Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor mei, 2013

Veroordeel niet

vrijdag, 31 mei, 2013

Lucas 6:39-49

Het zijn overbekende woorden die we vandaag lezen. Over de splinter en de balk, over het niet oordelen en over de blinde die de blinde niet kan leiden zonder dat beiden in dezelfde kuil vallen. Het borduurt voort op het gegeven dat we het goede moeten doen omdat van het kwade nooit iets goeds kan komen. Op het uitgangspunt van de Wet van de Woestijn dat je je naaste lief moet hebben als jezelf. Op de wetenschap dat ieder mens fouten maakt, jij net zo goed als je naaste. Dat het echter niet gaat om bij de fouten te blijven staan maar juist om het goede voor elkaar te krijgen.De afgelopen weken waren er weer de eindexamens. En elk jaar weer zijn er leerlingen die zakken of lagere punten halen dan nodig door het rode potlood. Ze zijn hun hele schoolloopbaan geconfronteerd met het rode potlood dat hen vanaf elk proefwerk toeschreeuwde wat ze allemaal wel niet fout hadden gedaan. Dat er ook opgaven waren die ze juist heel knap hadden opgelost en antwoorden die ze beter hadden gegeven dan was verwacht was hen nooit verteld. Daar ging dat rode potlood niet over. Pas als die leerlingen geleerd wordt weer in zichzelf te geloven, als er in plaats van het rode potlood voor de fouten een groen potlood voor de goede antwoorden wordt gebruikt, kunnen ze slagen.

Dat is ook wat Jezus ons voor elk gedrag voorhoud. Niet bezig zijn met wat er slecht is, maar, zoals het verhaal van Mattheüs vertelt, de hongerigen eten geven, de naakten kleden, de gevangenen bezoeken, de bedroefden troosten. Uiteindelijk gaan dan de blinden zien en de lammen lopen. Uiteindelijk wordt dan zelfs de dood overwonnen en alle tranen gedroogd. En nou niet roepen dat niemand meedoet en dat iedereen bezig is zelf rijk te worden. Dat is nu de balk in het eigen oog en de splinter in die van de buurman. Zorg dat je zelf het goede doet en niets dan het goede, maak mensen om je heen enthousiast voor het goede en laat ze meedoen, dan verdwijnen zowel de balk als de splinter. Doe mee! Maar gaat het dan over fundamentalisme? Meestal zien we mensen die hun levensovertuiging tot het fundament van de hele wereld willen maken en uiteindelijk daarvoor alles willen uitroeien wat daarmee in strijd is. Jezus van Nazareth roept op om een eenvoudig principe tot fundament van je eigen leven te maken. Namelijk de regel dat van kwaad niets goeds kan komen en van goeds niets kwaads.

Of iets goed of kwaad is merken we dus aan de uitwerking op de mensen. Zijn onze daden gebouwd om de wil het goede te doen en niet dan het goede? Accepteren we anderen zoals ze zijn? Met hun goede en met hun kwade kanten, zoals we zelf geaccepteerd willen worden?  De vruchten van tolerantie zijn vrede, verdraagzaamheid en culturele verrijking en de vruchten van intolerantie zijn oorlog, angst en niet alleen culturele verarming maar ook daadwerkelijke econimische verarming. Ons soort fundamentalisme is dus niet iets wat we anderen opleggen maar wat we onszelf opleggen. Dat maakt dat ons huis op een rots staat, dat we nooit bang hoeven te zijn dat het weggespoeld zal worden door maatschappelijke veranderingen. Als het verbeteringen zijn zullen we die veranderingen verwelkomen, we letten immers alleen op het goede.

Heb je vijanden lief

donderdag, 30 mei, 2013

Lucas 6:27-38

In heel veel commentaren wordt net gedaan of Jezus van Nazareth in deze toespraken iets geheel nieuws introduceert. We lezen een vergelijkbare toespraak immers ook in het Evangelie van Mattheüs. Bij Mattheüs staat Jezus op een berg terwijl de schrijver van het Lucas Evangelie er de nadruk op legt dat Jezus tussen de mensen, tussen zijn leerlingen, in staat. Nieuw is het echter niet wat Jezus hier onderwijst. In het boek van de profeet Jeremia staat ook zoiets. Daar gaat het om een brief van de profeet aan de ballingen in Babel. Die zitten met de vraag of ze mee moeten werken met het regiem dat hen heeft weggevoerd of zich juist moeten verzetten en de boel moeten saboteren. Het antwoord van de profeet is dan een oproep om zo veel mogelijk het goede te doen.

