Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor oktober, 2012

Als Nazireeër

zondag, 21 oktober, 2012

Rechters 16:4-22
 
Af en toe kom je in de Bijbel van die vreemde termen tegen die ogenschijnlijk niet verder worden verklaard en die we verder ook niet in ons dagelijks spraakgebruik kennen. Dat “Nazireeër” is er zo een. We komen het voor het eerst tegen in het boek Numeri, waar allerlei geboden en voorschriften voor het volk staan opgeschreven. Daar staan ook de spelregels voor de Nazireeër. Je kunt Nazireeër worden als je liever langharig dan kortzichtig bent, als je belooft je aan de Wet van de Woestijn te houden, je naaste liefhebben als jezelf, en je daarvoor apart wilt laten zetten. En dat bij je volle bewustzijn want alcohol drinken is er niet bij. Simson was zo iemand, en later Johannes de Doper en Saulus die Paulus werd, die deden dat ook. Simson ontleende zelfs zijn kracht aan zijn lange haar en in het beroemde verhaal van Simson en Delila komt het spionnenvrouwtje er pas achter na drie maal bedrogen te zijn.

Dat lange haar was dus niet zozeer een wonderbaarlijke bron van kracht maar een uiterlijk teken dat Simson onvoorwaardelijk en zonder ophouden van zijn naaste wilde houden als van zichzelf en dus de armen wilde bevrijden, de hongerigen wilde voeden en de naakten wilde kleden. We zullen nog uitvinden dat de Filistijnen er ook achter komen waar die enorme kracht van Simson vandaan kwam. Het verhaal van Simson vertelt ons ook dat het dus niet uitmaakt hoe iemand er uit ziet. Toen in de jaren 60 jongeren hun haren lieten groeien om te laten zien dat ze niet behoorden tot de kaalgeschoren militairen die in Vietnam moesten vechten was het lange haar opnieuw een soort preek. Niet de oorlog voor een corrupt en wreed regiem, maar vrede en delen van welvaart, en streven naar rechtvaardigheid, vertelde dat lange haar. Over dat delen van welvaart en streven naar rechtvaardigheid kan het nog steeds vertellen.

Juist in de wereld van schijn, klatergoud en de beste willen zijn speelt uiterlijk een grote rol. Zwarte pakken met een klein streepje. Voor mannen en vrouwen een jong uiterlijk en voor mannen natuurlijk een kort kapsel. Een dergelijk uiterlijk bepaalt je succes. Er zijn zelfs Centra voor Werk en Inkomen die er cursussen in organiseren. Hoe presenteer je jezelf om succes te hebben. Banen krijg je er overigens ook na zo’n cursus niet mee. Wat je dus succes noemt. Uiteindelijk verlies je door het aanpassen aan de naar de heerschappij strevende klasse de verbinding met dat wat je sterk maakt. Van je naaste houden zoals je van jezelf houdt, hoe je er ook uitziet. Beter langharig dan kortzichtig dus, anders nemen ze je net zo gevangen als Simson, hoe sterk je ook bent, en verlies je het zicht op alles om je heen.

Toen de mensen zich tegen ons keerden

zaterdag, 20 oktober, 2012

Psalm 124

Vandaag zingen we met de kerk mee de honderdenvierentwintigste psalm. In heel veel Protestantse kerken in Nederland klinkt het laatste vers van deze psalm als opening van de kerkdienst, “Onze hulp is in de naam van de Heer die hemel en aarde gemaakt heeft”. Dat is een heel oude protestantse traditie en deze tekst wordt soms ervaren als een soort toverspreuk die van een bijeenkomst van mensen ineens een kerkdienst maakt. Zo is het natuurlijk niet, maar het is goed om, als je je met elkaar bezint op de betekenis van het verhaal van Israel en het verhaal van Jezus van Nazareth voor deze tijd, je te richten op het Algoede. Dat is wat de mensen zongen toen ze op weg gingen naar de Heilige Tent of de Tempel waar de Wet werd bewaard om de jaarlijkse maaltijd met famillie, armen en vreemdelingen te houden.

