Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor juni, 2014

Aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt

maandag, 30 juni, 2014

Matteüs 11:2-15

Er zijn mensen die graag Jezus als voorbeeld nemen en vandaag vragen we ons af of we daar ook wat aan hebben. Om de strijd tegen de armoede altijd bij ons te dragen is er een wit polsbandje ingevoerd. Soms zou je willen dat alle polsbandjes vervangen worden door een regenboogpolsbandje, dat herinnert ons aan de strijd tegen kanker, tegen aids, tegen zinloos geweld, tegen armoede en tegen alle andere slechte dingen in de wereld. Maar het eerste witte polsbandje werd ooit uitgereikt aan CDA politicus Jan Peter Balkenende. Dat Jan komt van Johannes, die immers het stof van de mensen afspoelde om ze op een nieuwe manier te laten beginnen, dat Peter komt van Petrus, de Simon die als zendeling door Jezus er op uit was gestuurd om de boodschap te brengen dat de slaaf gelijk was aan zijn meester en die C in het CDA komt van Christus wat in het Grieks gezalfde betekent en de titel was die men aan Jezus had gegeven. Je mag dan ook van een eerste minister of fractievoorzitter uit het CDA verwachten dat er iets verandert aan de armoede. Aan Jezus werd dat ook gevraagd, wat brengt u te weeg?

Hij zei alleen dat ze moesten kijken, blinden zagen weer licht, lammen leerden lopen, doden werden opgewekt en aan de armen werd goed nieuws verkondigd. Moet je zien wat dat CDA tot stand heeft gebracht, opnieuw wordt er bezuinigd op de gezondheidszorg, uitkeringen worden afgeschaft, duizenden gehandicapten tot de bedelstaf veroordeeld, en de tariefmuren voor de armste landen verhoogd. Niet voor niets werd door  de VVD geroepen dat de aktie met dat polsbandje belachelijk was, mensen hoeven toch niet stil te staan bij armoede. Balkenende is daarna nooit meer gezien met dat polsbandje.  Het CDA protesteert tegen nivellering, een klein beetje extra belasting voor de allerrijksten om de armen te helpen. Of het nieuws voor de armen echt goed wordt ligt  geheel aan onszelf. Het smoezenboek is dikker dan de Bijbel. Op oneigenlijke gronden niet doen wat Wijs is wordt in alle toonaarden bezongen. Het begin van de Wijsheid is het ontzag voor God, die te vinden is bij de Richtlijn uit de Woestijn. Die grondslag voor je leven die zich laat samenvatten als: “je moet je naaste liefhebben als je zelf”. Als we ons allemaal aan die regel zouden houden breekt het koninkrijk van God aan.

Sinds Johannes echter opriep om juist die weg te gaan en het stof van het oude leven af te spoelen wordt dat Koninkrijk met geweld bedreigd. Het gaat zelfs zover dat mensen het zich willen toe eigenen en wie was het ook al weer die een beperking van de hypotheekrenteaftrek, waardoor de meeste subsidie in ons land bij de rijkste mensen terecht komt, onbespreekbaar heeft verklaard. Jezus neemt het zeer op voor Johannes, hoe verschillend ze ook zijn beiden gaat het om de mensen die weg van de dood zich naar het leven zouden moeten keren. Want de dag dat armen bevrijd worden zal komen, brandend als een oven. Johannes was, net als de profeet Elia, daar een wegbereider voor. Toen Jezus uiteindelijk afscheid nam van zijn leerlingen, nadat hij was gekruisigd en opgestaan, op de berg waar hij zijn interpretatie van de leefregels voor de mensen had gegeven, gaf hij zijn leerlingen de opdracht zijn boodschap over de hele wereld te verspreiden, tot de aarde voltooid zal zijn staat er. Als de aarde voltooid is zal de aarde goed zijn staat er geschreven. Er is dus nog veel werk aan de winkel, want de armen worden nog steeds armer en onrecht en geweld zijn overal te vinden.

Ik kom een wig drijven

zondag, 29 juni, 2014

Matteüs 10:34-11:1  

Polarisatie, dat is het duidelijk stellen van tegenstellingen, was een aantal decennia geleden populair, maar werd even hard veroordeeld als aangehangen. Het lijkt er op dat hier ook Jezus van Nazareth aan bewuste polarisatie doet. We zien Jezus van Nazareth altijd als de grote vredebrenger. “Vrede op aarde en in mensen een welbehagen”, daarmee begint toch voor veel mensen het leven van Jezus van Nazareth. En zij herinneren zich zijn uitspraak dat allen die het zwaard zullen opnemen door het zwaard zullen vergaan. Toch begint de Bijbelpassage van vandaag met de belijdenis dat Jezus van Nazareth niet is gekomen om vrede te brengen maar het zwaard. Dat hij een wig drijft tussen mensen en dat hij waarschuwt dat de eigen huisgenoten de vijanden van de mensen zijn. Een ieder wordt hier op eigen verantwoordelijkheid aangesproken.