Ze moeten delen met de armen, zorgen voor gezondheid, voldoende voedsel en er voor zorgen dat de mensen je gaan waarderen vanwege de zorg die je voor ze hebt. Dan kunnen de machthebbers uiteindelijk niet meer om je heen schrijft Jeremia en als je dan vraagt om het volk terug te laten gaan kunnen ze dat niet meer weigeren. Jezus spreekt hier in een situatie van geweldadige bezetting en onderdrukking van het volk. De strategie die hij hier voorschrijft is dan zo slecht nog niet. Die strategie is niet opgaan in de ideologie en afgoderij van de bezetter maar je eigen normen en waarden gebruiken om de nadruk te leggen op het goede. Delen van wat je hebt, wordt het genomen met geweld laat dan merken dat geweld niet nodig is, sta bekend als vrijgevig, behandel anderen zoals je zelf wilt worden behandeld. Heb je naaste dus lief als jezelf. Een geweldadige samenleving heeft daar namelijk geen antwoord op. Ook mensen die kwaad willen hebben namelijk hen lief die hen liefhebben. Uiteindelijk is dat altijd wederzijds.

“Doe goed” is daarom vanouds de centrale boodschap in de Bijbel. Want alleen uit het goede kan het goede voortkomen. Uit het kwade komt immers niets goeds voort. Ons parlement had dat goed begrepen toen aan de aanwezigheid van onze soldaten in Afghanistan de eis werd verbonden dat ze ook konden opbouwen en later de Afghanen konden leren zelf voor hun veiligheid te zorgen. Want alleen van die wederopbouwactiviteiten is op de duur de vrede te verwachten. Het geweld lijkt soms onvermijdelijk maar mag nooit een doel in zichzelf zijn. Vrede is meer dan de afwezigheid van geweld, in vrede gaan mensen groeien en samenlevingen bloeien. Daarom zullen we ook onze vijanden lief moeten hebben want pas in liefde kan vijandschap verdwijnen en pas als vijandschap is verdwenen kan het vrede worden.

Er ging een kracht van hem uit

woensdag, 29 mei, 2013

Lucas 6:12-26

De keus van de twaalf zoals die door de schrijver van het Lucas evangelie wordt geschetst roept weer nieuwe vragen op. We hebben het al eens over de beschrijving in het Evangelie van Marcus gehad en ook Mattheus heeft er zo z’n eigen verhaal over. Alle drie de evangelisten willen wellicht iets anders vertellen. Lucas heeft het heel nadrukkelijk over afgezanten, zendelingen, die werden gekozen. Na de dood van Jezus moesten immers een aantal mensen in de nieuwe massabeweging gezag krijgen. Gezag ontleend aan een opdracht van Jezus zelf had natuurlijk de hoogste waarde. Die afgezanten staan bij Lucas echter niet boven de menigte maar er tussen. Heel nadrukkelijk wordt verteld dat Jezus de berg afkwam. Jezus bad nooit in het openbaar, maar trok zich altijd terug om te bidden. Dat gaat nu eenmaal beter in de stilte dan in de drukte vooraan in de kerk, op de TV of de hoek van de straat.

Gezanten die mooi bidden zodat iedereen het kan horen, ja die zelfs oproepen om met hen mee te bidden tot God, zijn dan ook geen afgezanten van Jezus van Nazareth. Het beeld van het genezen van mensen in een grote menigte en van een grote menigte van mensen is iets wat typisch voor het Evangelie van Lucas is.  Die mensen verzamelden zich rond Jezus, zijn afgezanten, zijn leerlingen en iedereen die met die beweging mee wilde doen. Die nadruk op de Liefde maakte dat er kracht van Jezus uit ging. Nooit hoefde je je buitengesloten te voelen. Nooit had je het gevoel niet mee te kunnen komen, niet gezien of niet gehoord te worden. Nee lammen gingen lopen, blinden konden zien en doven konden horen werd er gezegd. Mee doen in een beweging die zich bekommerd om medemensen kunnen we nog steeds. Gewoon op de eerste werkdag van deze week gaan doen. Ogen open, oren open en in beweging komen. Daar gaat altijd kracht van uit.

