Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor november, 2013

Ze verslinden de huizen van de weduwen

woensdag, 20 november, 2013

Lucas 20:41-21:4

Over het voor de schijn opzeggen van lange gebeden zullen we het hier niet hebben. Dat heeft het Christendom al te veel schade berokkend. Jezus van Nazareth spreekt over de religieuze leiders van zijn tijd, maar de religieuze leiders van onze tijd kunnen er ook wat van. In alle tijden zijn er mensen die gekleed in fraaie kledij proberen eerbied af te dwingen terwijl ze ondertussen de armen uitpersen om zelf nog rijker te worden. Fraaie woorden en nog fraaier bezit moet het kwalijke van hun handelen verbloemen. Onder collectanten is al heel lang bekend dat je ook in onze dagen beter kunt collecteren in een wat armere wijk dan in een wijk met rijke bewoners. In die wat armere wijk haal je niet alleen naar verhouding meer op maar vaak ook nog gewoon nominaal veel meer, daar zitten de collectebussen veel voller. We kennen de procentuele loonsverhogingen die het verschil in salaris tussen de rijken en de armen jaarlijks verder vergroten maar we horen eigenlijk nooit over de procentuele giften.

Als je we de bereidheid tot geven zouden uitdrukken in procenten van het inkomen dan zouden we merken dat het percentage dat de armen geven vele malen groter is dan het percentage dat de meeste rijken geven. Er is sinds de dagen van Jezus van Nazareth principieel niet veel veranderd. Daarom blijft het verhaal hoogst actueel en dient het verhaal voortdurend verteld te blijven worden. De waarschuwing voor de heren in zwart gestreepte antraciet pakken en de dames in mantelpakken of goed gesneden broekpakken is ook vandaag geldig. Het zijn de mensen die de schuld van de armoede bij de armen zelf leggen. Die de duurste schoolreisjes en werkweken voor hun kinderen bepleiten en dan boos zijn dat mensen leningen af sluiten om ook hun kinderen dit schijnbaar goede te gunnen. Slechts zelden staat er tijdens de ouderavonden iemand op die vraagt om een meer sociaal beleid en een systeem van eerlijk delen waarbij alle kinderen mee kunnen doen zonder dat de ouders voor te zware lasten worden gezet.

In een samenleving waar steeds vaker ouders alleen hun kinderen groot moeten brengen en zonder buitenschoolse kinderopvang zelf de kost moeten zien te verdienen van de overheid moeten we eigenlijk veel meer op elkaar letten, en op de kosten waar we elkaar mee opzadelen, dan ooit het geval is geweest. Wie nog wel eens naar een kerk gaat ziet dat de uitspraken van Jezus van Nazareth er in elk geval toe hebben geleid dat bijna niemand meer vooraan durft te gaan zitten. Dat is een teken dat het met de lange schijngebeden en het opeten van de huizen van de weduwen nog lang niet gedaan is. Die mensen die zich van geen kwaad bewust zijn maar er naar verlangen opnieuw samen te vieren dat de armen bevrijding is aangezegd kunnen namelijk gerust vooraan gaan zitten. Stem geven aan de armen is volgens de Bijbel ook bidden, als zij het niet kunnen zeggen moeten we het zelf maar doen. Elke dag mag het weer opnieuw, ook vandaag.

Hij is geen God van doden

dinsdag, 19 november, 2013

Lucas 20:27-40

Er waren in de dagen van Jezus van Nazareth twee stromingen in Israel. De Farizeeën geloofden in de opstanding van de doden en de Saduceeën niet. Jezus van Nazareth was in zijn opvattingen het meest verwant aan de Farizeeën, hij sprak ook met enige regelmaat in hun Synagogen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat de Saduceeën probeerden de opvattingen van Jezus van Nazareth over de opstanding der doden onderuit te halen. Dat kan door er de nodige fantasiën op los te laten die zich niets zeggen over God zelf. Hoe gaat dat nu als iedereen opstaat uit de doden? Zien we elkaar dan weer? En met wie zijn we dan getrouwd als we bij leven met meerdere mensen getrouwd waren? Er zijn op deze manier vele vragen te stellen. Jezus van Nazareth geeft wel antwoord maar gaat niet precies uitleggen hoe de techniek van de opstanding er uit zal gaan zien. Het enige dat vaststaat is dat er een komende wereld is, de wereld waarin alle tranen gedroogd zullen zijn en God zelf op aarde zal wonen.

