Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor juni, 2013

Wie liefdevol is

donderdag, 20 juni, 2013

Spreuken 11:12-21

Hadden we bij het lezen van het eerste deel van dit hoofdstuk het nog over de manier waarop mensen zich tot elkaar verhouden bij het handeldrijven, in het tweede deel van dit hoofdstuk gaat het meer in het algemeen over hoe mensen zich tot elkaar verhouden in de samenleving. Waarbij die samenleving natuurlijk ook de plek is waar handel wordt gedreven en waar wordt genoten van de vruchten van dat handeldrijven. De nadruk ligt in een aantal verzen op het vermogen te zwijgen over wat je ziet. Je ergert mensen niet, je zet mensen niet tegen je op, je verspreidt geen laster en, wat het allerbelangrijkst is je beschadigt geen mensen, zeker niet per ongeluk of ondoordacht. Dat zwijgen goud is blijkt uit dit gedeelte van het boek Spreuken. In onze samenleving, waar ieder detail van mensen over straat kan gaan, zijn deze spreuken hoogst actueel en wellicht volledig vergeten, er zijn immers mensen die een goed bestaan hebben aan de roddel die ze verspreiden.

Voordat je een oordeel velt over de samenleving, en daarmee een visie geeft op waar het naar toe moet, doe je er goed aan eerst eens goed na te denken en te rade te gaan bij betrouwbare raadgevers. Zeker als je gevraagd wordt borg te staan. Nu is borg staan om een betrouwbare ondernemer aan de noodzakelijke financiering te helpen voor zijn onderneming niet verkeerd. Het houdt een zakelijk risico in zich en je loopt dus het gevaar je geld kwijt te raken. Maar daar gaat het in dit vers niet over. Als je borg staat voor een onderneming die je niet kent dan kun je ook in de macht komen van vreemde ondernemers. Als je immers niet mee wil gaan in het kwade dat ze in de zin hebben dan verlies je je geld. Niet alleen in Spreuken maar in het hele Midden Oosten werd in oude tijden om deze reden gewaarschuwd tegen het borg staan voor vreemdelingen. Een afspraak is net zolang geldig als je elkaar kunt zien.

Rechtvaardig is dus de benaming van mensen die de Weg van de God van Israël volgen. En rechtvaardig is hier meer dan een benaming voor het oordeel dat je velt. Juist oordelen over mensen zou je achterwege moeten laten. Rechtvaardig is hier je eigen houding, het goede benoemen en het kwade weren, eerlijkheid betrachten en beseffen dat snel verdiende rijkdom altijd de reuk om zich heeft van bedrog of handelen ten koste van anderen. Het wordt hier in tegenstelling gebracht met de bevalligheid van een vrouw, die vrouw zal veel langer aanzien krijgen. Het snelle geld, het snelle oordeel, de roddel en de achterklap, het alleen letten op het kwade van anderen, alles is onwijsheid, goddeloosheid. Laten we daarom eens om ons heen kijken in wat voor samenleving wij eigenlijk leven, wat zijn hier de normen en waarden, is dat wijsheid? Gelukkig dat we elke dag opnieuw op een andere manier het leven mogen leven, in Wijsheid op de Weg die gewezen werd door de God van Israël in zijn richtlijnen die zich laten samenvatten als: “Heb uw naaste lief als uzelf”

Rijkdom helpt je niet

woensdag, 19 juni, 2013

Spreuken 11:1-11

Vandaag een verzameling stellingen over de houding van mensen in de handel die ze met elkaar drijven. Wat is wijsheid? Moet je de ander voor de gek houden om zelf meer te verdienen of moet je genoegen nemen met een kleinere opbrengst maar wel eerlijk en oprecht blijven. Wij leven in een tijd van economische crisis. Die crisis is begonnen met de val van een Amerikaanse bank. Die bank, hebben we inmiddels wel geleerd, ging ten onder aan bedrog en eerzucht. De bank sleepte daarin de hele wereld mee, alsof het een dominosteentje was aan het begin van de enorme rij dominostenen. De wijsheid die we vandaag uit het boek Spreuken lezen werkt de richtlijnen voor de menselijke samenleving verder uit. We denken vaak dat die spreuken spreekwoorden op zich zijn maar ze vertonen wel degelijk een samenhang. De Wijsheid waarover gesproken wordt is de eerste richtlijn, heb God lief boven alles. Alle andere richtlijnen gaan over de vraag hoe je dat doet en dat laat zich samenvatten in het “Heb je naaste lief als jezelf”

