Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor augustus, 2014

Gun jezelf geen rust

zondag, 31 augustus, 2014

Spreuken 6:1-11

De titel van de stukjes die ik hier elke dag schrijf aan de hand van het leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap komen altijd letterlijk uit het gedeelte dat aan de orde is. Eerst de Bijbel lezen en dan mijn overweging is de gedachte. Wie oppervlakkig het gedeelte van vandaag heeft gelezen zal snel denken dat de oproep om jezelf geen rust te gunnen gevolgd wordt door de oproep naar de mieren te kijken, we zijn dan allemaal lui niet waar. Maar dan is er toch niet helemaal goed gelezen. We zien graag de splinter in het oog van de ander en vergeten daarbij zo gemakkelijk de balk in eigen ogen te zien. Het gedeelte dat we vandaag uit het boek Spreuken hebben gelezen beschrijft een oorzaak van de bankencrisis die we eigenlijk nog steeds hebben. Het gaat over het borg staan voor een ander. Uitgangspunt daarbij is de gewoonte om de ander te helpen. Als er pech is met de oogst, als er ziekte is geweest of als er rovers zijn langs geweest kan het zijn dat je echt met elkaar moet delen om de komende winter te overleven. Maar waarom zou je weggeven als er ook geleend kan worden. Natuurlijk willen de uitleners enige zekerheid en iemand die borg kan staan is een zekerheidje.

Degene die borg staat loopt bij het borg staan het grootste risico. Die raakt eigenlijk gevangene van zijn borg. Als degene voor wiens lening borg wordt gestaan lui is en er met de pet naar gooit is de borgsteller een heleboel geld kwijt. Dan kan de borgsteller zelfs tot armoede vervallen. De Spreukendichter waarschuwt daartegen maak je vrij van de borgstelling heet het hier en als waarschuwing kan de oproep gebruikt worden om tegen een luiaard te zeggen dat die maar eens naar de mieren moet kijken. Die helpen elkaar, vormen duidelijk een gemeenschap maar werken ook allemaal even hard. Daar hoeft niemand borg te staan omdat iedereen wil inspringen om pech of mislukkingen op te vangen ten behoeve van de hele gemeenschap. Zo wil de God van Israël graag het volk zien functioneren. Gun jezelf dus geen rust om op deze manier en met deze argumenten van de borgstelling af te komen. Banken doen het anders. Eerst keken ze naar de winsten die ze gemakkelijk konden maken met het uitlenen van hypotheken. Elk mogelijk risico werd verwaarloosd. Nu de prijzen zijn gedaald hebben de banken veel geld verloren. Maar ook nu wordt niet naar de werkelijkheid gekeken. Ondernemers met een goed lopend bedrijf kunnen niks meer lenen om hun bedrijf op orde te houden. Mensen die een huis willen kopen moeten zelf maar sparen om het hele bedrag bij elkaar te krijgen, kijken naar de verhouding tussen inkomen en de werkelijke waarde van het huis is er nauwelijks bij.

We leven dus nog steeds in een samenleving waarbij iedereen op de eerste plaats kijkt naar het mogelijke eigen gewin. Niemand kijkt bij het handelen naar wat de gemeenschap nodig heeft. Dat we gezonde bedrijfjes nodig hebben om te zorgen dat er mensen zijn die zonder veel risico leningen en hypotheken kunnen aflossen lijkt iedereen te vergeten op het moment dat er niet te veel winst moet worden gevraagd. Hulp bij het draaiend houden van onze op geldstromen gebouwde samenleving is er niet bij. Cultuurveranderingen bij banken is niet te verwachten. Het is jammer dat niemand meer met goed fatsoen de banken buiten het eigen particuliere geldverkeer kan houden. Contante uitbetaling van loon en contante betaling van woon en energiekosten zijn niet meer aan de orde. Als we er de keuze tussen zouden hebben zouden banken zich sneller opstellen als dienstverleners, nu maken zij uit hoe en tegen welke kosten in onze samenleving het geldverkeer is georganiseerd. Contant geld wordt verder en verder uit onze samenleving verwijderd. We staan samen borg voor wat de banken denken dat goed is om te doen. Als een bank in problemen komt is het immers de staat die moet redden en inderdaad, wij allemaal lopen dan het risico tot armoede te vervallen. voorlopig kunnen we het nog afschuiven op zorgbehoevende bejaarde en chronisch zieken en gehandicapten. Maar ook daar komt eens een einde aan. Misschien moeten we de bankcultuur wel samen veranderen, zoals Spreuken oproept om te doen.

