Home | About | Disclaimer | Emea.nl

Archief voor juli, 2012

Wie mijn lichaam eet….

dinsdag, 31 juli, 2012

 Johannes 6:41-59
 
…en mijn bloed drinkt…., het zou toch een vreemde zaak zijn. Geen wonder dat de mensen zich verbazen over de manier waarop Jezus van Nazareth zich uitdrukt. Later zou in de Roomse zogenaamde kerk het bijgeloof ontstaan dat de ouwel en de wijn van de eucharistie na het uitspreken van een spreuk door de priester inderdaad  veranderen in vlees en bloed van Jezus van Nazareth. Ooit werden mensen die dit in twijfel trokken in ons land op de brandstapel gezet zo belangrijk vond men dit bijgeloof. Maar Johannes besluit met een mededeling die veel duidelijk maakt, Jezus van Nazareth zei dit allemaal in de synagoge van Kafernaüm waar hij onderricht gaf. Dat betekent dat we dit verhaal ook moeten betrekken op het Oude Testament, want om het Oude Testament draaide het allemaal in de synagoge en ook al schreef Johannes zijn verhaal vele tientallen jaren nadat het allemaal gebeurd was ook in zijn tijd stond het Oude Testament in de synagoge centraal.

In dit verhaal zet Jezus van Nazareth de uittocht uit Egypte in het midden van het onderricht. Het lam dat werd geslacht voor de uittocht, het bloed aan de deur gesmeerd, zodat de engel des doods die deur voorbij zou gaan, het ongezuurde brood dat meegenomen moest worden en het  manna dat het volk in leven zou houden tijdens hun tocht door de woestijn. Denk daarbij ook aan de ram die een maal per jaar de woestijn in werd gestuurd nadat iedereen al de verkeerde dingen symbolisch op die ram had gelegd. Al die elementen spelen in het verhaal van Jezus van Nazareth door. En dan blijkt dat wat hij eigenlijk zegt is dat je dat niet alleen moet horen en moet geloven dat wat daar gebeurd is tot bevrijding heeft geleid maar dat je het je eigen moet maken zoals hij het zich ook eigen heeft gemaakt. Dat het vlees en bloed in je eigen lichaam moet worden, dat je er handen en voeten aan moet geven. De uittocht betekent niet alleen dat je geroepen bent om bevrijdt te worden maar ook dat je gezonden bent tot bevrijding.

De uittocht uit het land van de dood Egypte betekent uiteindelijk ook de intocht in het land overvloeiende van melk en honing, het land van het leven. Daartussen ligt de ontdekking van de Wet van de Woestijn, zonder elkaar gaat het niet, houd dus van je naaste als van jezelf, dat is van God houden en er is maar één God. Daaruit en daarvan moet en mag je leven. Zo leven brengt je in directe verbinding met God, met de Liefde, een liefde die zichzelf niet zoekt maar desnoods zichzelf deelt door de dood hen als dat moet. Heel het Oude Testament wordt hier samengebald in het leven, het lijden en sterven en de opstanding van Jezus van Nazareth. Daarom kon het verhaal ook pas zo worden opgeschreven na het Paasfeest waar dat verhaal van de woestijn werd herbeleefd. Maar het kan daarom ook vandaag verteld worden als wij ons bewust worden geroepen te zijn de armen te bevrijden, de hongerigen te voeden en de naakten te kleden, want dat mogen we elke dag opnieuw doen, ook vandaag..

Geef ons altijd dat brood, Heer

maandag, 30 juli, 2012

Johannes 6:22-40

Dat was nog eens een wonderdoener, die Jezus van Nazareth. Hij had iedereen te eten gegeven ook al was er geen winkel of bakkerij in de buurt geweest. Zijn leerlingen stapten in een boot en kwamen door een storm heen aan de overkant van het meer maar hij leek er door een wonder heengereisd te zijn. Het is geen wonder dat de mensen op zoek gingen naar zo’n wonderdoener en meer wonderen van hem wilden zien. Misschien zou hij wel in staat zijn het allergrootste wonder te doen: het verjagen van de Romeinse bezetter. Een bezetter die hen uitbuitte, die belasting eiste over alles wat ze bezaten en als ze niets meer bezaten dan eiste de bezetter nog het kopgeld, belasting per persoon. Dat die Jezus van Nazareth kennelijk brood had wat nooit meer op zou gaan was dan ook het meest geweldige wat ze zouden kunnen meemaken, dat zou pas het einde zijn, het einde van hun armoede en de onderdrukking die ze moesten ondergaan.
 
