Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor februari, 2014

Want waar je schat is..

vrijdag, 28 februari, 2014

Matteüs 6:19-34

Het zijn beelden uit lang vervlogen tijden. Schatkamers uitgraven om je schatten op te slaan. Schatkamers waar dieven zich een weg naar toe kunnen graven om de schatten te stelen. Zo doen we dat niet meer. De echte schatten zetten we op de bank en kunstschatten en kostbare voorwerpen bewaren we thuis, achter hoge hekken voorzien van kostbare beveiligingsapparatuur en bewaakt door kloeke veiligheidsfunctionarissen in dienst van grote organisaties. En als je dat zo op een rijtje zet dan besef je weer waar deze passage uit Matteüs over gaat. In de kerken is het de gewoonte om de 40 dagen voor het Paasfeest te vasten. Dat betekent dan sober leven, geen alcohol of deftige spijzen. Jezus van Nazareth waarschuwt er voor daar geen show van te maken. Je vast niet om goed gevonden te worden maar om goed te doen. Zo ga je ook om met je schatten. Als je die hebt ben je in staat een stukje hemel op aarde te brengen. Door ze te delen met hen die ze nodig hebben namelijk. Dan heb je die banken en die veiligheidsdiensten, noch de hekken en installaties nodig. Ook het geld dat je daar aan kwijt zou zijn kun je dan delen met hen die niets hebben.

Hoe je naar mensen kijkt maakt uit wie je bent. Kijk je naar mensen als voorwerpen die je genot kunnen bevredigen en die je na afloop desnoods door een vriendje in zee kunt laten dumpen? Kijk je naar dingen om er mee te kunnen pronken en duur te kunnen doen? Mensen stralen uit wat ze zijn, dat betekent hoe ze naar mensen en dingen kijken. Iemand die verliefd is straalt, van iemand die van mensen houdt wordt gezegd dat die een warme persoonlijkheid bezit. Van iemand die naar mensen kijkt als waren het voorwerpen wordt gezegd dat die een koude en onpersoonlijke blik heeft. Mensen gruwen er van. Kijk vandaag eens om je heen en ervaar hoe je kijkt en dus hoe je gezien wordt.
Op de televisie zagen we laatst een huisvader uit de Libanon die vertelde over de situatie in zijn land. Hij was bouwvakker maar al sinds een paar jaar werkloos. Elke dag trok hij er op uit om werk te zoeken en slechts af en toe slaagde hij daarin. Hij was gefilmd in zijn huiskamer, naast hem zaten zijn twee zeer jonge kinderen en tegenover hem zijn vrouw. Hij vertelde schijnbaar onaangedaan dat ze alleen konden eten als hij had gewerkt, anders moesten de kinderen zonder eten naar bed. Ze aten in elk geval nooit meer dan één keer per dag. Zijn vrouw vertelde dat ze geen geld meer hadden om melk voor de kinderen te kopen dat was nog het ergste. Hoe moet je die mensen nu uitleggen wat er hier in de Bijbel staat? Je hoeft ze het waarschijnlijk niet uit te leggen. Zij zullen zich niet meer afvragen wat ze zullen eten of wat ze zullen drinken of waarmee ze zich zullen kleden maar of ze zullen eten en of ze zullen drinken en of ze iets zullen hebben om aan te trekken.

In onze rijke samenleving pijnigen we ons met onzinnige keuzes. Moeten we onze ogen een millimeter liften om er jonger uit te zien? Welke kleur haarspoeling neemt de vrouw en welke past daar voor de man bij? Voor Jezus van Nazareth zijn het keuzes voor de heidenen. Voor gelovigen gaat het om het Koninkrijk Gods, om de vraag dus hoe we kunnen delen met dat gezin in de Libanon, met de mensen aan de rivier in Birma na de storm, of die Chinezen na de aardbeving die zelfs nog geen tent hebben om in te wonen. We weten heel goed dat als we bereid zijn om te delen er genoeg is om voor iedereen te zorgen. Voor het gezin in de Libanon is er vrede in de regio nodig, rechtvaardigheid voor de Palestijnen en veiligheid voor de Israëli. Er tal van armen waarvoor de keuzes die we maken oneindig veel belangrijker zijn dan de vraag hoe wij de buren overkomen en of we wel gewild en modern genoeg op ons werk verschijnen. We kunnen geen twee heren dienen. De God van Jezus van Nazareth dienen en de god van winst en profijt dienen gaat niet samen. Het geld dat we aan overbodig voedsel en overbodige make up uitgeven kunnen we niet delen met de hongerigen, de daklozen, de zieken en gehandicapten, de gevangenen en de armen in de wereld. De belofte die ons in dit verhaal gedaan wordt is dat, als wij delen, als we die armen weten te bereiken, al dat andere ons ook ten deel zal vallen. Maar wie heeft het nog nodig als je al het geluk zal zien dat straalt uit de ogen van de wanhopigen die weer een leven kregen. We kunnen het niet alleen, we zullen iedereen in die beweging mee moeten krijgen, we zullen de hele wereld er van moeten overtuigen, maar we mogen iedereen de bevrijding van de armen voorhouden, die komt.