Er komt een wereld waar de Liefde zal regeren en waar alle kwaad verdreven zal zijn. Al die mensen die het goede zochten te doen en niets dan het goede zullen daar deel aan hebben. Als Jezus dat heeft uitgelegd volgt er een merkwaardige opmerking. Hij verwijst naar de passage in het oude testament waarin God zich voorstelt aan Mozes, “Ik ben de God van Abraham, Izaak en Jacob”, de God dus van de geschiedenis van het volk Israel. Die Abraham, Izaak en Jacob zijn volgens Jezus van Nazareth dus geen dode pieren uit een vervlogen historie maar levende getuigen van de macht van de God die zich aan Mozes voorstelt. Daarmee wordt de komende wereld waar Jezus over spreekt niet een wereld die er ooit wel eens zal komen, maar een wereld die er nu al is. Deze God die zich aan Mozes voorstelde was toch immers een God “die mee zal trekken”, en zo zelfs wilde heten. Daarmee is de vraag naar de opstanding van de doden, en alle vragen die daarmee samenhangen, van geen waarde meer voor mensen.

De vraag is of er al iets van de komende wereld in ons leven te bespeuren is. Worden alle tranen gewist en zijn wij daar dag in dag uit mee bezig? Worden de hongerigen gevoed en de naakten gekleed? Worden de gevangenen bezocht? Wordt de vrede gesticht? Net als bij de vragen naar het bestaan van God en naar de plaats van hemel kom je in de Bijbel telkens weer uit bij de vraag hoe mensen met elkaar omgaan. In het antwoord op die vraag is het antwoord op de vraag naar God te vinden. Dat antwoord is zelfs niet te vinden in een zogenaamde persoonlijke relatie met een god. Altijd vraagt deze God naar je relatie met de minsten onder ons, vanwege die vraag ,die God voortdurend stelt, is onze God meer dan nodig. Als God zich niet op die manier aan Mozes had geopenbaard moesten wij hem vandaag nog uitvinden.

Ze hielden hem echter in de gaten

maandag, 18 november, 2013

Lucas 20:20-26

Over privacy bestaan nogal wat misverstanden. We denken al snel dat privacy te maken heeft met prive. En met prive heeft niemand wat mee te maken maar als de overheid er naar wil kijken dan moet dat kunnen. Wij doen immers niks fout en als ze boeven kunnen vangen door iedereen af te luisteren en te bekijken dan moet dat maar. In dit verhaal over Jezus van Nazareth leren we dat we er toch voorzichtig mee moeten zijn. Als wij het goede willen doen en niets dan het goede dan zou daar niets verkeerds aan moeten zijn. Maar in de geschiedenis is het maar al te vaak zo dat machthebbers en rijken een hekel hebben aan het goede doen. Wij vinden het goed dat er een vrije en onafhankelijke pers is die ons bericht over wat de overheid doet zonder dat de overheid daar invloed op kan hebben. Maar zelfs onze eigen democratisch gekozen en gecontroleerde overheid breekt in in computers van onafhankelijke kranten om de berichtgeving te kunnen beïnvloeden voordat wij die hebben kunnen lezen.

In de dagen van Jezus van Nazareth werd ook hij in de gaten gehouden om hem te kunnen betrappen op uitlatingen die hem voor de rechter zouden kunnen brengen. De belasting werd in dit verhaal gebruikt als valkuil. De meeste rijken houden niet van belasting betalen en willen niet, net als de armen, meebetalen voor straten en straatlantaarns, huizenbouw, scholen en universiteiten en uitkeringen als je zonder loon komt te zitten. In de dagen van Jezus van Nazareth was dat niet anders. Maar de grote vraag was of zijn onverkorte trouw aan de Wet van eerlijk delen zoals die in de Tempel werd bewaard hem niet in conflict zou brengen met de bezetter. De belasting werd niet alleen door de Tempel geheven om die in stand te houden maar ook door de Romeinse Keizer. Jezus lost dat op door op de munt zelf te wijzen. Alle mensen zijn naar Gods beeld gemaakt, ook de Keizer van Rome.