Het is duidelijk dat valse weegschalen een gruwel zijn en dat je beter zuivere gewichten kunt gebruiken. Wij hebben het ijkwezen voor het zuiver houden van de gewichten Dat ijkwezen is in het leven geroepen toen er zoveel valse gewichten in omloop kwamen dat het kopen op gewicht niet meer vertrouwd kon worden. Verkopers probeerden een te laag gewicht te verkopen en kopers die zelf weegschalen meenamen probeerden een hoger gewicht als lager voor te spiegelen. De waarheid lag vaak in het midden maar als niemand meer te vertrouwen is neemt de handel af. Daar hebben we dus nu ook last van. Aangezien de banken niet meer te vertrouwen zijn lenen we niet meer voor grote aankopen en aangezien mensen daardoor werkeloos dreigen te worden kopen we nog minder. Woekerhypotheken met aflossingen die veel en veel te hoog zijn leggen een extra rem op de economische ontwikkeling.

Als je in het licht van de huidige crisis het gedeelte uit Spreuken nog eens op je in laat werken dan lijkt het of er voortdurend open deuren worden ingetrapt. Uiteindelijk overleven alleen de eerlijke mensen die anderen ook eerlijk behandelen. Naar een bank die je eerlijk behandelt en de risico’s eerlijk met je doorneemt durf je nog wel een keer toe te gaan. Maar die banken zijn er dus op dit moment niet, zelfs niet de banken die door de overheid zijn overgenomen. In de Spreuken wordt nog gedaan of God straft. Maar de goddeloze straft eigenlijk zichzelf. Wat God gedaan heeft is zijn richtlijnen ons voor te houden. Wie het gedrag van de bedriegers legt naast de richtlijnen van de God van Israël ziet waar het fout zit en als je het niet direct ziet moet je uitwerking uit het boek Spreuken er nog eens bij nemen. Het is dus zaak ons financiëel systeem te hervormen. Dat horen we al een paar jaar maar het gebeurd niet. Nergens blijkt dat banken nu eerlijker zijn en genoegen nemen met kleinere winsten in ruil voor meer eerlijkheid. De hoogste inkomens stijgen weer, dat kan alleen door bedrog en diefstal, dat gaat altijd ten koste van de armen. Daarom zal de crisis nog wel even blijven, tenzij we ons echt gaan verzetten.

Een rechtsgeldig testament

dinsdag, 18 juni, 2013

Galaten 3:15-29
 
Heeft U zich wel eens afgevraagd waar toch de namen Oude en Nieuwe Testament vandaan komen? Ze komen uit deze passage uit de brief aan de Galaten. Als we het over een testament hebben dan bedoelen we de laatste wilsbeschikking van iemand, al of niet al overleden. In dat testament regel je wie je erfenis krijgt en wie niet. Maar als we aan het woord testament de bijvoeglijke naamwoorden “oude” of “nieuwe” toevoegen dan hebben we het direct over de Bijbel. De Hebreeuwse Bijbel is dan het Oude Testament en wat de Christenen er later aan hebben toegevoegd heet samen het Nieuwe Testament. Het is de beeldspraak van Paulus in zijn strijd tegen het opleggen van de Joodse wetten en regeltjes aan de Heidenen die mee willen doen aan de bouw van het Koninkrijk van Recht en Liefde, het Koninkrijk van God.
Paulus beroept zich daarbij op de belofte van God aan Abraham.

