Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor november, 2013

Zeven jaar als vreemdelingen

zaterdag, 30 november, 2013

2 Koningen 8:1-6

Soms staat er in de Bijbel tussen de regels meer dan in het eigenlijke verhaal. Dat maakt de Bijbel niet moeilijker om te lezen maar wel spannender. Het verhaaltje dat we vandaag lezen is daar een voorbeeld van. Het is een verhaaltje dat er zomaar tussendoor staat. We hadden al een verhaal gelezen waarin de knecht van Elisa, Gechazi, betrapt was op het innen van zilver van Naäman, de generaal uit Aram. In het verhaal van vandaag duikt Gechazi weer op en nu als verhalen verteller over Elisa aan de Koning. Sommige geleerden denken dat de volgorde van de verhalen door de war is geraakt, maar het zou ook best kunnen dat er tussen de regels staat dat die verhalen van Gechazi niet zo heel erg betrouwbaar zijn. Verhalen over doden die tot leven gewekt worden kun je immers maar moeilijk geloven.

Het verhaaltje van vandaag gaat overigens niet over het dode kind dat tot leven werd gewekt maar over honger en grond om van te leven. Toen het volk Israël uit de woestijn was gekomen en het beloofde land had veroverd had Jozua het land verdeeld onder de families. Nauwkeurig was er opgeschreven wie welk stuk land had gekregen. Van dat stuk land moest je familie altijd kunnen leven. Elke zeven jaar moest je dat stuk land rust gunnen. En als je tot armoede was vervallen en het land had moeten verkopen moest je familie het na zeven  maal zeven jaar, dus in het vijftigste jaar, weer terugkrijgen. Dat jaar heet in de Bijbel het jubeljaar. Profeten zijn op die regels altijd teruggekomen. Het was als een verzekering tegen armoede voor de zwaksten. Ook als het niet goed in je leven zou gaan kun je altijd terug vallen op het recht op een eigen akker. En daar gaat dit verhaal over. Want vanwege een hongersnood had de vrouw uit Sunem het land moeten ontvluchten. Als vreemdeling had ze moeten wonen bij de Filistijnen. Maar de wetten van God had ze kennelijk niet vergeten want toen ze terugkeerde deed ze een beroep op de koning om haar haar eigen land weer terug te geven.

Dat zou de enige reden moeten zijn voor de koning om dat ook te doen. Daarmee zou hij haar immers recht hebben gedaan en haar weer een plaats gegeven hebben in de eigen samenleving van Israël. Maar er zijn soms tranentrekkende verhalen nodig om ons in beweging te brengen. Hier is het een verhaal van Gechazi dat de koning in beweging brengt. Erg is dat niet want uiteindelijk gaat het er om dat de arme recht gedaan wordt, dat mensen weer een eigen plaats krijgen in de samenleving. En daarmee is het ook een les voor ons. Misschien is de hulp die we geven overdreven, misschien drijft de televisie het leed wel over en wordt er meer gegeven dan strikt noodzakelijk. Maar als we er in slagen mensen weer een plaats te geven in een samenleving waar ze meetellen en zelf een bijdrage kunnen leveren dan doen we mensen pas recht. En dan doen we recht aan  de Wet van God om je naaste lief te hebben als jezelf. Tussen de regels door gaat daar het verhaaltje over van vandaag.

Als we hier blijven zitten, sterven we ook

vrijdag, 29 november, 2013

2 Koningen 7:1-20

Rond het ontzet van Leiden in 1574 is er een vergelijkbaar verhaal van iemand die door de honger gedreven op de ochtend van de derde oktober in alle vroegte naar de Spaanse linies sluipt om daar tot de ontdekking te komen dat de Spanjolen zijn verdwenen en dat er een verse pot hutspot op het vuur klaar staat. In het verhaal dat we vandaag lezen is het nog sterker. Hier zijn het de mensen die buiten de samenleving geplaatst zijn, de lijders aan huidvraat, die besluiten hun geluk te beproeven bij de vijand. Zij zetten de angst voor de dood van zich af en dat brengt hun het leven. Niet alleen vinden ze daar voedsel maar ook goud en zilver. Toch is het niet goed om alles voor jezelf te houden en zo keren ze terug naar de stad om het goede nieuws te vertellen.