Zij hebben hun loon al ontvangen

donderdag, 27 februari, 2014

Matteüs 6:1-18

De Nieuwe Bijbel Vertaling die we hier volgen laat ons zien dat gerechtigheid doen hetzelfde kan zijn als delen met de minste. In het eerste vers is vertaald met “gerechtigheid doen”, in het tweede vers met “aalmoezen geven”. Nu is gerechtigheid tegenwoordig meer doen als aalmoezen geven, maar in de tijd dat het Evangelie van Matteüs geschreven werd was het geven van aalmoezen een goede daad, je kon ook niet veel anders. Jezus van Nazareth begon met een andere manier van gerechtigheid betrachten. Hij “genas” mensen die langs de kant stonden te bedelen, of wel: hij gaf ze een nieuwe plaats in de samenleving zodat ze zelf weer mee konden doen. En toen veel later zijn volgelingen Petrus en Johannes door een lamme werden aangesproken en gevraagd om een aalmoes was hun antwoord dat ze geen goud of goed hadden maar dat de lamme in de naam van Jezus moest opstaan. Die deed dat dan ook.  Hier maant Jezus van Nazareth zijn volgelingen het delen van geld en goed te doen in dienst te stellen van de mensen die het nodig hebben en niet te gebruiken als reclameobject voor eigen eer.  Voor Jezus van Nazareth zijn die laatsten oneindig veel belangrijker dan de eersten en mag je bij de eersten rustig een aantal vraagtekens zetten.

Er zijn maar weinig bedrijven die hun hele bestaan in het teken zetten van het goed doen voor de minsten. Er zijn altijd acties nodig geweest om investeringen in Apartheid tegen te houden en ongedaan te maken. Er zijn nog steeds acties nodig tegen kinderarbeid in de kledingindustrie, voor milieubewustzijn bij oliemaatschappijen, tegen slavernij en uitbuiting en tegen het economisch steunen van onderdrukkende dictaturen. Daarom moeten we ook en des te meer op onze hoede zijn voor de mooibidders. In kerken, op TV en soms zelfs op de hoeken van de straten kom je ze tegen, mensen die zich graag etaleren als volgelingen van Jezus van Nazareth en met een grote omhaal van woorden iedereen veroordelen die anders denken dan zij en zichzelf en hun opvattingen de hemel in prijzen, dat alles onder het motto dat ze staan te bidden. In de kerken kom je nog al te vaak de dominees tegen die in plaats van voor te gaan in het voorleggen aan God van de noden van hun gemeente in het gebed na de preek nog eens dunnetjes maar uitgebreid hun preek overdoen. Wijs ze maar eens op deze passage uit Matteüs. Maar blijf wel het goede doen, blijf zorgen voor de minsten in de samenleving, zonder op te scheppen maar omdat je mag, omdat je niet anders kan, omdat je mee gaat op de Weg van Jezus van Nazareth.

Het “Onze Vader” is het gebed dat over heel de wereld al eeuwen lang het meest gebeden gebed is. Het is het enige gebed waarvan de woorden ons in het Evangelie zelf zijn gegeven. Wie in zijn leven een aantal jaren lang regelmatig kerkganger was kan het altijd hardop meebidden en op christelijke scholen moesten de kinderen het altijd uit hun hoofd leren. Zelfs als in de kerstnacht de kerk volzit met mensen die maar één keer per jaar in de kerk komen dan nog hoor je de hele gemeente dit gebed meebidden. Het werd gegeven, zo hebben we kunnen lezen, als tegenstelling met al die bidders die met veel woorden. het liefst in het openbaar, graag laten horen hoe mooi ze wel niet kunnen bidden. Dit gebed hoort in de binnenste binnenkamer en dan is het genoeg. Dat samen bidden in de Kerk is daarvoor niet meer dan een oefening. Wat vraag je eigenlijk met dit gebed? Als je goed leest is het enige dat je voor jezelf vraagt het brood dat je voor een dag nodig hebt. De meeste armen op de wereld durven ook niet op veel meer te hopen, als je het brood voor één dag hebt kunnen krijgen dan leef je weer een dag verder. En dat vergeven van het kwaad dat je is aangedaan? Ga daar niet te gemakkelijk mee om. Kwaad is pas te vergeven als het kwaad is uitgebannen, zorg dus dat mensen dat kwaad niet meer doen, zonder er zelf kwaad tegenover te stellen maar door er goed tegenover te stellen, dat is pas vergeven, zo mogen wij God vragen onze schulden te vergeven en het kwaad uit te bannen..