 In de tijd van Abraham was er nog geen Wet van de Woestijn, en waren er zeker nog geen wetten en regeltjes zoals die in de dagen van Jezus van Nazareth door het Joodse volk werden nageleefd. Het enige dat Abraham had was zijn vertrouwen dat hij op een nieuwe manier een volk zou moeten stichten. Niet rond vruchtbaarheidsgoden, niet rond goden die aan grond waren gebonden, niet rond maan of zonnegoden, niet rond natuurgoden maar met een God die met je meetrok en die je kon aanspreken op recht en rechtvaardigheid. Die God beloofde dat eens zelfs de dood niet meer zou tellen als het ging om de liefde voor de mensen. Voor Paulus ging die belofte in vervulling bij Jezus van Nazareth. Daarom noemt hij het “het testament van Abraham”. Abraham heeft de belofte nagelaten als erfenis voor de nakomeling die dat wist te volbrengen.

Daarmee is het Oude Testament dus niet het verouderde testament waar sommigen het voor verslijten maar het testament dat vanouds ook onze erfenis bepaald en laat zien wat onze weg is. Het Nieuwe is dan dat, in de belofte van Jezus van Nazareth, ook wij Heidenen mee mogen doen met de armen bevrijding aanzeggen, met de bouw van dat Koninkrijk van God. Voor Abraham was die God al niet de God van een stukje grond ergens op de aarde, maar was die God op de hele bewoonde wereld aanwezig. Die belofte gold en geldt dus voor de hele bewoonde wereld. Voor Abraham was er geen verschil tussen mensen met en mensen zonder zijn God, voor Paulus geldt dat dus ook in de nieuwe gemeenten van de mensen van de Weg. Daarom is het ook dat als wij het over de armen hebben we de armen van de hele bewoonde wereld op het oog hebben. Juist in deze tijd waarin de economieën van alle landen met elkaar samenhangen, globalisering noemen we dat, moeten we ons bewust zijn dat we dringend onze samenleving zo moeten inrichten dat daar geen mensen aan dood gaan van honger en armoede, waar ook ter wereld. Die erfenis dragen we ook met ons mee.

Een daad van gerechtigheid

maandag, 17 juni, 2013

Galaten 3:1-14

Het is misschien een voor de hand liggende vraag. Leef je fatsoenlijk en houd je je aan de regels en omgangsvormen of laat je je leiden door de Geest van de Liefde en doe je daarbij wel eens iets dat eigenlijk niet hoort of zelfs niet mag maar doe je dat uit Liefde voor je naaste en omdat je uit Liefde voor die naaste eigenlijk niet anders kan? Het zijn de vragen die Paulus stelt, het zijn de vragen die binnen het Gereformeerde verzet in de Tweede Wereldoorlog leefden. Mag je verzet plegen tegen een misdadige overheid? Natuurlijk is een ordelijke samenleving te verkiezen boven een samenleving waarin ieder maar doet wat goed is in eigen ogen. In het verkeer weten we dat het beste, we rijden allemaal rechts want als de een rechts en de ander links gaat rijden komen er grote ongelukken. Die ongelukken komen er dan soms ook als mensen zich vergissen en we vertrouwen er zo sterk op dat de regels worden nageleefd dat we die mensen spookrijders zijn gaan noemen. Toch reden er mensen aan de verkeerde kant van de weg omdat er in een sneeuwstorm een file was ontstaan en mensen van warme drank en wat eten moesten worden voorzien. De regels voor de menselijke samenleving beginnen in de woestijn, bij de afstammelingen van Abraham.

Abraham wordt gezien als de vader van alle gelovigen. Joden en Islamieten geloven dat ze rechtstreeks van Abraham afstammen. Hun besnijdenis is daarvan het bewijs. Maar Christenen wijzen op Paulus die in deze brief aan de Turken in Galatië schreef dat niet de besnijdenis de verdienste van Abraham was maar zijn geloof. Iedereen die gelooft dat de armen werkelijk bevrijd worden, dat de Liefde van God door de dood heen is gedragen door Jezus van Nazareth en dat wij met hem uit de dood van deze wereld mogen opstaan en gaan werken aan zijn Koninkrijk hoort bij Abraham. Als je je door wetten en regeltjes laat leiden en niet door de Liefde dan loop je een groot risico. Die liefde maakt dat je er desnoods duizend keer per dag opnieuw mee mag beginnen, maar die wetten en regeltjes zijn zomaar overtreden en dat valt niet meer goed te maken. Het is juist de Liefde van God waar je altijd een beroep op mag doen door je naaste lief te hebben als jezelf. Het gaat dus aan te blijven werken aan het voeden van de hongrigen, het kleden van de naakten en het bezoeken van de gevangenen.

