Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor maart, 2013

Die vonden het maar kletspraat

zondag, 31 maart, 2013

Lucas 24:1-12

Na de dood van Jezus van Nazareth zijn zijn volgelingen nergens meer. Een lid van het Sanhedrin had zijn begrafenis verzorgd en alleen de vrouwen die met hem meegereisd waren vanuit Galilea waren voor hem blijven zorgen. Nog voor de Sabbath, de voorgeschreven rustdag, hadden ze gezorgd voor geurige olie en balsem om het lichaam te verzorgen voor de grafrust. Zij waren het dan ook die op de eerste dag van de week, bij het ochtendgloren, naar het graf toegingen. De steen die de rotsspelonk, waarin het graf was uitgehouwen, had afgesloten was echter al weggerold en het lichaam van Jezus van Nazareth was daar niet te vinden. Dat was even schrikken. Er waren echter mensen die het door hadden, de levende is niet bij de doden, als je zelfs na de dood nog voor iemand blijft zorgen dan is die iemand niet dood maar die leeft. Zo had Jezus van Nazareth er zelf ook over gesproken. Hij zou gekruisigd moeten worden maar op de derde dag weer opstaan.

De dood door de doden, de mensen die kiezen voor de dood om hun macht uit te oefenen of te behouden, is voor de mensen die kiezen voor het leven niet het einde. Na die ontdekking komen de volgelingen van Jezus van Nazareth pas weer in beeld. Al die tijd waren ze afwezig maar nu krijgen ze de boodschap te horen, de herhaling van wat Jezus van Nazareth had gezegd en dat het was gebeurt, het graf was leeg. Nu krijgen de vrouwen ook een naam, Maria uit Magdala, Johanna, Maria de moeder van Jakobus die als eersten vertelden, maar er waren nog meer vrouwen bij geweest. Die vertelden aan de door Jezus van Nazareth zelf aangestelde zendelingen, in het Grieks Apostelen, wat ze hadden meegemaakt. Die Apostelen vonden het maar kletspraat. De opstanding uit de doden is ongeloofelijk, ook vandaag de dag nog. We kunnen er ons geen voorstelling van maken. Geen andere ook dan een leeg graf met de winsels opgevouwen op de bank waarop de lijken werden neergelegd.

Lucas vertelt dan ook niet over de opstanding zelf maar wat mensen hebben meegemaakt op die eerste dag van de week. Alleen Petrus ging zelf kijken wat er gebeurd was en ook hij zag niet anders dan een leeg graf met de linnen doeken en hij was vol verwondering. Het heeft ook voor ons dan ook niet veel zin verder te speculeren over wat er allemaal wel niet gebeurd zou kunnen zijn. De levende is niet onder de doden en het heeft niet zoveel zin om je met de doden bezig te houden. Kennelijk is de Liefde van God zo sterk dat die het zelfs door de dood heen uit kan houden. Dat is natuurlijk een geweldige ontdekking. In onze wereld wordt de Liefde als een van de zachte krachten beschouwd. De Liefde zou uitlopen op de dood als je geen geweld gebruikt. In het verhaal van de Bijbel, en het wordt ons vier maal verteld, loopt geweld uit op de dood en loopt de Liefde uit op het leven. Dat was de betekenis van het Pesach verhaal toen het volk Israël uittrok uit het land van de dood, het is de betekenis van Pasen toen de dood van Jezus van Nazareth niet het einde van het verhaal bleek te zijn maar het begin van nieuw leven. Pasen is een lentefeest en het nieuwe leven dat zonder geweld begint na de doodse winter helpt ons begrijpen wat het is de Liefde vol te houden ook al moet dat door de dood heen. We mogen dat vandaag vieren en er de rest van het jaar van leven.

Hij was een raadsheer

zaterdag, 30 maart, 2013

Lucas 23:50-56

Sinds de eerste eeuwen van het Christendom zijn de Joden vaak neergezet als de moordenaars van Jezus van Nazareth. Alle Joden. En dat is merkwaardig, de volgelingen van Jezus van Nazareth waren Joden, de vrouwen waarover in dit gedeelte van het verhaal wordt verteld waren Jodinnen, Jezus van Nazareth zelf was een Jood. En het graf waarin hij na de kruisiging werd neergelegd was notabene van een lid van het Sanhedrin, de hoogste Raad van Israël. De leden van die Raad waren bij elkaar getrommeld nadat Jezus van Nazareth op de Olijfberg gevangen was genomen en die hadden hem ondervraagd en vervolgens uitgeleverd aan Pilatus, echt een Romein. Ook Herodes was niet echt een Jood. In het verhaal van de kruisiging kun je lezen dat de hele wereld te hoop loopt tegen Jezus van Nazareth. Om heel verschillende redenen maar ook die worden in het verhaal duidelijk door de houding van Jezus van Nazareth.

