Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor oktober, 2013

In de kronieken van de koningen van Juda

donderdag, 31 oktober, 2013

1 Koningen 22:41-54

Is het nu allemaal waar wat er in de Bijbel staat? Het antwoord is misschien en nee. Twee antwoorden dus. Want de vraag of iets waar is gaat niet over geloof maar gaat over natuurwetenschappen. Daar zijn in de loop van de geschiedenis regels opgesteld waarmee je stellingen in de wetenschap, ook de geschiedeniswetenschap, kunt toetsen op waar en onwaar. De vraag of de verhalen over Achab en Josafat, Isebel, Elia en Micha nu waar gebeurd zijn zou je misschien kunnen beantwoorden als we die kronieken van de koningen van Juda zouden kennen. Er moet overigens ook nog een boek bestaan hebben dat de kronieken van de koningen van Israël heeft geheten. Maar die boeken kennen we niet. Die zijn in de loop van de geschiedenis verloren gegaan, of ze zijn nog nooit gevonden. Soms wijzen opgravingen uit dat in de Bijbel genoemde figuren echt hebben bestaan, soms blijken ze ook anders geheten te hebben. Van sommige verhalen weten we echt dat ze niet waar gebeurd zijn in de zin van de natuurwetenschappen.

In de Bijbel staan ook sprookjes, mythen en legenden. Soms ook liederen waarin net als in de liederen van vandaag bepaalde zaken worden overdreven. Maar waar of onwaar is niet belangrijk, daar gaat de Bijbel niet over. In het stuk dat we vandaag lezen worden twee koningshuizen naast elkaar gezet. Het koningshuis van Juda en het koningshuis van Israël. Toen de Bijbel na de ballingschap in Babel definitief werd opgeschreven viel het op dat het koningshuis van Juda er nog steeds was terwijl het koningshuis van Israël in de schemering van de geschiedenis was verdwenen. Daar moest toch een reden voor zijn. En aangezien men geloofde dat de verhouding die mensen met God hadden ook hun invloed in de geschiedenis bepaalde zocht men naar verhalen waar dat duidelijk werd. En dat werd in dit verhaal duidelijk. Achab was slecht en zijn zoon was ook slecht. Josafat was redelijk goed. Hij probeerde te regeren zoals God dat gevraagd had. Geen Tempelprostitutie bijvoorbeeld.

Maar een centrale Tempeldienst in Jeruzalem was er ook in de dagen  van Josafat niet gekomen. Hij was wel met Koning Achab ten strijde getrokken maar hij had er kennelijk van geleerd want samenwerking met Achazja de zoon van Achab wees hij af. Hij wilde net als Salomo het goud uit Ofir laten halen maar dat ging niet door. De schepen vergingen op de laatste halteplaats in het verhaal van de uittocht voor het volk de woestijn Zin introk. Zo wordt in het verhaal nog eens op de oorsprong en betekenis van het volk gewezen. Dat was het volk dat de Wet van Heb-Uw-naaste-lief-als-Uzelf tot hart van het bestaan zou hebben moeten maken. Als je dat doet oefen je invloed uit op de geschiedenis. En dat is dus ook aan ons, ook wij hebben de mogelijkheid die invloed uit te oefenen. Elke dag opnieuw en de Bijbel vertelt ons dat we nooit verder dan een dag hoeven te kijken.

 

