Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor november, 2012

U doet nu zelfs meer dan vroeger.

vrijdag, 30 november, 2012

Openbaring 2:18-29

Moet je nu als Raad van Kerken, Protestantse Kerk Nederland of plaatselijke gemeente een actie starten tegen figuren als Yomanda of als die TV sterren die beweren met doden te kunnen communiceren en met geesten te kunnen fluisteren? Het zijn bedriegers die net doen of ze voorzien in de behoefte aan religieuze ervaringen. Ze leiden af van waar het werkelijk in de Bijbel over gaat, de komst van het Koninkrijk van God, de nieuwe hemel en de nieuwe aarde, waar geen tranen meer zullen vloeien. De vraag of je je moet houden bij je eigen verhaal, of dat je je ook moet verzetten tegen de bedriegers en bedriegsters die vanouds de mensheid belagen, is al zo oud als de Bijbel is. Koning Saul werd veroordeeld omdat hij raad had gezocht bij zo’n geestenfluisteraarster en ook in het nieuwe testament worden deze praktijken veroordeeld. Vandaag lezen we een brief aan de dappere gemeente Thyatira.

Wij kennen deze gemeente niet meer. Ze lag in Turkije aan een belangrijke handels en militaire route. Het was druk op die weg en om er aan te verdienen moet je iets hebben om er aan te kunnen verdienen. Thyatira had twee dingen. Ze hadden een tempel voor Apollo en ze hadden Izebel. Die twee hoorden wel vaker bij elkaar. Bij de Tempels voor Apollo in Griekenland hoorden ook de orakels, vrouwen die zich in trance lieten brengen, door drugs of bedwelmende stoffen en dan de toekomst voorspelden of bij belangrijke beslissingen raad gaven. Paulus gaat zelfs zo ver dat hij verbiedt dat deze vrouwen nog spreken in de Christelijke gemeente. Helaas leggen sommigen dit uit dat alle vrouwen moeten zwijgen, maar zo is het niet. De tekst van Johannes suggereert hier dat de Izebel waarover gesproken wordt een Joodse of zelfs een Christelijke vrouw zou kunnen zijn die de suggestie wekt namens de God van Israël te spreken. Voor Johannes heet ze dan geen Izebel, maar is het een Izebel, een vrouw die net als de vrouw van koning Achab de mensen uitlacht die trouw willen blijven aan de voorschriften van de God van Israël.

Hoe het ook zij in het licht van deze brief kunnen we ook wat zeggen over onze eigen houding tegenover de bedriegers en bedriegsters die als bekende Nederlanders met hun bedrog zich een goed inkomen proberen te verwerven. Dat de mensen in Thyatira het steeds beter doen kan niet anders betekenen dat ze het steeds meer opnemen voor de minsten in hun samenleving. Liefdevol, gelovig en hulpvaardig worden ze genoemd. Ze hebben hun naaste lief, ze geloven in een betere samenleving en staan open voor hulp daar waar het nodig is. We nemen in onze kerken en gemeenten graag een voorbeeld aan een dergelijke gemeente. Een missionaire opdracht noemen we dat, laten zien in de samenleving wat het geloof in de God van Israël in de praktijk kan betekenen. Maar daar moet het dus niet blijven. Het bedrog van orakels, geestenfluisteraars, instraalsters en pseudoreligieuzen moet dus ook aan de kaak gesteld worden. Het is volgens het boek van Johannes een taak van de Christelijke gemeente. We kunnen elke dag laten zien waar de gemeente voor staat, maar intern moet je dus ook de houding tegenover dit bedrog aan de orde stellen.

Ik weet waar u woont

donderdag, 29 november, 2012

Openbaring 2:12-17

“Ik weet waar jouw huis woont” zingen jongeren tegenwoordig en misschien is dat wel een betere weergave van wat hier door Johannes wordt bedoeld dan het keurige “ik weet waar u woont”. Het is waar Satans troon staat. Nu moeten we niet gelijk denken aan de middeleeuwse verzinsels van een man met hoornen gekroond en lopend op bokkenpoten. De beschrijving die Johannes hier geeft is een scherpe politieke uitspraak, zoiets als je Wilders wel eens hoort doen, maar dan waarachtiger en effectiever. Johannes heeft het over Pergamum en als we iets over die troon van Satan willen weten dan moeten we naar Berlijn. Daar is het Pergamummuseum waar een reusachtig altaar staat dat door archeologen uit Pergamum naar Berlijn is gebracht. Dat altaar stond in een Tempel van Zeus, die zo groot was dat de stad er omheen was gebouwd. Maar Zeus was niet de enige god die werd vereerd.

