Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor juni, 2013

Misbruik die vrijheid niet

zondag, 30 juni, 2013

Galaten 5:13-26

Macht brengt mensen op het verkeerde spoor. Door de geschiedenis is dat een les die we steeds opnieuw met schade en schande moeten leren en die we telkens opnieuw vergeten. Dat was in de dagen van Paulus niet anders dan in onze dagen. Ook bij ons breken er van tijd tot tijd conflicten uit in bewegingen en kerken die populair zijn en zich gevormd hebben rond mensen van wie we denken dat ze de waarheid op zak hebben en het beste met ons voor. Het zijn  het soort conflicten dat snel kan optreden bij groeiende bewegingen waarvan het karakter en de aard nog niet helemaal vast staan. De geschiedenis is er vol van. Macht en eigendunk zijn voedingsbodems waarop onderlinge strijd zomaar kan uitbreken. Paulus zet tegenover de vrijheid om alles te mogen doen de Liefde voor de naaste waarvan je vervult behoort te zijn.

Pas in die Liefde wordt de Vrijheid dragelijk en vruchtbaar, anders leidt ze alleen maar tot zelfvernietiging. Bij alles wat je goedkeurt of afkeurt moet je dus dat principe in de gaten houden. Alles mag, maar niet alles is nuttig om je naaste te dienen. Zeker niet alles is nuttig om de armsten onder ons bevrijding aan te zeggen. De Geest van Jezus van Nazareth is dat we bijna dag en nacht bezig zijn om gerechtigheid voor ontrechten te zoeken. Dat we voortdurend uitgestotenen weer een plaats in de samenleving willen geven. Jezus van Nazareth lag volgens de verhalen uit de vier Evangeliën daarbij voortdurend aan bij maaltijden van allerlei soort. Hij kreeg het verwijt om te gaan met hoeren en collaborateurs, maar ging ook eten bij Farizeën, de mensen die de Joodse Wet tot in de kleinste details wilden navolgen. In eten en drinken samen met anderen zit het dus niet.

Uit al die verhalen blijkt wel dat Jezus van Nazareth er op is bedacht dat iedereen mee kan doen, dat je geen mensen uitsluit maar alleen mensen opneemt. Dat de lammen weer kunnen lopen en de blinden weer kunnen zien. Dat er een andere weg wordt bewandeld dan in de wereld gewoon is. Dat de Weg van de Liefde wordt begaan en niet de weg van eigenbelang en begeerte. Paulus vat die verhalen op zijn eigen manier samen. Maar de manier waarop Paulus deze verhalen samenvat maakt wel dat ook wij navolgers van Christus kunnen worden. Ook wij kunnen onze samenleving herinrichten door de Liefde voor de naaste. Door samen maaltijd te houden met de vreemdelingen onder ons. Door de onrechtvaardige tolmuren te slopen die de armen in arme landen arm houden. Door onze rijkdom ook echt te delen met de armsten in de wereld. Dat zal ons nu wat kosten maar uiteindelijk een wereld opleveren zonder ellende. Dat moet ons toch alles waard zijn.

Laat u niet opnieuw een slavenjuk opleggen

zaterdag, 29 juni, 2013

Galaten 5:1-12

Je kunt wat doen voor je eigen zieleheil. Mediteren, bidden, bijbellezen, niet vloeken, alleen heteroseksueel leven en tal van andere regels en voorschriften volgen. Kerken en voorgangers zijn er goed in om, door de eeuwen heen, telkens weer nieuwe regels en voorschriften te verzinnen. Hele kerkelijke wetboeken zijn er verschenen en week in week uit komen er groepen mensen bij elkaar om onder het motto van Bijbelstudie de Bijbel af te speuren naar nieuwe regels waar zij zich wel aan moeten houden en alle andere mensen geen weet van hebben. Paulus veroordeelt deze praktijken. Alleen het vertrouwen dat de armen bevrijdt zullen worden en als de liefde voor de naaste even groot is als de liefde voor jezelf tellen. Als er al regels zijn en als die al door gelovigen worden overtreden dan mogen die gelovigen telkens weer opnieuw beginnen met de Weg van Jezus van Nazareth. Dat noemt Paulus genade.