In een paar woorden schetst Lucas ons overigens dat zij die zich ontfermden over het stoffelijk overschot van Jezus van Nazareth vrome Joden waren. In de vertaling staat overigens terecht lichaam, in het verhaal gaat het niet alleen over het stoffelijk overschot. Al eerder gebruikt Lucas deze term als hij vertelt hoe Jezus van Nazareth sprak over het laatste der dagen, als er één wordt opgenomen en een ander niet. “Waar het lichaam is verzamelen zich de adelaars” heet het dan. En op adelaarsvleugels worden de gelovigen gedragen. Ook in het verhaal over de instelling van het avondmaal wordt gesproken over lichaam als Jezus van Nazareth het brood breekt en uitdeelt met de woorden “Dit is mijn lichaam”. En zo wordt een opening gevormd naar het spreken over de gemeente van de Weg als het lichaam van Christus. Paulus zal daar herhaaldelijk later over schrijven. Nu wordt het lichaam van Jezus van Nazareth in een Joods graf gelegd, Arimatea was een stad in Judea en wie daar vandaan kwam en lid was van het Sanhedrin was volop Jood en nauw bij de Tempel betrokken.

De vrouwen die met Jezus waren meegereisd uit Galilea hielden zich ook aan de Joodse wetten en zorgden dat ze op de voorbereidingsdag voor de Sabbat ook al de geurige olie en de balsem klaar hadden die ze nodig zouden hebben voor het verzorgen van het stoffelijk overschot. Maar op de Sabbat namen ze de voorgeschreven rust in acht. En waar waren de volgelingen van Jezus van Nazareth? Zij komen in dit gedeelte van het verhaal niet voor. Lucas neemt niet de moeite om ons er over te vertellen. Een lid van het Sanhedrin en de vrouwen spelen de hoofdrol. Geen onbelangrijke vrouwen ook, want zij behoorden kennelijk tot de vaste volgelingen van Jezus van Nazareth. Tot in onze dagen doen kerken en Christenen nog wel eens of vrouwen op een tweede plaats horen maar dat is dus in strijd met de manier waarop de Bijbel ons verteld hoe God met mensen omgaat. De vrouwen beantwoorden de Liefde van Jezus van Nazareth voor de mensen tot in zijn graf toe. En dat mag dus ook, handen uit de mouwen en zorgen voor hen die zorg nodig hebben, tot in het graf desnoods. Dat mag ook vandaag weer.

Waarom slapen jullie?

vrijdag, 29 maart, 2013

Lucas 22:39–23:49

 Vandaag lezen we het lijdensverhaal van Jezus van Nazareth zoals ons dat verteld is door de Evangelist Lucas. Dat is een heel ander verhaal dan door een stad sjouwen met een plastic kruis terwijl er mooie liedjes gezongen worden en een eigen verzonnen verhaal wordt vertelt. Het is daarom zaak het verhaal van Lucas nog eens nauwkeurig te lezen. Spannende dagen zijn vermoeiend. Kennelijk was het de gewoonte van Jezus van Nazareth om ‘s avonds na de maaltijd de Olijfberg op te gaan. Boven op de Olijfberg was een heel oude gebedsplaats, in de dagen van Koning David werd dat al als een oude gebedsplaats beschouwd. Dat Jezus van Nazareth juist hierheen gaat om te bidden in de tijd dat hij steeds sterker vervolgd wordt is niet zo vreemd. Hij voelt duidelijk aan dat zijn boodschap van terugkeer naar de Wet van de God van Israël bij de autoriteiten niet welkom is en als gevaar wordt ervaren. Hij roept eigenlijk op zich verder niks meer aan te trekken van de Romeinse bezetter maar te gaan zorgen voor de armen in de samenleving, de bezetters te verslaan met de Liefde.  Alleen komen te staan realiseert hij zich dat het ook zijn einde zal betekenen. Zoals ooit de profeet Jesaja had gesproken over de beker van de toorn van de God van Israël zo voelt Jezus van Nazareth de beker van de toorn van zijn eigen volk op zich afkomen.