Maar dat is de koning van Israël

woensdag, 30 oktober, 2013

1 Koningen 22:29-40

Als de leider valt raken de soldaten in verwarring. Vechten op eigen verantwoordelijkheid wordt in een leger nu eenmaal niet aangemoedigd. Daarom is het zo bijzonder als manschappen in het heetst van de strijd wel de verantwoording voor hun kameraden op zich nemen, soms worden ze daarvoor ook onderscheiden, vaker worden ze daarvoor bestraft. Koning Achab heeft ervaring met oorlog voeren en weet dat het doden van de leiding de overwinning voor de vijand dichterbij brengt. Hij laat Josafat dan ook in vol koningsornaat de strijd in gaan terwijl hij zelf de kleding aantrekt van een gewone boogschutter in een strijdwagen. Helpen doet het niet. De vermomming van Josafat wordt doorzien en de pijlen vliegen zo talrijk rond dat er altijd wel een pijl is die je kan treffen. Als je niet gedood wil worden moet je geen oorlog voeren. Dat is de boodschap van dit verhaal. Al die profeten hadden Achab alleen maar gesterkt in zijn oorlogszucht.
Maar zelfs die éne profeet die de waarheid sprak en de ondergang van Achab voorspeld had kon hem niet van zijn plannen afbrengen. Micha had dus niet de toekomst voorspeld maar alleen verteld hoe de dingen af zouden lopen. Naar waarschuwers voor onheil moeten we ook vandaag de dag luisteren. Dat de voortdurende honger en armoede in Afrika steeds weer wanhopige mensen naar Europa doet gaan is geen toekomstvoorspelling maar de gewone waarheid en een profetie als die waarheid verbonden wordt met onze weigering met Afrika te delen en te zorgen voor eerlijke handelsverhoudingen. Juist in onze financiële crisis dreigt de armoede en de wanhoop in Afrika vergroot te worden. De druk op onze eigen samenleving wordt daardoor groter en de angst bij mensen die nog wat te verliezen hebben ook waardoor ze naar sterke mannen gaan zoeken die uit angst muren willen bouwen om ons volk en alles wat hen vreemd is willen verwijderen.

In het verhaal van de Bijbel gaat Achab dood en sterft hij een onreine dood als teken hoe slecht hij wel niet is, de bron waarin zijn wagen wordt gewassen is door hoeren verontreinigd en de honden likken zijn bloed op. Hij had de kans gehad dat lot te ontlopen door vrede te bewaren en te zorgen voor de armen in zijn land. Wij kunnen de druk op onze samenleving verlichten door werkelijk te gaan delen en eerlijke handelsverhoudingen te scheppen. Angst hoeven we dan ook niet te hebben, onze overtuigingen houden het door de eeuwen heen uit, de liefde voor de naaste is zelfs door de dood heen uit te houden. Angst dient daarom alleen bestreden te worden. We zullen het per slot niet alleen in ons land samen moeten doen maar in de hele wereld samen doen. Als Josafat en Achab dat hadden begrepen zou het met hen beter zijn afgelopen, laten wij er tenminste lering uit trekken.

Het zal je beslist lukken.

dinsdag, 29 oktober, 2013

1 Koningen 22:13-28

Je kent ze wel die evangelisten die de mond vol hebben van “Gods plan met jou”. En jij maar denken wat zouden ze toch bedoelen? En maar terugkomen bij ze, en maar bidden, en maar geld geven. Maar dat plan is steeds niets anders dan die evangelist volgen en geld geven. De sfeer is goed, de muziek is prachtig en dat moet dus wel van God komen want er wordt veel over God, over Jezus en over de hemel gesproken. Maar kijk uit. Soms stuurt God leugengeesten om duidelijk te maken waar Gods plan niet werkt. Dat plan van God is eigenlijk voor iedereen gelijk. Als je je naaste lief hebt als jezelf dan volg je Gods plan en als iedereen op aarde dat doet dan is Gods plan volvoert. Het verhaal van vandaag gaat over dat soort mooie Evangelisten en het plan van God. In de tijd van Israël heetten die sprekers van God nog profeten, maar ook profeten zijn mensen en die praten maar al te graag de machtigen der aarde naar de mond. Er is toch niets mooiers als de Koning van Israël goede boodschappen te geven.

De sfeer is goed, de muziek is hemels, dat moet wel van God komen. Als een stier met ijzeren hoorns is die God van Israël. Alleen de profeet Micha let op de gewone mensen, de armen, de zwakken, de mensen die wel uitkijken om een oorlog te beginnen, ze hebben al niks en dan verliezen ze ook nog het laatste dat hen in leven houdt. Micha ziet ze, als de Koning de oorlog verliest dan zwerven ze als schapen zonder herder over de bergen, dan zijn ze aan alles en iedereen overgeleverd. Daar houdt die mooie koning in zijn statiegewaad voor de sterke muren van de stad geen rekening mee. Wij zien dat soms ook, als een evangelist vertrekt dan valt de gemeente uit elkaar en blijkt er geen enkel plan te zijn om iets te doen. Kerken hebben taaie structuren, daar is vaak geen hemelse muziek, daar wordt je maar steeds opgeroepen om je naaste lief te hebben als jezelf, daar moet je je met zieken, met gevangen, met armen, met verre arme landen bezig houden. Daar gaat het eerst over zaken waar jezelf niks aan hebt, waar je je niet beter van gaat voelen, waar je geen maatschappelijk succes door krijgt.