Je kunt niet alles, je kunt zeker niet de hele wereld op je nek nemen dus moet het samen. Dus moet het ook komen van ons volk, moeten we ons samen in de wereld sterk gaan maken voor de zwaksten in de wereld. Onze welvaart is voor een gedeelte gebaseerd op oneerlijke handelsverhoudingen. Die handelsverhoudingen zijn zo oneerlijk dat ze miljoenen in Afrika, Azië en Latijns Amerika tot bittere armoede dwingen. Ook daar zijn rijken die dat in stand willen houden, net als hier de VVD die bittere tranen huilt bij elke geringe matiging die de rijksten in ons land wordt opgelegd. Dat sommige jongeren verleid worden tegen die rijken in arme landen in het geweer te komen is jammer. Wij willen immers dat de wereld er op een andere manier gaat uitzien. Niet macht en geweld en het recht van de sterkste moeten gelden maar het recht van elk mens op een menswaardig leven. Dat is de rechtvaardigheid die Abraham deed kiezen voor bondgenootschappen met zijn buren en een leven in de bergen, de vruchtbare vlakten aan de anderen overlatend. Als volgelingen van Abraham zullen we hem moeten volgen in rechtvaardige bondgenootschappen met de andere volken in de wereld, daar worden we allemaal beter van.

Ikzelf leef niet meer

zondag, 16 juni, 2013

Galaten 2:11-21

Soms snap je niet waarom de Nieuwe Bijbelvertaling niet gewoon vetaald wat we gewend zijn. Ook de bijbelvertaling uit 1951, die we zo gewoon zijn, had ons hier in verwarring gebracht overigens. De naam Kefas is grieks voor het latijnse Petra, of rots. De man die hier dus aangesproken wordt is Petrus. Wie het vijftiende hoofdstuk uit Handelingen heeft nagelezen weet dat de toespraak van Petrus, waarin hij uitlegt dat Joden Joden moeten blijven en Heidenen Heidenen, maar dat ze samen Christenen moeten zijn, doorslaggevend was bij de besluitvorming over het conflict. Maar daar is kennelijk een daverende ruzie tussen Paulus en Petrus aan voorafgegaan. Huichelarij was iets wat Paulus kennelijk absoluut niet kon verdragen en diplomatie trouwens ook niet. Jakobus was de broer van Jezus en het hoofd van de gemeente in Jeruzalem. Dat iemand rekening hield met de gevoeligheden van zijn Joodse afgezanten lijkt voor de hand te liggen.

Niks, zegt Paulus, je zegt wat je denkt en je doet wat je zegt. Zoals Jezus van Nazareth zelf eens had gezegd: Uw ja moet ja zijn en Uw nee moet nee zijn. Het is mooie beeldspraak die Paulus gebruikt, ik ben gestorven maar Christus leeft in mij. Elders zegt hij dat hij elke dag wel duizend keer sterft om ook duizend keer met Christus op te staan. Die beeldspraak is niet onbelangrijk. Voortdurend dien je er kennelijk op uit te zijn je naaste lief te hebben als jezelf. Dat is niet gemakkelijk want uiteindelijk hoor je ook jezelf lief te hebben. Jezus van Nazareth is daarbij de grote voorganger. Hij hield die liefde vol door de dood heen. In zijn geest, de geest van God, moet je dus alles doen. Dat moeten is overigens geen opgelegde dwang, maar als je eenmaal die liefde hebt leren kennen dan kun je niet anders. Dat hier het moeten geen dwang is probeert Paulus ons ook duidelijk te maken. Het gaat hier niet om regeltjes uit een wetboek waarin staat wat je allemaal niet mag en wel moet. Dat soort wetten doet voor Christenen niet ter zake. En nu niet denken dat de oude Joodse Wet was afgeschaft en vervangen was door een nieuwe Christelijke Wet, die wet bestaat niet. Er bestaat maar één wet, de Wet van de Woestijn. Die Wet geldt voor Joden en Heidenen en in die Wet kunnen ze samen Christen zijn.