Maar hij besluit toch die weg te blijven gaan, de weg van Gij zult niet doden, de weg van het liefhebben van de naaste als jezelf. En zoals de profeet Elia ooit werd geholpen door een engel die hem te eten en te drinken geeft vertelt Lucas ons dat ook Jezus van Nazareth geholpen werd door een engel. De angst werd er niet minder om. Maar het kwaad van Judas, het zwaard en de Hogepriesters werd benoemd, maar geweld wordt afgewezen. Het moet voor de volgelingen een geweldige schok geweest zijn dat hun meester, Jezus van Nazareth zich zo gevangen liet nemen. Petrus verloochent hem dan ook als hij hem volgt om te weten wat er gaat gebeuren, volgens Johannes had een autoriteit hem binnengelaten en die wilde hij niet in gevaar brengen. Wat is er dan nog goed aan Goede Vrijdag? Toch niet dat we jaar in jaar uit stil staan bij een afschuwelijke marteling waarbij een door en door goed mens onder helse pijnen aan zijn einde komt? Volgens zijn leer behoren we ons aan zijn kant op te stellen. En eeuwenlang zijn er mensen geweest die geprobeerd hebben het lijden van Jezus van Nazareth aan hun eigen lijf te ervaren. Tot in onze dagen zijn er mensen in de wereld die zich laten kruisigen.

Het gaat in het Bijbelgedeelte van vandaag wel veel over verschillende machten. De Joodse religieuze macht, de Joodse Koning, de Romeinse bezetter. Er is geen rechtzaak van het Sanhedrin, want op de eerste dag van de zeven dagen waarop de ongezuurde broden worden gegeten vinden er geen rechtzaken plaats. Men besluit dan ook de rechtspraak aan de burgerlijke autoriteiten over te laten. Jezus heeft zich uitgeroepen tot koning over Israël. En daar wordt het vreemde van het burgerlijk bestuur blootgelegd. Daar gaat het niet om mensen maar om machthebbers. De dood van Jezus van Nazareth maakt duidelijk hoe wij met elkaar omgaan. Uiteindelijk loopt het uit op oorlog en geweld, zeker als we ons richten op machthebbers en op de vraag wie de sterkste is, wie ons als volk of groep te na denkt te kunnen komen. Als wij er niet op gericht zijn de ander tot zijn recht te laten komen dan is de dood, van ons of van die ander, ons lot. Jezus van Nazareth laat Herodes, het Sanhedrin, het volk, Pilatus en Romeinen tot hun recht komen. Zelfs de mensen die met hem werden gekruisigd, zelfs de toeschouwers laat hij tot hun recht komen. Dat is een prestatie die ons te boven gaat, dat is het tot de dood door dragen van de Liefde van God. Als wij dat willen volgen zullen we alle mensen tot hun recht moeten laten komen, om te beginnen de zwaksten. Als we dat van dit verhaal leren wordt het pas echt een Goede Vrijdag.

Laat hem maar vloeken

donderdag, 28 maart, 2013

2 Samuel 15:32–16:14

David op de vlucht voor de burgeroorlog. Want zo moeten we de verhalen over David en Absalom lezen. David wordt beschermd door vreemdelingen, zijn lijfwacht, en door vluchtelingen uit het Filistijnse Gat. De priesters zijn met de Ark teruggestuurd naar Jeruzalem en huilend hebben David en zijn hofhouding de Olijfberg beklommen. Daar, op de top, ligt vanouds een gebedsplaats, een plek voor gelovigen die geloven dat Goden op de bergen wonen, maar daar woont de God van Israël niet. David ontmoet daar een bijwoner, een Arkiet, zij worden in het boek Jozua genoemd als bijwoners. Deze Chusai heeft de rouw aangenomen die in Isaël gewoon was, kleren beschermen je niet meer, ze zijn gescheurd, de aarde onder je voeten draagt je niet meer, die draag je op je hoofd. Zo wil hij David dienen. Maar David wil niet gediend worden, die wil het volk dienen. Daarom wordt Chusai teruggestuurd naar de stad, om de verraderlijke raadgevers een tegenwicht te bieden, om te luisteren naar Absalom en via de priesters David te laten weten welke kant het op gaat.

Dan woonde aan het hof van David nog Mefiboset, de kreupele zoon van Jonatan, erfgenaam van Saul, maar vriend en broeder van David. David had Mefiboset aan het hof genodigd om hem de waardigheid te geven die hem toekwam. Een eigen dienaar, Siba, zorgde voor de erfenis van Jonatan. Nu had Mefiboset zich in het hoofd gehaald dat hij koning van Israël zou kunnen worden. Siba had door dat het daar niet op uit zou lopen en bleef trouw aan David. Hij had voedsel en transport voor het gevolg van David bij zich. En de trouw werd beloond, de erfenis van Jonatan, bloedbroeder van David, ging over op Siba. Dat huis van Saul, de familie, bleef woedend over de opkomst van David. Simi de zoon van Gera kwam langs om de Koning te stenigen en uit te schelden. David had door dat hij het had verdiend. De dood van Uria was nog steeds ongestraft en daarom liet David Siba zijn woede uiten. Het militairistische optreden van Joab en zijn broer Abisai werd afgewezen. David blijft weigeren de weg van het geweld op te gaan.