God geven wat van God is betekent dus niets meer of minder dat je jezelf in dienst stelt van de liefde voor de naaste, voor de minste en dat je daar ook het beeld van God dat op de munt staat voor gebruikt, die Keizer is geen god maar net als jij en ik een beeld van God. Als je dat gelooft dan is er van trouw aan een vreemde keizer geen sprake, maar als je gelooft dat die keizer ook een god is, of met God niets van doen heeft, dan kun je rustig belasting betalen. De keus is dus niet aan Jezus maar aan jou en mij. Bemoeien wij ons in de democratische samenleving, met de keus voor de besteding van belasting, zijn we actief in het beïnvloeden van de politiek, of laten we de boel de boel. Dat is de keuze die Jezus van Nazareth ons vandaag voorlegt. De keus is aan ieder van ons.

Bang voor de reactie van het volk.

zondag, 17 november, 2013

Lucas 20:9-19

Wij zijn er aan gewend. Opiniepeilers vertellen je wekelijks, zo nodig dagelijks, wat het volk vindt. Noem een onderwerp en een opiniepeiler heeft er een vraag over gesteld.Opiniepeilingen zijn zo populair dat sommige TV programma’s hun eigen onderzoek hebben georganiseerd. Ze sturen ‘s morgens een mailtje rond om ‘s avonds duidelijk te maken dat de meerderheid van het volk het weer niet eens is met de regeerders in het land. De mening van het volk stuurt menig machthebber. Dat was al in de dagen van Jezus van Nazareth zo. Dat de machthebbers de erfenis van het volk Israel hadden verkwanseld aan de Romeinen om rust te houden kon ze niet schelen. Dat daarbij de armen, de zieken, de weduwen en de wezen buiten spel waren komen te staan kon ze ook niet schelen. Dat je juist die Romeinen de wind uit de zeilen kon nemen door je weer te gaan houden aan de Wet van eerlijk delen, aan het gebod je naaste lief te hebben als jezelf, ontging ze.

Die houding maakt Jezus van Nazareth maar al te duidelijk. De zorg die hij laat zien voor gewone, zwakke mensen die afhankelijk zijn van de luimen van de rijken en de machtigen maakt hem populair. Dat hetzelfde volk net zo gemakkelijk gemanipuleerd en opgezweept kan worden ontdekt hij misschien te laat, als hij aan het kruis hangt verzucht hij nog dat ze niet weten wat ze doen. In onze democratie speelt de mening van het volk een nog grotere rol. Eén maal per vier jaar immers mogen we stemmen op de partij die we aan de macht willen brengen. En elke partij wil de macht vergroten of in elk geval behouden. De opiniepeilingen zijn daarbij een probleem gaan vormen. We kennen immers de achtergronden van de meeste problemen en gepresenteerde oplossingen niet. We zijn niet in staat alle rapporten van wetenschappers en ambtenaren door te lezen en te begrijpen.

De meerderheid van het volk kiest dus gemakkelijk voor de eenvoudige slagzinnen. “Als je iets niet kent moet je er bang voor zijn” is de meest populaire slagzin. Die is al heel oud. Vroeger speelde die een rol tussen inwoners van verschillende dorpen en ook nu nog vallen er soms slachtoffers als bezoekers uit het ene dorp ruzie krijgen met bewoners van het dorp waar ze op bezoek zijn. Maar schelden op allochtonen en roepen dat immigratie op grond van geloof moet worden verboden is vager en gemakkelijker onder het volk te verkopen. Wie kent immers dat vreemde geloof van de Islam? Daar moet je dus bang voor zijn. Daar moet je dus vooral niet mee gaan praten, en zeker niet mee gaan eten. De Bijbel schrijft ons voor een paar keer per jaar te gaan eten met de vreemdelingen in ons midden. De Bijbel leert ons nergens bang voor te zijn, zelfs niet voor de dood. De Liefde van God overwint immers alle kwaad, heeft alle kwaad van de wereld al lang overwonnen.

