Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor februari, 2014

Naar Azazel.

dinsdag, 18 februari, 2014

Leviticus 16:1-10

Wie is dat nu weer, die Azazel? We mogen er naar raden, de Bijbel legt dat niet uit en ook in de overlevering is er geen aanknopingspunt dat ons houvast kan bieden. Er is een verhaal dat Azazel de naam is van een steile kloof waar de bok vanzelf vanaf valt en daardoor verdwijnt. Maar dat lijkt toch sterk. Een hele oude aanduiding voor een woestijndemon lijkt nog de meest aannemelijke verklaring. Let er wel op dat die bok met al het kwaad niet geofferd wordt aan die woestijndemon maar er heen gezonden wordt. Het kwaad zal bij het kwaad moeten wonen is de kennelijke boodschap. Het kwaad woont in het land van de dood, in de woestijn. Bij het kwaad wil niks groeien, daar is geen levend water te vinden, bij het kwaad is het te heet overdag en te koud in de nacht. Leven houdt er geen stand. Daar wordt een bok heengestuurd, een taaie bok, een dier dat zelfs op kale rotsen nog leven vindt. Die krijgt het kwaad van het volk te dragen.

In de Christelijke overlevering is die bok die de zonden draagt verward met het lam dat gedeeld wordt met God. Jezus is aan het kruis niet de zondebok geworden, maar gedeeld met God, God heeft aan het kruis deel aan het lijden van de mensen. Het deel dat we vandaag uit het boek Leviticus lezen gaat over verzoening. Maar wat voor verzoening, wat moet er verzoend worden? Het stuk begint in de ontmoetingstent. Daar hadden de zonen van Aäron gedaan of zij namens de God van Israël konden spreken en voor die God van alles konden bewerkstelligen. Ze waren door onheilig vuur verteerd. Priesters zijn in Israël vertegenwoordigers van het volk. Een volk waarin gedood wordt, waarin gestolen wordt, waarin van alles gedaan wordt dat de menselijke samenleving van de God van Israël in de weg staat. En dat moet iedere keer weer uit de weg geruimd worden. Iedere keer weer moet het volk opnieuw beginnen. Beginnen met delen, beginnen met de Wet van delen weer in het midden van de samenleving te stellen. En dat gebeurd in dit gedeelte uit het boek Leviticus.

Wij zijn die rituelen van verzoening vergeten. In Zuid Afrika leverden ze de waarheidscommissie op. Als de Waarheid naar buiten kwam kon men met die Waarheid leren leven. Dan was de willekeur verdreven, dan waren geheime machten onschadelijk gemaakt, iedereen wist welk mechanisme geleid had tot geweld, onderdrukking en intimidatie, tot het martelen van gevangenen en het vermoorden van tegenstanders van het regime. Want na een veroordeling van misdaden volgt de veroordeling van misdadigers en het bestraffen van misdadigers. Maar nadat de straf is toegediend moet de samenleving weer verder. met dezelfde mensen die ooit bestraft werden. Dan moeten ze weer een huis weten te vinden, opgenomen worden in de gemeenschap, de kans niet meer krijgen opnieuw in de oude fouten te vervallen. De fouten moeten naar Azazel, de mensen naar het volk en de ontmoetingstent. De laatste weken lijkt het er op dat wij eens te meer een tent van verzoening nodig hebben, dan kunnen moordenaars en schenders van kinderen na het uitzitten van hun straf weer een plaats onder ons vinden. Want vergeven is niet vergeten, vergeven is samen opnieuw beginnen. Met schone kleren en gezamelijk gebrachte offers, dat kan ook nog vandaag.

Als ik uw rechtvaardige voorschriften leer.

maandag, 17 februari, 2014

Psalm 119:1-8

We beginnen vandaag te lezen in Psalm 119. Dat klinkt wat merkwaardig want er zijn wel 150 van die psalmen en zo af en toe lezen we weer eens een psalm. Maar Psalm 119 is de langste Psalm en een bijzondere. Er zijn uiteindelijk 22 gedeelten in deze Psalm van elk 8 verzen. In het Hebreeuws is de Psalm helemaal een bijzonder gedicht omdat elk gedeelte met een letter van het Hebreeuwse Alphabet begint en elk vers in de afdeling van die letter begint ook met die letter.De hele Psalm draait om de Wet van de liefde. Die Wet is zelfs zo belangrijk dat de dichter van deze Psalm wel 10 verschillende woorden gebruikt om de Wet aan te geven.De Psalm wordt wel de Psalm van de vreugde der Wet genoemd. De Joden hebben een feest dat zo heet en voor ons westerse Heidenen is de vreugde der Wet een beetje een raar begrip.