Schenk mij inzicht

zaterdag, 30 augustus, 2014

Psalm 119:73-80

Psalm 119 is een loflied op de Thora. Dan lees je in Nederlandse vertalingen dus graag over voorschriften, over de Wet maar vandaag gaat het over inzicht, zeg maar de Wijsheid die je ook in de boeken Spreuken en Prediker tegenkomt. Alleen in de vrije bewerking van het gedeelte van vandaag door Huub Oosterhuis komen termen als voorschriften en geboden niet voor. Dat komt omdat in onze samenleving het Romeinse Recht geldt. Iedereen moet zich altijd onder alle omstandigheden op dezelfde manier aan de geldende rechtsregels houden. Of het handelen van burgers goed of fout is wordt door onafhankelijke rechters beoordeeld. Hun uitspraken geven een interpretatie van de rechtsregels en leveren daarin ook weer nieuwe rechtsregels op. De Thora, de leer van Mozes zoals deze van de God van Israël heeft gekregen, staat daar haaks op. In Psalm 119 wordt het beeld van het licht gebruikt, “Uw Woord is een licht op mijn pad” Hoe je loopt, hoe hard je loopt maak je zelf uit, maar waarheen je gaat en waar je je licht over laat schijnen wordt door de Thora uitgemaakt. In het hart van de Thora  staat de Liefde en daar gaat een groot deel van het gedeelte van vandaag dan ook over.

Het leren van de geboden zoals dat in de Nieuwe Bijbelvertaling heet is dus niet het uit het hoofd leren van een verzameling rechtsregels. Je kunt het eerder vergelijken met het leren van een ambacht, door het veel te doen krijg je het ambacht uiteindelijk in de vingers en kunnen er meesterstukken ontstaan. Het leren van een sport gaat op dezelfde manier. Door duizenden keren handelingen te herhalen worden ze uiteindelijk ingescherpt en kun je ze zonder er bij na te denken herhalen en toepassen en daardoor topprestaties leveren. Zo is het met de liefde ook. De mensen zien die langs de weg zijn komen te staan en een hand uitsteken naar die mensen. Door Amsterdam bijvoorbeeld zwerft een groep van rond de honderd vreemdelingen die klem zijn komen te zitten in de bureaucratie. Hier mogen ze niet blijven maar er is geen land op de wereld waar ze anders heen kunnen. Al een paar jaar is er een groep Amsterdammers die zich over deze zogenaamde vreemdelingen hebben ontfermd. De overheid spreekt graag over illegalen maar geen mens is illegaal, ieder mens is een kind van God en deze mensen zijn dus onze broeders en zusters met wie wij op deze wereld in liefde en vrede moeten samenleven. Die Amsterdammers vervullen dus de Thora, het boek waar de God van Israël belooft een beschermer te zijn van de zwaksten in de samenleving.

Want je schaamt je dood als je ziet hoe de samenleving die niks van de Thora van de God van Israël wil weten met je broers en zusters omgaat. Dat was altijd al zo want dat beschaamd staan vind je al terug in het gedeelte van de Psalm dat we vandaag lezen. Pas als je volmaakt volgens de Thora weet te leven, als je die prestatie weet te leveren hoe je je niet te schamen. In de loop van de geschiedenis zijn we er door schade en schande overigens wel achter gekomen dat het leven volgens de Thora niet een kleinigheid is. Daar heb je een gezindheid, een mentaliteit voor nodig die ons mensen eigenlijk vreemd is, die in gaat tegen alles wat je in je omgeving in mensen aantreft. De Bijbel spreekt er graag over dat je dan de Geest van God moet hebben en van mensen die doen wat de Thora vraagt wordt dan ook vaak in de Bijbel gezegd dat de Geest van de God van Israël vaardig werd over die persoon. Het zoveel jaar je inspannen voor het recht doen aan mensen van wie dagelijks wordt gezegd dat er geen uitzicht voor hen is lijkt dan ook een bovenmenselijke inspanning, boven menselijk en boven de mens gaat eigenlijk alleen God uit. We mogen Goddelijk bezig zijn, dat is dan geen goddelijk genot, maar Goddelijk recht, mensen recht doen als medemensen. Dat mag elke dag opnieuw ook vandaag weer.

 

Moge je bron gezegend zijn

vrijdag, 29 augustus, 2014

Spreuken 5:15-23

De bron waaruit je leeft is dus niet een verzameling dorre regeltjes die je uit je hoofd moet leren en die uitmaken welke kant je opgaat. De bron van waaruit je leeft is een heldere stroom water die je verkwikt in de hitte van alledag en je energie geeft. Wie tijdens de hete dagen van de afgelopen zomer een lange wandeling gemaakt heeft weet precies wat er wordt bedoeld. Je bent blij als je af en toe een slok fris water kan nemen, dan kun je er weer even tegenaan en krijg je als het ware weer nieuwe energie. Je ziet het ook bij lange afstandslopen als de vierdaagse van Nijmegen of de marathon van Rotterdam, langs de kant staan mensen met bekertjes fris en vers water om de wandelaars en hardlopers te verfrissen en nieuwe energie te geven. Die bron is jouw bron, zo leef je volgens de Thora, maar zo hoeven anderen niet te leven volgens de Thora. Volgens de Rabbijnen is elke tekst op 70 manieren uit te leggen en elke manier is de ware. Je kunt je eigen geloof, je eigen manier van leven dus niet aan anderen opleggen, maar anderen kunnen hun manier van leven ook niet aan jou opleggen.