Bid voor wie jullie vervolgen

woensdag, 26 februari, 2014

Matteüs 5:38-48

Dat je je vijanden lief moet hebben is een meer dan bekende opvatting van Jezus van Nazareth. Uiteindelijk zijn je vijanden ook je naasten, sterker nog, je broeders en zusters. Dat het gekoppeld is aan het bidden voor wie je vervolgen is wellicht minder bekend. Bidden is niet dat je die vervolgers met je handen gevouwen en je ogen dicht onder de aandacht van God moet brengen door ze hardop te noemen of sterk aan ze te denken. Bidden betekent in dit geval er alles aan te doen hen op de weg van het goede te brengen. Dat is heel wat moeilijker dan alleen hen lief te hebben die jou ook liefhebben of te bidden voor het leed dat je eigen verwanten overkomt. Nee, als we geloven dat God wil dat iedereen mee gaat doen in het Koninkrijk van God, wie zijn wij dan dat we daar mensen van uit zouden sluiten? Als God die anderen wil, waarom zouden wij ze dan ook niet liefhebben is de boodschap van dit stukje uit de Bijbel.

In moderne termen heet dit inclusief denken. Altijd proberen in je denken en handelen ook anderen in te sluiten. Natuurlijk, als het gaat om salarissen, om cao’s gaat het er om de verschillen niet onnodig groter te maken en te denken aan de mensen die de laagste inkomens hebben. We kunnen wat dat betreft een voorbeeld nemen aan de politie een aantal jaren geleden. Die vroegen een nominale loonsverhoging, allemaal hetzelfde er bij per maand, niet hetzelfde percentage maar hetzelfde bedrag. Dat is rechtvaardig. Het politiewerk is voor elke politiewerknemer even zwaar, verschillen zitten al in de salaristabellen. Daarom is het redelijk dat de beloning ook voor iedereen gelijk wordt opgetrokken. Andere vakbonden kunnen daar nog eens een voorbeeld aan nemen. Jammer is dat de minister van Binnenlandse Zaken dat voorbeeld niet wilde volgen. De politieke partijen die anders de mond vol hebben van recht, gerechtigheid en rechtvaardigheid, zwegen hier als het graf. Als het gaat om de verdediging van de belangen van de eigen werknemers waren ze niet thuis.  Ook voor die werknemers gaat de zon op voor de goede en de slechte werknemers.

Ondertussen werden gehandicapten en chronisch zieken wel weer opgescheept met extra ziektekosten die ze niet kunnen vermijden. Eigen risico heet dat. Een fors bedrag dat ze extra moeten betalen. Er zou wel voor compensatie gezorgd worden is er  beloofd maar wie dat wel en wie dat niet krijgt is volstrekt onduidelijk, het kan zelfs niet worden aangevraagd maar valt chronisch zieken toe of niet zonder verdere toelichting. Aan het eind van het jaar krijgen de mensen die de goede medicijnen gebruiken en daardoor chronisch ziek lijken een klein bedrag terug. Inclusief denken is er nog steeds niet bij, zeker niet als het gaat om denken inclusief de armen en de zwakken in onze eigen samenleving.  Zorg voor slachtoffers van geweld waartoe je je zelf gedwongen voelt, slachtoffers die vallen door onze VN missies, is zeer ongebruikelijk. Toen het Rode Kruis werd opgericht was het ideaal dat haar medewerkers altijd toegang tot alle slachtoffers zouden hebben, van dat ideaal is eigenlijk maar heel weinig terecht gekomen. Maar ja als je zelfs in vredestijd in je eigen samenleving niet kan zorgen voor de zieken en gehandicapten hier moet je dat misschien ook niet verwachten in tijden van oorlog en strijd in vreemde landen.