Niet de familiebanden bepalen of je bij het Koninkrijk hoort, niet of je goed voor je eigen familie zorgt of gehoorzaam bent aan je familie maar of je de Weg gaat van Jezus van Nazareth. De profeet en de rechtvaardige worden geringe mensen genoemd, maar als je ze een beker water geeft, alleen een beker koel water, dan pas hoor je er bij en zal je beloond worden. Dat is het goede nieuws. Het hangt niet en nooit niet van anderen af. Wat de mensen er ook van mogen zeggen, zorgen voor de minsten in de samenleving staat altijd, onder alle omstandigheden voorop. Moet je dan ruzie maken met je familie? Kan er alleen maar oorlog zijn met de mensen die je het meest na staan? Komt hier de aversie tegen schoonmoeders in veel moppen vandaan? Nee zeker niet. Maar veel jonge vrouwen doen zoals ze denken dat hun schoonmoeder wil dat ze doen. Ze verliezen zichzelf daarbij vaak. Als hun schoonmoeder een keer op visite komt verandert de zelfbewuste jonge huisvrouw in een zenuwachtig wrak. Pas als iemand daar een keer met de schoonmoeder over begint blijkt dat die zich nergens van bewust is en zelfs de eigen persoon, de eigen gewoonten en oplossingen van de schoondochter zou willen zien.

Zo gaat het ook vaak tussen vaders en zonen en tussen moeders en dochters. En als het over opvattingen en geloofszaken gaat kan het nog erger. Dan slaan vaders, vooral oudere vaders, maar ook vaak moeders, hun kinderen dood met bijbelteksten, dan wordt er niet meer geluisterd naar elkaar, dan wordt het eigen godsbeeld opgedrongen. En juist bijbelteksten in het Nederlands, soms zelfs geciteerd uit een vertaling die eeuwen geleden werd gemaakt, kunnen zo gemakkelijk uit hun verband gerukt zijn en zo gemakkelijk een anti-bijbelse opvatting weergeven. Vertalen is immers stamelend en stotterend herhalen wat er in de oorspronkelijke taal staat. Kinderen horen daartegen in opstand te komen, zij horen te eisen dat er een werkelijk gesprek over opvattingen en geloofszaken mogelijk is. God verschijnt aan mensen zoals mensen de God van Israël nodig hebben, dat kan voor kinderen anders zijn dan voor hun ouders. Dat is namelijk ook het goede nieuws waar de leerlingen mee op pad zijn gestuurd, dat er voor iedereen plaats is in het Koninkrijk van Jezus van Nazareth, als men wil delen, als men voor de minsten op de wereld een beker koel water over heeft.

Maar wie standhoudt tot het einde

zaterdag, 28 juni, 2014

Matteüs 10:16-33

Er zijn van die predikers die beloven een gemakkelijk leven als je de weg van Jezus  van Nazareth volgt. “Laat Jezus in je hart en je zult de vrede kennen” Afgezien van de vraag hoe “Jezus in je hart” moet komen is de suggestie  geheel in strijd met wat Jezus er in het verhaal van Mattheüs zelf over te zeggen heeft. We kennen natuurlijk de uitdrukking over de wolf in schaapskleren, een vijand die zich onder de nietsvermoedende onschuldige kudde begeeft om daar kwaad aan te richten. Maar kennen we het omgekeerde ook? Schapen die zich onder de wolven begeven om andere schapen te helpen? We staan er waarschijnlijk niet zo bij stil maar organisaties als Artsen zonder Grenzen kennen dit soort schapen. In oorlogsgebieden vindt je hen terug, onafhankelijk en alleen daar waar mensen zonder hulp zijn gaan ze hun gang, wat overheden of gewapende troepen er ook van mogen vinden. Regelmatig vallen er slachtoffers onder deze hulpverleners, of ze worden ontvoerd of gevangen gezet. Ooit was er een tijd dat de kerken de verantwoordelijkheid voor dit soort hulp op zich hadden genomen. De geschiedenis kent dan ook vele slachtoffers van geweld die alleen hulp aan de armsten en de zwaksten kwamen brengen.

