Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor augustus, 2012

Zoete honing streelt de tong.

vrijdag, 31 augustus, 2012

Spreuken 24:13-22

Het boek Spreuken kent bij uitstek een aantal treffende uitspraken die je bij blijven. Een groot aantal er van zijn dan ook als spreekwoorden in onze taal terechtgekomen en zo vaak gebruikt dat ze versleten zijn en niemand meer de echte betekenis er van kent. Dat is ook zo met de uitspraken over zoete honing. De Planteneters onder ons zullen direct de uitspraak beamen maar het gaat er hier niet om dat de Bijbel het vegetarisme of het veganisme bevorderen wil maar het boek Spreuken wil graag wijzen op het paradijselijke van het land dat overvloeit van melk en honing. Die honing is dan de wijsheid van de inwoners van dat land, een wijsheid die begint met het volgen van de richtlijnen van de God van Israël. Richtlijnen die zich laten samenvatten in het heb uw naaste lief als uzelf. Met die wijsheid krijg je toekomst, met die wijsheid heb je hoop op een goed leven voor iedereen.

Het volgen van die richtlijn betekent dat je rechtvaardig wordt. Je laat iedereen tot zijn of haar recht komen. Je verkracht het recht niet om je eigen principes, opvattingen of belangen te rechtvaardigen. Verkrachting is een groot onrecht en tegen dat onrecht komt de Bijbel op. Het spreukenboek wemelt dan ook van de waarschuwingen aan de goddelozen. Die zullen de woningen van de rechtvaardigen wel even verwoesten, maar rechtvaardigen veren weer op, zij hebben immers de hoop die de wijsheid geeft, aan de goddeloosheid zal eens een einde komen. Goddelozen hebben die hoop niet, voor hen is en blijft de wereld een slagveld en wie verliest blijft een verliezer. Zo ligt het niet voor de rechtvaardige, als je mensen tot hun recht laat komen kunnen ze met opgeheven hoofd weer verder. De wereld is voor hen geen slagveld maar een plaats van liefde en gerechtigheid, een land dat overvloeit van melk en honing.

Daarom verheugen we ons ook niet over de val van een vijand, het is en blijft een mens, een broeder of zuster van ons allen en als het met broeders en zusters niet goed afloopt is dat altijd te betreuren. Er is een Joods verhaal dat vertelt dat God in de hemel het gejubel van engelen onderbrak toen het leger van de Farao verdronk in de Schelfzee. Het leger had beter moeten weten en hun dood was te betreuren. Kwaadaardige mensen en goddelozen zijn dan ook niet te benijden. Ze moeten dag en nacht bewaakt worden tegen het kwaad dat ze zelf oproepen. Een toekomst hebben ze niet want uiteindelijk zal iedereen zich van hen afwenden. Daarom klinkt de oproep om ontzag te hebben voor de God van Israël, feitelijk de enige koning die erkenning verdient, want de God van Israël blijft rechtvaardig en trouw aan zijn liefde. De oproep de naaste lief te hebben en mensen tot hun recht te laten komen komt van die God. Wij mogen dankbaar zijn iedere morgen weer aan die roep gevolg te kunnen geven, ook vandaag weer.

Alleen een wijze heeft kracht

donderdag, 30 augustus, 2012

Spreuken 24:1-12

Je zou bijna zeggen dat het eerste vers uit het gedeelte van het boek Spreuken dat we vandaag lezen bestemd is voor onze politici, je moet niet jaloers worden op slechte mensen en met hen gaan samenspannen. Politieke Partijen waar je echt afstand van wil nemen, waarvan je het optreden en de voornaamste voorstellen echt slecht vindt die moet je dus mijden, daar moet je je zelfs niet door laten gedogen. Je wordt er op één hoop mee gegooid. Je moet er dus ook niet op stemmen omdat je boos bent op de gevestigde andere partijen hoewel je het eigenlijk met die kwade partij niet helemaal eens bent, je maakt het kwade tot een fatsoenlijk gebeuren en helpt dus het kwade tot stand te brengen. Die partijen hebben kwaad in de zin en spreken onheilspellende woorden. Het staat er gewoon zo dat je kunt zeggen dat wie de schoen past deze schoen dan ook maar moet aantrekken.

