Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor april, 2014

Als een ooi bij haar scheerders

woensdag, 30 april, 2014

 Jesaja 53:6-12

“Als een schaap dat naar de slacht wordt geleid, als een ooi die stil is bij haar scheerders”. Zo begint het Bijbelgedeelte uit het gemeenschappelijk leesrooster voor vandaag in de Nieuwe Bijbelvertaling. Vroeger werd hier met lam vertaald en de Naardense Bijbel die gelijk met de Nieuwe Bijbelvertaling verscheen doet dat nog steeds. In middeleeuwse schilderijen is dat Lam vaak afgebeeld, op een altaar of er voor en al of niet met een kruis op de schouder. Ook in de kerkmuziek klinkt het Lam Gods, het Agnus Dei, en bij voorkeur dan als het brood tijdens het Avondmaal wordt gebroken. Ook hier dus weer een interpretatie van het boek van de profeet Jesaja in de richting van het lijden en sterven van Jezus van Nazareth. En de plaatsing van deze lezing zo vlak na de Goede Week en het Paasfeest maakt de verleiding nog sterker in deze richting te denken.

Maar dit Bijbelboek werd ver voor het leven en sterven van Jezus van Nazareth geschreven. In de tijd waarin dit Bijbelboek tot stand kwam was er sprake van ballingschap, het volk was uit het land weggevoerd en werd ver van Jeruzalem gevangen gehouden. We moeten daarom misschien eerder aan het boek Job denken als we lezen over de rechtvaardige dienaar die moest lijden. Job nam het op voor mensen die de weg van de Liefde wilden volgen maar zelf met het lijden werden geconfronteerd. Job weigerde te geloven dat God hem met lijden strafte omdat hij verkeerd zou hebben gedaan. Job bleef geloven in de weg van de Liefde, nergens verloochende hij God, nergens nam hij afstand van het delen van alles wat hij had zoals hij altijd had gedaan. De zin van al zijn rijkdom was uiteindelijk gelegen in het vermogen daar mensen mee te helpen.

Dat hij desondanks bespot en geslagen werd, ziek en vernederd, zittend op zijn mesthoop zich krabbend met een scherf moest hij dan maar op de koop toe nemen. Recht verschaffen is hier bij Jesaja de wandaden van mensen serieus nemen en zorgen dat die mensen de kans krijgen het niet weer te doen, maar het goede te gaan doen. Jesaja onderstreept voor ons dat het daarbij niet gaat om er zelf beter van te worden, maar alles wat er uit komt voor lief te nemen. Dan pas deel je met machtigen in de buit. En Delen wordt hier eigenlijk met hoofdletters geschreven. Pas als Samen Delen voorop staat kan er samen geleefd en samen gewerkt worden. Daar kan een heel volk van leven en volgens veel psalmen kunnen alle volken van de wereld daarvan gaan leven.

Wij dwaalden rond als schapen

dinsdag, 29 april, 2014

Jesaja 52:13-53:5

De lijdende knecht des Heren is een geliefd thema in het boek van de profeet Jesaja. Christenen hebben hier later beschrijvingen van Jezus van Nazareth in gelezen. Maar ondanks het feit dat Jezus van Nazareth zeker voldeed aan de beschrijvingen in het boek van de profeet Jesaja werd dit boek niet voor Christenen geschreven maar voor de ballingen die uit het land Israël naar Babel waren gevoerd. En daarmee richt de profeet zich ook tot ons. Wie onder ons is zo dienstbaar dat hij of zij door het vuur gaat voor de armen, die zonder ophouden recht en gerechtigheid zoekt en de fouten die we dag in dag uit maken opvangt door voortdurend een leven van liefde te blijven laten zien? We weten dat ook in onze dagen zo iemand gemarteld en geslagen kan worden. Amnesty International heeft een hele lijst met namen van mensen die opkwamen voor de armen in hun land, voor recht en gerechtigheid, tegen de schending van mensenrechten en die in de gevangenissen verdwenen, gemarteld werden en geslagen, uitgehongerd en vermoord soms.

Sommige namen kennen we, Nelson Mandela die 30 jaar gevangen zat maar vrij kwam, Aung Lee die geëerd werd met de Nobelprijs voor de Vrede vanwege het geweldloos karakter van haar verzet tegen de militaire machthebbers in Birma. In eigen land Louis Sévèke uit Nijmegen, die neergeschoten werd tijdens zijn werk voor huislozen en op zoek naar gerechtigheid voor de slachtoffers van geheime diensten en wiens moordenaar nu gevangen lijkt te zijn. Veel namen kennen we niet, we kunnen niet alles weten, maar soms blijven mensen ook anoniem en lukt het de onderdrukkers namen en mensen verborgen te houden, soms moet ook de aandacht voor slachtoffers geheim blijven zodat ze stilletjes losgelaten kunnen worden. Toch mogen we nooit vergeten dat al die mensen bijdragen aan een betere wereld.

