werk van je eigen handen wil vergoddelijken dan moet je dat vooral doen. Je moet er geen hulp in nood van verwachten. Die andere goden geven je geen richtlijnen voor het inrichten van je samenleving als een menselijke samenleving. Die andere goden doen je geen recht en hun gerechtigheid is er niet. Liefde, barmhartigheid, mededogen, gerechtigheid zijn eigenschappen die uitsluitend te vinden zijn bij de God van Israël. Het is moeilijk je boven die God te stellen, of gelijk aan die God te willen worden. Hoogmoedige koningen en machthebbers willen dat soms wel. Wij hebben inmiddels een internationaal strafhof om met hen af te rekenen.

Daniël beschrijft hoe het zal gaan met een dergelijke koning die zich boven alle goden verheft. Hij vindt uiteindelijk zijn einde zonder dat iemand hem helpt. Als iemand zich boven de goden verheft kan dat alleen als hij zelf een god is. En die Antiochus IV Epiphanus, waarover het volgende meeste geleerden gaat, vond zichzelf ook een god. Hij was van jongs af aan geboeid door de dienst aan Zeus. De oppergod in het geloof van de Grieken maar een god die ook in verschillende gedaanten kon verschijnen. De gedaante die Antiochus zo boeide was Zeus de veroveraar. Nu zijn er in de Griekse mythologie een heleboel verhalen waarin de goden zich voordeden als mensen. Zeus verwekte op die manier volgens de verhalen bij knappe meisjes graag kinderen. Hercules was daar een ook nu nog bekend voorbeeld van. Antiochus ging zich na zijn overwinningen en veldslagen zelf zien als Zeus de veroveraar die mens was geworden. Hij liet zelfs een munt slaan waarop hij staat met een stralenkrans en het opschrift “de geopenbaarde god” naast zijn naam uiteraard.

Het eind van het verhaal zoals dat in het boek Daniël beschreven staat spoort niet helemaal met de geschiedenisboekjes. Nu is de Bijbel ook geen geschiedenisboekje maar het verhaal hoe de God van Israël met mensen om gaat en hoe mensen met hem omgaan. Geleerden nemen aan dat het boek Daniël is geschreven voordat Antiochus dood ging. Het is een boek dat uiteindelijk een wreed onderdrukt volk hoop geeft. De onderdrukking is niet voor altijd en er komt een eind aan het leven van een dergelijke onderdrukker, of dat nu in een tent is in het Sieraadland, waarmee Israël wordt bedoeld of aan een ziekte tijdens een oorlog tegen de Parthen zoals uit de geschiedenisboekjes blijkt. Het verhaal kan ons dus ook hoop geven. Niemand had ooit gedacht dat een staat als de DDR, onder bescherming van Rusland, ooit één zou worden met West-Duitsland, een staat onder bescherming van Amerika en haar bondgenoten. Toch herdenken wij dezer dagen dat het 25 jaar geleden gebeurde. Zo zijn vele onderdrukkingen voorbij gegaan, al duurde het soms 80 jaar zoals met onze eigen onafhankelijkheid. Het is dus altijd de moeite waar geweld en onderdrukking te bestrijden, zeker als er dictators zijn die elke godsdienst willen verbieden. Elke dag opnieuw mogen wij naar onze broeders en zusters, in het Grieks Adelphoi, kijken, om te zien wie onze hulp bij bevrijding nodig hebben, ook vandaag mag dat weer.

 

De vastgestelde tijd is nog niet aangebroken.

vrijdag, 21 november, 2014

Daniël 11:29-35

29  Op de vastgestelde tijd zal hij opnieuw het Zuiden binnenvallen, maar de tweede keer verloopt anders dan de eerste. 30  Schepen van de Kittiërs vallen hem aan, zodat hij wordt afgeschrikt en rechtsomkeert maakt. Eenmaal terug richt hij zijn woede tegen het heilig verbond en besteedt hij zijn aandacht aan hen die het heilig verbond verzaken. 31  Hij brengt strijdkrachten op de been; die zullen het heiligdom, de vesting, ontwijden, het dagelijks offer afschaffen en een verwoesting brengend afgodsbeeld oprichten. 32  Degenen die zich niet houden aan het verbond, verleidt hij op listige wijze tot afvalligheid, maar degenen die hun God trouw zijn zullen zich met kracht verzetten. 33  De verlichten onder het volk brengen velen tot inzicht, maar een tijd lang worden zij te vuur en te zwaard bestreden, gevangengezet en beroofd. 34  Tijdens hun onderdrukking krijgen ze enige hulp, al zullen velen zich onder valse voorwendselen bij hen aansluiten. 35  Maar ook sommige van de verlichten komen ten val; mogen zij worden gelouterd, gereinigd en gezuiverd tot aan de eindtijd, want de vastgestelde tijd is nog niet aangebroken.(NBV)