Die Wet is dat God liefhebben boven alles, je naaste liefhebben als jezelf is. Daar komt alles vandaan en daar gaat alles op terug. Dat je dus als Christen veel dingen niet zou mogen is onzin. Mensen die je dat willen wijsmaken willen macht over je uitoefenen. Wie voor jou uitmaakt wat goed en wat slecht is heeft macht over je. En dat is in strijd met wat de Bijbel zegt over macht. Daarin is er slechts één Heer en dat is God, er is één die bepaald wat je wel en niet wilt doen en dat is de geest van Jezus van Nazareth. Er is één maatstaf om uit te maken wat wel of niet goed is en dat is het effect dat het heeft op de armen, de zieken, de gehandicapten, de mensen die geen plek hebben in de samenleving. Rechtvaardig is in de Bijbel de mensen recht doen, de mensen die krom moeten liggen, om een deel van leven te hebben, mogen opstaan en weer recht door het leven gaan. Jezus van Nazareth ging ons daarbij voor door de dood heen. Dat we daarin mee mogen doen heet in de woorden van Paulus genade. Geen straf voor al die keren dat we eerder aan onszelf dachten dan aan onze naaste, maar de mogelijkheid duizend keer op een dag opnieuw te mogen beginnen. Zo zwak en eenzaam als we zijn hebben we kennelijk een God aan onze zijde die ons telkens weer laat werken aan zijn Koninkrijk, die wereld waar geen tranen meer zijn, waar alle mensen een plaats hebben. Als je dat tot je door laat dringen wil je geen moment meer wachten er mee aan de slag te gaan.

Ze wilden slaven van ons maken.

zaterdag, 15 juni, 2013

Galaten 2:1-10

De brief aan de Galaten moet ergens geschreven zijn tussen het jaar 45 en 50. Aan het begin van onze jaartelling dus en de brief wordt beschouwd als de oudst bekende brief van Paulus. In het begin van hoofdstuk 2 valt Paulus met de deur in huis als het over het conflict gaat. Hij heeft het over een besnijdenis en over schijnbroeders die als spionnen waren binnengedrongen in de gemeenten van de Galaten. Een bezoek van Paulus en Barnabas met hun gezelschap aan de gemeente in Jeruzalem lost intern het conflict kennelijk op. Met een handdruk wordt de zaak bezegeld. Wie het verhaal over dat bezoek en de overeenkomst nog eens wil doorlezen moet naast de passage van vandaag het boek Handelingen openslaan, in het vijftiende hoofdstuk vindt U de geschiedenis terug.

Maar dat het conflict zich ook tot het hart van Turkije had uitgebreid en Paulus zelfs genoopt had tot het schrijven van een brief maakt het conflict ook voor ons belangrijk. De datering van de brief is daarbij niet onbelangrijk. In het jaar 70, niet zo lang na het schrijven van de brief dus, werd de Tempel in Jeruzalem verwoest na een bittere oorlog tussen opstandige Joden en Romeinen. De Joden werden uit Israel verdreven en het duurde eigenlijk tot 1948 voor er weer een Joodse Staat zou ontstaan. Die opstand heeft dus diepe sporen in de geschiedenis getrokken. De onrust en de groeiende bereidheid tot gewapend verzet was ook al in de dagen van Jezus van Nazareth aanwezig. Jezus zelf wees deze weg van bevrijding voor zijn volk van de hand. Maar het nationalisme bleef broeien. Ook in de nieuwe beweging van de Weg. Want, zeiden sommigen, als die Heidenen het hart van de wet van Israel wilden volgen, hun naasten liefhebben als zichzelf, dan konden ze toch net zo goed Jood worden.

Je kunt je voorstellen wat dat had betekent. De Islam probeert geen Nederlanders te werven maar elke vorm van discussie, elke vorm van recht in de leer binnen de Moskee roept in onze samenleving al geschreeuw en gekerm op. Hoeveel te meer een beweging van mensen die van Heidenen Joden wilde maken en dan ook nog de slaven als gelijken ging beschouwen? Jood werd je door besnijdenis, Christen door samen te gaan leven met de mensen om je heen en het leven gewicht te geven. In Jeruzalem werden ze het eens, Joden bleven Joden en Heidenen bleven Heidenen samen konden ze Christen worden. Het enige dat nog te doen stond was zorgen voor de armen. Ook de gemeenten in Turkije, Galatië in die tijd genoemd, konden gerust zijn, voor hen veranderde er niets, gevaarlijke politieke avonturen hoefden niet, Chisten zijn was al gevaarlijk en avontuurlijk genoeg. Dat is het dan ook vandaag de dag voor mensen die genuanceerd met hun Islamitische buren willen samen leven.

