Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor maart, 2014

Wees goed voor wie goed is

maandag, 31 maart, 2014

Psalm 125

Vandaag zingen we een Pelgrimslied mee. Zingen in de 40 dagentijd klinkt een beetje vreemd. Dit zijn toch de dagen van het vasten, van het mediteren over het lijden? Daar past toch geen vrolijke muziek bij, dan zing je toch geen liederen. Dat is natuurlijk niet helemaal waar. In deze dagen voor Goede Vrijdag en Pasen klinken de mooiste muziekstukken die er ooit gemaakt zijn. De Matteüspassion en de Johannes Passion van Bach. In die muziek klinkt het lijden door dat Jezus van Nazareth onderging omdat hij weigerde zijn volgelingen tot een gewapende opstand te brengen, omdat hij zichzelf overgaf als gevangene die ter dood werd gebracht in plaats van al die mensen die bij een opstand tegen de bezetters gedood zouden zijn. Een offer dat zo groot was dat zijn leerlingen snapten dat alleen op die manier leven de wereld zou bevrijden van onrecht, geweld en de dood. De EO  maakt dat lijdensverhaal nog erger en laat ons het lijden nog eens ondergaan door straks in Groningen met een plastic led verlicht kruis door de straten te lopen terwijl popartiesten mooie popliedjes zingen. Waarom zouden wij vandaag dan geen plegrimspsalm meezingen.

Die Pelgrimsliederen zijn ontstaan of gebruikt omdat mensen voorschriften uit de Bijbel gingen uitvoeren ook in een tijd van een bezetting of zelfs bloedige onderdrukking. De Bijbel schreef het volk Israël voor dat ze op de hoogfeesten, Pesach, het Wekenfeest dat wij kennen als Pinksteren en het Loofhuttenfeest in het najaar, naar Jeruzalem moesten gaan om daar een maaltijd te houden met de familie, het personeel, de Levieten, de slaven, de armen en de vreemdelingen. De reis naar Jeruzalem was een Pelgrimsreis, een vrolijke reis want het was een teken van bevrijding. Geen macht of kracht in de wereld kon de gelovige afhouden van het vervullen van de religieuze plichten. Zelfs het plaatsen van beelden in de Tempel, het ergste dat Israël kon overkomen, kon de reis naar Jeruzalem niet verstoren. De God van Israël leek de gelovigen altijd wel te beschermen, juist omdat het gelovigen waren. Ze leken wel onaantastbaar voor het onrecht dat de bezetting en de onderdrukking door vreemde machten meegebracht was.

Brengt zo’n reis naar het Heiligdom nu ook voordeel? De Psalm suggereert van wel. Maar welk voordeel dan? Je wordt er in elk geval materieel niet rijker van. Er moet gezaaid en geoogst worden. Maar, zegt de Psalm, wie in tranen zaaien, zullen met gejuich oogsten. Ook al wordt je gedwongen je zaad mee te nemen en elders te zaaien dan nog dan kom je thuis met gejuich over de schoven die je hebt geoogst. Het pelgrimslied zingt vol vreugde over de vrijheid die je hebt geproefd. Dat delen met de armsten, de minsten, met vreemdelingen bevrijd je van de angst voor de dood. Er zijn altijd mensen met wie je kunt delen en dus zijn er mensen die met jou kunnen delen, niet uit eigenbelang, niet omdat ze rijker er van worden, ze krijgen een maaltijd, dat is het, maar omdat delen de basis wordt van elk samenleven. Christenen zagen ineens dat op die manier ook Jezus van Nazareth gestorven was, door te weigeren zijn leerlingen in opstand te laten komen had hij zijn leven met iedereen gedeeld, hij had de dood op zich genomen die anders iedereen had moeten ondergaan, daardoor hadden al zijn volgelingen het leven gekregen, maar daardoor was hij zelf ook blijven leven. Want hem navolgen betekent dat geen macht en geen kracht op aarde iets kan ondernemen tegen de liefde van de ene mens voor de andere, daarmee is alle lijden, alle onrecht te overwinnen. Ook vandaag nog als wij onze naaste liefhebben als onszelf.

Wat ik doe getuigt ervan

zondag, 30 maart, 2014

Johannes 5:30-46

Een ingewikkeld stukje vandaag. Mooie theologische taal die de Nieuwe Bijbelvertaling niet heeft wegvertaald en zeker niet dichterbij gewone mensen heeft gebracht.Toch zijn de vragen die hier aan de orde zijn niet onbelangrijk. Zeker in deze tijd waarin steeds meer mensen wel willen geloven dat er iets is en dat die Jezus toch wel een aardige vent is. Maar in de God van Israël geloven en in al die verhalen in de Bijbel geloven dat is er niet meer bij. Nu ligt dat niet aan die God of aan die Bijbel maar meer aan al die mensen die zeggen er wel in te geloven. Zij laten een God van Israël zien waar je van rilt en gruwt. Geen liefhebbende God die zich bemoeit met de steun aan mensen die steun en zorg nodig hebben maar een oordelende God die voortdurend de mensen toeschreeuwt wat ze wel niet allemaal verkeerd doen. Die zogenaamde gelovigen lezen dat allemaal in hun eigen Bijbelvertaling, de eigenlijke Bijbel kunnen ze niet lezen omdat die in Hebreeuws, Aramees en Grieks is geschreven.

