Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor juli, 2013

Het oog is de lamp van het lichaam

woensdag, 31 juli, 2013

Lucas 11:29-36

Wie oren heeft om te horen, die hore. We kennen de uitspraak wel. Maar luisteren we er ook naar? In dit gedeelte besluit Jezus van Nazareth met het beeld van het oog. Het oog is de lamp van het lichaam klinkt het hier. Wij beschouwen onze ogen vaak als ramen naar de buitenwereld. Daarmee moeten we immers alles waarnemen en beschouwen. Maar het oog dat kijkt in de Geest van Jezus van Nazareth ziet ook naar binnen. Schijnt het licht van het goede wel in ons, en door ons? Zijn we helder genoeg van Geest om de naaste waar te nemen? Zijn we niet verduisterd door angst, durven we ons te verplaatsen in de positie van de slachtoffers. Hebben we echt wel genoeg aan het brood dat we vandaag nodig hebben of zijn onze ogen verblind door glitter en schitter van mooi en kostbaar? Zien we de ander wel als gelijke of trekken we de wenkbrauwen op uit arrogantie en hoogmoed?

Kijken we omhoog ons verplaatsend in de positie van de minste, of kijken we omlaag om te zien over wie we nog macht kunnen uitoefenen? In dit Bijbelgedeelte wordt Jona genoemd. Wij kennen Jona van de grote vis die hem verzwolg toen hij vluchtte voor de opdracht van God. Maar het verhaal van Jona gaat over een God die steeds opnieuw met mensen wil beginnen. Jona werd opnieuw op pad gestuurd en de inwoners van de stad die hij de ondergang moest aanzeggen besloten voortaan op een nieuwe manier met elkaar om te gaan waardoor de stad niet ten onder ging. Als we het nog niet snappen moeten we het zelf maar weten zegt Jezus van Nazareth. Elk moment kunnen we opnieuw beginnen. Voor ons is het niet ver reizen, zoals voor die Koningin die uit donker Afrika naar Salomo kwam om van hem de wet te leren dat je je naaste lief moet hebben als jezelf.

Voor ons is die wet vlak bij, voor het grijpen. Er zijn geen ingewikkelde rituelen voor nodig om er mee te beginnen. Een helder oog. een open oor, een uitgestoken hand zijn genoeg. We hebben Fair Trade en wereldwinkels om boodschappen te doen, wie nog een vakantie moet plannen kan vrijwilligersorganisaties vinden die handen zoeken om enkele weken of een enkele week te helpen. Kinderen zwerven over straat en zoeken opvang in timmerdorpen of speeltuinen vol vrijwilligers. Overal zijn mensen nodig die het goede willen doen en niet dan het goede. Zorg dus dat het licht gaat schijnen in je omgeving. Het duister van de wereld gaat dan tenminste een beetje weg, maar als we met genoeg zijn verdwijnt het duister voorgoed

 

Beoordeelt u de mensen eerlijk?

dinsdag, 30 juli, 2013

Psalm 58

Veel mensen denken dat de Bijbel zo oud is dat hetgeen er aan de orde wordt gesteld leuk is voor mensen die van fraaie literatuur houden of een kijkje willen nemen in oude culturen maar dat alle actualiteit en verbinding met onze dagen ontbreekt. Vandaag zingen we een psalm mee waar het tegendeel het geval is. Natuurlijk is het in het Hebreeuws een mooi gedicht. Maar waarom het een stil gebed is wordt in de tekst niet helemaal duidelijk. Oorspronkelijk kon het gedicht gezongen worden op de melodie van het lied “Verdelg niet”. De tekst van deze Psalm is dan te vatten onder het thema “Verdelg wel” En spreekt rechtstreeks de machtigen der aarde aan. Dat zijn die mensen die vinden dat de leiders van grote ondernemingen bonussen en salarisverhogingen verdienen terwijl de armen alleen maar lui zijn en de overheid bedriegen en bestelen. De vraag uit het begin van het lied is dus een vraag die we vandaag ook mogen stellen.