De wijsheid waar het boek Spreuken over spreekt is iets anders dan wij er doorgaans onder verstaan. Bij ons is wijheid goed doordacht en weloverwogen beslissingen nemen, liefst op basis van rationele argumenten en vooraf onderzochte en vastgestelde feiten. Dat soort wijsheid wordt door de Bijbel niet verworpen, integendeel. Ook in het gedeelte dat we vandaag lezen worden kennis en beleid bij het nemen van beslissingen van harte aanbevolen. Maar toch blijft het daar niet bij. Bij het lezen van het boek Spreuken moet je steeds het begin van het boek in gedachten nemen. Het begin van alle wijsheid is de vreze des Heren stond er in de Statenvertaling. Dat betekent dat de manier waarop de God van Israël naar de mensen kijkt en wil dat mensen met elkaar omgaan het eerste uitgangspunt moet zijn bij je beslissingen.

Als je dat niet doet dan ben je een dwaas. Waar gaat het dan om? Dat je van alle mensen houdt. Dat je je beslissingen afstemt op wat er gebeurd met de minsten. Het gaat er dan ook niet om je daden mooi te verwoorden, of keurig in te kleden, of vroom Christelijk te noemen of de naam van de God van Israël er bij aan te roepen. Het gaat er om wat er met anderen gebeurd. In dit gedeelte worden de ter dood veroordeelden als getuigen aangeroepen. Die moeten bevrijd worden. Ook hun leven heeft waarde, ook zij zijn onze broeders en zusters ook al moeten wij en moet onze wereld tegen hen in bescherming genomen worden, ze zijn en blijven kinderen van God. En zeg niet dat je het niet wist. Uit je daden spreekt wat je in je hart met je meedraagt. Gelukkig dat we elke dag opnieuw voor het leven mogen kiezen, ons mogen inzetten voor de minsten in de samenleving, ook vandaag weer.

Zijn kruis op zich nemen

woensdag, 29 augustus, 2012

Marcus 8:27-38
 
Christendom is soms net Haarlemmer Olie. In vroeger dagen geloofden mensen dat Haarlemmer Olie je kon genezen van alle soorten kwalen. Was je ziek dan had je maar een paar eetlepels Haarlemmer Olie te nemen en je werd er beter van. Dat werkte natuurlijk niet echt maar als je er in gelooft kan het helpen. Veel huis tuin en keuken kwaaltjes verdwijnen vanzelf na een paar dagen en als je dan die paar dagen Haarlemmer Olie hebt geslikt dan schrijf je de genezing gemakkelijk toe aan dat medicijn. Zo is het ook als je tijdens zo’n lichte ongesteldheid hebt gebeden om genezing. Ja het helpt, je geneest. Maar ook dat gebed heeft net zomin geholpen als de Haarlemmer Olie. Toch hoor je sommige voorgangers en evangelisten nog wel eens verkondigen dat je geneest van je ziekten, dat je problemen worden opgelost, dat zelfs je schulden verdwijnen als je maar gaat geloven in Jezus van Nazareth als je Messias, je bevrijder van alle aardse ellende. Want Messias, in het Grieks Christos, betekent toch “bevrijder” en de dicipelen hadden het toch bij het rechte eind toen ze Jezus van Nazareth aanwezen als hun Messias?

Natuurlijk, maar dat wilde toen niet zeggen dat alle ellende voorbij was en dat wil het nog steeds niet zeggen. Jezus van Nazareth zelf zou de eerste zijn die de dood onder ogen moest zien omdat hij zijn liefde voor mensen door de dood heen wilde volhouden. Maar ook daarmee zou het lijden voor zijn leerlingen niet de wereld uit zijn. Integendeel, ook zij moesten bereid zijn hun kruis op zich te nemen. Zo moeten ook wij bereid zijn het lijden van onszelf te dragen en het lijden van de wereld onder ogen te zien. Het Christen zijn voorkomt niet dat je kinderen kunnen omkomen bij brand of ongeval of sterven door ziekte. Het Christen zijn betekent niet dat je gevrijwaard bent voor sexueel, zinloos of huiselijk geweld. Christen zijn voorkomt niet dat je ziek wordt en arbeidsongeschikt, of gehandicapt raakt. Christen zijn betekent wel dat je een open oog hebt voor anderen die dat overkomt en die jouw hulp en steun nodig hebben. Christen zijn betekent dat je een open oor hebt voor die mensen die om hulp roepen.