Voor mensen die regelmatig collecteren voor een goed doel is het een bekend verschijnsel, je haalt meer op in een wijk met arme bewoners dan in een wijk met rijke medemensen. Arme mensen hebben nu eenmaal niets anders te verliezen dan de liefde voor elkaar en die liefde hebben ze hard nodig om te kunnen overleven. De armen weten hoe het is om door de woestijn te trekken, je hebt elkaar en de liefde voor elkaar, meer dan hard nodig.  Jezus van Nazareth wist dat en spreekt hen in dit gedeelte moed in. “Gelukkig zijn jullie” vertaalt de Nieuwe Bijbelvertaling. “Zalig” heette dat in oudere vertalingen en trouwens ook nog in de Naardense Bijbel. “Makarios” staat er in de oorspronkelijk griekse tekst en ouderen onder ons denken gelijk aan een Cypriotische Bisschop die zijn volk vrij maakte van Griekse en Turkse overheersing en naar onafhankelijkheid voerde. Tegenwoordig moeten we de mensen van zijn eiland helpen, ze dreigen anders zo arm te worden dat wij er last van krijgen. Maar ook zonder dat zouden we moeten willen dat er handen uitgestoken worden om de armen in Europa te helpen. Elke dag kunnen we daar weer opnieuw mee beginnen, ook vandaag.

Waarom doet u iets dat op sabbat niet mag?

dinsdag, 28 mei, 2013

Lucas 6:1-11

Het antwoord op de vraag die hier bovenstaat is dat je zelf de baas bent over wat mag en niet mag op de Sabbath. Dat vertelt ons de schrijver van het Lucas Evangelie ons tenminste. Wij hebben de Sabbath vervangen door de zondag omdat we op de eerste dag van de week de bevrijding van de dood gingen vieren. En vieren maakt vrij. Toch hebben christenen heel lang hun vinger opgestoken als er iets werd gedaan waarvan ze dachten dat het niet mocht. Dat eten van die zendelingen in opleiding die achter Jezus aanliepen, en dat genezen door Jezus waren uitzonderingen. Dat er in een ziekenhuis moet worden gewerkt op Zondag dat is ook nog te begrijpen al moet er dan wel zondagsdienst gedraaid worden. Het hoogst nodige moet worden gedaan en verder niet.

Jezus zet op een aantal plekken in de Bijbel de liefde voor de mens tegenover dit strafrechterlijk denken. Wat wel of niet mag hangt niet af van de regeltjes maar van de mens die schade lijdt of het nodig heeft. Dat betekent niet dat er geen waarde moet worden gehecht aan een vrije dag in de week. Juist die dag waarop we allemaal vrij zijn en alleen de hoogst nodige arbeid wordt verricht is van belang voor mensen. Wanneer anders kunnen we allemaal samen komen en maaltijd houden. Als we allemaal op een andere dag in de week vrij zijn komt daar nooit meer wat van terecht. Als er dan ook nog veel mensen zijn die ‘s avonds moeten werken, of ‘s nachts, dan zien we elkaar in de samenleving eigenlijk nooit meer. Samen Werken en Samen Leven kan dan misschien nog wel, we komen elkaar immers in de file nog wel tegen, maar Samen Delen is er helemaal niet meer bij.