Dat idee dat je mensen voor de keus zet of te geloven zoals jij doet of gedood te worden is dus ook zeer on-Bijbels. Keizer Karel de Grote heeft zo geprobeerd de Germanen te bekeren, en van de buitenkant gezien had hij daarmee ook wel succes maar hij was zeer on-Bijbels bezig. In de Islam is IS op precies dezelfde manier bezig en ook binnen de leer van de Islam wordt elke dwang tot geloof in de Profeet afgewezen, net als elke dwang om het geloof in de Islam op te geven trouwens en dat laatste heeft door de eeuwen heen, sinds de kruistochten, al heel wat bloed doen vloeien. Juist die dwang tot geloven brengt je gemakkelijk tot het volgen van valse goden, het aanbidden van afgoden. In onze dagen is het mode om het geloof in de God van Israël, het leven uit de Thora, tot achterlijk te verklaren. Er is geen God en je kunt maar het beste leven volgens je eigen verstand dat je aanwijst waar jouw voordeel in het leven ligt. Materieel gewin en maatschappelijk aanzien zijn de beloningen die de aanbidding van het verstand je brengen. Tot je beseft dat je slaaf bent geworden van productie en consumptie. Dat dode artikelen nooit het geluk kunnen brengen dat levende mensen met zich meedragen.

In het gedeelte dat we vandaag lezen wordt dat het verstrikt raken in de koorden van je zonde genoemd. Je komt er inderdaad niet zo gemakkelijk meer van af. Je moet gaan inzien dat alleen vertrouwen op je eigen verstand je tot slaaf maakt van materieel gewin en maatschappelijk aanzien maar je vervreemd van de liefde voor de mensen. Die mensen lijken er voortaan alleen maar op uit om te profiteren van jouw materieel gewin zonder jou het aanzien te geven dat je volgens je verstand zou verdienen. Je verdwaalt in je eigen dwaasheid en blijft met dode dingen in een lege dode wereld achter. Er is overigens niks tegen het gebruik van je verstand. In de Bijbel wordt je opgeroepen om God te dienen met heel je hart en met heel je verstand. Denk nooit dat Christenen of dat de Bijbel het beoefenen van wetenschap of de resultaten van de moderne wetenschap verwerpen, integendeel. De resultaten van de moderne wetenschap worden omarmt en verwelkomt als geschenken van de God van Israël. Zij die theorieën als die over het ontstaan van de aarde of de evolutie verwerpen blijven zelf steken in Heidens bijgeloof en het vergoddelijken van teksten die niet geschreven zijn met het oog op wetenschap maar met het oog op God. Niet de wetenschap is slecht maar de manier waarop mensen sommige wetenschap gebruiken, ten eigen voordeel, om macht uit te oefenen over anderen, om geweld en onderdrukking te brengen aan armen. Daar springt de Thora in, die gaat het om de Liefde voor en tussen mensen. En over liefde gaat geen wetenschap echt.

Voor het oog van alle mensen.

donderdag, 28 augustus, 2014

Spreuken 5:1-14

Wat vroeger heel gewoon was is voor ons tegenwoordig ongewoon. Wat elders op de wereld als vanzelf spreekt is voor ons  onbegrijpelijk. We moeten dus uitkijken onze gewoonten en opvattingen te plakken op verhalen die niet uit onze tijd en onze  eigen omgeving komen. Dat geldt zeker voor zaken betreffende seksualiteit. De omgang tussen twee mensen die lichamelijk van elkaar genieten. De Bijbel spreekt zich niet uit tegen prostitutie om maar iets vast te stellen wat we tegenwoordig niet meer verwachten. De Bijbel geeft aan dat je vreemdelingen moet behandelen als behorend tot je eigen volk. Wat is dan de waarschuwing tegen de omgang met een vreemde vrouw waard. Een vrouw die je verleid maar die de verleiding kennelijk waard is. Wat kan dan het gif zijn als prostitutie niet veroordeeld wordt. In onze dagen staat prostitutie in een verdacht licht omdat de meeste prostituees tot de prostitutie gedwongen zijn, nu nog of eerder in hun leven. En sexueel contact onder dwang is in onze wet zelfs een misdrijf.