Het volk Israël trok drie maal per jaar op naar het Heiligdom om daar de maaltijd te houden met de tempeldienaren, de familie, de armen en de vreemdelingen. Dat was tijdens de gersteoogst, als de bevrijding uit Egypte werd gevierd, dat was tijdens de tarweoogst, als de sluiting van het verbond tussen God en het volk in de Woestijn werd gevierd en dat was tijdens het Loofhuttenfeest in het najaar als je je moest herinneren dat God ook in de Woestijn voor voedsel had gezorgd. Wij kennen dit soort maaltijden alleen nog van de Moslims, die noemen dat Iftar maaltijden, of misschien dat ook het Avondmaal een oefening is in het delen met elkaar. Dat je gaat delen met armen en vreemdelingen wordt je overigens meestal niet in dank afgenomen.

Ook dat bezingt de psalm, dat als je niet op de weg van het Algoede zou zijn geweest dan hadden de mensen je levend verslonden. Het is alsof je de politici hoort die angst zaaien voor de Islam en elk contact met anders gelovigen veroordelen.  Die angst voor vreemdelingen is echter onterecht. De kinderen van Abraham, hebben we gezien, zijn famillie. En ook de Moslims stammen wat hun geloof betreft van Abraham af, het zijn de nakomelingen van Ismaël. Mocht je dus uitgenodigd worden voor een Iftar maaltijd ga dan op de uitnodiging in en geneer je niet zelf vreemdelingen aan tafel uit te nodigen. Dat maakt onze samenleving pas echt veilig. Een oud Nederlands spreekwoord zegt dat onbekend ook onbemind maakt. We moeten dus zorgen dat we ons niet onbekend laten bij onze medemensen, waar ze ook vandaan komen en wie ze ook zijn, maaltijden zijn volgens de Bijbel een goed instrument om gemeenschap te vormen, maar in Holland kennen we ook het kopje koffie en elke dag mogen we er aan werken, ook vandaag weer.

Hij volgde hem op zijn weg

vrijdag, 19 oktober, 2012

Marcus 10:46-52

De vraag of Jezus van Nazareth nu wel of niet genezen heeft wordt zelden gesteld. Dat is eigenlijk ook een gevaarlijke vraag. Want als dat zo zou zijn dan zouden alle andere blinden die niet zijn genezen kennelijk te weinig geloofd hebben. Dit verhaal gaat dus niet over genezen, maar dit verhaal gaat over gehoord worden. Mensen die langs de weg zitten worden zelden gehoord. Als ze al eens opgemerkt worden krijgen ze een aalmoes toegeworpen. Aandacht is er nooit voor. Om aandacht te trekken is in ons land de straatkrant of de daklozenkrant bedacht. Een echte krant met leuke artikelen die verkocht wordt zoals alle andere kranten. Alleen de opbrengst gaat naar mensen die langs de weg zijn komen te staan, want ook in onze samenleving komen er mensen langs de weg te staan.

Denk niet dat het hun eigen schuld is. De schade die ze hebben opgelopen en die maakt dat ze buiten de samenleving zijn komen te staan, maar ook blijven staan,  is vaak van veel vroeger. Ze zijn al langer niet gehoord en opgemerkt en het op straat komen te staan is vaak het einde van een lange lijdensweg. Zo ook voor Bartimeüs. In de dagen van Jezus van Nazareth bleef er voor veel mensen niet veel anders over dan als blinde of lamme langs de weg gaan zitten en te gaan bedelen. Ze waren niet meer vooruit te branden. De weg had voor hen opgehouden en alleen aalmoezen hielden hen nog in leven. Maar Bartimeüs had ergens nog een sprankje hoop. Ooit zou er een moment komen dat iemand hem weer op weg zou helpen, ooit kwam er een dag dat er meer zou zijn dan een aalmoes, dat iemand hem weer als mens zou herkennen. Dat was nu net wat er gebeurde toen Jezus van Nazareth langs kwam. Want een drukke menigte die Jezus van Nazareth omringde zou zo gemakkelijk alle aandacht voor zich hebben kunnen opeisen. Al die sterke mensen die wel ter been zijn kunnen je de mond snoeren, je staat immers al aan de kant en wie hoort je dan nog?