Machtigen moeten beseffen dat ze onrecht bedrijven. “In hun hart” zegt de Psalm en dat is dus in de manier waarop ze naar mensen kijken. Ze kijken niet naar het gevolg van het handelen voor de zwakken, maar naar uiterlijke verschijnselen als macht en inkomen, in Bijbelse termen zijn ze gericht op de vruchtbaarheid van mensen en meten ze de gunst die mensen ontvangen van de goden af aan de winst en het vermogen die ze weten te vergaren. Dat de ene mens daarvoor gewoon meer kansen heeft dan de andere blijft bij deze machtigen buiten beschouwing. Verzet van de armen tegen dergelijke verhoudingen wordt altijd allereerst met geweld bestreden en regeerders die de zorg voor de armen voorop stellen wordt verweten diefstal te plegen bij de rijken. De Psalm kent een mooie scheldpartij op de rijken die we tegenwoordig van regeringsleiders in Latijns Amerika ook nog wel eens horen.

Aan de God van Israël de vraag om die machtigen te verdelgen. Want immers de rechtvaardigheid van de God van Israël rekent af met de machtigen, de goddelozen, en laat tegelijkertijd de zwakken, de slachtoffers van uitbuiting en geweld tot hun recht komen. Het Woord van God is tegelijkertijd de daad. Niet de machtigen die zich het goddelijk oordeel over mensen aanmatigen hebben het laatste Woord. Het eerste en het laatste Woord is aan de God van Israël. Voor de psalmdichter is dit Woord het Scheppingswoord. Het schept een wereld waar alle mensen tot hun recht komen, waar iedereen gelijke kansen heeft en waar mensen die meer hebben dan een ander dat meerdere delen. Een wereld waarin iedereen zich inzet voor elkaar en daardoor voor de minsten in de samenleving. Het is de maat die de God van Israël aanlegt, die in zijn richtlijnen voor de menselijke samenleving zijn vervat. De rechtvaardige die daar een beroep op doet merkt dat er ook echt recht kan worden gedaan aan mensen. Dat beroep mogen we elke dag opnieuw doen door van onze naaste te houden als van onszelf, dat mag ook vandaag weer.

Wie niet met mij is, is tegen mij

maandag, 29 juli, 2013

Lucas 11:14-28

We hebben het al vaker gezegd, van het goede kan alleen het goede komen, van het kwade komt het kwade. Wij geloven in het goede, in de God van Liefde en in Jezus van Nazareth die dat goede heeft volgehouden zelfs door de dood heen. In de duivel, of het kwade, of de Beëlzebub, zoals de bijgelovigen de heerser van de duivels en demonen noemden, geloven we dus niet. In sommige discussies lijkt het er op dat je niet in de God van Liefde en in Jezus van Nazareth kunt geloven als je niet in de duivel of diens trawanten gelooft. Maar zo is het natuurlijk niet. Er is één God, de God die in mensen gelooft en met de minsten onder ons meetrekt. Daar komt het goede vandaan en aan ons het goede te doen en niet dan het goede. Wie dus niet de weg wil volgen die Jezus van Nazareth heeft gewezen gaat dus de weg van het kwade, houdt het kwade in deze wereld in leven, houdt het kwade in stand.

Zelf zegt Jezus van Nazareth in dit verhaal uit het Evangelie van Lucas dat wie niet samenbrengt uiteen drijft. Die uiteendrijvers kennen we in onze dagen maar al te goed. Vreemdelingen zijn onder ons gaan wonen die een sterk geloof hebben in wat zij zien als de God van Abraham. De God die aan Abraham beloofde dat die de vader van vele volken zou worden. Volgens het verhaal van Israel werd ook de andere zoon van Abraham, Ismael uitdrukkelijk in deze belofte betrokken. En de Moslims geloven dat, via de afstamming van Ismael, ook zij hebben kennis gemaakt met de God van Abraham. In ons parlement wordt dat geloof afgedaan als een achterlijk geloof. Elke poging van weldenkende en christelijke mensen een brug te slaan tussen onze traditie en het nieuwe geloof dat onder ons is gekomen wordt aangevallen en weggehoond.