In de Bijbel is er één soort prostitutie die scherp veroordeeld wordt. Dat is de Tempel prostitutie, seksueel contact tussen twee mensen om goden tevreden te stellen, vruchtbaarheid in de landbouw af te dwingen, een goede oogst te behalen, of zelfs vruchtbaarheid tussen mensen die van elkaar houden maar bij wie er geen kinderen komen. De ergste vorm van Tempelprostitutie is die waarbij je gedwongen wordt tot vormen van seksueel contact die je buiten de Tempel in het geheel niet aantrekkelijk vind. Homoseksueel contact als je hetero bent, of heteroseksueel contact als je homo bent. Het is gruwelijk want volgens de Bijbel hoort het seksueel contact bij een liefdesrelatie, twee mensen versmelten tot één en dat is een kostbare ervaring. Over seksueel contact tussen geliefden wordt in de Bijbel dan ook nauwelijks gesproken, alleen in het boek Hooglied schemert door dat de twee geliefden zich laten voeren tot de hoogste toppen van menselijk welbevinden.

In het gedeelte dat we vandaag lezen wordt allereerst gewaarschuwd tegen onbezonnenheid. De leer van de God van Israël die wijsheid geeft als je die leer ter harte neemt leert je dat er geen verschil is tussen man en vrouw. God schiep de mens als man en vrouw, gelijk beide mens. De ander is dus geen object, geen voorwerp dat je kunt gebruiken om je eigen lustgevoelens te bevredigen, een stukje speelgoed. En als het gaat om Tempelprostitutie loop je niet alleen je eigen geslachtsorgaan achterna maar je loopt ook een vreemde God achterna. En daarmee is het vreemde aan de vreemde vrouw verklaard. Dat is geen vreemdelinge maar de dienares van een vreemde God. Als je een vreemde God achterna loopt dat laat je de God van Israël in de steek. Dan heeft al dat leren van de leer van Mozes geen enkele zin. Dan gaat het je niet meer om het goede te doen en niet dan het goede, dan leef je alleen nog voor je zelf. Wie voor zichzelf leeft zal ook ervaren dat die alleen leeft, al het andere is dood, is klatergoud en koud als steen. Iedereen zal zien hoe ver je van je mens zijn bent afgedwaald. Het mooie is natuurlijk dat als het je overkomen is en als je tot inzicht gekomen bent hoe verkeerd het is, je met de God van Israël altijd weer opnieuw mag beginnen. Gewoon delen met de minsten, elke dag opnieuw.

Waak vooral over je hart

woensdag, 27 augustus, 2014

Spreuken 4:20-27

Het God lief met heel je hart en met heel je verstand staat ergens anders in de Bijbel geschreven en Jezus van Nazareth voegt er de tekst uit Leviticus aan toe over het heb je naaste lief als jezelf waardoor dat de manier wordt waarop je van de God van Israël kan houden. Geen wonder dus dat de Spreukendichter ons vandaag oproept om vooral over je hart te waken. Er staat niet voor niets geschreven dat waar je hart is ook je schat zal zijn. En het symbool dat wij bij uitstek hanteren voor de liefde tussen mensen is het hart. Al dat leren, dat lernen, van het onderricht dat wijsheid brengt, het onderricht van de Thora, de eerste vijf boeken van de Bijbel, de leer van Mozes, zou er op kunnen wijzen dat het in de Bijbel gaat om het gebruiken van je verstand. Het lijkt er op alsof je hart er niet meer aan te pas komt, maar niets is minder waar. Het leren van de Thora is het leren de Thora te beoefenen, uiteindelijk de Thora te vervullen. Het gaat dus om te leren hoe te handelen in het leven, hoe merk je de zwaksten op, hoe steek je een hand uit, wat is hulp eigenlijk?

Het gaat bij het leren handelen juist niet om het gebruiken van het verstand. Paulus gebruikt hier vergelijkingen uit de sport en sportlieden oefenen net zo lang tot hun handelen van nature gaat. Ze focussen en dat betekent dat ze alle verwerking van indrukken stopzetten en alleen nog voelen hoe ze in hun sport moeten handelen. De spreuken van vandaag zijn daar eigenlijk op gericht. Het vermijden van het kwaad en het doen van het goede en niets dan het goede moet vanzelf gaan. Dat is niet een van boven opgelegde houding maar komt van binnenuit. Naar de liefde is het hart immers ook de zetel van het leven en de tekst zou ook vertaald kunnen worden als hoe lang je leeft hangt af van hoe goed je voor je hart weet te zorgen. Nu is de Bijbel toch al geneigd om liefhebben van de naaste te verbinden met een lang leven, met het weer gaan leven ja zelfs met het uit de dood opstaan, uit een doods bestaan weer tot leven komen. Allemaal begrippen die in dit korte stukje uit Spreuken mee mogen gaan klinken.