Wat prijs je het kwade aan!

vrijdag, 14 juni, 2013

Psalm 52

Vandaag een lied over een belangrijke gebeurtenis in de verhalen over het leven van koning David. Op de vlucht voor Koning Saul, die jaloers was geworden op David door de militaire sucessen van David, ging David naar de tent van de samenkomst. Daar was de priester Abimelech de baas. In de Tent van de Samenkomst stond een tafel met brood, aan de God van Israël werd zo getoond dat het volk bereid was haar brood te delen, eigenlijk met de armsten, met de weduwe en de wees. Maar David en zijn mannen hadden op dat moment nog maar één ding, dat was honger. David vroeg daarom om het brood van de tafel met toonbroden. Na enige aandringen geeft Abimelech die. Dat wordt gezien door de Edomiet Doëg die het prompt aan Saul ging vertellen. Het kostte de priesters van de Tent van de Samenkomst het leven.

In de Bijbel staat heel vaak het individu voor het algemene. Zo is het ook Doëg vergaan. In de verhalen die de ronde doen over David en Saul, over goed en kwaad, is Doëg de Edomiet het symbool geworden voor verraders en leugenaars, moordenaars ook die ondanks dat ze zich bewust zijn van hun kwaad doorgaan met moorden. Wat dat was volgens de Bijbel het handelen van Doëg. Hij kreeg de opdracht de helpers van David bij de Tent van de Samenkomst te doden maar de soldaten die hij daarvoor meekreeg weigerden dat te doen. Toen deed hij het zelf maar, hij roeide ze allemaal uit en de bewoners van de stad Nob, waar de Tent stond, er bij. Alleen de Priester Abjatar ontkwam aan de moordpartij en sloot zich bij David aan.

Doëg betekent “bezorgd” en Edom was het volk dat afstamde van Esau, de broer van Jacob die Israël zou worden. Het was dus een broedervolk en Doëg zou zijn broeders van Israël dus moeten hoeden in plaats van uitmoorden, hij valt samen met Kaïn die zijn broer doodsloeg. Volgens de buitenbijbelse verhalen namen twee Engelen hem zijn verstand af toen hij 34 was geworden , werd zijn ziel verbrand en de as verstrooid. Hij was dus een verrader, een koelbloedig moordenaar en door de Psalmist beantwoord met een ronduit cynisme, een “held” die zijn toevlucht niet bij God had gezocht. Gelovigen worden nog al eens gemaand om netjes te blijven tegen spotters, het lezen van deze Psalm helpt daartegen, je mag gerust terugspotten, de afgodendienaars van het vergoddelijkte menselijk verstand bespotten zoals die de vereerders van het hogere bespotten. Soms is dat nodig om het goede te kunnen blijven doen, want elke dag gaat het toch eigenlijk om het goede te doen en niet dan het goede, ook vandaag weer.

Let goed op hoe jullie luisteren

donderdag, 13 juni, 2013

Lucas 8:16-21

Ook in onze dagen gaan er elke zondag mensen naar de Kerk. Waarom eigenlijk? De kerken lopen leeg en na al die eeuwen kerkgang lijkt de wereld er nog steeds niet veel beter op geworden. Nog veel erger is dat er zo veel kerken zijn. Was er nu maar één kerk voor elk dorp en elke wijk in elke stad, maar zelfs kleine dorpen kennen meer kerkgebouwen waar groepen gelovigen heen gaan die vooral niet samen naar de kerk willen. Allemaal hebben ze iets gemeen, ze luisteren naar een voorganger die vindt dat ze goed moeten luisteren. Daarin proberen die voorgangers te lijken op Jezus van Nazareth. Die riep dat immers ook, en hij dreigde zelfs de mensen af te nemen wat ze hadden als ze niet goed luisterden. Of lezen we het dan verkeerd.