Christen zijn betekent dus niet dat je minder met lijden te maken hebt maar het betekent dat je ook nog te maken wil hebben met het lijden van anderen. Want alleen als we bereid zijn te maken willen hebben met het lijden van de minsten in de wereld dan kunnen we een weg vinden om alle lijden de wereld uit te helpen. Daarvoor moeten we bereid zijn om het lijden desnoods door de dood heen te dragen. Die weg is een onvoorwaardelijke liefde voor mensen, onvoorwaardelijk afzien van geweld maar blijven kijken en luisteren naar de zwaksten. Niet om er zelf iets voor terug te krijgen, want liefde zoekt zichzelf niet heeft Paulus ons geleerd maar om onze samenleving er rijker door te maken. Het meest merkwaardige is dat die last niet een zware last is, als we werkelijk willen werken aan een wereld zonder lijden dan zal die last licht blijken te zijn. We kunnen dat kruis vandaag nog op ons nemen zoals elke dag opnieuw.

Hij zag alles nu heel helder

dinsdag, 28 augustus, 2012

Marcus 8:14-26
 
Soms zie je door de bomen het bos niet meer. We willen zo graag alles onder controle hebben dat we de meest voor de hand liggende oplossingen niet meer zien. En we zijn altijd maar bang tekort te komen. Jezus van Nazareth werd er bijna wanhopig van. Hij had hele menigten er toe gebracht het weinige dat ze hadden met elkaar te delen. En steeds bleek dat van dat weinige zelfs nog een heleboel kon overblijven. En dan nog denken de leerlingen in de boot dat ze aan één brood niet genoeg zullen hebben. Dat idee van ieder voor zich krijg je als je allemaal regeltjes gaat opstellen en de naleving daarvan probeert af te dwingen. Het is de manier waarop de religieuze en bestuurlijke heersers van het land het leven benaderen. Hun zuurdesem betekent dat iedereen zelf verantwoordelijk is voor levensonderhoud en belasting betalen. Samen delen en voor elkaar instaan komt bij dergelijke autoriteiten niet op.

We kennen ze vandaag de dag ook nog. Steeds maar zeuren over een staatsschuld, alsof die niet van ons allemaal is, en over lasten die te zwaar worden, alsof die niet alleen maar als zwaar worden ervaren door de rijken. Delen en samen de schouders er onder zetten komt bij dat type bestuurders niet op. Jezus van Nazareth waarschuwt er tegen. En ook als je de mensen om je heen dan gaat zien moet je uitkijken. De blinde die weer kon zien zag de mensen alsof het bewegende bomen waren. En mensen als bomen kennen we uit de Psalmen. Het zijn de rechtvaardigen die de Wet van Heb-Uw-Naaste-Lief-Als-Uzelf dag in dag uit in praktijk brengen. Het zijn mensen als bomen die gepland zijn aan levend water. Daar gaat kracht van uit, daar groeien de mooiste vruchten aan. Maar alle mensen als rechtvaardig zien is ook weer niet goed. Er zijn immers mensen die willen delen en mensen die juist niet willen delen. Dat onderscheid moeten we zien te maken.

Dat delen begint bij onszelf, dat wat we hebben weten te delen met hen die niets hebben in het vertrouwen dat er voor ons allemaal genoeg is. Maar het moet daar niet bij blijven steken. Het moet als zuurdesem de samenleving op smaak brengen. Alles in onze samenleving moet gericht zijn op samen werken, samen leven en samen delen. Als dat samen delen ontbreekt ontstaat een dode samenleving. Dan werken we wel zo veel mogelijk allemaal, dan leven we ook wel allemaal tegelijk, dan lijkt het wel op samen leven maar zonder delen is er geen leven, dan gaan mensen dood aan ons werken, aan ons leven. Daarvoor zullen we niet alleen onze eigen ogen moeten openen maar daarvoor zullen we ook de ogen van anderen moeten willen openen. Opdat we een samenleving krijgen waar blinden zien, doven horen en lammen weer in beweging komen. Aan die samenleving mogen we elke dag opnieuw  en dus ook vandaag beginnen. 