Veel kerken hebben zich echter zozeer met de machthebbers in de wereld verbonden dat het aantal kerkelijke hulpverleners zeer is teruggelopen. Van veel kerken is voor de machthebbers zeker geen gevaar meer te duchten. En toch waarschuwt Jezus er voor dat het volgen van zijn weg een hoop onrust en conflict teweeg zal brengen. Kinderen tegen hun ouders, burgerlijke en kerkelijke overheden tegen de volgelingen van Jezus. Jullie zullen door iedereen worden gehaat zegt hij tegen zijn zendelingen, en daarmee kunnen ze op pad. Wie in onze dagen voor de armen opkomt wordt vreemd aangekeken. Wie maaltijd houdt met vreemdelingen in plaats van hen te veroordelen loopt de kans gemeden te worden en met de nek te worden aangekeken. Wie racisten veroordeeld en opkomt voor een rechtvaardige samenleving waar mensen recht hebben op hun eigen overtuiging en manier van leven loopt de kans met geweld bedreigd te worden. Het gaan van de Weg van Jezus van Nazareth betekent dit volhouden, ondanks wat er gebeurd, ondanks wat vrienden, familie en de mensen om je heen er van vinden, ondanks de heersende opinie, volhouden tot het einde toe.

In de dagen van Jezus van Nazareth snapte iedereen direct dat een slaaf op de onderste ladder van de samenleving stond. Matteüs begint dan ook met de uitspraak van Jezus te citeren dat de slaaf niet meer hoeft te zijn dan de meester, of de leerling meer dan de leraar, maar toch. Je kunt je ook vandaag de dag niet voorstellen dat de buschauffeur niet boven de bestuursvoorzitter van de busmaatschappij gesteld met worden. Maar dat ze gelijk zijn is dus duidelijk. Het is dan ook niet verwonderlijk dat Jezus waarschuwt voor de oorlog die je ontketent als je dit van de daken gaat schreeuwen. Je kiest wel steeds de goede kant, en hij heeft er weet van als je ten val komt en uiteindelijk zal het allemaal wel goed komen, maar Jezus is gekomen om het zwaard te brengen. Goed en kwaad zullen eindelijk duidelijk worden. Het kind van de uitgeprocedeerde asielzoekster is niet minder dan een van de dochters van Maxima en Alexander, en we worden geroepen om van allebei evenveel te houden. Je mag van anderen houden als van jezelf en als je merkt hoeveel je van een ander kan houden dan weet je ook hoeveel jezelf waard bent. In de vijftiende eeuw schreef iemand eens op dat het eigenlijk de enige troost is die we hebben, dat God er weet van heeft wat er met je gebeurt. Sinds die tijd is dat aan heel veel mensen geleerd. Maar je leert het pas echt als je weet hebt van de ellende van de anderen, en daar wat aan wil doen.

Schud het stof van je voeten

vrijdag, 27 juni, 2014

Matteüs 10:5-15  

De 12 zendelingen die Jezus er op uit stuurt krijgen heel nauwkeurige instructies mee. Jezus zelf was net weggestuurd uit het 10 stedenland, omdat hij de gekkigheid van een paar bewoners aan varkens had verbonden die zich vervolgens van de rotsen hadden gestort, dus naar het buitenland mogen ze voorlopig niet gaan. Het blijft bij de mensen van hun eigen volk want die kunnen snappen waar het om gaat. Een koninkrijk waar de Thora, de Wet van de woestijn, heerst, de wet van je naaste liefhebben als jezelf. Daarom mogen ze ook niks verdienen aan het brengen van de boodschap, aan het genezen van ziekten en het laten ophouden van allerlei gekkigheid. Zeker niet aan het wegnemen van kwellingen en aan het weerbaar maken van het volk, zoals je het “genezen van alle ziekten en kwalen” eigenlijk ook zou kunnen vertalen.

Van die plaatsen waar ze niet ontvangen worden moeten ze het stof van hun voeten schudden. Ofwel ze moeten opnieuw op weg gaan en zich niet laten besmetten door het negativisme waar men kennelijk voor kiest, we kunnen toch niet anders doen als we gewend zijn te doen klinkt het. Ook in onze dagen keren veel mensen zich van de politiek af. Problemen in de wereld zijn ingewikkeld en het kost moeite en energie je daarin te verdiepen. Dat het eigenlijk gaat om te zorgen voor minsten in de wereld wordt door de rijken en machtigen handig verborgen achter moeilijke woorden en ingewikkelde conflicten. Goedkopen slagzinnen lijken de keuze voor de juiste politiek makkelijker te maken. Populisten worden dus vandaag de dag populair, maar over zorg voor de zwakken, zorg voor weerbaarheid en bevrijding van kwelling hoor je niets meer. Verzet tegen onrechtvaardige verhoudingen is er nauwelijks, er wordt op zoveel terreinen tegelijk geknaagd dat de wortels van de samenleving op zijn voor we het weten.