Samen Delen van plezier, van een maaltijd, van een goede sportwedstrijd, van de schoonheid van de natuur, van kennis, inkomen en macht het is allemaal onmogelijk geworden als we op zeven dagen in de week en op alle 24 uren van de dag ergens aan het werk zijn en die zeven dagen en die 24 uren onder elkaar verdelen zonder een dag te reserveren voor allemaal samen. Van de regering mag verwacht worden dat de liefde voor mensen weer boven regels van winst en profijt gaan en dat aan koopzondagen en eindeloos werken grenzen worden gesteld. Maar vrijheid wordt verward met kerkdwang. Christenen die roepen dat verstoring van de vrijheid op zondag hun geloof aantast zijn daar mede schuldig aan. Het gaat niet om geloof maar om bevrijding van de verslaving aan werken en consumeren. Wordt daar niet naar geluisterd dan moeten we via koopstakingen op zondag en onze vakbonden maar in aktie komen voor die vrijheid. Zodat we ook op de zondag het goede kunnen doen.

maandag, 27 mei, 2013

Spreuken 9:1-18
 
Wie een wijze berispt schenkt wijsheid. Het heeft dan ook niet zo veel zin om dwazen terecht te wijzen. Dwazen zijn overigens te herkennen aan het onrecht dat van de dwaasheid afdruipt. Zou God zelf de Wijsheid zijn? Het boek Spreuken zet ons met deze vraag vaak te kijk en ontmaskert daarmee de dwaasheid van hen die over God menen te kunnen spreken. In het boek Spreuken wordt de Wijsheid consequent als vrouwelijk aangeduid. Er wordt zelfs geproken over Vrouwe Wijsheid. In dit stuk ook, de vrouw van het aardse huis bereidt een maaltijd, alles staat klaar om te komen eten, en wie inzicht heeft komt natuurlijk bij de wijsheid zich laven aan alles wat goed is. Maar God is toch een man? God wordt vaak voorgesteld als een man dat is waar. In één van de beroemdste schilderingen die er naar de Bijbel zijn gemaakt, het plafond van de Sixtijnse Kapel geschilderd door Michel Angelo, is God een oude man met een baard die zijn hand naar de mens uitsteekt.

Dat is een beeld dat Christelijke en soms ook Joodse godsdienstleiders graag hanteren, maar het is niet het beeld dat de Bijbel schetst. Vanaf het begin dat er een volk met God op pad ging was de eerste afspraak dat er geen beelden van God gemaakt zouden worden. Het eerste dat fout ging was dan ook dat ze God gingen zien als een vruchtbaar kalf en daar een beeld van maakten. Het enige dat we in de Bijbel over God leren is dat God de mensen oneindig liefheeft en dat die mensen dat ook moeten doen. Dat het draait om het liefhebben van de mensen. Er is een aardige uitleg in de Joodse godsdienst over de vraag waarom vrouwen geen deel hebben aan de dienst in de Synagoge. Vrouwen zo wordt gezegd kennen de Torah, de Wet van God, van nature, mannen moeten er hun hele leven voor studeren en snappen het dan nog niet. Wijsheid kan niet worden opgedrongen, niet opgelegd. Je kunt de ene mens niet verplichten van de andere te gaan houden.

Je kunt het uitleggen, er toe oproepen, je kunt mensen er van overtuigen dat de zorg voor elkaar meer vrucht draagt dan het gebruiken van elkaar, maar dwingen kun je het niet. Misschien is het daarom wel vrouwelijk, want dwang en heerszucht is toch typisch mannelijk, om daarvan af te komen moeten mannen hun hele leven berispt worden. En alleen wijzen leren ervan berispt te worden.  “Gestolen water is verrukkelijk, geroofd brood is een lekkernij” klinkt het in het gedeelte uit het boek Spreuken dat we vandaag lezen. En dat gaat over de rijken die, door Vrouwe Dwaasheid verleid, tot hebzucht komen en winst op winst stapelen.  Kinderarbeid, slavenarbeid, uitbuiting en exploitatie van vrouwen zijn de oorzaken van goedkope kleding, heerlijke chocolade, mobiele telefoons en noem maar op. Oorlog, hongersnood, vluchtelingen en asielzoekers zijn het gevolg en het is helemaal niet zo moeilijk in te zien dat eerlijk delen tot meer geluk en welvaart voert en dat genieten van gestolen goed je tot het dodenrijk doet afdalen. Gewoon vragen waar de spullen bij het grootwinkelbedrijf vandaan komen dus, dat vragen kan elke dag opnieuw, ook vandaag weer..