Er wordt wat afgerekend in de Christelijke wereld. Telkens in de geschiedenis duiken er weer mensen op die precies hebben uitgerekend wanneer het eind van de geschiedenis bereikt zal zijn. Meestal duurt het volgens de rekenmeesters nog maar een korte tijd. Ze verschillen soms in de uitleg over wat er dan zal gaan gebeuren. Sommigen zeggen dat Christus op de wolken komt en de gelovigen opneemt en de ongelovigen nog achterlaat, anderen zeggen dat alle volken geoordeeld zullen worden. De Bijbel zegt ons dat we niet weten wanneer het eind van de geschiedenis zal zijn bereikt. De geheimzinnige taal waarin Daniël zijn profetieeën verstopt, koning van het Zuiden, koning van het Noorden, Kittiërs die zeevaarder zouden zijn, heeft een heel andere betekenis dan een toekomst in een mist te laten en alleen te verklaren door ingeweiden die wel even zouden zeggen wanneer het zo ver is, dat einde van de geschiedenis.

Het verhaal over Daniël werd gelezen tijdens een opstand tegen de vergrieksing van de Judeese samenleving. Er brak een oorlog uit tussen Judeërs die de cultuur van de nieuwe Griekse Koning wel mooi vonden, die dienst aan de God van Israël had de bezetting immers niet kunnen tegenhouden, en de aanhangers van de Tora, de leer van Mozes. Voor die laatsten was het plaatsen van een groot beeld van de Griekse oppergod Zeus en het brengen van offers aan die God wel het meest gruwelijke dat men de aanhangers van de Tora kon aandoen. Dit was zo gruwelijk dat de Tempel van de God van Israël in hun ogen verwoest was en dat er in zijn plaats een Tempel van Zeus was gecreëerd. De schrijver van het boek Daniël kiest heel duidelijk partij, hij kiest partij voor de aanhangers van de Tora. Maar kiezen voor de God van Israël betekent nog niet dat je dan beschermd bent tegen leed en onderdrukking. Geloof in de God van Israël is niet een soort van verzekering tegen kwaad en ellende. Integendeel, de mensen die het licht hebben gezien worden evengoed gevangen gezet en beroofd.

Maar hun houding wekt bewondering en er zijn mensen die zich bij hen aansluiten. Nu zijn er altijd vele motieven voor mensen om in verzet te komen tegen onderdrukkers. Ze worden zelf onderdrukt, ze denken dat de opstandelingen zullen winnen en dat ze dan een mooi baantje krijgen. Ze houden zelf ook van oorlog voeren en geweld gebruiken. Ze willen wraak nemen voor het onrecht dat hen is aangedaan, of waarvan ze vinden dat het hen in aangedaan. Ook al zijn er verkeerde motieven men sluit zich aan bij een goede beweging. Pas na de overwinning blijkt wie er oprecht het kwaad heeft bestreden ten behoeve van allen en wie er in opstand kwam uit eigen belang. Wie de geschiedenis van de strijd tegen de gruwel der apartheid in Zuid Afrika heeft gevolgd en gezien heeft hoe het na de afschaffing verder ging zal veel uit het verhaal van Daniël herkennen. Uiteindelijk werd een bloedbad voorkomen door het streven naar waarheid en verzoening van enkelen. Daar waren het de voormalige tegenstanders die op een nieuwe manier met elkaar verder moesten. Dat was een pijnlijk proces, maar het was noodzakelijk. Ook wij moeten bij steun aan bevrijders van mensen die lijden onder onrecht en onderdrukking beseffen dat er na het afschaffen van de onderdrukking, het opruimen soms van de onderdrukkers een nieuwe samenleving gevormd moet worden waar mensen tot hun recht kunnen komen. Dat gaat niet vanzelf, daar is werk voor nodig dat we elke dag opnieuw kunnen beginnen of steunen, ook vandaag weer.