Vergeleken bij hun einde zal het lot van Sodom en Gommorra nog zacht zijn, zei Jezus over de mensen die zijn zendelingen niet wilden ontvangen. Niet commercieel, vrede brengend, alle mensen liefhebbend, niemand weggooiend. Een koninkrijk dat ongeveer op alle fronten het tegendeel was van wat het onze aan het worden is. Natuurlijk willen mensen wel samen een volk vormen. De enorme massa’s die zich scharen achter een voetbalelftal dat namens ons land wint bewijst dat wel. De omvang lijkt op de massa die in de dagen van Jezus van Nazareth bij hem sterkte en bevrijding van kwelling zoekt. Wij zijn een rijk land, tienduizenden kunnen het zich permitteren een paar weken in Brazilië te verblijven. Maar wanneer lopen er bij ons Apostelen langs die de massa’s bewegen om te gaan delen met de minsten, te zorgen voor de zwaksten? Of zouden ze bij ons het stof van hun voeten moeten schudden?

Iedere ziekte en elke kwaal.

donderdag, 26 juni, 2014

Matteüs 9:35-10:4

Geen wonder dat Jezus van Nazareth handen te kort komt als je iedereen van elke ziekte en elke kwaal weet te genezen. Maar staat dat er eigenlijk wel? Het Griekse woord dat hier met ziekte wordt vertaald kan ook worden vertaald als kwelling en het woord dat met kwaal wordt vertaald kan ook worden vertaald als zwakte. En dan staat er iets anders dan een beschrijving van het werk van de gemiddelde dokter. Dan staat er dat Jezus van Nazareth de mensen weer moed en kracht gaf, zoals schapen weer kracht kunnen krijgen als ze goed en vers gras te eten krijgen. Maar daar is een herder voor nodig die ze naar grazige weiden brengt. Het ene beeld heeft verband met het andere. Maar sterke zieken die verzekeringen en overheden kunnen aanspreken op de zorg waar ze recht op hebben zijn heel wat lastiger dan zwakke en zielige figuren die maar moeten bidden met gevouwen handen en gesloten ogen of ze misschien beter mogen worden.

Maar om de massa sterker en weerbaarder te maken is kader nodig, zijn mensen nodig die het goede voorbeeld geven en zelf ook de mensen helpen sterker en weerbaarder te worden. Zo koos Jezus van Nazareth 12 mensen die hij er op uit kon zenden om al die mensen die opnieuw wilden beginnen, die geloofden beter te kunnen worden, ook daadwerkelijk te helpen weerbaarder en sterker te worden. Mattheüs geeft een hele rij namen en bij een paar discussiëren de geleerden nog wie nou wie is. Je vindt de rij ook bij Lukas die de mannen zendelingen of Apostelen noemt omdat ze er op uit worden gestuurd. Eén ervan is Simon bijgenaamd Kananeüs. Die bijnaam onderscheidt hem van Simon Petrus waar we waarschijnlijk meer van gehoord hebben. Dat Kananeüs staat in de Nieuwe Bijbelvertaling. Het stond ook al in de Statenvertaling uit 1619 op deze manier vertaald. In de Bijbelvertaling van 1951, die de laatste 50 jaar bijna overal is gebruikt staat nog Simon de Zeloot. Je moet dus nooit de Bijbel letterlijk nemen, want je moet altijd vragen naar welke Bijbel, of beter naar welke vertaling uit welke grondtekst je moet luisteren. Het gaat om de betekenis. Die bijnaam Kananeüs gaat terug op een woord dat in het Bijbelboek Exodus wordt gebruikt voor IJveraar. En dat was ook de bijnaam voor de beweging van de Zeloten die in de tijd van Jezus verzet pleegden tegen de Romeinse bezetting. Ze gingen gewelddadig verzet niet uit de weg. Deze Simon, zo wordt aangenomen, had zich na verloop van tijd bij Jezus aangesloten, maar hij bleef “de IJveraar”.

De reuk van terrorisme bleef hem volgen. Niet zo vreemd want terrorisme heeft tot in onze tijd vaak een religieuze bodem. Maar dat Jezus van Nazareth juist die leerlingen leerde de tijdgeest van fatalisme en negativiteit te bestrijden en om te zetten in de geest van saamhorigheid en oog hebben voor de zwaksten is duidelijk. Dat er mensen rondtrokken om de massa te bevrijden van kwelling en weerbaarder te maken is ook duidelijk. Veel mensen vinden dat we vandaag net zo gezonden worden als de Apostelen in de dagen van Jezus van Nazareth. We weten nu waar we dan aan moeten werken. Niet met geweld en terreur, we worden niet met geweld en terreur onderdrukt, maar met tekenen van liefde en saamhorigheid. Want mensen die kracht nodig hebben om beter te worden, om onafhankelijk te blijven van de medische industrie en in staat moeten blijven zelf beslissingen te nemen over hun eigen lot hebben die saamhorigheid nodig. Ze moeten weten dat er mensen zijn die om hen geven en die hen willen steunen in de beslissingen die ze nemen, bij de vragen die ze willen stellen, bij de keuzes die ze willen maken. Dat is mensen kracht geven en moed om de situatie onder ogen te zien. Zo maak je blinden ziende en zet je lammen weer in beweging. Een dagtaak waar wel elke dag weer aan mogen gaan staan.