Het gevaar is altijd dat als je dat soort zinnetjes gaat gebruiken je het verhaal uit z’n verband trekt. Jezus van Nazareth had het over de goede boodschap, Evangelie genoemd, dat de armen en onderdrukten bevrijdt zouden worden, dat door een volledig andere manier van leven het leed geleden zou zijn, dat je daar zelfs tegen op zou mogen staan. De kunst was het brengen en het leven van die boodschap en door die boodschap het vol te houden tegen alles in. Dan zou dat nieuwe leven tot bloei komen, dat kon je immers niet verborgen houden. Als je het licht opsteekt verdwijnt het donker, zo zit dat in elkaar. Kunst was dus ook goed naar die boodschap te luisteren, die boodschap uitdragen is het mooiste wat er is, maar volhouden het moeilijkste.

Ook voor Jezus van Nazareth overigens. Het Evangelie van Lucas vertelt het er maar even bij. Voor Jezus van Nazareth even geen tijd voor de famillie. Sommige voorgangers schilderen hem graag af als enig kind en gaan dan ook op de traditioneel heidense manier zijn moeder aanbidden. Maar Jezus van Nazareth had geen tijd voor famillie, zijn moeder en broers moesten maar buiten blijven. Enig kind was hij ook al niet dus. Hij voelde zich verwant aan de mensen die net als hij hun leven in dienst van het goede hadden gesteld. Familliebanden waren geen reden om voorrang te krijgen. Nu kwam het daarmee wel goed. Zijn moeder bleef hem achtervolgen tot bij het kruis toe en zijn broer Jacobus zou het hoofd van de gemeente in Jeruzalem worden. Maar vandaag moeten ook wij luisteren, en horen dat de eerste onder ons de minste tot dienaar wil zijn, dat voortrekken van je famillie er niet bij is maar dat al die gelovigen famillie zijn, naar welke kerk ze ook gaan, als ze aan het werk gaan om de armen te bevrijden, het evangelie te brengen dus.

En ook enkele vrouwen

woensdag, 12 juni, 2013

Lucas 8:1-15

In tal van verhalen over Jezus van Nazareth wordt gedaan of hij rondtrok door het land Israel vergezeld door de twaalf mannen die hij had uitgekozen. Nog afgezien van het feit dat Jezus ook af en toe de grens over ging naar het buitenland vertelt het Evangelie van Lucas ons heel uitdrukkelijk dat niet alleen die 12 mannen meegingen maar ook een aantal zeer vooraanstaande bij name genoemde vrouwen. Maria, uit het vissersplaatsje Magdala, Johanna de vrouw van een vooraanstaande hoveling en Susanna en nog anderen die zorgden dat het hele gezelschap in leven bleef. Dat waren geen armen want er staat uitdrukkelijk bij dat ze van hun eigen geld zorgden voor het gezelschap van Jezus. Het verhaal staat er niet voor niets en niet voor niets op deze manier.

Het is niet altijd eenvoudig te snappen wat nu het Koninkrijk van God is. We worden dezer dagen overstelpt met nieuws over de Europeese Unie. Daar snappen we wat van. Daar gaat het over de vraag wie de macht heeft. Hebben de Polen wat meer macht, of de grote landen zoals Engeland en Frankrijk, of de parlementen zodat ook de Partij voor de Vrijheid zonder democratie er over mee kan praten, of het Europeese Parlement of de ambtenaren. Het zijn de vragen die in elke staat, elke natie en elke samenleving worden gesteld. Maar het zijn de vragen die in het Koninkrijk van God, waar Jezus van Nazareth ons voor oproept, totaal niet aan de orde zijn. Daar gaat het om wat je doet, wat je te betekenen hebt voor de armen, de zwakken en de zieken, de hongerigen, de naakten en de gevangenen, de kinderen met hiv, de ouders met aids. Groot in het Koninkrijk van God is wie groot is voor de kinderen van God, niet wie macht heeft en wetten kan uitvaardigen of oorlogen kan voeren.