Het  was dus  nog eens een ander gebed dan “geef ons heden ons dagelijks brood”. Ze zouden het zomaar voor elkaar kunnen  krijgen Jezus van Nazareth toch tot koning te kronen. Brood uit de hemel was toch immers mogelijk? Het volk in de woestijn vond elke morgen voor de tent merkwaardige korrels die je kon verwerken als graan? Je moest ze alleen niet proberen te bewaren want dan langer als een dag waren ze niet houdbaar. Nu was daar die Jezus van Nazareth, die had ze brood gegeven, net als Mozes had gedaan. Terwijl iedereen had gedacht dat er nooit genoeg zou zijn voor zoveel mensen hadden ze zelfs nog twaalf manden overgehouden, alsof ze wel heel het volk hadden kunnen voeden. Die Jezus van Nazareth had zich weliswaar bescheiden teruggetrokken in de bergen maar ze hadden hem toch gevonden. Nu komt brood natuurlijk niet zomaar uit de hemel vallen.

Het gaat er ook niet om dat het Koninkrijk van God een soort luilekkerland voor gelovigen gaat worden. Je hoort dat nog wel eens, geloof in Jezus, of geloof in God, en het zal je goed gaan in je leven, al je zorgen lossen zich op als sneeuw voor de zon en rijkdom en succes komen als vanzelf naar je toe. Het Amerikaanse succesverhaal over de gelovige krantenjongen die een kristallen kathedraal kan stichten en miljonair wordt. Maar dat geloof is net een boekwinkel, de winkelier wordt niet rijk van de inhoud maar van de kilo’s papier die er worden verkocht. Johannes vertelt dat Jezus van Nazareth wijst op de Weg die we moeten gaan. Zoals Hij is moeten ook wij worden. Hij is het brood, want ondanks zichzelf deelt hij, uiteindelijk, zichzelf door de dood heen. Dat delen, dat betekent brood voor de hele wereld. Als wij zouden willen ophouden met rijk te zijn en nog rijker te worden, als wij zouden willen beginnen met delen met iedereen die dat nodig heeft, dan komt het Koninkrijk van God dichterbij. Daar is voor iedereen te eten, brood genoeg in de wereld, maar de rijken gaan dood van overvloed en de armen van honger. Dat delen is de wil van de God die zich wil laten liefhebben doordat wij onze naaste liefhebben als onszelf. Om ons dat voor te doen, om ons dat te leren, om dat te verkondigen is Jezus van Nazareth gekomen. In dat delen moeten we zorgen dat er niemand verloren gaat maar dat iedereen mee kan doen, in onze eigen samenleving door niemand daarvan buiten te sluiten, maar ook door in het delen van onze rijkdom de hele bewoonde wereld te betrekken. Ze hebben het meer nodig dan ooit. Dan hoeven we het niet meer te hebben over het aantal doden dat er door honger en ziekten om komt, maardan hebben we het over het aantal levenden met wie we samen mogen leven.

 

Daarom trok hij zich terug op de berg

zondag, 29 juli, 2012

Johannes 6:1-21
 
Eén van de beroemde verhalen over de wonderbare spijziging, gevolgd door dat verhaal over het lopen over water. Je kunt zomaar vijfduizend mannen te eten geven en dan hebben de vrouwen en kinderen ook nog genoeg. Ja, je houdt zelfs genoeg over om het hele volk Israel, met twaalf stammen, te eten te geven. Iemand die dat kan zou je direct wel tot koning willen uitroepen. Maar Jezus van Nazareth wil nergens en nooit eer van zijn werk, de eer komt alleen aan God toe. Maar snappen doet hij het wel en daarom trekt hij zich alleen terug op de berg. Als er honger is en iemand geeft je te eten dan kan dat diepe indruk maken. Oudere inwoners van West Nederland weten nog heel goed hoe na de hongerwinter van 1944 en 1945 de bevrijders uit Canada, Engeland en Amerika kwamen met wittebrood en chocolade.

Lang zou nog alle kritiek op de politiek van Amerika tot zwijgen worden gebracht met het argument dat ze toch ook maar onze bevrijders waren geweest.  Maar waar zit het wonder van Jezus van Nazareth nu echt in? Neemt hij echt vijf broden en twee vissen om oneindig door te blijven breken? Dat staat er niet. De leerlingen denken dat het alles is wat er te eten is voor de grote menigte die hen is gevolgd. Maar als iedereen gaat zitten en deelt wat men bij zich heeft blijkt dit veel meer te zijn dan men had gedacht. Als je samen wilt delen dan is er kennelijk altijd genoeg. Je moet alleen samen willen delen. Als je de baas wilt blijven dan lukt dat niet. Je opstellen als dienaar, jezelf uitschakelen en de ander voorop stellen, dat is de weg van Jezus van Nazareth en dat is ook de weg die je zult moeten willen gaan. Het was vlak voor Pasen schrijft Johannes. En Pasen was het feest van bevrijding, van het delen van het ongezuurde brood, van de tocht door de woestijn waar ze zouden leren dat je de naaste lief moet hebben als jezelf.