Er is geen mens rechtvaardig

woensdag, 25 juni, 2014

Romeinen 3:9-20

Paulus lijkt aardig te kunnen doordraven. Er is geen mens die nog het goede doet beweert hij, helemaal niemand. Hij noemt de keel van de mensen een open graf, ze hebben een bedriegelijke tong en achter hun lippen schuilt het gif van een adder. Het is maar goed dat hij ook zichzelf daarin betrekt want zo zout hadden we het nog niet gegeten. Schrijft Paulus nu onzin? Dat ook weer niet, hij pepert de betweters in wat we eigenlijk al lang weten. Dat wat Paulus hier schrijft moeten we allereerst plaatsen in de strijd tussen de Judeeërs uit de gemeente en de Heidenen uit de gemeente. Veel Judeeërs beweerden dat je alleen behouden kon worden als je ook Judeeër werd, als je je dus liet besnijden en de strenge spijswetten ging houden. Paulus bestrijdt die opvatting. Juist als je Judeeër bent en opgevoed bent in de opvatting dat je de Thora van Mozes naar de letter moet houden loop je de kans in strijd te komen met de Thora. Volgens de Thora is het overtreden van de kleinste leefregel al overtreden van de hele Thora, dus het risico is groot.

Bovendien, wie weet wat overtreden is. De Rabbi’s hadden vastgesteld dat er voor elke wet wel 70 manieren waren om de Thora uit te leggen en al die manieren waren waar. Dus het nakomen van de Thora werd wel een heel moeilijke zaak en zo bezien was er niemand onschuldig. Aan de andere kant konden ook de Heidenen die de Weg van Jezus van Nazareth wilden gaan zich er niet mee af maken dat ze door van hun naaste te houden als van henzelf behouden zouden worden. Ze maakten zich van tijd tot tijd evengoed kwaad, ze zagen best wel eens iemand over het hoofd, ze deden echt niet aan iedereen recht, ze moesten toch ook vele malen per dag opnieuw beginnen met het houden van de naaste. Daarom stelt Paulus hier dat noch Judeeërs noch Heidenen zich er op kunnen beroepen God aan hun zijde te hebben. Maar als de hele wereld schuldig voor God staat moeten we er dan maar mee op houden? Moeten we erkennen dat ook de weg van de liefde doodloopt? Moeten we aannemen dat dat meetrekken van God met mensen die de armen willen bevrijden geen zin heeft, eigenlijk ook niet waar is?

In dit stuk van Paulus staat maar de ene kant. We lezen steeds maar van die kleine stukjes om ons bewust te maken van het hele verhaal. Dit stuk van het verhaal heeft twee boodschappen. Ten eerste de boodschap dat je je niet kunt beroepen op je kennis van de Bijbel. Hoeveel teksten je ook kunt citeren, het maakt je geen beter mens, hoeveel psalmen je ook kunt zingen, het maakt je er niet minder schuldig om in de ogen van God. Ten tweede dat je je ook niet kunt beroepen op je ijveren voor de armen en ontrechten in de wereld. Hoe hard je ook werkt voor Amnesty International of in de Fair Trade winkel, er zijn altijd mensen die je over het hoofd ziet. Er zijn altijd verkeerde politieke opvattingen waar je maar niet tegen in gaat. Iedereen moet elke dag weer vele malen opnieuw beginnen. Het mooie is dat het mag, dat je steeds opnieuw op weg mag gaan, en steeds weer meer mensen mag meenemen, ook vandaag weer. En het allermooiste is dat ondanks ons struikelen en stamelen die nieuwe wereld er zal komen, dat er een tijd komt dat er geen honger is, geen onderdrukking en oorlog, dat het overal vrede is. Ondanks ons mensen komt het, wij mogen er aan meewerken, nu al.

 

Ieder mens is onbetrouwbaar

dinsdag, 24 juni, 2014

Romeinen 3:1-8

En als je dan steeds opnieuw mag beginnen, zoals we hier vrijwel elke dag schrijven,  kun je er dan niet beter mee ophouden? Waarom je er vandaag druk om maken, om je naaste, als je dat morgen ook nog kan doen? Waarom het zorgen voor de naaste niet aan God overlaten, God is de zijnen toch trouw? Wij gaan toch steeds de fout in? Waarom dan je nog inspannen? Het zijn ook de vragen die Paulus naar zijn hoofd geslingerd krijgt. Hij krijgt ze van twee kanten. De Joden verwijten hem te weinig aan de Wet vast te houden en de Heidenen verwijten hem steeds maar met die Joodse Wet aan te komen. Maar het antwoord is duidelijk. We hebben het over de Thora die ooit in de woestijn aan de Joden is gegeven met als hart van de Thora het heb je naaste lief als jezelf. Wie aan de vervulling van de Thora mee gaat doen hoort er bij en wie die als wet voorschrijft of naast zich neerlegt hoort er niet bij. De genade van God is dat je er bij mag horen en je steeds weer opnieuw kunt aansluiten.