In onze dagen kunnen oudere werknemers daarvan wanhopig worden. Van werknemers ouder dan 50 jaar werkt nog maar 13%, slechts een klein deel van ons haalt dus de pensioengerechtigde leeftijd ook als werkende. Maar toch wordt geroepen over verhoging van de AOW leeftijd, niemand heeft het over het inschakelen van al die mensen die al veel eerder uit het arbeidsproces gestoten zijn. Zoals aan die werknemers geen aandacht wordt geschonken zo probeert men ook Bartimeüs tot zwijgen te brengen. Maar hij gaat harder roepen, zo kunnen wij de stem zijn van mensen die in onze dagen langs de kant staan en niet gehoord dreigen te worden. Jezus van Nazareth laat terugroepen. Hij laat Bartimeüs roepen. Die vraagt niet meer om aalmoezen, die vraagt om volwaardig mee te mogen doen. Hij gelooft weer dat het kan, dat hij niet langer langs de weg hoeft te zitten maar de Weg mag gaan van Jezus van Nazareth. Wie het niet meer ziet zitten mag die weg gaan, de Weg van je naaste lief hebben als jezelf, de Weg van de zwakke horen aan de kant van de Weg en daar de hand naar uitsteken. Ook vandaag mogen we die Weg gaan.

Dat hun leiders hun macht misbruiken

donderdag, 18 oktober, 2012

Marcus 10:32-45

Dat Koninkrijk van Jezus van Nazareth is ongeveer het spiegelbeeld van onze samenleving. Want in wezen is onze samenleving nog niks veranderd sinds de dagen van het Romeinse Rijk. Natuurlijk, we hebben een enorme technologische vooruitgang. We kunnen communiceren met de meeste mensen op aarde. We hebben in een aantal landen zelfs democractie zodat landen niet meer door willekeur geregeerd worden maar door gekozen volksvertegenwoordigers volgens een aantal vaste rechtsprincipes. Maar zelfs democratiën kunnen ontsporen. Voorwaarde voor een echte democratie is natuurlijk dat iedereen kan meedoen en als politici minderheden apart gaan zetten dan is het voorbij met de echte democratie. Laffe angsthazen in ons land proberen dat ook nog wel.

En alle politici en machthebbers op de wereld raken verslaafd aan de macht. Zij zijn het die het weten, zij weten hoe het moet, hoe de wetten moeten zijn en hoe er bestuurd moet worden. Jezus van Nazareth schetst een ander soort Koninkrijk. Hij zelf zwerft door het land, menigten mensen achter zich aan en ondertussen vele mensen genezend. Langzaam wordt hij steeds populairder. Daarmee wordt hij een concurent van de heersende machten. De heersende religieuze machten, die met bezetters een akkoord hebben gesloten zodat de “godsdienst” ongestoord kan blijven worden uitgeoefend in de Tempel, in ruil voor het heffen van belastingen op de manier van de bezetter, zonder rekening te houden met de zwaksten en de armsten in het land. Jezus van Nazareth heeft alleen maar oog voor de armsten en de zwaksten in het land. Daarmee tekent hij zijn doodvonnis, want hij brengt op die manier de bestaande orde in gevaar.

Volgens de machthebbers zet hij het leven van velen op het spel. Volgens hemzelf zet hij alleen zijn eigen leven op het spel. Hij riep niet op tot geweld, uiteindelijk zou hij het geweld tegen een overmacht zelfs veroordelen. Wie heeft het nu voor het zeggen in dat nieuwe Koninkrijk, wie deelt de lakens uit? In onze samenleving een belangrijke vraag. Nu al zijn politieke partijen bezig met het samenstellen van kandidatenlijsten voor de gemeenteraadsverkiezingen. In de meeste gemeenten in ons land zijn gemeenteraadsleden vrijwilligers die tegen een geringe vergoeding avond aan avond bezig zijn met de problemen in hun gemeente. Toch gaat het ook hen soms om de macht, toch is het ook bij hen vaak moeilijk om problemen samen met de burgers die ze aangaan op te lossen. Als Jezus van Nazareth een profielschets opstelt van de bestuurders van zijn koninkrijk dan heeft hij het over dienaren. Wie de eerste wil zijn zal ieders dienaar moeten zijn. Daar loopt het bij Jezus van Nazareth op uit, om oorlog en opstand te voorkomen levert hij zichzelf uit aan de autoriteiten. Bestuurders die eerst horen, eerst conflicten oplossen en dan de samen met de mensen oplossingen zoeken die de zwaksten en de armsten ten goede komen zijn nog steeds schaars. We zijn dan ook nog niet in dat Koninkrijk, we kunnen er zelf wel aan bouwen, ook vandaag.