 Als wij ons aan de wet moeten houden voelen we ons gelijk gedwongen, beperkt in ons gedrag. Als de politie naar een aktiemiddel zoekt om druk uit te oefenen op de regering om een rechtvaardig loon af te dwingen dan worden er minder bekeuringen uitgeschreven wegens het overtreden van de wet, we hoeven het dan niet zo nauw te nemen. Er zijn ook politieke partijen die voortdurend zeuren over al die wetten waar we ons aan zouden moeten houden en de straffen die er worden opgelegd voor zelfs de kleinste overtreding. In Psalm 119 gaat het over heel iets anders. Daar gaat het niet over een Wet waar je je aan moet houden omdat je anders een straf oploopt, maar daar gaat het om een Wet die je in beweging zet, en als je niet meer beweegt dan ben je dood. Die Wet gaat dus niet van leven en levendig naar straf, opsluiting of dood, maar omgekeerd van dood naar leven. Daarom kunnen we aan die Wet vreugde ontlenen. Daarom worden de mensen die naar die Wet leven gelukkig geprezen, zij zelf bedrijven geen onrecht. Die Wet immers laat ons recht doen aan de mensen van God, aan alle mensen, zeker aan de minsten.

Denk er daarbij aan dat alle mensen kinderen van God zijn, ook de mensen die niet in de God van Abraham, Izaak en Jakob geloven zijn kinderen van God, ook de mensen die hun God Allah noemen zijn de kinderen van de God waarover het in deze Psalm gaat. Dat recht doen aan mensen is wat de dichter van deze psalm hartstochtelijk wil. Recht doen aan mensen, al zijn het je vijanden, zal je nooit beschaamd doen staan. Je hoeft je echt niet te schamen als je met zwervers, drugsverslaafden, zieken, eenzamen,  hoertjes en vreemdelingen een feestmaaltijd aanricht. Alle kinderen van God hebben immers reden tot feest nu de tijd van bevrijding van de armen is aangebroken. Die Wet begint dan ook met de bevrijding, de bevrijding van de slavernij in het land Egypte, het land van de de dood. Dat we bevrijd zijn van de slavenarbeid vieren we elke zondag en ieder die de vrije zondag wil afschaffen wil ons weer onder de slavernijdwang van consumptie en productie brengen.  Dat feest van bevrijding, het feest van de Wet, mogen wij verkondigen, iedere dag van het jaar opnieuw, ook vandaag weer.

Laat jullie ja ja zijn

zondag, 16 februari, 2014

Matteüs 5:27-37

Je kunt van de regels in dit gedeelte gemakkelijk algemeen geldende morele voorschriften maken. Vervolgens steek je je vinger op en wijst al die anderen aan die er zich niet aan gehouden zouden hebben. Je steekt dan vanzelf zeer voordelig af bij al die anderen. Zo wordt dit gedeelte uit de Bergrede maar al te vaak gebruikt. Ook worden de regels aangedragen als bewijs hoe slecht het met de wereld wel niet gaat. Maar daar zijn die regels dus niet voor bedoeld. “Overspel” is dus zo’n mooi modern woord, lekker neutraal, wordt in de sport ook vaak gebruikt, fraai overspel. Vroeger stond hier “bedriegelijke echtbreuk” en het gaat natuurlijk om het bedrog. Mannen maken zich daar nog al eens schuldig aan en vrouwen tegenwoordig ook. Vrouwen en mannen worden bekeken als voorwerpen om je eigen lust mee te kunnen bevredigen. Maar vrouwen of mannen zijn geen voorwerpen, het zijn mensen. Als je de ander dus net zo behandelt als jij wilt worden behandelt dan bekijk je elkaar niet als voorwerp die je naar believen kunt gebruiken en weer weg kunt werpen.