Hun lijden moet ons steeds weer motiveren voor armen en verdrukten op te komen, moet ons onze vrijheid doen gebruiken om onze samenleving tot delen te brengen, onze politici tot spreken waar protest geboden is. Zo lang wij onverschillig blijven voor het lijden van medemensen veraf en dichtbij zullen mensen opstaan en vervolging en marteling trotseren. In onze dagen komen daar ook de zogenaamde klokkenluiders bij. Mensen die de informatie die ze hebben openbaar maken in de hoop dat misstanden zullen verdwijnen. Soms werkt dat, de bouwfraude heeft tot straffen voor bouwbedrijven geleid, of de corruptie en het bedrog door bouwbedrijven verdwenen is werd tot vandaag niet duidelijk. In het buitenland wordt het spioneren door overheden aan het licht gebracht. Maar hoe goed de klokkenluiders ook opereren, zelf worden ze meestal het slachtoffer en vervolging en vernedering is hun lot. Tot wij ons hun lot aantrekken en beseffen dat het ook voor ons is dat zij volhouden blijft te veel verborgen dat het lot van de armen kan verzachten. Maar als wij ons inzetten voor de lijdenden in de wereld  zal de vrede aanbreken, dan zal de Liefde de enige Heer zijn en de enige God.

Hoe welkom is de vreugdebode

maandag, 28 april, 2014

Jesaja 52:7-12

Nicolaas Beets dichtte ooit “Als ‘t kindje binnenkomt juicht heel het huisgezin”, en christenen denken gelijk dat het een kerstlied is. Maar alle kinderen die geboren worden zouden op die manier verwelkomd mogen worden. Ook bij de vreugdebode wordt gedacht aan Jezus van Nazareth. Een paar weken geleden met Palmzondag werd in de kerken herdacht dat Jezus van Nazareth vlak voor hij werd gekruisigd eerst nog als koning werd binnengehaald. Maar daar heeft Jesaja het niet over. Jesaja laat op de Tempelberg de God van Israël tot koning uitroepen. Daarmee is de Wet van de Woestijn weer het kompas voor het dagelijks leven, daarmee is de Liefde weer het uitgangspunt voor de samenleving. Voor mensen die verdrukt en vernederd zijn is dat een totale ommekeer in het leven die tot grote vreugde uitnodigt.

Zoals je op oude films over de bevrijding in de meidagen van 1945 nog kunt zien toen iedereen uit een stad of een dorp uitliep de bevrijders verwelkomde en niet op leek te kunnen houden met zingen en dansen van vreugde. Alleen die enkelen die met de bezetters hadden geheuld kregen het zwaar te verduren. Van hen zijn de meesten later toch gewoon in de samenleving opgenomen, we zijn er per slot trots op een rechtvaardige samenleving te hebben. Maar een hele enkele van hen heeft nooit de denkbeelden los kunnen laten waarvan de geschiedenis heeft bewezen dat ze het meest verschrikkelijke fout waren dat mensen hadden kunnen bedenken. Als je je identiteit opoffert op het altaar van een ideologie krijg je dat. Fundamentalisme heet dat. In alle geloven en overtuigingen komen die voor. Volgende week zondag gaan we daar weer bij stilstaan en mogen we de slachtoffers van oorlog en geweld herdenken maar ons ook afvragen welke ideologieën tegenwoordig mensen in hun greep houden.

Niet meer de Liefde is overal en altijd koning, niet alleen de God van Israël is God, maar de religie of de overtuiging is dan Koning en het stelsel van denkbeelden waar je in geloofd neemt dan de plaats in van je God. Soms is “het Geloof” zelf een lelijke afgod geworden. Want de God waar Jesaja over vertelt, de God ook van Jezus van Nazareth zet mensen in beweging om lief te hebben, je naaste liefhebben als je zelf en die God boven alles. Er is maar één Heer en dat is die God met die wet van Liefde. Niets wat dat in de weg staat hoort er nog bij. Rein is datgene wat volkomen en onvoorwaardelijk in dienst staat van die Liefde, al het andere is te verwerpen. Zo horen we de liefde binnen te halen, alsof er weer een welkom kind is geboren, het brengt de vreugde die we in een wereld vol verdriet zo hard nodig kunnen hebben.