 

Ik ben een vreemdeling op aarde

dinsdag, 25 februari, 2014

Psalm 119:17-24

Als je jezelf een vreemdeling bent dan hoedt je je er wel voor om anderen het recht te ontzeggen samen met jou op aarde te wonen. Wie goed kijkt naar deze Psalm zal ontdekken dat de dichter alle mensen vreemdelingen vindt. Iedereen zal welbewust op deze aarde een eigen weg moeten kiezen. Het is daarbij maar te hopen dat iedereen de weg kiest van vrede en gerechtigheid. Het is te hopen dat iedereen de weg kiest van delen met elkaar, want alleen door onvoorwaardelijk met elkaar te delen zullen we allemaal samen op de aarde kunnen wonen. Dat is de Wet van de Liefde, de Wet van delen met elkaar, de Wet waarover deze Psalm gaat. Nu zijn er mensen die anderen tot vreemdeling hebben verklaard. Zij sluiten anderen uit van hun leven, willen geen kennis maken laat staan met de anderen delen. Het is dus niet de Joods-Christelijke-Humanistische traditie waarin ons volk staat. 

 De gedachte aan een land met gewetens- en godsdienstvrijheid voor iedereen stoelt op het grote geschrift van Willem van Oranje, de vader des vaderlands, de Apologie. Het is de grondslag geweest waarop de onafhankelijkheid van ons land werd gevestigd. We herdenken 200 jaar Koninkrijk, maar ons land is als onhafhankelijk vrij land al een paar eeuwen ouder. Het werd uiteindelijk een republiek onder bestuur van de rijksten en de machtigsten in de samenleving. Dat kon een aantal eeuwen goed gaan omdat de morele invloed van Kerken groot was. Maar uiteindelijk werd de verleiding van het eigen gewin, het eigen aanzien te groot en de kring waar binnen de inkomsten van de staat werden verdeeld werd te klein. Ons land werd ingelijfd door wereldmachten, zoals ook Israël ooit werd ingelijfd door Wereldmachten. In de Bijbel wordt hier voortdurend tegen gewaarschuwd, alleen delen met de minsten, alleen zorg voor de armsten kan je hiervoor behoeden.

Dat je zelf vreemdeling in dit land bent, zoals de Psalm zegt, betekent niet dat je je hier niet thuis hoeft te voelen. Het betekent dat je andere vreemdelingen niet uitsluit, niet buitensluit van de samenleving die je op dit moment aan het vormen bent. In de Wetten van Mozes staat dat je de vreemdeling, en de weduwe en de wees, niet mag uitbuiten. Ook de vreemdeling heeft recht op de Sabbath, de ene dag in de week waarop alles rust en iedereen echt bevrijd is van de slavernij van werken en consumeren. De manier waarop je samenleving omgaat is een teken van hoe Christelijk je samenleving eigenlijk is. Als je voortdurend vreemdelingen apart zet en benadrukt welke ongerechtigheden door vreemdelingen worden veroorzaakt, zonder overigens naar je eigen ongerechtigheden te kijken, dat schep je een samenleving die niet samen weet te leven. Als je de vreemdeling behandelt zoals je zelf behandelt zou willen worden dan begin je op weg te gaan naar het land waar we allemaal eigenlijk thuishoren, het Koninkrijk van God, waar de dood niet meer heerst en iedereen thuishoort. Die weg mogen we elke dag opnieuw in slaan, ook vandaag weer.

Dan verspreidt de ontucht zich onder het volk

maandag, 24 februari, 2014

Leviticus 19:26-37

Dat je je dochters niet moet dwingen in de sexindustrie te gaan werken spreekt voor de meesten van ons vanzelf. Maar dat waarzeggerij en spiritisme daarmee verwant zijn ligt misschien minder voor de hand. Toch maken ook deze vormen van vermaak misbruik van de goedgelovigheid van mensen.Op de televisie is dat inmiddels doorgeprikt. Iedereen kon in de Astro programma’s aan waarzeggerij doen en mensen wijsmaken met geesten van overledenen in contact te staan. Een paar acteurs en actrices als Char spelen dat spel zo goed dat ze er eigen televisie programma’s op na mogen houden maar het is en blijft bedrog en bedrog van de ergste soort omdat ze uiteindelijk bijdragen tot het voortduren van het verdriet om het verlies van de geliefde en mensen niet de gelegenheid geven verder te gaan en mee te bouwen aan het Koninkrijk van God.

En ook uit het Bijbelgedeelte van vandaag blijkt dat het gaat om die opbouw. Respect voor oude mensen, opstaan als dat nodig is, opstaan uit respect. Opstaan en respect horen in de Bijbel dus bij elkaar. De discussie bij ons ging ooit over respect voor rechters. En recht is waarom in de Bijbel vaak wordt gesmeekt. Misschien helpt het geven van respect, dus opstaan, de rechters wel om met nog meer zorgvuldigheid hun werk te doen. Zo niet dan moet niemand schromen het werk van individuele rechters ter discussie te stellen en dat gebeurd nog maar al te weinig misschien. Maar vreemdelingen moet je behandelen alsof ze lid zijn van ons volk. Dat is niet gemakkelijk als ze vasthouden aan rare gewoonten. In de Bijbel wordt opgeroepen dan met ze in gesprek te gaan, te ontdekken waar die rare gewoonten vandaan komen. Het volk Israel was zelf vreemdeling geweest. Ook ons volk is door de eeuwen heen gevormd uit vreemdelingen van buiten, te beginnen met de Batavieren, maar daarna zijn er vele vreemdelingen gevolgd.