Maar dat betekent niet dat je met dat aansluiten kunt wachten tot het jou uitkomt. Niemand weet wat er morgen komt, ja niemand weet dag of uur van sterven. En sterven is het uiterste. Op tal van plaatsen in de Bijbel wordt er op gewezen dat je naaste liefhebben ook kan betekenen dat je een naaste hebt die jou liefheeft op het moment dat je het het meeste nodig hebt. Als het in het leven tegenzit, als je ziek bent. Dan kunnen mensen die jij tot hun recht hebt laten komen er ineens onverwacht voor jou zijn. Je hoeft het niet te verwachten, je kunt er niet op rekenen maar soms heel onverwacht ervaar je hulp en steun waar je nu net niet op gerekend had. Daarom kun je ook niet meer zonder. Als je eenmaal de onbaatzuchtige liefde voor je naaste in jezelf hebt ontdekt, als je eenmaal de honger en dorst naar gerechtigheid hebt gevoeld dan weet je dat je zonder die liefde niet meer kunt.

Dan weet je ook dat je die honger niet meer kunt stillen en die dorst niet meer kan lessen door er maar op los te eten en te drinken. Zoals het meest losbandige carnaval in het teken staat van de vastentijd en daar onlosmakelijk mee verbonden is, is het leven van een gelovige in de Weg van Jezus van Nazareth onlosmakelijk verbonden met het delen van alles in het leven met de mensen die dat nu juist nodig hebben. Als je gericht bent op het goede en niets dan het goede dan komt het kwade niet eens meer bij je op. Pas als je terugkijkt op je handelingen dat merk je dat je weer mensen over het hoofd hebt gezien, dat je ondoordacht iemand gekwetst hebt misschien. Dan kun je niet rusten voordat je het goed hebt gemaakt, dan valt er niet te slapen voordat je het onrecht hebt hersteld. Het kwade doen in plaats van het goede is dan helemaal niet aan de orde, maar zelf weten we dat we evengoed te vaak onbetrouwbaar zijn. Juist omdat het ons om het goede gaat.

Onderwijst u uzelf eigenlijk wel?

maandag, 23 juni, 2014

Romeinen 2:17-29

Je hebt ze ook tegenwoordig nog wel. De fatsoensrakkers die van alles over anderen te vertellen hebben en dat dan zogenaamd op grond van hun Christelijk geloof doen. Maar ondertussen werken ze er aan mee dat kinderen worden opgesloten in gevangenissen, alleen omdat hun ouders het land moeten verlaten. Accepteren ze de onrechtvaardige tolmuren, praten ze bombardementen op dorpen in Afghanistan goed en blijven ze bevriend met de regeringen die de doodstraf toepassen en daarmee hun eigen burgers vermoorden. In de dagen van Paulus was er een dergelijke strijd tussen Joden en Heidenen die allebei de weg van Jezus van Nazareth wilden gaan. Die Joden waren van huis uit opgevoed om de Wetten van Mozes tot op de letter vast te houden. De Heidenen konden niet uit de voeten met die wetten. Paulus had al vanaf het begin van zijn bekering door gehad dat het niet ging om die dorre regeltjes maar om het houden van je naaste als van jezelf. Die regel konden Joden en Heidenen samen houden, daarin konden ze samen sterk zijn en in het houden van die regel konden ze samen iets van het Koninkrijk van God laten zien.

Al het gebazel van mensen die het allemaal zo goed meenden te weten voor een ander werd door Paulus krachtig verworpen. Want ook al doe je je voor als uiterst fatsoenlijk, je kunt het nooit helemaal honderd procent goed doen. En dat hoeft ook niet. Paulus heeft het wel eens over groeien in geloof, iedere keer als je je weer bewust wordt hoe je iemand te kort doet, of hoe je iemand echt zou kunnen helpen, doe je een stap vooruit. Iedere keer als je je bewust wordt dat je weer gefaald hebt mag je opnieuw beginnen en ook dat besef van falen helpt je om te groeien in geloof. Daardoor groeit het vertrouwen dat het goed komt met de mensen. Niet door ze te veroordelen en te hoop te lopen tegen van alles dat je verkeerd vindt. Niet beginnen met het vragen van een verbod op het gedrag van de ander maar beginnen bij je eigen gedrag.