Je mag dus ook best schrikken van de kwade gedachten die je overvallen, voor je het weet sta je slechte grappen te maken waarin andere mensen als voorwerpen worden beschouwd en ga je de samenleving indelen in mensen en voorwerpen die jou moeten dienen. Als die voorwerpen daar niet van gediend zijn dan moeten ze maar weg, terug naar hun eigen land of stilletjes achter het fornuis. En denk nu niet dat hier een verbod tot echtscheiding staat. . Hier gaat het over verstoten. Als een man zijn vrouw verstoot kan dat alleen omdat ze niet trouw is geweest zegt Jezus van Nazareth, als ze zich dus schuldig gemaakt heeft aan bedriegelijke echtbreuk. Als ze samen tot de conclusie komen dat ze beter niet hadden kunnen trouwen, dat het huwelijk, de liefde over is, dan was er sprake van een ongeoorloofd huwelijk, want het is duidelijk dat je niet moet trouwen uit lust of winstbejag maar alleen uit liefde. Dan was er dus eigenlijk geen huwelijk en dan volgt er dus eigenlijk ook geen scheiding, moet je voor de burgerlijke samenleving nog wel wat regelen maar de verbintenis waar de Bijbel het over heeft bestond niet eens.

De Liefde tot je naaste en de Liefde van God tot de mensen wordt niet voor niets zo vaak vergeleken met een huwelijk. In een huwelijk is er onvoorwaardelijke liefde, die liefde zoekt zich zelf niet, die is er voor de ander. Voor al die mensen die tegenwoordig gaan scheiden zou dus de nadruk veel meer moeten liggen op het samen gaan scheiden in plaats van samen oorlog voeren. Daarom moet je God ook niet te hulp roepen als je wil aantonen de waarheid te spreken, zweren noemen we dat. Die waarheid is van jezelf. Het gaat niet aan om soms wel de waarheid te spreken en soms niet. Dat maakt je onbetrouwbaar, dan kun je ook God nog aanvoeren als getuige van je leugens. Het gaat dus in dit gedeelte om wat jezelf denkt en doet, hoe je zelf met mensen omgaat. En op dat omgaan met mensen mag je anderen aanspreken door ze tot voorbeeld te zijn. Dat mogen we gelukkig elke dag opnieuw proberen, ook vandaag weer.

Het vuur van de Gehenna

zaterdag, 15 februari, 2014

Matteüs 5:13-26

Soms brengen losse teksten en verhalen uit de Bijbel je in verwarring. We kennen de twistgesprekken van Jezus van Nazareth met de Farizeeën en Schriftgeleerden. Vaak gaat het dan over wat mag en wat niet mag. Dat staat in de Wet van Mozes maar volgens zijn tegenstanders hield Jezus van Nazareth zich niet zo nauwkeurig aan de Wet. In het gedeelte van vandaag lezen we zijn uitspraak dat je die Wet niet zomaar naast je neer kunt leggen. Maar die Wet is er voor de mensen en de mensen zijn er niet voor die Wet. Niet voor niets is de samenvatting het heb uw naaste lief als uzelf. Als je zo die Wet volgt dan hoor je in dat Koninkrijk van God. Want moorden doen we in de regel niet. Maar iemands persoon ontkennen, “niets-nut” roepen, iemand kleineren, dat overkomt ons nog wel eens. Volgens Jezus van Nazareth is dat pas moord. Als je de intelligentie, de inzet van iemand ontkent, de ander “dwaas” noemt dan verlaag je die ander zo laag dat je de hel op aarde brengt voor die ander.

Dan wacht ook jou het vuur van de afvalhoop buiten Jeruzalem, het Gehenna, voor tijdgenoten van Jezus van Nazareth het beeld van de hel waar het eeuwig brand.  Hier werd het afval van de hele stad verbrand, inclusief dode dieren. Dag en nacht brandde er een vuur en hoe het stonk kan iedereen zich er waarschijnlijk wel bij voorstellen. Als je offert, en offeren is delen met iemand die dat nodig heeft, en je hebt nog iets tegen iemand, dan is er dus iemand met wie je op dat moment niet wilt delen, dat moet je dus eerst goedmaken, want wat je de minste van de mensen hebt gedaan heb je aan God zelf gedaan. Zo ook een geschil, zorg dat het uit de wereld is voor het uit de hand loopt is het advies. Je merkt aan de manier van spreken van Jezus van Nazareth dat het hier niet gaat om wetten in de zin waarin wij het over wetten hebben. Over dit soort regels kun je geen rechtzitting houden, kun je iemand niet oordelen. Integendeel hoe een ander hiermee omgaat dat kun je al helemaal niet beoordelen, dat moet je dus aan God overlaten.