Wie niet als een kind openstaat

woensdag, 17 oktober, 2012

Marcus 10:13-31

Soms moet je eigenlijk gewoon doorlezen in het verhaal over Jezus van Nazareth om er achter te komen hoe eenvoudig het eigenlijk is. Het gedeelte van vandaag volgt op het gedeelte dat ging over echtscheidingen. Nu weten we natuurlijk wel dat kinderen meestal de grootste slachtoffers van echtscheidingen kunnen zijn. Het verhaal van vandaag begint dan ook met volgelingen van Jezus van Nazareth die de kinderen buiten de discussies van grote mensen willen houden. Maar die kinderen laten ons zien hoe we ons moeten gedragen. Kinderen zijn zich nog niet bewust van goed en kwaad, die weten nog te genieten van het goede van de aarde. Kinderen kunnen nog met elkaar spelen zonder zich druk te maken om kleur of godsdienstige of culturele achtergronden, of zich af te vragen wat hun vriendjes kosten. Het enige dat ze deert is of ze plezier aan de ander kunnen beleven, of ze echt samen willen spelen. Zo zullen wij ook de wereld moeten benaderen.

Zelfs de zwakken en de armen zullen met ons mee willen doen. En dan besluit dit verhaal met een gedeelte waar veel christenen ontzettend van kunnen schrikken. Daar lezen ze snel aan voorbij. Eeuwen later nog zou de kerk hier vreselijk mee worstelen. Als Jezus van Nazareth God was hoe kon hij dan zeggen dat hij niet goed is? Dat hij geen “goede meester” genoemd wil worden? Wij kunnen het ons bijna niet voorstellen dat we eretitels en vleiende benamingen zullen afwijzen. Maar in dat Koninkrijk van God is niemand meer dan een ander, alleen God gaat alles en iedereen te boven. De mens Jezus van Nazareth schaart zich daar ook onder en het maakt hem goddelijk, dat te kunnen volhouden, een menigte mensen achter je aan, het halve volk aan je lippen, lammen laten lopen en blinden laten zien, boze geesten uitdrijven bij de vleet, en dan nog zeggen dat je niet meer bent dan een ander. De meesten van ons zouden dat niet kunnen en als we het kunnen hebben we daarvoor voorbeelden als Jezus van Nazareth nodig.

En wat we moeten doen om bij die beweging te horen? Heel eenvoudig, geen moord plegen, niet je eigen partner of een ander als voorwerp voor je eigen genot beschouwen, niet een rechter bedriegen zodat er onrecht ontstaat, niet je afkomst vergeten of ontkennen. Fatsoenlijke mensen hebben dat eigenlijk altijd al wel gedaan en weldenkende mensen halen het niet in hun hoofd om iets anders te doen. Zijn ze er dan, hebben ze het toegansbewijs voor het Koninkrijk in handen? In het verhaal dat we vandaag lezen ontbreekt er nog één ding. Afstand doen van alle rijkdom. Dat is niet eenvoudig. Zomaar alles wat je bij elkaar gespaard en verdiend hebt wegdoen om Jezus van Nazareth te volgen. Mogen er dan geen rijken zijn? Worden rijken veroordeeld? Nee, maar volgens Jezus van Nazareth mogen er geen armen zijn. Het is moeilijker voor een rijke het koninkrijk van God binnen te komen dan een kameel gaat door het oog van de naald.  Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten. Maar had u wel bedacht dat die twee teksten bij één verhaal horen? En dat die laatste tekst een troost is voor de dicipelen omdat ze nogal schrokken van het harde oordeel over de rijken? Het is moeilijk om onze gewoonlijke kijk op de wereld zo radicaal te veranderen als Jezus van Nazareth wil. Maar door te handelen in navolging van Hem kunnen we het elke dag inoefenen, ook vandaag weer.