 

Zonder geld koop ik jullie weer vrij

zondag, 27 april, 2014

Jesaja 52:1-6

Jesaja verkondigt hoop vandaag, ook voor ons. Het is niet vanzelfsprekend dat de ballingen terug zullen keren. Jeremia had hen nog geschreven dat het wel generaties zou kunnen duren voordat er een einde zou komen aan de ballingschap. Maar Jesaja begint er alvast vol vreugde over te zingen. En in zijn lied klinken ook de voorwaarden door voor de bevrijding. Want het is Sion dat sterk moet worden, Jeruzalem moet weer een heilige stad worden. Trouwe lezers van dit dagelijks commentaar weten dan al waar we heen gaan. Sion is de Tempelberg en Jeruzalem de stad waar de Tempel staat. Daar wordt de Wet van de liefde bewaard. Daar moeten de maaltijden plaats vinden met de armen, de vreemdelingen, de familie en de dienaren uit de Tempel. Daar kun je oefenen in Samen Werken, Samen Leven en vooral in Samen Delen. Zelfs de armen van het volk trekken op naar Jeruzalem om te delen wat ze hebben.

De slavernij vroeger in Egypte en de ballingschap in Babel kwamen gratis, niets kregen ze er voor terug. Maar de bevrijding door samen te leven en samen te delen, door elkaar lief te hebben als zichzelf komt ook voor niks. Er wordt immers onvoorwaardelijke en onzelfzuchtige liefde gevraagd die, zoals Paulus dat zong in zijn beroemde lied over de liefde, zichzelf niet zoekt. Er kan veel kritiek zijn op de huidige regering. Ze moeten het Samen Delen, zeker met de armen, nog leren. Niets horen we over het aanpakken van de exorbitante zelfverrijking in het bedrijfsleven. Maar er gaan er een paar politici wel kijken in de armere wijken van de steden. De belangstelling gaat dan uit naar de jeugd die de armste wijken en buurten van de grote steden terroriseert. Jeugd die zelfs na het behalen van een schooldiploma afgescheept wordt met tijdelijke arbeidscontracten en uitzendbureau’s. Die niet een loopbaan kunnen opbouwen zoals hun ouders deden, door trouw aan een vaste baas of door studie en solliciteren steeds een stap omhoog op de ladder.

Ervaring doet de jeugd zonder uitzicht namelijk niet op, flexibel als ze moeten zijn. Aan het eind van hun loopbaan zullen ze merken dat ze ook geen pensioen hebben opgebouwd omdat door de vele wisseling van bedrijfstakken waar ze aan blootgesteld zijn voortdurend zogenaamde pensioengaten vallen. Veel van die jongeren zoeken de rijkdom daarom in het hier en nu en dat kan alleen op de allerslechtste manier. Daarom hopen we maar dat ministers en kamerleden niet doof zullen zijn voor de roep om recht en gerechtigheid en het Samen Delen in de praktijk zullen leren en in de praktijk zullen brengen. Daarom hopen we dat de regering en de kamer wegen zullen vinden om jongeren banen te geven en niet alleen baantjes maar een perspectief, een uitzicht op het opbouwen van een gezin met een eigen huis, zonder schulden en kinderen die naar school kunnen en ook een toekomst hebben. Volgens Jesaja is dat toch de enige weg naar een goede samenleving.

Word wakker, word wakker, sta op

zaterdag, 26 april, 2014

Jesaja 51:17-23

Heel verdrietig heet ook terneergeslagen. Als je heel lang en heel ernstig terneergeslagen bent dan heet dat depressief. Als je ernstig depressief bent dan weet je dat je hulp nodig hebt om er weer uit te komen. Je worstelt om op te staan en weer je leven in eigen hand te nemen maar het lukt je niet, telkens weer zak je weg in verdriet om de schijnbare zinloosheid die het bestaan aangenomen lijkt te hebben. Waar is dan een hand die de jouwe grijpt en die je helpt opstaan? Zie je een God en voel je de warmte van een God die het leven weer zin geeft? Gelukkig zijn er tegenwoordig goede dokters. Juist als je depressief bent dan zie je de zwarte zaken van het bestaan extra zwart. De leiders van de wereld zoeken oorlog en dreigen met geweld. De kinderen die de vrede zouden moeten brengen steken elkaar neer op de schoolpleinen. Dag in dag uit sterven er mensen door het gebruik van vuurwapens. Niet alleen op slagvelden ver weg maar ook in onze eigen steden en dorpen en op de wegen in het land.