Wie wil weten wat uiteendrijven betekent, kan betekenen, hoeft niet meer de geschiedenisboeken over de jaren 30 en 40 in de vorige eeuw op te slaan en te lezen wat er, te beginnen in Duitsland, uiteindelijk in Europa gebeurde, maar die kan in de Handelingen van de Tweede Kamer tegenwoordig heel goed nalezen wat uiteendrijven betekent. Het is maar te hopen dat de gevolgen die het in de vorige eeuw heeft gehad in deze eeuw niet vergeten zullen worden. Het is in elk geval duidelijk dat die manier van uiteendrijven niet past in de Joods-Christelijke-Humanistische traditie waar onze samenleving op gebouwd zou zijn. Het is er fundamenteel mee in strijd. Daarom aan ons elke dag weer de vraag welke kant wij kiezen, de goede of de kwade kant.

Het brood dat wij nodig hebben

zondag, 28 juli, 2013

Lucas 11:1-13

Vandaag vragen wij ons af hoe je moet bidden. Jezus van Nazareth gaf daarin volgens het Evangelie van Lucas les op verzoek van zijn leerlingen. Het gedeelte dat we uit de Bijbel lezen vandaag eindigt niet met het beroemde Onze Vader in de versie van het Evangelie van Lucas. Het leert ons ook wat bidden eigenlijk is. Bidden is vragen, maar dan vragen naar wat je echt nodig hebt. Voor eten hebben we eigenlijk niet meer nodig dan brood. En om een beetje vrede te hebben weten we eigenlijk best dat we mensen om ons heen de fouten moeten vergeven waarvan we willen dat zij ze ons ook zouden vergeven. Natuurlijk mag je dat noemen. Maar je mag ook aan die mensen om je heen die vergeving vragen. Want meestal weten mensen hun eigen fouten het eerst, en de eerste zijn die om vergeving vraagt maakt dat mensen mild gestemd worden en ontvankelijker worden voor het noemen van hun eigen fouten, zeker als die vergeven worden.

Vergeving is dan ook niet zoiets als “zand erover”, maar veel meer “we beginnen opnieuw maar dan op andere manier”. Van vergeving groei je zeiden ze vroeger wel eens, maar Paulus waarschuwde in een van zijn brieven dat je er niet maar op los moet leven zodat je veel meer vergeving krijgt voor alles wat je verkeerd doet. Het goede brengt het goede voort leren we. Natuurlijk, een vader die zijn kinderen liefheeft� geeft ze geen oneetbare dingen als maaltijd. Wie dit leest en een vader, moeder of verzorger heeft en wel geslagen en vernederd wordt en dat niet durft te zeggen moet echt de kindertelefoon bellen., of er met iemand over praten. Ook die vader, moeder of verzorger kan vergeven worden voor de fouten die ze maken maar dat opnieuw beginnen kan alleen als iemand er over durft te spreken. Als iedereen snapt dat je kinderen het goede moet geven hoeveel meer kan het goede zelf dan voortbrengen.

Daarom moet je ook niet je mond houden bij het kindergehuil bij de buren, daarom moet je ook spreken over de blauwe plekken bij de buurvrouw of buurman, daarom moet je iets zeggen als de vrienden en vriendinnen van je eigen kinderen weer eens dronken zijn. Vergeven kan alleen beginnen als duidelijk is wat er vergeven moet worden, als we bereid zijn om het samen anders te gaan doen, het kwade te gaan weren en het goede toe te laten in ons leven. Dat is pas bidden en dan geldt zeker dat, als je bidt, je ook gegeven zal worden. Niet om rijkdom en aanzien valt er te bidden, niet om te zeggen hoe goed we wel niet zijn, maar om de Geest van God, want in die geest willen we werken en leven, niet voor onszelf maar voor onze naaste. Wij hebben aan brood genoeg.