Dit verhaal loopt uit op de tocht over het meer waar het stormde en waar de leerlingen doodsbang waren. Een meer was in de belevenis van het Joodse volk een symbool van de dood, van de chaos waaruit God de aarde had geschapen. Als er dus valwinden uit de heuvels kwamen waren de Galilese vissers direct bang. Duisternis, chaos en een dodende omgeving maken ons ook bang. Marcus zou schrijven dat ze de betekenis van de broden niet hadden begrepen. Om die betekenis te kunnen begrijpen kwam Jezus van Nazareth hen te hulp met het “Vrees niet” pas als je je angst kunt afwerpen kom je waar je wezen wil, wil dit verhaal zeggen. Niet alles voor jezelf houden maar delen met de ander betekent dat je overhoudt. Mogen wij wel eens over denken als ons in Europa om steun gevraagd wordt. En dat lopen over water? Hoe dat zit moeten we vragen aan de journalisten die er bij geweest zijn. En als er geen journalisten bij waren moeten we maar bedenken dat ook Johannes een verhaal vertelt waarin Jezus van Nazareth de dood kan overwinnen, dit verhaal is daarmee een opstandingsverhaal geworden. Een verhaal dat ook ons doet opstaan uit de verlammende angst voor de toekomst zodat we ook vandaag weer mogen werken aan de komst van het Koningkrijk van eerlijk delen, want dat kunnen we elke dag opnieuw.

Nu dragen wij hun schuld

zaterdag, 28 juli, 2012

Klaagliederen 5:1-22
 
Vandaag lezen we het vijfde klaaglied uit het boek dat de Klaagliederen van Jeremia wordt genoemd. Van a tot z wordt de ellende van Israël bezongen. In de vier klaagliederen die hiervoor staan wordt dat nog netjes op alfabet gedaan maar hier is het een chaos geworden van de 22 letters uit het Hebreeuwse alfabet, daarom heeft dit lied 22 regels, voor elke letter één, maar ze staan door elkaar heen, leed is chaos geworden. In dit lied geen mooie coupletten zoals in de vorige, bij al het leed dat wordt genoemd lijkt de zanger en dichter langzaam te verstommen, ten onder te gaan in het leed dat zich voor zijn ogen voltrekt. Het lied is gericht als noodkreet tot de God van Israël. En het begint met het uitspreken van hoop. Die lees je in de Nieuwe Bijbelvertaling van vers 2 niet meer, in oudere vertalingen zou je dat nog op het spoor kunnen komen.

Hier wordt vertaald met “ons eigen land” in oudere vertalingen met “ons erfdeel” en het land dat een eeuwig erfdeel zou zijn en dat onder Jozua was verdeeld hoort elke 50 jaar terug te gegeven te worden. Ook nu het aan de vreemdeling is toegevallen, het bezit toegevallen aan de buitenlander. In het Jubeljaar kon elke familie weer opnieuw beginnen. Dat is de belofte waaraan de dichter hier subtiel herinnert. Al de ellende die hij schildert neemt het uitzicht op de bevrijding van de ellende niet weg. Maar er is geen Koning die het jubeljaar zou kunnen uitroepen. Er is niemand meer die recht zou kunnen zoeken voor het volk, ze zijn als onmondige kinderen die geen voorspraak, geen advocaat, geen vader, meer hebben die voor ze op zou kunnen komen. Alle rechten die aan de armen waren toegekend, gratis water, gratis hout sprokkelen, zijn aan de armen ontzegd. Slavenarbeid krijgen ze, in het Hebreeuws in dezelfde woorden als de slaven ooit in Egypte. De wereldmachten waar ze steun bij dachten te zoeken waren in onderdrukkers veranderd. De profeten als Jeremia en Jesaja hadden daar al tegen gewaarschuwd maar die waarschuwingen waren in de wind geslagen. Het gevolg is dat ze nu overheerst worden door zetbaasjes van koningen die ver weg zijn, ambtenaren die het volk uitpersen ten eigen voordeel.