Pergamum wordt ook vergeleken met Lourdes. We kennen de staf met de slang er om die door dokters als teken van hun beroep wordt gevoerd. Het is het teken van de god Asclepios en ook die god werd groots vereerd in Pergamum, daar was genezing te vinden heette het. Tegelijk was Pergamum een belangrijke Romeinse stad waar een groot standbeeld voor Keizer Augustus stond, die natuurlijk ook werd aanbeden, en een Tempel voor Roma Mater, waar de oorsprong van het Romeinse Rijk werd vereerd. Geen wonder dat de jonge Christengemeente de neiging had te zwichten voor het religieuze geweld van hun tijd. Hun religie werd een zaak voor het individu, voor achter de voordeur. Niet meer een zoutend zout voor de samenleving, maar een geestelijke weg naar het eeuwige leven. De ketterij van de Nicolaïten die je ook vandaag de dag in allerlei vermommingen in de kerken tegen kunt komen. Doe maar mee met de Happinezbeweging, de leer van Bileam.

Die Christenen van Pergamum hebben daar een goede reden voor. De man die het meest uitgesproken opkwam voor de godsdienst van Jezus van Nazareth, Antipas, was gedood, het was dus zaak op te passen. Maar Johannes wijst opnieuw op het risico dat je op je moet willen nemen. Niks achter de eigen voordeur. Goden met eigen handen gemaakt doen niks, genezing bij een koperen stang met de afbeelding van een slang is bedrog, niks ingestraald water of contact met overledenen, geen klankschalen, kleurentherapie of genezende stenen. Om je aan de dood en de opstanding te herinneren is een witgekalkt steentje genoeg. De nieuwe naam die er op zou staan heeft tot veel speculaties geleid, maar wat is er nieuwer dan “opgestane”, ook wij kennen immers niemand die zo genoemd kan worden? Wij moeten geloven in die ene die opstond uit de dood door de Liefde van God. Een liefde die ook ons kan laten leven, leven voor de minsten in onze samenleving. Dat mogen we elke dag opnieuw, ook vandaag weer.

Die dood was en nu leeft

woensdag, 28 november, 2012

Openbaring 2:8-11

Het zal duidelijk zijn dat de mensen in de tweede gemeente waaraan geschreven wordt, Smyrna, het niet gemakkelijk hebben. Het vormen van een nieuwe gemeenschap van Joden, Heidenen, armen, rijken, mannen, vrouwen is in die welvarende steden van Klein Azië al niet gemakkelijk. Het gelijk stellen van Slaven en vrijen ondermijnt de economie en is een directe bedreiging voor de positie van de machtigen en de rijken. De weigering om het beeld van de heersende keizer te aanbidden onderstreept het revolutionaire karakter van die nieuwe godsdienst. De Joden waren de enigen die toestemming hadden om af te zien van de aanbidding van de Keizer. Zij hadden getoond geen kwaad in de zin te hebben als het ging om bestaande machtsverhoudingen. Integendeel, soms hielpen ze de Romeinse heersers een tegenwicht te bieden tegen al te opdringerige aanbidding van plaatselijke goden.

De Christenen waren daarom ook een bedreiging van de Joodse religieuze gemeenschappen. Hun vorming van de nieuwe aarde, de hemelse aarde, nu al in de bestaande samenleving, maakte dat straks de Joden ook nog verplicht zouden worden om de beelden van de keizer te aanbidden. Die Joodse gemeenschappen spoorden daarom de Romeinse heersers aan om de Christenen als staatsgevaarlijke beweging te vervolgen. Hun stichter, Jezus van Nazareth, was immers ook als staatsgevaarlijk en pseudo koning der Joden aan een kruis geslagen. Wie denkt dat een scheiding van kerk en staat een oplossing biedt heeft de geschiedenis toch wel erg oppervlakkig bestudeerd. De Christelijke gemeenschap gaat altijd tegen de bestaande machtsverhoudingen in. Alle mensen ter wereld worden als broeders en zusters beschouwd. Van alle door de staat als vreemdeling beschouwde mensen kan er eigenlijk niemand verwijderd worden want ze horen bij de Christelijke gemeenschap ter plaatse en die mag je niet aantasten, want het zijn ook je eigen burgers.