Wie heeft u die bevoegdheid gegeven?

zaterdag, 16 november, 2013

Lucas 20:1-8

Je kunt toch niet zomaar de armen de bevrijding van de armoede verkondigen? Dat haalt de hele samenleving omver. Opnieuw een verhaal over Jezus van Nazareth. Net als vandaag de dag was ook in zijn dagen de vraag of de ordelijke samenleving belangrijker was dan het lot van de mensen. En met dat argument van de ordelijke samenleving worden de machthebbers van zijn tijd klem gezet. Johannes de Doper was immers een martelaar geworden. Onthoofd door Herodes, een koning waar, zeker het religieuze deel, de bevolking een geweldige afkeer had. Die koning regeerde niet namens de God van Israel maar namens de Romeinse Keizer die zichzelf ook als een god liet aanbidden. Als je nu antwoordt dat die Johannes de Doper opgetreden was namens zichzelf dan had je de poppen aan het dansen. Dan kozen de religieuze leiders van de Tempel de kant van de gehate Herodes.

Maar als ze hadden gezegd dat Johannes de Doper optrad op last van God zelf dan hadden ze zich moeten omkeren. Dan hadden ze zelf de bevrijding van de armen moeten gaan verkondigen. Het is het gedraai waar ook onze politici zo vaak voor staan. Moeten we de rijken beschermen in hun rijkdom of moet er toch worden gedeeld met de armen. In onze dagen hebben politici zelfs mensen in dienst die het draaien zo onder woorden brengen dat we het bijna niet door hebben, spin docters heten ze. Ook nu de allerrijksten op de lange termijn een heel klein beetje ontzien lijken te worden is het voor de verdedigers van de rijken niet genoeg, ook de gewone rijken moeten vrijgesteld worden van het delen met de armen. De leiders uit de dagen van Jezus van Nazareth lieten maar in het midden op grond waarvan Johannes de Doper optrad. Ze bleven daarmee aan de kant staan, het volk kon geloven wat het wilde, maar Herodes kon blijven regeren namens de Keizer in Rome.

De ordelijke samenleving kreeg daarmee de bovenhand boven de zorg voor de minsten in de samenleving. We moeten het zelf mogen beslissen klinkt het in onze dagen. En net als in de dagen van Jezus lijkt zelfbeschikking mooi maar betekent het in de praktijk dat we de beslissingen ver weg laten nemen. Als wij uit Europa stappen worden de beslissingen over onze welvaart en werkgelegenheid genomen in de kantoren van de multinationals, alleen een multi nationale regering kan daar tegen optreden. De boetes die aan zeer grote multinationals worden gegeven tonen dat aan.. Hoe onze samenleving zich ook ontwikkeld we kunnen en mogen ook niemand uitsluiten, waar men ook vandaan komt en wat men ook geloofd.. Dat niet iedereen uit de hele wereld hier kan komen wonen hebben we lang geleden al vastgelegd, maar iedereen heeft er recht op zelf een gezin te vormen waar liefde kan worden geoefend, de liefde die we in de samenleving zo hard nodig hebben. En iedereen moet kunnen meepraten zodat we samen voor de armsten en de minsten kunnen blijven zorgen, dat is nu ook meer nodig dan ooit.

Op Edom zet ik mijn voet.

vrijdag, 15 november, 2013

Psalm 108

De Nieuwe Bijbelvertaling heeft zo hier en daar soms verrassende vertalingen van de oorspronkelijk Hebreeuwse tekst. Tot en met de Naardense Bijbel werd hier vertaald dat op Edom mijn schoen geworpen werd. Een gezegde dat we in Nederland niet kenden tot voor kort. In de zeventiende eeuw werd deze psalmregel door Petrus Datheen nog vertaald als “en Edom het volk zo koen, verwerp ik als mijn oude schoen” een merkwaardig rijm dat mede aanleiding was om in 1773 een nieuwe meer vrijzinnig gekleurde berijming te maken van de Psalmen, maar hij voelde al aan wat er oorspronkelijk bedoeld was. Het werpen van je schoen naar iemand is in het Midden Oosten al vanouds een grove belediging. Je vertrapt iemand, de toegeworpene is minder dan het stof onder je voeten en dat is met Edom hier ook het geval. Een bijzondere Psalm met zulke platte verwensingen. De Nieuwe Bijbelvertaling maakt er tenminste weer een Psalm van die je zonder vrees in de keurige burgerlijke kringen kan voorlezen die je in kerken aantreft.