Door de verwensingen van Simi te tolereren krijgt David de zonden van de Filistijnen op zijn nek. Immers David had hardnekkig geweigerd geweld te gebruiken tegen Saul en tegen Israël. Integendeel hij had het huis van Saul beschermd waar hij had gekund. Het was Saul die een slachting in Israël had uitgevoerd en de zonden van Saul krijgt David ook op zijn nek. Zo komt David met zijn soldaten, zijn generaals, zijn vrouwen en zijn overgebleven zoons aan bij de oever van de Jordaan, daar waar het water is, daar konden ze uitrusten in Ajefim. De geweldloze reactie van David op de opstand van zijn zoon heeft nooit echt veel indruk gemaakt buiten Israël. Maar de gelijkenis met het verhaal van Jezus van Nazaret is duidelijk. Wie dit verhaal over David en Absalom nauwkeurig leest snapt waarom Jezus van Nazaret door zijn volgelingen zo trots de Zoon van David wordt genoemd. Want ook hij werd beschuldigd te doen wat anderen deden, een opstand tegen de Romeinen uitlokken, ook hij beval zijn volgelingen het zwaard weer in de schede te trekken, zoals David bij Joab en Abisai deed. Ook wij mogen die weg van geweldloosheid, de weg van compassie volgen door elke dag opnieuw te zorgen voor de minsten, voor de vreemdelingen en bijwoners, voor de hongerigen en de naakten. Dat mag ook vandaag weer.

Zijn hoofd bedekt en barrevoets.

woensdag, 27 maart, 2013

2 Samuel 15:13-31

Het lijkt een spannend verhaal te worden. Een verhaal dat ons bekend in de oren klinkt. Een  verhaal over machtsstrijd, staatsgreep en burgeroorlog. Zo doen de machthebbers in de wereld, of ze nu verkiezingen organiseren of niet, ze trekken tegen elkaar ten strijde. Heel het volk van Israël had de kant van Absalom gekozen staat er. Geen wonder, het volk had van begin af gevraagd om een koning zoals ook de Heidenen een koning hebben. En onder de Heidenen kwamen en komen dictators en koningen van eigen makelij in grote aantallen voor. Kennelijk was het tijd dat ook Israël daaraan mee ging doen. Maar dan lezen we het verhaal toch van de verkeerde kant. Het is immers een verhaal over een Koning naar het hart van de God van Israël. Is dat een Koning die meedoet aan burgeroorlog, geweld en tegengeweld? David dus niet. Hij vlucht de stad uit met zijn gevolg omdat er anders een bloedbad zal worden aangericht. Tien vrouwen laat hij achter om voor zijn huis te zorgen, dat huis waar ook die Tent staat met de richtlijnen voor de menselijke samenleving, wat wij de tien geboden noemen.

Ze trekken de stad uit en stoppen nog eenmaal bij het laatste huiselijke huis, Bet-Hammerchak. De lijfwacht van de Koning paradeerde daar nog een maal, vreemdelingen waren het, huursoldaten, die trouwer bleken dan de soldaten van Israël. En de trouw van de vreemdelingen aan de God van Israël wordt nog eens onderstreept door de soldaten uit Gat, uit de stad waar David onderdak had gevonden op de vlucht voor Saul. Zij weigeren de kant van Absalom te kiezen, in plaats van veiligheid kiezen ze voor trouw. Hoe wij met vreemdelingen omgaan blijkt in onze vluchtkerken, waar vreemdelingen weer op straat komen te staan. David vlucht naar de woestijn om af te wachten hoe het met Absalom zal vergaan, zoals hij begon als koning op de vlucht voor Saul, zo gaat hij nu verder. De Ark van het verbond is voor heel het volk, die hoort in Jeruzalem. David stuurt de priesters die, trouw als ze zijn, met hem meetrekken daarom terug naar de hoofdstad.

Dan gaat David jammerend de Olijfberg op. Neerdalend van de Olijfberg zal Lukas Jezus beschrijven als hij wordt ingehaald als de nieuwe Koning, zoon van David. En op die Olijfberg zal die Zoon van David gevangen genomen worden nadat er onder zijn leerlingen een verrader is opgestaan. Allen die met David waren gingen jammerend met hem mee. Oorlog en geweld waren in het rijk van David gekomen, maar David bleef weigeren het volk op te offeren aan de strijd om de macht. Dat is pas een Koning van de vrede. Het verhaal wordt nauwkeurig verteld. David gaat deze weg niet omdat hij zwak was, omdat hij verlaten was door zijn soldaten, omdat er niemand meer was die geloofde in zijn Koningschap. Hier trok een Koning zich terug samen met elitetroepen, samen met zijn priesters en het heiligste van het volk. Maar ook samen met de regel “Gij zult niet doden”. Niet langer is de verleiding van de macht aan de orde. David had geleerd dat die verleiding voert tot de dood, van zijn zoontje Natan, van zijn oudste zoon Amnon en als hij niet uitkijkt van een groot deel van zijn volk. Uit liefde voor dat volk, voor de zwaksten dus, vlucht David. Zo mogen wij uit liefde voor de God van Israël ons inzetten voor de minsten onder ons, ook dus voor de vreemdelingen zonder papieren die vermaald worden in de bureaucratie. Elke dag opnieuw, ook vandaag weer.