Prachtige bondgenootschappen en fraaie statiegewaden zoals Koning Achab heeft zitten er niet in. Die Koning heeft dat zelf wel door. Als ook Micha zegt dat hij maar oorlog moet gaan voeren dan voelt de Koning de adder die in het gras van Micha’s boodschap verborgen zit. En jawel, God wil van zo’n koning af, die brengt uiteindelijk de armen van het volk alleen maar onheil. De mooipratende profeet Sidkia, die van de ijzeren hoorns, wil de zaak nog redden. Maar er is geen redden aan. Niet Micha is verantwoordelijk voor de keuzes die Achab maakt, niet God is verantwoordelijk voor de oorlogen van de mensen, niet God stelt zich op als concurent van de goden van winst en profijt. Het zijn de mensen zelf die de keuzes maken. Daarom is elke dag aan ons de vraag welke keuzes wij maken. Volgen wij het plan van God om onze naaste lief te hebben als onszelf? Of luisteren we naar zoete vogelaars die ons verstrikken in hun netten.

Ieder in hun staatsiegewaad op een troon

maandag, 28 oktober, 2013

1 Koningen 22:1-12

Daar moet je dus altijd voor uitkijken. Als de ene koning bij de andere op bezoek gaat dan kan het gemakkelijk weer op oorlog uitdraaien. Hoe je samen de vrede kan verzekeren is heel wat moeilijker te bedenken. Of het nu gaat om een verbond tussen Rusland en Amerika om Noord Korea op de knieeën te krijgen of een verbond tussen Israël en Juda om Ramos in Gilead te heroveren. Er kan gemakkelijk oorlog van komen. En waarom niet? Als U niet verder hebt gelezen zou je toch zeggen dat de beide koningen de zegen van de Heer hebben. Ze hadden 400 profeten van de God van Israël ontboden. Die hadden hun verzekerd dat ze konden optrekken en dat ze echt zouden winnen. De profeet Sidkia had zelfs twee ijzeren hoorns gemaakt, daarmee zou symbolisch het leger van de vijand verslagen worden. De koning als jonge vruchtbare stier uitgebeeld, een stier die onverslaanbaar zou zijn. Een boodschap van de God van Abraham, Izaäk en Jacob. Ook de andere profeten hadden dit geprofeteerd. Het is onvoorstelbaar. God stuurt die protserige koningen er op uit om oorlog te voeren.

Daar zitten ze op hun troon voor de poort op de dorsvloer, als vruchtbaarheidsgoden in een tempel. Maar er is nog een profeet. Volgens Achab ligt die Micha altijd dwars, die zegt altijd lelijke dingen over hem, net als Elia. Achab weet natuurlijk best waar de schoen wringt. Die oorlog is er niet voor om de naam van de God van Abraham, Izaak en Jacob groot te maken maar die oorlog is er om de namen van Achab en Josafat groot te maken. En dat soort gedrag wordt door de profeten altijd veroordeeld. Maar Josafat dringt aan, ook die profeet moet het bewijs leveren dat het die God is die de oorlog goedkeurt. Zijn er andere wegen om vrede te bewaren en toch gerechtigheid te krijgen? Misschien wel. In de jaren voor de muur viel hadden vele kleine groepen mensen, vooral uit Europeese kerken, vriendschap gesloten met groepen uit kerken in de DDR. Vanuit die groepen ontstonden de vreedzame demonstraties die uiteindelijk de muur deden vallen.

President Obama heeft studenten in Rusland opgeroepen om de vriendschap tussen Amerika en Rusland niet een vriendschap te laten zijn tussen regeringen maar te zorgen dat het een vriendschap wordt tussen volken. En als regeringen in China of Iran de mensenrechten op grove wijze schenden dan sluiten ze eerst het internet en de telefoonverbindingen af opdat gewone mensen over de hele wereld niet mee kunnen kijken. Verbindingen tussen gewone mensen maken kennelijk de vrede en de gerechtigheid mogelijk zonder dat er geweld aan te pas komt. We moeten dat misschien nog leren om goed en effectief te doen, maar we kunnen er stem aan geven en mee doen. Straks als onze schaatsers in Rusland hun best doen ligt daar misschien voor ons allemaal wel een taak. Er zijn altijd andere wegen om het goede te doen en niet dan het goede. Misschien dat we er dan ook achter komen waarom al die profeten, namens God, Achab en Josafat de oorlog in wilden sturen.