Johannes roept op de verdrukking maar te ondergaan. Als Jezus van Nazareth ondanks de kruisdood nog leeft dan hoef jij als gelovige ook niet bang te zijn voor de dood. Juist het gedood worden omwille van het geloof is de overwinning. Jij blijft geloven in de macht van de liefde, jij blijft net als Jezus van Nazareth leven in de liefde. Want dat was de kern van het geloof van die jonge gemeenten: zonder liefde ben je dood. Voordat ze gingen geloven in de kracht van de liefde voor elkaar en voor de minsten in de samenleving waren ze dood, werden ze geregeerd niet door hun eigen wil, door wat ze zelf meebrachten, maar wat door een dode onpersoonlijke staat van ze werd gevraagd. De liefde van Christus had vrijheid gebracht. Geen vreemde regels van buiten regeerden je meer, geen willekeurig aanbidden van met mensenhanden gemaakte goden. Maar aanbidding door liefhebben van de naaste als jezelf. Geen van buiten opgelegde ongelijkheid van mensen, geen angst die je wordt aangepraat en opgedrongen, maar gelijkheid van mensen in de liefde. Ook vandaag zijn we weer een minderheid waarop neergekeken wordt. Mensen die geloven in verwantschap met iedereen, mensen die geloven dat armoede kan verdwijnen, dat liefde kan regeren in plaats van geweld, ook vandaag is het zaak het vol te houden, elke dag weer, ook vandaag.

Wie oren heeft, moet horen

dinsdag, 27 november, 2012

Openbaring 2:1-7

Zeven brieven moet Johannes schrijven. Aan zeven soorten gemeenten. Aan alle gemeenten die er zijn dus. Maar pas op. Johannes schrijft geen abstracte briefjes, het zijn geen zogenaamde briefjes die alleen in zijn gedachten bestaan of alleen in zijn visioen voorkomen. Johannes schrijft over het hier en nu van zijn bestaan. Hij begint te schrijven aan de gemeente, de kerk staat er, in Efeze. Daar komt hij zelf vandaan. Efeze is de belangrijkste stad van Klein Azië, de derde stad van het Romeinse Rijk. De stad werd gekenmerkt door handel en religie. Aan beiden werd fors verdiend. Vooral de religie van Diana met haar prachtige tempel was zeer populair en overal vandaan kwamen de aanbidders die zilveren Tempeltjes kochten. Die aanbidding van Diana was zo sterk ingesleten dat de Christenen toen ze aan de macht kwamen haar vervingen door Maria. De moeder van Jezus zou in Efeze zijn gaan wonen. Nog eeuwen later zou de Roomse Kerk beweren dat ze in Efeze ten hemel was gevaren als Jezus zelf.

In de dagen van Johannes was de kerk in Efeze zeer beïnvloed geraakt door de handel en de handel in de religie. De onderlinge liefde, de zorg voor de minsten in de samenleving was verdwenen. De Christelijke gemeente was een vereniging net als andere religies een vereniging met rituelen hadden. Het doel was het verkrijgen van het eeuwige leven. Met een doel als dat regeert de dood, het enige doel van een dergelijke religie is het ontlopen van de dood. Geloof, aanbid de godheid, probeer anderen ook er bij te betrekken en je krijgt als beloning het eeuwige leven. Dat soort kerken en secten kennen we ook vandaag nog. In dit leven is het niet maar in het leven na dit leven, daar moet je het zoeken. Alsof Johannes niet schetst dat de hemel op aarde is gekomen.

In elk geval was de gemeente van Efeze nog te redden. Ze hadden zich verzet tegen lieden die het Christendom met Heidendom wilden mengen. Een Heidendom dat sprak van geheime kennis. Daarin moest je via een ingewikkeld stelsel van riten ingewijd worden en pas als je die kennis had verworven kon je deel krijgen aan het goddelijke en dus aan het eeuwige leven. Dat ging de Christenen in Efeze toch net een stap te ver. En op grond van die keuze en het prijzen van die keuze door Johannes is ook de kerk al vanaf het begin van haar bestaan overgegaan tot veroordeling van deze leer die je terugvindt in allerlei geschriften die buiten het Nieuwe Testament zijn gebleven. Johannes roept op terug te keren tot de Geest van God zoals we die in de Hebreeuwse Bijbel hebben leren kennen en zoals die ons is voorgeleefd door Jezus van Nazareth. Het leven is daarbij het doel, maar dan het leven zoals het ons nu gegeven is. De dood, zelfs de kruisdood, houdt ons daarbij niet van de liefde af. De liefde voor de naaste is wat gelovigen in beweging brengt. En die liefde zoekt zichzelf niet en vraagt dus niet om een beloning. Die beloning is genade van God en juist als je die niet meer zoekt,  zegt Johannes, dan zul je dat eeuwige leven krijgen omdat die Liefde een eeuwig bestaansrecht heeft. Ook vandaag mogen we het dus met diezelfde liefde doen, net als elke dag opnieuw.