Zo ontstond een wijdvertakte samenzwering.

dinsdag, 26 maart, 2013

2 Samuel 15:1-12

Zo’n rechter wil iedereen wel, tenminste zo op het eerste gezicht. Iedereen die een zaak aan zo’n rechter voorlegt krijgt bijvoorbaat gelijk. Bij andere rechters moet je dat maar afwachten. Nu is zo’n rechter alleen maar aantrekkelijk voor de zaken die je zelf aanhankelijk maakt, als anderen zaken tegen jou aanhankelijk maken dan is zo’n rechter natuurlijk zeer te verwerpen. Absalom vertelt het er niet bij. En dat hoeft ook niet, de meeste mensen die recht zoeken bij een rechter denken dat ze bijvoorbaat in hun recht staan. De tegenpartij moet het maar eens van een ander horen. Je verplaatsen in de positie van de ander is er niet bij. Zelf boven de partijen gaan staan om te zien waar nu het gelijk, of het compromis te vinden is is er helemaal niet bij. Van een afstand pas wordt duidelijk dat een rechter die bijvoorbaat een partij gelijk geeft in tenminste de helft van de gevallen onrecht bedrijft. Daarom is het maar goed dat we een onafhankelijke rechtspraak hebben met een systeem waarbij iedereen eis en tegeneis kan stellen of zich kan verweren tegen onterechte beschuldigingen. En ook in dat systeem gaat het lang niet altijd goed en komt er ook onrecht voor.

Absalom wil koning worden. Hij heeft geduld. Zijn oudste broer is uit de weg geruimd. Dat hij de moordenaar is geweest lijkt geen rol meer te spelen. Na twee jaar mocht hij immers weer aan het hof komen. Nu bouwt hij langzaam zijn positie op. Hij zorgt er voor dat hij er Koninklijk uit ziet. Met een Koninklijke wagen en een Koninklijk escorte. Tot in onze dagen zijn de gouden koetsen, de speciale hoeden, de koninklijke kleding en de uniformen onderwerpen van gesprek, artikelen in kranten en bladen en zelfs van televisieprogramma’s. Het uiterlijk van het Koninklijk bedrijf is kennelijk een onmisbaar bestanddeel voor het bestaan van de Koninklijke waardigheid. Maar het is niet het enige. Je moet ook gezien en gehoord worden. Radio en Televisie waren er niet in de dagen van Absalom. Hij ging daarom vier jaar lang elke dag aan de weg staan die naar de Koning voerde. En iedereen die recht zocht beloofde hij het gelijk als hij rechter zou zijn. Het laat zich raden dat er een heleboel mensen waren die werden teleurgesteld in het vonnis van de koning. Die zullen gedacht hebben dat Absalom een betere keus was geweest.

Dan gaat Absalom naar Hebron, de stad waar de Koningen van Israël werden gezalfd en tot koning werden uitgeroepen. Zo moet het ongeveer geklonken hebben al was David de enige koning die daar door Juda en Israël tot Koning was uitgeroepen. Hebron was kennelijk ook een religieus centrum. Niemand was er verbaasd over dat Absalom juist daar eer aan de God van Israël wilde bewijzen en dank wilde zeggen voor zijn terugkeer aan het hof. Er gingen 200 notabelen met hem mee die geen enkel vermoeden hadden van een samenzwering. En zoals het ook nu nog gaat vinden de gewone mensen zo’n grote optocht prachtig en lopen ze graag achter de dragers van pracht en praal aan. Zo vieren ze zelfs het lijden van Christus. Het is duidelijk dat de Bijbel ons waarschuwt voor dit uiterlijk vertoon. Als we bijvoorbaat gelijk krijgen in onze opvattingen en belangen dan ontstaat er onrecht, als uiterlijk vertoon en goedkope slagzinnen belangrijker worden dan de inhoud van het bestuur, dan is er iets goed mis. Als er zonodig iets nieuws moet komen zonder dat duidelijk is welke problemen daarmee op welke manier worden opgelost moeten we er niet intrappen. Maatstaf blijven altijd de zwakken, de minsten. Die komen in het verhaal van Absalom niet voor. Wij mogen dus op hen blijven letten en voor hen blijven zorgen, elke dag opnieuw, ook vandaag.