Nu is dat vervormen van de eigenlijke boodschap tot een eigen boodschap niet nieuw. Dat gebeurde ook al in de dagen dat Johannes zijn Evangelie schreef en daarom heeft Johannes een hoofdstuk opgenomen over de vraag wat je nu eigenlijk gelooft als je in Jezus van Nazareth gelooft. Jezus heeft dus zelf niet beweerd dat hij de Messias, de bevrijder van Israël was. Hij heeft van zichzelf ook niet gezegd dat hij de Zoon van God was die in de Hebreeuwse Bijbel aan de mensen beloofd was. Als hij dat van zichzelf beweerd had dan hadden we gelijk geweten dat het niet waar kon zijn. Dat geloof in Jezus van Nazareth als de mens die de wil van God heeft doorleefd komt niet van hem vandaan maar ergens anders. In zijn dagen was er Johannes de Doper die de mensen opgeroepen had anders te gaan leven, te gaan leven volgens de wil van God, als je twee mantels hebt geef er dan een aan iemand die er geen heeft. Dat van die mantels is een uitspraak van die Johannes. Volgens Johannes de Doper was Jezus de mens die bij uitstek zo leefde.

Dan is er het werk dat Jezus van Nazareth doet. De Evangelist Johannes spreekt niet over wonderen maar over tekenen. En die tekenen staan voor de betrokkenheid van Jezus van Nazareth bij de minsten in de samenleving, de zieken en gehandicapten, maar ook voor de mensen die buiten de samenleving zijn geplaatst, de mensen waarvan we er minder in ons midden zouden willen hebben, de hoeren en de tollenaars, sommigen zouden in onze dagen zeggen de Marokkanen. Daar is Jezus van Nazareth bij uitstek te vinden. Dan is er de God van Israël, die God heeft het volk Israël eerst uit de slavernij van Egypte bevrijdt en later uit de ballingschap weer thuis gebracht. Te zien is dat Jezus van Nazareth ook de mensen bevrijdt van de slavernij van gewoonte en traditie, niet meer het “hoort zo” staat centraal maar de liefde zoals de God van Israël die heeft voorgeschreven. Als laatste mag je ook de woorden van de profeten nog eens nalezen, profeten die het volk oproepen recht en gerechtigheid te betrachten, mensen tot hun recht te laten komen, niemand uit te sluiten en te zorgen voor de zwaksten. Iedere keer zul je zeggen, ja dat doet Jezus ook, daartoe roept hij ons ook op. Maar als Jezus een mens is die onder ons heeft gewoond dan kunnen wij dat dus ook, dan kunnen wij ook opstaan tegen de samenleving van dood, dan kunnen wij ook mensen bevrijden van uitsluiting en uitbuiting. Elke dag opnieuw mogen we daarmee bezig zijn. Ook vandaag.

U zult verbaasd staan!

zaterdag, 29 maart, 2014

Johannes 5:19-29

Er is een uitspraak in de Bijbel die zegt dat de God van Israël een God van levenden is en niet een God van doden. In de Heidense godsdiensten van bijvoorbeeld Egypte en van de Grieken en Romeinen speelden dodenrijken een grote rol. In de godsdienst van Israël niet. Volgens Genesis had God de mens gemaakt uit rode klei van de aarde en als de mens dood ging dan zou de mens weer de stof worden waaruit de mens was gemaakt. Leven was gekomen omdat God zijn adem in de mens had ingeblazen en de Prediker had er nog eens op gewezen dat de adem van God weer naar God terugkeerde als de mens dood ging. Van een leven als mens na de dood was dan ook geen sprake. Wel was er een opvatting over een opstanding van de doden op, wat profeten hadden genoemd, de dag des Heren. Een deel van de Joodse religieuze elite, de Saduceeën, geloofde dan ook niet in die opstanding van de doden. In de loop van de geschiedenis was het gewone volk de traditionele opvatting als oneerlijk gaan beschouwen. Het volk was zo wreed onderdrukt geweest, zoveel onschuldige mensen waren omgebracht om de macht van wrede heersers te verstevigen, dat men het ongestraft blijven van dit onrecht zelf als onrecht was gaan beschouwen.