Gevolg is dat de oogst bedreigd wordt door roversbenden, dat vrouwen worden verkracht, de vorsten opgehangen zijn en jonge jongens al aan slavenarbeid worden gezet. Met het recht dat is verdwenen zijn ook muziek en vreugde verdwenen. De plek waar ooit het recht van de armen werd gevierd, de Tempelberg Sion, is nu een woestenij geworden. Dat was de voetenbank geweest van de God van Israël. En in uiterste wanhoop doet de dichter een beroep op de God die nooit laat varen het werk dat zijn hand begon. Denk dus niet dat het geloof in die God, het geloof in zijn bevrijding je vrijwaart van ellende. Als je niet zorgt voor het recht van de armen, de hongerigen voedt, de naakten kleed, vrede sticht, dan zal je uiteindelijk die ellende overkomen. Alleen werken aan een wereld waar de armen recht wordt gedaan brengt uiteindelijk voor die wereld de orde in de chaos die nodig is. Wij mogen daar vandaag weer aan werken, als we uit de Klaagliederen maar leren waar die ellende gelegen is.

Maar mijn volk is wreed geworden

vrijdag, 27 juli, 2012

Klaagliederen 4:1-22

Vreselijk is het lot dat Jeruzalem getroffen heeft. Het volk dat rond de berg Sion woont, de berg waar de Wet van heb uw naaste lief als uzelf in de Tempel werd bewaard, dat hongert en kan haar eigen kinderen niet meer te eten geven. Nog erger is het suggereert de tekst, zachtaardige vrouwen zouden hun eigen kinderen koken om in leven te blijven. We weten niet of het een dichterlijke overdrijving is of een weergave van de feiten maar het tekent in elk geval de zeer diepe ellende waarin het het volk terecht is gekomen. En dat allemaal door de wandaden van Koningen en Priesters. Van de regeerders in het land die zeiden dat je gemakkelijk militaire bondgenootschappen zou kunnen sluiten met landen die de dood aanbaden en je voorouders in slavernij hadden gehouden, van Priesters die je aanmoedigden niet de God van Israèl te volgen maar de goden van vruchtbaarheid die in de mode waren te volgen. In onze dagen de goden van winst en profijt, de goden van de zevendaagse vierentwintiguurseconomie.

Ook het vierde hoofdstuk van het boek met de vijf Klaagliederen gaat bijna van A tot Z over de ellende die de stad heeft getroffen. Ook dit hoofdstuk is opgebouwd als een lied waarvan elke couplet begint met één van de 22 letters van het Hebreeuwse Alfabet. Maar het zoomt als het ware in op het lot dat de aanstichters van de rampspoed heeft getroffen. De mannen in de strakke pakken en de vrouwen in de modieuze mantelpakjes, in de tijd van de Klaagliederen waren de hooggeplaatsten te herkennen aan hun blanke ongeschonden handen die nooit enige handarbeid hadden hoeven te doen. Nu waren ze besmeurd met stof en as, de tekenen van rouw waren hen als van buiten opgelegd. Ze zwierven door de straten omdat niemand ze meer wilden kennen en onderdag wilde geven. Hetzelfde lot had de priesters getroffen met hun sneeuwwitte kleding en lijfbanden roder dan koralen, kleding die was afgezet met franje blinkend als lazuursteen. Niets van de ontzagwekkende pracht was er nog over, integendeel ,walging riep de uitmonstering van deze profiteurs op.

Maar het lied eindigt niet in mineur. Het blijft niet zwart en zonder uitzicht. Erger dan dit kan het toch niet worden en zal het ook niet worden. Voor hen die blijven bij het geloof in de God van Israèl is er een zekerheid. De God van Israel zal niet laten varen het werk dat zijn hand ooit is begonnen. De woede over de godverlatenheid waarheen koningen en priesters het volk hadden gevoerd was nu wel uitgewoed. De rest van het volk dat in Jeruzalem achtergebleven was hoeft geen deportatie en ballingschap meer te vrezen. Nu zijn het de vijanden van het volk die God moeten vrezen. In plaats van het broedervolk te hulp te komen was Edom, het volk van de nazaten van Esau, gekomen om het land te plunderen en het volk verder te vernederen. Ze hadden zich vrolijk gemaakt over het onheil dat Juda had getroffen. Ze hadden zich verheven getoond boven het volk dat afstamde van Jacob de broeder van hun stamvader. Wij zijn daar niet ver van af. Wij doen ook vaak of we beter zijn dan onze broeders en zusters, dan de gelovigen van de Islam die net als wij hun religieuze wortels hebben in het geloof van het volk van Israèl. Wij kunnen nog luisteren naar de Bijbel en huiveren bij het onheil dat daar geschilderd wordt. Wij kunnen nog vrede stichten en vreemdelingen in ons midden opnemen, elke dag opnieuw ook vandaag weer.