Wat nu de vijanden van Israël op de vlucht heeft gedreven is niet geheel duidelijk. In Leiden was dat het opkomende water en in Alkmaar was dat een jaar eerder het slechte weer geweest. Wellicht dat ook hier een onverwachte tropische stortbui de indruk heeft gewekt dat er een heel leger met paarden en wagens in aantocht was. De koning van Israël had nog moeite genoeg om te gaan kijken omdat ze zelfs de meeste paarden hadden opgegeten, maar inderdaad de Arameeërs waren op de vlucht geslagen, ze hadden hun uitrusting en kleding langs de weg gegooid. Toen kon de hele bevolking zich aan het eten zetten en de schade inhalen. In zo’n geval daalt de prijs van het voedsel aanzienlijk. Dat had de profeet goed gezien, als de stad gered wordt dan is er een overvloed aan voedsel beschikbaar. Mensen lopen je dan gemakkelijk onder de voet. Is dat dan een mooi einde van een spannend verhaal met de gerechte straf voor de adjudant van de koning die niet geloofde wat de profeet hem had verteld?

Misschien moeten we het ook als een waarschuwing zien. Er wordt nog al eens gemakkelijk gesproken over afhankelijkheid die hulp zou oproepen. Er is een voedselramp, door oorlog, aardbeving of droogte en we sturen massaal ons voedsel dat over is er heen. Mensen sterken weer aan en tot zo lang blijft het geven van voedsel een gegeven. Als we te lang wachten dan ontstaat opnieuw oorlog over het voedsel dat gebracht wordt en worden mensen onder de voet gelopen. Als we te lang blijven geven en niet zorgen voor het opnieuw op gang brengen van de landbouw dan worden mensen afhankelijk en blijven ze afhankelijk. Als we de landbouw weer op gang gebracht hebben moeten we ook zorgen voor een eerlijke markt. Concureren met gratis voedsel houdt geen enkele boer vol. De lage prijs van graan in dit verhaal over Elisa is dus niet alleen een teken van de macht van de God van Israël maar ook een waarschuwing om recht te doen aan mensen. Mensen kunnen voor zichzelf zorgen, aan ons om daar de voorwaarden voor te scheppen als mensen het tijdelijk niet meer kunnen.

U zult het met eigen ogen zien

donderdag, 28 november, 2013

2 Koningen 6:24-33

In een oorlog gebeuren de meest gruwelijke dingen. De verhalen er over worden nog eeuwen later verteld. Zo wordt in ons land eind augustus het ontzet van Groningen gevierd en begin oktober de victorie voor Alkmaar en het ontzet van Leiden. Ook over de mensen in die laatste stad worden gruwelijke verhalen verteld. Ook daar zou het eten van mensenvlees zijn voorgekomen omdat alles schoon op was. In dit verhaal krijgt Elisa de schuld. Hij was het die het leger van Aram zo misleid had dat het vernederd werd en lange tijd niet meer in Israël durfde binnenvallen. In Aram konden ze zijn bloed wel drinken en de koning van Israël had bedacht dat toegeven aan die woede wel eens de redding van Israël zou kunnen betekenen. Maar Elisa wijst er nog eens fijntjes op dat zoals de waard is hij de gasten vertrouwd. Politici die de mond vol hebben over de schanddaden van vreemdelingen zijn kennelijk zelf niet vrij van schuld aan dat soort schanddaden.

We zullen het telkens opnieuw moeten leren. Elisa blijft vertrouwen op God. Als de nood het hoogst is dan moet de redding wel nabij zijn. Onverschrokken treedt hij zijn belagers tegemoet. En wie blijft vasthouden aan geweld en onrecht om geweld en onrecht te bestrijden zal er zelf door omkomen. Dat is de les die Elisa de adjudant van de koning wil leren en dus ook aan ons wil leren. En nemen wij die les ter harte? Het lijkt er niet op. De vooroordelen over de kinderen van vreemdelingen blijven ons in de oren klinken alsof het de grootste waarheden zijn. Ongelovig klinken de vragen van journalisten als onderzoekers de vooroordelen ontzenuwen en aantonen dat niet de eigen cultuur tot misdaden leidt maar dat het de aanpassing aan onze cultuur is die de schuld draagt. Als wij iemand als crimineel blijven bestempelen en hem uitsluiten van opleiding, werk en toekomst dan rest hem niet anders dan zich aan te passen aan wat wij hem toedichten en te vervallen tot de criminaliteit die wij van hem verwachten.