In het boek Daniël is een visioen terecht gekomen dat aan de behoefte tegemoet komt om de slachtoffers van onrecht en onderdrukking recht te doen. De dag waarover profeten hadden gesproken waarop de God van Israël een oordeel over de onderdrukkers zou vellen en die zou komen brandend als een oven wordt in Daniël verder uitgewerkt. Daar is sprak van de Mensenzoon die naast God op de troon plaatsneemt en een oordeel velt over de onderdrukkers en beulen van het volk. De onderdrukten en gemartelden zijn daar getuige van en klagen hun onderdrukkers en beulen dan ook aan. Als dat kan, dat de slachtoffers uiteindelijk recht wordt gedaan dan moeten die slachtoffers opstaan uit de dood. Maar dan moeten ook die onderdrukkers en beulen opstaan uit de dood om hun oordeel te kunnen ondergaan. Daar nu gaat het gedeelte van vandaag uit het verhaal van Johannes over. Jezus van Nazareth laat als Zoon van God zien hoe dat oordeel uitpakt. Voor de minsten van het volk, voor de onschuldigen pakt dat zo uit dat hen recht wordt gedaan. Als je daar nu in gaat geloven valt gelijk elke dreiging door onderdrukkers weg. Die winnen uiteindelijk niet en ook als ze je dood weten te maken dan nog zullen zij hun gerechte straf niet ontlopen. Je gaat leven alsof je het eeuwige leven hebt en dat heb je dus dan ook.

Jezus wijst er in dit verhaal van Johannes nog maar eens op dat de God van Israël een God van de levenden is. Tegelijk wijst hij op dat visioen uit het boek Daniël over de Mensenzoon die op de wolken kwam, plaats nam aan de rechterhand van de God van Israël en de macht kreeg het oordeel over goeden en kwaden te vellen. De goeden mogen leven en de slechten ontlopen hun gerechte straf niet. In onze dagen roepen we de geschiedenis graag te hulp om een oordeel te vellen over het slechte. Dat oordeel over mensen en praktijken uit het verleden hebben we kennelijk nodig om het slechte aan mensen en gedrag uit het heden te herkennen. Jezus waarschuwt daar in een ander gedeelte van de evangelieën tegen. Wij zien zo gemakkelijk de splinter in het oog van de ander en vergeten de balk in onze eigen ogen. Natuurlijk is het slecht om een groep Nederlanders en medelanders als groep te veroordelen en te willen kleineren, maar het is ook slecht om geen oog te hebben voor de toekomst van jonge mensen wier ouders uit een heel andere cultuur komen en er niet voor te zorgen dat ook die jonge mensen in onze samenleving tot hun recht kunnen komen en een deel van leven krijgen. Jezus begint dit gedeelte van het verhaal van Johannes met te zeggen dat hij niet anders kan dan zijn Vader doet. Daarmee roept hij ook ons op hem te volgen, hij had een zieke genezen, laten wij zo ook voor de minsten zorgen, of dat de samenleving nu uitkomt of niet, we kunnen niet anders.

 

Daarna was er een Joods feest

vrijdag, 28 maart, 2014

Johannes 5:1-18

Er waren drie feesten waarop het volk Israël moest optrekken naar Jeruzalem: Pesach, het Wekenfeest dat wij kennen als Pinksteren en het Loofhuttenfeest dat niet is overgenomen in de Christelijke feestkalender. Als Johannes ons vertelt dat Jezus ter gelegenheid van een feest naar Jeruzalem optrekt dan zal dat ter gelegenheid van een van de drie feesten geweest zijn. Het is een feest dat verder in het verhaal ongenoemd blijft maar het is aannemelijk dat hier sprake was van het Loofhuttenfeest. Op elk van die feesten was de opdracht om bij het Heiligdom een maaltijd te houden met de familie, de levieten, de armen, de knechten en de slaven en de vreemdelingen. Delen stond dus centraal en de zorg voor de minsten. Maar elk van die feesten moest ook als een Sabbath gevierd worden. Al het werk moest worden gestaakt. Niet alleen door de gelovigen zelf maar ook door het personeel en de slaven en zelfs door de dieren die bij het werk werden gebruikt. Voordat het feest gevierd kon worden bij het Heiligdom moest de gelovige zich eerst reinigen, een ritueel bad nemen.

Zo komt Jezus van Nazareth in dit verhaal van Johannes terecht in een badhuis met vijf zuilengangen. Als we in een dergelijk verband vijf lezen dan denken we gelijk aan de vijf boeken van Mozes, de Torah, waar de voorschriften voor de gelovigen in opgeschreven staan. Dat badhuis had een naam die op twee manieren te vertalen is, als “huis van genade” of als “stromend water” Dat badhuis had kennelijk een geneeskrachtige bron. Soms begon het water te bewegen en als je dan in het water kon springen dan genas je van je ziekten. De genezing zou dan komen omdat de God van Israël door een boodschapper, een engel, het water in beweging zou brengen. Temidden van de zieken, blinden, kreupelen en misvormden ontwaard Jezus in dit verhaal iemand die al net zo lang ziek ligt als het volk Israël nodig had om door de woestijn te trekken van de eerste rustplaats na de uittocht tot aan de laatste rustplaats voor de intocht. Jezus laat zien dat er voor al die zieken, blinden, kreupelen en misvormden een moment komt dat ze kunnen opstaan uit hun doodswoestijn en het land kunnen binnen gaan dat overvloeit van melk en honing.