De grond die ik van mijn voorouders heb geërfd

zondag, 27 oktober, 2013

1 Koningen 21:1-29

Waar ging het ook al weer om? We hebben gelezen over Koning Achab, hoe goed hij was, hoe slim hij was getrouwd, hoe goed hij kon profiteren van een overwinning in de oorlog. Maar we leerden ook dat profeten niet zomaar alles konden zeggen, Elia moest vluchten naar de woestijn. Nu is dus de vraag hoe goed of hoe slecht Achab eigenlijk was. Daarvoor moeten we het verhaal van vandaag nauwkeurig lezen. Want ook de machthebbers van vandaag maken gebruik van de taktieken die in dit verhaal gebruikt worden. We hebben het over een Koning die een paleis heeft en daarnaast een wijngaard ziet die hij als groententuin zou kunnen gebruiken. Die koning stelt een ruil voor. Tot zover is er niks aan de hand. Dat voorstel is het goed recht van de koning. Maar de eigenaar van de wijngaard, Nabot, dat betekent vruchten, weigert de akker te ruilen of te verkopen. Hij beroept zich op de verdeling door Jozua. Deze akker was bestemd om ook zijn familie, ook in moeilijke tijden, een kans op overleven te geven. Zelfs als ze die akker zouden hebben moeten verkopen uit armoede dan zouden ze die na 50 jaar weer terugkrijgen.

Dat weigeren was goed recht van Nabod. Hiermee zou het verhaal afgelopen hebben moeten zijn. Maar de vrouw van Achab, Izebel, dat betekent Baäl prijst, liet het er niet bij zitten. De invloed van de vruchtbaarheids-godsdienst laat zich gelden. Die godsdienst van winst en profijt werkt net als vandaag de dag met list en bedrog.  Het begint met de dreiging van een ramp of een oorlog op te roepen. In Israël deden ze dat in de dagen van Achab door een vastendag uit te roepen met een volksvergadering. Dan moest er wel wat aan de hand zijn. Dan komen er twee getuigen die Nabod beschuldigen van godslastering. Ook de stadgenoten van Nabod laten zich er toe verleiden. Alsof hij massavernietigingswapens klaar had om een aanval op het paleis te laten doen. Het loopt dus slecht af met Nabod.
Elia is een diplomaat, de scherpe straf die God hem opdraagt te brengen aan Koning Achab, de honden zullen jouw bloed oplikken op de plek waar ze ook het bloed van Nabod hebben opgelikt, brengt hij in keurige diplomatieke taal over. Het is niet minder effectvol. “Je hebt een moord gepleegd” is het oordeel van Elia.

Achab toont berouw, hij laat op gepaste wijze zien dat hij verdriet heeft, hij trok een boetekleed aan. Dat moet je letterlijk nemen, tegenwoordig is sorry zeggen ook al het boetekleed aantrekken maar dat ziet men maar even. Bij Achab kon je dat boetekleed dag en nacht zien. Achab werd heen en weer geslingerd tussen twee culturen. De cultuur van Elia, met een strenge aanbidding van de God van Israël met uitsluiting van andere goden en de cultuur van Izebel die van de God van Israël niets wil weten maar die de vruchtbaarheidsgoden van Kanaän aanbidt, de goden van winst en profijt. Aan de cultuur van Izebel zal ook de zoon van Achab zich niet kunnen onttrekken. De grootheid waar Achab zich mee kan tonen, met belangrijke vrienden en al, is zo verleidelijk dat machthebbers daar altijd voor zullen gaan.  In de Bijbel staan er voortdurend mensen op die de grootheidswaan van regeerders aan de orde stellen. Uiteindelijk zullen in het verhaal van de Bijbel gelovigen, in die beweging van heb Uw-naaste-lief-als-Uzelf, gemeenschappen vormen die zich over de hele bewoonde wereld zouden verspreiden. Bij die beweging kunnen we ons ook vandaag weer aansluiten, om machthebbers als Achab te bewegen de goede weg te gaan, de weg van gerechtigheid en vrede.