Jouw inspanningen tellen niet meer mee, jouw geloof in een betere wereld wordt weggelachen. Jouw blijdschap over een langzame eenwording van Europa die al 50 jaar tenminste vrede brengt tussen de Europeese volken wordt beschimpt door de Paus, hoofd van een staat die geen democratie kent en geen lid is van de Europeese Unie. Jij weet dat Europeanen in Afrika goud, zilver en diamanten roofden, daar de olie vandaan haalden en oorlog brachten om de grondstoffen voor mobile telefoons, dat diezelfde Europeanen in de naam van Christendom en beschaving aan de wieg stonden van de slavenhandel en datzelfde Christendom zou volgens dat buiten onze beschaving staande staatshoofd door ons genoemd moeten worden als de bron van onze huidige beschaving. Wat houd je nog tegen om er een einde aan te maken.
Vandaag klinkt in het verhaal van Jesaja een oproep om naar de Liefde te zien. De ene Heer die voortdurend onbaatzuchtige liefde verspreid. Die weet heeft van Samen Leven, Samen Werken en vooral Samen Delen en daartoe mensen inspireert. Die weet dat er mensen opstaan uit het dorre doodsbestaan van oorlog en uitbuiting. Dat ook deze week de voedselbanken en wereldwinkels weer opengaan en mensen zonder loon en beloning er hun tijd en energie insteken. Dat zieken getroost, gevangenen bezocht worden en dat alom de roep om recht en gerechtigheid weer luider zal klinken. In die liefde mag jij ook meedoen, die liefde mag zin geven aan ieders leven, en de hand vormen die je optilt en weer aan de gang brengt. Overal worden nog vrijwilligers gezocht, in de voedselbanken, bij het justitiepastoraat dat het bezoek aan gevangenen en gevangen vreemdelingen organiseert, in de Fair Tradewinkels, in verpleegtehuizen en scholen voor speciaal onderwijs, in tal van organisaties die zich bezig houden met hulp en zorg aan en voor mensen die het meer dan nodig hebben. Sta dus op en vat aan.

Hoe kun je bang zijn voor een sterveling

vrijdag, 25 april, 2014

Jesaja 51:9-16

Angst is iets wat je volgens de Bijbel nooit moet afhouden van het zeggen van de waarheid over de Liefde. In het boek Jesaja wordt hier beloofd dat de ballingen uit Babel zullen terugkeren naar de stad waar de Wet wordt bewaard. Aan alle ellende zal een einde komen. In de oude mythologie was immers ook het razende zeemonster Rahab vermorzeld. Volgens veel Heidense mythen waren het de helden die de monsters doorboorden maar de schrijver van het boek Jesaja maakt er gelijk maar God zelf van. Voor de Israëlische lezers wordt trouwens ook herinnerd aan de bevrijding uit Egypte omdat ze onder elkaar vaak Egypte hadden aangeduid met Rahab, het monster. Jesaja verbindt de mythe van Rahab dan ook met de doortocht door de Rode Zee. De schrijver van het boek Jesaja roept het vol trots uit dat de macht van de Liefde, het vasthoudend volhouden van de Wet van Liefde nu meer dan nodig is om de bevrijding te bewerkstelligen. Maar de geketende zal worden bevrijd, de arme zal het aan niets ontbreken besluit het gedeelte van vandaag.

Angst wordt vandaag de dag meer en meer gezaaid. Geert Wilders noemt de geringste tegenspraak tegen zijn ideeën al dreiging met geweld, maar op onze scholen flitsen de messen bij het minste conflict zo lijkt het. Ook in het verkeer wordt gemakkelijk met messen gezwaaid als er een misverstand moet worden uitgesproken. We weten kennelijk niet meer hoe we ruzie moeten maken, hoe we elkaar de waarheid moeten zeggen. De kinderen die dat verkeerd doen worden bedreigd met repressie, opsluiten in jeugdinstituten is de remedie. Dat je op scholen tijd moet inruimen voor oefening in sociale vaardigheden als geweldloos een ruzie oplossen komt maar bij weinig mensen op. Als kinderen dat geleerd zouden hebben zouden volwassenen daar vaker gebruik van kunnen maken. Daarom is het ook goed als volwassenen leren ruzies zonder geweld op te lossen. Maar daar schort het aan, de manier waarop politici met elkaar discussiëren lijkt op een gewelddadig conflict. Je kunt kennelijk ongestraft iedereen van misdaden als eedbreuk en spionage beschuldigen maar als er kritiek op jouw optreden is roep je dat het bedreigend en gewelddadig is. Het is het verkeerde voorbeeld dat aan de kaak besteld moet worden en moet worden bestreden. Bang voor de schreeuwende politici hoeft niemand te zijn. Populistische partijen zijn als het gras, ze verdorren onder de zon van de werkelijkheid en niemand kent achteraf hun plaats nog meer.