Hoe vreemd die gewoonten ook zijn zij moeten ons en wij hen vertrouwen. Het staat er raar, maar juist op basis van dat vertrouwen moeten we het dus niet vreemd vinden dat direct na het vreemdelingenschap de maten en gewichten volgen. Het eerste dat je immers met vreemdelingen doet is handeldrijven. Of het nu op de markt of in de winkel is, iedereen moet eten en iedereen is afhankelijk van de eerlijkheid van de handel. Een efa was daarbij de maat voor een grote hoeveelheid droge stof, ongeveer 20 liter en een hin de maat voor een kleinere hoeveelheid droge stof, ongeveer negen liter. De maten klinken Egyptisch maar precies weten we het niet meer. De geleerden houden het er op dat je dus moet zorgen dat elke maat, gewicht en inhoud, altijd eerlijk en betrouwbaar moet zijn. En mensen hebben ook inhoud en moeten dus ook eerlijk een betrouwbaar zijn.

 

Heb je naaste lief als jezelf.

zondag, 23 februari, 2014

Leviticus 19:13-25

We kennen natuurlijk het begrip “de tien geboden”. Daar wordt meestal aan gedacht als we het hebben over de Wetten van Mozes. De Wet van de Woestijn waar we het hier zo vaak over hebben. Maar in de eerste vijf boeken van de Bijbel, voor de Joden de Tora, staan wel 613 voorschriften, bepalingen uit het verbond dat God met het volk had gesloten. Vandaag lezen we er weer een paar. Al die voorschriften zijn eigenlijk uitwerkingen van het grote gebod “Heb God lief boven alles en je naaste als jezelf.” Daarom moet je niet stelen, niet liegen en je naaste niet oplichten. Je moet niet zweren als het een leugen betreft. God voor je karretje spannen is wel het laatste wat je moet doen. Iemand beroven en afpersen kan natuurlijk ook niet. Het zijn regels die bij ons zelfs niet genoemd hoeven te worden en die zo ingegroeid zijn in onze samenleving dat ze bijna vanzelf spreken.

Maar toch staan ze nauwkeurig beschreven in onze strafwet en bij overtreding kun je een forse straf oplopen. Kennelijk is het nodig en lokt ook ons streven naar meer en mooier overtredingen van deze regels uit. Dat geldt ook voor de regel over de dagloner, al past die in ons systeem van maand en weeklonen niet meer letterlijk. Maar dat iemand in loondienst wekelijks of maandelijks loon mag ontvangen spreekt weer vanzelf, al gebeurt het niet altijd en is het loon soms fors lager dan afgesproken. Een Arbeidsinspectie is er voor om toezicht te houden en, hoe oud het boek van Leviticus ook is, ze moeten nog regelmatig bekeuringen uitdelen. Pesten mag dus ook niet, een dove vervloeken en een blinde laten vallen zijn duidelijke voorbeelden. Maar rechtspreken moet gebeuren zonder aanziens des persoons zoals dat zo deftig heet.

Het opstoken van mensen tegen iemand kan ook in onze dagen nog wel eens gevaarlijk zijn. Ongefundeerde beschuldigingen kunnen mensen er toe overhalen om geweld tegen iemand te gebruiken. De zucht naar sensatie in sommige nieuwsmedia lokt ook dreigmail en bedreigingen uit. Het is de lasterpraat die je niet moet doen. Als je iets tegen iemand hebt ga dan praten in plaats van geweld te gebruiken. Die regel is zo oud als de Bijbel zouden we bijna kunnen zeggen, maar kijk en luister eens om je heen en je zult beseffen dat het gebod, zoals dat heet, op grote borden als een campagne tegen zinloos geweld nog best dienst kan doen. Het gedeelte van vandaag sluit dan ook af met een samenvatting : Heb je naaste lief als jezelf. En denk nu niet dat je een van deze regels kunt laten vallen omdat je baas dat van je vraagt, of omdat het zo hoort in de groep waar je bij wil horen. Er is maar één baas staat er en dat is God en er is maar één groep waar je bij wil horen en dat is zijn Koninkrijk. Van dat Koninkrijk zijn dit de spelregels.