Hij is mijn vriend.

zaterdag, 26 oktober, 2013

1 Koningen 20:23-43

De uitspraak van Jezus van Nazareth in het Nieuwe Testament dat je je vijanden lief moet hebben wordt wel als revolutionair en geheel nieuw afgeschilderd. Dat klopt dus niet. Ook die uitspraak is in verhalende vorm in het Oude Testament terug te vinden. Hier vinden we zo’n voorbeeld. Het verhaal gaat over Koning Achab die er verder in de Bijbel niet zo goed afkomt. Het gaat ook over de manier van denken over God. In de Heidense wereld die Israël omringde was een God vooral een God van het land waar hij werd aanbeden. Die God moest er immers voor zorgen dat het land waar hij werd aanbeden vruchtbaar werd. En omdat heiligdommen voor de God van Israël zich op bergtoppen bevonden nam de koning van Aram, Behadad, aan dat dit een God van de Bergen was. Het volk van de  God van de bergtoppen kun je dus verslaan in de vlakte. Die Benhadad was een slimme. De vorige keer dat hij tegen Israël opgetrokken was had hij een nederlaag geleden door de troepen van de provinciehoofden van Israël.

Die legeraanvoerders waren duidelijk ondergeschikt aan de Koning van Israël. Hijzelf had te maken met Koningen die samen met hem optrokken en met wie hij een verbond had gesloten. Elke koning heeft zo een eigen inzicht in hoe een oorlog gevoerd moet worden. Als je er niet voor zorgt dat er maar één leiding is dan verlies je geheid. Dat was Benhadad overkomen. Zijn raadsheren gaven hem te verstaan dat hij voor dat centrale leiderschap moest zorgen en dat gebeurde. zo trok hij op met zijn nieuwe sterke leger naar Arek, een plaats aan de oostzijde van het meer van Tiberias waar al vaker conflicten waren geweest tussen Israël en Syrie. Tevergeefs want ook dit maal verloren ze van Koning Achab. Met het boetekleed aan en een touw om de nek gaven ze zich over. Een ceremonie die tot in de middeleeuwen ook in Europa gebruikt werd om het leven van stedelingen te sparen na een beleg.

En dan komt het bijzondere. Koning Achab neemt geen wraak op de koning die zijn goud, zilver, vrouwen en kinderen had opgeëist, maar hij noemt hem zijn vriend. Dat gaat verder dan  de overgave aanvaarden en vrede sluiten. Dat vrede sluiten gebeurd natuurlijk wel, inclusief de bijbehorende handelsverdragen maar de beide koningen worden beschreven als vrienden. Zover durven wij nog net niet te gaan. Zo’n museum aan de Amstel met al die kunstwerken uit de Hermitage is heel mooi maar om al die Russen nu onze vrienden te noemen. Koning Achab dacht met de vriendschap met zijn vijand Benhadad al een heel eind opgeschoten te zijn. Maar zo was het niet. Hij liep op tegen een profetengemeenschap. Profeet zijn is kennelijk iets wat je kunt leren en van een profetengemeenschap kun je lid worden.  De profeet die de taak had Koning Achab op zijn fouten te wijzen liet hem zichhzelf veroordelen.  Koning Benhadad had voor God gebracht moeten worden en niet voor Achab. De Koning snapte het heel goed. Eigenbelang mag geen rol spelen als het gaat om vrede en gerechtigheid. Wat fout is is fout en wat goed is blijft goed. Wij moeten daar ook steeds weer opnieuw van leren. Ook vrede gaat nooit zonder gerechtigheid.

Uw mooiste vrouwen en flinkste zonen ook

vrijdag, 25 oktober, 2013

1 Koningen 20:1-22

Die Koning Achab wordt door de Bijbel als een zeer slechte koning afgeschilderd. Maar waarom eigenlijk? Als je dit verhaal goed leest zou je bijna gaan denken dat het een dappere onbaatzuchtige koning is. Als Benhadad met 32 andere koningen al het goud en zilver van de koning eist, en ook nog de mooiste vrouwen en flinkste zonen, dan geeft hij die direct. Maar als die Benhadad ook nog het goud en het zilver, en de vrouwen en zonen, van de dienaren van de Koning vraagt dan weigert hij. En voor die weigering overlegt hij netjes met de oudsten van het volk. Wat is daar nu zo slecht aan? De Koning zet alles van zichzelf in om de vrede te bewaren maar als het gaat om dat wat van anderen is dan zet hij de hielen in het zand. Mooi toch zou je zeggen. Maar dan lees je toch niet goed. Het gaat om goud, zilver, vrouwen en zonen, steeds in die volgorde. En wat staat er bij de God van Israël nu voorop? Het goud, het zilver? Nee, zeker voor de God van Israël geldt: vrouwen en kinderen eerst. Je geeft een vrouw niet weg alsof het een voorwerp is, je laat je zonen niet in slavernij gaan.