De waarheid zeggen is dus niet gewelddadig maar harder nodig dan ooit. We staan voor de herdenking van de Holocaust komende zondag. De herdenking  van alle gevallenen vanaf de Tweede Wereldoorlog is een week later, maar in de eeuwen voor de Tweede Wereldoorlog en in de Holocaust in die oorlog is een poging gedaan van dat Joodse volk af te komen.  We moeten bij dat herdenken nooit vergeten dat de God van Israël de God was die dat Joodse volk als eerste heeft uitgekozen. Aan het lot van dat Joodse volk is te zien of wij wel of niet kiezen voor het volgen van die God van Israël, van die God die op de berg Sion zijn Tempel had gevestigd waar zijn gebod de naaste lief te hebben als zichzelf werd bewaard en bezongen. In onze dagen is het niet alleen de vraag hoe wij met het  Joodse volk omgaan. Nemen wij dat volk serieus en sporen wij het aan vrede te sluiten met de Palestijnen zodat een duurzame vreedzame toekomst is verzekerd of handelen wij uit een schuldgevoel over de fouten van onze voorouders en slikken we met de ogen dicht alles wat er politiek door de staat Israël wordt gedaan alsof die staat samenvalt met het Joodse volk? Er is ook de vraag hoe we met andere volken omgaan, gaan wij met andere volken om zoals er omgegaan is met het Joodse volk of laten we in de omgang met andere volken eindelijk zien dat we voor de God van Israël gekozen hebben en beschouwen we andere volken ook als onze zusters en broeders? De vragen branden in ons, de antwoorden zijn hard nodig, elke dag, ook vandaag.

Een oord zijn van vreugde en gejuich

donderdag, 24 april, 2014

Jesaja 51:1-8

Wie zingt er nu over een oord van vreugde en gejuich als je meest geliefde stad veranderd is in een ruïne. Als er niets over is dan puinhopen. En dan niet zo maar een stad, een stad als alle andere waar jij toevallig van houdt, maar de stad van de berg Sion, waar de Tempel is gebouwd, waar de Wet van de Woestijn werd bewaard. En de herinnering daaraan maakt dat je je toch, door alle verwoesting en ellende heen, toch vrolijk kan voelen. Want niet de vijand die de verwoesting veroorzaakte is de baas, niet die vijand is de Heer van de wereld, niet hij is jouw Heer, maar de Heer waar de Wet van uitging is de baas. En die Wet was immers de Liefde, en die Heer was immers de Liefde. En uiteindelijk overwint de Liefde. Daar is je hele leven op ingesteld. Daar richt je je daden op, daar vertrouw je op, dag in dag uit. Die overtuiging, die houding maakt dat je niet bang hoeft te zijn voor de hoon van mensen, dat je je niet hoeft te storen aan hun spot. Want is het verzet tegen het haatzaaien tegen de Islam en haar aanhangers niet ingegeven door de Liefde voor mensen en het verlangen naar een samenleving waaraan iedereen mee kan doen, zonder angst, zonder zich ingeperkt te hoeven voelen, zonder dat iemand cultuur of eigen overtuiging hoeft op te geven?

De profeet zelf leeft in ballingschap. Daar heeft zich een school van profeten gevormd die de herinnering bewaren aan de profeet Jesaja. Die de geschriften van die profeet met zich mee hebben genomen en die daarin lezen dat er een oproep was om gerechtigheid na te jagen, om te zorgen dat mensen tot hun recht zouden komen. Dat zou kunnen als je je toevertrouwt aan de God van Israël. Dat was een ander soort God als in Babel werd aanbeden. Dat was een God die mensen uit een rots kon houwen, uit een diepe groeve kon delven. Mensen stonden met hun voeten in de klei, ja ze waren zelf uit klei gemaakt, niet om dienstknecht van die God te worden maar om bondgenoot van die God te worden. Zo was immers het verhaal van Abraham. Die kwam uit dat land waar zij in ballingschap waren, uit Ur der Chaldeeën, het land van de waarzeggers en de sterrenwichelaars. Die was uit dat land vandaan getrokken. Niks sterren met toekomst, niks tovertrucs die de toekomst voorspelden maar gaan op het compas van een God die je riep. En herinner je je hoe rijk en welvarend die Abraham wel niet geworden was, hij had al een klein volk gehad, en nu was er een groot volk, groot genoeg om veroverd te worden en in ballingschap afgevoerd.