Zelfs een uitstekend voorbeeld als de huidige burgemeester van Rotterdam wordt niet vertrouwd om zijn afkomst en het kost hem soms zichtbaar moeite te blijven wie hij wil zijn en niet te vervallen tot wat de laffe angsthazen beweren dat hij zou moeten zijn. Voor mensen die in de ellende zitten die ook de bewoners van Samaria overkwam is de les dat alle ellende uiteindelijk over gaat als men samen de ellende weet te weerstaan, als men tot het einde toe weet te blijven delen wat men heeft, tot het laatste toe. Na het ontzet van Leiden wordt ook het ontzet van Alkmaar gevierd, daar werd de kiem gelegd van wat zou uitgroeien tot wat nu onze welvarende rechtstaat is. Willen we die rechtstaat en die welvaart behouden dan zullen we bereid moeten zijn te delen wat we hebben en de mensen die in ons land wonen echt recht te doen. Daar kunnen we vandaag mee beginnen.

Zet hun een maaltijd voor

woensdag, 27 november, 2013

2 Koningen 6:8-23

In heel veel beschouwingen kom je de suggestie tegen dat het advies van Jezus van Nazareth om zelfs je vijanden lief te hebben iets geheel nieuws was en dat je dat alleen bij hem terug zou vinden. In het gedeelte dat we vandaag lezen zien we dat ook de Profeten van Israël al hebben geprobeerd de liefde waartoe God had bevolen ook te doen uitstrekken naar de vijanden van Israël. In het verhaal dat we vandaag lezen doet Elisa twee dingen. Hij beschermt de bevolking van Israël en het leger van Aram. In een oorlog worden niet alleen soldaten het slachtoffer maar vooral ook de gewone bevolking. Als het gaat om Afghanistan denken wij over het algemeen in de eerste plaats aan de tientallen soldaten van ons eigen leger die daar gesneuveld zijn maar we herdenken niet de honderden, misschien duizenden, Afghaanse vrouwen, kinderen en mannen van allerlei leeftijden die daar zijn omgekomen. Al helemaal niet denken we aan de vijanden die bij die oorlog tot nu toe omgekomen zijn.

Dat laatste is ook erg moeilijk. Het heeft tientallen jaren geduurd voordat in Nederland Duitsers werden toegelaten bij herdenkingen van de Tweede Wereldoorlog. Dat terwijl er toch ook Duitsers zijn geweest die zich in de Tweede Wereldoorlog samen met Nederlanders hebben verzet tegen de Nazi praktijken. Elisa zorgt dat de legers van Aram steeds op lege plekken komen. En een anarchistische slagzin luidt: “Als niemand naar de oorlog gaat, wordt er ook niet gevochten”. Het is een Bijbels gegeven leert ons dit verhaal .Uiteindelijk brengt zo’n verzetsdaad ook jezelf in gevaar. Elisa dreigt gevangen genomen te worden maar weet de soldaten van Aram mee te nemen naar Samaria waar het hoofdkwarties van Israël is en waar de koning woont. Daar worden de vijandelijke soldaten niet gedood maar krijgen ze een maaltijd. Ondanks de plunderingen van het land, die hoorden immers bij oorlogen in de tijd van Elisa, krijgen de soldaten van Aram het voedsel waar ze op uit waren om niet.

Delen van wat je hebt, zelfs met je vijanden, kan uiteindelijk de vrede brengen,  want, zo staat geschreven, de Aramese benden deden geen invallen meer in Israël. Is dat liefhebben van vijanden dus een zachtaardig idealisme waarvoor in een harde samenleving geen plaats is? Het geweld waar het kwaad zich van bedient zal inderdaad soms met kwaad beantwoord worden. Maar het kwade kan nooit het goede voortbrengen. Als het goede ontbreekt zal een conflict ook nooit ten goede keren. Daarom zal in Afghanistan ook onderhandeld en gesproken moeten worden met de Taliban, daarom zullen Palestijnen en Israëli rond de tafel moeten gaan zitten en een overeenstemming moeten bereiken, daarom zullen Amerika en Cuba samen moeten gaan werken aan vrede en welvaart voor de regio. Daarom mogen we blij zijn met het nucleare accoord met Iran. Daarom zullen wij om vrede en gerechtigheid moeten blijven vragen zolang we horen van oorlogen en geruchten van oorlogen.