Wees waakzaam!

maandag, 26 november, 2012

Marcus 13:24-37

Soms zijn de gelijkenissen van Jezus van Nazareth kleine grapjes. Iedereen wil weten wanneer het nu eens echt lente wordt. Dat je dan naar de bomen moet kijken of er al blaadjes aan komen is natuurlijk een dooddoener. Je kunt ook naar de kalender kijken, of de vogels in de lucht. Iedereen weet dat de lente komt maar het ene jaar is het vroeger zacht en het andere jaar kan het nog laat sneeuwen en stormen. Het heeft dus geen zin te speculeren over dag en uur van het begin van de lente. Net zo min heeft het zin om te speculeren over dag en uur van het einde van de geschiedenis. Maar we moeten er wel klaar voor zijn. En dat kan en dat mag. Dat noemen ze in de kerken genade. Dat we mogen zorgen dat de aarde een huis wordt waar God zelf wil komen wonen. Niet dus een huis waar mensen worden vermoord, waar mensen honger leiden, waar mensen aan de kant van de weg moeten blijven staan, waar mensen ten onrechte in gevangenissen worden gestopt, waar oorlog wordt gevoerd en noem maar op, waar de ellende voor de meeste mensen op aarde de overhand heeft.

Het lijkt er soms op dat we die aarde met een stevige bezem moeten schoonmaken, Maar het is een taak die geweldig is, die ieder mens verre te boven gaat. Gelukkig kennen we de Heer van de aarde die heeft gezegd dat hem alle macht gegeven is. Wij hoeven niet alles op te lossen, wij mogen naar vermogen ons steentje bijdragen en zoveel mogelijk mensen daarin meekrijgen. Maar we mogen niet verzaken, niet inzakken of inslapen. Want voordat we het weten is het einde van de geschiedenis aangebroken. Eigenlijk staat in dit bijbelgedeelte nog eens heel duidelijk dat je elke dag moet leven of het morgen afgelopen kan zijn. Dat delen van wat we hebben met de hongerigen kan echt niet uitgesteld worden tot de volgende conferentie over voedselnood in de wereld. Daar kunnen de kinderen die lijden aan honger niet op wachten, zij sterven de hongerdood als wij wachten tot de eerlijke handelsverhoudingen ook tot achter de komma geregeld zijn.

Juist die eerlijke handelsverhoudingen geven arme boeren de kans op de wereldmarkt te concureren tegen boeren uit rijke landen die beschikken over kennis over de landbouw en subsidies om hun bedrijf zo efficiënt mogelijk tot een zo groot mogelijke winst te brengen. De arme boeren ontbreekt het aan kennis, ontbreekt het aan middelen, aan gereedschappen om hun grond en hun producten met zo weinig mogelijk kosten tot een zo groot mogelijke opbrengst op te kweken. In die ongelijkheid zit de bron van voortdurend terugkerende voedselrampen. Juist daarom moeten we extra waakzaam zijn. Op allerlei terreinen hebben we de neiging alleen onze eigen problemen te willen oplossen en te vergeten dat we om de armen moeten denken. Ons energieprobleem oplossen door in arme landen vruchtbare grond te laten gebruiken voor de verbouw van oneetbare producten die hier gebruikt kunnen worden voor biobrandstof veroordeelt de inwoners van die landen tot honger. Beter is daar voedsel te verbouwen en hier de producten die nodig zijn voor biobrandstof zodat onze boeren niet verleid worden de arme boeren weg te concureren. Waakzaamheid is altijd en overal geboden, ook vandaag weer.