Psalm 108 die we vandaag met de kerken meezingen is op zich al een bijzondere Psalm. Er is namelijk niet zo veel origineels aan. In onze cultuur is het overschrijven van andermans werk,zonder die ander te noemen,  plagiaat genoemd, een grove zonde die je aanzienlijke posities kan doen verliezen. In de Bijbel is het heel gewoon. Deze Psalm is bijvoorbeeld samengesteld uit delen van de Psalmen 57 en 60. Geleerden vermoeden dat de Psalm is ontstaan bij een liturgische plechtigheid waar de onderdelen uit de beide Psalmen zeer bij pasten maar waar het toch te ver ging die twee psalmen in hun geheel te zingen. De passende delen bij elkaar tot een nieuw lied maken lost dan je liturgische problemen op. In onze Kerken zingen we ook wel eens een keus uit de coupletten van een lied omdat alle coupletten van dat lied te zingen weer wat te veel zou zijn.

De Psalm bezingt de grootheid van de God van Israël. Een grootheid die Israël zelf grootser maakt dan de omringende volken, Moab, Filistea en Edom. Die hadden natuurlijk ook hun eigen goden. Nu kun je wel plagend roepen dat die goden afgoden waren die ze zelf hadden gemaakt en die dus ook niet werkten maar daarmee maak je je eigen God niet groot. De dichter van de psalmen die ook deze Psalm vormen heeft dat opgelost door een heel oude aanduiding voor de God van Israël te gebruiken. Niet de gebruikelijke Naam bestaande uit vier medeklinkers die iets zou moeten betekenen als Ik zal er zijn, maar het “Elohiem” de godsnaam in meervoud waarbij van alle goden alleen de God van Israël iets betekent, alle goden vallen hier samen met de God van Israël. Vernedender kan het voor de goden van de omringende volken niet zijn. Ook voor ons bevat dit een boodschap. Wij kunnen nog zo hard de goden van winst en profijt nastreven, denken dat rijkdom ook genade van God betekent en armoede straf van God, het tegendeel is waar. Uiteindelijk zullen de rijken moeten delen om de armoede op te heffen op de wereld. De God die dat voorschrijft is namelijk de sterkste macht op aarde. Wij mogen elke dag opnieuw zijn helm en zijn scepter zijn, ook vandaag weer.

Er een maaltijd aan hebben.

donderdag, 14 november, 2013

2 Koningen 4:38-44

Vandaag twee verhalen over eten. Twee verhalen die bij elkaar horen.Want het belang van  eten wordt ons kennelijk pas duidelijk als er hongersnood is. Het verhaal begint dan ook met vertellen dat er hongersnood is in het land. Nu zijn er in de Hebreeuwse Bijbel zoveel verhalen over hongersnood dat het kennelijk een gewone zaak was. De oorzaken zijn ook duidelijk, de oogst werd soms geroofd door buurvolken, sprinkhanen konden de oogst opeten en de regen kon uitblijven en dan verdorde de oogst bij gebrek aan water. Er is één oorzaak die niet bij name wordt genoemd in de Bijbel. In de Wetten van Mozes staat dat elke zeven jaar het land rust moest krijgen. Dan mocht er niet gezaaid en niet gemaaid worden maar dan moest je eten van hetgeen er spontaan uit de aarde opgroeide. Daar gaat dus het eerste verhaal over. Als Elisa tijdens een hongersnood met leerling profeten bijeen zit dan geeft hij de opdracht om linzensoep te maken, het rode dat we kennen uit de verhalen van Esau en Jacob.

Maar linzen waren er niet. In het wild moest gezocht worden naar dat wat eetbaar was. En de profeet die was gaan zoeken kwam thuis met vruchten van de kolokwint. Wij kennen die niet in onze groeten en fruitwinkel en dat is maar goed ook. De vrucht lijkt wel wat op die van een kleine meloen. Deze vruchten worden ook wel Sodomsappelen genoemd en dan zijn we gelijk thuis. De vruchten doen het omgekeerde van wat vruchten doen, ze voeden niet, ze doden. Dat lijkt dan ook het effect te zijn. Ze zijn bitter als gal en je gaat er van overgeven en krijgt een enorme buikloop. Nu is bij honger en rampen buikloop, dysenteria, een dodelijke en gevreesde ziekte. Geen wonder dat de profeten roepen dat er dodende woorden in de pot zitten. Elisa blijft nuchter en past de truc toe die al lang bekend was, een handvol meel doet het effect van de Sodomsappelen teniet Een handvol meel maakt dat er voor iedereen te eten is. En met een handvol meel zijn we bij het tweede verhaal gekomen.