Wie mij vindt, vindt het leven

zondag, 26 mei, 2013

Spreuken 8:22-36
 
Veel mensen vragen zich af waarom we er eigenlijk zijn. Je wordt geboren, groeit op, velen stichten een gezin, voeden kinderen op, die zelf ook weer opgroeien en op zichzelf gaan wonen, en dan wordt je oud en je sterft. Zo ongeveer hopen we dat het gaat, al zijn er die een gezin stichten zonder kinderen, of alleen blijven, maar eerder dood gaan dan van ouderdom willen we bijna allemaal niet. Dat leven zal toch een zin moeten hebben. Het moet toch ergens voor dienen. In een godsdienst is de zin van het mensenleven vaak dat de God wordt gediend. In veel godsdiensten is het dan zo dat de god de mensen heeft gemaakt om zelf gediend te worden en die god wordt boos als dat dienen wordt verwaarloosd, vergeten of niet goed gedaan wordt. Bovenstaand spreukenhoofdstuk leert ons iets anders. Voor alles was er de Wijsheid, het inzicht, en daarmee of daarvoor werd alles gemaakt.

De zin van het leven ligt dus verborgen in die wijsheid. En die wijsheid is eigenlijk heel eenvoudig. Jezus zal ooit eens zeggen dat die wijsheid kinderlijk eenvoudig is, je moet zelfs worden als een kind. Alles draait om de liefde. De liefde voor mensen, bij uitstek voor de zwaksten, de onmondigen, de slaven, de verdrukten. “We zijn toch op de aarde om te helpen nietwaar” was een grappige hit van Eli Asser maar raakt de boodschap van Spreuken in het hart. Het uitvoeren, en vooral het volhouden is minder eenvoudig dan het lijkt. Voordat je voldoende machthebbers in beweging hebt om de hongerenden, vluchtelingen en slachtoffers van de burgeroorlog in Syrië en omringende landen te helpen bijvoorbeeld kan lang duren. 

Economische en politieke belangen van rijke en machtige landen houden daadwerkelijke hulp bijna tegen. En op ons wordt zo vaak een beroep gedaan dat  een inzamelingsactie voor giro 555 dreigt te mislukken. Toch is die liefde voor de mensen, ook de slachtoffers van de oorlog in Syrië, het enige wat het leven zin geeft. Spreuken zegt zelfs dat dat het leven zelf is. Wat niet liefheeft is dood. Daarom was er die TV inzamelingsactie. Dit keer  met hulporganisaties die uitleggen wat ze gaan doen, en met mensen die uitleggen hoe het zover heeft kunnen komen en waarom  er tot nu toe niets aan gedaan is. We kunnen ons leven toch niet laten afhangen van leiders die zo veel mensen laten doodgaan. Moeten we niet laten zien aan de leiders van de volken dat alle mensen onze broeders en zusters zijn, dat God de zon laat schijnen over rijken en armen en dat het ons is om te delen met wie dat nodig heeft. Dat kunnen we elke dag, ook vandaag weer.

Niets is vals en krom

zaterdag, 25 mei, 2013

Spreuken 8:1-21

Uren kun je zoeken naar de oplossing van een probleem, plotseling dringt die oplossing zich op en je realiseert je dat de oplossing eigenlijk al die tijd al voor de hand heeft gelegen. Het roept je als het ware toe. Hoe heb je zo stom kunnen zijn dat je het voor de hand liggende niet hebt gezien. Het overkomt ons allemaal wel eens. De dichter van het Bijbelboek Spreuken wijst ons er nog eens op. De wijsheid roept het uit op het kruispunt van de wegen, bij de poorten van de stad. Je zou er bijna over struikelen. En wat roept de wijsheid dan wel niet? Dat God liefhebben boven alles gelijk is aan je naaste liefhebben als je zelf. En dat het dus eigenlijk heel eenvoudig is om heel veel ellende tussen mensen te voorkomen.  “De poorten van de stad” staat er overigens niet zomaar als trefpunt van veel mensen, het was ook de plaats waar recht werd gesproken. En echt recht sluit mensen in en niet uit.