Ze geeft de armen hulp.

dinsdag, 16 oktober, 2012

Spreuken 31:10-31

De moeder van Koning Lemuël heeft hem nog een liedje geleerd waarmee het boek Spreuken besluit. Dat liedje heeft hij zorgvuldig opgeschreven al was het in een vorm die het onthouden gemakkelijk maakt. Elk couplet uit het liedje , wij lezen dat als elke spreuk, begint met een letter uit het Hebreeuwse Alfabeth. Het is een ABC’tje dus om de teksten uit dit deel van de Bijbel te volgen. Commentatoren op de Bijbel, dat zijn bijna altijd mannen, hebben dit liedje dan ook losgekoppeld van de moeder van Koning Lemuël. Er wordt wel gezongen dat vrouwen wijze woorden spreken maar dat moet je in de Kerk dan niet direct aan vrouwen toedichten. Een verkeerde uitleg van een woord van Paulus maakt immers dat velen vinden dat de vrouw moet zwijgen in de Kerk. Paulus had het over de orakels van zijn tijd die alleen vrouwelijk waren en onder de hoede van een man stonden. Tegen betaling voorspelden zij de toekomst zoals goden die in petto zouden hebben. Die vrouwen horen niet in een kerk thuis. Maar de vrouw die doet wat God heeft opgedragen als uitvoering van zijn verbond hoort ook in de Kerk door te klinken en dat Woord te verkondigen.

Het gedeelte van vandaag wordt nog wel eens gelezen op begrafenissen van ondernemende vrouwen, als lof op de verstandige huisvrouw. Maar dat is jammer, want dan is het eigenlijk te laat. Het zou beter in het begin van de puberteit gelezen kunnen worden, als een meisje tot vrouw wordt. Ze heeft dan een eigen kompas of richtlijn voor de rest van haar leven. En als ook jongens het lied leren weten ze wat ze kunnen hebben aan een partner die ze als gelijke mogen ontvangen, hoewel menige jongen geen fractie kan wat aan de verstandige en ondernemende vrouw in dit Bijbelgedeelte wordt toegedicht. Maar ja, die jongen hoeft zich dan ook alleen met recht en rechtvaardigheid bezig te houden. Dat is tenminste wat er in de poort gebeurd, daar horen de armen en de minsten tot hun recht te komen. Daar wordt de weduwe en de wees beschermd. Daar wordt uitgemaakt wie de weduwe in zijn huishouden moet opnemen om haar een deel van leven en van een toekomst te verzekeren. Een vrouw vinden die voor de rest zorgt is een kostbaar geluk, die vrouw is meer waard dan edelstenen.

Een vrouw die aan de beschrijving uit dit slot van het boek Spreuken beantwoord zou ook met gemak een minister van economische zaken kunnen zijn, ze zoekt wol en linnen uit, zorgt voor de textielproductie, handelt met verre landen en haalt wat voor ons land nuttig is. Ze werkt van vroeg tot laat voor de samenleving. Ze handelt en zorgt voor de voedselproductie, zelfs in de nacht gaat ze er mee door als het nodig is. Maar niet alleen voor zichzelf, ze heeft weet van delen met de armen en de behoeftigen. Het gaat haar ook niet om schoonheid voor zichzelf, want schoonheid vergaat, het is de lelijkheid die blijft nietwaar. Haar man staat als rechtvaardige bekend en zij spreekt liefdevolle lessen, ziedaar het Christelijk gezin als middelpunt van het goede, niets dan het goede. Niks de vrouw thuis en de man in de samenleving, ze zijn samen en elk apart voorbeelden in de samenleving en elk voor zich zorgen ze dat daar het goede gebeurt, elke dag weer. Daar mogen wij ons dag in dag uit bij aansluiten en door inspireren laten, of we mannelijk of vrouwelijk zijn, in de Christelijke gemeente vervalt het onderscheid en eigenlijk hebben we dat vandaag ook uit het boek Spreuken gelezen.