Waterbeken stromen uit mijn ogen

donderdag, 26 juli, 2012

Klaagliederen 3:40-66

Wat een prachtig beeld is dat. Je geliefde, je held, is heengegaan en er is geen troost. De zaterdag na Goede Vrijdag heet niet voor niets Stille Zaterdag. Dat uitbundig tonen van verdriet is in onze cultuur niet erg gewoon. Maar we voelen dat verdriet wel. Dat gunnen we elkaar niet. Kijk daarom uit voor artsen als je pas een geliefde bent kijtgeraakt. Die willen je nog wel eens kalmerende middelen geven om het verdriet wat te dempen en draagelijk te maken. Achteraf zit je dan met de vraag waarom je je het intense verdriet niet herinnert dat toch moet passen bij het verlies dat je voor je gevoel geleden hebt. Verwaring is het gevolg en problemen met jezelf. Verdriet beleven mag. Wees blij dat je verdriet voelt als een geliefde is overleden. Niet zoals sommige politici die het niet kan schelen als mensen die onder hun verantwoordelijkheid stonden omgegekomen zijn, als kinderen zijn verdwenen uit hun zorg zonder dat er aandacht aan is geschonken. Wees blij dat je voor je eigen geliefden nog intens verdriet kan voelen.

Het verdriet uit dit Klaaglied loopt uit op het vertrouwen dat het weer goed zal komen. Dat de zon weer zal gaan schijnen. Dat de liefde uiteindelijk alles weer goed zal maken. En het blijft natuurlijk niet bij de dood. Die verdriet heeft mag doorleven, en door het verdriet uit liefde leeft ook de liefde zelf door. Het leven lijkt zich te verdiepen door de dood. Ook al wordt de dood als onrechtvaardig ervaren ze lijkt het leven te verdiepen, alles krijgt er een bijzondere betekenis en een grotere waarde door. Het verhaal van Jezus van Nazareth gaat naar de opstanding toe. Zijn verhaal blijft zeker niet staan bij de dood. Dat lijkt misschien zo in de film van Mel Brooks waar het lijden van die eerste Goede Vrijdag zo wordt uitvergroot dat het lijkt of de angst voor de dood ons nog steeds gevangen houdt. Maar vanaf Pasen mogen we het weer over het leven hebben.

Voor wie aan het begin van een rouwperiode staat lijkt het eerste jaar het ergste. De eerste keer de feestdagen door zonder de geliefde. Voor veel mensen valt het achteraf wel mee, zeker als de omgeving er rekening mee houdt. Niet de rouwende alleen laten zitten op de eerste verjaardag, de eerste kerst, de eerste jaarwisseling, het Paasweekeinde. Voor veel mensen valt achteraf het tweede jaar daarom zeer zwaar. Dan moet je echt je leven alleen leren vormgeven en dat is soms niet gemakkelijk, zeker als het heel veel jaren heeft geduurd voordat je samen een leven vorm had weten te geven en als gedurende heel veel jaren vaste gewoonten waren ingesleten. De wekelijkse rustdag gebruiken om weer terug te gaan naar de wet van de woestijn, naar je naaste liefhebben als jezelf, is eigenlijk zo gek nog niet. Dan leer je misschien weer zien wie in je omgeving nog rouwt, daar niet los van komt omdat iedereen roept van: kop op. Die behoefte heeft aan een schouder om uit te huilen, aan een mens die het goed vindt dat je huilt om het verdriet dat je hebt. Misschien ben jij het die de waterbeken durft laten stromen, vergeet niet, in de woestijn zijn die waterbeken nodig om de woestijn tot bloei te brengen. Dat kan ook zo zijn als verdriet je leven tot woestijn heeft gemaakt.

Dat men gevangenen vertrapt

woensdag, 25 juli, 2012

Klaagliederen 3:1-39  
 
Dat moet toch wel een schande gevonden worden. Het vertrappen van gevangenen, In het bijbelgedeelte van vandaag staat zelfs dat men overal op aarde de gevangenen vertrapt. En wie hier regelmatig komt lezen verwacht dan nu een paar regels over Amnesty International. Die organisatie verdient natuurlijk alle steun van ieder die mee wil doen in het verhaal van Jezus van Nazareth. Het is te hopen dat de komende dagen in veel kerken na afloop van de vele vieringen de voorbeeldbrieven aan regeringen en gevangenen van Amnesty klaar liggen. Maar overal op de wereld betekent ook in ons land. Waarom is het nodig dat er handtekeningacties worden georganiseerd om kinderen vrij te laten uit de gevangenis? Kleine kinderen, soms zonder hun ouders, niet ouder dan 12 jaar en vaak jonger nog? Ze hebben geen misdrijf begaan, ook hun ouders niet. Sommigen wachten op hulp, op psychiatrische behandelingen soms, anderen op papieren. Papieren van onze eigen regering of van andere regeringen in de wereld. Die andere regeringen weigeren die papieren vaak af te geven. Niemand die ze mag helpen of die hun ouders daarbij mag helpen.