 

Hij nam de zeven broden

maandag, 27 augustus, 2012

Marcus 8:1-13

Er staan verschillende verhalen in het Nieuwe Testament over Jezus van Nazareth die met maar een paar broden een hele menigte te eten gaf. Hoeveel broden er nu precies waren verschilt per verhaal. Soms zijn het twee broden en vijf vissen, soms vijf broden en twee vissen en hier zijn het zeven broden en nog een paar kleine vissen. Dat het er zeven waren is niet zo vreemd. Er zijn zeven dagen in een week en er was dus brood genoeg om elke dag te eten te hebben. Maar wij mensen hebben niet genoeg aan ons dagelijks brood. We zijn tenminste bang om niet genoeg te hebben aan ons dagelijks brood. We willen altijd meer en nog meer. Zelfs als bij het brood ook nog wat gezonde vis komt, dan nog denken we niet genoeg te hebben. In het gebed dat Jezus van Nazareth aan zijn leerlingen heeft geleerd, dat dagelijks overal in de wereld door zijn volgelingen wordt gebeden, wordt ook om niet meer gevraagd dat om het dagelijks brood. Als je meer wil kom je al snel op het terrein van de zonden terecht.

En dagelijks brood is voor iedereen genoeg, voor iedereen op de hele wereld, als we maar bereid zijn om te delen is het er ook voor iedereen. En als het wonder is geschied dat je met een hand vol broden en een paar vissen een hele menigte  te eten kan geven dan nog vragen mensen om wonderen uit de hemel. Jezus van Nazareth moest er van zuchten. Ook vandaag lijken de wonderen uit de hemel soms belangrijker dan gewoon het delen van het dagelijks brood, desnoods met een stukje vis. Grote massale bijeenkomsten met veel muziek en opzwepende sprekers en boeiende debatten zijn belangrijker en aansprekender dan de Wereld Handels Conferenties waar de spelregels over eerlijk delen tussen de volken worden afgesproken. Net als onze financiële en economische crisis veel belangrijker en erger lijkt dan de voedselcrisis waar elke dag duizenden aan sterven bij gebrek aan dagelijks brood. En juist dat eerlijk delen en zorgen dat iedereen te eten heeft kan de meeste indruk maken.

Het is overgebleven in de verhalen over de Profeten en het staat al bij Marcus twee keer en ook bij de andere evangelisten wordt er over verteld. We hoeven niet zo bang te zijn dat we ons dagelijks brood niet krijgen, we krijgen er zelfs nog een stukje vis bij. Marcus vertelt het niet voor niets twee keer, een keer voor het volk Israël en als hij geleerd heeft dat de Heidenen nog de kruimels van de tafel mee eten volgt er ook nog een les in delen voor de Heidenen. We hoeven het ook niet te pikken dat onze broeders en zusters in de armste landen in de wereld sterven van de honger. Als we in staat worden gesteld eerlijk te delen is er ook voor hen een dagelijks brood, zelfs met een stukje vis er bij. In het gebed van Jezus van Nazareth bidden we om “ons” heden ons dagelijks brood te geven. We bidden dus niet aleen voor onszelf maar juist ook voor onze broeders en zusters. Daarom mogen we ook vandaag weer beginnen met delen.

Ze hebben alles gezien

zondag, 26 augustus, 2012

2 Koningen 20:12-21

Wie nu denkt dat de Bijbel vol staat met wonderverhalen heeft het mis. Er staan ook een heleboel hele aardse nuchtere verhalen in. Verhalen over gewone kwetsbare mensen die niet altijd even slim handelen. Verhalen over Koningen die goede bedoelingen hebben maar te goed van vertrouwen zijn. Verhalen die ons vertellen dat we niet altijd tegen sterke persoonlijkheden moeten opkijken maar beseffen dat we eigenlijk nooit echt veel van elkaar verschillen. De bazen en de knechten worden allemaal geboren en gaan ook allemaal dood. De zon gaat op over de kwaden en de goeden en de regen valt op het land van hebberts net zo goed als op het land van mensen die bereid zijn hun oogst te delen. We doen er goed aan om dat nog eens extra in gedachten te houden als we in een tijd leven waarin mannetjesmakerij een wedstrijd is geworden en de regering van het land gaat afhangen van de vraag welk team het best het mannetje kan maken dat het volk voorgeschoteld wil krijgen. Wat die mannetjes kunnen of willen of zelfs doen doet dan vaak veel minder ter zake.