In het begin van het gedeelte dat we vandaag lezen wordt er de nadruk op gelegd dat de leer van Mozes van vader op zoon wordt doorgegeven. Rabbijnen hadden hier uit afgeleid dat vrouwen die manier van handelen al van nature hadden. Te meer ook omdat de wijsheid die hier onderwezen wordt zelf als vrouw wordt afgebeeld. De zorg van de moeder is natuurlijk ook een goed voorbeeld van natuurlijke zorg, een moeder voelt aan hoeveel zorg en hulp haar kinderen nodig hebben. De vader moet dat zelf leren en weer aanleren aan zijn zonen. Van een meer vooraanstaande positie van mannen is hier dus geen sprake, integendeel, de domme mannen hebben altijd weer nog veel te leren over liefde voor de naaste en over de zorg voor de minsten. Maar is schemert nog een ander gevolg door. Het onderwijs van vader op zoon zoals hier beschreven wordt is het onderwijs van elke vader aan elke zoon, van generatie op generatie. Het is dus het onderwijs voor een heel volk. Het  navolgen van de leer van de Thora, het beoefenen van de liefde voor God, het  vervullen van de Thora is dus niet alleen een  individueel gebeuren het is iets wat de hele samenleving raakt, het zal overal in het volk te merken zijn. De Thora was dan ook niet aan één mens  gegeven maar aan een volk dat een voorbeeld mocht zijn. Als wij in onze samenleving oplossingen zoeken voor problemen, wetten willen maken die problemen oplossen mogen we dus best naar die Thora kijken, wetten maken die gebaseerd zijn op liefde voor mensen.

Laat mijn onderricht niet los

dinsdag, 26 augustus, 2014

Spreuken 4:10-19

We lezen nog steeds in de lessen van de wijsheid. We weten inmiddels dat met het onderricht de leer van de Thora wordt bedoeld. Met als hart van de Thora het heb uw naaste lief als uzelf. Het aardige is dat het ook letterlijk het hart van de eerste vijf boeken van de Bijbel is. Het middelste boek van de eerste vijf is het boek Leviticus en midden in Leviticus staat de samenvatting van alle leer Heb uw naaste lief als uzelf. Wij vatten die Thora vaak op als het burgerlijk wetboek, of als de verkeersregels, ze gelden voor iedereen altijd hetzelfde onder alle omstandigheden. Maar zo is de Thora niet bedoeld. Leren uit de Thora is niet zozeer uit het hoofd leren maar vooral de toepassing er van oefenen. Dat kan door je voor te stellen wat de teksten van de Thora te betekenen zouden kunnen hebben onder allerlei omstandigheden. In de Joodse manier van leren van de Thora heeft men die manier van lezen uitgebreid beoefend en een heleboel daarvan kun je terugvinden in de Talmoed.

In de Christelijke manier ging het meer om het oefenen. Oorspronkelijk waren Joden en Christenen samen maar toen Christenen zich op last van de Keizer van Rome losmaakten van de Joden en een eigen godsdienst gingen vormen kwam de Heidense manier van godsdienst vaak op de voorgrond. In de Heidense manier van denken staat het offer centraal, daarmee moet de God worden gevoed of gunstig gestemd. Elke dag moet de gelovige daarom deel hebben aan dat offer, moet dat offer herhaald worden. Er is echter maar op een plaats sprake van een offer in Christelijke zin en dat is het offer van Christus die weigerde een opstand uit te lokken en die zette die weigering zo ver door dat hij uiteindelijk een kruisdood stierf. De dood die opstanden en oorlogen met zich meebrengen werd door hem op die manier voor eeuwig overwonnen. Hij stond op uit de dood, stortte zijn Geest uit en daardoor was er echt leven mogelijk, zonder angst voor de dood.

Het heeft een paar eeuwen geduurd voordat gelovigen er achter kwamen dat dat offer niet elke dag te herhalen is. Dat komt ook omdat die God van Israël niet gunstig gestemd hoeft te worden, die heeft de mensen al lief en nu wij nog. Daarom staat die liefde voor de naaste als voor jezelf centraal in de leer van de God van Israël, de Thora. Als je daarin gaat geloven dan wordt het liefhebben van mensen een vreugde die je elk moment kunt beleven. Het gedeelte van het boek Spreuken dat we vandaag lezen beschouwd het bijna als een sport. Als je de sport van liefhebben van je naaste beoefend kun je niet struikelen. Al je handelen stem je af op de liefde voor de minste, op elke situatie laat je het licht schijnen van de Thora, hoe kan ik hier de minste liefhebben als mijzelf. Doe je dat niet dan struikel je, soms zelfs zonder te weten hoe en waarom. Je moet je dus niet begeven bij de goddelozen, de mensen die menen dat eigenliefde wel genoeg is, die vinden dat iedereen zelf moet zorgen voor zijn eigen geluk en als je pech hebt of ongeluk je treft dan ben je daar ook zelf verantwoordelijk voor. Wie echter gelooft dat er een wereld mogelijk is zonder tranen, zonder oorlog en geweld, zoekt het bij de Liefde, de Liefde overwint alles en de Liefde is de grootste.