Advocaten, bezoekers, bewakers zwijgen vaak omdat het noemen van namen, het vertellen van verhalen, de zaken tot prestigekwesties maakt. Dan wordt het nog erger, dan wordt het nog harder. Onze regering heeft immers het opsluiten van kinderen tot een liberaal en christelijk gedrag verklaard. Zo gaan liberale en christelijke politici met hun burgers om. Opsluiten in plaats van oplossen. Mensen die de Messias uit de Bijbel willen volgen kunnen dat onrecht niet verdragen. Met de Klaagliederen zingen ze mee over het grove onrecht in hun eigen land. Maar ze zwijgen niet. Op http://www.geenkindindecel.nl/ zetten ze hun handtekening maar downloaden ze ook de handtekeningenlijsten om van niet internetters handtekeningen te kunnen verzamelen in winkelcentra, in kerken, op verjaardagen, tijdens vakantieuitstapjes en waar ze maar mensen tegenkomen. Doe gerust mee, U loopt niemand in de weg. U loopt gewoon mee in de stoet mensen die de Messias volgen, met de mensen die de noodkreten hebben gehoord van kinderen, hun ouders en al die gevangenen die zonder misdrijf en zonder rechterlijk vonnis in onze gevangenissen zitten.

Ondanks een brede steun voor initiatiefwetsontwerpen in de Tweede Kamer, ondanks de steeds terugkerende protesten van scholen die kinderen jaren in de schoolbanken hadden, ondanks het verzet van burgemeesters en gemeenteraden, blijft de CDA minister kinderen opsluiten om ze terug te kunnen sturen naar landen waarvan ze de taal nauwelijks spreken en de cultuur niet kennen. Het gebod om vreemdelingen op te nemen in je gemeenschap, de regel dat je drie maal per jaar in het licht van de Wet van de God van Israèl maaltijd moet houden met de vreemdelingen in je midden, worden vreemdelingen uitgesloten van onze gemeenschap en verdacht gemaakt en vernederd. Elke dag nieuwe scheldkannonades van spotters met de God van Israèl, elke dag beledigingen die ook de gelovigen in de God van Israèl diep raken, die de Joden doen denken aan de beledigingen en de scheldpartijen die hun vermoorde voorouders in de Tweede Wereldoorlog moesten ondergaan. De Klaagliederen vragen zich af wanneer het volk eindelijk zal leren. Wij kunnen elke dag opnieuw laten zien geleerd te hebben van de ellende die ooit over ons volk kwam, elke dag is ook vandaag weer.

Merk toch op wie u dit aandoet

dinsdag, 24 juli, 2012

Klaagliederen 2:13-22

Er is niets dat zich vergelijken laat met het lot, met de rampspoed, die Jeruzalem is overkomen. In de vertaling dreigt het poëtische karakter van deze klaagliederen te verdwijnen. Van A tot Z is er ellende, ook dit tweede hoofdstuk is opgebouwd uit verzen die beginnen met de letters van het Hebreeuwse Alfabet, 22 letters. De profeten van Juda hebben het volk bedrogen met valse visioenen. Niet meer de waarheid was leidend geweest, maar dat wat men graag wilde horen. Zoals bij ons niemand wilde luisteren naar de economen die waarschuwden tegen tophypotheken en hypotheken zonder aflossing en niemand wilde luisteren naar hulpverleners die waarschuwden tegen al die gemakkelijk verstrekte leningen voor consumptiegoederen zo wilde niemand iets horen van de foute godsdiensten die in Jeruzalem in de mode gekomen waren. De ellende toen en de crisis bij ons nu is door onszelf over onszelf afgeroepen. En de financiële markten nu schudden meewarig het hoofd en hebben er geen vertrouwen in dat we ons gedrag echt weten te veranderen en hen die ons de verkeerde leningen en hypotheken aansmeren voorgoed tot zwijgen weten te brengen.