Koning Hizkia was weliswaar doodziek, hij had ook nog vijftien jaar te leven en hij had zich ontdaan van de vazalstatus die zijn vader had gekregen onder Koning Sanherib van Assyrië. Het was dus een gewiekst koninkje die je maar beter aan je kant kon hebben. Daarom stuurde de koning van Babylonië gezanten met brieven en een geschenk naar hem toe. Babylonië was een wereldmacht in opkomst die uiteindelijk ook Assyrië zou verslaan en het volk van Juda, de onderdanen van Hizkia, zou in ballingschap naar Babel worden gevoerd. Maar nu nog was Koning Hizkia nog koning van een onafhankelijk in vrede levend volk dat de God van Israël diende in de Tempel in de hoofdstad Jeruzalem. Een positie om trots op te zijn. Maar ook weer niet al te trots. Koning Hizkia beging de stommiteit om alle schatten van het rijk aan de gezanten te laten zien, er was niets dat ze niet hadden gezien legt hij uit aan de profeet Jesaja.

Dan zijn er Bijbelgeleerden die denken dat Hizkia gestraft werd door God voor zijn stommiteit. Maar dat is natuurlijk niet het geval. Natuurlijk, de gezanten zullen bij hun terugkeer hebben verteld van de aantrekkelijke buit die daar in Jeruzalem lag te wachten op een veroveraar. Maar Hizkia beseft terecht dat het zijn tijd wel zou duren. Hij sterft er niet eerder door en ook de vrede die tijdens zijn regering was uitgebroken zou er niet door verstoord worden. Zijn volk zou te lijden krijgen mede van zijn stommiteit. Maar verderop kunnen we lezen dat de ballingschap ook wordt toegeschreven aan het verlaten van de dienst van de God van Israël en het gaan aanbidden van andere goden en dat was onder Hizkia zeker niet het geval. Nee we moeten er van leren dat alle regeerders en machthebbers van tijd tot tijd fouten maken. Die hoeven we hen niet altijd kwalijk nemen, wie maakt er nu geen fouten, maar we moeten blijven opletten wat het effect is van hun voorstellen. Salarisverhoging die betaald wordt uit het zorgbudget van je grootmoeder is redelijk stom, zeker als je dan ook verplicht wordt om zelf het huishouden van je grootmoeder te gaan doen. Het is voorgesteld in deze dagen. Zo zijn de effecten van foute voorstellen belangrijker dan wie ze doen. Wij kunnen elke dag de keuze maken voor de zwaksten en de minsten. Daar wilde die God van Israël naast staan, daar mogen wij ook naast staan, ook vandaag weer.

Je zult niet meer beter worden.

zaterdag, 25 augustus, 2012

2 Koningen 20:1-11

Het komt ook vandaag de dag nog wel voor dat dokters onomwonden tegen patiënten zeggen waar het op staat. “U gaat hier dood aan”. Dat klinkt hard maar het is wel eerlijk. Het is natuurlijk ook hard, niemand wil dat een ander mens doodgaat. Dokters hebben ooit hun beroep gekozen omdat ze graag andere mensen beter wilden leren maken in plaats van dood te laten gaan. Voor dokters is het daarom nog moeilijker om gewoon te zeggen waarop het staat. Heel lang hebben ze het ook gewoon vaak maar gezwegen. Dan werd de pijn van de patienten wel erger en dan verhoogden ze de pijnstillers, wetende dat je aan teveel pijnstillers ook dood gaat. Maar dan hoefde je het er niet over te hebben en als het dan toch bleek dat de patiënt het overleefde dan scheelde dat ook wel weer. Tegenwoordig weten dokters veel meer. Ook dat het goed is om het onomwonden uit te spreken, dan kun je het vervolgens tenminste samen hebben over de weg er heen en die weg kan dan nog vest lang zijn.