Je bezit een vrouw ook niet op de manier waarop die Heidense Koning een vrouw bezit. Man en vrouw worden één vlees, de Bijbel zegt het zo: vanaf het begin af zijn zij gelijk, samen door God geschapen, elkaar tot hulp en bijstand. Het is typisch de mannenmacht die in de geschiedenis vrouwen tot bezit wil degraderen, die vrouwenhandel normaal wil vinden en daar ruimte voor wil maken. Het is God een gruwel. Die gelijkheid van mannen en vrouwen is niet alleen bij Heidense volken met een lantaarntje te zoeken. Ook in Christelijke kerken is het geloof in de schepping van God vaak ver te zoeken als men vrouwen weert uit alle kerkelijke ambten, als men de stem van de vrouw niet even serieus neemt als die van de man. Niet als orakel dat geëxploiteerd wordt door de man, zoals door Paulus wordt veroordeeld, of als sexueel object, waar het in dit verhaal om gaat, maar als verkondiger van het goede nieuws van vrijheid. Verkondigend zoals Debora deed, zoals Hanna zong, zoals Ruth deed, zoals Ester deed, zoals zovelen in de Bijbel ons voor hebben gedaan. Eindelijk luistert Achab nu eens naar een profeet. En nu wint het leger van Achab van de Arameërs. Dat is de traditionele uitleg van dit verhaal. Maar het is en blijft een wat geheimzinnig verhaal met elementen waar de geleerden naarstig naar zoeken maar die niet echt verklaard kunnen worden.

Hiervoor hadden we het bijvoorbeeld over de profeet Elia, maar de profeet uit dit gedeelte heeft geen naam en even verder in het verhaal, een gedeelte waar we nog niet aan toe zijn, wordt zelfs gesproken over een profetengemeenschap van God. Er zijn dus meer profeten van de God van Israël die proberen de koning te sturen in de richting van de God van Israël. En wie zijn nu die provinciehoofden die hier genoemd worden. Vorsten der gewesten of buitengewesten wordt ook wel vertaald, de Statenvertaling had hier vorsten der landschappen, maar wie het zijn weten we niet. We komen ze verder in de Bijbel niet tegen, of het moeten de stadhouders zijn die Salomo had aangesteld over de 12 provincies van Israël. Zij rukken uit met 230 soldaten terwijl heel Israël 7000 soldaten levert. Het is dat kleine legertje dat de beslissende slag aan de vijand toebrengt. Niet zo moeilijk overigens want de vijand is dronken. En in die twee elementen zit wellicht de boodschap van het verhaal waar wij ook wat aan hebben. We hoeven niet groots te doen en een hoge borst op te zetten. Gewoon gebruik maken van de gelegenheid om het kwaad te bestrijden is vaak al meer dan genoeg. Elke dag mogen we dat opnieuw doen, ook vandaag weer.

 

Recht en gerechtigheid

donderdag, 24 oktober, 2013

Psalm 99

Soms moet je bij bepaalde bijbelgedeelten extra letten op wat er niet wordt gezegd. Vandaag zingen we een Psalm mee die heel mooi het Koningschap van de God van Israël bezingt, maar die in de krachtige uitroep uit het eerste vers direct doet denken aan de kruisiging van Jezus van Nazareth zoals dat door de evangelist Johannes is beschreven. Jezus werd volgens Johannes immers gekruisigd met een bordje boven zijn hoofd daar stond in het Latijn : Jezus Nazoreeër Koning der Joden. Op schilderijen zie je nog wel eens een bordje met INRI boven het hoofd van de gekruisigde geschilderd, het is de Latijnse afkorting. Volgens het verhaal van Johannes wilden de priesters niet dat het zo werd afgebeeld, ze wilden dat er zou staan: “Hij zei dat hij de koning der Joden was” maar Pilatus bleef bij wat hij had geschreven. Wat ze niet riepen was vers 1 van Psalm 99: ” De Heer is Koning”.

En dat durfden ze niet voor niks. Want als het in het boek van de Psalmen over God als Koning gaat dan is die God de Koning van de goden, Koning van alle volkeren en Koning van de hele aarde. En dat betekent dat de Koning van de Joden ook de baas van de Keizer van Rome is, een gewaagde uitspraak. Dat maakt ook het zingen van deze Psalm voor ons een gewaagde zaak. Want ook wij ontkennen immers met het zingen van dit lied alle heerschappij van hen die zeggen macht te hebben over ons. Alleen God heeft macht over ons, zijn Wet, zijn Recht bepaalt ons handelen. De God van Israël is dan ook een Koning die het Recht bemint. Wat voor recht dat is? Dat iedereen recht heeft op leven, dat niet de een recht heeft op meer ten koste van de ander, maar dat wat men heeft bedoeld is om te delen met wie niets heeft.