Dan komt er iemand met een zak vol gerstebrood, het brood voor de armen dat geoogst werd in de tijd van het Pesachfeest, de herinnering aan de bevrijding uit Egypte, het land van de dodelijke slavernij. Maar met een handvol broden kan een profeet zijn leerlingen niet te eten geven. Zelfs niet met vijf broden en twee vissen. Het verhaal over de spijzigingen door Jezus van Nazareth is dan ook de uitleg van de verhalen over de wonderbare spijzigingen door Elisa. Want naast de broden is er ook een zak vol graan, gerstekorrels. Die kun je malen en daar kun je de ongezuurde broden van bakken die horen bij dat bevrijdingsfeest. En als iedereen met elkaar deelt dan blijkt altijd weer dat er genoeg is en dat er op het eind zelfs overblijft. De hongersnoden waar wij van horen en waar wij voor in beweging moeten komen  worden dan ook altijd veroorzaakt door de weigering om echt met elkaar te delen. Om te zorgen dat ook arme boeren het loon ontvangen voor hun oogst dat ze verdienen. Ook wij kunnen de wereld voeden. Er groeit genoeg dat eetbaar is, het land hoeft niet te worden uitgeput en als we echt delen dan houden we zelfs nog over en is er nergens honger meer. Vandaag kunnen we er mee beginnen.

 

Kan ik echt niets voor haar doen?

woensdag, 13 november, 2013

2 Koningen 4:8-37

Je zou toch zeggen dat zo’n vrouw, die een kamer op het dak van haar huis bouwt en die meubileert, dat voor haar eigen belang doet. Het lijkt toch zeer aantrekkelijk zo’n profeet, een godsman, op zolder te hebben die zo af en toe in ruil voor jouw gastvrijheid een wens kan vervullen, of God kan vragen een wens voor jou te vervullen. De Sunamitische, die zonder naam blijft,  vraagt niets voor zichzelf, al heeft ze een grote wens, een zoon, een kind te krijgen. Want in een samenleving zonder pensioenvoorzieningen tel je als vrouw pas mee als je tenminste één kind hebt. Maar zelfs dat vraagt ze niet aan de profeet. Kennelijk is het haar genoeg door haar gastvrijheid dichter bij God te komen, te doen wat God vraagt, dat we delen zonder daar zelf beter van te willen worden. Protestanten willen graag een voorbeeld kunnen nemen aan de knecht Gechazi. Zonder dat de vrouw wat gezegd heeft ziet hij haar diepste wens, hij kent haar positie in haar samenleving en weet wat dat voor haar kan betekenen.

Ook Eliza ziet in dat die wens in vervulling moet gaan en dus ook zal gaan als ze er maar openlijk over weet te praten. Hij brengt het gesprek er over op gang en jawel, binnen een jaar is de zoon geboren. Een gesprek op gang brengen over de diepste wensen van iemand is moeilijk genoeg. Het begint er mee het aan te durven te praten over dat wat jezelf bezig houdt, om in elk geval te vertellen dat wat we graag willen ook gezegd mag wezen. Niet alleen in een gebed dat uitgesproken wordt in de binnenste binnenkamer, maar ook met je geliefden, met je naasten. Want houden van je naasten als van jezelf is ook houden van jezelf. En als je je naasten zover weet te krijgen, dan volgen de wonderen vanzelf. Maar wonderen komen niet als je ze nodig hebt, ook niet in dit veraal. Het kind krijgt een zonnesteek   Al hoeft dat kind dus niet dood te zijn, maar bewusteloos is het in elk geval. De moeder kent de teleurstellingen van het leven maar heeft ook vertrouwen in de Godsdienst van de profeet. Kennelijk viert ze de religieuze feesten die in de oude boeken van Mozes worden genoemd, het maanfeest en de sabbath. Ze weet ook de weg naar het heiligdom op de Karmel, een heiligdom voor de God van Israël dat nog door Elia weer in ere was hersteld.