Jesaja is geen dokter maar een profeet. Hij moet namens God de waarheid zeggen. En als Hizkia dodelijk ziek is geworden zegt Jesaja dat ook: maak je testament op want je zult niet meer beter worden. Ook al heeft Hizkia de dienst aan de God van Israël hersteld, ook al heeft hij de dienst aan de koning van Assyrië opgezegd en de aanval van die koning weten te weerstaan, hij wordt toch ongeneeslijk ziek. Een bittere boodschap en een bittere vaststelling. Je kunt immers niet zeggen dat Hizkia zich niet tot God bekeerd had. Tegenwoordig zijn er zogenaamde voorgangers die beweren dat als je je bekeerd hebt je dan ook beter kan worden. De Bijbel spreekt dat tegen, ook in het verhaal van koning Hizkia. Van genezing is geen sprake. Als je de ziekte laat behandelen dan rek je wellicht het leven nog een tijd, maar je zult er dood aan gaan. Dat is de boodschap die Jesaja geeft.

Bij Hizkia is het een plak gedroogde vijgen die de ontsteking, waar kennelijk sprake van is, zo afremt dat het nog een aantal jaren duurt voordat je sterft. Vijftien jaren in dat geval, en als Hizkia vraagt of dat echt waar is dan is het antwoord dat je de klok er op gelijk kan zetten, die zet zich dan ook gelijk. God laat ook Hizkia niet in de steek. Veel dokters weten dat ook, ze blijven soms tegen beter weten in zoeken naar het medicijn dat hun patient kan helpen, zo niet genezen. Veel van de medicijnen die we kennen zijn door bijna wanhopige dokters gevonden. Zelfs medicijnen tegen zeldzame ziekten zijn soms niet gevonden door onderzoekslaboratoria van medicijnfabrieken maar door dokters en apothekers die het vertikten hun zorg voor patienten op te geven. Wie wil stoppen met zulke medicijnen omdat ze te duur zijn handelt daarom in strijd met het verhaal van de Bijbel, dan moeten we maar wegen zoeken, net zo onophoudelijk en onverzettelijk, om ze betaalbaar te maken. Het is in alle gevallen de liefde voor de zwaksten die uitkomst biedt en waar liefde is is God heeft Paulus ons geleerd. Met die liefde kunnen we het elke dag opnieuw weer wagen, ook vandaag weer.

Men zag niets dan lijken liggen.

vrijdag, 24 augustus, 2012

2 Koningen 19:29-37

Voor sommige mensen is al dat bloedvergieten in de Bijbel niet te verteren. Maar tegen bloeddorstige machthebbers is er soms geen ander medicijn. Je zou natuurlijk wel willen dat de God van Israël het leger en de koning van Assyrië zo betoverd had dat ze het slechte van hun oorlogsavontuur hadden ingezien en hun wapens omgesmeed hadden tot ploegscharen die ze hadden uitgedeeld aan de overwonnen en leeggeplunderde volken waarna ze terugkeerden naar hun eigen land. Maar de God van Israël betovert niemand. Die sluit een verbond waaraan je je kunt houden of waaraan je je niet kunt houden. De God van Israël houdt zich in elk geval altijd aan zijn verbond. Het antwoord dat Jesaja namens de God van Israël had gegeven was duidelijk genoeg. Propaganda en grootspraak kunnen geen overwinningen brengen alleen de Wet van de God van Israël.

En met die Wet begint de profeet. Doe eens even of er geen belegering is lijkt hij te willen zeggen. Als dat zo is dan begint nu het aangename jaar van de God van Israël. Dat feest zou ook beginnen als die koning zou wegtrekken. Nu als je gelooft in de God van Israël dan geloof je gewoon dat het kwade verdwijnt door het goede te doen en niet dan het goede. In de Wet staat dat je eenmaal in de zeven jaar het land rust moet geven en moet eten en drinken van het land wat er toevallig opgroeit. Dat noemen we het aangename jaar van de God van Israël, het Sabbatsjaar, begin er maar mee zegt de profeet. Dan vervolgens moet je elke drie jaar afwisselend telen, het ene jaar dit en het volgend jaar dat en dan het land een jaar rust geven. Ook dat gaan we gewoon doen, het goede voor het land. Dat het land uitgeplunderd wordt door een legermacht als die van Assyrië dat deert ons dus eigenlijk niet als we gewoon de Wet van de God van Israël volgen. Dat we moeten eten van het land wat er toevallig nog wil groeien dat wisten we al lang.