Ik wil nu dat u mij ontvangt.

maandag, 25 maart, 2013

2 Samuel 14:18-33

Joab had dus voorkomen dat er oorlog zou zijn tussen David en zijn zoon Absalom. David had ingezien dat zo’n wraak oorlog een keus tussen twee zonen zou hebben betekend die geen enkel voordeel voor de dode noch voor de levende zou opleveren. Maar een vriend van Absalom werd hij niet. Het bleef een zoon die een zoon had gedood, getekend door een broedermoord. Nu was Absalom niet van buiten getekend. Hij was kennelijk een zeer knappe verschijning met een haardos waarmee hij de rossige David de ogen uit kon steken. Hij moest elk jaar naar de kapper en dan had hij een haardos die eigenlijk niet meer te tillen was. En vergeten wat er was voorgevallen deed hij ook niet, zijn dochter had hij naar het slachtoffer van Amnon genoemd, Tamar.

Is Absalom nu doordrongen van het kwaad dat hij had gedaan? Het kwaad van de broedermoord net als eens Kaïn? Die Kaïn had zijn straf aanvaard en  alleen God gevraagd hem niet nodeloos eenzaam over de wereld te laten zwerven als een opgejaagde. God had hem die gunst gegeven. Absalom begint al met een eigen huis, met drie zonen en een dochter. Maar het is hem niet genoeg. Hij wil een rol spelen en anderen zullen hem die rol moeten gunnen. Daarom legt hij zich niet neer bij de weigering van Joab te komen op zijn uitnodiging. Of het zijn haar is geweest dat hem op het idee bracht vermeldt de geschiedenis niet, maar net als Simson laat hij een oogst in brand steken. Simson gebruikte vossen in de strijd tegen de Filistijnen, Absalom zijn knechten om Joab naar zijn hand te zetten, met geweld dwingt hij zijn rol in de geschiedenis van David af. Joab en David kunnen om de lieve vredes wil niet veel anders dan Absalom te erkennen.

Manipulatie van mensen door geweld lijkt door de eeuwen heen een uitmuntend middel voor mensen om hun zin te krijgen. Over het algemeen blijkt het een vergissing. De jongeren die leerkrachten en medeleerlingen doodschieten om eindelijk aandacht en eer te krijgen verliezen er alleen hun leven mee en oogsten afschuw en verdriet. Kapers van schepen en vliegtuigen krijgen zelden of nooit de bevrijding van medestrijders en hun strijd wordt er uiteindelijk alleen maar door verzwakt. De kapers van treinen in ons land kregen het tegendeel van onafhankelijkheid voor hun volk. Zelfs hun volksgenoten in ons land lijken zich meer en meer neer te leggen bij de bestaande situatie in de Molukken. De geschiedenis is niet af te dwingen, uiteindelijk is ook macht niet met geweld eeuwig te handhaven. Ooit komt er een moment dat geweld zich keert tegen hen die geweld gebruiken. Alleen de absolute vredestichters overwinnen op het eind. Dat is ook de boodschap waarmee we de goede week in gaan. Dat is de houding waar we ons elke dag opnieuw in mogen oefenen, ook vandaag weer.

De vrouw uit Tekoa

zondag, 24 maart, 2013

2 Samuel 13:38–14:17

Absalom heeft Amnon laten vermoorden, een broedermoord. Absalom is daarvoor gevlucht. Koning David, vader van beiden, heeft gerouwd en na drie jaren was de tijd van de rouw vol. Drie is het getal van de volheid in de Bijbel. En na de rouw komt de wraak, want broedermoord kan niet ongestrafd blijven, daar zal een antwoord op moeten komen. Joab, de oude trouwe bendeleider van Davids bende heeft dat ook wel door. Maar hij gunt zijn meester niet nog een dode zoon zeker niet als die zoon door de hand van zijn vader de dood moet vinden. Hij verzint dus een list en zo komt een wijze vrouw uit Tekoa met een verhaal naar David. Ze is weduwe, had twee zoons en heeft nu een probleem. De ene zoon heeft de andere zoon doodgeslagen en nu vraagt de familie haar om de moordenaar uit te leveren zodat ook hij de doodstraf kan krijgen. Zou de koning haar kunnen helpen?