Dat wil ik weten

zaterdag, 27 juli, 2013

Genesis 18:16-33
 
Het komt in de Bijbel niet zo vaak voor dat een vreemdeling bij de naam van God wordt aangesproken maar in dit verhaal over Abraham, Sara en Sodom en Gomorra is dat uitdrukkelijk het geval. We kennen het als een gruwelijk verhaal omdat we de afloop kennen. Twee steden die verwoest worden kennelijk als straf voor gruwelijk gedrag. We praten dan bijna altijd over de drie vreemdelingen die eerst aan Sara een zoon beloven en dan doorgaan naar die twee vreselijke steden. De brave Abraham vraagt dan nog clementie voor de rechtvaardigen die er misschien toch nog zouden kunnen zijn. Maar waar we over heen lezen is dat God zelf naar Sodom en Gomorra gaat om de onrechtvaarhdigheid te ondergaan en de rechtvaardigen te ontmoeten.

Daar waar in onze naam onrecht wordt bedreven wordt dat wellicht dus aan God bedreven, en daar waar we opkomen voor recht en gerechtigheid, voor de armen en verdrukten komen we wellicht direct voor God op, zonder dat te weten. De verwoesting waar we over zullen lezen is dus niet het werk van God, die werd er bijna het slachtoffer van. Het loopt vooruit op wat Jezus later zou zeggen toen hij er op wees dat wat aan zijn minste broeders zou worden gedaan aan hem werd gedaan. Er zijn mensen die de persoonlijke relatie met God zo voorop stellen dat vergeten wordt dat we God wellicht ook voor de deur of in de winkel tegen kunnen komen.

God is daar waar het de vraag is of er nog een enkele rechtvaardige zou kunnen zijn vanwege het onrecht dat er volop voor komt. Voortdurend verzet tegen onrecht, het opkomen voor verdrukten, voor armen, tegen onrechtvaardige verdeling is dus niet zomaar sociaal werk of het terugbrengen van het verhaal van God tot een sociaal gerechtigheidscontract maar het is de Godsdienst ten voeten uit. Het is het verhaal van Abraham en zijn vraag om gerechtigheid voor de rechtvaardigen.

Zou de liefde voor mij dan nog weggelegd zijn

vrijdag, 26 juli, 2013

Genesis 18:1-15

De droom van Abraham krijgt langzaam aan gestalte in het verhaal dat wij dezer dagen uit Genesis lezen. Een droom van een groot volk dat op een nieuwe manier met elkaar en met een God om zou leren gaan. Abraham begint daar zelf maar mee als hij een aantal vreemdelingen in de buurt van het kampement ziet. Brood en een geslacht kalf moeten worden bereid om de vreemdelingen te eten te geven. Je moet maar durven, vreemdelingen die onverwacht opduiken uit de woestijn. Nu was Abraham wel vergezeld van een stevig leger, dat net een aantal rovers had verslagen, maar toch. Gastvrijheid kent voor ons grenzen, speciale gevangenissen zelfs, voor Abraham kennelijk niet.  Die vreemdelingen hebben een bijzondere boodschap namelijk dat zo’n houding als die van Abraham pas echt vruchtbaar is.

Sara die het brood heeft gebakken en stiekum ziet of ze ook mee mag doen lacht verbaasd. Ze mag kennelijk ook meedoen, ze wordt opgemerkt, de liefde voor de naaste, voor de vreemdeling ook , betrekt ook haar in het verhaal. Niet het uiterlijk vertoon van de eerste te willen zijn en daar anderen voor gebruiken. Hagar had een eigen plaats gekregen in het verhaal en de zoon van Hagar, Ismael , bleef de zoon van Hagar en werd nooit de zoon van Sarai zoals ze had voorgesteld. Maar brood bakken en delen met vreemdelingen dat maakte haar pas vruchtbaar, naastenliefde levert pas een toekomst op.Van delen wordt je rijker.