We zien het in onze samenleving zo vaak gebeuren. Als kinderen de wet overtreden moeten ze opgesloten worden. Het klinkt zo logisch, ongestraft kun je de verkeerde dingen immers niet laten passeren. Maar als je naar opgroeiende kinderen en jongeren kijkt vanuit de Liefde zoals Jezus van Nazareth ons die geleerd heeft dan weten we dat het er om gaat om gevangenen te bevrijden. Dan hebben we dus geleerd dat het gaat om die kinderen en jongeren weer een goede plaats in onze samenleving te geven. Dat verschaft ons niet het eenvoudige recept van opsluiten maar dwingt ons om een paar mijl verder te gaan en plannen te maken om elk van die kinderen en elk van die opgroeiende jongeren om te doen keren van de weg van het kwade en weer op een goede plek in onze samenleving mee te laten doen. Volgens Paulus is het kennelijk onbelangrijk of je het kwade van die kinderen nu wel of niet tegenkomt maar is het belangrijk dat je met Liefde die kinderen weet te bereiken en hen weer tot het goede weet te brengen.

Een klein beetje zuurdesem kan het hele deeg zuur maken en dan kan je er echt geen ongezuurde broden meer van bakken. Mensen bedoelen het soms niet eens zo slecht maar maken door hun fanatisme de boel vaak meer kapot dan dat ze iets bereiken. In de dagen van Paulus waren het de mensen die de Joodse Wet ook wilden opleggen aan de Heidenen. Vooral de besnijdenis speelde daarbij een rol. Wanhopig roept Paulus uit dat ze zich maar moesten laten castreren. Een Heidense gewoonte die vaak uit religieuze overwegingen werd gedaan. Maar ja, mensen overdrijven wel eens. We zullen de wanhopige oproep van Paulus niet herhalen maar we hopen wel dat, zoals de zwarte kousenkerk maar een kleine minderheid van het Christendom is, ook zal doordringen dat het Salafisme maar een hele kleine minderheid vertegenwoordigd. Mensen willen een Wereld van Liefde. De God van Israël heeft ons de weg daarheen gewezen, Jezus van Nazareth heeft ons laten zien hoe die weg te gaan. En elke dag opnieuw mogen we opstaan om weer als nieuw die weg te gaan, ook vandaag weer.

Jaag de slavin en haar zoon weg

vrijdag, 28 juni, 2013

Galaten 4:21-31

Je zou bijna denken dat Paulus een anti-Islamist was met zijn typeringen van Hagar en haar zoon Ismael. Maar de Islam bestond nog niet in de dagen van Paulus, de Islam is pas een paar honderd jaar later ontstaan. Als je trouwens nauwkeurig leest dan verbindt Paulus Hagar en Ismael met de Sinaï, de berg waar het volk Israel de Wet ontving, en met Jeruzalem, de stad waar de Wet werd bewaard. Sara, de moeder van Israel, wordt dan verbonden met de Christenen, de kinderen van de vrijheid. Paulus wil hier de Heidenen in Turkije duidelijk maken wat de traditie is waarmee de nieuwe beweging van de Weg verbonden is. Ingewikkeld is het zeker. we hebben het al eens gehad over het Oude en het Nieuwe Testament. Die twee delen van de Bijbel zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Dat Oude Testament is de Hebreeuwse Bijbel.

Voor Paulus is die Hebreeuwse Bijbel de verzameling boeken waarin de komst van Jezus van Nazareth werd beloofd. Jezus van Nazareth als de eerstgeboren mens die de Liefde, zoals God die wilde, volhield door de dood heen. Zijn leven, sterven en opstanding maakt dat we er allemaal in mogen delen en er allemaal aan mogen meedoen. Voor Jezus van Nazareth was het hart van het Oude Testament de Wet van de Woestijn, niet doden, niet liegen, niet stelen en je naaste liefhebben als jezelf, zoals in het Evangelie van Mattheüs staat beschreven. op die manier staan we in de traditie. Het gaat er dus niet om leden te worden van het volk van Israel, en in de dagen van Paulus mee te gaan doen aan het gewapende verzet tegen de Romeinen, maar burgers te worden van het Koninkrijk van God, dat los van het Romeinse Rijk alle mensen een plaats in een samenleving van Samen Delen en Rechtvaardigheid zou geven.