Dat is nu net het verschil met die Farizeeën, die hadden een eindeloze uitleg waaraan iedereen werd gebonden, net als in onze Romeinse rechtspraak, ook al kon dat de liefde voor elkaar, de zorg voor elkaar doden.. Al die regels in de Bijbel zijn bedoeld om het verkeer tussen mensen te verbeteren, om te zorgen dat jij en ik meer van onze naaste kunnen gaan houden, zonder het kwade in de ander goed te hoeven keuren. Zo moeten we dus de Bijbel lezen, al die regels komen uit het Oude Testament, de Hebreeuwse Bijbel waar Jezus van Nazareth de uitleg en de vervulling was was. Zo moeten we op zoek naar de toepassing van die regels in ons eigen leven en in onze eigen samenleving. Zorgen we samen voor een volwaardige plaats voor de armen in onze samenleving? Of schelden we de armen uit voor dwaas en moeten we er van uitgaan dat ze zelf schuld hebben aan hun armoede? Wij mogen elke dag weer opnieuw met die regels op pad, ook vandaag weer.

Onderricht in de synagogen

vrijdag, 14 februari, 2014

Matteüs 4:23–5:12

In de Middeleeuwen zijn de Joden zwaar vervolgd. Die vervolging is gebleven tot in de twintigste eeuw toe en is uiteindelijk uitgelopen op de verschrikkelijke holocoust, een moord waaraan de zogenaamde Christelijke cultuur medeschuldig was. De Bijbel heeft over de verhouding tussen Joden en Christenen iets heel anders te vertellen dan dat Joden de moordenaars van hun bevrijder zouden zijn, de Christusmoordenaars. Het heeft na het begin van de beweging van de Weg, zeg maar na de Pinksterdag waarop de leerlingen van Jezus begonnen met het verkondigen van de opstanding van Jezus van Nazareth en het dopen van de gelovigen in zijn boodschap, nog eeuwen geduurd voordat er zich een echte scheiding tussen het Jodendom zoals wij dat kennen en het Christendom had voltrokken. Wat het Christendom betreft had dat ook meer te maken met de behoefte aan een wel omlijnde staatsgodsdienst dan aan overwegingen op grond van de Bijbel.

In het Nieuwe Testament wordt benadrukt dat de leer van Jezus van Nazareth een Joodse leer was. Iemand die elke Sabbath naar de synagoge ging was een wetsgetrouwe Jood, die hield zich aan de wetten van Mozes. Matteüs laat Jezus zelfs benadrukken dat er niets van de Wet van Mozes mag worden afgedaan. De uiterste zorgvuldigheid en de liefde waarmee mensen volgens die Wet bejegend moeten worden vormt het hart van de opdracht die de God van Israël zijn volk heeft gegeven. De discussie gaat over de letterlijke opvolging van die Wetten of de liefdevolle en liefde scheppende opvolging van die Wetten en die discussie mag ook vandaag in onze dagen in de kerken nog wel eens worden gevoerd. Binnen dit raam moeten we ook de zogenaamde zaligsprekingen lezen. De vertaling van het woord dat nu met gelukkig wordt vertaald levert de nodige problemen op.

Wij hebben geen woorden voor het op nummer één zetten van zwakken en zachtaardigen. Misschien moeten we mensen wel nobel prijzen, vroeger betekende dat edel, zoals in edelmetalen, door geen verontreiniging meer te treffen. Wie de hoofdstukken uit Leveticus over rein en onrein heeft gelezen begrijpt dat hier bedoeld wordt dat die mensen die hier gelukkig of zalig worden geprezen beantwoorden aan de bedoeling van de God van Israël met de mensen, door geen verontreiniging meer te treffen. De nederigen, de treurenden, de zachtmoedigen, die hongeren en dorsten naar gerechtigheid,  de barmhartigen, de zuiveren van hart, de vredestichters, de vervolgden omwille van de mensenrechten, degenen die als dogooders, of luchtfietsers worden uitgescholden omdat ze blijven werken voor een betere wereld, dat zijn de mensen die nu al bij dat nieuwe Koninkrijk horen. Schaam je er dus niet voor als je elke dag opnieuw weer die Weg kiest, die soms door een woestijn voert maar uiteindelijk naar de aarde van overvloed zal voeren. Je wint een Koninkrijk.