Dan wordt in het verhaal het duistere van de oorlogsvoering duidelijk gemaakt. Voor ons is dit misschien nog wel meer herkenbaar als voor de mensen die het verhaal voor het eerst gelezen hebben. Toen waren er nog soldaten die man tegen man vochten, strijdwagens die je kon zien aankomen, boogschutters waartegen je je kon beschermen. Voor ons is oorlog een anonieme slachtpartij geworden. Bermbommen worden in de nacht begraven, onbemande bommenwerpers van de andere kant van de aarde op de vijand afgestuurd. Een Engel van de God van Israël is een boodschapper en boodschappers zullen er in Juda geweest zijn. Boodschappers die in het holst van de nacht een legerkamp binnenslopen om een leger dat zichzelf onoverwinnelijk achtte te doden. Ze gingen dus dood zoals legers altijd dood gaan. Dat was genoeg voor de Assyriërs om terug te gaan naar hun eigen land, naar hun eigen afgoden. En zoals het hoort werd de tyran in zijn eigen Tempel vermoord, moesten de moordenaars vluchten en kwam er een opvolger. Wat rest er voor ons om te doen? Het volgen van de Wet van de God van Israël, onze naaste liefhebben als onszelf en ons niet meer druk maken over de hebberts en de graaiers,, over de mensen die je geld beloven uit het zorgbudget van je grootmoeder, groente en aardappelen groeien evengoed wel. Elke dag mogen we er van delen, ook vandaag weer.

Ik sla mijn haak door je neus

donderdag, 23 augustus, 2012

2 Koningen 19:14-28

Wat moet je nu met grootspraak en propaganda? Eigenlijk kun je er maar weinig mee. In het verhaal van vandaag lezen we dat Koning Hizkia met de brief van Koning Sanherib van Assyrië naar de Tempel in Jeruzalem gaat. Koning Hizkia had besloten dat de godsdienst van de God van Israël de enige godsdienst zou moeten zijn en dus moet in de duistere tijden van de belegering van Jeruzalem door Assyrië ook die godsdienst maar uitkomst geven. Vrome Christenen zeggen ook altijd dat je je problemen aan de voeten van God moet neerleggen zoals Hizkia in dit gedeelte doet. Maar God antwoord niet. Er klinkt geen stem van God in het hart van Hizkia. Het is opnieuw de profeet Jesaja die in de naam van God antwoord. Hij had Hizkia al eerder gewezen op de Wet die de God van Israël had gegeven en het verbond dat met het volk was gesloten. Dat je net als in de godsdiensten van de afgoden je bedreigingen neerlegt bij de God van Israël dat helpt niet. Je zult zijn Wet moeten volgen zoals later in het verhaal zal blijken, een profeet kan je daarbij helpen.

Allereerst laat Jesaja zien wat je nu aan moet met al die propaganda van de koning van Assyrië. Die had laten zien dat hij allerlei landjes had weten te veroveren. Landjes waarvan Koningen gedacht hadden dat ze wel beschermd zouden worden door de goden van die landjes. Ze hadden zelfs hun kinderen in het vuur geofferd om hun land te beschermen. Dat had ook de vader van Hizkia nog gedaan om maar in het gevlei te komen bij de koning van Assyrië. Het had hem gevoerd tot de status van vazal waarbij hij al het goud, zilver en brons uit paleis en Tempel had moeten halen om die koning van Assyrië maar tevreden te stellen. Jesaja laat zien dat die propaganda makkelijk te bestrijden is. Als je nu gewoon alle rampen die anderen zijn overkomen op je eigen rekening zet dan lijkt het veel meer dan het misschien is. Het is hier de God van Israël die de bomen in de Libanon heeft geveld, die de zijrivieren van de Nijl in Egypte heeft drooglegd. Kom daar maar eens tegenop.