Van die droom en van die houding kunnen we heel veel leren. Want hebben wij een toekomst, heeft ons volk een toekomst als we ieder voor zich naar hebben en houden blijven streven, of hebben we als volk een toekomst als we bereid zijn te delen met de mensen om ons heen. Abraham betrok eerst zijn knechten en slaven in zijn verhaal door ze allen te laten besnijden, en alleen de mannen hoefden besneden te worden, en vervolgens schonk hij aandacht aan de vreemdelingen die voorbij kwamen. Bij ons moet de Protestantse Kerk Nederland recht zoeken bij de Europeese Rechter om recht te krijgen voor vreemdelingen die in gevangenissen worden opgesloten zonder dat ze een misdrijf hebben begaan. De PKN zoekt recht voor hen omdat anders dit verhaal van Abraham niet meer verteld kan worden. Want waarom toen wel en vandaag bij ons niet? Het mag ook bij ons, elke dag opnieuw, ook vandaag, gastvrij de vreemdelingen ontvangen.

Ik zal haar rijk zegenen

donderdag, 25 juli, 2013

Genesis 17:15-27

Ons erfrecht is er eeuwenlang vanuit gegaan dat de oudste zoon het familliebezit zou erven. In sommige landen is dat nog steeds het geval. Voor een agrarische samenleving is dat ook niet zo vreemd. Als je een stuk land hebt en je wilt die gelijk verdelen onder alle kinderen die het zware werk op het land aankunnen, en overal is er het vooroordeel dat dat de zonen zouden zijn, dan is er van dat land snel niet veel meer over, in elk geval niet genoeg om van de leven. Dat geldt overigens ook voor een winkel, waar een gezin van kan leven maar twee niet, of een vergelijkbaar familliebedrijf. De Bijbel verzet zich tegen dat automatisme van het recht van de eerstgeborene, zeker dat van de eerste de beste. Voortdurend wordt dat recht ondermijnd. Ook hier weer.

Daar waar je zou verwachten dat Ismael als eerstgeboren zoon van Arbraham ook de eerste erfgenaam zou zijn draait God dat om. Natuurlijk hoort Ismael er volledig bij, ook hij wordt immers besneden. Maar de erfgenaam zal de nog ongeboren Izaak zijn. Christelijke aanhangers van de monarchie zouden dit wel eens tot zich door mogen laten dringen. Niet de eerste is volgens de Bijbel automatisch de meest geschikte maar de volgende, soms zelfs de laatste. Misschien is dus gravin Leonore uit onze Koninklijke familie, wel een betere koningin van Nederland dan Prinses Alexia. Als het volk Israel uit Egypte bevrijdt moet worden zijn trouwens de eerstgeborenen de prijs die het volk van Egypte moet betalen voor het verzet tegen de vrijheid.

De verhalen die we deze dagen over Abraham en Ismael lezen zijn overigens ook een bron van verwantschap tussen Joden, Christenen en Moslims. Ook Moslims zullen zich herkennen in hun voorvader Abraham die besneden werd omdat hij geloofde in de Ene God. Zo ver staan we dus niet van elkaar af en de Islamitische cultuur maakt net zo goed van ouds deel uit van onze samenleving als de Joodse en de Christelijke. De twaalf stammen van Israel staan net als de twaalf apostelen en de twaalf vorsten van Ismael voor de volken van de hele wereld. Alle volken zullen naar Jeruzalem moeten zien waar de Wet van Liefde en Recht was opgeslagen. Met Abraham was de reis begonnen, maar de reis is nog niet afgelopen.

Een onbesnedene moet uit de gemeenschap gestoten worden

woensdag, 24 juli, 2013

Genesis 17:1-14

Het lijkt wat negatief gesteld, als je niet wil meedoen moet je er maar uit. Maar wie horen volgens dit verhaal bij het volk van het verbond? Niet alleen Abraham, zoals hij voortaan heet, en zijn vrouwen en kinderen, maar ook de knechten en zelfs de slaven. In het verhaal over de oorlog tegen de koningen van Irak en, Iran, toen de neef van Abraham Lot was ontvoerd, lazen we al dat Abraham in staat was zelf een legertje van 318 man op de been te brengen. Er ontstaat dus op dit moment al een gemeenschap van vele honderden mensen. In de verhalen die we tegenwoordig over Abraham horen lijkt het soms alsof hij samen met zijn vrouw Sara, een tent en een kudde schapen rondzwerft maar zo is het niet. De droom die Abraham maar niet los laat, dat hij de vader van vele volken zal worden, wordt in zijn directe leven werkelijkheid.