Dat Koninkrijk kiest overal en altijd voor het leven, dat Koninkrijk verschaft elk mens recht. Dat biedt bevrijding voor de armen, daar gaan de lammen lopen, de blinden zien en de doven horen. Daar zijn geen wetten die zeggen wat je allemaal wel mag doen en wat verboden is, daar heerst niet het moeten en verbieden, daar is de vrijheid. Die vrijheid dan beleefd in de Geest van God, de manier waarop Jezus van Nazareth zijn leven leefde en verloor. Die Geest van God maakt dat je altijd beducht bent op de naaste, de mens die jou nodig heeft, de mens langs de kant van de weg, die weer een plaats in de samenleving nodig heeft. Die Geest maakt ook dat, als je van de Weg afgedwaald bent, je elk moment weer mee mag gaan doen, al is het duizend keer op een dag. Weg dus met de slavenmentaliteit van gehoorzaam zijn aan regels en fatsoen en leve de vrijheid van samen delen en respect voor ieder medemens.

Het is goed als u zich inspant

donderdag, 27 juni, 2013

Galaten 4:12-20

Span je alleen in voor de goede zaak is de raad van Paulus aan de Galaten. En dat is ook een goed advies voor ons. Er zijn ook deze week weer allerlei mensen die ons ongetwijfeld zullen willen wijsmaken dat er wetten en regels zijn die ons verhinderen de armoede te bestrijden en de armen bevrijding aan te zeggen. Dat hongerigen gevoed moeten worden is goed maar daar zouden organisaties en instanties voor zijn, ja je moet hongerigen misschien wel laten hongeren omdat dat beter voor hen is, laat ze eerst maar eens vier weken proberen zonder geld te overleven. Dat mensen zonder kleding gekleed zouden moeten worden ligt misschien voor de hand maar ook daar zijn instanties voor en organisaties. Nieuwe kleren zou misschien misverstanden geven en verwachtingen oproepen die ze niet waar kunnen maken.

Gevangenen bezoeken kan natuurlijk al helemaal niet, daar zijn pasjes en toestemmingen voor nodig. Die bezoekgroepen rond de justitiepastores zijn soms alleen maar lastig. Gevangenen sluit je op, je snijd de banden met de samenleving voor enige tijd door. Mensen die gevangenen laten zien dat die ook zonder misdaden een plek in de samenleving kunnen krijgen passen daarbij niet. Na hun straf zijn er wel de Exodushuizen die vanuit de kerken zijn opgezet en waar ex gevangenen worden begeleid bij hun terugkeer naar de samenleving maar die huizen krijgen toch maar zelden een gewone plaats in een woonwijk. Mensen willen liever dat ex gevangenen anoniem en ongemerkt tussen hen komen in wonen. Met die wetten en regeltjes willen mensen macht over je uitoefenen. Hoe ordelijk en redelijk ze soms klinken, als ze afhouden van de liefde voor de naaste, van het brengen van het evangelie van de bevrijding, zijn ze verkeerd.

Paulus brengt de boodschap dat er maar één Heer is, God, of, mischien herkenbaarder, Jezus van Nazareth. Zelfs Paulus zelf zet zich niet op de eerste plaats hebben we geleerd. De Galaten worden dan ook opgeroepen het goede doen niet te laten afhangen van de aanwezigheid van Paulus maar het goede te doen omwille van de zaak van het Koninkrijk van God zelf. Zo zullen we ook een nieuwe werkweek moeten ingaan. We zijn niet uit op conflicten met mensen die het over ons te zeggen denken te hebben maar we zijn uit op bevrijding van de armen, voeden van de hongerigen, kleden van de naakten, steunen van de zwakken. En niets ter wereld kan ons daarvan afhouden. Het doet pijn mensen te horen spreken over de Here Jezus en te zien dat ze niet op hem willen lijken, Paulus spreekt zelfs over geboortepijn. Laten we dus minder over Hem spreken en meer als Hij doen.