Ik had hem te leen!

dinsdag, 26 november, 2013

2 Koningen 6:1-7

Vandaag weer zo’n echt volksverhaal, zoals we in de boeken 1 Koningen en 2 Koningen wel meer tegenkomen. Het zou jammer zijn als dit verhaal blijft hangen vanwege de tovenarij die er in voorkomt. Een tak in het water gooien en dan denken dat het ijzer net gaat doen als de tak en dus ook gaat drijven klinkt mooi, maar helaas gebeurt het nooit. Maar het verhaal gaat over andere zaken dan de tovenarij van een profeet. De profetenschool uit dit verhaal is dan ook niet te vergelijken met de school uit de verhalen van Harry Potter. Hier leren jonge profeten niet hoe ze moeten toveren maar hoe ze de Wet van Heb-Uw-Naaste-Lief-Als-Uzelf moeten toepassen. En voordat wij dat verhaal kunnen begrijpen moeten we ons eerst inleven in de omstandigheden van de hoofdpersonen.

Het verhaal speelt zich af in het ijzertijdperk. IJzer was een kostbare delfstof en het ijzeren blad van een bijl was net zo kostbaar als een diamant in onze dagen. Lenen van een dergelijk kostbaar gebruiksvoorwerp was dan ook niet vrijblijvend. Met dat lenen laadde je een grote verantwoordelijkheid op je. Als je het kostbare voorwerp niet terug kon geven dan gaf je je over aan de willekeur van de schuldeiser. Waar horen we dat dezer dagen toch ook? Als je leent en je kunt het niet terugbetalen, dan geef je je over aan de willekeur van de bank die je het geld heeft geleend. Die bank is in staat je hele huisraad te laten verkopen. Als de schuld dan nog niet is afbetaald dan wordt er beslag gelegd op je inkomen, soms jaren en jaren lang. Een minimum blijft over, nauwelijks genoeg om van te leven. Gelukkig kennen wij de schuldhulpverlening die regelingen met schuldeisers kan treffen waardoor je binnen een termijn die te overzien is van je schulden af bent. Maar als je de bank voorrang hebt verleend op het innen van je schulden boven je andere schuldeisers dan kan een regeling niet worden getroffen en loop je de kans nog meer kwijt te zijn.

In de dagen van Elisa kon zo’n grote niet terug te betalen schuld betekenen dat je jezelf of je kinderen en jezelf moest verkopen en als slaaf gaan werken en je kinderen als slaaf laten werken. Er zaten wel grenzen aan de duur van de slavernij maar jouw leven en dat van je gezin was voor jaren, soms voor generaties ontwricht. Volgens de wetten kon je nageslacht pas na 50 jaar weer opnieuw beginnen, maar die wet werd nooit toegepast. Het verhaal van vandaag zegt dus eigenlijk dat Elisa alles wat hij had in het werk stelde om zijn collega profeet die vernedering te besparen. En worden mensen die geleend hebben of willen gaan lenen in onze samenleving ook zo beschermd? Wij kunnen geen tovertrucs uithalen en schuldhulpverlening is altijd achteraf. Echt strenge voorwaarden aan het uitlenen van geld en strenge controle op banken die leningen verstrekken kennen wij niet De banken lenen alleen niet uit omdat ze eerst geld moeten oppotten, geld dat ze verloren door hun hebzucht.. Wie de ellende ziet van mensen die in handen gevallen zijn van kwaadwillende banken zou strenger toezicht willen. Wellicht moeten we er daarom wat harder om vragen. Een tak in het water gooien, rimpels maken in een schijnbaar ordelijke samenleving, zodat mensen in nood op een menselijke wijze van hun ellende af kunnen komen.

Is dit de manier om aan zilver te komen

maandag, 25 november, 2013

2 Koningen 5:19b-27

Er is een andere manier dan die Elisa had gehanteerd om Naäman te genezen. Elisa had Naäman nauwelijks willen zien. Hij had geen tovertrucs uitgehaald en ingewikkelde spreuken geroepen. Hij had Naäman geen vreemde capriolen laten uithalen en, wat misschien het belangrijkste was, hij had geen geschenken aangenomen. Het enige wat hij deed was Naäman adviseren zich zeven maal in de Jordaan te baden. Het geloof in de God van Israël moet genoeg zijn. Maar het kan ook anders. De knecht van Elisa, Gechazi had aan de genezing van die rijke generaal uit Aram wel het een en ander willen verdienen. Maar goede raad is duur. Het is duidelijk dat Elisa van dat soort praktijken niks moet hebben. Dus ging Gechazi Naäman achterna en ontfrutselde hem met een smoes een paar kostbare geschenken. Die verstopte hij en met een vroom smoel melde hij zich weer bij Elisa. Hij was nergens geweest.