Daar verwijt ze de profeet Elisa haar hoop te hebben gegeven, een hoop waar ze niet om heeft gevraagd. En weer vergist Elisa zich. Want weer vraagt de vrouw niets voor zichzelf, zelfs niet het leven voor haar kind. Elisa beantwoord die niet gestelde vraag door zijn knecht met zijn staf naar het kind te sturen. Een staf van een Godsman heeft immers vaak een magische kracht. Maar een staf van een Godsman is geen toverstaf. Het is niet meer dan de staf van Sinterklaas, een symbool voor ambt en waardigheid, je kunt er op steunen in tijden van nood en voor een lange wandeling kan het een houvast zijn. Als je echt iemand wil helpen dan moet je zelf op pad en de handen uit de mouwen steken. Wonderen op bevel zijn er niet bij. Elisa zal mond op mond beademing moeten toepassen. Zijn adem gebruiken om de ademhaling van het kind weer aan de gang te krijgen. Zoals Gods adem de eerste mens, uit rode aarde gekneed, het leven gaf. En dat helpt uiteindelijk. Dat kan ook vandaag helpen. Als wij stem geven aan de hongerigen, aan de naakten. Als we verder durven gaan dan het geven van geld voor verre projecten, maar bereid zijn om ook iets van onszelf te geven, als we bereid zijn rechtvaardige handelsverhoudingen tot stand te brengen.  Daar zullen we ons vandaag op moeten richten.

Wat hebt u nog in huis?

dinsdag, 12 november, 2013

2 Koningen 4:1-7

Het ergste wat een weduwe kan overkomen is het moeten verkopen van haar kinderen. De weduwe uit het verhaal van vandaag schreeuwt het daarom uit tegen Elisa. Haar man was een volgeling van Elisa geweest en had dus de mond vol gehad van het rechtdoen aan de weduwe en de wees. Voorbeelden van het heb Uw naaste Lief als Uzelf die graag door de profeten worden gebruikt. En denk nu niet dat het verkopen van kinderen om schulden af te betalen tegenwoordig niet meer voorkomt. Bij tal van schandalen in de adoptieindustrie of de sexindustrie komen deze praktijken weer naar boven. Juist daarom wordt in de Bijbel zo sterk de nadruk gelegd op het beschermen van de weduwe en de wees. En ook vandaag kunnen we ons die waarschuwing ter harte nemen. Daarbij gaat het niet alleen over het verbieden van die verkoop van de kinderen.

In de tijd van Elisa konden kinderen een tijdje slaaf worden bij een schuldeiser. Langer dan zeven jaar zou dat niet moeten duren. Daar was duidelijke wetgeving voor, maar ja de rijken houden zich lang niet altijd aan dat soort wetten. Elisa neemt een andere weg om de weduwe te helpen. Een weg die we tegenwoordig kennen onder de naam microkrediet en die we met de toenemende werkloosheid vanwege de economische crisis zelfs in ons land in ons achterhoofd moeten houden. Want we denken zo vaak dat mensen die in problemen zijn gekomen niks meer in huis hebben. Ze krijgen het imago zwak te zijn en tot weinig in staat. Een zeer onrechtvaardig imago want mensen die door de crisis werkloos worden hebben die werkloosheid niet aan zichzelf te wijten. Integendeel ze hadden een baan waarin ze kennelijk tot grote tevredenheid hebben gewerkt. Het zijn mensen die dus wel degelijk wat in hun mars hebben en die ook zeer gewaardeerd mogen worden. Verstandige werkgevers die nog vakatures hebben springen op deze werklozen af om de allerbesten er uit te pikken.