Maar hoe zit het dan? Het is een feestdag. Een feestdag die als Sabbath gevierd moet worden. Een dag waarop elk werk gestaakt moet worden. Mag het werk van genezing dan wel? Mag de zieke zijn matras oppakken en het leven van elk gezond mens binnengaan? Waar zijn de regels en waar moet men zich aan houden en vooral waar mag je elkaar op aanspreken? Wij denken graag dat Jezus wonderen verrichtte en dat we daarom maar moeten geloven dat hij de Zoon van God was. Maar zo zit het niet. Johannes spreekt niet over wonderen maar over tekenen. En tekenen zijn er om iets duidelijk te maken. De symboliek die we in het verhaal kunnen ontdekken maakt dat nog meer duidelijk. Hier wordt verteld wat de bedoeling is van de feesten waarbij je naar de Tempel moet optrekken. Daarom staat er ook niet bij welk feest het is, het gaat om elk feest. De bedoeling is het beleven van de bevrijding en het gaan leven vanuit de bevrijding. De mens is niet langer slaaf van productie en consumptie, van vruchtbaarheid en welvaart, de mens is bevrijd en daarmee ook bevrijd van ziekte en handicap. Niet langer houden ziekte en handicap de mens op zijn plaats. De mens is daarmee ook geen slaaf meer van de autoriteiten, geen wonder dat die van die bevrijder af willen. Je kunt het risico niet lopen dat mensen zelf zonder regels gaan leven. Ook wij vergeten vaak dat die ene vrije dag in de week ons is gegeven om samen als volk vrij te zijn van alle overheersing. Wij gooien die ene gezamenlijke vrije dag maar over boord. Tegelijk zien we dat de zorg voor zwakken in de samenleving af neemt. Zou daar verband tussen bestaan?

Daar zetelt het recht

donderdag, 27 maart, 2014

Psalm 122

Volgens de voorschriften in de eerste vijf boeken van de Bijbel gegeven moest het volk Israel een paar maal per jaar optrekken naar de centrale heiligdommen om daar een maaltijd te houden met de familie, de priesters en levieten van die heiligdommen, met de armen en met de vreemdelingen die er onder hen woonden. Aanvankelijk waren er verschillende heiligdommen in Israel, maar na de ballingschap was de godsdienst van Israel uitdrukkelijk en exclusief gecentreerd rond de tempel in Jeruzalem. Daar werden de stenen tafels bewaard als symbool voor de Wet van de Woestijn die ze op hun tocht door de woestijn uit Egypte naar het land van overvloed en vrijheid hadden gekregen. De wet die zei dat ze alles moesten delen met hun naasten. Je kunt je voorstellen dat het optrekken naar Jeruzalem voor dergelijke feestelijke maaltijden op zich ook al een feest was.

Een deel van de oogst werd meegenomen, de feesten vielen samen met de verschillende oogsten door het jaar, en in alle boerengemeenschappen wordt er na de oogst uitbundig feest gevierd. Als je van heel ver kwam mocht je dat deel van de oogst dat geofferd moest worden ook verkopen en in Jeruzalem nieuw kopen, het feest werd er niet minder om. Een Psalm als deze leende zich bij uitstek om samen gezongen te worden. Het is dan ook een Pelgrimslied. En in die Psalm worden heel subtiel de verhoudingen weergegeven die van belang zijn. De Psalm begint met het noemen van David, die maakte Jeruzalem tot de hoofdstad van Israel, maar David mocht wel koning zijn, hij was niet de Heer van Israel, dat was God zelf. En God verschaft recht aan de rechtelozen, daarom zijn de poorten van de stad belangrijk want daar werd recht gesproken. Daar zaten de oudsten van het volk die hun leven gestudeerd hadden in het recht zoals dat in de Bijbel gegeven was en gaven antwoord op de vele vragen die bij je kunnen opkomen. David, zijn opvolgers als het huis van David aangeduid, zijn dan een garantie voor vrede en rust.