De verzoeningsrite

donderdag, 13 februari, 2014

Leviticus 14:48-57

Ook als een huis rein is gebleken staat een ritueel voorgeschreven. Dat ritueel lijkt op het ritueel dat bij een genezen patient moet worden voltrokken. Het heet een verzoeningsrite. Maar wat moet er verzoend worden. Wij kennen het verzoenen als er een conflict geweest is. Het zou best handig zijn als we wat vaker een ritueel hadden om de verzoening ook werkelijk tot uiting te brengen. Maar als een verzoening tussen twee mensen met een etentje wordt beklonken dan is dat meestal voldoende. Maar kan een huis een conflict hebben met zijn bewoner en de rest van de gemeenschap? Dat kan als we de gevolgen van een conflict in gedachten nemen. Bij een conflict wordt immers het samen tussen de partijen verbroken. Als het huis onrein is wordt het afgebroken en buiten het dorp of de stad verbrand. Als twee mensen een conflict hebben en houden dan wordt de samenleving verbroken en volgt er een scheiding.

Als werknemers en werkgever een hoog oplopend conflict hebben dan volgt er een staking. Die conflicten kunnen redelijke gronden hebben maar ze grijpen diep in. Dat je zorgvuldig een conflict moet oplossen ligt daarom voor de hand. Als je een conflict met de mantel der liefde bedekt en het niet echt oplost, de partijen met elkaar verzoend, dan blijft het onderhuids doorzeuren en steekt het conflict op de meest onverwachte momenten, en soms in onverwachte gedaanten, weer de kop op. Je wordt de slaaf van het conflict, alles staat in het teken van het vermijden van escalatie, het conflict moet niet uit de hand lopen, zo uit de hand lopen als bij Mozes gebeurde toen hij een opzichter doodsloeg, dat conflict dat mensen gevangen houdt is de Egyptische ziekte waar de Bijbel hier over spreekt. Dat kan tussen mensen gebeuren, dat kan tussen werkgevers en werknemers gebeuren, het kan zelfs tussen staten gebeuren. Na de eerste wereldoorlog werd het verdrag van Versaille gesloten als ritueel van het einde van die oorlog. Maar dat verdrag was niet gericht op verzoening maar op overwinning en nederlaag, de winnaars mochten vieren, de verliezers moesten goed voelen dat ze verloren hadden. Dat leidde uiteindelijk tot de Tweede Wereldoorlog.

Wie zich afvraagt waarom criminelen zo vaak na hun straf weer vervallen tot misdaad mag zich ook afvragen of het conflict dat ze hadden met de samenleving wel verzoend is. Vaak plakken we het etiket crimineel op hun voorhoofd en laten het daar zonder ze na hun straf weer rein te verklaren en ze op te nemen in de samenleving als gewone mensen. Bij mensen die een zeer spraakmakend misdrijf hebben gepleegd valt het verzet tegen de verzoening soms nog meer op. Verzoening is dus geen goedkope manier om van conflicten af te komen. Soms kan het heel ingewikkeld zijn om een einde te maken aan een conflict en moet er veel tijd en energie in gestoken worden. Het conflict van de vraat, of de huidvraat zoals dat in de Bijbel staat beschreven vraagt van alle betrokkenen de uiterste zorgvuldigheid. De ziekte kan immers overslaan naar anderen. Dat geldt in onze samenleving voor veel conflicten. Om dat overslaan te voorkomen zullen we allemaal moeten werken aan het echt benoemen en oplossen van conflicten, en de betrokkenen verzoenen.

Een huis door vraat laten aantasten

woensdag, 12 februari, 2014

Leviticus 14:33-47

De geleerden zijn het er in het algemeen over eens dat lang niet alle voorschriften die in een bijbelboek als Leviticus staan ook werkelijk in de woestijn aan Mozes en Aäron zijn gegeven. Pas tijdens de ballingschap in Babel is de definitieve redactie van ook deze bijbelboeken ontstaan, misschien zelfs voor een deel pas na de terugkeer uit de Ballingschap. Toch moet je bewondering hebben voor de zorgvuldigheid waarmee men al heel lang geleden heeft geprobeerd verspreiding van besmettelijke ziekten te voorkomen. Dat heeft ongetwijfeld tot jaloersheid geleid bij autoriteiten die vaststelden dat de gezondheid onder de Joden veel beter was dan bij hun eigen volk. Zorgvuldigheid is dan ook het kenmerk van deze voorschriften. Nauwkeurig staat beschreven wat de Priester moet doen en nauwkeurig staat beschreven hoe een Priester tot een juiste diagnose kan komen waarna ook de behandeling kan volgen. Natuurlijk, alles binnen de stand van de wetenschap zoals die toen gold.