Laat het liggen voor de armen en de vreemdelingen

zaterdag, 22 februari, 2014

Leviticus 19:1-12

In onze oren klinkt zo’n gedeelte uit de oude Wet van de Woestijn als een voorschrift van je moet dit en je moet dat. Daar worden wij over het algemeen niet vrolijk van. Maar dat komt omdat wij opgevoed zijn met het Romeinse denken over wetgeving. In dat denken gaat het over geboden en verboden die nauwkeurig moeten worden opgeschreven en die door een rechter beoordeeld kunnen worden. Dat is heel anders dan het denken van Israel zoals het in de Bijbel beschreven wordt. Daar gaat het om een verdrag dat voordelig is voor beide partijen.En zo mag je het ook lezen, wie wordt er beter van en waarom. De eerste regel is dat je gelijk aan God moet worden. Dat klinkt gelijk zeer hoogmoedig want wie durft nu te zeggen gelijk te zijn aan God zelf. Die regel is dan ook niet voor een individu maar voor een gemeenschap. Omdat God heilig is moet de gemeenschap ook heilig zijn. En wat is dat “heilig” dan wel. Er zit ons woord heel in. God is volmaakt en dat moet onze gemeenschap ook zijn.

Zonder smet moet die gemeenschap zijn en daar kunnen we dus allemaal dag in dag uit aan werken. Daar worden we ook beter van want wie wil nu niet behoren tot een gemeenschap waar geen smetje aan kleeft. Zo is de tweede regel van het verdrag dat je je afkomst niet moet verlochenen. Zelfs al ben je van de laagste komaf dan hoef je je in die heilige gemeenschap daar niet voor te schamen. Het volk Israel zelf bestond uit slaven die uit Egypte waren ontsnapt, bepaald geen hoogstaand gezelschap dat daar door de woestijn trok. Maar zij hadden God als enige baas, de Heer, en dat maakte hun gemeenschap hoogstaand. Ook voor ons zou het wel eens voordelig kunnen zijn als niemand zich hoefde te schamen over afstamming of herkomst. Als je dan God als Heer hebt hoef je er geen idolen of afgoden op na te houden. Dat geeft pas rust geen slavenarbeid meer voor de goden van winst en profijt, niet altijd maar meer en beter, maar integendeel tenminste één dag in de week absolute rust, tijd voor jezelf en je geliefden.

Een maaltijd, een vredesmaal, moet je dan ook kunnen opeten op de dag dat de maaltijd wordt bereid. Daar moet je de tijd voor hebben. En als er wat over is kun je het de volgende dag nog eten maar de derde dag kan het bedorven zijn en hoort het verbrand te worden. Als je je dat niet kunt permiteren is er armoede en is het dus helemaal geen vredesmaal. Als je van armoede bedorven vlees moet eten wordt je niet alleen ziek maar hoor je dus ook niet bij een heilige gemeenschap. Denken om de armen hoort voorop te staan. Of je nu graan oogst of druiven plukt, je moet niet zo inhalig zijn dat je alles binnen haalt. Een heilige, volmaakte gemeenschap wordt je pas als je deelt met de armen. En met de vreemdelingen natuurlijk. Van dat laatste moeten wij nog een heleboel leren, maar we zijn dan ook nog lang geen heilige gemeenschap.

Hoe kan wie jong is zuiver leven?

vrijdag, 21 februari, 2014

Psalm 119:9-16

Vertalingen zijn eigenlijk maar stamelende pogingen om het origineel van de boodschap weer te geven. De Naardense Bijbel vertaalt� bovenstaande zin alsvolgt: “Bij wat houdt wie jong is zijn pad schoon?” Het antwoord is steeds hetzelfde: “Door zich te houden aan Uw woord”. De Naardense Bijbel vertaalt het echter wat aktiever en aktie is wat er door de Wet van de Liefde gebeurd. Niet een statisch “houden aan” maar een op weg gaan om het te laten gebeuren. Daarom kan er gezegd worden dat je het met heel je hart hebt gezocht. De vraag hoe van onze naaste te houden als van jezelf kan je voortdurend bezig houden. Dag en nacht hongeren we naar gerechtigheid staat er ergens anders. Daarom is afdwalen van de geboden ook een andere weg gaan, de weg van eerst denken aan je zelf, de weg van ikke ikke ikke en de rest kan stikken. Dat is de weg die naar de dood voert, niet de weg naar het leven.