David zelf had nog de nodige oorlogen gevoerd om Israel vrede te geven maar dat was uiteindelijk gelukt en onder Salomo zijn zoon was de tijd van vrede en welvaart inderdaad uiteindelijk aangebroken. Dan kun je inderdaad met je verwanten en je vrienden optrekken en maaltijd houden. Zoals de moslims in onze dagen tijdens de Ramadan zogenaamde Iftar maaltijden houden. Op die maaltijden delen ze wat ze hebben met hun familie, hun vrienden, de armen en de vreemdelingen onder hen. In ons land gaat dat zelfs vaak omgekeerd. In tal van steden gebruiken Moslims de Iftar om samen met hun Nederlandse buren, in hun buurt of wijk, een maaltijd te houden. Die Iftar maaltijden blijken uitstekende instrumenten om spanningen in buurten en wijken te verminderen en mogelijke problemen onderling bespreekbaar te maken. Het voorschrift samen maaltijd te houden is bekend in Jodendom, Christendom en Islam. En in alle drie de godsdiensten gaat het om hetzelfde, om elkaar al het goede te wensen, door het goede te doen, dan komen mensen tot hun recht.

Zijn tweede wonderteken.

woensdag, 26 maart, 2014

Johannes 4:43-54

Dat Evangelie van Johannes zit anders in elkaar als de andere drie Evangelieën. We lezen vandaag over een tweede wonderteken van Jezus van Nazareth. Opnieuw speelt het verhaal zich af in Kana. Daar had volgens het verhaal van Johannes zich ook het eerste wonderteken afgespeeld. Dat was het wonder van de bruiloft in Kana, waar water in wijn veranderd bleek. Nu wordt een jongen genezen en volgens zijn vader was dat gebeurd door het woord van Jezus van Nazareth. Die had nu juist al dat wonder gedoe afgewezen. Bij het eerste wonder had hij nog tegen zijn moeder gezegd dat zijn tijd nog niet gekomen was. Nu verweet hij zijn omstanders en leerlingen dat ze voortdurend maar naar wonderen vroegen maar de inhoud van zijn boodschap terzijde legden. En om die inhoud van de boodschap moest het uiteindelijk gaan, niet om de wonderen, of om wat mensen als wonderen ervaren.

De stervende zoon uit dit verhaal leeft. Het lijkt er zelfs op dat het uur van de dag waarop hij tot leven kwam samenvalt met het uur van de dag waarop Jezus van Nazareth later aan het kruis zal sterven in het verhaal van Johannes. En dat is niet zo vreemd. In de dagen dat Johannes zijn Evangelie schreef waren er vele speculaties en discussies over de betekenis van Jezus van Nazareth. Was zijn leven, sterven en opstanding nu een zuiver geestelijk gebeuren geweest, zoals vele zogenaamde gnostici geloofden, was er een God aan het kruis geslagen omdat die God wilde bewijzen God te zijn en niet te kunnen sterven? Of was er een onschuldig mens gekruisigd omdat die de levens van anderen had willen redden, ja de levens van het hele volk. Hier zinspeelt Johannes al op die discussie door te suggereren dat met het sterven van Jezus aan het Kruis de Zoon van God, de beloofde messias tot leven was gekomen.

Daarom misschien ook wel de nadruk op dit wonder zo midden in het verhaal over de gang van Jezus van Nazareth naar Jeruzalem. Daar kwam hij immers ook net vandaan omdat een profeet in eigen land niet werd geëerd. Hij trok van het Judea waar hij geboren was naar het land van de Heidenen, Galilea, waar hij was opgegroeid. De vader die het wonder vroeg was een Hoveling, de Hovelingen van de Herodessen die Koningen waren werden bij uitstek als Heidenen beschouwd. Misschien waren ze wel Joden maar ze waren zo aangepast aan de Romeinse bezetters en zo in dienst van de Romeinse bezetters dat ze als Heidenen werden beschouwd. Bovendien had Jezus volgens het verhaal van Johannes bij het bezoek aan Jeruzalem waar hij was van teruggekeerd naar Kana al vele wonderen gedaan in Jeruzalem. Het verhaal van vandaag wijst ons er op dat Jezus als mens geleden heeft en gestorven is. Met alle mensen die lijden in de wereld is Jezus van Nazareth ook vandaag dus nog verboden. En wonderen gebeuren wel maar die zijn niet altijd zichtbaar. De boodschap is dat we elkaar lief moeten hebben, net zo lief als een bruidspaar elkaar lief heeft tijdens de bruiloft. Daar wijst Kana ons nog eens op. Dan kan de Zoon opstaan, de Zoon van God ook in ons leven opstaan. Heb dus ook vandaag uw naaste lief als uzelf.

Zijn werk voltooien

dinsdag, 25 maart, 2014

Johannes 4:31-42

Jezus van Nazareth leeft, volgens dit verhaal, van het doen van de wil van zijn Vader. Heb Uw naaste lief als Uzelf, dat was het grootste gebod en daar leef je niet alleen naar, daar leef je van. Je moet wel oog hebben voor wie je naaste is. Ook als je bij die rare vreemdelingen gaat winkelen dan nog ben je omgeven door mensen die je liefde meer dan ooit nodig hebben. De leerlingen van Jezus waren immers de stad ingegaan om eten te kopen. Als ze terugkeren zit hij te praten met een Samaritaanse vrouw die er vervolgens vandoor gaat de stad in. Zij hadden geen oog gehad voor de mensen die nu de stad uitkomen. De velden zijn rijp voor de oogst zegt de Rabbi er van, maar ze hadden ze gemist. Het waren dan ook maar Samaritanen. Voor vreemdelingen, ook al wonen we nog zo dichtbij hebben we geen oog.