In alle verhalen over David gaat het om de vraag of hij in staat is zo te handelen als de God van Israël van iemand verlangt. In de oude verhalen van de God van Israël is ook een verhaal te vinden over de ene broer die de andere broer doodslaat. Dat is het verhaal van Kaïn en Abel. Het antwoord van de God van Israël was niet dat dus Kaïn ook de dood zou vinden. Het antwoord in dat verhaal was dat Kaïn getekend werd door de dood die hij had veroorzaakt maar door de God van Israël onkwetsbaar werd gemaakt. Niemand moest het wagen een hand naar KaIn uit te steken, hij stond onder speciale bescherming van de God van Israël. David hoort het verhaal van de wijze vrouw uit Tekoa aan en hij reageert al net als de God van Israël, niemand moet het wagen de enig overgebleven zoon van de vrouw iets aan te doen. De Koning is zelfs bereid daar een eed op te zweren.

De wijze vrouw heeft het verhaal van Joab en Joab was er op uit om genade te vinden voor Absalom, om een oorlog tussen David en Absalom af te wenden. Uiteindelijk ziet David in dat hij hetzelfde aan het doen is als de familie uit het verhaal van de vrouw uit Tekoa, ook hij is er op uit om de broedermoordenaar te doden. Hij heeft zichzelf veroordeeld als hij dat zou doen en moet daardoor zijn wraakexpeditie opgeven. Omdat het hier gaat om dood en leven vinden we dit verhaal meestal mooi, het is altijd mooi als de een de ander laat leven. Maar ook het oordeel over Absalom zouden we dus moeten opgeven. Een oordeel dat leidt tot wraak hoort kennelijk niet thuis in een leven volgens de richtlijnen van de God van Israël. Wraak moeten we overlaten aan die God. Voor ons ligt de taak te wachten mensen met elkaar te verzoenen. Zorgen dat het voortaan anders gaat, zorgen dat mensen elkaar niet meer doden. Dat gaat niet door zelf ook mensen te doden, dat gaat alleen door zelfs je vijanden lief te hebben, je naaste lief te hebben als jezelf. Dat is niet altijd even gemakkelijk en voor de hand liggend. Daarom is het goed dat we er elke dag weer opnieuw mee mogen beginnen, ook vandaag weer.

David bleef rouwen over zijn zoon.

zaterdag, 23 maart, 2013

2 Samuel 13:23-37

Een verkrachting dient bestraft te worden. Nu is straffen nog iets anders dan wraak nemen. Het verhaal van vandaag laat ons om te beginnen zien dat, als er geen straf op een wandaad, een misdaad, volgt, de kans op wraak toeneemt. Het verhaal is het verhaal van Absalom. Hij heeft zijn zuster Tamar in huis die dag in dag uit het slachtoffer blijft van de verkrachting van Amnon. Zij komt de deur immers niet meer uit. Moeten leven met een slachtoffer zonder dat er iets gebeurd is zeer zwaar. Als een dader wordt gepakt en berecht dan kan er iets worden afgesloten. Een rechter wijst de schuldige aan, spreekt het schuldig ook uit en bepaald de straf. Je kunt dan de straf te laag vinden maar dan wordt je boos op de rechter. Je boosheid op de dader kun je achter je laten die krijgt in elk geval het verdiende loon. Maar Amnon wordt niet berecht, laat staan bestraft en dat vreet bij Absalom.

Nu moeten we ons afvragen wat het verhaal van vandaag eigenlijk voor een verhaal is. Het is geen journalistiek verslag van gebeurtenissen. Het is geen historisch onderzoek. De verhalen in de Bijbel zijn bedoeld om van het werk van Gods hand te vertellen zodat wij ons er naar kunnen richten. Hoe gaat de God van Israël om met zijn kinderen? Nu kijk dan eens wat er in dit verhaal met David gebeurd. Hij was woest over het gedrag van Amnon, maar moet David nu Amnon straffen? Hij had immers ook Batseba verkracht toen ze nog getrouwd was? David kan dus niks. Absalom wel en hij nodigt David uit om met zijn zonen naar het schaapscheerdersfeest te komen. Daar hoort een herder immers bij. David wil niet, hij kan kennelijk niet en daarom vraag Absalom de kroonprins Amnon in zijn plaats. Zo is de herder van Israël toch bij het oogstfeest, samen met al zijn broers. Absalom zorgt er voor dat Amnon dronken wordt en wordt omgebracht, Door de knapen van Absalom staat er, niet door zijn knechten want knechten handelen niet op “befehl ist befehl”, dat doen alleen geestverwanten.