We zouden het vandaag belachelijk vinden als de GGD van welke gemeente dan ook op deze manier een huis zou gaan inspecteren. Hoe kan een huis nu dezelfde Egyptische ziekte krijgen als een mens? Maar we mogen er blij om zijn als er gemeenten zijn die op grond van de Wet Preventieve Gezondheidszorg een even zorgvuldig gezondheidsbeleid voeren als hier beschreven wordt. De suggestie die door een directeur van een GGD werd gedaan, toen een aantal jaren geleden de Wet in werking trad, om in bestemmingsplannen een paragraaf gezondheid en veiligheid op te nemen wordt waarschijnlijk nergens in Nederland gevolgd. Toch weten we uit onderzoek dat in sommige wijken grotere gezondheidsrisico’s voorkomen dan in andere, toch wijzen inwoners van wijken met grotere gezondheidsrisico’s achteraf vaak terecht naar fabrieken die teveel gif uitstoten of stortplaatsen waar teveel gif in het milieu van die wijk gebracht wordt.

Die klachten afdoen met het economisch belang dat er nu eenmaal mee gemoeid is is in strijd met de zorgvuldigheid die de Bijbel in passages zoals we die vandaag lezen voorschrijft. Die zorgvuldigheid zou vragen dat we systematisch en vooraf onderzoeken wat de gevaren zijn van de uitstoot van giftige stoffen, ook gedurende een langere tijd, en de ophoping er van. Die zorgvuldigheid vraagt ook dat we ons afvragen wat te doen met afval en hoe dat zo te verwerken dat vaststaat dat mensen daar niet ziek van kunnen worden. Die zorgvuldigheid vraagt ook dat signalen van buurten en wijken en met name van de gezondheidswerkers daar zeer serieus genomen worden en direct tot diepgaand wetenschappelijk onderzoek leiden. Zoals de Priester de opdracht heeft een huis dat onder verdenking van besmetting stond nauwkeurig te inspecteren heeft een bestuurder de plicht naar elk signaal een gedegen onderzoek te doen instellen. Volgens de Bijbel dient ook het huis en de leefomgeving van mensen, met name van de armsten, in dienst te kunnen staan van de God van Israël, bij te dragen aan een vrij en gezond leven. We kunnen onze bestuurders ook in onze dagen daar aan houden.

Een huis door vraat laten aantasten

woensdag, 12 februari, 2014

Leviticus 14:33-47

De geleerden zijn het er in het algemeen over eens dat lang niet alle voorschriften die in een bijbelboek als Leviticus staan ook werkelijk in de woestijn aan Mozes en Aäron zijn gegeven. Pas tijdens de ballingschap in Babel is de definitieve redactie van ook deze bijbelboeken ontstaan, misschien zelfs voor een deel pas na de terugkeer uit de Ballingschap. Toch moet je bewondering hebben voor de zorgvuldigheid waarmee men al heel lang geleden heeft geprobeerd verspreiding van besmettelijke ziekten te voorkomen. Dat heeft ongetwijfeld tot jaloersheid geleid bij autoriteiten die vaststelden dat de gezondheid onder de Joden veel beter was dan bij hun eigen volk. Zorgvuldigheid is dan ook het kenmerk van deze voorschriften. Nauwkeurig staat beschreven wat de Priester moet doen en nauwkeurig staat beschreven hoe een Priester tot een juiste diagnose kan komen waarna ook de behandeling kan volgen. Natuurlijk, alles binnen de stand van de wetenschap zoals die toen gold.

We zouden het vandaag belachelijk vinden als de GGD van welke gemeente dan ook op deze manier een huis zou gaan inspecteren. Hoe kan een huis nu dezelfde Egyptische ziekte krijgen als een mens? Maar we mogen er blij om zijn als er gemeenten zijn die op grond van de Wet Preventieve Gezondheidszorg een even zorgvuldig gezondheidsbeleid voeren als hier beschreven wordt. De suggestie die door een directeur van een GGD werd gedaan, toen een aantal jaren geleden de Wet in werking trad, om in bestemmingsplannen een paragraaf gezondheid en veiligheid op te nemen wordt waarschijnlijk nergens in Nederland gevolgd. Toch weten we uit onderzoek dat in sommige wijken grotere gezondheidsrisico’s voorkomen dan in andere, toch wijzen inwoners van wijken met grotere gezondheidsrisico’s achteraf vaak terecht naar fabrieken die teveel gif uitstoten of stortplaatsen waar teveel gif in het milieu van die wijk gebracht wordt.