Geef de armen en behoeftigen hun recht.

maandag, 15 oktober, 2012

Spreuken 31:1-9

Vandaag slaan we een nieuw hoofdstuk uit het boek Spreuken open. Een verzameling Spreuken die blijkens het opschrift zijn opgeschreven door een koning Lemuël maar die hem gegeven waren door zijn moeder. Lemuël was de koning van Massa. Wie die koning Lemuël geweest is weten we niet echt. We weten zelfs niet precies waar dat land Massa gelegen heeft of welk volk daarmee werd bedoeld. Wat wel duidelijk wordt is dat die moeder van Lemuël een Jodin geweest moet zijn of tenminste in de godsdienst van de God van Israël moet zijn grootgebracht. Ze brengt de wijsheid van Israël behoorlijk goed onder woorden en de verzameling van haar Spreuken is niet voor niets in de Bijbel opgenomen. Haar naam is verdwenen, het volk en de koning waar ze ging bijhoren zijn ons onbekend, maar haar Wijsheid mag met hoofdletters geschreven worden. Wie denkt dat de natuurlijke positie van de vrouw een zwijgende is en dat het spreken aan mannen overgelaten moet worden heeft de boodschap van de Bijbel dus niet goed begrepen. Koning Lemuël was zo wijs om de Spreuken van zijn moeder op te schrijven, zodat wij er ook nu nog lering uit kunnen trekken.

De verzameling Spreuken van Lemuël zal ergens in de tijd rond de ballingschap aan het boek Spreuken zijn toegevoegd. De spreuken van het gedeelte dat we vandaag lezen zijn namelijk niet alleen in het Hebreeuws geschreven maar er komen ook allerlei woorden in voor die in het Aramees geschreven zijn. Dat Aramees was de rijkstaal van de Perzen en werd uiteindelijk ook gesproken door de volken die onder de heerschappij van de Perzen vielen, zeg maar de hele wereld verstond Aramees. Dat was zelfs nog zo toen de Romeinen de heerschappij over de wereld hadden overgenomen. In de dagen van Jezus van Nazareth werd er in Jeruzalem gewoonlijk Aramees gesproken, al was het Grieks toen de internationale voertaal geworden. De spreuken die Lemuël van zijn moeder meekreeg, die beginnen met drie maal te benadrukken dat hij de zoon en zij de moeder is, bevatten ook kritiek op wat in Israël populair geworden was.

Van David en Salomo werd verteld dat ze meerdere vrouwen hadden. Salomo zou er wel duizend hebben gehad staat er geschreven. De moeder van Lemuël raad haar zoon aan daar van af te zien. Van een passie voor vrouwen wordt je maar lui en zwak. Een kanttekening bij het koningschap van met name Salomo die ook elders in de Bijbel voorkomt, al die vreemde vrouwen zouden ook maar tot afgoderij kunnen leiden, ze namen allemaal hun eigen goden mee en voor je het weet doe je iemand een plezier door die vreemde goden te aanbidden. Een rijke koning heeft ook toegang tot het beste eten en drinken van het land. Maar het drinken van wijn moet een echte koning slechts met mate doen. Dronkenschap sluit immers de redelijkheid uit. In onze dagen klagen we over uitgaansgeweld door overmatig alcohol gebruik en over verkeersdoden door dronken automobilisten. Een Koning zal nuchter en wijs recht moeten doen en vooral de armen tot hun recht moeten laten komen staat hier. En aangezien we volgens Paulus een volk van Koningen en Priesters zijn gelden die vermaningen ook ons. Elke dag opnieuw mogen we weer op weg om anderen tot hun recht te laten komen, ook vandaag weer.

Houd je hand voor je mond.

zondag, 14 oktober, 2012

Spreuken 30:24-33

Vandaag lezen we een lied over dieren. Hoe slim, nuttig, leerzaam en mooi dieren wel niet kunnen zijn. Of de namen van de dieren nu helemaal juist zijn vertaald is soms de vraag. In andere vertalingen dan de Nieuwe Bijbelvertaling kom je soms andere namen tegen, het lijkt dan of het om andere dieren gaat. Maar daar gaat het ook niet om. In de Nieuwe Bijbelvertaling is geprobeerd zo goed mogelijk te vertalen en daar waar er onduidelijkheden zijn het dier te zoeken dat in onze dagen het dichtst bij de eigenschappen komt die wij direct herkennen. De trotste haan en de bok zien we gelijk voortstappen, de bok misschien zelfs wel voor de bokkenwagen. Maar de haan is ook wel met windhond vertaald, of paard of sprinkhaan. Belangrijk is het niet, het gaat uiteindelijk om die koning die trots voor de troepen uit schrijdt.