Nu dat heeft hij geweten, want hij was dus voortaan nergens. Hij kreeg de ziekte waarvan Naäman genezen was. Zo vergaat het leugenaars die willen verdienen aan de genezing van ernstig zieken. En toch blijven er door de eeuwen heen telkens mensen die willen profiteren van het ongeluk van anderen. Tot in onze dagen toe. En niet alleen de kwakzalvers, instralers, magische stenenverkopers, kruidenmengers en gebedsgenezers. Zelfs eerbiedwaardige pharmaceutische industrieën met dubbel goedgekeurde medicijnen die alleen op recept mogen worden verstrekt maken zich schuldig aan de praktijken die op het gedrag van Gechazi lijken. Ze verleiden artsen met cadeau’s en pseudo congressen in luxe oorden om juist de medicijnen van hun merk voor te schrijven. Artsenbezoekers die voorlichting komen geven over de ontwikkelingen in nieuwe medicijnen delen ook cadeautjes uit om sympatie te wekken voor de geneesmiddelenfabriek die zij vertegenwoordigen.

En als mensen steeds gezonder gaan leven en dus steeds minder vaak die medicijnen nodig hebben dan worden lichte ongemakken als ernstige kwalen gepresenteerd waarvoor artsen de passende genezing voorhanden hebben. Elke gewone verkoudheid is met tien dagen weer over maar het aantal medicijnen dat je zogenaamd kan genezen van een verkoudheid, door ze gewoon tien dagen te gebruiken, is legio. Sinds de dagen van Gechazi is er niks veranderd. Controle op de pharmaceutische industrie is er nauwelijks, zij horen immers ook bij de vrije markt. Het meest erge is dat vanwege de hang naar winst en meer winst medicijnen voor de allerarmsten in de wereld bijna onbereikbaar zijn geworden. Om te voorkomen dat wij ze kopen in arme landen zijn medicijnen ook daar duur, net zo duur als bij ons en dus onbereikbaar voor de armsten. Daar zouden we wat aan kunnen doen door pharmaceutische industrieën te weren uit de vrije markt. We zullen het verhaal daarom moeten blijven vertellen anders vergaat het ons uiteindelijk net als Gechazi, we krijgen de ziekten van hen die we hun geld uit de zak hebben geklopt.

Merken dat er in Israël een echte profeet woont.

zondag, 24 november, 2013

2 Koningen 5:1-19a

Soms is het bijna jammer dat wij de afgodendiensten niet meer kennen. Wij hebben geen weet van grote Tempels met prachtig versierde beelden waar een hele samenleving rond is gebouwd. Dat  is soms jammer omdat we dan de betekenis van die hele kleine, schijnbaar onbelangrijke, mededelingen in de Bijbel niet meer herkennen. Zoals in het begin van dit verhaal over Naäman, de bevelhebber van het Aramese leger. Want waarom had die zo’n groot aanzien? Omdat de God van Israël hem een grote overwinning had laten behalen staat er. Dat wist hij zelf nog niet, want toen hij ziek werd moest een slavinnetje uit Israël hem wijzen op de profeet in Samaria. En natuurlijk ging hij niet naar een Profeet, maar naar de Koning. De Koning van Israël zou toch wel het beste weten wie hem kon genezen. En die koning van Israël schrok hevig. Want Naäman was onrein. Hij leed aan een huidziekte. Geen wonder dat je denkt dat, als een generaal met die ziekte naar je toegestuurd wordt, het oorlog gaat worden. De Koning van Israël schiet dan ook direct in de rouw en scheurt zijn kleren als teken van rouw.

Maar als er iemand die ziek is naar je toe komt dan is dat meestal niet om oorlog te voeren. Als iemand oorlog wil voeren zal die toch minstens eerst eisen neerleggen waar je al dan niet aan toe kan geven. In de rouw schieten is het minste wat een zieke vraagt.  Elisa laat zien dat er in Samaria een profeet woont. Iemand die zegt wat God heeft gezegd en God zegt dat we moeten houden van onze naaste als van onszelf. Het verhaal laat zich vertellen in twee delen. Eerst een verhaal over tovenaars en gebedsgenezers. Dan een verhaal over aanpassen aan een samenleving die in hele andere zaken gelooft. Met beiden hebben we ook vandaag de dag te maken. Er zijn rondreizende genezers die foldertjes verspreiden waarin wonderen van God worden beloofd als je maar naar hun bijeenkomsten komt. Elisa, de profeet, laat zien dat de werkelijkheid anders is. En daarom staat het ook in de Bijbel. In allerlei godsdiensten spelen priesters en religieuze leiders een grote rol. In de godsdienst van de God van Israël niet. Daar gaat het om het woord van God zelf en de zorg voor de naaste. Elisa hoeft daarom zelf helemaal niet naar de generaal.Geen grote gebaren, geen muziek, geen praise gezang met zwaaiende armen.