Propaganda is dus altijd te weerleggen. Tegen gesnoef is op te komen door nog meer te snoeven en leugens kunnen worden ontmaskerd. Natuurlijk geven socialisten te veel belasting uit zeggen de rijken bij ons. Zij moeten immers leren delen van wat ze hebben om de welvaart van de hele wereld op een hoger peil te brengen en bij ons de crisis te kunnen bestrijden? Propaganda zegt dat de leider van de grootste socialistische partij een slechte wethouder financieën was, dat was hij dus niet, integendeel, zelfs zijn politieke tegenstanders waren er tevreden over zijn beleid. Propaganda zegt dat al die grootverdieners en superrijken de belastingen ontduiken en hun maatschappelijke verantwoordelijkheid ontlopen. Ook dat is niet echt helemaal waar. Daar waar slappe regeringen de rijken beschermen stijgen de kansen om belasting te ontwijken, maar daar waar eerlijk delen en eerlijk handelen met waardering door een samenleving wordt beloond daalt de ontwijking van maatschappelijke verantwoordelijkheid. De liefde voor de minsten roept nog altijd de meeste waardering op. We zullen dat ook in het verhaal van Hizkia nog tegenkomen. We kunnen het in elk geval elke dag in de praktijk brengen, ook vandaag weer.

 

Zou u dan gered worden?

woensdag, 22 augustus, 2012

2 Koningen 19:1-13

Vandaag worden we door de Bijbel verder ingewijd in de geheimen van een propaganda oorlog. De Koning van Assyrië, Sanherib, had bij monde van zijn hoogste legerleiding iedereen laten weten dat hij veel en veel sterker was dan al die kleine volkjes die rondom Juda lagen en dus ook veel sterker was dan hun goden. Waar haalde Juda het rare idee vandaan dat zij wel opgewassen zouden kunnen zijn tegen de macht van Assyrië. Toch niet van een zwakke bondgenoot als Egypte, als ze daar op zouden vertrouwen en zeker niet als ze zouden vertrouwen op de God van Israël want waarom zou die nu sterker zijn dan de godjes van de landjes die om Juda heen lagen. Een boodschap die luid en duidelijk bij de inwoners van Jeruzalem de hoofdstad van Juda was binnengekomen, ook al had de leiding van het land gesmeekt het niet al te hard te roepen en liefst nog in een andere, onverstaanbare, taal.

Er zat natuurlijk wel wat in wat de Koning van Assyrië had laten weten bij monde van zijn hoogste legerleiders. Koning Hizkia zag zich en zijn land al verslagen en dat stemt niet vrolijk. Hij trok daarom zijn rouwkleren aan. Dit was een serieuze aanslag op zijn land, zijn stad, de Tempel van de God van Israël en vooral op zijn mensen. In dit verhaal komen namelijk ook de gewone mensen voor. Als toehoorders, als schapen die stil en gedwee moeten ondergaan wat de machthebbers voor hen in petto hebben, maar toch, tot nu toe waren ze in het verhaal uit 2 Koningen wat we gelezen hebben volstrekt afwezig. Hizkia besluit op de ingeslagen weg voort te gaan. Hij had besloten alle afgoden het land uit te bannen en te gaan vertrouwen op de God van Israël. Hij had geluisterd naar de profeet Jesaja en nu wordt het tijd dat Jesaja in beraad gaat met die God en zorgt voor de hulp die het volk zo duidelijk nodig heeft.

En die hulp is er. Niet direct met bliksem en donder zoals je zou kunnen verwachten. Ook niet met toverkracht voor de soldaten van Juda. Maar met het wapen dat in elke propagandaoorlog een zekere werking heeft: het gerucht. Het gerucht dat een andere machtige staat zou optrekken naar Assyrië. De soldaten die voor Jeruzalem lagen waren dus nodig om Assyrië te beschermen. Het antwoord is duidelijk. Niet langer de hoogste legerleiding die Koning Hizkia aanspreekt maar een gezantschap, met een briefje waarin de boodschap nog eens wordt herhaald. Ook in onze dagen spelen geruchten een grote rol. Via de sociale media vinden ze een snelle verspreiding en een gewillig oor. Zo werd onlangs gemeld dat President Assad van Syrië gedood zou zijn, een gerucht dat niet waar bleek te zijn. Het verhaal van Hizkia en Jesaja waarschuwt ons daarom voor propaganda en voor geruchten. Elders in de Bijbel staat dat we niet moeten vertrouwen op wie roept dat de God van Israël Heer is maar dat we moeten vertrouwen op wie doett wat die God heeft gevraagd: zorgen voor de zwaksten en de minsten. Dat is ook vandaag, dat is ook in propagandaoorlogen, nog steeds de beste raad. Zorgen voor de minsten mogen we elke dag opnieuw, ook vandaag weer.