Bid dat het niet in de winter gebeurt

zondag, 25 november, 2012

Marcus 13:14-23

Nood leert bidden. Als je de verschrikkingen leest die in dit Bijbelgedeelte beschreven zijn dan kun je je dat heel goed voorstellen. De vele opstanden die tijdens en na het leven van Jezus van Nazareth in Palestina plaatsvonden maakten het leven steeds zwaarder. Uiteindelijk werd in het jaar 70 de Tempel in Jeruzalem vernietigd en werd een heel groot deel van de inwoners van Palestina verspreid over het hele Romeinse Rijk. Men kan zich voorstellen dat deze gruwelen een diepe indruk gemaakt hebben op de jonge Christengemeenten die uit Joden en Heidenen bestonden. Mensen die nog maar pas geleerd hadden zich in te zetten voor lijdenden, voor hongerigen, voor vluchtelingen. Zij hoorden de verhalen over oorlog, over mishandelingen en executies, over verkrachtigingen en plunderingen. Ze hadden ook geleerd de komst van Jezus Messias te verwachten.

Die Jezus van Nazareth zou immers terugkeren om de hele aarde te bevrijden van al die ellende. Groter ellende kon men zich niet voorstellen dus die Jezus van Nazareth kon elk moment terugkomen. Marcus neemt hier in zijn verhaal over Jezus van Nazareth gas terug. Hij herinnerde zich de waarschuwingen voor valse profeten. In de dagen van Jezus van Nazareth waren er veel messiassen. Ze beloofden de bevrijding van Palestina op allerlei manieren. Sommigen trokken met volgelingen de woestijn in om ver van de bewoonde wereld nieuwe gemeenschappen te stichten. Anderen begonnen opstanden met bloedig geweld hun volgelingen voorhoudend dat ze een teken uit de hemel zouden krijgen die de overwinning garandeerde. Jezus van Nazareth waarschuwde krachtig tegen deze valse messiassen. Ze zijn te herkennen aan de genezingen en andere wonderen die ze voor een groot publiek verrichten. Die terugkomst is wel te verwachten. Maar wanneer weten we niet. In elk geval niet als wij denken dat de rampen en de ellende op hun ergst zijn. Het kan altijd nog erger.

Pas nadat het echt op z’n ergst is geweest, pas daarna komt Jezus terug. Dan pas zal de zon verduisterd worden, zullen de sterren uit de hemel vallen en zullen de hemelse machten wankelen. Natuurkundigen voorspellen dat de aarde zal vergaan als de zon is opgebrand maar dat opbranden van de zon kan nog wel vele eeuwen op zich laten wachten. De lezers van het Evangelie van Marcus wisten dat nog niet. En of het inderdaad zal liggen aan natuurwetten weten wij ook niet. Marcus had dezelfde beschrijvingen over rampen en ellende gelezen in de boeken van de profeten Jesaja en Daniel. In onze geschiedenis meende men ook heel vaak dezelfde tekenen te herkennen, maar steeds kreeg Jezus van Nazareth gelijk. Al die ellende, al die oorlog en hongersnoden betekenen nog niet het einde van de geschiedenis. Natuurlijk mogen we bidden dat een hongersnood niet uitbreekt in de winter. Ook voor ons zijn rampen en ellende niet uitgesloten. Voor ons zijn er de slachtoffers voor wie we oog en oor mogen hebben. Wij mogen ons afvragen hoe het komt dat  een klein deel op onze aarde de rampen zonder veel moeite kan doorstaan terwijl een groot deel van de aarde meer dan naar verhouding te lijden heeft van alle rampen, oorlogen en ellende. Wij zullen moeten leren wat delen is, dan zullen we ook de zwaarste tijden doorstaan. En met dat leren mogen we vandaag al beginnen.

Aan alle volken het goede nieuws

zaterdag, 24 november, 2012

Marcus 13:1-13

Zo ver zijn we nog lang niet, dat aan alle volken op de aarde het goede nieuws is verkondigd. In de tijd dat het evangelie van Marcus werd geschreven leek het heel wat dichterbij dan vandaag. Toen geloofde men dat er zeventig volken op de wereld waren en dat eigenlijk al die volken zo ongeveer onderworpen waren aan het Romeinse Rijk. Het feit dat er overal oorlog werd gevoerd en dat er hongersnoden en aardbevingen waren droegen bij aan het gevoel dat het einde van de geschiedenis wel dichtbij zou moeten zijn. Als je nagaat hoe oud de kosmos is, hoe ver we afzitten van de oerknal, dan is die paar duizend jaar waarover we nu praten inderdaad niet veel. Maar op een mensenleven is het nog een hele tijd.