Natuurlijk zijn er mensen die best mee willen doen met dat Koninkrijk van God. Die gegrepen worden door een TV uitzending over kinderen met hiv, die dan een bedrag over maken, allemaal goed. Maar dan is dat bedrag overgemaakt dan vergeten ze het weer. Dan vergeten ze dat de armoede steeds weer kinderen in Afrika in gevaar brengt, dat de manier waarop medicijnen gemaakt worden en wie er aan verdient steeds weer geld nodig maakt om zieke kinderen midicijnen te geven, dat oneerlijke handelsverhoudingen de armoede in stand houdt en dat we dus de handelsverhoudingen eerder moeten veranderen dan geld moeten geven.  Het medelijden  verdwijnt weer als zaad door vogels van de weg gepikt. En ook als we vaker geven, misschien een automatische machtiging afgeven, dan komt de zomervakantie en de wintermode en dan verstikken onze goede voornemens als graan dat opgroeit tussen distels en dorens. Alleen wie dag in dag uit zonder ophouden jaren achtereen blijft vragen om een anders ingerichte wereld, anders globalist wil zijn, waar recht en rechtvaardigheid heerst en oneerlijke handelsverhoudingen zijn uitgebannen, heeft iets geproefd van het Koninkrijk van God waar die Jezus van Nazareth zo meeslepend over kon vertellen. Die vraagt ook om een ander Europa, een Europa waar ook Afrika en de armen van de wereld bij mogen horen.

Want ze heeft veel liefde betoond

dinsdag, 11 juni, 2013

Lucas 7:36-50

Er wordt van Jezus van Nazareth wel verteld dat hij omging met hoeren en tollenaars maar in het verhaal van vandaag lezen we hoe het hem vergaat als hij bij keurige mensen op visite gaat. Hij gaat bij een Farizeër op bezoek. Nou klinkt de titel Farizeër bij ons inmiddels een beetje hetzelfde als huichelaar, iemand die zich keurig voordoet maar het niet is. Dat is bij de Bijbelse Farizeërs niet terecht. Op heel veel punten kwamen de opvattingen van Jezus van Nazareth en de Farizeën overeen. De beweging van de Farizeën had ook de synagoge uitgevonden. In elke plaats, in elk dorp en elke stad, stond een gebouw waar de rollen met de boeken uit de Bijbel werden gelezen en bewaard en waar men samenkwam om te leren over het verhaal van Israel en wat daarvan in het leven van alle dag toe te passen.

De Tempel in Jeruzalem was vanouds ver weg en wekelijks, of soms dagelijks, bij elkaar komen rond het oude verhaal in plaats van een paar keer per jaar leverde meer op. Jezus van Nazareth sprak vaak in de synagogen en later ging ook Paulus van Tarzus naar de synagogen die hij tegen kwam. Het grote verschil was dat bij de Farizeën alleen de keurige burgers mee mochten doen terwijl Jezus van Nazareth er de nadruk op legde dat iedereen de weg van Liefde voor de naaste, het leven van delen, moest volgen en daarmee een plaats kreeg in de samenleving. Ook in het verhaal van vandaag wordt dat duidelijk. Een vrouw die kennelijk uitgestoten is uit de samenleving herkent in Jezus van Nazareth de mogelijkheid om weer een gerespecteerd en gewaardeerd lid van de samenleving te worden. Voor iemand die altijd met de nek wordt aangekeken en naar de rand van de samenleving wordt gedwongen een geweldige ervaring.

Deze vrouw brengt dat tot uitdrukking door Jezus van Nazareth zijn voeten te wassen en vervolgens te zalven. Daarmee wordt die Jezus van Nazareth de Christus, de gezalfde. Overigens niet als een koning die op het hoofd gezalfd wordt maar als een geliefde die de voeten wordt gezalfd. Die zalfjes van Christenen, zoals de volgelingen van Jezus later genoemd zullen worden, stellen zich dus kennelijk niet als koningen op, maar als mensen van de Liefde. Het geloof dat dat voor je mogelijk is, wat je ook hebt gedaan je kunt altijd anders, maakt dat het goed kan komen. Ondanks de wrede bezetting, ondanks het geweld in de samenleving mag je in dat geloof in het goede in vrede je weg vervolgen. Ook vandaag nog.