U houdt u werkelijk aan vaste feestdagen

woensdag, 26 juni, 2013

Galaten 4:1-11

Als straks de zomer voorbij is en het najaar nadert komt de tijd van de feestdagen weer in zicht. Feestdagen geven vrijheid, werk en school kunnen even worden vergeten om je te richten op de mensen om je heen. Maar veel mensen voelen zich ook gebonden door de feestdagen. Er wordt zoveel verwacht, het moet ineens leuk en gezellig zijn. Op verjaardagen zit het bezoek gezellig te keuvelen terwijl de jarige rondrent om bezoek binnen te laten, koffie te schenken, taart te snijden en te zorgen dat iedereen krijgt wat de bedoeling is. Ook feesten als Sint Nicolaas en Kerst kennen zo hun vaste patronen. Vaak zo vast dat er meer werk gaat zitten in de patronen dan in het genieten. Feestdagen worden op die manier rituele verplichtingen en geen feestdagen in de zin van Jezus van Nazareth en het verhaal van het volk Israel. Als het volk Israel de bevrijding uit de slavernij vierde deden ze of die bevrijding net was gebeurd. Het verhaal werd verteld, maar niet of het eeuwen geleden gebeurde maar of het vandaag gebeurde.

Het grootste feest voor Jezus van Nazareth was te mogen eten en drinken met zijn vrienden, delen wat er te delen was met mensen die van dat delen afhankelijk waren. En zo schrijft ook Paulus aan de Galaten, de Turken rond Ankara, en dus aan ons. De Feesten van Christenen zijn geen feesten van moeten of feesten van zo hoort het, maar het zijn feesten van bevrijding. Daar waar de armen bevrijdt worden van de dwang van de armoede, daar waar mensen weer mee mogen doen, weer een plaats krijgen in de samenleving breekt het feest pas echt los. Dat feest is niet gebonden aan een datum of een periode in het jaar. We hoeven niet te wachten tot kerst om de armen en thuislozen uit de stad een maaltijd te bereiden. Dat kunnen we elke dag doen. De vrijwilligers van de voedselbanken kunnen vertellen wat een feest het kan zijn als mensen weer eens een complete maaltijd op tafel kunnen zetten.

We hoeven niet te wachten tot een verjaardag om buren en buurtgenoten op visite uit te nodigen om elkaar beter te leren kennen en ergenissen over elkaars culturele uitingen uit te wisselen, dat kunnen we elke dag doen. We hoeven echt niet te wachten tot Sint Maarten om de kinderen uit de buurt iets leuks te geven, de hangjongeren zoeken elke dag afleiding en volwassenen om hen te leren op een goede manier met elkaar en met hun tijd om te gaan. Het bevrijdingsfeest kan vandaag beginnen, als er tenminste echte bevrijding heeft plaatsgevonden. En aan die bevrijding kunnen we elk moment gaan werken, die inspanningen zijn nooit zinloos.

Geen brood en geen geld

dinsdag, 25 juni, 2013

Lucas 9:1-17

De volgelingen van Jezus van Nazareth werden later volgens het boek van de Handelingen de mensen van de Weg genoemd. Zij immers volgden die bijzondere weg van Jezus van Nazareth. De zendelingen die Jezus van Nazareth had uitgekozen moesten daar natuurlijk in oefenen. Apostel betekent zendeling en elk van ons kan geroepen zijn om de weg te gaan die Jezus van Nazareth gewezen heeft. Die oefening bleef niet ongemerkt. Zeker, als je zieken geneest, mensen weer een plaats in de samenleving geeft, dan blijft dat niet onopgemerkt, dat gaat als een lopend vuurtje rond. Wij hebben dokters en ziekenhuizen om mensen te genezen maar we vergeten maar al te vaak om mensen die ziek waren weer een plaats in ons midden te geven. Zo zijn er veel mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering die wel willen werken maar die toch buitengesloten zijn. En wie van ons volgt de weg van Jezus van Nazareth door naar de werkgever te stappen en te vragen om juist die buitengesloten mensen in dienst te nemen?