Die klachten afdoen met het economisch belang dat er nu eenmaal mee gemoeid is is in strijd met de zorgvuldigheid die de Bijbel in passages zoals we die vandaag lezen voorschrijft. Die zorgvuldigheid zou vragen dat we systematisch en vooraf onderzoeken wat de gevaren zijn van de uitstoot van giftige stoffen, ook gedurende een langere tijd, en de ophoping er van. Die zorgvuldigheid vraagt ook dat we ons afvragen wat te doen met afval en hoe dat zo te verwerken dat vaststaat dat mensen daar niet ziek van kunnen worden. Die zorgvuldigheid vraagt ook dat signalen van buurten en wijken en met name van de gezondheidswerkers daar zeer serieus genomen worden en direct tot diepgaand wetenschappelijk onderzoek leiden. Zoals de Priester de opdracht heeft een huis dat onder verdenking van besmetting stond nauwkeurig te inspecteren heeft een bestuurder de plicht naar elk signaal een gedegen onderzoek te doen instellen. Volgens de Bijbel dient ook het huis en de leefomgeving van mensen, met name van de armsten, in dienst te kunnen staan van de God van Israël, bij te dragen aan een vrij en gezond leven. We kunnen onze bestuurders ook in onze dagen daar aan houden.

Al naargelang hij zich kan veroorloven

dinsdag, 11 februari, 2014

Leviticus 14:21-32

Er wordt nog wel eens gemopperd op de lasten die de overheid legt op de schouders van de rijken. Ons belastingstelsel lijkt gebouwd op de stelling dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Dat is overigens misschien in de praktijk helemaal niet zo waar als het lijkt. De BTW is de belasting met de meeste opbrengst en iedereen betaald over elk produkt evenveel BTW. Als je minder inkomen hebt kun je minder kopen en dan betaal je dus ook minder BTW, maar van eerlijk delen is dan ook geen sprake. Toen de BTW werd ingevoerd was dat dan ook een bezwaar dat werd aangevoerd. De Bijbel laat zien dat je in elk geval rekening moet houden met de financiële draagkracht van mensen als je ze weer een volwaardige plaats in de samenleving wil geven. Die draagkracht mag daarbij eigenlijk geen rol spelen. Voor de rituelen die hier worden voorgeschreven kan dan ook met minder genoegen worden genomen als de betrokkene de duurdere versie niet kan betalen.

We hebben nog wel eens de neiging neer te kijken op mensen die het minder breed hebben, mensen die het minder breed hebben schamen zich soms ook voor hun toestand, maar de Bijbel houdt onverkort rekening met de verschillen die nu eenmaal in elke samenleving voorkomen. Ook Priesters ontkomen er daarbij niet aan te delen met de armsten. Hun plicht om zorgvuldig te controleren en opnieuw te controleren en weer te controleren blijft namelijk hetzelfde. Daarbij wordt geen rekening gehouden met de draagkracht van betrokkenen. Alleen als men genezen is en weer een volwaardige plek in de samenleving wil innemen dan wordt rekening gehouden met de mogelijkheden. Dan komt de Priester er dus aan te kort. Is dat oneerlijk? Volgens de Bijbel dus kennelijk niet. Als dus in onze samenleving mensen met een inkomen beneden bepaalde grenzen vrijgesteld worden van bepaalde belastingen of bijdragen is dat een goede zaak. Ze blijven dezelfde rechten aan de overheid ontlenen maar ze hebben plichten naar vermogen.

Rijken willen dan nog wel eens mopperen dat ze voor een ander moeten betalen, ze noemen belastingen en premies lasten, maar die belasting en premies zijn dus gerechtigheid, de samenleving zijn we nu eenmaal samen. In onze samenleving zijn er dan geen Priesters en levieten die er aan te kort komen want ambtenaren en bestuurders gaan er niet op achteruit als aan de mensen met de laagste inkomens vrijstelling van belastingen en bijdragen worden verleend. Allen de rijksten moeten misschien naar verhouding iets meer bijdragen, daar mogen ze trots op zijn, hoe meer belasting je betaalt hoe waardevoller je voor de armen bent.  Juist vanuit de Bijbelse voorschriften kun je leren hoe naar een samenleving te kijken. Houd je rekening met wat mensen kunnen bijdragen, of vraag je van iedereen hetzelfde zodat sommigen niet meer mee kunnen doen? Het is een manier om iedereen betrokken te houden bij de samenleving, maar het moet wel bewaakt worden.