In een wereld waar iedereen recht heeft op leven, waar alles met iedereen wordt gedeeld zodat iedereen tot zijn of haar recht kan komen heerst vrede. Het “Gij zult niet doden” Dat uit de wolk op de Horeb klonk toen Mozes en Aäron priesters van deze God-Koning waren is dus niet alleen voor individuen, maar ook voor elk volk, ja zelfs als de aarde zich beweegt en mensen doodt mogen we grenzen stellen aan de aarde om de mensen te beschermen. In ons land zijn we zo gaan werken aan dijken en waterwerken, aan afsluitingen van machtige zee-armen. De erkenning van de God van Israël als Koning is een politieke uitspraak. Want die Koning heeft geen onderdanen, is niet hoog verheven maar is te vinden bij de minsten, bij de zwaksten, daar wil Hij dat zijn recht wordt gedaan door een ieder. En dat recht blijft generaties lang hen achtervolgen die zich er niet aan gelegen laten liggen. Laten we daarom ook vandaag opnieuw ons houden aan de Wet van onze hoogste Koning, heb uw naaste lief als uzelf.

Genade zij met jullie.

woensdag, 23 oktober, 2013

2 Timoteüs 4:9-22

Met de hierboven staande wens sluit de tweede brief aan  Timoteüs af. Hoe het met de schrijver en met Timoteüs af zal lopen blijft verder onbekend. Het heeft kennelijk geen verband met het verhaal over God en de mensen zoals dat in de Bijbel wordt verteld. In het gedeelte dat we vandaag lezen horen we van allemaal mensen van wie we de meesten niet kennen. Die Prisca en Aquila komen we elders in het Nieuwe Testament ook tegen. Als Paulus zijn brief aan de Romeinen schrijft noemt hij ook deze twee. Ze waren uit Rome gevlucht, of verbannen, en ze hadden Paulus vertelt over de gemeente in Rome. Die Linus die hier wordt genoemd wordt buiten de Bijbel ook wel eens aangeduid als een van de vroegste leiders van de gemeente in Rome, maar zeker is dat niet. Ook de gemeente in Rome wordt  niet als ideaal voorgesteld. Ook daar was ruzie en onenigheid. Mensen hadden Paulus in de steek gelaten rond diens proces, anderen hadden hem onverwacht gesteund.

Timoteüs wordt zelfs gewaarschuwd voor Alexander de kopersmid. Een prediker waarmee  kennelijk een forse aanvaring was geweest. Dat de gemeente in Rome Paulus alleen had laten staan in zijn proces probeert de schrijver hen te vergeven. Je kunt merken dat het hem dat niet gemakkelijk afgaat. Lucas, de schrijver van de Handelingen en van het Evangelie van Lucas, dat nemen we tenminste aan, is bij Paulus gebleven. Of nu de Marcus die ook naar Rome wordt gevraagd dezelfde is als de Marcus die het Evangelie van Marcus heeft geschreven weten we niet zeker, maar dat nemen we ook maar aan. Het einde van deze brief heeft een zeer huiselijk en menselijk karakter, een vergeten mantel, boeken die je graag wilt lezen, het gaat over gewone mensen. Het is een brief die we vandaag de dag ook zouden kunnen schrijven aan bekenden. Misschien per email en misschien zouden we vragen over zo’n mantel of boeken ook wel per Twitter of SMS stellen, een goede jas is een WhatsApp waard nietwaar?. Maar eerder in deze brief hebben we over de verkondiging gelezen. En aan de verkondiging worden ook de hier genoemde mensen gemeten.