Uiteindelijk was dat Jeruzalem waar ze vandaan kwamen niet een stad die ze zelf hadden verzonnen. Dat was een stad die de God van Abraham hen had gegeven. Dat was een stad van betekenis geworden door de Tempel voor de God van Israël. In die Tempel stonden geen beelden van die God, daar werd die God niet in leven gehouden zoals in de Tempels van het land van ballingschap maar daar werd de Wet van die God bewaard. Als het volk zich dus weer rond die Wet zou scharen dan zou dat Jeruzalem haar betekenis weer krijgen, dan zou Jeruzalem een paradijs, een hof van Eden worden want dan zouden alle mensen daar tot hun recht komen. De volgelingen van Jesaja zijn nooit vreemd van prachtige visioenen, ze zien het al voor zich, de wildernis wordt als een tuin van de Heer, een oord van vreugde en gejuich waar muziek en lofzang klinken. Die ballingen zitten nu nog neer bij de rivieren van Babylon, hun muziekinstrumenten hebben ze in de wilgen gehangen en ze huilden, zo vertelt ons psalm 137, maar de school van den profeet Jesaja droomt er van dat eens alle volken zich zullen laten gezeggen door de Wet van de God van Israël, door “het heb God lief boven alles en doe dat door je naaste lief te hebben als jezelf”. Het is geen luchtfietserij, geen dromen zonder betekenis, er is een volk dat ontstaan is uit het volgen van die Wet, dat volk keerde terug uit ballingschap en herbouwde die Tempel, uit dat volk kwam Jezus van Nazareth voort die de dood overwon voor alle mensen op de hele wereld. Elke dag mogen we met zijn gerechtigheid verder, aan zijn Koninkrijk werken, ook vandaag weer.

 

Brand je aan je eigen pijlen!

woensdag, 23 april, 2014

Jesaja 50:4-11

In deze week na het Paasfeest slaan we vandaag in het dagelijks leesrooster het boek van de Profeet Jesaja open. Christenen die later dat boek gingen lezen herkenden in het hoofdstuk van vandaag ineens de martelingen die Jezus van Nazareth moest ondergaan rond Goede Vrijdag. Het boek van Jesaja gaat echter over de ballingschap. Aan het boek van Jesaja hebben meerdere mensen meegeschreven maar het beeld van een knecht van God, een dienaar van de Liefde, die, dwars tegen alle ellende, vasthoudt aan de kracht van Liefde die zal overwinnen, komt meerdere malen in het boek voor. Dit is dan de derde keer dat er over gezongen wordt, want in de oorspronkelijke tekst heeft het alles van een lied, een blues zeg maar, een slavenlied dat de vrijheid bezingt, hoop geeft en uitzicht op een leven zonder ellende. Dat dit lied achteraf doet denken aan Jezus die vele eeuwen later zou optreden is niet zo heel vreemd.

Het lied gaat over recht en gerechtigheid die vervangen worden door martelingen en vernederingen maar uiteindelijk wint het recht. Ook Jezus van Nazareth zou berecht worden en vernederd en voor de Christenen kwam ook in dat proces leugen en vernedering in plaats van het recht en de gerechtigheid zoals die in de Bijbel worden beschreven. Ook vandaag kan dat gebeuren. Komende week herdenken we allen die omgekomen zijn in oorlogen, door onrecht en geweld door staten gepleegd en hoe ons onze vrijheid is geschonken om dat voor anderen onmogelijk te maken. Maar ons rechtssysteem is ook niet  altijd feilloos. Hoeveel politiemensen, officieren van justitie en rechters ook naar een zaak kijken, het kan zijn dat in de naam van het recht onrecht geschied. Daarom kan voor elke zaak herziening gevraagd worden als er nieuwe feiten zijn, daarom is er een commissie die een zaak nog eens opnieuw kan bekijken als er twijfel is aan de goede gang van zaken.