Het verhaal dat hier op volgt laat zien dat er maar weinig nodig is om iedereen een plaats in de samenleving te geven.  De plaats waar dit verhaal zich afspeelt is het huis van vis, en vijf broden en twee vissen spelen een rol. Voor elke dag van de week is er iets te eten. Maar die grote menigte mensen die achter Jezus van Nazareth aangelopen waren, het verhaal spreekt van vijfduizend, leek wel op het volk in de woestijn. Toen had Mozes het volk verdeeld in groepen van vijftig en hen vertegenwoordigers laten kiezen om met hem te overleggen. Ook Jezus verdeeld de mensen in groepen van vijftig en gaf ze te eten. In een democratie hoort er dus altijd voor iedereen te eten te zijn. In het Koninkrijk waar Jezus van Nazareth over vertelde staat het delen met elkaar voorop. Alleen op die manier immers kom je de woestijn door met een grote groep mensen, alleen als je onvoorwaardelijk op elkaar kunt bouwen en bereid bent alles, zelfs jezelf, te delen met degenen die met je mee door de woestijn trekken. Dat is de kern van de Wet van de Woestijn die het volk op de berg Sinaï ontdekte. Het meest heilige, het meest complete en goede, dat een volk ooit kon krijgen.

Die wet werd daarom eerst bewaard in de Heilige Tent die ze elke keer in de woestijn opbouwden en later, veel later, toen ze eenmaal in het beloofde land woonden bewaarden ze diezelfde wet in de Tempel in Jeruzalem. Het is daarom dat er twaalf manden vol brood overbleven, op de manier die door Jezus van Nazareth werd aangegeven kan er een heel volk van meeëten. In die Tempel stond ook tafel met brood, met twaalf broden, als teken dat heel het volk wilde delen. Waarom hebben wij dan nog voedselbanken nodig? De topinkomens mogen nog steeds hun inkomen onbeperkt verhogen en de laagste inkomens moeten matigen om dat mogelijk te maken. Dat je met vijf broden en twee vissen een menigte mensen gelukkig zou kunnen maken, allen werden verzadigd staat er, gaat er bij ons niet meer in. Wie mee wil gaan op de weg van Jezus van Nazareth zal in onze dagen wel een hele ommekeer moeten maken. Een leven dat volledig breekt met de gewoonten van deze dagen wordt gevraagd, maar zo’n leven is wel zo vruchtbaar.Elke dag opnieuw mogen we er mee beginnen, ook vandaag.

Uw geloof heeft u gered

maandag, 24 juni, 2013

Lucas 8:40-56

Ook vandaag gaan de verhalen in het Evangelie van Lucas, die we volgens het rooster van het Nederlands Bijbelgenootschap lezen, over vertrouwen. Er is een man genaamd Jaïrus die vertrouwen heeft in het vermogen van Jezus van Nazareth om iets voor zijn dochterje te doen en er is het vertrouwen van een vrouw dat Jezus van Nazareth haar weer een plaats in de samenleving zou kunnen geven. Voor dat laatste moeten we weten wat die ziekte van bloedvloeing had te betekenen. Die vrouw was tot de onaanraakbaren gaan behoren. Hoewel ze overal kon gaan en staan waar ze wilde maakte haar ziekte dat het aan iedereen verboden was haar aan te raken. Ook zij mocht niemand aanraken. En daardoor was ze buiten de samenleving geplaatst. Jezus van Nazareth heft dat taboe op. Hij verklaart de vrouw genezen en haar vertrouwen maakt dat ze geen straf krijgt, Jezus van Nazareth niet in een positie brengt dat hij zich moet reinigen, maar dat ze gewoon weer mee mag doen.