Ze lijken allemaal op elkaar, ze hebben rare kleren en rare gewoonten. We verstaan ze vaak ook niet goed. We moeten er moeite voor doen om kennis te maken. De wereld is toch maar weinig veranderd sinds de dagen van Jezus van Nazareth. Toch willen ook de vreemden van vandaag deel uit maken van onze samenleving. Niet dat ze net als ons willen worden maar ze willen samen met ons een nieuwe samenleving vormen. Hun eigen plaats van aanbidding blijft van hen, net zoals in de dagen van Jezus van Nazareth de bron van Jacob de bron van Jacob bleef. Jezus van Nazareth nam ze niet mee naar Jeruzalem maar bleef een extra dag in Samaria. Kunnen we dan de mensen aanspreken op grond van het goede dat we willen doen? Mohammed wilde een nieuwe samenleving rond Mekka stichten. Hij wilde af van de aanbidding van stenen beelden, af van stammenoorlogen, van uitbuiting op grond van godsdienst, van minachting en mishandeling van vrouwen. Veel van die idealen kennen wij ook.

Net als de Moslims worden ook wij opgeroepen te delen met de minsten in onze samenleving. Net als de Moslims worden ook wij geroepen om vrede te stichten en hen te bestrijden die de oorlogen willen handhaven, uitlokken en voortzetten. Natuurlijk zijn er verschillen, we komen nu eenmaal uit verschillende delen van de wereld met verschillende geschiedenissen. Het is te begrijpen dat veel Moslims bang zijn voor overheersing door de zogenaamde Christelijke wereld. Veel Moslimlanden zijn eeuwenlang bezet geweest door westerse mogendheden die hun rechtspraak, hun godsdienst en hun cultuur wilden opleggen. Nederland was de bezetter van het grootste Moslimland in de wereld, Indonesië. Maar dat neemt niet weg dat we ons niet schuldig hoeven te voelen als we werkelijk een nieuwe samenleving willen vormen, een samenleving van eerlijk delen waar voor iedereen een plaats is. Ook bij ons zijn de velden wit om te oogsten en wordt het tijd er samen aan te beginnen.

Nu begrijp ik dat U een profeet bent

maandag, 24 maart, 2014

Johannes 4:16-30

Heel lang is deze Samaritaanse vrouw als een zondige vrouw neergezet. Maar doet dat haar wel recht? Ze zou vijf mannen hebben gehad en met de zesde ongetrouwd samen leven. Moet je dat wel letterlijk nemen en waarom is haar relatiegeschiedenis, haar seksuele geschiedenis van belang? Want waarom maakt deze wetenschap Jezus van Nazareth tot een profeet? Als ze op het heetst van de dag naar de put gaat omdat niemand met haar te maken zou willen hebben waarom lopen de mensen uit de stad haar dan achterna als er iemand is die alles van haar weet? Voor veel mensen is het op deze manier bekeken een van die vele rare verhalen uit de Bijbel die met rare gewoonten te maken hebben. Maar als we recht willen doen aan deze Samaritaanse vrouw en vrouwen die je ook tegenwoordig nog vindt zoals zij dan moet je een stap verder doen.

Er was al 400 jaar spanning tussen Joden en Samaritanen. Dat was begonnen in de dagen van Ezra en Nehemia toen er Joden terugkwamen uit de Ballingschap. Zij namen de Hebreeuwse Bijbel mee zoals die in Babel tijdens de ballingschap was samengesteld. Die Bijbel werd in het hart van de Tempel gelegd. De Samaritanen waren niet in ballingschap geweest en hadden al de jaren van de ballingschap de vijf boeken van Mozes bewaard en vonden dat dat een Bijbel genoeg was. Omdat ze ook nog getrouwd waren met mensen uit de volken om hen heen mochten ze niet meedoen met de herbouw in Jeruzalem en de nieuwe Tempeldienst. Daarom krijgt Jezus nu te horen dat er twee plekken zijn om God te vereren. Eén voor de mensen die de vijf boeken van Mozes vereren, en sommige mensen vragen zich af of dat misschien de vijf mannen geweest zijn die ze had gehad. En dan kan God vereerd worden in de Tempel in Jeruzalem. De vrouw blijkt echter open te staan voor nieuwe mogelijkheden. Er zou immers een bevrijder, messias, gezalfde, nieuwe Koning, komen die eindelijk uit zou maken wie er gelijk zou hebben. Kennelijk werd ze in de stad eerder als een vreemde vogel beschouwd vanwege deze hoop dan vanwege haar leefstijl want als ze naar de stad rent en de mensen vertelt dat er eindelijk zo iemand is gekomen dan loopt iedereen haar achterna.