Steek je hand uit naar de ander en probeer het goede te doen en niet dan het goede. Het aanbod van ChristenUnie fractievoorzitter Arie Slob om mee te praten over pornografie op de thema-avond van BNN en VPRO is oneindig veel waardevoller dan het verzoek van CU oud-minister André Rouvoet om de uitzending van een film te verbieden. Natuurlijk mag Arie Slob laten zien hoe het is als je een ander mens niet wil behandelen als een voorwerp dat dient om je eigen genotzucht te bevredigen. Hij mag ook laten zien hoe moeilijk dat soms is in een samenleving waar ook mensen soms wegwerpproducten lijken te zijn. Maar een verbod wijst alleen maar naar de ander en zegt alleen over jou dat je het beter meent te weten. Laten we onszelf onderwijzen en daarmee laten zien wat de Weg van Jezus van Nazareth is. Groeien gaat niet vanzelf, groeien gaat gepaard met groeipijn, soms met groeistuipen. Je moet er de juiste zaken voor weten te eten, elke dag weer, voor groei in geloof is het lezen van de verhalen uit de Bijbel en het samen er over praten zeer belangrijk, maar vooral het doen, het houden van je naaste als van jezelf, de hongerigen voeden, de naakte kleden. Dat doen kan elke morgen weer opnieuw beginnen, ook vandaag weer.

God maakt geen onderscheid

zondag, 22 juni, 2014

Romeinen 2:1-16

Je kunt stoer doen en alle foute zaken voortdurend veroordelen maar daar kom je niet verder mee. Natuurlijk veroordeel je het gebruik van geweld en het najagen van winst en profijt. Ook het gebruik van jezelf of een ander als object om lust te bevredigen kun je veroordelen en al helemaal het doen of nalaten van seksuele handelingen op grond van een zogenaamd religieus voorschrift. Maar al dat veroordelen brengt je niet verder. Paulus zegt hier zelfs dat dat veroordelen je op het zelfde niveau plaatst als die mensen die dat kwaad hebben gedaan dat je veroordeelt. Dat je die dingen veroordeelt is natuurlijk niet slecht, je moet ze zelf dus niet doen,  maar slecht is dat je de mensen veroordeelt. De onbegrensde goedheid, het geduld en de verdraagzaamheid die de Liefde voor de mensen, dus die God, met zich meebrengt is in dat veroordelen van mensen niet aanwezig. Waar het om gaat is niet om het veroordelen van mensen maar het tot inkeer brengen van mensen. God roept mensen een andere weg in het leven te kiezen. God roept dus ook ons een andere weg te kiezen.

Als we blijven doorgaan met veroordelen van hen die het verkeerd doen dan worden we hooghartig en arrogant, dan zien we wel de splinter in het oog van de ander maar missen de balk in ons eigen oog. Wie immers onder ons is zonder zonde? Het gaat ons nog steeds om het goede te doen en niets dan het goede. Maar dat we onszelf niet beter moeten vinden dan een ander hoort er ook bij. Laat andere mensen tot hun recht komen, zoek uit wat hen op de verkeerde weg bracht en probeer ze op de goede weg te brengen. De verkeerde weg voert tot leed en ellende. Paulus wijst er op dat zijn eigen volk, de Joden, de Wet van de Liefde met de paplepel ingeschonken kregen, maar dat doet niet af aan het feit dat iedereen die verkeerd handelt uiteindelijk leed en ellende te wachten staat. Oorlog, leed, pijn in de buik van aandelenverlies, maagzweren van zorgen om het kapitaal en de veiligheid. Mensen die werkelijk willen delen met een ander hebben daar geen last van. Vrede en gerechtigheid wordt gebracht door het goede te doen. Er zijn tegenwoordig steeds meer mensen die zeggen dat je ook wel van je naaste kan houden als van jezelf zonder dat geloof en de daar bijhorende God nodig te hebben. Dat is natuurlijk ook zo, dat staat zelfs in de Bijbel in de passage die we vandaag lezen.