De belofte die de Wet van Liefde in zich houdt is het leven. De Psalmdichter heeft daarbij ontdekt dat delen met je naaste meer vreugde geeft dan rijkdom en overvloed. Een onderzoek van de universiteit van Nijmegen heeft  nog aangetoond dat geld wel gelukkig kan maken maar ook jaloers. Mensen die net iets meer hadden dan hun buurman voelden zich volmaakt gelukkig, maar als je net iets minder had dan was je snel ongelukkig. Wie weet te delen met hen die niets hebben weet dat je altijd vreugde ontmoet. Iedereen die naar Afrika is geweest om armen daar iets te brengen, waterputten, eten, speelgoed voor wezen, medicijnen voor zieken, kleding voor armen, weet hoe groot de vreugde kan zijn van mensen die je daar ontvangen. Wie ooit een aktie van het glazen huis heeft gevolgd die al een aantal jaren voor de kerstdagen wordt gehouden weet hoeveel vreugde er uit kan gaan van het verzinnen en uitvoeren van een aktie om geld bijeen te brengen voor een goed doel.

Geld verdienen met werk is een noodzaak, maar geld bijeen brengen voor armen is een vreugde in zich. Mensen die daar hun levenswerk van kunnen maken stralen de vreugde dan ook uit. Het is de vreugde van de Wet die je tegenkomt bij het inzamelen van geld. Daarom weten collectanten ook dat je beter collecteert in een buurt met wat lagere inkomens dan in een rijke buurt. Mensen die op zich niet veel hebben weten veel beter hoe nodig het kan zijn om te delen dan mensen die veel geld hebben en eigenlijk vinden dat ze tekort gedaan worden, dat die armen maar een last zijn, een last door een overheid opgelegd.. Daarom protesteren rijke mensen ook altijd veel harder tegen belastingen en bekeuringen dan arme mensen, hoewel ze naar verhouding vaak veel minder belasting betalen en bekeuringen al helemaal wegzinken bij de grote inkomens die er te verdienen zijn. Laten we ons daarom houden bij de vreugde van de Wet en delen met onze naaste van wat we hebben.

 

Geen enkele bezigheid verrichten

donderdag, 20 februari, 2014

Leviticus 16:20-34

Ook na de verzoening moeten de betrokkenen gereinigd worden. De schone linnen kleding van de Hogepriester blijft in de Ontmoetingstent en ook de man die de bok de woestijn heeft ingestuurd moet zich reinigen. Na die reiniging begint het gewone leven opnieuw. Elk jaar moet vervolgens die rite worden voltrokken. Elk jaar lijkt het leven even stil te staan. Elk jaar worden de handelingen van het volk gewogen, dat wat te licht bevonden wordt, niet in overeenstemming is met de Wet die in het heilige der heiligen wordt bewaard, wordt op de zondenbok gelegd en de woestijn ingestuurd en met de God van Israël gedeeld in de vorm van een bok die geslacht wordt en verbrand. Dan pas na de reiniging begint het volk weer opnieuw het volk van de God van Israël te zijn. Een volk met richtlijnen voor een menselijke samenleving, een samenleving die zo goed kan zijn dat alle volken van de wereld zich zo zouden willen gedragen en mee zouden willen doen met die Wet die in de Ontmoetingstent, later de Tempel wordt bewaard.

In de geschiedenis van het Christendom is de zondenbok wel eens verward met het lam dat het volk Israël had bevrijd van de dood. Met name de evangelist Johannes was hier schuld aan toen hij sprak over Jezus van Nazareth die de zonden van het volk had weggedragen. Hij schreef dat na de verwoesting van de Tempel en een grote opstand die zeer veel levens van het volk Israël had gekost en het overblijvende deel in de verstrooiing over het Romeinse Rijk had gestuurd. De zonden waar Johannes het over had was het geweld dat het volk door op te staan tegen een wereldmacht op zich had geladen. Jezus van Nazareth had laten zien dat het ook anders kon. Hij had zijn volgelingen bevolen de zwaarden in de schede te laten toen hij gevangen werd genomen. Daarom was hij de enige die gevangen werd genomen en sneuvelde er niemand vanwege de leer van Jezus. Zijn proces, zo vertelt Johannes, vond plaats op de dag van voorbereiding van het Paasfeest. Toen werden er duizenden lammeren geslacht voor de Pesachmaaltijd. Het bloed van die lammeren was in Egypte aan de deurposten gesmeerd alsof de eerstgeborenen geofferd waren. Het bloed van die lammeren had het volk behoed voor de dood.