In het verhaal van vandaag was er een meisje dat kennelijk niet meer wilde eten. Met een modern woord noemen we dat annorexia. Daar kun je dood aan gaan, het is een vreselijke ziekte en als je er aan lijdt dan moet je weten dat er goede therapieën voor zijn om te genezen. In de psychologie wordt wel gezegd dat de ziekte ontstaat bij meisjes uit angst voor volwassenheid. De menstruatie blijft weg en ze blijven daardoor het kleine meisje dat ze waren. Dat je dat niet voor eeuwig kunt volhouden is duidelijk en naarmate de tijd verstrijkt wordt de schade groter. Waar komt die angst voor volwassenheid toch vandaan? Het kan zijn uit sexueel misbruik in de jeugd maar meestal is dat niet het geval. Angst voor een volwassen sexuele relatie kan ook komen door onbekendheid. Als er nooit over gesproken wordt, als je er niet op wordt voorbereid dan kan die maandelijkse bloeding als een schok komen. Dan ben je ineens niet meer die je was, zonder dat je weet hoe je zou kunnen zijn. De gewoonte om niet in het openbaar over sexualiteit te praten en zeker niet over menstruatie kan mensen in onze omgeving dus danig beschadigen.

Jezus van Nazareth wijst een andere weg, hij beveelt het meisje op te staan, op te staan tegen haar meisje zijn, ze moet weer eten. Ook hier geeft Jezus iemand weer een eigen plaats in de samenleving. Na de bezeten vreemdeling met zijn vele demonen, de bloedvloeiende vrouw die niet mocht aanraken en aangeraakt worden, volgt nu het meisje dat vrouw mag worden. Voor haar ouders moet dit een danige schok geweest zijn. Ineens moeten ze dat lieve meisje niet meer als lieve meisje behandelen maar als volwassen jonge vrouw. Het kan ouders nog steeds schokken als ze zich moeten realiseren dat hun kleine meisje ineens een jonge vrouw is. Als je niet uitkijkt blijven ze thuis als klein meisje doen en buiten huis als jonge vrouw. Levensgevaarlijk kan dat zijn. We moeten dus in het spoor van Jezus van Nazareth ook onze kinderen de plaats in de samenleving geven die ze verdienen op grond van wat ze zijn, niet van hoe we ze zouden willen.

Waar is jullie geloof?

zondag, 23 juni, 2013

Lucas 8:22-39

Het Evangelie van Lucas rijgt de verhalen aaneen en doordat we ze dag in dag uit in stukjes lezen lijken ze zonder verband te zijn. Dat is niet zo. De verhalen horen bij elkaar. Het gaat over geloof en hoe je dat doet.  Het Griekse woord voor geloof wordt ook wel vertaald met vertrouwen. We moeten geloven dat het goed komt, we moeten er op vertrouwen dat dat Koninkrijk van God, van eerlijk delen en elkaar liefhebben, er komt en ook mogelijk is. Maar hoeveel vertrouwen moet je hebben?. Wij zijn al eeuwen bezig met dit verhaal. Overal op de wereld wordt het gelezen, wordt er gebeden, helpen mensen elkaar en wat is er dan bereikt? Veel natuurlijk. Het grote Romeinse Rijk dat mensenlevens verspilde zoals wij energie verspillen verdween nadat het Christelijk was geworden. Onder druk van het verhaal van Jezus van Nazareth werden mensenlevens steeds belangrijker. De slavernij werd afgeschaft, 150 jaar geleden deden wij dat ook eindelijk.

Maar in het Evangelie van Lucas worden mensen ook persoonlijk aangesproken op hun geloof. In veel Bijbelverhalen wordt met de naam die iemand heeft ook iets over de persoon zelf verteld. Met de naam “Jezus” is dat het geval, het betekent iets als “God bevrijdt” en ook met het land van de Gerasenen is dat het geval, het is het buitenland maar de naam betekent iets als “de beloning ligt aan het einde”. Als Jezus vraagt naar de naam van de man die zo hard roept dat hij niks met Jezus te maken wil hebben dan krijgt hij dan ook een antwoord dat iets vertelt over de man zelf, Legioen, want zo vertelt het Evangelie van Lucas, er wonen veel demonen in de man. De ontmoeting vindt plaats buiten de gemeenschap, in het buitenland, aan de overkant van het meer. Veel verder buiten de gemeenschap lijkt niet echt mogelijk. Een man zonder huis, die in grotten slaapt, zonder kleren, een man die bij de varkens verblijft, eenzamer en meer verlaten lijkt niet mogelijk.