Net als in de samenleving die in dit Klaaglied bezongen wordt lijkt ook bij ons elk spoor van de barmhartigheid van de God van Israël verdwenen en hebben de hebberts en de graaiers het voor het zeggen. Bij ons zijn het de gepensioneerden die moeten inleveren, de werknemers die meer pensioenpremie moeten betalen, de mensen met ziekte en handicap die meer voor hun zorg moeten betalen. Bij ons zijn het de valse leugenprofeten die ons proberen wijs te maken dat het geld gaat naar de samenwerking in Europa, naar de banken in zuidelijke landen waar het spaargeld van de armen wordt bewaard en die ons een betaalbare vakantie in de zon mogelijk maken. Het geld gaat nog steeds naar de bestuurders van banken en grote bedrijven, naar de leiders van grote ziekenhuizen en medicijnfabrieken, naar de graaiers en hebberts die niet aangepakt zijn door hen die zich politici durven noemen, vertegenwoordigers van het volk.

In het gedeelte dat we vandaag lezen wordt opgeroepen om in de duisternis die ons treft te weeklagen ten overstaan van de Heer. Geen overbodige oproep. Nu niet denken dat we op onze knieeën moeten vragen of de financiële crisis over mag zijn, want dat helpt niet. Weeklagen ten overstaan van de Heer betekent dat je toegeeft waar de fouten hebben gezeten, dat je opnieuw begint maar er voor zorgt dat de fouten niet opnieuw gemaakt kunnen worden. Maar vooral betekent het dat de Weg van de God van Israël opnieuw gevolgd gaat worden. Niet meer de goden van winst en profijt volgen, van winst en profijt moeten we het niet meer hebben. Niet meer iedereen slaaf van de arbeid maken, een 24 uurs economie gedurende 7 dagen van de week maakt de wereld er niet gelukkiger op. Maar de minsten voorop zetten. Zorgen dat we vrijwilligerswerk kunnen doen, zorgen dat er gezorgd wordt voor zieken en gehandicapten. Iedereen daar weer voor laten betalen naar het inkomen dat men mag verdienen. Zorgen voor de armen, zorgen dat ze een nieuwe start kunnen maken en er voor zorgen dat banken, leningen en hypotheken niet tot nieuwe armen kunnen leiden. Terugdenken aan de dag van de toorn van de Heer, de dag dat we tot ontdekking kwamen helemaal op de verkeerde weg te zijn, moet ons voortaan behoeden opnieuw de verkeerde weg op te gaan. Gelukkig dat we elke dag opnieuw mogen beginnen met de Weg van de God van Israël, ook vandaag weer.

‘Is er geen brood en wijn?’

maandag, 23 juli, 2012

Klaagliederen 2:1-12
 
Als de liefde je in de steek laat wordt het leven wel heel erg koud en leeg. Ieder mens heeft liefde nodig. Als je alleen maar omringt wordt door geweld en vernietiging wordt het leven ondraaglijk. Dan klinkt het geschrei op naar de hemel. De mensen in Syrië, in Zuid Sudan en in andere delen van Afrika kunnen het tweede lied uit de Klaagliederen zonder stotteren meezingen. Het is hun situatie. De enkeling die die ellende weet te ontsnappen klopt op onze deur maar op Schiphol staan de soldaten klaar om ze op te sluiten en zitten de ambtenaren met papieren en stempels om hun smeken om hulp en onderdak af te wijzen en ze terug te sturen. We hebben wel verdragen om politieke vluchtelingen en vervolgden op te vangen maar slachtoffers van oorlog en anarchie zijn hier niet welkom, die hoeven niet opgevangen te worden.

Het Europeese volkslied begint met de wens dat alle mensen broeders zullen worden. Afgezien van het feit dat er broeders en zusters bedoeld zullen zijn heeft onze regering en hebben de soldaten op Schiphol het volkslied nog niet echt leren zingen. Wie stuurt zijn broeders en zusters terug naar straten die bezaaid zijn met lijken, wie stelt de kinderen bloot aan marteling en verkrachting? Wie durft hier vluchtelingen die ons land hebben weten te bereiken jaren en jaren in angst en onzekerheid te houden? Wanneer geven onze diplomaten in de Verenigde Naties stem aan de talllozen die niet meer gehoord worden? Waarom verwijten wij God het lijden van de mensen en keren wij onszelf er vanaf, net zoals wij ons van God afkeren omdat aan het lijden geen eind lijkt te komen?