 Moskeeleiders die wel van vrouwen af kunnen blijven en dus zelfs geen hand geven moeten volgens velen maar weg, vrouwen die zich niet schaars gekleed op straat aan de ogen van vreemden aanbieden en dus jaren in Nederland wonen zonder veel van onze taal te spreken moeten ook maar weg . Dat vrijwilligers uit de kerken jaren geleden uren van hun vrije tijd gaven om die allochtone vrouwen de eerste beginselen van onze taal en samenleving te leren, dat dat werd tegengewerkt en waar leerboeken werden gesubsidieerd dat werd wegbezuinigd maakt allemaal niet uit, weg met die mensen wordt er geroepen. Vrouwe Wijsheid roept uit dat we juist die mensen moeten liefhebben.
 

In het stuk uit Spreuken dat we vandaag lezen stelt de wijsheid zichzelf voor. Ze woont bij beraad, nadenken dus, wat zij geeft is kostbaarder dan het zuiverste goud. En dat doet weer denken aan die verhalen van Jezus over het Koninkrijk van God. Het ontzag voor God is immers het begin van de wijsheid. En met dat ontzag heb je mensen lief als je zelf, dan kun je niet anders dan rechtvaardig regeren, dan verafschuw je hoogmoed en trots. Dat het ene volk zich beter vindt dan het andere en over haar wil regeren zouden we toch langzamerhand moeten herkennen als het absolute kwaad.  Op kleinere schaal vinden we die afschuwelijke “eer” ook vaak terug, de eer van de partij, de voetbalclub, de stad, de famillie worden vaak hoger gesteld dan de liefde voor de mensen of de waarheid. Eerwraak en afschuwelijke rellen zijn daarvan het gevolg. Volg de paden van het recht zegt de Spreukendichter, en dan zullen we de wijsheid vinden. De routebeschrijving staat er bij. En zo te zien is het minder zwaar dan de Nijmeegse Vierdaagse.

Moge hij geven wat uw hart verlangt

vrijdag, 24 mei, 2013

Psalm 20

Vandaag zingen we een wenslied voor de Koning. We wensen zoveel keren per dag een ander het beste toe dus waarom onze nieuwe Koning zomaar op het eind van een week niet het beste toewensen. Ja, zeg nu zelf, hoe vaak op een dag zeg je niet Goedemorgen of Goedemiddag of Goedeavond. Telkens als je dat zegt wens je iemand toe dat het een goede morgen, middag of avond wordt. Hoeft namelijk helemaal nog niet een goede morgen, middag of avond te zijn. Zelfs als mensen in diepe rouw zijn kun je ze op die manier begroeten. Nu is onze wens dat het leven zich ten goede keert vaak ondoordacht uitgesproken. Zelfs als een dokter iemand moet vertellen dat de patient ongeneeslijk ziek is en binnenkort dood zal gaan begint de dokter met goede morgen, middag of avond. Maar die dagdelen willen dan, zeker op de dag van het gesprek, even niet meer goed worden na zo’n slecht nieuws boodschap. Ook de directeur die zijn personeel moet medelen dat het bedrijf failliet is en iedereen werkloos wordt begint zijn toespraak met goede morgen, middag of avond.

Het lied dat we met deze Psalm meezingen wenst niet zo onderdacht. Het is geen slijmen bij de Koning dat we doen. Dat blijkt zeker als we het tweede deel van het lied zingen. We wensen de Koning al het beste toe, maar het beste is niet zomaar in het algemeen het beste. Het beste is de hulp en de bescherming van de God van Israël. Dat is ook hier de echte Heer, de Koning is ook maar een mens temidden van alle mensen op aarde. En de mensen op aarde vertrouwen voor het vervullen van hun wensen op macht en geweld, op paarden en wagens in de taal van de Bijbel. Vrede zou je dan krijgen door onderwerping, ze buigen en vallen ter aarde. Onderwerping is niet de weg die de God van Israël ons wijst. Op die Weg is de Koning een dienaar van zijn volk, beschermer van de zwakken en de armen. Zo komen die mooie wensen uit het eerste deel van deze Psalm er toch iets anders uit te zien.