De profeet Jesaja beschrijft die manier van leven als de manier waarop teruggekeerde ballingen zich opnieuw rond Jeruzalem hebben gevestigd. De bezetenheid van de man mag volgens Jezus overgaan op de varkens, die mag je immers toch niet eten, die dienen nergens voor in Israel. In dat buitenland overigens wel, ook de Romeinen waren er dol op en het zou wellicht voedsel voor de bezetter zijn geweest dat nu de afgrond in geholpen wordt? Voor ons zeggen namen niet zoveel, wij kiezen geen namen meer bij de persoonlijkheid van de mens. . Doorvragen naar wie je eigenlijk bent gebeurt maar weinig. Maar juist dat vragen naar wie iemand is, kan mensen van hun angsten voor de samenleving afhelpen. Wie is die moslim in onze buurt, wie is die hindoe die we tegenkwamen. Vragen we dat wel eens? Vragen we dat wel eens aan hen, of scharen wij ons achter vooroordelen van mensen die er belang hebben de angst aan te wakkeren in plaats van de angst weg te nemen en mensen een plaats in de samenleving te geven. Jezus vraag naar de naam, naar de persoon, is de inleiding tot een bevrijding van demonen. wij weten dat angst die demonen voedt, neem vandaag dus iets van die angst weg en doe mee aan de bevrijding door Jezus van Nazareth.

Gruwelijk is hun onrecht

zaterdag, 22 juni, 2013

Psalm 53

De dwazen waarover in deze Psalm gezongen wordt zijn geen moderne atheïsten, zij die geloven dat God niet bestaat. Want die moderne ongelovigen geloven dus wel. Zij geloven in de rede, het menselijk verstand dat door hen vergoddelijkt wordt. Ze geloven dat een goed gebruik van het redelijk verstand ook het goede zal kunnen opleveren en dat het goede dan ook niet speciaal van buiten hoeft te worden voorgehouden. De dwazen waarover deze Psalm zingt zijn zij die al helemaal niet in het goede geloven als iets dat je zou moeten nastreven, als een maat voor het handelen van mensen. Je zou overigens de indruk kunnen krijgen van deze Psalm dat er helemaal geen gelovigen meer zijn. Er is niemand meer die het goede probeert te doen, laat staan dat er nog iemand is die op zoek is naar God.

Zo is het natuurlijk niet. Als iedereen doet waar die zelf zin in heeft en dat ook van iedereen goed vindt dan ontstaat er vanzelf een wereld vol oorlog en geweld. Dan regeert het recht van de sterkste en mag iedereen vol van angst zijn voor de sterkeren. Zelfs de sterken moeten bang zijn want er kan elk ogenblik iemand op staan die nog sterker is. Bewapening is dan het antwoord en als er meerderen zijn die elkaar kunnen bedreigen en zich kunnen bewapenen dan ontstaat vanzelf een wapenwedloop. Een wedloop die alleen verliezers kent. We kennen de wedloop in het klein tussen zogenaamde criminelen en de politie. Die laatste schiet eerder en gerichter. Zelfs bij een eenvoudige verkeerscontrole schiet de politie gericht op hen die zich aan die controle willen onttrekken. Criminelen die doen alsof de wereld van hen is bewapenen zich met steeds zwaardere wapens waardoor de wedloop ontstaat.