Zijn ze er nog mee bezig of kregen ze wereld lief en vertrokken ze. Dat “de wereld liefhebben” betekent streven naar roem, eer en rijkdom. Daar zijn gelovigen niet mee bezig. Die zijn bezig met het liefhebben van de mensen. Kennelijk was dat ook het geschil met die kopersmid. De verkondiging dat in de gemeente van Jezus van Nazareth het verschil tussen vrijen en slaven was weggevallen zal een kopersmid niet welgevallig geweest zijn. Het zou van hem gevraagd hebben op een hele andere manier met zijn slaven om te gaan. Dat zouden ineens zijn broeders geworden zijn. Daar zou hij voor gezorgd moeten hebben. Hij zou veiligheidsmaatregelen hebben moeten treffen voor hun gevaarlijke werk. Het leven van een slaaf was in het Romeinse Rijk weinig of niets waard. Het had de waarde die het op de slavenmarkt zou opbrengen en een verminkte slaaf bracht weinig tot niets op. Die gemeente van Timoteüs, waar mensen elkaar lief hadden als zichzelf, waar men gericht was op de minsten op aarde, had daarom een revolutionair karakter. En dat heeft het vandaag de dag nog steeds, want elke dag weer mogen we ons opnieuw bekommeren om de minsten op aarde, en ons realiseren dat dat in gaat tegen alles dat van deze wereld is.

 

Jij echter moet in alles nuchter zijn

woensdag, 23 oktober, 2013

2 Timoteüs 4:1-8

Er komt een tijd dat we ons omringen met leraren die ons naar de mond praten. Die dus niet meer wijzen op de werkelijke betekenis van het Evangelie, of van het woord van God wat hetzelfde betekent, maar de dingen zeggen die we graag willen horen. Nu gaan die dingen dus niet over de nuchtere dingen van alledag maar om zaken die buiten ons liggen. Zo hoor je nog wel eens dat de beloning voor je geloof in een volgend leven zal liggen. Zo kan men eindeloos redeneren over verlossing en verzoening, maar hoor je heel weinig over het je naaste lief hebben als jezelf. Timoteüs wordt echter opgeroepen om zijn dienende taak te vervullen als verkondiger van het Evangelie. In het begin van de brief was al geschreven dat de schrijver geboeid gevangen zat. Dat was kennelijk een marteling hoewel hij in staat was brieven te dicteren.

Als één van de rechtvaardigen die ondanks marteling en dood vasthield aan zijn geloof verwacht ook de schrijver van de brief dat het met zijn dood niet afgelopen zal zijn maar dat er een dag komt dat alle leed geleden zal zijn en dat hij zelf van die dag deel uit zal maken. Dat neemt niet weg dat nu in dit leven het werk moet worden gedaan. Dat horen mensen niet graag. Want dan moet er gedeeld worden. Dan moet je bij de inrichting van je samenleving voortdurend rekening houden met de zwaksten, met de minsten. Dan blijft het een schande als er mensen van de honger doodgaan, als kinderen lijden onder verwaarlozing, als jongeren ontsporen bij gebrek aan aandacht en opvoeding, als oorlogen maar voort blijven duren, als mensen elkaar het licht in de ogen niet gunnen. Waar ook ter wereld mensen onrecht wordt aangedaan, voor gelovigen betekent het altijd dat er broeders en zusters onrecht wordt aangedaan. Dat is vervelend, dan kun je niet vroom en mooi zingen, dat schuurt en klinkt niet in harmonie met het gekerm en geschrei van de gemartelden. Dan klinken vrome praatjes over een mooie hemel hoog en verweg ineens ontoereikend want het is heel hard nodig dat die hemel op aarde verschijnt.

De vrome verzinsels die in kerken en samenkomsten klinken zijn soms het meest dichtbij en dienen het eerst bestreden te worden. Voor christenen is geen rust en vrede weggelegd zolang de aarde onvrede en onrust kent. Geloof in Jezus Christus geeft geen oplossing van je problemen omdat de problemen van hen die ze niet kunnen oplossen ook jouw problemen worden. Zolang er armen zijn moeten de rijken worden aangesproken en moet er gezorgd worden dat mensen recht wordt gedaan. Natuurlijk komt er een dag dat de rechtvaardige rechter zal oordelen over de levenden en de doden, maar op die dag kunnen we niet wachten zolang onze broeders en zusters onrecht wordt aangedaan. Wij kunnen niet alles, in het licht van de hele bewoonde wereld kunnen we nauwelijks iets. Daarom zijn wij bij dat laatste oordeel afhankelijk van de genade van God en mogen wij God daarvoor nu al dankbaar zijn. Maar vanuit die dankbaarheid en de liefde die we hebben voor God en de naaste mogen we nu aan het werk om onze dienende taak te vervullen. Elk van ons in onze eigen plaats en onze eigen tijd, ook vandaag weer.