Haar recht doen betekent dus niet haar aanspreken op haar zogenaamde ontuchtige of zondige leven. Of haar beschouwen als een vreemdelinge die er nooit bij zal kunnen horen, zoals wij de vrouw met de hoofddoek maar al te vaak aankijken. Maar haar recht doen betekent haar erkennen als iemand die ondanks alle vernedering blijft vasthouden aan de twee plekken om God te vereren. De plek van haar eigen traditie zo goed als de Tempel in Jeruzalem. De bron waaruit ze put is de bron van Jakob, daar doet ze ook een beroep op. Jakob de stamvader van heel Israel, Joden en Samaritanen, Jakob die bij een bron ook Rachel recht verschafte. Zo werd deze vrouw een eerste apostel, een zendelinge onder de Samaritanen, de halfgelovigen. Wellicht is voor veel kerkleiders dat nu juist het meest ontuchtige aan die vrouw. Zij bracht immers de andere apostelen tot zwijgen. In onze dagen doen die vrouwen met die hoofddoelen een beroep op Abraham die zijn land verliet om de God te volgen die deze vrouwen ook aanbidden. Zij zitten bij de bron van Abraham en hoe behandelen wij haar, ook met respect en de liefde van Christus? Misschien moeten we nog wat sterker de navolging van Christus doordenken met dit verhaal in het achterhoofd.

Nooit meer dorst krijgen

zondag, 23 maart, 2014

Johannes 4:1-15

Dat zou mooi zijn, nooit meer dorst krijgen. Het zal duidelijk zijn dat Jezus van Nazareth dit overdrachtelijk bedoeld. Het gaat er niet om dat Jezus zelf een soort put wordt waar voortdurend water uit komt. Maar waar gaat het dan wel om? Laten we het verhaal nog eens lezen. Jezus van Nazareth trok meer mensen dan Johannes de Doper. Die was inmiddels onthoofd door Herodes en opnieuw ging Jezus naar Galilea om onder te duiken. Hij nam daarbij de veilige weg door Samaria heen. Die Samaritanen werden door de Joden niet voor vol aangezien. Ze erkenden alleen de eerste vijf boeken uit de Bijbel en erkenden de overige boeken uit de Hebreeuwse Bijbel niet, de Joden deden dat wel. Van deze halve gelovigen ging Jezus dus naar het land van de Heidenen, want zo werd Galilea genoemd. Daar in Kafernaüm was Jezus al eens eerder ondergedoken. Maar hier, midden in Samaria, bij de Jakobsbron, rust Jezus uit op het midden van de dag. En wie komt er nu midden op de dag naar de bron. Dan heb je een probleem.

Alle andere vrouwen kwamen vroeg in de morgen als het water nog koel was en het buiten nog te doen was om met een volle kruik water van de bron naar de stad te lopen. Maar bij de Jacobsbron verwacht je een vluchteling als Jacob, of een vrouw die naar liefde hunkert zoals eens Rachel toen die Jacob bij de bron ontmoette. Rachel had ruzie met andere herders en moest recht worden verschaft en we hongeren en dorsten allemaal naar gerechtigheid niet waar. Daar komen we weer bij Jezus van Nazareth. Hij hoeft immers inderdaad niet meer te kunnen dan Jacob, recht doen aan haar die onrecht werd gedaan. Als dat recht is gedaan, als die mens weer tot haar recht is gekomen dan is onze dorst naar gerechtigheid gelest. Voorlopig is daar nog geen sprake van. Wij blijven nog veel vrouwen veroordelen tot een leven achter de geraniums. Voor alleenstaande moeders is er nog steeds niet voldoende kinderopvang zodat zij aan hun eigen loopbaan kunnen werken. Dit ondanks alle goede voornemens van de regering, ondanks de motie van de Tweede Kamer dat scholen verantwoordelijk moeten zijn.

Heel veel scholen in ons land kunnen die motie niet uitvoeren. Gemeenten stellen geen grond of gebouwen ter beschikking voor de kinderopvang en er worden geen werkloze vrouwen en meisjes opgeleid tot kinderverzorgster. Opa’s en Oma’s doen hun best, dus wordt de regeling die hen een vergoeding geeft te duur, maar hun werk kan alleen beperkt zijn. Recht doen aan vrouwen zodat onze dorst naar gerechtigheid is gelest is er niet bij. Daarvoor moeten we eerst beter naar Jezus van Nazareth leren luisteren. Vrouwen lijken de maat te worden van de rechtvaardige samenleving. We worden op onze vingers getikt omdat het aantal vrouwen dat in deeltijd werkt onze economische ontwikkeling remt. Dat komt omdat werken en verzorging nog steeds niets gedeeld wordt tussen mannen en vrouwen. De liefde die zichzelf niet zoekt, zoals Paulus de liefde van God omschrijft, zorgt er nog steeds niet voor dat vrouwen zich kunnen ontplooien, mannen reserveren de werktijd eerst voor zichzelf en als er naast het zorgen nog tijd over blijft mogen vrouwen die gebruiken om zich in de samenleving te ontplooien. Onze vrouwen bij de bron blijven nog te vaak droog staan als het gaat om de mogelijkheden van ontplooiing, in navolging van Christus zullen we daar wat aan moeten doen. Zeker vandaag.