De hulp die van Sion verkregen kan worden is de Wet die in de Tempel op de berg Sion wordt bewaard. Die Wet gaat over het houden van je naaste als van je zelf. Die Wet is de meest sterke hulp die een Koning zich kan wensen. De offers die worden gebracht zijn een teken van de bereidheid te delen, te delen met de Priesters en Levieten die recht spreken in het land en te delen met de armen en de vreemdelingen die in het land wonen. Een Koning die dienaar is van het volk maakt plannen om de armen te bevrijden van hun armoede, de hongerigen te voeden, de naakten te kleden en de daklozen zonder huis van een huis te voorzien zegt de profeet Jesaja. Zo’n Koning moet een overwinning op zichzelf behalen, niet de Koning moet vereerd worden, maar de Koning moet vereren en wel de God van Israël. Mensen die hun hele leven op die manier inrichten vormen volgens Paulus een volk van Koningen en Priesters. Tot dat volk kun je elke dag opnieuw gaan behoren, ook vandaag weer, het is het juichen en zingen meer dan waard.

Hij richtte een groot feestmaal aan.

donderdag, 23 mei, 2013

Lucas 5:27-39
 
We vallen vandaag met onze neus in de boter want het gaat vandaag in onze dagelijkse lezing uit de Bijbel om een feestmaal. Of daar in elke gemeente in ons land evenveel aanleiding voor is blijft natuurlijk een vraag. Maar maaltijden zijn voor Joden en Christenen de belangrijkste religieuze gebeurtenissen. En omdat het belangrijke godsdienstige handelingen zijn moet je er voorzichtig mee omgaan. Je kunt dat wat je eet en drinkt vergoddelijken en dus dat wat je eet en drinkt gaan aanbidden. Dat is afgoderij en dat verwijt klinkt dan soms ook tussen kerken vandaag de dag vooral als kerken willen gaan uitmaken wie wel en wie niet aan de maaltijd in de kerk kan deelnemen op andere gronden dan dat men wel of niet lid is van de betreffende kerk. In de tijd van Jezus van Nazareth klonk de waarschuwing dat je moet uitkijken met wie je de maaltijd nuttigt. Dat kan niet met iedereen.

Vandaag klinkt die waarschuwing ook aan advocaten bijvoorbeeld. Ze kunnen niet voor hun plezier gaan eten met zware criminelen die van ernstige misdrijven worden verdacht en voor wie ze in processen als verdediger moeten optreden. Ze krijgen dan het etiket maffiamaatje opgeplakt en dat schaadt hun optreden en geloofwaardigheid als advocaat. We moeten dus voorzichtig zijn. Jezus van Nazareth at met Jan en alleman. In dit verhaal wordt de maaltijd hem aangeboden door een belastinginner. Langs de kant van de weg stonden tolhuisjes en iedereen die daar langs kwam moest belasting betalen. Tollenaars betaalden aan de Romeinse bezetter een pachtsom voor het mogen heffen van de tol en moesten om te leven winst maken op het heffen van die belasting. Ze werden er meestal niet arm van en waren daarom ook niet geliefd.  Zo’n belasting, die voor iedereen gelijk was, drukte bovendien het zwaarst op de armsten.  Bovendien werkten ze voor de bezetter en dat maakte hen nog minder geliefd. Jezus van Nazareth ging echter niet voor niks bij hen eten. Hij had al eens zo’n tollenaar zover gekregen de helft van diens bezit onder de armen te laten verdelen en terug te geven aan hen van wie te veel was afgeperst.

Liefde voor mensen betekent dus mensen die niet geliefd zijn weer op het rechte pad te krijgen en te zorgen dat ze in plaats van een gehaat medemens weer een geliefd medemens worden. Als dat lukt is het feest, pas als je verdriet hebt ga je vasten. Niet eten en drinken, of heel sober eten en drinken. Bij de volgende feestmaaltijd waardeer je die maaltijd des te meer en kan je er dubbel van genieten. Ter voorbereiding op het grootste feest van de Christelijke Kerk, Pasen, zijn er mensen die in de veertig dagen voor Pasen daarom ook gaan vasten, alleen de zondagen slaan ze over, dan wordt al vast een beetje Pasen gevierd. Maar op de andere dagen even terug in overvloed en wat je bespaart opzij leggen voor de armen in de wereld, om er met Pasen en na Pasen weer tegenaan te kunnen en weten welke rijkdom je eigenlijk hebt. Want als je weet met minder toe te kunnen wordt het ook wat makkelijker om te delen en als je weet hoe vervelend het is helemaal niets te hebben gun je dat een ander ook helemaal niet en deel je vanzelf met die ander. Dan heb je samen feest. En vandaag kunnen we dus een feest bouwen, zorgen dat er voor anderen genoeg is.