Als je een huidziekte hebt dan moet je je baden in stromend water. Niet zo maar één keer maar zeven keer, het getal van de volheid, het getal van God, zeven keer dopen.. En ook vandaag gaan mensen met de huidziekte psoriasis naar de Dode Zee om een kuur te ondergaan waarbij ze baden en zwemmen en het helpt ze enorm. De dienaren van Naäman hebben door hoe het in elkaar zit. Als de profeet een hoop hocus pocus had uitgehaald en de generaal allerlei vreemde capriolen had laten uithalen dan had die generaal het graag gedaan. In Aram hadden ze het niet met de God van Israël. Daar hadden ze een God die in een Tempel woonde, die kon je daar ook zien, een prachtig beeld. Daar hadden ze een God van de bliksem, de donder en het onweer, Rimmon heette die daar. Maar hoe leef je nu in het land van Rimmon als je gelooft in de God van Israël. Je kunt dat land Israël wel mee nemen. En in het Heidendom is het heel gewoon dat als je de ene God aanbidt je ook de andere God aanbidt. Dus hoe moet dat? Die generaal moet de Koning ondersteunen, dat is nu eenmaal zijn baan. Oordeel dus niet te snel over vreemdelingen, het kan zijn dat ze meer jouw God aanbidden dan dat jij dat doet. Zoek het goede te doen zoals Elisa.

Mijn liefde roept vijandschap op

zaterdag, 23 november, 2013

Psalm 109

Lieve mensen zijn het die Christenen. Hun naam zegt het al, Christus betekent immers gezalfde en zalfjes zijn het. Schelden doen ze niet, zelfs niet op mensen die hen vervolgen. Ze nemen een voorbeeld aan Jezus van Nazareth die aan het kruis hangend nog aan zijn Vader vroeg om het de beulen niet kwalijk te nemen omdat ze niet zouden weten waar ze mee bezig waren. De Psalm die we vandaag met de Kerk meezingen laat een heel ander geluid horen. Het begint met vast te stellen dat er leugens worden verspreid. Hardnekkige leugens, roddel en achterklap waar je je slecht tegen kunt verweren. Het is een gevaar voor de psalmdichter, hij lijdt er onder. Ook die psalmdichter bidt voor zijn vijanden, maar dat maakt die vijanden alleen maar kwaadaardiger. Stank voor dank krijgt hij, er wordt goed met kwaad vergolden. God zou moeten ingrijpen. Laat ze zelf eens ervaren wat een gewetenloos man hen zou kunnen aandoen.

Het is dus niet zo dat die lieve Christenen niet kwaad te krijgen zijn. Ze weten best wat hun vijanden zou moeten overkomen, hoe hen een lesje te leren is. Ze hebben dat geleerd van onder meer deze psalm. Dood kun je die vijanden wensen, dat zijn kinderen bedelend rondzwarven en zijn vrouw als weduwe wordt achtergelaten. Een tirade als we hier in deze psalm lezen heeft toch niets te maken met de vergevingsgezindheid die Jezus van Nazareth zijn volgelingen liet zien toen hij aan het kruis hing? Toch wel. Heel het volk liep achter Jezus van Nazareth aan. Zijn arrestatie dreigde al uit te lopen op een bloedbad, maar hij beval zijn volgelingen hun zwaarden op te bergen. Dat hij, als Koning der Joden, aan een Romeins kruis werd gehangen had ook een opstand kunnen veroorzaken, maar zijn gebed voor zijn beulen zette zijn volgelingen op een ander spoor. Het gevolg was geen opstand maar vrede.