Als we het gedeelte van vandaag nauwkeurig lezen dan blijkt dat we ons eigenlijk helemaal niet druk hoeven maken over al die tekenen die wijzen op een mogelijk einde van de geschiedenis. Ook in onze dagen duikt het verlangen het te kunnen voorspellen weer op. Gewezen wordt dan op een kalender van de Maya’s in Zuid Amerika die af zou lopen op 21 december 2012. Volgens sommigen moet dat een heleboel betekenen. Volgens de Bijbel betekent het voor gelovigen helemaal niks. Wat veel belangrijker is is de vraag hoe je dat geloof volhoudt. Al die keurige nette schriftgeleerden in hun mooie pakken vinden het maar niks, dat voorop zetten van de minste, dat dag en nacht zorgen voor de mensen die zorg nodig hebben. Ze zullen zich er met geweld tegen verzetten. Ja zelfs binnen families zal er ruzie blijven ontstaan rond de vraag waar de familie bij hoort, bij die scherpslijpende zich duur voordoende bijbelgeleerden, of bij de mensen die alles wat ze hebben delen met hen die niets hebben, die proberen iedereen er van de overtuigen dat alleen samen leven en samen delen kan leiden tot een betere samenleving.

Gelukkig hoef je je niet af te vragen hoe je dat moet uitleggen, als je behept bent met dezelfde geest als Jezus van Nazareth, de Heilige Geest noemen we dat in de kerk, dan vallen de juiste woorden je vanzelf in. Soms zul je zelfs verbaasd staan van jezelf hoe helder en overtuigend je de bevrijding van de armen kunt verkondigen. Denk overigens niet dat Jezus van Nazareth de vier volgelingen met wie hij naar de tempel zat te kijken iets nieuws vertelde. Hij citeert hier volop uit de boeken van de profeten. Dat van die familieruzies werd bijvoorbeeld al voorspeld door de profeet Micha en Daniël had temidden van de ballingschap in Babel al opgeroepen om vol te houden in het geloof in de God van Israël ook al wordt je door iedereen er om gehaat. In de dagen van het ontstaan van het evangelie van Marcus was er alle reden om kijkend naar de Tempel na te denken over het einde van de geschiedenis. Keizer Caligula had eerst de Tempel op verschrikkelijke wijze ontwijd en in het jaar 70 zou de Tempel in Jeruzalem voorgoed verwoest worden, alleen een muur bleef staan. Die verwoesting bracht een einde aan de manier waarop de godsdienst van de God van Israël vanouds werd gevierd. Christenen bedachten toen dat hun hart de Tempel zou moeten zijn waar God zou komen wonen. En dat betekent dat overal waar we zijn, dag in dag uit, we de wil van God kunnen doen door oog en zorg te hebben voor de minsten op aarde, ook vandaag kan dat weer, ondanks alle tegenstand.

Op de dag van de Heer

vrijdag, 23 november, 2012

Openbaring 1:10-20

De profeet Joël had het al over de dag van de Heer gehad. Dat was de dag waarop de hele aarde zich had onderworpen aan de Wet van de God van Israël, de Wet van de Liefde voor elkaar, de Wet waardoor een samenleving kon ontstaan waar alle leed geleden zou zijn en voor iedereen plaats was. Oude mensen zouden dromen dromen en jongeren zouden gezichten zien. Die dag is aangebroken schrijft Johannes nu. Dat is dus de dag waarop we in trance raken, waarop we lyrisch worden, waarop we dromen dromen en gezichten zien. Dat overkomt Johannes en hij begint bij het Woord, hij hoort een stem. Die stem klinkt als een bazuin vertaalt onze vertaling, dat komt omdat het vertaalt uit het Grieks waarin het boek is geschreven. Maar dat is maar een simpel Grieks, je snapt veel van dat Grieks pas als je Hebreeuws kent en dat van die bazuin is ook pas te snappen als je Hebreeuws kent, dat klinkt als de ramshoorn die bij de Tempel klinkt, die op de Bergen klinkt als het volk bevrijd moet worden van de vijand.