Wat ik je leer is waardevol

maandag, 25 augustus, 2014

Spreuken 4:1-9

Nu de scholen weer beginnen en volgende week zelfs de universiteiten hun academisch jaar openen lezen we vandaag een gedeelte uit de Nieuwe Bijbelvertaling over leren. Dat leren van de wijsheid van God staat centraal in het geloof van Joden en Christenen. In de praktijk van Christelijke kerken is het begrip leren een beetje ondergesneeuwd. Dat komt door de vertaling van het begrip Thora. Dat wordt meestal vertaald met Wet, soms ook met geboden en hier in dit gedeelte vertaalt de Nieuwe Bijbelvertaling net als de Naardense Bijbel met richtlijnen. In Hebreeuwse commentaren wordt Thora ook vertaald  met lering, leer, of onderwijs en een zin als “handel naar mijn richtlijnen” of “onderhoud mijn geboden” zou ook vertaald kunnen worden met “blijf oefenen in mijn onderricht”. Het begin van de Wijsheid die je moet leren is immers het inzicht. Inzicht in hoe de wereld in elkaar zit en waar je op moet letten. In de Bijbel is dat dus niet het nadoen van anderen, of het voldoen aan verwachtingen, zelfs niet de verwachtingen die een God zou kunnen hebben van jou als gelovige.

Het inzicht dat de eerste vijf boeken van de Bijbel, de boeken die de leer van Mozes in zich dragen, is dat de wereld bestaat uit heersers en slaven en dat de slaven bevrijdt moeten worden. Dat wat men heeft is niet door eigen verdienste verworven maar is altijd een geschenk van God. God geeft aan de goeden en aan de slechten en het leren is bedoeld om aan de kant van de goeden komen te staan. Leren hoe je rijk moet worden, hoe je lang zou kunnen leven, hoe je gelukkig zou kunnen worden heeft dus geen zin. Het gaat er om te leren te delen van wat je hebt met hen die het nodig hebben. Het gaat er om te leren mensen te bevrijden van de slavernij waarin zij verstrikt zijn  geraakt. Slavernij van een godsdienst of ideologie die hen dwingt dingen te doen of te laten of in het ergste geval zelfs anderen te doden of te verwonden. Slavernij van werken en consumeren zodat er geen tijd meer overblijft om te delen, om anderen te laten genieten van jouw talenten, om samen een samenleving op te bouwen waar plaats is voor iedereen.

Dat wat je in de Bijbel te leren krijgt is niks nieuws. Het wordt van vader op zoon en van moeder op dochter doorgegeven. In dit gedeelte zijn vaders en grootvaders aan het woord. God mag als Vader worden aangesproken, Onze Vader en iedereen leert dat Ons staat voor alle mensen in de wereld met wie je samen mag bidden. Maar juist in dit gedeelte uit het boek Spreuken leren we dat God ook als een moeder voor ons zorgt. De wijsheid is onze moeder leren we, die we lief moeten hebben ons hele leven lang. Een moeder weet wat haar kinderen nodig heeft. Joodse Rabbijnen hebben wel eens opgemerkt dat moeders eigenlijk helemaal niet steeds hoeven te leren, te lernen noemen ze dat als het gaat om het je eigen maken van de leer van Mozes, want moeders kennen en kunnen die leer al van nature, ze nemen hun kinderen niet alles uit handen, ze proberen de zorg voor anderen voor te leven, ze straffen en berispen als kinderen afwijken van hetgeen ze geleerd hebben en ondanks dat alles voor zichzelf willen houden. Zo leert God ons ook en dat leren, of lernen, moeten we ons hele leven blijven doen. Ons eigen maken dat we mogen delen. Daarom zijn er in veel kerken ook leerhuizen, om samen te leren van de leer van Mozes.

 

Jij bent de rots

zondag, 24 augustus, 2014

Matteüs 16:13-28  

Simon de zoon van Jonas had een bijnaam. Jona betekende duif en boodschapper, maar was de zoon van de duif ook zo zachtmoedig?. Simon was visser dus sterk, hij was rechtlijnig, zoals vissers ook vandaag de dag nog rechtlijnig kunnen zijn. Zijn bijnaam was dan ook rots, Petrus. Maar de combinatie van rechtlijnig en godsdienst brengt splitsingen en wonderlijke ideeën. Die hoeven overigens niet altijd verkeerd te zijn maar je moet wel oppassen. In het stuk hierboven heeft onze Simon Petrus het ineens door. Die Jezus van Nazareth met zijn onvoorwaardelijke liefde voor de mensen en zijn boodschap van heb je naaste lief als jezelf die kan de hele wereld bevrijden. Zo zal de God van de Wet van de woestijn zijn zoon gezien willen hebben. Die zoon lijkt het meest van ons allemaal op God, die God immers zag dat het goed was. Als je op die manier met elkaar omgaat heeft ook de dood geen invloed meer op je beslissingen en kan die de gemeenschap die je vormt niet meer omverwerpen. Dat is nauwelijks te geloven en Simon, bijgenaamd Petrus, zal dat geloof ook niet lang volhouden, ook daar gaan we nog van kunnen leren.