Die opstand kwam veel later en leidde tot uitroeing van de opstandelingen, verwoesting van de Tempel en verspreiding van het Joodse volk over het Romeinse Rijk. De Weg van Jezus van Nazareth had dat kunnen voorkomen. De psalm die we vandaag lezen leert ons dat wraakgedachten ook gelovigen niet vreemd zijn. Ja de gevoelens van woede en wraak worden hier zo verwoord dat ze ons als gevoelens ook zijn toegestaan. Maar die wraakgevoelens zijn zelf ook het kwaad en daar kom je als mens niet zomaar los van. Je wilt immers niet worden zoals de gewetenloze die de wraak voor je zou moeten nemen? Je wilt juist bevrijd worden van het kwade en overspoeld door het goede en niet dan het goede. Daar is de God van Israël voor nodig. Een God die zijn volk heeft voorgehouden dat ze niet moeten doden, dat de wraak aan hem is en niet aan de mensen. Wij willen daar vaak niet aan, wij laten ons vaak leiden door de gevoelens van wraak. Wat ons is aangedaan is dan zo erg dat alleen wraak op zijn plaats is. Dat we het kwade moeten overwinnen door het goede ontgaat ons. Deze psalm zet ons weer op het spoor, we zijn verzwakt en arm geworden door het kwade, de God van Israël maakt ons rijker, want liefde is een rijk gevoel. Daarom mogen we elke dag opnieuw onze wraakgevoelens laten varen en opstaan om het goede te doen, uit liefde, ook vandaag weer.

Want jullie verlossing is nabij

vrijdag, 22 november, 2013

Lucas 21:20-38

Je hoort het in kerken en in zogenaamd Christelijke bijeenkomsten nog wel eens roepen door een voorganger: “Je verlossing is nabij”. Jezus van Nazareth spreekt niet in een dergelijk enkelvoud. Hij spreekt in meervoud over een heel volk dat geknecht en onderdrukt wordt. Zulke volken kennen we ook vandaag. Voor die volken komt altijd het uur van bevrijding. Altijd komt de tijd dat de kracht van liefde voor mensen, de macht van vredestichters, groter is dan de macht van het kwaad. Juist als je weet dat een beweging van vredestichters, die aandacht hebben voor de minsten in de samenleving, die niet mee willen doen met het verheerlijken van de wereldlijke machthebbers maar onophoudelijk hongeren en dorsten naar gerechtigheid, zal worden onderdrukt, bespot, vervolgd en vernederd, dan is het meer dan nodig om te wijzen op de afloop. Altijd zal het goede uiteindelijk de overhand krijgen. Want hoewel we het kwade voortdurend weer in de wereld helpen door de verkeerde machthebbers te steunen, door pracht en praal te bewonderen, door eigen voordeel te stellen boven het belang van de armen en de zwakken, is dat kwade tot ondergang gedoemd.

Individuele bekering betekent dan ook niet dat de verlossing dan komt. Nee, bijna integendeel, de lijdensweg begint dan pas. Je kunt lang genieten van het leven, eten, drinken en vrolijk zijn zoals de Prediker schreef. Maar het gaat gepaard met zwoegen en jagen en najagen van lucht. Want het gewin dat met carriére en voorspoed wordt verkregen is van stof en zal tot stof vergaan. Telkens weer klinkt in ieders leven de oproep om het anders te gaan doen, om te breken met het leven zoals in de wereld van idols en fatsoen geleefd wordt. Dan begint het zien van de ellende die de wereld voor veel mensen meebrengt. Dan gaan de ogen open voor de mensen die prachtige goederen en heerlijk voedsel produceren en daar geen eerlijk loon voor krijgen. Dan wordt de roep gehoord van gewetensgevangenen, die om hun overtuiging en het opkomen voor mensenrechten in de cel zijn gezet. Dan wordt meegeleefd met de kinderen die wees geworden zijn door de Aids epidemie en het gebrek aan geld voor medicijnen. Dan is er geen rust voor de hongerigen zijn gevoed en de naakten gekleed. Dan is het wijzen op de komende verlossing van al die ellende meer dan nodig, dan wordt het evangelie brengen werkelijk het verkondigen van de verlossing van de armen.
Het is daarom een goede raad die Jezus van Nazareth geeft. Wakker blijven en vooral letten op de goede dingen die aan het gebeuren zijn. Zoals de bomen in de lente uitlopen en daarmee de zomer aankondigen zo zijn de landen die onafhankelijk geworden zijn en mee gaan doen in de vergadering van volken tekenen dat de armoede in de wereld, dat onderdrukking en geweld, uiteindelijk kunnen verdwijnen. Niet alles gaat in één keer goed. We zijn geneigd om te letten op de negatieve ontwikkelingen die ons omringen, ons te laten terneerslaan door de zorgen van alle dag die iedereen heeft. Maar letten op de goede tekenen geeft nieuwe energie, zoals je in de lente ook weer zelf de warmte van de zon in je lichaam kunt voelen, zoals je in de lente ook zelf de energie krijgt om weer naar buiten te gaan en van de natuur te genieten. Deze week zagen we het weer in de hartverwarmende steun voor de mensen in de Filipijnen. Samen brachten we veel geld bij elkaar en stuurden we vliegtuigen vol hulpgoederen. Zo kunnen we ook de problemen in ons eigen land te lijf gaan. De toenemende kloof tussen mensen van verschillende godsdiensten, de werkloosheid die maar hardnekkig blijft, de diefstal en fraude die bij banken ingebakken lijkt te zitten. Steeds meer mensen streven naar een aanpak van die problemen. Gelukkig wordt dat streven in toenemende mate beantwoord door kerken en groepen die maaltijden en gesprekken organiseren met bijvoorbeeld de vreemdelingen onder ons. Het is nog lang geen zomer in het Koninkrijk van God, maar de lente kom je er zomaar tegen.