In Amsterdam, in de Rode Hoed tot voor enige tijd het huis van de Amsterdamse studentenecclesia is een Messiaanse beweging gestart die stem wil geven aan de lijdenden die hier zijn gestrand. Het Messiaans Beraad, de mensen die meegaan in de beweging, zoekt mensen die mee willen helpen stem te geven aan de lijdenden. Ze zoeken ook opvang voor mensen die hier op straat staan en geen kant op kunnen, en bezoekers voor hen die gevangen worden gehouden zonder dat daar een rechter aan te pas komt en zonder dat ze een misdrijf hebben gepleegd. Wanneer zijn er mensen die gehoor willen geven? Wie opent het hart voor het verhaal van God? Die beweging komt op onregelmatige tijden bijeen, tegenwoordig in het gebouw de Nieuwe Liefde. Daar verenigen mensen zich die de stem van de ontrechten gehoord hebben, die een wereld willen waar voor iedereen plaats is. Daar wordt nog geweten dat ieder van ons elke dag opnieuw kan beginnen aan de bouw van het Koninkrijk waar alle tranen gedroogd zullen zijn. Elke dag als we de stem horen van de kinderen die vragen naar brood en wijn mogen we er opnieuw aan beginnen, ook vandaag dus.

Hij spande een valstrik voor mij

zondag, 22 juli, 2012

Klaagliederen 1:12-22

Het is toch jammer dat de samenstellers van het leesrooster van het Nederlands Bijbelgenootschap het eerste klaaglied uit het boek Klaagliederen in twee delen hebben geknipt. Maar we volgen het leesrooster hier elke dag dus ook nu gaan we er geen veranderingen in brengen. Dit tweede gedeelte heeft volgens de geleerden ook een wat andere toon dan het eerste gedeelte. Was het eerste gedeelte van meer algemene aard, het gedeelte dat we vandaag lezen heeft schijnbaar een heel direct persoonlijke klank. Hier klinkt het “ik” die schuldig is aan de straf die de Heer heeft uitgedeeld, het zijn de zonen en dochters van die “ik” die zijn weggevoerd en het zijn de machthebbers van het volk van de “ik” die zijn verworpen. God heeft zelfs een valstrik voor hem gespannen zo lijkt het te klinken. Maar vergeet nooit als je de Bijbel leest dat je een vertaling leest van een verhaal in een oude taal geschreven in een totaal andere cultuur als de onze. Het “ik” is hier niet de schrijver van het lied maar het “ik” slaat op het volk dat het lied zingt, het volk Juda is de “ik”.

Vrouwe Juda is vertrapt in de wijnpers staat er ook. Het volk moet boeten voor de ellende die het heeft veroorzaakt. Als je nauwkeurig leest die hoor je de bewustwording dat het volk de ellende over zichzelf heeft afgeroepen. Er was immers niets meer over van de dienst aan de God van Israël. Omdat we maar kleine stukjes tegelijk lezen uit de Bijbel, meer kan ook bijna niet en zeker niet elke dag, lezen we gemakkelijk over de oorzaken heen. Maar als we de tijd nemen om ook het eerste gedeelte van het boek van de profeet Jesaja te lezen en het boek van de profeet Jeremia en de hoofdstukken uit de boeken van de Koningen en de Kronieken die gaan over het eind van Juda en Israël en het begin van de ballingschap dan zouden we weten dat er afgodsbeelden in de Tempel in Jeruzalem waren geplaatst. Dat de akkerbouw werd omringt door palen die in moeder aarde waren geslagen om vruchtbaarheid te bewerken, dat in de stad een vuur brandde voor de god Moloch waarin kinderen werden geofferd. Dat de vrede moest worden gewaarborgd door een verdrag met Egypte.

Het gedeelte van het lied dat we vandaag lezen roept de God van Israël dan ook aan om toch maar te hulp te komen. Om te laten zien aan de volken dat het dienen van die God het beste is dat je kunt doen. Daarom moet het volgens de zanger die buurvolken, die nu staan te juichen over de ondergang van Juda, ook slecht vergaan, het vergaat de aanbidders van hun goden immers ook slecht. Wij hebben inmiddels geleerd onze vijanden zo niet te behandelen. Het dienen van de God van Israël doe je immers door je naaste lief te hebben als jezelf, door te zorgen voor de minsten, door mensen recht te doen die rechteloos zijn gemaakt. Jezus van Nazareth trok dit door toen hij opriep om zelfs je vijanden lief te hebben. Een klein beetje kun je ook hier daarvan al lezen. De God van Israël wordt opgeroepen zijn naam ook te vestigen bij die andere volken. En de naam van de God van Israël wordt gevestigd als hij met een volk meetrekt, een volk waar de weduwe en de wees worden beschermd, waar vreemdelingen worden opgenomen, waar recht wordt gedaan aan de armen en de slaven worden bevrijdt. Wij kunnen ook zo’n volk vormen, we kunnen er elke dag opnieuw mee beginnen, ook vandaag weer.