Maar Elisa wijst nog een weg. Die van de beginnende handel. Een kruikje olie is genoeg, als je daarmee de kruikjes van de buren vult heb je ineens niet alleen genoeg voor jezelf maar ook het begin van een handeltje. En daar die buren allemaal wel wat achterlaten moet dat lukken. Een microkrediet is vaak genoeg om een eerste start voor een nieuw bedrijf mogelijk te maken. Als buren, familie en vrienden bereid zijn allemaal wat te delen van wat zij nog in huis hebben dan wordt dat bedrijf ook mogelijk. Banken, gemeenten en vakbonden kunnen gevraagd worden om die microkredieten in te zetten als wapen tegen de werkloosheid. Ook al voelen we ons onmachtig een zo groot probleem aan te pakken, we hebben van meer in huis dan we dachten. Kinderen verkopen hoeft in onze samenleving niet, dat is iets wat we in echt arme landen mogen bestrijden. Wij kunnen het ons permiteren te vragen waar die goedkope spullen in de winkels vandaan komen en produkten die gemaakt worden met kinderarbeid weigeren. Maar wij kunnen ook letten op mensen die iets in huis hebben, hier en in arme landen, en hen de kans geven een handeltje te beginnen, Fair Trade noemen we dat zo tegen het einde van November. Dat is pas echte hulp, dat vraagt echt delen, daarmee kunnen we vandaag beginnen.

Is er hier geen profeet van de HEER?

maandag, 11 november, 2013

2 Koningen 3:1-27

We willen altijd graag weten hoe een onderneming zal aflopen. Is er winst of verlies? Wie zal het zeggen. Over het lot van de mensen wordt niet nagedacht. Lees maar in dit verhaal uit de Bijbel. Drie koningen trekken er op tegen een opstandeling. De ambtenaar in Moab die belast was met het toezicht op de veeteelt, daar ook de belastingen over moest ophalen, had zich tot koning uitgeroepen en was in opstand gekomen. Als er een nieuwe koning kwam dan kreeg je gemakkelijk opstanden in de buitengewesten. De Bijbel is nog mild in haar mededelingen. Bij opgravingen is een inscriptie teruggevonden waar staat vermeld dat hij het gebied ten noorden van de Arnon tot aan de Nebo veroverde op het koninkrijk Israël. Reden genoeg voor tegenmaatregelen want zoiets kunnen regeringen en koningen niet dulden nietwaar. En daar gaan de drie koningen met al hun soldaten. Tactisch de juiste route, de weg die je tegenstander niet zal verwachten, door de woestijn.

Echt een onverwachte keuze want wie gaat er nu met een heel leger aan soldaten en alles wat er voor de verzorging bij hoort de woestijn in. Daar kwamen ze dus achter want het water raakte op. Goede raad is duur. Maar in Juda was nog de herinnering aan de God van Israël en aan profeten die vertelden hoe die God het gehad had willen hebben. Hadden ze in Israël ook niet zulke profeten? Waren er geen profeten meegetrokken om er voor te waken dat het onrecht, Israël aangedaan, ongedaan gemaakt zou worden? En jawel, Elisa is er bij, de opvolger van Elia. Dat hij het was die het water over de handen van Elia uitgoot was een manier om te zeggen dat hij de opvolger van de profeet was. De koning van Juda herkent dat direct. Hadden wij nu ook maar zulke profeten in ons midden zeggen sommigen. Dan hadden we geen financiële crisis gehad. Onzin natuurlijk. Net als de drie Koningen die ten strijde trokken door de woestijn waren ook onze leiders en toezichthouders blind en doof voor alle waarschuwingen en de gevolgen voor de armen.

 Voor Elisa is het een uitgelezen gelegenheid om de verschillen tussen de koning van Israël en de koning van Juda aan te geven. In Israël werd ook Baäl aanbeden en Baäl had eigen priesters en eigen profeten. Joram kent de afkeer van de afgoden en schuift het probleem dat ze hebben in de schoenen van de God van Israël. Als God machtig was dan zou hij de ellende in de wereld wel weg nemen. Dat hoor je vandaag de dag ook nog wel eens zeggen. En omdat God niets doet bestaat die dan niet. Nu is dat een echte onzin redenering. Want ook de meeste mensen doen niks tegen de rampen die ons overkomen en waar we wat aan zouden kunnen doen. En die mensen bestaan toch ook. God roept ons om er juist wel wat aan te gaan doen, om je naaste lief te hebben als jezelf. In het verhaal dat we vandaag lezen is het dan ook Josafat, de koning van Juda, die voldoende respect heeft opgeroepen om Elisa te verleiden te vertellen wat hij ziet. Want juist de gerichtheid op de Liefde voor de naaste maakt dat je de dingen opvalt die je nodig hebt om te helpen. Dan zie je dat er onrechtvaardige handelsverhoudingen zijn. Dan kun je zelfs de wereld veranderen, ook vandaag weer.