Alles zal worden afgebroken

donderdag, 21 november, 2013

Lucas 21:5-19

Er zijn in het Christendom een aantal misverstanden. Vandaag lezen we in het Evangelie van Lucas de bron van zo’n misverstand. Uit de overlevering, en een beetje uit de officiële geschiedenis, weten we dat het met de directe volgelingen van Jezus van Nazareth uiteindelijk niet zo best is afgelopen. Een aantal van hen zijn kennelijk wreed vermoord door de Romeinse overheid. Een aantal eeuwen lang in het begin van onze jaartelling zijn christenen vervolgd omdat ze weigerden de Keizer als god te erkennen en ook om offers te brengen aan andere goden. Tot uiteindelijk Constantijn de Grote keizer werd en zich bekeerde tot het Christendom. Toen was de vervolging over en ontstond het misverstand dat wat Jezus van Nazareth had gezegd over de gevolgen van het volgen van zijn weg alleen gold voor die vroege christenen.

Maar wie nauwkeurig de geschiedenis beziet weet dat er altijd mensen zijn geweest die hun leven in dienst stelden van de minsten in de samenleving en dat die mensen altijd het risico liepen in conflict te komen met de heersende machten. Of die heersende machten zich nu Christelijk noemden of niet. Tot op de dag van vandaag maakt dat niet uit. Wat uitmaakt is of de liefde voor de naaste een gift is waar je trots op kunt zijn en waar je eer en waardigheid aan kunt ontlenen of dat die liefde voor de naaste de samenleving veranderd omdat de minsten daar weer een waardevolle plaats in krijgen. In het eerste geval is er geen gevaar te duchten. De rijken en de machtigen zijn altijd gevoelig voor goede sier, maar verandering van de verhoudingen in de samenleving zijn echt gevaarlijk voor hun positie en daar zal altijd weerstand tegen zijn.Dat verzet van de rijken nu is de weerstand die uitloopt op de vervolgingen die Jezus van Nazareth schetst als hij hoort praten over de mooie dingen die er in de Tempel zijn.

Die mooie dingen zijn de dingen die voorbij gaan. Geen steen zal op de andere blijven. De oudste monumenten op de wereld zijn aan verval onderhevig. Als er geen conserveringsmiddelen werden uitgevonden zouden ze binnenkort verdwenen zijn. Een aantal van de oorspronkelijke zeven wereldwonderen, allemaal bouwwerken, zijn al verdwenen in het duister van de tijd. Oorlogen en rampen hebben we ook nog steeds en goede mensen worden nog steeds vervolgd omwille van het goede dat ze doen. En denk nu niet dat je alleen bij Christenen het goede vindt. Paulus schrijft ons dat overal waar het goede te vinden is God aanwezig is. Iedereen die opkomt voor het recht van de armen, voor de mensenrechten is dus onze steun waard. Elke vervolging omwille van een overtuiging, welke dan ook, dient bestreden te worden. Elke dag is dus de vraag aan welke kant we willen staan en welke offers we bereid zijn om te brengen. Denk dus niet dat Christendom “geluk, vrede en vreugde” zal brengen, niets is minder waar. Het brengt strijd en een kruis om op je te nemen, achter Christus aan.