Sta op en loop!

woensdag, 22 mei, 2013

Lucas 5:17-26
 
Een les om nooit te vergeten krijgen we vandaag te lezen. Als je echte vrienden hebt die ook wat voor je over hebben dan kun je in je leven ook echt opnieuw beginnen. Bijna zou je in dit verhaal lezen dat opstaan uit een verlammende situatie alleen kan als je echte vrienden hebt. De zonden worden namelijk niet vergeven aan de verlamde man die ze door het dak hadden laten heenzakken maar aan de vrienden die met hem op sjouw waren gegaan. Die staan in het eerste deel van het verhaal centraal. De les wordt uitgedeeld aan de schriftgeleerden en Farizeeën. Meestal kijken we heel negatief tegen hen aan. Dat waren mensen die het onze Jezus van Nazareth moeilijk wilden maken zo leerden we. Maar zo is het niet. De beweging van de Farizeeën was ook de uitvinder van de Synagogen. Het bestuderen van de Wet en het beleven van de Wet was niet langer alleen in Jeruzalem mogelijk. Maar in elk dorp en in elke stad werd een synagoge gesticht waar de Wet kon worden bestudeerd.

Jezus van Nazareth leerde, onderwees, vaak in de Synagogen, hij las daar uit de Wet of de Profeten, de oude Hebreeuwse Bijbel. In de verhalen hiervoor benadrukt de schrijver van het Lucasevangelie dat optreden van Jezus van Nazareth in vele synagogen. De discussie die Jezus van Nazareth voert is er één binnen de synagogen en niet één van voor en tegenstanders van een bepaalde leer. Natuurlijk hebben de schriftgeleerden en Farizeeën gelijk als ze zeggen dat we niet op de stoel van God moeten gaan zitten. Alsof wij het voor het zeggen hebben als het gaat om goed en kwaad, juist het streven naar die kennis, het eten van de boom van kennis van goed en kwaad, was de wortel van de zonde. Maar Jezus van Nazareth gaat een stap verder. Bij hem gaat het altijd om de mensen zelf. De Liefde voor de mensen bepaald zijn leer. En dan is vergeven een werkwoord. Voor vergeven moet het een en ander gebeuren. Er is iets gebeurd waardoor mensen buiten de samenleving zijn komen te staan. De vrienden konden er immers niet meer bij. Pas als mensen weer volwaardig mee kunnen en mogen doen is er sprake van vergeving. Dus toen die vrienden zich via het dak naar binnen vochten werd hun uitsluiting opgeheven. Dat mag je best vaststellen zegt Jezus. Dat heft zelfs de meest verlammende situatie op. Sta op en loop is dan ook het bevel.

Juist in het verhaal van Jezus van Nazareth moet je je altijd afvragen wie je jouw vriend zou willen zijn als je gedwongen bent langs de kant te  liggen en de mens die je jouw vriend zou willen zijn moet je dan zelf worden voor de ander. Dat deden die vrienden hier toen ze hun verlamde vriend koste wat kost bij Jezus van Nazareth wilde brengen. Tijd dus om vrienden de worden van hen die worden buitengesloten, van mensen die geen stap meer kunnen zetten in onze samenleving. Tijd om ons naar binnen in de samenleving te vechten, desnoods via het dak. Want de mensen die ons als vrienden nodig hebben horen niet in de rand van de samenleving, die horen niet aan de kant te blijven staan of rond te zwerven in de onbruikbare delen van de samenleving, maar die horen in het hart van de samenleving geplaatst te worden. Tijd om op te staan voor de verdrukten zodat ze weer volwaardig mee kunnen doen in de samenleving. Dat is vergeving. Dat kan elke dag opnieuw, ook  vandaag.