Johannes moet het schrijven aan alle gemeenten die hij kende, de zeven gemeenten in Turkije. Maar een Tempel was er niet meer in Jeruzalem, de Tempel was verwoest door de Romeinen de Hoge Priester verjaagd of gedood. Waar kwam dan die stem vandaan? In zijn visioen draaide Johannes zich om en waarachtig hij stond weer in de Tempel van Jeruzalem, daar stonden de zeven gouden lampenstandaards en daar was ook de Hoge Priester in zijn traditionele lange gewaad met de gouden band om zijn borst die het teken van zijn hoge ambt was. Maar wat een Priester was dat wel niet. Wij schrikken van de beschrijving, zoiets zie je alleen in een droom en wat moeten we daarmee. Maar voor Johannes en de mensen aan wie hij schreef was het een vervulling van de oude droom van Daniël. Hier stond de persoon die Daniël de Zoon des Mensen had genoemd. Zo had Jezus van Nazareth zichzelf ook genoemd. Komt dan de droom van Daniël nu uit en neemt de God van Israël de heerschappij over de wereld ter hand?

In de dagen van Johannes had elke stad en elk volk een eigen god. We herinneren ons misschien de Diana van Efeze. De mensen geloofden zo vast in het bestaan van die goden dat ook de Joden dat niet konden ontkennen. En in het boek Genesis hadden ze gelezen dat de zonen van de goden de dochters van de mensen tot vrouw hadden genomen waarop de God van Israël een grens had gesteld aan het leven van de mensen. Maar al die goden van de mensen, de goden van steden en volken, waren onderworpen aan de God van Israël, ze waren misschien Engelen die verzoek van de mensen aan God konden overbrengen en aan God konden rapporteren over recht en gerechtigheid, ze zijn in deze droom de zeven sterren in de rechterhand van de zoon des mensen, de zeven lampenstandaards uit de Tempel zijn de zeven gemeenten aan wie geschreven moet worden. Daarmee is de verwoeste Tempel van Jeruzalem weer op aarde verschenen. Nu in de vorm van gemeenten die het licht van recht en gerechtigheid verspreiden, het licht van de Liefde van de God van Israël. In die gemeenten, kerkelijke gemeenten, leven we nog steeds en nog elke dag mogen we ons afvragen hoe we het licht van de liefde van God onder de mensen laten schijnen, ook vandaag weer.

Gelukkig is wie dit voorleest

donderdag, 22 november, 2012

Openbaring 1:1-9

Vandaag lezen we het begin van het boek Openbaring. Dat is vaak gezien als een geheimzinnig boek vol met onbegrijpelijke visioenen over een tijd die misschien ooit nog komen moet. En omdat hetgeen nog komen moet onbekend is kun je er, als je het boek Openbaring zo leest, naar alle lust op los fantaseren. Het was voor velen aanleiding het boek maar dicht te laten en voor anderen om het hele geloof maar los te laten. Toch is het boek Openbaring nu net niet bedoeld als een geheimzinnig boek over een onbekende toekomst maar verteld het de Hebreeuwse Bijbel opnieuw zodat Jezus van Nazareth als de gezalfde bevrijder een concrete werkelijkheid in het leven van alledag kan worden. De vertaling van de Griekse titel in “Openbaring” is dan ook niet echt gelukkig gekozen. “Ontsluiering” zou een betere betekenis zijn, wie of wat is die Jezus van Nazareth nu eigenlijk voor ons mensen van vandaag is de vraag waarop dit boek een antwoord probeert te geven. Want dat er wat gebeuren moet is duidelijk.

De schrijver zit gevangen op Patmos omdat hij het over de God van Israël en over Jezus van Nazareth heeft gehad. En is gevangen nu het lot dat alle gelovigen te wachten staat? Loopt de wereld dankzij de kruisdood van Jezus van Nazareth en het verhaal over zijn opstanding uit op onderdrukking en geweld? Het antwoord wordt gegeven in een brief die je met elkaar moet lezen, niet als een geheim of geheimzinnig boekje maar als een sprekend verhaal dat moet worden voorgelezen. Gelukkig worden geprezen hen die de profetie horen. Profetie is dus geen toekomstvoorspelling van de waarzegger op de kermis, maar legt uit hoe de wereld in elkaar zit en waar je je aan te houden hebt als je wil geloven in een betere wereld, een nieuwe hemel en een nieuwe aarde, want dat die nabij is staat vast.