Het bloed van Jezus van Nazareth had het volk, in elk geval zijn volgelingen, behoed voor een bloedige strijd met de Romeinen die bij voorbaat tot mislukken gedoemd zou zijn en tot het einde van het volk en de beweging van Jezus zou hebben geleid. Nu gebeurde het tegendeel. De beweging van Jezus van Nazareth sloeg een heel nieuwe weg in. In plaats van oorlog met de Heidenen werden de Heidenen betrokken bij de nieuwe beweging, werden ze lid gemaakt, gedoopt, en bekeerd tot de Weg die al met de God van Israël in de woestijn was begonnen. Ze mochten mee werken aan een samenleving waar mensen liever zichzelf opofferden dan geweld uit te lokken. Door de eeuwen heen is dit voorbeeld gevolgd, het maakte het Christendom tot een staatsgodsdienst, het deed de volken van de aarde een verklaring over mensenrechten aanvaarden, het brengt geweldloze demonstranten tot overwinningen, onafhankelijkheid van India, verzoening in Zuid Afrika en overal in de wereld zijn de voorbeelden te vinden. Elke dag opnieuw mogen wij die weg van verzoening gaan, mogen we ons naar de richtlijnen voor de menselijke samenleving richten, ook vandaag weer.

 

Zo reinigt hij het

woensdag, 19 februari, 2014

Leviticus 16:11-19

We mogen altijd weer opnieuw beginnen. Het is een ontdekking die in geen enkele Heidense godsdienst terug is te vinden. In oude kerkelijke taal heet het: “alles uit genade”. Dat “genade” is een juridische term, je hebt je misdragen, dat is bewezen geacht en er volgt een veroordeling. Maar voordat het vonnis wordt voltrokken wordt je genade geschonken. Je ontkomt aan je gerechte straf. Helaas is die genade in het Christendom geen bron van vreugde, geen energie brengend gegeven maar wordt de nadruk gelegd op de straf die je zou hebben moeten ondergaan. Terwijl die straf bedoeld is voor een heel volk, het volk Israël. Later zou Paulus schrijven dat ook de gemeente van Christus de kans loopt op diezelfde straf. En wat is die straf dan? Het wordt in de Bijbel de dood genoemd, de dood van een goddeloze samenleving. Een samenleving die functioneert alsof er geen God van Israël bestaat. Een samenleving waar de een zich uitnemender acht dan de ander, waar het gaat om materieel gewin, om eer en aanzien, waar geweld wordt gebruikt om de samenleving vorm te geven en te handhaven.

De richtlijnen voor de menselijke samenleving zijn dan verdwenen. En in elke menselijke samenleving dreigen die te verdwijnen. Wij zijn nu eenmaal geneigd met geweld ons toe te eigenen wat we denken dat ons toekomt. Of we dat geweld nu vastleggen in onrechtvaardige handelsverdragen, in milieuverwoestende productieprocessen of in echte oorlogen en het gebruik van wapens, geweld kenmerkt onze sameleving. Net als het zich uitnemender achten dan de ander. Mensen met een baan zijn beter dan mensen die geen passende baan kunnen vinden. Mensen die net als hun ouders en grootouders in ons land geboren zijn horen hier meer thuis dan mensen die afstammen van mensen die in een ver buitenland geboren zijn, zeker als je die afstamming aan de buitenkant kunt zien. De minsten in onze samenleving staan zeker niet voorop, de zorg is een last en geen voorrecht. Ook voor ons zou een grote verzoendag, waarin we al die afwijkingen van de richtlijnen voor de menselijke samenleving onder ogen zien en wegsturen en verbranden een goede zaak zijn.

In de Joodse godsdienst wordt die Grote Verzoendag nog steeds gevierd. Het is een ontzagwekkend feest. De gelovigen verschijnen in hun doodshemd. Want een samenleving die zich niet houdt aan de richtlijnen voor de menselijke samenleving zoals ze door de God van Israël zijn gegeven wordt tot een dode samenleving, daar lopen de mensen al in hun doodshemden rond, al noemen ze die haute couture en strak gesneden pakken. Dat we opnieuw mogen beginnen is een geweldige ervaring. Dat je opnieuw voor de minsten mag gaan zorgen, dat je bevrijd wordt van het streven naar meer materieel gewin en nog meer materieel gewin, dat je weer één dag in de week bevrijd bent van de slavernij van consumptie en productie, dat de liefde weer de grondslag wordt van de samenleving waarin je leeft, dat je geweld achter je mag laten. Het zet je hele wereld op z’n kop, het maakt je bestaande wereld compleet nieuw. Het doet je beseffen dat als zo’n wereld van liefde blijvend zou zijn zelfs God op die wereld zou willen wonen. Wij mogen elke dag weer opnieuw beginnen, elke morgen als de zon opgaat weer die wereld scheppen die God voor ons heeft bestemd, ook vandaag weer.