Dan is hij weer rein.

maandag, 10 februari, 2014

Leviticus 14:1-20

Als je ooit geneest van een levensbedreigende ziekte dan mag je dat vieren ook. Je bent immers bevrijd van de dood, de ziekte heeft jou niet meer in de greep. Dat kan soms ook zonder te genezen maar door bij de dag te gaan leven en te letten op de goede dingen die het leven je nog kan brengen. De Bijbel kent een aantal rituelen om dit soort gebeurtenissen te markeren en te vieren. Nu hebben rituelen in allerlei godsdiensten iets magisch gekregen, een geur van tovenarij. Dat hoeft dus niet zegt de Bijbel. Rituelen zijn er voor om gebeurtenissen in de tijd te markeren en te kunnen vieren en herdenken. Wij kennen zulke rituelen bij geboorte, huwelijk en sterven, maar soms maken mensen ze ook bij verhuizen, pensionering en scheiding. Dat mag, als er maar respect voor medemensen uit spreekt en het je helpt weer vrij te worden om te doen in het leven waartoe we geroepen zijn, anderen te helpen. In dit gedeelte speelt allereerst het wassen een belangrijke rol. Dat is bij huidziekten natuurlijk niet zo vreemd.

Als je daarvan genezen bent wil je dat weten en dat laten zien ook. Maar dan die vogels en dat slachten. In het Oude Testament staat bloed voor het leven. Het bloed van de ene vogel betekent de vrijheid voor de andere vogel, zo is de patiënt bevrijdt uit de greep van de ziekte Het wegvliegen van de vogel markeert daarmee het verdwijnen van de ziekte, met bloed van de geslachte vogel keert het leven in de gemeenschap terug. In Israel is dus het weg laten vliegen van een ritueel met bloed gedoopte vogel dus niet een truc om genezing te krijgen en het offer niet noodzakelijk om goden tevreden te stellen. De genezing blijkt uit de zorgvuldige inspectie die de priester steeds heeft uitgevoerd. De genezen zieke krijgt weer de plaats in de gemeenschap die dit lid van de gemeenschap als gezonde verdient. Iedereen kan er getuige van zijn. Zo gaan wij niet met genezen zieken om. Als je van een ernstige ziekte genezen bent dan zal die wel niet zo erg geweest zijn wordt er dan gefluisterd.

 In de alternatieve geneeskunde maken dit soort rituelen nogal eens onderdeel uit van het genezingsproces en in de reguliere geneeskunde worden ze nogal eens vergeten. De alternatieve geneeskunde staat daardoor in de verdenking niet te werken en te berusten op bijgeloof. De reguliere geneeskunde gaat nogal eens voorbij aan het ingrijpende van een ziekte. Mensen zijn afhankelijk van de dokter die ze behandeld en die afhankelijkheid moet op een goede dag worden opgeheven, mensen moeten hun onafhankelijkheid weer terug krijgen, bevrijdt van de ziekte en de medische wetenschap. Als dat niet goed gebeurd blijven mensen soms hangen in hun rol van zieke en keer op keer terug komen bij de dokter of om bevestiging van hun genezing te vragen of om verdere behandeling van de inmiddels genezen ziekte te vragen. Verstandige dokters doorzien dit proces en bieden een ritueel aan om de genezing te bevestigen en de onafhankelijkheid van de patient terug te geven. . Het is duidelijk dat in de Bijbel de patient centraal staat, die moet zorgvuldig worden behandeld. Als het een besmettelijke ziekte betreft dan moet voorkomen worden dat ook anderen de ziekte krijgen maar dat betekent nooit dat de patient voor altijd moet worden uitgesloten.  Vraagt de zorgvuldigheid die we in de Bijbel tegenkomen ook niet om er alles aan te doen te voorkomen dat de aanleg wordt doorgegeven? Al is het alleen maar om de ouders het gevoel te geven in elk geval niet het lijden dat ze kennen aan hun kinderen te hebben doorgegeven. Ethische discussies waarbij ook Leviticus ons kan helpen, de liefde als richtsnoer voor het leven.