Het verhaal dat in deze brief staat wordt op verschillende manieren verteld. Alsof er brieven worden geschreven aan verschillende gemeenten, elk met hun eigen karakteristieken. Tegelijk aan alle gemeenten, zeven soorten, voor elke dag één. Het is geen door mensen verzonnen verhaal, het is een goddelijk verhaal, dat al bekend is uit de Hebreeuwse Bijbel want dat hij komt te midden van de wolken en dat iedereen hem kan zien ook degenen die hem hebben doorstoken staat al in de boeken van de profeten Daniël en Zacharia. Die God is immers het begin en het einde van alles wat er is. Dat was de God die er was, dat is de God die er nu is en dat is de God die nu in je leven komt, die je nu duidelijk zal worden. Door Jezus van Nazareth zijn wij een volk geworden van priesters voor die God. Priesters die offers brengen? Jazeker, dat wordt hier verteld, het offer van onze liefde, het offer van het recht doen aan de ontrechten, want daar gaat dit verhaal over. Die offers van liefde voor de minsten mogen we elke dag brengen, dat wordt ons in dit boek duidelijk gemaakt zodat we het elke dag opnieuw mogen gaan doen, ook vandaag weer.

In al het goede dat u doet en zegt

woensdag, 21 november, 2012

2 Tessalonicenzen 2:13-17

Het mag duidelijk zijn dat de schrijver van de brief aan de gemeente in Tessalonica de leden van de gemeente daar hoog heeft zitten. Nu zijn de brieven die in het Nieuwe Testament zijn beland niet alleen bestemd voor de geadresseerde naar wie ze zijn vernoemd. Die brieven waren voor iedereen en gingen van hand tot hand nadat ze geschreven waren en die brieven zijn nog steeds voor iedereen, daarom staan ze in de Bijbel. Heeft de schrijver van deze brief ons daarom ook zo hoog zitten? Als we net zijn als de gemeente in Tessalonica wellicht wel. Hoe was die gemeente en wat zouden wij daarvan kunnen leren? Deze passage uit de brief geeft daar iets van een antwoord op. De gemeente behoort tot de eersten die de Weg van Jezus van Nazareth zijn gaan volgen. In onze cultuur hebben we dat verhaal over die weg al meer dan duizend jaar mogen horen maar omdat we telkens opnieuw geroepen worden die weg te gaan en ons af te keren van de weg die in de wereld wordt gevolgd mogen ook wij ons rekenen tot de eerstelingen, je moet er fris tegenaan kunnen kijken.

De gemeente in Tessalonica staat daarmee in een traditie. Nu was Jezus van Nazareth niet het begin van die traditie. Integendeel, want hij riep immers, in navolging van Johannes de Doper, op tot terugkeer naar het volgen van de Wet van de Woestijn, eerlijk delen en houden van je naaste als van jezelf. Die eeuwenoude traditie, waarmee een heel volk, na hun ontsnapping uit de slavernij, in de Woestijn was begonnen, monde uit in de manier waarop Jezus van Nazareth met de minsten in zijn tijd omging. In die traditie stond de gemeente in Tessalonica en in die traditie mogen wij dus ook gaan staan. Er wordt hier dan ook gesproken over het Evangelie dat ons geroepen heeft en de liefde die we gezien hebben. Dat Evangelie, letterlijk betekent dat “blijde boodschap”, was, volgens het Evangelie van Lucas, de verkondiging van de bevrijding van de armen. Niet een bevrijding door geweld maar een bevrijding door de Liefde.

En daarmee wordt de wens dat wij gesterkt mogen worden in al het goede dat we doen en zeggen ook een wens voor ons. Dat goede geldt op alle terreinen, de voedselbanken, de zorg voor vreemdelingen, de zieken, de gevangenen, de afschaffing van de tolmuren, de strijd tegen klimaatveranderingen die als eerste de armen treffen en noem maar op. Dat geld ook voor de zorg voor de scholieren die in aktie komen tegen de verloedering in het onderwijs. Natuurlijk moeten we ze voorhouden dat geweld en vernielzucht niet de weg is om te gaan, maar ouders en leerkrachten dienen niet te luisteren met oordopjes in zoals politici soms doen. Telkens weer worden we geroepen op te staan en onze stem te verheffen tegen de zelfzucht die de rijken, middengroepen genoemd, beschermt en voor de armen overal ter wereld op wie bezuinigd wordt. Onze naasten, onze broeders en zusters, wonen tot aan de einden der aarde, die kunnen we niet in de steek laten, ook vandaag niet.