Wat waar is dit hele leerdicht nu voor bedoeld? Wat kunnen we er van leren? We kennen natuurlijk de opdracht aan de luiaards om naar de mieren te gaan en te zien hoe ijverig de mieren zijn en hoe ze daardoor kunnen overleven. Uit de fabels van La Fontaine kennen we de fabel van de krekel en de mier waarbij de krekel maar blijft spelen terwijl de mier een voorraad voor de koude winter aanlegt. De mier kan overleven de krekel niet. Maar dat soort lessen lezen we in het gedeelte van vandaag uit het boek spreuken niet terug. Het lijkt er op dat de dieren worden bezongen om vervolgens naar een ander onderwerp over te gaan als de Koning die trots voor de troepen uitstapt is vergeleken met een bok of een trotse haan, het haantjes gedrag terug in de Bijbel.

De laatste verzen van het gedeelte dat we vandaag lezen leren ons dat het daar inderdaad om gaat. Het heeft geen enkele zin om je meer en beter te wanen dan een ander mens. Net als de dieren hebben ook mensen verschillende eigenschappen. De een kan goed schoonmaken en de ander kan goed vergaderen over ingewikkelde onderwerpen. De een is technisch begaafd en heeft gouden handen, de ander heeft de gave van het woord en kan ingewikkelde onderwerpen op een eenvoudige manier onder woorden brengen. De verschillende eigenschappen komen maar zelden samen voor bij één mens. Jezelf op de borst slaan voor je eigen eigenschappen is dan ook dwaas. Van opscheppen komen zaken die je niet wilt. Als je melk wil drinken moet je niet eerst boter karnen, als je vrede wil moet je niet de oorlog aangaan. Niemand is beter dan een ander, daarom is het zaak voor de minsten te zorgen, want misschien ben je morgen zelf de minste op aarde. Gelukkig mogen we elke dag opnieuw onze naaste liefhebben als onszelf, ook vandaag weer.

‘Ik heb niets verkeerds gedaan.’

zaterdag, 13 oktober, 2012

Spreuken 30:15-23

De eerste zin uit het gedeelte dat we vandaag uit het boek Spreuken lezen werd vroeger wel vertaald als “De bloedzuiger heeft twee dochters, geef en geef”. En dan volgen er raadseltjes rond getallen. Nu is het niet de bedoeling daar lang op te puzzelen dus de meest eenvoudige uitleg is de beste. Drie is het getal van God en God is niet te begrijpen, ondoorgrondelijk zegt de Bijbel. Vier is het getal van de aarde, de vier windstreken, tot aan de einden der aarde zegt de Bijbel. En bij God is altijd plaats, maar de God van Israël weet ook van het genoeg, weet ook van het dagelijks brood waar we eigenlijk genoeg aan zouden moeten hebben. De afgoden van deze wereld weten nooit van genoeg, het moet altijd meer, altijd groeien, ze weten niet van de grenzen aan de groei, van hergebruik, van zuinig omgaan. Altijd moet er gezocht naar wegen om meer te produceren om van het uitgedroogde land ook het laatste te kunnen oogsten.

Er was een tijd dat zuinig aan het motto was. Dat was het motto van onze ouders en grootouders in tijden van grote armoede, in tijden ook van het besef dat alles wat er is door mensen eigenhandig werd gemaakt. Wie daarom de spaarzaamheid van zijn ouders en grootouders bespot zal er achter komen, op een goede dag is er niks meer, zie je geen toekomst meer, slaat de crisis toe en ben je alles kwijt wat het aanzien waard is. We zien die gevolgen nu al om ons heen in de huidige crisis. Waarom hebben we toch niet genoeg aan de schoonheid die de aarde, die het leven, zelf ons biedt. De vlucht van de arend hoog aan de hemel, het glijden van een slang over de rots, de vaart van een schip op zee aan de horizon, de weg van een man naar een meisje. We houden er wel van. Natuurprogramma’s op televisie zijn zeer populair en boer zoekt vrouw is al jaren het meest bekeken programma op de Nederlandse televisie.