En van een dergelijke wedloop afkomen is niet eenvoudig. Niemand wil een oorlog met kernwapens, maar het lukt de grote mogendheden maar heel gering om afspraken te maken over het beperken en vernietigen van bestaande kernwapens. De Psalm die we vandaag meezingen geeft op het eind toch de richting waar we naar een oplossing voor de geweldspiraal moeten zoeken. De redding moet komen van Sion zingt de Psalm. En op de berg Sion in Jeruzalem werd de Wet van de God van Israël bewaard. Dat was het centrum van de aarde waar alle volken zich naar zouden moeten richten. Daar was immers een heersende wet die ook zegt “Gij zult niet doden” en probeer maar eens oorlog te voeren met die wet als absolute richtlijn voor alle deelnemenden. De Wet op de Berg Sion, de Wet van heb uw naaste lief als uzelf zal ook in onze dagen weer de heersende Wet moeten worden, daar kunnen zelfs de moderne atheïsten geen bezwaar tegen hebben. We kunnen met die Wet elke dag opnieuw beginnen, ook vandaag weer.

Een gulle gever zal gedijen

vrijdag, 21 juni, 2013

Spreuken 11:22-31

Het boek Spreuken lijkt ook na herhaaldelijk lezen een losse verzameling spreekwoorden. Nu komt dat ook doordat sommige vertalingen dat versterken. In een oude vertaling staat bijvoorbeeld “wie laaft wordt ook gezalfd” waar tegenwoordig staat “wie te drinken geeft zal te drinken krijgen” Dat laatste zal eerder in het spraakgebruik worden opgenomen dan het eerste maar we hebben er al een prima spreekwoord voor: “Wie goed doet, goed ontmoet” Het vat het hele deel samen dat we vandaag uit het Spreukenboek lezen. Maar we moeten in de gaten blijven houden dat het nog steeds gaat om de manier waarop mensen met elkaar omgaan. Daarbij is het boek Spreuken de alledaagse uitwerking van de Wetten van Mozes, de Wet die God gaf op de Horeb en die zich laat samenvatten als “Heb God lief boven alles en doe dat door je naaste lief te hebben als jezelf.”

De Wijze wordt nog steeds tegenover de dwaas gezet. De sociaal levende mens tegenover de egoïst. En ook al draagt een aap een gouden ring, het is en blijft een lelijk ding. Daar begint het gedeelte van vandaag mee. Uiterlijke opsmuk, uiterlijke sier telt niet, alleen het gedrag telt. We zeggen zo gemakkelijk dat het innerlijk telt maar het innerlijk is alleen voor God zichtbaar en God wil nu eenmaal graag dat zijn heerlijkheid voor alle mensen zichtbaar wordt en dat wordt alleen zichbaar in de liefde voor de naaste. Een rechtvaardige, iemand die de ander tot zijn of haar recht weet te laten komen is een mens van wie iets uitgaat. Die mens is op anderen ingesteld en merkt het direct als het die ander niet zo vergaat als hij zou willen dat het hem zelf zou vergaan. Doe de ander niet wat jij niet wil dat jou gedaan wordt is immers maar de helft van het verhaal.

De andere helft is dat je de ander zou moeten doen wat jij zou willen dat jou gedaan wordt. Als jij langs de kant van de weg ligt zou je toch willen dat iemand een hand uitsteekt om je te laten opstaan. Als jij honger hebt zou je willen dat iemand je voedt en als je dorst hebt zou je willen dat iemand je te drinken geeft. Nu spreekt het boek Spreuken wel gemakkelijk uit dat wie kwaad zoekt het kwaad zal overkomen maar dat merken we niet altijd in de praktijk. De onrechtvaardigen zwemmen in hun rijkdom, hun ogen puilen uit van vet zegt de psalmdichter. Maar die let dan ook op het einde van die onrechtvaardigen en dan is te merken dat dat einde niet plezierig is, ze worden in elk geval als vrekken en gierigaards niet met plezier herdacht en zijn geen voorbeelden voor de nakomende generaties. Wij mogen elke dag opnieuw ons leven vernieuwen door de Weg te gaan die de God van Israël ons wijst, de Weg van wijsheid zoals we die in het Spreukenboek vinden, de Weg van delen en zorgen voor de naaste. Dat mag ook vandaag weer.