Maar daarmee wordt nog niet altijd recht gedaan aan al die mensen die lijden in de wereld. Sudan kan nog altijd ongestraft elke medewerking aan het Internationale Strafhof weigeren en Amerikaanse politiemensen kunnen illegaal in ons land opereren. En wie veroorzaakt nu welke onrust in de Ukraïne? Welke  massamoorden worden er in Afrika nu wel en welke worden er daar nu niet bestraft? Welk onrecht zien we door de vingers vanwege onze handelsbelangen? Wat doet de wereld met de ontelbare doodstraffen die in China worden uitgedeeld? Hoe lang wordt de onderdrukking van het volk van Noord Korea nog getolereerd? Natuurlijk kunnen we er op vertrouwen dat er uiteindelijk altijd recht wordt gedaan, maar omdat we er zo op mogen vertrouwen kunnen we er ook altijd om blijven roepen, tegen alle lawaai en goedgepraat in. Ook misdadigers uit de Tweede Wereldoorlog worden nu, na ruim 60 jaar, nog steeds berecht en veroordeeld. Dat moet hoop geven en een voorbeeld zijn.

U doorgrondt mij.

dinsdag, 22 april, 2014

Psalm 139

Er was een tijd dat kinderen van zogenaamde Christelijke ouders op hun slaapkamer een plaatje kregen van een groot oog. Dat was een plaatje van het oog van God werd er dan bij verteld. God die alles ziet, die alles weet, die zelfs wat je denkt meemaakt en weegt. Want dat kwam er natuurlijk achteraan. God oordeelt ook over dat alles en wee jij als er wat verkeerd is, hoe klein ook, dan ben je eeuwig veroordeeld. Dat beeld werd in de Kerken nog versterkt. In sommige kerken doet men dat helaas nog. Als daar Psalm 139 gezongen werd dat hoorde men zingen van “Niets is, O Oppermajesteit, bedekt voor Uw alwetendheid”. Die alwetendheid staat niet in deze psalm maar de mensen die deze berijming in 1773 maakten vonden dat over God alleen gesproken kon worden als over een Hogere, het Hogere zeiden ze dan ook graag. Zij zelf waren vrije mensen, vrijzinnigen werden ze genoemd, waar alleen God hoog verheven boven stond. Die uitleg van Psalm 139 heeft uiteindelijk veel mensen de kerken uitgedreven en mensen die opnieuw die oude vertaling horen zingen en daarbij over het oordeel horen spreken kijken wel uit opnieuw een kerk binnen te komen. We hebben in de kerken sinds 1973 een nieuwe berijming die zingt van “Heer die mij ziet zoals ik ben” Dat klinkt toch al heel anders.

Die nieuwe berijming geeft ook beter weer wat eigenlijk in de hele Bijbel gezegd wordt. God trekt met je mee. In Psalm 119 wordt God bezongen als een lamp voor de voet. In deze Psalm 139 voel je God bijna bezongen als je beste vriend of vriendin. Iemand die je beter kent dan jij jezelf kent. Wie lang getrouwd is zal in dat beeld de huwelijkspartner herkennen, zonder wat te zeggen weet je wat de ander nodig heeft en weet die ander wat jij nodig hebt. Het huwelijk is daarom ook veelgebruikt beeld in de Bijbel voor de verhouding tussen God en de mensen. Liefde speelt daabij de hoofdrol. En al die dingen die hier in die Psalm bezongen worden over wat God allemaal wel niet van je weet, waar God op let, waar God mee vertrouwd is, bezingen eigenlijk alleen maar dat God een betrouwbare partner is. Een partner, een bondgenoot die nooit onafgemaakt laat liggen waarmee diens hand ooit is begonnen. En als die God jou heeft vastgepakt en jij die God bent gaan vertrouwen dan wordt je als het ware een twee eenheid. Dan ga je samen door het leven en door de dood heen. De Psalm is in de laatste decenia dan ook een populaire psalm geworden bij huwelijksvieringen, bij begrafenissen en als mensen hun kinderen laten dopen. Daar waar in het leven merktekens moeten worden gezet mag bezongen worden dat de God van Israël er de weg heeft heengeleid en er zelf ook mee naar toe en vandaan gaat.