Maar we willen meer, steeds meer. Afwisseling in relaties, avonturen in verre landen, altijd weer de nieuwste electronica, het mooiste design. We letten nauwelijks meer op verhoudingen tussen mensen. We kiezen regeerders die afhankelijk zijn van de kooplieden op de financiële markten, we kopen producten die gemaakt worden onder de meest erbarmelijke omstandigheden, we dragen kleding die gemaakt is door kinderen die aan hun weefgetouwen zijn geketend. En onder het motto van de vrije markt laten we toe dat die producten vrijelijk in onze winkels en op onze martkten verkocht mogen worden. De huidige financiële crisis is gekomen door zogenaamde derivaten, maar daar waar aan alle producten veiligheidseisen zijn gebonden is er sinds het uitbreken van de crisis geen enkele regel voor derivaten bijgekomen, er was ook geen enkele regel en de crisis kan zich dus keer op keer herhalen. Inzicht in het werken van onze samenleving is de eerste stap naar verandering. Elke dag opnieuw mogen wij zien hoe onze samenleving uitwerkt op de armen en mogen we werken aan een wereld waar de tranen gedroogd zijn en iedereen mee mag doen, ook vandaag weer.

Ik ben zo moe

vrijdag, 12 oktober, 2012

Spreuken 30:1-14

Je kunt er moe van worden. Er is zoveel in de wereld dat om aandacht schreeuwt, zoveel waar zorg voor nodig is. Zoveel onrecht in de wereld, zoveel geweld, zoveel leed ook door natuurrampen. En alles komt tegenwoordig op onze weg. Agur de zoon van Jake heeft daar een verstandig recept voor. Het is de God van Israël die overal over gaat. Er is geen mens die alles bevatten kan, alles regeren kan, alle mensen kan beschermen. Daarom zijn er maar twee geboden waar het echt op aan komt, heb God lief boven alles en dat doe je door je naaste lief te hebben als jezelf. Je hoeft dus niet de hele wereld op je nek te nemen, achter elke zucht om hulp aan te lopen. Doen wat je hand vindt om te doen is vaak al voldoende. Natuurlijk zijn de grote rampen, de grote oorlogen en de grote ellende in de wereld belangrijk, maar weet dat je die alleen samen met anderen de baas kan, met heel erg veel anderen vaak. En bondgenoten vind je alleen door dichtbij te beginnen en daarin anderen mee te krijgen.

Agur de zoon van Jake werkt het houden van die twee geboden op een simpele manier uit. Maak me niet arm en maak me niet rijk vraagt hij. Een arme kan gedwongen zijn om te stelen, een rijke zal geneigd zijn alles voor zichzelf te willen houden, beiden wil je niet als je de Weg van de God van Israël wil volgen. Wie overigens Agur de zoon van Jake is geweest weten we niet. Het is in elk geval niet Koning Salomo aan wie het boek Spreuken lang is toegeschreven. Het zou zelfs wel eens kunnen dat het helemaal geen Israëliet was maar iemand uit een van de buurvolken van Israël. Iemand als de profeet Bileam die alleen goeds kon profiteren over Israël. Agur de zoon van Jake had heel goed door wat in de wijsheid van Israël belangrijk was. Dat was de bereidheid om alle wat je bezit te delen met mensen die niets bezitten maar zonder delen niet verder kunnen leven. Zo moet je dus willen zijn.

Maar waar je echt moe van kan worden zijn mensen die het altijd beter weten. Die de zuiverheid in hun binnenzak hebben en over alles en iedereen een oordeel klaar menen te kunnen hebben. Hun ouders hebben het verkeerd gedaan, hun stadgenoten doen het verkeerd, hun bestuurders en regeerders doen het verkeerd. Ze voelen zich bedreigd door alles en iedereen en gebruiken geweld om zich te verdedigen ook al worden ze niet aangevallen. Ze zijn daardoor ook een voortdurend gevaar voor de armen op de aarde die ze verscheuren, ze verslinden de verschoppelingen onder de mensen. We kennen ze ook in onze dagen. Ze roepen dat iedereen voor zichzelf verantwoordelijk is en in plaats van de zwakken te helpen verantwoordelijkheid te dragen controleren ze zo weinig dat de zwaksten onder hen verleid worden fraude te plegen. Echte liefde voor mensen zou betekenen dat ze mensen op eigen benen helpen staan zodat ze werkelijk tot hun recht komen. Gelukkig dat we daar elke dag weer opnieuw mee mogen beginnen, ook vandaag weer.