Hij gaat bijna alleen uit Charan op reis maar wordt zeker na zijn bezoek aan Egypte steeds rijker en dus zijn gezelschap steeds groter. Let op dat hier ook de slaven mee mogen doen. Die horen er gewoon bij. Dat zijn broeders. De mensen die in ons land als vreemdeling hebben gewoond en die al jaren lang op een definitieve beslissing op hun verzoek tot verblijf zitten te wachten hebben het geluk niet dat ze zo snel worden meegeteld. Mensen die de pech hebben hier niet welkom te zijn maar ook in hun land van herkomst niet terug mogen keren worden zelfs in onze gevangenis opgesloten, zelfs als hun regering luid en duidelijk laat weten die wie ooit het land onvlucht is niet mag terugkeren. Dat opsluiten gebeurd in ons land dus met mensen die geen enkel misdrijf hebben begaan. Geen wonder dat de PKN daar bij het hof voor de mensenrechten tegen heeft geprotesteerd.

Dat hele volkje van Abraham zoals hij voortaan heten zal moet besneden worden. Een medische ingreep waarover in onze dagen veel te doen is. Waarom zou je een stuk huid van iemand verwijderen zonder dat daar een noodzaak voor is. In de dagen van Abraham was het een daad, een verklaring van zelfvertrouwen. Toen Abram oorlog had gevoerd met de vijanden van Sodom, degenen die zijn neef Lot had ontvoerd. Had hij van de soldaten die hij had overwonnen de voorhuiden afgesneden. Hij had ze dus niet gedood zoals de gewoonte was en lang de gewoonte zou blijven, maar hij had de voorhuiden meegenomen als teken van overwinning. Nu maakte hij zijn eigen volkje, zijn volk in wording, onoverwinnelijk. Niemand kon meer de voorhuiden van zijn mensen meenemen. De God van Abraham had hem immers beloofd dat al die besnedenen onder het verbond zouden vallen dat ze een groot volk zouden worden. Paulus zou later schrijven dat we ons innerlijk moeten laten besnijden, niemand immers kan ons afhouden van de Liefde van God en het geloof dat we mee mogen bouwen en op weg zijn naar een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, elke dag mogen we daarheen op weg gaan als zelfverzekerde mensen die van dat pad niet af te brengen zijn.

 

U bent een God van het zien!

dinsdag, 23 juli, 2013

Genesis 16:1-16

Zo op het eerste gezicht is dit een verhaal over vrouwenonderdrukking maar in werkelijkheid een verhaal over hoe we echt met elkaar om horen te gaan. Sarai, de vrouw van Abram, had al 10 jaar in het vruchtbare Kanaän gewoond en nog steeds geen kinderen gekregen. Dan mag je wel aannemen dat je onvruchtbaar blijft. Ze verzint dus een list, een Egyptische Slavin genaamd Hagar moet namens haar maar een kind krijgen. Hagar betekent volgens sommigen zwerfster, volgens anderen vluchtelinge, in elk geval is het een vreemdelinge. Die Hagar heeft het dus helemaal gemaakt, zwanger van de grote vader, want Abram betekent grote vader, dus is zij de eerste onder de vrouwen. Sarai pikt dit niet en neemt wraak. Hagar vlucht en dan komt God tussenbeide.

Die God van Abram die aan Abram en zijn kinderen een groot nageslacht heeft beloofd, heeft dat nageslacht dus ook aan de zoon van Hagar beloofd. Ook al zal dat volk van Ismaël in oorlog zijn met het volk van de andere kinderen van Abram, beiden zullen ze groot geacht worden. Achteraf natuurlijk gemakkelijk te zeggen dat ze gelijk had. Maar je moet maar durven vertrouwen op zo’n belofte als je de woestijn bent ingevlucht omdat je zo vernederd bent. Dat Abram de zoon toch opneemt als zoon van Hagar, door hem Ismael te noemen, betekent dat Hagar er voortaan ook bij hoort, net als Sarai maar zeker niet als de mindere. Zo gaan we dus met elkaar om, ook een zwervende vreemdelinge hoort er bij.
Abram weet dat, hij is immers zelf nog een zwervende vreemdeling in Kanaän. Zwangere vrouwen wegsturen, kinderen in de gevangenis stoppen, vreemdelingen met de nek aankijken en vernederen, het hoort allemaal niet bij het verhaal van God.