Uit het tweede deel van de Psalm blijkt dat het kennen van elkaar niet een eenzijdige zaak is. Het is niet God hoog verheven die alles weet en de mens als zandkorreltje ergens diep beneden op aarde. Die mens kent die God ook, die mens is ook bezig die God te doorgronden, die mens snapt heel goed dat die God van Israël vijanden heeft en die mens schaart zich achter die God en krijgt dezelfde vijanden. God weet dat de haat waarover de mens spreekt geen haat uit kwaadheid is of uit de lust om kwaad te doen, daarom nog maals de vraag aan God om zijn hart te doorgronden. Die haat voor de vijanden van de God van Israël is uit liefde voor die God. Die vijanden houden de dood en de ellende van de zwakken in stand, zij voeren oorlog, zij buiten uit, zij vernederen de armen en nemen hen het laatste af dat ze nog hebben. Zij respecteren de ouderen niet maar verplaatsen hen waarheen ze willen uit winstbejag en omdat de last van de zorg voor de ouderen hen te groot wordt. Zij beperken de keus van artsen en ziekenhuizen voor de zieken en gehandicapten omdat de last van hun ziekte hen anders te zwaar wordt. De Psalmdichter wil een andere weg gaan, de Weg van de God van Israël. Die Weg verzint de dichter niet zelf maar hij vraagt aan die God om te waarschuwen als er een verkeerde weg wordt gegaan en altijd de juiste Weg te wijzen. Wij mogen ook zo met die God omgaan, elke dag opnieuw, ook vandaag.

Ga dus op weg

maandag, 21 april, 2014

Matteüs 28:16-20

Twijfelen is niet erg. In de tijd van Jezus van Nazareth, na zijn kruisiging, toen hij opnieuw verscheen aan zijn leerlingen, op de berg waar hij hen onderwezen had nota bene, waren er zelfs onder hen nog die twijfelden. Maar de opdracht blijft hetzelfde voor alle leerlingen van Jezus van Nazareth. Maak alle volken tot mijn leerlingen door hen te dopen en hen te leren dat ze zich moeten houden aan alles wat ik jullie opgedragen heb. In de doopformule die Jezus hier hanteerd en die op gezag van het verhaal van Matteüs in alle christelijke gemeenschappen wordt gehanteerd, is het hele verhaal van Jezus van Nazareth samengevat. Er is één vader voor allen, God, want er staat geschreven dat wij allemaal kinderen van God genoemd kunnen worden. Jezus van Nazareth werd Zoon van God genoemd en door hem kunnen we de Vader zien, daarom kon hij zeggen dat hem alle macht gegeven is in de hemel en op aarde. De heilige Geest valt op allen die zijn Weg willen gaan, die mee willen doen in zijn verhaal.

En daar komt het moeilijkste te geloven. Elke gelovige is gegeven alle macht in hemel en op aarde. Daar moet je maar op durven vertrouwen. Dat kan als je voor ogen houdt dat Jezus met ons is al de dagen tot aan de voltooing van de wereld. Vroeger stond hier “voleinding”, alsof het er om gaat dat het duurt tot het afgelopen zal zijn met de aarde, maar voltooing is een betere vertaling. In het Grieks staat een woord dat omschreven kan worden met “tot het klaar is”. De aarde moet dus nog afgemaakt worden, die is nog niet klaar. In het lied van de Schepping zag God naar de aarde en zag dat het goed was. Als wij naar de aarde kijken zien we dat het op de aarde in het geheel niet goed is. Aan ons dus om dat scheppingswerk voort te zetten en te zorgen dat het op de aarde goed wordt. Dat de hemel op aarde kan wonen en dat, zoals het in het boek Openbaring staat, God zijn tenten op deze aarde kan spannen. Dat is natuurlijk een prachtig werk om aan mee te doen. En wanneer is het goed op de aarde? Jezus heeft het ons op de berg geleerd.

Ondanks alle verschillen in de vier Evangelieverhalen wijst ook Matteüs hier op de Bergrede die we hebben kunnen lezen. Daar ging het om de vredestichters, om het voeden van de hongerigen, het kleden van de naakten, het lessen van de dorst van de dorstigen, het bezoeken van de gevangenen, het genezen van de zieken, het troosten van de bedroefden, het recht doen aan de ontrechten. Daar ging het om een mantel afgeven aan iemand die er geen heeft als je er twee hebt, daar ging het om je rechterwang toe te keren als iemand je op de linkerwang slaag, om twee mijl te gaan als iemand je dwingt een mijl te gaan. Voor elk van die zaken zijn ook in onze tijd talrijke voorbeelden aan te wijzen waarmee je aan de slag kunt. Dichtbij in elke stad en in elk dorp zijn de armen die tegenwoordig zelfs voedselbanken nodig hebben, verder weg zijn talrijke mensen die dood gaan van honger, die monddood gemaakt worden, gemarteld en geslagen. Vanuit elk huis in ons land, vanuit elk huis in de wereld, kan een hand naar hen worden uitgestoken. Tot God ziet dat het goed is en de aarde voltooid zal zijn.