Alle volken berecht hij eerlijk

zaterdag, 22 maart, 2014

Psalm 9

Vandaag  zingen we mee met Psalm 9. Eigenlijk vormt deze met Psalm 10 een eenheid. Samen vormen de eerste letters van de diverse verzen weer het Hebreeuwse ABC. Maar in de loop van de geschiedenis is men de beide psalmen apart gaan nummeren. Er ontbreken een paar letters uit het Hebreeuwse alphabet en sommige passages zijn ook niet altijd even helder te vertalen. Zo bestaat er discussie over het opschrift. De meeste geleerden nemen aan dat “De dood van een zoon” gaat over een ander lied waarvan de wijs is geleend. Maar sommige geleerden nemen aan dat deze psalm een vreugdepsalm is bij de dood van Absalom, de zoon van David die zich zo hardnekkig verzette tegen zijn vader dat hij bijna het hele volk ten onder liet gaan. De vertaling van de titel opzich is al dubieus. De Statenvertaling liet hier gewoon het Hebreeuws staan. Maar goed, ons gaat het om de boodschap van de Psalm en die is niet onduidelijk. In tijden van nood kan de verdrukte een beroep doen op de Liefde en uiteindelijk zal God een burcht zijn voor hen die zich op hem beroepen.

God is daarbij een rechtvaardige rechter die alle volken tot hun recht laat komen. Want berechten in de Bijbel gaat niet alleen, en mischien wel helemaal niet, over veroordelen, maar veel meer om het tot hun recht laten komen van mensen. In de Liefde, bij God, bereiken mensen, worden ze, dat wat ze eigenlijk zijn, ze zijn dan zoals ze van oorsprong zijn bedoeld. Niet alleen ieder mens afzonderlijk maar alle volken van de wereld. En het is een wonderlijk gebeuren als mensen ineens hun schroom en angst afleggen en worden wat ze kunnen worden. Juist in het helpen van anderen, van mensen in nood, van de minsten, blijken mensen veel meer in hun mars te hebben dan ze ooit hadden gedacht. De dichter van deze Psalm barst in dit tweede deel van de Psalm in zingen uit. Ja zelfs in het maken van muziek. Daar moeten instrumenten bij te pas zijn gekomen. Dit is zelfs een psalm die niet alleen het bekende Sela kent op de plaatsen waar een rust moet worden genomen maar zelfs het Higgajon, een waarschijnlijk muzikale term die wijst op een muzikaal intermezzo. Het zijn dan ook juichende stellingen die worden verkondigd. Door zijn hand komt de goddeloze ten val, God vergeet de armen niet, voor de zwakken is niet alle hoop verloren.

Het moet de goddeloze volken ingepeperd worden dat ze mensen zijn. En mensen horen van mensen te houden. Juist in deze dagen klemt het des te meer dat we de mensen voorop zetten in ons denken en handelen. Natuurlijk, de zorg voor het klimaat en de grondstoffen op de wereld is ook voor mensen van belang. Het zijn de armsten die het eerst het slachtoffer worden van de klimaatsveranderingen. Maar het zijn ook de armsten die dreigen de eerste slachtoffers te worden van de oplossingen. De productie van biobrandstof in de wereld stijgt. Daarvoor worden niet alleen kostbare bossen gekapt en de mogelijkheden tot verwerking van CO2 door bomen beperkt maar er worden ook kostbare landbouwgewassen gebruikt zoals mais, soja en granen zodat de voedselprijzen stijgen. Maar als we deze dagen de mensen van de aarde als mensen zien, als broeders en zusters met wie we samen mogen leven, dan moeten we ons in ons land ook verzetten tegen alles wat het samen leven bedreigt. Sommigen vanwege hun afkomst wegzetten als groep die je dan te groot vindt worden kan dan niet. Dat is in strijd met de meest fundamentele Bijbelse waarden, zoals die ook in Psalm 9 doorklinken. Als bij God de mensen mogen zijn zoals ze bedoeld zijn, dan mogen wij ze niet van ons vervreemden, ook vandaag niet, ook niet als sommigen van hun problemen veroorzaken. Dan moeten we die maar samen oplossen want dat is echt samen leven.