Die God van Abram, en dus ook de God van Hagar, ziet op de minsten, op de zwaksten, en heeft de bedoeling dat wij ze daardoor ook gaan zien. Juist een goede behandeling voor vreemdelingen, maakt ons tot een christelijk volk, dat zijn we dus nog lang niet. Er wordt al een aantal jaren om gevraagd. Mensen in de gevangenis stoppen als ze geen misdrijf hebben begaan is niet de oplossing. Mensen die hier zonder toestemming zijn tot criminelen verklaren is ook geen oplossing. Als je wilt dat ze teruggaan naar het land waar ze vandaan komen breng ze er dan heen. Eindelijk is dat ook door de PKN doorgedrongen en hebben ze een klacht ingediend bij de Europeese Rechter. Ze verdienen onze steun en zorg voor vreemdelingen in de knel mag elke dag opnieuw, ook vandaag weer.

Ik zal hun onderdrukkers ter verantwoording roepen

maandag, 22 juli, 2013

Genesis 15:12-21

De dromen laten Abram maar niet los. Hij zou het begin zijn van een groot volk, maar kinderen heeft hij niet, hij zou het land erven waar hij nu in rondtrok maar hij had nog geen snipper land in eigendom en godsdienstige rituelen had hij ook al niet. Dan droomt hij dat het nog wel heel lang kan duren voordat de dromen zoals hij ze heeft uitkomen. Wel tot de vierde generatie. Dat is wel vierhonderd jaar. Tot die tijd zullen zijn nakomelingen zelfs in slavernij gehouden worden. Wij weten inmiddels dat het volk Israel 400 jaar in Egypte verbleef en toen uittrok door de woestijn, daar haar godsdienst vorm en inhoud gaf en toen pas het beloofde land veroverde. Abram moet blij geweest zijn te zien dat dat delen van het offer door God zelf werd opgelost.

En de onderdrukkers worden altijd en overal ter verantwoording geroepen. Want al die mannen in hun streepjespakken met mooie stropdassen om kunnen nu wel zo brallerig snoeven op de rijkdom die ze aan de rijken hebben weggegeven. Maar op deze wereld gaat het verwerven van de meeste rijkdom ten koste van anderen, van de niet rijken, van de armen en dat zijn toch het meest ook nog vrouwen. Daarnaast zijn het aanhangers van godsdiensten die dat stelen van de armen religieus denken te kunnen motiveren. In de Islam de fundamentalisten die er niet aan willen dat de Profeet vrouwen een ereplaats wilde geven en juist elke vorm van onderdrukking wilde bestrijden. In het Christendom de bevindelijke protestanten en de Rooms Katholieke Kerk die vrouwen thuis en buiten Kerk en samenleving willen houden alsof er niet geschreven staat dat in Christus man noch vrouw is.

De droom van Abram ,waarin een wereld komt waar iedereen mee mag doen en mee mag delen, is nog lang niet uitgekomen. Het lijkt soms wreed te klinken dat de God van Israël alle landen van al die volken die daar genoemd worden aan de nakomelingen van Abram wil geven en die volken dus dakloos wil maken. Maar zo zit het niet. In een wereld waar iedereen mee mag doen, waar iedereen deel heeft aan dat verbond dat de God met Israël heeft gesloten, verdwijnen de nationale identiteiten die het eigen volk stellen boven andere volken. Niet jezelf eerst maar altijd samen want van delen wordt je rijker. Het is een droom die een hele plezierige wereld opleverd, de scheiding tussen arm en rijk, Jood en Heiden, man en vrouw, oud en jong is daar verdwenen schrijft Paulus in zijn brief aan de Galaten. Hij schrijft er bij dat we er alvast mee mogen beginnen. En een dergelijke wereld is er nog lang niet. Daar moeten we nog hard aan werken. Dat mag elke dag opnieuw.