Als de kroonprins dood is dan is de opvolging dood, dan is het hele huis van David dood. Er moet een familielid aan te pas komen om David er op te wijzen dat het hier een wraakneming betreft van de een op de ander. Niet het huis van David heeft Tamar verkracht, alleen Amnon en dus zijn niet alle broers dood, maar slechts één. God wordt in het verhaal niet genoemd. God is niet een oplosser die voor tovertrucs zorgt. De morele schade die David opgelopen heeft door de moord op Uria leidt tot moord en doodslag in zijn familie. Die moord en doodslag en de morele schade waar mensen slachtoffer van worden kun je niet aan de God van Israël verwijten. Dat David gehoorzaamt aan het gebod dat hij niet doden mag versterkt alleen de wraakgevoelens van Absalom. Zo roept de ene moord de andere op. Die spiraal is alleen handelend te doorbreken. We moeten er dus op letten dat we blijven benoemen wat fout is. Dat wie fouten begaat zich veranderd, de fouten toegeeft en opnieuw wil beginnen. Anders blijft het kwaad nieuw kwaad oproepen. Zo mogen we zorgen voor onze naaste, elke dag opnieuw, ook vandaag weer.

‘Dat kun je niet doen!

vrijdag, 22 maart, 2013

2 Samuel 13:1-22

Vandaag lezen we een uiterst smerig verhaal uit de Bijbel. In de Bijbel staan een aantal van die smerige verhalen. Die staan er niet omdat we nu eenmaal graag smerige verhalen lezen, maar omdat mensen nu eenmaal afschuwelijke dingen met elkaar kunnen doen. Wie het verhaal oppervlakkig leest maakt kennis met het verhaal over een verkrachtig dat gemakkelijk op twee manieren kan worden uitgelegd. Tamar vraagt immers aan haar halfbroer of die haar niet eerst bij hun gemeenschappelijke vader ten huwelijk wil vragen. Ze heeft tegen de gemeenschap dus kennelijk als zodanig geen bezwaar. Maakt dat de daad van Amnon minder verwerpelijk, minder misdadig? Is het enige dat hij verkeerd doet haar het huis uit laten zetten? Is de schande van haar ontmaagding de enige schande die haar is kunnen overkomen? Dat zijn de vragen die de Bijbelschrijvers schijnbaar openlaten. Dat David het laat bij kwaad worden maakt het nog erger.
Want de Bijbel heeft nog een paar andere uitgangspunten die een heel ander licht op dit verhaal kunnen werpen.

In de richtlijnen voor de menswaardige samenleving die in de Ark werd bewaard staat de bepaling dat je niet mag begeren de vrouw die van je naaste is. Daar wordt een vrouw nog beschreven als bezit, als een voorwerp dat dient om je lusten te bevredigen. Zo behandeld Amnon Tamar ook, ze is een voorwerp waar hij gek op is en als zijn lusten bevredigd zijn dan is dat voorwerp niet meer nodig. Maar Tamar is geen voorwerp. Tamar is een mens met een zwakke maatschappelijke positie. In de wetgeving van de Hebreeuwse Bijbel komen allerlei bepalingen voor die vrouwen bij uitstek beschermen, de weduwen zijn daarvan het meest bekend geworden. Maar ook ongetrouwde vrouwen zijn mensen waar je met je vingers af moet blijven. Ze zijn mensen met eigen rechten die bescherming nodig hebben tegen een begerige samenleving. Die bescherming biedt het huwelijk. Dat huwelijk geeft de vrouw een eigen maatschappelijke positie, lees het laatste hoofdstuk van het boek Spreuken nog maar eens, maar het huwelijk beschermt haar ook als ze weduwe wordt.

Dan is er ook nog de maagdelijkheid van Tamar. Die mag ze van haar samenleving alleen in een huwelijk verliezen. Daarom vraagt ze de begerige Amnon ook om haar dan maar te trouwen als hij zo begerig naar haar is. Maar het is niet de maagdelijkheid die bepalend is, maar de liefde. Een vrouw gaat over haar eigen maagdelijkheid en wordt er niet meer of minder van als ze die op enige moment in haar leven verliest, gewild of ongewild. Het smerige verhaal dat we vandaag lezen is dus ook smerig omdat de maatschappelijk druk Tamar veroordeelt tot een maatschappelijke dood, ze blijft haar hele leven bij haar broer Absalom. Zij wordt als eerste gestraft voor de misdaad van een ander. Bijna zou je zeggen dat Tamar wordt gekruisigd en vastgepind in het huis van haar broer. Onschuldiger gestrafd kun je bijna niet zijn. Haar smeekbede aan Amnon om haar eerst te trouwen wordt er begrijpelijker door, maar niet minder smerig. Hoe kun je als samenleving een medemens tot zoiets dwingen. Dit verhaal schreeuwt ons toe dat we nooit nergens op geen enkele manier zo met elkaar om mogen gaan. Die schreeuw moeten we ook vandaag nog voor duizenden, tienduizenden, meisjes ,vrouwen maar ook jongens herhalen. Ook in onze samenleving zijn er te veel slachtoffers van lustbevrediging zonder liefde. Het antwoord van de Bijbel is dat alleen liefde leven brengt. Wij mogen de schreeuw van Tamar elke dag opnieuw herhalen, ook vandaag weer.