Iemand die er van geleerd had was Roger Schutz, de abt van Taizé. Een Protestantse abt, en beetje raar voor Hollandse Calvinisten en Nederlandse Protestanten. Maar broeder Roger had al vroeg geleerd dat je de liefde voor mensen voorop moest zetten. Niet de liefde voor bezit of aanzien maar echte liefde voor mensen. En dat je pas echt voor mensen kunt zorgen als je ook voor jezelf zorgt. Daarom was hij naar dat kleine dorpje in Frankrijk gekomen, om in stilte voor zichzelf te zorgen, en voor de mensen. Samen met zijn broeders die hetzelfde ideaal hadden, als een soort oefening in het leven in het nieuwe Koninkrijk van God. In de Tweede Wereldoorlog werd het een vluchthaven voor velen die met de dood werden bedreigd. Na de jaren 60 van de vorige eeuw werd het een inspiratiebron voor heel veel jonge Europeanen die moesten leren in een nieuwe wereld te leven. In dat nieuwe Europa waren de zuilen van geloven, de zuilen van landen, de zuilen van mensen die zich verheven hadden, omvergehaald. Verzoening en onvoorwaardelijke liefde voor mensen kwamen er voor in de plaats als het aan de gemeenschap van Taizé lag. Zo werd ook broeder Roger een rots waar velen naar opkeken. De gewelddadige dood van broeder Roger maakt dat niet stuk, dat gaat verder, want daar zien we nog steeds een heel klein stukje van het Koninkrijk van God.

Leuke meester was die Jezus van Nazareth overigens. De ene dag prees hij de arme Simon, zoon van Jona,  als de rots op wie het nieuwe rijk gebouwd zou worden en de volgende dag werd dezelfde Simon uitgescholden voor Satan. En dat alleen omdat Simon Petrus het lijden, dat Jezus voorzag, wilde voorkomen. Er is toch niks beters dan het lijden, van iemand van wie je houdt, te voorkomen zou je denken. Nou niet helemaal. Als het gaat  omdat je nu eenmaal dingen moet zeggen en doen ter wille van de liefde voor de mensen, dan moet gedaan worden wat moet worden gedaan. Als je daarbij het lijden dat het mee kan brengen niet uit de weg wil gaan is tegenhouden van dat lijden zelfs verkeerd. Zwijgen en het lijden ontlopen omdat de mensen dat nu eenmaal meer op prijs stellen is dan niet aan de orde. En daarmee komen we in een knoop terecht in onze dagen. Bij ons is namelijk een stevig beleid uitgezet tegen radicalisering. Problemen moet je bij de wortel aanpakken en degenen die problemen veroorzaken bij de naam noemen. Jezus noemde Simon dus Satan. Dat mag dus niet meer. Niet zo vreemd trouwens. Zo kun je je vrienden nog wel eens toespreken maar als je je vijanden zo gaat uitschelden dan zaai je meer oorlog en haat dan je lief is. Wij leven in een democratie, een manier van samen leven waar je met elkaar in gesprek moet blijven.  Die democratie hebben we dus niet voor niks. Die is er niet voor om deftige dames en heren te verheffen, maar om respect te krijgen voor ook de minsten in de samenleving en er voor te zorgen dat iedereen, maar dan ook werkelijk iedereen, daar aan mee mag doen..

Slechte mensen vragen om een teken

zaterdag, 23 augustus, 2014

Matteüs 16:1-12

Prachtig al die wonderen die zo maar in de Bijbel voorbij lijken te komen. Als je wilt weten wat van God is, nou let dan op de wonderen, dat denken veel mensen wel, maar zo zit het niet.  Jezus lijkt in dit verhaal niks van wonderen te willen weten. Als de religieuze leiders van zijn tijd vragen om een teken uit de hemel wijst hij op alle schijnzekerheden die ze steeds weer te berde brengen. Als weersvoorspellers naar de natuur gaan ze tekeer. Als het regent komt er water in de sloot en als de zon schijnt is het droog. Verder komen ze eigenlijk niet. Dat soort zekerheden kennen we nog steeds. Er komt een terroristische aanslag, zeker weten, alleen wanneer weten we nog niet, dus wees waakzaam. De vrijheden van burgers worden ingeperkt, grote massa’s politieagenten ingezet om iedereen te controleren. En uiteindelijk werd een arme Braziliaan in Londen doodgeschoten omdat hij hardlopend de metro wilde halen. En wie heeft zich niet eens gehaast om de trein of de bus te halen? Is dat voortaan gevaarlijk? En hoeveel wordt er gedaan om de oorzaken van het terrorisme weg te nemen?