Nu is het niet zo dat de meeste mensen die dat vandaag zeggen helemaal niet van de Wet van de Liefde hebben gehoord, maar je kunt die richtlijn ook van nature naleven. Goed en kwaad zijn goed en kwaad daar hoeft geen God aan te pas te komen al kun je de maatstaf van God, de Liefde, er altijd naast leggen en zal er altijd  een moment komen dat die maatstaf er ook naast gelegd wordt. Waarom hebben we die God dan nodig? Nou, wie door heeft hoe vaak je per dag fout zit in het toepassen van die Wet, in het houden van die Wet, is blij dat je elke keer een nieuwe kans krijgt om er opnieuw mee te beginnen. Zonder God loop je de kans de moed te verliezen en te gaan denken dat er toch geen redden aan die mensen is.  Geloven betekent oorspronkelijk vertrouwen. Vertrouwen dat het uiteindelijk goed zal komen met de mensen. Vertrouwen op God omdat het alleen goed kan komen met de mensen als je ze oneindig lief hebt, zelfs ondanks jezelf, zelfs tegen je eigen belang in. En het kan gevaarlijk zijn. Onbaatzuchtige liefde betoont in gebieden waar oorlog en geweld heersen, in streken waar de een zich uitnemender acht dan de ander, kan je lijfelijk in gevaar brengen. In onze samenleving is dat niet zo zichtbaar, maar wie een hand uitsteekt naar vreemdelingen zonder papieren zal het merken, wie een hand uitsteekt naar veroordeelden die hun straf hebben uitgezeten en weer een plaats in de samenleving moeten vinden kan het merken. Toch vraagt een samenleving van vrede en recht om mensen die elke dag weer opstaan om hun naaste lief te hebben, ook vandaag weer.

Voor Joden in de eerste plaats

zaterdag, 21 juni, 2014

Romeinen 1:16-32

Maar gelukkig ook voor andere volken en dus ook voor ons. Paulus valt bijna met de deur in huis. In het jaar 41 waren de Joden uit Rome verbannen. Ook de Joden die behoorden bij de sekte van de Weg, die wij nu Christenen noemen. De Heidense aanhangers van die sekte mochten blijven. Op het moment dat Paulus zijn brief ging schrijven mochten die Joden weer terugkeren en dat gaf spanningen. Moesten de Christenen uit de Heidenen nu Joods worden? Moest er een aparte gemeente komen? Nee dus, Joden bleven Joden en Heidenen bleven Heidenen maar beiden waren verenigd in het geloof in Jezus van Nazareth. Dat geloof gaat terug op de Hebreeuwse Bijbel., die wij het Oude Testament noemen. Daar staat geschreven dat de rechtvaardige zal leven door geloof en wij mogen geloven in die rechtvaardigheid. Recht en onrecht worden hier door Paulus tegenover elkaar gezet. En onrecht kan je kwaad maken en in beweging zetten, op weg naar het uitbannen van het onrecht. Er moet en zal recht gedaan worden aan mensen.

De Liefde zoals we die kennen komt van God zegt Paulus hier. Die Liefde kan je overal en altijd tegenkomen, die kun je altijd ervaren, in jezelf en van anderen. En dat de kracht van de Liefde altijd weer overwint kun je meemaken. Denk er maar eens over na en je kan niet anders dan tot de conclusie komen dat inderdaad door de Liefde voor elkaar de mensen werkelijk vrij worden, er een betere wereld ontstaat en leed en ellende achtergelaten kunnen worden. Maar ja, mensen ontkennen dat liever, prestatie, winst en profijt maken volgens velen pas de mens werkelijk vrij en je moet dus alles opofferen om prestaties te leveren, meer en meer, en winst en profijt te maken. In de tijd van Paulus werden goden voorgesteld door beelden en in een stad als Rome wemelde het van de beelden. Al die mensen uit verschillende landen hadden hun eigen beelden meegenomen en de mensen in Rome vonden het prachtig. De mensen van de Weg van Jezus van Nazareth waren er achter gekomen dat die zogenaamde godenbeelden niets om het lijf hadden, ze kwamen geen millimeter van hun plaats en deden niets. Dat was het dus niet. Nu is dit stuk uit de brief van Paulus aan de Romeinen ook wel eens gebruikt, of misbruikt, om mensen wijs te maken dat je niet mag genieten. Daar moeten we voor uitkijken.

Het is natuurlijk wel handig voor predikers dat je mensen wijs maakt dat Paulus wil dat de mensen geld, vooral veel geld, bij hen inleveren maar daar gaat het hier helemaal niet om. We mogen best genieten, zeker van ons eigen lichaam dat immers geschapen is naar het beeld van God, maar we mogen het niet verlagen tot voorwerp van genot, zoals we andere mensen niet behoren te verlagen tot voorwerp van genot. Ook ons lichaam is geen God, en ook het lichaam van anderen is geen God. Maar met alles wat we hebben mogen we delen. Zeker met de minsten onder ons. De gemeente in Rome had geen tempels waar beelden en lichamen werden aanbeden in de hoop op geluk, gezondheid en voorspoed. De gemeente in Rome kwam bij elkaar in huizen van gemeenteleden. Daar at men met elkaar, vertelde de verhalen over Jezus van Nazareth, werd gelezen uit de Griekse vertaling van de Hebreeuwse Bijbel en hielp men elkaar. Daar viel het onderscheid tussen Jood en Heiden, Man en Vrouw, Oud en Jong, Arm en Rijk ,volledig weg. Met dat soort delen kunnen we ook vandaag nog een begin maken.