De oorlogen in Irak en Afghanistan werden er mee gerechtvaardigd, maar daar zaten toen de terroristen niet. Die zitten inmiddels wel in Irak als een eigen Islamitische Staat, in de aanhangers van de vroegere dictatuur vinden ze warme bondgenoten. De tekenen van de tijd noemt men dan, nooit wordt het meer hetzelfde, we moeten ons wapenen. Dat ondertussen de rijken steeds rijker worden en de armen steeds armer, dat de honger in de wereld toeneemt in plaats van afneemt, dat de grenzen van de rijke landen meer gesloten worden in plaats van open dat zijn tekenen van deze tijd die niet genoemd en dus niet gezien worden. Wij zijn ondertussen druk bezig met discussies over de benzineprijs. Autorijden is belangrijker op dit moment dan de toekomst van onze kleinkinderen. We gaan te gronde als we niets aan de overmatige prijzen doen, roepen politici in koor. Alsof er niet genoeg op de hele wereld is om iedereen te eten te geven.

Alleen als we door blijven gaan om kostbare grondstoffen in een hoog tempo op te maken, scheppen we problemen voor hen die na ons komen. Echte liefde voor mensen zou ons daarvoor moeten behoeden. Dat we wat minder auto rijden is niet zo erg, er is ook openbaar vervoer en dat kan ook nog beter, met meer werk voor werklozen. Jezus waarschuwde voor de propaganda van het eigen belang. Pas als er wonderen worden verricht is het waar zo wil men ons doen geloven. Niks er van zei hij: pas als er gedeeld wordt is het waar. Op dus naar een duurzame samenleving, waar plaats is voor iedereen en niemand wordt uitgesloten van zorg en voedsel. Een samenleving waar tranen worden gedroogd, waar niemand bang hoeft te zijn niet meer te mogen geloven wat men gelooft, waar een kind speelt in het hol van een slang en niemand voor zijn tijd hoeft te sterven.  In de Bijbel noemden ze dat het Koninkrijk van God.

Zo leerde ik uw wetten kennen

vrijdag, 22 augustus, 2014

Psalm 119:65-72

“Het was goed dat ik vernederd werd” zegt de Nieuwe Bijbelvertaling in haar vertaling van het gedeelte dat we vandaag lezen van Psalm 119. Nou dat staat er niet echt in het Hebreeuws. De Naardense Bijbel zegt hier “‘t Is goed voor mij geweest dat ik moest bukken” en dat komt er al veel dichterbij. Vertalen is een kunst en de opvattingen over wat de beste vertaling is kunnen soms hinderlijk uiteenlopen. We zijn immers niet bezig met vertalen maar met het proberen de boodschap van de Bijbel te verstaan. En een goed verstaander heeft wellicht maar een half woord nodig maar het moet dan wel het kernwoord zijn. Dat bukken staat hier in tegenstelling tot de hoogmoedigen. Als je iemand op wil richten die op de grond ligt dan moet je je wel bukken. Als je iemand wil helpen die het een stuk minder heeft dan jij dan krijg je het gevoel dat je van je toppen van geluk moet afdalen tot de diepten van een andermans ellende. Ook dat is bukken.

De Psalm zegt dat je juist in dat bukken de Wet van de Liefde, de Thora, leert kennen. De Wet leer je niet kennen als je jezelf voorhoudt dat God met je is omdat je het goed hebt en dat de mensen die het slecht hebben van God verlaten zijn. Dat kan mensen nog wel eens kwaad maken. Als je blijft zeggen dat de psychisch gestoorde zwervers in de stad hulp nodig hebben en geen straf. Dat we onze hand moeten uitsteken al komen we niet verder dan soep uitdelen met het Leger des Heils, maar eens zal een opmerking over een ander leven iemand doen luisteren, zal een uitgestoken hand worden aangenomen. Als we tenminste onze hooghartigheid weten te verlaten en werkelijk weten te bukken. Voor veel mensen betekent dat een vernedering. Afstappen van alle voorrechten die je hebt en meegaan met hen die huis en haard verlaten en verloren hebben. Voor de dichter van deze Psalm is het het tegendeel van een vernedering. Het is een verkwikking waaraan je met heel je hart kunt vasthouden.

Zo blijft verbondenheid met de armsten in de wereld je het gevoel van gemeenschap geven waar geen trots op welk land dan ook tegenop kan. Want juist in de verbondenheid met de armsten ligt de bron van een betere wereld, de wereld waar de Wet van eerlijk delen regeert, waar de Thora wordt vervuld, waar geen honger en geweld meer voorkomt. Daarom is onze betrokkenheid met al die slachtoffers van oorlog en geweld goed, maar zullen we meer moeten doen dan soldaten sturen. We weten dat we zullen moeten bukken, dat we zullen moeten delen, dat is meer dan wederopbouw, dat is ook de Palestijnen in de Gazastrook een eigen land gunnen binnen veilige grenzen, net als Israël. Want ook Palestina hoort bij het land van Jezus van Nazareth, net als al de landen waar nog honger en oorlog is. Het zal nog goddelozen kwaad maken als je gaat pleiten voor meer hulp aan Palestina, voor meer zorg voor de slachtoffers van oorlog en geweld, maar het is de Thora die ons dat ingeeft en met vreugde de hand doet grijpen van de armsten in de wereld.